Geestelijk leven en het materialistisch denken

Dinsdag 22 januari 1980

Ja, dat is iets wat in uw tijd dreigt een en hetzelfde te worden. Geestelijk leven op zichzelf is gebaseerd op de kwaliteiten en eigenschappen van de geest. Je zoudt het het eenvoudigste kunnen zeggen, dat de mens leeft in een wereld, die maar zeer ten dele echt is. Een groot gedeelte van hetgeen hij waarneemt van zijn emoties, zijn beoordelingen zijn namelijk niet op feiten gebaseerd maar op interpretaties. Die interpretaties zijn zeer persoonlijk. Het houdt dus in, dat een mens die geestelijk wil leven, moet proberen wat afstand te nemen van dit beheerst worden door die buitenwereld met al zijn oneffenheden. Wanneer hij dat op de juiste wijze doet, dan komt hij tot de erkenning van zijn werkelijke persoonlijkheid. Nu kun je geestelijk leven natuurlijk op honderd manieren interpreteren. Er zijn mensen, die zeggen, dat zij de uitverkorenen des heren zijn en dat het oordeel nabij is. Zij worden uitverkoren. Ze rekenen op het einde van de wereld, maar voorlopig is deze nog wegens succes geprolongeerd.

Anderen roepen uit, dat zij de enige waarheid hebben. “Geloof ons en gehoorzaam ons, en er is verder niets aan de hand.” dat zijn in wezen externe dingen. Dit is gebaseerd op emoties, op denkbeelden, zelfs op leringen die behoren tot die buitenwereld. Die wereld, die je interpreteert. Daarom kunnen ze nooit exact zijn, ze kunnen nooit de werkelijke betekenis en waarheid van het leven weergeven. Ga je echter naar binnen toe, dan wordt je geconfronteerd met een heleboel zaken, die in het begin een beetje onaangenaam aandoen. Elke mens heeft namelijk in zich zijn eigen fouten. Maar zijn die fouten wel fouten. Heel vaak blijkt, dat die kwaliteiten die je als fout beschouwt, wel degelijk goed, dus positief bruikbaar zijn, wanneer je ze op de juiste manier gebruikt. We zien ook deugden – en we zijn geneigd ons daarop te beroemen – tot we tot de conclusie komen, dat bepaalde deugden alleen kunnen bestaan wanneer we anderen tot slachtoffer daarvan maken. Dan begrijpen we dat dit ook niet juist is, want een deugd kan alleen in ons bestaan wanneer ze een kerneigenschap is, die niet afhankelijk is van anderen, het gedrag van anderen. Zo kom je dan tot de eerste confrontatie waarbij je jezelf erkent voor datgene wat je, volgens je beste begrip, bent. Daarbij begint dan als vanzelf een tweede fase, want je bent nu veel meer ontspannen. De wereld domineert je niet meer. Bezit en uitbreiding van bezit zijn nog steeds aangename dingen, maar ze zijn niet noodzakelijk. Ze zijn niet essentieel voor je gevoel van eigenwaarde of zelfs maar voor je levensvreugde en je levensenergie. Je gaat dan verder en komt dan terecht in een terrein, dat wij dan maar meestal licht noemen, bij gebrek aan een betere aanduiding. We ontdekken, dat er krachten zijn, invloeden zijn, die wij eigenlijk verstandelijk niet kunnen omschrijven. Ze laten ons achter met emoties, gevoelens van verstilling en daardoor begrijpen we. We weten niet waarom de samenhangen, die rationeel nodig zijn, voor een deel wegvallen. Je kunt zeggen, dat dit niet past in een moderne wereld. Want de moderne wereld is materialistisch opgebouwd. Aan de andere kant zeg ik, dat wanneer een mens in staat is om iemand die volgens de beste wetenschappelijke traditie niet te helpen is, te helpen of te genezen, dan wordt hiermee niet aangegeven, dat deze kracht altijd de betere is, hoewel dat ze op dit ogenblik de betere is, dat er dus andere dingen bestaan, andere krachten en werkingen, dan al datgene wat je rationeel kunt nagaan en dat er heel wat middelen en mogelijkheden bestaan, die weinig of niets te maken hebben met de materie als zodanig.

