Evenwichten en wetten

image_pdf

10 oktober 1985

Evenwichten. Er bestaat een wet van compensatie of van gelijkblij­vende velden. Dat wil zeggen: als er in de kosmos aan de ene kant iets gebeurt, er aan de andere kant eveneens iets gebeurt zodat een even­wicht in stand blijft.

Gelijkblijvende velden wil zeggen. Als er energie is in een bepaal­de hoeveelheid, dan kan die energie niet zonder meer verminderen tenzij een ander veld sterker wordt. Of omgekeerd: als beide velden evenveel zouden verliezen.

Het evenwicht in de kosmos gaat veel verder dan de mensen denken. Het is niet alleen een stoffelijke wet. Het is een wet waarbij voortdu­rend die compensatie een rol speelt. Als u iets doet dat goed is, dan zal er elders iets gebeuren dat volgens uw opvatting kwaad is. Beide dingen kunnen in hun eigen verband even doelmatig zijn, maar als het ene gebeurt, kan het andere niet uitblijven.

Een heel eenvoudig beeld van wat er in feite gebeurt, kunt u zien als u in staat was een atoomkern te kunnen bekijken. Er zijn tegenwoordig modellen van. Bij een atoomkern hebben we een samengestelde kern en daar omheen lopen een aantal elektronen. Het evenwicht wordt bepaald door het ge­wicht van de kern plus het aantal elektronen in omloop. Maar die elektronen blijven niet altijd in dezelfde baan; zij springen van de ene baan naar de andere. Soms verdwijnen ze. Maar op het moment dat er één ver­dwijnt, verschijnt er ook weer één. Daardoor kan elk element behalve de instabiele elementen (dat is een ander punt), dus werkelijk zichzelf blijven, terwijl er toch een voortdurende uitwisseling is van kleinste delen.

Hebben wij instabiele elementen (radium enz), dan hebben we met iets anders te maken. Hier wordt inderdaad uit de buitenste laag via de kroonlaag voortdurend afgegeven. Dat wil zeggen: punt 1, de ba­nen veranderen en compenseren niet. Punt 2, er worden op den duur elektronen daardoor in een zo grote buitenbaan gebracht, dat ze verdwijnen in de buitenwereld. Dat is dan de radiatie. Maar als ze verdwijnen, dan ontstaat er een verandering in de kern van het atoom. Ook daar beginnen de kleinste delen hun dans.

Ze komen dan eerst terecht als een vervangend element tijdelijk op een baan van een elektron. Dat zou echter evenwicht verstorend zijn, daar door worden ze versneld a.h.w. van de ene baan naar de andere gedwongen. Daaruit ontstaat weer een wat hardere radiatie dan dergelijke elementen afgeven.

U zult zeggen: Wat hebben wij daar eigenlijk aan? Het is echter be­langrijk dat u begrijpt dat evenwichten blijven bestaan. Want als kleinste delen door zo’n instabiel element naar buiten worden gedreven, dan ont­staat daarbuiten een verandering van energie. Die verandering van ener­gie is direct of indirect of door de eigen wenteling en eventueel ook nog door moleculaire deling of moleculaire beweging van de atomen van invloed. Die invloeden zijn gering. Ik denk, dat ze in de laboratoria op het ogenblik nog moeilijk volkomen duidelijk en wetmatig te registre­ren zijn, maar het is er.

Dit is dan het eerste punt dat u goed moet onthouden: er zijn altijd evenwichten. Die evenwichten zijn de werkelijke wetten van de kosmos.

Er bestaan wetten van harmonie en overdracht. Daar kunnen we dan o.a. bij zeggen: op het ogenblik, dat op een of meer delen een grote identiteit bestaat tussen twee afzonderlijke eenheden, zal een over­dracht van al wat de harmonische delen betreft van de ene eenheid naar de andere eenheid plaatsvinden.

Dat is dan ook een verklaring voor heel veel paranormale ver­schijnselen, b.v. telepathie, bepaalde empathische uitwisselingen en wat dies meer zij. Ook hier zijn wetten. Maar die wetten zijn weer geen vaste wetten. Laten wij het heel eenvoudig zeggen: op grond van de wet van de zwaartekracht heeft men een hele tijd gezegd: wat naar boven gaat, moet ook weer naar beneden gaan. Tegenwoordig weet men dat dit niet zo is.

Als men met een zekere snelheid van de aarde vertrekt, komt er een ogenblik dat men misschien naar de maan gaat of veel verder. Dit ligt aan de energie die men heeft, maar men komt niet terug. Met andere woorden: hier is geen sprake van een vaste wet in de zin van een onveran­derlijke wetmatigheid. De formulering is onjuist, maar je kunt wel zeg­gen: wanneer de energie van een zwaartekrachtveld wordt gecompenseerd door een andere gerichte vorm van energie, ontstaat er een toestand waardoor beweging gelijktijdig ontsnapping aan zwaartekracht betekent.

Dan hebben we ook heel veel menselijke wetten. Het zou dwaas zijn om daar helemaal aan voorbij te gaan. Mensen maken bijv. een wet: dit is van mij, dat is van jou. Eigendomsrecht heet dat dan. Nu is het natuurlijk de vraag: is dat reëel? In een mensenmaatschappij, ja. Maar het is geen wet. Men heeft daarvoor wel regels opgesteld en men heeft daaraan allerlei consequenties verbonden. Er zijn zelfs landen waar voor diefstal zwaarder wordt bestraft dan voor moord.

Het gaat er in feite alleen om dat bezit samenhangt met kracht plus behoefte. Waar dus kracht in welke vorm dan ook aanwezig is, kan bezit worden gehandhaafd. Wanneer behoefte groot wordt, is zij een kracht die de aantasting van bezit ten gevolge heeft. Dat is wel iets anders dan Marx heeft geleerd. Ook Lenin heeft daar nooit zo over ge­dacht, maar ondanks alles is het waar.

Er zijn mensen die zeggen: er bestaan wetten die stellen dat alle mensen gelijk zijn. Nou, kijk maar even rond. Er zijn er niet veel. Je kunt ze gemakkelijk even vergelijken. Bent u werkelijk allemaal gelijk? Neen, dat kan niet, inderdaad.

Een dergelijke wet die een gelijkheid stelt, stelt gelijktijdig iets dat niet waar is. Menselijke wetten gaan uit van gebruiken, van mode. Kosmische wetten daarentegen gaan uit van bestaande krachtsverhoudingen. Dan kan een dergelijke wet vele miljoenen jaren van kracht blijven. Maar na zoveel miljoenen jaren kan er iets veranderen.

Bijvoorbeeld: er is in het heelal een voortdurende beweging. Sterren trekken eigen banen. Maar steeds weer wordt daardoor een bepaalde hoeveelheid energie omgezet in bewegingsenergie. Bewegingsenergie echter komt nooit voor de volle honderd procent tot uiting. Laten we zeggen, dat één dui­zendste procent van die energie niet meer in verschijning treedt in dit heelal. Dan hebben wij te maken met een z.g. energielek. Op een gegeven ogenblik is er dan zoveel energie verdwenen dat beweging in feite niet meer mogelijk is. Dan hebben we een statisch Al.

Een statisch Al kan zichzelf niet handhaven, omdat beweging eigenlijk alle krachten gelijktijdig tot stand brengt als tijd, zwaartekracht e.d. Wanneer die krachten wegvallen, is een bestaan in de voor u bestaande vorm niet meer mogelijk. De grootste kans die je dan hebt is, dat in deze stasis de materie dus vervalt. Dat is in feite een omzetting van energie. Materie is vast geworden energie.

