Enkele belangrijke geestelijke aspecten

image_pdf

14 juli 1964

Er zijn in de laatste dagen veel dingen gebeurd, veel beslissingen genomen, en nog is men bezig om op het ogenblik alles te overzien, wat er op deze wereld gedaan moet worden. U begrijpt al, dat ik spreek over de Witte Broederschap. Rekening houdende met de omstandigheden wil ik trachten u deze laatste bijeenkomst in dit verenigingsjaar een overzicht te geven van enkele der meer belangrijke geestelijke aspecten.

Alle krachten, die vanuit de kosmos de mensheid bereiken, bereiken niet slechts de mensheid zelf maar ook haar omgeving, haar milieu. Er vindt overal een praktisch gelijke en gelijktijdige verandering van intentie, van trilling, ja, zelfs van bewustzijnsmogelijkheid op. Voor de menselijke geest is het moeilijk om hier onmiddellijk en volledig op te reageren.

In de eerste plaats wordt zij belemmerd door haar eigen denken, de illusies die zij zich maakt, de idealen die zij meent te moeten dienen. Deze zijn immers slechts zelden volledig aan de werkelijkheid verwant.

In de tweede plaats wordt deze mensheid belemmerd door een zekere traagheid in reactie, waardoor het leven van de massa over het algemeen aanmerkelijk achter ligt bij het werkelijke leven en het vrije bewustzijn van de eenling. Deze traagheid der massa kan geweten worden aan publieke instellingen, openbaar geldende regels en opvattingen, waartegen men zich ondanks gewijzigde inzichten van het “ik” niet durft verzetten.

De Broederschap heeft deze dingen bezien en haar besluit staat vast. Er zal alles op alles worden gezet om binnen zeer korte tijd (men spreekt van ongeveer 18 maanden, ingaande waarschijnlijk ongeveer half september) een algehele geestelijke omwenteling tot stand te brengen. Om dit te doen wil men in de eerste plaats gebruikmaken van het reeds bestaande netwerk van ingewijden, groepen daartoe behorend, etc. Van deze uit zullen voortdurend nieuwe impulsen en over het algemeen conflictimpulsen in de wereld worden gebracht. Nieuwe stellingen, nieuwe strijdpunten zullen overal oprijzen. Bestaande instellingen en instanties worden aangevallen en worden misschien ook weer verdedigd.

Dit is schijnbaar uiterlijk. Maar hierdoor hoopt men te bereiken, dat de mens zijn al te grote gevoelens van zelfrechtvaardigheid, van zekerheid, van recht, zal prijsgeven en dat hij zal komen te verkeren in een toestand, waarin hij weer gedreven wordt tot een zelfstandig zoeken en werken. Wanneer dit geschiedt, zo zal elk individu in het bijzonder leiding en steun krijgen. Over de procedure daarbij te volgen zijn nog niet alle beslissingen genomen, zodat ik u daaromtrent geen directe voorlichting kan geven.

Het komt waarschijnlijk neer op een verhoging van vitaliteit en reactievermogen als inzicht “bij al degenen, wier geestelijke gerichtheid in harmonie is met de nieuwe kracht en de bestrevingen van de Broederschap”.

Ook het manipuleren van de z.g. toevals- of geluksfactor zal hierbij waarschijnlijk een rol spelen. En er is inderdaad reeds gezegd, dat het belangrijk zou zijn om juist degenen, die progressief, de nieuwe tijd aanvaarden, ook bij te staan langs een andere dan de normale weg, n.l. door hen meer dan normaal wat men noemt geluk te. bezorgen. Stoffelijke kentekenen van een innerlijke bereiking worden ook al van groot belang geacht. En hier stelt men zich voor om oorzaak- en gevolg- werkingen te manipuleren. Degene, die op dit ogenblik zichzelf wil gaan zoeken naar waarheid, zal dan ook steeds meer de complexiteit van zijn eigen wezen als een soort rem ervaren. Wie zich bezighoudt met details, met kleinigheden, met eigenbelangen blijft achter. De Broederschap moet wel op deze wijze werken, omdat de innerlijke bewustwording, die toch haar uiteindelijk doel is, de bereiking van harmonie, van de juiste vorm van eenheid, van kosmische verbondenheid, die noodzakelijk is, nu eenmaal alleen bereikt kan worden, wanneer de te persoonlijke elementen van de mens worden overvleugeld, worden overbrugd.

Door de mens in zijn verwarring i.p.v. het redelijk element het inspiratief moment te schenken, hoopt men te bereiken dat de innerlijke wereld op een niet-logische, niet- redelijke, maar wel stoffelijk-begrijpbare en aanvaardbare wijze beleefd wordt. Een verschuiving van het element der beschouwing naar het element der beleving is dan ook esoterisch gezien wel degelijk te verwachten. Van zeer hoog belang wordt ook verder geacht het werk van verschillende meesters. Wij weten dat op het ogenblik een aantal van de hoogste meesters zich bereid heeft verklaard om mee te werken aan een geestelijke omwenteling en een geestelijke vernieuwing. De gedachte van die vernieuwing op zichzelf is zo oud als de mensheid. Het gaat hier niet om het omgooien van alle uiterlijke mogelijkheden en condities, maar eerder de mens zelf een standpunt te verschaffen, waardoor hij buiten de wereld staat.

