Geestelijke baedeker

5 december 1969

U weet, dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn. Dat betekent dat u zelfstandig nadenkt over alles wat er komt te staan in:

Geestelijke baedeker

Baedeker: gids. Opsomming van wegen, verbindingen, beste hotels, bezienswaardigheden. Kortom: een soort rondleiding. Wanneer ik dan een soort baedeker voor de sferen moet opstellen, zal deze dus bestaan uit een reeks van korte items waarbij ik aan enkele punten, die volgens mij zeer interessant zijn, een, twee of drie plussen toe zal kennen. Ik wil graag in de juiste stijl blijven, maar het aanduiden met sterren zou bij sommigen van u misverstanden kunnen wekken.

Wanneer wij naar de sferen gaan, vinden wij, kort na de overgang, allereerst schaduwland.

Schaduwland: een sfeer, waarin een geestelijk bestaan mogelijk is, maar waarin nog geen realisatie van het geestelijk bestaan in de juiste relatie en vorm heeft plaatsgevonden, waardoor men tot werkelijke contacten met anderen kan komen.
Als gevolg daarvan is deze sfeer nevelig, vaag en ook vaak enigszins duister. Men ziet hier vaak lichtpunten, die men interpreteert als aanduiding van een uitgang. Is het eigen bewustzijn niet in staat een andere wereld te aanvaarden, dan blijkt dit steeds weer een vergissing. De lichten zijn dan dwaallichten. Een lang verblijf in deze sfeer kan ik u zeker niet aanraden; hier geldt, zoals voor vele grens- en industriegebieden: probeer er zo snel mogelijk door heen te trekken.

Daarna bereikt men over het algemeen het z.g. zomerland. Het zomerland is een reeks van vormkennende werelden, waarin wij de meest verschillende vormvoorstellingen naast elkaar aantreffen. Ik geef U nu eerst een meer algemene definitie van het zomerland:

Het is een wereld die is opgebouwd uit vele herinner­ingen en associaties. Degene die hier binnen treedt, draagt zelf bij aan de vorming van deze sfeer. Hij treft er dan ook alles aan, wat hij op eigen wereld eens placht aan te treffen, veelal echter in geïdealiseerde vorm. In dit z.g. normale zomerland vindt men dus vijvers, parken, bossen, bergen. Er zijn dorpen, u kunt er zelfs soms een cafeetje vinden of een sociëteit. Aan de andere kant vindt u in de bergen meestal tempels, waarin onderricht wordt gegeven.
De omgeving wordt bepaald door voorstellingen. De in­houd daarvan is echter een persoonlijk beleven. Degenen die in het zomerland vertoeven, zullen over het algemeen komen tot een gemeenschapsbeleving met groepen van anderen. In deze groepen vinden vaak meer of minder opvallende openbaringen plaats van geesten uit hogere sferen, die trachten hier onder­wijs te geven.
Een interessant punt, dat ik met twee plussen zou willen waarderen, is de reeks verschijnselen, die zich voor­doen wanneer men hier in gemeenschap tracht tot een communi­catie met het hogere te komen. De associatie hierbij betreft vaak een avondlijk of zelfs nachtelijk samenzijn, samenzang, reidansen – veelal in de open lucht. De verschijning van de hogere kracht neemt vaak de vorm aan van een vurige zuil of een stralenbundel. Stralenbundel en zuil vertonen dan echter een zeer ge­varieerd kleurenspel, waardoor men zich a.h.w. opgenomen voelt in een onwerkelijk bestaan. Het eigen ik wordt hierbij tijde­lijk zover onderdrukt, dat het is of andere denkbeelden en zelfs visies van werelden, die je niet kent, in je opkomen. De beleving is zeer de moeite waard en werkt bewustzijnsver­ruimend. Tenzij u daaraan echter wel zeer sterk gehecht bent, kan ik u echter niet aanbevelen bijeenkomsten in sociëteiten, cafés en huiskamers te bezoeken. Dit bevordert isolement en heeft dus geen bewustzijnsverruimende functie, maar belet u vaak verder en beter op te gaan in deze wereld.

Dan treffen wij in de zomerlandsfeer ook de z.g. gespecialiseerde wereldvoorstellingen:
Wij kennen als onderdeel van deze sfeer o.m. de z.g. lotusvijvers, waar boeddhisten en hindoes binnentreden in een voorstelling, die voor hen bewustwording uitbeeldt. Zij denken geboren te worden als een bloem op een lotusblad in een vijver, groeien hier mediterende op en zien dan rond zich gestal­ten. Zij begeven zich dan naar de oevers en komen op de duur met dezen tot een vredig gesprek. Na enige tijd trekt men dan de bergen in. Ook deze wereld verdient, zeker wanneer u haar voor kortere tijd wilt bezoeken, een plus. Erger is het met de z.g. hemelen.

Deze hemelen kunt u zich voorstellen als de paradijs­voorstellingen van dogmatische mensen, die weliswaar het licht kunnen aanvaarden, maar alleen binnen het kader van hun eigen dogmata. Deze hemelen zijn misschien interessant voor dege­nen die ook eens in de sloppen willen kijken en zich niet alleen tot de mooiere dingen wensen te bepalen. Zij behoren m.i. echter zeker niet tot de meer ‘interessante’ delen van de zomerlandsfeer. Zou u echter, bv. om met een bepaalde persoon contact op te kunnen nemen, een dergelijk wereldje betreden, zo beveel ik u aan acht te geven op de indeling, die voor dergelijke wereldjes kentekenend is. Er zijn altijd weer heiligen die niet werkelijk bestaan. Zoiets als de pas afgekeurde Sinterklaas dus. Dezen nemen de voorste plaatsen in. Achter hen treft u steeds weer reeksen van figuren, die eveneens minder werkelijk zijn, aan.

Tussen deze reeksen van schijnbeelden door treffen wij dan een vaak zeer beperkt aantal echte wezens aan. Dit zijn dan de ‘ ware gelovigen’. De ‘God de Vader’, die wij in vele van deze hemelen aan plegen te treffen, doet mij altijd weer denken aan een sin­terklaas op troon. Ik vraag mij dan ook af hoe het mogelijk is dat deze mensen in een dergelijke omgeving, waarin alles schijnt te berusten op een voortdurende herhaling, tot de muziek toe, tevreden kunnen leven. Het feit dat men vanuit deze werelden na enige tijd pleegt te ontwaken, zelfs wanneer men niet verder kan komen dan het normale zomerland reikt, pleit er volgens mij voor dat dit milieu ook voor de gelovigen curieus, maar weinig be­vredigend genoemd mag worden.

Een reeks van werelden, die boeiender zijn, vinden wij bij groepen van mensen die op aarde niet aan een leven na de dood geloofden. Ook van deze mensen treffen wij er in zomerland velen aan. Hun werelden zijn een reconstructie van uw wereld, compleet met fabrieken, machines, arbeidsindelingen enz. Overigens klaagt men in dergelijke werelden meestal nog meer o­ver het personeelsverloop, wat erop wijst dat het werken in een dergelijke sfeer voor de meeste entiteiten toch niet zo heel erg bevredigend is.

Ook in deze werelden treffen wij een opvallend hoog aantal schijnfiguren aan die door diegenen die hier leven, werden geschapen in een behoefte hun oude milieu zoveel moge­lijk te benaderen. De interessantste punten die u in een dergelijke wereld, zo u deze wenst te bezoeken, kunt aantreffen, zijn de z.g. rustplaatsen die u zich kunt voorstellen als pleinen of parken in een grote stad met veel industrie. Degenen die hier samen plegen te komen, zullen n.l. juist hier contact krijgen met overgegane familieleden die zich in de periode van, volgens eigen denken, verdiende ontspanning gemakkelijker kunnen manifesteren. Het aantal van dergelijke ontmoetingen op dergelijke plaatsen kan, in vergelijking met de ontmoetingen op andere plaatsen in deze werelden, gesteld worden op een verhouding van 80 tegen 20. Indien u eens wilt zien, hoe iemand uit een dergelijke wereldvoorstelling bevrijd kan worden, dan zou u er goed aan doen hier eens een kijkje te gaan nemen.

Bijzonder interessant zijn verder de z.g. scheppingen. O, kunt deze niet zien als een werkelijk deel van het zomerland zelf. Zij zijn het gevolg van de poging iets op te bouwen. De scheppingen zijn zoiets als een museum op aarde. Niet geheel deel van de maatschappij, maar toch ook niet ge­heel daar buiten staande. Hier kunt u bv. iemand zien die probeert een idea­le stad te bedenken, maar ook bv. een componist die, einde­lijk bevrijd van stoffelijke moeilijkheden en instrumentale beperkingen, zijn liefste muzikale gedachten doet klinken.

