Enkele regels van het occultisme

17 november 1964

Occultisme is de wetenschap van de geest. Zij is als zodanig a.h.w. de spiegeling van de wetenschap in de stof. Wanneer men in de stof uitgaat van de beginselen om zo te komen tot bewijsbaar resultaat zo zal men in het occultisme uit moeten gaan van het gestelde resultaat om te komen tot de beginselen waardoor dit resultaat blijvend bereikbaar wordt. Het is duidelijk dat we nogal wat tegenstellingen zien in de wijze van werken. Voor de mens die logisch probeert te denken, is het occultisme een eigenaardige zaak. Hij kan zich niet precies voorstellen hoe het werkt, waarom het werkt en wat het doet.

1ste Regel: Een doel dat volledig gekend en omschreven is in het ik, kan vanuit dit ik verwerkelijkt worden.

2de Regel: Wie een vraag stelt, moet de kennis hebben waaruit het antwoord voortvloeit.

Wanneer ik deze grondregels stel, ben ik eigenlijk nog niet ver. Want wat wil de mens? Hij wil met het occulte werken, hij wil ermee bereiken. Nu kun je zeggen, alles wat in het ik geschapen wordt, zal door dit ik ook buiten het ik verwezenlijkt worden. Waar de gedachte is, ontstaat de werkelijkheid, maar er is nergens gedefinieerd op welk niveau op welke wereld die werkelijkheid begint. Wij moeten begrijpen dat in dit occultisme nog iets anders een rol speelt. Niet slechts de grondregels maar ook ons vermogen om die grondregels tot uiting te brengen op elk deel van het zijn van de wereld waar wij dit wensen. Dit wordt onder meer als volgt geformuleerd.

Datgene wat ik verlang, kan ik waar maken, door uit te gaan van de waarheid daarvan en het onmiddellijk te beproeven in mijn eigen wereld. Op het ogenblik dat mijn streven gericht is op datgene wat ik in de geest als juist en waar erkend heb, zullen stof en materie tot eenheid versmelten en wordt wat men noemt het wonder, het mirakel mogelijk.

De mens alleen bezit, of hij dit weet of niet, of hij er bewust gebruik van maakt of niet, een bepaalde hoeveelheid kracht. Wanneer ik 100 mensen heb en deze 100 mensen zijn op precies dezelfde wijze geconcentreerd, dan kan ik 1gr. 100 m opheffen of 100 gr, 1 m. Doordat deze mensen hun kracht samen kunnen voegen, kan in het occulte ook nog deze wet gelden: Hoe groter het aantal dat in eenheid werkt of bestaat, hoe groter de invloed die deze eenheid uitoefent en hoe wonderbaarlijker de resultaten daarvan in de ogen van de niet bewusten, of niet ingewijden. Die samenwerking berust niet op een of ander specifiek aspect van het geestelijk of stoffelijk leven. Zelfs behoeft een bewuste samenwerking er niets mee te maken te hebben.

In het occultisme geldt; datgene wat bestaat in velen wekt de grootste kracht. En zo vinden we bij magiërs, maar ook bij vele anderen, iets wat lijkt op ritueel. Wij vinden bij hen bepaalde methoden van spreken, van denken, bepaalde formules figuren en symbolen. Die symbolen hebben kracht omdat het denken van een groot aantal mensen daarop gericht is. In de massa bestaan altijd denkbeelden. Het denkbeeld dat door de meesten wordt gekoesterd, zal zichzelf verwezenlijken, onafhankelijk van de werkelijke wensen van hen die erin geloven. Wanneer u werkelijk gelooft dat het met de wereld slecht gaat, zal het met die wereld slecht gaan. Wanneer u werkelijk gelooft dat voor u het leven geen zin meer heeft, zal dat leven zijn zin verliezen.

Zo stelt men ook nog dat elke gevoeligheid (gave) in elke mens berust. Letterlijk in elke mens zijn alle eigenschappen aanwezig voor de uiting van zijn eigen onafhankelijkheid. Daarbij wordt gezegd, deze gaven komen zelden tot ontwikkeling.

Op het ogenblik dat men verkeert in hevige spanning, hevige emoties, ondergaat door angst of begeerten, worden zijn sluimerende gevoeligheden gewekt. Degenen die nog voldoende beheersing bezitten om deze volgens eigen wil en bewustzijn te richten, zal daarmee de oorzaak van de verstoring kunnen bestrijden. Naarmate men leert meer te bestrijden met de kracht of gave, of gevoeligheid die men in zich draagt, zal het gebruik daarvan een meer bewuste, een meer definitieve worden.

In een wereld waarin allerhande schokken mogelijk zijn, moet je aannemen dat de gevoeligheid van de mensheid ergens omhooggaat en daar waar de meeste angst, de meeste begeerte en onbeheerstheid bestaat, is de kans dat deze gaven zich ontwikkelen het grootst, maar deze gaven zullen niet beheerst worden, tenzij men eerst zichzelf leert beheersen. En dat is dan weer het moeilijke punt.

Ieder van ons geest of stof, verlangt naar datgene wat men noemt bijzondere kwaliteiten of gaven. Sommigen bezitten ze maar ze zouden dat begrip toch wel een beetje uitgebreid willen zien. Enkelen bezitten ze en beseffen het misschien niet, denken zo half en half dat ze de zaak een beetje voor de gek houden.

  1. Ieder van ons wil gaven ontwikkelen.
  2. In deze dagen wordt het ontwikkelen van gaven en krachten steeds belangrijker en ik zou zeggen noodzakelijk voor de mens.
  3. Wanneer wij dus voor onszelf kunnen definiëren hoe die wetten van het occulte voor ons beschikbaar zouden kunnen zijn.
  1. Leer uw gedachten beeldend denken. Leer u concentreren op datgene wat voor u belangrijk is.
  2. Zorg dat een dergelijke concentratie het gevolg is van, of uitgaat van een spanning die in u bestaat. Neem als aanknopingspunt voor ongeacht welke ontwikkeling die u wenst steeds iets wat u hevig beroert. Wanneer het even mogelijk is iets wat uit uw persoonlijk bestaan stamt. Een angst die u kunt herleven, een toestand van verlatenheid of van geluk, die voor u nog een werkelijke herinnering is. Beleef die zo intens mogelijk weer. Probeer dat in jezelf weer te beseffen, op te bouwen, en begin dan, wanneer je in die spanning bent, datgene op te bouwen wat je bereiken wilt.

