Geestelijke genezing

De term omvat een tamelijk omvangrijk gebied vooral omdat velen alle soortenparanormale genezing daarbij betrekken. Laten wij proberen eerst de soorten op een rij te zetten.

We kennen in de eerste plaats het z.g. magnetiseren of het magnetisme. In feite overdracht van levenskracht van de ene mens naar de andere.

In de tweede plaats kennen we het gezondbidden en het sturen van gedachtekracht. Beide zijn vergelijkbaar, omdat in beide gevallen gebruik wordt gemaakt van geconcentreerde gedachtekracht en hierdoor energie en soms ook suggesties worden overgebracht van genezer naar patiënt.

Dan hebben we geestelijke genezing waarbij de geest direct betrokken is. Hier zijn dus geestelijke krachten aan het werk, al dan niet op instigatie van iemand op aarde.

Ten laatste hebben we de z.g. geestelijke generatie. Een mogelijkheid, die lang niet altijd bestaat maar soms aanwezig is, om zoveel plasma te onttrekken aan een van de aanwezigen dat het hierdoor mogelijk wordt materialisatie en dematerialisatie te doen plaatsvinden, zodat bepaalde fouten in een weefsel kunnen worden verwijderd zonder dat daarvoor het weefsel zelf doorbroken behoeft te worden. Dit zijn de soorten waarmee wij te maken hebben.

De basis van alles is kracht. Of je het nu hebt over materialisatie of dematerialisatie of je gewoon spreekt over magnetische of over een van de tussenliggende vormen, in alle gevallen is er sprake, van energie. Deze kracht bestaat overal rond ons. Wij leven a.h.w. in een sfeer van ener­gie. Wij kunnen die energie op een bepaalde wijze bundelen. De manier waarop de bundeling geschiedt is heel verschillend.

Bij een magnetiseur bestaat de mogelijkheid dat deze zijn eigen levenskracht gebruikt, dat komt heel veel voor, maar gelijktijdig staat hij zozeer open voor de energieën die er rond hen zijn, dat hij daardoor zijn eigen energietekort bijzonder snel kan aanvullen. Hij kan dus onmiddellijk genezend optreden. Hierbij is het niet noodzakelijk dat hij gelooft aan bepaalde geestelijke waarden. Het is ook mogelijk, dat men op een gegeven ogenblik “kanaal” wordt zoals dat heet. Dat gaat op de volgende manier: Het “ik” roept bepaalde geestelijke of mystieke krachten aan.

Hierdoor stelt het zichzelf open voor deze krachten en voor de energie van een hoger niveau. Deze kunnen worden ontleend, aan de eigen hogere voertuigen van het “ik” ze kunnen ook worden ontleend aan een andere persoonlijkheid of een andere wereld waarmee het in verbinding treedt. In deze gevallen zal de energie door het gedachteveld (niet door het lichaam maar door het gedachteveld) en de aura van de genezer (degene die openstaat) invloeien en eventueel door wil en bestemming gemoduleerd worden uitgezonden naar een of meer patiënten Dat is betrekkelijk eenvoudig, want we hebben te maken met dezelfde oerenergie die overal is.

Als we te doen hebben met entiteiten, dan wordt de zaak een beetje anders. Een geest, die wil genezen of wil helpen genezen, moet natuurlijk op enigerlei wijze het vertrouwen bezitten van de mensen die met hem werken. Je kunt je med. doctor noemen. Of je het geweest bent, is hier van minder belang. Belangrijk is, dat je als zodanig wordt aanvaard. Daar dit sommige mensen toch weer iets te wetenschappelijk aandoet, zijn er ook medicijnmannen, priesters van allerlei genezende godheden uit het verleden. Soms kan een en dezelfde entiteit zich in verschillende van die vormen manifesteren via verschillende mediums en dus ook aan verschillende patiënten. In al deze gevallen is de entiteit degene die de krachten geeft. Als hij enig begrip heeft van de werking van het menselijk lichaam, ontdenkt hij daarin de disharmonieën en corrigeert deze zo goed mogelijk met de uitgestraalde krachten. Hij kan dit direct doen, wanneer hij eenmaal een verbinding heeft gemaakt via het astraal met de aarde. Hij kan het ook indirect doen. In het laatste geval zal hij de gedachten van de genezer als voertuig gebruiken.

Dit zijn tamelijk eenvoudige dingen. Die geest moet het ook weer van diezelfde oerkracht hebben. Je kunt namelijk niet meer kracht geven dan je hebt. Maar als je tot een hogere sfeer behoort, dan heeft die energie wat meer doordringingsvermogen. Men zegt wel: een hogere trilling, maar dat komt op hetzelfde neer.

