Esoterische en exoterische kennis

uit de cursus ‘De wereld en haar achtergronden’ (hoofdstuk 6) – maart 1987

Esoterische en exoterische kennis

We zullen vandaag heel voorzichtig beginnen de geestelijke ontwikkeling nog eens wat nader te bekijken. Ik zou daarom vandaag willen spreken over de esoterische en de exoterische kennis.

Het zal u duidelijk zijn dat magie het sterkste woekert in gebieden waar de kennis beperkt is. In de oudheid was de kennis voorbehouden aan een aantal mensen die behoorden tot priesterorden of die op een andere manier eigenlijk in het geheim werkzaam waren. Toch zijn er in die tijden heel wat technieken ontwikkeld. Om u een voorbeeld te geven

Een groot gedeelte van de oude alchemie is voortgekomen uit de bereiding van schoonheidsmiddelen in Egypte. Het grote verschil echter was, geloof ik wel dit: In de oudheid keek je naar binnen. Je probeerde met jezelf, met je ziel, met je geest de dingen te begrijpen en er dan iets mee te doen. Tegenwoordig kijkt men met zijn verstand en als men dat niet voldoende heeft, met de computer en trekt dan conclusies die volkomen logisch, maar heel vaak niet bepaald werkzaam zijn. Op den duur zal men zijn doel denk ik toch wel bereiken. Maar de innerlijke kennis put uit het geheel van het gemeenschappelijk bovenbewustzijn

De ervaringen van enorm veel mensen maken duidelijk wat je kunt verwachten, hoe je iets kunt doen, maar ze zeggen niet waarom. Ze geven je geen wetenschappelijke definitie of benadering, ze geven je alleen grondslagen waarop je verder kunt werken.

Wanneer je naar buiten toe gaat kijken, dan begin je eigenlijk de wereld te ontleden. Maar je vergeet heel vaak dat het innerlijk van de mens hem verder moet brengen. Zoals wij in een van de vorige cursussen al hebben gezegd zijn er mensen geweest die dat wel hebben gedaan en toch in de wetenschap eigenlijk op den duur beroemd zijn geworden. Neem bv. Edison. Een man, die ongetwijfeld voor een deel werkte volgens de normen van de moderne wetenschap, maar wiens ideeën van binnenuit kwamen. Het waren dingen die in hem werkten. Dan vroeg hij zich af: is het mogelijk te maken? Dan kreeg hij weer een inspiratie. Op grond van die inspiratie begon hij dan met zijn proeven.

Dat is eigenlijk de geschiedenis van de wording van de wetenschap. Het zal u allemaal bekend zijn dat in de oudheid de alchemisten een groot gedeelte van de huidige chemische en zelfs bepaalde andere wetenschappen hebben ontwikkeld. Je zou zelfs kunnen zeggen, dat Berthold Schwarz de eerste man is die een luchtreis per raket heeft gemaakt of met raketaandrijving. Hij vond namelijk het buskruit uit, maar vloog wel de lucht in.

Deze man was bezig met experimenten die helemaal niets te maken hadden met het vinden van een explosiemiddel. Integendeel. Hij was eigenlijk bezig met het zoeken naar het middel om het geestelijke goud te bereiden. Een groot gedeelte van de andere uitvindingen inclusief arseen, dat vooral in middeleeuws Italië ook heel vaak is gebruikt met meer politieke achtergronden, was eigenlijk zo’n toevalstreffer.

Wanneer je die mensen nagaat, zijn ze in de eerste plaats filosoof. Ik weet het tegenwoordig haalt men over de filosofie nog weleens de schouder op. Men zegt: “Ach, het is niet zo diepgaand, het zal niet belangrijk zijn, want het past niet in onze logische benadering.” In die tijd ging men in zichzelf, men ging studeren, men ging denken, men sloot zich a.h.w. meditatief een tijd voor de werkelijkheid af en kwam dan tot bepaalde conclusies. Dat die conclusies niet altijd juist waren, is begrijpelijk. De mensen werden door hun droombeelden geleid en ze verwachtten hun droombeeld waar te maken. Maar in feite drongen ze door in het wezen van de werkelijkheid.

Het zijn allemaal komische verhaaltjes. De zwaartekracht wordt uitgevonden doordat iemand een appel op zijn hoofd krijgt, een wetenschappelijk onderzoek! De stoommachine wordt ontwikkeld door iemand, die ziet dat wanneer het water kookt het dekseltje kleppert. Vraag u eens af wat daar gebeurt. Is dit wetenschap? Of is dit ineens een inspiratie? Opeens een samenhang, innerlijk beleven en dan terugredeneren vanuit het feit en zeggen: dus zo moet het zijn.

Uit die wetenschap is langzaam maar zeker de wetenschap als industrie gegroeid. In deze tijd gaat men zich afvragen: Is het nuttig? Kunnen wij er iets mee doen? En dan: Is er geld voor en als ik geen geld heb, nou, in mijn eentje kan ik het toch niet. Vroeger zei men niet: Kan ik het niet of kan ik het wel. Men zei: Ik ervaar het en probeer het waar te maken. Er zijn dus een aantal veranderingen te constateren en vreemd genoeg beginnen die veranderingen eigenlijk rond de tijd van de Franse revolutie, iets daarna.

In die dagen gaat men nadenken over systemen. Maar het leven is geen systeem. Het leven is een gebeuren. Alle leven op aarde kan dan misschien wel onder een gemeenschappelijke noemer worden gebracht, maar daar raak je de kwaliteiten van het afzonderlijke leven kwijt. Op het ogenblik echter, dat je bezig bent met het afzonderlijke leven, kun je veel meer presteren en ontdekken, maar je kunt je weer niet meer beroepen op die achtergrond.

De mens ging langzaam maar zeker denken in termen van nut. Dat heeft hij altijd wel gedaan, maar nu werd ook het meditatief werken eigenlijk steeds meer gericht op wat kan ik ermee bereiken. De eerste voorlopers daarvan zijn de goudmakers geweest. Degenen, die het bereikten en de steen der wijzen vonden, hebben nooit iets van zich laten horen. Want die waren nog verstandig. Maar degenen, die dachten dat ze bijna iets bereikt hadden, gingen hele shows houden om de zaak te kunnen voortzetten.