Een bezoek van deze plaatsen, die u praktisch overal kunt benaderen, alleen reeds door u in te denken dat men ook hier schept, dat ook hier kunst bestaat, zou ik voor eenieder, die ooit in zomerland zal komen, aanbevelen met drie plussen. Het is n.l. een wonderbaarlijke beleving mensen te zien die, vrij geworden van hun belemmeringen, frustraties, onderbewuste remmingen e.d., de schoonheid die in hen leeft, kunnen scheppen zonder enig voorbehoud of enige belemmering. Er zijn fantastische dingen bij.

Ik heb aan het zomerland nogal wat aandacht besteed, omdat wij dit kunnen zien als de wereld waarin de doorsnee mens het snelste terecht zal komen. Zomerland is ook de wereld, waar u bij uittreding heel vaak langere of kortere tijd zult kunnen toeven.

Nu zijn er andere werelden waar u als mens mee te ma­ken hebt. Deze worden, overigens niet geheel juist, vaak aangeduid met de term: astrale sfeer. De astrale wereld kan zeer bezienswaardig zijn, mits u er maar voor zorgt, dat u zelf geen astraal voertuig met u voert, of zo u dit astrale voertuig niet achter kunt laten, al­leen onder geleide van iemand gaat die hier de weg weet. Wie de astrale sfeer wil gaan verkennen, kan zich beschouwen als iemand die de wouden van onbekend Afrika kiest om daar op safari te gaan. Degenen die hier als uw gids op kunnen treden en u voor gevaren beschermen, zullen stammen uit het zomerland, of zelfs uit nog hogere sferen.

Wij treffen in de astrale werelden vele monsters aan. Daar de gedachte vormend is voor de materie in de astrale werelden, kunt u hier werkelijk de meest afschrikwekkende monsters aantreffen. Vele van deze vormen worden en werden door mensen geschapen, want het menselijke voorstellingsvermogen lijkt, wanneer het om monsters gaat, bijna onbegrensd. De mensenwereld schept dan ook hier steeds weer nieuwe monsterlijkheden terwijl zij gelijktijdig oude monsters in stand houdt. Indien u zich realiseert dat dergelijke monsters u niet kunnen schaden, zijn zij ijl. Zonder angst kunt u door dit land gaan als een kind door een spookbaan. Maar op het ogen­blik dat u ook maar even aarzelt, bent u in een astraal voertuig vatbaar voor alle hier voorkomende vormen. Voorzichtigheid is dus geboden.

In de astrale werelden kunnen wij verder grote reeksen godsvoorstellingen aantreffen, evenals bepaalde droombeelden die bij de mensen leven. Wij kunnen er de ideale gestalten zien die staan voor ideologieën, waarin vele mensen geloven en wij kunnen er de typerende uitwisselingen gadeslaan van het z.g. bovenbewustzijn.

Het besef en denken van alle mensen toont zich als een soort fluorescerende schaal die om de aarde ligt en zich voortdurend ontlaadt in schichten van verschillende kleuren, die vaak op bepaalde mensen gericht schijnen te zijn. Dit is een wonderlijk schouwspel. Kunt u het gade slaan, dan geef ik u de raad: kijk goed. U zult n.l. opmerken, dat de kleur van de kracht die het meest ontladen wordt ongeveer gelijk komt met een kleur die op een geheel ander deel van de wereld op dat ogenblik domineert.
Verder vraag ik uw aandacht voor de z.g. gouden pun­ten. Dit zijn in feite fel gele schemeringen die voorkomen in deze eigenaardige astrale wolkenmassa. Zij duiden op een zich ontladen van een geheel van gedachten en besef in een op aarde zonder meer realiseerbaar denkbeeld.

Het geheel doet wat denken aan een kaart waarop voortdurend lichtjes aangaan om verschillende hoofdsteden aan te geven. Indien je je realiseert dat dit een uitwisse­ling is van levende kracht, is het zeker zeer interessant. En wanneer u dit alles toch gadeslaat, let dan ook eens op de stralenbundels die hier voortdurend in verschijning tre­den.

Dit zijn kosmische krachten die wel vaak door hoge geesten worden geleid, maar in wezen semi-materieel zijn. De­ze krachten en kleurige bundels doen de tendens van het ge­heel n.l. voortdurend veranderen. U ziet dan tevens dat de be­staande verhoudingen wel blijven bestaan, maar dat de kleur ongeveer zo verandert als bij een decor op een toneel, wan­neer de blauwe spot plaats maakt voor bv. een rode, of de normale verlichting weer aangaat. Voor degenen die de inwerking van de kosmische krachten op aarde eens willen zien, is ook dit zeer zeker de moeite waard. Bovendien betreft het hier een schouwspel dat men, door zich daarop in te stellen, bij uittredingen betrekkelijk gemakkelijk zal kunnen gadeslaan. Doe dit echter nooit wanneer u niet ze­ker bent van een voldoende geestelijke bescherming.

Mijn volgende taak is wat moeilijker. Er zijn natuurlijk werelden, waarin ik u rond zou kunnen leiden. Maar dan zouden wij in bijkomstigheden vastlopen. Ofschoon: ik weet dat er in een van de sferen een wondermooie stad is. Het is geen Brasilia of zo iets, maar alle lijnen der gebouwen hebben iets etherisch. Op de pleinen van deze stad vindt men veel bijzonder fraaie fonteinen en vaak ook grote standbeelden waarvan enkelen zelfs meer abstract zijn. Het geheel is sprookjesachtig en is voortgekomen uit het schoonheidsbegrip in klassieke tijden. Wij treffen in de stad dan ook Atlantische, Egyptische, Griekse, vroeg Zuid-Ameri­kaanse en Mexicaanse invloeden aan. De Atlantische structuur treft men vooral aan bij een wat eigenaardige, wat vestingachtige tempel, die in het midden van deze stad ligt. Overigens zijn de tempels hier eigen­lijk scholen, daar men hierheen gaat voor onderricht.

Deze stad is deel van de zomerlandsfeer. Maar zodra wij verder gaan, vervagen de vormen. In de plaats van de vele planten, bloemen, dieren, huisjes enz., die wij in zomerland kun­nen zien, ontmoeten wij nu werelden die veel vager zijn. Een soort koolzuurnevel verhult de structuur van de bodem terwijl uit de nevel hier en daar boomachtige structuren rijzen. Men spreekt hierover wel als de boom of het woud der herinneringen. U zult hier zeer vele entiteiten aantreffen, waarvan de meesten nog scherp en duidelijk hun vorm behouden, maar anderen ook al beginnen in vorm te vervagen, terwijl degenen die hier tot de hoogste bereikingen komen, al bijna geheel aura, dus straling, zijn geworden.

Hier wordt over het algemeen de herinnering aan het totale bestaan herbeleefd. De werelden die hiermee parallel lopen en dus tot dezelfde sfeer zouden kunnen worden gerekend, zijn soms gebonden aan meer religieuze voorstellingen, maar alles blijft ijl. Het geheel heeft altijd weer iets van een woud in het najaar, wanneer de nevels komen en de zon bijna onder­gaat: er heerst een vreemd licht en alles doet wat onwerkelijk aan. Het gevoel van vluchtigheid overheerst, ook al zal zo hier en daar nog wel een soort gebouw kenbaar zijn of dragen entiteiten nog duidelijk kenbare en vaak zeer bewerkte gewaden. Hier kunt u vertoeven wanneer u zelf herinneringen wilt zoeken. Voor de bewustwording is dit een 3 plus waarde, want weten wat je werkelijke leven is en betekent, is van het hoogste belang. Maar alleen om het eens te zien, zijn deze sferen ten hoogste een heel kort bezoekje waard.

Interessanter is een wereld, die onmiddellijk boven deze sfeer ligt en die ik zou willen omschrijven als ‘de golf van de tijd’. Wanneer men de zaken hier beschouwt, heeft men het gevoel, dat men op vaste bodem staat. Dit komt omdat men zelf nog vormbe­wust is. Ziet men echter voor zich uit, dan ziet men een soort Grand Canyon: Bodem is niet zichtbaar en wordt hoogstens zo hier en daar door een nevel aangeduid.
In deze wereld is een voortdurend spel van kleuren. Er is licht. Het lijkt of de zon er schijnt en bij elke kleinste verschuiving zijn er wonderlijke veranderingen van kleur. Daarin zien wij wezens die wij zelf ook niet geheel meer als vorm kunnen zien en als een soort aureool in het licht ronddrijven.
U kunt met deze entiteiten communiceren. Soms nemen zij daarbij weer gestalte aan om zich voor u duidelijk te kunnen ma­ken. Het lijkt voor u dan of u beiden op een hoog eilandje in deze kloof staat. U kijkt volgens eigen besef naar beneden.

