Esoterie

18 maart 1969

U bent een mens. U hebt een bewustzijn. Of U dat nu toegeeft voor uzelf of niet, u bent voor uzelf het centrum van de wereld. Voor u wordt alles geïnterpreteerd naar u toe, van u uit. De maatstaf die u in die wereld aanlegt, moet u eerst in uzelf doen bestaan. Dus de waardering die u voor de wereld hebt, ligt in uzelf. De hele wereld is dus eigenlijk niets anders dan een antwoord op hetgeen u zelf bent. En als we nu proberen om de mens te begrijpen, moeten we ons in de eerste plaats realiseren dat elke mens bepaalde angsten heeft, dat hij bepaalde begeerten heeft, dat bij door ervaringen en vaak ook door vroegere levens, dus in een bepaalde richting wordt gedreven. Nu zult u zeggen: ja die mens leeft niet alleen instinctief. Dat is volkomen waar, maar het instinct van de mens zal wel degelijk de keuze van die mens, en daarmee zijn interpretatie van de wereld bepalen. D.w.z. als iemand graag wetenschappelijk denkt dan zal hij die hele wereld aan zichzelf verklaren in wetenschappelijke termen. Maar dat wil ook zeggen dat alles wat hij vanuit die wereld ondergaat voor zichzelf probeert te herleiden tot iets wat ook wetenschappelijk lijkt; dat is het natuurlijk niet maar dat toch in diezelfde formules ligt.

Iemand die mystiek is aangelegd die ziet overal wonderen, begrijpelijk, hij draagt een wonder in zichzelf en hij ziet dat wonder dus ook in een ander. En laten we eerlijk zijn er zijn wonderen te over. Wanneer iemand vandaag de dag dood is, d.w.z. het hart werkt niet meer, de ademhaling staat stil en zo meer, dan is hij eigenlijk dood. Tenminste vroeger zou hij dood zijn geweest, maar zo iemand kan door hartmassage terug tot leven komen. Dan zult u zeggen: ja dat is eigenlijk een vooruitgang van de wetenschap. Vroeger zou men gezegd hebben: het is een wonder. De mysticus vindt het een wonder omdat bij begrip heeft voor de verandering van waarde die hij kan transponeren van de ene wereld in de andere. Hij vertaalt voor zichzelf a.h.w. het hele leven steeds weer in een groter beeld dat hij in zichzelf draagt. Voor hem is die wereld uitermate veelzeggend vaak. Maar hij kan niets in die wereld zien wat hij niet zelf is van binnen en dat geldt voor u allemaal. Natuurlijk wel vervelend om het zo te stellen, maar het is waar.

Iemand die zichzelf niet vertrouwt, vertrouwt niemand anders. Hij ziet dus in de wereld toenemende redenen voor wantrouwen, zeker naarmate hij zichzelf minder is gaan betrouwen. Iemand die in de wereld allemaal idealisten ziet, is een idealist die in zichzelf respect heeft voor het ideaal, dus niet alleen voor een bereiking maar voor het ideaal zelf. Die zal in ieder ander ook willen erkennen daar zit een zeker idealisme in enz.

Het punt dat ik wilde maken is dit. Wij spreken in de esoterie over het innerlijk pad en de innerlijke wereld, maar in feite is er geen innerlijk pad en geen innerlijke wereld. Het is niets wat je kunt scheiden van de wereld waarin je leeft. Het besef dat je hebt is een wisselwerking tussen jezelf en die wereld. Je kunt jezelf niet veranderen. Dat is ook iets wat voor de meeste mensen hard aankomt. Ze zijn voortdurend bezig om zichzelf te veranderen en meestal eindigen ze ermee met de wereld te veranderen zonder dat ze aan zichzelf iets veranderen. Maar je kunt jezelf niet veranderen, je hebt een bepaalde richting. Wat jij goed en kwaad noemt, wat je licht en duister noemt, wat je wijs en dwaas noemt, al die dingen samen komen voort uit je eigen wezen, je eigen bewustwording. Dat is een basis, die basis kun je niet veranderen. Want vergeet één ding niet, je kunt wel meer van de wereld gaan zien, je kunt de wereld niet anders, werkelijk anders gaan zien. Hetzelfde, wat erin leeft, blijft erin leven.

