Geestelijk gif

image_pdf

17 juni 1960

Aan het begin van deze bijeenkomstmoet ik u erop wijzen, dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn.  Heden wil ik met u spreken over: Geestelijk gif.

U vraagt zich misschien af, wat zich achter deze sensationele titel verbergt. Indien wij op het ogenblik nagaan, wat er op de wereld zoal verkondigd wordt aan geestelijke leerstukken en daarnaast bezien, op welke wijze de mens ook verder wordt beïnvloed, dan moeten wij wel tot de conclusie komen, dat er op vele plaatsen kenbaar en duidelijk sprake is van een achteruitgang van de geestelijke capaciteiten – of althans het gebruik daarvan – bij de mens. Vooral het vermogen tot redelijk oordelen en zelfstandig handelen schijnt aangetast. Al wat hiervoor aansprakelijk is, zou ik geestelijk gif willen dopen. Onder meer wil ik uw aandacht vestigen op bepaalde politieke verhoudingen en verschijnselen.

Op het ogenblik, dat wij politiek enerzijds akkoord gaan met een bepaalde oplossing, maar officieel geacht willen worden tegengestemd te hebben, is er iets onoprechts gebeurd. Men liegt dan tegen zijn kiezers. Indien wij de rechten van de mens ondertekenen en tegelijkertijd handelingen plegen, die daarmede in strijd zijn, zijn wij oneerlijk tegenover onszelf en anderen.

Indien wij op een bepaald ogenblik de bevolking van een andere natie in oproer brengen om daardoor een politiek succes te behalen, dat bij een meer directe benadering voor ons belangrijke verbindingen zou verbreken, dan is ook hier sprake van een onoprechtheid.

Dergelijke onoprechtheid, een verwarring van waarden, zien wij over de gehele wereld. Ik denk hierbij aan Zuid Afrika, waar gesproken kan worden van een groot probleem, maar ook van een zeer eenzijdige berichtgeving, waardoor in de gehele wereld stemming wordt gemaakt en haat wordt gekweekt. Ik zie het gebeuren in Japan, waar men ook nu nog tracht de werkelijkheid te verdoezelen.

Nu leert men de mens, dat deze problemen voor de wereldvrede zeer belangrijk zijn, maar bedriegt hem gelijktijdig. Hij raakt er aan gewend de eenzijdige belichting als enig juiste te aanvaarden. Dit noemt hij zijn: Eigen belichting. Hij haalt deze – met praktisch algehele uitsluiting van andere voorlichting – uit zijn dagblad, zijn weekblad, zijn radioprogramma. Het gevolg is, dat de mens op den duur niet meer vertrouwt op wat hij zelf duidelijk kan zien en geen rekening meer houdt met eigen gezond verstand. Hij bouwt alleen nog op hetgeen hem door anderen als juist of waar wordt voorgehouden. In dit geval wordt het woord tot een leugen.

Indien wij Bijbels denken, kunnen wij stellen, dat God het woord in den beginne is, dat door Jezus aan de mens werd gebracht. Dan kunnen wij hier onmiddellijk aan toe voegen, dat degene, die het woord zijn waarde doet verliezen en het misbruikt, deel van de antichrist moet zijn. Ik zal over deze achtergrond niet verder doorspreken en volsta er mee u er op te wijzen, dat in politiek opzicht haast alle mensen leven in een wereld van schijn, waar de werkelijkheid door misleiding en overdrijving geheel vertekend is. Soortgelijke vormen van misleiding vinden wij ook elders. Droevig wordt het, wanneer dergelijke misleidingen en vertekeningen van de werkelijkheid voortkomen uit een oprecht streven.

Op het ogenblik bestaat in Nederland een religieuze groep – ook in andere landen – die uitdrukkelijk stelt, dat het jaar 1984 het einde van de wereld zal brengen. Daarnaast stellen zij, dat alleen degenen, die tot deze sekte behoren, niet door de verschrikkingen van het oordeel zullen worden beroerd. Dezen zullen zonder sterven e.d. onmiddellijk tot het Koninkrijk Gods in kunnen gaan. Nu kunt u natuurlijk wat minachtend lachen, wanneer u zoiets hoort, of medelijdend de schouders ophalende vragen: Wie gelooft dat nu? Er zijn mensen, die hierin heilig geloven. Hoe men tot een aanvaarden van dergelijke onredelijke stellingen komt? De mens is in het dagelijkse leven teveel gewend aan een zoethoudertje. Dit zoethoudertje is een verklaring of stelling, die hoofdzakelijk bedoeld is om mensen gerust te stellen, of rustig te houden. Nu tracht men hiermede de illusie te geven, dat alles nog best in orde is. Degene, die een dergelijke dwaling of mededeling de wereld inzendt, weet overigens heel goed, dat niet alles in orde is.

Wanneer het atoomgevaar als zeer ernstig wordt beschouwd en de kringen van ingewijden er zeker van zijn, dat een atoomoorlog een praktisch gehele vernietiging van de mensheid zou betekenen, misschien zelfs van de wereld, toch hoort men zo meestal, dat het atoomgevaar helemaal niet ernstig is. De mens, zo zegt men dan, moet positief denken. Denk niet aan atoombommen. Denk liever aan de vele voordelen, die wij kunnen behalen door het exploiteren van de atoomkracht. Denk aan de elektriciteit, die kan worden opgewekt, aan de nieuwe en belangrijke elementen, die in de pielen kunnen worden vervaardigd. Over de atoombommen, waarvan er meer zijn dan van pielen, moet men liever niet praten. Het vreemde is, dat de mens, tegen beter weten in, een dergelijke houding al snel overneemt. Hij gewent zich eraan om over één kant van de zaak niet te praten. Ben je eenmaal aan een dergelijke eenzijdigheid van denken gewend, dan kom je ook al snel tot een uitverkiezingsleer. Een ieder verlangt in deze onzekere wereld naar zekerheid. Daarvoor wil men veel vergeten of nalaten. Dat een uitverkiezingsleer niet logisch is, telt niet. Er zijn immers zovele onlogische waarden in de wereld, die misschien minder waar zijn en toch door haast alle mensen au sérieux worden genomen? Waarom zou men op het gebied van geloof niet hetzelfde doen?

In het begin zijn het goede en vaak eenvoudige mensen, die op de een of andere manier in een dergelijke waan zich dichter bij God gevoelen. Tot zover blijft alles nog enigszins aanvaardbaar.

Al snel komen er andere mensen bij een dergelijke groep. Zij zijn niet waarlijk gelovig, maar willen bewust de waarheid veranderen of vertekenen. Zij zeggen de eenvoudigen dan: hoeveel er ook in te brengen is tegen deze leer, toch is zij de enig juiste. Offer dus en streef. Wij willen immers uitverkoren zijn? Dit wordt dan tot een geestelijk gif voor de mens.

Dergelijke verschijnselen vinden wij ook in esoterische kringen. Ik geef graag toe, dat het werk van zeer vele esoterische groeperingen op deze wereld buitengewoon waardevol is. Indien al dit werk plotseling zou worden gestaakt, zou de mensheid daaronder vooral geestelijk, maar zelfs ook stoffelijk, zwaar lijden. Indien een dergelijke esoterische school haar belang in aantallen gaat zoeken i.p.v. in waarheid, verschijnt weer het geestelijk gif. Een bekende esoterische groep adverteert om nieuwe leden te werven door hen te zeggen: Hebt u zorgen? Voelt u zich machteloos? Bent u nooit meer fit? Wendt u dan tot onze occulte school… . Alsof een esoterische geheimschool een schoonheidsinstituut zou zijn! Op deze wijze trekt men egoïstische mensen aan. Wanneer vele egoïsten deel uit gaan maken van een school, die ook stoffelijk georganiseerd moet zijn, zullen zij een grote invloed daarin krijgen. Het gevolg is, dat een richting, die op zich volkomen edel en goed is, langzaam maar zeker wordt omgebogen naar een zwart-magisch denken en streven. Is er sprake van werkelijke macht, dan is dit verschrikkelijk. Maar zelfs indien de egoïsten niet in staat zijn werkelijke geestelijke macht te bereiken, is er toch nog sprake van een zodanige vertekening van de waarheid, dat vele mensen daaronder zullen lijden.

Wanneer wij zien, dat een bepaalde religieuze richting stelt, dat zij alleen de waarheid bezit en openlijk verklaard heeft, dat zij met elke soortgelijke, bv. Christelijke richting, die een andere interpretatie heeft van bepaalde dogmata, geen contact op zal en mag nemen, zo is dit niet geheel onaanvaardbaar. Gezien de inhoud van dat geloof moet je dit zelfs kunnen waarderen.

Wanneer men dan enige jaren later water in de wijn doet en overgaat tot een zo ruim mogelijke samenwerking met andere geloofsrichtingen op oecumenische basis, waarbij alleen bepaalde dogmata buiten beschouwing worden gelaten, dan vraag ik mij toch af: Hoe zit dat nu eigenlijk?

