Epiloog

uit de cursus ‘ Kosmische leringen’ ( hoofdstuk 10 ) – juli 1973

Kosmische leringen

Als wij zeggen “mystiek”, dan denken wij aan het wonderlijke, het verborgene, het onbegrijpelijke. In werkelijkheid is de mystiek onze erkenning van vele zaken, die niet onmiddellijk kenbaar zijn.
Mystiek is het, als een Grieks filosoof spreekt over “het licht in hem”. Mystiek is het als een alchemist in de vroege middeleeuwen spreekt over de samenstelling van atomen. Mystiek is het, als wij spreken over God. Mystiek is kort en goed de tocht van het bewustzijn in het stoffelijk niet bewezene. Het is de tocht in de werkelijkheid, die ons door de waan voortdurend weer wordt ontnomen. Want wij leven in een illusie wereld, waarin wij onze eigen beelden scheppen. Een wereld, waarin wij proberen een lijn te trekken van denken en leven, die niet beantwoordt aan datgene wat in ons bestaat en wat rond ons werkelijkheid is.
Alle krachten, die er in de kosmos bestaan, zijn één geheel en één werkelijkheid. In een wonderlijk vervlochten netwerk van lijnen van licht en verbindingen van lot, is alles één eenheid. Wij denken soms dat wij het lot bedwongen hebben. Soms menen wij dat wij bereikt hebben. De volgende dag is het weer voorbij; dan is het weer anders. De mystiek doet ons inzien, dat het bereiken en het falen niet belangrijk zijn, maar dat de beleving op zichzelf de waarde bezit van de eeuwigheid en dat al datgene wat wij eraan zouden willen verbinden in vele gevallen alleen maar verblindheid en waan wordt.
Er zijn op deze wereld vele Meesters geweest, die elk op hun eigen wijze hebben geprobeerd de mens in te leiden juist in deze mystieke werkelijkheid. En vergist u zich niet: de wereld van God, die u lief heeft, de wereld waarin u uw naaste moet liefhebben is een mystieke wereld, zó goed als de wereld van het Rad dat eeuwig wentelt en zo het lot en het karma doet beleven aan elke ziel, die nog niet tot de kern daarvan is doorgedrongen. Mystiek is al datgene waarvan wij horen over een hiernamaals, over een voortbestaan, over de onderaardse grotten waarin de Heer der Wereld sluimert, over de berg waarin Barbarossa wacht op het ogenblik dat hij weer zal opstaan. Dit alles is mystiek, want het heeft een betekenis.
De betekenis, die wij in de mystiek vinden, is geen realistische.
Je zou kunnen zeggen dat degene, die zich met mystiek bezig houdt, in wezen een dooltocht begint door een stukje van de werkelijkheid waarmee hij verwant is. Een werkelijkheid, die in hem leeft, in hem spreekt en die door zijn wezen een bijzondere kleur geeft aan de illusies, die hij zich maakt.Wij trachten altijd weer de waarheid en de schijn te scheiden. Zolang wij leven in een onvolledige wereld en alle verschijnselen van die wereld slechts een klein deel van de werkelijkheid tonen, hoe kunnen wij dan zeggen dat wij in de werkelijkheid leven, indien wij met die uiterlijkheden rekening houden? Mystiek is meer werkelijk dan al het andere.
In deze epiloog, deze laatste beschouwing wil ik proberen u enkele dingen voor te leggen, die in de mystiek van grote betekenis zijn.
Een mens is zichzelf. Dat wil zeggen: hij is een unieke ontwikkeling temidden van ongetelde andere, eveneens unieke ontwikkelingen. Wat hij op dit moment als “ik” ervaart, is het product van een ontwikkeling, die achter hem ligt. Op zichzelf is dit slechts één fase in een voortgaande ontwikkeling, die eens voltooid zal zijn.
Een mens, zoekend naar de betekenis der dingen, zal in vele gevallen niet de gehele waarheid kunnen bevatten. De waarheid behoeft echter niet bevat te worden in mentale beelden; ze kan ervaren en beleefd worden. Als wij spreken over allerlei krachten van licht, die rond ons zijn, dan zijn die krachten niet zichtbaar, ze zijn niet kenbaar. Toch kunnen ze voor ons voelbaar zijn en ze kunnen onmiddellijk tot uiting komen. Voor ons zijn die krachten regel en wat meer is: voor ons werken die krachten. Ze brengen dingen tot stand, die wij voor onmogelijk achten. Zijn ze dan niet werkelijk?
Men zegt wel eens: Men moet de Werkelijkheid bepalen aan de hand van de feiten. Maar hoeveel feiten zijn er die onverklaarbaar blijven? Er verdwijnen schepen zonder een spoor achter te laten. Er verdwijnen mensen zonder dat men weet waar ze zijn heengegaan. Kunt u dan zeggen: Wij hebben daarvoor een verklaring gevonden?
Als u spreekt over “vliegende schotels”, dan is dat een vorm van mystiek. Er zijn plotseling in ons beelden en stemmen, die niet behoren tot het heden, die ergens anders vandaan komen en waarvan wij niet weten hoe ze zich op dit moment toevallig kunnen manifesteren. Zijn ze werkelijk? Voor ons zijn ze reëel. Ze kunnen ons dingen zeggen, die later blijken waar te zijn. Ze kunnen ons aanwijzingen geven, die inderdaad voordeel brengen. Ze kunnen ons helpen om onszelf te vinden, om beter te beseffen wat we zijn en wat we moeten doen. Moeten wij dan zeggen: dat zijn illusies? Het is zo gemakkelijk de wereld te zien als een wereld van harde feiten. Maar steeds weer, blijken de z.g. harde feiten in wezen leugens te zijn, omdat we een beperkte waarheid hebben voorgesteld als het totaal daarvan.
