Esoterie

15 november 1966

Ik weet wel dat esoterie geen geliefkoosd onderwerp is in deze moderne wereld, maar wij staan voor de grote moeilijkheid dat met de uiterlijke wereld, de wereld buiten je, het leven naar buiten toe, alleen een vrede te vinden is en een zekere mate van bewust werken en streven, wanneer dus eerst in de mens bepaalde processen plaatsvinden. We kunnen daar psychologisch en zelfs sociaalpsychologisch over gaan spreken. We kunnen de ontwikkeling van de moderne maatschappij en het geretardeerd zijn van bepaalde menselijke kwaliteiten daarbij gaan bespreken, maar we komen niet verder. Al deze theorieën lopen vast op één punt. Ze zijn niet bewijsbaar en zo ze zeer aannemelijk zijn en met schijnbewijzen gestaafd kunnen worden, dan zijn de daaruit getrokken conclusies niet toe te passen.

En toch hunkert de mens van vandaag naar vrede. Hij hunkert naar een zeker innerlijk geluk, hij wil graag een eigen leven voeren, een beetje bevrijd van de grote machine die tegenwoordig maatschappij heet. Het is daarom dat wij haast automatisch terug moeten vallen op het begrip “esoterisch”, de innerlijke mens. Zolang wij niet eerst in onszelf keren en in onszelf de problemen oplossen, zullen we naar buiten toe weinig of niets waarlijk kunnen bereiken.

Ik zou dan graag beginnen met een voorstelling van het heelal die natuurlijk erg filosofisch en misschien ook wat abstract is, maar die sommigen van u wel zullen kennen. Ik ga daarbij nl. uit van de zogenaamde hermetica waaruit wordt gesteld: Zo het boven is, zo is het beneden. Zo het beneden is, is het boven. En daaraan laat men voorafgaan: maar waarlijk en waarachtig is dat. Men bedoelt daarmee te zeggen dat de grote wereld, de grote kosmos en de microkosmos, die we zelfs kunnen zoeken in de wereld van de atomen, ergens gelijk is. Er heersen gelijke wetten, er is een grote overeenkomst. Wij voor ons kunnen het bovendien nog zo interpreteren dat er een wereld is van de geest van het bovenstoffelijk bestaan en weten, en een wereld van materie. In beide gevallen nu blijkt dat het levensbereik van de mens tussen die twee werelden invalt. De mens is geen deel van de microkosmos, al is hij daaruit opgebouwd, hij leeft in een wereld die in de macrokosmos waar hij slechts een klein onderdeel van is, zodat hij ook het grote niet waarlijk kan overzien. De mens leeft in de wereld van de materie, maar zijn wezen is niet alleen materie. Hij beschikt ten minste over een denkvermogen dat hem aan de zuiver instinctieve en materiële wetten voor een deel a.h.w. bevrijdt, dat hem daar los van maakt. Hij kan geest zijn, hij is bezield, maar hij kan de Goddelijke Werkelijkheid, de Goddelijke Wereld, niet volledig betreden. Wat hij beleeft is het deel waarin micro- en macrokosmos elkaar raken, het deel waarin de geestelijke wereld en de materiële wereld elkaar overlappen.

Wanneer ik nu probeer om een beeld van de wereld te maken, dan is die voorstelling nimmer volledig reëel. Elk beeld dat ik mij maak van de wereld is het beeld van de beschouwer. Het is als een kunstenaar die iets waarneemt. Hij interpreteert en zelfs wanneer hij probeert om letterlijk, om bijna fotografisch weer te geven, hetzij met klank hetzij met woorden, schilder of beeldhouwkunst, dan zal hij altijd nog zijn persoonlijke visie daarin leggen. Hij kan niet anders. Op dezelfde wijze creëren wij in onszelf een wereld, een heelal. Nu is het eigenaardige met die wereld dat ze voor ons correspondeert met de wereld waarin wij leven. Indien die wereld in ons nu een evenwicht bevat van de hogere waarden, de geestelijke waarden en de materiële, wanneer ze een evenwicht bevat tussen de macrokosmos, de grote wereld waarin we leven en die kleine wereld, die in ons ook ergens leeft en in de materie rond ons, dan zullen wij door die evenwichtigheid een innerlijke wereld kunnen construeren die het ons mogelijk maakt alle werelden, die buiten ons bestaan of zouden kunnen bestaan, op een juiste wijze te benaderen.