Daar is nog steeds een lek. Dat wordt nu echter groter en ze krijgen we een tweede heelal waarin dan een evenwichtsverstoring plaatsvindt en de big Bang begint. Daar ontstaat dan weer de herschepping.

Het is trouwens eigenaardig dat de Hindoes dit beeld al vele duizend jaren hanteren als ze spreken over de “dag en de nacht van Brahma”. Want wanneer alles sterft, blijft de sterkste ziel over. En omdat deze nog bestaat, zichzelf is, kan hij denken. Doordat hij denkt schept hij de nieuwe era, de nieuwe schepping, die dan weer naar haar ondergang toe gaat.

Het zijn misschien heel eigenaardige opvattingen volgens westers standpunt, maar ze zijn tamelijk reëel. Als ik spreek over die lek naar een andere dimensie, dan zult u ook zeggen: is dat wel zo?

Het is bewijsbaar dat van alle omgezette energie altijd een zeer gering gedeelte niet meer terug is te vinden.

Punt 1: het is bewijsbaar.

Punt 2: er is een wet van evenwicht wanneer die energie hier niet is, dan moet ze ergens anders zijn. Als ik dat ‘ergens anders’ dan stel als een tweede heelal, dan zou u kunnen zeggen: dat is een beetje specu­latief. Maar waarom eigenlijk? Want dat er andere dimensionale verhou­dingen bestaan dan de mensen kenden, is zo langzaam maar zeker ook al begrijpelijk geworden op aarde.

Wij hebben nu een paar voorbeelden gehad van wetten. Wij hebben gezien hoe evenwichten heel sterk daarmee vervlochten zijn. Zijn er misschien vragen?

Vragen.

  • Een vraag over parallelwerelden.

Een parallelwereld is een wereld van ge­beurtenissen waardoor een afwijking op een keuzepunt beide mogelijkheden verwezenlijkt. Om het eenvoudig te zeggen: Napoleon trekt naar Rusland. Hij wordt verslagen. Dat is uw wereld. Maar hij had met dezelfde moeite en drie andere beslissingen kunnen winnen. Dan zou er een parallelwereld bestaan waarin Napoleon heeft gewonnen. Maar daardoor is dan de gehele verdere ontwikkeling afwijkend en zou men nu in Nederland waarschijnlijk Frans hebben gesproken. Terwijl wij hier te maken hebben met een andere dimensie; een totaal ander bestel vergelijkbaar met dat van uw wereld dus in het geheel vier dimensies inhoudende. Dit vier‑dimensionale stel­sel is rustend. Er komt echter wel voortdurend energie binnen. Die energie is echter statisch. Ze komt niet tot enige openbaring tot­dat er een kritieke massa wordt overschreden. Dat kan alleen, indien er een zeer snelle toevloed van energie is waardoor het evenwicht niet kan worden bewaard. Op dat ogenblik gaan de energieën in beweging komen, er ontstaat een soort werveling.

Deze werveling veroorzaakt bindingen. Er ontstaan kleinste deeltjes (atomen). Bij het ontstaan van die atomen treedt de z.g. explosie op waardoor een grote hoeveelheid energie in die kleinste delen komt te liggen. Dat is dan o.m. de gloeiing. Zo ontstaan er velden. In die velden wordt de materie a.h.w. cycloonachtig aangezogen. Maar wanneer de beweging vertraagt, wordt de energie overgenomen door de materie zelf die daardoor in rotatie komt. In deze rotatie ontstaat een massa die zich afscheidt van het oorspronkelijke geheel en dat noemen we dan meestal een ster.

Dan gaan we nu weer terug naar wetten.

Als wij het heelal in wetten willen beschrijven, dan is het natuurlijk erg leuk om dat stoffelijk te doen. Maar er zijn ook geestelijk aller­lei wetten, bijvoorbeeld:

“Alleen datgene wat in mij bestaat is buiten mij kenbaar. Maar al wat buiten mij kenbaar is, kan voeren tot een hergroepering van dat wat in mij bestaat. Hieruit kan een vernieuwing voortkomen waardoor het tot een grotere uitwisseling kan komen met hetgeen buiten mij bestaat.” Dat is de wet van ontwikkeling in de sferen.

Wij kunnen ook zeggen: er zijn kosmische wetten in de zin van: er zijn een aantal centra die mede met incarnatie te maken hebben. Wij noemen ze voor het gemak Heren, maar dat is natuurlijk ook maar een naam. Een dergelijke kracht heeft een eigen basistrilling of basisfrequentie. Al datgene wat tot die frequentie behoort zou daardoor ook voortdurend beïnvloed blijven.

Anders gezegd: het is net als een genetische overbrenging van eigenschappen. Behoor je tot de blauwe straal, de rode straal of do gele straat dan heb je grondeigenschappen in je bewustzijn die de opbouw van het geestelijk bewustzijn bepalen om daarmede eveneens invloed te hebben op do incarnatiecyclus en de eventuele leringen die tijdens de incarnatie worden gezocht. Het is, tenzij je tamelijk hoog stijgt, niet mogelijk meer stralen te ervaren. Maar als je dichter hij de bron komt, ga je ontdekken dat er naast jou een andere straling ontstaat. Dan wordt het mogelijk om het harmonische tussen twee stralen tot stand te brengen. Vanaf dat ogenblik, ofschoon je bepaald blijft door je oorspronkelijke heerser, heb je dus twee invloeden in je.

Dit betekent, dat je de wereld kunt benaderen, maar ook begrijpen volgens twee afwijkende waarden.

U zult zeggen: Wat hebben wij daarmee te maken? Er is een begin geweest. Misschien mag ik hier even bijbels worden. Ik wil niemand daar­ mee ergeren.

In den beginnen was het Woord en het Woord was God. Waarom het Woord? Wat is het Woord? Het Woord is de uiting van een gedachte of begrip. Je zou dus kunnen zeggen. In den beginne was de uiting en de uiting was God. Maar wat heeft die uiting veroorzaakt? Daar sta je dan even bij stil en zeg je: dat is niet op te lossen. Maar als er nu een wet bestaat die zegt dat elke uiting zichzelf slechts kan openbaren in tegendelen, dan zijn we op een punt gekomen dat we zeggen: zolang er geen Woord is, is het eenheid. Maar als het Woord wordt gesproken, dan ontstaat de tegenstelling tot het Woord. Waar de uiting is, krijgen we automatisch een splitsing in tegendelen.

Er is een wet die zegt dat alles één geheel is en desalniettemin slechts kenbaar in zijn tegendelen.

Openbaring houdt in: het bestaan van grenzen. Als de grenzen elk voor zich definieerbaar zijn, is het tussenliggende gebied omschrijfbaar ge­worden. Het is deze basiswet, want het is gewoon een wetmatigheid. U zult nooit anders aantreffen waar dan ook. Of u gaat naar een heel andere galaxy (melkwegstelsel), het is precies hetzelfde. Er moet een tegenstelling zijn, De wijze waarop ze wordt ervaren, kan geheel anders zijn, de interpretatie kan anders zijn, maar de tegenstelling is onver­mijdelijk. Zonder tegenstelling geen kenvermogen.

