Geest / Stof in deze tijd

image_pdf

14 april 1975

De gastspreker van vanavond valt een beetje buiten het gewone kader. Zijn voornaamste thema is: geest/stof in deze tijd, waarin de Wessac een rol speelt.

De geest kan de stof beïnvloeden. Wanneer wij proberen de gehele kosmos te overzien, dan zien wij een enorm netwerk van krachten, die allemaal weer bij elkaar komen. Het begint in een hogere sfeer, voert naar de materie en houdt niet op. In het geheel is toch weer iets van harmonie en evenwicht, een stokpaardje onzerzijds, dat in deze dagen een belangrijke rol speelt.

Wanneer wij zeggen “harmonie”, dan bedoelen wij daarmee niet “gelijkvormigheid”. Wij doelen inderdaad op harmonie, een harmonisch patroon.

Laat mij u het een en ander vertellen over dat harmonisch patroon. Een harmonisch patroon bestaat altijd uit een opbouw. Een opbouw omvat altijd een beginakkoord, dat meestal nogal wat explosief klinkt, het gaat verder met een over het algemeen betrekkelijk zachte melodie, die eigenlijk moet vechten tegen een achtergrond, die chaotisch lijkt. Deze melodie wordt sterker en wordt dan overgenomen door verschillende instrumenten.

Stoffelijk gezien betekent het dit: Het begin van een harmonisch akkoord doet de mens chaotisch aan, want er zijn dan een groot aantal verschillende waarden gelijktijdig actief en deze waarden op zich harmoniëren niet, omdat ze gelijktijdig optreden. Hierdoor ontstaat een enorme spanning en die spanning openbaart zich dan hetzij geestelijk, hetzij materieel, hetzij in beide aspecten door mensen bewust te maken van nieuwe mogelijkheden. Deze mogelijkheden worden eerst aarzelend ervaren.

Wanneer ik het voor deze tijd zou moeten stellen, dan zou ik zeggen: het is een kwestie van samenwerking geest/stof, waarbij de stof ook geestelijke taken en de geest ook stoffelijke taken op zich kan nemen. Maar hoe het ook zij, deze melodie, die erg in de verdrukking schijnt te zitten, wordt sterker omdat de kracht van de harmonie altijd sterker is dan de chaos. Chaos kan een vormenprincipe niet verslinden en een vormenprincipe kan de chaos verslinden, maar zal dat nooit helemaal doen, omdat er tegenover de vorm altijd een tegenstelling moet blijven bestaan, waardoor herkenbaarheid mogelijk is.

Dan komen wij als vanzelf terecht bij de opbouw van een melodie. Een melodisch element bestaat uit een aantal opeenvolgende tonen. Maar als je dat vertaalt in een geestelijke werking, dan bestaat het uit een opvolgend aantal openbaringen van geestelijke kracht. Dat ik hier “geestelijke kracht” zeg, lijkt misschien wat overdreven, maar de geest heeft haar mogelijkheden, ook de menselijke geest en op het ogenblik dat de geest – en dat is de geest uit onze werelden – begint om iets te wekken, iets wakker te roepen, zal men op aarde daarop reageren en meestal is dat eerst in een verwarring, een misrepresentatie van wat in feite wordt uitgezonden. Daarna krijg je de geest zelf, die altijd de volgende toonaard bepaalt. Dat is een versmelten in activiteit van de geest in de sferen en de geest in de stof.

In deze periode zijn uittredingsbelevingen minder zeldzaam, bewuste activiteiten van stof en geest tezamen zijn nogal redelijk, maar er blijft altijd nog een lichte discrepantie bestaan. Het is nl. zo, dat de geest vanuit haar standpunt denkt in de stof, een mens – ook wanneer hij in de geest is – altijd nog vanuit zijn standpunt. Die standpunten zijn niet geheel te verenigen en dat brengt ons als vanzelf tot de derde fase. Hier moet de stofmens de geest en de geest de stofmens leren verstaan. U zult zeggen: maar dat doen ze toch? Neen.

Laten we het heel eenvoudig zeggen: De geest betaalt geen belasting. De geest kijkt niet naar wat het kost om iets tot stand te brengen, hij kijkt alleen maar naar het al of niet wenselijke ervan. De mens kijkt ook naar de prijs. En wanneer de mens de prijs hoog vindt, zegt de geest: “Wat geeft het? Het is de moeite waard.” Dan zegt de mens: “Ik wil die prijs niet betalen.” Dan zegt de geest: “Dan doe je het verkeerd.” Zo gaat dat. De geest moet dus gaan begrijpen: wat kost iets aan een mens?

Ik zal een klein voorbeeld aanhalen van wat er op dit moment aan de hand is, bv. in Azië. De hele situatie aldaar is voor de geest wel gunstig vanuit een geestelijk standpunt, maar er is een enorm menselijk lijden mee gemoeid en die geest wordt daar eigenlijk pas goed wakker voor, nu men geconfronteerd wordt met steeds meer overgaande geesten die zeggen: “Maar zo had het toch niet behoeven te zijn?” Wanneer die ontwaken uit hun dolen in Schaduwland en eindelijk zich verstaanbaar kunnen maken, dan schrikt een geest gewoon van de innerlijke, emotionele waarden van hetgeen er gebeurd is.

Nu moet die geest zijn eigen actie gaan veranderen, d.w.z.: het gaat niet alleen meer om het doel, om bv. de te materialistische inslag van bepaalde groepen te niet te doen, maar het gaat er nu eerder om om tezamen een redelijk materieel geheel te laten bestaan, waarin een hogere, geestelijke werking tot uiting kan komen. Want daarover kan men het wel eens worden.

Wanneer dat nu bereikt wordt, zou je dat de derde toon kunnen noemen. Wat daarna gebeurt verschilt nog wel eens van fase tot fase. De ene keer zijn er motieven van tien tonen en een andere keer van drie, bij wijze van spreken. Maar het akkoord wordt gemeenlijk dan verder voortgezet met een openbaring, d.w.z. dat er krachten vanuit de geest zich ook stoffelijk verstaanbaar en in een stoffelijke vorm gaan uitdrukken op een zodanige wijze, dat hierdoor een omwenteling in menselijk gevoels- en denkleven bereikt kan worden, ook wanneer dat meestal een betrekkelijk kleine kern betreft, die zich dan enorm kan uitbreiden.