Men zegt weleens dat de esoterie alleen de weg is naar de zelfkennis. Dat is allesbehalve waar. De esoterie is de erkenning van de innerlijke mens. Er zijn heel eigenaardige gevallen waarbij men dat kan zien. Denk eens aan de mensen die gebruik maken van marihuana, een van de eenvoudigste roesmiddelen, of van L.S.D. waardoor de mens dus eigenlijk afdaalt in zijn eigen kosmos in de zelfgeschapen wereld. Alle contacten die hij nog heeft met de wereld en alle condities ervan ook buiten hem heeft hij via die eigen wereld en ze worden in deze eigen wereld gerealiseerd. Een beetje ver grijpend wanneer ik zeg dat een mens zijn hemel en zijn hel in zich draagt. En toch is dat waar. Wanneer wij, om nu weer terug te komen op het product L.S.D., zelf onevenwichtig zijn, dan kan dit hallucinogene middel de mens dus in de totaliteit van zijn verwardheid en verworpenheid brengen, zijn beleving is dan uiterst disharmonisch. Ze is uiterst onaangenaam. Zij kan fysisch gezien gevaarlijk zijn en bepaalde traumatische ervaringen achterlaten. Wanneer die mens gelukkig is en positief is gericht dan komt hij terecht in zijn wereld van eigen positiviteit, zijn wereld wordt begrijpelijk, doorzichtig. Hij doorgrondt a.h.w. de waarde van het heelal, nu met kunstmiddelen. Het is dus niet de methode om jezelf te leren kennen, om esoterisch te streven. Ik zeg dat er maar even bij voordat er enkele enthousiasten zich onmiddellijk hieraan zouden begeven.

Wat wij dus in die ervaring nu zien, is het doordringen, maar het onevenwichtig doordringen in de eigen wereld. Gaan wij nu doordringen in die eigen wereld door bewust onszelf en onze relatie met het zijn voor onszelf te ontleden, dan krijgen wij een bepaald beeld van onze betekenis en nu moet ik hier dan weer een gangbare opvatting aanvallen. We hebben natuurlijk wel ergens een taak in de schepping anders zouden we niet bestaan, maar we hebben de gewoonte om onszelf op aarde en wat betreft in de geest, een taak toe te meten. Wij menen dat wij daarvoor noodzakelijk of zelfs uitverkoren zijn. Laat me beginnen deze vergissing recht te zetten en te stellen: dit is nimmer het geval. Wij zijn geen onvervangbare factor in het wereldgebeuren, we zijn geen onvervangbare factor in de kosmos, we zijn een van de kleine onderdelen, net zo belangrijk als het atoom dat ergens draait en wervelt binnen de moleculair structuur. Als daar nu toevallig eens een elektron van baan verandert, wie zal er wat van zeggen? Dat merk je niet eens, zo belangrijk als het elektron zijn wij voor de kosmos. Het is dus niet wat wij als taak zien of wat wij zoeken alleen wat van belang is, het is belangrijk wat voor ons de mogelijkheid schept om die wereld waarin we bestaan te begrijpen.

Het begrip van de wereld is niet te vinden in bv. de menselijke wet, je hebt in jezelf een zekere wet. Je weet voor jezelf heel goed wat kan en niet kan, wat goed is en niet goed. Je weet misschien niet waarom en je kunt het verklaren als voortkomende uit de omgeving, scholing, geld en publieke moraal e.d. maar het is er. Met dat gevoel heb je rekening te houden, die wet is bepalend voor gelukkig zijn of niet gelukkig zijn. Deze wet is bepalend voor harmonisch leven in de wereld, of niet harmonisch leven in de wereld en daarom staat deze wet boven alle andere wetten. Het eerste wat je moet doen is beseffen wat je eigen wet is. Wat je werkelijk voor jezelf aanvaardbaar en goed vindt, wat je onaanvaardbaar vindt. Want hierdoor kun je die innerlijke wereld gaan begrijpen. Wie leeft volgens die wetten voorkomt onevenwichtigheden. De strijd tussen wat in je is en wat je naar buiten toe bent, voorkomt het ellendige gevoel van komedie te spelen bijvoorbeeld. Het gevoel van gevaarlijk te leven ergens en dan bedoel ik hier zeker geen lichamelijke gevaren. Hier komt het tweede punt a.h.w. vanzelf naar voren.