Volgens mij is het laatste juister dan het eerste. Maar kan dat wel, wanneer een dergelijke kerk bv. een leerstuk van onfeilbaarheid heeft? En wat te denken van de mentaliteit van de gelovigen, die in staat blijken een dergelijke volte face zonder meer te aanvaarden?

Toch komen soortgelijke verschijnselen meer en meer voor, zonder dat iemand het maar schijnt te bemerken. Dit doet mij denken aan de roman “1984” van de schrijver Orwell. Hierin komt een scène voor, waarbij een staatsman een oorlogsrede houdt. Hij spreekt daarbij over het zuidelijke blok als een vijand, terwijl het oostelijke blok als bondgenoot wordt verheerlijkt.

Terwijl hij aan zijn toespraak bezig is, ontvangt hij een telegram. Men heeft een bontgenootschap gesloten met de vroegere vijand om gezamenlijk het te machtige oostelijke blok aan te vallen. De spreker aarzelt niet, hij hapert niet. In het vervolg van zijn rede wijzigt hij alleen de begrippen zuidelijk en oostelijk. De mensen rondom bemerken dit schijnbaar niet eens.

Wanneer zij zien, dat de feestzaal versierd is met oostelijke vlaggen, die niet zo snel en onopgemerkt in zuidelijke vlaggen kunnen veranderen – roepen zij “sabotage” en breken de versieringen af.

Dit noemt men overdreven, iets, wat alleen kan passen in een tijd, die vol is van hersenspoelingen. Soortgelijke dingen komen minder flagrant nu al voor. En de wijze, waarop men daarmee meegaat, is zeker niet iets, wat het begrip voor de waarheid bevordert. Meent u, te kunnen leven, zonder dat u een besef van stoffelijke werkelijkheid en een innerlijke waarheid bezit? Mensen die in leugen leven, zijn eigenlijk geestelijk en stoffelijk al lang dood, voor zij overgaan. Het zal voor hen geestelijk lange tijd vergen om uit deze dood tot een hernieuwd zelfstandig leven te herrijzen. Ik denk onwillekeurig aan een woord van Jezus: “Zij, die Mijn weg gaan, zullen de tweede dood niet sterven”. Dit is volkomen waar. De reden? Jezus weg is de weg van waarheid en van eenheid. De weg van een zelfstandig handelen en denken, van een zelf en ín zich betrouwen op God.

Jezus weg gaan betekent zelf de verantwoordelijkheid dragen en zelf offers brengen. Bedenk dit en u zult begrijpen, hoe een sluipend geestelijk gif de mensen steeds meer wordt ingedruppeld: “Dat moet je aan de regering overlaten. Dat is de taak van de vakvereniging. Dat valt onder de bevoegdheid van die instantie. Dat moet je aan de vereniging overlaten. Bemoei je er niet mee.

Er zijn anderen, die het beter weten, maak je niet druk”. Dit is een van de meest gevaarlijke vormen van geestelijk gif, die er op het ogenblik bestaan. Natuurlijk zijn er ogenblikken, dat wij zelfs in deze dagen kunnen zeggen: “Nu weten wij het wel, nu kunnen wij toch wel een oordeel vellen… .” Wanneer Lou de Visser vertelt, dat hij de weergekeerde Christus is, denkt men toch wel: “Daar kan iets niet kloppen…” Zover denkt men nog wel. Wanneer een dergelijke claim nu eens niet door een eenvoudige Lou wordt gemaakt, maar door een grote en geachte figuur in deze wereld, wat dan? Indien niet gelijk geachte mensen zich daartegen verzetten, is deze verklaring voor de gewone mensen een waarheid, een onaantastbaar heiligdom.

Wanneer het gaat over een persoon van naam en aanzien, mag men zich klaarblijkelijk niet afvragen, of dit wel juist is, mag men niet nadenken. Men heeft dan alleen maar te aanvaarden, zo meent de massa, want dit staat boven ons bewustzijn. De hoge heren zullen het wel beter weten… . Deze houding is de vijand van elke mens, in deze dagen. Dit is de misleiding, de vijand, die je brengt tot een overlaten aan anderen, een afstand doen van eigen vrijheid, eigen denken en eigen rede. Dit is een gif, dat u langs vele wegen haast onmerkbaar elke dag wordt ingedruppeld. Een gif, dat doordringt door elk medium, dat maar voor propaganda of communicatie kan worden gebruikt. Men geeft u dit gif niet, omdat men dit wil, maar omdat haast de gehele wereld gevangen is geraakt in een noodlottige keten van oorzaak en gevolg.

Eens was er een tijd, dat de mensen meenden te moeten strijden voor hun rechten. Dit was toen juist. Nadat men de rechten had verworven, waarvoor men streed, zei men: Wij moeten één blijven, alleen zo kunnen wij onze rechten blijvend behouden… . In het bewaren en behouden van rechten alleen konden de organisaties, die men had opgebouwd, geen voldoende rechtvaardiging van hun bestaan vinden. Men moest de menigte te vriend houden en predikte onverdroten: “Wij moeten meer rechten hebben, steeds meer rechten”. Naarmate men meer rechten verwierf, verkreeg men meer macht. Om deze macht te kunnen behouden moest de eenling meer en meer uitgeschakeld worden. Zo ging het niet alleen bij de vakbonden, maar in staten en kerken evenzeer. Overal treedt deze ontwikkeling op. Men ging verder en meende: wij moeten ons specialiseren. De eenling kan en mag dit alles immers niet begrijpen… . Zo ontstond een geheimtaal. Een geheimtaal in de communiqués van de politici, een geheimtaal van theologen, een geheimtaal van wetenschaps- en vakmensen, een geheimtaal van vakbondsbestuurders en van journalisten.

Om de leek te weren vond men steeds meer reeksen van bij een bepaald beroep behorende uitdrukkingen uit, die lang niet altijd geheel logisch zijn, maar het voordeel hadden, dat iemand die niet helemaal in het vak geschoold is, deze niet of bijna niet kan begrijpen. Dit werd het gevaarlijkst, waar het ging om waarden, die het grote publiek aangaan. Er ontstond een tweede Babel. Een spraakverwarring, die voor belangrijke begrippen als democratie meer dan 40 verschillende uitleggingen mogelijk maakt. Een Babel, dat “vrijheid” maakt tot een woord, dat geheel tegengestelde waarden aan kan duiden. Men heeft het woord gemaakt tot een van de meest onbetrouwbare dragers van kracht en weten. Toch was in den beginne het woord: Het woord van geluid, trilling, openbaring van het ik. Het woord was het eerste, het heiligste en het grootste. Het was volgens het oude geloof der mensen het begin der Schepping. De mens heeft het woord verraden en het woord heeft zich tegen hem gekeerd.

Een der verschijnselen van de vergiftiging der mensheid is ook, dat men, zodra men afbreekt, door allen wordt begrepen, doch dat een opbouwen ten halve of niet beseft wordt. Toch wil ik trachten iets positiefs op te bouwen. Kan er ergens een wet bestaan die mij geheel kan beheersen en regeren, wanneer zij niet tenminste ergens in het diepst van mijn wezen deel van mij uitmaakt, of door mij als waar en juist is erkend? Volgens mij kunnen wet noch recht bestaan, wanneer zij niet mede verankerd zijn in het leven en denken van degenen, die hen erkennen. Een wet, die wij alleen gebruiken om te kunnen ontduiken, is niet veel meer dan onrecht. Daarover spreken als iets waars en belangrijks is niet veel meer dan een leugen.

Onverschillig welke wetten wij aanvaarden – esoterische, religieuze, of staatkundige en strafrechtelijke – zij dienen in ons verankerd te zijn. Wij moeten aan het recht en de billijkheid ervan geloven. Indien er in de wereld wetten bestaan, waarin wij eigenlijk niet geloven, dan moeten wij ook dit weten te erkennen, dan moeten wij ook dit wel beseffen. Wij mogen alleen leven naar hetgeen in ons bestaat. Al het andere mogen wij innerlijk terzijde stellen, ook wanneer wij ons uiterlijk, in verband met de samenleving en maatschappelijke vormen, ons daarvan blijven bedienen. Een overtreden van een dergelijke wet zal nooit een werkelijk schuldbesef kunnen veroorzaken. Het volgen van dergelijke wetten zal voor ons nooit een bron van verdienste kunnen zijn.

Verder dienen wij te beseffen, dat in ons leven – of wij nu stof of geest zijn – alleen zal tellen als bereiking, hetgeen wijzelf doen, zelf ervaren, of zelf tot stand brengen. Al, wat wij voor ons laten doen, voor ons door anderen tot stand laten brengen, of waartoe wij ons door anderen laten leiden, zonder er zelf geheel deel van te zijn, heeft voor ons weinig of geen zin. Elke waarheid moet dan ook uit eigen erkennen geboren zijn. Deze waarheid hoeft daarom nog niet altijd redelijk te zijn. Zij dient in ons te leven en deel van ons zijn uit te maken, alleen zo kan de mens verder komen. Zolang men zoetelijk aanneemt, dat, wat een ander goed noemt, voor het ik ook wel goed genoeg zal zijn, heeft leven en streven geen zin. Alleen, wat ín ons leeft, heeft betekenis, alleen, wat ín ons leeft, helpt ons steeds verder op de trappen van de bewustwording klimmen. Een geloof, dat lippendienst is, heeft geen zin. Een zonder meer uit gewoonte aanvaarden, heeft al even weinig waarde. Een politieke belijdenis of waarheid heeft voor ons geen enkele zin, tenzij, wij voor ons in staat zijn deze waarheid inderdaad te beleven en te belijden met geheel ons wezen.