We blijven nu even staan bij de geestelijke operaties iets waarmee ontzettend gezwendeld wordt. Het is inderdaad mogelijk. Een niersteen bv. is opgebouwd uit verschillende zouten. Indien ik de juiste trilling gebruik, dan kunnen er twee dingen gebeuren: de steen kan worden verbrijzeld in zodanig kleine stukjes dat hij langs de normale urinewegen kan worden afgevoerd of de andere mogelijkheid: ik kan de gehele steen in een toestand brengen waarin hij niet meer stoffelijk beïnvloed kan worden. In deze toestand zijn de intermoleculaire ruimten zo groot dat hij door elke moleculair structuur heen verplaatst kan worden. Neem je de energie later terug, dan ontstaat er hitte en de steen komt buiten de persoon tevoorschijn. Ik wil hierbij nog opmerken dat dit net weefsels over het algemeen niet het geval is. Een weefsel is meestal wat slijmerig en bloederig. Anders gezegd. het heeft geen vaste structuur en samenhang. Hier kan ik wel deel voor deel oplossen, maar het is niet meer mogelijk om het als geheel te reconstrueren buiten de persoon.

Geestelijke genezing is erg mooi en er zijn duizend‑en‑één methoden om daarmee te werken. Wanneer u zelf het geloof heeft dat u een ander kunt genezen, dan betekent dit dat u uw energieën op de juiste wijze kunt richten op die persoon. Geloof is een toestand van het “ik”. Die toestand van het “ik” is bepalend, niet de manier waarop verder wordt gemanipuleerd. Dit zal sommigen misschien vreemd voorkomen, want dit betekent dat er dus geen incantaties, geen aanroepingen, geen wonderlijke gebaren nodig zijn. Er zijn mensen, die een ander genezen, terwijl ze gebaren maken of ze het hebben over de laatste verovering van drie nachten geleden …. Het is ook niet nodig om explosief aan te blazen en dergelijke. Deze dingen kun je wel doen, maar ze zijn eigenlijk meer belangrijk om de overdracht van energie aanvaardbaar te maken voor degene die ze geeft dan voor de ontvanger. De wijze waarop u werkt is dus zeer sterk, gebonden aan uw persoonlijkheid, uw voorstelling van het genezingsproces, uw voorstelling van de kracht waarmee u werkt. En als u dat maar goed voor ogen houdt, zult u begrijpen dat ziekten genezen kunnen worden zonder diagnose.

Wat is eigenlijk een ziekte? Een ziekte is een disharmonie of een onevenwichtigheid in een menselijk lichaam. Wanneer dus het evenwicht is hersteld, zal de gezondheid wel weer terugkeren. Je behoeft dus alleen maar de disharmonie op te heffen door een harmonische waarde te geven die zoveel sterker is dat de disharmonie wordt geabsorbeerd. Toch zijn er een aantal dingen waarmee men rekening kan houden. Ik zou u iets over deze procedures willen vertellen.

De mens heeft een aantal chakra’s, dat weet u allemaal. Die chakra’s hebben elk een bepaald trillingsgetal, een bepaalde grondwaarde, zelfs een bepaalde klankwaarde. Dat wil zeggen, dat klanken die de mens in zijn taal gebruikt voor een deel een structuur hebben waardoor een chakra daarop kan reageren.

Als u nu iemand wil behandelen voor hoofdpijn, dan is het eerste wat u moet doen is kijken of hij teveel of te weinig aan energie heeft. Is er teveel spanning, dan moet dat worden weggehaald. Daarvoor gebruiken we dan over het algemeen de passe, die we “afnemen” noemen. U strijkt een paar keer over het hoofd heen en u slaat het af. Denk niet, dat u niets doet. Ik garandeer u één ding: als u op deze manier iemand van hoofdpijn werkelijk bevrijdt en u slaat steeds af boven een kommetje met water en die iemand gelooft het niet, laat hem dan maar even zijn haren nat maken met het water in het kommetje dan heeft hij 5 minuten later die hoofdpijn weer terug.

Wat heeft u gedaan? U heeft energie afgenomen. Die energie moest echter ergens blijven en werd voorlopig opgeslagen in de structuur van het water. Nu is water net iets vaster van samenhang dan lucht. In lucht wordt het te snel verspreid. Water houdt een dergelijke energie vast. Het kan, als het is afgesloten in bv. glas, zelfs drie dagen duren. Daarna vervluchtigt het weer. Ik wil hiermee zeggen, dat “afnemen” inderdaad betekent: het wegnemen van een bepaalde energie.

Er zijn ook mensen die hoofdpijn hebben omdat ze juist te weinig energie hebben. Een te geringe doorbloeding van de hersenen en van de hoofdhuid kan leiden tot het gevoel van hoofdpijn, een band om het hoofd e.d. Als je die mensen gaat “afnemen”, dan hebben ze helemaal niets meer over. Die moet je dus helpen. En aangezien het om hoofdpijn gaat, is dat gemakkelijk genoeg. We ademen goed in en daardoor geven we voldoende stimulans. Blijkt, dat er nog andere kwalen zijn die diverse klachten ten gevolge hebben, dan stralen we van beneden naar boven in. Je begint bij het stuit‑chakra en je gaat tot het kruin‑chakra. We nemen dan de gehele ruggengraat. Als we dit doen dan stimuleren we n.l. het grootste gedeelte van het zenuwstelsel, want alle belangrijke zenuwstrengen en dus ook alle zenuwwerkingen komen bij de rugge­ngraat samen. Door nu dit geheel te beïnvloeden zullen we vanzelf disharmonieën voor een groot gedeelte kunnen elimineren. Op deze manier stroom je door.

