Geestelijk goud

U realiseert zich misschien niet dat deze term komt uit een alchemistische denkwijze. De alchemie is eigenlijk een heel oude geschiedenis. Ze bestond oorspronkelijk al o.a. in Egypte. Daarom wordt ze in Griekenland wel Kemiya genoemd, komend van Kempt. Toen dit later werd overgezet in het Arabisch (ik meen dat het El Kelbir was die dit heeft gedaan) werd het el Kimaya en dat wordt alchemie. Nu moet u begrijpen dat dit niet alleen maar het maken van goud was. Zeker, er waren allerlei methoden om schijngoud en schijnzilver te maken. Ook mascara en dergelijke zaken worden door vroeg-alchemisten wel vervaardigd. Ze zeggen, dat heel veel van de alchemisten zelfs leefden van een handeltje in schoonheidsmiddelen. Hun denkwijze was gebaseerd op een bepaalde structuur van de kosmos. In de kosmos is een indeling te maken in vier elementen. Bij de Chinezen 5: metaal is nog een afzonderlijk element. Er is verder een wordingsproces waarbij alle elementen a.h.w. het product zijn van een oerstof, een oerkracht. Daarom zien we in veel alchemistische processen, o.a. bij die van Paracelsus, die zichzelf beter vond dan Celsus (Paracelsus, een mooie naam voor een man die Theofrastus Bombastus heette) het denkbeeld: Wij moeten eerst terug naar de oermaterie. Wij brengen de materie door menging samen, we transformeren ze (een soort Christusproces) en dan laten we ze verrotten, een verrottingsproces. Daarna gaan we ze destilleren. Daaruit krijgen we weer een andere stof die we uitkristalliseren. Met die kristallen kunnen we op een bepaalde manier dan weer een nieuw extract maken. Wij extraheren dus weer opnieuw en krijgen tenslotte iets dat we de Steen der Wijzen noemen. Voor deze mensen was die samenstelling niet alleen maar de samenstelling van de aarde en van het heelal. Het was ook de samenstelling van de mens, en dan niet alleen de stoffelijke mens maar ook de geestelijke.

Er zijn tegenwoordig nog in bepaalde kathedralen (o.a. in Varennes) symbolen te vinden van die oude taal. De taal waarin je spreekt over de innerlijke kosmos van de mens die je eigenlijk behandelt als een externe, een buiten je liggende kosmos. De processen die je normaal buiten je in een laboratorium kunt volbrengen, kun je ook innerlijk volbrengen. Men gaat zelfs verder en zegt op een gegeven ogenblik, o.a. in de tijd van Agrippa von Nettesheim: De innerlijke wereld is gelijk aan de uiterlijke wereld. De kracht ontstaan in de innerlijke wereld is werkzaam in de uiterlijke. Het gebeuren van de uiterlijke wereld kan worden overgedragen op de innerlijke wereld. Nu wordt het misschien een beetje duidelijker waarom ik zeg: Het is eigenlijk een heel alchemistische onderwerp. Want goud maken is datgene waarvan over het algemeen de alchemisten het meest werden verdacht. Er zijn heel veel zwervende alchemisten geweest die er zelfs hun leven voor hebben moeten geven. Zoals de man die zei dat hij goud kon maken uit ijzer en dat niet kon. De man die de opdracht had gegeven (een Duitse vorst) liet hem toen een galg smeden van het ijzer dat hij niet had kunnen veranderen. Hij liet die als goud verven en daaraan heeft hij de man opgehangen. Zo ziet u maar weer, zelfs de symbolen van de kaarten komen terug, de kaart waarop de wijze aan een voet aan de galg hangt.

