Filosofische en godsdienstige aspecten

image_pdf

8 mei 1959

Wij zijn niet alwetend, of onfeilbaar. Heden zullen wij eens gaan praten over: Filosofische en godsdienstige aspecten.

Hierdoor kunt u weer iets verder doordringen in de denkwijze van de huidige mensheid. Het menselijk denken is heel wat ouder dan de bekende geschiedenis. Wanneer wij dit menselijk denken volgen, valt ons in de eerste plaats op, dat het denken in het begin animistisch was.

Anima: bezield. Alle dingen waren bezield. Die animistische wereld was vol animistische verschijnselen. Er was niet alleen sprake van een toekennen van een ziel aan een boom, een plant, een steen, maar ook wel degelijk van een resultaat van dit toekennen. Er is een tijd gekomen dat de mens dit animisme langzaam maar zeker ging verlaten. Wij vinden daarvoor in de plaats dan denkwijzen van het al-bezielde. Dat vinden wij zowel bij de Brahmanen alsook bij de Grieken. In deze al-bezieling zien zij toch iets anders dan een afzonderlijke bezieldheid. Er wordt een soort Goddelijke kracht, of natuur in sommige theorieën ook een wereldether gecreëerd, die in alle dingen gelijktijdig en gelijkelijk werkzaam is.

De Grieken lossen hun problemen dan verder op door een Olympus te scheppen, in plaats van een bezieling die afzonderlijk is, geven zij symbolische Goden dan een plaats, waardoor de functies van die natuur of die wereldether, dan toch nog gepersonifieerd kunnen worden. Later vinden wij theorieën – de Pythagoreeën – waarbij men overgaat tot het zoeken van ritmen, tot frequenties a.h.w. Vandaar ook dat in de oude geheimscholen getallenleer – vooral bij de Pythagoreeën, maar ook bij anderen – en daarnaast ook muziek, van een buitengewoon groot belang waren. Wiskunde en meetkunde vinden wij dan ook in al die oude geheimscholen.

Het is dus wel duidelijk dat de mens langzaam maar zeker een systeem heeft uitgedacht, waardoor hij de eenheid der dingen probeert te verklaren. Met dit zoeken naar de ene kracht in alle dingen, verdwijnen de animistische verschijnselen. Eerst zie je a.h.w. overal de Goden ronddwalen, de saters – Pan – trekken over de vlakten heen, de sylfen en nimfen zie je overal ronddansen. Dan ineens begint dat geslacht van natuurkrachten uit te sterven. Waar zijn zij naar toegegaan? Wat is er eigenlijk gaande geweest?

In de eerste plaats denk ik zo, dat het menselijk denken een voertuig kan vormen voor bv. een elementale kracht. Wanneer u een beeld denkt, dat voor een elementaal aanvaardbaar is, dan zal hij de kracht van het menselijk denken kunnen gebruiken om zich meer zichtbaar en kenbaar te maken. In de tweede plaats: Naarmate de mens bijgeloviger is, is hij sensitiever. Naarmate hij alles meer op de rede terugvoert, zal hij ook minder gevoelig zijn en op de duur komen te staan voor het grote raadsel van zijn bestaan: Wat is er nu eigenlijk buiten mijzelf?

De tijd is natuurlijk verder gegaan en daarmede het menselijk denken. Wij vinden allerhande systemen waarmee men probeert de eenheid van het zijnde te bewijzen, ofwel te bewijzen dat het hele heelal met de mens inbegrepen alleen maar toeval is. De gedachte aan leidende Goden, aan krachten, die sterker zijn dan jij en die je weg bepalen, was in de Oudheid een kenmerk.

Wij krijgen een periode, die vooral opvalt voor het individueel verantwoordelijk zijn, voor het individueel leven en daarmede ook het zelf bepalen van eigen weg. Het is typisch, dat Azië hiermede niet zo in mee kan gaan als het westen. Het westen is nu eenmaal agressiever. Het menselijk leven is in Azië niet zoveel waard. Als er iemand sterft, soit, dan geloven wij dat wel.

Er zijn zoveel mensen. Belangrijk is alleen maar, dat wij de verhouding tot de Goden, of een Goddelijke kracht kunnen vinden en in liefde en genegenheid met die God één worden. Verder niets. Maar als wij in het westen komen, dan is er van die wet van liefde betrekkelijk weinig overgebleven. Daarvoor in de plaats komt een poging om zelf te zijn en zelf een macht te verkrijgen t.o.v. anderen. Daaraan doet iedereen mee, zowel de priesters, de edelen, de vorsten als de eenvoudige burgers, de poorters van de verschillende steden, ieder probeert voor zich rechten te verwerven. Ieder voor zich probeert te streven. Dat brengt dan ook een tijd van chaos. Wij kunnen dan ook zeggen, dat, ofschoon de tijd van 100 vóór Chr. tot ongeveer 500 na Chr. bijzonder filosofisch lijkt, ze in menselijke aspecten toch heel veel te wensen over laat.

Maar daarna zien wij een typische opgang. Deze opgang heet dan in het westen meestal “wetenschap”. Het gaat van alchemie, als chemische wetenschap der Oudheid, tot het heden, waarin men metingen doet van bepaalde psychische functies van de mens. Het heden, waarin men speculeert over datgene wat er is aan de grens van de materie.

Wanneer je het probleem gaat stellen van wat je wel en niet bent, dan is dat het probleem, wat van de Oudheid tot het heden toe doorloopt, dan kom je tot de volgende conclusie:

  1. Het bekende. Dit ben ik. Stoffelijk.
  2. Ik heb mijn denken, dat is het enige, waardoor ik iets realiseer.
  3. Ja, er zijn onbekende factoren.

A – moeten wij aannemen, of wij willen of niet. Het kan zijn dat het een waanbeeld is, dat wij onszelf anders denken, dan wij zijn, dat wij helemaal niet bestaan, dat wij alleen maar een gedachte zijn. Maar voor ons is dit een werkelijkheid en zolang wij in de stof zijn, hebben wij dat maar te accepteren.

B – is nog belangrijker. U kent het bekende gezegde: Ik denk, dus besta ik. Ons erkennen van het bestaan en het omschrijven ervan in de gedachte is voor ons het enige middel om ons eigen wezen te realiseren en voor dit wezen een reeks van belevingen uit te stippelen.

Wat moeten wij van C zeggen? Dat er een geest is? Ongetwijfeld, er is een geest. Maar wat heeft die geest te zeggen voor een stofmens als u? Voor mij is het wat anders. Ik ben geest en voor mij is die geest er in de plaats van uw lichaam. Maar dan is er ook weer iets anders. Die bevoertuiging lost voor ons het probleem niet op. Wij zeggen: Er is een geest, maar wat is er meer, wat zit er achter? Is er een eeuwigdurend voortbestaan? Zijn wij alleen maar de nachtmerrie van iemand, die droomt, uitgeblust als de morgen komt?

Het is lastiger daarover na te denken dan u misschien wel weet. U komt hier omdat u gelooft aan een voortbestaan, of hoopt op een voortbestaan. D.w.z., dat uw gedachten in een zeer bepaalde richting gaan. Je kunt met de moderne wetenschap veel aantonen omtrent allerhande functies, die verborgen zijn achter het lichaam en het denken. Maar kunnen wij bewijzen dat die voortbestaan als het lichaam is overgegaan? Neen. De proeven gaan op het ogenblik al wel binnen het bereik van de mentale werelden, er is dus wel reden aan te nemen dat men op een gegeven ogenblik contact zal krijgen met de geest op een mechanische wijze. Zelfs dan is nog de vraag: Waar heb je contact mee? Zijn dat overgeganen, of zijn dat andere wezens, is dat een andere wereld?

