Fantasie en projectie

uit de cursus ‘Menselijke krachten’ (hoofdstuk 6) – maart 1979

Wat fantasie is weten de meeste mensen wel. U heeft het vermogen in het denken om allerlei voorstellingen op te bouwen. Dat deze voorstellingen echter voor het “ik” een zekere mate van realiteit bezitten, ontgaat de meeste mensen.
Als u zich kunt voorstellen dat u beschikt over licht, dan is dit licht een werkelijkheid. De fantasie namelijk is niet alleen maar een willekeurige samenvoeging van denkbeelden. Ze is tevens een afstemming van het “ik” op bepaalde waarden die in de kosmos bestaan. Het resultaat van dit alles is, dat elke fantasie die zich in u afspeelt, vooral als ook een wil daarbij een rol speelt, u in staat stelt om bepaalde energieën aan te boren die in de kosmos aanwezig zijn.
De mens heeft het vermogen om zich in te stellen op praktisch elke energie die valt binnen het kader van zijn emotioneel leven en zijn besefsmogelijkheid. De moeilijkheid is, dat de mens de projectie van deze waarden naar zijn eigen wereld over het algemeen maar zeer ten dele beheerst, soms zelfs geheel niet. Dat betekent weer dat in de fantasie energieën worden opgedaan en energieën verloren gaan. Wat de mens ten slotte overhoudt, is alleen maar een kater. Ik zal trachten in dit onderwerp juist deze kwaliteit van de innerlijke mens wat nader te belichten.
Elke fantasie bestaat uit twee bestanddelen.
In de eerste plaats het “ik”.
In de tweede plaats de wereld daarbuiten.
Het gehele mechanisme van de fantasie draait altijd om de relatie tussen beide. Het is dus een relatie tussen mijzelf en een fictief heelal. Maar er is een werkelijk heelal en als ik mij afstem op bepaalde delen daarvan, dan heb ik ook een verbinding met de energieën die daarin bestaan en eventueel met de kwaliteiten en eigenschappen die daar aanwezig zijn. Mijn fantasie is als zodanig dus eigenlijk het afstemmingsmechanisme op het ogenblik dat ik leer deze juist te gebruiken.
Menigeen zal zich erover verbaasd hebben dat wij in vele grimoires (toverboeken) allerlei beschrijvingen aantreffen van geesten en demonen, daarin zelfs voorbeelden kunnen aantreffen van hun handtekeningen, hun persoonlijke zegels en ook nog andere zegels. Het is duidelijk dat een geest die in de hemel leeft of in andere regionen, heus geen handtekening komt zetten. En het is ook duidelijk dat een dergelijk zegel eigenlijk niets anders is dan een samenstelling van symbolen, die alleen op aarde een betekenis bezit. Maar die voorstelling is nodig.
Het belangrijke hierbij is dat de magiër door zijn denken tot een voorstelling komt (hoe fantastisch deze ook moge zijn en niet aangepast aan werkelijke feiten), waardoor hij in contact komt met de kracht die hij projecteert.
Nu kunnen we evengoed de Aartsengel Michael oproepen als de een of andere Heer uit de duisternis. Natuurlijk is het niet altijd even eenvoudig. Het is duidelijk dat een zeer hoge engel moeilijker te bereiken is. Ook een Heer van het duister is veel moeilijker te bereiken dan het een of ander willekeurig rondzwervend geestje. Theoretisch kunt u elke kracht, die u zich mogelijkerwijs kunt voorstellen en waarvoor er een afstemmingsmogelijkheid is, bereiken.
Een geest, of hij nu een engel is of een demon, bestaat echter niet alleen uit een besef en een wil. Hij bestaat uit een aantal eigenschappen. Deze eigenschappen zijn niet alleen beperkt tot deze persoonlijkheid, maar ze zijn een aantal krachten en invloeden, ontleend aan de kosmos zelf, die in een bepaalde verhouding samenkomen. Je zou dus kunnen zeggen: wanneer ik een engel oproep, met een bepaalde voorstelling daarbij, dan probeer ik eigenlijk een cocktail van kosmische krachten te bereiden met de mij bekende eigenschappen.
Nu heeft u die invloed, maar u moet haar ontladen, want de afstemming op zichzelf is niet voldoende. U moet datgene wat u ontvangt kunnen doorgeven om meer te kunnen ontvangen van wat u heeft aangeboord.
Als u een mens geneest, dan kan dat uw eigen kracht kosten. Maar het kan ook zijn dat u door uw manier van instellen kosmische krachten aanboort, onverschillig in welke verhouding. Dan zult u naarmate u meer van die kracht geeft, meer van die kracht ontvangen. En dat betekent dat u opgeladen uw behandeling beëindigt. De uitputting, die vaak optreedt bij magnetiseurs, blijft dan achterwege. Maar het betekent ook, dat u alleen op bepaalde gevallen vat heeft. Dat is iets waar de meeste mensen aan voorbij lopen. Zij denken: als ik dat kunstje ken, dan werkt het overal en altijd. Dat is niet waar. Het werkt alleen daar waar mijn patiënt in dit geval behoefte heeft aan die energie die ik door mijn voorstelling uit de kosmos aantrek, en wel in een specifieke samenstelling.
Nu denkt u genezen, dat is een oud verhaal. Er is al veel over gezegd. Maar waarom zouden wij het bij genezen laten? Er zijn krachten die in staat zijn uw kennis te vergroten. Er zijn krachten die uw kunstvaardigheid kunnen vermeerderen, als u maar de juiste kracht aanboort. Daarom is het belangrijk dat u met de fantasie weet wat u doet.
Het is gemakkelijk genoeg om een beeld te scheppen van een verheerlijkte Jezus die juist uit het Paasgebeuren ontwaakt. Maar wat betekent die voorstelling? Overwinning op de dood? Neen, in wezen betekent ze sublimatie.
