Geest en stof als eenheid

uit de cursus ‘Zelfprojectie’ 1984-1985

Als je op aarde leeft, zijn geest en stof een eenheid. Dat hebben we trouwens al verteld in de vorige les. Toch heeft de geest veel meer mogelijkheden en veel meer krachten dan je je eigenlijk kunt voorstellen als mens. Er zijn dan een aantal typerende dingen die je kunt noemen, bv. de paranormale kwaliteiten van de mens. Als mensen door telekinese bv. elektrische stromen kunnen beïn­vloeden, iets wat in laboratoria redelijk aanvaardbaar is bewezen, dan betekent dat dat de wil (de geest van de mens invloed kan hebben op de flux van elektronen. En dat betekent weer dat je dus in het rijk van de kleinste deeltjes invloed kunt uitoefenen. Zelfs een reguleren­de en bepalende invloed tegen andere factoren en andere invloeden in. Dat houdt in dat de mens dus kan reiken tot binnen het bereik van het atoom van de moleculaire structuur en wat dies meer zij. Toch weet de doorsneemens daar weinig van. De meeste mensen geven zich niet eens de moeite om te kijken of het wel kan.

Nu zijn er allerlei toevalsfactoren die je helemaal kunt uitscha­kelen. Er zijn altijd vele verhalen waarmee de mensen zeggen. Ja, het lijkt wel zo, maar of het is bedrog of het is toeval. Laten we nu ons­zelf eerst eens innerlijk bekijken.

Wat zijn wij? Wij zijn een deel van een totale kracht die we overi­gens niet kennen. Wij noemen die kracht God, maar we weten er weinig van. Deze kracht werkt in alle dingen. Door het concentreren van onze wil verschuiven we a.h.w. onze wereld in de richting van het punt waarop wij zijn geconcentreerd. Is dat de kleinste delen van de materie, dan zijn we daarin een werkzame factor. Zouden we dat doen ten aanzien van bv. het weer of nog meer het zonnestelsel, dan hebben we natuurlijk als persoonlijkheid veel minder invloed dan in de wereld van het kleine. Daar dat deel van de kracht die wij zijn, kan elke andere vorm van kracht benaderen en beïnvloeden in zoverre de eigen energie voldoende is om een evenwichtsverstoring te veroorzaken in het energetisch, geheel waarop wij ons richten. Als wij ons verder realiseren: wij zijn een stoffelijk mens dan moe­ten wij ons ook realiseren: een stoffelijke mens heeft een wereldvoor­stelling die niet wordt bepaald door de werkelijkheid. Ze wordt bepaald door zintuiglijke waarneming plus een aantal vergelijkingsfactoren en nog een aantal conventies die voor het merendeel emotioneel gebaseerd zijn.

Ons wereldbeeld heeft dus niet met de werkelijkheid te maken. Dan kunnen wij dat wereldbeeld nooit als volledig vaststaand beschouwen. We kunnen alleen maar zien dat het voor ons een werkelijkheid is die, zolang wij daarin voldoende geloven, voor ons blijft functioneren. Op het ogenblik echter dat we anders gaan denken, wordt voor ons die werkelijkheid anders. Niet voor anderen, alleen voor ons.

Dat is erg interessant. Want wanneer de stof één is geworden met de voorstelling die de geest heeft, blijkt dat de waarde van de geest bepalend is voor het gebeuren in de stof. Dan zou je theoretisch door muren heen kunnen lopen. De mensen doen dat meestal niet, ze lopen er meestal tegenaan.

Je zou dus elke materiële structuur a.h.w. kunnen aanpassen aan je behoefte om verder te gaan. Je zou bepaalde verschijnselen gewoon door je geest kunnen uitschakelen en dan zijn ze er voor jou niet, maar dan kunnen ze je ook niet beïnvloeden. Als je niet gelooft dat vuur vernietigend is, dat vuur je iets kan doen, dan loop je door het vuur heen en is er niets aan de hand. Het zijn niet alleen de vuurlopers. Er is een heel bekend verhaal:

Een heilige man zit te mediteren, terwijl rond hem de dessa afbrandt. Theoretisch had die man op zijn minst genomen vol blaren moeten zitten. Hij zat niet vol blaren, hij mankeerde niets. Er zat zelfs geen stofje, geen asvlekje op het gewaad dat hij aanhad. De man had gewoon het vuur ontkend en daardoor had het vuur ook hem ontkend.