Een wet is altijd ergens verknoopt met een macht. Er kan geen wet in een maatschappij bestaan wanneer er geen macht is die die wet handhaaft, wanneer er geen macht is die die wet stelt. Is er geen macht dan is er ook geen wet. In mijzelf ontdek ik de wet, ontdek ik de wet, dan ontdek ik ook de macht die deze wet in mij tot stand brengt. En dat is dus het totaal, van mijn bewuste energie, van mijn denken, van mijn leven samengevoegd dus tot dit eigen wereldje. Maar dat wereldje dat omvat een hele hoop punten waar ik kracht aan kan onttrekken. Die kracht onttrek ik daaraan niet omdat ergens van buiten iemand die kracht voor mij aanboort, dat is maar een illusie. Die kracht, die gaven, die mogelijkheden die erin liggen, ontdek ik omdat ik de wet volg. Wanneer ik leef volgens mijn zuiver begrip en zuiver inzicht, dan zal ik ook erkennen wat mijn gaven, wat mijn mogelijkheden zijn. Het leven zoals in mij bestaande op het ogenblik is voor een groot gedeelte onnatuurlijk.

Nu bedoel ik heus niet dat u zich dierlijker moet gedragen of zo, maar ik wil er wel de nadruk op leggen dat u in die wereld van vandaag niet meer leeft volgens wat u zelf denkt, gelooft of kunt en wilt, maar dat u tracht te beantwoorden aan een norm, aan een soort theoretische figuur die men dan de mens van heden noemt. U kunt daardoor dus nooit uzelf zijn, u kunt nooit uw eigen kracht vinden. Natuurlijk leven daarentegen wil zeggen: leven vanuit je eigen bewustzijn van goed en kwaad, leven vanuit je eigen bewustzijn van kunnen en niet kunnen. Het is een jezelf voortdurend op proef stellen misschien. Maar elke keer dat je jezelf op de proef stelt in de wereld buiten je, wordt de wet die in je leeft duidelijker. Je ontmoet niet jezelf maar je eigen vermogens, je eigen capaciteiten.

Die capaciteiten kennen en gebruiken dat is iets wat heel veel mensen graag zouden willen doen. Maar ze vergeten één ding, zij kunnen alleen voortkomen, of uit een uiterst evenwichtigheid in het innerlijk, of een uiterste onevenwichtigheid. Er moet een permanente toestand zijn. Heeft die toestand een permanent evenwicht, dan hebben wij een beheerst gebruik van alle mogelijkheden die in een mens geestelijk en ook lichamelijk schuilen. De ontmoeting met de mogelijkheden brengt ons vanzelf de oriëntatie van de wereld buiten het ik. Want wij kunnen geen esoterie bedrijven alleen in onszelf. Daar een ervaren en beleven van mens en geest gebonden is aan het contact met het andere, met de wereld buiten het ik, kan de wereldvoorstelling alleen blijven voortbestaan, rijker en juister worden, wanneer wij ons dus ook de moeite getroosten om die eigen wereld a.h.w. naar buiten kenbaar te maken. En daar ligt voor menigeen het conflict. Men wil bv. graag anders zijn. Men voelt dat die wereld buiten het ik niet ideaal is. Wanneer ik nu in mijzelf die wetten ken van mijn wezen, ik weet in welke richting mijn mogelijkheden, mijn gaven liggen, dan is het heel eenvoudig om mijn taak op de meest juiste wijze in die wereld te volbrengen.

Ik kan ook een groot gedeelte van de eisen die die maatschappij mij stelt, verwerpen en mij bepalen tot enkele delen van het maatschappelijk totaal waarin ik dus pas. Dat is geen asociaal gedrag, vergis u niet; het is doodgewoon het zoeken naar de juiste plaats. Iemand die veel geld wil verdienen, moet geen dokter worden. Het klinkt misschien een beetje gek, maar om dokter te worden, moet je in de eerste plaats a.h.w. bezield zijn door het medelijden.