Als ik bepaalde waarden in mij (stoffelijke of andere) zou willen sublimeren tot een hoge geestelijke betekenis of tot een hoge gevoeligheidsgraad, dan kan ik van die voorstelling gebruikmaken. Maar als ik genezende kracht of kennis nodig heb, dan zal mij deze voorstelling, hoe intens ook beleefd en hoe sterk ook mijn wil om een bepaald doel ermee te bereiken, niets tot stand brengen.
Nu kunnen wij voor die fantasieën wel enkele regels geven. Wij zullen dan uitgaan van de mensen, die in deze tijd nogal eens kwellende duistere fantasieën of dromen hebben.
Als u droomt van een duistere wereld en u stelt uw wil daar tegenover met een kreet om licht, dan krijgt u de bescherming die u nodig heeft. U zult dan naar gelang van uw situatie en afstemming symbolen van licht werkzaam zien worden. Soms zijn het stemmen die u geleiden. Soms is het een lichtend zwaard waarmee u zich kunt verdedigen. Alles is afhankelijk van de omstandigheden.
Om dit tot stand te brengen zijn er twee dingen nodig:
a. het duister (de emotionele geestelijke nood waarin u verkeert),
b. de wil om het licht te vinden.
Nu denken de mensen dat is een droom. Ik krijg in die droom hulp, maar wat heb ik er aan? Neen, je moet doorzetten. De kracht die je ontvangt, of dat nu in de vorm van een zwaard is, van een lichtend kruis of van iets anders of een stem die je geleidt, die fixeer je in jezelf als een soort wachtwoord. Op het ogenblik, dat je in je leven met duisternis, met troebele zaken wordt geconfronteerd, neem je het wachtwoord dat je uit de fantasie hebt gedistilleerd, je denkt sterk daaraan en laat dit volgen door het begrip Licht. Op dat ogenblik treden de volgende verschijnselen op:
Een mogelijkheid tot innerlijke verlichting d.w.z. een duidelijker inzien van de feitelijke situatie. Gelijktijdig is er ook het ontlenen van kracht. Ik ontvang zoveel kracht op dat moment, dat ik de noodzakelijke inspanningen (of dit nu geestelijke zijn of tot op zekere hoogte zelfs lichamelijke) kan volbrengen. Ik kan bovendien daaruit nog een afscherming afleiden.
Wanneer ik namelijk het wachtwoord gebruik en het begrip Licht, dan heb ik daarmee mijn gehele fantasietoestand a.h.w. weer in leven geroepen en ik maak nu uit dit licht wat ik nodig heb. Ik vorm met mijn gedachten uit het licht een ketting waarmee ik mij veranker aan een lichtende wereld. Ik maak uit dat licht een soort bol waar ik middenin sta, waardoor ik dus niet meer kan worden aangevallen. Het wonderlijke is, dat hierdoor de agressie van mensen en geesten aanmerkelijk afneemt. De projectie van een dergelijk fantasiebeeld kan wel degelijk dus ook praktische betekenis en nut hebben.
Maar laten we verder gaan, want niet iedereen zal naar ik hoop alleen maar dromen van duistere krochten en hoge gebergten waarin een onderwereld schijnt te zijn verborgen.
U droomt misschien van een lichtende wereld of van een tuin en u ontmoet daarin verschillende personen. Nu is het belangrijk dat u in een dergelijke fantasie rekening ermee houdt, dat zowel overledenen als nog levende personen daarin kunnen voorkomen. De verbinding die u zoekt, is er kennelijk een met wat wij Zomerland noemen. Maar Zomerland is door uittreding ook te betreden voor andere personen.
Heeft u te maken met mensen waarvan u weet dat zij nog in leven zijn, dan kan de voorstelling van de fantasie, opnieuw opgebouwd (dus het reconstrueren van die beleving) ten gevolge hebben dat er een z.g. sympathische band ontstaat tussen u en de persoon die u daar heeft ontmoet. Telepathische projectie over en weer is mogelijk, ongeacht de afstand. Na het oproepen van een beeld blijft die mogelijkheid bestaan voor een periode van ongeveer 20 uur, iets meer of iets minder. U kunt deze methode dus gebruiken om gedachteprojecties doelmatig te richten.
Het kan echter ook zijn dat u te maken heeft gehad met overgeganen. Nu hebben overgeganen een andere visie op de wereld dan mensen, dat heeft u bij ons waarschijnlijk ook opgemerkt. Dat op zichzelf is geen bezwaar. Maar als u nu met een probleem zit en u heeft het gevoel ik ben te subjectief, ik kan het niet overzien, dan is het misschien goed weer een contact op te bouwen en daarbij zeer sterk te denken aan een der overgeganen met wie u in het fantasie- of droombeeld contact heeft gehad. Dan ontstaat weer datzelfde, namelijk een soort band. Als u nu uw probleem uitzendt, dan is de kans heel groot dat u een veel objectievere visie terugkrijgt dan die welke u tot op dat ogenblik heeft gehad. Door vanuit dit meer objectievere standpunt uw handelen te bepalen, kunt u op aarde beter ingrijpen in situaties die normaal gezien onoverzichtelijk zouden zijn.
Ach, het is heel aardig, als je de mens vertelt dat hij over magische vermogens beschikt. Dat is natuurlijk wel waar, maar gelukkig weten de meeste mensen daar weinig van, anders zou er heel wat afgeknoeid worden in de toverij. Wat we echter moeten beseffen is:
Een fantasiewereld kan door ons worden opgebouwd. Ik kan dus bewust uitgaan van een bepaalde visie. Ik construeer een gedachtewereld. Op het ogenblik dat deze constructie enige analogie met de werkelijkheid gaat vertonen, ongeacht welk deel ervan en waar, zullen er factoren in de fantasie binnentreden die niet door het “ik” worden veroorzaakt en ook niet door het “ik” worden beheerst. En dat is nu juist het aardige. Wij hebben dus te maken met een droom die we zelf tot stand brengen en gelijktijdig met waarden, die we niet beheersen, maar die van buitenaf daarin worden geprojecteerd.
