Geestelijke en fijnstoffelijke lichamen

19 november 1974

Laat ons beginnen met een heel oud iets: de acupunctuur. Het zal U bekend zijn dat deze Chinese geneeswijze allerhande wonderlijke verschijnselen kan veroorzaken en ook genezingen tot stand kan brengen. De meesten van U weten het één en ander over het inbrengen van zilveren, gouden, soms ook stalen naalden en u hebt zich waarschijnlijk minder verdiept in de ook al zeer oude theorie die de achtergrond hiervan is. In deze theorie, die ik hier heel kort en summier samenvat, stelt men ongeveer het volgende: er is onder de huid van de mens en ook net daarboven een reeks kanalen aanwezig. Hierin bevindt zich een hogere vorm van levenskracht, men zou ze odkracht kunnen noemen, en dit vormt een lichaam. Door nu verbindingen te leggen tussen het gewone lichaam en dit odlichaam plus de straling van de kosmos, kan men allerhande veranderingen in het lichaam en het ervaren van dat lichaam tot stand brengen.

Voor ons is dit denkbeeld van een odlichaam of een krachtlichaam dat kennelijk gerelieerd is met bepaalde kosmische krachten, belangrijk. Want wanneer we dan een eindje verdergaan, vinden we theorieën zowel in India, later in het Boeddhistische Tibet, alsook in bepaalde andere richtingen – denk aan de theosofen bijvoorbeeld – waarbij we het hebben over een soort geestelijke zintuigen of krachtbronnen: de chakra’s.

En wanneer je dan een chakra wilt omschrijven in overeenstemming met die oude theorie, dan kun je zeggen: in het geheel van dit uit odkracht gebouwd lichaam, met zijn vele kanalen, zijn zintuigen aanwezig, zintuigen van de geest, althans van niet-stoffelijke aard. Daar waar deze optreden zullen ze dat doen dicht bij knooppunten van het normaal zenuwstelsel van de mens, vaak vooral ook van het vegetatieve en zij zullen reageren op een groot aantal verschillende waarden.

Zoals de mens lichamelijk bezintuigd is, zo is hij ook door de chakra’s bezintuigd in meer geestelijke zin. Dit zijn punten, die moet u dan maar aannemen. En wanneer u meent dat dat nog lang niet bewezen is – u hebt daar waarschijnlijk gelijk mee – dan moet u mij het genoegen doen om dit voorlopig als een werkhypothese toch maar te aanvaarden. Want in dit verhaal staat iets vast wat heel erg belangrijk is, namelijk dat er een relatie is tussen de geestelijke mens en de stoffelijke mens, ook ten aanzien van waarnemingen en wel in dier voege dat geestelijke invloeden en waarnemingen in de stof-mens veranderingen tot stand kunnen brengen en ook het omgekeerde. Wat je in de stof doet kan geestelijke invloed hebben, wat je in de geest doet, ontmoet of erkent, kan in de stof invloed hebben. Dat is erg interessant, en vooral daarom: dat de mens leeft in een wereld die niet alleen maar bestaat uit stoffelijke verschijnselen.

Wanneer wij beginnen bv. met de kirlianfotografie dan zien we dat voorwerpen uitstraling hebben, een uitstraling die we niet kunnen verklaren met zuivere materiële eigenschappen of kwaliteiten. We zien dat plantenleven, dierenleven uitstralingen heeft en dat die uitstraling bepaalde kwaliteiten vertoont. En ik geloof dat we dus in overeenstemming met de laatste ontdekkingen en ontwikkeling kunnen zeggen: “de gehele wereld voor de mens bestaat uit zichtbare verschijnselen, stoffelijk kenbare verschijnselen en daarnaast uitstralingen die echter door de gevoeligheid van zijn odlichaam plus de zintuigen daarvan voor hem eveneens waarneembaar zijn”. Kunt u dit als hypothese nog steeds aanvaarden?