Het aantal keren dat goud in de smeltkroes kwam, doordat een holle staf voor het roeren was gebruikt waarin goudstof was opgenomen – het was afgesloten met een beetje bijenwas – is 80% van het aantal openlijk genomen proeven. Dan weet u ongeveer hoeveel er gezwendeld werd.

Op het ogenblik zwendelt men trouwens ook. Maar dat is dan ten bate van het algemeen of voor het bewaren van eigen aanzien. In bepaalde gevallen, dat geef ik toe, wordt er ook gezwendeld om extra subsidie te krijgen voor een verdergaand onderzoek. Op het ogenblik dat de mens het geheel van zijn denken en van zijn weten probeert vast te leggen in een redelijk logisch systeem, zet hij a.h.w. de innerlijke mens opzij. De periode waarin u zich nu bevindt is er eentje waarbij de exoterische wetenschappen eigenlijk overheersen en de esoterische beschouwd worden als het gemummel van een stel oude wijven of iets dergelijks. Ik wil niemand beledigen die hier aanwezig is.

Je komt dan aan een grens. De huidige wetenschap begint bepaalde grenzen te bereiken. Je kunt steeds betere computers maken doordat je alles steeds meer miniaturiseert. Maar het principe is eigenlijk hetzelfde of je nu werkt met een hele kleine chip of met een onmetelijke bank van diodes en triodes. Dat is iets wat men over het hoofd ziet.

Men zegt wel we gaan vooruit. Neen. We maken een juister, een voordeliger gebruik van datgene wat we weten. Maar als we met iets nieuws worden geconfronteerd dan gaan we ons niet afvragen: Hoe moet ik dat innerlijk zien? We zeggen: Hoe hebben we dat altijd gedaan. Dan gaat men aids te lijf met de methode die men eens heeft gebruikt met succes voor het ontdekken van de tuberkelbacil, de bestrijding ervan en de rest. Zich niet realiserend dat men met twee totaal verschillende invloeden te maken heeft, die ook totaal verschillende gevolgen hebben

Op deze manier zullen de mensen die werkelijk oprecht nog proberen hun kennis uit te breiden en niet alleen maar schermen met datgene wat ze bezitten en hopen er iets bij te vinden, geneigd zijn om steeds meer filosofisch te worden. Er zijn voldoende voorbeelden van. De psychiatrie bijvoorbeeld. Een zeer interessant vakgebied overigens, zoals alles wat met psychologie samenhangt. Na Freud kwam Jung. Jung bereikte grenzen. Jung werd opeens een soort mysticus. Hij zocht een innerlijke kennis om al datgene wat hij wetenschappelijk constateerde nog in een verklaarbaar verband te brengen. Er kwam een Adler, die nam toen de conclusies van Jung en ging ermee jongleren. Hij kwam dus tot een andere toepassing, maar in feite niet tot een vernieuwing van begrip.

Op deze manier zien we op het ogenblik bv. in de atoomchemie dat een aantal van de werkelijk vooraanstaande geleerden aan een grens zitten. Ze weten: We zijn met iets bezig, maar mijn God, wat betekent het?  Niet “wat weet ik” maar “wat doe ik”? Wanneer ze tot een eigen innerlijke bespiegeling komen dan zien we dat ze vanuit het standpunt van de logische wereld de meest krankzinnige dingen doen. Soms zelfs zich terugtrekken.

Een van de bekendste mensen van het oorspronkelijk atoomprojekt in de Verenigde Staten leeft al lange tijd als, zeg maar, leraar op een hogeschool. In het begin gaf hij dan nog natuurwetenschappen. Op het ogenblik werkt hij nog steeds. Maar wat zijn zijn vakken: kunstgeschiedenis, daarnaast keramiek en hij leert de mensen pottenbakken. Ik zou haast zeggen; dat deze man geëvolueerd is, terug naar de innerlijke eenvoud. Hij is gaan begrijpen, dat weten pas zin heeft wanneer weten een innerlijk verantwoord doel ten gevolge kan hebben. Overal op de wereld gebeuren die dingen.

Misschien denkt u dat het een mode is dat op het ogenblik overal in de staatskunde mensen zijn die zeggen: Ja maar, we kunnen niet verder blijven leven met die enorme schulden, dat moet teruggedraaid worden. Die mensen hebben eigenlijk gelijk. Ze zijn gaan nadenken. Ze hebben gezegd: Wij kunnen nu wel de schijn van welvaart in stand houden, maar in feite zijn we dan bezig om de levens van onze kinderen en kleinkinderen te verpanden aan de banken. Dat kunnen we niet langer doen. Het is de enige manier waarop wij eerlijk verder kunnen gaan.

Ook onder hen zijn er enkelen, niet allemaal, die toch innerlijk weer kijken: wat is er in mij. Die niet alleen maar hun brein vragen, maar ook hun geest en misschien zelfs hun ziel. Het is een bewijs dat er een ommekeer gaande is. Zolang de mens gebonden blijft aan deze toch uiterst complexe industriële structuren zal het aantal van die mensen toenemen. Het is natuurlijk reuze eenvoudig te zeggen: Ja maar, wij zijn een groot bedrijf, we heten Laroche of BASF of hoe ze ook heten, en daardoor is de uitbreiding van produktie en het vergroten van afzetgebied het enige wat belangrijk is. Als er dan eens een rivier vergiftigd wordt, nou ja, dat moet men maar nemen. We brengen zoveel welvaart. Uiteindelijk kunnen we onze eigen belangrijkheid niet opofferen.

Maar er zijn ook fabriekjes geweest, het zijn niet de grote concerns natuurlijk, want die hebben een bijna ambtelijke struktuur en die is zo orthodox als maar kan, die hebben gezegd: wij staken nu maar verder deze of gene produktie, want wij brengen te veel gevaarlijke afvalstoffen voort en we kunnen ook op een andere manier blijven bestaan.

Er is een verandering gaande. Wanneer wij begrijpen hoe de hele oergeschiedenis van de mens, de mensheid van vandaag beïnvloedt, dan kunnen wij ook begrijpen, dat ergens het gevoel van magie weer terugkeert. Eens, we kunnen het in de verhalen van de oude Grieken nog terugvinden, zei men: Als je de goden beledigt zullen ze je vervolgen. Ze zullen zich wreken. Nu spreekt men natuurlijk niet meer over goden, maar over de natuur of de menselijke mogelijkheden.

