De geest aan het werk

uit de cursus ‘De wereld’ (hoofdstuk 8) – mei 1974

De geest aan het werk

Wessac is altijd zo een beetje het symbool van wat er allemaal gaat gebeuren. De krachten die worden uitgestort zijn natuurlijk altijd primair licht, maar er zijn randverschijnselen. Die randverschijnselen laten enige conclusies toe. Juist omdat deze wereld in haar geheel en de mensheid die daarop leeft sterk verbonden zijn met de krachten zoals we die hier in het bijzonder tot uitstorting hebben zien komen en de randverschijnselen veelal iets weergeven van hetgeen zich in de tijd gaat afspelen, zou ik deze avond over dit fenomeen het een en ander willen zeggen.

Een rode hemel en daarvoor wolken zoals sommige fabrieksschoorstenen die uitbraken: giftig groenachtig. Dat is een symbool. Als je dat gaat herleiden, dan zeg je, hier is een nieuwe vitaliteit op komst; maar het is een onrustige vitaliteit. Het ergste is wel dat daarin allerlei opstandigheden tot uiting gaan komen. De mensen leven niet naar de werkelijkheid, maar naar een geloof. Een geloof echter dat niets te maken heeft met de werkelijkheid. Het is dit facet van de uitstorting van krachten waardoor ik het meest werd geboeid.

Als je de wereld ziet, dan weet je die wereld leeft, die wereld vibreert. Als je de krachten ziet, dan weet je, die krachten zijn op zichzelf zuiver. Maar op een Wessac-feest is er een mengeling van de krachten van de mensheid, de krachten van de kosmos en de krachten van de aarde. Drie stromen komen samen, terwijl het levende licht (de werkelijke kracht) neerstroomt, zie je de nevenwerkingen die door die kracht ontstaan en vraag je je af, wat moet dat betekenen? Wat is er aan de hand met de wereld? Wat is er aan de hand met de mensheid?

Wel, de wereld blijkt, gezien enkele verschijnselen, waaronder een vreemde paarlemoer glans, op het ogenblik bezig te zijn met zichzelf weer op te laden. Het ziet ernaar uit dat deze aarde over enige tijd bijzonder actief zal zijn. En dan doel ik hier niet alleen op natuurrampen, welke alleen maar de buitenkant betreffen, maar ook op een verandering in de kernactiviteit van de aarde. Ze wordt weer eens wakker in meer stoffelijke zin en ze krijgt meer belangstelling voor haar onmiddellijke omgeving. Dat is begrijpelijk. De aarde beschouwt normaal de mensheid wel niet als zo belangrijk (ze ontvangt alleen flarden van het gemeenschappelijk denken van de mensheid), maar ze reageert soms op zeer bijzondere verschijnselen die zich op aarde voordoen. Dan is ze wakker voor de mensheid en reageert veel sterker dan tevoren op alles wat er plaatselijk in de mensheid gebeurt. Misschien moet ik hier een vergelijking geven.

Als een vlieg rond u zoemt terwijl u slaapt, dan zult u heus wel een beweging maken om dat beest weg te waaien. Maar als u wakker bent dan wordt u door diezelfde vlieg geïrriteerd en u gaat daar achteraan. Een dergelijk verschil zou ik, gezien de tekenen in de komende periode, voor de wereld kunnen verwachten. Het is alsof de wereld zelf haar aandacht meer in focus brengt op de mensheid, op alle leven trouwens en op alles wat er zich rond en op haar afspeelt, op alles wat denkt. Het is alsof ze van daaruit van plan is nu eens even orde op zaken te gaan stellen.

Als je dat als mens hoort, dan denk je waarschijnlijk aan onmetelijke rampen e.d.. Die mogelijkheid is natuurlijk nooit geheel uitgesloten, maar waarschijnlijk is het eigenlijk niet. De aarde heeft een eigen uitstraling. Die uitstraling beïnvloedt de mens. Ik ben zo vrij geweest om enkele indrukken nog even te verifiëren.

Als wij op het ogenblik het gemiddelde van de mensheid nemen, dan blijkt er een daling van energie en een stijging van prikkelbaarheid ken­baar te zijn. De kosmische krachten hebben dat wel enigszins gestimu­leerd (we zitten aan het einde van een rood invloed), maar toch is dit niet zonder meer helemaal verklaarbaar.