Het occulte is een soort wetenschap. Maar het is de wetenschap van de ziel, de geest, kortom van de krachten die niet volkomen stoffelijk zijn. Dat betekent dat elke op aarde optredende kracht of werking, die niet volledig zichtbaar of kenbaar is en geen stoffelijke bron heeft, eigenlijk occult genoemd mag worden. Als zodanig kunnen wij als belangrijk in het occultisme ook beschouwen de invloed die van bepaalde sterren en planeten uitgaat: de astrologie. De kosmos zelf is voor de wereld en de mensheid die op die wereld leeft een soort caleidoscoop, de bestanddelen aanwezig, blijven steeds dezelfde, maar de combinatie ervan zal voor de wereld steeds een andere zijn. Dit wordt dan genoemd de kracht, de inwerking of straling, kosmische straling, krachten ed.

Op het ogenblik dat een verandering plaats vindt, ontstaat spanning. Die spanningen leven in de materie, in de menselijke psyche, ze leven dus ook in de menselijke samenleving. Op het ogenblik dat wij daardoor gedomineerd worden en dus een dergelijke invloed ons de baas is, zullen we daar weinig nut van hebben. Maar op het ogenblik dat wij dergelijke kracht beseffen en ons instellen op een dergelijke werking, geldt voor ons bovendien nog, zowel ons innerlijk als onze uiterlijke omstandigheden wijzigen zich in overeenstemming met de door ons aanvaarde kracht. In de wetten en regels wordt dat als volgt geformuleerd:

Op het ogenblik dat het ik een eenheid met een grotere waarde erkent en beseft, zal het in zijn beleving zijn vermogen en zijn uitingen onderworpen zijn aan dit grotere en zal vanuit dit grotere zichzelf hernieuwd, verwerkelijken.

Een invloed noemt men wel reinigend licht. Reinigend licht, de zuivering enz. Wanneer we daar nu geen aandacht aan schenken, gaat het aan ons voorbij. Het enige dat gebeurt is wel dat alles wat volgens ons een beetje overbodig is zich aan onze beheersing gaat onttrekken. Dingen die we altijd als normaal beschouwd hebben, die houden op te bestaan. Wanneer ik mij echter nu instel op het reinigend licht, dan erken ik dat mijn wezen omringd is door een grote hoeveelheid bijkomstigheden ballast. Door mij te richten op dit licht verwerp ik die ballast. Al datgene wat voor mij niet nodig is, zal binnen betrekkelijk korte tijd verdwijnen. We kunnen zeggen dat we binnen de kracht, die nog enkele maanden aanhoudt, de mogelijkheid kunnen vinden tot een hernieuwde oriëntatie.

Ik geloof dat voor eenieder die occulte kwaliteiten wil ontwikkelen in deze dagen die hernieuwde oriëntatie van het allerhoogste belang is. Enkele richtlijnen hiervoor:

  1. Wanneer ik het reinigend licht aanvaarden wil, dan moet ik al datgene wat niet werkelijk belangrijk is in mijn leven niet meer aanmoedigen. Ik hoef het niet te verwerpen, maar ik moet het niet zoeken. Ik moet voor mijzelf bepalen wat is voor mij volgens mijn huidig denken, bewustzijn en leven het meest belangrijke? Daaraan moet in de komende maanden meer dan normaal aandacht aan gegeven worden.
  2. Wanneer we iets verliezen in deze dagen dan moeten we goed begrijpen dat dit geen werkelijk verlies is, ook al lijkt het wel eens onaangenaam. We zullen moeten begrijpen dat juist dit verliezen betekent dat we de kans hebben om ons gemakkelijker aan te passen, te bewegen, dat we nieuwe mogelijkheden krijgen, juist door datgene wat we verliezen. Daardoor voorkomen we nl. dat we blijven treuren om op zich misschien onbelangrijke feiten, onbelangrijke gebeurtenissen en verliezen op materieel of ander terrein. We blijven daardoor weer gericht op dit zuiver principe. Een mens die in deze dagen weet wat hij wil en deze wil primair stelt, ook voor zijn positie onder de mensen voor zijn plaats onder de mensen, zijn bezittingen en al; die zal in deze dagen bij zijn verliezen, steeds gewinnen, want elk verlies betekent een stap voorwaarts in de richting van dat wat ge bereiken wil.
  3. Juist wanneer het reinigend licht werkzaam is, zullen wij ons bewust van datgene wat we willen bereiken, met elke actie zoveel mogelijk ook daarop moeten richten. Dus we moeten de bijkomstigheden metterdaad wel eens wat verwaarlozen. Eerst wanneer we, zover het ons mogelijk is, hebben voldaan aan het gestelde doel zullen wij ons wijden aan andere bezigheden.
  4. De innerlijke beleving is altijd een persoonlijke waarheid, het woord is altijd een onjuiste weergave daarvan. Beleef in uzelf, spreek niet. Je kunt de dingen die in jezelf zijn toch nooit precies uitdrukken zoals ze zijn. Probeer daarom niet je werkelijke innerlijkheid met woorden aan anderen over te brengen.
  5. Veel van hetgeen men ritueel of magie pleegt te noemen is in wezen slechts het scheppen van een weg, hetzij dan op concentratie, het bereiken van een bepaalde emotie, ofwel het omschrijven van een bepaald doel. Begrijp goed dat juist dit van groot belang is. Het ritueel, de gewoonte de magische formuleringen zijn op zichzelf misschien zinloos, maar je kunt ermee bereiken.

Het occultisme gaat uit van een in het ik gestelde bereiking. Die bereiking moet volledig zijn althans zo volledig mogelijk worden omschreven met zoveel mogelijk details opdat zij te verwerkelijken zal zijn. De fasen die tot de verwerkelijking elders in de stof horen, zijn daarbij van minder belang omdat het streven op aarde automatisch de geestelijke werking, het geestelijk beeld omzet in een hanteerbare werkelijkheid.