Het heeft weinig zin te spreken over waarheid, tenzij wij nog een vijfde punt bezien. Wat voor ons werkelijk en waar is, zal zó zeer deel van ons wezen uit dienen te maken, dat wij er voor willen ondergaan en sterven, wanneer dit noodzakelijk blijkt. Heel ons leven dienen wij aan die waarheid te wijden. Zij moet voor ons zó belangrijk zijn, dat wij zonder dit niet zouden kunnen bestaan. Voor ons is al het andere onredelijk, onwaar en onjuist. Elk oordeel, dat wij over anderen vellen, zonder over voldoende ervaring te beschikken om de redelijkheid van het oordeel aan de hand van eigen ervaring vast te stellen, is onjuist. Het betekent dan het verminderen van onze persoonlijke waarde, het scheppen van valse verhoudingen en het scheppen van gevolgen, die men nu niet kan begrijpen of overzien. Zelfs indien wij het recht hebben te oordelen, zullen wij ons dienen te onthouden van een uitstrekken van een dergelijke gefundeerd oordeel over waarden, die wij niet helemaal kunnen beseffen.

Het geestelijk gif, dat de wereld wordt ingedruppeld, wil de mens brengen tot een onjuist oordeel. Het wil de mens tot de overtuiging brengen, dat er maar één enkele en eenzijdige waarheid is, dat er maar één enkele en eenzijdig recht kan bestaan. Men wil de mensheid tot een roes brengen, waardoor zij een machtig wapen wordt in de handen van enkelen, een wapen zonder eigen wil en eigen oordeel. Een mens die zo moet leven, kan daar geestelijk en stoffelijk niet werkelijk verder mee komen. Een dergelijke generalisatie betekent niet slechts het ontnemen van inhoud en betekenis aan mening en oordeel, maar ook aan het leven zelf. Het ontnemen van elk recht ook aan alle handelingen, die men op een dergelijk oordeel, op een dergelijke gebondenheid zou willen baseren.

Nu wij spreken over deze misvattingen en dit gif, mogen wij toch ook trachten een geneesmiddel te ontdekken. Nu blijkt het panacee, dat alle ziekten van lichaam en ziel schijnt te kunnen genezen, gebaseerd te zijn op gemoedsrust. Onjuist oordeel schijnt hierdoor ook al gecorrigeerd te kunnen worden, maar alleen de mens, die steeds actief is, de mens die in zich steeds weer een zekere aanvaarding, vreugde en tevredenheid weet op te brengen, is in staat werkelijk goed en gezond te leven. Hij is dan in staat ook voor anderen in die wereld iets belangrijks en goeds te betekenen, terwijl hij in die wereld dan ook vanuit geestelijk standpunt de belangrijkste en meest juiste ervaringen op zal doen. Dat, wat de mens is, krijgt voor ons pas werkelijk belang, wanneer wij leren beseffen, wat vrede en innerlijke rust in feite betekenen.

Vrede hebben in jezelf, rustig zijn, betekent eigenlijk in jezelf zo stil kunnen zijn, dat je contact kunt vinden met hogere krachten, in harmonie kunt komen met hogere waarden. Onverschillig wat je gelooft, zo je de innerlijke rust, de vrede in je bezit, is er vandaaruit voor jou een benadering van God en de Goddelijke krachten mogelijk. Daarom is het zo belangrijk, dat de mensen leren rustig, vredig en tevreden te zijn.

De meeste mensen vinden dit wel mooi klinken, maar opperen het bezwaar, dat dit praktisch niet te verwerkelijken is. Zij hebben weer een grote rekening gekregen. Zij moeten op vakantie en hebben nog zo veel te doen. Zij dachten misschien met verlof te gaan, maar nu kan het door ziekte van anderen niet door gaan. Ieder heeft zijn klachten en problemen. De praktische feiten zijn anders. Wanneer wij de details van het leven voorop stellen en deze tot het allerbelangrijkste verheffen, zijn wij even dwaas als de mensen, die een korrel zand op het podium zetten en dan zeggen: “Daar is God”. In zekere zin hebben deze mensen natuurlijk gelijk. God heeft het zand evenzeer geschapen een houdt het evenzeer in stand, als alle andere dingen. Maar het is dwaas, wanneer je een kosmos binnen je bereik hebt, te gaan praten over een korrel zand. Wanneer je het gehele leven hebt, is het dwaas over reumatiek te praten, alsof zoiets het meest belangrijke in het Al zou zijn.

Dat een familielid niet deugt, is natuurlijk niet plezierig. Wij kunnen daar gemakkelijk overheen komen, omdat het leven zelf belangrijker is en vele andere waarden bevat. Wij moeten vertrouwen hebben in het bestaan en wij moeten vertrouwen hebben in de betekenis van het leven en in de krachten, die ons omgeven. Bezitten wij dit vertrouwen en bewustzijn, dan zullen wij de innerlijke rust bereiken. Uit die vrede zullen wij dan vermogens kunnen putten, waardoor wij onze eigen ziekten en die van anderen kunnen genezen. Vermogens, waardoor het ons mogelijk is, ook wanneer iets eens tegenvalt, van een volgende gelegenheid tot vreugdig zijn, een bijzonder vreugdige en voldoening gevende gelegenheid te maken.

Wanneer wij innerlijk rustig genoeg weten te blijven, komen wij zelfs met de meest overstelpende arbeid nog op tijd klaar. Er is geen werkelijke reden om je in het leven ongerust en bezorgd te maken. In vele gevallen verliest de mens zijn innerlijke rust en vrede zelfs, zonder dat daar een werkelijke reden voor bestaat: Zij bestellen een tamelijk ingewikkeld gerecht. De bereiding daarvan duurt 20 minuten; zij gebruiken deze tijd niet om zich te ontspannen, maar zitten steeds ongeduldiger tegen hun glas te tikken. Nu lijkt mij, dat het tot je nemen van voedsel voor de mens een belangrijke gelegenheid is. Ik zou stellen, wanneer het al noodzakelijk is te eten, stel je erop in, geniet van je eten, vind er je vreugde in. Dat bevordert de spijsvertering en je goede humeur.

Zie nu eens naar onze eter in het restaurant. Daar komt het beste van het beste, het beste vlees, jonge verse groenten, alles met de meeste zorg bereid. Er komt een schitterend opgemaakt dessert. Wat doet hij? Hij schrokt het haast zonder kauwen naar binnen. Met de laatste hap nog in de mond tikt hij al om de kelner: Afrekening! Haastig wordt het verschuldigde voldaan en hij stormt al weg, ongeduldig vloekende over alles, wat zijn gang een ogenblik zou kunnen vertragen. Zo komt hij op zijn kantoor: 15 minuten te vroeg en ongeduldig, boos, omdat de anderen ook niet 15 minuten te vroeg komen. Zo arriveert hij op de plaats van zijn afspraak en moet een half uur voor niets wachten, wat wederom een prikkel betekent. Deze haastige mensen met hun voortdurende gebrek aan tijd hebben in feite tijd over: Zij jachten zonder reden, doen vele dingen onvolkomen en volbrengen veel onnodigs. Dit is dwaas, waar innerlijke rust voor de maaltijd, de werkzaamheden – en voor de ziel en de geest – beter zou zijn.

Andere mensen maken zich voortdurend zorgen. Zij zijn zo vol zorgen voor hetgeen over vier weken misschien zal moeten geschieden, dat zij het werk van vandaag daardoor te lang laten liggen. Ook dit is niet redelijk, maar het komt steeds meer voor.