Als we kijken naar de aarde, dan blijkt dat de eigen reactie en uitstraling van de aarde aan het veranderen zijn. Dat zijn dingen die waarschijnlijk ook in de atmosfeer tot uiting komen. Het kan een verandering betekenen van bijvoorbeeld de gemiddelde temperatuur, maar het kan ook betekenen, en dat is heel wat belangrijker, dat er in de relatie tussen atmosfeer en aarde een verandering komt. Dat zou een lichte chemische verandering kunnen zijn. Het zou ook een verandering van ionisatie-effecten kunnen zijn. Hoe het ook zij, deze invloed zal aan de mens zeker niet ongemerkt voorbij gaan. Hij zal zich geplaatst zien voor de noodzaak om zich aan te passen aan een nieuwe situatie. Hij zal daarbij ontdekken dat elke neiging om te forceren eigenlijk alleen maar nadeel brengt. Het is een tijd waarin aanpassing voor de mens een grote slagzin wordt, een sleutel zelfs.

Een ander aspect dat opvallend was, wij zagen weer, en dat is een aantal jaren geleden ook gebeurd, bepaalde figuren in lichtkleuren. Vanuit menselijk standpunt zou men kunnen spreken van gestalten. Geen engelen, cherubijntjes zien we daar nooit. Gestalten als van wezens, van persoonlijkheden van een andere, hogere orde, die naast de lichtvloed als het ware naar beneden schenen te reiken. Ook hun kleuren vielen mij op. Er was een kleur bij van een metaalachtig lichtend blauw. Er was een andere figuur waarvan de kleur tussen rose en rood in lag. Beide figuren representeren, naar ik meen, grote kosmische invloeden, die kunnen gaan tot aan de Heren der Stralen toe. Dat zou kunnen betekenen dat bepaalde mensen op aarde, die tot een zekere straal behoren, een sterke stimulans krijgen. Metaalachtig blauw, een zekere hardheid, maar daarnaast een nieuwe vorm van logica, een nieuwe vorm van weten misschien. Naar rood zwemend rose, een verandering van energiepatronen waarbij hartstocht wel eens zou kunnen omslaan in een zich vernietigend fanatisme enerzijds en een wonderlijke tederheid anderzijds.

Wanneer deze krachten zich inderdaad het komende jaar, of misschien nog wel langer, gaan bezighouden met de wereld, dan zou een splitsing van de mensheid bijna onvermijdelijk zijn. Maar gelijktijdig moet de aarde zelf eveneens op die kracht reageren.

De wereld is nu eenmaal niet alleen maar de stoffelijke wereld. Er zijn vele bezielde krachten in en rond de aarde. Ze hebben allen een mate van besef en een deel van hen valt inderdaad onder de genoemde stralen. Dit impliceert dat ook zij zullen reageren, en wel op dezelfde manier.

Als ik denk aan de hardheid en gelijktijdig aan het weten, dan zou dat van de aarde uit gezien “openbaring” moeten zijn. Het is alsof een deel van de natuur zich plotseling zeer logisch gaat gedragen, maar gelijktijdig een regelmaat, een hardheid krijgt waarbij het toeval bijna uitgeschakeld lijkt. Aan de andere kant zien wij dat wat wij hartstocht noemen, moed en dergelijke de vorm krijgt van tederheid. Dat zou volgens mij vooral op het element Vuur en daarnaast op het element Lucht moeten slaan (daarin zitten de meeste krachten die er mee verwant zijn) en dat zou kunnen betekenen dat er eigenlijk veel minder gebeurt dat gevaarlijk is. Als er vuur oplaait, dan vernietigt het. Maar vuur kan ook vernieuwend werken, als het maar beperkt blijft. Ik meen dat dit verschijnsel in de komende periode sterk kenbaar zal zijn.

Klimaatverandering verwacht ik op sommige punten ook. Ik heb het gevoel dat voor de streken, die zeer veel droogte hebben gekend, in het komende jaar die droogte voorbij zal zijn.

Een andere vraag is of de mensheid in staat zal zijn om die ver­andering van de wereld zonder meer te verwerken. Ik denk dat er be­paalde groepen zullen zijn die sterk onder spanning komen te staan. En dat zou inderdaad ook kunnen inhouden dat men nieuwe wapens ergens in de strijd werpt; dat men overeenkomsten gaat schenden; dat men een nieuwe vorm gaat zoeken van het elkaar overvleugelen. Het is mijns inziens heel goed denkbaar dat er in dit jaar bepaalde satellieten om­hoog worden gebracht, die in staat zijn om met bepaalde wapens de aarde a.h.w. gevangen te houden. Dat zijn allemaal mogelijkheden die je zo af­leest in de randverschijnselen. Nu is ‘Wessac’ natuurlijk maar een naam. We houden die naam maar aan, omdat het zo gemakkelijk is. Want als je iets altijd aap hebt genoemd dan kun je misschien later ontdekken dat het eigenlijk een mens is, maar dan blijf je aap zeggen. Op dezelfde manier zeggen wij dus Wessac te­gen verschijnselen die van meer kosmische aard schijnen te zijn in deze tijd dan ooit te voren.