De fantasie is meer dan alleen maar het samenvoegen van beelden tot een onwaarschijnlijkheid of tot een leuk verhaal. Als wij de fantasie op de juiste wijze leren hanteren, is ze voor ons een mogelijkheid om contact te krijgen met andere werelden, andere mogelijkheden en krachten dan wij in onze wereld normaal kennen. Het zijn juist deze niet door ons bedachte en beheerste verschijnselen die voor ons het belangrijke zijn.
Als ik in een fantasie uitga van bepaalde voorstellingen, dan kan ik daar natuurlijk aan refereren. Dat is echter altijd maar betrekkelijk, want het kan zijn dat ook de werkingen die ik meende te bespeuren in mijn fantasie bestonden en niet in de werkelijkheid. Maar het onbeheerste element in de fantasie betekent, dat ik ofwel te maken heb met een beïnvloeding van buitenaf, dan wel met eigenschappen en kwaliteiten van mijn eigen wezen die niet tot mijn bewustzijn zijn doorgedrongen. Door op deze niet beheerste factoren in het fantasiebeeld een beroep te doen krijg ik dus een afstemming waardoor de eigenschappen en kwaliteiten van deze zaken kunnen worden overgedragen aan mijn huidige persoonlijkheid en zelfs door mijn huidige waakbewustzijn kunnen worden gericht.
Nu weet ik wel, dat er ook mensen zijn die dromen van enorme mogelijkheden. Zij dromen ervan dat ze hele legers plotseling tot vredelievendheid brengen, de wapenfabrieken bewegen om voortaan in de ploegenproductie te gaan. Dat is natuurlijk onmogelijk. De kracht die wij ontlenen aan de kosmos, zelfs als zij in wezen onbeperkt is, zal altijd beperkt worden door ons eigen “ik”. Het effect daarvan is: als u een batterijtje van 4.5 V heeft, dan kunt u de polen vasthouden en er gebeurt niets. Of toch wel? Want in uw lichaam kan daardoor een bepaalde oplading ontstaan. Als u dat doet met 220 V, dan garandeer ik u dat u de bibberatie krijgt. Dat is ook pijnlijk. Doet u dat met 15000 V, dan kunt u aan onze kant overdenken wat er fout is gegaan.
Zo is het ook met deze krachten. Wij kunnen nooit een energie verdragen die hoger is dan ons eigen verwerkingsvermogen. Dit impliceert, dat wij niet de hele wereld kunnen gaan verbeteren, maar dat wij wel stukjes ervan kunnen verbeteren. Het betekent niet, dat we alle kennis van de kosmos ineens ter beschikking krijgen, maar wel dat wij zeer specifieke delen van die kennis in ons kunnen laten opwellen en zich a.h.w. kunnen laten invoegen in onze normale kennis, in ons normaal wereldbeeld. Daardoor is de fantasie een zeer machtig middel, als je weet hoe haar te gebruiken.
Nu zullen heel wat mensen denken: ach, er is nog wel wat verschil tussen mensen. Wat de een kan, kan de ander niet. Het fantasieleven van de een is het fantasieleven van de ander niet. Het gevoelsleven van de een is niet gelijk aan dat van de ander. U heeft echter uw eigen specifieke waarden.
Er kan in u niets bestaan wat niet in de kosmos elders is vertegenwoordigd.
Dat is een belangrijk punt. Elke fantasievoorstelling kan een vertekend beeld zijn, in mij opgebouwd van een werkelijkheid die elders bestaat. Maar voor de kracht van de gedachte en voor de kracht van de geest bestaat er geen feitelijke afstand. Ook als het in een heel ander Melkwegstelsel zou bestaan, dan is nog één schrede voldoende om in die andere situatie te komen, maar ook te beschikken over de middelen en krachten. En met één stap kun je weer terug en kun je misschien wat meenemen.
De werkelijkheid van de geest kun je misschien het best als volgt omschrijven. Wanneer de geest zich van een bepaalde plaats bewust is en zich concentreert op een andere plaats, dan bevindt hij zich op die andere plaats en de eerste is geheel verbleekt. Als een entiteit zich concentreert op bepaalde contacten of mededelingen – negatief of positief – dan zullen die contacten zijn wezen bepalen. Is hij in staat om die contacten uit te schakelen en daarvoor andere in de plaats te stellen, dan is het eerste contact zo volledig verbroken, dat het is alsof het er nooit is geweest.
Deze mogelijkheden bestaan in de geest, maar ze bestaan ook wel degelijk in de mens, want de mens heeft een geest. De mens beschikt over fijnstoffelijke voertuigen die kunnen worden gebruikt om krachten en waarden van de geest geheel of ten dele om te vormen tot stoffelijke energieën of mogelijkheden. En dat is nu juist hetgeen waardoor we in staat zijn veel te volbrengen.
Op gevaar af sommigen van u te beledigen zou ik willen zeggen, dat veel geloof in feite bijgeloof is. Er zijn mensen die denken dat, als zij een plaatje van de H. Isodorus of Aliakus boven de deur hebben bevestigd er geen demon kan binnentreden. Dat is natuurlijk kolder, want dat is dan wel de demon die heeft medegewerkt aan de uitvinding van de drukkunst. Ik heb soms zelfs het idee dat de duivel degene is geweest die de eerste kerken heeft uitgevonden. En om een bekend, maar langzamerhand enigszins vergeten schrijfster te citeren: “Daar waar de priester voorgaat, kan de duivel gewoonlijk rustig volgen.”
Maar als ik geloof in die kracht (het plaatje heeft die kracht dus niet, maar ik geloof erin), dan is dit geloof in feite gelijk aan een fantasie. Het is een in mij opgebouwde niet werkelijke voorstelling. Nu het aardige: omdat dit plaatje voor mij enerzijds de fantasie doet ontstaan en anderzijds de krachtgericht voorstelt, kan dit op zichzelf volkomen nutteloze, onschuldige en zelfs onesthetische plaatje al datgene tot stand brengen wat de gelovige eraan toeschrijft.