Wanneer je een indruk wilt krijgen van werelden waarin de vorm onbelangrijk wordt, dan is dit de juiste sfeer en een ont­zagwekkend beleven. Ik kan het niet anders zeggen. Zou men van hieruit nog verder kunnen trekken – er zijn maar heel weinig mensen die dit ooit doen – dan vervalt elk begrip van eigen standpunt, omdat in deze werelden eigen vormbe­wustzijn moet worden achtergelaten.

De nu volgende werelden doen caleidoscopisch aan. Ik heb geen betere uitdrukking kunnen vinden. Het zijn kleuren en klan­ken die samen worden gevoegd als door een enorm lichtorgel dat een bijzondere melodie illustreert. De klanken zijn teer. Het geheel is enorm vredig. Maar zo nu en dan klinkt er opeens een soort valse noot. Dan is er een discord en zie je hoe het licht zich daar a.h.w. omheen groepeert en opeens allerhande nieuwe schakeringen aanneemt.
Daar wij hier leven in een sfeer waarin geen vormen meer bestaan, zijn de entiteiten die wij hier ontmoeten, voor ons eigenlijk ook niets anders dan licht en klank. Dat, wat wij zien als een soort valse toon is eigenlijk een dispuut, een uitwisseling van meningen waarbij door beide disputanten een vormen van be­sef mogelijk is, zodat zij na afloop beter verdergaan.

Daarboven liggen natuurlijk nog meerdere sferen en vele werelden. Ik meen echter dat je deze niet in deze baedeker moet vermelden. In een reisgids voor Europa ga je uiteindelijk ook niet opsommen welke kraters men op de maan zou moeten zien.
Daarom zou ik terug willen gaan naar sferen die lager zijn en die ook daarom bepaalde risico’s en gevaren met zich kun­nen brengen.

Om u enkele daarvan te noemen: Indien u naar een lagere wereld gaat, mag u niet deelnemen aan bv. maaltijden en zult u elke van u uitgaande beroering met bewoners van die werelden moeten vermijden. Beroeren mag u alleen degenen die op het ogen­blik dat u de wereld wilt verlaten, met u mee trachten te gaan. Wanneer de bewoners van een dergelijke wereld u beroeren, is dat niet zo erg. Maar op het ogenblik dat u vanuit uzelf deel hebt aan iets in een dergelijke wereld, bestaat het gevaar dat u in deze wereld voor langere tijd gebonden bent en haar dus niet meer alleen door eigen wil kunt verlaten. Deze binding berust overigens op het feit dat men aan elke wereld gebonden blijft zolang de materiële en energetische inhoud van die wereld, die in uw persoon berust, niet ge­heel teniet is gedaan. Niet alleen ben u gebonden aan de wereld, maar tot op zekere hoogte bent u er zelfs aan onderdanig, omdat u de werkingen van die wereld voor uzelf niet langer kunt uitslui­ten.

De werelden die wij, afdalende vanuit schaduwland, aantreffen, zijn in de eerste plaats reproducties van de menselijke wereld. Maar dan ziet het er uit als een stadsgezicht, dat getekend is door een kundig maar absoluut pessimist. De moeilijkheid van deze werelden ligt voornamelijk in nutteloosheid. Daarnaast treffen wij er voortdurend tekenen van wat ik een snel verval zou willen noemen. Voorbeeld: Iemand koopt een bloem. Terwijl hij ze aanneemt, verwelkt zij opeens. Iemand koopt een kostuum. Dit ziet er in de etalage schitterend en nieuw uit. Maar nauwelijks trekt hij het aan, of de gaten vallen er al in en de motten zijn reeds ijverig bezig. Dit zijn natuurlijk maar vergelijkende beelden. Maar er hangt inderdaad een sfeer van voortdurend bederf. De lucht lijkt kelderachtig vochtig, er lijkt weinig zon te zijn.

Gaat u nog iets dieper, dan is de beste vergelijking het waterweggebied bij nacht, wanneer alles donker is behalve de giftige dampen van de fabrieken die van onderaf door schijnwerpers worden beschenen zodat er een eigenaardige en bijna hels-kleurige sluier over het gehele beeld ligt.

Zo moet u zich diepere werelden ongeveer voorstellen. Je vindt er ook wel landschappen, maar de landschappen zijn negatief. Parken zijn er misschien nog wel, maar dan onvolledig en onver­zorgd, modderig. Een weide blijkt moeras te zijn. Waar er nog iets moois schijnt te lokken, is er drijfzand omheen. Bestaan in deze werelden betekent een voortdurende worsteling om jezelf te behouden. De entiteiten in deze werelden leven ongeveer zoals u op aarde onder dergelijke omstandigheden zou leven. Hun gestalten kunnen vaak langere tijd nog zeer fraai blijven, maar tonen toch allen kentekenen van verval.
Laat mij vergelijkend zo zeggen: Je bent goed van vorm, maar op de verkeerde plaatsen net te dik. Je hebt mooie ogen, maar bent afzichtelijk scheel.
Een bezoek aan een dergelijke wereld, mits in het gezel­schap van goede geleiders, is zeker de moeite waard. Ik zou u in dit verband willen wijzen op de geestelijke genootschappen die zich in deze werelden bewegen, vaak in de grijze pij. Zij hebben een soort gidsendienst, waarmee zij entiteiten uit deze werelden trachten weg te halen.
Wanneer u probeert met hen in contact te komen, zult u ontdekken dat zij voor u nooit in de werelden zelf te vinden zijn, maar zich daar iets buiten bevinden. De voorstelling van het contact doet vaak zeer materieel aan.
Vaak lijkt het of er een soort half kantoor in de lucht hangt waar iemand in pij met u praat. Wanneer hij u een gids toekent, zal hij u daarbij ook bepaalde instructies geven. Dit kan bv. inhouden dat u op een bepaalde persoon moet letten en hem bv. iets moet zeggen. U moet dergelijke opdrachten, wanneer u eenmaal ‘ja’ zegt, altijd getrouwelijk vervullen, omdat u anders het gevaar loopt voortdurend aan uw verzuim herinnerd te worden tot u haar uiteindelijk toch vervuld hebt.

Bedenk dus dat elke belofte, die in dergelijk verband gedaan wordt, in wezen voor u bindend is. Zij moet vervuld worden. Overigens zijn de eisen, die u gesteld worden, niet zwaar. Met deze geleiders kunt u dan verder gaan. In sommige gevallen zult u ontdekken dat zij trachten u wat op te voeden. Voelt u er iets voor met hen in deze sferen werkzaam te zijn, dan zult u allereerst moeten leren hoe uit uzelf licht te wekken. Dit is n.l. het beste wapen tegen kwaadwilligen, die voor het geestelijke licht terugschrikken. Daarnaast blijkt dit licht een middel om entiteiten, die de wereld willen verlaten, maar daar gebonden zijn, vrij te maken.

Zijn deze werelden nog interessant, indien u verder naar beneden gaat, wordt alles steeds meer onvoorstelbaar. Daar zijn bv. entiteiten die alleen maar liggen te vegeteren in een geheel kale wereld als rotte savooikolen op een veld, dat de boer reeds lange tijd verwaarloosd heeft. Dit beeld is misschien niet erg vleiend, maar zo plant­aardig zijn deze wezens dat zij niet bewegen en slechts zelden spreken. Zou u ooit in een dergelijke wereld terecht komen, let dan niet te veel op wat er door hen tegen u gezegd wordt. Elk van deze tot een bijna vroeg embryonale ongevormdheid teruggekeerde entiteiten probeert gedachten, beelden en vooral be­geerten te projecteren. U mag daarop nooit reageren, zelfs al hebt u het grootste medelijden van de wereld met hen. Indien echter een van die ‘kolen’ in beweging zou komen en dus eigen daadloosheid verlaat, dan mag u daarop wel reageren. Reageer dan echter niet alleen met begrip en een eventueel ant­woord, maar zo goed mogelijk met licht.
Want sommigen die uit een lagere wereld komen, stellen zich hier soms op om een vrij worden van anderen te beletten. Kentekenend voor alle lage sferen is wel dat de anderen het zeer euvel schijnen te duiden, wanneer iemand daaraan wil ontvluchten. Het lijkt wel dat zij de verdieping van eigen ellende, door het aanschouwen van de ellende van anderen, beschouwen als een noodzaak, een troost, of bezit. Hun enige vreugde schijnt te zijn dat anderen nog ellendiger zijn dan zijzelf.