Dan is het volgende punt eigenlijk: hoe staat het dan met die innerlijke wereld, omdat wij van binnen vaak veel dingen denken en voelen die we naar buiten toe niet uiten? U kent alleen de term schizofrenie. Ik zou haast zeggen iedere mens is haast, wanneer hij werkelijk mens is, een tikje schizofreen. Hij heeft namelijk twee persoonlijkheden, de één is de echte die bergt hij zorgvuldig op, de ander is een soort projectie daarvan onderworpen aan allerhande regeltjes en wensen die naar de buitenwereld wordt getoond. Wat ik werkelijk ben dat is niet alleen de som van mijn daden, dat is de som van al mijn gedachten en begeerten. En wanneer ik wil werken met de innerlijke mens dan zal ik moeten beginnen met dit te accepteren. Ik ben niet alleen die goede bedoelingen die ik mijzelf voorspiegel en die deftige fatsoenlijke mens die ik naar de buitenwereld voortdurend sta voor te stellen, neen ik ben mijzelf ook met al die gedachten. De gedachten die ik heb wanneer ik op een gegeven ogenblik met die gedachten een ander de dood toewens of misschien ergens in mij het gevoel krijg dat ik allerhande onhoorbare handelingen zou willen plegen. Dat ben je ook. Nu kun je zeggen: ja maar ik heb het niet gedaan. Maar daar heb je niets mee te maken. Je bent het, want anders zou je het niet denken. Daarom: de mens is het totaal van alle in hem levende drijfveren, gedachten daden en ervaringen.

Ik weet voor mijzelf dat ik iets anders wil bereiken dan ik heb in de wereld als ik mens ben. Elke mens streeft ergens naar en wanneer je dat streven goed vertaalt dan is dat niet alleen onsterfelijkheid, maar het is gelijktijdig een gevoel van meerwaardigheid. Je wilt graag meer zijn dan je bent. Ik kan niet meer worden dan ik ben, maar ik kan wel beter worden dan ik ben. Ik heb zelfkennis nodig. Ik kan onsterfelijkheid niet bereiken. Ik ben ergens onsterfelijk, maar ik kan dus niet wat ik als mens in een stoffelijke vorm ben, onbeperkt continueren. Ook niet door de werken die ik nalaat. We kunnen nu wel zeggen dat Aristoteles één van de onsterfelijken van het verleden is, maar de Aristoteliaanse voorstelling van het heelal is al lang gestorven. Dus ik wil meer zijn, dan moet ik in de eerste plaats stellen: ik wil niet anders zijn maar ik wil meer mijzelf zijn. Wanneer ik meer mijzelf ben, dan moet ik een onderscheid maken tussen wat wel “ik” is en wat niet “ik” is. Dat is ook een heel lastig punt.

U hebt bezit. Eenieder heeft iets waar bij heel erg aan hangt. Voor de een is het een auto, voor de ander een oud bord antiek en voor weer een ander een bankrekening. Ben je dat werkelijk of niet? Wat betekent mijn bezit voor me? Dan zal je zien dat velen met die bankrekening eigenlijk zekerheid zoeken. Dat betekent dat ze omtrent zichzelf onzeker zijn. Waarom ben ik onzeker? Waarom hang ik aan bepaalde dingen? Waarom hang ik aan aanzien bij de mensen bv., want ook daartoe wordt geld vaak gebruikt. Wanneer ik dat weet, dan ga ik begrijpen wat mij beweegt in de wereld. Dat betekent nog niet dat ik die bankrekening overboord zal gooien, en als ik weet dat die auto voor mij ergens ook een uitdrukking is van een machtsbesef, dat dit genieten van snelheid niet alleen maar een zintuiglijk iets is, maar ook het idee dat je meer kunt ergens. Nou goed, dan vraag je je toch wel eens af “waarom”. Ga je zo tussen “ik” wat je zo als noodzakelijk deel van je leven beschouwt en datgene wat je werkelijk bent, een onderscheid maken, dan kom je tot de erkenning dat elke relatie die je met de wereld zoekt, dus die je zelf tot stand tracht te brengen, ergens een compensatie is voor iets wat je vreest te missen of iets wat je in jezelf niet hebt gevonden.

