Geestelijke invloeden in deze tijd

image_pdf

20 januari 1984

Zoals altijd moet ik u vertellen dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn. Ik hoop dan ook dat u zelf zult nadenken en uw eigen conclusies zult trekken. Wat het onderwerp betreft geef ik u de keuze:

Geestelijke invloeden in deze tijd.

De geestelijke ontwikkelingen, gezien vanuit onze zijde, wordt bepaald door de mogelijkheid steeds meer mensen te naderen. Het aantal mensen dat gevoelig is voor onze invloed is aanmerkelijk in de laatste 30 jaren. Maar de meesten van hen zijn om de een of andere reden nog niet in staat bewust ervaringen van ons op te doen of zich ook dag-bewust met ons in contact te stellen.

Wij rekenen er mee dat in de komende jaren steeds meer mensen ook bewust contacten met onze wereld krijgen. Wij vinden het van zeer groot belang. Want eerst wanneer je kunt begrijpen hoe het leven na de dood is, kom je tot een verstandiger indelen van het leven voor je sterft. Neem mij de opmerking niet kwalijk. Ik zeg immers niet, dat u uw leven onverstandig indeelt.

Wil je een beeld geven van de ontwikkelingen zoals die bij ons in de geest overkomen, dan kan het volgende mogelijk dienstig zijn: In het begin waren er enkele “profeten”.  Zij brachten een waarheid, maar waren te vergelijken met iemand, die gewapend met een brandende stormlamp naar beneden afdaalt en daar althans enig licht het duister brengt.

In de laatste tijd, zeg vanaf de 60-er jaren, is er een soort netwerk aangelegd, maar voorlopig wel van laag voltage. In de plaats van nu eens even een lamp hier, dan weer een lamp daar, die het duister voor enige tijd doorbreekt, is er nu eerder sprake van een geheel netwerk van zeer kleine lampjes. Zij geven wel niet al te veel licht, maar zij beginnen de eens al omringende duisternis toch al aardig te doorbreken.

Wij rekenen er op, dat het voltage van het net in de komende periode aanmerkelijk verhoogd zal kunnen worden. Wij behoeven dan niet meer te volstaan met alleen maar veel kleine lichtjes, maar zullen er een aantal schijnwerpers bij kunnen zetten, waardoor duister en zelfs schemering verdreven kan worden.

In onze ogen betekent de lopende ontwikkeling dus, dat er steeds meer van de werkelijkheid kenbaar gaat worden. Hoe je deze ook in onze wereld optredende ontwikkeling moet omschrijven…

Ik weet niet of u bv. Ravel wel eens beluisterd hebt. Een van zijn werken kan dienen als een voorbeeld voor de manier waarop wij die invloeden maar ook hun betekenis ervaren: “La valse” begint in feite met een aantal elkander kruisende klankpatronen, die zo hier en daar dissonant en zelfs disharmonisch dreigen te worden. Dit alles groepeert en hergroepeert zich, tot al een thema zo nu en dan hoorbaar wordt.

Op soortgelijke wijze ondergaan wij het zich groeperen en hergroeperen van allerhande invloeden en toestanden, die soms dreigen tot werkelijke dissonanten te worden. Maar er is al een motief kenbaar in de schijnbare verwarring. Uiteindelijk, daar zijn wij van overtuigd, krijgen wij het werkelijke thema zuiver te beleven. Zoals in “La valse”, alles zich uiteindelijk oplost in een meeslepende melodie.

In lichtbeleving uitgedrukt: op het ogenblik is het een soort nachtelijk onweer: er zijn veel kleuren, maar zij worden allen maar voor zeer korte ogenblikken belicht door bliksemflitsen van onbekende oorsprong. Je ziet geen werkelijke kleuren en samenhangen duidelijk. En steeds weer valt het gewonnen beeld terug in het duister. Maar die flitsen worden steeds feller en beginnen het duister steeds meer te doorbreken, tot zij a.h.w. de zon worden.

Er ontstaan voor ons in deze tijd vooral kleuren als zilver, met zo hier en daar een enkele straal van goud die reeds doordringt. Daarnaast is er een veelheid van pasteltinten, veelvuldig als de kleuren van een regenboog. En als die regenboog zich nu eens geheel vormende, dan weer verdwijnende of verblekende, alsof de kleuren nu voornamelijk ergens anders werkzaam zijn.

Zeker, dit is maar een onvolkomen beeldspraak. Maar onze wereld maak je niet zo gemakkelijk duidelijk in regelrecht bedoelde woorden. Zeker is dat wij die “regenbogen” van licht steeds vaker zien voorkomen. U zult een regenboog, wanneer u die ziet, waarschijnlijk mooi vinden. Maar wanneer het toch nog regent, zegt u dat het kermis in de hel is. En gelijktijdig denkt u: het gaat nu mooi weer worden. Het gaat veranderen. Op een soortgelijke wijze lezen wij uit de verschijnselen af dat het mooi weer gaat worden en dat alles gaat veranderen.

Ik weet niet wat er op dit gebied nog verder te zeggen blijft. Hebt U vragen?

  • In hoeverre slaan die invloeden ook op het dierenrijk?

Dit is voor u moeilijk na te gaan, daar dieren niet kunnen praten. Maar wanneer wij te maken hebben met rood invloeden, moet u er toch wel rekening mee houden dat uw hond of kat wat strijdlustiger dan normaal zal zijn. U kunt er ook rekening mee houden dat het dier met dezelfde intensiteit ook die dingen zal willen doorvoeren waarvan het meent dat die goed zijn. Dit geldt voor wilde zowel als tamme dieren.

Wanneer het witte licht inwerkt bestaat de mogelijkheid – al ben je daarvan nooit geheel zeker – dat een aantal dieren ook een innerlijke verlichting zullen doormaken of omstandigheden beter dan voorheen zullen kunnen inschatten. Mystieke invloeden kunnen meestal een kleine verandering veroorzaken in de relatie tussen het dier en zijn omgeving. Dan zullen zij ook hun helderziende waarnemingen – voor vele dieren een normaal verschijnsel – meer in relatie tot de werkelijkheid gaan zien. Voor mensen die dieren hebben, kan dit betekenen dat de hond, de kat, het konijn, de fret, het schildpadje zelfs, ook op een gegeven ogenblik “gek” gaan doen. Wat natuurlijk niet betekent dat de dieren werkelijk “gek” doen, maar dat zij reageren op voor u onzienbare waarden die het dier tijdens een witlichtperiode meer dan normaal voor zich geïntegreerd heeft met zijn wereldbeeld.