Pas wanneer je dat hebt, dat absolute medegevoel voor anderen, zal je een goed diagnosticus zijn, zal je de juiste tijd kunnen besteden aan een patiënt, zal je niet door nalatigheid het leven van anderen in gevaar brengen. En je moet geen pastoor worden wanneer je in jezelf niet zeker bent of God bestaat. Je kunt niet aan een kant Gods woord verkondigen en aan de andere kant je afvragen: is God waar. Dat maakt het onecht. Een pastoor moet iemand zijn die helemaal, opgaat in zijn God. Of dat beeld juist is of niet doet niet ter zake. Hij moet er volledig in geloven opdat hij de kracht van zijn geloof en daarmee een innerlijke zekerheid aan anderen kan overdragen. Je kunt misschien een belangrijk en deftig mens zijn met een groot kantoor en er helemaal niet in passen. Dan zal je voor jezelf en voor anderen, veel problemen scheppen en je zult veel onheil kennen en je zou veel gelukkiger zijn wanneer je misschien ergens in de dokken zou werken. Daar zou je beter passen. De mensen hebben zoveel rangen en standen geschapen en zoveel verkeerde begrippen, dat zij eenvoudig niet terug durven denken en keren tot hun werkelijk bestaan, hun werkelijke roeping. Ze verontschuldigen zich door te zeggen: dat kan nu eenmaal niet en de maatschappij laat het niet toe en de maatschappij is opgebouwd door mensen.

Als de mensen steeds geestelijk, moreel zwakker worden, wanneer de mensen steeds meer ongeïnteresseerd in die maatschappij half als mechanische wezens hun taak vervullen, wat blijft er dan over? Dan zien we alleen een ontbinding die een verrottingsproces gelijk komt. We moeten dus terug. Terug naar datgene wat wij werkelijk zouden willen en zouden kunnen zijn vanuit onze innerlijke wet. Doordat wij nu gaan beantwoorden aan de kern van ons eigen wezen en ook daarmee dus aan de waanwereld waarin we leven, want iedere mens heeft een waan, wordt het ons mogelijk een werkelijkheid te creëren die gedetailleerd is. De meeste mensen hebben een innerlijke wereld die is opgebouwd uit dromen.

Die dromen zijn heel erg vaag. Zij hebben hun visioenen van de hemel, maar als je goed kijkt komen ze uit de etalage van een of andere grote zaak. Ze hebben visioenen van de geest, maar het is allemaal te vaag en gesluierd, alsof je het ziet door een heel dichte nevel. Er is geen scherpte, geen klaarheid, niet omtrent het geloof, niet omtrent eigen daden, niet omtrent eigen mogelijkheden. Doordat nu dit contact met de buitenwereld in het meer natuurlijk daarop reageren ontstaat, zal, al keurt de maatschappij het niet altijd goed en zeker niet in het begin, de mens meer weten omtrent zichzelf.

In het ik kristalliseren zich de beelden. Niet alleen de wet is meer bekend, maar ook de wereld waarin die wet bestaat. Ik heb nu de gaven, ik heb het milieu en ik heb de regels; vanaf dit ogenblik heb ik een zekere onafhankelijkheid bereikt. Ik kan in mijzelf een beeld scheppen waarin die micro- en die macrokosmos beiden aanwezig zijn, niet meer als gescheiden werelden die elkaar ten dele overlappen. U kunt ze a.h.w. comprimeren, naar elkaar toetrekken, totdat ik een cirkel heb, waarin het totaal zijnde is uitgedrukt. De wet die ik dan ken, is nog steeds mijn eigen wet. De voorstelling die ik heb, is nog steeds niet de Goddelijke Waarheid maar mijn eigen waarheid. Maar omdat ik in harmonie de beide uitersten geest en materie, macro- en microkosmos in mijzelf kan bevatten, zijn mijn wetten parallel aan en harmonisch met de Goddelijke Wetten. Ze zijn er een persoonlijke interpretatie van geworden. De wet die ik nu ken, bestaat niet alleen voor mijzelf, ze bestaat voor de gehele kosmos waar ik in leef.