Dit is een gif, dat de mensheid belaagt, dit jagen en jachten, dit je mee laten sleuren in een tempo, dat geen zin heeft. Lichamelijk en geestelijk lijdt men hieronder zeer. Heeft de mens deze dwaasheden overwonnen en rust in zich gevonden, dan dient hij nog een stap verder te gaan. De mens, die u stoffelijk ziet, is in feite een grote reeks gelijksoortige wezens. Het is, alsof men tussen twee spiegels staat en zich haast in het oneindige weerkaatst ziet. Zo is de stofmens, die u ziet, alleen maar voor een ogenblik het middelpunt, het meest belangrijke punt van vele voertuigen en fasen van bestaan. Wanneer de mens tussen de spiegels een handeling verricht, doen alle beelden mee. Wanneer een mens op aarde handelt, denkt, mediteert, verwerkt, zo doen alle voertuigen mee. Wat u hier op aarde doet, bv. door uw zich haasten, uw zonder reden oordelen en veroordelen etc., is niet iets, wat tot de stoffelijke wereld beperkt blijft. U beïnvloedt tevens een ongeteld aantal werelden en sferen, andere niveaus van bewustzijn. Wanneer er iets misgaat is er geen sprake van, dat dit tot de stof beperkt blijft, zodat je er zo dadelijk gezapig afscheid van kunt nemen. Veel mensen menen, dat hetgeen op aarde is geschied, men zo dadelijk geheel terzijde kan stellen, dat na de overgang de goede mens een fauteuil en een erewacht klaar vindt staan. De meer poëtisch denken misschien aan een eeuwig rozenprieeltje, waarin men dan verder als een koerende duif kan zitten trekkebekken tegen het licht der eeuwigheid. Dit is niet waar. Wat u in de wereld geschapen hebt aan haast, onvrede, onjuist oordeel, aan zelfmisleiding, heeft in elk voertuig mede doorgewerkt, van het hoogste tot het laagste. In welke sfeer u ook komt, u treft er hetzelfde, wat u op aarde hebt geschapen.

Wanneer de mens zich wetens en willens op aarde geestelijk liet vergiftigen, zo werkt ook dit door. De reflexen van de geestelijke voertuigen zijn dan niet juist meer, de mogelijkheid tot erkennen van waarheid is sterk verminderd. De gehele gang der geestelijke bewustwording is verstoord. U zult dan uw leven over moeten doen en nogmaals over moeten doen. Dan ben je en blijf je gebonden aan omstandigheden, die gemakkelijk zouden kunnen overwonnen en verbeterd worden door een vrije en zelfstandig denkende geest. Het hiernamaals wordt dan strijd en onvrede, een zoeken naar verontschuldigingen, naar verder gaand zelfbedrog, misschien zelfs naar een mogelijkheid om terug te keren tot het oude bestaan op aarde.

Toch kan de overgang werkelijk geluk, rust en vrede betekenen, kan zij worden tot vreugde, Licht en contact met het Allerhoogste. De mensen vergeten dit maar al te vaak. Velen onder hen kunnen maar niet beseffen, hoe belangrijk het is op de wereld te leven, zoals je werkelijk bent, te streven naar het goede volgens eigen wezen en beste weten. Zij willen niet erkennen, hoe belangrijk het geestelijk en zelfs ook stoffelijk is, zelf de aansprakelijkheid te aanvaarden voor alles, wat je doet en alles, wat je denkt. Het is werkelijk van groot belang, dat men hiermede reeds nu, in dit leven, begint. Het is belangrijk, dat de mens nu vrede kent in zich en reeds nu leert de krachten uit het hogere te beseffen en te gebruiken. Alleen zo zal men op elk niveau van bestaan gelijktijdig deze waarden vastleggen, deze werkingen ten voordele van het Al en het ego kunnen veroorzaken.

Er bestaat een vorm van primitieve magie. Zij bestaat uit meditatie, concentratie, lichamelijke oefeningen en wat dies meer zij. Het eigenaardige is hier het ritueel. Bij de negers in Afrika en op Jamaica, kent men een bezwering, waarbij men iemand iets goeds toewenst, iets goeds wil zenden. Voor men begint, stelt men in het midden van de kring een houten beker of nap. Dan denkt men, zingt men gezangen en toverformules. Wanneer het hoogtepunt komt, neemt men een vloeistof – in Jamaica rum, in Afrika water of bloed – en vult de beker daarmede tot de rand.

Dit is tevens het einde van de bezwering. Men heeft de geestelijke werkingen door een stoffelijke handeling aangevuld en kan zich, stoffelijk overvloed schenkende, niet voorstellen, dat dit geestelijk anders zou zijn.

Zo vreemd als dit voor de westerling klinkt, hebben deze primitieven hierin gelijk. Hier komt hetzelfde naar voren, wat ik u reeds zei: Alles, wat je op de wereld en stoffelijk doet, wordt in de geestelijke werelden weerkaatst, wordt daar actief en kan vanuit die geestelijke wereld zich desnoods weer in de wereld van de stof ontladen. Misschien zult u hierdoor beseffen, hoe gevaarlijk oneerlijkheid, misleiding etc. op deze wereld wel kunnen zijn. Het grootste gevaar ligt niet zozeer in het bestaan van deze mogelijkheden en omstandigheden als wel in het feit, dat de mens ze wil aanvaarden als een waarheid. Hierbij komt, dat de mens zich achter deze onjuiste voorstellingen van zaken wil verbergen en eigen aansprakelijkheden wil afwijzen, ofschoon hij innerlijk het onjuiste daarvan wel degelijk beseft. Er is niet alleen sprake van een stoffelijke verdwazing, of een afleiden van geestelijke impulsen naar het materialisme. Er is inderdaad en daadwerkelijk sprake van een vergiftiging van de geest. Alles, wat met de mens samenhangt, alles, wat in zijn bestaan ook maar betekenis heeft, wordt mede aangetast. Aan de feiten kunt u niet veel doen. U kunt er niets aan doen, dat een dergelijke en ver doorgevoerde misleiding op deze wereld bestaat. U bent niet in staat de toestanden in Japan, Rusland, of Amerika te veranderen. Zoals u hier tezamen bent, hebt u zelfs geen invloed genoeg om één enkel kamerlid iets – al is het maar één enkel woord – anders te laten zeggen, dan hij dit volgens zijn partij moet doen.

U kunt wel iets doen: Wees zo eerlijk, als u kunt. Draai er geen doekjes om, speel geen komedie. Wanneer u dan al door de maatschappij of de omstandigheden gedwongen bent soms komedie te spelen, maak het dan niet erger dan noodzakelijk is, maar laat je vooral door de goedkeuring van anderen niet verleiden om te denken, dat de komedie waar is. Wees tegenover jezelf volkomen eerlijk en blijf tegenover de wereld zo eerlijk, als je maar onder de omstandigheden kunt. Hierdoor voorkomt u, dat u het geestelijke gif te sterk in u opneemt en daar in dit leven, of in het geestelijke bestaan, te zeer onder moet lijden.

0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0

Vragen

  • Moeten wij dan steeds maar met de waarheid op de tong lopen? Wanneer je een ander teveel de waarheid zegt, krijg je de kous op je kop.

Ik begrijp wat u bedoelt. Wanneer wij, indien het belangrijk is, “waar” zijn, veroorzaken wij vooral in het begin strijd. Dat is zo. De kleine dingen mogen dan voorlopig buiten beschouwing blijven. Wanneer men voortgaat met steeds maar weer tegen anderen te zeggen, wat zij graag willen horen, of wat de beleefdheid vergt dat je zult zeggen, zonder ooit de waarheid zo beleefd mogelijk te zeggen, bevordert men, dat anderen in een waanwereld leven. Men maakt het zo anderen onmogelijk werkelijk goed en eerlijk te leven en te bestaan. Er zal heel wat strijd en last ontstaan. Daarvan ben ik overtuigd. Maar zou al die drukte en moeite in feite niet meer waard zijn, dan alle zoete zemel van een met elkaar praten, zonder ooit de moed te hebben, één waar woord te spreken?

Vergeet één ding niet: De waarheid, de werkelijkheid, de leer van het Licht, de kracht van het Licht zijn geen dingen, die als een honingzeem over de liefelijke wereld dauwen. Ook Jezus brengt Zijn leerlingen niet de zoete heerlijke rust van het leugentje, enz.: “Ik breng u niet de vrede, maar het zwaard”. Het is moeilijk om waar te zijn, maar de strijd geeft resultaten die de moeite waard zijn. Wat je met de waarheid voor jezelf en anderen kunt bereiken, is zó groots, zo belangrijk, dat ik ondanks uw bezwaren meen te mogen stellen: Het is belangrijk, dat je de waarheid zegt. Het is belangrijk, dat je eerlijk bent. Het is belangrijk eerlijk te zijn tegenover jezelf. Maar dit kun je niet zijn, zonder ook eerlijk te zijn tegenover anderen. Wat betreft de kous op de kop: Wanneer u de moed hebt te bekennen, wanneer u ongelijk hebt gehad, wanneer men u leert respecteren als iemand, die volkomen eerlijk is, zullen de mensen die de moeite waard zijn, u daarom niet weg zenden of verwerpen. Zij zullen het misschien niet eens zijn met hetgeen u zegt, maar zij zullen u zeker aanhoren en nadenken over uw woorden. Een mens die enige betekenis in de wereld heeft in geestelijke zin, zal u zeer zeker het recht toekennen een eigen mening te hebben. Deze zal van u niet verlangen, dat u een vage echo bent van alles, wat rond u is.

  • U breekt een lans voor het individualisme, maar er zijn tijden dat wij ons aaneen moeten sluiten. Bij verkiezingen enz.