Dan worden wij daardoor als vanzelf gewezen op onze z.g. kosmische wetten, de wet van evenwicht, de wet van harmonie, de wet van aanvullende tegendelen zegt men ook nog wel eens. Wij gaan dan begrijpen, wetten zijn in feite de regels die voor ons de kenbaarheid en de begrijpbaarheid van onze wereld (of dat nu een geestelijke of een stoffelijke is) bepalen. Deze zijn onveranderlijk, omdat ze inherent zijn aan het begrip dat er binnen mogelijk is. En dan hebben wij een aantal vaste waarden gevonden.

Er zijn mensen die zeggen: wij kunnen toch met onze logische benaderingen wetten formuleren en dan weten we hoe onze wereld in elkaar zit. Dan vraag ik de heren alleen maar: hoe wilt u telekinese verklaren? Zij zeggen dan: dat is waarschijnlijk dit en dat. Ze hebben dan heel mooie verhalen daarvoor. Spiritisten zijn ook hetzelfde. Zij hebben ook mooie verhalen, maar wat is de werkelijkheid?

Emoties zijn kracht. Op het ogenblik, dat de emotie wordt verbon­den met een stuwende gedachte, ontstaat daaruit een werking, die niet meer gebonden is aan de persoonlijkheid, maar die gebonden is aan het object van de gedachte. Dat wil zeggen: emotie is net zozeer energie als denken. Als wij dat nu in een menselijke wet willen uitdrukken, weet u wat we dan moeten zeggen? Het is een beperkte wet. Ze is variabel in haar factoren. Daar waar emotie gelijk is aan begrip, is er beheersing. Daar waar begrip en beheersing aanwezig zijn, ontstaat emotie, dat is eigenlijk wonderbaarlijk. Realiseer u eens even wat er gebeurt.

Als u een telekineet bent, dan kunt u zich aanwennen om een enorme emotie te voelen, onverschillig hoe u die opwekt, en gelijktijdig aan een bepaald object te denken. Daardoor kunt u zich verplaatsen. Op een gegeven ogenblik kan die emotionaliteit plus het denkbeeld zelfs een automatisme vormen. Wanneer het denkbeeld ontstaat, rijst de emotie. Waar die emotie ontstaat, ontstaat een denkbeeld waardoor de uiting van de emotie als kracht buiten het ik mogelijk is. Maar dan is er ook een ding dat zeker is: zonder emotie is er geen mogelijkheid tot telekinese. Maar zonder denkbeeld is er geen telekinetisch effect. Dat is heel belangrijk. Hier zitten we nu aan de essentie van een menselijk denken, de levende menselijke mogelijkheden.

Het is heel mooi om u te vertellen dat er zoveel sferen zijn. Wij kunnen ook nog de engelen gaan indelen in Tronen, Heerschappijen enz. Dan zeggen wij: dat hebben we toch mooi gedaan. Maar het denkbeeld op zichzelf bepaalt voor ons het vermogen tot uitgrijpen naar die wereld.

Als u gelooft in Aartsengelen, dan zijn er Aartsengelen. Niet omdat er Aartsengelen zijn, maar omdat elke kracht die u beroert door u als Aartsengel zal worden vertaald. Het is niet de indeling der dingen zoals de mens veroorzaakt of voor zichzelf opbouwt die bepalend is, het is altijd het product daarvan met de emoties die daarmee verbonden zijn. Het gaat zelfs verder. Ook, onbewuste inhouden van het bewustzijn kunnen vormend zijn voor de emotie. Ook niet bewust ervaren emoties kunnen via een denkbeeld een prestatie, een uiting tot stand brengen.

Ik weet het, het is heel erg moeilijk, want de mens van deze tijd is zeer goed thuis in allerlei logische redeneringen en begrippen, maar met emoties weet hij over het algemeen weinig raad. Toch zou je die emoties op dezelfde manier moeten kunnen benaderen als tegenwoordig leervermogen, geheugen, verstand, herinneringscentra en al die dingen meer wil je werkelijk iets bereiken daarmee volgens de huidige menselijke technieken.

  • Wat voor wetten, zijn er verder?

Elk wezen heeft een geheel eigen trillingspatroon. Dit patroon bepaalt niet alleen de mogelijkheden van het wezen, maar ook de relatie van dit wezen met alle andere vormen van bestaan. Anders gezegd: een wezen, onverschillig waar het vertoeft, is in zijn wereldcontact en in zijn we­reldmogelijkheden bepaald door hetgeen het is. Maar gelijktijdig is het in zijn mogelijkheden en uiting eveneens gehouden aan de wisselwerking met het oorspronkelijke trillingsgetal. Eenvoudiger gezegd komt het hier­ op neer:

U heeft een uitstraling die nog persoonlijker is dan een vinger­afdruk. Door deze persoonlijke uitstraling bepaalt u, bewust of onbewust, wat uit de wereld naar u toekomt, wat begrepen kan worden en wat niet. Er is dus een selectief proces gaande. En dat maakt dan ook weer duide­lijk waarom er een wet is die zegt:

Als alle delen van het Al een eenheid vormen, kunnen zij dit alleen zijn door zichzelf te blijven in aanvaarding en begrip voor al het andere. Dat is ook heel begrijpelijk. Een eenheid kan alleen daar ont­staan waar alle delen zichzelf kunnen blijven en gelijktijdig als deel van de eenheid kunnen functioneren. Dat betekent dat, als er een eeuwig­heid bestaat waarin alles opgaat in God uw persoonlijkheid niet meer als zodanig wordt ervaren, maar uw uitstalling, uw ervaring en al wat daar verder toe behoorde aanwezig moet blijven, omdat anders het geheel niet volledig kan zijn. Dat geldt voor elke entiteit of het nu een vlo is, een mens of het een Einstein is of een dorpsidioot.

Dan komen we als vanzelf nog tot andere punten.

De mens heeft de wereld op zijn manier voorzien van begrippen als goed en kwaad. Maar wat is goed en wat is kwaad? Het blijkt een zeer relatie­ve benadering te zijn. Goed en kwaad worden in feite bepaald door de beoordelaar. Toch zijn die waarden er wel. Dan moeten we zeggen: er is geen goed en er is geen kwaad, maar er is wel datgene wat voor het ik harmonisch is en wat voor het ik niet harmonisch is, ongeacht de grond waardoor die harmonie of het niet‑harmonisch zijn is ontstaan. En dan blijkt, dat wij in feite te maken hebben met het harmonische principe dat de hele kosmos regeert.

De wet van harmonie zegt b.v. ten aanzien van sterren, dat zij in overeenstemming met hun massa plus hun oorspronkelijke versnelling een proces van energie-afgifte veroorzaken dat gelijktijdig een veld tot stand brengt dat hun eigen beweging, (meestal langs gebogen lijnen) vormt in de oorspronkelijke richting. En dan staat erbij: maar als twee sterren elkaar zover benaderen dat hun eigen invloedsvelden elkaar doorsnijden, dan ont­staat er voor beide een baanafbuiging, tussen beide een materiaal­ afscheiding.

De materiaalafscheiding is dan in overeenstemming met de nu weer afwijkende banen van beide, meestal gedeeltelijk tussen beide sterren. Dat is de origine van heel veel planeten.

Voor mensen is dat precies zo. U zou zeggen: dat bestaat alleen daarboven. Neen, het bestaat hier ook. Als twee mensen met een veld (een uitstraling) waarbinnen een zekere harmonie bestaat, een zeker contact bestaat, elkaar benaderen, dan ontstaat ertussen hen een wisselwerking. Hoe die wisselwerking verloopt, dat weten we niet. Dat kan een zakencontract zijn, het kan een oorlog zijn, het kan een huwelijk met nageslacht worden. Zij kunnen elkaar echter alleen beïnvloeden, indien ze geestelijk gezien een baangelijkheid hebben. Harmonie moet geestelijk bestaan om stoffelijk tot uitdrukking te kunnen komen,

  • Datgene wat de mensen aan emoties verdringen en waarvan ze zoveel last krijgen, hoe wordt dat vanuit uw visie?