Nu neem ik niet aan dat u in staat bent om dergelijke prestaties te volbrengen. Om dat goed te doen, heeft u een nogal lange training nodig. Want het werkelijkheidsbesef van de mens is zozeer gebonden aan de conventies die eromheen bestaan dat het bijna onmogelijk is om zich helemaal daaruit los te maken. Maar we kunnen stoffelijk toch wel een aantal factoren zien die twijfelgevallen zijn, van: is dat nu wel zo? Op het moment dat wij ons die vraag kunnen stellen in de werkelijkheid en in ons iets voelen wat anders is, ontstaat er een zgn. werkelijkheidsverschuiving. Dan hebben we daar een factor gevonden die we kunnen beïnvloeden.

Bij de paranormale genezer is dat bv. de zuivere aanname; dat zijn kracht de kracht van een ander kan aanvullen of dat er ergens energieën zijn die dat voor hem zullen doen. Als die overtuiging meer dan voldoende is, kun je inderdaad genezen. Het is geen gekheid, want je merkt het aan de resultaten. Maar als je denkt: ach, ik zal het maar proberen, het is eigenlijk toch maar…, dan is de kans dat je slaagt al veel kleiner.

Op het ogenblik dat je iemand of iemands kwaal, of ze echt is of niet, eenvoudig beschouwt als een waanvoorstelling en je begint dat psychologisch te benaderen, maak je je patiënt in 9 van de 10 gevallen erger dan hij was. Het is het bewijs dat onze eigen voorstelling erg bepalend is voor datgene wat we kunnen doen. Niet alleen zuiver stoffelijk, maar ook in geestelijke zin.

Nu is onze geest een entiteit, een wezen dat in zich een weten bezit. Dat weten kan stoffelijk alleen worden uitgedrukt als een aanvoelen en soms als een onredelijke ingeving, een soort intuïtie. Wij kunnen die dingen natuurlijk opzijzetten. Wij zeggen: Wij moeten rationeel zijn. Dan heeft u er niets aan. Maar als u gaat werken met deze krachten en deze kennis van uw geest, dan ontstaat er een werkelijkheidsrelatie waarin de krachten van de geest stoffelijk ter beschikking zijn en omgekeerd uw stoffelijke problemen niet meer materieel logisch worden opgelost, maar in feite geestelijk en met geestelijke energie tot een oplossing worden gebracht. Dan blijkt dat er een aantal factoren in de stof zijn die een enorme belemmering kunnen zijn. Om een paar voorbeelden te geven:

Begeerte-element: Als u weet dat u geld nodig heeft en u krijgt bij toeval een lot, dan is de kans groot dat u een prijs trekt. Als u zich voortdurend concentreert op het winnende lot omdat u met alle geweld die prijs wilt winnen, dan is 999 op de 1000 het zo dat u de absolute niet trekt. Waarom?

Begeerte en voorstellingen zijn gebonden aan stoffelijke relaties aan de verhoudingen van de gemeenschap. Deze verhoudingen zijn niet reëel. Onthoudt u dat goed! Ze zijn voor u werkelijk, maar ze zijn geen totale werkelijkheid. Dan bent u bezig met iets wat buiten het bereik valt van de geest. U kunt dus, de energieën waarover de geest veel vrijer kan beschikken niet inschakelen noch daaruit een voorwetenschap of iets anders gewinnen.

Ik geef een ander voorbeeld dat het tegendeel is. U heeft helemaal geen idee van, ik moet precies weten hoe het met Jan­sen gaat die in Londen zit. Op een gegeven moment echter ontstaat een­voudig de relatie. U denkt aan Jansen. Maar dan heeft u ook een aantal gegevens over Jansen. Er kunnen zo emoties, er kunnen zelfs lichamelijke gevoelens worden uitgewisseld, er kunnen denkbeelden worden uitgewisseld. Waarom?

Omdat de relatie op zichzelf zonder meer een erkende is. Ze is niet nader gedefinieerd; ze bestaat eenvoudig. Door het feit dat u deze als bestaand aanvaardt, zal uw geest eveneens dit als een voor u bestaande waarde beschouwen. En aangezien elk wezen een vorm van energie is, is voor de geest de ander een werkelijkheid, maar een energetische. Het resultaat is dat die geest dus haar indrukken overstuurt. En aange­zien er een aantal stoffelijke normen bestaat is de kans heel groot dat de overdracht gebeurt.