Als nu blijkt, dat zo iemand eigenlijk weer kwalen heeft dan werkelijke hoofdpijn, dat de hoofdpijn maar een psychisch nevenverschijnsel is ‑ dat is ook denkbaar ‑ dan kunnen we niet volstaan met even ruwweg instralen en dan afslaan. Wat we dan nodig hebben is circulatie (doorstroming van kracht door de zenuwbanen). Die circulatie kan bij het genezingsproces te gevaarlijk zijn. Dat zult u begrijpen, als u zich realiseert dat u bezig bent een disharmonie op te nemen. Mensen, die niet precies weten wat ze ermee aan moeten, krijgen zelf ‑ zij het tijdelijk ‑ de pijntjes en de kwalen waarvan zij hun patiënt proberen af te helpen. Daarom is het bij circulatie heel belangrijk dat we ons niet concentreren op de kwaal nadat we eenmaal met instralen zijn begonnen, maar op harmonie, op kosmische openheid of iets dergelijks, want hierdoor egaliseren we voortdurend de zaak. We filteren a.h.w. de oneven­wichtigheid weg en gelijktijdig voeren we evenwichtige energie toe. Het is zoiets als een nierspoeling, maar dan op geestelijke terrein. Het resultaat is dat u zo iemand gereinigd achterlaat wat betreft zijn trillingen en een deel van zijn zenuwstelsel. Hij heeft dan veel meer mogelijkheden om zichzelf weer vitaal en veerkrachtig te maken. Ik geef u een enkel voorbeeld. U zult begrijpen dat die voorbeelden tot in het oneindige kunnen worden herhaald.

Er zijn een paar grondregels die ik u zonder meer kan geven. Als het gaat instralen, dan zullen we, bij voorkeur daarvoor plaatsen kiezen waar een chakra is of daar in de buurt. Dit, omdat bij elk chakra, zich ook een knooppunt van het zenuwstelsel bevindt. Als het gaat om doorstralen, dan hebben we het heel iets anders te maken. Hier zullen we over het algemeen instralen van de plaats waar het zenuwstelsel het meest actief is naar de plaats waar het zenuwstelsel het meest gestoord is. In de praktijk betekent dit dat doorstraling gewoonlijk gaat van de rug naar het front.

Als het gaat om het hoofd (in het hoofd van een mens zit zoveel, er kan heel veel misgaan), dan zijn er ook bepaalde dingen waarmee we rekening moeten houden: Als u doorstraalt, moet u zich afvragen: heb ik te maken met iets wat klopt (kloppen betekent meestal dat de bloedsomloop niet goed is) of met iets wat prikkelt (dit betekent dat er ergens zenuwcontacten fout lopen). Prikkelt het, dan straalt u door van links naar rechts. Kies daarvoor een plaats die over het algemeen een goede aanzet geeft, n.l. de slaap. Blijkt nu, dat de zaak andersom gaat, dan straalt u ook rustig andersom in en u krijgt wederom resultaat.

Wat is nu het verschil van die instralingen? In principe niets, maar het betekent, wel, dat wij door de manier waarop wij aanzetten een verschil maken tussen oorzaken, daardoor beter beseffen wat we tot stand willen brengen en zo de juiste krachtsverhouding, de juiste trilling gebruiken die nodig is om eventuele onevenwichtigheden op te heffen en eventueel te stimuleren waar het noodzakelijk is.

Je denkt vaak: dit kan helemaal niet, of dat kan helemaal wel. Als je tegen iemand zegt dat je met geestelijke kracht kanker kunt genezen, dan zal hij waarschijnlijk zeggen: Nu ga je toch te ver. Theoretisch bestaat die mogelijkheid wel, maar helaas alleen theoretisch in de meeste gevallen. Kanker is een celwoekering. Dat betekent, dat we hier geen energie kunnen toevoeren, want die wordt door de kankercel ook gebruikt. Ze kan zich daardoor sneller delen, gemakkelijker uitzaaien. We kunnen ook niet energie wegnemen, want dan wordt de weerstand van het organisme zodanig verzwakt, dat wanneer de energie terugkeer de kankercel die gemakkelijker absorbeert dan de normale cellen en dus veel sneller op het juiste punt is en de zwakke weefsels vindt waarin zij zich gemakkelijk kan uitbreiden: groei van het gezwel.

We hebben dus iets speciaals nodig: een instelling waardoor we beseffen dat de kankercel niet meer eigen is aan het lichaam. Dat is dus een instructie die in de cel zelf niet bestaat. Juist daarom is kanker zo gevaarlijk. Ze is niet gevaarlijk omdat ze woekert, want als het lichaam normaal zou reageren zoals het doet op een indringer, dan zou ze gewoon worden geabsorbeerd. Het is juist omdat het lichaam die cel accepteert als een deel van zichzelf. Wat we moeten doen is, een zeer strenge instructie uitstralen waardoor aan alle cellen duidelijk wordt gemaakt dat een cel, die zich ongecontroleerd deelt een vijand is die moet worden aangevallen en vernietigd. Hierdoor ontstaat er wat men noemt inkapseling: d.w.z. dat de cel geen verdere uitbreidingsmogelijkheid meer krijgt. Theoretisch is het mogelijk (praktisch komt het zelden voor) dat hierdoor de patiënt mentaal en psychisch een zodanige verandering van instelling ondergaat dat hij nu zijn eigen krachten gaat gebruiken voor een soortgelijk proces. Hierbij wordt dan ‑ inderdaad langzaam maar zeker – kankerweefsel geabsorbeerd in gezond weefsel. Maar aangezien het tempo waarin dit kan gebeuren meestal traag is, moet u zich er niet teveel van voorstellen. Dit is een theoretische mogelijkheid.