Heel eenvoudig. Als u een emotie verdringt, dan wil dat niet zeg­gen dat die emotie niet bestaat. Het, wil alleen zeggen, dat u die emotie uit uw bewustzijn bant. Maar door de werking van die emotie, zowel naar buiten toe als in zichzelf, gaat alles normaal verder. Hierdoor ontstaat een voortdurende afwijking tussen het beeld, dat u redelijk aanvaardbaar acht gedurende de onderdrukking en de werkelijkheid om u heen. De grote last die u daardoor krijgt is in feite, dat er een punt wordt bereikt waardoor het verschil tussen uw wereldbeeld en de werkelijkheid buiten u zo groot is geworden dat de emotie daardoor niet meer verdringbaar is. U bent dan niet gewend aan het verwerken van die emotie. U komt dus tot een veel grotere emotionaliteit, maar gelijktijdig tot een grotere verwarring in uw wereldbeeld, omdat de ­relatieverandering die nu ontstaat u niet kunt aanvaarden. En dan begint u met het verdringen niet meer van uw emoties, maar van een deel van uw wereldbeeld.

Ik heb onopzettelijk, niet direct al teveel wetten geciteerd. In het verleden hebben we daaraan halve boekdelen besteed. Op een avond als deze kun je toch niet alles goed verwerken. Het was mijn bedoeling u eerst duidelijk te maken dat evenwichten voor ons wetten worden op het ogenblik, dat wij door die evenwichten mede worden bepaald. Ik wilde u verder duidelijk maken, dat evenwichten op zichzelf niet zonder meer onveranderlijk zijn; dat er verschuivingen kunnen optreden zonder dat evenwichtigheid verloren gaat. Nu wil ik u wijzen op iets dat volgens velen ook bijgeloof is, namelijk dat wij tijdperken hebben op aarde. Sommigen hebben het over de 7 rassen. Anderen hebben het weer over de tijd van Aquarius die nu begint. Dat zijn natuurlijk maar namen die het beestje krijgt. Maar laten wij eens reëel zijn.

Er ontstaan veranderingen van evenwicht. Voor een deel hangen die samen met de baan van de zon en veranderingen in haar eigen actie. Daarnaast kunnen de samenhangen met grote geestelijke veranderingen, de contacten op geestelijk terrein worden anders. Dan treedt hierdoor inderdaad een verandering op. Elke verandering op zichzelf betekent een periode die voor ons onevenwichtig is omdat wij de zich nieuw vastleggende evenwichtsverhoudingen nog niet kennen, Daarom zal elke periode, die over het algemeen wel een duur heeft van ongeveer 20 eeuwen, worden vooraf gegaan door een periode van 600 a 700 jaar van absolute chaos en daar ook door gevolgd worden in zekere zin.

Verandering is chaos. De werkelijkheid kan zich veel sneller wijzigen dan bewustzijn en gevoelsleven van schepselen (geesten of mensen) dit kunnen verwerken. Daar die verwerking niet volledig mogelijk is, ontstaat er voor die mensen of die schepselen chaos. Deze chaos heeft echter de neiging uit te kristalliseren in een nieuwe vorm van ordening. Want het gehele principe van de kosmos is vreemd genoeg ordening. Chaos is daarbij een nevenverschijnsel, wanneer die evenwichten welke de ordening bepaalt zich wijzigen.

Ik hoop, dat dit u zal helpen om uw eigen tijd ook een beetje te begrijpen.

Wij leven in een tijd dat iedereen zich afvraagt: hoe moet dat nou? Hoe kunnen ze? Waarom doen ze dat nou? De werkelijkheid is veel sterker veranderd dan mensen tegenwoordig kunnen en willen begrijpen. Maar ze voelen dat het niet helemaal in orde is. Een ieder probeert op zijn ma­nier wanhopig om die oude zekerheid terug te vinden en daardoor ont­staat het chaotische gedrag. Daardoor zijn mensen in opstand tegen el­kaar. Daardoor verwaarloost men bewust of onbewust zaken waarvan men wel degelijk weet dat ze bestaan. Daardoor probeert men zich zelfs te onttrekken aan werkelijkheden om oude dromen nog maar zo lang mogelijk te kunnen handhaven. Maar de veranderingen vinden plaats.

Het wonderlijke is, dat de verandering in de mens dan niet uit een erkenning van de nieuwe noodzaak, de nieuwe evenwichtigheid voort­komt, maar eigenlijk uit een rationalisatie. Wij kunnen zo niet verder gaan. Dat gaat men langzamerhand begrijpen. Dus moeten wij ons aanpassen, opdat wij onszelf kunnen blijven en onze wereld kan blijven bestaan.

Dan komen er dictatoren die de dictatuur aanvaarden om de democratie te kunnen handhaven. Er komen mensen, die de sociale zorg op­bouwen om eigenlijk een te grote onafhankelijkheid van de mensen te onderdrukken. Of omgekeerd, mensen, die de sociale zorg willen afbreken zonder te begrijpen dat ze daardoor gelijktijdig de vrijheid en de nood­zaak tot vrijheid en agressie van de betrokkenen veel groter maken.

U zit in een periode waarin die dingen ook voor u kenbaar worden. Mag ik u een paar raadgevingen verschaffen? U kunt het altijd naast u neerleggen als zo u niet bevallen.

  1. Bedenk, dat er geen vaste regels of wetten van goed en kwaad bestaan anders dan die welke de maatschappij openlijk belijdt zonder ze ge­lijktijdig te handhaven.

2 In een wereld waarin vele dingen nadrukkelijk worden verklaard, moet u begrijpen dat hetgeen men zegt niet meer identiek is met hetgeen men werkelijk wil of zelfs met wat men wezenlijk kan. Verlaat u daarom niet op de goede bedoelingen van de mensen hoe goed ze ook zijn, maar ga af op de feiten. Schep uw eigen wereld, uw eigen zekerheid. Maar alweer, doe dit niet ten kost of ten laste van anderen.

  1. Probeer nooit de wereld te hervormen, want de wereld die u ziet, bestaat voor een groot gedeelte niet meer. U zou zich richten op za­ken die helemaal niet meer van belang zijn en waarop u dus in wezen ook geen invloed kunt uitoefenen. Probeer voor uzelf een steeds beter begrip te krijgen en een juister aanvoelen van de wereld om u heen.

Daardoor kunt u zelf beter handelen en kunt u anderen soms helpen om een beter begrip te hebben voor hun eigen mogelijkheden en daarmee ook voor de voor hen bestaande verplichtingen, want dat is het laatste woord dat ik nog moet zeggen:

De wet van evenwicht en compensatie bepaalt dat daar waar moge­lijkheid is ook verantwoordelijkheid bestaat. Daar waar een ontvangen mo­gelijk is, daar bestaat ook een verplichting. Niets bestaat zonder zijn tegendeel.

  • Is evenwicht en harmonie hetzelfde?