Maar ik weet werkelijk niet of u als mens veel daarvan zult bemerken. Er komen van de zomer veel vliegen, maar u kunt moeilijk zeggen dat dit veroorzaakt wordt door deze of gene geestelijke beïnvloeding. Dat ligt gewoon aan een winter die niet voldoende koude bracht, ofschoon u heus nog een aantal zeer koude dagen krijgt.

Al kun je als mens dus niet met zekerheid zeggen, dat een dier op geestelijke invloeden op een bepaalde wijze zal reageren, toch zal en dergelijke invloed alle leven, dus ook planten en dierenrijk, beroeren. Van planten is bekend dat zij zeer sterk plegen te regeren op een langere periode waarin het gele licht overheersend inwerkt.

Wanneer je het geheel zou willen nagaan aan de hand van bv. meteorologische rapporten, uren zonneschijn e.d. zal opvallen dat sommige jaarringen groter zijn dan op grond hiervan verwacht zou mogen worden. Het zou dan blijken, dat dit jaren zijn, waarbij tijdens in de lente en zomer meer geel licht is voorgekomen dan normaal is. Wat er op neerkomt dat vanuit de kosmos of de geestelijke werelden bijzonder veel levenskrachten de aarde hebben bereikt.

Wanneer er dus in dit jaar perioden zijn waarin veel levenskracht de aarde bereikt – een tijd die bij het begin van de lente begint – zou u te maken kunnen krijgen met overvloedige bloei en zeer veel bloesem bij planten en struiken die in deze periode tot bloeien komen.

Toch hangen dergelijke zaken nog van zoveel andere factoren af, dat het zeer moeilijk is menselijk redelijk hiervan iets met enige zekerheid te zeggen. En ik kan alleen maar zeggen: alle invloeden die de mensen ondergaan, zelfs de geestelijke invloeden, zullen altijd afstralen op alle leven dat mede betrokken is bij de wereld waarin u leeft.

  • U spreekt van wetenschappelijke vooruitgang aan het einde van dit jaar. Zou dit ook betrekking kunnen hebben op kernfusie?

U vraagt in feite van mij een definitieve uitspraak die ik, onder de omstandigheden, alleen onder voorbehoud kan geven. Ik kan alleen zeggen dat zo men a) bezig is met kernfusie en b) een aantal problemen op dit gebied heeft ontmoet en omschreven, het waarschijnlijk is dat op onverwachte wijze plotseling een oplossing voor enkelen daarvan gevonden zal worden en wel op een onverwachte maar in feite nogal eenvoudige wijze. Dit is zeker denkbaar.

Maar je kunt niet zeggen: kernfusie is op het ogenblik alleen maar een liefhebberij voor mensen die nog niet beter weten. Maar dank zij de invloed wordt dit alles opeens binnen enkele maanden een geheel opgelost probleem en zelfs een door allen erkende werkelijkheid. Zo werkt het eenvoudigweg niet voor de mensheid. Wel kun je stellen dat er een aantal onderzoekingen zullen zijn, die tot op heden nog altijd geremd werden. Nu breekt het denken door, wordt een formulering gevonden of men ontdekt proeven die herhaalbaar zijn, zodat men kan aantonen dat men gelijk heeft.

Daar samen met het blauwe licht ook andere invloeden een rol spelen, ben ik geneigd te veronderstellen, dat op het gebied van de parapsychologie mensen op gebieden, die men tot op heden als zijnde niet “wetenschappelijk genoeg”, heeft gemeden, nu opeens over bewijsmateriaal gaan beschikken en op grond daarvan revolutionaire en geheel nieuwe theorieën zal durven verkondigen.

Ook op het gebied van de geneeskunde zal men waarschijnlijk komen tot het erkennen van systemen waar men tot dan toe erg op tegen was. Het is verder mogelijk dat men bepaalde technieken opeens gaat herzien.

Kortom, de invloeden bieden duizend en één mogelijkheden, maar geen vastliggende beloften. Daar u mij vraagt naar kernfusie, kan ik alleen een persoonlijke mening geven. Die luidt: ik acht vooruitgang ook op dit gebied zeer waarschijnlijk, maar kan niet overzien hoever deze zal gaan en wat de gevolgen daarvan zullen zijn.

  • Zou het ook mogelijk zijn dat er een vooruitgang komt in het reïncarnatie onderzoek?

U vraagt mij steeds weer, mij vast te leggen met een uitspraak op een specifiek punt. Om een vergelijking te maken: er is een bosje. Ik voorspel een sterke oostenwind. Waarop u vraagt: kunt u mij ook zeggen of deze els om zal vallen dan wel deze berk zal breken?

Een antwoord is dan alleen onder voorbehoud en op basis van een persoonlijke mening en oordeel mogelijk. “A titre personnel” verwacht ik: meer erkenning t.a.v. paranormale genezing. Een aantal proeven, waarbij gericht telepathische contacten over grote afstand, maar ook “met de geest” mogelijk blijken en wel op basis van herhaalbare proeven.  Verder verwacht ik een aantal ontdekkingen waardoor o.m. het bestaan van de geest – zoals wij deze u reeds langere tijd voorhouden – meer aanvaardbaar wordt en bepaalde contacten met de geest ook een grotere mate van controleerbaarheid verkrijgen.

Dit zijn mijn verwachtingen. Daarin zou misschien ook een constatering van de grote waarschijnlijkheid van reïncarnatie een rol kunnen spelen, maar, zeker ben ik hiervan niet.

  • Komen er naast geestelijke invloeden dit jaar ook nog nieuwe werkingen van of contacten met het leven op andere planeten?

Ik denk niet dat u van een direct ingrijpen van andere planeten zult horen dit jaar (1984). Dat er bemoeienissen zijn, al blijven die zeer beperkt, is duidelijk. Dat er enig missioneringswerk door buitenaardsen wordt gedaan, dat telepathische boodschappen vanuit de ruimte naar de aarde worden gezonden, hebben wij reeds enige malen geconstateerd.