Wat nu belangrijk is, is dit: wanneer ik met een chakra actief ben – er is iets van ontplooid – en er is iets in mijn omgeving dat uitstraalt, neem ik die uitstraling waar. Maar die uitstraling werkt in het, zeg maar, geestelijke lichaam of odlichaam, ze komt niet onmiddellijk in de hersenen en ze wordt niet onmiddellijk dus overgedragen in een beeld. Gebeurt dat wel dan kan dat in vele gevallen een vorm van helderziendheid zijn of helderhorendheid. Maar wat in de hersenen geactiveerd wordt en blijft is wel degelijk voor de mens beleefbaar, niet als beeld maar als een soort stemming, een emotie.

Dan zou ik kunnen zeggen: de emotionele instelling van de mens wordt voor een groot gedeelte bepaald door de uitstraling van zijn omgeving plus zijn eigen reactie daarop. Dat is, dacht ik, een begin van iets waar veel meer bijhoort. Want een chakra blijkt niet te bestaan uit maar één niveau. Er is maar één chakra dat we kunnen omschrijven – dat is het vierbladeren- of stuitchakra als behorende geheel tot de wereld van levenskracht en zelfs dat kunnen we nog in een tweekleur balans indelen, namelijk in de blauwe energie en de witte energie. We hebben dan het kruinchakra dat volgens sommige gebruiken 144 bladig wordt genoemd, volgens anderen ook weer tweebladig en dan weer met diezelfde kleurverhouding wit-blauw. De tussenliggende chakra’s kennen verschillende tinten van rood, van groen en van geel in hun uitstraling. Die kleuren zijn uit de aard der zaak grotendeels symbolisch gekozen maar de directe waarnemers aanzien dat er toch wel iets van waar is.

Indien we nu eens stellen dat wit omvattend is, het omvat alle uitstralingen en als zodanig is het het symbool voor de totale mens met al zijn geestelijke voertuigen plus zijn stoffelijk voertuig zolang hij dat bezit. Dan kunnen we zeggen dat elke kleur verder een speciale functie aangeeft van een geestelijk voertuig dat in het bijzonder geactiveerd wordt. Bij de doorsnee mens is tenminste het middenrif chakra geopend en de opening van het acht-bladige chakra is dus zeer waarschijnlijk. Daarin treffen we onder meer de kleuren rood en groen aan. Wat betekent dat nou? Het betekent dat u stemmingsgevoelig bent maar ook associatief gevoelig bent voor de uitstralingen rond u. U kunt ze dus nipt omschrijven, u kunt ze niet kennen maar u reageert erop. En deze reactie kan dus zijn, een emotie, een stemming die bij u ontstaat maar het kan ook een soort voorgevoel zijn, een wijze waarop u de u bekende verschijnselen gaat combineren en tot een conclusie komt.

Wanneer een mens nu in harmonie is met zijn omgeving dan blijkt verder dat er een wisselwerking is. En ik ga weer even terug naar de Chinese filosofie waarvan ik een stukje heb aangehaald – ze is bijna 4.000 jaar oud in sommige delen, dus ze heeft het al een tijd uitgehouden – in die filosofie namelijk wordt ook nog gezegd dat wanneer ik de kracht van een odlichaam ken en concentreer, het mogelijk is deze kracht aan anderen over te dragen, uit te stralen dus. Dat wordt over het algemeen gehanteerd als een verklaring voor de mogelijkheid van magnetiseren. Maar het is meer, want wat ik uitstraal middels een chakra is niet alleen maar kracht, het is kracht die gemoduleerd is, die een bepaald stemmingsbeeld overdraagt, die een bepaalde intentie heeft, die een bepaalde harmonie of disharmonie wekt. Door deze zintuigen dus, deze geestelijke zintuigen die voor de mens belangrijk zijn, straalt hij uit en elke uitstraling die hij tot stand brengt betekent een respons van je omgeving, een beantwoorden.

Dan moet ik wel een klein beetje dichterbij komen in de tijd, dan kom ik zo ongeveer 700 na Christus, 800, de tijd van Abchar de Grote en dat soort dingen. Daar is namelijk iemand die zich sterk met deze theorieën bezighoudt en die stelt op een gegeven ogenblik: “Op het ogenblik dat een mens een relatie erkent onverschillig waarmee, zal hij niet slechts ontvangen maar ook zijn wezen en krachten uitstralen”. Hoe groter zijn innerlijke positiviteit is, hoe groter de kracht die hij kan overdragen. Wanneer ik dus een plant heb en ik reageer op die plant als een voor mij harmonisch levend wezen, dan zal die plant waarschijnlijk beter groeien. Wanneer ik hem erg mooi vind, maar ik heb er ergens toch een verzet tegen – dat ik ervoor moet zorgen bv. – dan kan ik alles doen wat stoffelijk noodzakelijk is en die plant die verkommert. Die doet het niet. De uitstraling bepaalt een deel ook van de responsen op de wereld bij andere levende wezens. Naarmate de eigen organisatie, dus het bewustzijn van die wezens lager is, zal de dominantie van de menselijke uitstraling groter zijn.