Alle gaven en gevoeligheden zijn aanwezig; het opwekken daarvan is vaak niet zo moeilijk. Het beheerst opwekken wel. Regels zijn gegeven die het u gemakkelijker kunnen maken. Rekening moet worden gehouden met kosmische tendensen en zelfs vaak met wat men noemt astrologische constellaties omdat men op deze wijze, ofschoon het ding in feite onafhankelijk is daarvan, de meest gunstige condities schept om iets te bereiken. Je moet voor jezelf nimmer zeggen: ik wil alleen een gave bereiken, tenzij je er ook een doel mee hebt. Het is nl. het innerlijk gestelde doel, zo concreet mogelijk omschreven, dat het bereiken van de beheerste gaven, het bereiken van werkelijk resultaat mogelijk maakt.

Schakel, bij het doel dat u zich stelt, zoveel mogelijk elke associatie met uzelf uit. Besef dat vanuit de onzelfzuchtigheid die op deze wijze bestaat, een zekere ongebondenheid, men toch altijd weer terugkeert tot wat men is. Dat men nooit iets zal kunnen volbrengen wat niet in dat ik leeft: Vorm daarom in uzelf een beeld dat voor uzelf aanvaardbaar is. Alleen dat zult u kunnen verwerkelijken en schuw bij die verwerkelijking zeker ook niet de meer formele middelen die men al te snel pleegt te verwerpen.

  • Ruim 6 maanden geleden werd op een openbare zitting gesteld dat de mens een keuze moest doen, daarvoor werd 60 dagen tijd gegeven. Indien hij niet koos werd hij onherroepelijk met de stroom meegesleurd. Deze periode is nu wel verlopen, hoever staan we ermee?

Dat is een vraag die ieder voor zichzelf zal moeten beantwoorden. Het betekent het ingaan in een bepaalde geestelijke discipline en heeft met het wereldgebeuren als zodanig slechts indirect te maken. Ik geloof echter dat gesteld kan worden dat degenen die nog niet deze keuze voor zich hebben gedaan, grotere moeilijkheden zullen ervaren wanneer zij nu nog een keuze willen doen en zeker niet zo vrij in de keuze van hun mogelijkheden als weleer.

  • Er werd ons steeds gezegd dat men geen taak of opdracht kon eisen. Nu lezen wij weer dan dat aan allen in deze dagen een taak gegeven wordt en een opdracht groter en moeilijker dan tevoren, zo gij slechts in staat zijt verantwoordelijkheid te dragen, zullen u verantwoordelijkheden opgelegd worden die u zullen doen duizelen. Conclusie er worden dus wel eisen gesteld. Door wie worden die eisen gesteld? Hoe dit alles gezien, in de werkelijkheid 1) stoffelijk 2) geestelijk 3) hoe staat de felomstreden en omschreven vrije wil daar tegenover?

De eisen waarover u spreekt zijn, naar ik meen deel van iets wat door een gastspreker naar voren werd gebracht. Ik kan slechts dit zeggen: De eisen, verplichtingen en taken worden u opgelegd door 2 fasen. In de eerste plaats de ontwikkeling van de wereld waarin je leeft en in de tweede plaats je eigen geestelijk besef in verband hiermee. Uit deze beiden groeit de taak. Zij wordt u dus niet opgelegd zonder dat u de mogelijkheid hebt om ze te verwerpen, door enige entiteit. Ze wordt u opgelegd door een kosmische bestel zelve, en waar deze dingen voor u van groot belang kunnen zijn wordt hierop de aandacht gevestigd en zal een spreker, die medewerkt in de kosmische cyclus, die op het ogenblik aan de gang is, ongetwijfeld dergelijke woorden kunnen spreken. In hoeverre is de vrije wil hierbij in het geding? Wanneer het een taak betreft die u is opgelegd, ten opzichte van de wereld, zult u zichzelf daaraan niet in feite kunnen onttrekken. U zult echter bewust en uit eigen streven kunnen volbrengen, of dus ondanks, misschien zelfs zonder het te beseffen welke invloed gij op de wereld en voor anderen hebt. Wat betekent dit geestelijk en ook materieel concreet. Zeer concreet gesproken betekent dit geestelijk dat degenen die op het ogenblik niet kan komen tot een eigen activiteit en een eigen beslissing meegesleurd wordt door de gebeurtenissen en, naarmate deze verder gaan, zijn beheersing over eigen geestelijke ontwikkeling en leven, zowel als de eigen stoffelijke mogelijkheden steeds verder verliest. De stoffelijke consequenties, concreet gesteld, zijn misschien niet voor ieder even aanvaardbaar. Ik zal trachten ze zo kort mogelijk te formuleren.

  1. Een aanpassing van datgene wat men als eigen recht aanziet, eigen leven, misschien zelfs eigen levensbeschouwing tot nog toe meende te bezitten.
  2. De vorming vanuit het ik, van nieuwe gewoonten, nieuwe mogelijkheden en daarbij de vaak zeer sterke veranderingen ook in stoffelijk bestel, stoffelijke mogelijkheden waaronder ik mede begrijp, zowel krachten die men in de stof heeft, invloed die men in de stof gewint, als bezittingen waarover men in de stof kan beschikken.
  3. Zeer concreet is ook de noodzaak om ook stoffelijk de geestelijke waarden uit te drukken zoals men ze erkent. De noodzaak om wanneer ge gelooft in eenheid, die eenheid te beleven, zal steeds sterker worden. Onttrek je je daaraan zo zal die eenheid je worden opgedrongen op een wijze die je niet kunt aanvaarden en zul je zo met jezelf geconfronteerd worden. Wanneer je gelooft in de gelijke rechten van alle mensen en je tracht die rechten niet in de praktijk te handhaven dan zul je ontdekken dat die gelijkberechtiging je wordt opgedrongen en dat je daarmee veel verliest, wat je anders had kunnen behouden. Het impliceert verder dat al datgene wat men als geestelijke waarheid en leer beschouwt, in de praktijk moet worden omgezet, wil men niet komen te staan voor een debacle waarbij men geestelijk en mentaal niet meer in staat is de belastingen van de wereld rond dat ik te doorstaan. Er volgt een ineenstorting die zowel gezondheid, lichaam als geest, mentaliteit kan aantasten en waardoor de beschikkingsmogelijkheid en beschikkingsrecht binnen de wereld aanmerkelijk kleiner wordt.
  • Vele ingewijden vielen de laatste tijd als slachtoffer, ondergingen zij dit bewust of onbewust. Kan een ingewijde wel een slachtoffer zijn of hebben we dit verkeerd voor. Zien wij soms deze te hoog of te ver van de wereld afstaan?