Je kunt denken dat een bepaalde steen eens betreden is door: Mohammed, Mozes of een andere grootheid en dat de kracht van deze heilige persoonlijkheid in die steen berust. Vergeet dat maar rustig, want een steen waarin de kracht van bv. Mozes zit, zou over het algemeen de mensen van heden zwaar op de maag liggen. Maar ik geloof dat. De steen is dus niet meer een steen, ze is de voorstelling van een machtsinhoud.
Als ik met een intens geloof, dat de beroering van die steen mij zal genezen, mij zal bevrijden, die steen in volle concentratie beroer, dan wekt hij in mij de kracht die ik mij in de steen had voorgesteld. Ze zit niet in de steen, ze is ontladen in mij. Maar de werking is precies gelijk. Dit is een verklaring, meen ik voor vele wonderen.
Een wonder ontstaat op het ogenblik dat een mens zo volledig gelooft dat hij niet meer volgens de ratio, maar volgens de geloofswaarde plus de emotie denkt en leeft. Op dat ogenblik verplaatst hij zich in een wereld waarin vele rationele samenhangen tijdelijk onderbroken kunnen zijn; dus kan het wonder gebeuren.
Ik heb mensen wel eens horen zeggen: het christendom vertelt ons over zoveel wonderen, maar ik zie er nooit een gebeuren. Ja, met de huidige opvoeding is dat ook geen wonder. De mensen denken immers dat ze alles weten. Maar als je denkt dat je alles weet, dan kun je immers niet meer aannemen dat er iets anders is dan je hebt geleerd. Daarin ligt de grote moeilijkheid. Dus voor ons is de enige ontvluchting aan die begrenzing niet meer gelegen in een geloof, want dat is gelimiteerd en aangepast, maar in een fantasie.
De fantasie is, zo stellen wij, volledig vrij. Als ik mij een wereld wil voorstellen met draken en ridders waarin St. Joris voortdurend jonkvrouwen bevrijdt en Roodkapje rondloopt om verversingen aan te bieden, alsof ze de koningin zou zijn bij de kerstbijeenkomst ten paleize, dan is dat op dat ogenblik waar voor mij, want ik zal geen redelijke grenzen of kennisnormen stellen t.a.v. mijn fantasiebeeld. En dat betekent, dat ik door die fantasie de grens heb veranderd. Ik heb mijn werkelijke mogelijkheden weer geactiveerd, omdat ik nu buiten de normen van mijn wereld die ik ken, waarmee ik werk en waarmee ik rekening houd toch tot de juiste afstemming kan komen. Kan ik in mijn fantasie ook nog zover gaan dat ik geloof dat de krachten en waarden die daar zijn ontstaan direct zullen doorwerken in de materie, dan blijkt dat vanuit mijzelf deze krachten inderdaad in de materie werken.
Over het algemeen, u zult dat waarschijnlijk al eens eerder hebben gehoord, zullen die krachten uittreden uit het voorhoofd- of keelchakra. Voor enkele vormen van kracht kan ook het borstchakra in aanmerking komen. Het kruinchakra, wanneer dat actief is, kan die kracht natuurlijk altijd doorlaten. Maar als dat voldoende open is, dan heb je de fantasie niet meer nodig, omdat je verschillende werkelijkheden gaat beseffen en dus de krachten uit die verschillende werkelijkheden ook weet om te vormen totdat ze in je eigen ogen werkzaam kunnen zijn. Het is dus vanuit de eigen aura, vanuit het eigen “ik”, dat die krachten worden ontladen.
De gedachtewereld van de mens is zo groot dat ze onder omstandigheden een volledige kosmos kan omvatten. Alle waarden en wetten van die kosmos kan de mens gebruiken om daaruit de krachten te verzamelen, die hij dan volgens zijn eigen beperking en wezen uitstraalt uit zijn verschillende chakra’s en hanteert in de wereld rond hem, zodat hij resultaten behaalt die volgens de ratio niet binnen oorzaak en gevolg vallen zoals deze op aarde gebruikelijk zijn.

Ik hoop dat ik met dit onderwerp uw aandacht heb gevestigd op iets wat voor u van belang kan zijn.
Het is mij bekend, dat zeer veel mensen dromen en dat nog veel meer mensen fantaseren. Sommigen bereiken zelfs door hun fantasieën een zeer hoge plaats op aarde, maar dat komt omdat ze anderen in hun fantasieën kunnen doen geloven. Dezen wil ik even uitsluiten.
U fantaseert ook. U heeft ook uw eigen gedachten en denkbeelden. Ga nu eens niet uit van het stoffelijke bewijs dat u wilt hebben volgens redelijk normaal. Ga uit van die fantasiewereld waarin alles mogelijk is. Laat vanuit die fantasiewereld de toestand ontstaan en de kracht die u verlangt en zeg dan tot die kracht: ook buiten mij ben je kenbaar. Dat kan in de fantasie vervlochten zijn.
Begrijp, dat elk resultaat dat u bereikt voortkomt uit een bepaalde fantasie. Wanneer de fantasie opnieuw wordt gewekt, zal de afstemming van het “ik” vergelijkbaar zijn en zal er een vergelijkbaar effect buiten het “ik” bereikt kunnen worden. Dat betekent, dat zelfs tot op zekere hoogte een wetenschappelijke waarde kan worden gehecht aan al hetgeen zo tot stand wordt gebracht, want de proeven zijn herhaalbaar.