Nog een stap verder. Ben ik werkelijk belangrijk? Ook die vraag moeten we ons stellen. Want omdat je zelf in het middelpunt van die wereld staat die je beseft (een van de dichters heeft zelfs gezegd: ik ben de schepper want ziet wanneer ik mijn ogen sluit, de sterren zijn niet meer) Daar had hij ergens gelijk in voor zichzelf. Maar wat is eigenlijk mijn “ik” mijn “wezen” wat houdt mij bezig? Ik moet proberen om te bereiken dat ik uit al die kwesties van tekortschieten misschien, onzekerheden, fouten zogenaamde of echte, een beeld krijg van wat ik kan. Je moet jezelf eerst kunnen zien zoals je werkelijk bent voordat je met esoterie iets kunt bereiken. En nu bestaan er heel veel mooie beelden. Je kunt zeggen “hij die in zichzelf treedt zal zich een pad moeten banen door de jungle van zijn gevoelens, zijn emoties en angsten tot hij de tempel der lering bereikt”. In de tempel zal hij tot zich moeten nemen een besef van een wereld waarin al deze dingen niet bestaan. Van daaruit zal hij verder gaan en stijgen boven de bergen totdat hij gaande over de ravijnen van tijd, de boom der oneindigheid ziet bloeien. Mooi gezegd. Het is niet eens helemaal gezwam. Maar zoals veel mensen het begrijpen wordt het dat wel. Weet u wat het is?  Wanneer je zo droomt over die jungle dan gaan de mensen zich voorstellen hoe ze tussen tijgertjes en slangen door lopen te sluipen, dan maken ze er een soort Kongo in het geestelijke van. Dat is helemaal niet nodig. Wanneer ik werkelijk weet wat ik ben, dan weet ik hoe mijn tekortkomingen zijn, ik weet wat mijn deugden zijn, ik erken mijn eigen vermogens en capaciteiten. Ik weet ook in hoeverre ik daar soms aan twijfel. Nu weet ik wat ik ben en nu kan ik mijzelf de vraag stellen nu ik mijzelf zo heb erkend: wat is mijn wereld?

Nu moet u zich maar voorstellen dat die wereld een soort bol is en u het middelpunt daarvan. Die wereld is een spiegel, hij geeft u weer met al uw aspecten en al uw mogelijkheden. Niets in die wereld wat u niet zou kunnen zijn. Is er een moordenaar, u zou het kunnen zijn. Is er een intrigant, u zou het kunnen zijn. Is er een heilige, u zou het kunnen zijn. Wat u erkent en ook de mogelijkheden die ergens in uzelf liggen. Maar u moet die mogelijkheden dan niet gaan beschouwen als een soort lesje alleen, maar als een aanleiding voor je innerlijk streven, want wat ik erken draag ik ook als potentie in mijzelf. Daar kan ik iets mee doen. Ik weet wat ik op het ogenblik ben volgens mijn eigen besef. Dan is de vraag in welke richting moet ik verdergaan? Nu denken de meesten aan verdergaan als iets achterlaten en veranderen. Neen er verandert niets, maar je gaat dat wat je bent anders gebruiken.

Esoterie is helemaal niet proberen om jezelf tot iets nieuws en iets anders te maken. Het is eenvoudig jezelf bewust inpassen, zo goed als je kunt en beseft, met alle fouten en eigenschappen die je hebt in een groter geheel. In iets waarvan je je toch deel noemt, al noem je het misschien alleen maar de wereld of een droom. En als je dat ook hebt gedaan, dan komen we voor de eerste keer eigenlijk pas tot wat valt onder die term esoterie, zoals de mensen ze zo graag gebruiken. Esoterie is voor de meesten een isolement van de wereld. Maar je kunt je niet van de wereld isoleren omdat de wereld de uitdrukking is van je leven, al je gedachten, al je mogelijkheden om iets te concipiëren, om te dromen, zelfs met die wereld verwant zijn. Daarom isoleer je niet, maar je gaat nu zoeken naar het ideaalbeeld. Het ideaalbeeld dat je vindt, noem het misschien God voorlopig, dat is je eigen spiegelbeeld maar nu zo dat alle kwaliteiten die je bezit ideaal gebruikt zijn. Dat is mijn voorbeeld maar het is gelijktijdig ergens een werkelijkheid.