Wij kunnen nooit goed en bewust leven, wanneer wij ons alleen op hypotheses baseren. Ook wanneer die hypothese ons zo aannemelijk gemaakt wordt, dat wij ze graag willen aanvaarden, dan nog mogen wij ons daarop niet baseren. Wij moeten een samenhangend beeld weten te vormen van onze wereld. Het menselijk denken is er door alle geslachten heen erop gericht geweest. Het menselijk denken heeft evenzeer zich voortdurend in die beeldvorming misleid. Er zijn natuurlijk figuren aan te wijzen van een buitengewoon gehalte. Figuren, die zo volkomen eerlijk waren, die tegenover zichzelf geheel oprecht zijn geweest. Maar dat zijn er maar heel weinig. Socrates misschien. Hoeveel van die mensen zijn er? U bent zeker niet zo. Ik apprecieer u ten volle. Neem mij niet kwalijk, dat ik het zo zeg.

Wat is er nu voor ons, dat het leven de moeite waard maakt? Wat kan ons in het leven richting geven? Wat is er buiten dit door u gekende leven? Over die laatste vraag zijn wij gauw uitgepraat. Een reeks van fenomenen die niet verklaarbaar zijn, wanneer u ze eerlijk beschouwt.

Ik ben. U bestaat. In dit leven kan niets volledig zinloos zijn. Zelfs wanneer alles een toeval product zou zijn, is het nog noodzakelijk dat u in uw leven een doel kiest om de reden dat zonder dat doel elk bestaan zinneloos wordt. Je moet iets hebben. Je moet jezelf ergens in vast kunnen bijten. Als je dan het doel hebt, wat is er verder werkelijk? De wereld, zoals een ander die tekent? Je kunt wel zeggen dat het mooi is, omdat een ander het mooi zegt, maar jij kunt het niet mooi vinden. U kunt zeggen dat het goed is, omdat iedereen zegt dat het goed is, maar u doet zelf toch maar heel graag datgene wat verkeerd heet. U hebt een zeer persoonlijk concept, dat voor u en uw beleven nodig is. Dat concept door te voeren, is vaak heel erg lastig. Maar kunnen wij eigenlijk, zonder dat wij van dit eerste persoonlijk levensconcept uitgaan, iets zijn in de wereld? Dan kan ons hele lot bepaald zijn; menselijk, geestelijk en wat u maar wilt, vastgelegd, dan nog moeten wij reageren op onze manier. Wij moeten onszelf zijn, anders heeft het leven geen zin.

Wat in het verleden is geweest, zal misschien voor ons niet helemaal duidelijk en zichtbaar zijn. Voor u is het misschien nog moeilijker om dat verleden onbevooroordeeld te zien. Als u er aan denkt dat in het verleden bepaalde krachten van elementaire aard – elementalen, geesten van een tussensfeer, astrale vormen – door mens en gedachten gevormd op aarde komen optreden en ingrijpen in het leven van de mensen, dan moet deze waarheid ongetwijfeld nog heden bestaan, ook wanneer de vormen, waarmee zij eens op deze wereld kenbaar waren, verdwenen zijn, of veranderd. Stel nu eens dat u morgen gelooft aan een marsmannetje. Dat u daaraan in uw pogingen om uw eigen aansprakelijkheid te ontvluchten, al die eigenschappen toekent, die vroeger de mensen aan die natuurgeest hebben toegekend. Zou die dan ook niet gaan bestaan? Zou hij dan ook niet zichtbaar worden?

Wij kunnen hier wijzen op theorieën van vele groten op het gebied van de psychologie, die zeggen dat ook de massa haar projecties kent en zo irreële dingen voor zich als een realiteit vaststelt, keer op keer. Daar zijn wij er niet mee. Wanneer wij te vast gaan vertrouwen op een kracht die ingrijpt in ons voordeel, dan geven wij niet alleen ons individueel recht, de zin van ons eigen bestaan op aarde prijs, wij doen nog iets anders: Wij geven macht over onszelf aan wezens, waarvan wij de geaardheid niet kennen. Het is gemakkelijk genoeg te spreken over al datgene wat er magisch en esoterisch bestaat. Het is eenvoudig om allerhande filosofische stellingen op te bouwen, die hoog uittorenen boven elk menselijk denken en bereiken. Het is heel erg moeilijk om je precies te realiseren, waar je nu eigenlijk aan toe bent.

Nu stel ik alleen maar dit: – Het is misschien ten dele een filosofisch betoog – maar, op het ogenblik dat U als mens probeert om een verlossing te verkrijgen van anderen en U dus geheel op de hulp van die andere gaat baseren, daarvan droomt en u zich daarvan voorstellingen maakt, schept u op een of andere manier, volgens ons weten vanuit de astrale wereld, gestalten, die schijnbaar die verlossing voor u verwerkelijken, maar in feite niet in staat zijn dit te doen. Een mens die in zijn denken verward raakt, wordt onwillekeurig het slachtoffer van de droombeelden die hij oproept.

Aan de andere kant zijn er natuurlijk weer bezwaren aan te voeren tegen een zuiver redelijk leven en denken. Op het ogenblik dat je alles aan het criterium der rede onderwerpt en dan hoofdzakelijk nog wel aan het criterium van je eigen rede, beperk je de mogelijkheid om te leven. Er bestaan heel veel belevingen die absoluut niet redelijk zijn. Wij kunnen hartstocht verklaren via de rede, maar werkelijke liefde niet. Dan moeten wij gaan spreken over gewoontevorming e.d., over illusies die wij onszelf bouwen. Toch kan liefde heel wat meer zijn dan dat. Liefde, die niet eens gebonden hoeft te zijn aan bepaalde personen.

Toch zijn er mensen die uit een dergelijke liefde voor hun medemens, of bepaalde medemensen, offers brengen, die uitzonderlijk groot zijn. Denk eens aan Damiaan met zijn melaatsen, aan Schweitzer met zijn ziekenkamp. Denk eens aan al die mensen die zich om een of andere reden hebben opgeofferd of zij Florence Nightingale heten, of ergens een vergeten verpleegster, een zendelinge, een nonnetje, of alleen maar een vrouwtje dat goed doet. Toch bestaan er van die mensen. Dat kun je redelijk niet meer verklaren. Het is absoluut onredelijk. Zelfs met te spreken over de voldoening die het offer brengt, zijn wij er niet. Dat zou betekenen dat dergelijke personen zo instabiel zouden moeten zijn, dat zij in feite tot de abnormale menstypen zouden moeten behoren. Ik geef toe dat sommigen a-normaal, niet normaal zijn. Maar abnormaal, neen, zij zijn zeker niet beneden de norm, eerder ver erboven.

Wij kunnen dus niet alleen op de rede onze hoop vestigen. Wij zullen het gevoel en het bovenredelijke denken een zekere mate toegang moeten verleden tot ons wezen. U hebt van deze zelfde plaats stemmen gehoord, die u toeriepen: “Ja, maar geloof dan!” Als je kunt. Maar wie kan geloven? U hebt horen zeggen: “Wij weten, dat dit zo is!” Ik weet heel wat over het hiernamaals, dat u nog niet weet. Hoe kan ik het u duidelijk maken en bewijzen, het u aannemelijk maken? En gelijktijdig u er toch toe bewegen om een zelfstandig leven te voeren gebaseerd op uw wereld van nu. Dat kan ik niet en daarom spreek ik er niet over.

