Esnaï, Priester van het Huis van Sin

22 mei 1955

Ik hoef niet eens meer te vertellen, dat ik als inleider kom. Dat heeft u natuurlijk al begrepen. Wij hebben voor u iemand kunnen bereiken, die voor u zeer interessant zal zijn.

Wij zullen zo dadelijk, ik zal zelf waarschijnlijk weer als contact, als tussenschakeling fungeren of een van de anderen zal dat doen. U krijgt dus geen onmiddellijk contact, maar wij zullen u contact te weten te bezorgen met Esnaï, Priester van het Huis van Sin en de Tempel van Nebboe, die ook wel bekend staat, o.a. in de Bijbel, als de Toren van Babylon. wanneer u naar zijn woorden luistert, dan zal het u duidelijk zijn, dat hij aan de ene kant put uit de Oudheid, dat hij u vertelt over oude dagen, maar aan de andere kant, dat reeds in die dagen, de ware priesters, waarvan hij er een van was, zeer zeker inzicht hadden gekregen in de schijnvormen der Goden. Wanneer wij dan ook horen, hoe hij ons vertelt over de indeling in zeven aparte tempels binnen een grote toren. Wanneer wij horen, hoe hij ons beschrijft, hoe de hoogste kamer gewijd was aan de Heer van de Bliksem, hoe hij ons vertelt, dat deze kamer nooit was afgebouwd, begrijpen wij, dat men vocht over het recht der Goden, want dat was de oorzaak van de spraakverwarring. Men begreep de gedachte niet meer van deze toren en was daardoor niet meer in staat haar te voltooien. Dan zult u met mij eens zijn, dat daar werkelijke en grote wijsheid in gelegen is. Ik wil u verder nog een waarschuwing geven. Wij kennen onze vriend Esnaï nu al een hele tijd. Hij is soms geneigd tot het pompeuze, dat in Babylon’s tijd vele der priesters eigen was. Hij zal misschien een dichterlijke beschrijving geven, een ogenblik later weer een nuchtere, harde waarheid presenteren. U zult hier zelf onderscheid moeten maken.

Wij voor ons menen, dat het niet zo dwaas is, wanneer hij spreekt en weer terugvalt op de aardse termen, omdat wij weten, dat hij zelfs in de dagen van het veelgodendom een plotselinge bevrijding, zonder verdere incarnatie, tot stand weet te brengen. En dat was in de dagen dier verwarring meer dan in de tijden, dat het christendom aan de mensheid toch in ieder geval een weg toont, dat andere grote profeten de verdeeldheid terzijde hebben gegooid.

Dat zij in plaats van de vele Goden van het gericht pantheïsme, hebben gesteld het gericht monisme, dat uiteindelijk zal kunnen worden tot het vormloze monisme, waarin wij de eenheid met het Goddelijke kunnen accepteren. Ik geloof, dat ik hiermede voldoende heb gezegd. Wij weten, dat sommigen onder u een vlotte afwerking van deze morgen wel zouden prefereren, maar aan de andere kant zullen wij toch trachten om de volledige stof, zoals die voor deze ochtend was voorzien, u te brengen. Daarom zal ik mij onthouden van commentaren, die, wanneer u het voorgaande goed in acht neemt, niet nodig zijn.

o-o-o-o-o

Ik ben Esnaï, uit het Huis van Sin, een God, die reeds lang vergeten is door deze wereld. De vorm van het licht, de vorm van de Kracht, werd eens uitgebeeld in Sin, zoals andere eigenschappen werden weergegeven door andere Goden en in andere krachten. Wie is gegaan door de lichtende ruimte waarin het Gouden Licht van het Scheppende heersend door de wonderen der priesters, weet dat weer de zon, ja, de kern van het zijn met hem binnentrad.

Wie zich dit voor ogen stelt, weet, dat Sin, die juist, omdat hij vormloos bleef in de ogen zijner gelovigen, het dichtst kwam bij de God, die u in deze dagen kent. In de tijd, dat ik leefde, was de wereld verdeeld tussen vele Goden. Wanneer ik u zeg, dat het Huis van Sin een plaats werd toegewezen op de laagste verdieping van de grote toren, die men bouwen zoude, terwijl daarboven hoog de dood als afgod troonde, de Heer der Onderwereld, dan kunt gij u een beeld maken van de innerlijke verwarring, waarin de wereld toen leefde. Vele zangen werden gesproken, vele wonderlijke gezangen werden gezongen, de harp werd geslagen en de klank der klagende fluiten en zij rustten niet. Offer na offer. Maar de Heerser van deze nieuwe Tempel, die wij bouwen wilden, de de Heerser van dit werk, dat nooit werd voleind, omdat de mensen in strijd geraakten, was een Vorst, groter dan de Zelfbarende. Sin is degene die zelf baart. Hij is het leven zelf. De kracht waarin hij Heerser van deze tempel zou moeten zijn, is Hebboe, de God van Wijsheid. De wijsheid is het, die aan de mensheid gestalte en vorm geeft.

De wijsheid is het, die de Gouden Kracht van Sin boetseert in vorm. De wijsheid is het, die regeert. Al het andere is schijn. Men heeft geroepen in het Huis van Bel en het orakel, de openbaring en het wonder. Maar wat is een orakel zonder wijsheid? Wat is een openbaring, wanneer de wijsheid haar niet geschapen heeft? Men heeft geroepen in het Huis van Ishtar om vrijheid, om de liefde, om de intensiteit van leven en beleven, die voor mens en geest zo belangrijk is, waar zij het bewustzijn brengt. Maar hoe kan het leven, hoe kan Ishtar bewustzijn brengen, wanneer de wijsheid niet de drijfveer werd? Machtig waren de Goden van Babylon. Groots en machtig, velen zijn er aanbeden, duizenden waren soms de Goden. De namen, die ik u spreek zijn door de wereld reeds vergeten. Toch zijn zij, evenzeer als de Goden, die gij kent, als de gedachte, die gij volgt, voor ons een weg geweest tot waarheid.

Onder alle godsdienst, alle Goden, alle wetten en voorschriften. Opalen versieren de offerstafels, de diamanten fonkelen in een plaat, waarop de zon schittert als een symbool. Wat zijn zij anders dan tekeningen van de wereld, waarin wij leven. Al wat men God noemt, al wat men leert, is slechts een uiting. Het is een naar voren treden van een bepaalde levende kracht.

