Geest en materie

Geest en materie. Niet geest contra materie, of geest of materie, maar geest en materie. Dit is begrijpelijk, als wij teruggaan tot de werkelijke achtergronden van het bestaan. De kern van het bestaan is God; en de goddelijke uiting in haar primaire vorm is energie. Uit deze primaire uiting ontstaat de totaliteit, d.w.z., alles, geest, stof en wat er verder ook maar denkbaar is. Gaan wij de achtergronden van de materie na, dan vinden wij dat de kleinste partikels zich gedragen als afzonderlijke eenheden, maar dat hun wezen energie is. Materie is een vorm van energie. Energie, die in zichzelf gebonden is, wervelend, veldgebonden, en zo vele kwaliteiten kan bezitten.

Gaan wij na wat de geest is, dan komen wij al zeer snel tot de conclusie, dat de geest zich gedraagt als een veld. U kunt hier denken aan een magneet of aan de uitzending van de radio of iets dergelijks, waarbij het veld t.o.v. de omgeving begrensd is, reageert t.o.v. de omgeving en het totaal van kenvermogen, bewustzijn en reactievermogen eveneens een verschuiving van potentialen binnen het veld dan wel een verandering van energetische waarden inhoudt. Kort gezegd: Ook de geest is in haar oerkernenergie.

Wij zien dat veel mensen een verschil maken tussen materie en geest, omdat zij deze beide beschouwen als totaal different. Het zijn verschillende waarden en de geest, zo stelt men, is krachtens haar bestaan superieur aan de materie. Ik geloof, dat hiertegen bezwaren zijn in te brengen.

Als wij n.l. zien dat de grondwaarde van beide dezelfde is, dan is de bestemmende en bepalende waarde niet de vorm (geest of materie), maar de aanwezigheid van intellect, van bewustzijn, waardoor reactie en overlegde reactie op de buitenwereld mogelijk zijn en gelijktijdig ook een beïnvloeding van eigen wezen. Als u dus over de geest denkt, dan denkt u over een totaal andere wereld. Als u de materie beschouwt, dan ziet u deze als iets, wat met geest alleen maar iets te maken heeft, omdat het er toevallig voertuigen aan verschaft. Maar als we de zaak ontleden, zoals ik heb gedaan, dan moeten we eerder zeggen: Beide zijn de beeld‑ en waarde‑zijde van een en dezelfde munt. Het zijn de twee zijden van een medaille. Juist daardoor kunnen wij in de geestelijke werelden vaak de materiële waarde en ‑ als we de vorm al verloren hebben – de op materiële reactie gebaseerde ervaring toch niet geheel loslaten.

De werelden van de geest zijn voor een groot gedeelte opgebouwd op waarden, die in de materie tot uitdrukking komen. We weten natuurlijk allemaal, dat als je water drinkt in een sfeer (of wat dat betreft jenever), dat dit geen echt water of echte jenever is. Het is niet meer een concrete moleculaire structuur. Het is eerder een replica, een verbeelding ervan. De vorm is echter aan de materie ontleend. Deze vorm bepaalt dus in feite voor de geest een materiële omgeving, een nog op materie gebaseerd voorstellingsvermogen en daarnaast een bewustzijn, dat zich op dezelfde wijze in vormwaarden uitdrukt, zoals de materie zelf in vormwaarden haar wezen weergeeft. Het is dit punt, dat mij vanavond in het bijzonder boeit en dat ‑ naar ik hoop ‑ ook voor u van belang zal zijn.

Wij menen, dat bv. op geestelijk terrein dingen mogelijk zijn, die materieel niet mogelijk zijn. Dat doet men over het algemeen in de stof. Maar is dit wel waar? Zouden wij niet eerder kunnen stellen, dat in de geest een beheersing van de vorm optreedt, die men in de materie ontbeert, zodat geest en materie gelijkelijk door een bewust en wetend wezen beheerst en gevormd kunnen worden? Wij zeggen, dat God hemel en aarde schiep door Zijn woord en Zijn wil. God schept; dat is waar. Maar creëert de mens dan niet? De geest creëert de wereld, waarin zij leeft. Zij maakt voor zichzelf een paradijstuin, een klassieke hemel of een hel vol verdorvenheid, precies zoals zij innerlijk is georiënteerd. Zij schept. En wanneer zij in de materie aanwezig is, dan zal deze geest trachten de materie te beheersen. Zij doet dit door externe middelen en geeft daar vorm aan.

Als wij de wereld zien, waarin de mens domineert, dan valt ons onmiddellijk op dat de plantengroei, het dierlijk leven, ja, eigenlijk de gehele levenscondities aanmerkelijk verschillen van de zuivere natuur, waarin de mens dus niet vormend heeft ingegrepen. Als wij kijken naar de grote steden, dan zien wij in feite een uit materie gebouwd geheel dat zelfs in strijd is met de natuurlijke condities en omstandigheden. Ik zou zeggen: de mens ‑ ook in de materie ‑ is niet alleen creatief, maar hij zou in zich het vermogen moeten bergen om de materie aan zijn wil te onderwerpen, zelfs zonder externe middelen. Indien zijn eigen energie groot genoeg is, dan kan hij de kleine, niet zozeer aan vaste patronen gebonden energieën, die gezamenlijk de materiele opbouw uitmaken, absoluut beheersen.

Het zal u duidelijk zijn, dat dit consequenties heeft. De gedachte, dat je in de stoffelijke wereld alleen maar moet leven om in de geest gezond en “zalig” te kunnen bestaan, doet bij mij de vraag rijzen, of men eigenlijk niet iets verwerpt wat noodzakelijk is voor harmonie.

Een mens bestaat uit een bewustzijn, dat zich baseert op de materie en zelfs daaraan ontkomende in zijn reacties, in zijn bewustzijnsvermogen die materie nog ergens bij behoudt. Als wij (de geest) in de hoogste sfeer zijn en moeten uitdrukken wat wij zijn of wat wij ervaren, dan grijpen wij naar beelden uit de materie. Misschien gemakkelijker en completer dan met woorden mogelijk is, maar het is de materie, waaraan wij refereren. En als wij in de materie zijn, dan kunnen wij als mens God en alle dingen ontkennen, maar er blijft in ons een hoger iets, een vreemde kwaliteit, die ons dwingt meer te zijn dan een zuiver stoffelijk wezen. Waarom zouden we dan ontkennen, dat stof en geest altijd met elkaar verbonden zijn?

Men gelooft aan de opstanding des vlezes. Een mooie uitdrukking: opstanding van het vlees; het lijkt wel een slagerswinkel in de uitverkoop. Maar in feite bedoelt men daarmee, dat geest en stof worden herenigd. In de gebruikelijke vorm, waarbij de botten worden bekleed met het vlees en de oude gestalten herrijzen, ach, daar weten we allemaal wel, dat er iets niet klopt. Maar indien we ons realiseren, dat er een ogenblik moet komen, dat alle energie haar vormvastheid, als ik het zo mag zeggen, verliest en daardoor het bewustzijn van de geest en dus ook de uitdrukking van de eigen persoonlijkheid mede materieel wordt, dan is het wat anders. Het is denkbaar, dat er een ogenblik komt dat de menselijke geest, opgestegen tot de hoogste waarden, innerlijk erkent hoezeer zij meester is over de materie. En dan zal elke geest, die dat wenst, en de meesten zullen dat wensen, naar ik vrees, zich ook materieel manifesteren en uitdrukken. Als men te maken heeft met bepaalde spiritistische seances, dan ziet men een verschijnsel, dat materialisatie wordt genoemd. Die materialisatie brengt nogal wat eigenaardigheden met zich mee. Soms zien we alleen vage schimmen, soms alleen bepaalde lichaamsdelen meer concreet weergegeven. Er zijn echter gevallen bekend en beschreven, waarin geesten zich een volledig stoffelijk voertuig vormden en ‑ zoals o.m. Conan Doyle heeft beschreven ‑ zich gedroegen als mensen, die eten en drinken konden. We horen van andere legenden (ik zal het legenden blijven noemen, neem mij niet kwalijk), waarin hoge geesten neerdalen in de dorpen van ingewijden en met hen aan tafel zitten, met hen spreken, zingen en spelen, om dan weer te vervluchtigen. Is hier niet eigenlijk het beeld van stof en geest in de juiste verhouding gegeven?