Er is altijd al sprake geweest van iets wat wij goddelijke Kracht noemen. Maar de wijze waarop die kracht zich thans steeds meer gedifferentieerd toont, maakt haar tegelijkertijd meer benaderbaar. Maar aan de andere kant voor ons minder direct goddelijk. Het is alsof er ergens een prisma wordt geschoven tussen de primaire scheppingskracht en dat­gene wat je ook in de hogere geestelijke sferen, maar zeker ook op aar­de, van die kracht van het scheppende kunt ontdekken. Er zijn bepaalde dingen die zich scherp kunnen aankondigen. Ik zou hiervoor een vergelijking willen gebruiken.

Als je een spectraal analyse maakt, dan ga je het licht breken waardoor het in banden uiteen valt. Als je die banden zuiver genoeg kunt constateren, dan zijn er wat je noemt zwarte banden. Dat zijn elementen die wel of niet aanwezig zijn. Je kunt het al of niet aanwezig zijn van bepaalde invloeden aflezen aan de dingen die eigenlijk niet tot uiting komen. Als je altijd alle kleuren hebt gezien en er ontbreekt een kleur, dan is dat de aanduiding van een invloed, als er dus iets niet is, dan maakt dat iets duidelijk omtrent hetgeen er wel is.

Als ik dus naar die uitstorting van krachten kijk, dan kijk ik niet alleen naar alles wat er te zien is. Ik kijk ook naar dingen die er niet zijn. En wat blijkt er niet te zijn?

In de eerste plaats. Levenskracht of levensenergie schijnt zich te wijzigen. Dat zou impliceren dat je om voldoende levenskracht in je te voelen, jij je moet afstemmen op een andere golflengte; dus een andere wijze van denken dan tot nu toe het geval was. Zeker voor zover geeste­lijke en zelfs psychische factoren daarbij in het geding zijn.

In de tweede plaats viel mij op dat we een lange tijd sterke flit­sen voor geweld hebben gehad; gericht geweld dus, gerichte conflicten.

Die waren er nu niet; ze ontbraken. Er moet dus iets aan de hand zijn waar­door deze directe aanduiding ontbrak. Vooral omdat er in de nevenver­schijnselen wel degelijk iets te zien was wat toch weer in de richting van geweld wees. Ook hier kennelijk een verandering van werking en van beïnvloeding.

Ik heb het gevoel dat de aarde zelf zal reageren door in een korte tijd heel veel energie te manifesteren. Ik denk ook weer aan vulkanisme en dat soort dingen, maar dat ze daarna haar gedrag sterk zal verande­ren. De levensuiting, de energieomzetting, zoals die tot nu toe op aarde bestond, vormde een evenwicht. Ik denk dat dat evenwicht gaat veranderen. Ik neem aan dat die verandering van evenwicht in de komen­de jaren zal plaatsvinden, maar ik weet zeker dat dit jaar in ieder ge­val die verandering al aan de gang is.

Interessant was ook voor mij een wonderlijk iets. Laat mij de zaak in een symbool beschrijven, misschien begrijpt u dan toch wel wat ik bedoel.

Als wij ons normaal een voorstelling maken van die uitstorting van kracht, dan zien wij een altaar. Er zijn verschillende groepen, de drie­hoek, de vierhoek, de vleugels, en tussen driehoek en vierhoek de halve maan. Dat is de opstelling van de aanwezigen. Daar vóór bevindt zich het altaar. Bij het altaar vinden wij een groep zeer machtigen uit de geest, soms ook uit de stof. Je zou je kunnen voorstellen dat er op het altaar een soort bokaal staat. Het licht (de kracht) vloeit daarin. Er is iets wat dat licht absorbeert. Deze keer echter viel er van die witte kracht enorm veel ernaast; het vat liep over.