Dit alles betreft natuurlijk de meer algemene werelden. Ook hier treffen wij bijzondere voorstellingswerelden. Bekend in dit verband zijn de z.g. hellewerelden. En met enig zoeken kunt u er ongetwijfeld wel een vinden, waar Joostje Pek voortdu­rend bezig is dames en heren, ontdaan van alle textiel, boven enorme vuren te roosteren om hen daarna weer tijdelijk in de diepvries te zetten, tot de vorst er op staat.

Maar dit alles zijn maar voorstellingen. U zult onge­twijfeld ook mensen kunnen vinden, die in Gehenna gevallen zijn, omdat zij meenden, geloofden deze hel te verdienen. In al deze hellevoorstellingen heeft u echter één voordeel: dege­nen die daarin leven, zullen ofwel onmiddellijk agressief zijn, dan wel vatbaar voor hulp. In de z.g. hellewerelden treffen wij weinig of geen onverschilligheid. Er is altijd reactie, er is altijd enige deelname. Dergelijke werelden, hoe laag zij ook schijnen te zijn, moeten wij dan ook altijd hoger schat­ten dan de vaak schijnbaar rustiger werelden, waarin de onver­schilligheid is gaan overheersen.

Sferen, die u zeker nooit zult bezoeken, zijn de werelden van absoluut verval, waarin het ‘ik’ zich langzaamaan schijnt op te lossen, doordat elke ik-voorstelling in duisternis en bit­terheid verbleekt. In deze werelden verliest men zijn ik-beelden zo sterk, dat men, negatief tot het verste gekomen zijnde, weer een nieuwe wordingsgang begint.

En daarmee heb ik u reeds heel wat gezegd. Natuurlijk zou ik nu kunnen gaan vertellen dat eenieder die wat humor en enig nieuws over de mensenwereld apprecieert, in hoger zomerland en soms ook in de kloof van de tijd iemand kan vinden die u bekend is onder de naam Henri. Overigens, voor iemand die naar een nuchtere, maar vrolijke wereldbeschouwing streeft, zou ik een dergelijk contact toch wel met een plusje moeten waarde­ren.

Een qua structuur interessantere figuur vinden wij in de nabijheid van de z.g. lotusvijvers. Hier treft u een soort leermeester aan die bij nadere beschouwing een soort ledenpop blijkt te zijn. Dit is een van de weinige schijnvoorstellingen in de lichte werelden, die door een hogere kracht zijn geschapen.
Deze figuur wordt in de wereld van de lotusvijvers in stand gehouden om degenen die in hun leven gewend waren zich aan een geestelijke leider te onderwerpen, een kans op zelf­standige ontwikkeling te geven. U kunt van deze figuur – of be­ter middels deze figuur – dan ook vele wijze lessen en mooie uitspraken horen.
Bent u dus in deze wereld en wilt u dit fenomeen bezoeken, begeef u dan vanaf de lotusvijvers in de richting van de bergen. Wanneer u zich er in gedachten op richt, zult u de fi­guur dan altijd wel ontmoeten.
Voor degene die wil weten hoe een dergelijke marionet eigenlijk bespeeld wordt: kijk bewust en neem het niet zonder meer als werkelijkheid aan. U zult dan zien dat er 3, soms 4 en vaak bovendien verschillend gekleurde lijnen van licht in de projectie schijnen te verdwijnen. Dit licht lijkt dan van de bergen te komen, maar dat is gezichtsbedrog. Het is echter het bewijs voor een door deze persoonsimitatie in de wereld aanwezig zijn van hogere geestelijke krachten.

Dit waren dan een paar bezienswaardigheden. Maar het voor de geest meest belangrijke is wel dat zij door dergelijke ­trips leert zelf later de overgang gemakkelijker te volbrengen. Daarover heeft u in de loop der tijden, naar ik meen, al voldoende gehoord om te beseffen dat de overgang een zuiver per­soonlijke zaak is, zoals ook de kwestie als het verbranden, begraven of zelfs mummificeren van het lichaam zaken zijn, waarvan het belang grotendeels bepaald wordt door het persoonlijk besef.

Belangrijk is wel dat bij elke overgang contact erg op de voorgrond staat. Contact met anderen is het eerste wat je moet erkennen en bereiken.
Wanneer u bij uittreding of na de overgang een niet voor u gemakkelijk te definiëren contact krijgt, projecteer dan uw geloof en uw vertrouwen, niet een schuldbewustzijn, want daarmee zult u toch wel af moeten rekenen.

Bij de overgang gaat vaak het eerste contact voor het ik over in een soort shocktoestand, die enkele dagen duurt. In deze periode zal men veelal het eigen afgelopen leven overzien en gaan beseffen hoe alles in elkaar zat. Wanneer iemand deze dromen, want daarop lijkt het nog het meest, heeft, kan iedereen die wil helpen deel hebben in deze droom. Dit kan heel belangrijk zijn: degene die droomt, droomt zichzelf n.l. niet als een enkele persoon, maar is in alle scenes het lijdende voorwerp. Stel dus dat je bv. een ander een pak slaag geeft, dan ben jij ook degene die de slagen voelt. Hierdoor zal men inderdaad een juister beeld krijgen van de be­tekenis van eigen bestaan op aarde. Degene die deel heeft in de droom kan de dromer helpen de ware betekenis van de droom sneller te vinden. Dit gebeurt door het projecteren van een extra figuur.

Wanneer u dus zelf in die situatie komt, is het raad­zaam rekening te houden met elke figuur in het geheel, die steeds weer optreedt zonder dat u zich daar zo nu en dan deel van voelt. Dit zal dus de projectie van een ander moeten zijn zodat men door daarmee rekening te houden, voor zich sneller een juist besef kan bereiken. Alleen wanneer een dergelijke projectie u probeert te vertellen dat alles, wat u droomt, onbelangrijk is, doet u er beter aan haar voor­taan links te laten liggen. Want alles, wat u zo ‘droomt’, is voor u belangrijk.
Tracht men u echter in te laten zien dat goede gevol­gen uit een pijnlijke ervaring voor anderen voortkwamen, moet u dit aanvaarden. Het versnelt vaak de afhandeling van deze droomperiode.

Interessant bij dit alles is ook dat na de overgang zeer velen terugdeinzen voor entiteiten die zij niet ken­nen. Een van de mooiste verhalen op dit terrein stamt, zoals u wel weet, van broeder Henri, die in zijn laatste aardse leven een nogal Jan Klaassen-achtig mannetje was. Wanneer hij zich in deze vorm tijdens hulpverlening bij de overgang manifesteerde, kreeg hij van vele vromen nogal eens de reactie: lelijk, dus dit moet wel slecht zijn. Onze goede Henri probeert zich dan voor te stellen dat hij een engel is, hoe moeilijk hem dit ook valt, en zodra zijn vleugelen ontsproten zijn en zijn met lauweren en stra­len bekranst hoofd zich voorover neigt, volgt men hem on­middellijk.

De voorstelling, die men ontvangt, doet niet ter zake: wanneer u contact hebt, kunt u dit altijd aflezen. Vraag u af: wil men iets van mij, of geeft men mij iets? Iemand die van u beloften vraagt e.d., mag u niet volgen. Iemand, die eenvoudig zegt: Wat kan ik voor je doen, kan ik u helpen? Waar wilt u heen, weet u dat u dood bent, etc. etc. kunt u over het algemeen vertrouwen.