In de mystiek doen wij dat niet. In de mystiek weten wij dat al wat wij kunnen bevatten, al wat wij kunnen benaderen slechts een heel klein deel is van een werkelijkheid. We weten dat er meer moet zijn, maar we beleven het als een kracht, een voorstelling of een visioen en als zodanig laten wij ons daardoor leiden, laten wij ons daardoor helpen. Worden wij nu méér dan we waren? Zijn wij daarmee nog reëel? De mysticus zal zeggen: neen. Wij worden ons alleen meer bewust van wat we zijn. De mysticus zegt vaak: “De mens is de potentie van de eeuwigheid. Maar wat hij uit die eeuwigheid slechts kan beseffen is de tijd.” En daarmee is het probleem, meen ik, aardig omschreven.
Wij leven in de tijd. Wij leven in die aaneenrijging van momenten, die wij elk voor onszelf zien als gebonden aan verleden en toekomst, maar die wij niet kunnen concipiëren als een geheel. Zelfs wanneer wij later terug zien op een leven dat wij in de stof hebben geleid, zeggen we niet: dit was een totaliteit. Dan sommen wij de verschillende herinneringen op, ons falen en ons slagen en wij zeggen niet: dit is een geheel. En toch zijn wij een geheel.
Men heeft wel eens gezegd: God is één en ondeelbaar. Waarom zouden wij dat niet zeggen van de mens, van de geest? Een ego is één en ondeelbaar. Vele verschillende facetten kunnen zich achtereenvolgens of gelijktijdig vertonen. Vele waarden, die in ons berusten, kunnen wij gelijktijdig beseffen of stuk voor stuk, maar ze zijn er. Wij zijn een eenheid die bestaat, verbonden met onzichtbare draden temidden van een totaliteit, waarvan wij geen voorstelling hebben en waarvan wij ons ook maar moeilijk een beeld kunnen vormen. Laat dan de kracht in ons werken. En als wij niet weten hoe wij het moeten uitdrukken, laten wij dan desnoods spreken in gelijkenissen. Laten we een verhaal vertellen of een lied zingen. Wat er in ons leeft, moet soms naar buiten komen. Maar dan moet dat zijn in de termen van onze wereld. En deze kan de wezenlijkheid van een innerlijk beleven niet bevatten. Dat geldt ook voor de werelden van de geest. Dat kun je niet overdragen zoals het is. Je kunt het alleen beleven en je kunt het weergeven.
Als u kiespijn heeft, kunt u zeggen: ik heb kiespijn. Een ander, die dat gehad heeft, denkt misschien aan zijn eigen pijn, maar de uwe zal toch wel iets anders zijn. U kunt niet precies zeggen hoe u zich voelt, hoe u bent. Soms kun je dat samenvatten in een aantal vergelijkende zinnen: een in het oor dreunende prikkeling, die voortdurend je kaak doorpriemt totdat het lijkt, of men bezig is je in stukken te zagen. Dit is een omschrijving; het zegt niets van de werkelijkheid. Maar het is voor u het beste dat u kunt doen om de werkelijkheid kenbaar te maken.
Juist de grootste geesten op deze wereld, de werkelijke Grootmeesters, de Wereldleraren, de Wereldmeesters konden niet anders spreken. dan in gelijkenissen. Ze konden verhalen vertellen, ze konden anecdotes schetsen, maar ze konden niet zeggen wat ze innerlijk beleefden. Niet alleen omdat dat uniek is, maar omdat er voor een dergelijk beleven nu eenmaal geen termen bestaan. En toch kunnen wij soms iets daarvan terugproeven.
Een vele malen geïncarneerde abt van een zeer beroemd klooster bij de bergpassen aan de grenzen van Tibet sprak eens tot de kloostergemeenschap (hij was net weer bewust geworden van zijn incarnatie en misschien 12 of 13 jaar oud zittend op de troon van de abt): “Ik ben gegaan langs vele bergen. Ik ben geklommen over moeizame passen, geen yak kon mijn spoor volgen. Soms meende ik mij in de lucht te moeten werpen als een vogel. En toch, ziet, ik ben weer tot u teruggekeerd, want mijn wezen is verbonden met een taak.
Deze taak ligt hier. Maar in mij droom ik nog steeds van de hoge bergen, van de wonderlijke, moeilijke passen die daar doorheen voeren naar een onbekend land. Eens zal ik u verlaten en ik zal gaan over de bergen. Ik zal gaan naar de onbekende verten. Ik zal opgaan in het licht van een rijzende zon.”
Als je dat zo hoort, dan is dat redekunst. Maar het is nog iets meer het is de wanhopige poging van een ziel om iets van haar werkelijkheid over te brengen aan een ander. Daarom is het vol betekenis, is het van mystieke waarde, is het waarheid.
Bergen. Het is logisch, dat deze mens bergen als beeld neemt, want wonen ze niet allen aan de grens van enorme bergmassieven? Ligt niet beneden hen in de verte het dal? Bergen zijn dingen, die ze kennen met hun dreiging, hun grootsheid, met de dodende koude soms bij de toppen en de vreemde dreiging van de steenlawines. Ze kennen passen die moeilijk zijn. Ze weten, dat achter de bergen iets anders ligt en ze horen soms vage geruchten daarover. Maar wat weten ze van de vlakten van India? Wat weten ze werkelijk van het hoogland van Tibet? Daarom is het beeld passend. Het maakt duidelijk hoe de ziel reist door oneindigheden en hoe de ziel zich niet kan losmaken van haar bestemming.
Er zijn in het leven dingen, die onvermijdelijk zijn. Je kunt ze willen of niet willen, ze maken eenvoudig deel uit van je leven en je kunt er niet omheen. Dat probeerde deze geestelijk toch wel zeer hoogstaande abt de mensen duidelijk te maken die rond hem zaten. Hij probeerde hun duidelijk te maken, dat het niet de schrifturen zijn die ze moeten opdreunen, dat het niet het galmen van de klok is en het eentonig ratelen van de monniken, die elk voor zich een spreuk zeggen, maar dat het de vreemde riooltocht is en dan de behoefte om jezelf uit te drukken; de behoefte een taak te vervullen waarvan je misschien niet eens precies weet wat die inhoudt.