Als u dit in uw eigen leven gaat beseffen, dan kunt u de materie niet meer ontkennen. Het is even belangrijk om materieel juist en volgens uw eigen wezen te reageren, als om geestelijk juist en volgens geestelijke regels juist te reageren. Geest en stof zijn nu eenmaal de keerzijde van een en dezelfde medaille; daaraan ontkomen we niet. En als wij trachten een zijde volledig te ontwikkelen en de andere tot een onderontwikkeld gebied te maken, dan scheppen wij voor onszelf een hel.

Wat hieruit verder valt af te lezen, is wel dat de materie in een bezielde vorm niet zonder de geest kan bestaan. Maar omgekeerd, dat de geest haar volle waarde niet kan bereiken, indien zij niet de materie ter beschikking heeft. Als wij in de eerste delen van Genesis lozen hoe Lucifer is gevallen, dan vragen we ons heel vaak af, hoe het komt dat deze engelen in opstand komen tegen God alleen maar vanwege die mens? Dit is in feite legende, maar hoe begrijpelijk. Een geest, die alleen geest is, heeft niet de mogelijkheid tot creatieve verwerkelijking, die een binding stof ‑ geest wel biedt. Wij zijn dus in zekere zin, wanneer wij een menselijke evolutie doormaken, de meerderen van deze legendarische engelen. Ik zag legendarisch, want er is bijna geen geest, die niet op de een of andere wijze gebonden is aan de materie. De gedachtegang van ontzegging in de materie heeft alleen zin, indien ze beantwoordt aan een geestelijk besef of aan een geestelijke noodzaak.

Geestelijk streven heeft alleen zin, indien hierdoor een aanvulling wordt verkregen op het materiële bestaan. Wij moeten altijd uitgaan van de toestand, waarin wij ons op een bepaald ogenblik bevinden. Zeg, dat wij in de geest leven, dan zullen wij in die geest, of wij willen of niet, ergens verbonden blijven met de materie en met alle werelden, die daaruit voortkomen.

Ik weet wel, dat er in de geest velen zijn, die een meer concrete binding ontkennen. Maar deze ontkenning vloeit voort uit dezelfde angst voor de totaliteit van de schepping, die sommige mensen ertoe brengt het leven in het hiernamaals als onjuist en onwaar te verwerpen.

Er is voor de geest de noodzaak om zich met die materie bezig te houden. Zij kan zich niet geheel onttrekken aan al datgene, wat er in de materie gebeurt; zij is er deel van, want het is dezelfde energie. En wat er in een energetisch geheel verandert, is voor de omringende vormen van energie merkbaar. Elke variant in een bepaalde krachteenheid tot stand gebracht, induceert een aantal reacties in alle omringende krachtvelden, ook in de geest. Wat er op aarde verandert, betekent een invloed in het bewustzijn, in de wereldvisie en zelfs in de creatie van sfeer, die er in een geest bestaat. Omgekeerd zal al datgene, wat zich in een geestelijke wereld afspeelt, zich moeten weerspiegelen in de materie; en wel, naar­mate het beeld in de geest concreter is, op meer creatieve wijze. Nu zijn er punten, waarin wij deze kwestie van stof en geest natuur­lijk in het bijzonder op de voorgrond zien treden. Wanneer wij horen van suggestie en de lichamelijke reacties daarop of van geestelijke genezing, van wonderen door magische woorden of kaballistische namen tot stand gebracht. dan kunnen we dat misschien ontkennen of verwerpen, of we kun­nen dat zien als een bijzonder ingrijpen uiteen andere sfeer, maar vol­gens mij is het in feite zuiver een kwestie van actie en reactie tussen twee vormen van energie. Als de suggestie in de mens optreedt, ontstaat er niet alleen maar een gedachtebeeld. Er ontstaat een instelling, dus een verandering in zijn totaal geestelijk “ik”, zijn geestelijke gesteldheid. Hoe klein of hoe groot die variant ook is, zij zal zich moeten weerspiegelen in al datge­ne, wat die geest in de stof als het hare beschouwt; inductieve werking. Als bij geestelijke genezing slechts materiële krachten worden gegeven, dan kan er een lichte wijziging in het bewustzijn optreden. Maar indien een grote kracht inwerkt uit de geest of uit de mens en deze in de entiteit, die wordt genezen, een verandering veroorzaakt, dan zal deze zich moeten weerspiegelen (dat is onvermijdelijk) in diens stoffelijk welzijn. De problematiek van de stoffelijke wereld zou dan ook voor een deel moeten worden beschouwd als de problematiek van de geestelijke wereld, zoals de materiële verarming op sommige gebieden moet worden beschouwd als een wisselwerking met bepaalde geestelijke processen. De onrust op uw wereld, de bevolkingstoename, de misschien onbegrijpelijk domme reac­ties van de massa, zijn in wezen niet meer of niet minder dan de stoffe­lijk kenbaar geworden weerspiegelingen van iets, wat in de geest plaats vond. U kunt geen verschil maken tussen de geest, die niet belichaamd is en de geest, die wel belichaamd is, behalve op een gebied. De geest, die belichaamd is, heeft zelf een vast en geconcretiseerd vormbewustzijn. Zij zal alles uit dit vormbewustzijn beleven en zal ook in haar geeste­lijke acties dus ook hiervan uitgaan. De geest, die geen vast vorm­ bewustzijn heeft, kan haar vorm gemakkelijker veranderen en krijgt zo een grotere vormaanpassing aan haar behoefte, terwijl ze gelijktijdig een ver­mindering van confrontatie met de buitenwereld op bewust vlak verwerkt. Hier liggen, geloof ik wel, de hoofdproblemen die ik u vanavond wil voor­ leggen.

Er is over stof en geest onnoemelijk veel te zeggen. Dat ik mij nu dan ook ga beperken tot korte regels en punten, heeft slechts ten doel uw eigen mogelijkheid tot reageren en eventueel ook tot het besproken van waarden te vergroten.