Laten wij proberen iets over de innerlijke wereld te zeggen. In de innerlijke wereld is de oermaterie chaos. Er zijn wezens die uit chaos zijn ontstaan. Voor ons is chaos het enige dat we ons kunnen rea­liseren. Die chaos moet dus eerst gevormd worden, ze moet materie wor­den. Een menging van materie die ontstaat door herinneringen, door le­vens, door het ondergaan van allerlei invloeden. Hebben we eenmaal die ervaring opgedaan dan bezitten we een innerlijk bewustzijn. Wij bezitten allerlei gevoelsassociaties en die moeten wij tot een eenheid brengen. Wij moeten proberen om – zoals men dat vaak zo mooi zegt – een innerlijke harmonie te bereiken waardoor de wereld buiten ons en de wereld ín ons, ons niet beroeren, maar door ons slechts aanschouwd worden. Dit is overigens een boeddhistische frase en dus niet een zuiver alchemistische. Als je dan nog een stap verder gaat, dan zeg je: nu heb ik het, maar wat moet ik er nu mee doen? In die rust vermengt zich alles. De afzonderlijke herinneringen versmelten: ze worden a.h.w. een totaal gevoel. Alle dingen die we weten vloeien ook een beetje door elkaar. Het is iets wat er wel is, maar ja, het is een beetje als stamppot. Nu gaan we opnieuw aan het werk. We gaan de zaak, zoals de alche­mist zegt, extraheren. We gaan dus al datgene wat nutteloos is eruit laten. Dit kunnen we doen door ons te richten op ons eigen innerlijk. Het extractieproces vindt over het algemeen plaats in een distilleer­kolf. Als er onder u zijn die wel eens een distilleerkolf hebben gezien die gebruikt werd rond de 15e/16e eeuw (heel mooie werkstukken overigens) dan zal het u zijn opgevallen dat die eigenlijk een soort esculaapstaf is.

Hier staat de kolom en daaromheen lopen de buizen die dan in twee bek­kens uitmonden. Zo zullen wij aan de ene kant eigenlijk datgene wat in ons is tot wijsheid moeten maken, dus niet meer kennis maar inzicht. Aan de andere kant zullen we al onze belevingen moeten omzetten in iets wat we misschien het best een aanvaarding noemen, ofschoon anderen zeggen: het is eigenlijk bewerkelijke liefde. Als je die twee producten hebt, ben je in staat om te gaan mengen. Want liefde zonder wijsheid is dwaasheid. Maar wijsheid zonder liefde wordt ook dwaasheid. Het is de samenvloeiing van beide die noodzakelijk is. Wanneer we dat bereiken, rust de zaak. In dat rusten kristalliseert alles uit. Hoe gebeurt dat? Heeft u wel eens een verzadigde oplossing van zout of suiker gezien? Als je die laat rusten, vooral als er draden in hangen, dan zie je dat er grote kristallen ontstaan. Op de plaats van de vele kleine kristalletjes groeien er a.h.w. stalactieten en stalagmieten en wat je je verder maar denken kunt, maar allemaal in de vorm van een kristal. Het kristal is de vorm van onze innerlijke kracht. Dat is ook weer een alchemistische stelling. Waarom zeggen ze dat? Wij kunnen dat tegen­woordig wat beter begrijpen. De kristallisatie wordt namelijk bepaald door de wentelingsgetallen van de betrokken moleculen plus hun innerlijke structuur. Hierdoor ont­staat er een krachtraam waarin de materie zich zal rangschikken. Het kris­tal heeft dan een doorlaatbaarheid maar ook een resonantie en reactie, die wel bepaald wordt door invloeden van buitenaf, maar die alleen in dit wezen op deze manier kan plaatsvinden. Als u dat allemaal goed heeft begrepen, dan kunt u zeggen: Op het ogenblik, dat wij de liefde en de wijsheid hebben samengevoegd totdat ze een gevoeld begrip is, voegen wij daar wederom onze wereld bij, ons zijn. Dat is dan een oplosmiddel. Dat oplosmiddel verdampt voor een deel, want het kan niet meer aanspreken, alleen als het zinrijk is. Wat er overblijft is een elixer, zegt men dan. Het is dus een geconcentreerd drankje. Dit elixer kan dan weer een absolute eenheid worden, dus een vaste vorm krijgen. Hebben we die, dan hebben we de Steen der Wijzen. Wat wordt er verteld van de Steen der Wijzen? Er zijn wel honderd verschillende beschrijvingen van. In Amsterdam is nog een manuscript waar­ in staat dat iemand 3 Stenen der Wijzen had gezien. Hij beschrijft ze als doorzichtige kogels van een wat zilverachtige kleur, lichtgeel paars­achtig. Dat zou wel kunnen. Maar als je daar dan a.h.w. een graankorrel van afneemt (dat wordt daar ook verteld), dan kun je laten we zeggen van 6 loten lood heel zuiver goud maken. Dat is overigens in de praktijk nooit bewezen, het wordt wel verteld. Stel u nu eens voor dat wij innerlijk deze Steen der Wijzen in feite zijn geworden, dan kan ons wezen door zijn kwaliteiten het onedele veredelen. Het innerlijke goud is niets anders dan de uitstraling van het wezen die zo sterk gericht en krachtig kan worden uitgezonden dat hierdoor een ver­hoging van geestelijke waarde in de betreffende personen, voorwerpen etc. tot stand wordt gebracht.