Wat is er te doen voor ons, wanneer wij komen tot een redelijk bestaan, waarbij de bovenredelijke waarden niet geheel zijn uitgeschakeld? Dan, op grond van onze waarnemingen, op grond van wetenschappelijke onderzoekingen van de laatste tijd, kunnen wij zeggen, dat de mens, wanneer het bovenredelijke element mee gaat spelen, reeksen eigenschappen bezit, die niet meer gebaseerd zijn op materie in de vorm waarin u ze kent. Zij kunnen wel materieel verklaard worden, maar die verklaring is dan zeer gewrongen. Ik denk hier aan telepathie over grote afstand, aan telepathie als gevolg van gebondenheid, bij groepsproeven met kinderen. Ik denk hier aan voorzeggende dromen en al die andere paranormale verschijnselen die tegenwoordig zo graag een stukje onderzoek vormen voor hen die bezig zijn een nieuwe wetenschap op te bouwen. Hier ligt iets dat veel verder gaat dan het normale. Hier ligt iets wat niet meer verklaarbaar is met het zuiver stoffelijk verschijnsel. Zelfs indien wij aannemen dat de mens een elektrisch mechanisme is, dan kunnen wij het nog niet verklaren, waarom die verschijnselen buiten het lichaam juist zo optreden en niet anders. En waarom deze zeer individueel zijn afgestemd.

Er moet klaarblijkelijk een tweede, niet zintuiglijk gekend gebied zijn, waarin men bestaat. Hoe lang men daarin bestaat, is niet met zekerheid vanuit stoffelijke zin vast te stellen. De stof laat niet toe daarover na te denken. Het gevoel zegt ons, dat dit voortbestaan een langere periode moet zijn, dat wij niet te gronde kunnen gaan. Mijn ervaring is, dat wij nog een heel lang leven voor ons hebben, wanneer wij uit de stof overgaan. Wij kunnen alleen maar speculeren – indien wij in de stof leven – op deze verschijnselen, indien zij gebonden zijn met een stoffelijke en geestelijke ontwikkeling en indien zij ons brengen tot een voortdurend groter redelijk besef van de mogelijkheden die wij bezitten.

Om te komen tot die redelijke instelling, zal men moeten beginnen met thans heersende concepten terzijde te stellen. Zoals eens in de Oudheid veel bezield werd door het beeld dat de mensen daarin projecteerden, zo kan men in de toekomst deze bezieling, deze binding, bewust veroorzaken. Zoals de psychometrist vandaag aan de dag – wanneer hij goed is afgesteld – een voorwerp in handen kan nemen en door de binding die dit heeft met zijn eigenaar, veel omtrent die eigenaar kennen. Zo moet er een ogenblik komen dat de bewuste binding met materiële voorwerpen, zowel als geestelijke stromen, de mens in staat stelt om zich bewust te zijn van een veel groter terrein, dan hij alleen zintuiglijk kan bestrijken.

De leer die de nieuwe wereldleraar steeds sterker begint te ontwikkelen, wijst de mens op deze noodzaak. De noodzaak voor de mens om te komen tot een nieuw soort logica en een nieuw soort denken, een nieuw soort ervaren, tot een intenser deel zijn van de wereld en tegelijk intenser jezelf blijven. Wanneer die leer verkondigd wordt, dan kan dit niets anders zijn dan om deze redenen; de tijden veranderen, de toestand van de wereld is aan het veranderen, de mensheid kan zich aan deze veranderingen niet onttrekken. Zowel het menselijk voertuig als het menselijk denken zullen door de zware druk die daarop staat, een algehele ommekeer gaan vertonen, die kan leiden tot het weer bezielen van voorwerpen door uw gedachten, het geven van vorm aan geest, aan leiders en aan helpers uit de kracht van uw gedachten, terwijl dezen in feite slechts zijn elementalen, die zich uiten in vormen, door u gecreëerd.

Het gevaar voor misleiding en zelfmisleiding wordt steeds groter. Niet omdat er geen werkelijke krachten zijn. Niet omdat het allemaal humbug, of idioterie is, maar alleen omdat de mens niet in staat is te onderscheiden, omdat de mens maar al te veel geneigd is zijn emoties, zijn denken, zijn gevoelens, zijn verlangens, af te reageren en de verantwoordelijkheid te projecteren op anderen. Slechts de mens die enerzijds gebruik maakt van alle capaciteiten, zowel de zuiver stoffelijke zintuiglijke, als die andere, maar daarbij zichzelf zijnde zo goed en zo juist als hij kan tot een verder resultaat kan komen.

Het is niet onze taak om Goden te worden, niet onze taak om te leven buiten het menselijk bestel. Het geldt zowel voor ons als voor u. Het is m.i. onze taak zo intens mogelijk onszelf te zijn met alle gaven en alle capaciteiten die ons gegeven zijn. Niet vragen naar hulp van anderen.

Alleen slechts zoeken naar een steeds groter begrip van ons huidige bestaan, van onze huidige mogelijkheden. Dan mag in ons de zekerheid voortbestaan, dat er nog iets meer is. Dit heeft alleen maar zin als achtergrond. Het heden vraagt de mens, zowel als de geest – niet in een verre toekomst – om de juiste plaats in te nemen in de wereld. Om een juiste werking van geestelijke krachten op deze wereld te ontketenen is het noodzakelijk dat u zelfstandig werkt, denkt en leeft. Niet zoekend naar een verlossing van buiten af. Niet verlangend naar de mannen van Venus, of Mars die u de oplossing brengen van alle aardse problemen. Niet geloven aan het ingrijpen van groot-geestelijke meesters, die ineens door hun kracht en wil de zaak op zullen ruimen. Of zij er zijn of niet, doet niets ter zake. U is de taak gegeven. U leeft in het heden. U hebt de mogelijkheid en de capaciteiten. Beziel geen nachtmerries met uw gedachten, maar leef en denk in werkelijkheid. Dan alleen kunt u – dat althans is mijn idee – en voor uzelf en voor de wereld en voor dat grote dat wij kennen, dat doel van de kosmos waartoe u behoort, een werkelijk Licht en een werkelijke bewustwording bereiken. Het laatste is een geloofsverklaring, die u rustig terzijde kunt leggen.

Juist omdat wij zoeken voor onszelf de juiste plaats te vinden, omdat u als mens voor uzelf zoekt naar de juiste verhouding tussen u en de maatschappij, de juiste instelling, zult u zich niet kunnen onttrekken aan de verplichting – wilt u uzelf zijn en waardig zijn aan de mogelijkheden die in u schuilen – anderen bij te staan en te helpen. Naarmate u zelf verder groeit, zult u er niet aan kunnen ontkomen, zonder uzelf te verloochenen althans, steeds meer de mensheid lief te hebben met die onpersoonlijke en toch zo grote liefde, waarvan ik zo-even een paar voorbeelden gaf. Dat houdt niet in, dat wij nu ook gaan rekenen op het feit, dat een ander het dan wel voor ons zal doen, dat wij, door ons helpen, het recht op hulp van anderen verworven hebben. Op het ogenblik dat wij dit doen, dan scheppen wij van de wereld een verkeerde voorstelling, een verkeerde verhouding. Dat wat van ons uit beheersbaar is, dat wij kunnen kennen, berekenen en aanvoelen, is onze taak. Wat ons van daarbuiten gewordt, zullen wij dankbaar accepteren, maar daar rekenen wij niet op. Daar gaan wij ook niet over zitten nadenken of het wel of niet zal komen. Er zijn heel wat mensen die een weekloon verknoeid hebben in de hoop dat die ene kaart de hoogste zou zijn. Er zijn, helaas, heel wat mensen, die een heel leven verknoeien met alle inhoud en rijkdom ervan, in de hoop, dat die ene kaart die gedraaid wordt, de verlossing zal zijn. U zult dus begrijpen, dat beide stellingen in overeenstemming te brengen zijn, dat zij feitelijk deel vormen van dezelfde gedachtegang.