Dit is een beeld van een mystiek; dat exotisch is en juist daardoor waarschijnlijk de mensen vaak aanspreekt. Maar ongeveer 70 jaar geleden overleed hier een gewone plattelandsdokter. Een man, die op zijn manier een mysticus was. Toen het sterven naderbij kwam, zei hij iets heel eigenaardigs.
“Als ik zie hoe ik vele malen heb gefaald spijt het mij dat ik niet méér heb bereikt. Maar ik verheug mij er ook op dat ik alles wat nu niet is gebeurd eens zal kunnen waarmaken.” Dat is één wonderlijke uitspraak van een mens, die eigenlijk een beetje als een Godloochenaar werd beschouwd, een notabele van wie men toch vooral in het stervensuur meer decorum en bezorgdheid voor de familie zou verwachten. En juist hij deed een dergelijke uitspraak. Ik geloof, dat die man op dat moment diep in zichzelf voor een ogenblik besefte wat leven is. Leven is het gestalte geven aan iets wat in je bestaat en zo een taak te vervullen. En als die taak niet juist is vervuld, dan krijg je de kans opnieuw. Een voortdurende herhaling misschien zelfs, maar dan een herhaling waarin de perfectie steeds meer wordt benaderd. Hij voelde iets aan van die verbondenheid, die vervlochtenheid met het Al die ik u in het begin noemde. Was die man een mysticus? Misschien. In de ogen van zijn wereld was hij dat. Of misschien was hij wel een realist.
Een tamelijk spitsvondige figuur uit de kringen van Anatole France heeft eens, toen deze beroemde schrijver een aanval deed op het mysticisme van vele mensen, gezegd: “Waarom val je aan? Het heeft geen zin aan te vallen, want wat mystiek is vandaag, is morgen werkelijkheid en wat vandaag zin schijnt te hebben is morgen de zinloze droom van mensen, die niet beter weten.” Ik meen, dat hij daar wel iets heeft getekend van de realiteit van het mystieke.
Mystiek is niet van vandaag. Mystiek, met al wat daaruit voortkomt, is in wezen iets wat gelijktijdig gisteren en morgen is; iets wat alle dingen tegelijk probeert te omvatten. Mystieke bestreving, mystieke beleving, de meditatie, de contemplatie, de verschillende oefeningen die daarvoor bestaan, het zoeken naar de heilige roes of het verstillen in jezelf het is allemaal hetzelfde liedje. Het is een poging om te ontkomen aan de beperktheid van het mens zijn en iets te vinden van een werkelijkheid die verder gaat dan de mens kan zien. En altijd weer zijn er stemmen, die ons spreken in termen van een gelijkenis, termen die je eigenlijk logisch niet helemaal kunt verklaren en die jezelf, met een poging om het als een mystieke profetie te benaderen, toch nooit helemaal begrijpt. En toch is er altijd weer achter die dingen een werkelijkheid.
Als wij kijken naar de Openbaringen van Johannes en wij zien daar die vele vreemde beelden, zoals de doodzonden, die wonderlijke gestalten, voorbij trekken. Daar zijn 4 wezens, die als een soort bezielde raderen om de troon van God staan. Dat zijn geen reële dingen. Er worden ruiters uitgezonden over de wereld. Dat zijn geen reële ruiters. Het is een beeld van iets dat tijdloos is en dat je dan probeert uit te drukken in de termen van het tijdsbeleven. En dan komt er een mens die zegt: Dat is een toekomstprofetie, dat moet waar worden. Het is het Laatste Oordeel; of: geef je bezit maar hier, want morgen vergaat de wereld. Dat is natuurlijk heel erg practisch en mooi voor degenen die bezit verzamelen, maar waarmee je, geloof ik, de essentie van iets dergelijks miskent.
Als je de Openbaringen van, Johannes probeert uit te leggen, dan is het wel zeker dat je ze nooit zult begrijpen. Maar als je ze leest als een soort richtingaanwijzer, dan is er de mogelijkheid om zelf iets te beleven; een reis uit te stippelen als het ware. En dan blijkt dat diezelfde Openbaringen je wel degelijk in contact brengen met krachten, waardoor de troon Gods en het einde der tijden alleen maar uitingen blijken te zijn van een totaliteit van licht, waarmee je eigenlijk geen weg weet.
Er zijn zoveel van die dingen waarvan je je afvraagt: Hoe zit dat eigenlijk. Denk eens aan Alice in Wonderland en Through the Looking glass. Vertekende wereldjes voor kinderen? Alleen voor kinderen? Of ligt daarachter het denkbeeld van een vreemde schaduwwereld, die we niet helemaal kunnen benaderen? Een wereld waarin het schijnbaar dode leeft en het levende vaak onderworpen is aan allerlei regels en wetten, waarvan wij geen begrip hebben. Als je het goed leest, bevat het ook een soort wegwijzer.
Bulwer Lytton heeft romans geschreven waarin we bepaalde aanwijzingen krijgen, die heel wat verder gaan dan een verhaal; of dat nu een verhaal is over ondergang of over magie. Het is eerder een droom, een symbool, een visioen en daarin spreekt iets wat wij niet kunnen definiëren. Zodra wij proberen het te begrijpen en te verklaren, verliest het zijn betekenis. Dan wordt het als een toneelvoorstelling, waarbij we weten dat de engelen aan draden zweven en dat de schone maagd, als ze afgeschminkt is, ook al 65 jaar oud is. Maar indien wij het gewoon alleen tot ons laten doordringen, we laten het op ons inwerken, dan lijkt het wel alsof wij met onze gedachten gedreven worden naar iets onbekends. Iets, zo onbekend, dat wij er eigenlijk geen woorden meer voor hebben, maar dat wij toch ondergaan, dat in ons leeft, dat een vreemde onrust is en gelijktijdig een weg schijnt te tonen naar werkelijke vrede en naar een werkelijkheid, waarin geen misverstanden en vergissingen neer mogelijk zijn. De hele wereld is bezaaid met wegwijzers.