Ik meen niet dat er in dit opzicht grote veranderingen te verwachten zijn, daar de heersende invloeden, wat dit betreft, niet zo scherp en duidelijk inwerken, dat een doorbraak op dit gebied kan worden verwacht.

Hierbij speelt ook iets mee: er zijn een groot aantal feiten, weliswaar officieel geconstateerd, maar worden onderdrukt en behoren tot de “staatsgeheimen”. Deze geheimen worden ten koste van alles beschermd, al is het alleen maar omdat men hierdoor anders de gehele bestaande politieke situatie in de war zou kunnen  brengen. Er zijn meerdere landen die werkelijke bewijzen hebben voor het bestaan van denkend en technisch begaafd leven in het Al. De Russen hebben kortelings een bewijs gehad, de Amerikanen bewaren enkele overblijfselen van een buitenaards voertuig en hebben ook een soort “staf” ontvangen die men nog steeds niet geheel heeft weten te analyseren en vooral te ontcijferen.

Gezien de grote belangen, die geheimhouding ten koste van alles wensen en de onmogelijkheid waarnemingen algemeen bekend te maken, zonder onmiddellijk belachelijk gemaakt of zelfs bedreigd te worden, ben ik van mening, dat deze zaken in het komende jaar geen rol van enig belang kunnen spelen.

  • Zal het witte licht niet veel ontgoochelingen brengen?

Mag ik een tegenvraag stellen? U hebt iemand altijd slechts in een zeer flatteus rood licht gezien. Nu gaat opeens een scherpe daglichtlamp aan. Denkt u niet dat dit in vele gevallen – maar niet alle – teleurstellend kan werken?

Het witte licht neemt vaak illusies weg en aangezien er heel veel mensen door en voor hun illusies leven, zal er inderdaad wel hier en daar teleurstelling zijn vrees ik. Maar is het niet beter te weten dat je je met illusies bezig waant, dan voortdurend je illusies voor werkelijkheid te houden en zo ten onder te gaan aan de feiten, die je niet kon of wilde zien? Mij lijkt het een wel zeer gunstige invloed ondanks de mogelijkheid van teleurstellingen. Maar ja, dat veel mensen zich niet bepaald prettig zullen voelen wanneer zij met de werkelijke feiten worden geconfronteerd is een vraag die ik met u deel.

Dit geldt ook voor de groten der aarde. Ik kan mij voorstellen dat bv. Reagan teleurgesteld is, wanneer blijkt dat hij iets niet kan waarmaken dat hij anderen als een zekerheid heeft voorgesteld. En Maggie Thatcher zal ook een paar van haar besluiten moeten inslikken, wat haar niet gemakkelijk zal afgaan. Ik zou er meer kunnen noemen.

De oorzaak ligt in het feit dat men op het ogenblik al te vaak illusies of onbewezen theorieën probeert te verkopen als werkelijkheid. Trouwens, heel wat mensen verkopen zelfs tegen beter weten in zichzelf allerhande illusies en houden zich dan steeds weer voor dat die het enig belangrijke in het leven zijn.

Het witte licht ontmaskert dergelijke dingen vaker dan men geneigd zal zijn toe te geven. Daarom is het voor mij zeer waarschijnlijk dat grote aantallen mensen, die met de werkelijkheid zo geconfronteerd worden, eenvoudig de ogen zullen toeknijpen en uitroepen: “ik heb niets gezien”. Zij zullen dan, ondanks verworven besef, proberen op de oude weg verder te gaan,   zich dan ook niet werkelijk teleurgesteld voelen zolang de schijn kan worden opgehouden. Maar ik vrees dat heel wat mensen die eerlijk willen zijn tegenover de wereld en zichzelf, degenen worden, die een teleurstelling zullen moeten incasseren. Maar dezen denken vaak positief en zullen dan reageren: jammer, maar ik weet nu eindelijk waaraan ik toe ben en kan mij verder dus daarop gaan baseren. En dan wordt de teleurstelling al snel vergeten over de nieuwe mogelijkheden die men op stoffelijk en geestelijk gebied zo vond.

  • Welke planeet beheerst deze invloed?

Er is geen overwegende invloed op dit ogenblik, al zou je kunnen zeggen dat Neptunus van overwegend belang is. De heerser van het jaar is officieel Mercurius, Neptunus en de zon zijn echter voor alle ontwikkelingen van groter belang. Dit is een kwestie van evenwicht, Alleen bij een zuiver astrologische duiding treden andere planeten op de voorgrond en zou naast Mercurius ook Mars een grote betekenis moeten worden toegekend. Maar ondanks perioden van strijdlust zal de invloed tot oorlog, waarmee men Mars in het merendeel van de interpretaties bedenkt, niet doorbreken.

  • Invloed van het zilver licht? Wat is dat?

Wanneer je spreekt over het zilveren licht zo bedoel je in feite het witte licht, getemperd door een heel klein beetje blauw.  De inwerking is reinigend, zoals bij „het witte licht”, maar brengt daarnaast een aantal waarden van en mogelijkheden tot besef met zich. Maar alle besef dat dit licht brengt, wordt mede bepaald door de  aard en werking van dit licht zelf en is dus, in tegenstelling tot de bewustwordingsmogelijkheden die het witte licht bergt, vaak nogal eenzijdig. De werking van het zilveren licht omvat naargelang de verdere inwerking daarvan, vaak invloeden op psychisch gebied, soms op parapsychologisch gebied, maar vaak ook op meer stoffelijk, zij het vooral op verstandelijk terrein. Dit laatste komt echter niet zo vaak voor.

  • Wat is de werking van Mercuriusblauw?

Wanneer het zilveren licht werkzaam is, zal de invloed daarvan betrekkelijk gering zijn. Op zich is het evenwicht scheppend, hangt samen met bezits- en erkenningsverhoudingen, maar zelfs bij krijq kan dit licht soms een belangrijke rol spelen.