Wat daarna volgt, verschilt teveel van fase tot fase. Dat zou ik niet allemaal kunnen omschrijven. We hebben hier dus een akkoord, maar als dat akkoord er is geweest, dat eerste melodische werken, dan moet er weer een contrapunt zijn, er moet iets tegenover staan. En de waarde, die er tegenover staat, zal dan – gezien uw stoffelijke omgeving voor een mens – moeten vallen op materiële werkingen, materiële mogelijkheden. Gelijktijdig zullen het mogelijkheden of werkingen moeten zijn, waarbij de geest haar invloed in stand kan houden. En dat betekent dan meestal een 0mwenteling in allerlei wetenschappen, het betekent een omwenteling in benadering van dingen – kunst bv. – en zo wordt a.h.w. materieel vastgelegd wat nieuw beleefbaar is geworden.

Dan krijg je de herhaling van hetzelfde akkoord, maar a.h.w. zwellend. De nadruk gaat dan steeds meer vallen – even weer hetzelfde, even weer het conflict en dan ineens die samenwerking – die komt er steeds sterker uit. Dit herhaalt zich enkele malen.

Heb je dat gehad, dan krijgen we wat men noemt: bevestiging. Ook wel een groot akkoord. Een versmelting op bepaalde gebieden tussen stoffelijke en geestelijke werkzaamheid, waarbij men elkaars wereld weer volledig kan begrijpen en benaderen. U zult zeggen: gebeurt dat dan normaal niet? Ik zal trachten de situatie duidelijk te maken zoals ik ze zie, want per slot van rekening, iedereen bij ons heeft recht op een eigen visie. Ik zie het zo:

Wanneer je te maken hebt met een aflopende periode, dan zijn alle gevestigde belangen gebouwd op juist de tendens van die aflopende periode. Dus als u dit in deze tijd bekijkt, dan ziet u enorm veel behoudzucht; u ziet onnoemelijk veel technocratisch denken. Misschien is dat de juiste term. Termen als: “dit is juridisch juist, technisch verantwoord, economisch de beste benadering”,

maar men vraagt zich niet meer af: wat is de mens? “Dit is bouwkundig juist. Dit is het beste huis dat wij architectonisch kunnen ontwerpen en of de mensen er in kunnen wonen of niet, dat gaat mij niet aan. Ik ben architect.” Deze denkwijze is er al eens eerder geweest.

Wanneer je nu in zo’n tijd zit, dat krijgen wij daar natuurlijk een protest tegen. Nu weet ik wel, dat een protest door velen niet graag gehoord wordt. Men zegt: “Het is niet zo nodig, die vernieuwing is niet nodig. Wat er is, is goed genoeg.” Maar degenen, die zich afzetten tegen het bestaande, zetten zich uiterlijk wel af tegen de verschijnselen, maar eigenlijk hebben zij een innerlijke houding, die zich afkeert van de ontmenselijking van het bestaan, waarbij ook de geestelijke waarden steeds verder op de achtergrond komen.

Een vriend van mij zei op een gegeven moment dit: “In de kerken maken ze zich meer druk over de juiste verkondiging van de leer, dan over de vraag of een mens nog in staat is in hun gemeenschap God te ontmoeten.” En daar hebt u het hele probleem. Die vernieuwingsdrang is dissonant. Dat kan niet anders. Maar in die dissonant kan de geest zeggen: “Ja, maar hier hebben wij de juiste gevoelens. We hebben hier innerlijk de juiste honger. Hier kunnen wij een antwoord gaan geven. Want dat is dan het eerst noodzakelijke.”

En nu blijkt, dat deze techniek al gebruikt wordt terwijl de eerste toon nog loopt. Maar bij die eerste toon hebben we een langzaam begin van een geestelijke honger of een menselijke honger als u het zo wilt noemen en gelijktijdig een samenwerking tussen bepaalde mensen en de geest. Dat element neemt toe en wordt langzaam maar zeker dan weer omgezet in een nieuwe benadering van menselijke problemen, maar indirect dus ook geestelijke problemen. Want vergeet u één ding niet: dat een groot gedeelte van je innerlijke beleven heel sterk gebonden is aan de wijze waarop je formuleert. Een mens die fel reageert – of dat nu is voor of tegen de metro – zal door die felheid alles proberen te betrekken in zijn eigen formuleringstrant. Zo iemand wil dus wel broederschap voor alle mensen, maar hij doet het in zo’n protestvorm, dat niemand gelooft dat hij broederschap wil.

Nu moet je zover komen dat je gaat begrijpen dat er een synthese nodig is. Die synthese wordt over algemeen incidenteel bereikt wanneer we de klimmende akkoorden krijgen: het langzaam luider wordend akkoord van een geestelijke waarde. Maar je kunt dit weer niet zonder hulpmiddelen. Het is nodig dat er een vorm ontstaat van bv. kunst, beïnvloeding, misschien nieuwe gebeden, nieuwe vormen van kerken of wat dan ook. Er moet een uiterlijke vorm zijn, waaraan men zich een beetje kan vastklampen, want de doorsneemens heeft nog steeds uiterlijkheden nodig. Dat is logisch.

Door die uiterlijke vormen, die langzaam maar zeker tot stand komen, krijg je de integratie van de mens met de geestelijke wereld. En dat betekent, dat die mens langzaam maar zeker gaat begrijpen wat geestelijk goed is. Maar dat impliceert ook, dat die mens met zijn hele wezen uitreikt naar die verwezenlijking en dat houdt in dat als hij uittreedt, hij niet meer alleen maar eens komt sightseeën. (Van sommige mensen verwacht je, dat ze bij uittreding vragen: “Waar is hier het V.V.V.” Dan willen ze de bollenvelden ook wel eens in de sferen zien) Maar dat ze gaan zeggen: “Wat is er te doen”? En dan blijkt, dat de mensen in het begin ongeveer als volgt reageren: Ik ben het niet eens met die of gene onjuiste toestand. Daaraan wil ik wat gaan doen. Dan zeggen wij: Best, schitterend. Maar de geest vindt dat niet zo belangrijk.

De geest vindt het erg mooi als ergens een wapenfabriek wordt stilgelegd. Gaat uw gang. Maar wij zien dat niet als de oplossing. Wanneer je alle atoombommen op de wereld zou uitroeien zonder dat er een mens gevaar bij heeft, dan blijft nog altijd die zelfde neiging naar het superwapen, waaruit die atoombom is voortgekomen. Geestelijk gezien moeten we die neiging naar het superwapen kwijt. Je laat ze dus rustig hun gang gaan. Je helpt ze soms een handje. Maar voor het grootste gedeelte zeg je: Nou ja, we willen wel  eens kijken, maar dat is het eigenlijk niet.