Natuurlijk, er zijn mensen die zeggen: Het Evangelie is goed en de rest moet u maar vergeten. Maar overal, in de meest mondane zaken vind je steeds weer die vonk van een onbekend licht. Als jedie vonk kunt vatten en niet probeert haar te ontleden waardoor je haar dooft, dan ontsteekt ze iets in je en kom je tot een nieuw begrip en een nieuwe droom.
Er zijn mensen die dromen, wanneer zij op een concert zijn. Ze dromen misschien van wijdse landstreken, als de Pastorale wordt gespeeld of ze dromen weg in een wonderlijke mathematische wereld vol kathedralen, als er iets van Bach klinkt. Die mensen denken: Ach, het zijn maar dromen. Neen, het zijn richtlijnen, wegwijzers. Indien je de denkbeelden kunt verliezen en de stemming kunt behouden, dan komt er in je een manifestatie van iets waarvoor je geen woorden hebt. Dat is de kern van de mystiek.
Nu zult u zeggen: Wat hebben we aan dit hele verhaal. De mens is practisch. Hoe kan ik mystiek bewust worden? vraagt hij. Heel eenvoudig door niet te worstelen om mystiek bewustzijn, maar de essentie der dingen voortdurend op u te laten inwerken, zonder krampachtig te zoeken naar een verklaring voor wat optreedt. Laat het zich in u ontwikkelen. Laat het als een emotie, als een aantal onsamenhangende beelden en gedachten in u ontstaan. Misschien dat u het wilt weergeven, maar dan zult u het een beetje moeten ordenen. Maar dit vreemde ongeordende is een deel van de werkelijkheid, die u nog niet voldoende kent en waardoor u ook geen lijn daarin kunt zien. Maar ze is er wel. En als u haar vaak zoekt., wordt ze helderder en klaarder, totdat u begrijpt dat die vreemde onbegrepen stukjes kleur, die stippellijntjes en die onbegrijpelijke gestalten eigenlijk alleen maar deel zijn van één groot geheel, van een landschap dat je steeds meer gaat invullen totdat er palen zijn, die je kunt betreden.
Wat doe je met mystiek? Heel vaak vlucht je daarmee weg voor een werkelijkheid. Maar als je de mystiek werkelijk gebruikt zoals ze gebruikt dient te worden, dan is dat het scheppen van een balans van krachten, die ook in het stoffelijk deel van een ego tot uiting kunnen komen. Het gaat erom een evenwichtigheid te creëren waarin God of de kosmos of hoe je het dan ook wilt noemen a.h.w. uitgebalanceerd is met het “ik” en zijn streven en werken. En dan zijn er onmetelijke bronnen van kracht beschikbaar, dan zijn er begripsmogelijkheden die niet in woorden kunnen worden uitgedrukt, maar je doorziet het wezen der dingen.
Wat heb je aan mystiek? Als u haar probeert te gebruiken om er zaken mee te drijven, dan heeft u er niets aan. Als u de mystiek kunt beschouwen als een middel om een werkelijkheid aan te voelen, waaraan alle uiterlijkheden toch zullen moeten beantwoorden, dan heeft u er zeer veel aan.
“Ja, maar er zijn,” zo hoor je dan weer opmerken, “vele grote mystici en van deze mensen begrijp ik niets.” Het is ook niet belangrijk dat u die mensen begrijpt. Er zijn teveel filosofen, teveel stellingen, teveel ideaal theologie op deze wereld en er is te weinig begrip voor innerlijke krachten en innerlijke waarheid: U heeft geen begrip nodig voor het andere. Wat u nodig heeft is de mogelijkheid om in uzelf te verzinken en de grote werkelijkheid, waarvan u deel bent te laten spreken, ook zonder dat u de taal daarvan helemaal verstaat. Dat laatste is altijd het grote bezwaar.
Als iemand een uitleg geeft, die berust op een eeuwige waarheid, maar die niet behoort tot de feiten, die men op aarde kent, dan zegt mens: Nu ja, goed, die man is een mysticus, of die vrouw is een mystica alsof men wil zeggen: nu ja, een quantité négligeable en een kwaliteit die abominabel is. Maar wie hebben de wereld verder geholpen? Waar liggen de grote keerpunten in de geschiedenis? Die liggen zeker niet bij mensen die nuchter waren. Zowel negatief als positief is er een zekere mystiek voor nodig.
Er is een vrijheidsmystiek geweest waarvan Churchill een tijdlang de representant is geweest. Er is een gebondenheidsmystiek geweest waarvan Hitler en de zijnen de kern vormden. Er zijn vele vormen van mystiek en ze zijn heus niet allemaal even positief. Maar één ding is zeker; ze zijn geen van alle logisch. Ze zijn niet redelijk, ze houden geen rekening met de feiten. Indien alle mensen redelijk en logisch hadden gedacht,. dan was er vandaag een groot Germaans wereldrijk. Laten we dat even niet vergeten:
De mens zelf is onlogisch. Het optreden van een figuur als Jezus is volkomen onlogisch. Het is krankzinnig om je te laten kruisigen. Je had veel beter een opstand kunnen beginnen. Of als dat niet mogelijk was, tenminste een stuk van de tempelschat kunnen stelen, want daar kon je iets mee doen, zo zegt men.
Wat de Boeddha deed, was ook dwaas. Hij was vorst, een prins, erfgenaam van een troon. En in plaats van dat hij zijn begrip en wijsheid gebruikte om leiding te geven aan de mensheid vanaf de troon, werd hij gewoon een rondtrekkende monnik, die hier en daar langs de weg zat en sprak tot een paar leerlingen. Toch heeft hij meer veranderd dan alle vorsten van Azië bij elkaar.