Een bekend natuurkundige heeft reeds gezegd: “Geef mij een steunpunt en een hefboom en ik zal de wereld uit haar baan brengen.” Ik geloof dat de stellingen, die de Broederschap hier juist dankzij deze grote leraren naar voren gaan brengen, niets anders willen zijn dan een steunpunt, dat ligt buiten de wereld. Een steunpunt van een geestelijk besef, de hefboom van een steeds scherper geschoolde wil, zouden in staat moeten zijn, om alle in deze wereld schijnbaar gebonden zijnde oorzaak- en gevolgwerkingen uiteen te halen, om de gehele opbouw van menselijk leven en menselijk streven, maar ook menselijke communicatie, menselijk begrip voor het Goddelijke, a.h.w. opnieuw te oriënteren en te maken tot een meer sluitend en voor de nieuwe tijd meer passend bouwwerk. De krachten, waarmee gewerkt wordt zijn vele. We hebben daar o.m. al opgesomd de natuurkrachten, de z.g., gedachtekracht, maar nog niet hebben wij gesproken – naar ik meen – over een kort geleden gevallen beslissing, n.l. dat men gebruik wil maken van de astrale wereld. Het is voor degenen, die wat sensitiever zijn, goed om ook hier georiënteerd te zijn.

De beslissing luidt letterlijk als volgt: De vele lege of slechts ten dele bezielde schillen van de astrale ruimte kunnen gebruikt worden als voertuigen, waarin de gemeenschappelijke kracht motiverend wordt. Door deze astrale vormen te doen optreden binnen het leven en beleven van mensen, is het mogelijk hen tijdelijk uit hun zekerheid los te rukken, hen te dwingen zichzelf, de wereld en hun innerlijke waarden opnieuw te beschouwen en een weg te kiezen, i.p.v. daadloos te wachten op de stromingen van de tijd. Deze beslissing geef ik woordelijk in het belangrijkste artikel.

Er is natuurlijk veel meer daarover geformuleerd. Het betekent dat schrikvormen gebruikt zullen worden om mensen, die in hun eigen zekerheid of geloof vastgeroest zijn, a.h.w. wakker te schudden. Het betekent dat het astraal wezen, dat immers in grote mate actief kan zijn in de materie, ook gebruikt zal kunnen worden voor een direct ingrijpen in de materie, waar men in de stof zelf geen personen of krachten aanwezig heeft, die dit zonder meer kunnen doen.

Het is een uitbreiding van de uiterlijke kracht en van de eigenlijke mogelijkheden van de Witte Broederschap op een haast onvoorstelbare wijze. Het is – voor zover mij bekend – ook de eerste maal, dat een dergelijke beslissing is gevallen. U zult zien dat de werking van deze krachten op zichzelf een logisch verband gaan ontberen. Er is geen werkelijke samenhang en vaak geen materiële verklaring. Het is begrijpelijk, want tot op heden heeft de materiële structuur en denkgewoonte het geestelijk leven van de mens beheerst. Zijn geestelijke bereiking heeft hij geformuleerd volgens stoffelijke logica, volgens stoffelijke voorstellingen en theorieën. Zijn zoeken in zichzelf heeft hij niet gebaseerd op zijn eigen wezen en de goddelijke kracht daarin, maar uiteindelijk op de stellingen, die men daaromtrent op aarde verkondigt.

Dit moet veranderen. Vandaar dat deze grote krachten gebruikt worden. Het zou mij een groot genoegen zijn geweest, wanneer ik u allen ook de laatste beslissingen hier had kunnen mededelen. Helaas is dat niet het geval. Toch geloof ik, dat u bij het beluisteren van de sprekers, die deze avond tot u komen, een idee zult kunnen verwerven van al datgene, wat steeds meer op uw wereld aandringt; zodat u beter zult begrijpen wat het belang is van die geestelijke werking, waarom zij plaatsvindt en hoe u zelf daarop kunt reageren. Van mij persoonlijk zou ik aan deze inhoud dan ook nog wel enkele commentaren willen verbinden. Het menselijk voertuig is voor de geest werktuig. Zolang wij de mens en zijn menselijke verplichtingen en verhoudingen primair stellen, zal het niet mogelijk zijn de werkelijke intenties, de werkelijke harmonische kracht, die in de geest ligt, via de stof volledig te openbaren. Halfheid kan niet meer geduld worden. Daarom zal een beslissing moeten worden afgedwongen. Men zal moeten kiezen welke weg men gaat. Daarbij zal eenieder, die eerlijk en oprecht kiest en daarbij streeft naar harmonie, ongetwijfeld veel goede belevingen en ervaringen krijgen.