Zo k0men ze langzaam maar zeker tot de conclusie, dat ze een ander innerlijk moeten krijgen. Die innerlijke verandering is noodzakelijk en op dat punt kunnen stof en geest samengaan. Wij vinden het erg leuk wanneer u toekomstvoorspellingen gaat doen, aan berichtgeving gaat doen – dat doen wij zelf ook wel eens een keertje om gewoon de zaak wat interessanter te maken – maar eigenlijk doet het weinig ter zake. Belangrijk is wat in de mens beroerd wordt, wat in die mens verandert. De krachten, die die mens in zichzelf ontdekt en de wijze waarop je je leerde uiten, los van bepaalde uiterlijke vormen of bepaalde illusies. Je moet gewoon door die illusiewereld heen breken en een stukje grotere werkelijkheid leren zien, dan pas kun je in de sferen werkelijk intens leven, volledig meeleven met de geest, met de hoge kracht zowel als met degenen die op aarde werkzaam zijn.

Nu weten we allemaal, dat de Wessac een feest van ons is (ik noem het geen plechtigheid. Daarvoor is het voor mij te spannend en te vreugdig), waarbij de grote kracht van het kosmische netwerk a.h.w. openbaar wordt gemaakt binnen de kern die op deze wereld is. Dat is die directe relatie. Er zijn mensen in de stof en er zijn geesten bij. Iedereen ziet het, iedereen benadert het. Maar….. iedereen moet er ook wat mee doen. En dat is de moeilijkheid.

Wanneer wij kijken naar de broederschap, dan zien wij, dat ze vaak vooruit lopen op hetgeen ze verwachten. Dat is een feitelijke activiteit. Die feitelijke activiteit staat nooit stil. Maar ze moeten het ook formuleren, ze moeten het aan de mensen duidelijk kunnen maken. En nu is het gekke, dat een formulering van iets, waarmee men eigenlijk onmiddellijk is begonnen, vaak 3 tot 4 maanden kan nemen, wanneer je precies wilt zeggen wat je nu wilt doen. Want dan heb je precies gezien hoe je dat menselijk kunt uitdrukken.

Met dat feest komt die kracht, wij lezen de tekenen – en dat is ook erg belangrijk – we weten dan wat de hele kosmische samenwerking in dit enkele punt van het grote netwerk zegt. Dan k0mt er een ogenblik, dat je datgene wat in die grote kracht ligt tot uiting zou moeten kunnen brengen in een enkele mens. Er zijn natuurlijk mensen die uitgetreden dat feest bijwonen. En een ieder haalt er wel het zijne uit. Maar we moeten er niet het onze uithalen, wij moeten het geheel in ons opnemen. En dat is de grote moeilijkheid.

Wanneer wij nu het Wessacfeest hebben op dit m0ment, dan heb je een aantal entiteiten die dat meemaken, uitgetreden mensen, er zijn ook mensen in de stof aanwezig en ieder van hen krijgt kracht, inzicht en een enorme beleving. Het is een enorme kick, maar eenzijdig. Hoe meer je naar de omvattendheid, naar de veelzijdigheid toegroeit, zodat je de geestelijke kernwaarde ziet, hoe meer je a.h.w. in rangorde opschuift. Hoe meer je naar voren komt.

En dat is nu hetgeen waar je met het werken met die harmonie naar toe wilt. Want op aarde kun je niet spreken van een mogelijkheid die voor alle mensen precies gelijk is. Het is een principe. En elke mens is een beetje anders gebouwd. Elke mens heeft een paar andere talenten. Elke mens heeft een andere wijze om zich in de gemeenschap in te zetten.

Nu zeggen ze tegenwoordig: “Gelijkheid van mensen is een kwestie van beloning!” Ben je gek! dat is geen kwestie van beloning. Het is de kwestie van wat je bent. Het gaat er niet om wat je krijgt, het gaat er om wat je doet met hetgeen je bent. Dat is het belangrijke.

Wanneer wij dat duidelijk kunnen gaan maken, dan blijft er natuurlijk een schakering bestaan. Laat ik het heel eenvoudig zeggen: Er zal altijd ergens een regeerder moeten zijn en er zal altijd ergens een straatveger moeten zijn. Tussen deze twee is een hele scala van functies. Van mensen, die iets doen. Er zijn mensen die ontzettend goed brood kunnen bakken. Er zijn ook mensen wier handen verkeerd staan, maar die erg goed kunnen denken. Dan moet ieder precies dat doen, waarvoor hij geschikt is.

Dan moeten ze niet zeggen, dat we allemaal gelijk moeten zijn, maar dan moet men zeggen: Wij moeten een gelijkheid van richting vinden. Wij moeten samen iets opbouwen. Niet tegen elkaar, maar met elkaar. Wij moeten een innerlijke eenheid weten te vinden, waardoor die uiterlijkheden onbelangrijker worden. En dan zullen we uit die innerlijke eenheid het totaal waar kunnen maken. Natuurlijk ideaal. Maar de tegenstelling blijft erin aanwezig. Alleen de tegenstelling wordt nu niet meer gebruikt als het uitgangspunt voor strijd, maar ze wordt gebruikt als een erkenningspunt voor eigen mogelijkheid. Dat is een groot ver schil.

In deze dagen zijn we natuurlijk erg druk bezig met in de eerste plaats de Wessac en daarnaast ook met het evenwicht op de wereld, dat helemaal dreigt weg te gaan. En wij moeten dat evenwicht ergens terugvinden. Dat kan niet anders. Nu zullen wij daardoor op moeten bouwen naar een totaal nieuw, geestelijk akkoord. Wij zullen namelijk in moeten gaan op de praktische mogelijkheid van de mens – en dat is heel erg belangrijk – de mens zal moeten leren zijn eigen geestelijke capaciteiten te gebruiken. Een mens moet leren op grond van zijn emotie – en niet alleen maar van zijn denken – geestelijke krachten in zich te beleven, van zich uit naar geestelijke krachten uit te grijpen. Hij moet leren ergens die harmonie, dit samengaan te vinden, waarbij de hoogste krachten en de laagste krachten kunnen samengaan, en samen iets tot stand te brengen, samen iets waar te maken van de betekenis van dit kleine knooppuntje in dit kosmische netwerk van krachten en lijnen.