Wanneer ik naar buiten toe werk met die innerlijke wet, dan gehoorzaamt die wereld aan die wet zo goed als ik. De eigenaardige half onbetrouwbare wereld vol onzekerheden en angsten maakt langzaam plaats voor een wereld waarin ik weet, waarin ik het scheppen van de oorzaken en gevolgen waarlijk overzie. Een wereld waarin ik meester ben geworden over mijn eigen lot. Het enige wat mij nog overblijft als het onbekende is God. De bron van mijn bestaan. Het biologische feit van mijn leven kan ik verklaren, niet hoe daarin die eigenaardige spirit, die geest, die entiteit kan leven die ik ego noem. Het resultaat is dat ik mij vanzelf op die esoterie op dat ego wat meer concentreer. Omdat ik in die wereld buiten mij geleerd heb hoe te reageren, kan die wereld mij ook niet meer storen. En ik krijg een periode die eenzaamheid is. Want er is niets nieuws meer, alles is binnen de wet vastgelegd. Er is niets meer onverwachts, er is geen ingrijpen van hogere krachten meer nodig. Er zijn geen demonen die mij belagen, er is geen gevaar dat ik niet van tevoren ken en desnoods kan ontgaan. Er is geen bereiking meer die als verassing komt. En dan blijft er weinig over, een soort eenzaamheid. In die eenzaamheid begin je jezelf op te bouwen, je wilt spreken met jezelf als je niet met een ander spreken kunt. Je reproduceert je ware ik, je ontmoet jezelf. En in die ontmoeting met het ik, ligt naar ik meen, ook het eerste contact met de werkelijke Godheid. Voor het eerst heeft men zichzelf niet gezien vanuit het ik, de relatie met de wereld of zelfs vanuit de wereld, als een relatie tussen ik en de wereld, men heeft zichzelf toch volkomen objectief beschouwd.

Er is nu een zelfkennis ontstaan. En deze zelfkennis maakt het mogelijk de gelijkheid te beseffen van de innerlijke wereld en de grote kosmos. De wetten die in mij leven zijn niet meer iets wat persoonlijk uitgedrukt een parallel vormt met de eeuwige wet, ik besef de eeuwige wet zelf. Ik heb er geen woorden meer voor. Ik besef haar en ken haar. Ik ken de woorden die voor mij dat geheel uitdrukken. Ik ken God en God in Zijn uiting en daardoor kan ik God beseffen in zijn schepping. Heb ik die God waarlijk en volledig in die schepping beseft dan los ik mijzelf bijna op in dat totaal. Want ik zie mijzelf als deel van micro- en macrokosmos gelijktijdig, deel van een groter wezen en toch zelfstandig. En dat is het punt waarin het bewustzijn het menselijk bewustzijn zoals wij dat kennen en bespreken, ophoudt te zijn, het verandert van vorm, het muteert.

Nu is dit laatste misschien allemaal heel mooi maar het is praktisch van weinig betekenis. Het is alleen maar van betekenis voor degenen die al heel ver zijn gekomen op dit pad en die kunnen ook zonder mijn woorden die weg heus wel vinden. Maar voor de wereld van vandaag is die beginfase belangrijk. De wereld, zoals ze bestaat, past u niet meer. U hebt geprobeerd uw behoefte aan vrede, aan evenwichtigheid om te zetten in een behoefte aan goederen. Overal wil men meer hebben voor minder. U hebt geprobeerd dit uit te drukken in begrippen van macht en machtsevenwicht in politiek. U heeft het willen uitdrukken in kerkelijke vernieuwingen. En u bent er niet gekomen, want uw rebellie, uw poging om meer te zijn en meer te krijgen liep op niets uit. Omdat het innerlijk probleem hetzelfde bleef. Of u nu 100- , 1.000.- of.10.000 Bfr verdient, u blijft dezelfde mens. En na dat korte ogenblik dat je nodig hebt om over te schakelen op een andere blijven je problemen eigenlijk ook dezelfde. Daarom moet je die keten doorbreken, je moet van het zuiver materialisme terug naar geestelijke nadruk. Ik wil niet zeggen dat je terug moet naar het ideaal, dat is onmogelijk. De idealen zijn langzaam maar zeker vage termen geworden waarin mensen die iets van je willen datgene omschrijven wat ze zeker niet kunnen bereiken.