  • In verband met Scheingestalt. Kan het dan kwaad, wanneer wij een overledene als helper voor de geest halen?

Op het ogenblik dat wij ons realiseren, dat het een schijngestalte is, neen. Op het ogenblik dat wij dit als realiteit gaan aanvaarden en zo, ons zelfstandig denken en handelen daaraan toekennen – niet slechts een aanvulling van ons eigen onvermogen uit onszelf geprojecteerd – ontstaat het gevaar, dat deze schijnbaar zelfstandig handelende figuur, ons leidt op een pad, waar wij eigenlijk beter niet kunnen gaan. Gevaar kan er dus in schuilen, omdat wij een kracht bezielen en het recht slechts hebben krachten te bezielen, indien wij zo deze bezieling kunnen ontnemen op het ogenblik, dat zij niet meer stroken met ons eigen streven en denken.

  • Als je iemand helpt, is dat dus een probleem. Hij mag eigenlijk niet geholpen worden?

Een verkeerde redenering. Er mag wel degelijk geholpen worden, als u het naleest zult u het ontdekken. Hij mag er niet op rekenen, dat hij geholpen wordt. Wij worden redelijk gedreven door degenen, die door vele geslachten hetzelfde al tot een noodzaak maakten en zullen zelfstandig ingrijpen in geval van paniek, of dat nu verstandig is of niet verder, dus onontkoombaar maken. Er zijn heel veel mensen, wanneer het op een geestelijk probleem aankomt, die precies het tegenover gestelde doen. Als zij in geestelijke nood zitten, proberen zij niet eruit te komen en dan blijven zij zitten wachten, totdat iemand komt om ze eruit te halen.

 Dromen en werkelijkheid.

Nu zullen wij eens kijken of er een tweede onderwerp is dat de moeite waard is om te behandelen.

  • Kunt u iets vertellen van de dromen van de mens en de werkelijkheid in de praktijk?

De praktijk is zo, dat de mens altijd droomt van datgene wat hij niet krijgen kan, want als hij het eenmaal heeft, droomt hij er niet meer van.

Als een mens droomt dan kunnen wij aannemen, dat zijn eigen ervaringen, zijn eigen denken, plus zijn eigen begeerten en angsten in elke rol een invloed uitoefenen, onverschillig hoeveel personen, landschappen, zijn voorgekomen in de droom, zij zullen altijd gebonden zijn, juist aan die persoonlijke kwaliteiten. De mens die meent veel te kort te komen, droomt over het algemeen van datgene dat hij het meest tekort komt. Daarbij gaat het lichamelijke vóór het geestelijk tekort. M.a.w., als je te weinig gesprekstof en te weinig te eten hebt, droom je van biefstuk en niet van filosofische betogen. Het is ook heel begrijpelijk, omdat de droom eigenlijk voortkomt uit het lichaam. De droom is een, onverschillig door welke stimulans gewekte reeks van acties en reacties in de hersens zelf, waardoor een illusie ontstaat tijdens een afgesloten zijn van de buitenwereld.

Wie dus droomt schept zich een eigen werkelijkheid, waarin al zijn verlangens en vrees zich volledig manifesteren en wel op de wijze waarop hij ze verwacht had in zijn eigen bestaan en wereld. Als je bang bent voor spoken, dan zie je in je droom vandaag of morgen een wit hemd op je toekomen dat “boe” roept. Wanneer je droomt van avonturen en je hebt gebrek aan daadkracht, dan zul je ongetwijfeld jezelf in een centrale rol in een film waar Douglas Fairbanks – o neen, die tijd zijn wij voorbij – a.h.w. jaloers op zou kunnen zijn. Over het algemeen probeert de mens datgene dat hij dreigt te verliezen in de werkelijkheid, in zijn dromen te redden. Het vreemde is, dat de droom vooruit loopt op de werkelijke gebeurtenis. Want de droom is niet alleen gebaseerd op het redelijke en het kennen van toestanden, of het onderbewuste probleem. Het is gebaseerd op het schema der dingen.

Gebeurtenissen zitten vast aan de tijd. Je moet niet denken dat de tijd eruit ziet als een rechte lijn. Je kunt het beter vergelijken met een soort kristal. Elk kristal heeft zijn eigen structuur.

Wanneer wij op zo’n punt in die tijd komen met een bepaald begeren, dan is het zeker dat deze structuur ontstaat. Hoe wij daarbinnen zullen handelen, weten wij niet, maar wij voelen wel aan wat er in die toekomst is. Wij kennen onderbewust a.h.w. de verdere ontwikkeling van het tijdseffect. Datgene, wat wij dan vrezen en hopen, verwerkelijken wij in overeenstemming met dat patroon. Dat is normaal.

U zou misschien zeggen, dat u in de praktijk er weinig aan hebt. Heeft niet zelfs als een kopstuk als Tenhaeff geschreven over waarschuwende dromen? Heeft men er de laatste tijd niet steeds meer studies van gemaakt? Er moet wel wat van aan zijn. De droom die onthouden wordt, heeft over het algemeen een grote indruk gemaakt, onverschillig of het een wekdroom is, of niet.

Meestal is dit het laatste. De indruk die de deze droom op ons maakt, is tevens een aanduiding van hetgeen wij voorvoelen omtrent de toekomst en erkennen omtrent het heden. Als u wakker wordt met nog steeds die deurknop in uw hand, terwijl u met grote vreugde constateert dat u die trap achter niet hoeft te blussen, omdat hij niet in vlam staat, vraag u zich dan eens af waarvoor u op de vlucht bent, en waarom u geen uitzicht vindt in de toekomst. Dan zult u ontdekken, dat in de praktijk een dergelijk onderzoek wel degelijk zin heeft. Onbewust staat u voor een beslissing en kunt u geen beslissing nemen, terwijl u anderzijds de noodzaak gevoelt een oplossing te vinden. Dat hebt u in uw droom gesymboliseerd.

Wij kunnen ook wel de richting uitgaan van onze vriend Freud, maar dan komen wij eigenlijk meer terecht in de seksuologie dan in de droompsychologie. Ofschoon dat volgens hem hetzelfde was. Daar kon hij ook niets aan doen, want de arme man had een aantal onderdrukte seksuele complexen, die hij in de filosofie heeft uitgeleefd. Dat was zijn droomwereld.

Die droomontleding kan ons altijd dit leren: vaste symbolen bestaan er feitelijk niet. Wel kunnen wij zeggen dat situaties waarin wij in onze droom verkeren, altijd een overeenstemming zullen hebben met situaties, waarin wij hetzij moreel, zakelijk, lichamelijk, of anderszins, maar voor ons weten verkeren, of gaan verkeren. De droom heeft dus altijd contact met onze werkelijkheid. Slechts wanneer de droom niet meer een lichamelijke kwestie is maar een zuiver geestelijke kwestie wordt, wordt het anders. Dan kan het zijn een kwestie van uittreding, of contact met de geest.