Maar tot werkelijkheid wordt zij eerst, wanneer wij haar beleven en in onszelf verwerken en verwerkelijken. Zeker, wij hebben de slaven, zowel als de vorsten, geleid. De priesters waren erfgenamen van de oude wijsheid. Wij gaven hen genezing, dood, of prikkel der lusten, zoals zij verlangden. Elk huis had zijn taak, elk huis gaf zijn gaven aan de mensheid. Elk huis verkocht zijn kennis en bracht onbewust een bepaald aspect van het leven tot uiting. Sin is de Krachtgevende, de Zelfbarende, de Al in Standhoudende. Zijn priesters geven raad en genezing. Maar niet brengen zij de sombere gedrochten van Nerstode, de dood. Leven geven is mijn taak geweest op aarde. Leven zoeken is de drijfveer geweest van mijn gedachten. Uw hele wereld zoekt naar leven. Eens heb ik gemeend, dat ik het gemeend, dat ik het leven bezat. Ik heb gemeend, dat mij, Priester van Sin, de wijsheid van Kebboe geworden was tot een wapen, dat eeuwigheden kon verslaan. Een kennis der tovernarij, de geneeskunde, mijn begrip voor de menselijke ziel leken mij ontzagwekkende wapenen te zijn in een leven, dat eindeloos pulseerde. Wat ben ik eigenlijk dwaas geweest. Want al deze kleine dingen zijn niets en nietig; zij zijn de levende dood, waarin achter de altaren en de Godenbeelden het masker van het ledige schuilt. Het ledige! Elke mens, die bewustzijn zoekt, moet weten, dat het stoffelijke leven, dat dat leven in een lage sfeer aan vorm en stof gebonden nog, niets anders is dan een dood, zo er al een dood in het Al kan bestaan. Wanneer een mens op aarde sterft, werpt men zijn as in een urne. In uw dagen sluit men hem in een nauwe woning van hout of rots en hij is afgesloten van het zijn. Kinderen spelen boven de graven, jonge maagden dansen rond de urnen, de offerstoet trekt voorbij. Het wonderlijke leven speelt zich rond de dode af en hij bemerkt het niet. Hij vertoeft, zoals ons geloof zeide, in “De Hallen van het Huis der Duisternis”. Maar zo is het in werkelijkheid met de mens; wat hij leven noemt, is dood. Wat gij rond u draagt is beperking, een vrij worden. Het werkelijke leven onttrekt zich aan de gebondenheid van één vorm, van één standpunt, van één gedachte. Het vliedt uit over de wereld en vecht niet meer een droeve strijd van verdeeldheid. De strijd, die eens de wondertempel van Babylon maakte tot het begin van Babylon’s ondergang. Laat ik u een beeld geven uit die dagen. Het bouwwerk was reeds opgetrokken. Vier tempelruimten waren volledig afgewerkt en klaar, terwijl de werklieden daarboven omhoog streefden, torenende tot zij eindelijk het laatste, de kleine kamer van de God van de dood voltooid zouden hebben. De Tempel van Sin was geopend. Daarboven waren de tempelruimten klaar. Op de tweede verdieping wilde men zelf reeds beginnen met een wijding van de daar ontworpen en reeds afgewerkte ruimten. Van alle kanten stroomde de kooplieden, de karavanen van slaven en bouwers toe om het grootste wonder van een machtige beschaving te voltooien. Wij bouwden ter ere God’s. Doch toen er een kwam met edelstenen, toen sprak de ene priester voor Sin, de tweede voor Ishtar, de derde een andere naam. De enigen, die zich onthielden waren de priesters van Nebboe. Nebboe, God der Wijsheid, draagt het blauw. Het blauw was geen kleur, die door de anderen werd begeerd. Er spraken verschillende namen tot elkaar en begrepen niet, dat zij hetzelfde bedoelden. Oh, later heeft Israël geschreven over een spraakverwarring.

Oh, zij verstonden elkaar zeker. Wij verstonden elkaar niet meer. Degenen onder ons, die verstaan konden waren stom, verslagen door het wonder van menselijk onbegrip en menselijke verdeeldheid. Zij spraken over wetten, over rechten, zij spraken over hun plicht en hun taak. Menige priester trok de scherpe schrijfstift of het korte zwaard om het recht van zijn God of Godin te verdedigen. Zoals de mensen vaak vechten met woord, of met de daad om hun God of hun Godin te verdedigen. Dan spreekt de één over het recht, de tweede over de vrijheid, de derde over Jezus en het Koninkrijk God’s en de vierde weer over wat anders. De dwazen begrijpen niet, dat al deze dingen gezamenlijk slechts een klein beeld kunnen geven van al hetgeen er in de Schepping bestaat. Wie zal u de wet stellen, wie zal u de naam noemen van God, Die gij eren moet? Wie kan u de regels stellen, waarna gij leven moet? Want geen kent het totaal. Naast elkaar leefden in de tempels van Babylon de priesters der verschillende Goden. De priesteressen en slaven, hun onderdanen waren met hen. Zij overschreden vaak zelfs niet de drempel van de tempel van een andere God, want, zo zeiden zij: “Ons is de waarheid.” Maar ik zeg u, ik, die veertig lange jaren gediend heb in het Huis van Sin: Er is geen waarheid in Goden of wetten of regels. Er is slechts waarheid in de mens.

Wanneer een ander u slaat met de gesel zijner toorn, zo kunt gij slechts zeggen: Dit is de waarheid en niet de mijne. Wanneer één u zegt: “Mijn God is waar en groot, beschouw die God goed. Hij is dezelfde kracht van leven, die ook in uw God woont”. Wanneer een ander u zegt: “Wees bevreesd, want mijn God is sterk”, zo lacht: er zijn geen Goden. Er zijn vele geesten en bewustzijnsvormen, die dwalen. Maar zij leven uit één kracht. Eén kracht, die in ons allen leeft. Stof en geest. Deze kracht nu is het werkelijke leven. Zonder dit leven kan geen God en geen mens bestaan, is er geen leven en geen dood. Deze kracht is onze ware God. Al het andere is slechts schijn, waan en begoocheling. Al het andere is een spel der ondergang. Een spel met de dood. De enige ware vorm van dood, die er bestaat: het leven,

gebonden in vorm, afgesloten van de werkelijkheid. Bleek zoekende naar begrippen en andere begrippen. En ondanks dat besloten in de ondoorgaanbare grenzen van eigen bewustzijn en eigen tijd: het eigen zijn. Er waren dagen, dat in de tempels de maagden dansten voor hun God. Er waren dagen, dat het maagd-zijn werd geofferd aan de God. Er waren dagen van vreugde en van smart. En wat was de werkelijkheid? De dans had geen waarde en geen betekenis, indien zij geen vreugde en bewustwording betekende voor de mens. De ontmaagding had geen betekenis, tenzij zij een ware vreugde was voor hen, die haar ondergingen. De vreugde was leeg en ijdel, tenzij zij uit dankbare mensenharten geboren werd. De treurnis had geen  waarde, tenzij een mens zichzelf in het grote leed kwam onderdompelen en zo zijn eigen leed verloor in een zee van treurnis. Zo ging het in onze tijd en in onze tempel. Maar zo is het nog in uw tijd. Wat heeft Uw zin voor moraal en rechtvaardigheid voor zin, indien zij niet uit uzelf geboren wordt? Wat heeft uw God, Die gij zo ijverig omschrijft en vereert voor een waarde, wanneer Hij niet in uzelf woont als het leven.