In de kosmos bestaat de tijd niet als een vaste meetbare waarde. Kosmos is voor de mens eigenlijk een opeenvolging van ogenblikken van bewustzijn, dat weet u waarschijnlijk. Dat geldt voor het totale “ik” maar dat zouden we kunnen vergelijken met afstand. Wanneer ik iets heel dichtbij houd dan zie ik een detail groot en scherp misschien, maar ik zie de rest niet. Wanneer ik afstand neem, dan ga ik meer zien wat er rond mij is. Hoe groter de afstand, hoe meer ik de hoofdzaken pas zie, hoe minder de details me zullen afleiden. Zover als mijn gezichtsvermogen reikt, kan ik dan het belangrijke zien. Denk maar aan een vliegtuig. Er zijn waarschijnlijk wel luchtreizigers bij denk ik in deze tijd. Wanneer je naar beneden kijkt dan ziet u niet al die eenvoudige dingen, u ziet niet de reclamepunten en al die bordjes langs de weg en zo ziet u een landschap. U ziet de rivieren, de ligging van het land als een blokkendoosje zit een stadje ergens middenin en dat stadje dat spreekt nu ineens niet meer met allerhande geveltjes, maar het heeft een totaalbeeld gekregen. U ziet wegen, spoorwegen als u nog verder weggaat dan ziet u nog verder: continenten. En dan ziet u hoe de golven van de atmosfeer drijven, hoe de wolken drijven en u ziet eigenlijk hoe het karakter het hele leven op die wereld, de hele cyclus van leven daardoor bepaald wordt. Het ligt er maar aan hoever je weggaat.

Wat wij nu moeten doen, dat is ergens afstand nemen. En die afstand kunnen we nemen door uit te gaan van God. Niet de totale Godheid, die kunnen we ons toch niet voorstellen, maar dat ideaalbeeld van wat we zelf zouden kunnen en moeten zijn. Wanneer we dat beeld nu beschouwen als een punt van waaruit wij, niet God, gaan waarnemen dan zien we ineens dat veel dingen, die voor ons belangrijk leken, het eigenlijk niet zijn. We komen dichter bij het tijdloze aan. En er kan een ogenblik komen dat niet alleen maar de wereld maar het totaal van ons leven een landschap wordt, omdat we zover weg zijn dat de tijd eigenlijk niet meer telt. En dan zien we de werkelijkheid.

De werkelijkheid bereiken is de zin van de esoterie. Maar die werkelijkheid bereiken, betekent ook het besef van wat je aan mogelijkheden hebt. Wat alle belevingen zijn die er voor u bestaan, wat de inhoud van je zijn is. Dan tellen de eenvoudige dingen niet meer. En dan keer je terug en dan heb je te maken met dit “ik” op aarde dat onvolmaakt is en dan ga je proberen om dat “ik” te corrigeren. Nou is zo’n correctie natuurlijk in het begin pijnlijk. Dat is hetzelfde als ongewoonte. Wanneer je bepaalde spieren een hele tijd niet hebt gebruikt en je moet ze ineens gaan gebruiken dan is dat pijnlijk en dat wil niet helemaal, er is een soort van atrofie, het lijkt een soort verlamming soms bijna. Het is niet zo, het is alleen: ze zijn niet gebruikt. Een groot gedeelte van de werkelijkheidszin die een mens heeft, gebruikt hij niet. We moeten die gaan gebruiken door het werkelijke “ik” tevoorschijn te laten komen uit het andere. Nu moet u goed luisteren, ik heb niet gezegd dat esoterie betekent een auto houden of weggeven, geld houden of weggeven. Dat heeft er niets mee te maken, maar het heeft wel te maken met mijn binding met de dingen. Ik ga mijn binding met de dingen vervangen door besef in mijzelf. Zo word ik, menselijk gezien eigenlijk, meer perfect volgens mijn eigen wezen. Dan kun je er natuurlijk nog een hele tijd over strijden of anderen dit ook perfect vinden of niet. De meeste mensen vinden alleen iets perfect wanneer ze er iets aan kunnen veranderen en als ze het veranderd hebben, deugt het ook niet meer