Met andere woorden als je aan iemand denkt met een hatelijk gevoel, de ander opeens denkt: die rotvent of die rotmeid. Het is dus absoluut iets waarbij geest en stof samenwerken en dan de stoffelijke normen over­schrijden. Dit is interessant, want als we dat nu zeggen t.a.v. verschijn­selen, dan zou het sensationeel zijn als ik het ook zou kunnen. Als u het heel ernstig probeert, dan lukt het niet omdat u het te krampachtig doet. Maar als u daarnaast eens stelt: de eenheid stof geest betekent dat een grotere, maar niet meer rationele wereld wordt betreden, waarin de mogelijk­heden niet meer door logica of menselijke begrenzing worden bepaald; maar alleen door het vermogen dat de persoonlijkheid heeft tot uitwisseling met andere delen van de totaliteit.

Wij komen dan op het punt dat we zeggen: Die eenheid van stof en geest is toch wel erg belangrijk. Ze is dat voorlopig uit de aard der zaak. Er komt een ogenblik dat u uw stoffelijk lichaam weer achterlaat. Misschien dat u later nog op herhalingsoefening moet gaan omdat u reïn­carneert, maar dat is dan van latere zorg. De geest is nu de blijvende factor, de stof is de vergankelijke factor. Dit is eigenlijk een geloofs­artikel. Je moet doodgaan om te weten dat het waar is.

Dit betekent dat de geest en al datgene wat in die geest bestaat veel omvattender is (ook qua bewustzijn, qua vermogen, qua mogelijkheid) dan je stoffelijk ooit kunt bereiken. Door de geestelijke waarden te aan­vaarden als deel van je totale persoonlijkheid en daarop te reageren en daarmee te werken, heb je de beschikking gekregen over een enorm reser­voir van kennis dat dan weliswaar gevoelsmatig of intuïtief tot uitdruk­king komt, maar dat desalniettemin op een totale werkelijkheid slaat. Het heeft dus niet alleen maar betrekking op één enkel punt, één enkel geval, maar dat in feite het gehele beeld van je leven helpt bepalen.

Dan moeten we nog een stapje verder. Ik heb gesteld: er is een to­tale energie waarvan we op de één of andere manier deel zijn. Ik stel: ik kan het niet bewijzen. Maar wat blijkt nu? Wanneer ik mij in­stel op bepaalde vormen van kracht, dan zijn die vormen van kracht werkzaam en gebeuren er de meest vreemde dingen. Dat is een feit dat zelfs bewezen kan worden.

Bij hoge uitzondering werd hier door eliminatie van bepaalde krach­ten ingegrepen. Er zijn sedertdien al twee staatsbegrafenissen geweest en de derde is in de maak. Niet dat wij zeggen: O, wat zijn we blij. Wij hebben daar (Rusland) een stel mensen uit de weg geruimd. Deze men­sen zijn, zoals ze functioneren, niet harmonisch in het geheel. Door ze weg te nemen herstel je weliswaar de harmonie niet maar voorkom je een blijvende disharmonie. Geestelijk kan zo iemand zeer waarschijnlijk toch wel weer begrijpen dat hij moet reageren op het geheel, niet alleen op een klein deel en zal zo iemand na de overgang gemakkelijk weer verder kunnen gaan.

Dit is iets wat eigenlijk belachelijk klinkt. Daar zit de Orde van de Verdraagzamen. Even daarna wordt er een urn bijgezet in de muur om het Kremlin. Het is krankzinnig, maar het is wel gebeurd. Het is ge­beurd omdat de geestelijke energie, of moet ik zeggen: de totale kracht waarvan de geestelijke energie alleen maar een verschijnsel is, nu een­maal altijd werkt in de richting van harmonie en evenwicht.

Als wij een eenheid van stof en geest nastreven, dan moeten wij ons dat heel goed realiseren. Er is ook in ons leven een wet van evenwicht. Er is in ons leven een wet van compenserende velden. Wij kunnen ons niet onttrekken aan de voortdurende ingrepen van de totale kracht, omdat wij binnen die kracht nu eenmaal een zuivere functie moeten uitoefenen en dit alleen kunnen doen en ons daarvan bewust kunnen worden, indien én geest en stof dat als eenheid ervaren.