Inderdaad, maar dit betekent nog niet, dat wij geen individualist hoeven te zijn.  Stemmen wij op de partij, omdat wij er nu eenmaal bij horen, of stemmen wij als individu, en erkennen, dat hetgeen de een of andere partij belooft en in het verleden misschien ook gedaan heeft, het meeste strookt met hetgeen wij juist achten? Ook hier zal men persoonlijk moeten handelen. Ik weet wel, dat men steeds weer herhaalt, dat samenwerking en samengaan noodzakelijk is. Dit kan pas werkelijk vruchtbaar zijn, wanneer het niet een afdalen van de gemeenschap tot de kleinste gemene deler is – wat helaas meestal het geval is – maar integendeel uit begrip voor het grote en gezamenlijk gedeelde ideaal en onderlinge strijd daarover een voortdurend activeren van de delen ontstaat. Want alleen dan, door individueel verantwoordelijk zijn voor het geheel, zal men een voortdurende vernieuwing mogelijk maken, zal men werkelijk bereiken, waarnaar men in werkelijkheid streeft en niet slechts een in leuzen ondergaan van het doel waarnaar men misschien zegt te streven.

Volkomen verkeerd is de stelling, dat er discipline moet zijn en men alleen maar heeft te luisteren naar degenen, die het beter weten. Vooral wanneer men daarbij de eenling het recht ontkent belangrijke vragen te stellen en desnoods naar eigen inzichten te handelen. Dat is zo bij elke politieke beweging, waar je je bij aansluit. Dan is het enige antwoord: Sluit u niet bij een politieke beweging aan, maar tracht bij een verkiezing na rijp beraad en zelfstandig nadenken datgene te kiezen, wat het beste is voor uw land voor de gemeenschap en laat u nimmer verleiden een groepsbelang boven het geheel te stellen. De mens moet steeds vrij zijn naar zijn geweten te handelen.

Ik weet, dat er ook vele godsdiensten zijn, die de mens geen vrijheid willen laten. Het lijkt mij beter om, wanneer men met de stellingen van een kerk innerlijk niet geheel akkoord kan gaan, afstand te doen van de godsdienst, om toch voor zich het geleerde en voor het ik aanvaardbare in de praktijk te brengen, dan achter de rattenvangersfluit van de sprekers of leiders aan te huppelen zonder te beseffen waar je terecht zult komen, of zelf maar te besluiten, hoe ver je wilt gaan. Individualisme is in deze dagen meer dan ooit noodzakelijk. De stoffelijke ordening is ook onder het regime van de massa en haar leiders misschien nog aanvaardbaar, maar de menselijke geest blijkt door de massadrang en de daaruit voortkomende misleidingen vergiftigd en gedood te worden voor het hogere.

Verwerp voor alles de discipline. Verwerp voor alles de gewoonte van discipline, want dit voert tot stellingen als “Befehl ist Befehl”. Het is een bevel van de pastoor, de dominee, of de minister, maar het is een bevel. Wij mogen niet terug praten. Wij mogen niet nadenken. Het is een bevel, dus doen wij het. Weet u, dat onder de leuze: “Discipline voor het belang van de gemeenschap” ontelbare doden in de concentratiekampen zijn gevallen. Onder de leuze: “Eenheid is voor alles belangrijk” heeft men mensen onrecht gedaan, dood laten hongeren, doodgeslagen. In naam van de discipline heeft men landen in oorlog gestort, wanneer dit niet noodzakelijk was. Realiseert u zich dit wel?

Als een eenling niet meer voor zich het recht kan opeisen te zeggen: “Dit is goed, dit is aanvaardbaar, maar dit is kwaad, want ik ben zelf verantwoordelijk voor mijn leven. Ik ben persoonlijk verantwoordelijk tegenover mijn God”. Wat blijft er dan nog over in het leven? Heeft u op deze wereld niet genoeg gezien van de dictatuur? Overweeg haar gevolgen en zeg dan uzelf: “Dit is het gevolg van een in gesloten rijen achter de leiding staan”. Dat gebeurt er, wanneer de mens de moed of het besef mist te zeggen: Ik moet vrij zijn. Vrij om te handelen naar beste weten en geestelijk inzicht. De mens moet vrij zijn om in stof en geest te streven naar geestelijke krachten en het gebruik ervan, zowel als vrij om zijn medemensen te helpen en te steunen, als hij dit aanvaardbaar en juist acht, volgens zijn beste en diepste inzichten. Eerst dan kan de gemeenschap tot werkelijk goede resultaten komen. Zonder dit wordt de maatschappij een zinneloos bestaan, dat door zijn gebrek aan werkelijkheidszin voor anderen een ondergang en vernietiging met zich kan brengen.

  • De Génestet dicht: “Wees uzelf, sprak ik tot iemand. Hij kon niet, want hij was niemand”.

Als iemand werkelijk niemand is, bestaat hij niet. Zelfs als men het gestelde als mogelijk en waar aanneemt, zijn er nog genoeg mensen die iemand kunnen zijn, maar zich tot niemand laten maken. Het geestelijk gif waarover ik spreek, is o.m. de kracht die de mens tot niemand maakt, tot een nummer in de maatschappij en een onbelangrijke factor in de statistieken.

  • Men zegt dat een volk de regering heeft, die het verdient. Wanneer het kiesstelsel onjuist is, zodat de stemmen van hen, die op een kleine partij stemmen, o.m. bij een grote partij kunnen worden bijgevoegd. Hoe zit dat?

Het systeem heeft misschien een volksvertegenwoordiging, die niet geheel evenredig is. Misschien, maar zelfs dit is niet zeker. Zeker is, dat, wanneer een geheel volk niet wil, er geen enkele regering bestaat, die dit volk kan dwingen. Daarom is het gestelde waar. Evenals elk volk het voedsel krijgt, dat het verdient. Wanneer het werkelijk naar waarheid hongert, zoekt het tot het waarheid vindt en weigert zich te laten verdrinken in stromen van holle retoriek. Bedenk: Het ligt niet aan de kiesdeler, maar aan het gevoel van zelf verantwoordelijk zijn, van aansprakelijkheid bij het volk. Wanneer het volk met geheel zijn wezen en bezit, in blijft staan voor wat het recht acht, zijn formaliteiten als kiesdelers onbelangrijk.

  • U spreekt over individualisme, maar wij horen dat een doorbraak plaats vindt naar het altruïsme en daarbij lost het ik zich weer op in het geheel.

Fout, bij het altruïsme zet het ik zich, in volledige erkenning van eigen wezen en aansprakelijkheden, in voor het geheel en draagt zo in zich en vanuit zich de verantwoordelijkheid voor zoveel van de gemeenschap als het ik kan bevatten. Dit is iets anders dan ondergaan. Een oplossen van het ik kan misschien eens plaats vinden in de grote Goddelijke kracht, maar de werkelijke altruïst is juist een mens, die zich zeer wel van zijn eigen wezen, zijn eigen werk en zijn eigen taak bewust is. Hij is een mens die een grotere aansprakelijkheid aanvaardt in de wereld, dan volgens menselijke regels eigenlijk de zijne is. Hij doet dan ook meer, dan hij volgens de menselijke regels zou moeten doen. Een altruïst is zeker geen mens, die opgaat in de massa. Hij is slechts een mens die, juist door zijn individueel bestaan, er toe komt anderen te beschouwen als deel van zijn wereld en wezen en zo die anderen tracht te behandelen, zoals hij zichzelf zou behandelen. Hierdoor zal hij, vanuit zijn wezen, met zijn denken en door zijn kracht het geheel trachten te dienen.

Verwar dit niet met een zonder meer wegvallen van de individualiteit. Het individu kan zich alleen oplossen in God. Daarin kan het ik zelfs voor een kort ogenblik teloor gaan bij een tijdelijk bereiken, want dan neemt het zeer Grote het onbetekenende en geen eigen kracht bezittende kleine weer in zich op, zodat het deel van de grootse harmonieën van de kosmos wordt, die dan tevens de onbetekenende eigen harmonieën van het ik zullen gaan overheersen. Wanneer het ik bestaat in – of terugkeert tot – geestelijk of menselijk bestaan, waarbij individueel bewustzijn mogelijk blijft, zal er nooit ten volle sprake kunnen zijn van een oplossing in de menigte, waarbij tevens en gelijktijdig eigen denken, reageren, eigen aansprakelijkheid en mogelijkheden geheel worden uitgeblust.

  • De door u gif genoemde processen zijn dan toch wel bijzonder sterk in de wereld doorgedrongen.

U hebt gelijk. Het onderwerp werd dan ook niet ter sprake gebracht, omdat dit dreigt, maar omdat het hier een misstand weergeeft, die juist in deze dagen buitengewoon sterk heerst. Juist in deze dagen – mede gezien de komende ontwikkelingen – wil ik u wijzen op de noodzaak zelf te denken, bewust zelf de aansprakelijkheid te aanvaarden voor je eigen handelingen. Het gif is niet te vernietigen, maar wij kunnen ons ongetwijfeld aan de werking daarvan ontworstelen, zodat i.p.v. de opiumdromen van de suggestie, althans een glimp van de werkelijkheid voor de mens bereikbaar zal worden.