Al bindt men dit blauw vaak met mystieke orden, toch is het in zijn eigen werking niet bepaald mystiek te noemen. In het algemeen kan worden gesteld dat een Mercuriusinvloed altijd een snel wisselende invloed zal zijn. De kleuren die het bevordert, maken over het algemeen slechts gedeeltelijke ontdekkingen mogelijk. Zeer algemeen brengt het wel mystieke ontwikkelingsmogelijkheden, maar doelt slechts in mindere mate op het hart, doch eerder op de redelijke erkenningsmogelijkheden. Men zal dus eventueel onder een dergelijke invloed verkregen innerlijke waarden altijd weer met de  werkelijkheid willen combineren waarin men meent te vertoeven.

Mercurius kan dus gezien worden als voornamelijk toepassing bewerkstelligend. Dit geldt zelfs voor de kleur blauw die er aan wordt toegekend. Het zilveren licht omvat in feite meer: het is een gedeeltelijke weerkaatsing van de geestelijke zon en kan in zijn werking dan ook zelfs zeer hoge waarden –  noem het ultraviolet meebrengen. Daarentegen zijn de blauwwaarden, die voornamelijk op redelijk gebied inwerken, daarin iets zwakker, zodat erkenningen minder snel omschreven zullen worden.

  • U sprak o.m. over geestelijke genezing, die krachtiger zou worden, indien ik u goed begrepen heb. Valt dit samen met de toename van de levenskracht, zodat genezers e.d. over meer kracht kunnen beschikken?

Er is een misverstand. Ik zei dat er meer erkenning zal komen. Wat iets anders is dan te stellen dat men altijd meer resultaat zal hebben. Dit kan alleen soms gebeuren onder invloed van het gouden of gele licht en is dus beperkt in tijdsduur. Wanneer het gele licht overheerst is het waarschijnlijk dat elke genezer, zoals alle mensen, gemakkelijker over meer levensenergieën kan beschikken.

Wanneer het om het geven van een eerste impuls gaat, zal men dan dus ook sneller een eerste resultaat kunnen bereiken. Maar daarnaast blijft altijd de vraag bepalend of men in staat is extra krachten aan een andere wereld of sfeer te ontlenen. Is men normaal hiertoe in staat, dan zal het werkelijke resultaat dus niet door het gele licht werkelijk anders worden. Wel bereikt men een sneller effect in de eerste fasen van de behandeling.

Dat was dan wel allerhande. Ik zal nu mijn werkje maar eens gaan afsluiten.

Wij zijn op uw verzoek dus bezig geweest met de invloeden, vooral de geestelijke invloeden, die dit jaar gaan optreden. Ik heb getracht u daarover ook het een en ander te zeggen.

Maar wanneer u denkt aan geestelijke groepen, zo is over de beïnvloedingen die daarvan te verwachten zijn, in feite maar heel weinig zeggen. U weet bv. dat de ODV perioden kent waarin zij vooral theoretisch onderricht geeft, maar ook tijden dat de nadruk toch wat meer ligt op praktisch onderricht. Er zijn zelfs perioden, waarin wij voornamelijk repetities houden en herhalen wat er aan belangrijke dingen in het verleden u bijgebracht werd. Zo kan men de wijze van werken van praktisch alle geestelijke groepen in bepaalde perioden indelen, waarin een andere nadruk op het werk komt te liggen.

Bezie ik het werken op aarde even vanuit de Orde, dan zijn wij ons langzaamaan aan het voorbereiden op een rustperiode. In uw land kunnen wij bv. geen taken op langere termijn meer aanvaarden in ons openbaar werken, omdat wij daar waarschijnlijk nog maar 5 à 6 jaar over ons medium de beschikking zullen hebben. Daarna zal het werk een rustperiode kennen, die naar ik meen tussen de 5 en de 10 jaren zal liggen. Daarna hebben wij een nieuw medium ver genoeg en begint ons werk dus opnieuw , ongeveer zoals u dit nu kent, maar wel met een nieuw systeem. Dan herbeginnen wij met een veeljarige taak.

Zoals dit voor ons geldt, zal dit ook voor alle andere geestelijke groepen gelden. Neem als voorbeeld de Witte Broederschap. Deze kent wel een algemeen programma. Maar dit is altijd gebaseerd op kosmische en geestelijke tendensen die reeds vast liggen. Het gaat daarbij over invloeden die zo groot zijn dat de Witte Broederschap aan de uitwerking daarvan maar heel weinig kan veranderen. Maar door haar voorwetenschap daaromtrent, kan zij dergelijke invloeden wel gebruiken. Zo kan zij bepaalde effecten daarvan wel mede bepalen, zonder de algehele inwerking en uitwerkingen daarvan als geheel in haar macht te hebben. Zij kiest echter regelmatig voor een bepaalde benadering, waardoor de aard van haar beïnvloeding wel degelijk in bepaalde perioden uiteenvalt.

Een andere groep is het zgn. Verborgen Priesterrijk. Het bezit relaties met veel hogere werelden en sferen dan omschrijfbaar zijn. Het probeert altijd inwijdend te werken, ook nu nog. Bij dit inwijdend werken zal men echter uitgaan van de mogelijkheden die er bestaan. Wanneer, zoals in de afgelopen jaren en ook dit jaar de gevoeligheid van een groot aantal mensen beter wordt, zal het priesterrijk zijn werkingen meer algemeen richten en trachten zoveel mogelijk van die mensen een innerlijke inwijding te verschaffen. En natuurlijk als gevolg daarvan hen ook tot betere instrumenten te maken, waarin de werking van Priesterrijk en Broederschap een rol speelt en beiden tezamen bepalen wat het belangrijkste is. Ook zij zullen echter aan bepaalde perioden gebonden blijven, daar zij geen al beslissende invloed hebben.

Er zijn wel machten, die werkelijk en ook meer vrijelijk voor het verloop van zaken op aarde en in de geest beslissend zijn. Maar zij staan zo ver boven ons dat je zelfs als geest niet kunt overzien wat zij zijn en wat hun werk zal betekenen. Zij zijn voor ons zoiets als de zon voor u. Je kunt er wel in kijken, maar wanneer je te lang kijkt, zie je alleen nog maar sterretjes en kijk je nog langer, dan zie je geheel niet meer voor langere tijd.

Wij allen in de geest werken aan uw wereld. Of u dit nu gelooft of niet, zo is het. Wij trachten in ons en voor u het beste tot stand te brengen, wat ons mogelijk is, alles volgens ons eigen besef. De geest probeert, zodra zij in het licht is, bijstand te verlenen aan de mensen op aarde en hen te helpen vooral ook door hun bewustwording te bevorderen.

