Geestelijke genezing

1 juli 1957

Waar ons punt van deze avond geestelijke genezing is, zou ik graag allereerst even mijn mening duidelijk maken over heel veel van de dingen waar men geestelijke genezing bij te pas brengt. En dit wil ik doen door als vergelijking een ogenblik een heel bekend grapje te citeren.

U heeft allemaal wel eens gehoord van de man die zo’n ontzettende last had van stijve schouders. Hij kon zich gewoon niet bewegen. Hij ging naar de dokter toe die het erg druk had (vanwege de fondspatiënten) en die hem dus onmiddellijk een smeerseltje gaf. Maar deze man voelde zich daar toch zo ongelukkig bij. Hij dacht: “Kan ik daar dan niet anders van af komen?” En hij ging naar een kennis van hem toe, die zei: “Ja, dat is geestelijk; je moet naar een psychiater gaan.” De psychiater wilde weten of hij soms een haat had tegen zijn vader of zijn moeder; of hij vroeger soms te veel gelopen had en dat hij daar van stijve schouders had overgehouden. Dat hielp ook niet. Toen ging hij naar een magnetiseur toe. Die magnetiseur behandelde hem ijverig en hij dacht een ogenblik dat hij zich beter voelde. Maar aan het eind van de dag was hij even lamlendig beroerd, stijf en geslagen als tevoren. Toen kwam hij thuis en trok zijn jasje uit, wat hij nog nergens anders had gedaan. En daar kwam hij tot de ontdekking dat hij zo’n moderne plastic hanger daarin had laten zitten.

Kijk eens, dat is natuurlijk een grapje. Dat grapje doet mij een klein beetje denken aan de houding van heel veel mensen t.o.v. geestelijke genezing. Zij menen dat een magnetiseur onmiddellijk en te allen tijde goed is, misschien zelfs beter dan de dokter (iets wat ik lang niet altijd kan onderschrijven) en menen dan verder dat zij zelf geen moeite behoeven te doen.

Ik zou van tevoren willen vaststellen: werkelijke geestelijke genezing is zeker een grote kracht, een heel grote mogelijkheid. Maar het zou dwaasheid zijn dat toe te passen op mensen die zelf zich de moeite niet getroosten het euvel op te sporen en te bestrijden. Het is zeer belangrijk dat wij dat van tevoren vaststellen. Want wanneer u werkelijk in moeilijkheden zit, kunt u erop rekenen, dat er heel veel krachten zijn, werkelijke krachten, naast vele suggestieve mogelijkheden die u graag zullen helpen. Maar op het ogenblik dat u bv. een kwaal opdoet door uw eigen schuld en niet geneigd bent de oorzaak ‑ dus uw eigen gedrag en houding ‑ weg te nemen door een wijzigen van uw leefwijze, dan heeft geestelijke genezing weinig nut of weinig zin. Geestelijke genezing heeft alleen dan nut wanneer men alles doet, ook door zichzelf moeite te getroosten om tot een werkelijke heling en genezing te komen. Elke vraag dus over het al of niet mogelijk zijn van het wegnemen en genezen van dit of dat, zou allereerst aan deze punten onderhevig moeten zijn. Ik hoop dus dat u dit duidelijk begrijpt.

Ik ga dit vanavond niet verder vertellen. Want zoals ik zeg, mijn onderwerp is tamelijk uitgebreid. Maar u weet het dus. Wanneer ik hier spreek, neem ik aan dat de patiënt te allen tijde bereid is, zelf te streven naar beterschap, dat de patiënt verder bereid is daarvoor offers te brengen en dat zo’n patiënt niet voor het eerste het beste wissewasje naar een dokter, een magnetiseur, een healer of wat dan meer ook, rent. Zo, nu weet u ongeveer hoe ik erover denk. Dan kan ik gaan beginnen. En dan hoop ik na de pauze te horen, hoe u erover denkt.

Onder het begrip ‘Geestelijke Genezing’ verstaan we de werkzaamheid van alle geestelijke krachten die genezing ‑ lichamelijk en geestelijk ‑ tot stand kunnen brengen. Dit houdt in dat onder geestelijke genezing ook vallen de behandelingen van b.v. een psychiater, die meer dan normaal gevoelig is. Dat geestelijke‑genezing ook kan optreden bij een supersensitief chirurg, die daardoor a.h.w. inspiratief een operatie kan volvoeren. Er is geen grens gesteld aan dit begrip en het is moeilijk om een juiste indeling in vakken te geven. Wanneer ik dat doe, is het betrekkelijk willekeurig. Ik zal daarbij in de eerste plaats de mogelijkheden opsommen, in de tweede plaats, de meest voorkomende werking en de daarmee gepaard gaande verschijnselen. En ik zal proberen in het derde punt u duidelijk te maken, welke krachten u zelf activeren kunt voor geestelijke genezing en hoe u zelf ‑ soms op zeer simpele wijze ‑ daar ook enige resultaten mee kunt behalen. Allereerst de indeling:

Geestelijke genezing.

Elk contact van geest tot geest dat een genezende werking heeft, hetzij direct hetzij indirect of door derden, wordt geestelijke genezing genoemd. We kunnen deze onderscheiden in de volgende punten:

In de eerste plaats directe geestelijke genezing. Krachten van niet‑aardse origine, dan wel niet meer menselijke status grijpen van uit hun eigen wereld in de menselijke wereld in en bereiken daar ‑ door werking van hun eigen kracht­en ‑ een gezond worden van het menselijk organisme.

In de tweede plaats middelijke genezing. Middelijke geestelijke genezing veronderstelt het optreden van een tussenpersoon dan wel een speciale omge­ving of invloed. Hieronder kunnen worden gerangschikt alle genezingen op af­stand alleen door middel van geestelijke krachten. Alle genezingen in wonder­-plaatsen, voor zover ze niet aan zuiver chemische invloeden toe te schrijven zijn. En daar­bij mag ik als beperking doen gelden ‑ dus ook nog voor het laatste ‑ in zover autosuggestie geen grote rol speelt.

Dan krijgen we de derde mogelijkheid: het via directe schakel werken. Hierbij moet een genezer (genezende persoon of medium) ingeschakeld zijn. Daarbij zijn genezingen op afstand zowel als door contact ‑ contact healing mogelijk. Bij de genezing op afstand gaat het om de concentratie van het medium of de contactpersoon, die met de patiënt voeling opneemt. Het is noodzakelijk dat er dan een geestelijk rapport bereikt wordt (dus een zekere overeenstemming van denken, heel vaak versterkt door suggestieve middelen als schrijven of telefoneren) waarna dan krachten van de contactpersoon ‑ eventueel genezend medium ‑ aan de patiënt kunnen worden overgedragen en eventueel door deze personen ook nog krachten uit de omgeving kunnen werden opgenomen en doorgestuurd.

Dan kennen we de onmiddellijke contact‑genezing. Bij contact‑genezing hebben wij altijd te maken met twee aparte factoren. En wanneer ik ze in volgorde van belangrijkheid moet zeggen, dan zou ik zeggen dat de suggestie het me zeker niet kwalijk zal nemen, dat ik in de allereerste plaats noem de magnetische kracht of beter gezegd: de levenskracht. Bij contact‑genezing wordt gebruik gemaakt van het feit dat in elke mens een zeker potentiaal aan levenskracht aanwezig is. Deze levenskracht, in de cellen werkzaam en ontstaande, maar zich hoofdzakelijk langs de zenuw­banen verplaatsend, kan door de wil zodanig worden gedirigeerd, dat een punt van verminderde weerstand in het lichaam de kracht doet uittreden en van daar een object dat in de richting van de uittreding ligt, doet beroeren. Bij deze beroering is het dan mogelijk. ‑ maar niet altijd noodzakelijk ‑ dat de persoon of het object dat beroerd wordt, deze kracht in zich opneemt, dus absorbeert. Is die absorptie direct en volledig, dan is er sprake van een di­rect genezend proces, waarbij de indicatie van de genezer (dus zijn wil tot genezen van een bepaalde kwaal) de plaatsing van deze kracht in bepaalde de­len van het lichaam mee helpt‑ bepalen. Maar het is ook mogelijk dat tussen genezer en patiënt niet een voldoende contact bestaat, een voldoende gelijk­heid van leven of levenshouding. In een dergelijk geval is een afwijzen van deze krachten door de patiënt‑ onbewust ‑ mogelijk. In dit geval zal de ge­nezer wel vermoeid raken, maar de patiënt niet beter worden.

Het is ook zeer belangrijk dat bij contact‑genezing degene die geneest een zekere indruk weet te maken op zijn patiënt. Suggestiviteit van optreden brengt met zich mee dat de patiënt in de eerste plaats openstaat voor de opgelegde wil tot genezing. Hierdoor voelt de patiënt zich meestal al enigszins verlicht, heeft hij/zij houvast gevonden en zal als zodanig zich gemakkelijker openstellen voor alle krachten van niet‑stoffelijke aard.

Het gevaar bij alle voornoemde wijzen van genezing is de niet altijd bestaande mogelijkheid tot het stellen van een redelijke diagnose. Waarbij ver­der rekening moet worden gehouden met het feit dat de doorsnee geestelijk genezende persoon of medium niet voldoende onderlegd is om zelf de juiste diagnose en daaruit de volledig juiste conclusie te trekken.

Dan kennen we verder nog de volgende methode, die ik ook onder geestelijke genezing zal willen bevatten; in de eerste plaats aanblazing, waarbij de adem geladen met een deel van de levenskracht van de genezer, de gekwetste plekken beroert. Het is een afwijking van een hier gebruikelijke geneesmethode, maar betekent verder geen grote wijziging van betekenis of inhoud van het genezingsproces. Dan kennen we bovendien nog – en dat is iets wat hier heel zelden voorkomt maar het is toch ook geestelijke genezing ‑ de hypnotische beheersing van het sujet, waardoor het mogelijk is om gedurende kortere, soms zelfs langere perioden bepaalde levensprocessen af te remmen, stil te zetten e.d. Misschien mag ik van het laatste een voorbeeld geven; dat maakt het  iets duidelijker.

Laten we zeggen dat iemand door een slang wordt gebeten. Ik neem hier een feitelijk voorbeeld. Deze slang is giftig. Normalerwijze zou de getroffene dus binnen ongeveer 1 1/2 à 2 minuten in coma verkeren en kort daarop succumberen, overgaan. Nu is er toevallig een magiër aanwezig. Deze magiër concentreert zich op die persoon en weet een absolute remming van bloedstroming in het getroffen li­chaamsdeel tot stand te brengen. Dan kan hij hierdoor verder een zodanige spierkramp verwekken dat het gif grotendeels wordt uitgedreven en zijn do­delijke werking dus teniet wordt gedaan. Dit komt voor. Het is niet alleen maar een voorbeeld zonder meer, het is een feitelijk gebeuren. Maar het komt zelden voor. Want dit vraagt niet alleen een beheersing van je patiënt, maar het vraagt bovendien ‑ en dat is heel wat belangrijker – voldoende kennis van het lichaam van de patiënt om de suggestie ook inderdaad zodanig over te dragen, dat het gewenste resultaat volgt.

Nu heb ik hier dus betrekkelijk summier een overzicht gegeven van verschillende geneeswijzen. Zijn er bepaalde bij, waarover u meer wilt weten, dan kunt u zo dadelijk na de pauze daarover vragen.