Besef, dat vele fantasieën geen resultaat opleveren. Als dit het geval is, vraag u het volgende af: heb ik mij in mijn fantasie beziggehouden met iets wat betrekking heeft op mijzelf en de wereld waarin ik waakbewust pleeg te leven of ben ik bezig geweest met bepaalde controversen die zich alleen in mij afspelen? Zolang uw fantasie alleen met uw innerlijk te maken heeft, zal het uiten van die krachten zeer moeizaam zijn en mislukkingen zijn dan veel voorkomend. Indien uw fantasie betrekking heeft op een specifiek en nauwkeurig omschreven beeld van uw eigen werkelijkheid op aarde en gelijktijdig van een bovennatuurlijke, dus niet meer rationeel samengestelde wereld, dan zal u blijken dat resultaten bereikbaar zijn.
Wie hiermee wil experimenteren geef ik de raad te beginnen met kleine dingen. Probeer een plant voor de tijd te laten bloeien. Probeer insecten te weren uit een vertrek. Probeer eens iemand te genezen of probeer eens een voorwerp ergens anders neer te leggen. Dat zijn gewoon fantasieën. Als u met deze dingen op een gegeven ogenblik resultaten krijgt, dan kunt u vanzelf verder gaan.
Wat het verplaatsen van voorwerpen betreft wil ik nog één ding opmerken U moet er natuurlijk iets eenvoudigs, iets lichts voor nemen, bv. een potlood of een ballon. Wanneer u dat doet, moet u zeker weten op welke plaats het voorwerp zich bevindt. Daarna moet u het eigenlijk een beetje vergeten zijn. Dit is een moeilijkheid, tenzij u bewust zo’n voorwerp ergens verbergt, een aantekening daarvan maakt en na een week de proef neemt, als u het al bijna vergeten bent en het geen directe felle indruk meer maakt op uw voorstellingsleven. Als dan blijkt dat de plaats is veranderd, zelfs als het niet de plaats is die u zich in uw fantasie voorstelde, dan heeft u resultaat geboekt. Herhaal de proefneming dan zo lang totdat u de plaats waar het voorwerp zich zal bevinden eenvoudig kunt bestemmen vanuit de fantasie. U heeft dan zelfs een bepaalde telekinetische kwaliteit ontwikkelt.
Realiseer u verder dat uw fantasie niet beperkt hoeft te zijn tot het onmiddellijke heden. U kunt zich ook voorstellen dat u kosmische of telekinetische kracht a.h.w. in uw hart bergt. Stel u maar voor dat daar een zak zit waar u het in propt om ontladen te worden op een later tijdstip. Hierdoor kunt u het gebeuren met enige training ook verplaatsen naar situaties waarin u heel gewoon bewust bezig bent met uw normale werkzaamheden en toch opeens de beschikking krijgt over deze extra energie. Op z’n minst genomen, meen ik, is dit een proefneming waard.
Ieder van u zal voor zichzelf moeten uitvinden wat in zijn eigen denk en fantasieleven de meest motiverende kracht is. Want u moet een wereld hebben die u niet alleen op afstand tekent, maar een wereldje waarin u zich werkelijk kunt inleven. Als u dat heeft gevonden, zal al het voorgaande tot een van uw mogelijkheden gaan behoren. En zo dit het geval is, dan heeft u iets meer ontdekt van de innerlijke mogelijkheden en krachten van de mens.
Daarnaast heeft u een nieuwe weg gevonden om uzelf meer werkelijk te maken, ongeacht de schijnbare beperkingen die uw stoffelijke wereld u pleegt op te leggen.

Engelen

Mensen hebben een indeling gemaakt waarmee de engelen in allerlei soorten worden verdeeld. Er zijn engelen, die speciaal met de muziek belast zijn. Gabriël, een uitstekende bugelspeler (hij oefent steeds voor het Laatste Oordeel). Michaël, die het zwaard hanteert als niemand anders. Azraël, die voor het transport zorgt van uw wereld naar de onze en zo zijn er meer.
Nu is het natuurlijk heel aardig om die functie-indeling te maken, maar als je het heel goed bekijkt, dan deugt het niet. Want wij gaan nu functies benoemen met de naam van engelen. Zoals we ook bepaalde functies benoemen, als we het hebben over duivelen. U spreekt bv. over Phoenix, een van de opperduivels volgens een bepaalde hiërarchie.
Phoenix is een dichter, een leraar, alleen wel aan de verkeerde kant. Dan kun je spreken over mensen, die zich zo’n beetje met de regering bezighouden, die zich alleen met grote zaken bemoeien zoals Lucifer; signatuur: Lucifuge Rofocale.
Op deze manier heeft de mensheid eigenlijk allerlei kwaliteiten van de kosmos tot persoonlijkheden gemaakt. Maar een engel is eigenlijk alleen maar een engel, op het ogenblik dat hij leeft in het licht.
Dus als u in het licht leeft, bent u een engel. U ziet er wel niet naar uit, maar het is nog steeds mogelijk.
Een geest, die in het licht leeft, heeft zijn eigen kwaliteiten en eigenschappen. Iemand, die bv. dokter is geweest, kan misschien in de geest verdergaan in de geneeskunde, maar hij zal dan ook steeds meer worden geconfronteerd met geestelijk lijden. En dat wil weer zeggen, dat hij zich dan gaat specialiseren in het wegnemen van geestelijk lijden. Een generaal zal ongetwijfeld van zijn standpunt uit gaan denken en zeggen: “Ik moet strijden voor het recht”. Hij zal zich bezighouden met een zo direct ingrijpen waar hij onrecht erkent.
Zijn ze engelen of niet? Voor de mensen wel. Want voor de mensen is alles een engel op het ogenblik dat het beantwoordt aan de voorstelling. Trouwens, ik geloof dat een hele hoop mensen het heel erg prettig vinden dat engelen iets anders zijn dan mensen. Want als zij wisten dat ze onder omstandigheden engelen zouden kunnen worden, dan zouden ze zichzelf met blote billen ergens aan het plafond zien hangen als een kruising tussen een mislukte cupido en de eeuwige zaligheid in de kinderjaren. Dat zijn natuurlijk dingen die voor een mens onvoorstelbaar zijn.