Nu begrijp ik wel, als je een droom krijgt, waar je geen raad mee weet, dat je dan zegt, dat die van de geest komt. Wij zullen het graag op onze schouders nemen.

Als je elke droom eens probeert te ontleden en je afvraagt waar jij nu zelf in de knoop zit, dan kun je aan de hand van die droom erkennen hoe je er voor staat. De oplossing geeft de droom niet altijd, soms wel. Dat is een kwestie van het onderbewustzijn, dat meer weet dan het bewustzijn. Als je bewustzijn en onderbewustzijn samenwerken: Twee weten meer dan een.

Je moet maar niet altijd op de oplossing rekenen. Vaak is de oplossing van de droom ook maar een droombeeld, een fantasie. Als je eindelijk de droomsymfonie hebt opgeschreven, dan wordt het hele geval teruggebracht tot “Moeder, er ligt een kip in het water”. Dat rekenkundig probleem, dat je zo knap hebt opgelost, is alleen maar een nekbrekerij voor elke rekenmachine en boekhouder, want zij krijgen nooit dezelfde uitkomst. Denk niet dat die oplossing er is, wel het probleem. U weet dat er in de praktijk wel een zegswijze bestaat die erg nuchter is: Omschrijf mij duidelijk het probleem en de oplossing ligt erin verborgen. Dat is voor u net zo goed waar, als voor ieder ander. Maak je niet teveel zorgen als je veel droomt, maar probeer uit die dromen de nodige nuttige raadslagen te trekken; wanneer je weet wáár het bij jou ergens knijpt, dan weet je ook, hoe je uit de knel komt.

  • Hoe is het met iemand die veel droomt, maar dat hij nooit zijn dromen kan onthouden?

Dat is met zo iemand net zo ongeveer als met die slapeloze, die de halve nacht snurkt en maar drie keer op de klok heeft gekeken. Maar zo iemand heeft het idee veel gedroomd te hebben, omdat hij voor hij ging slapen, of voor het ontwaken vaak heel wat wazige denkbeelden door zich heen laat gaan. Het is lang niet zeker dat zo iemand werkelijk droomt.

Wel is het mogelijk dat zo een persoon zegt, dat hij blij wakker wordt en uitgerust is. Dat hij zo gedroomd heeft, gelukkig, maar hij weet niet precies meer wat. Of omgekeerd, neerslachtig.

Onthoud dit ook. Over een droom die je je niet meer herinnert, moet je je niet druk maken. Want die droom kun je haast niet of nooit terugkrijgen. Dat kan alleen onder hypnose en door een specialist misschien eruit gepeuterd worden. Als je veel droomt, hoef je niet elke keer naar die hypnotiseur te gaan om even te kijken wat je gedroomd hebt. Maak je daar niet te druk om.

Onthoud verder, dat heel veel actiedromen een lichamelijke behoefte uit kunnen drukken. Zoals uw hond of kat soms ligt poot te trekken en daarmee zijn verlangen naar de jacht uitdrukt.

En wanneer die droom een geestelijke werking is, of wij veronderstellen dat, is het helemaal niet meer van belang dat wij weten wat wij gedroomd hebben, want wanneer het dan noodzakelijk is dat wij het weten, wordt het ons gegeven. Jullie hebben zo vaak het idee dat je iets droomt met geestelijke betekenis. Onthoud nu dit: Hoe drukker je je maakt om het te pakken te krijgen, hoe zekerder het is dat je het nooit meer krijgt. Die dingen moet je laten rusten en laten bezinken, dan komen ze, wanneer het noodzakelijk is, vanzelf naar boven. Hoe harder je loopt, hoe harder hetgeen je zoekt voor je vlucht.

  • Droomt u in uw sfeer ook nog?

Neen, ik heb zelfs last van slapeloosheid en ik heb er geen last van dat ik niet slaap.

  • Denkt u dan altijd door?

Ja, ik denk altijd door. Dat wilde ik net gaan vertellen, zeg. Ik slaap niet in uw zin, maar ik wissel een bewust leven af op twee verschillende niveaus. Het ene niveau is werken, wat ik nu doe bv., wanneer ik een ander ga helpen, wanneer ik eens over uw schouder kom kijken. Het andere is leren. Die twee staan tot elkaar als slaap t.o.v. waken bij de mens, tenminste als hij goed is. Ik werk ongeveer 2/3 van de voor mij geldende tijd tegen 1/3 ten hoogste dat ik leer. En leren en werken is beiden een soort ontspanning. Heb je misschien gemerkt, dat ik veel van praten houd? Zo zijn er veel dingen die ik graag leer. Maar omdat het bewustzijn van de ene fase wordt overgebracht in de andere fase, kunnen wij ook wel zeggen dat er van slapen geen sprake is. Een dag van mij kan in uw opvatting maanden duren en één nacht van mij soms minuten, maar soms jaren of eeuwen. Dat ligt namelijk niet aan vermoeidheid, maar het ligt aan de daadkracht die ik bezit, of het verlangen tot leren, dat ik bezit. Want dat bepaalt de tijd, dat ik mij in een of andere toestand bevind.

Hoe ik leer? Eigenlijk op een andere manier dan jullie. Ik leer namelijk door te absorberen. Niet door te luisteren en te overdenken, zoals jullie doen, maar door te beleven. In gekkenhuizen hebben zij de gewoonte om hun patiënten uit te laten spelen, dus een rol te laten spelen, waardoor zij bepaalde situaties beleven en daaruit iets kunnen leren. Stel je nu voor, dat ik dus met anderen, die veel wijzer zijn, een situatie doormaak, waarin ik mijzelf ben. Ik heb gelijktijdig een soort taak, ik moet iets uitbeelden, ik moet iets zijn. Door dat te doen, maak ik fouten. Die fouten worden door de anderen gecorrigeerd, waardoor ik in mijn volgende handelingen steeds logischer word volgens dit hogere begripsniveau. Zo peuter ik langzaam alle knopen die nog in mijn wezen zitten, er wel uit, en krijg daarvoor in de plaats dus een kennen van situaties die ik misschien wel heb doorgemaakt, maar nooit zo heb overwogen. Ik dring door in de kern van de zaak en hoe meer ik van de kern van de zaak weet, hoe beter het mij mogelijk wordt, maar om duidelijk en scherp uit te drukken wat een probleem is, om voor mijzelf kort en bondig vast te stellen waar het om gaat enz. enz.

  • Dus geen concreet denken eigenlijk?

Op het ogenblik dat ik niet concreet ben, kan ik wel op de maan gaan zitten. Als ik niet werkelijk zou zijn, wat zou het dan voor zin hebben te leven? Concreet denken, natuurlijk…..

  • Maar u hebt toch geen hersens meer?

Als wij het moesten redden met die hersens van jullie, dan zouden wij nooit een stap verder komen. Neem mij niet kwalijk: het was er uit, voor ik het wist… Dat wij geen hersens hebben weten wij zo langzamerhand. Er zijn minstens verslagen aan te wijzen, waarin een omschrijving staat van hetgeen wij zijn. In ons is een bewustzijn zo goed als in u. Dat bewustzijn is net zo goed gefixeerd in het voertuig dat wij hebben, als bij u in het lichaam. Het gevolg is dus, dat ons denken volkomen concreet is, alleen dat dit concrete een andere standaard kent dan de uwe, maar omdat dat zo moeilijk te vertellen is, vertel ik het in voor u toegankelijke beelden, zelfs al moet ik er dan een gekkenhuis bij halen.