We komen nu tot de werkwijze. De werkwijze zal zeer verschillen naargelang de eigen instelling van de genezer of van de genezende kracht. In de praktijk kan gezegd worden dat ieder mens door een grote hoeveelheid levende kracht te allen tijde omringd is. Er is geen ogenblik dat deze kracht niet rond u is en wat meer is, er is ook geen enkel ogenblik te noemen in uw hele bestaan van geboorte tot overgang, dat u deze kracht niet in zekere mate in u opneemt en daardoor er­gens verbruikte krachten ook mee aanvult. Dat is dus niet alleen een kwestie van eenvoudig ademhalen en zuurstof, er hoort ook nog iets anders bij Deze kracht echter wordt door de normale persoon slechts in beperkte mate­ opgenomen. Kunnen wij bij iemand de remmingen daartegen wegnemen, die vaak hoofdzakelijk onderbewust mentaal zijn, dan kan worden gesteld dat zo iemand zonder meer alleen door het opnemen van deze kracht voldoende energie zou kunnen gewinnen om zelfs gehele spierweefsels bv. te vervangen of gehele organen a.h.w. te hernieuwen in buitengewoon korte tijd. Dan kan hier dus een genezing plaatsvinden die werkelijk wonderdadig is. Vandaar dat het prin­cipe dat wij bv. kennen bij Christian Science, zeker niet dwaas is.

Rond ons is de kracht, de goddelijke Kracht zo u wilt. Wanneer wij ons volledig openstellen voor deze kracht, dan zal deze kracht ons in harmonie brengen met zichzelf d.w.z. gezond volgens onze eigen status. Maar wij kunnen dat over het algemeen niet. Deze overgave is soms onder suggestie mogelijk, maar zelfs dan is het dubieus of ze volledig zal zijn. Dit komt dus betrekkelijk weinig voor. Maar nu bestaan er ook krachten, men noemt ze ook geesten. Deze geesten leven in een wereld die niet helemaal zonder substantie is. Er is daar wat men noemt: fijne materie. En deze fijne materie nu heeft de eigenaardigheid dat zij in veel grotere mate het opnemen en doorgeven van deze kracht mogelijk maakt dan de stof, die door haar vaste verhoudingen, haar gebondenheid a.h.w. aan eigen patroon, hier vaak betrekkelijk ongevoelig voor is. Zo kan de geest dus in zeer korte tijd zeer grote hoeveelheden van deze kracht die in haar eigen wereld evenzeer bestaat als in de uwe, bijeenbrengen. Wanneer zij nu iemand vindt, die daarvoor gevoelig is, kan zij inderdaad de kracht volledig op hem overbrengen. In verband hiermee is het misschien interessant op te merken dat men in de kringen van spiritisten etc. graag spreekt over geestelijke operaties e.d. De waarheid daarover kunnen we zo terloops ook wel vertellen. Kijk eens, een werkelijk geestelijke operatie bestaat niet. Want een operatie betekent het wegnemen van iets of het kunstmatig veranderen van iets. Dat kan geen enkele geest. Een geest, die dat zou trachten te doen, zou ongetwijfeld daarmee de dood van zijn patiënt teweegbrengen. Maar er bestaat wel een andere mogelijkheid. En dat is: Je kunt groeiprocessen van cellen stimuleren en remmen. Wanneer je dit op de juiste wijze doet onder grote toevoer van levenskracht, dan kun je dus een weefsel veranderen of vernieuwen door deze wijze van stimuleren en stimulans onthouden. Dat noemt men dan wel eens geestelijke operatie. Maar het is niet zo dat u met een blindedarm ligt en dat er ‘s nachts een paar weldoende geesten aan uw bed komen, waardoor u voortaan het wormvormig aanhangsel verder mist ondanks het feit dat de dokter geen litteken ziet en dus bij een opkomende kramp vergeefs zoekt naar deze zoekgeraakte appendix. U zult wel begrijpen dat die geestelijke genezing dan ook een geweldmaatregel is. Zij wordt bij voorkeur niet toegepast. De geest zal te allen tijde trachten de natuurlijke processen van het lichaam te bevorderen. Maar dit houdt ook in dat over het algemeen, de processen die zich in het lichaam afspelen, een zekere tijd vergen. Naarmate de storingen in het lichaam ernstiger zijn, kan ook de hulp die de geest biedt, beperkt worden. Want een geest, die niet zoals voornoemd operatief kan of wil ingrijpen, is gebonden aan het bevorderen van een zuiver natuurlijk genezingsproces. En indien de verwonding (stel bv. een carcinoom of zoiets, we kunnen ook een trauma nemen dat betrekkelijk diep gaat) te ver is gevorderd, te ver is doorgedrongen, dus te veel van de levenskrachten reeds vergt of eventueel vitale organen heeft aangetast, dan kun je dat niet in zo korte tijd in orde maken dat er nu werkelijk sprake is van genezing zonder ingrijpen van buitenaf. Ik mag er dus wel op wijzen dat het voor u ongetwijfeld goed is te vertrouwen op geestelijke hulp, maar dat u daarnaast nooit moet verzuimen alle maatregelen te treffen die stoffelijk verantwoord zijn. Dat is de enige methode.

Ik weet, van mijn standpunt uit klinkt dit misschien vreemd. Maar geloof me, we hebben vaak heel wat minder zelfvertrouwen dan u aanneemt. Wat dat betreft zijn we vaak net kleine jongens, die ons groot houden, omdat anders oom en tante er wat van zullen zeggen. En als je een beetje meer volwassen raakt, dan ontdek je dat het eigenlijk een heel domme houding is en dat je daardoor meer schade doet dan goed. Vandaar deze opmerking. De geest nu kan natuurlijk onmiddellijk werken. Maar daar is weer iemand voor nodig die we bereiken kunnen. En nu bestaat er voor de geest ‑ tenminste in onze sferen – dus de lichte sferen één beperking: Geen enkele geest, ja, geen enkel wezen van onze sferen mag ingrijpen tegen de wil en zonder de vrije aanvaarding van ongeacht welk individu, in welke sfeer of wereld dan ook. Eenieder moet zijn eigen gang ter bewustwording gaan, daar mogen wij niet in tussen komen. Dus alleen bij aanvaarding is deze directe genezing inderdaad een mogelijkheid. Ze kan dan buiten genezing leiden tot vergroting van kracht, vergroting van vitaliteit, behoud van jeugd e.d. De geest zal echter zelden een patiënt vinden, die daartoe onmiddellijk maar bereid is, die dat zo maar aanvaarden kan. De meeste mensen hebben een stoffelijke tussentrap nodig. En de geest, die dan ook genezend werk tracht te volbrengen op de juiste wijze ‑ van uit de lichte sfeer dus ‑ zal heel vaak trachten een persoon te vinden, die als bemiddelaar/bemiddelaarster kan dienen. Hier is nu het stoffelijke ‑ ik zou haast zeggen het visuele effect geschapen. Die persoon zelf behoeft niets te kunnen. Onthoud dit wel. Zo’n persoon kan over bijzondere krachten beschikken, maar het is niet noodzakelijk. Wel moet die persoon zelf die geest geheel aanvaarden, dus tot een harmonie, tot een eenheid daarmee komen.

Nu kan via die persoon een suggestieve werking worden uitgeoefend op anderen. Die komen daar om raad vragen, of krijgen raad en hulp aangeboden. Hierdoor is een relatie geschapen, die aanvaarding impliceert. Is die aanvaarding volledig, dan zal het mogelijke genezend effect zeker sterker zijn dan wanneer dit met een sterk voorbehoud is.

Soms echter kan je zo’n patiënt nog niet eens direct bereiken. En dan sta je voor de treurige moeilijkheid dat je dan in de omgeving een contactpunt moet hebben. Dit wordt nu bv. gedaan, wanneer één van de familieleden van de patiënt komt en om hulp of genezing vraagt, terwijl het in feite niet mogelijk is deze direct te geven. Nu wordt zo’n persoon a.h.w. tot contact gemaakt. Van daaruit wordt de verbinding tot stand gebracht. Ook hier krijgen we een zekere ‑ soms zeer subtiele ‑ suggestieve werking; en deze suggestie maakt de patiënt ‑ zij het onderbewust ‑ bereid tot aanvaarden van de hulp die geboden wordt.

Dan hebben we nog enkele andere mogelijkheden en daarvan is er één misschien zeer interessant: afstandsgenezing. Genezing op afstand en het sturen van krachten op afstand is een kwestie van concentratie. Die concentratie is gebonden aan een voorstellingsvermogen. Dat voorstellingsvermogen behoeft niet bewust in de mens te schuilen. Dus anders gezegd: het is niet noodzakelijk dat u zich iemand ten voeten uit voor kunt stellen. Het is wel gemakkelijk. Maar u moet weten naar wie u die kracht stuurt. Ook al hebt u alleen maar een briefje, al hebt u alleen maar een voorwerp van die persoon, een contactpunt is nodig plus een voorstelling.

De concentratie wordt dan gebruikt om ‑ evenals een psychometrist vaak doet ‑ een haast telepathisch rapport tot stand te brengen. Dus hier is zuiver sprake van een eenheid van denken, die geschapen wordt. Deze kan oppervlakkig of betrekkelijk diepgaand zijn. In beide gevallen echter is er voldoende binding gevonden om ook hier krachten over te dragen.

Kan men nu iemand niet direct benaderen of zijn er moeilijkheden wanneer iemand alleen in de afstandsgenezing zou moeten geloven, dan maakt men gebruik o.a. van gemagnetiseerd water e.d. Deze middelen zijn over het algemeen zelf niet veelbetekenend, ze houden niet veel in, maar de suggestieve werking, die ze tot stand brengen, is belangrijk. Dan heb ik nog te spreken over het punt: suggestie. U moet één ding niet vergeten. De doorsneemens voelt zich, zoals hij denkt te zijn, niet zoals hij werkelijk is. Uw eigen reactie, zuiver psychisch dus, is voor uw fysieke gesteldheid van een betekenis die niet voldoende benadrukt kan worden. Dat houdt dus in dat wanneer ik psychisch een bepaalde verandering of een andere instelling tot stand kan brengen, ik hiermede ook kan komen tot een verandering van het innerlijk werken van het lichaam. De gedachte ….

Ik zal het iets uitgebreider zeggen. Ik zal het zo zeggen: Wanneer een mens denkt, bewust, onbewust of via het automatisme, dan vindt hier een werking plaats via het zenuwstelsel. En dat is een werking die in twee delen tot uiting komt. Dus zowel in het sympathisch zenuwstelsel als in de rest. Die werking beïnvloedt onwillekeurig meer of minder alle organen, die door de stroom worden beroerd, alle weefsels, die erdoor worden beroerd. Wanneer u dus in uw vinger prikt, zal niet alleen deze plaats pijn doen, maar is het heel goed mogelijk, dat een reflex-pijn schiet tot bij uw elleboog. Dan was de prikkel sterk genoeg om de reactie via alle zenuwkanalen door een overbelasting als pijn te doen voelen.

Stel u nu het omgekeerde voor: dat ik de impuls genezing geef, maar met een volledige overtuiging, volledige sterkte, alleen doordat ik geloof dat die genezing komt. Deze impuls is voldoende om mij de illusie te geven van een langzaam voortschrijdende genezing. Dus het is geen feitelijk gevoel, maar er is wel een feitelijke invloed. Want het gevoel als zodanig betekent een verandering van alle zuiver organische toestanden. Ik kan hiermee niet aantasten (dat zeg ik er meteen bij) cel-woekeringen als kanker, ziekten door virus en dergelijke veroorzaakt  zoals bv. nu ja, laten we nemen tuberculose, dat is ook een bekend kwaad, nietwaar. De bacillus dus kunnen wij niet zonder meer daarmee verdelgen, maar we kunnen wel de levens­condities daarvan aanmerkelijk bemoeilijken. We kunnen een zekere nieuwe impuls geven aan de lichamelijke bestrijding daarvan. Daardoor alleen reeds is dus een goede geesteshouding bij een patiënt scheppen zeer belangrijk.

Zo zullen wij heel vaak trachten om naast een gewone genezing dus bepaalde spectaculaire effecten tot stand te brengen. Dit kan bv. gebeuren door een plotselinge werking ‑ wanneer wij menen dat het noodzakelijk is ‑ die ineens een hele ommekeer brengen. Door die plotselinge ommekeer wordt eigen levensaanvaarding, eigen levenshouding veranderd en komen wij te staan voor een genezing en een levenswil in de persoon die nu volledig actief ook alle reserves van het eigen lichaam aanspreekt en daardoor de genezing sterk bevordert.