Ofschoon ik hiermee misschien afwijk van het onderwerp, wil ik hier ook even aandacht wijden aan de dingen die men kort na de dood kan ontmoeten. U bent op aarde gewend om te eten. In de sferen eet u dan vaak ook; niet omdat het u voedt, niet omdat u spijs nodig hebt, maar omdat volgens uw begrippen eten nog een deel van het bestaan is en uw herinnering aan spijzen, door de herinnering vaak even zo veredeld als het koken van moeder, is in feite slechts een herbeleven van bepaalde aardse fasen, die men in zijn vormbewustzijn nog niet kan uitschakelen. Toch is het herbeleven van alles, wat je op aarde geweest bent, uiteindelijk niet zo belangrijk meer. Het duurt echter vaak enige tijd voor men dit beseft. U moet dan ook niet verbaasd zijn wanneer u in de lagere vormkennende werelden elke functie, die op aarde bestond, ja zeker, zelfs de seksuele, gesimuleerd wordt. Maar het is niet echt meer en is in feite een uitdrukking geworden van iets anders waarvoor men nog geen beeld heeft.
Elke gewoonte kan een hinderpaal zijn. Probeer die gewoonten die je binden reeds nu te overwinnen. Velen me­nen bv. dat je vaste tijden moet rusten of slapen. Zo dit in verband staat met meditatie en innerlijke vrede, is dit, zeker de eerste tijd in zomerland, ook wel belangrijk. Maar slapen, dus het uitschakelen van alle bewustzijn en contact met anderen, is op zich in de sferen niet meer noodzakelijk. Wie dit uit gewoonte ook na de overgang blijft doen, verliest vaak zijn greep op zijn nieuwe we­reld en zal daardoor in die wereld vaak ook moeilijkhe­den hebben.

Misschien zou ik nu, als baedeker, iets moeten zeggen over valuta. Kijk eens, de gangbare munt in alle sferen die tot het licht behoren, is eenvoudig hulp, bereidheid tot samenwerking. De gangbare munt in de z.g. tussensfeer, schaduwland, is voor degene die daar bewust actief wil zijn, altijd: de bereidheid verantwoordelijkheid te dragen. Maar in de duis­tere werelden zou men mogen zeggen, dat de meest gangbare munt gemeenheid is. Ik kan u niet raden deze munt in het een of ander hemels reisbureau in te kopen, zelfs al belooft men u als premie een gratis plaats in de hemel. Iemand, die laagheid op zijn programma heeft, zal in de lagere werelden moeten ontdekken dat het verdienen van laagheid alleen maar betekent dat je zelf steeds gemener wordt en steeds meer ellende moet ondergaan.

U weet waarschijnlijk ook dat de mens tijdens het aardse leven reeds in sommige sferen iets op kan bou­wen. In dit verband is het wel aardig eens in laag-zomerland, dat net tegen nevelland aan ligt, te zien hoe sommige mensen, die regelmatig uit plegen te treden, een eigen aandeel aan deze wereld wisten op te bouwen. Laat mij hier meteen opmerken dat het er lang niet al­tijd even aardig uitziet. Het doet vaak denken aan een wijk in opbouw: hier vind je een kleine bungalow, daar een stuk grond met als enige bebouwing een klein huisje met een groen hartje in de deur, daar misschien alleen maar een groot gat.

Degenen, die hier bouwen, tuinen aanleggen etc., trach­ten vaak in uitgetreden toestand reeds volwaardig aan het leven in de sfeer deel te nemen. Dit is voor hen echter moeilijk, omdat zij immers hier, in de tijd dat zij op aarde wakker zijn, niet actief kunnen zijn. Zijn de uittre­dingen wat onregelmatiger, dan blijkt zelfs dat het haast onmogelijk is, hetgeen zij voor zich hadden opgebouwd, geheel in stand te houden. Hierdoor zijn vele van de pro­jecten, die wij hier aantreffen, wat amorf. Komt u er en vindt u er entiteiten, dan is het wel in­teressant hen eens te vragen wie en wat zij zijn. U zult dan ontdekken dat heel wat mensen, zonder het bewust te willen of te weten, in deze sfeer niet alleen een soort pied-à-terre hebben opgebouwd, maar bovendien van hieruit nog geestelijk werk doen – soms zelfs op hun eigen stoffe­lijke wereld.

Dat is niet alleen het helpen van bepaalde personen bij de overgang, al komt dit vaak voor, maar kan zelfs zover gaan dat zij ook op kruis en bord doorkomen. Omdat zij dan vaak te praktisch zijn voor de wensen van de aanzittenden, worden zij zelfs wel, verkeerdelijk, voor spotgeesten gehouden. Om een klein voorbeeld te geven van de mogelijke mis­verstanden:
Een geest, die zo op aarde wel werkte, had ver­stand van geneeskunde. In de kring waarmee hij contact kreeg, was iemand die nogal gezet was. Hij zag dat bij deze man het gevaar voor een beroerte niet denkbeeldig was en tikte dus: ‘Eet niet te veel, ge­vaar beroerte.’ Dit werd echter zo niet aanvaard. Het moest volgens de aanzittenden fout zijn. De boodschap, zoals die door de kruis en borders uiteindelijk werd genoteerd, luidde : ‘Eet niet veel, wie veel eet is een beroerling.’
Onze vriend, ofschoon reeds versleten voor een spot­geest, probeerde te corrigeren en voegde er aan toe: ‘voor uw gezondheid.’ Dit werd, niemand begrijpt waarom, geno­teerd als :’pas op, kuisheid.’
Typerend voor het geheel is altijd weer het meedenken van aanzittenden, waardoor het mogelijk is alle goede be­doelingen te frustreren. Ik zou meer voorbeelden kunnen geven. Zo is er in een doofstommeninstituut een jongen, die veel uittreedt en vooral vaak mensen helpt bij overgaan, wanneer dit moeilijk is. Deze jongen kwam eens door in een kring die zichzelf nogal als hoogstaand beschouwde. Men vroeg naar zijn naam. Hij gaf op: Anton. De kring bleek later zijn uitspraken te hebben ingedragen in de boeken als afkomstig van Marcus Antonius. Dergelijke vergissingen komen keer op keer voor. Ik ge­loof dat het wel leuk is, wanneer u daar bent, u eens van dergelijke dingen verder op de hoogte te stellen.

Nu lijkt dit verhaal waarschijnlijk een wat flauwe grol. Wanneer u in de sfeer zelf kennis maakt met de uitgetredenen die hier werken, zult u echter ook begrijpen dat dit alles niet geheel vrij van tragiek is. Want een dergelijk misverstand betekent dat de mens op aarde aan de ene kant in de geest gelooft, maar ander­zijds alleen wil geloven wat hij graag hoort.
Een ander punt: wij vinden in de sferen soms entiteiten, die nog op aarde leven, maar gelijktijdig geheel bewust in de sferen bestaan. Vaak zijn dit oosterlingen. In het verleden hadden wij er ook nogal eens wat indianen bij. Deze mensen leven dus in twee werelden gelijktijdig. Hun werk op de eigen wereld wordt vaak bewust gecoördineerd met het werken in de sferen. Zij komen soms zelfs tot de wouden van herinnering en een enkele maal zelfs tot de kloof van tijd, deze grand canyon van tijd- en vormloosheid.
Wanneer zij boven zijn, informeren zij meestal om­trent hetgeen zij beneden moeten doen. Daarbij bestaat hetgeen zij beneden doen, vaak uit het uitstralen als gedachtekracht – je zou kunnen zeggen als geestelijke kracht van lagere orde – wat zij in de sferen geleerd en gevonden hebben.

Er zijn dus heel wat aardige verschijnselen. Weet u al wat eigenlijk een spotgeest is? Een geest die, naar men zegt, onzin vertelt. Het vreemde is daarbij dat er wel echte spotgeesten bestaan. Onze vriend Henri noemt hen geestelijke nozems. In de meeste gevallen zijn het echter entiteiten, die zelf naar een houvast zoeken.
De mens, in zijn behoefte aan bevestiging van zijn eigen hoogheid en bereiking, zal vaak een hulpbehoevende geest proberen weg te sturen en hem een spotgeest noemen. De mens zou moeten leren, dat in zijn contact met de sferen en de geest, hij niet alleen maar zelf mag eisen en bepalen, maar wel degelijk ook tegemoet moet komen aan de eisen en behoeften van deze andere entiteiten. Ik geef u dit dan ook in overweging. Wanneer u ooit komt tot bewuste uittreding en bezoek aan de sferen, zult u overi­gens zien dat veel van hetgeen ik omschreven heb, eigenlijk maar summier aangeduid was. Ik troost mij er maar mee dat, wanneer u een brochure leest over de kathedraal in Reims, u ook nog niet weet hoe het ding er in werkelijkheid uitziet. Maar wanneer u uittreedt, moet u met de door mij benoemde punten toch wel rekening houden.

De praktijk van het reizen betekent, zeker in de geest: neem weinig bagage mee, maar zorg er voor dat je de ruimte hebt om het andere op te nemen. Bij elke uittreding en in elke sfeer kun je leren, 00k wanneer je je ervaringen niet bewust mee terug brengt. De ontspannenheid, tijdens het vertoeven in de sferen, is mede om deze reden voor elk mens van belang.