De wijze waarop een geest dit zal doen is sterk afhankelijk van haar eigen ontwikkeling, het door haar bereikte stadium van besef, de eigenschappen van de wereld waarin zij meent te vertoeven en wat dies meer zij. Maar zij is en blijft actief.

De invloeden die ik u heb genoemd en onder kleuren voorgesteld, zijn dus van een andere orde dan wij – en naar ik meen – van een veel hogere orde ook. Zij zijn daarom voor ons niet hanteerbaar. Wel zijn zij voor  ons beter dan voor u kenbaar en van de mogelijkheden die zij geven zowel als van de gevolgen die hun inwerken met zich brengt, kan door ons onder omstandigheden dus gebruik gemaakt worden.

Wanneer wij er al zo voor staan, zal een beseffen van en werken met deze krachten voor u nog heel wat moeilijker zijn, zo neem ik althans aan. Onthoud dit: Wanneer je niet weet, wat je moet doen, bid desnoods.  Probeer in jezelf te komen tot een aanvaarding van het hogere. Probeer deze zo goed mogelijk tot stand te brengen en rust dan. Dan komt er heel vaak een antwoord. Wanneer je meent dat je krachten onvoldoende zullen zijn, geldt: wanneer je meent ook maar een deel van die taak op je te kunnen nemen, doe dit, begin er aan en vraag in jezelf om de kracht die nodig is om het geheel te voltooien. U zult dan met enige verbazing constateren dat u toch veel meer kunt dan u veronderstelde.

In dergelijke gevallen en op deze wijze helpt u ook de geest metterdaad. Op deze manier werken invloeden van hogere en lagere geestelijke werelden, die u in uw directe ontwikkeling en mogelijkheden kunnen steunen.

Maar het werkelijke patroon van de schepping wordt bepaald door krachten die zo hoog zijn dat niemand – ook in de geest – deze volledig kent en duidelijk zal kunnen omschrijven, Wanneer deze werkingen tot uiting komen zo moeten wij aannemen dat hiervoor  een hogere wet en een grotere macht aansprakelijk is dan  wij geheel kunnen erkennen en overzien. Wel zien wij het als onze taak om binnen die invloeden en wetten hetgeen te doen wat volgens ons wezen en onze mogelijkheid het beste is. Maar dit geldt ook voor u.

Maak u niet te druk over die geestelijke invloeden. Die komen toch wel. Probeer gewoon met de mogelijkheden en middelen waarover u nu, op dit ogenblik beschikt, zo juist mogelijk te leven en te presteren. Wanneer u geen raad weet, roep de geest erbij, roep de Heer aan, vraag om hulp. Want er is een Bijbelwoord dat de mensen al te vaak vergeten en dat toch waar is: Vraag en u zal gegeven worden, klop en u zal worden opengedaan. Maar dan wel even doorgaan met vragen en met kloppen. Want er zijn te veel mensen die menen dat wanneer zij symbolisch maar een vinger uitsteken, de deur al open zal vliegen. Maar zo dit al eens zou gebeuren, is dat dan toch alleen maar omdat er iemand snel uitkomt. En dan krijg je geen toegang, naar alleen de deur tegen je hoofd. Volhouden dus.

Realiseer u steeds weer, dat u vandaag moet leven. En wel met de krachten, mogelijkheden en onder de werking van het heden. Zo u al iets van het schema dat u probeerde te verklaren herkent, zeg dan niet tot uzelf: “nu gaat het gebeuren”, maar ten hoogste: “nu kan ik nog meer doen om op een juiste wijze mijzelf te zijn dan voorheen”. Wanneer u dit steeds maar in de gaten houdt en steeds zelf wilt werken en bereiken, hebt u zelfs aan een onderwerpje als dit soms heel veel.

Tweede deel: esoterie

In dit tweede gedeelte zou ik mij bezig houden met wat esoterie. U moogt natuurlijk ook iets anders voorstellen, maar het lijkt mij de tijd te zijn om weer eens aandacht te wijden aan de innerlijke weg, aan de innerlijke wetenschap. Daar niemand een protest uit, zij het uit beleefdheid, zij het uit onwetendheid wil ik proberen daar dan eens het een en ander over te zeggen.

Het innerlijk van de mens is een droomwereld. Het is een wereld, waarin alle beelden kunnen veranderen. Het is een wereld waarin alle voorstellingen en belevingen die je hebt in feite alleen een symbolische betekenis hebben. Een mens die naar zichzelf toedenkt – en wie doet dit niet –  houdt zich bezig met uiterlijkheden en de zgn. werkelijkheid van zijn bestaan. Ook  wanneer je misschien alles, of veel verkeerd beziet, is en blijft het voor jou een werkelijkheid, die door invloeden buiten je ook voor jou bepaald wordt.

Wil je in je innerlijk doordringen, dan moet je eerst dit beeld opzij zetten. Zeker, een mens kent zijn geheime angsten en zijn goed of slecht verborgen begeerten. Wanneer je die innerlijke wereld betreedt, spelen die allen wel een rol. Het ene ogenblik zit je in een jungle vol verscheurende dieren en het volgende ogenblik sta je boven op een berg en zie je uit over de hemel en de wereld, vervuld van een vrede en geluk of er voor jou nooit iets beters zou kunnen bestaan. Het zijn maar beelden. Maar wanneer ik geluk gevoel en het mij voor een ogenblik toeschijnt dat alles volmaakt is, dan neem ik ook afstand van alles wat buiten mij is.

De jungle is misschien nog grotendeels een beeld van een conflict dat ik heb met mijn wereld. De innerlijke vredesbeleving is een weergave van een innerlijke werkelijkheid, die menselijk bezien niet eens onder woorden te brengen is. En kun je nog dieper doordringen in jezelf, dan komt er een ogenblik waarin de stilte gelijktijdig licht en toch een bezit schijnt te worden. Het is dat deel van de mens, waarin hij God ontmoet. Het is het ogenblik van de werkelijke bezinning.