Maar wij moeten er ook rekening mee houden, dat de komende 5 à 6 maanden een tijd van afrekening zijn. Die afrekening zie ik als een vergoeden a.h.w. van moeite, van problemen aan diegenen, die zich die gegeven hebben en zich wensen terug te trekken; en daarmede gelijktijdig het kappen, van elke band en elke verplichting.

De vrijheid van handelen, het vrij zijn van verplichtingen, is niet alleen voor de mens belangrijk, maar ook voor de geest. Juist omdat het gaat om een praktisch gebruik van de geestelijke krachten, omdat het gaat om een praktisch werken, waarbij alle materiële overwegingen slechts op de tweede plaats kunnen komen. Er is geen tijd meer om hier nog ergens een middenweg te zoeken; er is geen tijd meer om hier nog zoete woorden te spreken.

Aan de andere kant zullen wij zien, dat de mystiek hoogtij gaat vieren en dat voor degene, die esoterische belevingen nastreeft, ja zelfs voor de mens, die een harmonie met de nieuwe tijd tracht te bereiken, mystieke belevingen en krachten steeds sterker optreden. Ik voor mij zie dit als een van de beslissende factoren in het werken van de Witte Broederschap.

Hierover zijn helaas nog niet alle beslissingen helemaal genomen. Er is nog een uitstorting van kracht te verwachten in de komende tijd, in de komende paar dagen, waardoor dus dit alles gekristalliseerd wordt. Maar het teruggrijpen op de geest en de mystieke beleving vanuit de mens, waardoor die geest voor hem reëel wordt, de geest a.h.w. de plaats kan gaan innemen van het verstandelijk wezen, ik zie dit als het meest belangrijke wat gedaan kan worden. Ik geloof verder dat de confrontatie met de grote meesters voor de wereld heel wat moeilijkheden brengt. Want een Mohammed is het niet eens met de Islam. Een Gauthama Boeddha verzet zich tegen het formeel Boeddhisme. Een Jezus kan zich niet thuis voelen in de kerken, die zijn naam voeren. En zo zijn er velen meer. Ik geloof daarom, dat het optreden van die meesters voor ons allen het karakter gaat krijgen van een vreemde inwijding, waarbij de persoonlijke harmonie en de persoonlijke instelling, een buitengewone grote rol spelen. Naarmate hun invloed sterker kan worden in de mens (en nimmer in een groep, maar altijd in de mens), zal die mens grote kosmische waarheden gaan beseffen en in vele gevallen gaan handelen met een wijsheid, die zijn eigene te boven gaat; gaan werken met krachten, die zijn eigen wezen verre te buiten gaan.

Ik meen dat de genomen besluiten ertoe zullen voeren, dat de grootmeesters van de geest (zij, die leven ver achter de wereld, waarin wij alleen nog maar wit licht zien.) weer één persoonlijk gerepresenteerd worden. Maar nu niet door een lichaam of voertuig maar door velen op aarde zullen bewerkstelligen. En wanneer dit gebeurt, dan verwacht ik een toenemende inwijding maar ook een toenemende openbaring van al datgene, wat kosmisch waar is, wat kosmisch eerlijk is.

Ik geloof dat de komende tijd daarom omschreven mag worden als de voorstelling tussen illusie en werkelijkheid, de strijd van de leugen om zichzelf te handhaven, terwijl ze wegzinkt in het drijfzand van de feiten. De worsteling van het onbelangrijke om zijn onbelangrijkheid te verhullen tegen de toenemende druk der gebeurtenissen, de toenemende eis naar innerlijke zowel als uiterlijke waarden.

Ik heb u dit alles gezegd als een inleiding voor datgene, wat vanavond door de andere sprekers wordt gebracht. In het kader van de Orde zouden wij ongetwijfeld spreken van gastsprekers. Ik geloof dat wij dat binnen deze kring niet behoeven te doen. Wij hopen zelfs (ofschoon dat nog lang niet vaststaat), dat juist voor dit mystieke deel van de werkingen van hoger af ook de kringen van de Orde en wij denken daarbij in het bijzonder aan een kring als deze dus instrumenteel mogen worden en mogen voeren tot snelle en grote bereikingen. Ik durf daarover niet al te veel te zeggen. Maar één ding weet ik wel: De feiten, die u nu nog hoort, zullen althans in deze groep steeds meer terugtreden voor de emotie, voor de aangevoelde krachten, de stil beleefde inzichten van iets hogers, waarvoor woorden niet te vinden zijn en waar gelijkenissen nog steeds bij tekortschieten.

Ik geef u thans de eerste spreker, die op deze avond vanuit de grote Broederschap tot ons komt. En ik hoop dat u ook daarbij rekening zult houden met het feit, dat hun doceren op zichzelf niet zo belangrijk is als de kracht die zij met zich brengen, de invloed die zij op deze wereld moeten betekenen.