En hiermee heb ik het eerste deel van de opzet wel afgehandeld. Het  tweede deel is wat technischer: alle sferen vormen in wezen één geheel. Verandering van sfeer ontstaat door verandering van de eigen gevoe­ligheid voor het zijnde. Het eigen trillingsgetal is dus bepalend voor de contacten die men geestelijk kan maken. In de materie bestaat hetzelfde verschijnsel, zij het in wat mindere mate. U kunt n.l. alleen die dingen goed absorberen, zien, waarnemen, die u werkelijk waardeert. Iemand die bv. erg gesteld is op het vleeskraam van Rubens, zal de rommelzolder van de moderne kunstenaar niet goed kunnen waarderen, zelfs al worden hierin de hoogste waarden van het leven uitgedrukt.

Afgestemd zijn op een sfeer betekent dus eigenlijk dat je een bepaald deel van de totaliteit ervaart. In het eer­ste deel van mijn betoog heb ik gesproken alsof alle genoem­de werelden inderdaad geheel apart staan. Voor ons lijkt het er ook wel wat op. Denk nu maar aan al die hemelen: allemaal met een eigen troonzaal, allemaal met heerlijke stoelen …. Het is eigen­lijk vreemd dat er zo weinig hemels zijn met perken en ban­ken. De meeste hemelen in zomerland zien er van binnen zo ongeveer uit als een pas gerenoveerd circustheater met supergroot toneel, en daarop een korte super-de-luxe productie, die zich elke paar minuten herhaalt.
Maar eigenlijk gaan al die werelden in elkaar over. Wanneer u dus reizen wilt in de sferen, is het eigenlijk geen kwestie van: “Ik ga van het ene eind van de sfeer naar het andere”, maar “Ik verander mijn persoonlijke instelling.” Ook wanneer u contact krijgt met de geest hier op aar­de, is voor een groot deel uw eigen instelling daarbij van belang. U kunt moeilijk zeggen: “Ik ga vandaag spreken met Pietje Puk, derde Pukkelstraat nr. 7, Hoogzomerland C-West. Dat bestaat niet. Maar je kunt dus wel zeggen: “Ik stel mij af op Hoogzomerland met dit denkbeeld als voornaamste waarde. U krijgt dan contact met degenen die uw denkbeeld kunnen ontvangen en uw afstemming kunnen zien en ontvangen. De contacten zijn dan altijd harmonisch. Wanneer men zelf echter probeert om alles op te vangen, laat men zichzelf door anderen bepalen. Wanneer je dan, wat mogelijk is, twee of drie man tegelijk aan de lijn krijgt, ontstaan er verwarringen. Probeer dus a.u.b. uzelf bewust af te stemmen.

Theoretisch zijn dus de hoogste waarden binnen uw bereik, zelfs de werelden waarin eigenlijk niets meer is, door iemand eens omschreven als: ‘Een oceaan van tintelend goud waarin ik mijzelf niet meer ken en toch mijzelf weerspiegeld zie in alles wat leeft, zo begrijpende de kracht, die in alle dingen is.’

Ook in die wereld kunt u komen. Maar dan moet u ook wer­kelijk vrij worden van het denkbeeld van persoonlijke begrensdheid.  Dan immers is eerst de noodzakelijke identi­ficatie mogelijk. U kunt op deze wijze ook zelfkennis vinden. In de hoog­ste sferen omschrijft men dit: in het absolute duister zie ik een stip, die langzaam naderbij komt. Eenmaal bereikt, blijkt dit een beeld van het ‘ik’ te zijn, naar waarheid gevormd. Wie daarvoor niet wegvlucht, wordt hiermee één en kan ingaan tot de werelden van het verblindende licht.
Dit zijn gangbare termen die wel iets omschrijven, maar eigenlijk veel te weinig zeggen. Toch moet ik stellen dat dit alles voor u mogelijk is. Want uw eigen wereld is eveneens deel van het geheel dat al deze dingen omvat.

Wij kunnen natuurlijk gaan vechten over de kracht en energieverhoudingen, die er zijn en kunnen het ons moeilijk gaan maken over trillingsgetallen en -verhoudingen. Maar ik meen dat je dit alles rustig terzijde kunt laten. De essentie, de geestelijke essentie van hetgeen op aarde leeft, is in alle sferen beleefbaar en terug te vinden, mits de eigen afstemming maar juist is.

Reizen in de sferen is voordelig. U hebt er geen reisbureau nodig en ten hoogste een goede vriend die u een vrijgeleide verschaft in die werelden en sferen, waar­in u zelf niet voldoende zeker of thuis kunt zijn. Wat u nodig hebt, is alleen maar het willen gaan – niet de kramp­achtige behoefte nu eens zo mooi en hoog uit te treden, dat je iedereen in je omgeving een lesje kunt geven. Degenen, die alleen maar uittreden om daardoor anderen lessen te kunnen geven, zijn over het algemeen niet alleen degenen, die zichzelf en anderen bedriegen, maar ook degenen, die zelf door hun streven op de duur een stevig lesje thuisbezorgd krijgen.

Want wat u doet wekt harmonieën. Wanneer u van plan bent een ander eens een lelijke hak te zetten en u wilt dit via de sferen doen, zo zal men daar meer interesse hebben voor het hak zetten dan voor het door u aangeduide doel. Men zal dus zeggen: “Doe hem een plezier en zet die ander een hak, maar laten wij hem gelijk maar zelf onder han­den nemen, dan hebben wij dubbel plezier.

Reizen in de sferen is dus wel voordelig, maar dan moet u wel voortdurend uitgaan van het meer positieve, niet zoekende naar een bereiking op aarde krachtens de uittre­ding, maar zoekende naar een bevestiging van je innerlijk geestelijk wezen, ondanks je bestaan in de stof. Juist dan zien wij het vreemde verschijnsel dat de krachten die in alle sferen aanwezig zijn, zich ook binnen en door een menselijk lichaam kunnen uiten. Dan zien wij dat een kosmisch besef zich binnen beperkte menselijke termen zozeer kan uiten in een enkele mens, dat hij hierdoor zowel als geest als als mens in staat is uitdrukking te geven aan hetgeen wat voor hem belangrijk is.

Ik heb nog enkele kleine tips voor u :

  1. Probeer nooit uit te treden, wanneer u toch al innerlijk of uiterlijk druk met iets anders bezig bent. U zult dan in geen van beide zaken resultaten kunnen behalen.
  2. Bij het zich ontspannen voor uittreding, is het niet zo belangrijk dat u niets denkt. Wel is het belangrijk dat u niet voortdurend denkt over hetgeen u nu eigenlijk zou moeten denken.
  3. Contact met de geest, uittreden in de sferen en gees­telijk werk is niet gebonden aan bepaalde uren. Wel is het hiervoor van belang dat u zich lichamelijk voldoende kunt ontspannen en u voldoende kunt afsluiten van uw omgeving.
  4. Ten laatste: tijd in de sferen is niet te vergelij­ken met de tijdsfactor op aarde. U kunt in 5 seconden in een sfeer soms meer doen dan u in 20 uren op aarde zou kunnen doen. Maar de vermoeidheidsfactor die u geestelijk daarvan overhoudt, is dan altijd gelijk aan die van een 20-urige werkdag. De recuperatie zal op aarde plaats moeten vinden. Daar die 5 seconden een vermoeidheid van 20 uur werk betekenen, zult u een gelijke periode, 20 uur of iets meer, nodig hebben voor u 00k op aarde geeste­lijk weer geheel normaal kunt functioneren.

O ja, wanneer u op reis gaat, moet u één ding vooral goed onthouden: zodra u alarm gevoelt, van welke aard dan ook, denk aan uw lichaam en zeg tegen uzelf: ik ben een stofmens, ik heb een lichaam. Of andere woorden met die betekenis. U bent dan in staat onmiddellijk in uw lichaam terug te keren, zodat u geestelijke gevaren kunt ontwijken en zeker ook ernstige schade aan uw stoflichaam kunt voorkomen.

En wanneer u over dit alles vragen wilt stellen of discussiëren in het deel van de avond na de pauze, bent u wel­kom. Wenst u hierop niet verder door te gaan, dan kunnen wij een ander onderwerp aansnijden of de bijeenkomst be­ëindigen.

Tweede deel

Zo, vrienden, ik zal proberen uw vragen te beantwoorden. Wat ik u vertelde, wist u natuur­lijk reeds, maar uit uw vragen hoop ik nu te weten te ko­men, wat u niet weet.
Ik zou graag met de schriftelijk ingediende punten willen beginnen.