Indien wij de wereld willen veranderen, dan kunnen wij dat niet doen met verstand en logica. Wij kunnen het zelfs niet doen met redeneringen. De basis van alles is een emotie, die verder grijpt dan de feiten. En waar u ook gaat kijken bij grote mensen, u zult altijd weer zien daarachter is een emotie, die wij ons niet kunnen verklaren. Zelfs een Schweitzer niet in Lambarene. 0, het is mooi, zeggen wij dan, hij heeft zoveel gedaan voor die arme melaatsen. Zeker, dat heeft hij ook. Maar hij had toch veel beter geld kunnen verdienen, want daar was hij ook grandioos in. Dan had hij met dat geld veel meer mensen kunnen helpen. Dat zou een redelijke benadering zijn. Het ging Schweitzer er om zelf te helpen. Misschien ook een beetje om God en dictator te zijn in dat kleine milieu. Maar het was hem voornamelijk te doen om het gevoel; niet om een macht of een maximaal resultaat.
Laten wij nu eens kijken naar iets anders. Kijk eens naar de moderne steden. U heeft hier voldoende wijken, waar in een voortdurende eentonigheid hoge huizenblokken zich herhalen, met op precies dezelfde plaatsen een balkonnetje, op precies dezelfde plaats een deur. Zeggen die u wat? Eigenlijk niet. U bent eraan gewend, maar ergens is het een beetje doods. Loop dan eens door ’n oude straat in de stad met een rot plaveisel, een trottoir waarop je niet kunt lopen, gekke gevelstenen, vreemde vormen en u voelt zich daar eigenlijk veel meer thuis. Het zakelijke, het feitelijke denken verliest het altijd weer van een vreemde emotionaliteit, waardoor het schijnbaar minderwaardige voor ons een volle betekenis krijgt. Zou dat misschien ook mystiek zijn? Is het misschien mystiek, als wij zeggen dat de stilte soms zo kostbaar is? Want, laten we eerlijk zijn, je kunt in deze wereld geen welvaart hebben, indien het niet aan alle kanten davert van bedrijvigheid en van het verkeer. Toch willen we de stilte. Het is net, alsof wij in die stilte, zoals wij dan zeggen, tot onszelf komen. Misschien zijn wij zelf harmonisch met iets wat in die stilte leeft, waardoor het rumoer wordt gedoofd. Misschien leeft er in ons iets wat in zich al die onregelmatigheden kent van een oude straat in een oude stad en dat terugdeinst voor de feitelijke zakelijkheid van wat men tegenwoordig architectuur durft noemen. Misschien zijn we wel wezens van emotie. Wezens, die niet logisch mogen en kunnen redeneren, als wij onszelf willen blijven.
Onze tocht naar het onbekende is er niet een van redeneren. Zodra wij proberen het allemaal uit te denken en uit te leggen, zijn wij verloren. Dan lopen wij vast tegen een muur van vraagstukken. En als wij één vraagstuk hebben opgelost, kregen wij er twintig andere bij. Maar als wij durven beleven, als wij onze eigen emotie durven gebruiken om het in ons bestaande hogere, onze verbindende kracht met de kosmos een gestalte te geven, dan kunnen wij, wonderlijk genoeg, gelukkig zijn. Dan bereiken wij wel, dan hebben wij wel rust, dan leven we. Aan het einde van deze reeks lezingen over mystiek en al wat ermee samenhangt, wilde ik daar toch wel graag de nadruk op leggen.
Wat u denkt, wat u gelooft, wat u politiek en religieus, ethisch en moreel nastreeft, is allemaal een uiterlijke gestalte zodra het beredeneerd is. Maar als u zo reageert, omdat u voelt dat het juist is, dan mag de hele wereld en mag degene die de representant van God schijnt te zijn zelf zeggen dat het niet deint, maar dan is het uw waarheid, uw wèrkelijkzeid, uw band met de eeuwigheid En dan is het uw vermogen om daarin voor uzelf de tijd te verliezen en in de plaats daarvan een werkelijkheid te vinden, waarin de illusies wegvallen, waarin de denkbeelden onbelangrijk zijn geworden en de beleving zelf, een toenemende vreugde is en meestal ook een toenemende kracht.
U heeft geen commentaar hierop? Misschien is dat goed. Als wij gaan debatteren over deze dingen, dan vermoorden wij vaak de werkelijkheid.
U bent hier, omdat u allemaal mystieke behoeften, mystieke erkenningen in u draagt. Daarvan kunnen wij soms iets weerspiegelen, meer niet. Maar op het ogenblik, dat uw gedachten stilstaan, hun logische processen staken en het gehele “ik” receptief is geworden voor het onbekende, dan ontstaan er in u beelden. Misschien een visioen zoals dat van de Openbaringen. Misschien een zoetelijk landschap van een Watteau-achtige hemelse schilder met bergères en alle andere aangenaamheden aan een tijd die voorbij is. Wat geeft het wat het beeld is? Het beeld is alleen de weerspiegeling van een werkelijkheid. En als u die werkelijkheid leeft, kunt u uit die werkelijkheid putten en dan heeft u niet alleen een mystieke beleving, maar ook een mystieke erkenning. Die erkenning zal u staande houden waar de logica faalt. Die mystieke werkelijkheid zal de zin en de impuls blijven geven aan uw bestaan, of u leeft of sterft, of u rijk bent of arm. Deze bindende werkelijkheid te vinden is het belangrijkste dat er bestaat.