Maar men begrijpt, dat er iets moet gebeuren. Men vraagt niet meer: Hoe kunnen we dat rationeel doen? Men vraagt zich eenvoudig af: Hoe kan ik dat innerlijk juist doen. En bij die innerlijke juistheid vinden we dan toch weer een afstemming op de mensheid. Want bij alles wat we zeggen over de wereld, haar beweging en haar ontwikkeling, mogen we nooit vergeten dat het bewustzijn van de mensheid als geheel altijd bepalend zal zijn voor datgene wat voor de mens mogelijk is en wat uit de mens verder kan ontstaan. Als je die mensheid en die hele geschiedenis probeert uit te schakelen dan krijg je alleen maar een ontwikkeling die los staat van de mensheid als eenheid en die gelijktijdig gestuwd zal worden door de instincten die de mensheid nog steeds als eenheid gemeenschappelijk heeft.

Een wapen kan erg nuttig zijn. Natuurlijk. Maar op het ogenblik dat je steeds meer wapens maakt, schep je in feite steeds meer mensen, die macht en wapens met elkaar vereenzelvigen. Dan krijg je mensen die net als Mao denken, die uitroepen “Macht komt uit de loop van een geweer.” Maar dat is niet waar. Als de macht uit de loop van een geweer komt, ben je de eenzame, die geen macht meer heeft zo lang anderen zeggen: “geweer of niet, wij willen niet.” Opstanden zoals die zich hebben afgespeeld bv. in Zuid-Amerika maken duidelijk, dat zelfs de best bewapende dictators op den duur geen stand kunnen houden, wanneer het gehele volk ertegen is. Het heeft ook duidelijk gemaakt, dat de meest goed bedoelende idealist niet in staat is om zijn beste bedoelingen door te zetten, als hij daarbij uitgaat van een systeem en niet van de aard van de mensen waarmee hij te maken heeft. Denk aan Allende.

Dat betekent, dat we in deze complexe tijd langzaam maar zeker terug moeten gaan of we willen of niet naar de esoterische kennis. Het innerlijk begrip. Die onwetenschappelijke vaagheid en onbepaaldheid, waaruit steeds weer momenten van grote duidelijkheid voortkomen die je in staat stellen om precies het juiste te doen op het juiste ogenblik.

En dat mijne vrienden is in de ontwikkeling van de gemeenschap heel erg belangrijk en zou het lot van deze wereld in de toekomst weleens geheel kunnen bepalen. Ik voorzie inderdaad een toenemende mate van esoterisch zoeken naar weten. Een verinnerlijking van de wetenschap, die zich eindelijk los gaat maken van de massale laboratoria, de geïndustrialiseerde ontdekkingskunde.

Ik zie mensen, ook gewone mensen, in hun radeloosheid omdat het systeem niet betrouwbaar blijkt, omdat er geen zekerheden zijn zoals zij dachten dat die er waren, die ofwel alles aanvallen (terroristen) ofwel zich in zichzelf keren, zich eigenlijk los gaan maken van de maatschappij in haar huidige structuur en op hun eigen manier gaan leven en denken. Daarbij vragen zij steeds meer in zichzelf: wat kan ik doen, wat moet ik doen en die dan toch weer hun wegen vinden.

Er zijn een aantal figuren geweest, ook in deze tijd, waarvan je kunt zeggen: Ja, wat zijn het eigenlijk voor figuren. Een jongen op school nogal vreemd bejegend, veroorzaakt nogal eens wat poltergeist verschijnselen. Die jongen blijkt ook mediamiek te zijn, ofschoon men dat zelfs bij zijn ernstige onderzoekers liever niet toegeeft. Langzaam maar zeker echter groeit in die knaap een beheersing van de kracht die in hem leeft. Hij blijft de teruggetrokken figuur, want hij voelt zich eigenlijk een beetje geïsoleerd van de rest van de mensheid. Maar hij gaat bewust gebruik maken van zijn krachten. Hij geneest, hij geeft allerlei paranormale verschijnselen weer.

Als Uri Geller op een gegeven ogenblik bezig is voor de tv lepeltjes te buigen, dan doet die jongen dat ook. En dan vindt men dat vreemd. Als hij ziet hoe Uri Geller een paar handboeien van een speciaal soort staal verbuigt, zegt die jongen: nou dat kan ik ook. Waarop de onderzoeker zegt: nou, ik zal een paar van die dingen halen. Hij haalt een paar handboeien en doet ze dom genoeg die jongen om, om zeker te zijn dat hij niet met zijn handen manipuleert. Het heeft uren geduurd voordat men die ene boei open kon krijgen, waarvan inderdaad deze schijnbaar onbuigbare, onbreekbare stalen staaf van speciale structuur een buiging vertoonde die zo groot was, dat het opensluiten en openschroeven van de boei niet meer mogelijk was.

Dan zeg je: Wat doet zo iemand, wat is het voor iemand?  Sommigen denken: Nou ja, het is een beetje toneel. Anderen zeggen: Het is een jongen met een afwijking. En weer anderen zeggen: Het is een nieuwe profeet. Ze hebben allemaal ongelijk.

Datzelfde is indertijd gebeurd met Edgar Cayce. Cayce was een medium. Zeker, een groot gedeelte van zijn fantastische diagnostiek, want hij wist diagnoses te stellen ook op afstand, waren onvoorstelbaar juist en veelal gaf hij nog therapieën aan, die ook ongeacht het wetenschappelijk verzet daartegen inderdaad werkten en snel. Maar deze man greep in het gemeenschappelijk bewustzijn van de wereld. Hij schouwde in zichzelf. Zo kwam hij tot allerlei uitspraken.

Een groot gedeelte van de profetieën is ongeveer waar gebleken maar niet helemaal. Begrijpelijk, want het werd door hemzelf geïnterpreteerd en daarna nog eens een keer door degene die het wilde uitleggen. Die man werd door sommigen een profeet genoemd en een wonderdoener en door anderen een oplichter. Dat is de situatie waarin je verkeert op het ogenblik dat je die innerlijke weg gaat.