  • Wat zijn de moeilijkheden bij de overgang?

Deze vraag heeft een dubbele bodem. Voor het medische deel van de vraag ben ik niet deskundig genoeg. Wat betreft de overgang, die ook dood wordt genoemd: de grootste moeilijkheid is wel dat je meent dat je zo belangrijk bent op aarde. De moeilijkheid dus te beseffen: ik kan toch niets af­maken, het is nu eenmaal zo, dus ga ik nu verder in mijn nieuwe wereld.
De 2de grote moeilijkheid is het afwijzen van contact met andere entiteiten, soms uit angst, maar heel vaak ook omdat men het gevoel heeft dat zij precies weten wat voor vlees zij met iemand in de kuip hebben. De door­snee mens vindt dit niet zo leuk.

  • Uit welke van al die sferen komen de reïncarnerende ego’s?

Bij reïncarnatie heeft men altijd, ook wanneer men uit de hoogste sfeer komt, te maken met een proces, waar­bij het ego alle latere sferen of vibraties weer passeert en zich daarin zelfs voor een ogenblik ophoudt om zich aan te passen. Daarna heeft men zich dus meestal al een lichaam gekozen, vormt men zich een astraal voertuig, daar hierdoor het zich vereenzelvigen met het gekozen li­chaam, het vormen van een aangepast levenslichaam enz. sterk vereenvoudigd wordt. Reïncarnerende geesten kunnen dus uit alle sferen komen en hebben veelal als reden dat men zijn bewustzijn in de sferen niet voldoende uit kan breiden. Er zijn soms ook andere motieven.
Het zal duidelijk zijn dat het merendeel der incar­naties dus stamt uit duistere werelden en het zomerland. Wat echter niet wil zeggen dat er niet bewust voor reïn­carnatie gekozen kan worden, ook vanuit de hoogste sfeer.

  • U hebt wel gezegd dat men vanuit een duistere sfeer geen lichaam kan kiezen?

Ik antwoord met een vergelijking: Wanneer u in de schouwburg zit en u gaat voldaan na de voorstelling naar de vestiaire, dan kijkt u rustig hoe u het gemakkelijkst komt waar u wezen wilt. Wanneer die schouwburg echter in brand staat, weet u niets anders meer dan: “Ik wil er uit.” U zoekt dan niet meer naar de kortste en eenvoudigste weg, maar neemt eenvoudig elke schijnbare mogelijkheid te baat.
Iemand, die in een duistere sfeer zit en kan incarneren, doet dit vaak als bij een panische reactie: hij kiest een­voudig de eerste de beste mogelijkheid om zo snel mogelijk van zijn ellende af te zijn, maar zelfs dan zal hij bepaalde astrale waarden moeten kunnen projecteren, voor de vereenzelviging een feit wordt.
Hoe haastiger men is, hoe groter de kans dat men in een lichaam incarneert dat, qua mogelijkheden of omgeving, niet geheel aan de verwachtingen beantwoordt. Maar naar­mate men bewuster is en minder overhaast reageert, zal men juister kunnen overzien wat een bepaald voertuig aan mogelijkheden biedt.
Ik wil er in dit verband wel op wijzen dat de voor de geest begeerlijke mogelijkheden in de stof lang niet al­tijd tot de meest aangename worden gerekend. Er is vaak een heel groot verschil tussen de waarderingen vanuit de geest en de beoordelingen vanuit de materie.

  • Is er in de sferen ook contact mogelijk met entiteiten die komen van planeten uit het melkwegstelsel enz.?

Wanneer zij zijn overgegaan, wel. Het ligt er maar aan of zij, en in besef en afstemming, voor ons bereikbaar zijn. Op het ogenblik dat er een gelijkheid van besef en afstem­ming bestaat, ontstaat er, geestelijk gezien, een gelijkheid waardoor je elkanders wereld deelt. In vormkennende werelden zal dit echter niet zo gemakkelijk voorkomen omdat de vormvoorstellingen, van andere entiteiten dan van menselijke origine, sterk plegen te verschillen van de voor ons normale.

  • Alle wezens, die de door u beschreven sferen bewonen, zijn daar aanwezig in de een of andere vorm, of een voertuig. Kunt u mij ook zeggen wie de werkelijke bewoners zijn van al die voertuigen?

Een moeilijke vraag, omdat de bewoner van een voertuig altijd degene is, die zich daarmee kan identificeren. In de praktijk moet u het zo bezien: wij allen zijn deel van de goddelijke kracht, van de godheid. Wij zijn wel als afzonderlijke eenheden door die Schepper geprojec­teerd en ervaren onszelf als afzonderlijke personen, maar wij kunnen zonder het goddelijke Wezen, de kracht daarvan, niet bestaan.
Wanneer je het tot het laatste toe uit zou willen zoeken, zou je dus volgens mij eigenlijk moeten zeggen: de werkelijke bewoner van alle voertuigen is God Zelf.

  • Zijn de personen die in twee sferen gelijktijdig leven, zich ook op aarde bewust van dit feit?

Ja, ofschoon zelden een actie, die niet in de sferen en op aarde gelijkwaardig is, door deze entiteiten gelijk­tijdig in beide werelden zal kunnen worden verricht. Er zijn echter mensen, die zich voortdurend van hun geestelijk bestaan zodanig bewust zijn dat zij aan het leven en bestaan van een sfeer voortdurend deel hebben en toch gelijktijdig bewust op aarde bestaan, terwijl zij op aarde veelal reageren mede aan de hand van hetgeen zij geestelijk leren en beseffen in de sfeer.

  • Hoe kun je je van een sfeer op aarde bewust zijn?

Theoretisch kun je, mits je los bent van binding aan voorstellingen enz., je van elke denkbare sfeer bewust zijn door op aarde je aandacht er op te richten. Helaas zijn voor de meeste mensen voorstellingen zelfs meer bindend dan feiten. Slaagt men in het richten op de sfeer, terwijl men beantwoordt aan alle voorwaarden, dan zal men zich op aarde van die sfeer bewust kunnen zijn, zonder daarom ook alle besef van eigen stoffelijke wereld en bestaan prijs te moeten geven. Bij de meeste uittredingen is echter de gebondenheid aan stoffelijke voorstellingen zo groot, dat wij van zo iemand weinig of geen bewuste waarneming en een overdracht van de werkelijk inhoud van de sfeer naar de stof kunnen verwachten. Toch zullen wij in de sferen altijd weer pro­beren zo iemand iets mee te geven, waaraan hij ook in zijn stoffelijk bewustzijn iets zal hebben. Een zuiver geeste­lijke waarheid komt in dergelijke gevallen over het alge­meen echter net zo vervormd aan als een slecht verpakt pakje vers fruit in sinterklaastijd.

  • Is een uitgetredene bij u kenbaar aan bv. een verschil in de aura?

Zo iemand zit nog vast aan het lichaam met het zilve­ren koord. Wanneer je dus bij ons iemand met een soort duikersslang achter zich aan rond ziet zwabberen, dan weet je: die behoort hier nog niet definitief thuis.

  • Ik kan begrijpen dat de oorspronkelijke bewoner in de aangename sferen wil leven, maar waarom al die andere sfe­ren?

Je leeft niet in de sfeer waarin je zou willen le­ven, want deze is voor jou een voorstelling zonder meer. Je leeft in de sfeer die je kunt begrijpen, de wereld waar­in je door eigen gevoelsleven en besef thuis hoort. Je kunt immers alleen contact hebben met anderen die ongeveer gelijk of gelijkwaardig zijn. In enkele gevallen slaag je er misschien wel in je beeld van eigen ik zover weg te cijferen dat je contact krijgt met een hoger bewust zijn, maar dat ervaar je dan toch niet als een werkelijk deel van je eigen wereld.
Vergelijk : Stel dat u bent opgegroeid in een achter­buurt en daar al uw ervaringen hebt opgedaan. Dan kunt u werkelijk niet onmiddellijk en zonder meer proberen u in hogere kringen te bewegen. U zult zich dan ongetwijfeld meer thuis voelen in ‘de grote slok’ dan bij ‘Krul’. De feitelijke bewoner is en blijft de Eeuwige Kracht. Maar het besef van het deel van de Kracht dat een ik-besef heeft, bepaalt de contacten die het ik heeft.
Wij kunnen de bedoelingen en ervaringen van de werkelijke bewoner niet kennen of beseffen. Voor ons zal echter elk contact en de zin der dingen gebaseerd blijven op de erkende feiten en niet op de mogelijke bedoelingen van de feitelijke instandhouder en bewoner.