0-0-0-0-0-0-0-0-0

Eerste gastspreker

De mensheid is verzonken in de dromen der materie. En uit de dromen der materie is de chimaera, de schaduw van het duister geboren, die steeds meer over alle doen en denken van de mens zijn sombere vlerken uitspreidt. Het zaad van goddelijk Licht valt op een verharde bodem en kan niet tot ontplooiing komen. Veel van het goede, dat de wereld gegeven werd, wordt weggesmeten, omdat men alleen maar zoekt naar macht en naar bezit.

Nu wil ik u spreken over datgene wat komt. Uit de kracht van de Eeuwige, die ons allen u en ons doortrilt en beweegt, is de nieuwe harmonie van deze tijd geboren.

De koning, ziende dat zijn land traag en lui werd, heeft een nieuwe landvoogd gezonden om hen te zeggen: Ontwaak! Maar de koning heeft hem niet slechts gezonden met soldaten en wapenen; hij heeft hem ook gezonden met vele gaven en vele krachten. De rijkdommen van de vorst zijn gelegd in de handen van de landvoogd, opdat hij ze rijkelijk uitdelen aan eenieder, die verdienstelijk is.

En zie, men heeft die landvoogd een gevolg gegeven van de wijzen van het hof, van de leerlingen en de pages, opdat al wat er bestaat in de grote waarden van het paleis (in het moederland a.h.w.) ook daar zal zijn, waar de nieuwe heerser zich openbaart.

Leef, zo zal hij de wereld toeroepen, bewust. En hij zal herhalen het oude. Bedenk dat slechts één wet belangrijk is: Gij zult uwen God liefhebben boven alle dingen en ge zult uw naaste liefhebben gelijk uzelf. Want zo is de wet.

En hij zal hen toeroepen: Grijp uwe bezems en reinig uwe steden van het spinrag, dat de doorgang belemmert. Reinig uw gedachten, zo zal hij zeggen, opdat ge kunt verstaan wat mijn leraren u brengen.

En zo is het besluit gevallen. Uit de wet van de onmetelijke Liefde zelf, uit de kracht van de Oneindigheid, wordt de harmonie van deze tijd geboren.

En zo wordt ge op de proef gesteld. Gij zult voor uzelf de proef moeten doorstaan. De eisen die u gesteld worden zijn zwaar. Het is mogelijk dat men niet van u zal vergen, dat ge elke proef volledig volbrengt, wanneer ge ze aanvaard hebt. Maar nergens is gezegd, dat het niet zal geschieden.

Wees bereid om lasten op u te nemen. Gelukzalig hij, die de moed heeft lasten te dragen.

Omdat hij, die lasten draagt, een doel heeft. Omdat de last die hij draagt hem een paspoort is voor alle poorten, die hij moet doorschrijden, tot hij komt aan de laatste poort, waar hij beloond wordt voor zijn taak.

Gelukzalig is hij, die – eenvoudig zijnde – het nieuwe aanvaardt omdat het is, zonder te vragen waarom en hoe. Gelukzalig is hij die in de eenvoud van zijn aanvaarding leeft voor de kracht, die hij erkent. Die leeft uit de harmonie, die zijn wezen is. Want waarlijk, deze zal gaan langs afgronden zonder het te beseffen, hij zal treden overbruggen, die geen ander durft betreden, tot hij het doel bereikt heeft, het doel van zijn leven.

Zalig zijn zij, die niet gebonden zijn aan bezit.

Zalig; zijn zij, die niet zoeken naar de krachten der materie, naar de kennis als macht, naar de macht als wapen, maar die wetend, dat niets het hunne is, gaan zonder te vragen, zonder te eisen. Want zie, wie geen bezit heeft, draagt geen onnodige lasten met zich. Wie geen macht bezit, is niet de trekezel van degenen, voor wie hij een verantwoordelijkheid aanvaardt, of mij wil of niet. Hij is niet de slaaf maar de meester, en zie, een meester kan voortgaan, waar slaven blijven steken. Wees meester van uzelf als arme en ge zult het doel bereiken en ge zult de nieuwe wereld zien.

Gelukzalig zijn zij, die veel verloren hebben. Want wie veel verloren. heeft, weet hoe hij een verlies moet dragen. Hij kan in een wereld, waarin steeds meer teloor schijnt te gaan, leven. En arm is hij, die nimmer verloren heeft. Want deze het verlies niet aanvaardend zal ondergaan met dat, wat hij tracht te behouden.

Hoe gelukkig zijn de mensen, die niet de rede hebben gemaakt tot hun God, maar die God zoeken achter de rede en buiten de rede. Want zie, de kracht van het Eeuwige openbaart zich in alle dingen, maar in de rede kan zij zich niet openbaren, omdat de rede te klein is om haar te bevatten.

Er zijn vele krachten en vele dingen van deze nieuwe tijd, die ge zult moeten leren beseffen, die ge zult moeten leren erkennen. Soms is het als die ene vleug van zon, die aan de druif zijn geur geeft. Soms is het als het ogenblik van stilte en rust, dat de wijn edel maakt.