Heel veel mensen, die bewust of onbewust toch kiezen voor het esoterische weten, voelen zich genoopt om dit uiterlijk althans niet te doen blijken. Zij werken met allerlei erkenningen die eigenlijk niet wetenschappelijk zijn. Maar ze hebben voldoende wetenschappelijke scholing om dat te kunnen vermommen.  Ze hebben successen. Als er dan iemand komt die een stap verder gaat en zegt: “Ja maar, jullie hele theorie is fout” in plaats van te zeggen: “Daarnaast kunnen we ook nog wat anders doen” dan komt hij in een enorme strijd met de gevestigde wetenschap. Zoals bijvoorbeeld een Moerman met de artsenkamer in Nederland.

Er is een verandering gaande en ik geloof, neen, ik weet zeker, dat deze verandering het karakter van de komende eeuwen gaat bepalen. We hebben namelijk meer van die perioden gehad. Elke periode waarin mensen te zeer naar het exoterische van weten en wetenschap hebben gegrepen zijn ze vastgelopen. Want ze vergaten steeds rekening te houden met de menselijke factoren die in het geheel van de samenleving, het geheel van de geschiedenis van de aarde een zeer grote rol spelen.

Het is uiteindelijk ook niet tot rampen gekomen alleen maar door de natuur. Het is tot rampen gekomen doordat mensen de krachten van die natuur op een schijnbaar logisch verantwoorde wijze gingen gebruiken zonder te beseffen dat anderen ook weleens zoiets zouden kunnen doen. Zonder te beseffen wat werkelijk zou gebeuren. Als op het ogenblik een Gorbatsjov zegt: “We moeten alles doen om een beetje van die atoomwapens af te komen”, dan is dat niet alleen maar omdat de man plotseling verstandig is geworden. Dat heb je aan Tsjernobyl gezien.

Wanneer Reagan zegt “We moeten die wapens houden” dan is dat niet alleen maar de koppigheid van een oude man, dan is het doodgewoon het resultaat van een nog steeds niet voorkomen van een fatale atoomramp in de Verenigde Staten. Als ze eenmaal geconfronteerd zijn met een dergelijke ramp zullen ze anders denken.

Ze beseffen niet, dat die dingen ook met mensen te maken hebben. Natuurlijk, een atoomcentrale kan met een zo groot mogelijke zekerheid worden gebouwd. Maar nooit compleet foolproof. Altijd zal een deel van het goede verloop afhankelijk zijn van mensen. En mensen zijn geen machines. Zelfs niet als ze betrekkelijk korte uren werken bij waarneming van metertjes e.d. Dan kunnen ze een afwijking over het hoofd zien. Of een keer omdat ze toevallig s’avonds uit moeten, zeggen: Nou ja, dat zal mijn opvolger dan wel melden, ik moet vanavond naar een diner” of “Ik heb een verjaardag.”

Dan kan zo’n ding de lucht in gaan. Waarom? Omdat degenen die zeggen:” Wij weten het wel en het is zeker”, geen rekening houden met de menselijke factor. Zoals degenen, die zeggen: “Ach, het is niet erg als er giftige stoffen worden geproduceerd, want we zullen die dan wel goed verpakken,” er geen rekening hebben gehouden met de lonende exploitatie, met het extra winstpercentage dat ligt aan clandestiene stortplaatsen of lozingen in de grote rivieren.

Theoretisch zijn al die systemen waterdicht. Praktisch, zijn ze zo lek als een mandje.

Pas wanneer je innerlijk je met het probleem bezighoudt, sta je voor een geheel complex, waarin alle menselijke mogelijkheden en reacties mee verwerkt zijn. Dan heb je geen reden, dan kun je niet zonder meer beredeneren waarom het zo moet zijn. Maar je voelt aan hoe het moet gaan. Door dat aanvoelen kun je de juiste weg kiezen. Ook wanneer anderen zeggen, dat ze een beetje onredelijk is.

Wanneer ik denk over alles wat er op aarde is gebeurd, valt me steeds weer op, hoe sterk de menselijke psychologie een rol speelt in alles wat er gebeurt. Bijvoorbeeld Napoleon Bonaparte. Hij was nooit zo sterk geneigd geweest om op te klimmen uiteindelijk tot l’empereur, de keizer, als hij niet was afgewezen door een aantal wasmeisjes en uiteindelijk zijn troost had moeten zoeken bij een wat moederlijke en wat oudere vrouw (die dan weliswaar zijn minnares is geweest en later ook een adellijke positie heeft gekregen van hem, want hij was erg royaal in dat opzicht), maar die hem het gevoel gaf dat hij niet meetelde. Misschien zouden al die dingen ook niet voldoende zijn geweest als hij zich niet door zijn kleine gestalte altijd de mindere had gevoeld van al die anderen.

Ik denk, dat een Hitler nooit zo gewelddadig zou zijn geweest en zo vernietigend, als ze hem niet hadden uitgelachen over zijn ontwerpjes en zijn schilderijtjes,

Ik denk, dat Roosevelt minder fouten had gemaakt als hij zich niet door zijn innerlijke onzekerheden en misschien ook indirect door de sterke steun van Eleanor had laten voeren tot een gevoel van een soort onfeilbaarheid. Dan waren er heel andere verdragen over Europa uit de bus gekomen, dat kan ik u verzekeren.

Het lijkt allemaal wel netjes en logisch wat ze doen. Maar ergens is die ene menselijke factor die de hoofdrol speelt. De menselijke factor kun je aanvoelen, maar je kunt ze niet beredeneren. Je kunt ze zelfs met alle psychologie en alle wetenschappen daaromtrent nooit volledig definiëren. Maar je kunt aanvoelen wat ze betekent en welke ontplooiing ze met zich meebrengt. Zeker, de dingen die dan ontstaan zijn niet altijd zo glorieus als we zouden willen.

De beroemde maagd van Orleans, Jeanne d’Arc, blijkt dan opeens een meisje te zijn met minderwaardigheidscomplexen omdat ze door een minnaar is afgewezen. Daardoor komt ze ertoe zich terug te trekken in een klein kapelletje. Ze zoekt eenzaamheid. Ze wil niet uitgelachen worden door de andere meisjes van het dorp. In die toestand hoort ze stemmen. Wanneer die stemmen haar dan als het ware uitverkiezen, wordt ze daardoor voortgedreven. Zeker, het zijn innerlijke stemmen. Maar het is psychologisch zelfs nog verklaarbaar wat daar gebeurt. Alleen is het niet verklaarbaar dat ze succes heeft. Dat succes heeft ze te danken aan het feit, dat ze zich voortdurend door die innerlijke stemmen laat leiden.