Hetzelfde geldt in het algemeen voor alle cysten, veretteringen en woekeringen binnen het lichaam. Wij kunnen ze bestrijden, ongetwijfeld, maar op het ogenblik dat ze fataal kunnen worden, zullen we waarschijnlijk niet voldoende tijd daartoe hebben. Dat betekent dat we eigenlijk als grondregel moeten stellen:

Geestelijke genezing is goed en volkomen aanvaardbaar, mits de patiënt gelijktijdig onder dokterscontrole staat. Het best zou het zijn, als geestelijke genezer en medicus elkaar zodanig kennen en vertrouwen, dat de medicus bereid is ‑ op verantwoorde wijze overigens ‑ zijn behandeling en medicatie aan te passen aan datgene wat de geestelijke genezer als meest wenselijk ervaart. Terwijl omgekeerd de geestelijke genezer bereid is zijn behandelingsmethode aan te passen aan datgene wat de medicus heeft geconstateerd, zodat hij dus niet alleen afgaat op hetgeen hij zelf aanvoelt.

Ik weet wel, dat dat laatste wat vreemd lijkt, als je eerst zegt dat de geest ook kan genezen. Maar de geest kan fouten maken. Een geest kan zichzelf overschatten. Een geest kan iets verkeerds doen en u bent niet in staat dit te controleren. Zelfs als we aannemen dat een geest een wonder tot stand kan brengen, dan moeten we nog accepteren dat dat wonder ook tot stand kan worden gebracht ondanks een geneeskundige behandeling desnoods. Want als we een wonder verwachten, dan zullen al die omstandigheden wel gewijzigd kunnen worden. Maar als wij de verantwoordelijkheid op ons nemen zonder de zekerheid te bezitten, dan zal dat niet alleen ons eigen gedrag beïnvloeden, maar ook de invloed die we op de patiënt overbrengen.

Voor elke geestelijke genezer, ongeacht de middelen waarmee hij wil werken, geldt ook het volgende:

Uw patiënt behoeft niet te weten wat u doet en u behoeft de patiënt ook niet bewust te domineren. Maar u moet wel geestelijk en zo mogelijk ook uiterlijk (bv. in een conversatie) een suggestief overwicht op uw patiënt verkrijgen. U kunt dan, zonder het woord “genezing” uit te spreken, dit uitstralen. Deze suggestie, want dat is het in feite, vergroot niet alleen de ontvankelijkheid van uw patiënt voor hetgeen u uitstraalt, maar het verzekert ook een instelling waardoor hij er beter gebruik van maakt. Dit zijn dingen waaraan u bij geestelijke genezing nooit voorbij kunt gaan.

Stel, dat wij ‑ we doen het wel eens in de geest ‑ iemand gaan helpen. Wat zijn onze voordelen en wat zijn onze nadelen t.a.v. een geestelijke genezer in de stof?

In de eerste plaats: wij kunnen alleen werken met de krachten van onze eigen wereld en zullen die altijd moeten projecteren via astrale voertuigen of via de astrale sfeer. Wij kunnen dus niet direct mentaal inwerken. Wij moeten dat altijd doen via een transformatie van krachten op astraal niveau.

In de tweede plaats: hebben wij een grotere kans om onze patiënt te benaderen op elk ogenblik dat dat gewenst is. Maar we zijn minder goed in staat de belangstelling van de patiënt of diens aandacht zodanig te richten dat er een vergrote ontvankelijkheid is. We zijn dus wat dit betreft meer van het toeval afhankelijk.

Als wij vanuit de geest willen ingrijpen, dan zullen we ook moeten weten welke energieën hier gebruikt moeten worden. Voor alle directe ingrepen in het menselijk lichaam zijn energieën nodig die vergelijkbaar zijn met het levensplasma in de mens, wat u soms als ectoplasma op een foto kunt zien.

Geestelijke operaties en grotere ingrepen, die direct het lichaam en de functies daarvan betreffen, kunnen dus niet plaatsvinden, indien in de omgeving niet een bron is van een menselijke vorm van levensenergie die tijdelijk gemanipuleerd kan worden en tot een werktuig gemaakt. Het is heel belangrijk dat u dit weet, anders denkt u, waarom opereert die geest mij niet even. Ik houd niet van de tandarts waarom komt er niet even een geest om die tand uit mijn mond te halen. Die geest kan het misschien wel doen, maar als hij dat moet doen, dan kost het hem meer energie dan het u zou kosten om een vrachtwagen, beladen met 60 ton zand even 10 meter te verschuiven. Probeert u het maar. Vooral het op gang brengen is erg moeilijk. Dat vraagt een enorme inzet van energie. Het resultaat is niet navenant.