Wanneer een ingewijde, slachtoffer wordt zal hij dit worden, omdat hij zelf beseft dat dit onvermijdelijk is. Hij offert dus in zekere zin zich bewust op. Maar hij beseft ook zeer wel dat hij, of zichzelf moet verloochenen, zijn eigen wezen, zijn besef van de kosmos zoals het in hem bestaat en zo zich onttrekken aan het offer, dan wel zichzelf blijvende, dit offer zal moeten brengen. Hij is dus niet zo volledig vrij dat hij kan zeggen: ik aanvaard dit offer, of ik aanvaard het niet. Hij kan het verwerpen wanneer hij daarmede zichzelf en eigen bereikingen verwerpt. Hij kan aanvaarden, indien hij zichzelf wenst te behouden. Wanneer wij zeggen dat zij het slachtoffer worden, spreken we vanuit het menselijk standpunt. Maar uit de praktijk blijkt dat hun taak, hun leven, hun betekenis geestelijk, zowel als stoffelijk, mede bepaald wordt door de wijze waarop zij aan hun einde komen, de wijze waarop zij onderdrukt worden.

  • Kunt u verschillende vbn. geven van doelstelling die de mens zich kan stellen. Deze zouden graag aanhoort worden alvorens de mens begint met concentratie enz.

Het is in de praktijk onmogelijk om een doel te stellen dat voor ieder van u aanvaardbaar is. Dit zult u wel moeten beseffen. Wat ik hier doe, is dan ook niets anders dan een voorbeeld, een mogelijkheid, en mag niet mogen aanzien als dwingend voor het eigen ik. Het mag niet worden gezien als enige keuzemogelijkheid, na deze voorbeelden zijn vele andere mogelijkheden open.

  1. Doelstelling: ware broederschap en eenheid of vrede. Voorstelling, geen belemmering van bezit of voorbehoud. Alle leven is geven. Het ik heeft geen eisen, geen rechten, het ik is in dienst van het geheel en beschouwt zich alleen als zodanig. Het zal dit uitvoeren met alle mogelijkheden. Het tracht zich beelden te scheppen van eenheid en broederschap en van vrede, zoals die binnen het ik worden beseft. Met details omschrijven en daarop zoveel mogelijk deze gehele voorstelling in het dagelijks leven behandelen als een werkelijkheid, een daarbij zeker trachten die details zoveel mogelijk materieel kenbaar te maken.
  2. Evenwicht, gezondheid. Het ik stelt zich daarvoor de harmonie voor. Het ik stelt zich ten doel alles wat niet harmonisch is, te verwijderen. Het beseft dat deze harmonie niet bestaat uit het ontkennen van verschillen maar uit het erkennen van deze verschillen + de samenwerking ondanks deze verschillen. Het maakt zich een redelijk beeld van zichzelf, het maakt zich een beeld van bepaalde factoren in de wereld, die voor het ik belangrijk zijn of kunnen zijn, het stelt zich aan de hand ervan aktes voor waarin die harmonie tot uitdrukking komt. Het stelt zich voor dat deze harmonische aktes gelijktijdig invloed hebben op de gehele wereld. Het tracht ook dit zoveel mogelijk te detailleren. Daarna wordt getracht te handelen alsof deze voorstellingen concreet zouden zijn en ze zoveel mogelijk om te zetten in eigen stoffelijke werkelijkheid. Het resultaat zal wederom dus zijn: het bereiken van een doelstelling tot bestreving.
  3. Men stelt zich als doel persoonlijke ontwikkeling. Ook dit kunnen wij ons voorstellen. Er wordt een beeld gevormd van het ideale ik, met alle begaafdheden, capaciteiten, als datgene wat wij daaraan zouden willen toekennen. Dit beeld wordt zo volledig mogelijk gedetailleerd, ontdaan van alle tegenstrijdigheden. Dan gaan wij handelen alsof dit beeld werkelijkheid zou zijn, niet door op grond hiervan dus een gezag ons aan te matigen, maar op de eigen betekenis voor de mensen onze eigen reacties op de mensen volgens dit schema te doen verlopen.
  • Is het mogelijk dat niettegenstaande de wil tot harmonische samenwerking er op een onbewust vlak een verwijdering optreedt? Vb. door verschil van straal?

Ik geloof dat wanneer men streeft naar harmonie begrepen wordt dat zekere samenwerking moet bestaan, dat daarnaast het ik nimmer een andere ik in zich kan opnemen als volledig gelijk. Dat begrip van volledige gelijkgerichtheid niet noodzakelijk is voor een begrip van harmonie. Dit betekent dat verschillen van straal geen enkele betekenis hebben en dat geen onderbewuste verwijdering op kan treden tenzij men, (en dat is in het streven naar harmonie altijd voorzichtig) begint met aan die andere factoren in die harmonie eisen te stellen, men moet het beeld hebben van zichzelf in die harmonie, niet een eis van datgene wat een ander moet zijn. Zodra men dit bereikt en beseft zal ongetwijfeld deze onderbewuste verwijdering wegvallen en zal daarvoor in de plaats wederom een concrete aanvaarding mogelijk zijn, die gebaseerd is op de reële feiten, niet op de paar idealisaties of op gestelde innerlijke eisen.

  • Is het paranormaal gevoelig worden op momenten dat het lichaam, via zijn zintuigen minder afgestemd is op de buitenwereld, te zien als een uiting van het wezen om zich tegen deze wereld te beschermen? Dus als drang tot zelfbehoud?