Neen. Twee disharmonieën kunnen ten opzichte van elkaar evenwichtig zijn. Een harmonie op zichzelf echter betekent een eenheid door vergelijkbaarheid plus gelijkheid. Dat is het grote verschil. Dus als u met een ander in harmonie bent, dan behoeft die harmonie op zichzelf niet eens evenwichtig te zijn, omdat die harmonie deels op uw persoonlijkheid en op een deel van de persoonlijkheid van de ander betrekking kan hebben. Een evenwichtigheid betekent altijd een gelijkheid van waarden aan beide kanten, dus een volledige gelijkheid. Daarin ligt het grote verschil. Een perfecte harmonie is tevens het perfecte evenwicht. Maar een harmonie kan bestaan zonder perfectie. Een evenwicht echter niet zonder een volledige compensatie,; dus dat beide waarden elkaar in feite opheffen.

  • U noemde de evenwichten en de compensaties om een evenwicht in ­stand te houden. Als er nu ergens echt iets heel ‘goeds’ gebeurt, bewust tot stand gebracht, wat is daar dan de compensatie van? U stelde een goed’ tegenover een ‘kwaad’.

Laten wij een eenvoudig voorbeeld nemen. De meeste mensen in deze christelijke wereld zien het leven, lijden en sterven van Jezus toch als iets heel goeds. Wat moet u dan denken van datgene wat het veroorzaakt heeft? De kruistochten, de Inquisitie, de godsdienstoorlogen.

Dan kun je zeggen. Ergens weegt het tegen elkaar op. Het goede heeft in zich de mogelijkheid om een grote perfectie te benaderen, maar aan de andere kant brengt het de mensen er juist toe om datgene wat ze zeggen te belijden uitdrukkelijk nog een keer te verloochenen met hun daden. Is dat voldoende?

  • Vraag niet te verstaan.

U doet iets goeds. U denkt, dat is een arme donder. Ik geef hem honderd gulden. En u denkt: nu heb ik werkelijk iets goeds gedaan. Maar in de eerste plaats kan die arme donder daarmee de afdeling accijnzen met extra inkomsten verrijken. Hij kan uit louter enthousiasme onder een auto lopen of hij kan zelfs zo gierig worden nu hij eenmaal iets heeft dat hij daardoor anderen tekort doet. Het goed en het kwaad heffen elkaar ergens op vanuit uw standpunt. Want vergeet één ding niet: goed en kwaad bestaan niet werkelijk. Ze zijn beoordelingsfactoren, geen concrete waar­den. Als u dat nu goed in het nog houdt, dan is het heel duidelijk, als hier iets gebeurt dat heel verschrikkelijk is, b.v. de aardbeving in Mexico, dan ontstaat er ook iets anders: een enorme golf van mede­leven. Een ogenblik ben je jezelf vergeten ter plaatse maar ook verder op de wereld. Dat is dus die wet van compensatie.

  • Het bewustwordingsproces is daarvan een factor?

Bewustwording is alleen mogelijk door erkenning van tegenstellingen waardoor een nadere definitie van eigen plaats of eigen persoonlijkheid mogelijk wordt. Dus bewustwording kan er nooit zijn, als er alleen maar goed is. Laat mij het maar heel eenvoudig zeggen. Als het altijd nacht is, kun jij je de dag niet voorstellen. Als het altijd dag is, zou je niet weten wat de nacht is. Degene die aan de nacht is gewend, zal gek worden van angst, wanneer er eindelijk licht komt. Degene die alleen de dag kent zal door de nacht gek worden van ellende, omdat hij haar niet kan thuis­ brengen. Maar heb je en dag en nacht, dan is er door de wisseling van beide factoren juist de mogelijkheid om een continue reeks ervaringen op te doen.

  • Om nog even over ‘het kwade’ door te gaan. De mensen nemen zich goede dingen voor. Zijn dat dan mensen die ook het ‘kwade’ op zich moeten nemen? Waar is dan de verantwoordelijkheid of de vrije wil daartoe?

Een vrije wil kon er alleen zijn in de beslissing die je neemt, niet in de gevolgen die je veroorzaakt. Het is eigenlijk zo: als er goed is, ontstaat er kwaad. Dat zult u met mij eens zijn. Als er één teveel drinkt, dan zal de ander die drank niet kunnen drin­ken. Maar als die ander toevallig een geheelonthouder is en de eerste een drankzuchtige. dan hebben beiden voor zich het goede, ofschoon vanuit wederkerig standpunt de ander het kwade is. De grote moeilijkheid hierbij is steeds weer: kwaad bestaat niet reëel. Het is een beoordeling.

Ik heb het al een paar keer gezegd. Dat houdt in, dat het standpunt van de beoordelaar uitmaakt wat goed en wat kwaad is. Als je de relatieve betekenis van beide begrippen gaat begrijpen, dan kun je misschien ook vatten dat hetgeen voor de een kwaad is, voor de ander goed kan zijn. Dan valt dus dat idee van: moet dan een ander het kwade op zich nemen, een beetje weg. Hij ervaart wel de gevolgen van datgene wat de ander, denkend dat hij goed deed, heeft gedaan, maar hij kan daar heel tevreden mee zijn. Hij kan er gelukkig mee zijn. Hij kan er wijzer door worden. Dan zegt u: waar blijft de vrije wil?

Wanneer u in de trein zit, dan kunt u links of rechts gaan zitten, voor­uit of achteruit rijden, heen en weer lopen misschien. Dat is de vrije wil.

Maar u zit in de trein. En als de trein loopt van b.v. Den Haag naar Utrecht dan heeft u geen mogelijkheid om even naar Amsterdam af te buigen. Maar omdat u in die trein bent, denkt u daar ook niet over.

De vrije wil wordt voor een groot gedeelte bepaald door omstandigheden die eigenlijk de keuzemogelijkheid zeer sterk beperken. Maar de keuzemogelijkheid heb je zelf, alleen heeft ze betrekking op jezelf. Ze heeft geen betrekking op het geheel. Een mens heeft nooit een vrije wil in die zin dat hij zijn eigen lot of het lot van anderen kan bepalen. Hij heeft slechts een vrije wil in zoverre dat hij binnen de omstandigheden waar hij niets aan kan veranderen zijn eigen houding kan bepalen en beslissingen kan nemen voor zover de omstandigheden hem de mogelijkheid daartoe bieden.

  • U gaf de raad niet die dingen te ondernemen die ten koste gaan van een ander. Zou u dat willen toelichten, b.v. wat wel en wat niet ten koste wordt gezien?

U wilt een grote bijdrage geven voor de arme derde wereldlanden. U begint een actie dat het gehele Nederlandse volk meer daarvoor moet betalen. Dat moogt u niet doen. U moogt wel zelf meer daarvoor geven, u moogt door uw voorbeeld anderen bewegen om uit vrije wil ook meer te geven, maar u moogt niet anderen dwingen. Ik denk, dat ik met dit voorbeeld eigenlijk al heel duidelijk heb gemaakt waar het om gaat. U kunt nooit een ander dwingen tot iets dat hij niet wil. Maar op het ogenblik, dat die ander u wilt dwingen, heeft u ook het recht om u aan die dwang te onttrekken, hoe dan ook. Laat mij het zo zeggen: als de belastingen te hoog worden, dan is belastingontduiking geen kwaad meer maar een kunst.

Als men met een collectebus rondgaat, dan is dat vanuit uw standpunt goed en voor de anderen zeker geen kwaad tot het ogenblik, dat u de anderen begint te chanteren om daar iets in te doen. Dat wil zeggen, dat bepaalde acties door de emotionele chantage die wordt gepleegd voor mij minder aanvaardbaar zijn. Zolang de vrijwilligheid daarbij blijft, is het voor mij aanvaardbaar. Op het ogenblik, dat dit wegvalt, dat men zegt: jullie moeten dat nu maar zo doen of zo aanvaarden, dan zeg ik: dat deugt niet meer. Je kunt een ander misschien overtuigen, maar je mag hem niet dwingen.