Zo, dan zijn we nu een klein beetje door die theorie heen. Want wat heb ik nu eigenlijk zitten beweren? Ik heb doodgewoon gezegd, lieve mensen, dat u geestelijk leeft, dat u bepaalde kosmische krachten voortdurend in u opneemt en dat u daardoor nolens volens, verbonden bent met alles wat rond u bestaat. Of u zich er bewust van bent of niet, u kunt niet iets erkennen of er op reageren zonder ernaar uit te stralen. Dat heb ik letterlijk gezegd. Maar dat betekent dan dat die hele geestelijke mens, tot zijn hoogste voertuigen toe, tot zijn innerlijk godscontact toe, ook op stoffelijk niveau een relatie heeft met al hetgeen hij als bestaand rond zich erkent. Uw plaats in uw omgeving en uw wereld wordt niet alleen bepaald door noodlot, conditionering, wordt niet alleen bepaald door de zichtbare mogelijkheden, het wordt voor een groot deel ook bepaald door de kwaliteiten van uw wezen waarop uw omgeving antwoordt.

En waarom zouden we dan nog niet een stap verder gaan? Wanneer ik in mijn bewustzijn tegenover de wereld een verandering breng, zal de wereld tegenover mij ook anders reageren, omdat de krachten die ik naar het lagere bewuste uitstraal, harmonischer zijn, zal de respons, het antwoord dat ik krijg eveneens harmonischer zijn. En ik zal dus intenser en voller gaan leven naarmate ik een grotere harmonie tot stand breng met mijn buitenwereld.

Dan zijn we zover gekomen dat we kunnen proberen om meer praktisch te gaan denken. Wanneer ben ik harmonisch tegenover mijn wereld? Op het ogenblik dat ik het gevoel heb dat ik goed ben. Is het belangrijk dat ik volgens de normen van mijn wereld of desnoods bepaalde kosmische normen goed ben? Neen, want het gaat niet om wat ik ben, het gaat om wat ik uitstraal. En op het ogenblik dat ik het gevoel heb dat ik goed ben, straal ik dit besef naar anderen uit. Denk ik: “ik ben beter dan jij”, dan is het antagonistisch, het is negatief, dan krijg ik automatisch een negatief antwoord uit de wereld. Maar doe ik dat in het gevoel: “wat prettig dat ik goed kan zijn in die wereld”, krijg ik positief antwoord en dan krijg je dus uit die wereld ook allerhande impulsen, stimulansen en zelfs krachten die je helpen om meer harmonisch, om prettiger te leven. Dan is het dus erg belangrijk hoe we de wereld benaderen!

Nu weet ik wel dat we geestelijk die wereld heel anders zien.

Precies hetzelfde als je in een vliegtuig zit en je gaat over Antwerpen heen, dan zie je heel wat anders dan wanneer je over de Keyserlei loopt te slenteren. Maar al die dingen horen bij elkaar. Het is niet zo: die geest die gaat er overheen en ik loop hier, neen, dit is het waarnemingsbesef van het geheel en dat komt tot uiting in een ik, dat zich voornamelijk bewust is van een detail, van een beperkter omgeving.

Wanneer ik nu die positiviteit uitstraal, dan moet dat in de eerste plaats in eenheid met mijn wereld zijn. Ik kan nooit méér willen zijn dan mijn wereld, maar ik moet wel meer deel willen zijn van mijn wereld. Mijn begrip van goed, moet een “delen” vanuit mijzelf, op welke manier dan ook, als het ware inhouden. En mijn gevoel van goedheid moet dan ook een beter nabijkomen van hetgeen om mij is, inhouden. Op het ogenblik dat ik zeg: “ik ben goed en jij bent het niet”: antithese. Maar wanneer ik zeg: “ik ben gek en u bent het ook”, nou ja goed dat is niet erg, maar ik zeg: “ik ben wijzer dus bent u gek”, dan is het erg. Dan wijs ik af.  Dat is nu dus de gedachtenbalans. De gedachtenbalans geeft een beetje onze emotionele inhoud weer en ze is gebouwd op de associaties die onze eigen wereld ons gebracht heeft, dat is voor u de stoffelijke.