O, houd mij ten goede, ik doel niet op een bepaalde God, op een zeker beeld. Want dit is voor elke mens verschillend. De een ziet misschien een lichtwolkje tussen de vleugels van een paar serafim, een ander ziet een oude heer die hem welwillend toeknikt en weer een ander beleeft alleen maar een vreemde, lichtende stilte.

God ontmoeten is het grenzeloze ontmoeten binnen de schijnbare begrensdheid van je eigen wezen. Daarover kun je dan later natuurlijk wel allerhande mooie verhalen gaan vertellen. Maar die verhalen zijn dan niet meer dan sprookjes, waarachter het werkelijke inwijdingsverhaal  verborgen blijft.

U herinnert zich misschien nog het verhaal van Djauar en de vissen. Een visser vangt een paar wonderlijke vissen en maakt als gevolg daarvan een wonderlijke reis door een paleis dat ergens onder een stroom ligt. De reis blijkt een voortdurende beproeving en verbergt in zich de noodzaak om ondanks alles voortdurend voort te gaan tot aan het einddoel.

Zo vertellen wij onszelf ook sprookjes en heel vaak proberen wij daarin ook nog duidelijk te stellen dat wij in feite gelijk hadden toen wij faalden. Want wij kunnen onze kern-werkelijkheid maar moeilijk aanvaarden en nog moeilijker deze voor onszelf nog aanvaardbaar uitbeelden. De ontmoeting met God is misschien nog wel een scene die het dichtste bij die waarheid ligt. Het is zoiets als de beleving van een “het Koninkrijk Gods ligt in u”, en dit is de grootste waarheid. Want binnen alle schillen van schijn en droom ligt een werkelijkheid die onveranderlijk is, een kracht die onmetelijk is en een eenheid en vreugde waaraan geen grenzen gesteld zijn.

De reis naar binnen toe heeft niet ten doel al die dromen, angsten en begeerten innerlijk door te maken, zij zijn wel onvermijdelijk, maar blijven toch zaken die je alleen maar tegenkomt en die je links moet laten liggen. Dingen waarvan je je niets moogt aantrekken. Want wie zich in zijn droom overgeeft aan de voorstelling en bv. zich bedreigd blijft voelen door wilde dieren, beleeft geen werkelijkheid, maar maakt voor zich alleen een strijd op leven en dood mee. En degene die wandelt in tuinen van eden, beleeft wel de schoonheid, maar is al snel geneigd te gaan zitten en even een dutje te doen, En daarmee kom je ook al niet verder.

Je moet steeds verder gaan, de moed hebben om alles te laten gaan, alles terzijde te stellen, er geen deel aan te willen hebben. De innerlijke weg gaan betekent niet iets van je innerlijk beleven, niet een je wat ontspannen, maar een innerlijk a.h.w. leeg worden. Leeg van beelden en voorstellingen, tot je verborgen dromen allen schijnen te sterven. Want daar waar de dromen sterven in de mens begint de grote werkelijkheid.

Er zijn heel veel systemen bedacht, allen hebben als basis de esoterie en elk systeem op zichzelf heeft wel enige punten die er voor pleiten, meestal ook meerdere bestanddelen die er tegen spreken. Want je kunt niet algemeen tot de mensen zeggen: dit is het juiste pad dat je moet gaan. Je kunt alleen zeggen: probeer jezelf te vergeten en het zijnde zozeer lief te hebben dat je, wanneer je in jezelf keert, geen ruimte meer kent voor iets anders dan juist die aanvaarding van al het zijnde, geen beleven meer zoekt dan de verbondenheid met de kracht waaruit alles voortkomt.

Maar nu moet ik even uitkijken: wanneer ik zo zou doorgaan, zou misschien de een of andere predikant nog jaloers op mij worden. Jaloezie dus van iemand die mij benijdt om de wijze waarop ik de materie behandel. En dat zou niet passen t.a.v. iemand die zijn leven een preek stelde in de plaats die nu de tv voor velen heeft: die  van een goed slaapmiddel.

Wanneer je in jezelf alles vergeet, ontplooien zich werelden waarvan je nog nooit gedroomd hebt. Want de werkelijkheid is zo veelvuldig en veelvoudig dat het niet mogelijk is haar als een geheel te overzien.  Je kunt haar soms in jezelf voor een ogenblik beleven, maar daar blijft dan niets van over. Delen van die algehele werkelijkheid krijgen voor jou echter soms vorm en gestalte. Zij worden a.h.w. de sferen, contacten met Meesters, stille nachtwaken in een wonderlijke tempel, waarin een enkele vlam te midden van duister de werkelijke betekenis van alle leven schijnt te verbergen.

Deze dingen, beeldend als zij zijn, zijn alles wat wij terugkrijgen van de eeuwigheid. Maar eeuwig zijn blijft in ons. Wie het innerlijke pad volgt, moet niet zoeken naar rechtvaardiging of verheffing, Zeker niet van de eigen persoon, Wie dit doet, komt altijd op dwaalwegen terecht. Je moet zoeken naar de eeuwigheid, je moet zoeken naar de kracht waaruit – naar je meent aan te voelen – alles altijd bestaat. En wat zich ook toont, beelden van mensen die  je gekend hebt, tuinen zo mooi dat je die op aarde nooit zou kunnen aanschouwen of werelden, zo vol van licht dat woorden tekort schieten. Je moet er aan voorbijgaan en verder trekken. De verleiding is groot, om nu eens in deze, dan weer in gene  wereld een tijdlang te toeven. Het gebeurt je zelfs heel vaak dat je in een dergelijke wereld nog taken op je kunt nemen, dus je voelt je nog nuttig ook. Maar dat is niet de zin van het innerlijke pad. De ware  esoterie wil teruggaan tot de innerlijke kern. De kern is de oerkracht waaruit alles voortkomt. Met deze kracht je één te voelen, deze kracht te beleven als een werkelijkheid, al is het maar voor een enkel ogenblik, is de zin van het esoterisch streven.

Wie zichzelf probeert te omschrijven, een zelfanalyse te maken, doet niet werkelijk aan esoterie. Men denkt dit vaak wel en roept de wereld toe: “ken uzelf”. Maar deze kennis van jezelf kun je bij een psychiater beter – zij het duurder – krijgen dan door meditatie en zelfonderzoek. Het gaat er juist om, het overbodige, de voorstellingswereld, achter te laten en jezelf te beleven en dus kennen als deel van een geheel. Het gaat er om alle tijdsverschijnselen, alle ideeën van karma, noodlot, incarnatie achter te laten voor die ene lichtende werkelijkheid, waarin je voor een ogenblik alle dingen bent en gelijktijdig niets.