Misschien is het wel aardig hier te wijzen op een eigenaardige gelijkheid. Aurum is goud. Aura is ook uitstraling. U heeft een aura. Maar als uw aura door de absolute innerlijke eenheid wordt beheerst, dan veroorzaakt ze door haar wezen aurum: goud. Op dergelijke woordenspelletjes be­rust heel veel van de z.g. geheime leer van de alchemisten. Als u zegt: ik wil ook graag innerlijk goud maken, dan denken de meeste, als ik lood heb, dan komt de rest wel. U eindigt dan met lood in de schoenen en verder niets. Maar als u zegt: Ik ga begrijpen waar het om gaat, dan kunt u aan het proces beginnen. U heeft allerlei gevoelens. U heeft ervaring, maar u heeft ook, en dat is heel belangrijk voor de meeste mensen, een oordeel over vele dingen. Vergeet het oordeel. “Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld worde”, zou­den ze in de kerk zeggen. Dat is inderdaad waar. Het oordeel namelijk houdt de dingen van elkaar af: dat maakt onderscheid mogelijk. Wat wij nodig heb­ben is een samenvloeien van onze gevoelens en ons bewustzijn. Ons gevoel kan dan wel tot uiting komen in een oordeel naar buiten, maar het kan nooit een aanvaarding of een verwerping van iets betekenen? Het moet een consta­tering zijn. Als u dat tot stand kunt brengen, dan zou uw honger naar het betere, naar het hogere u ertoe brengen om daaruit een soort geloof te distille­ren, een innerlijke zekerheid die onbewijsbaar is, maar die u voor een deel zelfs nog in uw omgeving kunt demonstreren. Heel veel mensen bereiken die trap nog wel. Maar als het zover is, denken ze: nu heb ik de waarheid en een ander heeft mij te gehoorzamen.

Er gebeurt niets mee. Integendeel, de wijsheid of de liefde verandert en wat er overblijft is in 9 van de 10 gevallen dwaasheid. Dus verder gaan. Erkennen hoe je bent, hoe het is. Dan aanvaarden en rusten, niet verder gaan, niet naar buiten brengen. Gewoon het in jezelf laten gisten. Want in ons moet in zekere zin de chaos herontstaan. Alle bestanddelen van ons wezen moeten zich kunnen vermengen. Dat kan nooit bij een bewust proces, want een bewust proces brengt scheidingen aan. Het leven is een periode waarin je aanvaardt, waarin je ondergaat. De rest is niet belangrijk. En dan zul je ontdekken, dat op een gegeven ogenblik een gevoel komt van gedwongen worden tot iets. Je weet niet waarom, je weet niet tot wat, maar er moet iets gebeuren. In alchemistische termen: het vuur wordt opgestookt. In dat vuur ontstaat nu de oplos­sing opnieuw, maar ze is na haar verval nu een eenheid geworden. Ze verliest wederom een aantal onbelangrijke bestanddelen. Wat er over­ blijft kristalliseert inderdaad uit. In de plaats van de dingen, die u heeft ervaren en dacht te weten, ontstaat een begrip dat veel verder gaat, dat a.h.w. alle gebeurtenissen kan zien als uitingen van een hoofdklasse van gebeuren, welke hoofdklasse op zichzelf weer een essen­tieel deel is van het mens‑zijn. Daardoor blijft ook de aanvaarding mogelijk en ook uw emotie kristalliseert uit. Ze richt zich niet meer op een enkel doel, maar steeds weer op een hoofdklasse: dus op een totaal gebied. Voor sommige heren is dat wel gemakkelijk. Zij zeggen: Nou, dan begin ik maar met het totale gebied: de vrouw. Maar dat is niet de be­doeling. Dan zitten ze weer in een heel andere vorm. Ben je zo ver, dan zul je a.h.w. luisteren naar de innerlijke stilte. Wat buiten je is, is niet zo belangrijk als wat ín je bestaat, want datgene wat ín je bestaat, geeft inhoud, geeft betekenis aan wat buiten je is. Je bent dan nog machteloos. Onthoudt dat goed.