Haar succes is esoterisch, niet exoterisch. Het is haar innerlijk dat haar voortdurend stuurt in richtingen die door haar veldheren als onmogelijk worden afgewezen. Pas op het ogenblik, dat ze zichzelf gaat voelen als de beschermster van de Dauphin, begint het een beetje te wankelen. En als ze gekroond is, zijn er niet alleen de intriges tegen haar, want die had ze kunnen aanvoelen, ze had ze kunnen compenseren. Maar het is haar gevoel van meerwaardigheid dat haar uiteindelijk doet vallen en haar indirecte uitlevering aan de Engelsen ten gevolge heeft. Uiteindelijk zoals u weet, eindigt het met een drama, waarbij iemand op de brandstapel sterft onder haar naam.

Wanneer we die dingen de hele geschiedenis door bekijken, dan blijkt er een groot verschil te zijn tussen datgene, wat redelijk aantoonbaar is, logisch afleidbaar, wat op grond van herhaalde proefnemingen bewijsbaar is en datgene, wat er in de werkelijkheid gebeurt. De werkelijkheid is meer verbonden met het bewustzijn van de mensheid dan met de z.g. natuurwetten, die als een heel klein puntje in een vlak van onbekendheid dan wetenschappelijk zijn gedefinieerd. Let wel ik heb niets tegen de wetenschap. Maar ze moet haar beperkingen erkennen. Ze moet weten dat haar systemen alleen zin hebben als er een reden is om ze menselijk toe te passen. Dat die menselijke toepassing van binnenuit kan komen maar nooit van buitenaf logisch kan worden beredeneerd.

Als we ons bezig houden met de samenloop tussen ontwikkeling van de mens, zijn innerlijk a.h.w. en zijn omstandigheden, dan zullen we nog heel wat voorbeelden tegenkomen. We zullen geconfronteerd worden met wijsgeren, die eigenlijk grondleggers worden van wetenschap. Mensen, die nu als mathematicus bijvoorbeeld worden vereerd als Pythagoras, maar die in wezen mystici waren. Die de wetten van de harmonie probeerden te formuleren en niet alleen maar bezig waren met een precieze berekening van vlakverdeling, hoeken e.d.

We zullen geconfronteerd worden met het oude weten, waarvan een groot gedeelte in Alexandrië is verbrand. We zullen geconfronteerd worden met het moderne weten. We zullen zien hoe steeds weer de mens de bepalende factor is en niet het weten. We zullen gaan begrijpen dat er samenhangen zijn tussen die mensen en hun innerlijke verbondenheid. De wijze waarop zij aflezen uit een gemeenschappelijk bewustzijn en hun drijfveren en ontwikkelingen, en uiteindelijk hun betekenis voor anderen.

Er zijn bedriegers geweest op aarde, die tot weldoeners van de mensheid en martelaren zijn geworden. En er zijn uitvinders geweest die alleen aan hun winst en nut dachten. Zij zagen uiteindelijk in dat het onjuist was wat zij deden maar durfden niet terug te treden. Daarom na hun dood, let wel, stelden zij een deel van hun kapitaal beschikbaar als een prijs voor vrede en wetenschappelijke prestatie voor de vrede.

Het is eigenlijk allemaal zo begrijpelijk. Als we de innerlijke mens niet meer zien als een waanwereldje, als een soort bijgeloof, maar begrijpen, dat ze een werkelijke innerlijke verbondenheid betekent met andere mensen, andere geslachten. Ja, met degenen die gestorven zijn en deels zelfs met degenen, die nog niet geboren zijn. Als we die realiteit, hoe onredelijk ze moge klinken, leren aanvaarden, zullen we ook leren hoe wij de wetenschap kunnen gebruiken als het werktuig van ons innerlijk beseffen.

Vrede op aarde is mogelijk. Maar vrede op aarde is alleen dan mogelijk, wanneer iedereen bereid is met anderen te delen. Als er een is die daar niet toe bereid is, ontstaat er strijd. Denkbeelden aan een wereld van vrede, waarin geen strijd meer voorkomt, zijn waanbeelden, omdat de mensheid nog niet voldoende geestelijk geëvolueerd is om dat waar te maken

Aan de andere kant zien wij dat het besef, dat men zich beperken moet om te kunnen bestaan, om zich verder kunnen ontwikkelen, toeneemt. Ik denk bv. aan het 2-2 systeem of het 2-1 systeem soms zelfs, dat in China wordt doorgevoerd, waarbij kindertallen worden beperkt en daardoor in feite ruimte wordt geschapen voor een verdere ontwikkeling.

Ik denk aan het mooie systeem, waarbij de man in India die zich onvruchtbaar laat maken, een radio cadeau krijgt. Vermoedelijk omdat hij dan door de rock zozeer geschrikt wordt, dat het andere minder belangrijk wordt. Of men neemt dat aan.

We zien aan de andere kant de ijzervretende mentaliteit van mensen, die fanatisch worden opgejaagd door hun onbegrip voor de mensheid, die uitgaan van een idee culturele revolutie, Khomeiny en ik zou nog wel meer kunnen opnoemen. Mensen, die helemaal niet bezig zijn met mensen, maar die alleen nog maar een idee hebben en dat waar willen maken, omdat ze het idee met zichzelf hebben geïdentificeerd, maar zich innerlijk niet durven afvragen of dat idee wel juist is.

De weg van de mensheid of ze wil of niet zal voeren naar een toenemende inkeer, een steeds weer gaan naar je eigen innerlijk. Een poging om jezelf te leren kennen en je eigen relaties met de wereld en de mogelijkheden in de wereld niet meer uiterlijk te bepalen en er plannen over te maken die redelijk zijn, maar ze in jezelf te laten groeien totdat je de weg weet om ze waar te maken.

Ik hoop in de komende lezingen nog te kunnen aantonen dat een versmelting van de esoterische en de exoterische weg en wetenschap de enige methode is om de ontwikkeling van deze wereld te laten voortgaan. Om het geheel van de wereldgeschiedenis te laten culmineren in een glorieuze mensheid en niet in een vernietigde, door eigen vuur verteerde mensheid. U luistert en u zult er misschien een keer over nadenken. Maar als u erover nadenkt, probeer dan niet te beredeneren of het allemaal juist is. Neem die denkbeelden, hou ze uzelf voor als spiegel. Sluit u af van de wereld en zeg tegen uzelf: Hoe ben ik? Hoe moet ik zijn? Wat moet, wat kan ik doen. Dan zult u ontdekken dat u over veel meer bronnen beschikt dan algemeen aanvaard wordt. Dan zult u ontdekken dat u veel juister kunt reageren in deze wereld dan u ooit hebt vermoed.