0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0-0

 Onpersoonlijk denken 

 Onpersoonlijk denken is eigenlijk een illusie. Je kunt niet onpersoonlijk denken, omdat elk denken gebaseerd is op de eigen persoonlijkheid. U kunt niet denken zonder gebruik te maken van uw eigen hersenen en eigen geest. Uw hersenen zijn gevormd onder – aan uw persoon eigene – genetische omstandigheden, zijn verder gevormd en ontwikkeld door uw eigen leven en ervaren. Uw geest is ook niet onpersoonlijk. Zij is gevormd door haar vorige fasen van ontwikkeling en heeft zeer eigene eigenschappen. Alles, wat rond u is, alles, wat u werkelijk gekend of ervaren hebt, vormt mede uw denken.

Wanneer wij onpersoonlijk willen denken, kan er nooit sprake zijn van een verloochenen van eigen wezen. Ten hoogste kunnen wij trachten eigen belangen en vooroordelen zoveel mogelijk uit te schakelen. Indien wij dit bewust doen, zullen wij toch blijven denken en interpreteren volgens ons eigen wezen. Toch zijn er perioden, waarin een zo onpersoonlijk mogelijk denken zeer goed kan zijn. Door het uitschakelen van eigen belang en zoveel mogelijk vooroordeel zul je rationeler en sneller kunnen denken. Men mag niet vergeten, dat een groot deel van de wereld, zoals de mens die meent te kennen, in feite een illusie is. Niet omdat de wereld niet bestaat, maar omdat men met alle waarden daarin bepaalde voorstellingen heeft verknoopt, waardoor elk beeld vervalst wordt.

Voorbeeld: Er zijn mensen, die eenmaal in een kroketje een rattenpoot hebben gevonden. Voortaan zijn kroketten voor hen geassocieerd met rattenpoten. Al zouden zij moeten verhongeren, zij lusten die dingen niet meer. Dit is volkomen onredelijk. Door opvoeding en ervaringen wordt de mens genoopt een dergelijk onredelijke en geheel buiten de werkelijkheid liggende houding ten opzichte van vele verschijnselen in de wereld aan te nemen. Daardoor wil men vele dingen die werkelijk bestaan, niet erkennen, terwijl men aan andere waarden een veel te grote nadruk geeft.

Wij zien dat bv. bezitslust soms wordt verinnigd en verheerlijkt als liefde, zonder dat er in feite ook maar enige overeenstemming bestaat. Het gevolg is dan, dat men een volkomen verkeerde interpretatie zal geven van alle verschijnselen, die met liefde samengaan, terwijl men tevens een geheel verkeerde duiding geeft van alles, wat samenhangt met bezitslust. Indien wij dit in de wereld rond ons zien, zullen wij elke duiding of beleving van anderen, die niet met ons beeld strookt, evenals zijn verklaringen en onderzoekingen, verwerpen als onredelijk, niet logisch.

Indien wij zijn argumenten niet kunnen ontzenuwen, dan vallen wij terug op zinnen zoals: maar dat kun je toch geen liefde meer noemen, dat is zo laag, minderwaardig, irreëel, enz.

Het denken is in het leven steeds zeer bevooroordeeld. Het is eigen voorstellingsvermogen, dat in zeer grote mate zal bepalen, hoe men de wereld ziet en beleeft. Wanneer wij onpersoonlijk willen denken, wanneer wij de wereld meteen geheel uitschakelend van eigen belangen etc. willen benaderen, zullen wij toch nog steeds onze eigen interpretatie aan alle verschijnselen in die wereld blijven geven. Toch zullen wij door het onpersoonlijk denken althans bepaalde delen van de illusie kunnen uitschakelen of verminderen, vooral waar de vertekening van de werkelijkheid door eigen belang wordt geleid en dus bewust is.

Het uitschakelen van dit bias betekent, dat wij werkelijke toestanden gemakkelijk kunnen aanvaarden, minder geremd worden door onze eigen verlangens in de wereld. Wij denken en handelen dus rationeler. Geestelijk kunnen wij vaak zo veel verder komen. Hetgeen als onderbewuste bias in ons bestaat, kunnen wij niet uitschakelen. Dit blijft bestaan en kan ten hoogste gedurende een contact van het ik met hogere en Lichtende krachten tijdelijk verbleken door de grote toevloed van hogere en meer ware impressies.

Om verwarringen te voorkomen zal ik het begrip illusie nog even nader toelichten. Sommigen onder u vinden dit hier een mooie en aardige zaal. Dit is al een illusie, een persoonlijk oordeel.

Anderen vinden het vertrek maar kaal en ongezellig. Ook dit is een illusie. U omschrijft hier niet de zaal, maar uw reacties hierop. De zaal is een zaal, niets meer en niets minder. Al, wat je meer dan feitelijke inhoud en wezen toekent, bv. eigenschappen die niet onmiddellijk kenbaar bestaan, komen uit u voort. Voor een Chinese boer zal ditzelfde vertrek een paleis zijn, een rijke Amerikaan vindt het misschien een stal. Aan te nemen dat dit de werkelijkheid is, is dwaas.

Zo gaat het bij haast alle dingen in de wereld. De wijze, waarop u ze ziet en de eigenschappen, die u er zonder feitelijke redenen aan toekent, zijn illusies. Hoe meer je deze dingen uit kunt schakelen, hoe dichter je bij de werkelijkheid komt te staan, hoe rationeler ook de reactie geestelijk en stoffelijk zal zijn. Hoe dichter u komt hij een aanvaarden van de voor u kenbare werkelijkheid met uitschakeling van deze persoonlijke toevoegingen en vervagingen, hoe dichter u bij God komt te staan, hoe beter u ook oorzaak en gevolg leert beseffen in de werkelijke betekenis en daardoor ook leert beheersen. Het is wel belangrijk zo nu en dan jezelf uit te schakelen, zover je kunt. Stel je dan niet voor, dat je je eigen wezen daarbij geheel terzijde kunt zetten. Want elk bewustzijn komt uit het ik voort en gaat in zijn erkennen van het ik uit, zover het Ik daarbij betrokken is. Elke reactie, die wij krijgen op ons bewustzijn, denken en handelen, zal door dit ik worden geïnterpreteerd volgens ingeschapen, of door belevingen ingelegde waarden. Wie dit beseft, zal minder geneigd zijn eigen waarden absoluut te noemen. Daarnaast zal men door deze erkenning geneigd zijn om stoffelijk en geestelijk zo rationeel mogelijk te handelen. Hierbij kan het zogenaamd onpersoonlijke denken zeker soms een grote steun zijn.

  • Een vorige maal werd gesproken over geestelijk denken.

Dit wil zeggen: zoveel mogelijk alle stoffelijke waarden terzijde stellen of negeren, thans de mogelijke stoffelijke consequenties voor een ogenblik vergeten. Zo kan men zich op hetgeen geestelijk binnen het Ik bestaat, beter controleren en door deze uitsluiting van het stoffelijke, langzaam maar zeker een verhoging van bewustzijnstoestand verkrijgen, waarin het geestelijke ik tot een veel sterkere uitdrukking van wezen, weten en wensen binnen de stof kan komen.

  • Men kan het onderbewuste dus niet uitschakelen, maar men kan misschien het bovenbewuste bewust inschakelen, bv. door inspiratie?

Het inspiratief denken kan alleen worden ingeschakeld, wanneer men het ik, gezien de aanwezige bewustzijnswaarden en onbewuste waarden, op een zodanige wijze harmonisch weet te maken met hogere krachten, dat deze met een zekere vergroting van intensiteit kenbaar wordt binnen het ik en als zodanig, vooral wanneer men zich in een bepaald onderwerp of een behaalde reeks van handelingen verliest, het ik uit kunnen tillen boven zijn normale vermogen. Vergeet niet, dat ook inspiratie op eigen mogelijkheden en vermogens blijft gebaseerd.

 0-0-0-0-0-0-0-0-0-0

 Esoterie

 Wanneer wij over esoterie spreken, moet ik onwillekeurig denken aan het verhaal over een magiër die af wilde dalen tot het duister om het kwaad te bestrijden. Hij had alle voorbereidselen gemaakt, zijn leerlingen hadden gezamenlijk zich geconcentreerd, op een zijden kussen gezeten concentreerde ook hij zich, tot zijn verzonkenheid zo sterk werd, dat een werveling ontstond, een draaikolk van Licht. Zo verzonk hij volgens zijn eigen wil naar de zetel van het kwade in het middelpunt der aarde. In het middelpunt der aarde trof hij een grote, zwarte draak, die nog slechts met één enkele kluister aan de muren van een onoverzienbaar grote grot gebonden was. Er was licht, maar dit licht was vreemd en duister. De magiër verzamelde zijn grootste krachten en stormde op het ondier toe. Luid riep hij daarbij: “Ik zal u verslaan”. De draak brieste en spuwde vuur, zodat de magiër werd teruggeworpen. Daarop verdubbelde hij zijn bezweringen en hij nam zijn scherpste wapens. De strijd werd hernieuwd.