Ik kan nooit beantwoorden aan de pretenties die ik tegenover een buitenwereld stel. Wanneer ik besef dat die pretenties leeg zijn, zal ik nadruk leggen op hetgeen wel belangrijk is. Zo vul ik mijn leven meer en meer met het belangrijke en zonder dat ik het bemerk, verandert er iets in mijn wezen nl. de vorm van uiting. Zodra er een evenwicht bestaat tussen mijn buitenwereld en mijzelf heb ik een eerste erkenning. Ik kan nu niet alleen tot mijn God doordringen maar ik kan nu werkelijk gaan begrijpen hoe die God eigenlijk alles moet zien, zelfs mijzelf. Ik ga mijzelf beschouwen als een factor in een totaliteit die ik gelijktijdig kan zien. En van daaruit ga ik dan creëren. Wat ik schep dat is in het begin alleen maar een droom. De meeste van u scheppen in hun dromen. Hoe vaak bent u in een droom niet rijk geweest of arm. Hoe vaak hebt u niet dingen bezeten of afgewezen. Die dromen op zichzelf zijn ook niet zo belangrijk, maar die dromen zijn de aanvulling van uw leven. Wanneer u iets tekortkomt dan gaat u erover dromen. Wanneer u ergens onzeker over bent, gaat u erover dromen. En dat doet u heel vaak ook nog in symbolen. U kunt die dromen waarschijnlijk niet zo gemakkelijk interpreteren voor u uzelf redelijk kent en daarom is het begin van de esoterie onbelangrijk. Maar nu ik alles kan overzien, kan ik gaan dromen dat ik droom met de waarde van de werkelijkheid. Ik kan mijn werkelijkheid voor mijzelf gaan hergroeperen. Ik word geen ander maar de plaats die ik vind in de wereld is nu de plaats waarop ik pas.

En dan kom je vanzelf in de richting van het doordringen van het beeld van de Godheid. Want het beeld van de Godheid dat we hadden, is eigenlijk alleen maar een spiegelbeeld van onszelf. Wanneer ik dus ga beseffen: dat is alleen maar een begrip van mijzelf zoals ik nu ben, ik zie mijzelf misschien in de totaliteit van de tijd maar ik ben het zelf, dan kan ik gaan zeggen: nu ga ik daar bovenuit. Wij doorbreken zoals dat heet de spiegel. En als ik die spiegel doorbreek, wat gebeurt er? Dan sta ik in een werkelijkheid waarop ik geen antwoord heb. Voor mijn eigen wereld, mijn eigen totaal bestaan heb ik een antwoord, want het is de wisselwerking tussen mij en iets wat ik niet helemaal kan definiëren. Dat is voor mij een werkelijkheid, dat kan ik omschrijven, dat kan ik in lijnen vastleggen, daar kan ik een gedicht van maken, daar kan ik alles van maken. Maar op het ogenblik dat ik die spiegel doorbreek, sta ik in een vaagheid. Nu moet u een ding goed onthouden. Fel licht, heel fel licht en absolute duisternis zijn voor de mens precies hetzelfde, hij ziet er niet in. Of wij God uiteindelijk ”licht” of “het niets” noemen komt op hetzelfde neer. Want in die God zien wij niet. Wij kunnen die God niet zien. En nu komt dan het wonder. Omdat wij onszelf niet zien, gaan wij weer, zoals je in het duister ook wel droomt, gaan wij weer scheppen. Dat beeld van het ik in de totaliteit gaan wij creëren. Nu niet als een reeks van omstandigheden maar als een voorstelling, als een beeld, als een werkelijkheid. Er bestaat een aardige esoterische gelijkenis. Een mens ging uit om de wereld te kennen en hij doorzocht de hele wereld en hij vond niet wat de waarheid was en zo ging hij verder naar de sferen. Hij doolde door alle sferen heen en hij vond vele dingen maar nog niet iets wat waarheid was. En zo ging hij tot daar waar geen vorm en geen licht meer is en eenzaam en lijdend in het duister vroeg hij zich af, is er dan geen werkelijkheid? En toen hij zich deze vraag stelde, zag hij in de verte een stip. Die stip kwam naderbij en het was een mens. En hij verheugde zich en zie, ziet hier komt het antwoord op mijn vragen. Maar toen de mens naderbij kwam meende hij iets te herkennen. Toen ze tegenover elkaar stonden, zag hij dat hij het zelf was. De vonk uit de eeuwigheid kwam door het licht van de eeuwigheid tot het bewustzijn en beiden hadden dezelfde vorm. Dat is één van die vele gelijkenissen. Nu zult u zeggen: dat is misschien heel erg mooi, maar is het geen gezwam? Het is helemaal geen kletspraat, het is volledig waar. Het antwoord dat de eeuwigheid mij kan geven op mijzelf, ben ik zelf. Maar dan mijzelf als totaliteit als eenheid. Je hebt een functie in het totaal van het zijn al weet je niet welke. Die functie is gelijktijdig het deel zijn van het hogere, van de Godheid en ook de reden van je bestaan zoals je het nu doet.