Dat is mijn visie, maar het is een visie waarin ik niet alleen sta. Een ander zal het misschien anders formuleren. En dan kom je als vanzelf met de vraag: Wat moeten wij dan eigenlijk verwachten? Natuurlijk nog veel chaos. Dat zit er nog steeds in, want men begrijpt elkaar niet. Men weet gewoon niet van elkaar wat men wil, wat men doet. Men beschouwt elkaar zonder meer als tegenstanders. Men wil elkaar beleren en is niet bereid gelijktijdig van elkaar te leren.

In die chaos zal de stroming van het geestelijke, het occulte zowel als het wijsgerige steeds belangrijker worden. Want de eerste fase, die je nodig hebt om verder te komen in deze hele situatie, is een ontmantelen van materiële belangrijkheid. Je moet niet zo hard meer vechten over materiële punten. Je moet niet meer met idealen schermen, die dienen om materiële eisen te bemantelen. Je moet gewoon leren het ideaal van samenzijn, van samenwerken, van samenleven te vinden.

In de geest zal men zich daar ongetwijfeld heel sterk op storten. Ik neem aan, dat ook steeds meer mensen dat zullen doen. Het kan enorm belangrijk zijn, dat mensen elkaar gewoon begrijpen. Als mensen gaan proberen elkaar te leren begrijpen, dan zullen wij proberen, in hen een kracht te leggen, waardoor dit begrip niet beperkt blijft tot uiterlijkheden, maar dat dit werkelijk een innerlijke gloed wordt.

Dan verwacht ik verder, dat hierdoor allerlei behoudende groepen of machtsgroepen enorm in het geweer gaan komen. Natuurlijk, hun macht is tenslotte gebaseerd op de verdeeldheid van anderen. En een geestelijke macht, die niet meer rekent met uiterlijke keuzen of met stoffelijke bezittingen, maar die rekent met innerlijke, menselijke waarden, is een gevaar voor elke machtspositie, van welke soort dan ook.

De strijd zal echter grotendeels gevoerd worden tussen degenen die eigenlijk net zo zijn, die alleen niet de macht hebben, maar ze wel zouden willen hebben. En uit die strijd moeten de meer bewusten zich isoleren. Die moeten er geen deel aan nemen. Die moeten daarvoor in de plaats iets anders zetten, te weten: vermogen om beide partijen in een absoluut begrip, in een aanvaarden, maar vooral met een grote innerlijke kracht op te vangen, waardoor die mensen vrede en rust kunnen vinden. Dan moeten wij tezamen, mens en geest, proberen die grens die daar voor zoveel mensen ligt, de grens die er is tussen de stoffelijke en geestelijke wereld, een beetje verder uit te wissen. De mensen moeten gewoon leren om die geestelijke werelden normaal te betreden.

Het treft mij zo enorm, dat ik zie dat dit gaat beginnen. Maar wij moeten gewoon die grens wegvagen. De mensen moeten leren zich vrij in de geestelijke werelden te bewegen. Ze m0eten leren om die geestelijke werelden als een deel van hun bestaan te zien. Ze moeten gewoon de tegenstelling geest/stof maken tot een harmonie geest/stof, waarin alle stoffelijke dingen hun plaats hebben en ook alle geestelijke dingen. Niets uitgezonderd. Dan pas komen we verder. En ik dacht, dat hier een begin is. Daarom loop ik er zo warm voor!

Onze gastspreker zal het ongetwijfeld op een heel andere manier bekijken. Het is in ieder geval zo, dat een ieder zijn begrip voor harmonie op een andere manier uitdrukt. Het belangrijke van de les voor deze avond is: dat wij gaan begrijpen, dat wij alleen het harmonisch klimmend akkoord, met zijn voortdurende versterking van de werkelijk geestelijke waarden in de mens en de menselijke waarden in de geest kunnen bereiken, wanneer wij niet uitgaan van de tegenstelling. Het verschijnsel van de tegenstelling, akkoord. Daaraan kunnen wij misschien wat doen. Maar de tegenstelling als zodanig moeten we niet erkennen als een absolute scheiding. Wij moeten bekijken waar de mogelijkheid ligt een brug te bouwen. De innerlijke brug en de emotionele brug, waardoor wij misschien tegenover elkaar kunnen staan in uiterlijkheden, maar innerlijk toch erkennen, dat wij hetzelfde doel nastreven en zo geestelijk, innerlijke waarden kunnen gebruiken om datgene te bereiken wat werkelijk noodzakelijk is. Dat is dacht ik het voornaamste van deze tijd.

En de kwestie van evenwicht? Kort geleden gebruikte een kennis nog een gelijkenis over de ecologie. Hij zei: “Omdat de vogels graan pikten, hebben ze de vogels doodgemaakt. Toen kwamen er meer insecten die aan het graan gingen knagen. Toen zijn ze het graan gaan bespuiten, waardoor weer meer vogels en insecten doodgingen, maar minder insecten dan vogels. Dus kwamen er weer meer insecten. Toen moest men weer meer vergif gaan gebruiken, waardoor de planten dit gingen opnemen. Zo kwam er minder voedsel. Enzovoorts.” Een hele keten. Wanneer je een werkelijk stomme evenwichtsverstoring ongedaan wilt maken, dan moet je terug naar de natuur, waarmee wij bedoelen, dat de vogel de insecten moet bestrijden. En dat de insecten elkaar moeten bestrijden, zodat de mens er zo weinig mogelijk aan moet doen. Je kunt het veel verder uitbreiden.

Wij moeten gewoon leren de natuur zijn eigen evenwicht te laten vinden. En wanneer ze dat doet, valt ze ontzettend mee, al is ze dan niet zo mooi als wij mensen dat misschien zouden plannen. Men weet dat op aarde precies: er moet een heel mooi oud Hollands tuintje zijn en dat er ergens in een duinpan misschien een veel mooiere, maar minder opvallende samenwerking en samenleving van bloemen is zonder alle kunstwerk, dat ziet men gewoon over het hoofd.