Wat hebben alle waarderingen der maatschappij voor u te betekenen, als zij niet een werkelijk deel van uw “ik” zijn? Ik, die men in uw christelijke tijd een priester des duivels zou noemen, ik, die een leider was onder de dwazen, die de ondergang toe dansten in een strijd over de prioriteitsrechten van de ene of de andere God, ik zeg het u: zo als het waan en verdwazing was in onze dagen, zo is het waan en verdwazing in uw dagen. Uit zich leeft de mens. Uit het “ik” leeft hij en ervaart hij. Wij bestaan echter alleen uit de kracht van het eeuwige, dat ons doorademt en waarvan wij een werkelijk deel zijn. Niets geldt, niets heeft recht dan het wezen, dat wij zijn. Dit is leven en waarheid. Al het andere is begoocheling en waan. Indien wij ons wezen, zoals het is tot uiting brengen, dan zult gij, zoals ik na pijnlijke strijd, begrijpen, wat het is om onder te gaan in een licht, dat zilver en goud door elkaar verweeft. Dat de sferen maakt tot een belachelijk spel van voorbij drijvende wolken. Een wereld, die eeuwig is.

Die staat in een werkelijkheid, die te omschrijven onmogelijk is. Licht, dat in je is en rond je, waar je deel van bent, Licht, dat alles omvat. Licht, dat je wordt tot een stem, wanneer je uitreikt naar lagere sfeer. Licht, dat in je klopt als een hart, wanneer je denkt aan degenen, die nog gevangen zijn. Gevangen in een waan. Soms noem ik dat licht Sin en voor mij is dat waar. Want, wanneer ik zei: “Sin”, dan dacht ik aan het eeuwige en het Alscheppende. Noemt gij het anders, het zal evenzeer waar zijn. Maar niet waar zijn de kunstmatige beperkingen,

die gij u oplegt. Dood is het te zijn als dwazen, die vechten over een enkel voorrecht, over een enkele regel van leven. Babylon is er aan ten onder gegaan. Werelden zijn er aan ten onder gegaan. Goden zijn er door gestorven. Maar het leven zelf is onuitblusbaar. Het is eeuwig en daarom voor ons: “Het Leven”. Dit, vrienden, is het einde. Meer heb ik u niet te zeggen.

o-o-o-o-o

En ik, zal hier geen commentaar meer opgeven. Ik meen, dat de woorden voor zichzelf duidelijk genoeg zijn. Omtrent de waarde der beschouwing zult gij zelf uw conclusies moeten trekken.

o-o-o-o-o

Reis naar een andere ster.

Maar wat zoudt u zeggen, als wij vandaag gewoon eens naar een andere ster gingen?

Ja, ik heb daar een bepaald doel mee. Er zijn natuurlijk planeten, die op een veel hoger, maar ook die op een veel lager bewustzijnspeil staan als uw aarde. Nu zijn er planeten, dat weet ik zelf, waar de mensen, die op aarde alle incarnaties reeds hebben volbracht en toch nog behoefte hebben aan een stoffelijke vormgeving incarneren. Deze werelden zijn buitengewoon mooi en fraai. Nu heb ik gedacht laat ons eens een heel gezellig toertje maken. Wij stappen in een geestelijk kosmische autobus. U ziet mij hier naast de chauffeur zitten met de microfoon in de hand. Ik zal u dan alles gaan vertellen, wat er gaat gebeuren. Ik moet u van te voren nog vertellen, dat deze trip heel goedkoop is: het is inclusief alle entree’s. Wij beginnen onze trip natuurlijk op de aarde. Maar aangezien er niet veel valt te vertellen is, zullen wij alleen maar vast stellen, dat wij er met een daverende vaart vandoor gaan in de richting van een ster, die ligt in het sterrenbeeld van de Waag. U moet uiteindelijk toch weten, waar wij heen gaan, nietwaar?  De naam van de planeet, waar wij heen gaan, kan ik u moeilijk geven. Zij heeft n.l. geen gesproken taal. Men kent er wel een telepathisch contact, dat eventueel met gebaren wordt aangevuld. De enige klanken, die men er kent, zoudt u zingen en muziek noemen. Ofschoon ook deze heel sterk verschillen van alles wat u in uw wereld te horen krijgt. Het eerste, wat wij zullen doen, is natuurlijk aangaan in de hoofdstad, want daar vinden wij enkele dingen, die voor ons buitengewoon interessant zijn. In de eerste plaats de Tempel van de eeuwige Vlam. U kunt ze misschien daar in de verte al zien. Die aardige koepels met in het midden die hele grote dom, die wel kristal lijkt, waar van de binnenkant licht doorheen schijnt. Het is wel eigenaardig, niet? Dat komt, doordat er in deze besloten ruimte een grote natuurlijke gasvlam opspuit. Daar zitten nog wel wat andere kleinigheden aan vast, maar dat zien wij dadelijk wel.

Wij gaan er toch even naar binnen. Allereerst wil ik u even wijzen op de mensen. U ziet, dat er wel enig verschil is met wat men op aarde mens noemt. In de eerste plaats lijken zij ons groter toe. Wanneer u naast hen zoudt gaan staan, zoudt u inderdaad bemerken, dat dit zo is.