  • Wanneer de werkelijkheid zich meer heeft gewijzigd dan wij kunnen verwerken, hoe kun je dan de huidige realiteit praktisch het meest positief benaderen?

Dit is een vraag waarop moeilijk een antwoord te geven is, omdat u de werkelijkheid niet ziet. Laten wij het zo stellen: op dit moment wordt de wereld in feite grotendeels door emoties bepaald en niet door wetenschap en systeem, ongeacht wat de beoefenaren van de verschillende wetenschappen daarvan denken. Als je weet, dat dit het geval is, kun je dus rekening houden met emoties. Dat is dan belangrijker dan rekening te houden met de z.g. wetenschappelijk vaststaande feiten.

Wilt u in de wereld de voor u juiste houding zoeken, begrijp dan dat datgene wat u voelt voor u heel belangrijk is. En dat als u bij uw gevoelens een passend denkbeeld kunt vinden waardoor u uw gedrag aanpast of wijzigt, u voor uzelf in de werkelijkheid optimale mogelijkheden schept. Maar begrijp ook, dat u leeft in een wereld waarin het merendeel van de mensen, zeer zeker op dit moment nog, leven in een droom, in een illusie. Een illusie, die door de feiten voortdurend wordt gelogenstraft, maar waarmee ze de feiten eenvoudig proberen weg te verklaren.

Als u dat eenmaal in de gaten heeft, dan zult u tegen uzelf zeggen: ik behoef niets weg te verklaren. Ik aanvaard alles zoals het is, maar de verklaringen die anderen daarvoor geven neem ik alleen onder voorbehoud aan. Doe dat ook ten aanzien van ons en niet alleen ten aanzien van anderen.

Als u probeert uzelf duidelijk te maken dat iets goed, kwaad, ver­keerd of wat anders is, realiseer u dan dat u bezig bent een gevoelen te rationaliseren en in feite uw onlustgevoel overbrengt op z.g. redelijke argumenten die op zichzelf een mate van redelijkheid grotendeels ontberen.

  • De big Bang die ontstaat door de weglekkende energie uit de bestaande wereld is die gelijk aan de big Bang van de bestaande wereld?

Ik ben er nog niet zo lang bewust bij dat ik dat zelf allemaal heb meegemaakt. Dat is een periode van een paar miljard jaren.

De theorie die daaromtrent bestaat, wil ik u wel geven.

Men zegt: wanneer een heelal in beweging komt, dan vormt het zich en begint een uitbreiding die pas bij het wegvallen van de energie in de kern verandert in een ademhaling, zodat men tijdelijk naar binnen gaat en dan weer naar buiten. Tijdens al deze bewegingen lekt energie uit tot het ogenblik dat stasis optreedt. Hierdoor ontstaat in feite een terug­val van alle materie naar het nu niet meer actieve centrum van waaruit eens de big Bang is begonnen. Dan ontbindt hierdoor de materie voor een groot gedeelte, ze, versmelt zichzelf. De energie die daardoor weglekt, neemt een sterke stroom aan. Er ontstaat een heelal dat zich wederom vormt, zoals dit heelal zich heeft gevormd, dat tenslotte de toestand van stasis bereikt. Daarbij krijgt het ook weer te maken met materie-ontbinding. Als de materie‑ontbinding plaatsvindt, sterft dat heelal en ontstaat er in de andere ruimte a.h.w. een nieuw heelal. Dat schijnt volgens die theorie dus een continu proces te zijn. In hoeverre dat geheel juist is, kan ik helaas niet nagaan.

  • De evoluerende mensen, de dieren en de planten worden daardoor ook beïnvloed neem ik aan.

Evolutie is ook een heel moeilijk proces. Het is namelijk niet geleidelijk. Zoals u weet, is evolutie in feite een sprongsgewijs aanpassingsproces aan voortdurend zich wijzigende omstandigheden waardoor steeds andere kwaliteiten, eigenschappen en inhouden ontstaan bij de schepselen die daaraan zijn onderworpen. Maar wanneer een mens evolueert- laten we het even zo noemen – dan komt er een moment dat zijn bewustzijn zo groot is dat hij geen mens meer behoeft te zijn. Hij leeft dan in geestelijke werelden zegt men dan. Hij heeft totaal andere mogelijkheden.

En wanneer de big Bang, of eerste fase, en daarna de nieuwe big Bang komt, is het mogelijk dat hij in die andere scheppingssituatie misschien een ster wordt of dat hij op andere wijze zijn bewustzijn verknoopt met dat wordende heelal. Maar hij zou dan geen mens meer zijn.

De waarschijnlijkheid is heel groot dat het dan niet meer gaat om een mens die bereikt heeft, maar om een groot aantal mensen die een zodanige eenheid van besef en begrip heeft bereikt, dat ze t.a.v. een nieuw scheppingsproces als een eenheid optreden. En dan kunnen ze waarschijnlijk als de ‘goden’ van de nieuwe wereld, het nieuwe heelal, worden beschouwd.

  • Blijft de big Bang geschiedenis zich herhalen, eeuwig?

Zolang de energie nog steeds gelijkblijvend in de volledige inhoud bestaat, ja. Maar er kan ergens iets gebeuren waardoor energie van waarde of van werking verandert. Wat er dan gebeurt, weet ik eenvoudig niet. Er zijn er bij ons die spreken reeds nu over de 63 heelallen en dan hebben ze het niet over melkwegstelsels. Zij beweren, dat die dan weer deel zijn van een groot heelal. Dat grote heelal zou dan eigenlijk datgene moeten zijn waar de big Bang begint en eindigt. Terwijl wat wij big Bang noemen alleen betrekking zou hebben op een melkwegstelsel.

Maar of dat juist is en hoe dat samenhangt, weet ik niet. Ik kan alleen de theorieën van anderen weergeven. En zoals u weet, een theorie is een stelling, die bij gebrek aan bewijs voorlopig wordt gehandhaafd.

  • De geestelijke werelden en de stoffelijke werelden, als u spreekt over de big Bang. Er ontstaat dan een vierdimensionale wereld in de stof. Is er in de geest een andere dimensie?

Ik geloof het niet. Alweer, ik geloof het, ik weet het niet. Voor zover wij kunnen nagaan ontstaat in de periode van stasis (het wegvallen van beweging) geestelijk gezien een zeer intense eenheid van verschillende groepen. Je zou kunnen zeggen: alle mensheid wordt eigenlijk weer de oerkrachtmens.

Alle zoogdieren worden het oerkracht‑zoogdier met al hun mogelijkheden. Het schijnt, dat deze bewustzijnsgrootheden niet worden aangetast door de big Bang, maar dat een enkele persoonlijkheid, die niet evenwichtig is en onvolledig a.h.w. wordt uitgedoofd en dus haar waarde‑inhoud, betekenis als persoonlijkheid volledig verliest en overblijft als geestelijke energie. Ik acht deze uitleg, die ik van anderen heb gehoord, aanvaardbaar.

  • Dan zouden de stoffelijke en geestelijke dimensies met elkaar in verband staan……

Als je elke wereld beschouwt als een 3‑ of 4‑dimensionaal stel­sel, dan nu je kunnen zeggen vanuit een bewustzijnsstandpunt: de we­reld van de geest is de naastliggende dimensionale wereld van de mens.