Dat principe, zoals mijn vriend dat uitdrukte, dat geldt ook geestelijk voor ons. Als je ziet hoeveel parasitaire werkingen er in de geest aan de gang zijn, dan schrik je daarvan. Als u eens wist wat er aan geestelijke krachten wordt weggezogen voor eigenlijk krankzinnige doeleinden, voor kinderachtige bestrevingen en wensen, dat is verschrikkelijk. Die parasieten zijn niet zo kwaad, die bedoelen het ook niet zo kwaad. Die zijn nu eenmaal zo. Maar we moeten er wel voor zorgen, dat ze niet de overhand krijgen. Er zijn enorm veel wezens, die zich ten koste van alles overal willen aanpassen. Zo’n soort mussen van de menselijke samenleving. Maar mussen moeten er ook zijn in de juiste verhouding. Er moeten er niet te veel zijn en niet te weinig.

We moeten er voor zorgen dat die aanpassingsdrang, die overal heerst, niet te groot wordt. Vooral geestelijk niet. Neem nu die nieuwe geestelijke bewegingen. Hoeveel zijn er niet bij die zuiver parasitair zijn? Waarbij de mensen iets wordt aangepraat, waardoor ze misbruikt worden zonder dat ze daar innerlijk mee verder komen. Die dingen zijn er. En daar moeten wij iets aan gaan doen. Ik wil niet zeggen dat al die sekten weg moeten. Waarom? Ik wil alleen zeggen dat we moeten zorgen, dat die sekten een niet te grote invloed kunnen gaan uitoefenen en dat ze niet te veel misbruik kunnen maken.

Op deze manier moeten wij terug naar een evenwichtigheid en ik dacht, dat die evenwichtigheid op aarde zich langzaam maar zeker aan het aankondigen is. De mensen gaan een beetje beter begrijpen wat er aan de hand is. De mens kan zijn geestelijke bewustwording innerlijk beleven. Hij kan ze nooit cadeau krijgen bij een bijdrage van idem zoveel aan de een of andere grote heilige, een kerk of een genootschap en hij kan ze ook niet krijgen door een leefwijze te gaan volgen op gezag van anderen, waarbij hij weigert om zelf te denken. De mensen gaan dit inzien en daar komen wij vanzelf ook weer een stapje verder mee.

Ik dacht, dat dat evenwicht als vanzelf wel weer bereikt zou worden, wanneer de innerlijke kracht van het harmonische streven sterker wordt. Ik heb namelijk het gevoel, dat daar waar een harmonie gevonden wordt, evenwicht onvermijdelijk wordt. En dat evenwicht bepaalt zoveel uiterlijkheden, maar het is de harmonie, die de innerlijke kracht en de innerlijke waarde bepaalt. Daarom heb ik daar even aandacht aan willen besteden.

Ik heb u met dit alles een klein beeld gegeven van allerlei roerselen, die in mij plotseling naar boven zijn gekomen in het contact met de gastspreker. Ik moet u nogmaals waarschuwen: het is een wat eigenaardig iemand. Maar wanneer u goed weet te luisteren, dan kan hij u enorm veel vertellen. En wat meer is, wanneer u er gevoelig voor bent, dan kunt u ook iets merken van de enorme kracht die hij heeft. Hij zal het op zijn manier doen, ik heb het op mijn manier gedaan.

Ik hoop, dat het duidelijk is geweest en ik hoop vooral, dat ik u niet het idee heb gegeven, dat ik alleen een droombeeld heb zitten vertellen, want dat is niet waar. Ik heb u gesproken van een werkelijkheid die ten dele bestaat, ten dele in ontwikkeling is.

Ik heb geprobeerd iets duidelijk te maken van wat nu aan de gang is. En ik heb daarnaast, naar ik meen, voor u de conclusie getrokken, dat u in de eerste plaats de innerlijke beleving, de innerlijke harmonie nodig hebt, maar dat u van daaruit ook de moed moet hebben verder te gaan naar de wereld van de sferen om een eenheid te vinden met de werkelijke geestelijke krachten, die in het kosmisch geheel de hoofdrol spelen.

Gastspreker: Harmonie

Men heeft mij gevraagd om vanavond het een en ander over harmonie te vertellen. En dat is nogal wat. Ik had op aarde vele kennissen, maar ik had weinig vrienden. Toen ik dood ging, vroegen de kennissen allemaal: “Waar zit Jaap?” En toen antwoordden ze: “Die is met de muziek mee.” En zo is het gebleven.

Harmonie. Harmonie is als je het zo mooi bekijkt, eigenlijk de werkelijkheid begraven onder een heleboel kletskoek. Doodgewoon. En wat is harmonie? Harmonie is elkaar begrijpen. Dat is alles. En de meeste mensen komen niet zover. Die denken, als je elkaar begrijpt is het goed, maar dan moeten we verder. En dat is net als iemand die een race wint, door de finish heengaat en dan pas begint ‘m goed op te zetten. Daar zit weinig in.

Er staat er een naast mij te ginnegappen, mijn inleider. Als hij zo doorgaat wordt hij een hartlijder, terwijl hij geen hart meer heeft, alleen nog maar gevoelens. Enfin. Ik moet jullie toch het één en ander gaan vertellen. Daar zit niets anders op. Ik heb het aangenomen om hier te gaan praten, dus dan moet je het doen ook.

Kijk eens, als we het nu heel eenvoudig zeggen: Er is een licht, waarin geen tegenstellingen meer zijn. Zodra we daar zijn, weten we niet meer wat we zijn. Maar in dat licht kun je heel veel zien. Ook tegenstellingen. En nu is de grote moeilijkheid voor de meeste mensen – en wat dat betreft ook voor de meeste geesten – dat ze niet in de gaten hebben, dat die tegenstellingen uit dat ene en datzelfde licht komen. Vroeger was het zo, dan waren ze tegen de socialen. Ik was natuurlijk sociaal, dat kun je begrijpen. Ik was allang  progressief voordat ze het woord hadden uitgevonden. En tegenwoordig hebben ze het tegen de communisten en tegen dit en het dat. Vergeet het maar. Alles wat er is, goed of kwaad, is allemaal uit één en dezelfde kracht en hetzelfde wat de dominee preekt over Jezus, de vakbondsleiders preken over de ideale arbeidersstaat, daarin is geen verschil.

Ik heb nogal eens met een paar zwartrokken gepraat. Het waren aardige mensen, daar niet van. Ik heb ook wel tegen die kerels gezegd: Gooi dat warme rotding uit en schiet rustig een jasje aan en ga op je gemak met je sloffen aan zitten, dan kunnen we tenminste kletsen. Want als ze beginnen te preken, dan kletsen ze veel meer dan wanneer je gewoon onderling praat. De harmonie lag dan daarin – en dat was heel gek – dat op het ogenblik dat ik niet sociaal deed en zij niet religieus deden, we mensen waren. Als mensen konden we elkaar verstaan. Maar de grote moeilijkheid was deze, dat ze weer naar de parochie gingen of waar ze in godsnaam zaten.