  • Stelt die absorptie u in staat de lezing die u vanavond hier houdt, in het Nederlands, in andere plaatsen in andere talen te houden?

Neen. Wij spreken geen taal. Dat is het beroerde. Wij denken. M.a.w., wij hebben één universele taal, dat is: De gedachte. Als wij een taal nodig hebben, moeten wij iemand zoeken, uit wie wij die taal kunnen putten, bij voorkeur het medium, dan gebruiken wij het medium als vertaalmachine. Dan heeft hij ook wat te doen. Als er een vreemde taal moet worden gesproken, halen wij er iemand bij die de taal uit een vorig bestaan kent en die zorgt dan wel dat de vertaling in orde komt als het medium het niet kan.

Vragen.

  • Dr. R. Steiner had het standpunt dat er geen nieuwe wereldleraar meer verwacht kan worden. Volgens het Nieuwe Testament zou de Christus eenmaal terugkomen “in een wolk”. Dit sluit in, dat geen persoon zich als wereldleraar zal manifesteren, maar dat het zaad van de christelijke – geen kerkelijke – idee levendig zal worden onder de mensen. Dit sluit niet uit, dat er groten komen van formaat, die alleen reeds door hun aanwezigheid en de kracht van hun wezen, Licht uitstromen en de sfeer verbeteren, zoals praktisch eenieder, die werkelijk de christelijke idealen beleeft en in de sfeer van de Christuswereld leeft.

Daar kan ik alleen maar een opinie over geven. De werkelijk christelijke leer is de laatste fase geweest van een individuele vrijwording van de mens. Hier is een pad aangegeven, dat veel verder gaat dan het mens-zijn zelf. Het is dus niet mogelijk om een totaal nieuwe leer te brengen. De ervaring leert ons ook, dat in het verleden, steeds wanneer een leer moest worden aangepast aan de tijd, of in godsdienstige dogma’s was verstikt, een nieuwe leraar optrad, die deze lering een inhoud gaf, passend bij de nieuwe tijd.

Wanneer wij over een wereldleraar spreken, dan is dit feitelijk hetzelfde, of Jezus hernieuwd op aarde komt, omdat wederom zijn wezen en werken worden uitgedragen. Er is echter één punt wat men misschien uit het oog verliest: Het christendom zelf en degenen die een christelijke wereldbeschouwing hebben, vormen een grote minderheid op deze aardbol. De anderen moeten ook komen tot eenzelfde weg. Dat kan niet langs een dogmatische weg, omdat zij hun eigen dogma’s en geloof hebben.

Er zijn in alle geloofsvormen gelijke leerstellingen verwerkt; indien wij ons de moeite geven om de hoofdleringen als boeddhisme en islam na te zien, dan vinden wij daarin dus dezelfde leerstellingen die ook in het christendom liggen. De nadruk op deze punten van overeenkomst door een nieuwe leraar zou de aanleiding kunnen zijn tot een nieuwe leef- en denkwijze, waarbij godsdienstige verschillen wegvallen en een juister beleving, één individuele beleving van de Goddelijke kracht mogelijk wordt. Jezus heeft ook niet geleerd dat wij in groepen of kudden moeten beleven. Hij heeft geleerd dat elke mens Zijn voetsporen moet volgen om zo te komen tot de Vader. In deze zin werkt de nieuwe wereldleraar. Over de naam zullen wij niet twisten. Wat mij betreft noemt u hem een Grote, of Verlichte. Dat maakt weinig uit. Dat hij echter een nieuwe impuls zal betekenen voor het geestelijk deel van deze wereld, zoals Jezus dat in Zijn tijd heeft gedaan, is o.i. onomstotelijk waar en wij moeten hem dus in deze zin gelijk stellen met Jezus.

Verder wil ik nog opmerken, dat dhr. Steiner zijn standpunten en theorieën heeft verkondigd naar zijn persoonlijk inzicht en zijn persoonlijke bewustwording in een tijd die niet zo kritiek was als de huidige, zodat de noodzaken, die thans overal kenbaar worden, in zijn tijd zich nog niet zo dringend gemanifesteerd hadden.

  • Hoe kunnen wij ons wapenen tegen de verborgen verleiders die op ons onderbewustzijn worden afgevuurd en die onze geestelijke vrijheid belagen? Ook stoffelijk.

Die verbogen verleiders zijn in de eerste plaats van belang in het advertentiewezen, daarnaast in alles wat daarmee samenhangt, zoals bepaalde vormen van religie, politiek e.d. Over het algemeen kunt u aannemen dat de verborgen verleider op uw speciale voorkeur een aanval doet. Voorbeeld: In Nederland zijn Amerikaanse Lucky Strike, Chesterfield e.d. zeer geliefd. Er worden nu andere sigaretten uitgebracht in verpakkingen die daar veel mee gemeen hebben. Een soort associatie vormen. Wanneer u iets koopt om het pakje, dan zal het dus blijken, dat u zich heeft laten overhalen. Over het algemeen is de verborgen verleider er steeds een die u zegt: Hier hebt u een bijzonder koopje gemaakt. Er bestaan geen koopjes, want u betaalt precies alles wat u werkelijk krijgt, ook al is misschien een deel van de prijs niet in een directe waarde omzetbaar, als bv. bij TV.

Als u een tv-toestel koopt, omdat dit ding nu ƒ400, of ƒ 600, onder de werkelijke prijs wordt aangeboden, dan kunt u zich daarbij realiseren dat in de eerste plaats hier niet de handelaar afstand doet van een zeker percentage winst, maar dat hij daarentegen u een apparaat verkoopt, dat dus een mindere kwaliteit heeft en waarbij u op service geen aanspraak kunt maken. Wanneer wij de waarde van de service over bv. een vijftal jaren willen schatten op een bedrag van ƒ 50 per jaar, dan is dat 250 gulden. Als wij verder het feit, dat u een apparaat in handen krijgt, dat tweede keus is en dus grotere kans tot gebreken heeft, eveneens op dezelfde prijs waarderen, dan zal blijken, dat u over het algemeen niet goedkoper, maar over het algemeen duurder uit bent. U weet dit niet. M.a.w.: Wanneer u onvoldoende informeert en op een dergelijk iets af gaat, dan zult u daardoor een teleurstelling ondergaan en hebt u zich inderdaad door de verborgen verleider laten verleiden. Indien u zelfstandig nadenkt, dan zal dit veel minder snel gebeuren. Wanneer u een advertentie leest, dat u met watertje A jong en schoon blijft, dan zult u zich realiseren, dat die belofte nooit verwerkelijkt kan worden. Uit het feit, dat een dergelijke overdreven reclamecampagne noodzakelijk is, blijkt dus, dat het product een zeer grote winst oplevert, dan krijgt u minder waar u recht op hebt, dan wel wat niet de kwaliteiten bezit van zelfs maar een redelijk schoonheidsmiddel.

Indien u zich voortdurend hierop baseert, dan zult u wel begrijpen dat dergelijke suggestieve waarden gemakkelijk bestreden kunnen worden, wanneer u zich het onlogische van de reclame en ook de gebruikte methoden maar voortdurend voor ogen stelt. “Buurvrouw, hoe komt het toch dat uw was witter is dan de mijne?” Dit is kolder, omdat het grootste gedeelte van de wasmiddelen uit volkomen dezelfde bestanddelen zijn opgebouwd en slechts weinige patenten bestaan van werkelijke belang. Elk synthetisch wasmiddel heeft een gelijke waarde. Enkelen hebben bijvoegingen, waardoor zij bijzondere kwaliteiten krijgen. U kunt die middelen echter zelf naar eigen keus en na proefnemingen uitkiezen, nooit alleen aan de hand van de reclame.