Maar elke associatie omvat meer. We hebben in dat chakra bijvoorbeeld groen. U zegt nou wel eens: groen is de kleur van het geloof, maar groen zou je ook kunnen omschrijven als de kleur van de aanvaarding. Het is dus hoop, geloof maar ook aanvaarding. En we hebben rood, rood kun je omschrijven als moed, als durf, als energie, als levenskracht. Maar je kunt het ook omschrijven als een opgaan in het bestaan zelf. Wanneer ik nu alleen werk met het zonnevlechtchakra, dus verder niets, wel dat is onmogelijk, want je werkt praktisch met alle chakra’s, alleen met het één wat meer dan het andere. Wat gebeurt er dan?  Ik ben positief tegenover mijn wereld, mijn innerlijke aanvaarding van die wereld en alle krachten in die wereld, brengt voor mij een verbinding met het geheel van de geestelijke voertuigen tot stand waarin de stoffelijke wereld mocht beseft worden. Ik heb dus inderdaad het overzicht van het vliegtuig, al is dat niet op volledig bewust niveau, en daarnaast de beleving van het detail, dat betekent ook dat ik mij automatisch juist oriënteer in het detail omdat ik het overzicht heb. Ik heb een soort ingebouwde kompasnaald die mij brengt tot de meest juiste reactie volgens het licht dat in mijzelf bestaat. En ik heb daarnaast die moed, die kracht, die energie, hoe je het noemen wilt. Dat betekent: ik heb kracht, dus ik beïnvloed mijn omgeving, maar het betekent ook: mijn omgeving beïnvloedt mij, want dat is een wisselwerking. Het houdt ook in alle krachten die binnen dit voorstellingsvermogen, binnen deze wijze van leven, voor mij aanvaardbaar zijn, op welke basis dan ook, redelijk, emotioneel of anderszins – geloof bv. – die zullen geactiveerd worden uit alle voertuigen en in de wereld tot uiting komen.

Dan hebben we in feite gezegd: de gehele geestelijke mens kan leven in de materie en zal dankzij de functie van dit krachtlichaam van de mens, levenskracht, lichaam, hoe je het noemen wilt en de chakra, verbonden zijn met de wereld zodat een veelzijdig besef van die wereld kan ontstaan. Ook wanneer dit in de hersenen niet bewust wordt geregistreerd.

Praktische conclusie: het geheel van alle geestelijke kracht die ik innerlijk aanvaarden kan, kan ik manifesteren in mijn eigen wereld. Maar de krachten die ik in mijzelf aanvaarden kan – als deel van mijzelf – aanvaard ik gelijktijdig zoals ze in mijn wereld bestaan. Op het ogenblik dat ik niet probeer om mijzelf door die krachten méér te maken dan een ander, maar alleen probeer een grotere eenheid te worden van die ander, ben ik ingeschakeld in een heel krachtnetwerk dat over die wereld ligt. Die wereld op zichzelf, die heeft haar eigen velden. Er zijn in de eerste plaats dingen die wij kennen, een verschijnsel als elektromagnetisch, zwaartekrachtverschijnsel en nog een paar van die dingen. Maar daarnaast zijn ook de geestelijke eigenschappen van de aarde aanwezig, We zouden die de levenskarakteristiek van de aarde kunnen noemen. En die aarde is in contact met de hele kosmos, met de zon bij voorbeeld maar ook veel verder. Ook deze krachten komen tot die mens. Wanneer hij er voor open staat, aanvaardt hij ze harmonisch. Door die harmonische aanvaarding zal hij niet alleen mee veranderen zoals de aarde dat noodzakelijk maakt, maar hij zal bovendien in die verandering steeds meer zich bewust worden van al hetgeen rond hem is en daardoor meer kunnen bereiken.