Die mensen – laten we het maar eens heel eenvoudig zeggen – weten wat ik ben. Wat interesseert het jullie? Per slot van rekening, wat je geweest bent, telt niet. Wat je bent, telt. Wat ik ben? Ik ben iemand die van een minimumlijder is gegroeid naar iemand, die behoefte heeft aan een maximum aan inzicht. En nou vraag je je een hele hoop dingen af. Harmonie? Was het nou harmonie dat bij een staking de kinderen bijna moesten verhongeren? Dan zeg je, ja, toch was het ergens nodig, want anders zou het zo niet geweest zijn. Lekkere uitvlucht. Die gebruikt iedereen. Behalve de dominee, die zegt: het is Gods wil. Verrot gemakkelijk! En hij weer een nieuw orgel in de kerk zetten!

Ik wil proberen het jullie te vertellen en dan moet je één ding goed onthouden. Ik ben nooit een man geweest van veel m00ie woorden. Ik ben wel een man geweest van diepe gevoelens. Wanneer je al die dingen ziet gebeuren, zijn ze onaanvaardbaar. Doodgewoon. Wanneer ik zie, dat de één de ander op zijn kanis timmert, alleen maar 0mdat hij meent dat hij meer gelijk heeft dan die ander, dan deugt dat niet. Wanneer ik zie, dat de één uit economische overwegingen de ander laat doodhongeren, dan deugt dat niet. Wanneer ik zie, dat de mensen oorlogje spelen wanneer het niet nodig is, dan deugt er iets niet. Ik geloof niet, dat harmonie kan worden uitgedrukt in dat soort dingen.  En dan zit ik altijd in moeilijkheden.

Mijn systeem is: Wanneer ik zie dat iemand oversteekt en dat er één of andere rotwagen komt aanbrullen die hem zal scheppen, dan pak ik hem geestelijk bij zijn haren en laat ik hem achteroverlazeren. Dan ligt hij wel, maar niet onder de auto. Er zijn anderen, die zeggen: “Het is een noodzakelijke ervaring.” Die hem er rustig onderlazeren, en als hij dan overgaat zeggen ze:” Jongen, had je niet beter kunnen uitkijken?” Daar zie ik niet veel in.

Ik geloof, dat je het allemaal zo moet bekijken: Wij zijn allemaal ergens één geheel. Nu kunnen we ja zeggen of neen, maar het is zo. We horen bij één kracht. Wij zijn eigenlijk allemaal – hoe moet je dat zeggen, nou ja, een beetje erg poëtisch – straaltjes van dezelfde zon. Wanneer wij nu denken dat we alles eerst tot de kern moeten herleiden, dan vinden we natuurlijk wel harmonie. Of jij nou 25 incarnaties achter elkaar je kop afgeslagen krijgt, dat maakt in de kosmische harmonie geen steek uit. Die harmonie blijft daar wel bestaan, maar jij zit niet daar. Jij zit hier. En dat betekent, dat je als zonnestraaltje of wat dan ook (ik kan niet zeggen dat er hier alleen maar zonnestraaltjes zitten….) het idee hebt, dat jullie belazerd worden.

Wat nodig is, is dat wij elkaar helpen om waar we zijn, zoals we zijn, te beseffen dat we met die harmonie elders in verbinding staan. En nou moeten we het niet langs een omweggetje doen. Wij moeten proberen elkaar direct te bereiken en toch gelijktijdig daarbij het wezen van die grote zon, waar wij bij horen, samen waar te maken. Dat is voor mij harmonie. Harmonie betekent natuurlijk dat je een beetje in de pas loopt. Dat hoort er nu eenmaal bij. Harmonie kan nooit bestaan als iedereen zijn eigen kant uitloopt. Aan de andere kant kan je moeilijk als je op stap bent naar Amsterdam iemand dwingen mee te gaan, als hij naar Rotterdam of Dordrecht of weet ik waar heen wil. Dat doe je ook niet. Dus wat je eerst moet doen, is zoeken naar diegenen waarmee je harmonisch kunt zijn. Met wie je een bestemming hebt. Dat is logisch, dacht ik.

En nu gaan we een stapje verder. Want daar komt het nu juist op aan. Wij kunnen dus niet, wanneer wij buiten die kosmische werkelijkheid zitten met iedereen even harmonisch zijn. Maar…. wij kunnen harmonisch zijn met diegenen die dezelfde richting uitgaan. Werkelijke harmonie wordt niet alleen opgebouwd in één leven. Dat denken jullie misschien, maar dat is helemaal niet waar. Het is anders. Een harmonie ontstaat door de bewustwordingsrichting die je inslaat. We gaan dus incarneren. We vinden een bepaalde ontwikkeling en dan komen wij eigenlijk sfeer na sfeer, wereld na wereld, ergens op de een of andere manier met elkaar in contact. Niet zoals wij het willen, dat is meestal uitgesloten, maar goed. Het contact is er.

Zo bouwen we een harmonie op uit een hele reeks levens. Het is niet alleen maar: vandaag zijn we harmonisch. Oh, wat zijn wij harmonisch vandaag! Nou, dan moet je naar de wereld kijken. Per slot van rekening, als dat een harmonie is, dan spelen ze wel 1812. Dat weten jullie misschien niet, maar dat was een heerlijk donderstuk in mijn tijd. Daar kwamen ook kanonnen bij te pas. Dat hebben ze eenmaal in de harmonie gespeeld, ja. Scheve Janus stond toen aan het slagwerk, die moest een kanonschot geven. Nou, het kanonschot kwam er niet uit, want hij ging zo door het trommelvel heen. Maar je had hem moeten horen. Dat was veel mooier dan een kanon. Zuivere ellende is, dat hij ’s avonds als een kanon was, dat wel. Dat was ook weer zo’n mens die zijn leed en ellende op alcohol zette om het goed te bewaren. Maar goed. Ik moet terug naar de harmonie.

Het is lastig om op aarde terug te komen en dan weer even de zaak te pakken zoals het hoort te zijn. Ik moet hier natuurlijk een hele hoop lering geven en dat vind ik ook weer zoiets, weet je wel. Lering geven. Kan je iemand lering geven? Iemand kan leren. Dat moet hij zelf doen. Maar als je iemand lering geeft, dan heb je kans dat hij verdomd weinig leert. Tenminste, zo is het mij gegaan indertijd.