De magiër kon nu de vlammen weerstaan en zo ging de strijd verder, altijd weer verder, totdat na lange tijd beiden geheel uitgeput waren. Daarom ontstond er een ogenblik van rust, dat beide strijders te baat namen om zich terug te trekken.

Nauwelijks had de magiër zich te ruste gelegd, of hij voelde zich wederom opgenomen door de vreemde kolking van licht. Toen hij op de wereld van de mensen was wedergekeerd, was het huis, waarin hij zich bevond een ander. Er was slechts één enkele mens aanwezig in het vertrek.

De 24 leerlingen waren verdwenen. In hun plaats zat daar, krom en gebogen, een grijsaard. De magiër vroeg zich af, waar alles gebleven was. De grijsaard vertelde: “Dit is mijn huis, o heer. Ik ben de zoon van een van uw leerlingen. De tijd, dat gij beneden waart, is de wereld verder gegaan”. De magiër trachtte nog een ogenblik op te staan, maar in de erkenning van de vergane tijd en eigen ouderdom verpulverde hij, zodat niets overbleef van zijn wezen dan een enkele zucht, die ontsnapte naar de oneindigheid door de ledige ruimten achter de grote yamen.

Zo zijn er voor ons vaak soortgelijke belevenissen. Soms menen wij geroepen te zijn om het kwaad te verdelgen. Wij dringen door tot in de kern van ons eigen wezen, of gaan uit in de wereld, ons concentrerende op al, wat duister en lelijk is. Voortdurend worstelen wij, maar overwinnen kunnen wij niet. Wanneer de strijd voor een ogenblik vervaagt en wij ons weer bewust worden van eigen leven en wereld, blijkt ook voor ons dit alles veranderd. Erkennende, hoe wij gefaald hebben, vergaat ons de hoop te overwinnen, de zekerheid van Licht en bewustwording. Wanneer wij het kwaad bestrijden willen, zo zijn wij negatief. Het is niet positief, wanneer wij trachten het kwade te onderdrukken, of met eigen wapens te verslaan.

Bedenk, dat hij, die haat met haat bestrijdt, de haat verdubbelt. Dit beseft men echter meestal eerst, wanneer het te laat is. Het verhaal van de magiër vertelt ons verder, hoe hij werd opgenomen tot in de tuin der Goden en voor de hemelse Keizer werd geleid. Toen hij deze van de strijd vertelde, hopende zo zijn bestaan te rechtvaardigen, wierp deze hem de hemelen uit. Zo groot was de woede van de keizer des hemels, dat zij als een vurige staart de ziel van de magiër vergezelde. Eens in vele duizenden jaren ziet men op aarde de magiër weer even: een komeet, die door het onbekende duister vlucht, in de oren nog steeds de uitspraak van de hemelse rechter: “Gij, die het kwaad bestreden hebt, gij hebt het kwade verdubbeld. Zoals het was, bleef het bestaan. Door uw strijd en woede hebt gij het vanuit uzelf vernieuwd en verdubbeld.”

De esotericus dient dit goed te beseffen: juist wanneer hij door een strijd tegen het kwade tracht het goede te bereiken, zal hij in zich het kwade bevestigen. Indien men met het goede  worstelt, is het anders. In de overleveringen treffen wij namelijk nóg een draak aan, die de witte draak genoemd wordt.

Hij woont ergens achter de blauwe hemel, de winden zijn zijn kinderen, de stromen zijn onderdanen. Zijn wezen is het licht van de zon, zijn kracht het ongekende woord, dat uit de kosmos klinkt tot op de wereld. Wie tot deze draak gaat, vindt geen strijd, maar een taak in een tuin, waarin vele bloemen staan. Men bindt hem, om een enkel perk te verzorgen, met al zijn kracht. Indien hem geen bloem teloor is gegaan, zo kent hij niet slechts de vreugde van een geslaagde arbeid, maar weet tevens, dat hij in elke bloem en bloesem het openbloeien van een menselijk wezen voor de krachten en het Licht van de witte draak mogelijk maakte.

Indien u in uzelf zoekt naar het goede, dat u bezit, dit verzorgt en steeds weer verbeterd, doet u het enige dat mogelijk is, indien men het kwaad wil bestrijden. Indien u, het goede erkennende, het goede steeds meer uit, zo brengt u vanuit uzelf een steeds sterkere kracht van goed en Licht in de wereld. Vergeet niet, dat strijden vaak betekent: Strijd veroorzaken. Vrede kennen betekent: vrede schenken.

Men stelt wel: In een huis met vele bedienden, zijn allen knecht buiten één, maar ook achten allen zich meester, buiten één. Dit is waar. Degen, die het gezin werkelijk regeert is de oude tai-tai, de moeder van de meester. Zij is de enige werkelijke meesteres. Allen, ook haar kinderen en geslacht, zullen haar eren en dienen. Doch dezen en de bedienden zien niet naar boven, waar men gehoorzaamheid verschuldigd is, doch naar beneden. Alleen de jongste onder hen, meestal een zoon van een der huisbedienden, die alleen voor onbelangrijke taken wordt gebruikt, kan niet naar beneden zien, hij wordt door iedereen gecommandeerd. Daarom is hij de enige, die zijn dienstbaarheid ten volle beseft.

In de mensenwereld is het precies zo. De mens zoekt naar rechten, die hij heeft, acht zich machtig en hoog. Degene, die naar de krachten boven hem ziet en zijn plichten overweegt, zal nederig zijn. De ware esoterie gaat gepaard met nederigheid. Boven ons is de kracht, die al regeert: God. Alles, wat boven ons staat, maar ons van bovenaf benadert, is dienstbaar aan Hem. Dat, wat wij kunnen bevelen, beheersen, regeren, ook al zou dit het gehele rijk der demonen zijn, is onbelangrijk. Wanneer de oude moeder lacht, is het feest in het huis, doch wanneer de oude moeder weent, zijn alle ogen vol tranen… . Waar het ik de Godheid erkent en met die God vrede heeft, is de wereld vreugdig, het innerlijk rustig en het besef van eigen wezen klaar en duidelijk. Waar in het ik geen vrede heerst, maar strijd met de Godheid, kan alle heerschappij niet voorkomen, dat het innerlijk duister blijft, de wereld droevig en de waan van het ik steeds sterker wordt.

In de gezegden van menig volk klinkt ook de humor door. Bij ons werd gezegd: wanneer u de ouden samen ziet spreken, zo is dit een beeld vol wijsheid, tot u hun woorden kunt horen. Ook hieruit kan de esotericus zijn les trekken. Schijn van wijsheid en schijn van waarheid vinden wij haast overal. In vele gevallen gevoelen wij onszelf overweldigd door het belang van bepaalde personen, of door hun geestelijk overwicht. Tot wij verder zoeken naar de bron van hun kracht, hun wezen verstaan en beseffen, wat de werkelijkheid is. De ouderen, die dwaasheid spreken, doen dit vaak uit onmacht. Zo is het bij velen die voor wijzen doorgaan. Hun uitspraken zijn geen bewijs van hun bereiken, maar van hun onmacht. Zoek daarom als esotericus in uzelf en in de wereld naar potentie, kunnen en volbrengen. Het zijn deze dingen, die werkelijke waarde hebben, andere waarden zijn er niet.

Wanneer de vrouwen uit twee huizen twisten, ontstelt dit de wereld door het horen van veel tot dan verborgen waarheid, zodat menigeen zijn aangezicht van schaamte zal verbergen. Uit de strijd tussen degenen, die tot verschillende huizen of richtingen behoren, kunnen wij vaak zeer veel leren. In hun pogen elkaar te overtroeven, werpen zij elkaar de waarheid omtrent hun eigen wezen toe, want een ieder valt de ander aan door zijn eigen zwakten te openbaren. Ook wanneer er strijd in ons is, dienen wij afstand te nemen van deze strijdigheden. Wij moeten eigenlijk terzijde gaan staan en de strijdige delen van ons wezen beluisteren, alsof het twistende vrouwen zijn. Zo openbaren de strijdige factoren in ons wezen veel innerlijke waarheid en geven inzicht in het minder bewuste deel van de persoonlijkheid. In het erkennen van onvolkomenheid ligt de kracht deze te herstellen.

Indien ik af ga op het streven van de mens, zo meen ik te moeten aannemen, dat het wezen van de esoterie de meeste mensen vreemd blijft. Het is niet voldoende een onderzoek in te stellen in het eigen ik. Li Po zegt: “Wie in zich keert, droomt. Een droom is schoon, maar het ontwaken tot werkelijkheid is bitter.” “Een bloeiende chrysanthemum, een beker rijstwijn, de smaak van de herfst in de lucht, maken een paradijs in mijn hart….” Een ons te sterk interesseren voor de dingen, die rond ons zijn, zal zeker niet altijd even prettig en goed zijn, maar indien wij de schoonheid nemen van wat rond ons is, kunnen wij daardoor een innerlijk Licht vinden. In dit Licht leren wij onszelf kennen.