U zult vaak geconfronteerd worden met de nutteloosheid van vele dingen die u zuiver emotioneel redenerend tot een soort logisch geheel hebt samengevlochten, omdat er net datgene mankeert wat hen werkelijke krachten en betekenis geeft.

Voor u en alle andere mensen geldt: in uzelf ligt het enig juist kompas waardoor u een juiste koers kunt uitzetten in uw wereld en geestelijk en stoffelijk een veilige haven kunt bereiken.

Snuffelaars en schutters

Nadat u uitvoerig en enthousiast bent ingelicht over esoterische en exoterische zaken, dacht ik dat het wel aardig zou zijn om iets te vertellen over een praktische omzetting van esoterische kennis naar een exoterisch resultaat. Ik heb dat dan maar genoemde snuffelaars en schutters. Een titel die u ongetwijfeld enigszins verbaast.

Het zal u bekend zijn, of u heeft misschien weleens gehoord en vergeten, dat er zowel bij de inboorlingen in Australië alsook bv. in Afrika mensen zijn, die op grote afstanden water ruiken. Die 60 á 70 kilometer van tevoren zeggen: hier moeten we afbuigen want daar is een waterbron. Het is duidelijk, ze ruiken het niet echt. Voor hen is het echter ruiken omdat ze snuffelen. Want ze willen het weten. Op dat ogenblik doen ze de ogen dicht en staan alleen maar heel diep te ademen in alle richtingen. Ineens hebben ze het en ze gaan die kant uit. En inderdaad is daar het water.

Dergelijke praktijken bestaan ook voor mensen die een bepaald soort wild opsporen. Dat is in Afrika bij meerdere stammen nog steeds gebruikelijk. Als ze daar – vaak de stropers – achter wild aan gaan, hebben ze iemand bij zich, die op een gegeven ogenblik even bezig is met een gaan zitten en een beetje bewegen. Als het een olifant is bv. zit hij een beetje heen en weer te wiegen zoals een olifant doet. Of hij gaat zo’n beetje liggen zoals een luipaard ligt, bij wijze van spreken. Op een gegeven ogenblik zegt hij. Ik ruik ze, daar zijn ze. En inderdaad, de plaatsen die dan aangewezen worden, zijn over het algemeen plaatsen, waarop men het wild zelf aantreft of gemakkelijk te volgen sporen en dan is het wild niet ver.

Deze mensen stellen zich innerlijk af op een bepaald beeld. Deze snuffelaars proberen als het ware de relatie te vinden tussen zichzelf en het water of het wild. Als ze dat gevonden hebben moeten ze verklaren hoe ze eraan komen. Dan zeggen ze: ik ruik het. Het resultaat is inderdaad, dat hun innerlijke kennis op die manier kan worden omgezet in een praktisch bruikbare richtingsaanwijzing.

Dan zijn er de schutters. Ik heb het dan niet over Nederland ofschoon hier menige rare schutter woont maar over de mensen, die de magie met pijl en boog beoefenen. Wanneer een bepaalde groep bv. in Borneo verdwaald is en datzelfde geldt ook voor sommige stammen maar niet allemaal in Nieuw-Guinea, vooral op de grens van Australisch en het tegenwoordig Indonesisch Nieuw-Guinea, dan is er iemand bij die een pijl op zijn boog legt en blindelings schijnt af te schieten. Maar als je in die richting gaat vind je inderdaad wat je zoekt.

In Noord Borneo en vooral in Arawak zijn zelfs stammen, waar misdadigers worden gezocht door schutters die deze capaciteit hebben. Op een gegeven ogenblik weet men niet meer waar men moet zoeken. Dan komt de schutter in actie. Hij draait wat gras om zijn pijl, zodat uiteraard de richting mogelijkheid ervan aanmerkelijk minder wordt, draait zelf een paar keer om zijn as, schiet en de richting waarin de pijl valt, is de richting waarin men dan de gezochte zal vinden. Het is gebleken in heel veel gevallen juist te zijn. Er bestaan zelfs bij de Royal Duke African Society bepaalde schrifturen daarover. Ook bij de parapsychologen is het verschijnsel bekend.

Hoe doen ze het. Alweer je moet weten wat je zoekt. Deze mensen hebben vaak de gewoonte om uit kruiden of uit gras een soort vlechtje te maken tussen hun vingers terwijl ze nadenken. Volgens hun eigen idee wordt hun manas maar ook het denkbeeld in het gras gelegd. Zeker is echter, dat ze innerlijk contact opnemen met datgene of diegene die ze zoeken. Daarna wordt, en dat is voor hun eigen zelfverzekerdheid zou ik haast zeggen, om de pijl dat strookje gras of kruiden gebonden, dan wordt het afgeschoten. Het wonderlijke is dat onbewust de schutter de richting van de pijl beïnvloedt volgens zijn innerlijk aangevoelde contact met de ander.

U zult zeggen zijn er nog meer van die rare schutters? Er is bv. een tijd geweest, dat we in de animistische magie van o.m. Tibet en eigenlijk ook in Pamir mensen hebben aangetroffen die de zogenaamde doodsmagie bedreven. Ze bouwen een tentje of hutje op, zoveel mogelijk afgeschut tegen licht. Ze maken een aantal piramidetjes zou je kunnen zeggen, meestal uit rijst, soms uit saffraanrijst, soms gemengd met bepaalde kruiden. Terwijl ze dat doen zijn ze voortdurend bezig met vervloekingen van degene die ze willen treffen. Dan nemen ze pijl en boog en schieten schijnbaar willekeurig die pijl af in de lucht. Het wonderlijke is dat de slachtoffers heel vaak kort daarop een ongeluk hebben.