Wat gebeurt er nu. De invloeden van buiten, omdat ze niet afzonder­lijk worden erkend, mengen zich wel degelijk met datgene wat in ons we­zen bestaat. Hieruit vloeit voort het elixer: de totaalstof van ons we­zen. Deze kan dan nog altijd voor vele doeleinden worden gebruikt. Een paar oude wijsgeren beweren bv. dat echte wijsgeren wel duizend jaar oud worden. Onmogelijk is het niet. Je kunt er namelijk een afstem­ming op levenskracht mee maken en dat betekent dat zelfs wanneer het vernieuwingsproces weer op gang komt er gelijktijdig een grotere afschei­ding plaatsvindt van allerlei slijtstoffen in je lichaam. Je wordt dus inderdaad ouder. Niet noodzakelijkerwijs wijzer maar ouder. Je kunt er ook het z.g. liquide goud van maken. Je kunt je gaan bemoeien met de mensen om je heen en proberen krachten uit te stralen om te genezen, om even een geestelijk probleem recht te zetten, om misschien een geestelijke verwarring op te lossen. Dan hebben we te maken met het vloeibaar goud. Maar boven dit alles staat wat men noemt: de Steen der Wijzen. Wanneer in mij dat alles steeds verder wordt opgenomen ontstaat er een zodanige eenheid dat ik niet meer kan zeggen: ik voel of ik weet, maar dat ik alleen nog maar kan zeggen: ik besef en onderga gelijktijdig. Dat is de Steen der Wijzen. Heb je die eenmaal, dan behoef je er niets mee te doen. Ze zal altijd uitstralen door je wezen. En omdat je eigen wezen een vervanger is in een bepaalde wereld (het kan een geestelijke of een stoffelijke zijn) zul je in die wereld een aura een uitstraling krijgen die inderdaad de hogere levenskracht weerkaatst, goud. Het is niet voor niets dat vroegere heiligen (niet alleen katholieke of christelijke heiligen maar ook van andere godsdiensten) worden afgebeeld met een gouden uitstraling. Dat berust eenvoudig op de innerlijke Steen der Wijzen waaruit deze gouden glans automatisch tot stand komt bij elke aanraking met de wereld.