Ga je nog wat verder in dat innerlijk, dan is er een fase waarbij het bewustzijn uitvalt. Men noemt het wel eens het al verblindende licht, maar ook dit is alleen maar een aanduiden, een omschrijvende term. Het is het symbool voor iets wat onomschrijfbaar is. Hierin verliezen we onszelf. We weten niet wat er gebeurt. We zijn er een ogenblik niet. Wanneer we terugkomen dan blijft er in ons alleen een zeer diepe vrede. Wanneer die langzaam afzwakt, dan resteert een soort nostalgie, een heimwee, dan niet naar de zestiger jaren, maar naar deze beleving. Het is dus duidelijk dat het geestelijke leven te maken heeft met het erkennen van die innerlijke persoonlijkheid. Alle energieën, die daardoor loskomen, alle mogelijkheden, die je daardoor verkrijgt, zijn secondair. Ze zijn er wel, maar ze zijn geen hoofdzaak. Heel belangrijk is daarbij, dat wanneer je eenmaal door bent gedrongen tot dat verblindende licht, je op de een of ander manier – je kunt dat zelf ook niet redelijk omschrijven – het gevoel krijgt, dat je op een bepaalde plaats past in de kosmos. Je bent praktisch in staat om te weten waar je thuis hoort. Een gevoel, dat – ik zeg het al weer – niet redelijk is. Je kunt zeggen, dat we toch wel met een hele hoop vaagheid te maken hebben. Wat moeten we met al deze vage gedachten, terwijl we een wereld hebben, die we nog voortdurend beter moeten beheersen, beter moeten regelen. Nou, dat beter regelen zou hard nodig zijn, maar dan wel op een andere manier dan ze het nu doen. Laten we daarover zwijgen.

Materialistisch denken is niet alleen maar het denken in de termen van de stof. Het is vooral een denken, dat gebaseerd is op de stoffelijke gevolgtrekkingen. Het is dus een soort oorzaak-gevolg denken. Gelijktijdig heeft de mens de neiging om zijn eigen wezen als het ware uit te breiden met materiële bezittingen. U kent het allemaal. We zijn bezeten van: het is mijn auto, mijn huis, mijn vrouw, mijn kind, mijn man, noemt u maar op. Het is alsof we onszelf niet meer durven zijn en het gevoel van onvolkomenheid in onszelf proberen te compenseren door een positie, door bezittingen of door een erkenning af te dwingen van anderen, waarbij we die erkenning en die ander dan ook weer als een deel van onze persoonlijkheid benaderen. Het betekent, dat we in het materieel denken, dus op een gegeven ogenblik binnen de termen van onze eigen wereld, wel degelijk de beste mogelijkheden vinden. Maar we kunnen nooit verder gaan dan de rede, dan de ratio mogelijk maakt. Wij kunnen niet de zaken beheersen door theorieën, theorie is ook een droom. Theorie is een droom tot het ogenblik, dat hij bewezen is. Dan is het een betrekkelijke zekerheid omdat elke bewezen theorie in zichzelf de mogelijkheid draagt, een aanduiding dat zij niet in haar geheel juist is, maar slechts deel is van een ander geheel.

Je zou een menselijk leven eigenlijk een beetje moeten splitsen. Je zou moeten zeggen: Voor mijzelf en uit mijzelf moet ik dit geestelijk leven als het meest belangrijke beschouwen. Hierin ligt voor mij een bron van kracht, een bron van erkenning. Het is voor mij de mogelijkheid als het ware een beetje boven de materie als zodanig te staan. De zinvolheid van de dingen wordt me duidelijk, maar gelijktijdig is dit geen logische, emotionele onduidelijkheid. Dit laatste is erg belangrijk. Neemt iets als vaderlandsliefde, ik hoop niet dat u dat ziet als landverraad, maar vaderlandsliefde is in feite een illusie, zolang zij gebaseerd is als iets wat je niet verder omschrijft. Ik kan mijn vaderland liefhebben omdat het een bepaalde inhoud geeft aan mijn leven. Dan heb ik het dus lief als deel van mijzelf. Als ik het alleen maar liefheb omdat iedereen zegt, dat ik het lief moet hebben, dan is het in feite een zelfbedrog en hoeveel mensen gaan daar niet aan ten onder. Dat is geen zinvolheid.