Er is altijd weer het ogenblik van verandering. En wanneer ik u spreken mag over dat wat komen gaat, zo zeg ik u dit: Al wat vast is, zal onvast worden. Al wat zeker schijnt, zal onzeker worden. Al wat weten schijnt; zal onwetendheid blijken. Al wat waarheid heet, zal op de proef gesteld worden. Want in de nieuwe kracht is er slechts één wet en één waarheid: Heb uwen God lief boven alle dingen en uw naaste gelijk uzelf. Dit is de wet en een andere wet is er niet.

De bron van uw bestaan, de kracht waaruit ge leeft, moet voortdurend in uw gedachten zijn. Gij, die niet leven kunt zonder een kracht uit het hoogste, gij moogt niet vergeten dat die kracht bestaat. Want slechts hij, die die kracht in zich erkent, leeft bewust. En wie die kracht voortdurend in zich erkent, leeft voortdurend bewust. En elke daad en elke gedachte is een stap nader tot de werkelijke eenheid.

Er zijn wonderlijke dingen in deze nieuwe tijd. Want indien ge uw naaste lief hebt, zo behoeft ge geen wet. Wie zijn naaste liefheeft behoeft geen gezag. Hij behoeft geen godsdienst. Niets is hem van node dan de voortdurende gerechtigheid in zijn eigen wezen, de erkenning; Ik handel niemand ten nadele, ik handel goed.

In de tijd die komt zal het ook heten: Zalig zij, die weten te zwijgen. Want zij die spreken, zeggen dat, wat zij niet zeggen willen. Zij uiten dat, wat verborgen zou moeten blijven. Zij openbaren zich, waar zij zichzelf zouden willen bedekken. En zij zullen dit niet kunnen aanvaarden. Weet te zwijgen in de tijd, die komt.

En wees vrij en eerlijk. Want dit zeg ik: Zo ge een mens schaadt, bewust en wetend, zo zal voor u de weg moeilijk zijn. En zo ge een mens blijft schaden, bewust en wetend, de weg zal u gesloten zijn.

Maar de wet is een grote wet. Want wie de naaste bemint, kan niet de een meer beminnen dan de ander. De menselijke liefde blijft buiten het spel. De moeder bemint haar kind en het kind gaat toch zijn eigen wegen. De man bemint de vrouw en de vrouw bemint de man en toch zijn hun gedachten en wegen andere. Maar de mens erkent de mens en zij gaan beidende wegen der mensheid. Dit is de weg.

Wees harmonisch met allen. Wees oprecht in alle dingen. Zwijg, tenzij gij een waarheid spreekt, die de wegen van de goddelijke waarheid brengt voor de mens.

Ga uw weg in gerustheid. Want zo ge vreest, ge zult bedreigd worden. Doch wie zonder vrezen is, hij is beschermd door de kracht, die hem omringt.

Ga zonder bedenken. Want hij die menselijk denkt, blijft gevangen in de materie en kent de kracht van de geest niet. Doch hij die zonder bedenken de innerlijke kracht aanvaardt en waarmaakt volgens de wet, hij erkent een goddelijke kracht, die alle materie beheerst en de waarheid wordt hem geboren.

Er wordt veel gesproken in deze dagen door zeer velen over de vernieuwing van een geloof of de vernieuwing van een menselijk bestel of zelfs de vernieuwing van al wat is. Maar ik zeg u: Wat thans sterven moet, zal herboren worden in waarheid. Maar een aanpassing van het oude aan het nieuwe is niet mogelijk. Zoals het zaad sterft in de aarde, voor de nieuwe korenhalmen opstijgen en vrucht dragen, zo zal het oude van deze tijd tenietgaan, opdat het vrucht drage en in veelheid van mogelijkheden en kracht voor alle mens de weg openbare.

Er is geen beslotenheid van inwijding meer, want de waarheid is voor allen, zoals de goddelijke Liefde voor allen bestaat. Wie meent de waarheid voor zich te mogen behouden en te verbergen, is een dwaas. Want hij verbergt de as, waaruit het leven geweken is. Wie echter de waarheid openbaart en haar leeft, dag na dag, hij heeft het levende, dat rond hem en ín hem groeit en werkt en uit hem voortbrengt zijn eigen vernieuwde wezen.

Het is een tijd van verandering en het is een tijd van belofte. Want geen van u zal eenzaam zijn, tenzij hij de waarheid en de vernieuwing ontkent. Geen van u zal alleen staan op de paden van de geest, omdat hij een is met de kracht van het leven, tenzij hij de vernieuwing verwerpt. Geen van u zal armoede kennen buiten degenen, die hun rijkdom willen beschermen. Dezen zullen ten onder gaan door hun gebrek aan vermogen tot delen. De kracht is voor ons allen. In ons allen is zij gelijk en in ons allen is zij, gelijk van waarde.

Aanvaard de kracht in uzelf. Erken de grote wet. En bedenk, dat de heer zijn nieuwe landvoogd niet heeft gezonden om u te geselen en te onderdrukken, maar om een land, dat onvruchtbaar dreigt te worden, op te wekken tot nieuwe vruchtbaarheid, om dat, wat schijnt te sterven, op te wekken uit de dood, zoals eens Lazarus aan het woord gehoorzaamde.