Ik zou dit niet gaarne zonder meer bevestigen. Het is zeker mogelijk dat een ik in zijn drang tot zelfbehoud een beroep doet op paranormale vermogens of op een droomwereld, wat evengoed mogelijk is, om daardoor de werkelijkheid draaglijk te maken. Maar dit impliceert nog niet dat het optreden van paranormale vermogens altijd een vlucht voor de wereld is. In sommige gevallen zullen wij constateren dat deze paranormale gaven, die optreden dus in het ogenblik dat het lichaam zelf ontspannen is, eerder een nieuw impuls betekenen voor eigen leven en werken wanneer men vol bewust is. Er is dan sprake van een verrijking van het ik en zeker niet van een ontvluchting van de werkelijkheid. De gaven zelf zullen steeds worden gemaakt tot deel van de werkelijkheid en wanneer wij dit begrip werkelijkheid hanteren, zo moeten wij daar toch wel zeker bij stipuleren dat de werkelijkheid meer omvat dan datgene wat de mensen als zodanig en gelijkelijk kennen. Er zijn dus vele factoren in de werkelijkheid die voor sommigen, of zelfs voor niemand kenbaar zijn. Het gebruik van occulte gaven kan voeren tot een uitbreiding van de werkelijkheid zonder dat daarbij ook maar één element van de werkelijkheid teloorgaat, ontvlucht of ontweken wordt.

  • Hoe rijmt u de Goddelijke immanente rechtvaardigheid samen met zijn onuitsprekelijke goedheid en barmhartigheid?

Aardige strikvraag voor een theoloog. Wanneer God niet goed zou zijn, zou Hij niet rechtvaardig zijn. Wanneer God niet barmhartig was dan zou Hij ons datgene schenken wat Hij ons nu laat verdienen. Want de waarde van ons wezen kan voor onszelf pas betekenis hebben, indien we ze zelf verworven hebben. Om de grootheid van de schepping, de grote kracht van de Schepper te aanvaarden en te beleven, is noodzakelijk dat wij ons moeizaam tot dit punt hebben opgewerkt. Dat wij a.h.w. geleerd hebben detail na detail in onszelf te beleven, om van daaruit te komen tot de volledige aanvaarding. Ik zou dus zeggen: Een God die geen wet en geen recht kent, een willekeurige Godheid kan niet goed zijn. Hij kan ook niet barmhartig zijn, want doordat er geen regel, geen recht bestaat is het zijn wezen dat hij aan anderen oplegt zonder meer. Door rechtvaardigheid erkent hij het recht van de ander. En daarmee is voor mij de vraag reeds opgelost. Maar voor u misschien nog een kleine moeilijkheid. U vraagt u nl. af waarom die Goddelijke Rechtvaardigheid dan duisternis, lijden en pijn, inhoudt. Zoals u bekend is, bestaat elke uiting, die kenbaar is er in een verschijnsel dat ligt tussen 2 uitersten of grenzen er is altijd een gradatie tussen 2 uiterste mogelijkheden. Wanneer er geen duister zou bestaan, zouden wij ons niet bewustzijn van licht kunnen verwerven. Indien voor ons lijden geen dreiging en misschien zelfs noodzaak zou zijn, zou voor ene de mogelijkheid niet bestaan om het licht, de vreugde, de goedheid te erkennen, zodat de wetten van God alleen dan een onbarmhartige rechtvaardigheid zouden betekenen, indien Hij niet slechts het duister permanent maakte voor ons, als een eeuwigheid, maar ook ons verblijf daarin tot de dwingende eeuwigheid. Dit wordt door sommigen wel gesteld, maar hun God is geen rechtvaardige God. Want voortbrengend en stellend in zijn wereld en onder zijn wetten, geeft Hij wezens zelfstandigheid en ontkent hen dan het recht om deze zelfstandigheid op eigen wijze tot uiting te brengen. Wanneer wij echter stellen dat Hij alle leven mogelijk laat en steeds vanuit het duister de tocht tot het licht, en zelfs vanuit het licht de tocht tot het duister, dan zullen wij moeten erkennen dat Hij, door ons de grote vrijheid te geven om de persoonlijke beleving van zijn wezen en zijn schepping zelf te bepalen en de duur te geven waardoor wij allen tot Hem kunnen komen, in de eeuwigheid, Hij zijn barmhartigheid juist als stempel drukt op zijn rechtvaardigheid.

  • Welke is de juiste houding in het volgende; moeten wij God bedanken voor al het goede dat wij ontvangen of mogen wij zeggen God spiegelt zich zijn schepping, dus hoeft er geen dank. Trouwens het goede of het slechte dat wij ondervinden komt toch meestal voort uit onszelf, uit oorzaak en gevolg dus ook geen dank nodig hierin?

Alle bestaan vloeit voort uit de godheid. De mens die dit beseft en zich in zijn bestaan verheugt zal er dan ook goed aan doen die God te danken niet voor zijn vreugde maar voor het feit dat hij bestaat. Zoals deze erkenning van dit bestaan binnen het Goddelijke lijkt mij voor hemzelf een juistere innerlijke toestand te ontstaan. Ik meen dat het volkomen verkeerd is om God te gaan bedanken voor kleinigheden. Ik meen ook dat het verkeerd is God de verantwoordelijkheid op de hals te schuiven voor al de onaangenaamheden die men in het leven ervaart. Het is aardig om te zeggen, God geeft u dit kruis te dragen, maar in de praktijk komt het eropaan of je er zelf een hoop aan af of toe kunt doen. Door een aanvaarding van het Goddelijke als een geschenk der goedheid of misschien het geschenk ook van het lijden te propageren, zoals dit vaak gebeurt, bewerkstelligt men dat de mens zichzelf niet beseft als een ik-heid, een eenheid die binnen het Goddelijke moet streven, maar zich ziet als een speelbal van het Goddelijke die niets meer kan doen dan betekenisloze gebaren maken. Dit laatste is zeker onjuist en niet in overeenstemming met de Goddelijke Wil, Wet, of zelfs met de Openbaring. Daarom zou ik zeggen, dank uw God steeds weer dat gij moogt leven en streef voor uzelf opdat wat gij beschouwt als goedheid Gods overal kenbaar te maken waar gij zijt. Iemand die God wil danken kan dit over het algemeen het beste doen door anderen de mogelijkheid te scheppen God dankbaar te zijn.