In de tweede plaats ziet u, dat zij lange losse gewaden dragen en dat degenen, die dezen niet dragen, een korte tuniek dragen. Wij zien dan verder, dat er hier heel weinig kleuren gedragen worden en de kleuren, die men nog draagt, zijn eigenlijk meer pasteltinten. Interessant vooral voor de dames. wanneer u hier later ooit komt, weet u het alvast. Een ensemble wordt hier alleen in enkele pasteltinten ontworpen, die liggen tussen blauwachtig wit en purperpaars soms. Dat draagt men nu hier. Het meest beschaafd ben je, wanneer je die hele lichte tere tinten blauw hebt. Begrijpelijk overigens; wij zijn hier op een planeet, waar heel veel wetenschapmensen nog eens naar toe gaan. Misschien niet erg vleiend voor de aarde, maar begrijpelijk. De wetenschap is erg graag exact. En het exacte kan hij meestal gemakkelijker in een stoffelijke omgeving vinden, dan in een geestelijke omgeving. Een geestelijke omgeving legt zoveel moeilijkheden aan proefnemingen in de weg. Maar hier kan de meest uitgebreide en exacte kennis over het Al worden verkregen, waarom wij deze planeet dan ook rekenen onder de meest hoogstaande in de sterrennevel, waarin u op het ogenblik leeft. Wij gaan allereerst natuurlijk een ogenblik kijken naar de architectuur, nu wij toch hier staan. Merkt u, hoe luchtig gebouwd wordt hier? Het is allemaal wel hoog, maar niet onsierlijk hoog. Het is helemaal niet dat wolkenkrabberachtige, dat massieve, dat je op aarde hebt. Ziet u, dat alles hier praktisch in boogvorm is gebouwd? Wanneer wij iets verder gaan, dan zal het u opvallen, dat vele van die huizen een soort stervorm hebben, of een bloemvorm. Dat is niet zo maar gedaan. Deze gebouwen zijn inderdaad zo geplaatst, dat zij een zo groot mogelijk woongenot geven, maar gelijktijdig ook de gesteldheid en de inzichten van de mens symboliseren. Deze vorm is opzettelijk gekozen, dat zij uitdrukking kan geven aan het innerlijk van de mens. Op aarde is het zo, dat u een huis neemt en probeert uw eigen persoonlijkheid dan in het huis uit te leven. Hier gebeurt het eigenlijk wel wat anders. Hier wordt het huis zo gebouwd, dat het eigenlijk een grote klankkast wordt voor het leren en de persoonlijkheid van degenen, die er in gaan wonen. Dat is heel mooi. Zo kun je meer jezelf zijn in de beslotenheid van je eigen woning. En dat is dan ook het doel. U ziet nu al deze grote gebouwen hier en u denkt misschien wel, dat ze hier ook woonkazernes hebben. Dat hebben zij niet. Iemand woont hier altijd volledig afgezonderd van een ander. Een gezin kan nog samen wonen, ofschoon er ook op dat gebied hier verschillen zijn, waar wij nu naar niet verder op in zullen gaan. Als u zich dan de moeite getroosten wilt en hier links de straat in te kijken. U ziet, het zijn hier alle licht gebogen straten. Dat is ook al weer heel aardig gedaan. Zij hebben dat hier allemaal uitgerekend. Het gaat er om, dat de mens elk ogenblik, dat hij leeft een nieuwe schoonheid ontdekt. Daarom hebben zij de loop van de straat zo gebogen, dat de valling van het licht op elk moment, dat je je in die straat bevindt, iets verandert. En daardoor natuurlijk ook het aspect van hetgeen je ziet. Verder ook, dat je voortdurend een gesloten geheel rond je ziet, zodat de stad harmonieus is. Zouden zij allemaal rechte straten bouwen, dan zouden zij hier eenvormigheid moeten scheppen. Maar door deze buiging kunnen zij van trap tot trap overgaan in een andere vorm en uiting, zodat alle eigenschappen, die gewenst zijn voor scholen, laboratoria, bibliotheken enz. enz., hier gemakkelijk mee tussen gebouwd kunnen worden, zonder dat het storend werkt, zonder dat je zegt: He, wat is dat nu? Dat je zegt: Dat is een mooi gebouw, maar al het andere past er zo lelijk bij, Dat mag niet. Deze wereld gelooft in een continuüm van schoonheid, waarin elk wezen zichzelf zodanig juist tot uitdrukking brengt, dat het tot schoonheid wordt in het samenzijn net anderen. Het moet mooi zijn, doordat het met andere dingen samen is en niet op zichzelf. Een gedachte, die ongetwijfeld is gebaseerd op de erkenning van de continuïteit van het scheppend principe. Nu zullen wij dan eventjes gaan kijken. Als u nu die boog afkijkt, dan ziet u daar dat eigenaardige beeld. Het lijkt wel een soort van piramide met een hele smalle basis. Een tussending tussen een naald en een piramide eigenlijk. Weet u, waar dat een herinnering aan is? Aan de werelden, waarbij het verschil tussen hoog en laag in geestelijk peil zo groot is, dat het hele geval, de gehele structuur wankel wordt. Wij kennen nog meer van deze eigenaardige uitingen. Ik zou u bv. naar een ander plein kunnen brengen. Wij zullen er niet heen gaan. Als u daar kijkt, dan is het opvallende, er ligt iets, dat lijkt ook weer een piramide, maar zo plat, dat het bijna een schildpad lijkt. Dat is het symbool van de beginnende wereld, waarin alles gelijk is en waarin slechts één topwezen voorzichtig zich los werkt uit de grote eenvormigheid. Want deze wereld verwerpt te grote verschillen, maar ook te grote eenheid. Zij zegt: In de differentiatie van uitingen komt eerst het bewustzijn tot zijn volle ontplooiing. Het verschil moet er dus zijn, maar het verschil mag niet groter worden, dan een voor ieder begrijpelijk en aanvaardbaar verschil, dat de gehele wereld, met al wat er op leeft een bewustzijnspeil kan blijven delen.

Dat is heel erg knap gevonden, vind ik. Ik zou het tenminste erg mooi vinden, wanneer er meer werelden waren, die deze gedachte in praktijk brachten. Wij gaan nu eventjes hier in deze gebogen straat door en nu komen wij hier op die snijdende cirkel, weet u wel. Het zijn allemaal cirkels, die elkaar snijden, Als u kijkt, dan kunt u het zien.

Daar heb je de gebogen weg met grote velden, met de bloemen en de bomen, die steeds tussen die gebouwen liggen. Dat is ook inderdaad mogelijk hier, zonder dat je direct gewrongen bouwvormen krijgt. Je hebt hier veel meer ruimte. Op aarde staan de stadshuizen op elkaar. U heeft het misschien nog niet gemerkt, maar dat is juist het grote verschil tussen deze stad, waarin wij nu zijn en de steden, die u van de aarde kent. Het is zo ruim, zo open en toch niet met massale torenend stukken bouwwerk met grote tussenruimte neergezet. Het vloeit in elkaar over, het is harmonisch en de natuur vindt overal haar eigen schoonheidsuiting. Daar moet u goed kijken, dan ziet u daar dat gebouw, dat in tegenstelling tot de meesten doet denken aan een soort suikerbrood met een grote spiraal er omheen. Ik kan het niet beter uitdrukken. Dat is de school en daar zullen wij even binnengaan, omdat wij willen weten, wat hier wordt onderwezen. Vergeet u niet, wie hier incarneert, die weet geestelijk al zoveel meer, dat stoffelijke beschaving veel eenvoudiger te verkrijgen is. Stil is het hier, hé? Maar dat komt, omdat ook kinderen hier reeds met gedachten in hoofdzaak zich uiten. In de eerste klassen, waar wij zo ook komen, kunt u dat dan ook zien; hier wordt mathematica en ook kosmische mathematica onderwezen. Dit is hier de eerste en de tweede klasse zeer waarschijnlijk, als u dat wil gaan vergelijken met de aarde tenminste, om een bepaalde bewustzijnsgraad gaat het hier. Die kosmische mathematica is zeer simpel. Zij vertelt, dat er een aantal kosmische waarden bestaan, die in zichzelf als getal een eenheid zijn. Dus dat zijn getallen, die nergens voor staan. Je kunt niet zeggen, ik heb dat getal en dat ga ik nu eens vermenigvuldigen met een ander getal, dat gaat niet. Het zijn eenheden, zo verschillend als een appel en een ei. Je kunt ze wel samen noemen, naar in hun eigenschap en hun kwaliteit is een heel verschil. Zo wordt hier de kinderen geleerd om de vastliggende verschillen van de kosmische wetmatigheden te begrijpen, als dingen, die je niet kunt verenigen met elkaar, die je niet onmiddellijk met elkaar in contact kunt brengen met een uitkomst. Je kunt een appel en een ei samentellen, naar dan houdt je toch altijd een appel en een ei over, en geen twee eieren en geen twee appels. Nietwaar, als je op zo’n heel kosmische wijze zoudt gaan vermenigvuldigen, dan zou je er misschien een omelet met appel uit kunnen krijgen, maar zelfs in dat geval zou er nog steeds een scheiding bestaan tussen appel en ei. Zo leert men hier de kinderen begrijpen, welke invloeden steeds gescheiden moeten worden gezien. Deze wereld legt heel sterk de nadruk op de tegenstelling. U begrijpt dus, dat het eerste, wat een kind dus moet leren is, tegenstellingen scherp te definiëren en een methode te vinden, waardoor dit kan worden uitgedrukt, verwerkt. Hoe het in relatie staat tot elkaar, hoe een. bepaalde wetmatigheid, zonder dat de waarde zelve vermengd, of verward wordt. Het is eenvoudige stof, nietwaar?