Er zijn toch heel veel geesten die niet op aarde geleefd hebben. Natuurlijk. Maar zijn dat nu engelen of duivelen? Het ligt er maar aan welke richting je bent toegedaan.
Kijk, als u nu toevallig een duisterling zou zijn, dat is mogelijk, dan zou u zich in het duister waarschijnlijk veel prettiger voelen dan ooit in het licht. En als u iemand bent die het licht in zich draagt, al is het maar een vonkje, dan zou u in het licht gelukkig zijn en niet in het duister. Zoals dat voor u geldt, zo geldt dat ook voor anderen. Zo geldt dat ook voor entiteiten die niet op aarde hebben geleefd. Maar wie zegt dat ze niet elders in de materie hebben geleefd?
Voordat de geschiedenis van de mensheid op aarde begon, was er al een andere mensheid. De restanten van die mensheid zijn op deze aarde geïncarneerd; die zijn naar een andere school gegaan. Degenen die dat niet hebben gedaan, zijn zij dan de Zonen des Hemels geweest? Het is moeilijk om daarover na te denken.
Als wij met engelen te maken hebben dan moeten we in de eerste plaats wel beseffen, dat de engel die wij aanroepen een functie is van het licht, niet een persoonlijkheid zonder meer. Als u vraagt om bescherming en u vraagt dat aan een engel of een engelbewaarder, dan behoeft dat niet altijd een en dezelfde persoon te zijn. Niet elke engelbewaarder ziet er hetzelfde uit en niet ieder heeft dezelfde kwaliteiten, eigenschappen en mogelijkheden. Maar ze hebben allemaal licht. Ze reageren vanuit het licht en ze proberen u te behoeden, wanneer u als een wezen waarin licht woont, door het duister wordt bedreigd. Dat is dan het engelachtige eraan.
Er zijn heel veel mensen die denken: engelen zijn een soort mensen met duivenvleugels die al harpspelend: Gloria, gloria, gloria roepen en bijna niets anders te zeggen weten. Vergeet dat maar. De wereld van de engelen is een wereld die zelfs erg veel lijkt op een menselijke wereld. Ieder heeft zijn eigen werk, zijn eigen functie. Er zijn taakverdelingen. O, niet zo bindend. Ik kan mij niet voorstellen, dat er een engel minister-president wordt en zegt: Ik ga met een bestek 81 beginnen, of met een programma voor gelijkmatige inkomstenverdeling. Daar denkt een engel eenvoudig niet aan, daar is hij een engel voor. Het zijn de idioten die dergelijke dingen denken. De mensen denken dat uiterlijkheden belangrijker zijn dan de innerlijke mens.
Een engel heeft anders geleerd. Maar als hij de kracht heeft om licht in zeer grote intensiteit naar de aarde te voeren, indien dat nodig is, dan zal dat wel een strijdende engel zijn. Want als het ergens heel donker wordt, dan komt hij aanzetten en geeft hij dat licht. De mensen zeggen dan: Dat is een engel. Maar misschien zeggen wij dan: Dat is een luchtgeest met een hoog bewustzijn. Want voor ons is zo’n persoon nog een elementaal, omdat hij gebonden is in zijn levensvormen aan delen van de atmosfeer. Maar hij kan met datzelfde licht werken. Hij kan a.h.w. zijn licht gebruiken om het duister te verteren. Dat noemt men dan een strijdbare engel.
Wie zal dan zo iemand zeggen wat nodig is? Misschien niemand. Maar het kan ook zijn dat er iemand komt die weer wijzer is, een andere vorm van licht heeft en dat die de luchtgeest aanspreekt en hem zegt: Kijk eens even naar Den Haag. Daar moet je toch wat duister weghalen. De ander zegt dan: Je hebt gelijk. Er is inderdaad duister. Laat mij dat maar eens wegnemen. Zo gaat dat.
De werelden van geesten, engelen e.d. lopen zo ontzettend dooreen dat het heel erg moeilijk wordt om daar een soort bepaling uit te halen die klopt met alle mooie indelingen die in alle heilige boeken staan die kabbalisten hebben berekend, want de kosmos bestaat uit twee tegengestelde richtingen.
Er is een bewustwording die wij de lichtende noemen, omdat ze naar het licht toegaat. Er is een afdalende bewustwording die naar het duister gaat. Maar wat uit het licht komt en het licht niet kan aanvaarden dat keert terug. Dat zal terugkeren naar de wereld, naar de materie. Het zal vanuit de materie terugkeren naar de duisternis en uit de duisternis weer verder stijgen naar het menselijk zijn en door alle sferen naar het licht, tot het ogenblik dat het licht wordt begrepen.
Voor het duister is het precies hetzelfde. Alleen de kwelling die duister kan betekenen voor iemand, die zich niet bewust is van zijn innerlijk licht, die kwelling bestaat ook voor een duistere geest, die door het licht heen moet, want hij is zich niet voldoende bewust van zijn eigen duisternis. Al die benoemingen zijn dus op zijn minst genomen dubieus. Maar de voorstellingen die wij eraan verbinden, zijn die welke de mensen zich maken.
Als wij nu toch bezig zijn, waarom zouden we ons dan niet voorstellen dat er engelen zijn? Waarom zouden we ons dan niet voorstellen dat er iemand kan zijn die op aarde misschien een Witte Heks wordt genoemd, een witte Tovenaar en die eigenlijk een engel is. Waarom zou dat niet kunnen? Waarom zou er onder u niet ergens een verkapte engel of duivel kunnen zijn?
Het is natuurlijk gemakkelijk om het allemaal in te delen, netjes in verschillende sferen. Daar zitten de Tronen, daar de Heerschappijen, daar de Aartsengelen. Maar de schepping is geen theater. Als u zalig of heilig wordt of alleen nog maar net goed genoeg bent voor de hemel, dan betekent dat niet dat u hier of daar terecht komt in het hemelse theater, dat u om een engel te zijn ook een plaats moet hebben in de engelenbak. Of dat u een logeplaats krijgt als u heilig bent. Het is krankzinnig als je op die manier de werkelijkheid benadert.