Wanneer men u in de politiek belooft een vermindering van belasting en verhoging van sociale zorgen, dan kunt u begrijpen dat dit onmogelijk is. De staat kan dit niet dragen. U zult dus moeten betalen voor de sociale lasten, of een belastingvermindering krijgen ten koste van vermindering van regeringsmaatregelen.

Indien u zich dit realiseert, zult u een ieder die u vertelt dat hij het paradijs op aarde brengt, eenvoudig links laten liggen, omdat hij geen recht heeft dit te vertellen. Wanneer iemand op aarde u vertelt, dat hij alleen in staat is te zorgen dat u een goede plaats in de hemel krijgt, dan vraagt u zich natuurlijk onmiddellijk af, waarom hij er zelf dan al lang niet zit. Dergelijke onlogische beweringen kunnen met enig nadenken onmiddellijk gevonden worden. U hebt voorkeur voor bepaalde kleuren. De mensen associëren bv. wit en groen met reinheid. Blauw is over het algemeen een koele kleur, maar kan ook zuiverheid suggereren. Daarentegen rood is gezelligheid en warmte. Deze suggestie van de kleur wordt dan ook gebruikt om u een bepaald pakje te doen kiezen. U zult ontdekken, dat een bepaalde sigaret zichzelf koel noemt en dus een wit-groene verpakking heeft. Een ander beveelt zich aan voor kalmte, dus in feite gezelligheid en gemoedelijkheid, dus een rode verpakking. Weer een andere biedt zich aan als van bijzondere selecte kwaliteit en de verpakking is wit en zilver. Hier heeft men een associatie van bepaalde kleuren met bepaalde waarden gebruikt om u te overtuigen van een inhoud, die lang niet altijd beantwoord aan het uiterlijk.

Op dezelfde wijze kunt u dit bij de voedingsmiddelen zien. Hoe mooier het voedingsmiddel verpakt is, hoe groter de vraag is. Of achter de mooie verpakking een gelijksoortige kwaliteit schuilt…… Het is niet voor niets, dat de goedkoopste doperwten achter de mooiste plaatjes schuil gaan. Indien u zich realiseert, dat niets voor niets kan worden gevonden, dat prijsverschillen van 10 tot 12 % mogelijk zijn, maar nooit grotere, gezien de vraag- en aanbodpositie op de markt, dan zult u zich ook realiseren, dat u dus, uitgezonderd in welbepaalde gevallen, waar prijsopdrijving heeft plaatsgevonden, verstandiger doet om te kopen naar de prijs en de ervaring en niet naar de aanbeveling. Dit geldt zowel voor levensmiddelen en andere verpakte artikelen, als zelfs dat schitterende kostuum, dat u in de postorder zo mooi zag staan en dat u zo voddig om het lijf hangt, omdat het niet precies uw maat is, als de politieke beloften van een algehele vrijheid of algehele belastingvermindering e.d. en de religieuze beloften van een uitverkiezing, een eeuwigheid, een kans tot groter bewustwording e.d. De dingen, die geadverteerd worden, worden geadverteerd, omdat zij slechts ten dele kunnen beantwoorden aan hetgeen de adverteerder zegt. Adverteren namelijk betekent: overdrijven. Wanneer die overdrijving op een fijngevoelige manier wordt gebracht, realiseert u zich dat over het algemeen niet.

  • Waarom, waartoe en hoe moet men bidden? Waar God ieder kind kent, zijn noden weet en geeft naar Zijn inzicht en wil, is het dan nodig Hem te bidden? “God wil gebeden worden” staat in de Bijbel. Is dit zo?

Het ligt eraan wat je onder bidden verstaat. Bidden is het erkennen van God. Waarom moet gebeden worden? Omdat de mens slechts door zich voortdurend voor ogen te houden dat er een God bestaat, zich in voortdurende harmonie met die God op de wereld kan handhaven en bewegen. Waartoe? De mens bidt tot God om de kracht te putten uit de verzekering dat altijd een wezen, dat groter en machtiger dan hijzelf is, een liefde heeft voor hem en de wereld.

Hoe? Men bidt het beste door te handelen volgens Gods wil. Is dit niet mogelijk, dan danke men God voor hetgeen Hij gegeven heeft. Men vermijde God te veel te vragen. God kent alle noden en bedelen zou Hem ongetwijfeld, als Hij geen God was, kittelorig maken. Dat God alle vragen zou moeten beantwoorden die Hem voortdurend worden gesteld, zou Hij het net zo druk krijgen als een minister van financiën, die bovendien nog in de Raad van Europa zit en bovendien nog UNO-conferenties bij moet wonen. God kent onze noden. Als wij God erkennen, ons bewust zijn van Gods liefde, dan zullen wij door ons eigen streven uit God alle kracht ontvangen die noodzakelijk is om ons streven tot het doel te voeren.

  • Is het astrale gebied een verzamelnaam voor zomerland, schaduwland, enz., of staat het apart daarvan? Waarin verschilt het astraal gebied dan van die andere werelden? Welke plaats heeft het in ons bestaan, in zowel voor als na de stoffelijke dood?

Het astraal gebied is een fijnstoffelijke wereld, waarbij dus een directe binding met de stof bestaat en groeperingen van kleine materiedelen voorkomen met gelijke, zij het op andere basis samenhangende waarden, op aarde bestaat. Als zodanig is dit een gebied, waarin de gedachten vormend kunnen werken. Juist hierdoor hebben wij ons hele leven contact met deze wereld en kunnen zowel vóór als na het leven met deze wereld contact behouden. Het is een soort niemandsland tussen de sferen, zowel als de duistere, en de aarde. Voor de geest is door de gedachte een bouw van vorm in deze fijne materie eenvoudiger mogelijk, dan het zich materialiseren op aarde. Voor de mens is het eenvoudiger mogelijk zich in de astrale wereld te realiseren, dan in de wereld daarbuiten.

De z.g. duistere werelden liggen niet in het astraal gebied, maar liggen daarnaast, of eronder. De lichte werelden liggen daarboven. Zij zijn allen van minder materiële inhoud dan de astrale wereld, doch hun eigen trilling, ritme, t.o.v. de kosmos bepaalt de wijze waarop zij bestaan en waarop degenen die in die sferen leven, zich bewust zullen zijn van zichzelf en hun omgeving. Het astrale gebied is belangrijk, omdat het een binding vormt tussen stof en geest en als zodanig een astraal voertuig in de mens leeft, dat ook voor hem een middel is van de geest om zich in de stof uit te drukken, terwijl de ervaring van de stof door middel van het astrale voertuig kunnen worden overgebracht naar mentale en hogere voertuigen.

  • Wat bedoelt u met onder en boven in dit geval?