In de eerste klas kan ik er wel over praten, maar als wij zo dadelijk in de H.B.S. komen, dan praat ik niet eens meer over, wat er onderwezen wordt, hoor, maakt u zich maar geen zorgen, want anders komen wij van deze rondtoer niet thuis. Nu gaan wij eventjes verder naar boven. Daar hebben wij een klas, die zingt. Nu moet u eens goed opletten, wat een eigenaardige methode van zingen zij er hier op na houden. Er staat niemand te dirigeren, maar de meester slaat iets aan. Het lijkt net een grote stemvork. Hoort u, het is een zingende toon. Nu beginnen de anderen tegen deze toon in te zingen. Moet u eens opletten. Ziet u daar dat jongetje zitten? Nu, jongetje? Voor hier is het een jongetje, voor u zou het al een flinke kerel zijn, maar voor hier is het een jongetje. Moet u eens opletten. Weet u, wat hij na zingt? Moet u eens goed luisteren. Merkt u al die trillers daar? Die jongen, die zingt, dat hij een vogel is. Luister maar. Het doet een beetje aan de aarde denken. Er zit iets van een leeuwerik in. En dat meisje daar, dat zingt, dat het een konijntje is, dat daar aan het rondhuppelen is. Ze scheppen met hun klanken a.h.w. gedachtebeelden. Het is jammer voor u dat u niet sterk genoeg telepathisch bent om dat allemaal op te vangen, Maar als u dat zoudt zien, dan zoudt u zien, dat zij eigenlijk allemaal met hun klank op het ogenblik een soort gedachteschilderij aan het scheppen zijn. Zij zijn een beeld aan het opbouwen in klanken. Dat is de muziek hier, dat is ook erg interessant. Laten wij nog even verder naar boven gaan. Nu gaan wij al naar de top afdeling toe, aangezien je hier van de zwaartekracht minder last hebt, tenminste als je rijdt, zoals wij, met een autobus. Makkelijk, hé? Als je een autobus hebt, die geestelijk is, dan rijdt je zo door alle kamers heen. Dat is een makkelijke manier van vervoer.

Dan gaan wij nu even naar het natuurkundige laboratorium en dat heeft dan heel speciale eigenschappen. Weet u, wat dat is? Hier moet elk kind, niet alleen werken, maar ook een bepaald probleem bestuderen, dat hoort erbij. Je kunt hier melkboer zijn, maar dan ben je gelijk ook doctor in de filosofie. Begrijpt u? Anders kan je geen melkboer worden. Dat is heel wat anders dan een middenstandsdiplomaatje, vindt u niet? Hier is het een taak om aan het geestelijk bezit voor de mensheid mee te werken in de eerste plaats, en in de tweede plaats te behelpen ook de stoffelijke harmonie te bewaren. Er is hier wel geld in omloop, hoor, het is hier geen Bellamystaat, maar het hangt toch op een heel andere manier samen dan op aarde. Het is heel erg lastig om dat economisch systeem er uit te werken. U ziet het hier dus, het is een grote ronde hal, nietwaar, met rondom allemaal vensters. Als u nu heel goed oplet, dan ziet u daar, op die verschillende banken allerhande apparaturen staan. In het midden staat er een eigenaardige kubus, die met grauw metaal bekleed is. Laat u niet afschrikken en weest u niet bang, dat er wat zal gaan gebeuren. Maar dat is een zeer kleine atoomgenerator, die hier voldoende kracht opwekt, voldoende om proeven te nemen, waarbij enkele miljoenen volts gebruikt worden. Als u even naar boven kijkt, dan ziet u daar de verschillends geïsoleerde cellen, die gebruikt worden om splitsing in de atmosfeer tot stand te brengen en zo de kinderen te leren, wat ozon is en wat het voor het lichaam kan betekenen enz. enz. Zij zijn hier werkelijk goed ingericht. Maar op deze planeet is de school ook het belangrijkste. Men zegt: wat een kind in de eerste jaren heeft geleerd aan feiten, is de basis, waarop het zijn geestelijk bewustzijn kan bouwen, wanneer het groter wordt.

Eén proef zullen wij dan even gaan bekijken, want er is met een klas bezig daar aan de linkerkant, daar bij dat ene boogvenster, waardoor je die eigenaardige spiraal daar aan de andere kant ziet. Die losse spiraal, die daar omhoog staat. Dat is ook weer een deel van een tempel, maar daar gaan wij voorlopig nog niet naar toe. Wij gaan eerst even dadelijk naar het eeuwig vuur toe. Dan merkt u, dat hier ook geen woord gesproken wordt? het is ademloos stil. Dan ziet u hier, hoe deze na, de grote man, die hier staat, iets verbrijzelt. Het is een soort vaasje, een pulletje. Het is van kristal. Om u precies te gaan vertellen uit wat voor materie het bestaat, heus, het zou mij te ver voeren. Hij heeft het kapot geslagen. Nu moet u opletten, wat hij doet. Ziet u, hier heeft hij een apparaatje, dat schakelt hij in. Ziet u, dat daar in die bol, die daar zit, een gloed komt? Die gloed is eigenaardig dat zie je hier heel veel die is blauw met gouden schichten erdoor. Het is net een blauwe hemel, waar zo nu en dan een bliksemschicht doorheen gaat. Nu moet u opletten, dat is op aarde nog niet bekend en toch heeft hij hier dat gevonden. Wij hebben allemaal heel goed gekeken naar dat kannetje, hé? Naar dat pulletje daar. Hij neemt het in de handen, ziet u, deze ene pool en die andere hand richt hij nu op die blokstukken daar op tafel, hij staat er ongeveer een meter vanaf, waarschijnlijk om goed te demonstreren hoe dat in elkaar zit, dat hij er verder ook werkelijk niet aan komt. De machine, die hij gebruikt, wekt bepaalde kosmische krachten op. Deze kosmische kracht wordt door het veel sterker gevormde hersenstelsel van deze mens nu zodanig gericht, dat het kannetje uit die materie, die daar nu verbrijzeld ligt, weer wordt opgebouwd in zijn oorspronkelijke vorm. Het is een heel eenvoudige proef. Een proef, die op aarde wel eens met suggestie wordt geprobeerd en volbracht, maar die hier in natura wordt volbracht.