Ik zal proberen of ik daarover het een en ander kan zeggen. Onder engelen verstaan wij alle geesten, die uit het licht komen en die de krachten des lichts, op welke wijze dan ook, tot uiting kunnen brengen in de wereld waarin wij leven. Dit betekent, dat engelen vele verschillende voorgeschiedenissen kunnen hebben, dat ze niet naar soort kunnen worden ingedeeld, maar alleen aan de hand van de werking die ze voor ons vertonen.
Als wij ons beroepen op een bepaalde naam of kracht, dan beroepen wij ons op een werking, niet op een persoonlijkheid. Als wij ons beroepen op het licht, in welke vorm en gedaante dan ook, dan beroepen wij ons in feite op God die de kracht van het licht is. Als wij vrezen voor het duister of ons beroepen op het duister, wat ook het geval moge zijn, dan doen wij dit niet in de eerste plaats op een bepaalde persoonlijkheid, dan doen wij dit op een bepaalde eigenschap. Het zijn de eigenschappen die wij oproepen die ons zullen beheersen. Als dan later degene die die eigenschap heeft gehad aan ons een verschrikkelijke of een verheerlijkte vorm heeft getoond, dan is dat een tweede. Want dat is onze relatie met degene die de kracht voor ons tot uiting heeft gebracht.
Het gaat echter niet om de persoonlijkheid maar om de kracht. Wanneer we dat beseffen, dan kunnen wij alle belemmeringen die rond ons zijn opgebouwd – zowel t.a.v. de hel als van de hemel – wegvagen door ons te beroepen op de werkelijke Meester en de kracht van alle dingen, de Eerste Oorzaak, de Schepper, God die is het Licht van hemel en aarde, het Begin en Einde van alle dingen.
Als we dat zo zeggen, dan klinkt dat erg vroom, want dat is ook een voorstelling. Maar het is een voorstelling die tamelijk dicht bij de werkelijkheid komt, zeker volgens menselijke normen.
Wie een engel aanroept, beseffe: de naam van de engel heeft slechts betekenis, indien wij de eigenschap van de engel kennen. Wanneer wij de naam van een demon aanroepen, heeft deze slechts betekenis, indien wij het wezen, dus de geaardheid of de werking van de demon kennen. Het is deze kennis die noodzakelijk is. En als wij geen naam kennen en wij beroepen ons op een kwaliteit of een eigenschap, dan zal zij ons geworden, dan krijgen wij die. Ook als dat helemaal niet met engelenvleugelen komt aanruisen of met gespleten staarten en hoorntjes komt aansnellen. De eigenschappen waarop wij ons in de kosmos beroepen, zullen ons beroeren. De krachten waarmee wij ons verbonden achten, zullen op ons inwerken. En dan is het misschien gemakkelijker om engelen in te delen.

Er zijn heel veel engelen waar we niets aan hebben. Die engelen beschikken eenvoudig niet over de krachten of de waarden die we nodig hebben. Er zijn echter zeer veel lichtende krachten die kunnen beantwoorden aan onze noden, aan onze kwaliteiten, aan onze behoeften van het ogenblik. Beroep u op het licht en deze krachten zullen komen. Aanvaard die krachten en ze zullen zich manifesteren. En als ze zich manifesteren, wat geeft het dan nog hoe ze heten? Het is glad geweest kort geleden. Stel, dat u eens een scheve schaats heeft gereden en met een snak op uw achterwerk terecht komt en niet overeind kunt krabbelen. Daar komt iemand en die steekt u een hand toe. Gaat u dan eerst vragen wie hij is, wat zijn positie is in het leven? Of zegt u: Help mij. Zo zou u tegenover engelen en alle andere krachten moeten staan.
De hele kosmos is verzadigd van entiteiten, veel meer dan u zich ooit kunt voorstellen. Van allerlei vormen, van allerlei planeten, van allerlei niveaus van bewustzijn. Allen kunnen u helpen, indien u zich beroept op de eigenschappen die zij vertegenwoordigen.
Wat zijn de eigenschappen van engelen die een mens nodig heeft? Dat er een engel is die u vertelt waar u een schat kunt vinden? Dat moet u aan Amor overlaten of aan de lagere regionen. Maar als u nu zegt: ik zit in het duister, ik zie niets meer, ik weet het niet meer. Dan kunt u zich beroepen op het licht. En dat licht zal u gegeven worden. Want dan is er altijd wel een entiteit of misschien zijn er vele entiteiten die antwoorden op datgene wat u nodig heeft, datgene wat u vraagt.
De engelen die we nodig hebben zijn de krachten, die in staat zijn ons innerlijk duister, onze innerlijke verwarring te verlichten. Wij kunnen engelen nodig hebben die ons leiden, die ons als gids dienen op een ogenblik dat wij niet meer weten waar wij moeten gaan.
Er kunnen krachten zijn die ons duidelijk maken wat licht is voor ons. Wij weten niet altijd wat voor ons de lichtende of de slechte beslissing is. Er zijn engelen die ons kunnen helpen door ons te genezen, ons bij te staan of ons de geestelijke kracht geven om op de juiste wijze voort te leven. Daarop kunnen wij ons beroepen.
Er zijn engelen die ons kunnen helpen om een harmonie uit te drukken op welke wijze dan ook, hetzij als kunstenaar, als mens of alleen als medemens tegenover een andere. Als wij dit beseffen en ons daarop beroepen, dan komen zij tot ons en zij geleiden ons. Wat allemaal wel heel mooi klinkt, maar je ziet ze nooit. Misschien een enkele keer, als je diep in gedachten zit, dan zie je ze rond je. Dan zie je de krachten van licht en soms ook de krachten van duister. En als je ze ziet, dan besef je op een gegeven ogenblik ik ben niet alleen. Maar je beseft ook er is meer dan ik alleen. Ik geloof, dat dat het meest belangrijke is.