  • Kunt u commentaar geven op: Opheffing van stof-geest graag vanuit de geest gezien, hoe geschiedt dit of kan dit geschieden, wat kan evt. het nut zijn.

Opheffing van deze grens is eenvoudig de opheffing van de grens van het bewustzijn: Deze bestaat zowel voor de mens als voor de geest, omdat de verschillende waarden van beide werelden waarbij de een is gebaseerd op een omgeving die het menselijk denken beperkt en in het andere geval het denken de mogelijkheden van de wereld beperkt. Wanneer deze beiden dus in hun verschillen elkaar kunnen benaderen, dan zal voor de geest dit betekenen dat het toetsten van eigen wereld aan een wereld met schijnbaar vaste waarden, mogelijk is geworden. Zij kan dus haar leringen in de geest gemakkelijker omzetten in een juiste en aanvaardbare praktijk. Zij zal ook oorzaak en gevolgwerkingen, die evt. vanuit de aarde zijn meegebracht in de sferen gemakkelijker kunnen afhandelen. Voor de mens op aarde kan dit betekenen dat, in plaats van de onzekerheid en vaagheid waarmee hij tot op heden toe geestelijke contacten heeft gevonden, hij deze nu persoonlijk en met zekerheid kan ontvangen. Voor vele mensen zal daarbij het belangrijkste wel zijn dat het leven na de dood, een persoonlijke zekerheid is geworden niet afhankelijk van geloof. Daarnaast blijkt dat de hulp die de geest kan geven aan de mens, maar gelijktijdig de beperking die ten opzichte hiervan voor de geest bestaat, zodat vele bijgelovigheden en onjuiste opvattingen kunnen verdwijnen. Ten laatste lijkt mij dat de mens meer zal kunnen profiteren dan tot heden toe van de ervaringen die de geest heeft opgedaan en omgekeerd door zijn eigen denken vaak de geest ertoe kan brengen haar eigen stellingen juister en eenvoudiger te formuleren, haar eigen geestelijk streven nog juister en scherper te oriënteren.

  • In de middeleeuwen tijdens de hervorming waren voornamelijk de twisten tussen de Lutheranen, Calvinisten en Roomse Kerk gesteund op de ketterij en bijzonder op de negatie van de drie-eenheid en aldus van de erkenning van Christus als Gods enige zoon. Die begrippen zijn toch mensenwerk. Maar het is toch interessant te weten hoe u in uw geestenwereld die drie-eenheid beschouwt en tevens de plaats van Jezus Christus.

Wanneer u spreekt over een drie-eenheid stel ik, er is in de eerste plaats een eenheid, de facetten van de triade kunnen slechts verschijningsvormen van die eenheid zijn. Er is een God. Wanneer wij spreken van de Vader bedoelen wij de uiting van die God in zijn scheppend principe. Spreken we van de Christus dan bedoelen wij zijn liefde, zijn genegenheid zijn medeleven met de mensheid, spreken wij over de H. Geest dan bedoelen wij dit aspect waarin de Goddelijke wijsheid tot uiting komt en dus het begrip voor ons mogelijk wordt. Deze drie zijn deel van een en dezelfde kracht. Wanneer u mij vraagt waar is de plaats van Jezus Christus in deze triade, zo kan ik slechts antwoorden, de vorm Jezus was een bevoertuiging van de Christus door de Goddelijke liefde die Hij tot uiting bracht en dat wat hij tot uiting bracht was een uiting van de geest omdat hij gelijktijdig de Goddelijke wijsheid binnen zijn liefdetaak kenbaar maakte aan de mensheid.

Als zodanig is hij voor ons het brandpunt waaruit bepaalde Goddelijke functies kenbaar worden en waarin voor ons de voornaamste is: de Goddelijke Liefde of moet ik zeggen de harmonische eenheid met het Al die voor ons kenbaar is geworden. Ik beschouw hem dus niet als de stoffelijke eniggeboren zoon van God. Want God is alle dingen, en zijn alle dingen gelijkelijk Gods kinderen of God zelf. Want zonder Hem en zijn kracht bestaat niets. Ik beschouw Hem dus niet als een werkelijke of lijfelijke zoon, ik beschouw elke vorm, waarbinnen God zich uit, ook de vormen van minder gehalte als een uiting van een der aspecten.

Uw vragen omvatten betrekkelijk veel, en zij bevatten verschillende punten die elk op zich belangwekkend zijn. Ik vraag mij af wat voor de mens het nut is van de worsteling bv. met deze drie-eenheid, die wordt gesteld als de geestelijke werkelijkheid die eens op aarde reëel was, terwijl er niets wordt gedaan om die realiteit in deze dagen, in deze tijd opnieuw te constateren en eventueel te vergroten. Opvallend is verder dat bij vele stellingen, ook bij enkele door u te berde gebracht, evenals vragen, het zo erg belangrijk is: wat is het resultaat? De resultaten van al wat wij zijn, vergaan. Wij kunnen niet een blijvend resultaat scheppen bij een stoffelijke of een geestelijke wereld, het enig blijvend resultaat dat wij bereiken is in onszelf. En het enige werkelijke eeuwige is onze relatie met God en de erkenning van die God in onszelf. Al het andere is bijkomstig. Waarom zouden wij ons beroepen op het verleden, waarom zouden wij de regels van het verleden belangrijker vinden dan de noodzaken van vandaag. Dit zijn raadselen voor mij, maar ik ben misschien te lang uit de wereld en te vreemd aan het Westers denken om dit geheel te kunnen begrijpen. Waarom, zo vraag ik mij af, zal men wel willen streven in de richting van het occultisme maar weigert men het voor zichzelf waar te maken. Waarom zo vraag ik mij af, willen we aan de ene kant wel alles beloven, en alles geven en desnoods alles gehoorzamen, maar weigert men het ene wat het meest noodzakelijk is: het zelfstandig en bewust streven. Waarom zo vraag ik mij af, wil eenieder elke meester wel volgen, wanneer, die meester maar voldoende belooft, voldoende mogelijkheden heeft, maar weigert men al zijn schepen achter zich te verbranden.