Ziet u daar dat meisje? Die gelooft dat helemaal niet. Die denkt dat daar een trucje achter zit. Vandaar dat zij er nu naar toe komt. U heeft de gedachte niet gehoord, maar de meestert heeft a.h.w. tegen haar gezegd; Hoor nu eens kindje, als je dat nu niet gelooft, kom dan maar eens even hier, dan mag je zelf ook proberen. Ja kijk, natuurlijk gaat het in brokstukken en nu pakt zij ook het apparaat vast en nu gaat zij ook beginnen. Zij gelooft er maar half aan. Ziet u wel, wat een eigenaardige vorm dat krijgt, het is helemaal het oude kannetje niet meer. Het is helemaal hobbelig geworden, zij was zo ongelovig, dat zij niet voldoende op de vorm heeft gelet. Dat betekent vast een paar strafpunten en misschien nog strafregels, dat weet ik niet. Want ze heeft hier bewezen, dat zij zich niet goed heeft geconcentreerd. Het wordt daar werkelijk op hoge prijs gesteld, als je dat doet. U heeft nu zo wat gezien van het onderricht. Hier worden de kinderen thuis gebracht van begin af aan in kosmische waarden en wetten en wordt hen geleerd, hoe zij verschillende grondkrachten en oerkrachten van de materie kunnen hanteren. Er staan hun krachten voor experimenten ter beschikking, die men op aarde nog helemaal niet heeft, maar waarmee in het lichaam aanwezige krachten kunnen worden verstrekt door hulpmiddelen. U moet niet denken, dat het stukje dat wij hier nu hebben gezien, dat van repareren, dat zij dat thuis doen hoor. Dat doet men nooit, want wat gebroken is, is niet gebroken zonder één of andere reden. Het is iets anders hier. Hier wordt het als proef gedaan. Iets, wat gebroken is, mag je niet meer herstellen. Wat gebroken is, wordt begraven. Het is afgedaan, want het heeft zijn bestaan volbracht. Dat is ook één van de gedachtegangen hier van de mensen. Maar leren de krachten te hanteren, te weten dat zij bestaat, dat is waarschijnlijk hetzelfde als een scheikundeles op een hogere school, waar je uiteindelijk ook leert, nietwaar, om allerhande brouwsels te kunnen maken, zonder dat je er ooit over gaat denken, om dat in je huiskamer nog eens te gaan doen. Zo gaat het met die dingen ook. Dat past niet in de levensopvatting.

Ja, ik moet opschieten zeg. Nu goed. Onze chauffeur heeft ons ondertussen alweer naar de begane vloer gebracht en nu gaan wij verder met een hele grote gang. Dat is de enige rechte weg weg, ,die er is. U moet eens opletten, hoe aardig die grote allee is. En ziet u, hoe die zuilen hier staan? En als u nu die beelden …….. ja, stop even! Zo,  dat moeten wij even bekijken. Ziet u deze beelden? Dan wil ik u er alleen maar op wijzen, dat wij ze vroeger op aarde bijna zo gekend hebben. Dat is een gevleugelde cherub; die kennen ze hier ook. Ziet u dat dierenlichaam met dat menselijke gelaat en die vleugels? Dat is hier het symbool van de mensheid. Op aarde was het het symbool voor verschillende Goddelijke Krachten, maar voor deze wezens is het het symbool van hun eigen bestaan. Vandaar ook het gelaat ervan – zij staan allemaal iets schuin, ziet u? – gericht is naar die grote koepel, waar wij nu op af gaan en ik moet u even verzoeken om even uit te stappen. Hier kunnen wij heus niet met een autobus rijden. Dit is heilige grond. Wij gaan eerst eventjes deze kleine ronde poort door. Het lijkt net een enorme iglo hier, als je hier binnengaat. Ziet u wel? Je krijgt hier een ronde gang, tenminste dan van boven rond. Het is een soort quensonhut om dan een voorbeeld te geven.

Het is hier inderdaad ronden wij lopen er doorheen. Nu ziet u, dat het heel langzaam uitwelt in een grote koepel. Deze ronde koepel is een voorhal. Het is niet een kristallen koepel, waar wij dadelijk in zullen komen, want daar zult u wonderen beleven. Maar als u hier goed luistert, dan hoort u een eigenaardig geluid. Het is net, alsof er een orgel is, waarin twee zware tonen gelijk worden aangehouden. Het is als een klank, die zo dadelijk veel overweldigender wordt. Het is het natuurgas, dat hier verbrandt. Dat heeft bovendien een eigenaardigheid, dat natuurgas heeft een samenstelling, waardoor degenen die hier binnengaan in deze grote hal in een bepaalde toestand komen. Maar wij moeten eerst in deze grote voorkamer zijn en wij worden hier bovendien gereinigd.

Dat merkt u misschien zelf niet, maar dat is een kwestie van straling. Maar men schijnt hier van de overtuiging uit te gaan, dat alles wat niet menselijk is, niet binnen mag treden. Dat wij dat nu kunnen doen, omdat wij als geest, ook menselijk zijn, dat is eigenlijk een uitzondering op de regel. Maar als wij hier zouden komen als bacterie of als iets te dierlijks, dan zouden wij onmiddellijk door deze straling worden teruggedreven. Wij zouden buitengewoon bang worden en vluchten. Zouden wij toch willen doordringen dan zouden wij vernietigd worden. Wij zouden geen voertuig hebben, waarmee wij verder zouden gaan. Het is hier ook het grote heiligdom van deze planeet en deze vlam, is de vlam van het leven. Daarom noemt men het ook: het Vuur des Levens. Het betekent helemaal niet, dat het vuur het leven geeft, maar men gelooft hier – dat moet ik u even vertellen anders begrijpt u het niet, wat u dadelijk ziet – men gelooft hier dat de mens in zich ook een vonk vuur draagt. Dat het een vlam is, die hier uit de aarde komt, uit onbekende bronnen voortdurend oplaait en daar, waar zij vrij komt, een bijzondere toestand schept, met haar licht buitengewone krachten, ook gelijkmatig uitwerpt van zich en daardoor licht geeft en schoonheid. Want als u nu even, hier even, ja ….. Wij gaan nu eventjes de rechterkant langs, maar dan hebben wij hier de minste gevaren. Wij gaan nl. hier niet op de benedenverdieping naar binnen, want anders staan wij daarin de weg voor al degenen, die hier een gebed komen doen, die hier de gedachte van het Eeuwige delen, zoals dat heet. Wij gaan hier eventjes die omloop op. Het licht is niet verblindend. Kijkt u maar rustig. Het is wel diamantachtig wit. Het is net heel schel magnesiumvuur, maar dat heeft geen vorm. U ziet hier dus in het midden deze eigenaardige ronde inzinking in de grond, waarin in het midden nog weer deze put zit, waaruit de vlam komt. Merkt u ook op, dat deze vlam niet volledig regelmatig is? Het is net, alsof ze in een bepaalde cadans flakkert. Daardoor ontstaan die orgeltonen. Het gas, dat hier onder grote spanning in de vlam overgaat, gaat met stoten. Daardoor krijgen wij deze diepe dreunende vibratie, waarbij het geloei van de brandende vlam – het is wel moeilijk, maar probeert u het even van elkaar te scheiden – de tweede orgeltoon is, die hier a.h.w. tegen aan hangt. Het is een mooi akkoord. Het is een eeuwig akkoord, als je het herkent. Enfin, ik praat er niet over. Kijkt u nu eerst naar beneden, dan ziet u, dat alle mensen hier doodgewoon gezeten zijn. Ze zitten gewoon op de grond. De één zit een beetje zus, ,de ander zit een beetje zo. Maar zij zitten allen in stille overpeinzing.