Ik stel:

  1. Alle eigenschappen in de materie worden niet slechts bepaald door de structuur en mogelijkheden van de materie zelf, maar tevens door de geestelijke energie, die daarmee is verbonden of die daarop kan inwerken.
  2. Alle waarden en ervaringen van geestelijke werelden zijn geba­seerd op een stoffelijk ontstaan bewustzijn. Als zodanig zal het hoogste bewustzijn in de geest uitdrukking geven aan de totale waar­de van alle stoffelijke eigenschappen en mogelijkheden.
  3. Het totaal van alle materie en van alle daarin voorkomende werkingen is volgens vaste regels in de materie aanwezig, omdat er een voldoende geestelijk bewustzijn is, dat deze regels als vaststaand aanvaardt. Zodra er een absolute ontkenning en vooral een algemene ontkenning van bepaalde waarden en mogelijkheden optreedt, zal de ma­terie zich aan deze voorstelling aanpassen.
  4. Scheiding tussen materie en geest is alleen mogelijk, indien men ze beschouwt als een verschil van standpunt. Men kan ze dus nimmer beschouwen als twee gescheiden waarden. Daar stof en geest beide voortdurend een rol spelen waar en in welke vorm van bewust­ zijn ik mij ook bevind, zal ik er goed aan doen voor mijzelf, voor mijn wereld en voor mijn bewustzijn steeds een zo groot mogelijk even­wicht van stoffelijke en geestelijke waarden na te streven en te rea­liseren met alle mij ter beschikking staande middelen.

Hier heeft u in een nutshell de meest belangrijke punten.

Wilt u over materie meer weten, dan kunnen we daarvan het volgende zeggen:

  1. Elke samenhang, die wij materie noemen, is ontstaan uit een samenvoegen van kleinste delen in een geestelijke matrix, waarbij de geestelijke vorm bepalend is voor de stoffelijke geaardheid en vorm, die ten slotte ontstaat.
  2. Alle stoffelijke waarden zijn voor de geest volledig kenbaar, mits deze zich daarvoor gevoelig maakt. Elk onderscheidt van materie, materiële geaardheid, structuren er, structuurfouten is voor de geschoolde geest zonder meer mogelijk.
  3. Alle processen, die wij in de materie zien optreden, als bv. verouderingsprocessen en wat dies meer zij kunnen door de geest ongedaan worden gemaakt. Naarmate de geest zich in haar wil, voor­stelling en bewustzijn richt op bepaalde processen, maakt zij deze waar. Indien de geest zich onderwerpt aan de stoffelijke normen, als processen, is zij afhankelijk van de stoffelijke wetten, voor zo­ver het haar stoffelijk besef van bestaan betreft.

Dit zijn punten voor de materie.

En dan punten voor de werelden van de geest.

  1. Alle geestelijke werelden zijn in meer of mindere mate opgebouwd uit een stoffelijk vormbewustzijn, zodat de z.g. lagere sferen in feite een weergave of imitatie, dan wel een idealisatie zijn van stoffelijke vormen en vormverhoudingen. De hogere sferen zijn en meeromvattende weergave van de materie beheersende waarden en omstandigheden.
  2. Alle reacties in de geest worden bepaald door het bewustzijn. Elke verschuiving van bewustzijn betekent voor de geest dan ook een verandering van haar wereld, of misschien zelfs ‑ zoals men het uitdrukt ‑ van sfeer of bewustzijnspeil.
  3. Daar er geen onderscheid in essentie is tussen geest en stof, is het nimmer mogelijk als geest de materie totaal te ontgroeien; zomin als het voor de materie mogelijk is zonder enige geest uit zichzelf voort te bestaan.
  4. Alle actie en reactie in de geest worden bepaald door de er­kenning van de wezenlijkheid der materiële wereld. Alle actie en re­actie in de stoffelijke wereld zijn het resultaat van de actie van de geest.

Daarmee heeft u een tamelijk omvattend beeld, waarin ‑ zoals u misschien bemerkt ‑ ook groeps‑ en rassengeesten, sterrenzielen, wereldzie­len e.d. zonder meer passen. Rest mij nog mede te delen, dat er altijd een poging wordt gedaan een zekere binding (ook in het menselijk bewustzijn) tot stand te brengen van de stoffelijke en geestelijke waarden. De leringen van Jezus hebben ten slotte niet ten doel, zoals de mens denkt, het stoffelijk leven te reglementeren, maar zo hebben ten doel: stoffelijk ongeestelijk leven in het menselijk bewustzijn zodanig te identificeren, dat er een eenheid van bestaan, ook in de materie, mogelijk wordt. Vandaar ook Jezus’ herhaalde verklaring, dat “het Koninkrijk Gods in u is” en dat “het Koninkrijk Gods” ook van deze wereld is.

Grote entiteiten bouwen door hun stellingen en leringen een bewustzijn op, waardoor stof en geest steeds nader tot elkaar komen. Elk nader‑tot‑elkaar komen van stof en geest echter moet resulteren in een verandering van sociale‑ en geloofsopvattingen. Het is het verzet tegen deze verandering vooral, dat de grote conflicten op deze wereld veroorzaakt. Dergelijke conflicten betekenen voor de geest een noodzaak tot actie, zodat zij ofwel uit deze conflicten een vergroting van bewustzijn voor zich kunnen verwerven, dan wel door een beperking van de conflicten een groter bewustzijn op aarde kunnen bewerkstelligen.

Er is een voortdurende verbinding tussen u en alle krachten in de geest, tot zelfs de Schepper Zelve, die zowel als geest dan wel als stof tot uiting kan komen. Er is geen mogelijkheid deze banden ooit te verbreken of te beperken. Men kan slechts selecteren uit de vele bestaande verbindingen wat men voor het eigen bewustzijn op dit moment geldend wil achten.

Hierin heb ik wel alles samengevat. Misschien vindt u, dat deze inleiding kort is. Misschien vindt u, dat ik te weinig heb gezegd over God of te veel over God. Laten wij ons wel realiseren, dat om bewust te zijn van de werkelijkheid wij alle vooropgezette meningen even terzijde moeten zetten. Elk nieuw denkbeeld is een aanvulling tot het nu bestaande besef, de voortdurende aanvulling dus van het besef door nieuwe denkbeelden betekent een steeds juistere aanpassing van het bewustzijn aan de totaliteit van het bestaan.

U bent, zoals u hier zit, kosmisch. U beseft slechts menselijk. Zoudt u kosmische beseffen, dan zou uw menselijke vorm slechts de weergave zijn van een kosmisch werken, een kosmische erkenning en daarmee ook van een kosmische bereiking.

Ik hoop vooral door de discussie, die hierop moet volgen, bij te dragen tot een vergroting van uw begrip voor deze dingen. Er zijn zeer vele verschillende mogelijkheden om iets uit te drukken en te formuleren. Ik heb gekozen voor de korte en naar ik meen ook duidelijke uitdrukkingswijze. Dat zij daarbij soms koud aandoet, omdat zij een bepaalde emotionaliteit ontbeert, is niet mijn schuld; want alle emotie is een interpretatie van de wisselwerking tussen stof en geest. En indien wij stof en geest afzonderlijk willen bezien, indien wij anderzijds hun onverbrekelijke verbondenheid willen beseffen, zullen wij tijdelijk de emotie terzijde moeten stellen. Alleen zonder emotie begrip van de werkelijkheid. En in elk begrip van de werkelijkheid een vergroting van de emotie, omdat wij door de emotionaliteit onze beleving van het totaal zijnde waarmaken.

*************

  Ondergaat een geest uit de hoogste sferen een bewuste inwerking en beïnvloeding uit de goddelijke Bron?

Dat is een vraag, waarop voor mij alleen nog slechts een theore­tisch en geen praktisch definitief antwoord mogelijk is. Maar gezien het feit, dat wij zelfs in de materie tijdens het menselijk leven en ze­ker ook in de verschillende z.g. sferen een directe inwerking van het Goddelijke ondergaan, meen ik te mogen veronderstellen dat in de hoogste sferen deze inwerking concreter en sterker zal zijn en daardoor ook meer bepalend voor actie en reactie: dus leven.

*  Is dat bewust ondergaan hier dan ook mogelijk?