In het materialisme, nu, worden juist dergelijke dingen heel vaak gehanteerd. Wanneer het de zuivere rede zou zijn, de logica, het onderzoek, dan zou ik zeggen, dat de mens hier een perfect instrument heeft, om binnen de perken van zijn eigen wereld, zijn materiële mogelijkheden te realiseren. Daar heeft hij recht op, anders zou hij die mogelijkheid niet bezitten. Hij kan dan gelijktijdig de kracht, die hij nodig heeft om de perfectie in zijn stoffelijke mogelijkheden te benaderen, vinden in zijn innerlijk, dus in zijn geest.

Wat zien we? In de praktijk is er een voortdurende mystificatie. Men heeft te maken met zaken, die zich anders voordoen dan ze zijn. Nu wil ik helemaal niet hatelijk zijn, maar wanneer we het christendom bezien, dan is dat een christendom dat uit liefde is opgebouwd, niet uit dwang. Wanneer we echter de werking van het christendom bezien blijkt, dat juist hieruit een dwang voor anderen wordt gedistilleerd. Dat men de armoede, de zuiverheid verandert in een machtspositie, kortom dat de zin van het christendom als zodanig wordt weg verklaard. Om maar een heel eenvoudig voorbeeld te geven: Jezus zegt, dat het goed is om de gevangen te bevrijden. Dat past niet in een stelsel, ook niet in een stelsel van een christelijke staat. Dus moeten we dit overdrachtelijk gaan beschouwen, ofschoon Jezus niet heeft gezegd, dat het overdrachtelijk is. We gaan het uitleggen. En die uitlegging varieert dan naarmate de maatschappij varieert. Datzelfde zien we met het marxisme. Het marxisme is een stelling, die ongetwijfeld op zichzelf niet slecht is, maar ze gaat wel uit van de perfecte samenwerking van de mensen en die is er niet. Omdat die samenwerking er niet was is men dus overgegaan naar een dictatuur, waarbij de schijn van samenwerking in stand wordt gehouden, zonder dat ze feitelijk bestaat. Dan heeft men dus de theorie gebruikt als een machtsmiddel. In de materie en ook in het materialistisch denken, en zeker in het materialistisch dialectisme wordt in feite de theorie, de stelling gebruikt als een machtsmiddel ongeacht het feit, dat men zelve handelt in strijd met die stellingen, wanneer men die macht eenmaal verkregen heeft. Het is duidelijk, dat dit niet aanvaardbaar is en een mens, die materialistisch denkt moet zich dus heel goed voor ogen stellen, dat die materie en al wat er in beweert wordt niet berust op de zekerheid, die men pretendeert daarin te vinden. Neem nu maar een heel typisch ding, de welvaartsstaat. De welvaartsstaat is een staat die wel vaart, zolang een ieder nog maar in staat is een zekere welvaart aan die staat te ontlenen, maar die op zijn kop staat op het ogenblik, dat men niet meer wel neemt wat men nog welvaart zou willen noemen. Dan zit je onmiddellijk in de knoop, dat is het probleem van Van Agt en zijn opvolgers. Iedereen heeft zo zijn moeilijkheden. Carter is natuurlijk een hele goede man, maar hij kan zijn problemen alleen voldoende oplossen als er voldoende olie in komt, anders staat hij droog. Dan stuit de hele motor. Wanneer je die dingen begrijp, dan zul je zien, dat je juist in het materialistisch denken moet leren sterk te relativeren. Je moet de betrekkelijkheid der dingen altijd voor ogen stellen. Je moogt niets verabsoluteren, zelfs niet een wetenschappelijke constatering want ook deze is niet zonder enige verandering en zonder meer altijd waar. In de materie hebben we te maken met de ontwikkeling. De ontwikkeling in de tijd. Ik mag van die materie gewoon gebruik maken, daarvoor is ze, maar ik mag niet aannemen, dat de waarde, die ik eenmaal in die materie gevonden heb altijd zal bestaan. Als u denkt, dat dit gek is, denk dan maar eens aan de gulden. Wie nu een vooroorlogse gulden heeft, heeft heus niet meer hetzelfde, al is het nog steeds een gulden. Op die manier moet je dat begrijpen.