Het is een beetje dwaas te zeggen dat mensen een roeping hebben. U kent dat wel. Sommigen voelen zich tot Jezus geroepen. Zij hebben zich bekeerd en nu behoren ze tot de één of andere sekte. Anderen voelen zich geroepen en zijn priester geworden. Of zij voelen zich geroepen om een volk te leiden. Dat is iets wat zolang je eerlijk blijft goed gaat, maar zodra je een beetje meer aan jezelf gaat denken een volksmislei­ding wordt.

Die roeping bestaat niet als zodanig. Er is geen stem die zegt: Ik roep u om priester te worden. Of: Ik roep u om christen te worden. Maar als wij die roep horen, dan betekent dit. Je hebt een harmonisch vermogen. Probeer de eenheid te bereiken die je nodig hebt. Dan is roeping eigenlijk ook iets wat te maken heeft én met geest en met stof.

De mens die geroepen wordt moet een eenheid proberen te bereiken tussen geest en stof. Hij moet zowel van binnenuit leven als ook in zijn normaal stoffelijk bestaan zo harmonisch en zo juist mogelijk functione­ren. Hij mag rustig zichzelf zijn met alle fouten die er eventueel aan kleven, volgens menselijke beschouwing dan. Dat heeft helemaal geen belang. Hij moet echter wel harmonisch zijn.

Als je harmonisch bent, dan reageer je op omstandigheden die je menselijk gezien niet kunt kennen. In dit weer bv. weet je precies wanneer je moet vertrekken om op een bepaalde tijd nog aan te komen op je bestemming. Je weet precies wanneer je van je gewoonte moet afwijken, een andere weg moet volgen, van andere vervoermiddelen gebruik moet maken, zonder dat je kunt zeggen: ik weet precies waarom. Maar het blijkt wel dat, als je dat doet het schema waarin je stoffelijk gebonden bent, zolang het maar harmonisch is met het geheel, wordt vervuld. Dat zijn dingen waar de mensen aan voorbijlopen.

De eenheid die we nodig hebben, geeft ons ook nog iets anders. Als stof en geest één zijn dan zijn we ook één met één van de grote krach­ten waar men als mens toch tijdelijk bij betrokken en in gevangen is; de kracht van de ruimte zelf.

Nu kunnen wij erover gaan debatteren of de aarde een persoonlijkheid is en vergelijkbaar met de mens of niet. Maar wat doet dat ter zake?

De aarde heeft in ieder geval een fluctuerend krachtveld. Ze heeft in zich een fluctuerende verhouding ten aanzien van de zon en de pla­neten. Als ik harmonisch ben met het geheel, dan ben ik harmonisch met de aarde. Dat wil zeggen, dat elke verandering die in het geheel van de aarde plaatsvindt, of dit nu een stoffelijke is bv. een aardbeving of mijnentwege een te hevige sneeuwbui, dan wel een geestelijke, dus een beïn­vloeding van stemming, van gebeuren in meer mentale zin. Ik weet het. Ik ben er deel van. Ik reageer erop voordat er een kenbaar verschijnsel is.

Denkt u niet dat dat zo maar een sprookje is. Dieren zijn in vele gevallen als kinderen. Ze leven in harmonie met hun omgeving die eigen­lijk niet is uit te drukken in menselijke begrippen. Er zit geen moraal in. Er zit wel genegenheid in, maar toch ook weer met liefde zoals je dat menselijk bekijkt. Er zit ook geen geloof in, maar er zit wel een vertrouwen of een afhankelijkheidsrelatie in.

Da dieren voelen een wisseling van het weer aankomen tegen alle bepalingen van de weersvoorspelling in en reageren daarop. Zij weten dagen van tevo­ren wanneer een bepaald gebied zal worden getroffen door een aardbeving of een vloedgolf en trekken weg, behalve als ze gedomesticeerd zijn. Dan is de mens voor hen een beslissende factor geworden en reageren ze niet meer volgens hun instinct, ze worden alleen onrustig.

Realiseer u dit; een harmonie met de aarde, maar met veel meer, ook met andere dingen. Want als de aarde een relatie heeft met de zon, dan is de mens die harmonisch is met de aarde (met haar veld) automa­tisch ook verbonden met de zon, met haar werking en uitstraling zoals die kenbaar zijn, maar ook met haar fluïdum dat niet kenbaar is, maar dat wel degelijk in het planetenstelsel een rol speelt.