Een Steen der Wijzen kan worden gebruikt. Als ik mij bewust ben van de vrede die in mij heerst, want het is een vredestoestand, dan kan ik een ander die vrede geven. Voor christelijk denkenden: heeft Jezus niet gezegd: “Mijn vrede geef ik u, mijn vrede laat ik u.” Het past volkomen in dit concept. Van daaruit kom je dan op een gegeven ogenblik tot het punt dat eigenlijk alle werelden op die Steen der Wijzen inwerkt. Niet alleen de wereld van de mensen of van bepaalde geesten, maar al wat er kosmisch bestaat. Wij kunnen de vrede en de kracht die erin leven nog altijd aan anderen geven. Wij kunnen hun wezen, hun zijn daardoor veranderen. We kunnen zelfs de instincten van dieren, de kwaliteiten van planten daarmee beïnvloeden. Die andere werelden kunnen we natuurlijk in onze wereld niet uitdrukken. Maar de samenhang tussen andere werelden en datgene wat op dit ogenblik onze uitingswereld is (niet ons besef maar alleen onze uitingswereld) is voor ons zodanig zeker, dat wij – alle in­vloeden kennende – steeds zullen handelen vanuit het geheel, ook binnen de beperking van onze uiting. Daarmee hebben we dan de grootste kracht van het geestelijk goud gevonden. Het geestelijk goud maakt elk wezen, ongeacht het plan waarop het zich manifesteert, tot een kosmisch wezen dat niet meer vanuit een be­perking, maar vanuit de totaliteit zijn weg gaat en reageert. Om nu even de spanning te breken. Er was een luchtvaarder voor Montgolfier. Hij was een bekend politicus en staatsman. Als die man een rede hield, dan was dat zoveel hete lucht dat hij als vanzelf begon te zweven. Dat zweven in symbolische en zinnebeeldige termen is tegenwoordig bepaalde mensen nog zeer eigen. Ik heb u gezegd wat de essentie, de opbouw en de weg is van dat geestelijk goud. Denk niet, dat het gemakkelijk is. Het is ontzettend moeilijk, maar het is iets waarin alles wat je doet een weerkaatsing moet zijn van al wat zich in je afspeelt. Laten we dan eens kijken hoe de alchemisten dat vroeger hebben gedaan. We zouden eventueel Rozenkrui­sers, Grootkruisers en al die andere Kruisers nog erbij kunnen halen. De alchemist ging uit van het standpunt: wat ik ín mij bereik, moet ik buiten mij waarmaken. Wat ik buiten mij tot stand breng, moet ik innerlijk verwerken. In de alchemie zien we dan ook een heel eigenaardig verschijnsel. Het is alsof de taken voortdurend verdeeld zijn tussen het studeervertrek en het werkvertrek (laboratorium). Om nu te weten wan­neer je werkt in het lab en wanneer je werkt in de studeerkamer maakte men gebruik van astrologie. Het is opvallend dat bijna alle grote alche­misten uit het verleden zeer bekwame astrologen waren, zeker voor hun tijd. Want, zo zeiden ze, er zijn nu eenmaal invloeden van buitenaf. Sommige invloeden helpen ons om innerlijk te werken. Dan moeten we in het studeervertrek zijn: wij moeten filosoferen. Maar er zijn ook krachten die meer naar buiten toe gaan, een sterke Marsstand bijvoorbeeld. Dan moeten we dus in het laboratorium werken.

U kunt uw leven natuurlijk niet zo gemakkelijk door astrologie laten leiden. Algemene tendensen mogelijk, maar veel verder komt u niet, tenzij u het in de dagbladen leest en dan klopt het niet. Wat u moet doen is rekening houden met het feit dat u soms a.h.w. gedoemd bent te mislukken, als u alleen innerlijk werkt. En dat u dan juist naar buiten toe de dingen die u innerlijk al heeft bereikt, moet proberen gestalte te geven, waar te maken. Aan de andere kant moet u er ook rekening mee houden dat er een tijd komt dat ‑ al is er nog zoveel werk te doen ‑ u weet, ik kan op dit ogenblik niet verder: ik zit vast. Ga dan naar binnen toe. Dan kunt u binnen weer verder werken. Het is de wisselwerking tussen de twee werelden die voor ons wer­kelijk zijn: onze innerlijke wereld en de wereld waarin wij denken te leven. Als wij proberen om die tot eenheid te brengen, moet er innerlijk enorm veel gebeuren. Dat kunnen we niet zonder meer. Daarom zullen wij vooral in de beginfase steeds moeten kijken naar wat gebeurt er in nu, nu gaat het niet verder. Wat kan ik nu buiten mij daarvan waarmaken? Een andere bekende joodse alchemist, hij heette Isaak, later zijn de­len van zijn werk neergeschreven en verschenen als het z.g. Boek van Abra­ham. Erg interessant vooral als je eraan begint. Daar staan zoveel ver­vloekingen is dat, als je het leest en geen priester of geleerde bent je daaraan alleen al je portie hebt.