Ik ben ook in het materialistisch denken voortdurend bezig met aanpassen en dat kan ik alleen maar wanneer ik bij elke stelling, bij elke ontdekking weet, dat zij niet absoluut is. dat is misschien de grootste tegenstelling, die je tussen het geestelijk beleven en het materialistisch denken kunt vinden. Het geestelijk beleven kan relatief zijn voor een ander, voor mij is het absoluut. Wat ik in mijzelf beleef en onderga is een vaststaande waarde. Het is een waarde die zich bovendien voortdurend aan mezelf bewijst en als zodanig kan ik daar dus op vertrouwen. Dat kan ik niet doen op de materie.

Nu is het materialisme geneigd om aan te nemen, dat je alles kunt sturen, dat je alles kunt beheersen. Nou ja, de wind natuurlijk niet, want als er iets is wat onbeheersbaar is op sommige tijden of dat nu de orkaan, de tornado of de gelaten wind is. Je denkt: Wij kunnen de economie beheersen. De economen hebben nu in deze tijd toch wel het bewijs, dat het geheel van hun stellingen op zichzelf onjuist is. Een groeiende economie betekent in feite een groeiende chaos. Je kunt zeggen, dat de geleerden het dan allemaal goed hebben. Laten we dan niet vergeten, dat die geleerden op het ogenblik aanhikken tegen vernieuwingen omdat ze deze niet kunnen overzien, maar dat het die vernieuwingen zijn die belangrijker zijn misschien dan alles wat zij tot nu toe tot stand hebben gebracht. Want in het materialistisch denken is het nooit het product van het verleden dat belangrijk is, maar de mogelijkheden die in het heden bruikbaarder doen ontstaan. Dat is moeilijk ik weet het. Het is onder te brengen in vragen als bijvoorbeeld: moeten wij de kwakzalverij bestrijden of moeten wij ze onderzoeken? Het zijn twee verschillende dingen. Het bestrijden is eenvoudig zeggen, wij hebben de enige weg. Al wat uit onze weg gebeurt is goed en al het andere is verkeerd. Je kunt natuurlijk ook zeggen, dat de kwakzalverij goed is, maar dat deugt ook niet. Nu hebben we te maken met een groot aantal niet controleerbare processen, waarbij de menselijke behoefte aan meer materiële inkomsten heel vaak sterker is dan al het andere. Dat betekent, dat er ook slachtoffers vallen. Acupunctuur bijvoorbeeld kan zeer goede resultaten hebben, toegepast op die gevallen waar ze inderdaad werkzaam kan zijn. Dan kun je niet zonder meer zeggen, dat acupunctuur de wetenschap is. Je kunt ook niet zeggen, dat de orthopeed keel en oor in orde kan maken. Die man zou je steunzolen geven voor je hoofdpijn, terwijl het een neusholteontsteking is. dat kun je ook niet hebben. Je moet gewoon toegeven, dat dit een bijkomende vorm is van specialisme en in samenwerking met het andere is het goed. Alleen is het verkeerd. Datzelfde hebben we met geestelijke genezing. Wanneer iemand magnetiseert, nou dat is best. Wanneer de patiënt zich beter voelt is er geen bezwaar tegen, mits er iemand is, die de toestand van de patiënt deskundig kan onderzoeken. U zou een stap verder moeten gaan. De deskundige onderzoeker zou de intuïties van de magnetiseur mede moeten gebruiken om de juistheid van zijn eigen diagnose te toetsen. Dan zouden we de samenwerking krijgen waarbij het geen kwakzalverij meer is, maar een verrijking van het totaal medisch proces. dat kan ik op elk terrein gaan vertellen. Nu is het wonderlijke dit. Een mens, die geestelijk wat verder in zichzelf is doorgedrongen, die zal dergelijke redeneringen niet nodig hebben. Het is alsof de mens, die materialistisch weekijzer is, door een kosmische kracht is gemagnetiseerd. Hij wijst automatisch de juiste pool aan. De mens, die eenmaal de innerlijke bestemming heeft gevonden, ook al kan hij ze niet omschrijven, zal zich voortdurend gaan oriënteren op die punten in het leven, die voor zijn innerlijk en zijn mogelijkheden belangrijk zijn. Hij zal daarbij een doorzicht, een combinatievermogen tonen, een wijsheid zeg maar, die men bij zo iemand niet verwacht. Wijsheid is namelijk niet het bezitten van kennis, maar het is het vermogen de zinrijkheid van de kennis in verband met feiten te onderkennen. dat is dus heel iets anders.