Het voorbehoud dat wordt gemaakt, steeds weer op allerlei terreinen schijnt mij toe de meest onoverkomelijke hinderpaal te zijn voor een snelle geestelijke, mentale en morele ontwikkeling van de mensheid als geheel. Dat wat was is voorbij, het waren wetten en regels die vroeger golden. Maar een wet of een regel heeft slechts recht van bestaan op een wereld die toch vergankelijk en veranderlijk is, zolang zij de concrete werkelijkheid omvat en niet langer al wat de mensheid vertelt, ook omtrent het hoogste en het Goddelijke, evenals alles wat de geest daaromtrent stelt, is uiteindelijk een vorm van heksenpoel, lastige feiten. Het is een verklaring een persoonlijke theorie, het is geen werkelijkheid. Waarom zouden wij een menselijke verklaring van een bepaalde leer zo’n gezag geven dat wij daarom de leer zelf en haar mogelijkheden verwaarlozen of verwerpen.

Mijn vraag is niet: wat heeft het verleden ons gebracht of gelaten? Mijn vraag is niet: wat stellen wij ons voor als de toekomstige ontwikkeling van dat wat in het verleden bestond? Mijn vraag is: Wat bent u nu? Vandaag. Wat wilt u vandaag? Wat kunt u nu vandaag bereiken, met die oude middelen of met andere, nieuwe. Mijn vraag is niet: wat was gisteren goed of zal morgen goed zijn. Mijn vraag is: wat erkent u als juist en goed, nu. En daarmee bedoel ik zeker niet als aangenaam, maar als goed, in de richting van juist. Deze vragen op te lossen vrienden is moeilijk en ik geloof niet dat ik mijzelf daartoe geheel in staat acht. Zou ik dit doen dan zou ik het raadsel en misschien ook het drama van het menszijn kunnen oplossen.

Ik weet slechts een ding zeker, dat alle krachten waarover wij beschikken als geest of mens, alleen tot uiting kunnen komen wanneer wij nu het juiste doen. Werkelijkheid brengt ons steeds weer de mogelijkheid, de gelegenheid a.h.w. om het goede waar te maken. De mogelijkheid tot het experiment, de vernieuwing van bewustzijn. Maar het brengt ons slechts een kort ogenblik. Daarna is de mogelijkheid voorbij. De mensheid kan nog steeds niet leren dat wat voorbij is niet kan worden teruggehaald. Niet kan worden herwonnen. Alles wat tot het verleden behoort, is dood en kan alleen opnieuw geschapen worden, maar dan volgens de waarde van het moment, volgens de waarden van het ogenblik en de mogelijkheden erin gelegen.

Ik geloof dat de mens die werkt met de wetten, de mogelijkheden, de krachten die hij ziet als goed op dit moment, ongeacht verleden of toekomst, en daarbij zichzelf steeds oriënteert op de eeuwigheid van eigen wezen, de vergankelijkheid der verschijnselen, het meeste zal bereiken. Nu dreigt deze wereld ten onder te gaan in de technische vooruitgang waarin haar morele vooruitgang steeds weer achter dreigt te blijven. Wanneer de mens leert niet te leven uit het oude maar uit vandaag, zal zij niet slechts meester zijn van de techniek, maar zij zal haar eigen morele waarden zozeer leren hanteren en beheersen dat zij niet slechts een fase zijn, een onjuiste voorstelling, een voorbehoud of een zoeken naar zekerheid, maar de weergave van de menselijk juiste instelling, de menselijk juiste handelwijze.

Gastspreker

Er is nogal wat verwarring in deze tijd onder de mensen en onder de krachten die samengaan met die mensen. Daarom trachten wij steeds weer een deel van het eeuwige van het altijd ware tot u te brengen. Zoals ik eens gesproken had, zo zal ik spreken in deze tijd.

Weet wie gij zijt. Erken in eerlijkheid uw wezen met zijn schulden, zijn zonden, zijn voorbehoud, met zijn deugden zijn mogelijkheden en zijn lichtende kracht. Want slechts hij die bereid is zichzelf in waarheid te zien en te erkennen, zal de juistheid van handelen vinden, waardoor hij zijn band met eeuwigheid en tijd waarmaakt.

Leer elkander lief te hebben, niet door bezitszucht, niet door de verplichting van liefde op te leggen aan anderen, maar door uit uzelf te geven, omdat wat gij bezit waardevol is voor eenieder. Hoe meer gij schenkt, hoe minder gij eist voor uzelf, hoe meer gij een zijt met de kracht waaruit gij zijt voortgekomen en hoe groter de waarheid van deze kracht in u openbaart.

Vraag niet naar bewijzen door anderen. Zij die zeggen, bewijs uw waarheid, hebben haar reeds verworpen. Bewijs uzelf de waarheid van wat gij zijt en wat gij gelooft. Want slechts degene die de waarheid van zijn wezen in zijn kracht voortdurend zichzelf bewijst, zal leven in waarheid, hij zal leven in kracht, hij zal waarlijk dienen waar dit noodzakelijk is.

In deze dagen moet de mens meer leren om te dienen. Meer en meer heeft de mens zich aangewend om het goede voort te brengen op grond van eisen, om de waarheid te verdedigen door geweld, om het goede te baseren op dreiging. Maar het goede dat door dreiging wordt bereikt, gaat ten onder aan innerlijke verrotting. De goedheid die gebaseerd is op de rechten waarmee men meent te schermen is geen goedheid maar vorm van zelfzucht. Daarom is het noodzakelijk dat gij in deze dagen een besluit neemt.