Wie werkelijk engelen zou willen horen zingen, moet de harmonie in zichzelf bevorderen door zich te beroepen op het licht. Dat wat dan rond hem ontstaat, is de samenklank die men wel eens de harmonie der sferen of engelenzang noemt.
Wie de fout maakt om zich te beroepen op het duister, die hoort de chaos, de verwarring, het geroezemoes rond zich dat uit de perfecte disharmonie kan voortkomen. Dus eigenlijk doe je het voor een groot gedeelte zelf. Maar er zitten wel een paar haakjes aan.
Wanneer u zich beroept op een engel, dan zult u zich voortdurend op die engel moeten blijven beroepen om het contact in stand te houden. Een engel helpt namelijk maar per geval. Als u weet dat een lichtende kracht u geleidt, dan moet u zich steeds weer op die kracht richten, opdat ze in uw nabijheid komt, en zij u kan helpen. Maar als u met het duister om welke reden dan ook een pact aangaat of gewoon een beroep daarop heeft gedaan, dan moet u er wel zeker van zijn dat u zult moeten vechten om de krachten uit het duister, die u op deze manier met u verbonden heeft, weer van u af te schudden. Dat is het grote verschil.
Als u nu merkt dat er teveel duister aan u vast zit, dan is er maar één weg: zoek in uzelf naar licht, naar harmonie met het licht. Doe een beroep op de krachten die u kunnen helpen en beschermen, die u kunnen geleiden. Dan zult u zien dat het duister wegvalt.
Dit is een simplistische voorstelling, natuurlijk. Engeltjes en duiveltjes, wie gelooft er nog in? In de Screwtape Letters schrijft de ene duivel aan de andere: het is zo ellendig, we kunnen mensen krijgen die niet aan ons geloven en dat is goed. Of we hebben magiërs nodig, die juist zeer intens aan ons geloven, dat is ook goed. Maar als wij het nu zover kunnen brengen dat er magiërs komen die aan niets geloven, maar toch met onze kracht werken, dan hebben wij het gewonnen. Dat is eigenlijk de kwintessens van engelen en duivelen.
Wanneer wij met het licht bezig zijn, dan grijpen wij naar iets wat groters, intenser, lichtender dan wijzelf en daar moeten wij ons voortdurend aan vastklampen. Maar als wij ons bezighouden met het duister, dan kan ons dat ook veel geven. De prijs is meestal erg hoog, maar het kan. Het duister zal zich dan aan ons vasthaken. Het zal proberen ons licht weg te vreten. Dat is nu het grote verschil.
Als u dus bezig bent over engelen en duivels, denk dan maar niet aan persoonlijkheden, ook als er persoonlijkheden betrokken zijn bij de werkingen die wij aan engelen en duivelen toeschrijven. Denk gewoon aan een kracht waarmee u te maken heeft.
Realiseer u dat het licht in duizenderlei vormen gepersonifieerd kan worden en het duister evenzeer. Realiseer u, dat u op het duister evengoed een beroep kunt doen als op het licht, maar dat in beide gevallen daaraan bepaalde consequenties verbonden zijn. Besef, dat elke kracht van licht die tot u komt om u te helpen voor u een engel is. Elke kracht is duister die zich – hoe dan ook – aan u vastklampt is voor u een duivel. Maar dat zij voor zichzelf niets anders zijn dan zielen, die proberen te leven volgens de kracht die hen is ingelegd, volgens de wet die zij als de juiste beseffen en op hun wijze proberen waar te maken wat kosmisch gezien onvermijdelijk en noodzakelijk is: de versmelting van licht en duister waarin alles terugkeert tot de ene grote Eenheid.

Tegenstellingen

Tegenstellingen vinden we overal, zelfs in onszelf. Een van de grootste tegenstellingen ligt bv. in hetgeen wij willen en in hetgeen wij doen. Want wij willen altijd het goede en wat doen wij voortdurend?
Ook in de wereld rond ons zijn tegenstellingen. Tegenstellingen zijn noodzakelijk. Als het altijd licht is, dan weet je niet wat duister is. Als het altijd duister is, dan weet je niet wat licht is. Maar als duister en licht elkaar afwisselen, dan zie je de gehele scala van mogelijkheden.
Als je je bezighoudt met humor, dan kun je lachen om alle dingen. Maar als je de ernst der dingen dan niet meer beseft, dan is je humor zinloos geworden, dan is ze een ijle, ledige spot.
Als je de ernst zo sterk overtrekt dat de humor teloor gaat, dan heb je vergeten te lachen om het leven. Dan heb je alles zo absoluut gemaakt, dat het je als een loodzware keten omsluit die het je niet mogelijk maakt om geestelijk een ogenblik uit te vliegen en even de vrijheid te genieten.
De meeste mensen zijn zo ontzettend serieus. Dan zeg ik: geef mij dan maar de tegenstelling tussen de luchthartigheid en de klaterende lach aan de ene kant en de diepe ernst en het diepe besef aan de andere kant. Als die twee elkaar afwisselen, dan leer je het leven kennen. Dan leer je de totaliteit beseffen. Dan kun je werkelijk bewust worden. Maar als je het maar aan één kant houdt, dan kom je niet ver.
Ik denk dat God Zelf de aarde en de hele kosmos zo heeft geconstrueerd, dat ze begrensd worden door twee absolute tegenstellingen, omdat door de tegenstellingen en de afwisseling tussen beide, het mogelijk is de wekelijkheid van Zijn schepping te kennen, de werkelijkheid van je eigen plaats in het geheel niet alleen te leren beseffen, maar te leren waarmaken en daardoor een eenheid te verwerven met de totaliteit waarin alle tegenstellingen eens wegvallen.