In alle lezingen, die wij over mystiek hebben gegeven, hebben wij getracht u iets daarvan te doen zien, niet alleen door citaten al hebben wij er voldoende gegeven niet, alleen met mooie voorbeelden van “zo moet u het nu ook eens proberen”, maar doodgewoon door u bewust te maken van de betrekkelijkheid van alle dingen en van de noodzaak in uzelf een waarheid te vinden, die meer is dan een filosofie. Een waarheid, die voor u beleefbaar is en waaruit u kunt putten. Put uit uw diepste innerlijk en u zult ontdekken dat God met u gaat op aarde.

De spiraal des levens

(Dubbele spiraal)
Er bestaat een voorstelling waarmee de totaliteit van het menselijk leven wordt voorgesteld als een spiraal. Je begint aan de buitenkant en je gaat naar binnen toe steeds dichter bij het middelpunt je wegen zoeken, totdat je dat punt hebt bereikt. Er is zelfs een regeltje dat zegt:
Op hetzelfde punt (dus op een lijn getrokken uit het middelpunt naar de buitenlijn) ontstaat er steeds een vergelijkbare situatie, omdat dan dezelfde invloeden in het leven optreden.
Het is natuurlijk, zoals met zo veel van die dingen eigenlijk een voorstelling, het geeft niet de gehele werkelijkheid weer. Toch zou je je kunnen voorstellen dat er een spiraal van het leven is, want wanneer je incarneert in de stof b.v., dan maak je bepaalde dingen mee. Je leert het een en ander. Als je nu de geestelijke werelden hebt doorlopen en je komt weer in de stof, dan heb je een wat hoger bewustzijn en zullen je reacties op gelijke omstandigheden anders zijn. Het innerlijke beeld verandert, terwijl de uiterlijke invloed ongeveer gelijk blijft. Wanneer dit zich vele malen heeft herhaald, komt er misschien wel een ogenblik dat je niet meer in de stof komt, maar dan zul je toch steeds weer diezelfde elementen van de totaliteit aanvoelen en in jezelf moeten verwerken, totdat je het middelpunt bereikt – en zo roept men dan uit – heb je bereikt.
Maar is dat wel zo? Want op het ogenblik, dat wij het middelpunt hebben bereikt, zijn we ons bewust geworden van onze eenheid met de creatieve Godheid. Maar dan beginnen wij uit wat er in ons leeft a.h.w. te scheppen en begint er dus een omgekeerde spiraal, waarin wij naar buiten toe gaande steeds dezelfde omstandigheden scheppen, maar daarbij een steeds nauwkeuriger vorm geven aan alles wat met die omstandigheden te maken heeft. Totdat wij zijn gekomen aan dat punt, waarop in wezen de chaos begint en wij dus niet verder vormgevend kunnen zijn. En dan zou het wel eens mogelijk kunnen zijn dat wij een nieuw proces beginnen, waarmee wij de opbouw vanuit de chaos opnieuw in verschillende fasen gaan voltrekken, totdat wij ook in de schepping de eenheid met de totaliteit hebben bereikt. Vandaar dat er wel eens wordt gesproken van de dubbele spiraal, omdat men aanneemt dat er altijd een samenhang is tussen de uitgaande impuls en de latere beleving met een ingaande impuls.
Als ik begin in de Godheid, dan ben ik deel daarvan, maar niet bewust. Ik ben middelpunt. Ik kom dan tot het besef dat ik niet gelijk ben aan datgene wat rond mij is en ik begin de eerste spiraal waarop de verschillende invloeden mij brengen tot een aangenaam – onaangenaam definitie van de buitenwereld. Ga ik verder, dan krijg ik wat meer tijd om diezelfde impulsen te verwerken en kom ik dus tot een verdergaande definitie van mijzelf, van het leven en van de totaliteit.
Het is duidelijk dat iemand, die de buitenste spiraal heeft bereikt, eindelijk weet wat de kosmos in zichzelf bevat. Hij is echter nog niet in staat om daaraan vorm te geven, hij moet het nog gaan beleven. De potentie is nu in het “ik” aanwezig en de teruggaande spiraal (de naar binnen werkende spiraal is dan de spiraal waarop hij nu zelf beleeft wat hij eerst heeft beseft en daardoor komt hij tot een voortdurende correctie van zijn innerlijke voorstelling, zodat hij terugkerende tot de Godheid een besef heeft van hetgeen Deze voor hem betekent.
Het is op zichzelf een beeld dat bepaalde mystici gebruiken. Maar of ze het nu gebruiken of niet, het is altijd weer de kwestie dat wij moeten proberen onszelf en onze visie van het leven duidelijk te maken.
Als je leeft, verander je. Die verandering kan alleen worden verklaard doordat er in je iets verandert, want buiten je verandert er niet zoveel. Jij verandert temidden van de wereld, niet de wereld om je heen. Als je dat gaat begrijpen, dan heb je gewoon het raadsel van de spiraal opgelost.
Als je dat hebt gedaan, kun je altijd nog een beetje verder gaan en kom je misschien tot het beeld van de Romeinse 10, de bekende X, die de spiegeling aangeeft van de hogere wereld naar de lagere wereld. Of zoals men ook wel zegt: tussen het Goddelijke en het stoffelijke. Ook dat is heel eenvoudig; wat boven links is, is beneden rechts en omgekeerd. De richtingen schijnen anders en daarom moeten wij ons niet oriënteren op de uitersten, maar altijd op het midden, dan hebben we een rechte lijn en zijn wij in staat om een identiek punt in het Goddelijke te beseffen.
Degene, die die voorstellingen voor het eerst gebruikte heeft waarschijnlijk nagedacht over de werelden van het hogere (de geest) en de werelden van het lagere (de stof). Maar hij moest tot de conclusie komen, dat er maar één punt is waar ze identiek zijn; en dat is het punt waar evenwicht optreedt. En dan kom je vanzelf tot het toepassen van de z.g. kosmische wetten van evenwicht op het menselijk besef, op het geestelijk proces, op het leven. En dat houdt dan weer in dat een beeld, dat wij ons maken, nooitalleen beperkt is tot een bewustwording. Als wij spreken over die spiraal, dan kunnen wij het net zo goed hebben over een sterrennevel.