Ja, het bewust ondergaan is op aarde wel degelijk mogelijk. Wij kennen op aarde een aantal verschijnselen, die u misschien ook wel zult hebben ontmoet, als b.v. dromen, bepaalde tranceverschijnselen, bepaalde ervaringen in een autohypnose, die in vele gevallen hyste­rische bronnen heeft, zoals men zegt, en waarin God voor de mens een concrete waarde wordt, soms zelfs een concrete gesprekspartner. In hoeverre het ervarene overeenstemt met de totale werkelijkheid, doet m.i. weinig ter zake, omdat al hetgeen voorstelbaar is noodge­dwongen binnen de kosmos, binnen de goddelijke schepping, ergens een realiteit moet zijn; en als zodanig kan dus worden gezegd, dat men reeds als mens een realiteit ervaart, dat men zich ervan bewust kan zijn, Maar ‑ en dat is uit de aard der zaak dan betreurenswaardig ‑ dat voor de doorsnee‑mens dit een uitzonderingstoestand is. Hieruit volgt, dat het bewustzijn en het bewuste contact met het Goddelijke in elke sfeer, waar­ in de absolute gebondenheid aan vormen, die niet door het “ik” als door het “ik” zelf geschapen worden erkend, nog bestaan. We krijgen daar dus reeds een vergroting van het bewuste contact, en op het moment, dat het ego zichzelf als creatief erkent en bepalend is voor zijn eigen wereld, gaat dit contact reeds zeer concrete vormen aannemen. Vormen zodanig, dat wij God in het begin als de ander erkennen en ‑ naar wij aannemen, ik moet hier helaas weer theoretiseren en afgaan op hetgeen men mij wel eens heeft verklaard ‑ op den duur zelfs God gaan zien als de kern van het “ik”, de correctieve waarde van het “ik”, die langzaam wordt erkend, zo­als de mens soms zijn eigen onderbewustzijn voor een ogenblik gaat beseffen voor wat het is.

*  De materie is verweven met de geest. Wat gebeurt er na de overgang als de materie wordt afgelegd?

Dan ontstaat er een ontbinding van de stoffelijke vorm, waarbij ech­ter de stoffelijke structuur op zich ‑ hoewel moleculair en misschien ook atomair zich wijzigende ‑ toch als energie volledig blijft voortbe­staan en in haar deelhebben aan de vormingsprocessen der materie voor het ego een verbinding blijft vormen met die materie. Kunt u mij volgen, of is het wat onduidelijk?

*  U spreekt over ego. Bedoelt u daarmee het hogere “ik” of het lagere “ik”?

Neemt u mij niet kwalijk, is er wel een hoger of een lager “ik”? Er is een voorstelling, die het “ik” zich van zichzelf maakt en die kan op lager of op hoger niveau liggen, dat ben ik met u eens. Maar blijft de kern van het leven, waarin de bron van het bewustzijn en de bewuste reactie zich bevindt, niet altijd dezelfde, ook als dit ‘bewustzijn vollediger of onvollediger kan zijn? Of om het anders te zeggen. Of ik een litermaat nu alleen met een paar druppels bevochtig, halfvol of helemaal vol maak, is het daarom minder een litermaat? Zo is het ego. Het ego is a.h.w. een container voor het bewustzijn, laten weten we maar zo uitdrukken. De “ik”‑voorstelling, het “ik”‑bewustzijn is afhan­kelijk van het bewustzijn. Daarom zou ik niet graag over een hoger of een lager ego spreken. Ik zou ook willen opmerken dat de voorstelling, die men van het ego heeft, zich met het afleggen van het stoffelijk voertuig, niet onmiddellijk wijzigt. Vandaar dat men na de dood, zoals men dat op aarde noemt, nog langere tijd kan rondzwerven in een bevoer­tuiging, die als twee druppels water gelijkt op wat er in de stof be­stond.

*  Is dat dan ook het oude lichaam of is het het lichaam van een jon­ger iemand?

U zegt; Op aarde was dat lichaam oud. Maar dat was de waarneming door anderen en misschien stoffelijk gezien de feitelijke toestand. Maar hoe ziet een mens zichzelf? De dames zullen het mij ten goede hou­den, als ik hier de opmerking plaats, dat ik soms dames ontmoet van zeer rijpe, om niet te zeggen pensioengerechtigde leeftijd, die innerlijk nog 19 jaar zijn en die ‑ tragisch misschien voor henzelf ‑ menen, dat de wereld op hen ook nog dient te reageren als op hun 19‑jarig “ik”. Het is dus duidelijk, dat die na de overgang de gestalte aannemen, die in hun voorstelling leefde. Zij zullen zich dus inderdaad gaan tonen als jongeren, als 19‑jarigen. En er zijn jonge mensen, die zichzelf als oud en versleten beschouwen, die misschien zeer veel kritiek op hun uiterlijk hebben en die na de overgang dus een vorm aannemen, welke aanmerkelijk ouder en lelijker is dan wat ze hebben achtergelaten. Het is echter altijd zeker, dat de vorm, waarin je in verschijning treedt, volledig overeenstemt met de voorstelling, die je van jezelf hebt. Dit gaat zelfs zover, dat bepaalde entiteiten, die bijzonder ge­steld zijn op het een of ander sieraad of kledingstuk of op een bepaal­ de kleur, na de overgang zichzelf altijd met dat sieraad, in dat kleding­ stuk of in die kleur vertonen en als zodanig zichtbaar zijn. Helderzien­den, die daarvan waarnemingen doen, zullen mij hierin ongetwijfeld gelijk geven. Het is a.h.w., of die dingen deel zijn van het “ik”; niet weg te denken delen van de persoonlijkheid. het is maar heel zelden, dat je een geest in Adams of Eva’s kostuum tegenkomt.

*  Ja, ze zijn altijd gekleed.

Omdat u uzelf in het publiek alleen gekleed kunt voorstellen. Dat is een heel logische consequentie.

*  Een onverstaanbare vraag over het stoffelijk lichaam en ego. Hoe kunnen beide stof zijn?

Ja, die blijft inderdaad wel, maar de stof wordt in de levensproces­sen van deze wereld opgenomen. Laten we maar een heel eenvoudig voorbeeld nemen. Ik simplificeer hier heel erg om duidelijk te blijven, dat moet u wel begrijpen. Iemand overlijdt en wordt begraven. Vlak daarnaast is een boerenkool­veld. In de boerenkoolplanten stijgt een deel van de opgeloste stoffen en zouten op, die wordt omgezet in boerenkool. Deze wordt gegeten door ie­mand, die ontzettend veel van stamppot boerenkool‑met‑worst houdt. Nu het eigenaardige: indien de geestelijke instelling van die mens niet geheel disharmonisch is, ontstaat hierdoor voor de entiteit die is over­gegaan in zekere zin een bewustzijn van die persoon; en wel voornamelijk van diens stoffelijk wezen. Bepaalde ervaringen van die persoon zouden dan als een soort inspiratie (zoals u wordt geïnspireerd door geestelij­ke waarden) veranderingen in het wereldconcept van de overgegane tot stand kunnen brengen. Vandaar dat u eigenlijk zo onnoemelijk met elkaar vervlochten bent, zonder het te weten. De mensen vragen zich altijd af, waarom de geest zich druk maakt over deze wereld. Hier heeft u het antwoord: Omdat er iets is, wat ons verbindt. Omdat een deel van de energie, die eens de onze was, nu elders optreedt, maar voor ons ergens toch nog onze energie blijft. Dat wil dus wil dus niet zeggen, dat die energie op een gegeven ogenblik niet uitgeput raakt, voor zover het voor ons de verbinding betekent. Maar dan zul­len we het toch moeten compenseren en zullen wij ons bewust moeten wor­den van een ander deel energie, die stoffelijk kan optreden. Vandaar ook dat de normale wordingsgang van de geest er niet een is van alleen maar geestelijke stijging, maar gelijktijdig er een is van een toenemend beant­woorden, aan de materie.