De situatie waarin je verkeert als mens bepaal je voor een groot gedeelte dus wel zelf. Je bent geconditioneerd door je voorstellingsvermogen. Je hebt geestelijke achtergronden. Maar het grootste gedeelte van je persoonlijke vrijheid en van je betekenis voor de wereld ligt in de wisselwerking die je tussen het geheel van de wereld, de erkende delen van de wereld rond je en je innerlijk, met alle geestelijke voertuigen tot stand brengt. Harmonie is in feite de aanvaarding van een eenheid van kracht waarbinnen jezelf bestaat en kunt responderen op al het andere, zonder het ooit zijn eigen waarde te willen ontnemen.

En dan moet je ook zeggen: alles verandert voortdurend. In de mensenwereld lijkt het misschien weleens of de zaken lang op één manier doorgaan, maar dat is feitelijk niet waar. Uw lichaam bijvoorbeeld vernieuwt zich voortdurend, er sterven cellen af, er ontstaan lange tijd nog cellen, er ontstaan allerhande veranderingen in dat lichaam. In de wereld rond u is er precies hetzelfde aan de gang. Overal worden deeltjes geboren, deeltjes vergaan, structuren worden veranderd, sprongbanen van elektronen wijzigen zich voortdurend met een hoog tempo, andere kleine delen veranderen voortdurend, alles is een voortdurende beweging.

Panta rhei is niet alleen iets wat slaat op de tijd, het slaat op het wezen van alle dingen. Maar wanneer dat zo is en we zijn in harmonie met die zich steeds veranderende wereld, dan moeten ook wijzelf voortdurend mee kunnen veranderen. Wanneer ons antwoord op de wereld éénmaal gedefinieerd wordt en daarna niet meer verandert, dan kan het op het moment van definitie harmonisch zijn, maar door de verandering zal het steeds meer disharmonisch gaan worden. Ik moet steeds mee veranderen innerlijk, met hetgeen in de wereld rond mij bestaat. Mijn antwoord op de verschijnselen van de wereld moet niet zijn een slaafs volgen van die wereld, maar een erkenning van het verschijnsel als op zichzelf valide, dus geldig, van betekenis zijnde. De mens die zo werkt, die krijgt wonderlijk genoeg in zijn geestelijke lichamen ook zeer veel impulsen binnen die vanuit de materie komen. Die impulsen, die kun je deels vertalen als kracht, als energie. Maar er is ook een gedeelte bij, dat zou je eerder als modulatie of als een vorm van bewustzijn moeten uitdrukken.

En nu het wonderlijke: de geestelijke voertuigen, zij het op hun eigen niveaus, reageren op de veranderingen in de stof en niet alleen op de veranderingen die in een geestelijke wereld plaats vinden. Wanneer zij daarnaast een bewustzijn van hun eigen geestelijke wereld kunnen behouden, dan zal vanuit die geestelijke wereld een voortdurende toevloed van gegevens naar de materie mogelijk zijn. En omgekeerd zal vanuit de materie een voortdurende aanvulling van noodzakelijke krachten en gegevens in die geestelijke voertuigen plaatsvinden. Dat gebeurt echter over het algemeen eerst wanneer borst- of keelkopchakra – het laatste eigenlijk nog liever – zich hebben geopend, ontwikkeld zijn. Dan zijn we er nog niet maar dan is de variatie die we gekregen hebben, zo groot dat we dus voor elk geestelijk voertuig de juiste krachten en de juiste indrukken kunnen verkrijgen en als het ware binnendoor naar boven sturen (natuurlijk maar een voorstelling van richting). En dan kan elk voertuig op zichzelf daar weer op antwoorden. Is het kruinchakra open, dan hebben we nog te maken met een ander verschijnsel.

Het is namelijk zo, wanneer je alle chakra’s ontwikkeld hebt, dan ontstaat automatisch een directe verbinding tussen het hoogste en het laagste chakra. Dat kunnen we nu ook weleens symbolisch opbouwen: wanneer we dat doen, dan heet het kundalini of slangenvuur. Maar nu is het een automatisch en permanent procedé geworden.