Wat is er namelijk met een sterrennevel het geval? In de sterrennevel ontstaat licht. Eerst gloed dan licht, lichtdruk. Daardoor ontstaat er massabeweging, een wervelende beweging. Naarmate er meer sterren ontstaan, is er meer mogelijkheid tot levensvormen. Maar er komt een ogenblik, dat zo’n spiraalnevel zijn uiterste bereikt heeft. Het is een soort pannekoek geworden. Wanneer dat het geval is, dan is er geen mogelijkheid neer om vanuit dat centrum nog momentum te geven; er ontstaat dus een vertraging. Door die vertraging loopt alles weer netjes naar elkaar toe en op een gegeven ogenblik zitten we weer hutje bij mudje en hebben we weer een beginpunt voor een volgende sterrennevel. De spiraal van het leven kan men net zo goed toepassen op de spiraalnevel als op de mens. Het is geloof ik een kenmerk, van alle mystieke voorstellingen en symbolen. Als men ze goed hanteert, dan blijken ze een wet weer te geven. Het is een situatie, die niet alleen bestaat in de mens  maar die ook buiten de mens overal voorkomt. Het is een soort kringloopverschijnsel, maar dan gestabiliseerd, zodat het eindresultaat een goddelijke werkelijkheid is.
U heeft mij dit onderwerp gegeven en ik moet trachten daarin een essentie te vinden. Die essentie is voor mij niet de spiraal op zichzelf, hoe mooi die misschien als beeld ook moge zijn, maar het is de uitdrukking van een totaliteit, welke in die spiraal zowel als elders te vinden is. Dat is het belangrijke. Het is belangrijk dat er een voortdurend evenwicht bestaat tussen alle uitingen, vormen en alle bewustzijn en dat – ongeacht de wordingsgang daarvan en de voorstelling die wij daarvan hebben – het eindresultaat altijd een evenwichtige en een tweeledige is.
Wij zitten altijd met het conflict van ons hoogste innerlijk en de uiting. Als u het niet gelooft, dan moet u maar eens naar uw innerlijk kijken. Hoe vaak bent u niet van plan dingen te doen waar u nooit toe komt en hoe vaak neemt u zich voor bepaalde dingen niet te doen, maar u doet ze natuurlijk prompt. Dat is een tegenstelling. Ik zou zeggen: naarmate de mens innerlijk edeler is, is de kans groter dat hij misgrijpt in de materie, want er moet evenwicht zijn, ook daar.
Als we zeggen: God, goddelijke wereld en wij komen bij de Romeinse 10 (X) terecht, dan zouden we ook zeggen: God is voor ons eigenlijk niet de hemelwereld, de geestelijke wereld en ook niet de stoffelijke wereld, maar het is het punt waar beide elkaar bereiken en elkaar in evenwicht houden. God is voor ons de kern van het evenwicht. Wij bewegen ons voortdurend langs en door die kern en gaan steeds naar een ander besef, om de doodeenvoudige reden dat wij niet in staat zijn de inhoud van dit ene punt te begrijpen. Wij hebben altijd een wereld nodig, die overigens een zwakke weerkaatsing is van de inhoud van dit ene punt werkelijkheid waaruit het totaal van de verschijnselen geboren is.
Dit is op zichzelf een interessant en biologerend onderwerp. Het vervelende is alleen dat je nooit de juiste beelden vindt en dat is ook begrijpelijk.
Als ik alles hier nu eens in uw taal en uw termen heel juist en zuiver zou kunnen weergeven, dan zou een andere wereld niet meer nodig zijn. Het is juist de vertekening, die elke wereld heeft. De geestelijke wereld heeft haar eigen vertekening van de werkelijkheid zo goed als u stoffelijk ook een vertekening van de werkelijkheid kent. En de allerhoogste en de allerlaagste wereld zullen allebei misschien een veelomvattender omschrijving zijn van wat leven en wat God kan zijn, maar ze zijn in ieder geval beide uitermate vertekend. Een mens voelt dat, meen ik, wel ergens aan.
Als u hoort – dit is een bekend beeld en u heeft het waarschijnlijk al vaker gehoord, maar in dit verband zou ik het toch weer willen citeren – over een hemels Jeruzalem met goud geplaveide straten, bordjes met lammetjespap, harp spelende mensen en denkt even na wat zo’n wereld eigenlijk is, dan krijgt u er ook het rambam van. Net zo goed als van een hel waar voortdurend wordt gestookt en iedereen ligt te sissen in de eeuwige vlammen, terwijl de duivel zo nu en dan met een augurkenvorkje komt om u om te keren. Als u het zo bekijkt, is het allebei even onmogelijk. Maar het is onze poging iets te omschrijven van de onredelijkheid, de onmogelijkheid van alle waarden, die wij vanuit onszelf projecteren.
Wij leven in tegenstellingen; en door de spiraal te gebruiken kunnen wij die tegenstellingen een klein beetje organiseren. Als u die spiraal eens zou uittekenen, dan zult u zien dat elk punt, dat u hier bereikt op de lijn, op diezelfde lijn aan de andere kant eveneens een belevingspunt moet hebben, want er is één lijn. Je kunt steeds lijnen trekken, zodat er een heel lijnenraster loopt. En dan kun je zeggen: Kijk, hier komt die beleving en dáár komt die weer. Maar hier is het stoffelijk, dan moet het dáár geestelijk zijn. Hier is er een combinatie van stof en geest, dan moet het dáár een combinatie van geest en stof zijn. Hier is het misschien een overgang naar de geest, dan is dáár een geboorte. Op die manier krijg je een ander inzicht in de betekenis.