Zo, dit was dan iets over de wijze, waarop geestelijke genezing alzo plaats kan vinden. En nu moet ik u waarschuwen. Denk vooral niet dat ik u hier een practicum geef, dus een handleiding, waarmee u nu allemaal weg kunt gaan en geestelijk gaan genezen zonder meer. Dat is mij onmogelijk, al is het alleen maar om de eenvoudige reden dat elke genezer vanuit zich persoonlijk moet genezen. Nu ja, de dames nemen het mij niet kwalijk dat ik steeds in het mannelijke spreek, maar anders moet ik zeggen: genezer en genezeres. En nu mag menige vrouw een ster zijn, maar genezeressen zijn er ongetwijfeld niet veel meer dan genezers; dus accepteer het maar in de mannelijke vorm.

Wanneer wij genezen, is het in de eerste plaats noodzakelijk, dat wijzelf ons a.h.w. gedreven en geleid voelen. Dus niet een kopje koffie drinken en zeggen: “0, heb je hoofdpijn? Ik zal je er wel even van af helpen.” Die instelling is volkomen fout en zou ten hoogste suggestieve effecten kunnen voortbrengen, maar geen werkelijke genezingseffecten. Dus er moet in u een sterke wil tot genezen aanwezig zijn.

In de tweede plaats is het noodzakelijk dat eenieder die wil genezen, ook werkelijk zonder enige aarzeling zijn eigen krachten daaraan geeft. Dus niet denken. “Als het nu maar niet te veel kracht kost, want dan ben ik dadelijk moe.” Op het ogenblik dat u dat denkt, remt u de werking van uzelf af en is het resultaat praktisch nihil buiten de suggestieve waarde.

Verder: Werkt u met geestelijke krachten of wilt u met geestelijke krachten werken, heb dan een absoluut vertrouwen erin, ook wanneer het wel eens mis schijnt te gaan. Want u kunt niet alles overzien. U probeert kritisch te zijn er tegenover, maar op het ogenblik van de genezing mag u dat niet zijn. U moet een absolute eenheid zijn met alle krachten rond u, geestelijk of kosmisch, die bij de genezing te pas komen. Heeft u daaraan voldaan, dan zijn er nog een paar regels, die ook praktisch niet te vermijden zijn.

In de eerste plaats: U kunt uw patiënt niet onmiddellijk beginnen te behandelen. Een persoonlijk contact tussen patiënt en genezer is altijd noodzakelijk. Er moet een zekere persoonlijke basis, een zekere persoonlijke relatie zijn ‑ zij het dat deze verder nog zo formeel en oppervlakkig is, zodat beiden elkaar geaccepteerd hebben, voordat tot de werkelijke genezing kan worden overgegaan.

Het is onmogelijk, enigerlei genezingshandeling te bepalen op tijd. Evenzeer is het erg gevaarlijk ‑ zo niet onmogelijk ‑ om zonder met wijzeren erover gesproken te hebben (zo u daartoe de mogelijkheid hebt) beloften te doen aangaande het resultaat van uw behandeling. Wel zult u steeds daarbij de suggestie moeten geven, dat die behandeling goed is, want u moogt geen afstand doen van het suggestieve effect dat in deze vaak zo belangrijk is.

Een contactgenezing bij onmiddellijke beroering wordt zo veel mogelijk voorkomen tenzij bij handoplegging. Bij handoplegging wordt de hand gelegd niet daar waar de patiënt zegt, dat hij pijn heeft, maar waar de genezer ‑ de genezende persoon dus ‑ a.h.w. voelt, dat zijn eigen kracht het sterkst werkt. Want de pijn en de oorzaak kunnen vaak geheel verschillend, zijn. En het aanzetten in de juiste contactvorm is belangrijker dan het directe benaderen van de pijn op zichzelf. Dan, te allen tijde zal met het maken van passes een zeker inspiratief element moeten optreden. U kunt dus niet gaan zeggen, zoals sommigen doen: “Nou, ik zal u wel even genezen, het consult kost…. Zo… (het medium maakt verschillende bewegingen met de handen) … Ja….Weg.”

Dat is goochelarij, vrienden. Bedrog. Een genezer die zich werkelijk respecteert en die werkelijk iets wil doen voor zijn patiënt, zal heel vaak een ogenblik a.h.w. stilstaan; hij weet niet waar hij beginnen moet. Het inspiratieve element komt dan, wanneer men a.h.w. zich gedrongen voelt om een zekere passe te maken. En die passe blijft men maken tot men voelt, dat men een andere passe moet maken. Men vraagt zich niet af: “waarom doe ik dat?” Dat heeft geen zin.

In heel veel gevallen (dat wil ik u ook wel meteen verklappen) is het grootste gedeelte van deze passes in feite nutteloos, maar zijn ze noodzakelijk voor uw zelfverzekerdheid plus de suggestieve werking op de patiënt, zodat hier naast autosuggestie gelijktijdig suggestie op anderen wordt uitgeoefend. Hoe het ook zij, zij het alleen in het a.h.w. volkomen automatisch werken kan elke genezer resultaten hebben.

Natuurlijk, wanneer wij er verder op ingaan, dan blijkt, dat wij ‑ vooral wanneer we te maken hebben met het hoofd, de ruggengraat en bepaalde zenuw­knooppunten ‑ een zekere methode hebben van passes maken, die voorkeur heeft. Dat is ongeveer hetzelfde als een Chinese kuur; daar zie je ook waar het ze­nuwknooppunt ligt om te kijken of je een gouden of zilveren naald gebruikt, nietwaar. Dus … ja, u weet wel, dat zijn die mensen die vroeger geneeskundigen waren, maar volgens sommigen in de moderne geneeskunde de mens tot spel­denkussen maakten; waarna men langzamerhand is gaan zeggen dat ze toch misschien niet zo dom waren als men wel had gedacht. Een normaal verschijnsel in de geneeskunde.

U noemt mij de afwijking toch niet kwalijk, hè? Neen? Want weet u, het is opvallend, maar als de geneeskunde volledig orthodox was geweest, weet u dan, wat er op het ogenblik zou gebeuren? Dan zou er een medicijnman om uw bed komen dansen, eventueel ook bepaalde sociale diensten, dat is mogelijk ‑ maar een gewone medicijnman met dansen en bezweringen. En als u al te ziek bent, dan slaat hij een gaatje in uw schedel om de boze geest eruit te laten. Want elke verbetering van de geneeskunde ‑ dat mag ik wel even opmerken ‑ is niet door de orthodoxen maar door de revolutionairen gebracht. Dus degenen, die heel vaak door de werkelijke geneeskunde een klein beetje scheef werden aangekeken. Goed. Zoals in het verleden geestelijke genezing werd gebruikt, zal ze ook in de toekomst gebruikt worden; evenals men thans bepaalde genezingsmethoden van de oudheid weer opnieuw gaat toepassen, zij het in gemoderniseerde vorm. Maar daar hebben wij niets mee te maken. Wij hebben immers, wanneer wij normaal genezen, tenzij we vaklui zijn op dat gebied hè; en dan is de grote vraag: “Wat maakt u daar vakman?” Dat is ongeveer hetzelfde als de goochelaar die zichzelf professor noemt. Je moet het jezelf maar toekennen, die waardigheid ‑ maar goed, dan weten we niet precies, hoe dat allemaal zit. Het vraagt een zeer grote studie om precies te weten waar en wat werkzaam zou kunnen zijn. Maar wanneer wij werken volgens onze eigen ingeving, dan bereiken we in ieder geval een accepteren door de patiënt, maar ook een zo groot mogelijke werkzaamheid van uit onszelf. En dan zullen we misschien niet een maximum resultaat behalen, maar we zullen toch in ieder geval een redelijk resultaat behalen en geen dwaasheden uithalen. En dat is belangrijk.

Dan zijn er verder nog een paar punten die ik elke leek die zich met geestelijke genezing bezig wil houden, van tevoren zou willen aanraden.

  1. Probeer geen patiënten te genezen die dokterskosten willen sparen. Een patiënt, die tot u komt, is geheel voor uw verantwoording en u kunt deze niet dragen, tenzij ‑ een zeer belangrijk punt ‑ daarnaast stoffelijke controle door deskundigen mogelijk is, en inderdaad plaats vindt. Dus dat is het eerste punt.
  2. U zult te allen tijde moeten proberen, om een behandeling zo te doen plaatsvinden, dat u zelf daarmee tevreden bent. U weet dat u niet altijd kunt slagen; maar u weet ook dat u een zekere mogelijkheid heeft. Die mogelijkheid ligt niet alleen in uzelf. Dientengevolge zal iemand die gelovig is, bidden voordat hij aan geestelijke genezing begint. Iemand die misschien anders denkt, zal zich concentreren op hoge en kosmische krachten. Verder zal onze concentratie, indien wij menen zelf te genezen, op de patiënt zijn. Maar menen wij zelf geen voldoende krachten te hebben, laten wij dan vooral onze concentratie steeds richten op het hoogste, desnoods op God. Het hindert niet welk punt u heeft, maar uw concentratie moet liggen buiten uw patiënten wel in een krachtbron die naar u meent u steunt. Let wel, reëel of niet, we hebben die bron nodig. Die bron is voor ons het houvast, de zelfverzekerdheid. Hoe sterker we daaraan denken, hoe meer we daarin opgaan, hoe makkelijker we werken. Dan zullen we ons verder dit aanwennen: We zullen nooit zonder meer beginnen met een behandeling. We zullen ons de handen altijd eventjes spoelen onder stromend water. Wassen hoeft niet. U moogt rustig met vuile handen aan het werk gaan. Maar stromend water reinigt. D.w.z. wanneer een zeker fluïdum (want dat hebt u, u hebt een uitstraling) bestaat of een hitte-uitstraling, die niet aangenaam is voor de patiënt, wordt deze hierdoor tenietgedaan. Voor uzelf krijgt u het gevoel, dat u zuiver, dat u schoon bent en dat dus de kracht niet belemmerd wordt. Ook na afloop zult u datzelfde doen. Dan zult u zich verder altijd moeten realiseren, dat reflexpijnen bij de genezer tot één van de onaangenaamste verschijnselen behoren van het genezen als magnetiseur, als geestelijk genezer. We zullen dus nooit genoegen nemen met een eenvoudig “afgesloten zijn.” We zullen onszelf reinigen. Of we dit mentaal doen door een gebed, door een wassing of door de bekende gebaren, doet minder ter zake. De werking van al deze is gelijk. Maar de reiniging is noodzakelijk. Verder realiseren we ons heel goed dat ‑ wanneer we krachten hoofdzakelijk uit onszelf geven ‑ bij ons een tijdelijk tekort aan kracht optreedt. We zullen dus vermijden gedurende een korte periode voor en na de behandeling bv. alcohol te gebruiken of sterk prikkelende middelen. Ook geen sterke koffie of thee. Wacht u even vijf minuten, dat is veel beter. Na de genezing ontspant u zichzelf even. Deze ontspanning is voor u noodzakelijk, omdat juist daardoor u in staat bent uw tekort aan krachten al­thans summier aan te vullen. Alleen op die manier hebt u mogelijke resultaten zonder schade voor uzelf. En nu heb ik eigenlijk hetgeen ik beloofd heb te zeggen, gezegd. Maar wanneer u ‑ ondanks de misschien langzamerhand enigszins tropisch wordende temperatuur ‑ nog kunt luisteren, dan zou ik nog wel een paar punten zo daar achteraan willen vertellen. Kijk eens. We weten allemaal dat geestelijke genezing en al wat daaronder kan vallen, niet al te gunstig wordt ontvangen door de officiële overheid. Dat heeft zijn reden. Men zal heel vaak personen aantreffen, die ofschoon in het begin eigenlijk volkomen eerlijk en begonnen met de bedoeling de mensheid te helpen ‑ langzaam maar zeker de financiën belangrijker vinden dan wat anders. En wanneer dat gebeurt, komt er zoveel humbug bij te pas, dat grote gevaren kunnen ontstaan. Dat kunnen we natuurlijk niet riskeren. Dus we stellen als regel dit: Iemand die begint met loon te vragen, voordat hij behandelt een prijskaartje heeft, die laten we liever terzijde liggen. Wanneer iemand dan vergoeding vraagt, omdat hij een hele dag nu eenmaal zijn tijd daaraan moet besteden, dan kunnen we dat billijken, mits die vergoeding aan ons wordt overgelaten. Want dan mogen we onze dank betuigen.