En omdat beide werelden een bepaalde factor gemeen hebben, tijd of be­wustzijn is het dus een kwestie van twee 3‑dimensionale werelden, ge­scheiden door de lijn van gebeurtenissen. In deze zin kun je dat dus absoluut zeggen. Maar op het ogenblik, dat je bezig bent met materie, krijgt dimensie een heel andere betekenis. Er is dan niet alleen een wereld, maar het is een materiële structuur. Daar in de geestelijke we­relden geen gevormde materiële structuur bestaat anders dan tijdelijk in stand gehouden door gedachten die als matrix voor energie fungeren, is daar wel energie maar van een andere geaardheid dan die van de materie.

Er is echter geen vorm. Dan komt er een ogenblik dat je zegt: er zijn andere dimensionale mogelijkheden in uw heelal. Je kunt b.v. de ruimtelijke structuren in feite in elkaar frommelen en dan is de ruimte, die tussen de structuren bestaat niet meer afstand, maar ze is dimensie geworden. Dan zou je kunnen zeggen: de andere dimensie is materieel gezien het ongevormde t.a.v. wat wij kennen als heelal en het gevormde. Daar zit dus een verschil tussen. U kunt vanuit een zeker standpunt spreken over een 8‑dimensionale wereld (u kunt het ook nog uitbreiden over nog meer dimensionale werelden) waarbij de geestelijke wereld als vergelijkbaar met de stoffelijke wereld wordt behandeld. Maar zodra u komt op het terrein van materie en energie, blijkt dat het verschil tussen een geestelijke wereld en een stoffelijke wereld dermate groot is dat de bereikbaarheid niet meer ontstaat. Waar die vergelijkbaarheid wegvalt anders dan in benadering van beelden zoals wij die gaven, maar dat is niet concreet meer, daar is dus ook geen betrokkenheid meer bij het directe gebeuren dat de ma­terie bepaalt. Dan blijkt, dat het enige dat onze wereld zou kunnen beïnvloeden het denken is. Maar op het ogenblik, dat alle werelden langzamerhand tot stasis overgaan, valt het denken in uw wereld weg, zodat er een isolement is ontstaan waardoor beide werelden van elkaar gescheiden zijn.

  • Het zijn dus geen spiegelwerelden.

Neen. Dat is voor ons, omdat wij tussen beide werelden wisselen, inderdaad het geval. Het zijn voor ons twee werelden die elkaar aanvullen. Maar het is ons besef, ons beleven dat het doet. Het zijn niet de feitelijke omstandigheden. De spiegeling bestaat door het bewustzijn. Het is geen uitwisseling van een feitelijke verbondenheid.

  • Merkt de onstoffelijke wereld wat van dat energielek? Zo ja, wat merkt de geest daar dan van?

Wij merken daar heel weinig van. Er zijn echter enkele onderzoe­kers aan onze kant, dat is dan meestal in midden Zomerland, hoog Zomerland, die zich daar heel erg voor interesseren. Zij constateren dat er energie weglekt. Of de theorie, die zij daaromtrent hebben opgebouwd volkomen juist is, dat kunnen wij alleen maar veronderstellen.

Degenen, die zo hoog zitten dat zij het zouden kunnen weten, vinden het waarschijnlijk onbelangrijk.

Het energielek is ook bij ons geconstateerd. Er is bij ons geconstateerd dat dit zich in een nog niet dimensionaal bepaald ruimtelijk geheel verzamelt. Wij nemen aan, dat de dimensionale structuur afhankelijk is van de big Bang. We weten het echter niet zeker.

  • Kunt u iets nader ingaan op de wet van identificatie? B.v. de menigte is kwaad op Marcos, de dictator, en heeft in een tribunaal een pop gecreëerd die identiek is.

Als dat inderdaad het geval is, zou de persoon in kwestie daar last van moeten hebben. Maar identificatie bevat toch wel iets meer dan een oppervlakkige gelijkenis. Het heeft ook te maken met gedachten processen, met bezielingsprocessen en wat daar verder mee samenhangt.

Identiciteit zou u misschien het best zo kunnen uitdrukken:
Wanneer glas A springt bij de hoge C, dan zal een glas dat identiek is dat ook doen. Identiciteit betekent dus, dat die glazen beide op een bepaald trillingsgetal springen. Zijn de voeten van die glazen nu verschillend dan zal het sprongpatroon anders zijn en zal dus niet bij beide glazen het afbreken van de kelk op gelijke wijze gebeuren.

Dan heeft u daarmee en begrip van de wet van identiciteit.

Identiciteit kan volledig zijn, maar dan zijn beide voorwerpen, niet alleen geheel aan elkaar gelijk, maar ze zijn ook gelijk in ervaren. Tot op zekere hoogte kent u het als het verschijnsel van eeneiige tweelingen die vergelijkbare ervaringen doormaken op dezelfde tijdstippen. Dan blijkt, dat de omgeving medebepalend is voor de wijze waarop de gebeurtenis wordt uitgewerkt en beleefd, maar dat de impuls bij beiden gelijk is. Identiciteit is dus iets waardoor beide waarden die identiek zijn voor een impuls gelijk gevoelig zijn, op die impuls gelijk reageren waarbij echter de vorm van omstandigheden waarin beide delen zich afzonderlijk bevinden. Laat mij het heel een­voudig zo zeggen: magisch gezien is het zo dat, als twee voorwerpen volkomen gelijk zijn- dat betekent heel wat meer dan alleen maar uiterlijk – elke invloed op het ene voorwerp uitgeoefend zich mede als uitwerking manifesteert in het andere voorwerp. Dat is de magische wet van identiciteit.

De wet bestaat concreet. Het is dus niet alleen maar een leuk verhaal­tje. Wat de mensen daarbij vergeten is dat als ik twee gelijke edelstenen heb, gelijk geslepen, gelijk van kwaliteit en als het diamanten zijn gelijk in witheid, waar in de kristalrasterstructuur van de één een lichte verschuiving kan zijn met die van de ander, dan zijn beide stenen niet meer volledig identiek. Maar als de overeenkomst groot genoeg is, dan zal een gebeuren dat deze steen beroert bij die steen eveneens een reactie ten gevolge hebben. Zo is het bij mensen, zo is het bij alle dingen.

  • Wat zijn oorzaak‑ en gevolgwerkingen bij het uitoefenen van witte magie in het kader van uw betoog?

Met oorzaak‑ en gevolgwerkingen moeten we ook weer voorzichtig zijn, omdat het namelijk zo is dat het z.g. gevolg vaak oorzakelijk is voor datgene wat men de oorzaak noemt. Er is een relatie buiten de tijd waarin oorzaak en gevolg niet in een vaste samenhang bestaan, maar wel een eenheid zijn van wederkerige beïnvloedingen.

Als u mij dit even ten goede wilt houden, het is een kleine aanvulling, dan kunnen we zeggen: wanneer u witte magie bedrijft, dan bent u bezig om bepaalde krachten te richten op een bepaald doel. Dat wil zeggen, dat diezelfde krach­ten niet gelijktijdig voor een ander doel beschikbaar zijn. Dat impliceert dat door hetgeen hier geschiedt elders het niet geschiedt. Wat daarbij de samenhangen zijn dat is nooit met zekerheid te zeggen. Als je door middel van witte magie probeert hier een storm te wekken, dan zul je el­ders een periode van mooi weer veroorzaken of omgekeerd. Als je probeert hier brand te veroorzaken, dan is de kans op wateroverlast elders groot. Er is dus altijd een wisselwerking waarbij a.h.w. tegendelen in de magi­sche handeling beide in verschijning treden, terwijl slechts één bewust bedoeld is. Je kunt dus zeggen in dit geval: magische werking plus haar resultaat heeft ongewild de andere werking mede tot resultaat gehad.