De Broederschap is het instrument, waarmee dit wordt volbracht. De Broederschap is de weg, langs welke het gevolg zal neerdalen om de wil van de landvoogd te volbrengen aan de mensen. Maar gij zijt het doel. En u is het leven, zo gij het aanvaarden wilt. U is de kracht. U is de erkenning en de heerlijkheid, de waarde van het onvergankelijke. U is de ontsluiering der geheimen en de zekerheid van het tijdloze gegeven. En in u zal dit alles kenbaar worden, beter dan mijn woord dit zeggen kan.

De enige gave, die ik u geven kan, is mijn vrede.

Ik geef u mijn vrede, opdat ge gerust moogt zijn in tijden van verwarring.

Ik geef u mijn vrede, opdat ge ontvangen moogt zonder verwarring en angst dat, wat u geschonken wordt.

Ik geef u mijn vrede, opdat zij de band der eeuwigheid tussen ons allen versterken en de grenzen tussen mijn wezen en het uwe wegvallen, wanneer wij gaan op het pad naar de hoogste bereiking.

0-0-0-0-0-0–0-0-0

Tweede gastspreker

Hoe kan een glimworm licht geven, als de zon schijnt? Hoe kunnen mijn woorden dan nog licht zijn na het licht, dat u zoeven gegeven werd?

Maar er is de tijd, er is de taak en er is de kracht. Uit de eeuwige ritmen is een nieuwe melodie geboren. De woorden, van de oudheid zijn vervlochten en klinken nieuw en zijn herboren in hun vernieuwing.

Ik heb vele groepen op deze wereld zien. gaan en komen, ik heb hen banden zien leggen en verplichtingen zien knopen, gaande van wereld tot sfeer en van sfeer tot wereld. En nu zie ik hen allen samenkomen. Een ogenblik van de tijd, een kleine planeet bevat zoveel. Dan beroert mijn wezen een ogenblik het grote wonder en schrikt haast terug, niet begrijpend wat geschieden zal. Want wie de wonderen van de tijd kent, wie de torens van Atlantis heeft zien wankelen, de tempels heeft zien instorten, de tafelen van de wet zien begraven onder het slik van de zee, hij gelooft soms niet meer in een terugkeer van de werkelijke vrede en het werkelijke paradijs.

En toch zie ik dat allen terugkeren. Ik zie de lichten van het verre verleden weer glanzen in deze tijd, Meesters, wier namen gij allang vergeten hebt, zijn wederom vorm geworden. Lichtende vlammen, die neerdansen naar een wereld, die van hun bestaan niet eens een besef heeft.

Ik zie de krachten van de Oneindigheid zich samentrekken op de grens tussen twee rijken; het rijk van uw nieuwe heerser en het rijk, dat ge verlaat. En ik weet: dit moet een wonder zijn.

Ik geloof niet in een stoffelijk paradijs, waarin de leeuw weer ligt bij het, lam, waarin alle krachten die gij aan de hemel tekent weer samen gevloeid zijn tot een kosmisch rad, een geheel dat eenieder beseft, dat een ieder bezielt. En toch moet er iets gebeuren. Wanneer zovelen samenkomen op zo’n kleine wereld, zo’n enkel moment in die onmetelijke dimensie tijd, dan is hier werkelijk een. raadsbesluit gevallen, hoger dan dat van onze Broederschap, hoger dan dat van de meesters. Dan is er een raadsbesluit gevallen, lang voordat wij hiervan wisten, ver verborgen achter de bron, waaruit het licht een ogenblik het altaar beroert op het ogenblik van samenkomst.

Dan vraag je je af: Wat is het wonder? En ik zie dat zielen, die gescheiden waren door vele grenzen, elkaar ontmoeten. Ik weet dat die grenzen moeten vallen. Ik weet dat er een spel gespeeld moet worden dat voor de mens onvoorstelbaar groot is, een spel van leven en dood, een spel waarin continenten beven, bergen opnieuw hun toppen steken naar de hemelen, gedreven door onderaardse krachten. Maar ik weet, dat dit alles slechts uiterlijk is en vertoon en schijn. Maar de werkelijkheid is, dat de eenheid hersmeed moet worden, die eens teloor ging, toen in de tijd der Lemuren men een rijk vestigde en zocht naar een verdeling van macht.