Zo gaat het voor u ook. Het is niet zo dat u er niets voor moogt aannemen; maar het is beter dat u er alleen datgene wat hoogstnoodzakelijk is er werkelijk voor aanneemt.

Wanneer we dan verder gaan nadenken, dan blijkt dat er nog een grote reden is waarom dit wordt verworpen. En dat is: de roekeloosheid waarmee mensen met volkomen zelfverzekerdheid zeggen: “Ik weet wat dit is en ik zal het genezen.” Die zelfverzekerdheid kan soms inderdaad juist zijn. Maar aan de andere kant kunnen we nooit helemaal zeker zijn. We mogen niet denken dat we onfeilbaar zijn in deze dingen. Juist daardoor worden de meeste fouten gemaakt en ontstaat het meeste kwaad voor de mens. Dat is niet aanvaardbaar.

Dus zullen wij genezen in nederigheid en nooit met de hoogmoed die probeert ons te stellen naast of boven de medische faculteit, die ons maakt tot een soort God‑gezonden‑genezer, verheven boven heel de wereld. Op het ogenblik dat u die houding aanneemt, is alleen uw hoogmoed al voldoende om uw werk in waarde te doen dalen. Neen. We zullen integendeel proberen om zoveel mogelijk contact te krijgen met de geneesheer.

Ik weet dat het in heel veel gevallen verworpen zal worden. Dat is erg jammer. Maar dat neemt niet weg dat ten slotte de medicus iemand is die – onverschillig of hij nu door roeping of van beroep medicus is ‑ toch jarenlange studie achter zich heeft, terwijl wij alleen maar inspiratief met andere krachten werken. Hij heeft dus een zeker recht om aarzelend te staan tegenover deze vreemde dingen. We mogen ons daardoor niet beledigd gevoelen. Maar wanneer dat nu eenmaal gebeurt, wanneer we proberen zo’n arts erin te kennen, dan doen we in ieder geval alles wat we kunnen doen om een verantwoorde behandeling van de patiënt mogelijk te maken. We kunnen ook rustig, wanneer we menen iets te constateren, dat meedelen aan die arts, eventueel buiten de patiënt om. Wanneer we nu te maken krijgen met niet‑lichamelijke kwalen, dan wordt de zaak nog moeilijker. Want iemand die een zuiver geestelijke kwaal heeft ‑ dus ik denk hier aan neurose, psychose, enfin al die dingen die lopen van krankjorum tot krankzinnig nietwaar ‑ dan krijgen we daar te maken met de psychotherapeut. In hoeverre deze in staat is te behandelen, ja, dat is ook een vraag. In heel veel gevallen kan hij wel wat bereiken, in andere gevallen niet. Maar wij mogen nooit tegen zo iemand in werken. We moeten altijd proberen met zo iemand mee te werken. En in vele gevallen zal blijken dat wanneer de psychiater ‑ wat hij dan verder is, misschien psychosomaticus of iets dergelijks ‑ bereid is daar de hulp van een magnetiseur als een soort leken‑therapeut naast zijn eigen diensten te aanvaarden, dan zal soms door een zeer korte uitspraak tussen beiden voor de patiënt onnoemelijk veel bereikt kunnen worden In de eerste plaats kan de therapeut, wanneer hijzelf niet gevoelig is, alleen al aan de reacties van de sensitieve persoon op zijn patiënt zeer veel hebben door de aanwijzingen die daarin verborgen liggen. Hij kan die dan tenminste nagaan. In de tweede plaats zal door de samenwerking ‑ de hechte samenwerking ‑ het stoffelijk verantwoorde en het geestelijk verantwoorde element plus de geestelijke kracht tot eenheid worden. En nu ga ik iets zeggen waar velen, die medicus zijn, zich misschien over zal verwonderen of zich minder prettig bij zal voelen, maar ik wil het toch graag zeggen: Mijns inziens heeft men de fout gemaakt om hetzij te veel te specialiseren, dan wel zich alwetend te wanen. Voor mij zou naast een goede huisarts, een soort research team noodzakelijk zijn. En dat zou moeten inhouden volgens mij: een psychiater, een psychosomaticus, een internist en dan mogelijkerwijze nog een consulterende specialist. Dezen zouden moeten samenwerken met de behandelende geneesheer, de huisdokter. Maar in dit team zou ruimte moeten worden ingeruimd aan een medium. En nu bedoel ik hier helemaal niet iemand, zoals ik hier op het ogenblik in gebruik heb, die daar helemaal wegzinkt; maar dus iemand met buitengewone gevoeligheid, die hetzij via helderhorendheid, helderziendheid of op enigerlei andere wijze langs niet‑stoffelijke en redelijke wijze tot een diagnose komt. En verder zou ik in zo’n team graag vertegenwoordigd zien, een gewone spiritual healer, een geestelijke genezer. Door deze aanvulling zou ongetwijfeld een mogelijkheid tot een goede, concrete resultaten opleverende, behandeling ‑ voor ernstige patiënten vooral ‑ zeer vergroot zijn. En in deze zin meen ik dan ook te mogen stellen dat geestelijke genezing een noodzakelijke aanvulling is van de huidige geneeskunde, maar dat zij nooit daarvoor in het huidig stadium van de mensheid een volledige vervanging kan zijn.

Vragen

Zo vrienden, ik hoop, dat u ondertussen de nodige vraagpunten heeft gevonden. Dan zullen we nu eens gaan kijken, wat er zoal te ver­tellen valt. Wilt u eerst maar met de schriftelijke punten beginnen?

  • Hoe staat het met de twee stromen die de zenuwbanen volgen, die zelf parallel met de bloedbanen lopen; de elektrische stroom en het daar­ op loodrecht staande magnetische veld. Hoe komen zij in werking?

Nu, dat is erg technisch gezegd. Ik zal proberen om het net zo technisch te beantwoorden. Wij hebben te maken met twee afzonderlijke uitingen van energie, bronnen van energie in het lichaam. De ene is de zuiver biologisch opgewekte stroming van de dwarsgestreepte spieren, die niet door de zenuwbanen gaat maar hoofdzakelijk door de bloedbanen. Daarnaast hebben wij te maken met het sympathisch zenuwstelsel dat geladen is en waarin de stromingen voornamelijk voortkomen als een reeks van prikkels die onbewuste reacties veroorzaken. En dan hebben we verder te maken met het zenuwstelsel dat vooral origineert uit een krachtstroom die door de omringende weefsels voortdurend wordt geabsorbeerd. Dat laatste ‑ dat kan ik u wel verklaren ‑ is overigens medisch nog niet verantwoord. Dat zal het waarschijnlijk over een paar jaar wel zijn. Er kan worden gezegd dat wanneer de bloedbaan ongeveer parallel loopt aan een baan van het zenuwstelsel en dus een onmiddellijke wissel­werking tussen de biologische kracht van het bloed en de zenuwkracht plaatsvindt. De levenskracht voorgesteld als elektriciteit ‑ wat ze in­derdaad ook is, zij het dat het microstromen zijn ‑ is in staat om induc­tief (ik vermoed dat u dat bedoelt met uw loodrecht staand magnetisch veld) dus inductief de omgeving te beïnvloeden; en ze zal omgekeerd reac­ties tot stand brengen van de normale stroming die de bloedbaan ongeveer volgt en de in het bloed aanwezige stroming. Wanneer dit geheel beheerst wordt, kan men o.a. door ademcontrole van het lichaam en de bloedsomloop ook heel vaak ongewenste im­pulsen, waaraan het zenuwgestel niet gewend is, eenvoudig afleiden (via de bloedbaan uit het lichaam) en eventueel uitwisselen met de buitenlucht via de longen, Deze krachten kunnen altijd worden gebruikt door elke mens en wel op de volgende manier. In de eerste plaats: Elke emotie brengt een reeks van veranderin­gen in de organische samenstelling van de prikkelstoffen binnen de bloed­ baan. Men noemt dit wel interne secreties of inwendige afscheidingen. Deze verandering van inwendige afscheidingen gaat gepaard met veranderin­gen in eigen energievermogen van het lichaam, eigen reactievermogen, terwijl voorts zowel stemming als reactiesnelheid hiermee samenhangen. (Ik heb het hier heel kort gezegd.) Men kan dus deze factoren beheersen. Doet men dit bewust, dan kan men zichzelf steeds in een toestand brengen die het meest aangepast is aan de eisen van de omgeving. Is dit vol­doende antwoord op deze vraag of moet er verder op worden doorgegaan? Geen commentaar? De mond, de geslachtsdelen en de voeten zijn de lichaamsdelen, waar­mee mens en dier de eenheid met de natuur bewerkstelligt. Daarom zullen deze delen ook de verbindingspoorten zijn voor de genezende invloed. Hoe ziet u het verschil daarvan met andere poorten? Zou u daarvan enkele willen noemen en de werking beschrijven? Ik zal het maar weer proberen. Kijk eens, wanneer hier gesteld wordt: de voeten, de geslachtsdelen en de mond, dan noemen we hierbij drie delen, die elk voor zich een zekere rol hebben gespeeld ‑ en soms bij de primi­tieven nog spelen ‑ in het contact met de natuur. Dit houdt dus in, dat seksuele praktijken van de oudheid vaak op uitwisseling van levenskrachten en ook van gedachtekrachten en inhouden waren gericht. Maar men heeft sedertdien geleerd dat men beter deze krachten kan omleiden. En nu is het eigenaardige dat zij dan het uitingsvermogen van de mens aanmerkelijk versterken. Dus je zou kunnen zeggen: De kracht die seksueel kan uittre­den, kan worden omgezet tot bv. welsprekendheid, ook tot helderdenkend­heid , dus een buitengewoon scherp, bewust waarnemen en reageren, waarbij aan anderen ontsnappende kleine tekenen ook worden gezien. Terwijl men bovendien de mond natuurlijk altijd kan zien als een secundair seksueel element, gezien de prikkelvermogens en ook de prikkelreacties, die men krijgt, wanneer bv. de monden elkaar beroeren of de mond iets beroert. Dan verder de voeten. Die hebben alleen belang als contact met de aarde. Wij mogen deze dus niet zien ‑ mijns inziens tenminste ‑ als het pri­mair zijn bij geestelijke genezing, Bij geestelijke genezing komt het meer aan op de gecontroleerde zenuwknooppunten, die u bezit. En tenzij we terug willen grijpen naar zeer primitieve praktijken, zullen we dus over het al­ gemeen als uitgangsmogelijkheden voor de genezende kracht zien: de handen, (of als u dit liever wilt ‑ u had het over de voeten ‑ de voorpoten, niet­waar) die dus volgens de menselijke mentaliteit voor daad geschikt zijn en daardoor mentaal voorbestemd schijnen te zijn tot uitstraling van deze kracht, ofschoon ze zichzelf niet rechtvaardigen door hun bouw. Dan hebben we verder als voornaamste: zonnevlecht, borstchakra, keelkopchakra en bij de hoogst ontwikkelde (de meester, de zgn. wonder­doener) ook het voorhoofdchakra of ‑chakrum. Deze punten waar zenuw­stelsel en geestelijke kracht samenvallen (dus ook geestelijk wezen), zijn voor de uittreding van genezende kracht wel van het grootste belang. Het gebruik maken hiervan geschiedt door concentratie, waardoor de kracht., binnen een bepaald punt samengebracht wordt en van daar uittreedt. Ik mag er bijvoegen dat in heel veel gevallen het uittreden eigenlijk niet wordt gerealiseerd; maar de wil tot genezing is voldoende om de hoogst ontwik­kelde uitgangspoort te activeren en van daar de kracht te doen uittreden.