Die harmonie heb ik jullie duidelijk gemaakt. Je hoort ergens bij. Nou is het de grote kunst om, wanneer je ergens bij hoort, datgene waar je bij hoort, steeds sterker te maken. Die eenheid, dat begrip van ergens verbonden zijn, dat moet ergens bestaan. Je moet daar nooit vanaf gaan, wat er ook gebeurt. Duidelijk?

Nu ga je kijken naar die andere groepen, waar je niet zo harmonisch mee bent. En dan is er een moeilijkheid, want wat moet je nou doen? Zij gaan een andere kant uit. Is dat een goeie kant of niet? Dat weet je niet. Je kan niet zeggen: Ga nou maar met mij mee. Neen, je moet begrijpen, ze moeten hun eigen kant uit.

Maar waar moet je voor zorgen? Je moet er voor zorgen, dat die anderen niemand van zijn weg afdwingen. Dat is erg belangrijk. Harmonie ontstaat in de vrijheid om je eigen geestelijke ontwikkeling te vervullen. Weet je, aan onze kant zit natuurlijk ook nog al wat gesorteerd goed. Dat snappen jullie wel. Nou is er een bij, die is voor “vrede op aarde”. En die schreeuwt zich te barstens “Vrede op aarde!!!” En ondertussen slaan jullie elkaar dood. Kijk, dat is mijn idee van harmonie niet. Dat wil niet zeggen dat hij partij moet kiezen. Maar hij moet gewoon zorgen dat er zo weinig mogelijk dalles is op de wereld. Zo weinig mogelijk ellende.

Wanneer ik de kosmos zie – iedereen kijkt wel eens, ik ook – dan zie ik een enorme hoeveelheid licht. In al dat licht zie ik leven. En in al dat leven zie ik potentiële harmonie. De harmonie, die er kan zijn, maar er nog niet is. En nu is de grote kracht waarmee je werkt deze: Je behoort bij een bepaalde ontwikkeling. Je moet bepaalde dingen doormaken, je moet bepaalde dingen waarmaken. Het is jouw zaak, zolang je niet op andermans tenen gaat staan. Je moet de kracht, die in je is, gebruiken. Niet 0m een ander te dwingen of te veranderen, maar om te voorkomen, dat iemand het slachtoffer wordt van hetgeen die ander wil doen en moet doen.

Weet je, het zal nu misschien anders zijn, maar als je vroeger politie had – het waren meestal geschikte kerels – dan gebeurde het wel eens dat een vrouw door haar man werd afgetuigd. Dat is tegenwoordig misschien omgekeerd, maar toen was dat zo. Maar nu gebeurde het ook wel eens, dat zo’n politieagent ertussen kwam. Soms lukte het hem, soms niet. Maar ik heb er één gekend, dat was een klein beetje een zenuwenlijder. Die wond zich zo ontzettend op, dat de man zijn vrouw knock-out had geslagen, dat hij die vent knock-out sloeg. Kijk, daarmee had hij niets bereikt, ze lagen alle twee kassie-zes en toen kon hij zorgen dat er iemand kwam om ze allebei op te lappen. Hij had beter die vent die vrouw kunnen laten oplappen. Waar of niet? Maar hij had bovendien nog wat anders gedaan. Hij had twee vijanden. Of dacht je dat dat wijfie het nam, dat haar vent zo maar een klap op zijn kanis had gekregen met zijn gummiknuppel? Dat nam ze niet en die vent nam het ook niet. Die agent had iets kapot gemaakt i.p.v. iets heel gemaakt. En dat is nu wat veel mensen doen. Ze winden zich zo op over iets wat niet juist is, dat ze de dader op zijn donder geven, zonder te kijken naar wat het beste is voor het slachtoffer. Snap je wat ik bedoel?

En dat is nou hetgeen wat kosmisch moet gebeuren. Natuurlijk, er zijn een hele hoop dingen waar je wat tegen moet doen. Als je wist wat ik allemaal op jullie aarde zo nu en dan uitspook, nou, dan zou je je afvragen bij welke geheime dienst ik tegenwoordig zit. Mijn dienst is zo geheim, dat ik nergens bij hoor. Dat is het geheim ervan. Je moet gewoon proberen alleen maar te zorgen dat degene die getroffen wordt, niet te hard getroffen wordt en als het even kan niet getroffen wordt.

Je moet er voor zorgen, dat een mens niet met haat in zijn hart leeft, maar dat hij met liefde in zijn hart leeft. Je moet er voor zorgen, dat het licht van bovenaf niet wordt gemaakt tot een wapen om iemand te bestrijden, maar dat het een lichtje wordt, zodat hij kan zien dat er een andere weg is. Dat is mijn idee van harmonie.

Kijk eens, in mijn tijd was het zo, dat er een heleboel ellende op de wereld was. Dat is begrijpelijk, dat is er altijd. En er was ook ergens een soort van evenwicht. Je moet proberen om degenen, die op hun  duvel krijgen, sterker te maken.

Toen ik een kleine jongen was (ik kom uit een groot gezin; in mijn tijd was er geen televisie en voor toneel hadden ze thuis de centen niet) had ik een broer, een kleinere jongen. Die werd altijd gepest. Dan kwam hij mij erbij halen. N0u, dan gaf ik een paar doffe dreunen weg. Dan was het weer voor elkaar. Maar als ze nou zagen dat ik niet in de buurt was, kwamen ze weer net zo goed. Toen heb ik hem geleerd hoe hij zelf een doffe dreun moest geven. Dat hielp, weet je.

Dat is nou hetgeen wat ik vind dat een mens moet hebben. Harmonie kan niet bestaan in strijd. Zeker. Maar strijd op de wereld kan je niet wegvegen, dat is ook waar. Dan moet je niet zeggen: “Nou zal ik die kwaje Pier eens even een dreun geven”; maar je gaat zeggen: “Ik ga die ander een trucje leren en zo zijn krachten gebruiken, zodat hij die vent teruggeeft wat hij geeft.”