Wanneer ik zo met dit onderwerp bezig ben, dan valt me op, dat de meeste mensen er een beetje huiverig van zijn. Men wil niet helemaal materialistisch denken. Aan de andere kant ligt ze dat vergeestelijkte leven ook niet. dat komt omdat men de neiging heeft te verabsoluteren. Je kunt alleen vergeestelijkt leven of je kunt alleen materialistisch denken. Dat is nou weer de grote stommiteit van een mens, die niet begrijpt, dat hij in feite een eenheid is, opgebouwd uit meerdere delen. De mens heeft een lichaam. De mens heeft daarbij dan nog een astraal en beiden zijn dan toch wel aan de materie en aan de wetten van de materie gebonden. Het is duidelijk, dat je met deze voertuigen dan ook moet reageren volgens de mogelijkheden en de wetten van de materie. Daarnaast heb je innerlijk een aantal geestelijke voertuigen tot de kern, de ziel zelfs toe en dezen tezamen geven een veel kosmischer samenhang. Ze geven een overzicht. Wanneer u op een weg bent en u hebt de mogelijkheid – zeg via een satelliet bijvoorbeeld – te kijken in overzicht wat er beneden gaande is, dan zult u niet alleen veel gemakkelijker in een doolhof van straten de kortste en daarmee de juiste weg kiezen, maar u zult bovendien zien hoe u moeilijkheden kunt ontwijken of hoe u misschien ook moeilijkheden die ontstaan zijn het beste kunt oplossen. De geest heeft dit over zich. Niet in een zuiver materiële zin. Die zegt heus niet: omrijden want er staat een file ter hoogte van …… Maar hij zegt wel: vandaag is het voor u zó de meest harmonische weg, maar morgen moet u anders reageren. Deze intuïtieve processen maken het mogelijk om in die materie en dus ook zuiver materialistisch denkend, een voortdurende aanpassing te vinden aan tendensen, die zuiver stoffelijk niet eens bepaalbaar zijn. Je kunt komen tot een samenwerking; een geestelijk leven, die niet voert tot een praxis die in de materie kenbaar is, is geen geestelijk leven. dat is zelfbedrog. Omgekeerd: materialisme dat op welke wijze dan ook niet bestaande of veronderstelde, maar niet bewezen waarden een beroep doen, is geen wezenlijk materialisme. Het is een vorm van zelfbedrog. Daarom moeten we proberen het beste van beiden te verenigen, daarvoor leeft u op aarde.

Dan zijn er bepaalde principes waar je rekening mee moet houden. Wat zoudt u hiervan zeggen? Hebt uw naaste lief. dat is natuurlijk heel erg prettig, maar bij iemand die je voortdurend aftuigt, verandert dat. Hebt uw naaste lief betekent niet zonder meer, dat je iedereen nou maar lief moet hebben. Hebt uw naaste lief, dat moet je geestelijk en materieel interpreteren. Het ogenblik, dat ik mijzelf in een ander herken, dat is de naastenliefde.