Wij moeten dus uitgaan van een gemiddelde trillingswaarde, een gemiddelde bestaanswaarde. Wij spreken hier over trilling, omdat wij hiermede de gedachte proberen aan te duiden. Wanneer die gedachtetrilling egocentrischer is en de buiging daarvan groter, dan spreken wij van lager. Als daarentegen een meer kosmisch begrip ontstaat en dus de buiging van de gedachte het gebied daardoor omvat, minder beperkt is, dan spreken wij van hoger. Het zijn geen richtingsaanduidingen. Het is slechts een bepaling van een plaats op een groeiende scala van bewustzijn t.o.v. deze wereld. Zij kunnen allen op dezelfde plaats bestaan en verschillen in zich alleen door hun onderling bewustzijn en hun bewustzijnsvorm, zo sterk, dat zij gelijktijdig op dezelfde plaats kunnen bestaan, zonder elkaar waar te nemen. Wij kunnen ons dit het best voorstellen, wanneer wij verschillende uitgezette gassen door elkaar heen laten trekken, dan kan door metalliek gas bv. door gewoon gas heen te voeren, een effect bereikt worden, waarbij de ene gaswolk zonder de andere te ontdekken, of daarop te reageren, zich weer verwijdert in een andere richting. Denkt u eens aan de proeven die in dit opzicht zijn genomen in Leiden en daarnaast in de grote laboratoria van Siemens bij Berlijn.

  • Er is geen plaatsbepaling op aarde?

Neen. Het is eerder een verhoudingsbepaling ten overstaan van elkaar. Als ik zeg dat twee werelden naast elkaar bestaan, dan bedoel ik daarmede, dat deze twee werelden gelijktijdig op dezelfde plaats kunnen bestaan, maar in perceptie zozeer uit fase liggen, dat zij elkaar niet bemerken.

  • Weten zij, dat zij elkaar doordringen?

Dat weten zij zelf niet. Maar iemand, die beide fasen kan zien, ziet beide werelden, ziet hoe zij elkaar doordringen en eventueel zelfs elkaar beïnvloeden. Alleen voor een buitenstaander is dat vaststelbaar. Indien een der bewoners van een van deze werelden uit de fase zou komen met zijn normale omgeving, zou hij een deel van de verschijnselen van die andere wereld kunnen waarnemen.

  • Kunnen helderzienden deze verschijnselen wel waarnemen?

Onder omstandigheden, maar lang niet alle helderzienden zijn helderziend op deze wijze, doordat zij tijdelijk uit fasen komen met hun normale omgeving. Bij de meesten is het eerder een aanvoelen van bepaalde waarden, die via een soort illusie worden geprojecteerd door de erkende en blijvende werkelijkheid van eigen wereld. Er zijn dus wel enkele helderzienden en ook mensen, die eigenlijk helemaal niet helderziend genoemd mogen worden, die toch onder een schok bv., of onder invloed van anderen die andere wereld kunnen herkennen.

  • Wilt u iets vertellen over uittreding?

Onder uittreding wordt verstaan: Het projecteren van het bewustzijn, meestal vergezeld door enkele geestelijke voertuigen buiten het lichaam, hetzij in een der sferen, dus geestelijke bewustzijnsniveaus, dan wel op eigen wereld. Dan is dat meestal een verschil in plaats. Uittreding kan onder omstandigheden zelfs in tijd geschieden, waarbij het ik dus belevenissen doormaakt die in de toekomst, of in het verleden liggen, volgens het tijdsconcept van eigen omgeving.

Bij de uittreding bestaat het gevaar dat dit door een astraal voertuig wordt meegenomen, men kan worden gekwetst door astrale invloeden. Dat houdt in, dat dus bepaald krachtstromen, ook van sommige hoog frequente krachten rondom op aarde, een verwonding aan het astraal voertuig teweeg kunnen brengen, die ten dele of geheel wordt gereproduceerd in het lichaam na een wording. Als zodanig is dit gevaarlijk.

Verder kan het voorkomen, dat men door angst bevangen, de weg niet meer weet terug te vinden tot het eigen lichaam. Dus de gisassociatie ego en lichaam tijdelijk uit het oog verliest.

In een dergelijk geval kan, een scheiding van deze beiden ontstaan, waardoor een hartverlamming optreedt. Men noemt dit dan sterven door uittreding, ofwel het breken van het levenskoord.

In de praktijk zal uittreding dan alleen bruikbaar zijn, wanneer men hierdoor in z.g. hogere geestelijke gebieden – wat bewustzijn betreft hoge geestelijke gebieden – bepaalde indrukken kan opdoen. Uittreding op een plaats, dus hier op aarde, wordt door sommige magiërs gepraktiseerd en behoorde tot voor kort tot een vast nummer eigenlijk, dat de fakirs in Indië kenden. Ook sommige tovenaars in Afrika, en voodoo-artiesten in Midden-Amerika kenden datzelfde kunstje. In deze gevallen wordt meestal gewerkt met het astraal voertuig en daardoor met een verhoogd risico voor de magiër.

  • Ik heb iemand ontmoet die sterk mediamiek is. Hij ziet zichzelf bij herhaling buiten zijn lichaam. Ik heb gemeend dat dit geen uittreding was. Wat, weet ik niet.

Wanneer hij zichzelf buiten zijn lichaam ziet, kan het nooit uittreding zijn. Slechts wanneer hij van buiten zichzelf zijn lichaam ziet, kan onder omstandigheden van uittreding sprake zijn, maar zelfs dan is de binding tussen lichaam en het waarnemingspunt zo groot, dat hier niet van een feitelijke uittreding gesproken kan worden; naar m.i. kunnen wij gemakkelijker zeggen dat de waarnemingscentra ten dele uit het lichaam worden uitgestoten en dus een geestelijke waarneming bij een begin van uittreding plaats vindt. Een werkelijke uittreding brengt met zich mee, dat men, zodra men zich tot het lichaam wendt, zich daarmee, soms na een waarneming van dit lichaam, weer als eenheid bevindt. Het zien van het lichaam brengt associaties: Dit ben ik. Deze gedachte alleen is voldoende om de geestelijke waarnemingscentra weer samen te doen vloeien met de stoffelijke.

 Het schone woord.

  •  De orgelman

Zeurderig gaat een melodietje,

dat door de luchten fluit,

klankenregen als een zegen,

plots geblust en eensklaps uit.

Het rammelen van een centenbakje

door een roodgejaste aap

en een dreunerig melodietje zeurt,

als had het orgel slaap.

De orgelman kent niet de vreugde

van de melodie, die hij u baart.

Hij ziet slechts,

wat de roodgejaste makker

wel aan gelden heeft vergaard.

Een orgelman treft je in het leven zo vaak,

een, die er voor jou leeft

en streeft en wacht,

of voor dit streven

het leven ook hem vreugde geeft.

Je ziet zo vaak een mens je dienen,

je begrijpt niet het hoe en het waarom;

het lijkt, alsof stom en stil verlaten

misschien in eenzaamheid verwaten

een mens je dient, zonder te beseffen,

wat je bent, waarom je leeft.

Maar is het niet, dat de orgelman,

die in de melodie geen vreugde heeft,

maar werkt slechts voor het loon.

Neen, orgelman wil ik niet wezen,

niet voor dit leven, of voor enige sfeer.

Ik verlang van het leven melodie,

en vreugde en meer.

ik wil de klank mijzelf geven,

ik wil spelen met de melodie.

Ik wil schrijven, in gedachten,

woorden, zoals ik het leven zie.

Ik wil beelden in kleuren,

in vormen en in lijnen:

mijn ideaal en mijn eeuwigheid.

Ik heb geen behoefte aan loon.

ik heb geen aapje,

dat ik aan een band geleid,

of dat het mij nog wat verdient,

geef mij de zuivere melodie.

En mag het dan een orgel zijn:

dat hindert niet,

wanneer ik zelf slechts vreugde ken,

wanneer ik vreugdig eeuwig ben

met God in harmonie.

image_pdf