Dan moet ik daar nu een en ander gaan aan toevoegen. Wanneer ik besef hoe dwaas ik ben, hoe onaangepast in mijn wereld, zal ik in de eerste plaats in staat zijn om te begrijpen dat mijn wereld evenmin aangepast kan zijn, want ik ben het zelf niet. Daardoor kan ik die wereld aanvaarden met haar dwaasheid, met haar afwijkingen, veranderingen. Ik leer om aan die wereld geen eisen meer te stellen. Ik stel die eisen aan mijzelf. Doordat ik dit doe, heb ik niet alleen een rapport met mijn wereld, maar mijn betekenis voor de wereld wordt de juiste. Wanneer een dokter bij een patiënt komt met het idee hier ben ik met mijn hoogwaardigheid, mijn kennis, ik zal wel eens even u gaan genezen, dan heeft hij een hele grote kans dat hij het product uiteindelijk bloemetjes kan sturen voor op de kist. Maar als diezelfde dokter naar diezelfde patiënt gaat, misschien met diezelfde manieren, hetzelfde uiterlijk, maar met het gevoel: hier is een mens die moet ik helpen hoe dan ook, dan ontstaat er een affiniteit. Die patiënt wordt een deel van hem zelf en elke mogelijkheid tot erkennen en genezen die in hem is, komt in het spel. Hij stelt misschien niet zo mooi zijn diagnose als in het eerste geval, maar bij stelt ze juister, hij heeft misschien een beetje minder zekerheid dan in het eerste geval, maar hij voelt zich één met zijn patiënt en daardoor kan hij die patiënt helpen. Dat geldt niet alleen voor de dokter, dat geldt ook voor de genezer. Je moet een zekere verbondenheid zien tussen die andere mens, of zelfs maar die kwaal van die andere mens en jezelf en dan heb je kans tot slagen. Maar zo is dat met het hele leven, met de hele wereld.

Je moet praktisch zijn, zeker, maar je moet niet zo praktisch zijn dat je juist dat gevoel van affiniteit, die verbondenheid met je wereld verwerpt. Die verbondenheid is te belangrijk, het belangrijkste dat je hebben kunt. Wanneer je uit het hogere terugkeert en je beseft je verbondenheid met de wereld, je eigen dwaasheden, dan vindt je daarin ook de mogelijkheid dus om te doorzien om werkelijk te leven, dan krijg je wijsheid. Wijsheid is iets wat niet vraagt naar vervolgen. Wijsheid is iets wat uitgaat van het ik en de relatie tussen de wereld en het ik. U zegt niet: wanneer ik u iets geef wat zult gij ermee doen? U zegt alleen: de relatie tussen ons is zo dat ik u iets zal geven. Begrijpt u?  Het ligt heel anders, geen controle. Ik doe afstand, maar het afstand doen van mij is de relatie met de wereld. Op deze manier bouw je dus voor jezelf een steeds grotere wereld, een groeiende wereld, want alles waar ik iets geef, waar ik iets ben, dat maak ik een beetje tot deel van mijzelf, wat ik zelf ben daarin zal ik voortaan erkennen. Wanneer ik iemand zie die zich bedronken heeft met iets wat ik hem gegeven heb, dan zeg ik: kijk dat is ook een deel van mij; dat kan dus ontstaan. Ik zeg niet: ik ga het verhoeden. Of: ik ga het veranderen. Neen het kan ontstaan. En wanneer ik iemand zie die ik misschien een kleinigheid heb gegeven en die daarmee een zaak opbouwt en succes heeft, meer dan ikzelf, dan zeg ik: kijk dat ben ik ook. Wanneer ik een mens verdriet zie hebben omdat ik hem verdriet heb gedaan, dan voel ik mij met dat leed verbonden. Niet dat het mij gaat om de gevolgen, maar het is deel van mijn leven, het heeft zin voor mij, het heeft betekenis. Ik groepeer rond mij een besef van die wereld, waardoor ik eindelijk loskom van bijkomstigheden.

Werkelijke bereiking bestaat in het respect van het andere omdat je jezelf in het andere erkent.

Esoterische bereiking bestaat in het erkennen van het onbelangrijke wat niet werkelijk deel is van mijzelf.

Zelferkenning betekent niet in het veranderen van mijzelf, maar het gebruiken van datgene wat ik ben op de meest juiste manier, zodat ik mijzelf kan uiten op een wijze die voor mijzelf bevredigend is.