Deze man gaf eens aan een leerling, die bij hem kwam om inlichtin­gen te vragen, een appel. Hij zei: dit is een appel. Wil je hem meenemen? Ja, zei de leerling. “Schil hem dan niet,” zei de man, “laat hem, zoals hij is. Maar als je honger krijgt, schil hem dan”. Ik denk, dat je daarmee eigenlijk het hele principe op een zeer simpele manier hebt uitgedrukt. Wij moeten de dingen gewoon laten zoals ze zijn. Pas op het ogenblik, dat wij ze in ons kunnen opnemen, mogen wij ze van hun werkelijkheid, hun bescherming a.h.w. ontdoen. Er zijn in een niet zo ver verleden een aan­tal mensen geweest die zeiden: the world is your apple. Die noemden zich ook Apple. Later kwamen ze tot de ontdekking dat er worm in zat. Realiseer u even wat er met dit beeld ook tegen u wordt gezegd. U kunt de wereld niet zonder meer gaan veranderen. Als u dat doet, dan is datgene wat u innerlijk nodig heeft er niet meer. De appel die is geschild, verliest zijn sap, is niet smakelijk meer. Op een gegeven moment is hij zelfs niet eetbaar meer, want hij kan gaan schimmelen. Als de schil er omheen zit, kan hij het veel langer uithouden. Ga niet uw wereld te lijf. U heeft uw leven en uw beleven nodig met alles erop en eraan. Er is geen enkel stukje van het leven, of het nu de geboorte is of de dood en alles wat daar tussenligt waarvan je kunt zeggen:”dat is overbodig, doe dat maar weg”. Maar dat leven met al zijn ervaringen heeft alleen zin, indien u met wat er in u bestaat (dat zijn uw denkbeelden, uw illusies, uw dromen, uw gevoelens) weet te komen tot het proces dat ik u heb beschreven. U kunt zich pas met uw wereld gaan bemoeien met enig resultaat, als u innerlijk zover bent gekomen dat de wereld u in feite niets meer doet, maar dat uw begrip voor de wereld a.h.w. naar de wereld uitgaat om haar de mogelijkheid te geven zichzelf te begrijpen. Hiermee heb ik u heel veel fraaie lessen gegeven.

Ik heb mij in mijn leven op aarde en na mijn leven nog enige tijd met deze materie beziggehouden. Weet u waarom de alchemist zijn geheimen altijd zo versluiert? Het antwoord is heel eenvoudig. Omdat het gevaarlijk is voor hen die de eerste fase nog niet doorlopen hebben en dus het be­grip niet in zich hebben gekregen (de wijsheid) waardoor zij door die sluier kunnen zien. Daarom wordt er rustig gezegd: Sulfer is het belangrijkste bestanddeel van het proces van goud maken, zelfs van de Steen der Wijzen. Maar er zijn zoveel sulfers. Want elk wezen heeft zijn eigen sulfer. En er zijn zoveel soorten goud dat niemand weet wat het ware goud is. Onzin. Versluiering. En aangezien er hier geen grote geheimen achter zitten, gaan wij het even ontsluieren. Een esoterische striptease. Alles heeft in zich zijn eigen deel van de oerkracht: zijn eigen zwa­vel. En aangezien elk wezen die kracht beleeft op een wijze die het zelf vormt, is het overal verschillend. Dat is toch duidelijk. Als een wezen het innerlijke goud weet te maken, dan kan dat nooit precies hetzelfde zijn als van een ander wezen. Het heeft een andere bestemming. Goud en goud is niet hetzelfde. Het is dezelfde toestand, dezelfde kwaliteit, dus za­gen zij het als een zuiver persoonlijke zaak. Misschien mag ik hier Kuan Ko citeren, overigens een wat vreemde man, levend op de grens van Tibet en China ongeveer 600 na Chr. Het was namelijk ook een Chinese alchemist. Die goede man zei: “De waarheid die je vindt is jouw waarheid. Want in alle dingen is de tweeledigheid is yan – yin aanwezig en waar ze versmelten daar ontstaat de totaliteit. Maar wij, die slechts in delen kunnen beseffen, kunnen wel totaliteit zijn maar haar niet kennen.” Het leuke is verder dat dit later helemaal is ontwikkeld tot een idee van taak vervulling. Een groot gedeelte van het Taoïsme hangt samen met deze denkwijze. Want wat is het? Dingen zijn juist of onjuist. Maar slechts daar waar juist en onjuist samengaan, ontstaat werkelijkheid. Als hij die werkelijkheid niet kan vinden ‑ en dat verwacht je van een eenvoudig mens niet ‑ dan moet hij eerst leren om deze schijnbare strijdigheid in zich te aanvaarden. Daarom is a.h.w. de wet verplaatst: datgene wat je bent en het waarmaken van wat je bent, is je plicht t.a.v. het geheel. In alle alchemistische denkwijze zien wij steeds weer dat idee van ver­smelting terugkeren. Maar wij worden altijd ook weer geconfronteerd met de buitenwereld, met de verandering die wij tot stand brengen. Een schijnbare tegenstrijdigheid. Wie de volmaaktheid in zich bereikt, wil toch niets ver­anderen en zeker niet aan zichzelf. Maar zijn erkenning van zijn relatie met het andere wordt nog steeds bepaald door zijn yan ‑ yin. Er zijn zelfs boeren die daar ontzettend in thuis zijn. Als ze over straat gaan en ze zien een ander, dan roepen ze onmiddellijk: Ha, die Jan. De slui­mering bij u is geweken! Al die dingen berusten op het feit, dat we eigenlijk, zelfs als we de innerlijke volmaaktheid hebben bereikt, nog altijd in tweeledigheid be­seffen. Besef kan alleen bestaan waar een afmeting van waarden plaats­ vindt. Dat is wat ons blijft beheersen totdat we opgaan in de totaliteit.