De geest zal over het algemeen alleen daar genezend ingrijpen waar de energieën die gebruikt worden en de resultaten die bereid kunnen worden enigszins in overeenstemming zijn. Bestaat die mogelijkheid niet, dan zal worden gezocht naar een weg middels de stof waardoor dan iemand als genezer kan optreden of ‑ minder bewust misschien ‑ ook als contactpersoon. Maar dat zijn alleen mensen die zelf ofwel een zeker geestelijk bewustzijn hebben verworven, danwel een speciale gevoeligheid hebben voor de krachten uit de geest. Daarvoor is dan een omzetting van trillingen van geestelijk niveau naar stoffelijk niveau binnen die mens nodig.

Een mens heeft het nadeel dat voor hem minder energie direct toegankelijk is, tenzij hij zijn instelling heel sterk beheerst en die eventueel via suggestieve middelen opvoert. De geest heeft dus meer mogelijkheid om direct energie te krijgen. Maar de genezer zal elke energie die hij ontvangt automatisch kunnen transformeren tot datgene wat hij voor zijn patiënt nodig heeft. De geest kan dit alleen doen door bewust te manipuleren in de aura van de patiënt wat een groot nadeel kan zijn, dat kan ik u verzekeren.

Een genezer heeft op z’n minst een gedachtecontact nodig (genezing op afstand) of een direct (manuaal) contact. Een geest heeft dit niet nodig. Is de aandacht eenmaal op de patiënt gericht, dan bestaat dat contact vanzelf. Het is dus veel minder moeilijk om dat contact tot stand te brengen. Wanneer stoffelijk een contact eenmaal tot stand is gebracht, dan is een herhaalde afstemming daarop voor een stoffelijke genezer zonder meer mogelijk. Ditzelfde is voor de geest niet mogelijk. Elke afstemming dient opnieuw te geschieden. U ziet, er zijn voor‑ en nadelen voor een geest die wil genezen. Hij kan niet altijd concurreren met een stoffelijke genezer. Maar een stoffelijke genezer zit ook wel eens in het nadeel.

Als we kijken naar de mogelijkheid te werken met een bepaalde bezwering, dan staan we ook weer voor een raadsel. Hoe komt het dat een dokter met een tamboerijn, een lelijk masker op en een aantal knokels en hagedissenhuiden om zijn nogal bolle pens gegord al stampvoetend koorts verdrijf U, ook zonder dat hij gebruik maakt van moderne wondermiddelen en in bepaalde gevallen zelfs infecties in zeer korte tijd onderdrukt? Laten we niet ontkennen dat het zo is, want het komt voor. Wel, het is heel eenvoudig. Wanneer de genezer werkt, schept hij een zodanige sfeer dat hierdoor een deel van de voertuigen van de patiënt tijdelijk wordt losgemaakt van het lichaam, terwijl hij zelf in zijn concentratie a.h.w. dat lichaam mede gaat besturen. Daarvoor heb je echter zeer sterke suggestieve middelen nodig. Ik raad u niet aan om daarmee te gaan werken.

Het duurt een tijd voordat u het kunt. En zelfs dan, ik zie u al met een tamboerijn en een rammelaar rond de patiënt dansen, dat gaat niet. In het westen is dat niet aanvaardbaar: in andere landen is dat een extra suggestieve factor. Daar is de aanvaardingsmogelijkheid groter.

Genezing op afstand.

Heeft u eenmaal een contact gemaakt met de patiënt dan is dat een geestelijke afstemming. Gedachten kennen praktisch geen afstands‑ of tijdsinterval, althans vanuit stoffelijk standpunt. Dat betekent, dat als een denkbeeld eenmaal bestaat en een bepaald symbool of beeld identiek is met een persoon waarmee je tenminste eenmaal een energiecontact hebt gehad, die afstemming automatisch tot stand komt en daarbij de overbrenging van kracht eveneens mogelijk is. Zo gemakkelijk gaat dat.

Er zijn mensen die denken: daarvoor moeten we een hele hoop doen. Voor sommigen is dit wel zo. Zij hebben daarvoor een portret nodig of een voorwerp en dan frutselen ze en fratselen ze en op den duur hebben ze die afstemming te pakken. Maar dat ligt aan henzelf. Zij denken namelijk dat het niet mogelijk is om het op een andere manier te doen. Er zijn ook mensen die alleen maar denken aan een ander zonder eigenlijk een voorstelling ervan op te bouwen en die het contact wel krijgen. Waarom? Omdat de voorstelling zelf niet belangrijk is, alleen de afstemming. Als je de afstemming op de ander te pakken hebt, heb je geen voorstelling nodig. Alleen als je nog helemaal geen contact hebt gehad met de ander, zijn misschien hulpmiddelen als foto’s, psychometrisch afleesbare voorwerpen e.d. belangrijk. Daarna zeker niet meer.