Er was eens in China een machtige keizer, bij wie een uitvinder zich meldde, die vleugels had vervaardigd. De uitvinder zei, dat, indien hij van het dak van de pagode zou springen, hij hiermede vliegen zou. De keizer sprak: “Vlieg!” en de uitvinder vloog inderdaad. “Hoe betreurenswaardig, niemand kan ik toestaan zich boven mij te verheffen”, zei de keizer, liet de uitvinder vatten en het hoofd afslaan. Wanneer de mens in zich meent steeds iets te bevatten van innerlijke wijsheid en waarheid, is hij niet bewust genoeg om de betekenis en het nut van hetgeen anderen bieden, te aanvaarden. Zij zeggen dan: “Dezen verheffen zich boven ons. Hoe betreurenswaardig”, en hen daarna eer, leven en goed te ontnemen, zo zij dit kunnen. De praktijk vraagt van de esotericus juist een aanvaarden van alle vernieuwing en onderzoek naar alle mogelijkheden. Het principe van eeuwigheid, volmaaktheid, van vernieuwing, is belangrijker dan alles wat je in jezelf hebt erkend.

Wie luistert naar de sprookjesvertellers langs de weg, vergeet de tijd. Deze spreuk geldt voor de esotericus, die naar de waarheid zoekt evengoed als voor de huisvrouw, die haar brood in de oven liet verbranden, omdat het verhaal zo spannend was. Wie zich door sensatie laat verleiden, betreurt later het gebeurde even zeer als de koopman, die zijn winkel sloot, toen de houten eend werd beslagen, want de slagen klonken zo krachtig en schoon en ’t verhaal was zo boeiend, maar later weende hij, want zijn voornaamste klanten waren aan zijn winkel gekomen, doch haar gesloten vindende, waren zij verder gegaan naar andere kooplieden.

De mens droomt van geestelijke bereikingen en gaat op in de esoterie en vertoeft vaak al te graag bij de sprookjesvertellers langs de levensweg. Men verzuimt veel door het toeven. Indien men bij het beoefenen der esoterie verstandig wil zijn, zo zal men een vast deel van het leven daaraan wijden, maar dit deel moet goed zijn aangepast bij de noodzaken van het leven, zodat het leven zelf niets te kort komt.

Er was eens een zeer waardig monnikje in een klooster, omringd door spiegelende vijvers en bloeiende tuinen. Zoals alle monniken moest hij uitgaan om te zorgen, dat er geld kwam voor verguldsel, voedsel en wierook. Als alle anderen had hij een taak in de tuin, opdat de schoonheid ervan nooit zou vergaan, maar hij droomde steeds. Ook in de uren van arbeid verhief het zijn geest voortdurend ver boven de aarde. De kloosteroverste, die bemerkte dat het werk ongedaan bleef, liet het monnikje voor zich brengen en sprak: “Broedertje, waarom volbreng je je taak niet?”

“Zeer verheven oude”, stamelde het monnikje, “ik heb geen tijd, mijn geest vertoeft voortdurend boven de wolken, in het rijk der eeuwigen, waar ook de geëerde voorouders leven”. “Daarom wijkt gij af van de u opgelegde taak. Ik zal je niet weerhouden te gaan tot het rijk der voorouders. Indien dezen u weerhouden uw taak in de tuinen te volbrengen, zo handelen zij verkeerd. Daarom zal ik u een gave voor hen geven, opdat zij de waarden van de wereld der mensen beter beseffen.”

Hij liet het monnikje op de voeten slaan, tot zij gezwollen waren en bloedden. “Ga nu tot de voorouders, toon hen uw voeten en laat hen zo zien, hoe moeizaam de levensweg voor hem wordt, die te kort schiet in het vervullen van de plichten der wereld.” Helaas heeft niet  een ieder, die te veel droomt van de hoge geest, een dergelijke wijze en eerwaardige oude naast zich. Toch zou dit zeer gunstig zijn. De esoterie is het werk der zelferkenning, maar ook het erkennen van verhoudingen. Wie faalt in zijn verplichtingen tegenover de wereld kan niet van zichzelf bewust worden op een wijze, die waarlijk vruchten voortbrengt.

In de tijd dat ik leefde geloofde men, dat vossen naar hun wil een andere gestalte kunnen aannemen. Wanneer de avond komt, bouwen zij vaak met hun krachten van oude ruïnes, kostbare paleizen. Hun spitse snuiten worden soms tot het fraai gevormde gelaat van vrouwen, wier kleine voetjes, schoon als gouden leliën, verlokkend zijn voor een ieder, die voorbij gaat.

Anderen trekken als vorsten de stad binnen, of tonen zich als mandarijnen van de kristallen knoop, of de pauwenveer. Zij eisen hun rechten op en niemand durft hen die te weigeren, maar wee hen, wanneer tijdens hun spel de morgen komt. Dan komt de waarheid aan het licht. In het spel doet men, alsof men een vos is en zo in staat is zijn dromen waar te maken. Wanneer er een zegt: “Ik, vos, ben een mandarijn”, dan zullen de anderen hem dienen en eren. Maar er is een beperking aan het spel. Men neemt een kalebas, waarin men een kleine opening maakt.

Deze wordt met water gevuld en verborgen. Slechts één houdt er de wacht bij. Zodra de kalebas leeg is, zijn alle spelers vrij de vos te slaan, of te achtervolgen, want de vos mag zich niet weren.

Alleen wanneer de vos voordien heeft gezegd: “Ik, vos, ben vos” en zo zijn eigen gestalte heeft aangenomen, neemt men aan, dat hij ontkomt. Hij mag niet beroerd worden, noch veroordeeld worden. In dit spel wordt menigeen geslagen en gekwetst, doordat hij te zeer de eer geniet, die men hem bewijst en zo vergeet tijdig zijn spel te staken.

Velen in de esoterie dromen, alsof ook zij een vos zouden zijn. Dromen van eer, eeuwigheid en openbaringen. De wereld zal op dit spel ingaan, de vos beleefd bejegenen en zelfs eren, alsof de waarde, die men zich toekent, waarheid is. Maar de kalebas van de tijd ledigt zich. De dagen en jaren gaan voorbij, voor degene, die de begoocheling niet verbroken heeft, vóór het ogenblik van waarheid aanbreekt. Ook voor u, ook in uw leven komt een ogenblik van waarheid. Hoe zeer gij u ook vergeestelijkt, droomt, eens zult gij de gevolgen van de in naam daarvan gestelde stoffelijke daden en nalatigheden moeten aanvaarden. Eens zal uw waan gebroken worden en zult u, die droomt van geestelijke rijpheid zonder haar te bezitten, de waarheid omtrent uw eigen ik moeten ondergaan en aanvaarden. En zo u al het spel van de vossen speelt: acht wel, opdat het niet te laat wordt.

Vrienden, mijn betoog wil ik met enkele kleine gezegden besluiten, die in zich voldoende wijsheid dragen om mede als deel van een esoterische les beschouwd te worden. Wanneer de tijger brult, vluchten de vogels. De mens die vlucht wordt tot slachtoffer, daar hij geen vleugelen heeft om zich te verheffen. Wanneer rond u gevaar, dreiging, of misleiding bestaan, dient gij u moedig daartegen te keren, want gij bezit de middelen nog niet, die het mogelijk maken voor deze waarden te vluchten.

Wanneer twee priesters dezelfde dienst willen leiden, zullen zij lijden door hun onderlinge strijd om voorrang. Het meest lijdt de mens, die deze beiden het dubbele loon moet betalen. Wanneer gij in een twist gemengd wordt over geestelijke zaken of bewustzijn, spreek de waarheid, zover gij kunt, maar onttrek u aan de strijd. Anders zult u ontdekken, dat de anderen gezamenlijk strijden om uw woorden te vernietigen, zodat gij zelf het gelag zult moeten betalen en dat kan zeer bitter zijn.

Wanneer mensen oud zijn, twisten zij over dingen, waarover zij in hun jeugd lachten. De mens, die aan het einde van zijn dagen komt, zal teveel nadruk leggen op kleine dingen. Tracht steeds de grote lijnen te volgen. Houdt u steeds bij het werkelijk belangrijke. Zo zult u jeugdig van geest blijven, voortgaan met de kracht der jeugd en jeugdig ingaan in het eeuwige rijk.

“Ik ken alle klassieken” sprak de wijze. “Ik weet, hoe ik het land moet bebouwen”, sprak de boer en verhongerde niet. Misschien zult u alle esoterische boeken kennen en alle filosofie bestuderen. Indien u geen praktisch gebruik van al deze dingen kunt vinden, niets, wat voor u direct bruikbaar en nuttig is, zo is het gevaar groot, dat gij in uw wijsheid geestelijk toch zult verkommeren. Maar wie een kleine geestelijke wijsheid heeft en deze weet toe te passen, is reeds dicht genaderd tot de openbaring van de werkelijke wereld.

image_pdf