Maak het slachtoffer zo sterk dat hij zich verdedigen kan. Mijn motto. Want wanneer wij allemaal in staat zijn om onze eigen peultjes te doppen, wanneer wij allemaal in staat zijn om op te komen voor onszelf, dan is er een harmonie mogelijk. Zolang de een nog met een grote bek de baas kan zijn over een ander, krijg je dat niet. Iedereen moet op zijn eigen manier, op zijn eigen plaats, in staat zijn 0m van zich af te bijten. En dan in staat om van zich af te bijten moet hij zeggen: maar ik wil niet knokken. Ik wil met jullie samenwerken. En als je dat voor elkaar krijgt, dan heb je de hoogste harmonie die er denkbaar is. Weet je dat?

Per slot van rekening, jullie zitten hier nu bij elkaar. Nou, dat varieert nogal wat er hier zit. Als je dat bekijkt met achtergronden, gedachten enz. dan zeg je: “Een mooi zootje ongeregeld. Het is geen belediging. Onthoud één ding: Op de rommelmarkt kom je de mooiste dingen voor een koopje halen. Maar…. ik zeg je wel dit erbij: wat jullie ook zijn in verschil en zo, je hebt ook één ding gemeen. Dat is nou op dit ogenblik: dat je hier zit te luisteren en misschien dadelijk iets doet. Wanneer jullie nou gewoon elkaar helpt, precies daar waar het nodig is. Wanneer jullie samen een ander helpt, wanneer hij het nodig heeft. Wanneer jullie leren om niet tegen iets te vechten, ook niet in jezelf, maar alleen voor iets, dan weet je wat kosmische harmonie is.

Kosmische harmonie is de wording van het geheel, waarbij alles steeds positiever teruggaat naar die ene lichte kracht. En geloof mij, die kracht is er. Nu moet je niet denken, dat dat een geintje van mij is. Ik heb een hele hoop van die kracht beleefd. En ik heb met hoge jongens gesproken, zo goed als met het geteisem, wat er hier ook op aarde rondloopt – geestelijk dan.

Ik weet waar het om gaat. Er is licht. Een verdomde hoop licht, man. Dat kun je je niet eens indenken als mens. En dat licht kunnen wij gebruiken, niet om een ander te boeien of aan banden te leggen, want dan zouden wij het duister maken. Maar om te zorgen, dat in dat licht iedereen sterk genoeg is 0m zich te verweren tegen alles wat niet licht is.

Als ik het zo zeg, dan klinkt het als een soort arbeidersvereniging! Wanneer wij samen dat licht in onszelf een beetje aanvaarden en wij gebruiken het dan om iedereen een klein tikkie sterker te maken, zijn er wonderen mogelijk.

Terwijl mijnheer de lachebek van daarnet een beetje ernstiger zit te luisteren, wil ik nog wat zeggen. Gewoon zo maar. Nou moet u eens goed luisteren.

Het is een rotzootje in de wereld. Misschien denken jullie, dat jullie er niets aan kunt doen. Maar je kunt er wel wat aan doen. Je hebt er aan meegewerkt door wat je geweest bent. En je werkt er nu aan mee, wanneer je de tegenstellingen die er zijn in stand helpt houden. Jullie hebben voldoende inzicht om licht en kracht te krijgen en zeg niet: “Ik ben toch te oud om nog wat te doen” of zo. En een ander die kan niet, want hij krijgt steken in zijn zij of zo.

Je kunt geestelijk een verdomde hoop doen. Weet je dat? Wanneer u allemaal, alleen dat hele kleine rotploegje dat hier zit, begint om dat licht in uzelf te gebruiken om een ander te helpen zich te verzetten tegen wat verkeerd is, in hemzelf of buiten hemzelf als hij er het slachtoffer van dreigt te worden, niet om iemand anders te maken, maar alleen om hem te helpen beter zichzelf te zijn, zichzelf een beetje beter af te zetten, zijn eigen richting uit te gaan als het voor hem nodig is, dan maak je nu een begin met een enorme wereldhervorming,

Hier ga ik het zo langzamerhand bij laten. Ik zou nog een hele hoop mooie opmerkingen weten, bv. dat de kleine misdadiger in de bajes zit en de grote in de regering. Dat is altijd zo geweest. Ik zou je kunnen vertellen, dat de grote geesten over het algemeen de kleintjes zijn, die je bijna niet merkt of ziet, maar die enorm veel kunnen doen voor een ander. Dat de kleine geesten degenen zijn, die met een hele grote bek zeggen, dat ze veel zullen doen en geen pest tot stand brengen. Dat zou ik je allemaal kunnen vertellen en het is allemaal waar. Of jullie nou groot of klein zijn in jullie ogen, jullie hebben licht. Jullie hebben licht!

Jullie hebben daar die kosmische kracht, die totaliteit, in jezelf. Zo goed als ik het heb en ieder ander het heeft. En als jullie daar nu eens mee zouden beginnen te werken en als je dan ook zou beginnen te werken om zo weinig mogelijk te bestrijden en zo veel mogelijk sterker te maken. Zo weinig mogelijk te beschermen en zo mogelijk te helpen zichzelf te weren, dan zou je volgens mij meer harmonie op aarde kenbaar maken. Je zou een beetje evenwicht tussen stof en geest en tussen de mensen in de stof voor elkaar brengen. En je zou in jezelf (en dat is heus geen opschepperij of lege belofte) een kracht leren kennen, waardoor je gaat weten wat je kunt. Waardoor je gaat beseffen wat juist is voor jou. En de macht vindt om te doen wat juist is voor jou, in plaats van er over te praten wat je juist zou doen, als er niet dit of dat zou zijn.

En dat is eigenlijk alles wat ik te vertellen heb. Ja, ik weet wel, jullie hebben liever een hoge geestelijke leraar of zoiets. Maar die kunnen niet meer aan je gezonde verstand brengen dan ik heb gedaan. Ik kan veel gewijde woorden gebruiken en niet dichter bij de waarheid komen.

Harmonie ligt in de kracht die in ons is en zodra iemand denkt, dat de uiting en het woordgebruik daarbij bepalend zijn, moet hij maar eens goed in zichzelf zoeken, misschien dat hij dan nog voldoende mogelijkheden vindt 0m toch het licht te aanvaarden, om verdere incarnaties van ongenoeglijke aard te voorkomen. Dat is ook geen dreigement 0f zo, maar doodgewoon een waarschuwing.

Wanneer je vandaag niet tot stand brengt wat je kunt en probeert om zoveel mogelijk licht te beseffen, dan zal je het de volgende keer moeten doen, tenzij je het zo verrekt lollig vindt op die wereld. Dan lijkt het mij beter 0m er vandaag wat aan te doen i.p.v. morgen.

image_pdf