Ik heb erover zitten nadenken wat ik u allemaal zou kunnen vertellen. Ik heb zelfs gedacht, laat mij u een receptenboek geven. Er bestaan er verscheidene. Maar heeft u daar in het algemeen iets aan? Het is natuurlijk prettig, als je innerlijk onzeker bent dat er bepaalde methoden bestaan waarmee je aan het werk kunt gaan. Maar als je begint te leren schrijven, dan is het: streepje, haaltje, haakje enz. Dat is nu werken met een voorschrift. Het is letters vormen omdat je nog niet in staat bent de betekenis van de letters zonder meer te absorberen. Recepten zijn dus wel bruikbaar. Maar denkt u a.u.b. niet dat recepten belangrijk zijn omdat ze detail na detail aangeven. Laat mij het zo zeggen: Wanneer u een cheque wilt verzilveren bij de Bank en u zet uw handtekening volgens het systeem van haaltje ‑ streepje ‑ haakje, dan bent u niet alleen heel lang bezig, maar bovendien produceert u iets wat iedereen kan namaken. Als u echter automatisch – het een gewoontegebaar – die handtekening zet, gaat het niet alleen vlotter, maar ze heeft bovendien sterkere eigen kenmerken. Zo gaat het nu met genezing ook.

Als je gebruik maakt van een receptenboek, is dat heel goed. Maar als je die gevallen meer bij de hand hebt gehad, dan kun je dat automatisch doen, dan gaat het er niet meer om: hoe moet ik dit geval aanpakken? Dan gaat het erom: ik herken dit geval, dus ik reageer. Het is eigenaardig dat de mensen aannemen dat je bij pianospelen moet leren de linkerhand en de rechterhand onafhankelijk van elkaar te bewegen en nog voetbewegingen erbij te maken en het dan zo ver te brengen dat je automatisch, wanneer je ogen zien wat er op het blad staat, dat gaat interpreteren op het klavier. Als je zegt: autorijden is pas mogelijk op het ogenblik, dat je automatisch de schakeling uitvoert, de stuurbewegingen maakt, gas geeft, gas wegneemt enz., omdat je alles wat je waarneemt vertaalt in die gebaren waardoor je voertuig een deel van jezelf wordt, dan zegt men: Ja, dat is zo.

Maar als je zegt: geestelijke genezing is precies hetzelfde, dan zeggen de mensen: maar daarvoor moet je toch wel voorschriften hebben. Voorschriften zijn er om te leren. Als u leert schakelen in een auto, dan bent u een hele tijd bezig: van de eerste in de tweede, van de tweede in de derde enz., vrijloop, opnieuw. Maar zo rijdt u geen auto. Wanneer u bezig bent met voorschriften, dan helpen deze u om het voertuig van uw trillingen te besturen. U gaat begrijpen wat kan en hoe het kan. Maar als u het helemaal kunt, dan heeft u dat handboek niet meer nodig. Wat u dan nodig heeft, is de waarneming, en dat is de afstemming op uw patiënt waarbij u automatisch reageert.

Er zijn zoveel van die eigenaardige denkbeelden omtrent geestelijke genezing. Ik wil in deze inleiding een paar daarvan naar voren brengen.

Een van de denkbeelden die vaak voorkomt is bijgeloof. Vergeet u echter niet, psychologie is ook bijgeloof. Psychiatrie is ook bijgeloof. Sociologie is een groot bijgeloof. Economie, is een sterk bijgeloof. Met andere woorden: uw menselijke samenleving drijft op bijgelovigheden, die echter van kracht blijven zolang ze niet bestreden kunnen worden. Datzelfde geldt voor geestelijke genezing. Ze is een bijgeloof, want er ligt een wetenschap aan ten grondslag. Maar die wetenschap omvat meer dan wat menselijk op dit moment is weer te geven. Zolang u echter werkt met de resultaten ‑ en die zijn redelijk goed ‑ moet u aannemen dat de methodiek op zichzelf voldoende is. Bijgeloof is de verklaring, maar het gaat hier om het resultaat.

Henri heeft eens een verhaal vertelt over een arts die een patiënt had opgegeven. Hij had gezegd. “Man, je hebt nog hoogstens 3 maanden te leven.” Die man is toen naar een geestelijke genezer gegaan. Na anderhalf jaar komt die dokter diezelfde man tegen. Hij zegt: “Gunst, leef je nog?” “Ja,” antwoordt deze, ‘ik ben geestelijk genezen.” Waarop de dokter ontzettend boos wordt en zegt: “Maar dat is onwetenschappelijk, man. Je had na 3 maanden moeten doodgaan.” Kijk, dat is nu zo’n verhaaltje waar ergens wel een waarheid in schuilt. Zo moogt u wel naar Lourdes gaan en daar genezen worden. Maar als u gewoon naar iemand toegaat die u geestelijk geneest, dan zijn er wel eens vromen die zeggen: Dat moet je niet doen, want dat is de duivel uitdrijven met de duivel. Waarbij ik mij afvraag: waar die duivel dan wel schuilt? Mogelijk in degene die die verklaring aflegt? Je kunt nooit weten waar die zit. Bijgeloof is allemaal heel aardig. Regels kennen is ook heel aardig. Ik geef u hier in het kort de feitelijkheid die achter geestelijke genezing schuilt.