  • Kunt u ook iets vertellen omtrent de wezenlijke oorzaak van kan­ker?
  1. Is kanker geestelijk te genezen, dus zonder operatief materieel ingrijpen (verwijderen)?
  2. Kan iemand, die een kankerlijder langs geestelijke weg tracht te helpen, daardoor zelf deze ziekte oplopen?

Een betrekkelijk moeilijk en ingewikkeld probleem. Kanker, normaal bezien dus, wordt veroorzaakt door cel woekering, waarbij lichaamscellen terugkeren tot hun originele status van oercel en zich ten koste van het omringend weefsel in stand houden. Daarbij is de uitbreiding dus een gevolg van celdeling. Gelijktijdig wordt door de kankercel meer dan normaal levenskracht en levenssappen aan het omringende weefsel onttrokken. De oorzaak is ‑ ofschoon men dat met ons nog steeds niet eens is ‑ viriel. Infectie geschiedt meestal via de bloedbanen, waarbij sommige delen verzwakt worden, a.h.w. vergiftigd. Er ontstaat zuurstofarmoede die het verval van de cel en haar terugval tot een primitiever type eigenlijk in de hand werkt. Deze kanker kan natuurlijk geestelijk genezen worden wanneer zij in een aanvangsstadium is. Maar we mogen niet vergeten dat we hier te maken heb­ ben met een uit het organisme zelf stammende woekering, die slechts gene­zen kan worden door een volkomen afsluiting van elke voeding. Men noemt het ook wel inkapseling. Bij deze inkapseling moeten we één ding goed begrijpen. Wij kunnen die geestelijk tot stand brengen, maar vaak is er een zgn. uitzaaiing of vertakking van kanker, waardoor een groot aantal filamenten (heel dunne draden) van de haard-cel ‑ dus de primaire haard ‑ naar secondaire haar­den gaan (secondaire haard te zien als een hernieuwde ontwikkeling dus op een ander punt van een grote hoeveelheid kankerweefsel). En nu zou je dat allemaal moeten afschermen en gelijktijdig zou je de omringende weef­sels van kracht moeten voorzien. Dat vraagt heel veel kracht, want een kankercel kan onnoemelijk veel energie aan. En geef je iets te weinig kracht, dan heb je de kanker in zijn groei gestimuleerd in plaats van ge­remd. Dus hier zijn wel enige moeilijkheden aan verbonden. In de praktijk komt het hierop neer dat kanker in een beginsta­dium over het algemeen door geestelijke genezing ook wel te verhelpen is, maar dat ‑ zodra er verdere ontwikkelingen komen ‑ het wenselijk is dat ook stoffelijk wordt ingegrepen. Naarmate de woekeringen heviger worden en groter, wordt het voor ons toch wel zeer belangrijk dat er desnoods operatief wordt ingegrepen, opdat tenminste de grote kankerhaarden, die dus de meeste vitaliteit in zich dragen, worden verwijderd langs kunstma­tige weg. Is dat gebeurd, dan hebben we vaak de mogelijkheid om daardoor de verder overblijvende kankervertakkingen meester te worden. Kanker is dus geen geval, dat alleen door geestelijke genezing volkomen kan worden genezen. Ik zou zelfs verder willen gaan en zeggen: Bij kanker is lange geestelijke weg geen volkomen genezing te bereiken ‑ tenzij in het allereerste beginstadium ‑ om de doodeenvoudige reden ‑ dat men wel een inkapseling bereikt, maar de ziekte ‑ zij het latent ‑ aanwezig blijft.

  • Men zegt dat kanker een overprikkelingsverschijnsel is, waardoor de cel zich onttrekt aan haar taak.

Ja, ik kan het tot op zekere hoogte met u eens zijn. Inderdaad, u kunt spreken van een overprikkeling, maar dit is eigenlijk niet helemaal juist. Kanker is een armoede‑verschijnsel. Ik mag misschien een voorbeeld gebruiken, dat het duidelijk maakt. Stel u zich voor: een menselijke samenleving. Die mensen zijn allemaal moreel en geestelijk hoogstaand. Nu is er één, die niets meer te eten heeft. En die anderen zien dat maar niet, die reageren niet op hem. Dan komt er een ogenblik dat hij steelt. En dat stelen is op zichzelf niet zo erg. Maar dan gaat hij zeggen: “Waarom zou ik het slechter hebben dan die anderen?” En op een gegeven ogenblik is die mens moreel zo gedaald dat hij eenvoudig neemt wat hij anders niet krijgen kan en daarvoor zelfs doodt, indien het noodzakelijk is. Dan is het een gebreks-kwestie die hier de prikkel heeft gevormd. En dat is nu bij kanker het geval. Nu ben ik het direct met u eens dat een overprikkeling van het zenuwstelsel, oververmoeidheid e.d. mee tot de oorzaken kunnen behoren die kanker mogelijk maken. Ik kan er overigens bijvoegen dat meestal kwetsuren meee belangrijk zijn voor het ontstaan van kanker, in de meest algemene zin van het woord dan. De mogelijkheid om kanker te voorkomen ligt in de beheersing, de lichamelijke beheersing, van de mens over zichzelf. Daarnaast ligt het ook voor een groot gedeelte in zijn geestelijke rust.” Kanker is een lichamelijke kwaal, geen geestelijke. Er zijn kwalen, die een zuiver geestelijke origine en oorsprong kunnen hebben, maar daar is kanker er geen van. Dat betekent dus, dat we de oplossing van het kankervraagstuk moeten zoeken op stoffelijke basis. En bij die stoffelijke basis ontdekken we dat het het gebrek is ‑ zuurstofgebrek in de meeste gevallen ‑ dat de cel brengt tot een terugval, tot een primitiever leven. Dan zien we verder dat zij te bestrijden is door ofwel haar eigen levens­processen abnormaal te versnellen, waardoor ze zich deelt, maar waarbij we dan twee kleinere cellen krijgen, die we soms gemakkelijker teniet kun­nen doen door het onthouden van voedsel dan één grote, die vaak grotere capaciteiten vertoont op dat gebied. Dus zou ik van mijn kant uit zeggen – en daar blijf ik bij (u weet, ik spreek vanuit mijn standpunt, dus geestelijk – dat we bij kanker in de eerste plaats rekening moeten houden met de oorzaak die stoffelijk is. En dat het bestrijden van die stoffelijke oorzaak belangrijker is.

  • Opmerkingen over kanker in de baarmoeder en de vermoedelijke oor­zaak door remmingen op seksueel gebied in de jeugd.

Ja, kijk, de baarmoeder is een heel eigenaardig orgaan zo­als u weet en staat in verband met een van de meest eigenaardige afbraak­werkzaamheden in het menselijk lichaam. En nu kan het wel eens voorkomen dat de baarmoeder ‑ waar overigens de kanker zelden in maar aan voorkomt ‑ dus op enigerlei wijze met gebreken juist in dit normale afvloeien van slechte stoffen verbonden raakt. Dan ontstaan er vergiftigingsverschijn­selen. Dat kan ervoor aansprakelijk zijn, inderdaad. Of alleen een gezond seksueel leven en een normaal seksueel ontwaken daarvoor hoogstnoodzakelijk is…. Ja, het is moeilijk om daarover te praten. De mens heeft zijn eigen opvattingen van moraal, die zijn gebonden aan de tijd. En nu kunnen wij wel zeggen dat ongebonden seksueel verkeer over het algemeen betere resultaten geeft, maar daar zijn we niet verder mee. Want een dergelijk iets zou gelijktijdig moeten betekenen, een moreel verval; juist omdat de maatschappij is, zoals ze is. En dan zouden we dus misschien de kanker voorkomen, maar andere ernstige kwalen door verdrongen schuldcomplexen e.d. op de voorgrond brengen. Dat kunnen we niet doen. Neen, ik geloof niet dat de schok hier zodanig is dat ze onmiddellijk kanker kan veroorzaken. Wel, dat medeaansprakelijk kan worden gesteld, een slechte hygiëne, dus …nu ja, dat men wel eens met zuiverheid, de zaak niet helemaal in orde houdt, nietwaar. Dat men bij eventuele bezwaren niet snel genoeg laat ingrijpen. U weet, het is wel eens nodig, dat er gecuretteerd wordt. Kortom al dergelijke dingen acht ik hier belangrijker dan het seksuele element alleen. Natuurlijk kan ik hier wel bijvoegen dat de stimulans van het mannelijk hormoon in dergelijke gevallen vaak tot een natuurlijker verloop van de functies van het vrouwelijk lichaam, juist in deze delen kan leiden. Dat heeft er dus inderdaad misschien wel iets mee te maken. Maar ik zie niet in, wat we ‑ gezien de maatschappij, de wereld waarin u leeft ‑ eraan kunnen doen. Daarom zou ik zeggen: Zo belangrijk lijkt het mij niet dat we hierom met alle banden, met alle thans bestaande morele normen zou moeten breken. Er is moeilijk een uitweg te vinden. In een monogame maatschappij kan het nu eenmaal moeilijk anders.

  • Er is dus de keuze tussen de kanker en de maatschappij?

Neen. Ik geef u de keuze tussen de maatschappij en een kans van ongeveer één op… nu moet ik even rekenen. Daardoor ontstaan er geval­len van één op 29.000 hooguit van de kankergevallen. Dat is niet veel. Dus dat is een kans op ettelijke miljoenen, dat er kanker optreedt. En dan moet u mij niet kwalijk nemen dat ik per slot van rekening zeg: Dat is een kans die nog veel kleiner is dan die op de 100.000 in de loterij. Dus dat risico mag je rustig ne­men, omdat de mens daarnaast zo onnoemelijk veel risico’s neemt, die tenslotte ook tot kanker kunnen leiden. Je zou bv. verstandiger doen m.i. om het roken af te schaffen en ook om een misbruik niet alleen van alco­hol, maar ook van koffie en thee tegen te gaan. Het gebruik van te sterk gekruide vleeswaren ‑ om nog niet eens te spreken over de afschaffing van vleesvoeding ‑ zou m.i. veel meer doen voor de bestrijding van kanker dan een aanval op de morele waarde van de maatschappij. Als een mens gezond zou leven, dan zou vanzelf ten eerste de moraal veranderen en in de tweede plaats het gevaar voor kanker in het door u genoemde geval sterk verminderen. Zo lijkt het mij. Maar ik kan makkelijk praten, dat weet ik wel, ik sta er buiten op het ogenblik, hè. Ik bekijk het alleen maar.

  • Vraag n.a.v. het nog niet beantwoord zijn van vraag 2

Ja, die vraag heb ik inderdaad nog niet beantwoord. Het antwoord is: Neen. Wel kan door een suggestief proces een kankerwoekering gesimu­leerd worden, maar het zou al heel gek moeten lopen als er werkelijk ook een kankerwoekering door ontstaat. Dat gevaar is zo klein dat ik het meen te kunnen verwaarlozen. Wel kunnen gelijksoortige kwalen ontstaan door identificatie. U weet wel wat dat is, nietwaar? Dus een je zo ver­eenzelvigen met de patiënt, dat je diens pijnverschijnselen enz. ‑ krijgt, waardoor dan de angst voor kanker ontstaat; met de nodige suggestieve werking leidende tot ontstaan van zenuw‑ en spierknopen, die dan weer voor een kankergezwel worden versleten, enz. Dat is natuurlijk mogelijk. Maar, neen, dat kanker dus onmiddellijk door de geestelijke genezing wordt overgebracht, neen.