Als we bij de allerhoogste geesten komen, wat zien we? Dat zij zich a.h.w. het meest overgeven aan de materie. Denkt u eens aan Jezus. Ik heb Jezus aangehaald in mijn inleiding, laten wij het hier ook doen. Jezus, die op aarde komt als mens. Hier heeft u een zuiver voorbeeld, hoe die binding kan doorwerken. Maar Jezus komt niet alleen maar op aarde als mens, hij wordt gedragen door wat wij noemen het Christus­besef of de Christuskracht en voelt zich daardoor verbonden met de mens­heid. Doch niet alleen met de mensheid van heden, maar met de totaliteit der mensheid. Hier hoeft u een typisch voorbeeld van wat ik hier eigenlijk met een te eenvoudig voorbeeld wilde verduidelijken. Wat ik dus wilde zeggen, is dit: Behalve de waarden van het bewustzijn is er geen feitelijke scheiding tussen geest en materie, tussen geest en geest, tussen materie en materie. Alles is onderling verwisselbaar, waarbij alleen de vorm, die een tijdelijk verschijnsel is, eigenschapsbepa­lend is en waarbij alleen het bewustzijn, dat tijdelijk actiebepalend is, maar niet blijvend gelijk, dus voor een ogenblik de verschijningsvorm, de mogelijkheid van de geest, bepaalt.

*  U had het over het ego in een container

Neen, ik heb niet gezegd: het ego in een container, dat zou gemakkelijk zijn. Ik heb gezegd: We kunnen het ego vergelijken met een container van bewustzijn. Met andere woorden: ik heb geprobeerd duidelijk te maken, dat het ego kan worden beschouwd als een soort ledigheid, een blanco ruimte, waarin het bewustzijn van vorm en ruimte kan ontstaan en waarin dat bewustzijn dus tot de maximale omvang van de waarde van het ego kan stijgen, maar nooit verder. Ik heb dus in feite gezegd: het ego is een eeuwige waarde, die nimmer kan komen tot een groter besef of een grotere bereiking dan door haar eigen oorspronkelijke eigenschap word bepaald.

*  Is het ego dan iets individueels bij ieder mens of is er een super­ego?

Wij zouden daarover kunnen discussiëren, maar eenvoudigheidshalve geef ik de voorkeur aan deze formulering wat mij betreft; u moogt er an­ders over denken: Alle ego’s tezamen vormen de totale uitdrukking van de Godheid (dus ook een ego), terwijl groepen van ego’s gezamenlijk een entiteit kun­nen vormen, die een groter doel is van dit totale ego.

Er bestaat dus een scheiding tussen “ik” en “ik”, die voor een doel althans denkbeeldig is, maar die voor de mogelijkheid tot bewustzijn, tot erkenning en verzadiging noodzakelijk is, omdat een “ik” dat geen antithese vindt in een niet‑“ik” (in een formulering van een ander “ik”), dus ook niet kan komen tot een definitie van het “ik”‑zijn, van de per­soonlijkheid. Voor ons doel kunnen we daarom volstaan met te zeggen: Elk ego is een individualiteit, die echter gebonden is binnen een gro­tere groepering of individualiteit, waardoor bewustzijns‑ en levensmoge­lijkheden voor dit “ik” althans ton dele worden beïnvloed en gereguleerd.

*  Komt het persoonlijk manifesteren van het ego dan tot uiting in bv. de val van de mens?

Neen. Dit is niet het afzonderlijk manifesteren van het ego als zodanig, maar het is het gebrek aan begrip voor de verbondenheden, die ten aanzien van het andere bestaat. Het is dus niet de kwestie dat ik als een “ik” besta en mij als, een “ik” manifesteer, waarin mijn val, als u het zo wilt uitdrukken, gelegen is. Het is mijn onvermogen om de totaliteit van mijn verbondenheid met al hetgeen ik als ander erken voor mijzelf te beseffen en waar te maken. Daardoor is voor mij de eenheid met het ge­heel          nog niet mogelijk, waardoor dus het andere a.h.w. suppleert, wat mijn ego aan vermogen niet heeft. Ik kom dan weliswaar niet tot een besef, dat groter is dan mijn eigen maximale mogelijkheid, maar ik kom tot een opgenomen worden in een levensproces, dat wel groter is dan mijn eigen totale mogelijkheid en waarbinnen mijn reactie dus wordt erkend als deel van een totaliteit, ook als ik die totaliteit misschien nooit in een concrete en redelijke waarde kan omschrijven en haar zal blijven uitdrukken als een gevoelservaring.

*  Zou een zeer bewuste geest het lichaam tot op rijpe leeftijd jong en gezond kunnen houden?

Ik weet niet waar u die vraag vandaan hebt gehaald.

* Ik eigenlijk ook niet.

Ik vind n.l. deze vraag zo eigenaardig, omdat de ervaring leert, dat niet direct de rijpe geest, maar de niet‑gejaagde geest in staat is het lichaam tot op zeer rijpe leeftijd jong te houden. En dat berust dus niet op wat wij noemen ervaring, erkenning of zelfs wetenschap alleen. Want we vinden het net zo goed bij bepaald doodstomme boeren (heikneu­ters) als bij ingewijden. Als u bv. eens denkt aan de Dalmatische schaap­herders, aan bepaalde boeren in Georgië, om er een paar te noemen die in eenzaamheid leven, of wat dat betreft aan de Indianen, die in afzonde­ring      leven in bepaalde bergstaatjes op de Andes, dan zien we daar individuen, die leeftijden halen, welke onvoorstelbaar zijn, terwijl zij een li­chamelijke prestatie leveren op honderdjarige leeftijd die men in de be­schaafde wereld voor een vijftigjarige al opmerkelijk vindt. Ik zou zeggen, daarmee is wel bewezen, dat er dus helemaal geen behoefte is aan een bewustzijn of een bewustwording, zoals die over het algemeen wordt geformuleerd. Maar er is wel behoefte aan evenwichtigheid. Wij kunnen dus zeggen:

Een mens, die innerlijk volledig evenwichtig is, houdt ‑ alleen door deze evenwichtigheid ‑ zichzelf jong en brengt, dank zij deze innerlijke sereniteit, een voortdurende vernieuwing van weefsels tot stand, waarbij hij zich weliswaar niet geheel kan onttrekken aan de inwerkingen van bui­tenaf (de huid kan door de zon worden verbrand e.d.), maar waarbij de vitaliteit behouden blijft.