Denken bepaalt voor een groot gedeelte de werkelijkheid. De gedachte is voor de mens dermate sterk, dat hij daardoor een groot deel van zijn lichamelijkheid plus zijn wereldbeleving en wereldwaarneming bepaalt. Dat wil zeggen, dat de menselijke gedachte vaak sterker is dan de z.g. onaantastbare feiten. Op het ogenblik, dat wij de krachten van de werkelijkheid ‑ hoe dan ook ‑ manifesteren en we doen dat door middel van een bepaald denkbeeld, zal dat denkbeeld daardoor de neiging hebben voor degenen die de kracht ondergaan tot werkelijkheid te worden. Anders gezegd: het werkelijkheidsbeeld wordt niet bepaald door de aanwezigheid van de kracht op zich, maar door de vorm waarin de kracht in verschijning treedt. Uitgaande van dit standpunt kunnen we verder zeggen:

Evenwicht is van het grootste belang in de kosmos. Daarom zal elk verstoord evenwicht de neiging hebben een nieuwe situatie te zoeken waarin evenwicht hernieuwd optreedt. Dat evenwicht zal dan in sommige gevallen wel, in andere gevallen niet aanvaardbaar zijn voor degenen die daarbij betrokken zijn. Als wij echter het evenwicht helpen bepalen van buitenaf, dan zal het denkbeeld waarin het evenwicht wordt hersteld niet meer door de omstandigheden alleen, maar mede door het denkbeeld worden bepaald. Op het ogenblik dat dit gebeurt, is het denken dus meester over tenminste 50 % van de feiten. Alle geestelijke genezing, alle genezende magie en wat dies meer zij berust in feite op dit verschijnsel. Wanneer wij ‑ hoe dan ook – een verstoord evenwicht gaan herstellen, terwijl een denkbeeld van de vorm waarin het herstel zal plaatsvinden aanwezig is, zullen de omringende krachten geneigd zijn daaraan mede te werken en zo het evenwicht herstellen.

Er is een kosmische kracht die zich uit in voortdurende tegenstellingen. De verschijnselen zijn de facetten, die tussen deze tegengestelde uitersten in verschijning kunnen treden op het ogenblik dat wij een standpunt innemen waardoor wij beide waarnemen. Als wij ons punt van waarneming verplaatsen, zullen de waarden van de kosmos zich voor ons eveneens wijzigen. De kosmos zelf blijft gelijk, onze ervaring wordt een andere.

Er is een wet van oorzaak‑en‑gevolg. We zouden ook kunnen zeggen, dat een denkbeeld dat eenmaal is ontstaan niet kan werden uitgewist zonder dat zijn betekenis is afgewogen tegen alle andere ervaringen. Dit beseffend kunnen we zeggen, dat oorzaak‑en‑gevolg geen dwingende factoren zonder meer zijn, maar dat ze eigenlijk alleen denkbeeldige factoren zijn die berusten op de wijze waarop wijzelf beseffen. Wij kunnen zeggen dat menselijke logica bestaat uit een aaneen rijen van oorzaak‑en‑gevolg. Dat deze logica niet zuiver is weet u allen, anders zou schijnlogica, valse logica niet mogelijk zijn. Toch kun je de logica ad absurdum doorvoeren.

Als wij alle factoren kennen, is logica misschien mogelijk. Zolang wij echter slechts een deel van de factoren kennen, is onze logica ‑ hoe redelijk ook op zichzelf ‑ schijnlogica. Dientengevolge zal elke benadering van een ziekte of probleem op logische gronden eigenlijk een benadering zijn op grond van een schijnlogica. Daar gevoel of innerlijk weten vaak de logica kan aanvullen, is het belangrijker dat wij tot die conclusie komen met onze gehele persoonlijkheid dan alleen met redelijke argumenten. Wanneer onze ge­hele persoonlijkheid is betrokken bij een reactie op de wereld buiten ons of op een facet in de wereld buiten ons, zal daardoor de totale kennis van ons wezen, ook het bovenstoffelijke en buitenzinnelijke, eveneens een rol spelen, terwijl ook alle kracht, die in het “ik” aanwezig is, mede tot uiting komt. Dientengevolge zijn wij meester over elke beperkte wereld en elke beperkte logica. Wij zijn slechts slaaf op het ogenblik dat wij het argument machtiger achten dan de kracht die in onszelf schuilt.

Ik meen, dat dit voldoende is om stof te leveren voor eventuele discussie en vraagstelling. Ik heb geprobeerd zoveel mogelijk bij het redelijke te blijven. Geen zwevende verklaringen, maar een weergave van feiten zoals ze mij bekend zijn. Een weergave van techniek volgens mijn ervaring en waarneming. Indien u daarvan aanvulling nodig heeft, dan krijgt u die van ganser harte. Als u echter zegt: is geestelijke genezing werkelijk, dan kan ik alleen maar zeggen: probeer het zelf eens. Op het ogenblik, dat u vergeet dat het niet echt is, bereikt u een resultaat waardoor u zult beseffen dat u meer bent en kunt dan u ooit heeft vermoed.