Het gaat meer om het vergeestelijkt inzicht. Je eigen betekenis in de wereld niet meer zien als: wat krijg ik van die wereld, of wat ben ik in de ogen van de wereld? Maar, die moet je herleiden tot een: wat ben ik volgens mijzelf met de wereld? Dat heeft aanleiding gegeven tot een hele hoop eigenaardige situaties. We kennen bijvoorbeeld het verschijnsel van de zg. provo, de provocateur, daarnaast de ontspoorde jeugd e.d. De ouderen die gebruiken dat als een verwijt dat de jeugd niet deugen zou. Ach, de jeugd zoekt alleen naar een evenwicht dat ze niet meer vinden kan in een wereld die de ouderen geschapen hebben. Ze zoekt misschien de roes, ja ze zoekt het ogenblik van verrukking, het ogenblik van beleving waarin ze denken zichzelf te zijn. En toch blijven ze ook nog hangen aan die wereld. Wanneer ze het kan herleiden tot innerlijke processen, dan is ze niet meer de rebellerende jeugd, dan is ze de waarlijk hervormende jeugd.

Laten we de situatie in deze wereld eens even goed bekijken. Niet vanwege het jeugdprobleem, vanwege uw probleem. Er kan vandaag of morgen om de kleinste kleinigheid, misschien wel omdat de generaal met een verkeerd been uit bed is gestapt, een oorlog komen. In die oorlog kunnen wapens gebruikt worden die verschrikkelijker zijn dan alles wat men tot nog toe kent. Er kan werkelijk, zoals het in sommige visionen beschreven is, een reeks van vuurzuilen zijn waarna niets overblijft dan as, daar waar reeds steden gestaan hebben. U denkt er niet elke dag over maar u weet het, het maakt u onzeker en ongerust. U leeft in een wereld waarin men u een zekere welstand predikt, het gaat u steeds beter zo roept men u toe, maar gelijktijdig ziet u dat het in feite niet zoveel beter gaat, de getallen veranderen zeker, de getallen van uw inkomen, maar ook de getallen van uw uitgaven.

En misschien verandert de vorm van uw woning een beetje en de methode waarmee u zichzelf verplaatst langs de wegen. Maar daar komen alleen maar steeds meer spanningen bij, steeds meer waar u geen raad mee weet. U kunt niet uit de voeten zoals u zelf zou willen. Zeker er is een huis, maar u kunt uw eigen huis niet meer bouwen. U kunt niet meer zeggen: het is van mij. U probeert er iets van te maken maar het lukt niet altijd. U kunt snel langs de wegen gaan met 120-140km. per uur. Maar ergens bent u overgeleverd aan een mechanisme. Een mechanisme dat u tot een verlengstuk van uzelf probeert te maken, maar waarin u geen volledig vertrouwen hebt. U werkt. U werkt met machines. U hebt het zelf niet gemaakt wat daar voor u ligt, het is niet meer uw eigen creatie. Kijk dat is nu het hele menszijn. Er is geen bevrediging meer, er is geen vrede meer. Er is spanning, er is onrust, er is een wereld die steeds meer eist en roept, een wereld die u opzweept tot een steeds sneller tempo. Denk erom mensen niet stilzitten, steeds vlugger, vlugger, meer productie, meer geld, meer vermaak, meer consumptie.