Deze beleving, met al zijn tegenspraken, met al zijn onbegrijpelijkheden, laat altijd een zegen in de mens achter, een rust, een vrede, een zekerheid die redelijk gezien door niets te rechtvaardigen is, maar toch voor vaak lange tijd je wezen bevangt en u beheerst alsof je boven de wereld zou drijven en haar alleen uit een onaantastbare plaats even gadeslaat. Zeker, wij zijn deel van het gebeuren. Wij spelen onze rol in het gebeuren, maar het gebeuren is voor ons een voortdurende verandering. En in een voortdurende verandering kan je geen zekerheid vinden. Zekerheid vind je in het niet veranderende. En dat is juist de kern van uw wezen waarvan ik u sprak. Zoek je naar de methode om iets dergelijks te bereiken, dan kan ik alweer zeggen dat die voor eenieder wel enigszins anders zal zijn.

Wie weet waar het pad naar de werkelijkheid begint? Om dat te vinden moet je in jezelf keren, niet bang zijn voor de angstdromen die op je af komen. Ook wanneer je meent door een hel te gaan, trek je er niets van aan, ga door. Wanneer je hemeldreven ziet, een woestijn of moet lopen over de golven van een oceaan, trek je er niets van aan; al die beelden hebben een betekenis, dat is zeker. Zij zeggen ongetwijfeld iets over datgene wat je nu volgens eigen besef bent. Zij vertellen je iets over je dromen, je angsten, je vorige levens en je toekomstige mogelijkheden. Zij zijn dus wel van betekenis, maar toch niet voor degene die het innerlijke pad ten einde probeert te gaan. Alle dingen terzijde laten. De grootste vreugden, geestelijk en anderszins, de grootste rijkdommen van geest en stof moet je terzijde laten liggen.

Je moet niet zoeken naar het weten, niet naar het bezitten, maar verder gaan, steeds verder gaan naar een schijnbaar niets, waarin dan voor een kort ogenblik voor jou je God een gestalte krijgt, omdat je probeert hetgeen je beleeft aan jezelf te beschrijven.

Degenen die het innerlijk pad wel eens een stukje is gegaan, zullen grote delen van hetgeen ik gezegd heb waarschijnlijk wel bevestigen. Velen ook zullen uitroepen: ik heb het geheel anders meegemaakt. Zij allen hebben gelijk. Hoe dichter wij blijven bij de uiterlijke grenzen van onze innerlijke wereld, hoe groter de verschillen tussen mens en mens, tussen leven en leven, tussen erkenning en beleving. Maar hoe dichter wij tot de kern komen, hoe kleiner die verschillen worden. Juist wanneer wij heel dicht naderen tot de eeuwigheid, vallen dergelijke verschillen reeds weg. Dan zijn wij allen  praktisch gelijk.

Want er is maar één waarheid, één werkelijkheid. Van welke kant je deze benadert, maakt dan verder niet uit. Wanneer je haar werkelijk benadert of misschien zelfs bereikt, zal je haar allen op dezelfde wijze kennen en beleven. Daarom zou ik willen zeggen: mensen, droom niet te veel. Droom niet te veel in jezelf van hoger worden of beter worden. Droom alleen nog maar van een één worden met de kracht waaruit je bent voortgekomen. Stel je geen doel als: ik wil mijn wereld verbeteren, of jezelf verbeteren. Wanneer je de waarheid vindt, kan zoiets mogelijk wel een nevenproduct zijn, maar het gaat om die waarheid, niet om de effecten.

Het klinkt een mens wat vreemd in de oren, wanneer je zegt: het gebeuren heeft eigenlijk geen betekenis. En toch, in de kern van je zijn is dit waar. Ik besef dat ook wij in de geest ons nog heel vaak opwinden. Wij zijn ook nog voortdurend bezig om volgens ons belangrijke dingen te doen. Wij leren steeds meer van de kennis die wij in ons opnemen. En wanneer je rekening houdt met de basiskennis, waarmee je in de geest moet beginnen, is die kennis soms zelfs zeer omvangrijk geworden. Maar dat zijn nevenverschijnselen. Dat is ons leven. Maar de kern van ons leven, ons zijn is alomvattend en tijdloos. Daarom moeten wij nooit vastlopen in een voortdurende verering van de kennis, de bewustwording, de taak.

Zeker, zij zijn er, dus doe ermee wat je kunt. Maar probeer nooit het geheel van je wezen te richten op het verwerven van kennis, het volbrengen van de taak of iets anders. Probeer in jezelf een aanvaarding te verkrijgen die geen onderscheid meer maakt. Probeer alle beelden opzij te zetten tot er uiteindelijk niets meer overblijft en dan in dit niets te beleven wat de enige blijvende werkelijkheid voor je is.

Tja. Dat is ook esoterie. Ik weet niet of de meeste mensen zoiets mooi vinden, maar in wezen komt het er weinig op aan, zolang ik probeer de waarheid te benaderen zo goed ik kan. Ik heb overigens de ervaring opgedaan, niet dat deze voor u geldt, dat mensen dergelijke zaken mooier en meer esoterisch vinden naarmate zij er minder van begrijpen. En in één opzicht hebben zij dan zelfs gelijk: esoterie is niet gebaseerd op begrijpen, zij is een terug streven naar het zijn, maar dan wel diep in jezelf. Ik heb geprobeerd om het allemaal nog wat redelijk en begrijpelijk houden. Maar wat houdt dit meer in dan dat ik geprobeerd heb de woorden mooi naast elkaar op een rij te zetten? Woorden. Maar wat zijn woorden in dit opzicht eigenlijk? Zij zijn zoiets als een noot: zij zijn de schil van een noot. Als je een noot wilt eten, moet je eerst de schil kraken en weggooien. Dan pas kom je toe aan de kern die eetbaar is. Zo is het met mijn woorden ook. Ik ben nog, net zoals u, gebonden aan allerhande beperkingen. Ik ben nog net zo menselijk als voor mijn dood. Ja, misschien ben ik zelfs nog iets menselijker geworden. Maar ik heb geleerd waar de weg ligt. En ik heb die weg niet kunnen koppelen aan één theorie, aan één leer, begrip, ethiek. De weg in jezelf is, zo vreemd het in deze wereld van u moge klinken, de weg van de liefde die zichzelf niet kent of zoekt. Waarom? Omdat je ook de kern van het zijn niet kunt aanvaarden, tenzij je zozeer jezelf vergeet, dat je zelfs het onbegrijpelijke in liefde kunt beleven.