  • Wat is een poltergeist?

Dat is een smijt-maar-raak-geest. Dit kan dus een geest zijn die via bepaalde fluïdieke mogelijkheden, die hij bij mensen heel vaak kan vinden, zich o.m. met aardewerk en meubelen bezig houdt. Maar in 8 van de 10 gevallen is het een mens, vaak in de puberteit, maar in andere gevallen iemand die, zoals men wel zegt hysterisch is. Onredelijk sterk dus in bepaal­de emotionele reacties, die onbewust vanuit zich een deel van eigen levenskracht of astraal projecteert en met een soort pseudopode datgene tot stand brengt, wat men later aan de poltergeist toeschrijft.

  • Magnetische kracht dus?

Ik heb ze nog nooit met een magneet los zien lopen om dergelijke dingen tot stand te brengen. Magnetische kracht is de volkomen verkeerde aanduiding voor het men­selijke kracht en stralingsveld, dat overigens niets met magnetisme te maken heeft. Deze vergelijkende term kwam in zwang in de beginperiode van het mesmerisme, toen men waarschijnlijk even weinig wist van de aard van het mag­netisme als van de stralingsmogelijkheden van de mens.

  • Wat is toch de wereld van kleur en klank?

De wereld van onderscheiden licht. Het is een wereld waarin je hogere en langere trillingen gezamenlijk ziet op­treden. Naarmate men bewuster wordt, neemt het aantal hoge­re schakeringen, tinten van licht, toe. De wereld van klank en kleur heeft dus niets te maken met Philips, maar vormt de aanduiding van een wereld waar­in het ik bestaat in een voertuig dat gelijktijdig werkt met hogere en lagere trillingen.

  • U maakt verschil tussen werelden en sferen. In het bijzonder noemt u de astrale sfeer….

De astrale sfeer is dus een gebied met bijzondere kwaliteiten en eigenschappen. Een wereld is de voorstelling die wij hebben aangaande een bepaald gebied, waardoor onze waarneming en werking binnen dit gebied beperkt wordt. De astrale sfeer is semimaterieel en kent geen eigen vormbepalingen. Alle vormen en voorstellingen die wij in het astrale gebied aantreffen, zijn dus verbonden met andere werelden of sferen. In deze wereld kunnen dus ook wezens van andere werelden of planeten vormen scheppen. Maar dat de aarde middels dit gebied contact met hen zou krijgen, lijkt mij niet erg waarschijnlijk.

De laatste schriftelijke vraag is afgedaan. Wanneer u dus nog iets wilt zeggen, kunt u het doen.

  • Wat is het woud der herinnering? Kunnen helderzienden dit waarnemen?

Helderzienden zullen hierbij niet bijzonder veel kans tot zien hebben, omdat de herinneringen, waar het om gaat, in de geest zelf bestaan en niet in de wereld daarbuiten. Het is een sfeer waarin men zichzelf niet meer beseft als een enkele beperkte persoonlijkheid, maar meer als een voortdurende beleving en daarbij het ik dus ook leert be­seffen binnen de mogelijkheden van meerdere gestalten of stoffelijke persoonlijkheden. De herinnering aan het gehele bestaan is, verborgen in de geest, altijd wel aanwezig en daarmee dus ook in de mens.
Een helderziende zou dus theoretisch wel kunnen vermoeden wat uw vroegere incarnaties geweest zijn. Maar dit zou niet alleen een zeer grote gevoeligheid bij de helderziende ver­onderstellen, maar ook bij u een in feite ook nu nog sterk aanwezige invloed uit de vorige incarnatie, waardoor zij meer aan de oppervlakte van het geestelijk besef ligt. Ten laatste zou u beiden nog moeten voldoen aan een eis van voldoende betrouwbaarheid in uw erkenningen.
Daar deze 3 factoren niet zo vaak gezamenlijk optreden, zou ik zeggen: Luister rustig naar incarnatieverhalen, maar doe er wel een korreltje zout bij. Dan zijn zij smakelij­ker om te verteren en u zult zich gelijktijdig daaraan niet zo sterk gebonden voelen.

  • Bestaan in de sferen ook emoties, zoals op aarde dat je driftig bent, geen zin hebt uit bed te komen enz.?

Dat is wel erg plastisch gesteld. In uw wereld bent u gedwongen. U bent in zeker opzicht de slaaf van uw maat­schappij, uw eigen verlangens en angsten. In onze lichte werelden zijn deze dingen uitgeschakeld. Hoe minder ik gebonden ben, hoe minder ik een taak zie als iets wat gedwongen voor mij bestemd is. Ik doe het om­dat ik het prettig vind, niet omdat ik het moet doen.
Het gekke is dat, naarmate je minder moet doen, je het prettiger vindt om meer te doen. Hierdoor vallen verveling, werkschuwheid e.d. al weg. Verschillen van mening bestaan wel bij ons. Maar geschillen die tot scheldpartijen voeren, blijven beperkt tot lagere sferen en misschien nog eens in laag-zomerland. Hogerop treft u dit niet aan, omdat schelden een bewijs is van on­macht, angst voor de argumenten van de ander e.d.. Bij een voldoende telepathisch rapport – en dit dient in de sferen toch wel aanwezig te zijn – begrijp je de anderen zo goed, dat er nog plaats is voor verschillen van mening, maar niet voor angsten en misverstanden.
Hartstocht, in de stoffelijke zin van het woord, bestaat bij ons niet, omdat een groot deel van uw hartstochten uit­eindelijk eerder een kwestie van klierafscheidingen zijn dan zaken van geestelijke bewogenheid. Daarvoor bestaan bij ons weer andere emoties, die u nog niet goed kunt be­grijpen. U weet bv. niet wat het is om geheel open te staan, geest tegenover geest, en zo de volledige persoonsinhoud van een ander zonder enig voorbehoud te mogen kennen.

En nu, vrienden, mag ik mijn bijdrage misschien af gaan sluiten.
Wij hebben nu gesproken over de sferen. Wij hebben daar­over heel wat eenvoudige en sommige voor u moeilijker te begrijpen dingen gezegd. Onthoud één ding: U leeft op het ogenblik in de materie. Wanneer u zich van een sfeer bewust wordt en in die sfeer gaat leven terwijl u zich op aarde bewust blijft, is dit een uitbrei­ding van uw normale bestaan. Je kunt echter niet nu reeds in een sfeer gaan leven ten koste van je stoffelijk bestaan. Je kunt niet geeste­lijk bewust worden zonder die bewustwording ook onmiddel­lijk in de stoffelijke praktijk waar te maken. Dat is een heel belangrijk punt. Want het is wel aardig om een geestelijke baedeker bij de hand te hebben en zo te weten hoe het er in deze of gene sfeer uitziet, het is natuurlijk prettig om te weten dat je in die sfe­ren allerhande dingen kunt doen, maar ik wil u er aan herinneren dat, daar uw concentratie en geestelijk besef ge­richt is op hetgeen u nu bent, wat u nu bent en doet, in feite bepalend is voor alles.
Je kunt je nooit beroepen op hetgeen je geestelijk bent om je tekortschieten in de materie te vergoelijken. Wanneer je niet tekortschiet in de materie, zul je daardoor een besef vinden, geestelijk zowel als stoffelijk, waardoor je verder kunt gaan en geestelijk zowel als stoffelijk meer kunt bereiken.
U bent bij ons in de sferen natuurlijk allen hartelijk welkom. Maar ik zou zeggen: Wacht tot u daarvoor geroepen wordt. Het heeft weinig zin op eigen gelegenheid naar onze werelden te emigreren, daar er dan geen voldoende ontvangstcomité is en u zelf de weg nog niet geheel kunt vinden. Maar ook nu deelt u in onze wereld, zoals wij delen in uw wereld. Wij zien echter uw wereld wat anders dan u en het omgekeerde is eveneens het geval. Wij kunnen elkaar en elkanders werelden echter wel begrijpen, wanneer wij beginnen aan te nemen dat er verschillen zijn en dat wij volgens de normen van onze eigen wereld moeten leven.
Dus, wanneer u uittredende, bewust of onbewust, ooit tot sightseeing in de sferen komt, zo hoop ik dat u dit bij zal blijven. Wij kunnen in de wereld van anderen waarne­men, onze meningen uiten, misschien zelfs onderwijzen, maar wij kunnen nooit de wereld van een ander zien volgens de normen van die ander alleen. Dat gaat niet. Besef dit en een bezoek aan een sfeer kan veel tot uw bewustwording bijdragen.