In die wereld kun je geen materiële vreugde krijgen. Je kunt die wereld nl. niet meer veranderen. Wat je kunt veranderen is jezelf. Wanneer je jezelf verandert, onttrek je jezelf aan die wereld. Maar die wereld is steeds krachtelozer. Dat kun je alleen doen wanneer je er iets tegenoverstelt. Dat wat je er tegenoverstelt moet uit jezelf voortkomen. Moet voortkomen uit een innerlijke wet. Beter de kleinste innerlijke wet volledig beleven en uiten dan met de meest hoogdravende innerlijke wetten en opvattingen jezelf steeds verloochenen en bedriegen. Beter in waarheid jezelf te zien als een wat verachtelijk mens, dan jezelf voortdurend tot een heilige te rationaliseren terwijl je innerlijk weet dat je het niet bent. Dat zijn de dingen waar je aan ten gronde gaat. Juist daarom moet ik in deze tijd pleiten voor esoterie. Niet alleen voor de uiterlijke weg en voor het uiterlijk gezag maar voor de erkenning van de innerlijke weg. Niet de discipline van de maatschappij maar een zelfbeheersing, een soort zelfdiscipline waardoor je zelf waardig blijft in je eigen ogen. Geen voortdurend verdergaande regeling van het leven van anderen, maar het vermogen om je eigen leven te regelen dat is belangrijk. En dat kun je alleen van binnenuit begrijpen, bereiken, verwerken. Dat is misschien een raar pleidooi. Ik zeg: u moet aan esoterie gaan doen om aan die problemen van vandaag te ontkomen, om aan uw onevenwichtige ik in deze tijd te ontkomen. En toch is het volledig waar. Er zijn andere punten die ik niet heb aangestipt waar ik nog even op wil ingaan.

Heeft u er wel eens over nagedacht dat een geest zijn of een geest hebben niet alleen een kwestie van leven is? Als de geest bewustzijn is, of kracht verknoopt met bewustzijn, dan moet zij ook werking hebben. Het is een bewijs dat er telepathie bestaat, helderziendheid in tijd en ruimte bestaat enz. Dat zijn eigenschappen die niet materieel zijn, die ergens in een vaagheid van het ik liggen. Wanneer u in uzelf doordringt dan vindt u niet alleen die mogelijkheden, je vindt er meer. Want de wereld van de geest is één van die werelden die u, in uw benadering  wat  voor u macrokosmos is, ontmoet. Denk nu niet dat ik u ga vertellen dat u zo met uw lieve doden het oude contact weer op kunt nemen, dat is meestal niet waar. Maar u zult wanneer er relatie bestaat, op de juiste wijze het contact met leven in een andere vorm kunnen opnemen. U zult kunnen begrijpen waarom de dingen gebeuren. En als ge begrijpt waarom, dan kun je gemakkelijker aanvaarden. Je vindt er een zekere troost in, een houvast. Er is ook geen reden meer om bang te zijn voor de dood. Er in geen reden meer om bang te zijn voor het leven want dit innerlijk besef dat tot een weten wordt, geeft u zoveel mogelijkheden om de waarheid van de wereld buiten u te benaderen, ook die buiten het moment nu ligt, of het onvoorzienbaar deel van de toekomst. Dat u zonder angst en vrees, zonder contact te verliezen met mensen die u in ruimte verlaten, die bv. naar Amerika gaan wonen of ergens anders naar toe, zonder contact te verliezen met hen die sterven omdat ze naar een andere sfeer gaan, kunt blijven bestaan. Werkelijk deel van het geheel van uw werkelijke wereld. Bewust van alle waarden in de Goddelijke wereld.

Vrienden ik weet dat zeggen: “je moet op die manier esoterisch leven”, erg moeilijk is. Vooral wanneer je op een of andere manier erg hangt aan bezit, aan persoonlijke vrijheid of wat anders. Maar het is de enige weg om werkelijke persoonlijke vrede en vrijheid te verwerven. De enige methode om te ontkomen aan de problematiek die het leven in uw tijd met, zich meebrengt. Daarom heb ik dit onderwerp gesteld.