  • In het genezingscentrum Addington in Engeland, waar men genezing door gebed toepast ‑ 8500 patiënten per week ‑ en met 27.000 à 28.000 dankbetuigingen in het hoofdkantoor de “Seekers” te Londen, die geleid worden door de overgegane Dr. Lascelles maakte ik ook kennis met radiësthesie, als ik de naam juist weergeef. Op het principe, dat alles tril­ling is en een druppel bloed van een patiënt ‑ in het gedemonstreerde geval, een pleegzuster in Zuid‑Afrika ‑ voor het gehele leven van die persoon haar volkomen vertegenwoordigt, wordt op grote afstand genezen door uitzending van trillingen met gunstig resultaat. Wat is Uw mening daaromtrent?

Ik moet helaas tot mijn spijt verklaren, dat ik het niet eens kan zijn over de stelling dat een bloeddruppel een geheel leven lang een persoon vertegenwoordigt. Ik meen dat na ongeveer een jaar reeds zodani­ge verschillen zijn opgetreden dat men niet meer van identiek kan spreken of men zou zich moeten houden aan bepaalde samenstellingsnormen als rhesis‑factor e.d. Maar goed. Op zichzelf is het idee van alles in trilling te brengen t.o.v. elkaar goed. Ik kan mij voorstellen dat ook dit middel gebruikt wordt om invloeden uit te zenden. En nu heb ik u al gezegd: Hoe men zich dit voorstelt, is vaak heel onbelangrijk voor de resultaten die men krijgt. Want het resultaat is tenslotte niet het gevolg van wat men denkt hierover, maar van hetgeen aan de hand van dit denken feitelijk ontstaat. En dat feitelijk ontstaan wil zeggen dat elke willekeurige suggestieve werking die als resultaat een instellen op de persoon plus een uitzenden van kracht ‑ geschikt voor die persoon ‑ ten gevolge heeft, dus goed is, ongeacht de voorstelling daarmee verbonden, Nu mag ik er verder bijvoegen dat genoemde groep ‑ waar ik ook persoonlijk wel iets van weet ‑ inderdaad vele, zeer goede resultaten krijgt en dat de stellingen in ieder geval logischer zijn, dan in sommige van de andere centra, die ook met goed resultaat werken.

  • Onlangs las ik in een verhandeling over magnetiseren, geschreven door “De Rozenkruisers” dat in een behandelkamer van een magnetiseur de grond een dikke laag van het zieke fluïdum van patiënten zou bevatten en dat dit zeer schadelijk voor anderen zou zijn. Is dit waar?

Mijns inziens kan dat alleen waar zijn, wanneer die behandelkamer niet regelmatig openstaat voor zonlicht en wind. En waar men spreekt over genezing, meen ik toch wel dat elke behandelkamer en elk vertrek, die daarvoor worden gebruikt, voortdurend aan deze beide invloeden moeten worden blootgesteld. Dat is praktisch een noodzaak. Frisse lucht en zon­ licht, dat hoort erbij. Ik kan me tenminste geen enkele medische praktijk anders voorstellen. Dus in dergelijke gevallen werkt de eigen straling van het zonlicht voldoende sterk om dat zieke fluïde eenvoudig op te lossen en dus te vernietigen. Als resultaat zou een dergelijk verschijnsel alleen kunnen voorkomen bij een magnetiseur die op één middag dertig patiënten behandelt. Dan is het de vraag of de patiënten er beter van worden; maar dan wordt de sfeer van de omgeving ongetwijfeld hierdoor slechter. Is dat voldoende duidelijk? Ja, ik moest even nadenken, hoe ik dat moest formuleren.

  • Is de geachte spreker zelf natuurgeneeskundige of wordt hij hiertoe geïnspireerd door bepaalde krachten, die zuiver in de natuur wortelen? Oefent de spreker natuurgeneeswijze als beroep uit, of propageert hij deze?

Wanneer u onder “spreker” mijzelf verstaat ‑ mijn naam was Redingius, Redenius als u het wil uitspreken zoals velen dat deden. Ik heb tot nog niet zo lang geleden in ieder geval, ik weet het niet precies meer, ook een medische praktijk uitgeoefend. Ik ben dus gewoon medicus. U weet wel zo’n heel doodgewone ziekenverprutser. Wanneer U met “spreker” het medium bedoelt, dan kan ik het vol­gende zeggen: Het medium is geen natuurgeneeskundige noch iemand, die zich met natuurgeneeswijze bezighoudt. Het ligt niet in de lijn van de persoon, die hoogstens inspiratief misschien, het een of ander zal doen op genezend gebied, maar zeker geen genezer is in de aanvaarde zin van het woord. Kijk, natuurgeneeswijze is een woord, dat heel veel omvat. We kunnen natuurlijk altijd zeggen dat elke kracht, die ons ter genezing drijft, in de natuur wortelt. Als u het psychologisch wilt zeggen, dan is de roeping om anderen te genezen een uitdrukking is van strijd, zelfbehoud, waardoor de angst voor eigen vernietiging wordt verdrongen. En de krach­ten, die we daarbij gebruiken ‑ tenzij we overgaan tot kunstmatige ingre­pen – zijn dan ook uit de aard der zaak, veelal aan de natuur ontleend.

Ik geloof in de genezende kracht van de kosmos; en dat is heel iets anders. Alle dingen bestaan oorspronkelijk in harmonie. Wanneer die harmonie op enigerlei wijze verstoord is, hetzij door uw eigen leven, hetzij door omstandigheden, door invloeden buiten uw beheersing of door uw eigen schuld, dan moet er een mogelijkheid zijn die invloeden zodanig op te heffen dat de oude harmonie hersteld wordt. En waar de oor­spronkelijke harmonie is uitgedrukt in de kosmos, zullen wij de krachten die de harmonie herstellen, ook veelal in de kosmos moeten vinden. We kunnen dus wel zeggen dat ik ‑ en nadrukkelijk na mijn overgang ‑ tot de overtuiging ben gekomen dat we over het algemeen zoveel mogelijk or­ganische geneesmiddelen moeten gebruiken en dat we zoveel mogelijk moe­ten werken met alle krachten die de natuur ter beschikking stelt zon­der onmiddellijk meer vreemde stoffen of mineralen e.d. te gaan verwer­ken. Want de ervaring heeft mij nu geleerd, dat deze in het lichaam over het algemeen niet volledig worden opgenomen, waarbij dan de restresultaten soms onaangename begeleidingsverschijnselen kannen veroorzaken. Maar goed, u weet nu in ieder geval, dat noch degene, die u ziet zitten, noch mij, die u hoort spreken, natuurgeneeskundigen zijn. Ik geloof dat daarmee de vraag op zichzelf is afgedaan of moet er nog meer over ge­zegd worden?

  • Hoe denkt u over het inspuiten van mannelijke hormonen bij vrouwen in geval van kanker en omgekeerd. Is dit in overeenstemming met Uw op­vatting?

Indien die hormonen gewonnen worden zonder een blijvend lijden of een blijvende schade voor anderen, ja, dan kan ik het daarmee eens zijn, omdat tenslotte een hormoon een stimulerende stof is; en elk lichaam heeft nu eenmaal en mannelijke en vrouwelijke hormonen. Dus wanneer wij het evenwicht willen herstellen, dan kan dat soms gunstig zijn. Het zijn dus stimuli, prikkelstoffen a.h.w. Maar hormoon alleen is voor kankerbestrijding ook nog niet voldoende; er behoren daar verschillende andere stof­fen bij, evenzeer organisch. Nu is het enige waar ik altijd weer op stuit, de vraag of het verantwoord is om bewuste wezens ‑ dus ook dieren ‑ te laten lijden om zo geneesmiddelen te winnen. En dan moet ik zeggen, dat ik ‑ gezien mijn eigen geestelijke ervaringen ‑ dit laatste meen te moeten ontkennen. Maar alweer, ik kan dit gemakkelijk doen. Op aarde staat men er anders te­genover; daar ziet men die dingen anders. Dus op zichzelf zou ik er zeker niet op tegen zijn. Ik meen echter dat er ook plantaardige stoffen zijn, die dergelijke hormoon‑vormingen sterk bevorderen. Ze worden o.a. in de Voodoo‑praktijken en door verschillende neger‑healers, neger‑genezers in Afrika wel gebruikt.

  • Hoe denkt u over massale gebedsgenezing?

Massale gebedsgenezing heeft in de eerste plaats natuurlijk een zeer grote suggestieve werking. Stel u voor dat wij te maken hebben met een massa van duizend personen bv. Dat is wel een grote massa. Meestal is die massa iets kleiner; maar goed, ik neem dit als voorbeeld. Stel nu verder dat van die duizend personen er ongeveer 700 met een werkelijke genezingswil plus met een geloof aan de mogelijkheid tot genezing zijn be­zield. Dan krijgen we daardoor een heel grote gemeenschappelijke uitstra­ling. De suggestie die over het algemeen een hysterie benadert in de personen zelf brengt al een buitengewone verandering van het organisme teweeg. Men voelt zich al anders. De receptiviteit, de ontvankelijkheid, is dus aanmerkelijk vergroot. Wanneer nu die kracht aanwezig is, zal ze in vele gevallen handelen als een bliksemschicht, die op het punt van de minste weerstand a.h.w. overspringt naar een negatief gebied. (Een posi­tief gebied moet ik zeggen, als het elektrisch juist moet zijn,) Maar goed, in dergelijke gevallen zal dus de totale kracht, de totale hoop, de totale verwachting zich al in enkelen kunnen ontladen. Verder zal door het geloofselement, dat aanwezig is in die duizend, een benadering van laten we zeggen driehonderd van die personen mogelijk zijn voor de geesten, die daar ook hun krachten kunnen geven, plus de krachten, die ze eventueel uit de kosmos vergaren. Daardoor zijn inderdaad genezingen mogelijk. Maar er zit één bezwaar aan en dat is dit: Er zijn natuurlijk ziek­ten, die met één grote schok te genezen zijn. Voor deze is een massale ge­bedsgenezing perfect. Er zijn echter andere kwalen die een voortdurende krachttoevoer gedurende langere tijd vragen. Wanneer een persoon zelf dan niet in staat is die kracht op te brengen of aan de omgeving te ont­trekken, dan krijgen we na een eerste schijnbaar wonderdadige genezing een langzame terugval, waarna dezelfde toestand weer ontstaat. Dat is het be­zwaar ervan.

  • Maar als er geen resultaat is, zoals u zegt, is er dan toch geen nawerking van, zodra de patiënt berusting vindt?

Ja, als we een aanvaarding krijgen van de bestaande toestand, in­derdaad. Maar dat is een zuiver psychische werking. Dus dat valt eigen­lijk weer onder de kwestie suggestie, U moet niet denken dat suggestie alleen maar ongunstig is, hoor. Suggestie kan een zeer gunstig element zijn. De patiënt komt tot een aanvaarding en ziet zichzelf dus als nor­maal. De suggestie van; “Dit is voor mij normaal, ik moet dit accepteren” resulteert in een makkelijker aanvaarden van krachten van buitenaf. In zover heeft u ongetwijfeld gelijk dat een nawerking mogelijk is, ook wanneer geen onmiddellijk resultaat bestaat. Een verhaal over een massale genezing van Osborn te Jakarta, waar o.a. de Jezus‑figuur werd waargenomen door één der aanwezigen. Ja, mag ik een opmerking maken? Kijk eens, hetgeen gezien is, is altijd een interpretatie, nietwaar? En deze interpretatie gebeurt onder invloed van de omgeving. Dus het beeld op zichzelf is niet veelzeggend. Er is een bepaalde kracht ervaren en als goed ervaren, maar meer valt erover niet te zeggen. Dan kunnen we natuurlijk zeggen: “Ja, inderdaad, die kracht is er. Maar of we het zo primitief mogen voorstellen? Aan de hand van mijn eigen observaties zou ik zeggen: Neen. Dit is te eenvoudig, te primitief voorgesteld. Kan men dit op zuivere geloofsbasis aanvaarden? Akkoord, geen bezwaar. Maar vraagt u mij‑ “Is dit een feitelijke mogelijk­heid, of een feitelijke waarheid?” dan zeg ik alleen: “Indirect.” En wel omdat Jezus het symbool is van een kracht, die in alle Licht en in alle Goed tot uiting komt. En dat blijkt ook weer uit Jezus’ eigen woorden, als u me toestaat die te citeren. Jezus zegt; “Wat ge de minsten dezer doet, dat doet ge mij.” Met andere woorden, hij identificeert zich met het lijden; en deze identificatie brengt met zich mee dat zijn totale kracht in alle lijden, maar ook in elke bestrijding van lijden mee vervlochten is.