Nu zou je natuurlijk kunnen zeggen zoals een logisch mens doet. Ach, zij hebben natuurlijk handlangers en die zorgen daarvoor. Maar ik geloof niet, dat je krokodillen zo kunt dresseren bij wijze van spreken, dat ze iemand opeten. Dat is toch wel een toevalsgebeuren. Dat iemand een been breekt kan een ongeluk zijn. Dat hij door een slang gebeten wordt kan een ongeluk zijn. Natuurlijk. Maar wanneer dat binnen 6 uur na het afschieten van de pijl gebeurt, dan vraag ik me toch wel af of het mogelijk is dat iemand daarvoor zorgt.

Maar de verklaring is ook weer duidelijk, wanneer je de innerlijke mens begrijpt. Er wordt een verbinding gemaakt met de persoon in kwestie. Men heeft een voorstelling ervan, heel vaak ook nog een inductievoorwerpje of bv. wat haren of nagels of afschraapsel van de huid of wat anders van die persoon. In andere gevallen heeft men resten van voedsel dat hij heeft gebruikt. Hierdoor wordt de verbinding gelegd. Nu zweept de magiër in feite zichzelf op tot haat en gelijktijdig tot een enorme concentratie en gedwongenheid, want hij moet zijn torentjes bouwen. Door het samengaan van deze beide is eigenlijk de kracht negatief gericht op die persoon. Het afschieten van de pijl is niets anders dan het ontladen van deze opgehoopte haat-energie in de magiër.

En wat gebeurt daardoor? De persoon zelf wordt afgeleid van zijn normale zekerheden. Het is dus veeleer mogelijk dat hij iets niet ziet, dat hij verkeerd handelt. Kortom, dat hij in feite zelf een ongeval veroorzaakt.

Er zijn schutters, en dan moeten we teruggaan naar de Inka cultuur, ofschoon er nog iets van is overgebleven bij de Indianen in noordelijk Peru, die de pijl anders gebruiken. De pijl is het symbool van een God. Je roept die god aan. Het is een god van wraak, maar het kan ook een god van welvaren zijn. Het kan een beschermster zijn. Wanneer je de pijl maakt tot symbool van de god en je schiet ze in gedachten af op de persoon in kwestie dan wordt de relatie volgens deze mensen gesteld met de god. De persoon staat dan onder de invloed van de god die in die pijl woont, zoals dat genoemd wordt.

Is het redelijk aan te nemen, dat er inderdaad geluk en ongeluk uit kan voortkomen? Er zijn heel wat gevallen bekend, waarbij sprake was van zowel geluk als ongeluk bij het doel op een onvoorstelbare wijze en ook weer betrekkelijk kort na het afschieten van de pijl. Het is of de mensen plotseling innerlijk gestuurd worden naar de juiste of naar de meest negatieve handelingen die voor hen mogelijk zijn.

Ik geloof niet, dat er goden bij betrokken zijn, al zullen bepaalde geesten soms weleens het spel meespelen. Ik geloof veeleer, dat hier in het totale bewustzijn van de mensheid een bepaalde tendens wordt geschapen, die zich op een van tevoren zeer duidelijk voorgestelde en dus in dat bewustzijn afgedrukte persoonlijkheid ontlaadt.

Als je zo bezig bent denk ik onwillekeurig terug aan de oude jachtmagie van de primitieve mensen. U kent waarschijnlijk allemaal wel die voorstellingen en afbeeldingen van dieren, die gelijktijdig eigenlijk dienden als een soort concentratiepunt voor plechtigheden, waarbij dan soms ook de jacht werd uitgebeeld met een dans en waarbij ook wapengebruik te pas kwam. Men sloeg het denkbeeldige wild dood, men doorboorde het met een speer of in latere gevallen wierp men daar een soort assegaai naar. In deze gevallen bleek inderdaad, dat door die plechtigheden die mensen een betere jacht hadden.

Mensen zijn betrekkelijk logisch. Magische handelingen blijven ze verrichten, maar als ze niets uithalen en het kost ze wat, want het kostte meeste wel wat, (een deel van de jachtbuit e.d. voor degene die de leiding had) dan doen ze dat niet. Alweer, hier werd een innerlijk beeld opgeroepen en zo sterk gemaakt, dat autosuggestief de jager als het ware volledig raakte ingesteld op een bepaald soort wild. Wanneer hij dan op zoek was, ging hij ook automatisch af op die plaatsen waar het wild te vinden zou zijn. De kans op jachtsucces was vertienvoudigd.

Een andere vorm vinden we bij de Eskimo’s. De Eskimo’s zijn tegenwoordig bijna beschaafd. Althans volgens de oude tijd. Maar vroeger geloofden ze in absolute bezieling. Het is weinig bekend, dat zij dansen kenden om de zalm te roepen, dat zij dansen kenden om de robben te roepen, dat zij zelfs dansen kenden om de walvis te roepen. Of je dit nu snuffelen moet noemen, schieten was het in elk geval niet.

In de dans gaat men volledig op in het beeld van een bepaalde diersoort, men beeldt ze uit, men vereenzelvigt zich ermee. Men stelt zich voor, dat men een rivier opzwemt. Men stelt zich voor, dat de robben op een bepaalde plaats naar boven gaan komen. Dit is een suggestieve invloed. Het is een soort telepatisch signaal, dat de dieren tijdelijk domineert en dat ten gevolge heeft, dat het te verwachten verschijnsel eerder optreedt dan zonder deze dansen ooit zou gebeuren.

Het is allemaal magie. Ik weet het. Ik zie u nog niet ronddansen met pijl en boog om uiteindelijk deze af te schieten. Trouwens, ik raad het u niet aan. U krijgt last met de politie. Maar realiseer u heel goed dat dit hulpmiddelen zijn. De innerlijke kracht die je bezit, de innerlijke gerichtheid die je bezit, kunnen zelfs op grote afstand contacten leggen. En waarom zou u robben en zalm roepen? Of waarom zou u naar water snuffelen? U heeft het niet nodig.

Maar misschien is er iemand die uw hulp nodig heeft, die ziek is. Als u op precies dezelfde manier deze relatie opbouwt dan zal zelfs zonder dat de geest u daarbij helpt, ofschoon dat meestal wel gebeurt, de kracht die u gelegd hebt in een gemeenschappelijk bewustzijn, een tendens scheppen, waardoor de genezingswaarschijnlijkheid van de persoon in kwestie groter wordt.