Met deze gelijkenis hoop ik u duidelijk te maken dat er energieën van de werkelijke oerkracht gaan loskomen, ook in deze wereld. Zij zullen zich in de menselijke wereld niet zo onmiddellijk kunnen manifesteren, maar ze zullen zeker op alles wat betreft het levensgebied, het astraalgebied en ook de lagere geestelijk sferen grote invloed hebben. Ik ver­wacht inderdaad dat heel veel mensen daardoor allerhande schokkende be­levingen kunnen krijgen en dat dit ook een sterke invloed zal kunnen hebben op het gedrag en de eigen harmonie van de mensen.

Je vraagt je af, waarom eigenlijk deze Wessac? Natuurlijk, het is iets van de Broederschap en het is een oude traditie. Wat Wessac werd genoemd een tijd geleden, en nu ook nog wel, dat is eigenlijk al begonnen in de 2e Atlantische periode toen de Witte Priesters de krachten aan­riepen op heilige plaatsen. Maar als traditie alleen is het simpel. Is er een communicatie waarbij we allen betrokken zijn, dan zal het ge­val zeer interessant worden.

We weten, de aarde absorbeert en reageert. De mensheid kan absor­beren of reflecteren en reageren. En een groot gedeelte van het geeste­lijk leven absorbeert en reageert. Dat wil zeggen dat vele facetten van bestaan, verzameld onder één invloed, kunnen reageren. Wat wij zien in de Wessac is een bindende factor tussen mensheid en wereld, maar ook tussen wereld, mensheid en geest. Het verbindt de ijle gebieden van bewustzijn en denken, de taal tussen de sterren met de men­selijke begrippen en de menselijke poging om zich te ontwikkelen en zich duidelijk te maken in de eigen wereld. In deze band, die altijd weer an­ders is elk jaar, die elke keer weer anders moet worden geïnterpreteerd, is in zich de manifestatie van een blijvende relatie. Het volgende is uit de aard der zaak mijn conclusie, maar velen zijn het met mij eens.

Wessac is het kenbaar maken van een invloed die altijd aanwezig is. Het is het opendraaien van een kraan. Waarom wordt die kraan niet steeds opengehouden? Omdat dan die kracht niet te verdragen zou zijn, het zou gewoon te veel worden. Maar ze is voortdurend aanwezig. Dat betekent dat een soort kleine Wessac voor elke mens mogelijk moet zijn. Het impliceert mijns inziens ook dat de aarde, die veel meer kan verdragen dan de mens of zelfs een gehele mensheid, in andere perioden dan die van het Wessacfeest die energieën voor zichzelf kenbaar maakt en daarmee in contact is.

Wat moet je doen met een kracht zonder bron, althans geen kenbare bron bezit? Je kunt haar niet definiëren naar oorsprong. Je kunt haar alleen definiëren naar werken. Volgens mij is deze kracht voor een heel groot gedeelte oerkracht. Naar ik aanneem is het de levenskracht, die men in bepaalde systemen wel Shakti of Bhakti noemt, de kracht van de goden. Het is de essentie van het hogere bestaan, die voortdurend doordringt tot alle menselijke en alle stoffelijke verschijnselen. Het is de band tussen allerlei werelden met verschillende verhoudingen van dimensie. Die band vormt dan in wezen de weg.

Het is de weg, die ligt tussen alle stoffelijke en alle hoogste geestelijke vormen. Het is de weg, die ligt tussen alle kenbare en een groot aantal voor de mens niet gekende werelden. Je denkt haast onwil­lekeurig aan wat Jezus zegt: “Ik ben U de weg en de waarheid en het leven.” Een uitspraak die altijd heel vroom wordt geciteerd.

Maar is dit licht voor ons niet een weg? Als wij leren om die kracht te aanvaarden en daarin op te gaan, dan brengt zij ons dichter bij het wezen van de aarde, zo goed als bij het wezen van de hoogste kracht. Het is wel degelijk de Weg. Het is ook leven, want zonder deze kracht en een voortdurende aanvulling daarvan lijkt mij een bestaan in de meeste werelden en sferen onmogelijk.

En dan vraag ik mij maar weer af: is het ook de waarheid? Het is moeilijker om daarop een antwoord te geven, omdat waarheid eigenlijk relatief is. Maar indien iets gelijk inwerkt op een mens en op een wereld, dan zouden wij het waarheid mogen noemen, mits wij in staat zijn te begrijpen in welke termen het de wereld beroert en in welke ter­men het de mens beroert.