Het is allemaal zo gemakkelijk om zo mooi hoog geestelijk te doen. Ach, lieve mensen, hoog geestelijke praat is al verkocht vanaf het ogenblik dat de eerste sjamaan beweerde dat de voorvaderen door zijn mond spraken. Soms was het nog waar ook. Maar dat maakt helemaal geen verschil uit. Wij moeten niet hoog geestelijk zijn en wij moeten niet materialistisch of stoffelijk zijn. Wij moeten gewoon onszelf zijn. In de mystiek zijn we onszelf doordat wij de tegenstellingen een beetje uitschakelen. Wij proberen het kernpunt te beleven.
Voor mij is een mystieke beleving het gaan naar de lijn, die de verschillende punten van het lot schijnt te verbinden in al die windingen van de spiraal. Het begrijpen van een totaliteit in plaats van een leven in verandering en tegenstelling. Het bereiken van een eenheid in plaats van een voortdurende gespletenheid in wezen, in besef en in mogelijkheden. Dat lijkt mij de juiste verklaring te zijn.
Als u leeft en u doet aan mystiek, aan occultisme en al die dingen meer, dan moet u dit naar eens onthouden: Pas op het ogenblik, dat wij de tegenstellingen van alle werelden in ons kunnen vergeten en daardoor iets van de totaliteit kunnen beleven, zijn we ergens. Een mens, die zich voortdurend bezighoudt met de wereld van de geest, schiet niet op. Een geest, die zich voortdurend bezighoudt met de wereld van de mensen, schiet ook niet op. Maar op het ogenblik, dat wij beseffen dat er een gemeenschappelijke kracht is, die in alle werelden bestaat en wij kunnen deze voor een ogenblik aanvaarden en beleven, dan zien wij de werkelijkheid die wij zijn. Dan weten wij wat leven werkelijk betekent. En dan is de straal des levens alleen maar een symbool, dat wij hanteren om onszelf duidelijk te maken dat ondanks alle veranderingen de werkelijkheid één en dezelfde blijft, de kracht die ons regeert één en dezelfde blijft en dat ons wezen in al zijn schijnbaar tegenstrijdige en verschillende uitingen een eenheid is, die tot een kosmisch geheel behoort, waarin wij niets kunnen veranderen, maar waarvan wij wel steeds kleine stukjes beleven.

Gemeenschap

Gemeenschap wil zeggen dat er een gelijkheid is; er is iets wat we gemeen hebben.
Wij hebben eigenlijk met heel veel wezens, krachten en mensen iets gemeen. Op het ogenblik, dat wij dat beseffen en tot uitdrukking brengen, ontstaat er een gemeenschap. Je kunt zeggen, dat tegengestelden elkaar aanvullen, maar in de praktijk is dat alleen mogelijk, indien ze ook iets overeenkomstigs hebben. Je kunt niet verwachten dat absolute tegenstellingen ooit tot gemeenschap komen, maar wel dat ze uitdrukking kunnen geven aan een eenheid; en dat is gemeenschap.
Men zegt, dat de mensen een gemeenschapsleven kennen. Dat is tot op zekere hoogte waar. Je bent van elkaar afhankelijk. Je vult elkaar aan. Je bent tezamen iets meer dan je alleen zou kunnen zijn, en je kunt jezelf pas zijn door het besef wat je bent in relatie tot al die anderen.
De gemeenschap van de mensen is er een vol tegenstrijdigheden. Maar zonder die tegenstrijdigheden plus de toch verenigende factor zou er geen werkelijke band mogelijk zijn, geen werkelijke samenwerking.
Dan spreekt men in de kerk over: de gemeenschap der heiligen. Dat klinkt net alsof het een soort vereniging is voor uitverkorenen. In wezen zijn wij echter verbonden met alle werelden; ook daar bestaat een gemeenschap.
De geest werkt mee in uw wereld. Maar uw wereld is ook belangrijk voor de wereld van de geest. God is belangrijk voor uw wereld, maar dan moet uw wereld ook belangrijk zijn voor God. Altijd weer moet er een wederkerigheid zijn en dat is wat het woord gemeenschap uitdrukt. Het is deze wederkerigheid waardoor de schijnbare verschillen en tegenstellingen tezamen iets goed tot stand brengen. Dat moet u ook voor uzelf beseffen.
Wanneer u leeft, zijn er veel dingen die u met anderen dient te delen, maar dat kunt u alleen, indien dit delen niet beperkt is tot een “ik het mijne en jij het jouwe.” maar tezamen reikt tot iets anders, iets meer.
Alle gemeenschap is de uitdrukking van een kernwaarde, die in allen bestaat. Of er nu een denkbeeld is, een misvatting desnoods, dat doet niet ter zake. Er moet iets zijn wat ons tezamen houdt, waardoor een gemeenschap kan bestaan. En de totaliteit omvat waarden, die in ons allen bestaan. Daarom bestaat er tussen de totaliteit en ons een gemeenschap, die wij niet teniet kunnen doen. En dit beseffende kunnen wij ons toevertrouwen aan die totaliteit, mits wij bereid zijn in onszelf ook voortdurend het antwoord op die totaliteit te geven.

Slotwoord

Hiermede zijn wij aan het einde van de cursus gekomen.
Ik heb geprobeerd iets uit te drukken. Laten wij één ding goed begrijpen: Er is iets wat ons allen verbindt. De cursus is er in zekere zin de uitdrukking van. Niet omdat u voor zoete koek aanneemt wat wij zeggen en niet omdat wij de totale waarheid en niets anders kunnen weergeven, want we zijn nog niet zo ver, maar doordat we elkaar iets schenken. Daardoor wordt de geest wijzer door uw gedachten en reacties. En u wordt weer gestimuleerd in uw besef door hetgeen de geest zegt.
Een cursus is een vorm van samenwerking. En zo vormen wij de gemeenschap, die zich de Orde der Verdraagzamen noemt en die een heel klein korreltje zand is tussen vele andere soortgelijke korrels, die de oceaan van het eeuwig Werkelijke omsluiten.