Het werkelijke leven is enorm ingewikkeld omdat we ons verwarren in details. Wanneer wij de wezenlijke waarden van het innerlijk of van de wereld willen erkennen, moeten we vereenvoudigen. Niet alleen de termen maar zelfs de problemen. We moeten alles herleiden tot de meest eenvoudige verklaring, of de meest eenvoudige vraag. Op een eenvoudige vraag is een antwoord te geven. Het antwoord zal niet volledig zijn maar het helpt mij om opnieuw te vereenvoudigen en juister te vragen. Een eenvoudige stelling helpt mij om te leven. Die stelling zal niet juist blijven, maar zij leert mij om steeds juister te bestaan en daardoor harmonischer te zijn. Laat u dus niet al te veel misleiden door de vaak grote reeksen van gewichtige woorden die men meent te moeten gebruiken in alle vormen van esoterie. Zeker wij doen het ook, wanneer wij de eenvoud de herleiding tot het eenvoudigste vinden dan moeten we verder dit onthouden: De eenvoudigste vraag en de eenvoudigste stelling leggen mijzelf vast, zij fixeren iets van mijzelf, niet van de wereld. In mijn wezen is het belangrijk dat ik voortdurend ontwikkel, voortdurend verandering ken. Daarom mag ik nooit dit beeld van mijzelf fixeren. Er bestaat wel een voortdurend grotere eenvoud waardoor steeds meer delen van het leven en van het totaal van de schepping uiteindelijk kunnen worden ondergebracht in één probleem en één stelling.

U wilt wonderen zien. Maar wanneer u een wonder wilt zien, dan moet u eerst zelf de mogelijkheid in uzelf dragen om het wonder te aanvaarden. Wanneer u duizend wonderen ziet en u wilt geen wonderen zien, ziet u ze niet. U kent allemaal dat kunstje ten aanzien van de geneeskunde. Als iemand vroeger iets had gedaan zoals een atoomexplosie of een vlucht naar de maan, dan had men gezegd dat is een wonder. Tegenwoordig zegt men het is een bereiking van de technische kennis van de mens. En toch zou men kunnen aantonen met enige moeite uit geschriften en overleveringen dat er vroeger ook zoiets moet zijn geweest dat op ruimtevaart leek. Dat er ook verschijnselen moeten zijn geweest die heel erg veel van een atoomexplosie moeten weg hebben gehad. Dus we kunnen elk wonder weg verklaren, maar we moeten het eerst in onszelf hebben en wat is dat wonder in mijzelf? Dat wonder is de aanvaarding zonder verklaring. De grootste vijand die de mens heeft is de rationalisatie. Rationalisatie dat is het geven van redenen voor het onredelijke. Daar zijn de mensen heel erg sterk in. Bv., ik weet dat Jezus geleefd heeft. Hoe weet je dat? Het staat in de evangeliën. Maar hoe weet je dat die evangeliën waar zijn? God heeft ze geschreven en God zelf heeft gezegd dat Jezus zijn zoon is. Dat is een rationalisatie. Dat is in een kringetje ronddraaien en dat doet u steeds.

U weet op een gegeven ogenblik heel goed: dit of dat zou moeten veranderen of dat zou ik anders moeten doen. Ik zou anders moeten reageren, anders denken, anders moeten leven. Maar u heeft altijd een reden om het niet te doen. En omdat u die rationalisatie opbouwt, moet u erin geloven. Want anders dan zou u uzelf voortdurend moeten voorhouden dat u een grote huichelaar bent. Wanneer ik dus in rationalisatie ga geloven dan ga ik dus bewust delen van de wereld voor mijzelf afsluiten. Dat zult u met me eens zijn. Dan wil ik bepaalde mogelijkheden die voor mij bestaan, niet zien. Dan wil ik bepaalde verplichtingen niet zien, maar vanbinnen weet ik het wel.

Ik kan niet aan de werkelijkheid van wat ik ben ontsnappen. En dan ga je vanzelf dus leven in wat men noemt de maya of de illusie. En naarmate je die illusie sterker maakt ten opzichte van de werkelijkheid, zal je met jezelf meer in onvrede komen. U heeft waarschijnlijk nooit gedacht dat neurose en psychose een deel van esoterie zouden kunnen uitmaken. Toch is het waar. Het ligt niet alleen in uw denken. Die innerlijke mens van u is zo vervlochten met die wereld, met wat er op die wereld gebeurt dat u eenvoudig niet kunt zeggen: nou ik ga het geestelijk doen en de rest laat ik rusten. En helaas zijn er zoveel mensen die dat graag zouden doen.