Ik ben altijd geneigd om mijn licht op te steken en ik ben gegaan naar een van onze hoogste instanties, een hogere broeder van Altheus. (Altheus is de afdelingsbaas van de Orde). Ik heb deze geest gevraagd: Wat is die kracht als waarheid? Wat is de waarheid die erin ligt? Ik kreeg een zeer complex antwoord dat ik zeer vereenvoudigd zal weer­geven in woorden.

Er is een harmonie, maar die is niet altijd gelijk voor een heelal; ze varieert. Kijken wij naar een wereld, dan is zij deel van die harmonie of ze is stervende; ze gaat in haar stoffelijke vorm te gronde. Kijken wij naar de mensheid, dan kan zij in harmonie zijn, ze kan ook niet in harmonie zijn. Als geheel ondergaat ze alleen de druk van die harmo­nie. Indien nu een mens in harmonie kan komen met deze kosmische in­vloed (deze totale invloed), dan zal hij dus een eenheid bereiken met zijn wereld, maar ook met alle andere werelden van de geest, welke aan die harmonie beantwoorden.

Ik dacht onwillekeurig aan een van de magische spreuken van Salomo. Salomo was niet alleen een groot koning, hij was ook een groot magiër. Vreemd genoeg hebben ze hem dat wel eens kwalijk genomen. Salomo zei dit:

“Als de eenheid wordt bereikt (hij doelde waarschijnlijk op de elementen), dan ben ik alle dingen en alle dingen zijn mij. Als ik dan zo intens beleef als denkbaar is voor mij, gaande tot de top van mijn vermogen en de top van mijn kunnen, dan zal ik het kunnen en het vermogen bezitten van alles wat één is met mij.” Men zegt zelfs dat hij op die manier de worm Shamir heeft gevangen, die zoals u weet een duivel was die hij netjes in een ring had zitten. Hij kon daarmee elk slot openen en elke muur vergruizelen.

Dit denkbeeld heeft bij mij weer een ander denkbeeld gewekt. Het verschil in grootheid tussen een mens en een wereld ligt in het besef, niet in de werkelijkheid. Op het ogenblik dat wij in staat zijn een heel­al te omvatten, zijn wij een heelal. Op het ogenblik dat ons besef in staat is een wereld te omvatten, zijn wij een wereld. Het is ons besef dat uitmaakt welke krachten wij kunnen absorberen, hoe wij als het ware de har­monie kunnen aflezen van de oerkracht waaruit we bestaan en die ook bepaalt hoe wij tot uiting zullen komen. Die uiting zullen we dan in elke vorm kunnen gieten die we willen. Maar we zullen nooit kunnen ver­loochenen het niveau waartoe wij behoren.

Een mens en een geest kan gelijk zijn aan een wereld, aan een zon, aan een sterrennevel. Het is slechts het besef. Het is het besef dat de harmonie beheerst en het is de harmonie, die het opnemen van krach­ten en daardoor naar ik aanneem ook, van wijsheid, van begrip, bepaalt.

Ik heb de uitstorting van de krachten beschouwd en naar ik meen met het kenvermogen van iemand, die toch een redelijke mate van inwijding heeft ondergaan

Ik heb vreemde wolken zien drijven door een rode hemel. Ik heb krachten als schichten en vogels zien dartelen, zodat ik me soms afvroeg, is dit een bolbliksem of is het een hogere geest, die zich gaat manifesteren en wil afdalen naar een lager niveau? Ik heb naast de schimmige gestalten met hun kleuren sterke lijnen ge­zien, alsof het koorden waren. Koorden gevlochten van een mengsel van zwart en goud, gaande van het hogere, dalende tot de wereld en zich vasthechtend aan het altaar, alsof het snaren waren van een hemelse harp, die door een onbekende hand op dat moment gestemd moest worden. Er is een Grote Raad, die dat alles precies zal duiden in de termen van ontwikkelingen van wat de Orde, de Witte Broederschap en andere genootschappen zullen moeten doen in de komende tijd.

Ik heb het gevoel dat velen, en zelfs de Witte Broederschap in zekere zin, zich nogal wat rustig hebben gehouden in de laatste jaren. Ze hebben wel veel gedaan, maar het was allemaal meer instandhouding, een beetje restaureren hier en daar dan werkelijk het aanpakken van een volledig nieuwe taak. Dit beeld, vooral dat met die vreemde zwart gouden lijnen, met al die wonderlijke nevenverschijnselen, doet mij denken dat daaraan een einde gaat komen.