  • Maar ook de terugval heeft plaatsgevonden, wat natuurlijk naar was.

Nu, dat is niet, naar; dat is dus een logisch resultaat van hetgeen wij nuchter beschouwen. U moet het mij niet kwalijk nemen, maar ik heb geprobeerd op deze avond zo nuchter mogelijk te spreken. En …ja, misschien ben ik er niet in geslaagd. Ik heb in ieder geval erg mijn best gedaan. Dan moet ik zeggen: Dergelijke visioenen (visionaire beelden dus) zie ik slechts als interpretaties onder invloed van een abnormaal gebeuren. En die interpretaties zijn ‑ zoals u zelf weet ‑ bij verschillende personen geheel different en staan erg on­der de invloed van het denken van de omgeving en de gedachtebeelden van het geheel, zodat beïnvloeding via het bovenbewustzijn plaatsvindt, het massabewustzijn. Maar wat ik hier gezegd heb over massagenezing is voor zover ik weet volledig verantwoord,

  • Een vraag over de mogelijkheid van genezing bij voortdurend gebed voor eenzelfde patiënt.

Dat is afhankelijk van de patiënt. Ik heb u in het begin al gewezen op bepaalde punten die nu eenmaal noodzakelijk zijn. Wanneer de patiënt dus uit zichzelf streeft naar de genezing, waar hij een volledige genezingswil heeft en mogelijk door anderen daarin gesteund wordt, daar kan dit en zal het ook vaak een heel gunstige uitwerking hebben. Maar je kunt niet altijd zeggen dat een voortdurend gebed voor een persoon inderdaad werking heeft, omdat we niet in staat zijn alle invloeden die meespelen, te overzien. Dat zou je van geval tot geval moeten doen. In de praktijk kun je zeggen dat het in ieder geval goed is. Want zou het gebed niet de gene­zing bewerkstelligen, dan slaat het toch terug op de bidders, omdat de intentie dus de edele gemoedsaandoening, waardoor dit wordt gezocht in een dergelijk geval, toch een kracht ten goede in de wereld heeft ge­schapen die je ook zelf moet ervaren.

  • In hoeverre acht u het gemiddeld ouder worden van mensen beïn­vloed door kosmische krachten en weinig beïnvloed door geneeskundige voorlichting?

 Ja, u moet me niet kwalijk nemen, maar het ouder worden van de mensen (lichamelijk) betekent helaas vaak een zelfs niet eens volwassen­ worden geestelijk. Met andere woorden, kosmische krachten hebben er geen belang bij de levensduur op te voeren, maar alleen het bewustzijn. En daar­ uit blijkt alweer, dat we ‑ wanneer we nuchter zijn ‑ een andere oorzaak moeten zoeken dan een zuiver kosmisch ingrijpen. Zo zou ik willen zeggen: De grotere levensduur blijkt afhankelijk te zijn van het gemiddelde wel­standspeil (dus de levensstandaard) plus de verzorging en de deskundig­heid van de omgeving. Ze zijn niet beslissend misschien, maar toch heel vaak bepalend. En wanneer we dat in aanmerking nemen, hebben we in ieder geval een redelijke verklaring.

Zouden de kosmische krachten inderdaad de mens tot zijn maximum levensduur willen opvoeren dan zou hij ongeveer 4 à 5 keer zo lang kunnen leven als nu. Dus dan zou een leeftijd van 100 jaar iets zijn, waarvan de anderen zeggen: “Nou, moet je dat jonkie eens zien, die komt pas kijken. Dan zou de eerste 100 jaar de jeugd zijn. Maar de mens is niet in staat om zo’n lange jeugd te beleven. Hij moet eerst geestelijk rijp worden, voor­dat hij aan die lichamelijke vergroting van levenstijd werkelijk wat heeft. Want gaat u nu zelf eens na: de mensen krijgen wel meer tijd om te leven, maar waar besteden ze die tijd aan? Maar goed, dit zijn dus geheel stoffe­lijke ontwikkelingen die we aan de geestelijk stof‑beheersende invloeden toe kunnen schrijven en die mogelijk een voorbereiding voor een geestelijk reveil, een geestelijke ommekeer betekenen, die dan pas een werkelijke ver­lenging van levensduur zou rechtvaardigen. Maar dat zou dan ook gelijktij­dig een beperking van het geboortecijfer betekenen. En dat is iets, waar men over het algemeen niet aan wil. Ik voor mij meen dat de mogelijkheden van een land in overeenstem­ming moeten zijn met de bewoners van dat land. Nu kan de wereldbevolking nog heel wat groeien, voordat de aarde uitgeput is en die mensen niet meer kan dragen, Maar het leven in massa maakt de individuele bewustwording steeds moeilijker. En zo zie ik van mij uit voor geestelijk kosmische krachten een mogelijkheid om hier in te grijpen pas op het ogenblik dat de mens ook de zelfbeperking leert, die noodzakelijk is om een dergelijke leeftijd inderdaad tot een geestelijk vruchtbare leeftijd te maken. Is dit voldoende?

  • Het komt op de mens zelf aan; hijzelf is de grote genezer. Is er een weg tot versterking van onze wil en vermogen om tot zelfgenezing te geraken?

Dat ligt aan het peil, waarop u bewust bent. Voor de normale mens is de enige mogelijkheid tot versterking: absoluut geloven, absoluut ver­ trouwen. Maar dat brengt natuurlijk ook risico’s met zich mee, omdat de mens dan eigenzinnig wordt. U moet me niet kwalijk nemen, hoor. U lachte daar even. Maar hoe sterker een mens gelooft, hoe eigenzinniger hij wordt, omdat hij geen andere mogelijkheden dan de door hem aanvaarde in ogenschouw wil nemen. Maar laten we aannemen, dat uw eigen geestelijk peil hoger staat; dan zult u leren met uw geest zich te onttrekken aan uw eigen omgeving. Het lichaam rust dan ‑ absoluut ontspannen, wat voor dat lichaam buiten­gewoon goed is ‑ terwijl gelijktijdig de geest contact legt met veel hoge­re werelden en sferen. (U kunt ook zeggen met een hogere bewustzijnstoe­stand) In dat geval trekt zij dus uit deze hogere wereld, uit dit hogere bewustzijn a.h.w. de invloeden die u in de stof kunt verwerkelijken. In een dergelijk geval bidt u niet om gene­zing of hoopt u niet op genezing, maar zoekt u geestelijk Licht. En in het geestelijk Licht vindt u automatisch de verbetering van uw stoffelij­ke omstandigheden, aangepast a.h.w. aan uw geestelijke toestand. Dat is alles wat ik eigenlijk hierover kan zeggen. Een werkelijke inleiding in de mogelijkheden hiervan zou werkelijk enkele dagen vergen. Dan zou ik u het beleven duidelijk moeten maken. Dat is niet iets, dat u kunt leren; dat moet u beleven. Het is een kwestie van innerlijk beleven; dan weet u pas wat ik bedoel.

  • Wordt het resultaat van geestelijke genezing belemmerd door het gebruik van chemische preparaten?

Weer een moeilijke vraag. In doorsnee: Neen; tenzij die chemische preparaten in zo’n overmaat en overdaad worden toegediend, dat daardoor op zichzelf organische storingen ontstaan. Ik mag er bijvoegen dat ik uit mijn eigen praktijk weet, dat je als arts wel eens voor de keuze staat om een kwaad te verdrijven door er een minder kwaad voor in de plaats te stellen, of af te wachten ‑ soms met heel grote risico’s ‑ of het lichaam zelf in staat zal zijn een bepaald iets te weerstaan. Daarom zou ik wil­len zeggen: Bij dergelijke krachtkuren ja; daar is inderdaad een belemme­ring van de geestelijke genezing, omdat een secundaire ziektetoestand ontstaat, terwijl de onderdrukte verschijnselen van het eerste ziektebeeld nog niet geheel genezen zijn. Dat is praktisch niet op te heffen. Want zou je de secundaire werking tegengaan ‑ wat je kunt doen als geest of via geestelijke weg ‑ dan breng je daarmee het eerste ziektebeeld weer tot volle uitbarsting en wordt dus de dosis vergroot, nietwaar. Dus dat kun je niet doen. Maar je kunt ook niet de eerste ziekte genezen, omdat de chemische werking nu eenmaal tegengesteld is aan de levenskrachten, die wij gebruiken. Ze berusten nl. op chemische omzettingen in het organisme die ‑ gezien de blijvende residuen ‑ voor ons geestelijk niet te herstellen zijn en dus ook niet voor u. In dergelijke gevallen kan een belemmering optreden. Maar ik geloof niet dat u dat als beslissend moet zien wanneer een geneesheer u iets voorschrijft. Natuurlijk, zoek het zo­ veel mogelijk in organische geneesmiddelen en liefst van direct plant­aardige oorsprong. Maar als het niet anders kan, dan ‑ misschien dat daar mijn oude beroep ook even meespreekt ‑ dan zou ik toch zeggen: Laat dan per slot van rekening die arts het maar proberen. Want geestelijke krachten kun je op aarde zo moeilijk controleren. En ‑ als dokter ‑ heb je in ieder geval jezelf volledig gedekt; dan heb je alles gedaan, wat noodzakelijk is om voor jezelf te zeggen: Ik kan de verantwoording dragen van wat er gebeurt. Nu, ik geloof, dat dit antwoord ook voldoende is.

  • Indien vóór het begin van de geestelijke behandeling zeer veel me­dicijnen worden gebruikt, is er dan een bepaalde methode om die zo vlug mogelijke teniet te doen?

Dat ligt natuurlijk weer aan de geaardheid van de medicijnen. Niet alle stoffen worden door het organisme gelijk verwerkt. In de praktijk is het zo, dat wanneer vooral de stoffen die voor een arts niet noodzakelijk zijn (zoals pijnstillende middelen e.d.) langzaam worden verminderd, terwijl daarnaast de geestelijke genezing optreedt, men door de vermindering plus de geestelijke kracht een zeker evenwicht kan houden, dat voor de patiënt dragelijk is en op de duur dus een vermindering van de medi­cijnen mogelijk maakt. De verbetering die dan ontstaat, is veelal voldoen­de om enige vat op de patiënt te krijgen. Is die er, dan ga je zeggen: Zolang de kwaal zich niet direct uit, dosis verminderen, indien de ge­neesheer dit toestaat. Dus de dosering van de geneesmiddelen wordt steeds verminderd en eventueel vervangen door natuurlijke middelen. Heb je dat tot stand gebracht, dan kun je soms in een periode van ongeveer 3 weken de werking van overdadige doses van chemische geneesmiddelen ook tenietdoen, Voldoende?

  • Er zijn mij verhalen verteld over een magnetiseur die in trance­ toestand ‑ dus met geestelijke hulp ‑ injecties toedient, een tumor ope­reert en naar zeggen met gunstig resultaat. Is dit mogelijk? Wilt u dit toelichten? Hoe verklaart u, dat de injectieplekken zichtbaar zijn? De zichtbaarheid van de injectieplek?