Het belangrijke blijkt altijd weer het opbouwen van het beeld. Dat beeld is in jezelf, dat is een voorstelling. Het hoeft niet eens juist te zijn. Je kunt je een walrus voorstellen en dan de robben oproepen en de robben komen, niet de walrus. Je kunt heus wel denken aan een betrekkelijk vage figuur, wanneer je ze maar een naam geeft en er een kwaal aan toekent bij wijze van spreken. Op grond van die vage voorstellingen kun je iemand op afstand genezen.

Het gaat erom dat er een innerlijk contact wordt gemaakt met een gemeenschappelijk bewustzijn. In dat gemeenschappelijk bewustzijn wordt een bepaalde tendens, een wens a.h.w. of een wil zo sterk uitgedrukt, dat de waarschijnlijkheid dat vanuit dit bewustzijn zich krachten en impulsen op een ander opladen, zeer groot wordt. U weet het allemaal wel, de bedevaartsoorden we hebben er zo vaak over gesproken.

In Lourdes gebeuren wonderen. In Fatima gebeuren wonderen. Ze zijn ook gebeurd in Kevelaar. We zouden ook nog plaatsen elders op de wereld kunnen noemen, waar ook dergelijke verschijnselen voorkomen. Waarom? Omdat een groot aantal mensen zo druk bezig is met een overheersende gedachte. Als iedereen, denkt: ik wil een wonder zien gebeuren, ik wil een wonder zien gebeuren en er is iemand die wacht op een wonder, dan gebeurt dat wonder. Want de ontlading van het geheel vindt daar plaats.

Het is dus duidelijk, je kunt innerlijke beelden en innerlijke krachten omzetten in werkingen naar buiten toe. Maar over het algemeen heb je er toch een symbool voor nodig. Of dat symbool nu is het aanheffen van een lied, het aansteken van een kaarsje, alleen maar het maken van een bepaald gebaar of desnoods het stuk slaan van een kopje of een schoteltje, wat maakt het uit? Als de ontlading maar voldoende sterk suggestief door uzelf wordt uitgebeeld, vindt zij plaats.

Wanneer u voor uzelf uw zoeken of uw poging om te ervaren sterk genoeg uitdrukt, ontstaat in u het beeld dat u nodig hebt. Wanneer u sterk genoeg denkt in uzelf aan het beeld van een bepaalde persoon en de boodschap probeert te sturen dan is de kans op een telepatisch rapport zeer groot. Of de persoon in kwestie dit bewust ondergaat is een andere vraag. Maar dan zal er toch op grond van die boodschap een neiging zijn om in de richting van die mededeling te handelen en te denken.

Het is dus zo, dat de snuffelaars en de schutters ons eigenlijk wel wat te leren hebben. Het is niet zo, dat de innerlijke wereld geïsoleerd is van de wereld buiten ons. Integendeel. Onze innerlijke wereld kan wel degelijk gebruikt worden om daarin beelden en krachten op te wekken en een antwoord te krijgen uit de wereld buiten ons. Of om krachten en beelden in onszelf op te wekken en ze te ontladen naar een ander punt ergens in de ruimte.

“Dat is niet wetenschappelijk. Het is dwaasheid.” Het is net zo dwaas als men lange tijd dacht dat de bosneger die, wanneer er een ziekte uitbreekt, snuffelend gaat rondlopen en schijnbaar willekeurig hier en daar een kruid plukt, ze stampt, er een soort papje van maakt en de patiënt ingeeft of op zijn verwondingen legt. En de patiënt geneest.

De wetenschap heeft ontdekt dat dat heel vaak werkt. Op het ogenblik zijn ze druk bezig na te gaan, wat de werkzame bestanddelen zijn die erin zitten. Maar ze vergeten een ding. De magiër is niet bezig om een werkzaam bestanddeel bij elkaar te halen. Hij is bezig een soort sympathisch recept te vervaardigen. Iets, wat voor die bepaalde patiënt onder die bepaalde omstandigheden werkt. Daarom kun je dat nooit even werkzaam imiteren. Maar toch zou ook u onder omstandigheden wel degelijk in uw eigen nabijheid soms een plantje kunnen zien, een kruidje en bijna willekeurig het gevoel van: dit moet ik dan maar eens nemen en dat maar eens nemen en u maakt er een tissane uit of een zalfje, dat tegen uw kwalen veel beter helpt dan alle chemische producten.

Daarom vond ik het de moeite waard om dit in het kort te be­lichten. En dat brengt mij tot het laatste deel van de bijeenkomst een overweging, waarvoor u zelf een onderwerp kunt stellen.

Eenheid

Kan eenheid ooit bestaan, zonder dat verdeeldheid wordt beseft? Is eenheid niet datgene wat voortkomt uit de delen, die niet slechts zichzelve denken tot eenheid dan ontstaat. Een eenheid die verheft en in eenieder die er deel van is, zijn eigen sporen achterlaat. Eenheid is een mooie leus zo lang je denkt in uiterlijkheden, zolang je denkt in bepaalde resultaten. Eenheid kan pas daar ontstaan, waar het stellen van je voorwaarden achterwege blijft, waar in jezelf alles zwijgt en toch verbondenheid beseft wordt. Eerst daar wordt werkelijk een band geweven, die niet zo gemakkelijk meer te verbreken is. Eerst daar ontstaat een onbewust haast samengaan, samenwerken, waar je niet over hoeft te spreken of over te denken, dat eenvoudig dan bestaat. Eenheid kan pas werkelijk worden, wanneer de zelfzucht en de haat gestorven zijn. Eenheid is het zelf vergeten om meer jezelf toch te zijn. Maar nu verbonden met dat alles, wat je maakt tot wat je bent wat je doet beseffen, wat je naar je meent reeds kent wat je maakt tot werkelijk wezen, dat niet meer leeft in eigen droomisolement, maar als een deel van groter leven, waarin het zichzelf toch erkent. Zo wordt uit delen slechts de eenheid ooit geweven. Kan eenheid eerst bestaan, waar de verdeeldheid aan het besefte opgaan in de andere vooraf is gegaan. Eenheid is een resultaat. Want onbeseft is eenheid iets, wat niet bestaat.

Ik hoop, dat u niet begint geestelijke of andere pijlen te schieten naar uw vijanden. Het zou de eenheid ten zeerste schaden. Maar voor goede dingen kunt u de krachten altijd geven. Want als je een ander een ca­deautje wilt geven en je krijgt het uiteindelijk terug, dan ben je zelf er ook beter van geworden.