De naaste liefhebben gelijk jezelf, dat is een erkenning. Dan heb ik ook materieel de verplichtingen die daaruit voortvloeien. Dat betekent ook, dat er mensen zijn, die je naaste niet kunnen zijn. Niet iedereen is je naaste. Het is een relatie. Wanneer je dat gaat erkennen, dan zal je gedrag daardoor wel degelijk gedicteerd worden. Je bent dan niet weerloos aan een ander overgeleverd, maar je bent wel in staat om offers te brengen op het ogenblik, dat die ten aanzien van de ander zinvol zijn. Je bent niet volledig bevrijd van alle materie. Trouwens, neem me niet kwalijk dat ik het zeg, maar toen Jezus op aarde was, toen ging hij ook naar het equivalent van wat nu nr. 100 heet. Hij at en hij dronk, hij was niet onthecht aan de materie, maar zijn gebruik van de materie was een voertuig geworden voor zijn innerlijke, geestelijke erkenning, waarde en kracht. Dat is hetgeen je na moet streven. De wereld zoals ze er is met haar materie, is er wel degelijk om te gebruiken, maar ze is er niet om daardoor bezeten te worden. De kennis van de materie bestaat wel degelijk en terecht, want ze geeft de mens de mogelijkheid ook op dit vlak op de meest juiste en adequate wijze te reageren op al wat er rond hem gebeurt en al datgene wat uit hemzelf als noodzaak wordt erkend. De werkelijke drijfveer moet in het ik liggen. Het ideaal is de synthese van de innerlijke kracht en de uiterlijke mogelijkheid.

Misschien streeft u dat na. U zult ontdekken dat dit erg moeilijk is. Ik kan nu wel praten over het bereiken van het verblindende licht, maar zelfs al heb je het meegemaakt, dan weet je niet eens hoe het tot stand is gekomen. Je kunt het niet naar believen herhalen. Dan kunt u wel praten over de illusies, die er in de wereld rond u bestaan, maar uiteindelijk u betaalt nog steeds per giro, u vindt bankbiljetten veel handiger dan goudstukken, nu ja de laatste tijd is dat misschien veranderd. Een college van me zei: De wereld wordt de laatste tijd beheerst door vloerkleden, windhonden en verguldsel. Waarmee hij bedoelde: door Perzen, Afghanen en goud.

Dit nu even terzijde, u leeft voor een groot gedeelte met illusies. Uw geldomloop is voor driekwart een illusie. Het gaat om dingen, die er niet echt zijn, in de handel zien we dat ook heel vaak. In de handel worden dingen verkocht die er nog niet zijn en aangekocht op het ogenblik, dat ze nog niet beschikbaar zijn. Alles gaat – naar wat men noemt – in vertrouwen, in feite op basis van een illusie. Zo is een hele wereldmarkt ontstaan. Op dezelfde manier ontstaat politiek, geloofsartikelen en partijprogramma’s, zijn advertentieteksten, die wanneer ze een ander artikel golden wegens onjuistheid al lang verboden zouden zijn.  Wanneer we dit begrijpen is er niets aan de hand. Dan kunnen we wel degelijk lid zijn van een religieuze gemeenschap zonder dat we daardoor van de waarheid worden weggedrukt. Dan kunnen we meedoen aan politieke bestrevingen zonder dat we daardoor bepaald worden in ons beseffen, eenzijdig worden in onze ervaring. Dat is hetgeen wat belangrijk is. Daarom ben ik zo vrij om aan het einde van mijn betoog over het onderwerp te stellen: het geestelijk beleven is de eerste noodzaak voor een ieder die wil komen tot een bewust beleven van het bestaan. Het materialistisch denken is het instrument waardoor het geestelijk beleven zichzelf kan openbaren in een wereld waarin de mens pleegt te vertoeven.