Dan kunnen we natuurlijk verdergaan en zeggen: Bepaalde ingewijden hebben het zover gebracht, dat zij niet alleen die vitaliteit bijna onbe­perkt, vanuit uw standpunt, kunnen behouden, maar dat zij daarnaast de pro­cessen van het lichaam kunnen beïnvloeden, zodat ze de vorm ervan, mits zij zich op de grondvorm blijven baseren die o.m. door het geraamte wordt bepaald, kunnen veranderen. Zij kunnen bv. zeggen: Ik groei tot ik 50 jaar ben, dan heb ik er genoeg van. Ik verander dan mijn uiterlijk en be­gin weer als een jongeling van 20. Dat klinkt natuurlijk erg begerenswaard. Overigens mag ik hier op­ merken, dat dit meer door mannen dan door vrouwen wordt bereikt. Dat is heel eigenaardig. De vrouw heeft n.l. ‑ misschien ligt dat wel aan haar plaats in de menselijke maatschappij ‑ over het algemeen een grotere be­langstelling voor haar uiterlijk. Ik wil niet zeggen dat zo ijdeler is dan een man, dat heeft er niets mee te maken, maar ze heeft een grotere be­langstelling voor haar uiterlijk. Daardoor ontstaat er met de verandering van uiterlijk een innerlijke onevenwichtigheid. Dat is bij de vrouw kenne­lijk meer dan bij de man. Bij de man komen de verouderingsverschijnselen scherper naar voren bij een erkenning van machteloosheid. Bij hem is macht kennelijk een van de factoren, die hij nodig heeft in deze maatschappij om innerlijk een zekere rust te behouden. Zodra hij onzeker wordt van zijn macht, treedt een versneld verouderingsproces op.

 * Ik zou hier graag met nog 3 vragen op in willen haken. De alchemist zou de beschikking hebben over een soort levenswater. Dat zou dan een water zijn dat zou bestaan uit een zwaar element, dat zij de Steen der Wijzen noemen, maar dat in feite een zwaar radio­actief element zou zijn geweest. In India is een figuur Baba‑Ji , die volgens de legende 1000 jaar zou leven, enz..

Nu daar wachten we dan rustig op. We beginnen maar eerst met de Steen der Wijzen.

De Steen der Wijzen is evenmin als het Elixer Vitae en het Aurum Volubile (bekende tincturen en bereikingen van de alchemisten) als zuiver stoffelijk te beschouwen; althans t.a.v. de eigenschappen, die men er nu aan pleegt toe te schrijven. Het Elixer Vitae, het levenselixer, is in feite niets anders dan een solutie, een betrekkelijk eenvoudige solutie zelfs, die een sterk reinigende werking heeft en daarbij een ‑ laten we zeggen ‑ grotere activering en een groter verdeling van enzymen in het lichaam ten gevolge heeft, waardoor bepaalde groeiprocessen herontstaan. Dat is nogal eenvoudig, zou ik zeggen.

Dan krijgen we het z.g. vloeibare goud. Dat is een elixer dat zwaar giftig is (ook een wonder), er worden bij de preparaten o.m. arsenicumverbindingen gebruikt, maar dat in een bepaalde dosering stimulerend en verjongend werkt. Dat dus voor zover het de chemische kwestie betreft. We weten allemaal, dat een zeer kleine dosis arsenicum in bepaalde samenstellingen vitaliserend werkt, de hartwerking stimuleert en voor de bloedsomloop zeer goed is. Ook het zenuwstelsel zal door deze stimulans worden beïnvloed.

Dan blijft alleen nog over de Steen der Wijzen. Deze is voor heel veel verschillende vormen van materie of materiaal gebruikt, wat al moge blijken uit de verschillende omschrijvingen, die daaromtrent in omloop zijn. Men spreekt van een groene steen, van een witte steen, van een gele, ondoorzichtige steen, van een gele weke of wasachtige massa enz. Het gaat hier over het algemeen om stoffen, die inderdaad wat u zoudt kunnen noemen atomaire reacties tot stand brengen, maar die bovendien de eigenaardige kwaliteit hebben, dat zij bepaalde stoffen van elkaar kunnen scheiden. De goudmakerij van sommige alchemisten, voor zover ze niet op bedrog berustten, was niet zozeer de kunst om goud te vervaardigen, als wel om een scheiding tot stand te brengen tussen de betrekkelijk kleine hoeveelheden goud, die aanwezig waren in het ruwe materiaal, dat men smolt.

Aan deze drie termen zijn echter ook filosofische en mystieke associaties verbonden. In dit verband, maar alleen in dit verband, mogen we opmerken:

Het Elixer Vitae is een innerlijke gesteldheid plus een daardoor ontstane oriëntatie t.a.v. de wereld, waardoor het mogelijk is de levensprocessen te stimuleren. We zouden kunnen zeggen: het is eigenlijk een ingebouwde dieetleer plus een geestelijke stimulans, waardoor men alleen datgene tot zich neemt, wat voor het behoud van het lichaam en vooral ook voor de volledige afvoer van afvalstoffen uit het lichaam van het hoogste belang is.

Het Aurum Volubile is het geestelijk goud. Alweer een kwestie van een geestelijke gesteldheid en sereniteit, waardoor het “ik” zichzelf harmonisch kan maken met de materie. Als wij horen hoe dit z.g. vloeibare goud kan worden gebruikt om stenen e.d. dingen te veranderen in iets anders, dan zullen we onwillekeurig associëren met b.v. de verhalen van ingewijden, die dit met gedachtekracht doen. In deze zin is dus het vloeibaar goud niet veel anders dan het inzicht in de materie en daardoor het vermogen binnen die materie bepaalde acties en reacties in de kleinste delen tot stand te brengen.

Dan ten laatste de Steen der Wijzen. De Steen der Wijzen is filosofisch. Het in het “ik” bestaande begrip van de totaliteit, waardoor niet alleen de totaliteit kan worden beseft, maar vanuit het “ik” een beheer­singsmogelijkheid voor die totaliteit, in overeenstemming met haar wezen, ontstaat. Het is a.h.w. het begrip van God, waardoor de goddelijke macht via het “ik” volledig kan worden uitgedrukt.

Nu komen we aan Baba‑Ji. Nu is dat een heel eigenaardig iets. We kunnen n.l. nog een Baba‑Ji. Dat is een heks in heel veel Russische sprookjes. Zij is de zuster van Baba‑Jaga. Baba‑Jaga is de heks, die bin­nen de pallisade woont waar de vier getijden van de dag voorbij komen n.l. de nacht, de morgen, de middag en de avond. Baba‑Ji is haar zuster, die achter de zon woont en die de laatste hulp verleent aan verschillende sprookjesfiguren. In haar structuur binnen het sprookje ‑ dat is trou­wens ook iets eigenaardigs ‑ geeft zij heel vaak medicijnen, waardoor en­ geneeslijke zieken worden genezen en betoveringen worden verbroken. (Bij de mens is de realiteit meestal genoeg om een betovering te verbre­ken, maar in dit geval is er meer nodig). Terug naar de feitelijke vraag. Ik ken deze Baba‑Ji niet en durf mij over zijn persoonlijkheid en de juistheid van hetgeen u daaromtrent stelt geen oordeel te vormen op dit moment. Ik kan u wel dit zeggen: Indien een 24‑jaar cyclus wordt aange­nomen, dan houdt dit zeer waarschijnlijk in een binding aan bepaalde pla­netaire krachten ofwel evenwichten binnen het zonnestelsel; het laatste is misschien juister. Een vernieuwing (elke 24 jaar een veranderen van lichaam) is theoretisch misschien denkbaar, praktisch lijkt het mij niet zo gemakkelijk, omdat wij dan te maken krijgen met de noodzaak het lichaam steeds weer te veranderen, wat na 24 jaar ongeveer een periode zou inhouden van 2 tot 2½ jaar. Er zou dus een hiaat moeten zijn. Daar­ van blijkt in uw vraag niets.