Wat zo lang lijkt in de ogen der mensen, zo kort is het in de werkelijkheid van de tijd. Het wonder dat geschieden moet, is het verbinden van de vele groepen en krachten, die eens afzonderlijk de wereld betreden hebben, eigen wegen wilden zoeken, ja, zelfs zich eigen vormwerelden schiepen in de sferen, opdat zij hun eigen leven zouden kunnen voeren. Ik zie ze maast elkaar staan, de oude krachten en de nieuwe. Ik zie de vergeten Moeder van eens, die geëerd werd door de eersten, die bewustzijn hadden. Ik zie ze, Aphrodite, Isthar, Venus. Ik zie ze allen tezamen komen. Ik zie ze als de kuise Diana, maar ook als de heks, de Hekate. Ik zie ze allen tezamen. En ze moeten versmelten tot een geheel. Al die verschillende gestalten van moederlijke kracht, van vrouwelijk kunnen, van vrouwelijk goddelijke invloed zal weer herboren moeten worden tot dat ene; de waarlijk lichtende kracht, die Al in zich draagt. Het magisch geheim, het geheim van de voortbrenging. De scheppende gedachte en de zachtmoedige afwachtendheid. De levende kracht, de strijd om het leven om de zekerheid, dat zij het leven draagt. De wijsheid, die de mensen begrijpt en het innerlijk weten dat de sferen maakt tot dienaren van de bewuste.

Ik zie de goden van het verleden en heden samen gerijd. Ik zie ze daar staan, de ouden die lichtgoden waren, of ze nu Etel heten of Osiris of Re of Amon, of ze Beker  heten of anders. En allen tezamen zijn ze één en hetzelfde geworden: Het licht dat naar de aarde komt. Zoals de vrouw door sommigen misschien nu Maria genoemd wordt en de figuur van de man is misschien wel Jezus.

De verdeeldheid der groepen en de verdeeldheid der geheimen moet samensmelten tot een nieuw geheel. Herboren moet worden de mannelijke kracht, die schept, die verdedigt, die actief creërend vanuit zich baart en toch zichzelf verliest om tot eenheid te komen met de vrouw. Het paradijs van vrede wordt niet herboren door de uiterlijkheden van een wereld, maar door het samensmelten van die vele krachten, begrippen en inwijdingen van het verleden, totdat overblijven de twee, de primaire figuren van leven, die moeten teruggaan tot die ene figuur, de perfecte hermafrodiet, de voleinde mens, de oervorm waarin God de mens heeft geschapen. En ik weet dat dit in deze dagen begint.

Daarom is het voor mij een tijd van wonderen. En alle spel van machten en krachten is mij niets en onbeduidend vergeleken bij dit ene: Na een tijd van verdeeldheid en steeds grotere verdeeldheid begint – geleid door en misschien gedrongen door de scheppende kracht – de gang naar eenheid en, niet in stoffelijke vorm, maar één in bewustzijn.

Rond uw wereld hangt als een fluorescerend gordijn de wereld van gedachten, waarin gij allen deelt menselijk bovenbewustzijn, waarvan geen mens zich het bestaan weet te realiseren, dat, wat ten hoogste een theorie blijft voor hen, die erover durven spreken. En dit bewustzijn moet toegankelijk worden. Het geheel van menselijk weten en denken, ja, zelfs van geestelijk denken van bepaalde sferen, zal moeten samenvloeien in elk individu, tot allen het geheel kennen en uit verdeeldheid en geheimen geboren worden openheid en eenheid.

Alle geboorte is pijn. Het kind, dat de moederschoot verlaat, uitgeworpen plotseling in een vreemde, een harde en lichte wereld, doet het niet zonder pijn. En de moeder, die het voortbrengt, lijdt bij het voortbrengen. In deze dagen zullen wij weer moeten lijden met uw wereld. Want vele zijn de problemen en groot zal de smart zijn, wanneer gescheiden moet worden de waan van de werkelijkheid, het menselijk denken van de waarheid.

Het zal een grote strijd zijn. Maar in het toenemen van de benauwdheid komt ook de toenemende zekerheid, dat het nieuwe geboren wordt. Wij zullen deelhebben misschien aan de pijn, de strijd en het leed, die voor uw aarde zullen bestaan. Maar we zullen ook deel hebben aan de vreugde, wanneer uit veelheid en verdeeldheid weer de eenheid geboren is dan klinken de gezangen van de oude altaren nog voort in deze dagen. Egypte spreekt nog, al zijn de gewaden en de namen anders geworden vergeten. Babylon herleeft aan de oevers van de zeeën en men bouwt wederom tekens tot aan de hemel. Zoals een Icarus, zo wil de mens vliegen naar de zon.

Het oude weerklinkt in het nieuwe. En juist daardoor kan de ziel van het oude spreken in het nieuwe. Daarom kan de kracht van het vergeten opstaan en opnieuw spreken. Daarom kunnen al die onoverzichtelijke kluwens, die men karma noemt, ontward worden in deze tijd en worden gemaakt tot een waarheid en één zekerheid. Daarom kunnen de slavenketenen, die de mens zichzelf heeft gesmeed, eindelijk gebroken worden en kan hij vrij treden in een wereld, die hem waarlijk toebehoort.

Het is wonderlijk om die tijd te zien. En het is een vreugde te weten, dat de wereld en de mensheid opstaan uit wat bijna een geestelijke dood was. En het is die dankbaarheid, die ik u op deze avond in het bijzonder wil voorhouden.

Dat, wat één is met het grote, wordt beschermd door het grote. Zoals eens degene, die de god of godin diende, beschermd werd door de god en de godin, zo beschermt thans de waarheid en de levende kracht hem, die de waarheid en levende kracht aanvaarden en dienen.