Heel veel mensen zeggen: ach weet u, ik voel voor de hoogste geestelijke waarden, ik zou wonderen willen doen, willen genezen, ingaan in de lichte sferen, maar ja, ik kan er niks aan veranderen hoor, zaken zijn zaken en per slot van rekening …. Juist, voelt u dat? Wanneer je dat doet, creëer je ook innerlijk een illusie en die illusie kun je niet helemaal waar maken. Wat moet je nu gaan doen? Je gaat ook daar met een rationalisatie dus met een wegverklaring van onjuistheden werken en je komt tot een volkomen verkeerd beeld van je innerlijk. Dat beeld ga je als het werkelijke hanteren. En nou geloof ik niet dat iemand van u al eens geprobeerd heeft een elektrische wasmachine als ijskast te gebruiken. Maar wat je dan doet, komt er toch wel heel dichtbij. En dan zijn die arme mensen overstuur omdat de eitjes, de melk, de boter, de kaas bij elkaar geklutst is tot een onsmakelijk iets en dan zeggen ze: Ik vraag toch om geestelijk voedsel niet om die rommel. Ja dat komt omdat die strijdigheid er is wanneer u alles weg verklaart. Uw werkelijk ik blijft bestaan dat kun je niet veranderen. U kunt wel doen alsof, maar de problemen, de krachten blijven. En daardoor verandert wat in uw leven grote kracht, werkelijk licht, werkelijke waarde zou kunnen zijn, Gods besef misschien, innerlijke verlichting zoals dat heet, erkenning van andere werelden en sferen, dat verandert voor u in een smakeloze mish-mash van allerhande filosofieën waar je zelf geen weg mee weet, met een gevoel van iedereen, God en de mens en de geest heeft me eigenlijk verlaten. Wat moet ik ermee beginnen?

Daarom vind ik eigenlijk dat er bij esoterie vaak te veel kletspraat wordt verkocht. Het is een persoonlijke mening en u moogt erover denken zoals u wilt. Ik heb zo het idee dat de mensen die zich alleen maar bezighouden met die innerlijke weg, innerlijke schoonheid met de tuinen van verrukking, met de sferen waarin wij alle krachten vinden, met het licht dat ons voert en geleidt, dat die de grote fout maken en niet te beseffen dat die dingen alleen maar kunnen gelden wanneer alles in overeenstemming is met de werkelijke persoonlijkheid. Dat je die dingen niet kunt gebruiken om de werkelijkheid opzij te zetten. Dat je alleen innerlijk en in je uiting gelijkelijk kunt groeien. Die uiterlijke groei dat is dan iets waar we natuurlijk een hoop protesten tegen hebben, want het betekent dat we tijd en geld verliezen, moeite hebben, zorgen hebben, dat de mensen met hun problemen aankomen en zo meer. Zeker dat is zo, maar wanneer u die dingen niet meer benadert als problemen, zorgen, moeilijkheden, maar gaat zien als een middel tot expressie van wat u werkelijk bent en die werkelijkheid handhaaft, dan mijne vrienden zult u zien dat het heel erg meevalt. Zolang je nog meer wilt zijn dan je bent en je anders wilt zijn dan je bent, dan gaat het je niet goed af. Maar zodra je geleerd hebt om dat te doen dan is het aantal zorgen en ellende dat je ontmoet veel minder. En dan is gelijktijdig het aantal mogelijkheden dat u vindt groter, misschien niet in aantal, maar zeker in bereikte resultaten.

De mens in zijn geheel, moet zichzelf beschouwen als een instrument en een ingebouwd brein dat zichzelf, volgens het doel waarvoor het geschapen is, moet hanteren op de meest rationele wijze. Op diezelfde manier zou je jezelf ook moeten zien. Waar pas ik, wat kan ik doen? Daar moet ik werken. Wat zijn mijn capaciteiten, wat zijn mijn eigenschappen, mijn dromen mijn verlangens? Hoe kan ik dat omzetten in een feit, want dan ontstaat harmonie tussen de wereld en het “ik”. En dat is dan wat men noemt bewustwording en dat is ook gelijktijdig een proces van innerlijke verrijking in zekere zin omdat je dan bewuster bent ten aanzien van jezelf, je mogelijkheden, maar daardoor ook ten aanzien van een groter deel van het “ik”. Want je bent veel meer dan je over ’t algemeen in het begin beseft.