Slotrede:

Wij hebben ons vandaag gewijd aan geestelijke genezing, d.w.z. de gene­zing die op paranormale wijze pleegt te geschieden. Als we daaraan toe zijn, dan betekent het dat we de krachten, die in ons zijn zodanig weten te beheersen en te richten dat daardoor verschijnse­len kunnen worden gewekt die wetenschappelijk niet volledig verklaarbaar zijn. Als u daarmee rekening, houdt, zult u het wetenschappelijk misschien willen zien als een begeleiding van de geestelijke genezing, maar niet als een mogelijkheid tot ontleding daarvan, laat staan tot een directe waardebepaling ervan anders dan in de kenbaar geworden resultaten.

Geestelijke genezing, is een mogelijkheid, die in elk mens bestaat. Ieder van u beschikt over levenskracht in meer of mindere mate. Ieder van u beschikt over het vermogen om zich te concentreren. Zeer velen van u zijn in staat om innerlijke vrede zodanig in zich op te wekken, dat zij daardoor ontvankelijk zijn voor hogere krachten. Dat betekent, dat ieder van u in staat is onder bepaalde omstandigheden langs deze paranormale weg tot genezing te komen. Het houdt in, dat ieder van u zich daartoe kan ontwikkelen. Het betekent, dat hier een kwaliteit in de mens is die door een te beperkt gebruik ervan in de westerse wereld praktisch geheel teloor is gegaan. Maar laten we daar onmiddellijk aan toevoegen, dat ook in het westen en het nabije oosten er mensen zijn die heel beschaafd zijn en deze kwaliteiten nog niet hebben afgezworen: die er gebruik van maken.

De wijze waarop je omschrijft wat je doet is niet belangrijk. Wel belangrijk is, dat je innerlijk voelt dat je het kunt doen en dat je dat projecteert, hoe dan ook. Belangrijk is niet dat je op een bepaalde manier de innerlijke vrede vindt, maar dat je de ontspannenheid en de vrede in jezelf vindt met het doel daardoor levenskracht en geestelijke krachten ten goede te richten. Ieder van u kan dat op zijn eigen manier. Ieder van u zal dit kunnen, in verschillende mate misschien in het begin, naar zeker doeltreffend genoeg om een naaste te helpen. Probeer het dan ook te doen.

Als u zegt, ik kan mijzelf niet helpen, vergeet dan niet dat, als u denkt dat u zichzelf niet kunt helpen, er zeer veel krachten bestaan, die U zich kunt voorstellen en waarin u gelooft. Beroep u op die krachten, dan zult het idee van “ik kan mijzelf niet helpen” kunnen overwinnen. Dan zult u ‑ middels voorstellingen die misschien niet helemaal concreet zijn via suggesties desnoods ‑ uzelf ontvankelijk maken voor het totaal van de kracht die rond u is en dan zult u ook uzelf kunnen helpen en genezen.

Denk niet, dat er iets onmogelijk is in de kosmos op dit terrein. Alles is mogelijk. De christenen onder u geloven dat Jezus zelfs doden heeft opgewekt. Heidenen vertellen dat Apollonius dat heeft gedaan en ook anderen. Alles is mogelijk, als wij eerst in onszelf geloven, geloven in de kracht die rond ons is, ons in innerlijke vrede daarop durven beroepen en zonder enig voorbehoud die kracht durven richten volgens ons beste besef. Dat is de voorwaarde voor geestelijke genezing. Laat u niet misleiden door hen die zeggen dat een bepaalde vorm, belangrijk is. Laat u niet bedwingen door hen die zeggen dat het demonisch is. Als u het goede wilt en gelooft in het goede en u doet het, dan kan dat niet demonisch zijn.

Zoek altijd uw eigen weg om uw medemens te helpen. Handel zoveel mogelijk volgens datgene wat u innerlijk beseft dat juist is. Kunt u dat niet en zijn er bepaalde aanwijzingen, beschouw deze dan niet als de onfeilbare waarheid, ook al behaalt daarmee successen. Beschouw ze als leermateriaal waardoor u uw eigen capaciteiten kunt leren ontwikkelen.

Ook u kunt geestelijk genezen. Ook u kunt innerlijke vrede vinden, als u maar voldoende moeite doet. Ook u kunt de krachten aanvoeren, ontdekken en erkennen in uzelf en rond u. En ook u kunt ze leren richten op elk doel waarmee het goede waarin u gelooft gediend is. Probeer het dan. Laat het niet alleen bij de theorie. En als u niet voldoende vertrouwt in uzelf, bid tot uw God, beroep u op de geest. Zoek de krachten dan maar op waarin u kunt geloven en vraag hun u bij te staan. Of ze er zijn of niet, het zal altijd bijdragen tot een verbetering van hetgeen u presteert.

Zoek uw zelfvertrouwen te vergroten, want door dit zelfvertrouwen zult u steeds meer kunnen doen. De mens, die innerlijk het goede erkent en naar buiten toe dit goede uitstraalt, is in feite een dienaar van de scheppende Kracht waaruit alle licht wordt geboren.