Dat zijn van die dingen die je in de geest soms tegenkomt. Je ondergaat ze en als je terugkomt, probeer je het voor jezelf en anderen zo goed mogelijk duidelijk te maken. En wanneer je op aarde komt, denk je: ik moet het nog wat eenvoudiger vertellen. Misschien is er wel iemand die snapt wat ik werkelijk bedoel. En wanneer ik zo eens zie naar uw reacties, dan doet het mij bijna vreemd aan dat er enkelen zijn, die kennelijk voelen wat ik bedoel. Dan denk ik even: misschien heb ik dan toch iets van belang gedaan. Maar wat kan ik doen wanneer ik uitga van de kern van mijn wezen? Wat anders dan representeren wat die kern is? Wat in feite een soort geloofsbelijdenis wordt, wanneer ik het zo probeer te zeggen.

De kern van het zijn, de oerkracht, de Al-kracht, God, hoe je het ook noemt, is in feite voor ons vooral een volledige aanvaarding. Het zal veel meer zijn dan dit. Maar voor ons is die aanvaarding het kenmerkende. Misschien dat ik daarom zeggen moet dat de basis van alle esoterie, van alle werkelijke bereiking, de liefde is, die zichzelf niet kent of zoekt. En wanneer u met die woorden worstelt, kunt u misschien ook begrijpen hoe moeilijk het is die dingen te zeggen. Want als je met de mens over liefde spreekt; hij onmiddellijk en volkomen bereid is zichzelf te beminnen, plus al datgene wat hij als verlengstuk van zichzelf kan beschouwen. Wanneer je de mens zegt dat hij lief moet hebben zonder zichzelf te zoeken, zo roept hij: hoe kan ik liefhebben zonder eerst aan mijzelf te denken en mijzelf te kennen. Je kunt die mens dan zelden duidelijk maken, dat juist dit kennen van jezelf – hoe belangrijk in andere opzichten dan ook – een hinderpaal kan zijn wanneer je de kern van je wezen werkelijk wilt beroeren. Want dan dwing je daaraan toch weer de voorstelling van je eigen ik op. Ik wil niet zeggen dat uw ik mooi of niet mooi is. Misschien bent u allen wel schitterende engelen in de geest of iets dergelijks en zou ik het mis hebben met deze omschrijving. Kijk later eens in de spiegel van de geest en u komt er wel achter.

Maar wie werkelijk bereikt, bereikt ook een ogenblik waarop je moet vergeten wie en wat je bent. En daarom is een jezelf kennen in dit verband ook niet zo belangrijk. Want opgaan in de werkelijkheid kun je alleen, wanneer je jezelf als afzonderlijk deel van het geheel voor een ogenblik weet te vergeten.

Soms heb ik een flauw gevoel dat degenen die druk spreken over “de weg en de waarheid” niet beseffen, dat zij in feite spreken over de alomvattende liefde en de eenheid. En toch, wanneer die waarden voor ons als de meest belangrijke gaan gelden in ons bestaan zitten wij, pas op het juiste spoor.

Waaraan ik dan wel even wil toevoegen dat je iets dergelijks niet esoterisch ervaren kunt, zonder er ook iets van mee te brengen dat ook kenbaar wordt in je dagelijks bestaan. Je hebt je medemens lief omdat je God liefhebt. Wanneer je God eenmaal beleefd hebt in liefde, kun je dat ook eenvoudig niet meer beseffen zonder gelijktijdig ook al de medemensen lief te hebben. Het is een soort wisselwerking. Je kunt niet zeggen: wanneer ik nu mijn medemensen liefheb, zal God mij wel liefhebben. Of, dan zal ik God liefhebben. Dan kom je niet veel verder. Maar God beleven is de totale aanvaarding, de totale vrede, de totale harmonie ondergaan. En dat, mijne vrienden, is de hoogste vorm van liefde, die de naastenliefde als vanzelfsprekend inhoudt.

De waarheid die aanvaardt wordt, is de liefde die je rechtvaardigt en omgeeft. Maar juist daarom is zij gelijktijdig een taak, die je op je geladen voelt, omdat je je niet los wilt zeggen van het onbekende dat je wezen vervuld heeft met zoveel glans, met zoveel heerlijkheid, zoveel gloed.

Wat moet ik daarvan nu nog meer zeggen? Ik ben op mijn wijze esoterisch geweest en indien het volgens u geen esoterie was, nu ja, goed, dan zoeken wij in  het woordenboek wel een andere omschrijving die bij deze – mijn waarheid – past.

Al zitten wij nu in een in omvang beperkt gezelschap, moeten wij niet zo nu en dan een poging wagen de ons omringende en steeds veranderende schijn van waarheid iets te laten doorklinken van het niet veranderende dat de waarheid is buiten alle dingen?

Heb ik het onbeholpen gedaan, zeg dan maar: “die ouwe kon er niet uitkomen”. Maar wanneer u denkt dat ik een beetje gelijk heb en u doet toch aan meditatie en al die andere disciplines, wilt u dan eens een keer proberen voorbij te gaan aan alle “belangrijkheden” en andere droombeelden tot u alles leert vergeten, zelfs uzelf? Ik wens het u toe. Wanneer de waarheid in ons leeft is de liefde immers de kracht die ons bestiert door alle tijden. En waar de liefde ons bestiert, wordt uit ons de rechtvaardigheid geboren die geen zelfzucht kent.

Zo er iets is wat ik zowel uw wereld als onze geestelijke werelden gun, is het wel dit, rechtvaardigheid die nimmer zonder liefde is, rechtvaardigheid die niet zichzelf kent, of zoekt, maar alleen uit wat in de hoogste waarheid leeft. En daar laat ik het bij.

image_pdf