Op het ogenblik dat de mens een ontwikkeld kruinchakra heeft, zal hij een voortdurende relatie kennen tussen alle kosmische krachten waarvoor zijn wezen gevoelig is en de odische of levenskrachten waaraan hij stoffelijk gebonden is. Hij zal een voortdurende omzetting van deze krachten tot stand kunnen brengen en daardoor zijn eigen bewustzijn kunnen verplaatsten naar elke geestelijke wereld waarin hij bewust kan en wil bestaan, zonder dat hij hierdoor nog verder gebonden is aan vaste riten, procedures of hulpmiddelen. Een belangrijke conclusie! U bent dus niet zo dat u alleen maar op één bepaalde manier en langs één bepaald weggetje iets van de eeuwigheid kunt vinden, neen, die eeuwigheid is deel van jezelf. Ik zou misschien zo kunnen zeggen: God is in u, het koninkrijk Gods is in u. De enige voor u kenbare werkelijkheid is in u, want dat is uw eigen reactie op indrukken waarin u leeft en niet een concrete wereld zonder meer. We zouden kunnen zeggen: eigenlijk wordt alles naar binnen gebracht; maar alles waarmee ik een uitwisseling van kracht heb, dat breng ik ook naar binnen.

De werkelijkheid van mijn wereld zal vollediger en intenser worden, naarmate een sterkere uitwisseling van krachten plaatsvindt tussen mij en al hetgeen rond mij plaats vindt. Dit kan zelfs wanneer dit gebeurt op basis van de od krachten die ik reeds heb aangeduid. Nu zul je zeggen nou wat hebben we daaraan. Wel, een wereld die je ten dele kent, die kan je nooit beheersen. Dan sta je altijd weer voor verrassingen, voor problemen en dan zijn er dingen die je moet oplossen.  Maar die wereld in je is een gekende wereld. Dat is een wereld die je volledig als het ware in alle details kunt omschrijven, waarbij alle krachten, alle evenwichten beseft kunnen worden. Dat betekent dat ze beheersbaar is omdat elke actie een vaststaande, tevoren kenbare reactie teweegbrengt, waarbij geen afwijkende randverschijnselen meer denkbaar zijn. Weet je wat ik nou gezegd heb?

De volledig bewuste mens en zelfs diegene die tot een hoger bewustzijn begint op te klimmen, kan in zichzelf een wereldbeeld verwerven waardoor hij in staat is het geheel van zijn wereld te overzien als eenheid en wel volgens de werkelijke betekenis en waarde der dingen, ongeacht de zintuiglijke conclusies die daarbij verder voor hem kunnen optreden. Hij zal hierdoor in staat zijn, zover hij zichzelf beheerst, zijn relatie met de wereld te beheersen. Hij zal verder in staat zijn de werkelijke waarde, betekenis en ook afwijking of disharmonie in die wereld rond hem volledig te herkennen in zichzelf en zelfs in zichzelf grotendeels – en bij volledige ontwikkeling zelfs geheel – te compenseren zodat hij een voortdurend evenwicht en daarmee een voortdurende harmonie in zich en ten aanzien van zijn wereld kan handhaven.

Nu moet u dus heel eenvoudig denken: u leeft. Hoe ver u nou bewust leeft geestelijk is eigenlijk niet eens zo belangrijk. Maar wel is belangrijk dat uw relatie met die wereld er één is waarbij elk geestelijk vermogen en elk geestelijk zintuig dat bruikbaar is ook inderdaad gebruikt wordt. Dat kun je niet doen door het bewust te dirigeren, dat is een heel lang trainingsproces en dan kom je misschien ver. Maar ook al train je het niet, die relatie blijft bestaan. Zodra de mens in zich alles baseert op harmonie, op evenwicht, zal hij die harmonie en dit evenwicht niet alleen in zijn eigen lichaam en uitstraling gaan ervaren, maar het zien als een wisselwerking tussen zich en zijn omgeving. Je wereld en je mogelijkheden in de wereld worden voor jou harmonischer naarmate je positiever staat tegenover al hetgeen je in de wereld ziet.