Deze mensen proberen op het ogenblik hun geest in overeenstemming te brengen met deze klanken en met deze vlam, om zich voor te stellen, dat zij deze vlam ontmoeten, die in het midden van de kosmos brandt. Hiervan is deze vlam het symbool. Van het leven. Zij willen hun eigen vlam terugbrengen in het Goddelijke van de Schepping. Daarmee bereiken zij dan een buitengewoon inzicht in hun eigen wezen en de problemen, die zij hebben. De toestand, die u zo hier en daar al ziet, zij lijkt eigenlijk op een flauwte, of een verstening wordt tot stand gebracht door het gas hier. Het is niet schadelijk. Maar als u nu even ademhaalt, zult u merken hoe prikkelend de lucht is. Dit prikkelen van de lucht ontstaat doordat het gas bij zijn verbranding zekere stoffen vrij maakt, die het lichaam tijdelijk stil zetten. Het dwingt niet tot stilstand, maar als je wilt, kun je door je wil daarop te richten, je lichaam helemaal uitschakelen en je geest vrijmaken. Men reist hier a.h.w. naar de kern van het leven toe om zichzelf bewust te worden. Dat is het grote wonder van deze tempel, dat is het grote wonder van deze planeet. Er is dan ook maar één zo’n tempel op deze hele planeet. Daarom zijn wij hier naar deze hoofdstad toe gegaan. Voor wij weer teruggaan zullen wij nog proberen nog even een toertje over het platte land te maken, maar dit is eigenlijk het grote wonder. Zoals een mohammedaan naar de Kaäba gaat en een katholiek naar Rome, zo komt men hier vanuit de hele planeet, wanneer men een zekere leeftijd en rijpheid bereikt heeft. Menigeen blijft hierin deze toestand niet enkele uren, maar dagen, soms weken. De maximumperiode, die ervoor staat is; geloof ik, een dag of veertig, vijftig. Meer dan dat kan niet. Dat mag niet, anders zou je uit de wereld verdwijnen. Wij lopen nu weer even door. Kijkt u ondertussen eens even naar beneden. Eigenaardig hé? Van buitenaf lijkt het kristal doorzichtig. Ziet u, hoe hier die vlam boven in wordt tot een soort parapluie? Het lijkt wel of heel de binnenkant van de koepel vuur is. Het is natuurlijk niet zo, maar het lijkt zo. Goed. Wij hebben nu wel alles gezien en wij moeten op gaan schieten. Wij gaan nog even hier deze hal in. U ziet dan, dat hier verschillende ronde ruimten met elkander verbonden zijn, weet u, waarom deze halve bolvorm gekozen is? Beeld van volmaaktheid, en hele bolvorm is natuurlijk niet praktisch. Maar men heeft dan hier de halve bol gekozen als symbool van de grote volmaaktheid. Ja, kijkt u nog even daar. Daar ziet u bedden liggen en daartussen deze mensen met die eigenaardige gouden tunieken. Dat is de enige keer, dat u hier een gouden tuniek zult zien. In de tempels van het vuur. Dit zijnde grote wijzen. De Leiders, zoals dat hier heet. Men zegt hier niet: Priesters. Zij zijn de leiders, die de mensen dan ook wekken, wanneer het nodig is in de grote hal. Zij worden dan hierheen gebracht, krijgen hier voedsel en een rustplaats. Dit alles ten laste van de gemeenschap. Er wordt niets betaald. Natuurlijk mag je wel iets geven. Een soort van geld. Het lijkt net een koffieboontje, als je het ziet. Het is gemaakt van metaal en is het symbool voor een zekere kracht, of arbeid. Nu gaan wij nog even verder. Wij zullen nog even langs die spiraal gaan rijden, die u zo-even uit de verte heeft gezien. Dat is voor u interessant en dan komen wij op de huisweg meteen nog even op het platte land terecht. Zo, hier even de bocht om. Hier staat nog een aardig standbeeld. Lijkt wel veel op abstracte kunst, hé, begrijpelijk. Men beeldt hier n.l. kosmische invloeden op mensen en dieren uit in mathematische vlakken onder bepaalde hoeken ten opzichte van elkaar gezet. Hier kan een ieder dat begrijpen, want iedereen kent hier de kosmische mathematica. U weet, wel, met die getallen, die niet verenigbaar zijn. Zo hier zijn wij er dan al weer. Ziet u, dat dit twee wegen zijn, die met elkaar vervlochten zijn en als een soort Eiffeltoren omhoog gaan? Als u daar tussen kijkt, ziet u niets als een perk met bloemen. Ziet u wel? Niets als een perk met bloemen. Dat water, dat er overheen wordt gespoten is natuurlijk om te zorgen, dat deze bloemen fris blijven. Dat komt hier uit de onderkant van deze grote wegen. Deze tempel is de uitdrukking van het leven, zoals zij dat voor zich zelf zien. De andere tempel noemde men dan ook de Vlam des Levens, maar dit noemt men de Tempel van de Stof. Twee wegen, die om en om wentelen in dezelfde ruimte en toch voor de top elkaar nooit raken. Je kunt de ene weg opgaan en de andere naar beneden, als je dat wilt. Er zijn er maar weinigen, die dit doen.