Ten slotte wil ik opmerken, dat dergelijke legenden in het Oosten wel meer bestaan, maar in vele gevallen ten dele mystificaties zijn. Ik denk hier bv. aan de bekende Turku’s, die eens incarnaties heten te zijn, van wijze abten van grote kloosters. Daarvan weten we, dat er heel wat mystificaties zijn bedreven en dat er heel wat politiek word gebruikt om uit te maken wie er eigenlijk de juiste herboren ziel was. Dat lag heel vaak aan de mogelijkheid, die men had om het gezin te beïnvloeden, dan wel uit te schakelen. Ik vrees dat dus in dergelijke verhalen de mo­gelijkheid tot mystificatie niet uitgesloten moet worden geacht. ik kan alleen dit zeggen: Ik ben niet op de hoogte van dit verhaal laat staan van de persoon en de waarheid omtrent die persoon. Maar de erva­ringen, die ik algemeen met dergelijke verhalen zo’n mystiek, achtergrond heb, is dat wij altijd voorzichtig moeten zijn, omdat mystiek en mys­tificatie vaak heel dicht bij elkaar liggen.

*  Kunt u iets zeggen over stoffen, die we zouden moeten eten en bepaalde natuurgeneeswijzen, waardoor wij nu al gezonder zouden kunnen le­ven en eventueel de afbraak van de cellen zouden kunnen voorkomen of de afvoer van slakken beter zouden kunnen regelen?

Ik kan u daarvoor een heel eenvoudige leefregel geven.

  1. Zorg, dat je geen enkele dag gaat slapen, voordat je lichamelijk volledig moe bent.
  2. Wen jezelf aan op regelmatige tijden te eten. Eet dan datgene wat je op dat moment werkelijk aanstaat.
  3. Zorg ervoor, dat je voortdurend frisse lucht hebt.
  4. Beperk je slaapperiode ‑ en dat kan van persoon tot persoon verschillen ‑ zodanig, dat je bij het opstaan een ogenblik nodig hebt, voordat je de noodzaak van het verdergaan weer kunt aanvaarden, terwijl je zeker in geen geval ‑ en dat is misschien ook erg belangrijk ‑ jezelf nog eens een keer omdraait. Dus: als u na drie uur wakker zoudt worden, sta op. Wacht tot u helemaal wakker bent, tijg aan het werk. Zorg, dat daar ook lichamelijke arbeid bij is. Als u vermoeid bent, rust weer, totdat u ontwaakt. Dit systeem alleen is reeds voldoende om uw stofwisseling aanmerkelijk te verbeteren en dan is er nog helemaal geen dieet nodig.

Wilt u een dieet hebben, dan wil ik u er wel één geven; en dat is n.l. dit:

Beperk uw consumptie van synthetische producten zoveel u maar kunt. Meer behoef ik u niet te zeggen. Want heus, met geen vlees of wel vlees eten, of zonder kunstmest of met kunstmest gekweekte tarwe eten, ach, dat maakt niet zo veel uit, geloof me. De hoofdzaak is: voldoende lichaamsbeweging, de getraindheid van de spieren, het niet overmatig genieten van rust en daarnaast zou ik zeggen een zekere te­vredenheid. Want een mens, die steeds ontevreden is, leeft niet lang. Tracht tevreden te zijn met de wereld. Tracht tevreden te zijn met uzelf en zoek dan een doel, dat uw tevredenheid kan vergroten, zonder u onte­vreden te achten.

*  Emotie, zegt u, is de reactie op de wisselwerking tussen geest en stof. Is dit dan niet wat men leven noemt? Is liefde een emotie? De bijbel zegt: God is liefde. Hoe verklaart u dit?

  1. Emotie is het proces van het leven; want het is de emotie, die de feiten en ervaringen in het bewustzijn grift en ze daardoor maakt tot voortdurend toegankelijke referentiewaarden bij elk voor­komend gebeuren.
  2. God is liefde. Dat is toch heel natuurlijk. God is geen be­grip. God is geen definitie en geen mannetje. God is een gevoel. God is een beleving, een emotie. God is liefde, omdat liefde de emotie is voor de mens, die het begrip “eenheid” in zijn moest vol­ledige vorm kan uitdrukken. En daarom is de emotie “God” het gevoel van absolute verbondenheid met al het zijnde. En God is voor ons de uitdrukking van deze verbondenheid.

*  Als ik het goed begrijp, is energie het grondbeginsel van alle bestaan. Hoe is deze energie verdeeld onder de diverse entiteiten? Is dit een kwestie van evolutie of is er een speciale wijze, waarop wij extra energie tot onze beschikking kunnen krijgen?

Het klinkt misschien heel gek, maar laat mij het zo uitdrukken: U heeft een bepaalde toelage aan energie. U kunt die snel verbruiken en u kunt die langzaam verbruiken. Maar u krijgt er geen extra energie bij. U kunt alleen uw energie zodanig gebruiken, dat zij zich voor u verandert van de ene vorm van energie in de andere. Zij blijft dan voor u behouden. U kunt uw eigen energie zonder meer naar buiten afreageren, maar dan gaat ze voor u verloren. Elke actie, waarbij in het “ik” een reactie ontstaat, betekent dat de energie van het leven niet wordt verspild, maar wordt overgebracht in een andere vorm.

Voorbeeld: Als twee mensen elkaar liefhebben, dan ontstaat er een zekere frenesie; een vorm van energie. Indien die vorm van energie niet is gericht op een bevrediging zonder meer, maar als zo een uitdrukking, van het “ik” blijft, dan ontstaat weliswaar na de beëindiging van wat men de liefdesdaad noemt een vorm van rust; maar het eigenaardige is, dat deze vorm van rust dan gepaard, gaat met een vergroting van cerebrale ac­tiviteit. Dus het is a.h.w. een overdracht van de stimulans van het een naar het ander. Het denkvermogen beschikt dan over energieën, die oor­spronkelijk in lagere lichamelijke processen werden gegenereerd, of beter gezegd: in verschijning traden. Hier heeft u dan een typisch voorbeeld ervan. Zo zoudt u dus kunnen zeggen; Elk wezen heeft in het totaal der schepping zijn eigen energetische inhoud, die door zijn wezen is bepaald en waarvan het in verschijning tre­den door eigen actie en reactie wordt bepaald, waarbij de energie nimmer volledig kan worden verspild, maar soms zover naar buiten toe kan worden gedirigeerd, dat een periode van rust ontstaat, totdat energie uit de buitenwereld tot het “ik” terugkeert.

*  De energie kan dus niet vermeerderen maar wel verminderen?

Neen, ze kan niet verminderen. Laten we een voorbeeld nemen: Ik heb een bureau. Ik heb daar tien jongens zitten. Mijn potentie is op het ogenblik de arbeid van tien jongens. Er is niets te doen. Zij zitten stil. Nu komt er op een gegeven moment een werk. Ik zet er 3, 4, 5 des­noods 10 aan het werk. Dat is het maximum aan arbeid, dat nu kan inzet­ten. Ik kan die jongens voor een boodschapje naar buiten sturen, dan komen ze opgewekter terug, omdat ze er even uit zijn geweest. Maar nu kan ik ook tegen een van die jongens zeggen: “Ga jij eens, even naar Maas­tricht of Groningen een boodschap wegbrengen. Dan zal ik pas over die jongen met zijn energie kunnen beschikken, wanneer hij is teruggekeerd. Op deze wijze dus. U vermeerdert of vermindert niet. Uw personeelsbezet­ting blijft gelijk, maar u kunt een groter of kleiner deel van het perso­neel tijdelijk a.h.w. zover buiten u stationeren, dat het een tijd duurt, voordat ze weer tot u terugkeren.