Vindt u het moeilijker om te zeggen: “ja, ik wil met alles harmonisch zijn”? Maar er bestaat weer een leuke uitspraak aldus deze van Perzische origine, waarbij gesteld wordt: “om een ziekte te genezen, moet je haar eerst aanvaarden”. Dat klinkt een beetje gek, het hoort thuis in de mooie beeldspraken zoals we die bij onder meer Omek-ih-Yan kennen. Maar in wezen gaat het hier om: wanneer ik een kwaal ontken zal mijn poging haar te beïnvloeden disharmonisch zijn. Eerst wanneer ik de kwaal aanvaard voor wat ze is, volledig zoals ze is, kan ik daar positief op reageren. En dan zal die kwaal, in zichzelf een onevenwicht zijnde, zich tot evenwicht herstellen en als zodanig kunnen verdwijnen. En als je dat nu kunt doen met een kwaal, waarom zou je het dan niet kunnen doen met medemensen, met huisdieren, met planten. Waarom zou je dat zelfs niet kun doen ten aanzien van machines, want ook die hebben een soort uitstraling, ook die antwoorden op hetgeen u bent. Hoe meer je dus bewust harmonisch in die wereld bent en gebruik maakt van je eigen krachten, des te verder je komt.

De relatie tussen de geestelijke voertuigen en uw wereld kan kort als volgt worden uitgedrukt: de geestelijke voertuigen zullen geactiveerd worden op het ogenblik dat een harmonie ontstaat, onverschillig dewelke die harmonie is of ten aanzien waarvan zij ontstaat. Elke harmonische werking schakelt het geheel van uw geestelijke voertuigen en dus van uw vermogens in. Elke disharmonische uiting echter betekent dat een verstoring van evenwicht ontstaat waarbij een groot gedeelte althans van de geestelijke voertuigen zich terug zal trekken en bovendien eigen vermogen om levenskracht te omvatten, op te nemen en uit te stralen, beperkt wordt.

In mij is kracht. Hoe die kracht is, weet ik niet precies. Ik kan eraan denken als een heel stel aderen waardoor één of andere kosmische levenskracht pulseert. Ik kan me gewoon voorstellen als een uitstraling zonder meer. In mij en door mij uitgestraald, bestaat er een kracht. Deze kracht is deel van alle kracht. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat deze kracht die in mij bestaat en waardoor ik ben, ook maar één punt in de kosmos kent waartoe ze niet behoort.

Deze kracht heeft haar basis in de oorsprong van alle dingen. Er is één werkelijke kracht – dat heeft u vaak gehoord – als deel van de werkelijke kracht, erkennende het geheel van de werkelijke kracht, wil ik beleven, de kracht van het leven in mijzelf, de kracht van het bestaan in het andere. Ik wil alles bevestigen wat tot het bestaan behoort, ik wil niet oordelen aan de hand van verschijnselen maar ik wil voortdurend teruggrijpen op de essentie.

Wanneer er lijden is, dan is dat mogelijks een disharmonie. Maar wanneer het lijden aanvaard wordt zoals het bestaat als deel van het geheel, zal het zijn betekenis voor mij veranderen, dan zal het voor mij niet meer de dief worden van mijn rust en van mijn kracht, van mijn geloof, maar zal eerder voor mij worden tot een sterking, een nieuwe kracht, een grotere en meer intense beleving waardoor veel van mijn geloof juister wordt geformuleerd.

Er is een kosmische orde, of ik dat nou geloof of niet. Ik ben deel van die kosmische ordening, ik ben deel van één van de evenwichten die er bestaan, of misschien wel vanuit het enige evenwicht dat er bestaat. Dat geldt voor u, dat geldt voor mij. Wij kunnen niet buiten dit alles bestaan, maar alleen als deel ervan. Door de aanvaarding van hetgeen wij zijn en hetgeen de wereld is, maken wij het mogelijk dat deze kracht in volle waarde, in volle intensiteit, in ons pulseert. Zoals de man van de acupunctuur de mens verdooft door een paar naalden in zijn vingers te steken, de mens van een verkoudheid afhelpt door enkele naalden in de buurt van de nierstreek in te brengen, zoals hij al die verschijnselen verandert op een wijze die onbegrijpelijk is, zo veranderen wij, door de kracht die we gaan aanvaarden uit het geheel, onszelf.