Ik heb zo vaak opgemerkt dat de mens de geest boven zichzelf stelt, of ergens ver onder zich. Er is een groepering die zegt: de geest bestaat niet. Deze mensen ontkennen ook datgene wat in henzelf ligt. Er zijn echter meer mensen die zeggen: geest dat betekent hoger leven, hoger staan dan wij. Mag ik opmerken dat een andere toestand van bestaan nog niet betekent dat je hoger bent. Wanneer ik in avondtoilet zou komen, dan ben ik toch niet meer dan wanneer ik in een sportpak loop nietwaar. Er is geen verschil, en dat lagere is er ook niet. Waarom zou een geest een demon zijn, er wonen evenveel demonen in u, bij wijze van spreken, dan er in de geest kunnen zijn. Licht en duister zijn overal. Omdat je dood bent, zou je ineens meer duisternis zijn, dan wanneer je je nog voor de wereld interesseert? Het is dwaasheid. Omdat je een ander kostuum aanhebt, moogt ge ineens niet meer aan zaken denken, of mag je niet meer aan je genoegen denken, dat is dwaasheid. De geest is en blijft de mens die zij is geweest, verrijkt misschien met haar mogelijkheden en ervaringen op geestelijk terrein. En het is voor u erg belangrijk dat u ook dat even in de gaten houdt. U kunt misschien eens door een geest persoonlijk geholpen worden, zeker dat is mogelijk. Maar u moet dit zien als de normale hulpverlening die u ook aan uw medemens verschuldigd bent. U moet u niet meer voor de geest interesseren dan voor uw medemensen en als het even kan minder. Het gaat erom dat u ons niet overschat of onderschat, maar dat u ook uzelf niet over- of onderschat. In feite leven we in dezelfde grote wereld, dezelfde grote Goddelijke Werkelijkheid. Er is weinig verschil, heel weinig verschil misschien in het vermogen tot formuleren van iets, in wat ervaringen, meer niet. Wat wij zijn, zult u kunnen worden, wanneer u dat wilt. Wat u bent, worden wij misschien weer. We zullen het in ieder geval kunnen zijn of begrijpen, wanneer we dit wensen. Juist deze volkomen gelijkheid, die bestaat wanneer we de omstandigheden van leven buiten beschouwing laten. Het zou aanleiding moeten zijn tot een steeds vruchtbaarder contact tussen geest en mens. Er kan geen gezagsverhouding bestaan. Dat vindt u misschien een beetje vreemd. De gezagsverhouding tussen mens en geest is niet meer of minder dan die in de materie bestaat. Als u vrijwillig soldaat wordt, dan heeft u aan uw officieren te gehoorzamen. Wanneer u hetzij ten aanzien van de geest, of ten aanzien van de materie, een verplichting op u neemt om te gehoorzamen dan moet u dat ook doen. U kunt u daaraan niet onttrekken. Het betekent niet dat die officier beter is dan u, dat uw chef beter is dan u, het betekent alleen dat hij hoger staat in die bepaalde rangorde, die bepaalde hiërarchie.

Dan wil ik nog een waarschuwing geven, misschien een heel gekke. Denk niet dat je met je eigen denken alleen het kunt redden en toch gelijktijdig behoren tot een bepaalde geestelijke groepering, geestelijke orde of zelfs maar een kerk. En daarom is het erg belangrijk dat je je innerlijk nagaat wat je wel en niet wilt, want alleen, helemaal alleen kunt u het niet. U hebt uw medemens nodig, u hebt de geest nodig. U kunt het niet alleen. Daarom is het heel goed na te gaan wat u werkelijk kunt en wil bereiken, wat voor verplichtingen u kunt en wilt op u nemen, en onthoud dat in al deze dingen oorzaak en gevolg werken. Het is niet zo dat u gestraft wordt vanwege een gebroken contract bv. Het is wel zo dat u voor uzelf de gevolgen daarvan zult moeten compenseren. Het is niet zo dat u beloond wordt omdat u iets zo trouw doet. Door uw trouw aan een bepaald principe met een bepaalde lering enz. brengt u voor uzelf, mits u innerlijk dat alles aanvaardt en verwerkt, een vrede tot stand waardoor u in uw eigen leven dus ook de zaak gemakkelijker compenseert. U bent evenwichtig, u kunt meer. Het is allemaal heel natuurlijk maar ook onvermijdelijk.

Mens vergeet nimmer dat geest mens is. Geest vergeet nimmer dat je mens bent geweest en dat de mens een geest is. Je wereld verschilt, maar de kern van je wezen is gelijk. Je mogelijkheden verschillen maar je noodzaak tot leven is gelijk. Daarom kun je elkaar nooit overdonderen of overschreeuwen, je kunt alleen maar samenwerken. Maar werken mens en geest, mens en mens, geest en geest samen, dan kunnen ze door hun verschillende ontwikkeling veel meer gezamenlijk bereiken dan elkeen afzonderlijk ook denkbaar was.