Het zou brutaal zijn vooruit te lopen op de beslissingen van de Grote Raad, maar het lijkt wel alsof hier een nieuwe wereld en misschien ook een nieuwe hemel wordt voorbereid. Nieuwe harmonieën, nieuwe krach­ten, maar ook iets wat licht en duister vanuit menselijk standpunt zo dicht bij elkaar brengt, dat je geen onderscheid meer ziet. Zwart en goud, duisternis en levenskracht met elkaar verstrengeld, reikend van de hoogste krachten tot op de aarde, dat moet wel iets betekenen. Volgens mij moet het betekenen: de levenskracht en wat nu duister heet en dat wat men vreest vloeien samen tot een eenheid. De vernieuwing is de overwinning van angst, maar ook gelijktijdig de herwinning van kracht. De wereld zal hierop antwoorden. Dat antwoord is onvermijdelijk. Hoe sterk en hoe fel dat antwoord zal zijn, wie zal het zeggen? Maar dat de wereld hierop moet antwoorden, is duidelijk.

Ook de mens zal op zijn eigen manier moeten antwoorden, al is het alleen maar omdat hij een harmonie nodig heeft met de aarde zo goed als met de geest om een werkelijke bewustwording door te maken. Voor mij betekent het dat er enorm veel wordt gedaan en moet worden gedaan.

De geest is aan het werk. Niet alleen de geest zoals ik die ken, maar veel hogere, veel lichtendere krachten zijn aan het werk. Misschien krachten, die nooit zelfs maar een vorm van beperking in de stof hebben ge­kend. Ja, er is werkelijk iets aan het werk. Toch voel ik niet dat dit kritieke jaren worden. Wel meen ik, dat de ontwikkelingen enorm veel sneller zullen plaatsvinden.

Ik ben bang dat menig mens het gevoel zal hebben in een stuurloze wagen bergaf te razen. Maar dat is niet het geval, want er is een har­monie; en die harmonie is het witte licht. En ondanks alle nevenver­schijnselen zijn daar de krachten, die verandering teweeg brengen in de lotsverbondenheid van mensen, behorend tot bepaalde stralen. Er is wel degelijk doelmatigheid. Er is een plan, al kan men het niet overzien.

Deze Wessac zegt: vanaf dit moment gaat alles onvoorstelbaar snel. Zo snel misschien dat een mens het pas beseft als het al gebeurd is.

Ik heb u een beeld willen geven natuurlijk van de Wessac, maar daar­naast van de band die er bestaat tussen mens en wereld, tussen mens, wereld en geest. Want deze manifestatie van verbondenheid is niet al­leen het symbool, ze is de aanduiding van een permanente werking, een permanente kracht. Ze betekent volgens mij door haar manifestatie ook ge­lijktijdig een aanduiding van hetgeen onophoudelijk en volgens een, niet geheel door mij gekend, kosmisch plan zich voltrekt aan de aarde en aan de mensheid.

(Wessac mei 1974)

De omgekeerde wereld

Keer de wereld om en wat is ze? Ze is en blijft de wereld. Je kunt denken dat de wereld anders is, maar de wereld is zichzelve. Maar als ik mijzelve omkeer, verandert de aantrekking en de wer­king van de wereld op mij.

Als ik spreek over de omgekeerde wereld, dan kan de wereld zich niet keren, maar ik kan mij keren ten aanzien van de wereld. En door de wijze waarop ik de wereld anders zie, beleef ik haar anders. Haar betekenis wordt mij op een andere manier duidelijk. Zei Tijl Uylenspiegel niet reeds, kijkend tussen de benen door: “Wat is de wereld vandaag anders.” Zo geldt dat voor ons ook.

Wij moeten leren de dingen eens een beetje anders te zien. En dan lijkt het alsof wij in een omgekeerde wereld leven. De mensen die roepen om orde, orde, orde, zullen zeggen: de wanorde van de anderen is de omgekeerde wereld. Maar diezelfde wanorde is een vorm van orde, alleen tegengesteld aan het begrip van anderen.

Begrijp dat de wereld niet anders is. Er is geen omgekeerde wereld, maar er is een ommekeer in je relatie met de wereld.

Hij, die altijd meeleeft met de tendens die in de wereld leeft, zal nooit een omgekeerde wereld kennen. Maar hij die zich losmaakt van de tendensen van de wereld ofwel achterblijft bij haar ontwikkeling, dan wel erop vooruit loopt, hij zal spreken van een omgekeerde wereld, want hij denkt dat zijn oordeel de wereld bepaalt. In feite zegt hij alleen maar, dat is de wereld voor mij.