Zoals men eens de zegels kende en de geheimen. van het verleden, zo wordt nu het zegel van de nieuwe tijd geboren. Getrokken worden de nieuwe lijnen en getekend worden de nieuwe krachten. En de vergeten wetenschap van eens wordt het leven van de toekomst.

Niets is schoner dan te zien hoe het streven omslaat in leven. Niets is schoner om te zien dan smart, die wordt tot vreugde. Niets is wonderlijker, vreugdiger om te zien dan een verdeeldheid, die tot eenheid wordt. En zie, dit is het zegel van deze tijd. Dit is de taak, die ons wordt gesteld. Dit is de kracht, die ons beroert.

Laat ons dankbaar zijn. Laat ons dankbaar zijn voor een waarheid, die ons waarlijk onszelf doet ontdekken. Niet als een droom, een illusie, of een eenvoudig stukje belangrijkheid te midden van een onmetelijk Al, maar als het deel van een godsbeeld, door God zelf geschapen en bezield. Met als alleen maar een ik-heid, die zoekt naar het Hogere; maar de boog van licht, die hemel en werelden omspant van begin tot einde.

Hoe goed is het te weten, dat dit geboren wordt uit ons streven. Ik ken de taak niet, die de komende eeuwen gaan brengen voor de mensheid. Maar ik ken wel de taak, die aan de mensheid, aan mijn broeders om aan mij is gesteld in deze dagen.

Vind de vrijheid. Niet, opdat gij alleen moogt zijn tussen allen, maar opdat gij bevrijd van al wat u begrenst één moogt zijn met allen in de werkelijkheid van een goddelijk streven. De taak die ons gesteld is, is: Breek de banden! Breek desnoods de mensen, maar bevrijd de geest! En al wat er in ons is aan leven en kracht, al wat er in ons bestaat aan bewustzijn en genegenheid voor al het levende, dat zullen wij nemen om de banden te breken. En als het niet anders kan…… de mens. Want vrijheid zullen wij geven. Al zouden wijzelf daarin gebroken worden, dan nog zullen wij vrijheid geven. Want vrijheid en de vrije dienstbaarheid, de vrije genegenheid, de vrije erkenning van een kosmische eenheid, zijn de krachten en de wapenen waarmee de vernieuwing, (het nieuwe paradijs) geboren moet worden.

Wat moet ik u meer zeggen op deze bijeenkomst? Er is u veel gesproken over deze dingen. En meer zal u gesproken worden over deze dingen in de dagen die komen. U is de kracht gegeven van deze dingen. Er zal u meer gegeven worden in de dagen die komen. Wat moet ik dan nog tot u spreken? Besef slechts één ding: Zo gij waarlijk streven wilt en kunt naar de nieuwe vrijheid, de nieuwe kracht, zo zijn wij één in streven en werken. Wie aanvaardt de taak van deze dagen, het vinden van het volbrachte lot, het afgerond karma, het bevrijde ik, zal ons aan zijn zijde vinden. En alle krachten die wij regeren, van het water, van de aarde, van het vuur en van de lucht, zij zullen dienen tot dit doel. En alle krachten die wij kennen in de sferen en die zijn in de sferen, zij zullen spreken, zij zullen wijzen naar dit doel.

Wij allen tezamen, gij mensen, ten dele onbewust van uw doel, wij in de geest, beseffend het doel maar niet kennend de redenen, wij zullen gezamenlijk volbrengen. En uit het begin van deze tijd zullen wij de bewuste ene mensheid voortbrengen, die eens was, opdat de keten van het menselijk lot voltrokken worde, nadat nog twee heersers voorbij zijn gegaan.

0-0-0-0-0-0-0-0

Hiermede hebben wij dan de sprekers voor deze bijeenkomst gehad. En om gezien de omstandigheden het een en ander te vereenvoudigen kom ik nog een klein ogenblik tot u.

Wat u heden hebt gehoord is meer dan alleen maar een les, of alleen maar een verklaring.

En ik heb zelf met grote vreugde en met een innig gevoel van dankbaarheid geconstateerd, dat eindelijk de zin van deze vernieuwing, ook aan de mens gegeven mag worden. Ik geloof dat dit wel het glorieus besluit genoemd mag worden van wat we in een jaar gezamenlijk hebben gezocht aan geestelijk bewustzijn, aan geestelijke wijsheid. En ik geloof ook dat dit een belofte mag zijn ongeacht de weg die gij volgt of die wij moeten volgen voor een steeds sterker kracht en licht in de toekomst.

Ik mag nu het medium wel vrijgeven en wil dit doen met een innig gemeende dank aan allen onder u die niet slechts hebben getracht de krachten te horen of in zich op te nemen, maar die hebben getracht ze meer waar te maken. Wij danken u dat u ons de mogelijkheid geeft ook langs deze weg te werken voor die grote taak waarover u heden zoveel hebt mogen vernemen.

image_pdf