We genezen onszelf niet alleen maar of in de eerste plaats lichamelijk, we genezen onszelf vooral geestelijk. We moeten terug naar de eenheid die we zijn. Of je nu op aarde leeft of niet, je bent één persoonlijkheid. Of die geestelijke voertuigen ver van je weg leven of dat je ze voorstelt als ergens in het vlees verpakt, maakt geen verschil uit. Je bent één geheel. Dit ene geheel moet zich voegen in de totaliteit die voor dat “ik” beleefbaar is. Alle geestelijke voertuigen, alle stoffelijke krachten en erkenningen moeten niet beperkt worden tot één voertuig, één wereld en dan misschien nog één bepaalde pretentie, ze moeten worden opgebouwd tot één geheel, een piramide misschien van krachten en energieën, die door de begrenzing die zij vormt van het geheel in zich een brandpunt vormt van de levende kracht, de kosmische kracht, in zich een straling dragende zo sterk, zo voedzaam voor het gehele ik dat het daardoor alleen volledig het deel kan worden van de totaliteit.

Leven is niet alleen maar weten. Leven is voelen. Leven is veronderstellen, het is dromen, het is diep in jezelf zoeken maar ook naar je wereld kijken. Leven omvat de scala van mogelijke verschijnselen en mogelijke acties zelfs van het eigen ik. In dat leven, eenheid zijn, eenheid vinden, eenheid krijgen, dat is het doel. De geestelijke voertuigen van de mens zullen stoffelijk gezien, vaak nieuwe intensiteit, nieuwe mogelijkheden en nieuwe krachten geven. Het samenvloeien van geestelijke en stoffelijke voertuigen betekent ongetwijfeld een juister inzicht en begrip in je wereld maar bovenal een grotere verbondenheid met het geheel, het evenwicht van kosmische krachten dat in je speelt.

Nu kun je zeggen, ja, maar ik zie dat op mijn manier. Dat is uw recht. Het is niet belangrijk hoe je de dingen formuleert, het is belangrijk hoe je ze leeft. U hebt overal geestelijke organen en die brengen stemmingen over, ik garandeer het u, die doen u opvangen: “dit is wel voor mij, dit is niet voor mij, hier erken ik mezelf, daar erken ik mezelf niet”. Maar bovenal kun je daarmee erkennen, wanneer ik iets aanvaard zoals het is en niet zoals ik het wil hebben. Dan zal het mij antwoorden, de kracht die voor mij aanvaardbaar is.

Aanvaardbaarheid, communicatie, hoe je het noemen wilt, is een wederkerig proces. Dat wederkerig proces is niet afhankelijk van woorden of formules, maar van uitstraling.

Ik heb mijn best gedaan om met de beperkingen die op dit moment toch wel voor mij bestaan, harmonie uit te stralen en duidelijk te maken. Wat u bent en wat u doet, gaat me niets aan, want dat is de vorm. Maar wat voor mij belangrijk is, is dat u de kern van kracht die ik ben én die u bent, kunt aanvaarden. Laten we niet vechten over de verschijnselen. Laten we de harmonie en eenheid van de essentie proberen te vinden.

 Alles wat gezegd is tot nu toe, deze avond, is gericht op een verdergaand begrip, het bevat een antwoord voor meer vragen dan u wel vermoed, een sleutel. Ik kan u de sleutel geven, het slot is uw eigen leven; maar ik kan u niet dwingen de sleutel te gebruiken om voor uzelf de deur te openen naar nieuwe krachten, nieuw bewustzijn, dat moet u doen. Ik kan slechts zeggen: “ik aanvaard u zoals u bent, ik deel mijn kracht met u zoals u bent, ik ontvang uw kracht en uw gedachten zoals u bent en ik probeer ze te aanvaarden als, ondanks alles, evenwichtig”. Ik probeer met het geheel van datgene wat ik ben, de andere geestelijke voertuigen te antwoorden. Niet alleen maar op één manier, probeert u het ook eens. Want je kunt de wereld beter maken: je kunt de vreugde van het leven, de kracht van het leven vinden. Je kunt bovenal de eenheid vinden van alle werelden, waardoor een uiting van stoffelijk leven veel minder belangrijk wordt voor u. Wanneer je maar begrijpt dat je zelfs als mens, gebruik maakt van veel meer krachten en zintuigen dan stoffelijk omschrijfbaar zijn.