Je bent met alle dingen verbonden. Je gaat intuïtief reageren, menselijk gezien vaak onredelijk. Maar met al die onredelijkheid, inclu­sief haar terughoudendheden, haar schijnbaar doorzettingsvermogen of enthousiasme, is het te herleiden tot het voortdurend scheppen van de meest harmonische situatie die onder bepaalde omstandigheden mogelijk is gezien alle geestelijke en stoffelijke invloeden die van buitenaf zul­len optreden.

Nu een typische opmerking. Ik vaag u, of u kunt meekomen. Nu weet ik dat u door de manier waarop u bent geconcentreerd groten­deels geestelijk wel kunt meekomen. Maar ik bemerk dat er enige moeilijk­heden zijn t.a.v. technische termen die ik heb gebruikt, vergelijkingen die u niet helemaal aanspreken. Laat mij dit nu ook eens zien in het ver­band stof en geest.

Het is niet belangrijk of mijn argumenten voor u goed of overtui­gend zijn. Het is belangrijk of u innerlijk aanvoelt: dit is voor mij juist. Niet: dit is voor iedereen juist, want dat kunt u niet weten. Het is voor mij juist. Datgene wat u als goed aanvoelt, is een factor in uw geest en niet alleen in de stof. De beelden, die ik daarbij verschaf, zijn alleen maar een uitdrukking, de mogelijkheid tot een redelijke benadering daarvan. U kunt dus alleen door uw aanwezigheid en een bepaalde mate van geeste­lijke overeenstemming, zoals we die op het ogenblik hier hebben, vele din­gen opnemen zonder dat u deze verstandelijk kunt verwerken.

Nu nog een typisch verschijnsel. Wanneer er een toestand voor u ont­staat waardoor u emotioneel het gevoel heeft: ik moet een argument vinden, dan zult u argumenten die u heeft gehoord en allang heeft ver­geten, u plotseling herinneren of zelfs zonder te weten waar ze vandaan komen, ze uitspreken en tegen uzelf zeggen: Hoe kom ik er eigenlijk aan? Maar het was wel goed dat ik het heb gezegd.

Dan blijkt dat de harmonie hoe beperkt dan ook die wij tijdens een lezing als deze tot stand brengen ook inwerkt op het gebied van de geest.

Daarmee is een invloed geschapen die op uw persoonlijke harmonische mogelijkheid is gebaseerd en die een wisselwerking met de stof veroorzaakt. Deze wisselwerking met de stof is niet tijdgebonden. Het kan zijn dat u haar pas na 20 jaar gebruikt. Als u het nodig heeft, komt het naar voren. Het kan zijn dat u dingen heeft vergeten. U komt dan in een situatie en u denkt ineens: Hoe was dat ook weer? U stelt zich dan in (u weet niet eens meer waar u het heeft gehoord) en daardoor vindt u een oplossing, een uitweg. Dat is de reden waarom de geest en de stof zo dicht mogelijk vereend moeten zijn, ook in hun wereldbesef en hun wereldwerking.

Zeker, de geest is een kracht. De stof is een vorm van kracht die zichzelf niet als zodanig beschouwt Maar als ze een eenheid zijn, dan is de kracht dominerend, is de bewustzijnsinhoud van het geheel, ook voor het stoffelijke deel, toegankelijk en is daarmee een mogelijkheid geschapen om een innerlijke weg te vinden zonder daarbij tevens de uiterlijke wereld te verloochenen of van u af te wijzen. Integendeel, u kunt ze tot eenheid brengen. Dit is het belangrijke punt dat ik vanavond wilde stellen.

Ik zou u willen aanraden om u met deze vraag bezig te houden. Niet dat al wat wij hebben gezegd voor honderd procent juist moet zijn, maar het is een punt van overweging. Denk daarover na.

Vraag u af, of u niet uw intuïtie te veel verwaarloost of misschien te veel de intuïtie gebruikt als basis voor een soort droomwereld zonder iets daarvan in de werkelijkheid om te zetten. U heeft hier misschien toch een leidraad gevonden die het u mogelijk maakt beter uw innerlijke weg te volgen en gelijktijdig een betere uitdrukking te geven aan de werkelijke waarde van uw persoonlijkheid.