Dit besluit gaat niemand aan, brengt u niet tot een geestelijke binding of geestelijk kracht. Het is noodzakelijk voor uzelf. Indien gij in deze dagen waarlijk mens wilt zijn: ken uzelf, openbaar uzelf en dien vanuit uzelf. Indien gij in deze dagen waarlijk mens en de eeuwige kracht levend in u waardig wilt zijn, zo leef niet uit hetgeen wat uiterlijk belangrijk schijnt, maar leef uit datgene wat innerlijk vanuit u straalt tot de wereld. Zelfontzegging kan soms nuttig zijn, maar niet wanneer men zich de geschenken Gods ontzegt. De vreugde Gods is voor eenieder geschapen. De schoonheid Gods is eenieder gegeven. De wereld, de natuur en haar vreugden, zij vloeien voort uit de voortbrenger van alle dingen zelf. Ontzeg u slechts datgene wat berust op uw persoonlijke, uw zeer persoonlijke hebzucht ten, opzichte van het Al.

Niet gij kunt bepalen, gij wordt bepaald. Maar indien gij bepaald wordend door het Hogere uw mogelijkheden en wegen, hoe vrij uw weg ook mogen zijn, waarlijk het licht wilt kennen en dienen, de kracht wilt openbaren zo zeg ik u: leert waar zijn, onzelfzuchtig, het ik vergeten en uzelf ontzeggen het recht te denken alleen aan uzelf. Dan eerst is er waarheid.

Ik weet dat gij allen hunkert naar kracht. Maar, welke kracht bezit gij dan? Slechts de kracht die in u ligt, kan groter en sterker worden. Maar dat wat gij niet bezit, datgene wat gij u nog niet waardig hebt getoond, kan in u niet bestaan. Gij hebt kracht. Gebruik die kracht. Gij hebt geloof, gebruik dat geloof.

Gij zijt mensen in de stof kies dan uw wegen, trek uw consequenties in de stof, dit is uw wezen en laat de kracht van de geest, de kracht van het licht zo zij in u bestaan of door u werken, zich uiten in de stof.

Ik zeg u, dit is de wereld waarop gij leeft. Dit is de wereld waarop gij bewust wordt. Dit is de wereld waarop ook uw lot voor vele wentelingen van de tijd bepaald kan worden.

Dit is bijna het einde van deze cyclus van dit ras; nog een fase zal volgen, dan zal een nieuw ras, een nieuw denken, een nieuw licht, een nieuw leven de volgende trap vormen in de wereld van de geestelijke ontwikkeling.

Gij hebt het in uw eigen handen te besluiten wat gij zult zijn. De bewusten aan het eind van de voltooiing van deze cyclus. Degenen die kunnen, mogen en willen helpen, en die een nieuwe cyclus beginnen, zoeken naar een bestaan en een bewustzijn, die zij slechts innerlijk kennen en voor zich slechts vaag aanvoelen of vermoeden. Of wilt gij zijn met hen die gebonden zijn, het is uw keus. Op dit uur, deze tijd. Zeg niet, ik ben zwak, want gij zijt niet zwak wanneer het om andere dingen gaat. Hoe zou je dan zwak zijn wanneer het hierom gaat. Zeg niet, ik ben niet wilskrachtig genoeg, want als uw begeren een rol speelt is uw wil sterk.

Zeg niet, ik heb de geestelijke leiding daarvoor niet, want in uzelf hebt ge de zekerheid en het weten wel degelijk, maar u wilt ze niet erkennen. Kies wat gij wilt in deze dagen. Uzelf bedriegen en terugkeren tot de eenvoud van vorm of uzelf kennen. De taak die gij ziet en beseft voor uzelf verwezenlijken ook wanneer gij haar uiteindelijke betekenis misschien nog niet beseft. Kies, dat is de zin van deze dagen voor u. Mogelijkheden tot kiezen zijn u gegeven. Mogelijkheid tot bereiken van kracht zijn u gegeven en ge hebt misschien uiterlijk gekozen doch geaarzeld.

Er is licht, er is kracht, er in een sleutel tot het geheim dat ge zoekt, er is een weg om waar te maken wat ge verlangt. Vooral wanneer gij het niet verlangt voor uzelf. Wanneer gij het niet zoekt om eigen grootheid. Maar dan moet ge beslissen. Ik kan u geen termijn stellen, niet zeggen zolang, dat is voorbij. Maar ik zeg u wel dit, hoe langer gij wacht met uw beslissingen, hoe zwaarder zij u zullen vallen. Hoe langer gij wacht, volhart in zelfbedrog, in zelfoverschatting, of zelfzucht, hoe moeilijker het u zal vallen de weg te vinden naar de juiste wijze van leven, naar de juiste waarde van geestelijk en stoffelijk bestaan.

Deze boodschap wordt niet meer herhaald. Wanneer ik zo spreek, zo spreek ik niet slechts uit mijzelf en voor mijzelf, maar de kracht die mij gezonden heeft, uit de gemeenschap van hen die met mij streven. Vanuit het gezamenlijk streven van allen die onze leiding aanvaarden,

Ik spreek tot u uit zekerheid, dit wordt niet meer herhaald. Want waarlijk wie in deze dagen, niet komt tot een keuze, na al wat is gezegd, hij zal niet waarlijk kiezen. Wie in deze dagen niet komt tot een eigen doel, na al wat is gedaan en gedaan zal worden, hij zal geen eigen doel zich durven stellen. In deze dagen scheiden zich de bewusten van de onbewusten. In deze dagen scheiden zich hen die inwijding gegeven is, en hen die inwijding door falen ontzegd is, in twee wegen af.

Zij die zich van hun kracht bewust zijn, zullen nu kunnen streven en bereiken. De golf van beproeving die velen heeft overspoeld, is bijna ten einde. Verandering is nabij. Wanneer zij intreedt in uw leven kunt gij niet meer van richting veranderen.

Nu wil ik besluiten door u nog datgene te geven wat ik geven kan:

Dat het licht der waarheid het duister van uw beweegredenen en voorbehoud mogen doordringen, dat de zekerheid van de innerlijke taak en bereiking mogen vormen al datgene wat ge onbeheersbaar acht in uw eigen wereld, opdat ge bereikende moogt worden: de bewuste en de ingewijde wanneer deze tijd beëindigd is.

Kracht die in mij is, mij gegeven is, schenk ik u hiertoe.

Gebruik haar wel. Dat inzicht dat u in staat stelt het pad te kiezen. Dat de vrede der eeuwigheid u de rust moge geven, die soms voor zo’n beslissing noodzakelijk is.