*  Maar het komt toch terug.

Het keert ten slotte terug. De energie blijft dus altijd gelijk.

*  Dus is het mogelijk die oorspronkelijke energie om te zetten in ande­re energie.

Ik heb zo-even reeds opgemerkt, dat onder bepaalde omstandigheden (n.l. indien niet het zoeken naar bevrediging, maar het uitdrukken van eenheid in lichamelijke zin, waarbij een werkelijke versmelting plaatsvindt) een cerebrale activiteit ontstaat. Dan wordt dus wat u seksueel potentieel zoudt kunnen noemen overgedragen, het wordt dan een hersenactiviteit, een vermogen in het denken. Men kan dit doen met of zonder de daad op zichzelf; er zijn verschillende methoden voor. In alle gevallen is het echter noodzakelijk, dat de seksualiteit niet alleen op het “ik” of op de bevrediging van het “ik” is gericht. Het moet altijd een erkenning zijn­ van iets buiten het “ik”.

*  Zijn er nog andere vormen van energie, die nuttiger besteed kunnen worden?

Geestelijke energie. Levensenergie of od‑kracht. Die dingen kunnen allemaal worden gebruik; die kan men uitzenden. Levenskracht kan men bv. gebruiken om iemand, die een tekort aan li­chamelijke levenskracht heeft, tijdelijk van die kracht te voorzien. Ze keert ten slotte tot je terug. Maar in de tussentijd hoeft de ander haar kunnen gebruiken en misschien zichzelf kunnen herstellen. Er zijn dus vele mogelijkheden.

*  Kunt u enige aanwijzingen geven tot verdere beheersing van de stof?

Ja, die kan ik u inderdaad geven, als u met de stof uw stoffelijk wezen bedoelt. Dat is eenvoudig dit; Erken wat je bent. Probeer nooit anders te zijn dan je bent, maar probeer dat wat je bent zo volledig mogelijk te zijn op een wijze, die voor jezelf bevredigend is. Handel dus naar wat je bent en niet naar wat een ander misschien zou willen, dat je zou doen. Door het gebruik van deze talenten n.l. ontstaat er een innerlijke harmonie, een innerlijke beslotenheid, waarin grotere krachten voorkomen en een grotere erkenningsmogelijkheid. Naarmate u probeert uzelf en het beeld van uzelf in de wereld te vervalsen, krijgt u vanzelf ook een vervalsing van waarden. U kunt dus niet meer volgens uw bewustzijn de juiste kracht op het juiste moment en op de juiste plaats uitoefenen. Het resultaat is, dat u uw krachten verspilt en tot een veranderende prestatie komt. Wanneer u echter uzelf kent, (ik heb het daarnet gezegd), dan weet u wat uw mogelijkheden en noodzaken zijn. U kunt uw kracht zo juist mogelijk gebruiken en u kunt zowel in uzelf als vanuit uzelf een maximaal resultaat bereiken. En dat is toch beheersing. En indien u dat zover heeft opgevoerd, dat u gevoelig kunt worden voor trillingen en stralingen op zeer klein niveau, dan ontstaat daarmede door de erkenning van de materiestructuur plus de juiste erkenning van het eigen “ik” het ver­mogen de krachten van het eigen “ik” op de materiestructuur te rich­ten en deze daarmede tijdelijk en soms zelfs blijvend te veranderen. En daarmede heeft u de beheersing ook op de materie om u heen overge­dragen.

*  Is een klein niveau een kleine frequentie?

Neen. Met klein niveau bedoel ik datgene, wat zo klein is dat u het zelfs met een elektronenmicroscoop bijna niet meer kunt waarnemen. Dat heeft niets met frequentie te maken. Dat heeft te maken met kenbaarheid vanuit uw normaal levensniveau.

**************

We hebben ons vandaag beziggehouden met materie en energie, met de geest en energie. We hebben getracht een beeld te krijgen van het Al. Een beeld van het Al is voor ons belangrijk, omdat de voorstelling, die wij ons van de wereld, maken waarin we leven, voor een groot gedeelte bepalend is voor de mogelijkheden, die wij bezitten de wijze, waarop u uw wereld beziet, bepaalt voor een groot gedeelte de manier, waarop u uw vermogens gebruikt. Op het ogenblik, dat u de wereld van de geest gaat zien als zonder meer hoger of anders en een verband net de materie niet begrijpt, is de kans zeer groot dat uw contacten met de geest grotendeels hallucinair en zelfs ook imaginair zijn. Indien u echter begrijpt, dat er een binding is tussen stof en geest en dat uw stoffelijke realiteit voor de geest een volledig kenbare waarde moet zijn, zult u op die geest kunnen reageren vanuit uw menselijk vlak. U zult dus ook vanuit uw menselijk kritisch en verstandelijk en emotioneel niveau daarop reageren. Wat de geest u dan brengt, is voor u een verrijking van uw eigen wereld en dus een vergroting van uw werkelijke vermogens.

Ook voor uzelf is het belangrijk dat u beseft, dat er wel een dood is, maar dat deze dood alleen een overgaan is naar een ander deel van hetzelfde bestaan. Het voorkomt veel illusies, veel onnodige beperkingen en opofferingen in het stoffelijke bestaan aan de ene kant, anderzijds voorkomt het de onverschilligheid, waarmee men misschien zijn leven zou gaan leven en zo voor het “ik” een teleurstellend beeld zou krijgen van de keerzijde van de munt.

Hiermede heb ik dan getracht u iets duidelijk te maken over het leven. Mag ik het nu nog even heel eenvoudig en kort zeggen?

Leef vanuit uzelf en vanuit uw eigen werkelijkheid.

Benader alle krachten (ook de geest en ook God) vanuit uzelf en vanuit uw eigen erkenning en niveau. Wees daarbij zo eerlijk als u kunt, zo reëel mogelijk.

Tracht niet het onbegrijpelijk in uw bestaan in te calculeren, maar wees bereid de verschijnselen, die voor u niet begrijpelijk zijn, te klasseren als iets, wat begrijpelijk moet zijn.

Op deze manier kunt u steeds verder komen. Op deze manier kunt u geestelijk hoger stijgen en kunt u ook stoffelijk juister, harmonischer en naar ik aanneem ook prettiger leven met de zekerheid dat, wat u op deze manier op aarde heeft beleefd in de sferen aan de andere kant van de dood voortbestaat.

Wat de techniek betreft, ach, de techniek is interessant, maar ze is op het ogenblik niet belangrijk. Want de mens van dit moment is nog niet rijp genoeg om een techniek te beheersen, die bv. ruimte en tijd zou omvatten. Eerst wanneer de geest rijp is, zal een creatief vermogen beheersbare materiële mogelijkheden en waarden kunnen scheppen; en op die beheersbaarheid moeten wij toch bovenal de nadruk leggen.

Leef uw leven. Leef uw leven vrij. Leef het verstandig, emotioneel als mens en aanvaard alle waarden, ook die van de geest, als voor u gelijkwaardig op dit moment. Zoek niet naar het onbegrijpelijke. Zoek naar het begrijpelijke en zoek vooral naar datgene, wat u rijker maakt. Indien u dat tot stand brengt, dan zult u mij misschien minder vragen stellen, maar we zullen elkaar ongetwijfeld nog veel beter begrijpen dan vandaag mogelijk was. Toch dank ik u voor uw belangstelling en vragen en ik hoop, dat u van deze avond voldoende impressies zult meenemen om in uw leven naar een juister evenwicht te streven.