Och, dat is gemakkelijk te verklaren. Dat is nl. een kwestie van suggestie. Wanneer u niet weet, dat u met ijs wordt beroerd en u denkt, dat het een gloeiende pook is, krijgt u ook een brandblaar. Dat is zuiver een suggestieproces en het kan hoogstens bewijzen dat de invloed op de gedachten van de patiënt zeer groot is. Of het mogelijk is te opereren? Nu, ik heb het al gezegd in mijn lezing: Operatie, werkelijke operatie is niet mogelijk. Wel een omgroepering van elementen door vergroting van groei enerzijds, vermindering van groei anderzijds. Ik kan aannemen dat in een dergelijk proces een magnetiseur als katalysator dient, dus als een activiteit‑veroorzakende stof of een bevorderende stof. Dat lijkt me niet onmogelijk. Wat betreft het toedienen van injecties, ja, daar sta ik werke­lijk een beetje van te kijken. Ik kan  me dat niet goed voorstellen. Injec­ties van stoffelijke geneesmiddelen kunnen niet worden gegeven. Maar gees­telijke krachten en structuren behoeven niet geïnjecteerd te worden. Die kunnen zonder meer door de stof heen op de plaats gebracht worden, waar ze noodzakelijk zijn. Dus dat geval lijkt mij hier ‑ laten we zeggen ‑ enigs­zins curieus. Waar ik het geval zelf niet heb onderzocht en dus niet ken, wil ik niet zeggen, dat hier sprake is van humbug of iets dergelijks. Integendeel, er kan heel goed iets achter zitten, wat ik nog niet ken of niet bezien kan. Maar zoals beschreven lijkt het mij dus niet mogelijk.

  • Wanneer de levenswijze en opvattingen van een genezend medium niet door de beugel kunnen, blijft dan toch het goede contact met de geest mo­gelijk? De genezingen worden nl. voortgezet.

Mag ik een gelijkenis gebruiken? Er was eens een beroemd chirurg, die altijd werkte met de beste instrumenten. Toen maakte hij een reisje met een vrachtboot. Daar was ook een geval dat een operatie noodzakelijk maakte. Toon had hij alleen maar een zakmes; en hij heeft toch geopereerd om het leven van de patiënt te redden. Daar heeft u nu mijn antwoord. Je gebruikt de beste instrumenten, die je gebruiken kunt. Maar als je geen uitstekende instrumenten kunt krijgen, doe je het liever met instrumenten van een mindere kwaliteit, dan anderen het slachtoffer te laten worden van het feit, dat je alleen maar het allerbeste wilt gebruiken.

  • Moet men op een zeker moreel peil staan om magnetiseur te zijn, dus om iemand te helpen? Heeft ook ouderdom invloed om magnetische kracht te geven?

Wat het eerste betreft kan ik wel naar de vorige beantwoording verwijzen. Wat het tweede betreft, ja. Wanneer men gebruikmaakt van eigen krachten (dus de magnetiseur die zijn eigen vitaliteit op de patiënt overbrengt), dan zal het stijgen van de leeftijd een verminderen betekenen van eigen vermogen, eigen vitaliteit; en daarmee dus ook van de genezende krachten die men voor de patiënt heeft. Maar werkt men met geestelijke bijstand, ja, per slot van rekening, vrienden, om bij het voorbeeld te blijven: of een scalpel of een arterieklem nu 65 jaar oud is of pas nieuw in de winkel gekocht, als dat ding zijn dienst maar doet, kun je het gebruiken.

  • Christian Science doet in de praktijk volgens vele waarnemers meer kwaad dan goed. Is dit zo?

Kort en goed: Christian Science doet m.i. veel kwaad, omdat mensen met een zin van eigen gewichtigheid zonder werkelijk geloof trachten gebruik te maken van een geestelijke wetenschap, die slechts tot uiting kan komen bij een volledig aanvaarden van het Goddelijke  zonder enige aarzeling. Daar heeft u mijn mening. Is die voldoende? Ja, ik moet altijd nog oppassen, hoe ik het zeg ook, want ik wil niemand pijn doen daarmee. Maar we weten allemaal dat het heel vaak voor­komt dat wanneer deze mensen gaan bidden met iemand, zij het eigenlijk zo belangrijk vinden, dat zij met iemand gaan bidden om genezing, dat zij hele­maal vergaten te geloven. En dat is precies hetzelfde ‑ om een voorbeeld; te nemen ‑ dames, u gaat de stad in om een paar handschoenen te kopen en u ziet zo’n schattig hoedje dat u met hoed zonder handschoenen thuiskomt. Alleen is het in dit geval niet een kwestie van wat kosten, maar soms de kwestie van een mensenleven. En daarom vind ik het onverantwoord. Ik geef toe dat de stellingen, door Mary Baker‑Eddy neergelegd ‑ voor zover ik ze kan nagaan ‑ grotendeels juist zijn; maar ik ga ervan uit dat de mens slechts zelden beschikt over het geloof en de innige eenheid met het Goddelijke, die noodzakelijk zijn om resultaten te krijgen. Op die grond meen ik dus verstandiger te doen de Christian Science te beschouwen als een hulpmiddel, maar niet als iets waardoor je alle ande­re genezing uitschakelt. Dit is de grote fout. Men vertrouwt niet meer op de aardse geneeskunde, maar is niet in staat te vertrouwen op de geeste­lijke kracht.

  • Waaraan schrijft u de wonderen van genezing in Lourdes toe, waar zelfs kanker en zware tuberculose‑gevallen genezen zijn?

 Pardon, mag ik opmerken: Wel versnelde genezing van tuberculeuze patiënten, maar slechts in enkele gevallen een directe genezing. Bij een directe genezing gelieve u te denken aan wat ik gezegd heb over stimulans van cellen en het doden van cellen. Dit is echter niet zo, dat de patiënt nu plotseling helemaal geen last meer heeft van tuberkelbacillen, maar alleen dat de schade, door deze aangericht in het celweefsel, grotendeels wordt tenietgedaan. Kankergenezingen, die werkelijk volledig waren, zijn, voor zover mij bekend in de gehele geschiedenis van Lourdes nog niet voorgekomen. Wel inkapselingen, vergrotingen van activiteit voor de patiënten, wegvallen van pijnverschijnselen. Dit grotendeels onder suggestieve werkingen, waar­bij de intensiteit van gebed en de innigheid van geloof ongetwijfeld soms kosmische krachten doen werken op enkele aanwezige patiënten. Maar het feit dat de wonderen van Lourdes geen algemene genezing betekenen, maar slechts een incidentele, bewijst m.i. dat dat de factoren van omgeving, aanwezig publiek, tot zelfs geloofswaarde van de priester e.d. hier een heel grote rol spelen.

  • Opmerking: Over afbeeldingen van genezen kankergevallen (o.a. tong‑kanker, enz.) in het museum te Lourdes, inclusief beschrijvingen en attesten van doctoren. De genezingen zijn echter een kwestie van een steeds terugkerende behandeling, soms gedurende 5 jaren.

Ja, inderdaad. Wat dat betreft ben ik ook wel voldoende op de hoog­te. Ik heb zelf indertijd het genoegen gehad om met enkele van de deskundigen ‑ overigens niet allen Katholieken ‑ die de gevallen onderzochten, te spreken. Maar ik mag u ook zeggen, dat wat ik hier vertel toch wel ‑ voor zover ik kan zien ‑ de zuivere waarheid is. Nu geef ik graag toe, als je alleen de waarheid wilt zeggen, kom je vaak tot iets, wat een an­der als een understatement, als een te weinig zeggen zou beschouwen. Maar er is mij geen enkel direct wonder bekend uit Lourdes. Wel een reeks van verschijnselen die vallen binnen de grenzen van mij bekende geestelij­ke werkingen. En nu moet u mij niet kwalijk nemen, dat wanneer er water valt uit de hemel, ik niet onmiddellijk zeg: “O, het regent.” Maar dan kijk ik naar boven, want het kan ook zijn dat de was van de buurvrouw hangt te lekken. Begrijpt u? Dus ik probeer nuchter te blijven. En dan moet ik zeggen dat al wat daar gebeurd is, op deze manier te verklaren is. Dat absolute kankergenezingen ‑ nogmaals ‑ mij niet bekend zijn; wel genezingen van verschillende ziekten die door coccen worden veroorzaakt.

  • Hoe verklaart u de genezingen á l’instant van een genezer als Edwards?

Nu, de genezingen van Edwards: contact‑genezingen bestaan uit het toevoeren van een grote hoeveelheid kracht, verder een mogelijkheid tot tijdelijk a.h.w. kneedbaar maken van de stroevere delen. U zult dan ook zien, wanneer een genezer als Edwards werkt (er zijn anderen ook, die dezelfde procedure volgen), dat hij de patiënt niet alleen beroert, maar ook in vele gevallen eenvoudig de spieren losmaakt, probeert beenderen terug te vouwen in de oorspronkelijke vorm e.d. De resultaten, die met dit contact worden behaald, zijn over het algemeen veel groter dan de re­sultaten, die op een andere manier behaald worden (dus op afstand). Hierbij werken vaak de suggestie van een grote aanwezigheid in de zaal en daarbij de eigen gemoedstoestand ook nog mee. Maar ook een dergelijke genezer kan niet iedereen genezen en zal dus heel vaak gevallen uitkiezen, waarvan hij meent dat hij ze wel kan genezen. En dat is nu eigenlijk precies hetzelfde; wanneer u een proef af moet leggen, dat u zegt “Nu, geef mij nu maar honderd proeven op; dan zal ik er tien afleggen. Tien, die ik ken.” Begrijpt u? En dat brengt dus met zich mee dat een derge­lijke openbare genezing zelden een volledig beeld geeft van het vermogen van een dergelijke genezer.

  • Hoe is de inwerking van koolstof‑monoxide, de uitlaatgassen van in auto’s?

Die kan inderdaad onder omstandigheden bevorderlijk zijn voor het ontstaan van kanker, waar het zelf de zuurstof bindt en gelijktijdig kleine vergiftigingsverschijnselen in de longblaasjes kan veroorzaken, waar­ door de uitwisseling van zuurstof en afgewerkte gassen uit het bloed in verminderde mate plaats vindt. Hierdoor kunnen verstikkingsverschijnselen en het verontreinigen van bloed e.d. ontstaan.

  • Kan kanker ook het gevolg zijn van overerving van de ouders?

Neen, kanker zelf niet. Men kan wel gepredisponeerd zijn ervoor; d.w.z. meer kans hebben om het te krijgen dan een ander, maar niemand erft de kanker onmiddellijk van de ouders.

  • Vraag over reuma.

Ja. Over het algemeen kan worden gezegd, dat reumatiek in de eer­ste plaats ontstaat door verarming van weefsel en daardoor vergroting van rigiditeit. Dit betekent gelijktijdig een overbelasting van het zenuw­stelsel in bepaalde gedeelten door elke beweging, die een plotselinge en te heftige reactie brengt die pijnlijk is. De oorzaak kan zowel organisch als geestelijk zijn. Organisch kan ze voortkomen uit een gebrek aan bepaalde stoffen zowel als ongezonde voedingsgewoonten. Bijvoorbeeld overmaat van alcoholica geeft ook aanleiding tot het ontstaan van reuma. Maar ook bv. te grote en herhaalde afkoeling van bepaalde lichaamsvlakken ge­durende langere perioden. Ook kan het ontstaan door te lange afknelling van bloed in bepaalde delen door bv. te strakke kleding.

In geestelijke gevallen kan het heel vaak een vluchtverschijnsel zijn. Over het algemeen is het langs geestelijke weg wel te genezen. Maar wanneer de patiënt zelf gelooft in de ziekte en deze vaak gebruikt als een soort wapen tegen de buitenwereld, is er van geestelijke kant uit weinig tegen te doen. Wat betreft de goudinjecties e.d., deze vergroten inderdaad het geleidingsvermogen van het bloed en kunnen dus ook inderdaad wel enigszins bijdragen tot vergroting van potentiaal in de bewuste weefsels. Maar ik geloof dat ze slechts in weinige gevallen afdoende zijn.

Beter zijn daarvoor over het algemeen de geleidende zuren, die we bv. kennen in de vorm van mierenzuur. M.a.w. als u nu werkelijk last heeft van reumatiek en U durft het aan, gaat U maar eens in een bijenkorf zitten.