  • En bij genezing….?

Dat ligt eraan. Als u dat magisch probeert te doen, dan is die kans groot. Maar als u kracht geeft en denkt daarbij bijv. aan levens­kracht, dan geeft u in de eerste plaats kracht van uzelf of wat u kunt opnemen uit de omgeving, terwijl anderen daartoe misschien niet voldoen­de in staat zijn. Dan ontstaat er dus wel een verschuiving van energie, maar die heeft voor andere mensen geen direct af merkbaar gevolg.

Zou u echter die kracht aan andere mensen ontnemen, omdat u een zieke gezond maakt, dan wordt het iets anders. De anderen zouden minder ge­zond worden omdat u een zieke geneest.

Het systeem is zo: de dokter begint. Hij houdt daardoor een aantal doktoren aan het werk, die op hun beurt weer de ziekenhuizen bevoorraden, die op hun beurt weer zorgen voor enerzijds een maatschappelijke belasting, anderzijds een verbetering van inkomen voor de ondernemers die ter aarde bestellen enz. Dat is dus een keten. Je kunt het ook veel eenvoudiger zeggen: wanneer u een mens geneest en u doet daarbij een beroep op uw ei­gen kracht of op de kracht die u van elders wordt gegeven -niet die u oproept – dan gebeurt het niet in de zin van: ik maak een zieke gezond, dus wordt een gezonde ziek. Als u uit uzelf teveel kracht geeft, wordt misschien de ander gezond, maar u wordt ziek. En als u aan andere mensen die kracht ontleent, dan zullen zij door het onevenwichtig worden van hun eigen levenskracht ziekteverschijnselen gaan vertonen, terwijl u aan uw kant die ander geneest. Er is dus een wisselwerking. Maar die behoeft niet altijd kenbaar te zijn, omdat datgene wat wij levenskracht noemen zowel in de aarde als geheel aanwezig is als ook in bepaalde sferen in voldoende mate en dan getransformeerd kan worden in energie die u kunt gebruiken. Dan is er wel een verschuiving van krachtevenwicht, maar het gaat niet gepaard met een noodzakelijk ziek worden van anderen.

  • Is de persoon die magie bedrijft aansprakelijk voor alle gevolgen?

Als je iemand voor alle gevolgen verantwoordelijk stelt, dan is er natuurlijk geen einde aan. Wij gaan uit van het standpunt, dat een mens verantwoordelijk is voor alle gevolgen die hij voorziet of kan voorzien; dus niet voor datgene wat buiten zijn eigen begripsbereik of wetensbereik ligt.

  • Welke wetten onderschreef Jezus?

De wet van harmonie of eenheid; heb uw naaste lief gelijk uzelf.

De wet van compensatie; daar waar ik lijd voor u, zult gij niet behoeven te lijden.

  • Wanneer iemand iets leert, houdt dit dan in dat iemand anders weer iets moet vergeten?

Vergeten doen de mensen ook wel, als je hen niets leert. Want het is een van de grote gaven van de mens om al datgene te vergeten wat hij zich liever niet herinnert.

Wanneer u leert, is er geen verandering in de wereld buiten u. De enige verandering is in uzelf. Maar als u leert, zal door het geleerde uw innerlijk evenwicht veranderen en daardoor zullen de eisen, die u innerlijk aan uzelf stelt en die u daardoor in de buitenwereld t.a.v. die mogelijkheden stelt, inderdaad veranderen. De verandering is hier intern.

Slotrede.

Wij zijn bezig geweest over wetten. Ik heb getracht dat duidelijk te doen. Misschien heeft u gedacht: hoe hangt dat allemaal eigenlijk samen? Hoe kom je ertoe om dat allemaal bij elkaar te brengen?

Voor mij is de hele kosmos iets dat duidelijk is. Misschien neem ik teveel aan. Het blijkt enigszins uit de vragen dat dit voor u niet altijd mogelijk is. Waar ik tekort ben geschoten, vergeef mij dat alstublieft. Aan de andere kant heb ik u toch, geloof ik, wel enkele dingen kunnen leren die van belang zijn.

Er zijn wetten. Een kosmische wet is echter een wet, die je niet kunt overtreden of veranderen. Ze is eenvoudig datgene wat je leven en je vlak van bewustzijn bepaalt. Er zijn daarnaast allerlei kosmische even­wichten. Binnen deze evenwichten nemen wij wel een plaats in, maar op zichzelf worden deze evenwichten bepaald door de structuur van de kos­mos. Wij kunnen het evenwicht niet werkelijk verstoren. Het enige dat wij kunnen doen, is een compenserende werking elders veroorzaken. Daar waar wij dit niet kunnen weten of kunnen overzien, dienen wij vanuit ons eigen bewustzijn verder te leven en gelijktijdig zoveel mogelijk daarbij uitgaande van onszelf zonder enige verplichting te scheppen t.a.v. of voor anderen.

Als u dat heeft geleerd, dan heeft u een heel belangrijke les geleerd. U heeft dan geleerd hoe u deze wetmatigheden en al wat daar verder bij te pas komt voor uzelf het best kunt beleven en daardoor misschien ook beter kunt beseffen.

Maakt u niet al te druk over die dingen, het heeft weinig zin.

Maakt u druk over uzelf.

Spreek niet over een kosmische harmonie, als u niet eerst in uzelf har­monie heeft gevonden.

Spreek niet over kosmische evenwichten, als u niet eens in staat bent de mate van evenwichtigheid ten aanzien van uzelf en uw wereld, zoals u die beleeft, te bereiken. Ga uit van uzelf. Besef, dat alle wetten die mensen hebben geschreven niet wezenlijk wet­ten zijn. Ze zijn tijdelijke voorwaarden die voortdurend kunnen veranderen.

Daarom behoeft u daaraan niet gebonden te zijn.

Dan heb ik een ontzettende interesse ontdekt voor de big Bang tijdens de vragen. Ik vermoed, dat sommigen van u dol zijn op vuurwerk. Ik zou willen zeggen. Mensen, hoe het begint en hoe het eindigt is eigen­lijk onbelangrijk zolang je maar het beste maakt van hetgeen er is.

Het andere is wetenschappelijk interessant.

Ik heb voorbeelden gegeven die slaan op het atoom e.d. Erg ingewikkeld misschien voor sommigen. Ze zijn eigenlijk simpel, voor mij. Die voorbeelden op zichzelf zijn niet zo belangrijk als het feit, dat u begrijpt dat een zekere compensatie onvermijdelijk is. Als u iets doet, verwacht dan niet dat u datgene wat u doet terugkrijgt. Wat u terugkrijgt is een compensatie. En deze compensatie zal niet uw wil en uw denken vervullen, maar een aanvulling zijn in uw wezen en in uw beleven.

Dat is de enige wisselwerking die er in bewustwording kan zijn.

Ten laatste, vrienden, onthoud dat alle dingen verder draaien. Je draait door de herfst naar de winter en de winter draait verder naar het voorjaar. En voor je het weet, zit je niet te denken aan de bontjas in de kast, maar of de mot niet in je badpak zit.

Zo is het hele kosmische bestaan, tenzij uw eigen kracht en bewust­wording verandert. Dan wordt uw plaats een andere, het proces blijft voortgaan.

Ik dank u voor uw aandacht.

image_pdf