Daarom moeten we leren met de kracht die in ons is buiten ons te werken. Niet omdat buiten ons de verandering noodzakelijk is, maar omdat wij al­leen als dat wat er in ons is ook buiten ons op de een of andere manier tot uiting komt, het geldingskracht krijgt. Het voor ons mogelijk is om ons beleven van de wereld ook innerlijk nog te vervolmaken om innerlijk meer een te zijn met de wereld nu we gelijktijdig een tegenstelling erva­ren. Het geestelijke goud is niet alleen maar de innerlijke bereiking. Het is de vermenging van onze innerlijke bereiking met al hetgeen voor ons kenbaar en besefbaar is. Zelfs als wij de Steen der Wijzen hebben bereikt en alle werelden voor ons toegankelijk worden en wij ze ontvan­gen, dan zullen wij ze nog niet kunnen begrijpen al beseffen wij het er­gens wel. Laten wij dan rustig ook wanneer wij streven in de richting van het geestelijke goud, de praktijk naast de innerlijkheid zetten. Niet de meditatie verheffen tot top, of het leven in de wereld zien als het voornaamste, maar deze dingen zien als een soort balans waarin wij voortdurend een evenwicht moeten handhaven. Alleen zo kunnen wij naar de waarheid en de werkelijkheid toevloeien.

Als u luistert naar onderwerpen als dit vandaag of naar andere onderwerpen door andere sprekers van deze groep of van andere groepen gebracht, onthoud dan: nooit eenzijdig, altijd evenwicht. Het evenwicht maakt het ons mogelijk verder te gaan. Zoals er al in de oude Levens­boom drie wegen zijn, er maar een weg is die rechtstreeks de chaos met de kroon verbindt. Laten wij proberen dit evenwicht te handhaven, dan zal al het andere ons worden gegeven. Als wij het evenwicht verliezen, gaan wij moeizaam van punt tot punt, van lering tot lering en zullen vaak niet beseffen wat wij in het einde toch moeten bereiken. Daar wil ik het bij laten.

Slotrede:

Wij hebben ons beziggehouden met het geestelijke goud, met de alchemistische weg en met nog vele andere dingen. Wat uw vragen betreft moet ik zeggen: het was inderdaad een compliment voor mij. Ik heb kennelijk veel dingen gezegd die u redelijk goed heeft begrepen. Dank daarvoor. Ik vind het verder heel prettig dat u heeft begrepen dat het hier gaat om een weg, een beeld, een methode. Want het is duidelijk, de waarheid is maar één. Er is maar een werkelijkheid, een waarheid. Maar de kant van waaruit u haar beschouwt, kan haar voor u totaal anders doen schijnen dan voor een ander. Een voorbeeld: een jonge man komt aangelopen en ziet daar iets mooi gevormd. Hij denkt, ha, ha. Hij loopt er naar toe, kijkt eens, ziet een AOWer‑gezicht en loopt gestoord verder. Dan heeft de waarheid twee ge­zichten. Ik denk, dat een ieder op zijn eigen manier het geestelijke goud kan vinden. Ik heb u vandaag opvattingen voorgelegd die stammen uit de alche­mistische filosofie aangevuld met denkbeelden en ervaringen die we in de geest hebben opgedaan. Dat wil niet zeggen dat u daaraan bent gebon­den. Het is een weg die u kunt proberen te gaan. Maar past hij bij u? Het enig werkelijk belangrijke dat ik u heb verteld is het vinden van een innerlijk evenwicht waardoor u niet meer beoordeelt of veroordeelt, althans niet emotioneel, maar gewoon aanvaardt wat is en werkt met wat is. Was het niet Paulus die heeft gezegd: Al had ik alle dingen en ik had de liefde niet. Die liefde waar hij over sprak, was de innerlijke aanvaarding. Dit gevoel van verbondenheid dat niet afhankelijk is van uiterlijkheden. Ik zou u willen zeggen: welke weg u ook wilt gaan, als u die in­nerlijke aanvaarding, dit u verbonden weten, niet heeft, dan komt u niet verder. Verder kunt u elke weg kiezen die u wilt. Er bestaat geen kosmisch dogma. Er zijn de mogelijkheidsgrenzen die in de schepping zijn ingelegd. Daarbinnen de wereld, de uwe, met al haar sferen en al haar moge­lijkheden, met haar incarnaties en wat er verder mogelijk is. Het is uw zaak hoe u die wereld gaat. Maar wilt u één worden met die wereld, wilt u iets bereiken dat lijkt op het innerlijke goud, dan kunt u dat alleen doen door het leven en al datgene rond u te aanvaarden of moet ik het christelijk zeggen, het lief te hebben. Dat is het enige raadsel. Maak van uw wereld het beste dat u kunt. Deel met elkaar het beste dat u voor anderen kunt zijn en aan anderen kunt geven. Dat is belangrijk. En als u dan bepaalde delen van de wereld helemaal niet kunt uitstaan of u weet er geen weg mee, veroordeel ze niet, val ze niet aan, tenzij zij u aanvallen. Ga eraan voorbij. Zorg voor het goede. Verbreid het goede, het zonnige, het lichte. En daar waar het andere u bedreigt, moogt u uw mening kenbaar maken. Maar u moogt nooit het leven dat daarbij betrokken is veroordelen of aanklagen.

Er zijn vele wegen naar de waarheid en vele wegen naar de werkelijkheid, maar ga uw weg in deze verbondenheid met al het zijnde. De alchemie geeft ons vele symbolen en vele versluieringen. Als ik spreek, probeer ik wel waarheden te zeggen, maar wat u verstaat kan anders zijn dan ik wil zeggen en het is dan nog versluierd. Besef, dat niemand u de weg naar de waarheid kan tonen, als U die zelf niet gaat. Aangezien ik toch al enkele kerkelijke citaten heb ge­pleegd op deze avond, zou ik u eraan willen herinneren: “Ik ben de weg en de waarheid”. Dat is de liefde die spreekt of de Christus die spreekt. Alleen daardoor kun je komen tot het geheel, tot de Vader, het Alomvat­tende. Dat zijn waarheden die u toch wel in uw oren moet knopen. U bent vrij uw weg te gaan. U kiest uw eigen wegen, maar wie innerlijk de rijkdom wil ervaren van een steeds bewuster worden, steeds meer deel worden zal althans deze simpele dingen niet voorbij mogen gaan. Wat u doet, is uw keuze. Als het aan mij ligt, zeg ik: goed, ik heb in het vat de grondstoffen willen mengen en nu zet ik de alambic erop en kijk wat het distillaat zal worden. Ik kijk, of ik misschien ergens een klein beetje goud heb wakker geroepen, het innerlijke goud. Want ik heb met u gedeeld wat ik ben en geprobeerd te zeggen wat ik weet of meen te weten. Ga uw eigen weg. Ga die in vrede, in geluk zonder wrok tegen het leven of de wereld. Kijk in uzelf, opdat kennis tot begrip worde. Dat begrip en gevoel moge samensmelten, opdat u innerlijk uzelf niet meer voelt als iets dat met zichzelf strijd, maar als een geheel dat zijn taak vervult. Dat wens ik u allen toe. Want wie dit in zich ervaart is sterker dan al wat de wereld of zelfs de meest duistere werelden kunnen overbrengen. Wie in zich het licht draagt, wie in zich de vrede heeft, is onaantastbaar zolang hij niet oordeelt, maar probeert zijn een‑zijn te realiseren waar dit mogelijk is.