Het is meer een symbool. En daar tussen liggen de bloemen. Er zijn verschillende soorten van bewustwording, die, ofschoon zij dezelfde fase van bewustwording doormaken en elkaar toch nooit raken, behalve dan in de kosmos. De top betekent hier dan toch wel de kosmos, nietwaar? In de kosmos komen zij samen. Als men terug wil gaan, kan men elke weg van ontwikkeling kiezen, die men wil. Maar tussen deze dingen ligt voor elke gelijkelijk de schoonheid van de stof en geest, die zo mooi tot uiting komt in de kleine bloem, die zich gelijkelijk aan wind en zon onderwerpt en in volle vreugde haar kleine bestaan leeft zonder te klagen of te spreken. Dat is hier de symboliek. Wij gaan nu weer verder. Deze bocht door en dan zo daar die boog in. Zo, ja. Hier zijn wij dan aan het eind van de bebouwing gekomen en heeft u een groot stuk, waar je zo maar een heel eind het land in kunt komen. Het waai een beetje. Als u heeft opgelet, heeft u natuurlijk gezien, dat eigenaardig genoeg alles hier, de nevel, de mist, een tikje van dat lichtende blauw in zich draagt. Dat is het kenteken van deze planeet. Ziet u wel, dat er hier praktisch geen sprake is van landbouw? Het zijn allemaal weiden, zo hier en daar met bomen beplant. Het is eigenlijk meer een parklandschap. Grote gazons…ziet u daar? Dat lijken wel coniferen. Daar, die lichtende boom lijkt wel iets op een berk. Hij is zelfs nog iets zilverachtiger. En daar staat iets, dat zouden wij het beste een rode beuk kunnen noemen. Ziet u wel. Overal bomen. Er is geen wijde horizon. Het zijn allemaal plekjes vol schoonheid. Dat daar is aardig. Ziet u dat riviertje er tussen door lopen? U moet niet denken, dat u ergens een brug zult vinden. Wel liggen er hier en daar stenen in, zodat men over de vloed heen kan gaan. Maar hier in de nabijheid van de stad vindt u geen stromen, die zo groot zijn, dat zij niet op die manier overschreden kunnen worden. En wat men hier eventueel aan voertuigen gebruikt zweeft toch boven de grond en heeft men er dus geen last van. Deze natuur wordt opzettelijk helemaal ongeschonden gelaten.

Een ver uitzicht heeft men hier niet. Behalve een enkele keer. Ziet u die heuvel daar aan de linkerkant? Die staat daar zo onverwacht in het landschap. Men heeft die kunstmatig gemaakt. Deze stad is gebouwd in een vlakte. Die heuvel is daar opgebouwd, opdat degenen, die een overzicht wil verwerven, iets zal moeten stijgen, voordat hij zijn wereld zal kunnen overzien. Een symboliek, die in deze wereld steeds weer in alle dingen wordt verwerkt. Men legt steeds weer de nadruk op het feit, dat slechts weer een geestelijke verheffing een overzicht zelfs van de eigen beperkte wereld verworven kan worden. Er wordt symbolisch gezegd: Wil je weten, wat er is, dan moet je ook de moeite nemen om te klimmen. Een lesje, dat je hier voortdurend voor je neus geplant krijgt. Ik wil niet zeggen, dat zij altijd zo opvoedkundig zijn hier …. Ja, chauffeur, rijdt u nog maar even recht door. Ik wil niet zeggen, dat zij hier die lessen opzettelijk zo nadrukkelijk naar voren brengen. Maar dit is de uiting van een levensbeschouwing. De gedachtewereld van deze mensen is hierin vast gelegd. Zo, nu zien wij dat er heel in de verte al zo iets van bergtoppen, zo ver gaan wij niet, hoor. Wij moeten terug naar de wereld. Maar kijk nog even goed uit. U ziet wel, dat wij nu de parkgordel zo een beetje achter ons hebben gelaten. Ziet u wel, dat de wereld hier absoluut woest is? Hier is nooit iets aan gedaan. De natuur is de natuur gebleven. Wij zien trouwens ook geen weg. Maar goed, dat wij een geestenautobus hebben, want anders zouden wij wel heel erg door elkaar hossen. Mooi, vindt u ook niet? Maar ongevormd! Er zit geen lijn in, het vertoont geen bepaalde structuur, maar toch is het mooi. Waar in deze wereld de mens zich zijn wereld geschapen heeft, drukt hij zijn stempel ook op de gehele omgeving. Maar waar hij niet teveel komt, laat hij de natuur haar rechten, omdat hij gelooft, dat de natuur, altijd weer geleid door de Goddelijke Kracht, veel te voorschijn zal brengen, wat noodzaak en behoefte is. Nu kunt u, terwijl wij omhoog gaan, nog even aan de achterkant omlaag kijken, wij gaan op het ogenblik snel naar de aarde terug. Maar wat u daar ziet, met al die platte daken, die grote schijven het is net, of ze een rijtje guldens neer hebben gelegd dat zijn de hydroponische farms, waarin men op het ogenblik hier het meeste voedsel verbouwt. Men eet hier zelfs geen gevormde planten meer, zoals op aarde, maar in hoofdzaak een bepaald soort alge, die men op vele wijzen verwerkt. Men werkt daar meestal een tijd. Heeft men dat gedaan, dan gaat men weer naar de stad en gaat met zijn eigen werk weer heel rustig verder. U ziet dus wel: een heel eigenaardige wereld. Terwijl wij nu terug gaan, wil ik trachten u ook enig inzicht te geven in de grote waarden van al hetgeen ik u hier beschreef. Al wat wij hebben gezien is er een bewijs van, dat de geest lange tijd de stoffelijke uiting noodzakelijk blijft. Gelijktijdig toont het ons, dat de stof altijd de vorm aan zal nemen, die de geest verlangt. Dat naarmate het geestelijk bewustzijn groeit, een aanpassing in stoffelijke vorm wordt gevonden. En kan dat niet op een wereld, dan zijn er zo veel werelden, dat er altijd wel een wereld te vinden is, waar je de voor jouw bewustzijn ideale vorm kunt kiezen en daar nog eens een keertje te leven en de laatste stoffelijke problemen uit te werken, voordat je opgaat in de eeuwigheid. Maar hoe dichter je geestelijk bij de eeuwigheid komt, hoe zuiverder je al in de stof de geest supremo zult zien tegenover de stof.

Maar gelijktijdig, hoe meer de geest zich van haar overwicht op de stof bewust is, hoe minder zij zal trachten om werelden te beheersen, of om grote delen van de natuur te beheersen. Zij zal alleen haar eigen omgeving herscheppen, zodat zij harmonisch met het eeuwige leven kan.

Zij zal de wereld buiten dit kleine deel zien als de normale ontwikkeling God’s, die door de mens niet mag worden aangetast, omdat zij nog geen overzicht heeft over de bedoelingen van God, Die dit alles geschapen heeft. Zo vrienden, wij zijn er weer. Wij gingen in de morgen weg en zijn in de middag teruggekeerd. Het is dus eigenlijk een dagtour geworden. Stapt u uit en ga weer rustig in uw stoelen zitten. Droom eens een keer van deze wereld. Droom eens een keer van de wereld, die voor u juist de ideale zou zijn. Probeert u die wereld niet voor te stellen op grond van uw stoffelijk begeren, maar op basis van hetgeen u geestelijk weer en als waarheid erkent. Dan zult u misschien dichter bij deze wereld kunnen komen, dan mijn woorden u vermochten te brengen. Want zo ik u reeds zeide: Op deze wereld zijn het de gedachten, die uitdrukking geven aan alle aspecten van het leven. Wanneer uw gedachten sterk genoeg gericht zijn op deze wereld, dan zal zij tot u kunnen spreken, ook al leeft zij nog in de stof. Want wanneer de gedachten tot elkaar spreken, is het eigenlijk toch het spreken van geest tot geest, daarmee uitdrukking gevende aan de grootste waarde, die tussen twee werelden of twee mensen kunnen bestaan.