Geestelijke inwerkingen en geestelijke beïnvloeding van de mens

17 maart 1964

Wanneer we de situatie op het ogenblik overzien dan blijkt wel dat overal spanningen die in de afgelopen maanden ontstaan zijn tot uiting gaan komen. Deze treden niet alleen op in de economie en politiek, maar zelfs in de aarde waarin ook werkingen zijn die op zijn minst genomen wat onverwacht lijken voor de aardbewoners.

Hoe de situatie precies ligt, is echter vanuit een zuiver materieel standpunt niet te bezien. Want we hebben hier niet te maken met iets wat materieel geschiedt, maar wel met geestelijke inwerkingen en geestelijke omwenteling. Deze geestelijke omwenteling dan houdt in de eerste plaats in, een toenemende beïnvloeding van de mens. Dat kan voor de mens heel prettig zijn wanneer hij nl. harmonisch is met de kracht die ontstaat. Het kan ook erg onaangenaam zijn, voor wie zich ertegen verzet. In de tweede plaats hebben we dan te maken met verandering van de functie van de geest.

De geest heeft een hele tijd op aarde direct de leiding gehad. Dat is o.m. geschiedt door rassengeesten, door grote meesters, door lichtende krachten, en degenen van u die weten wat een straal is, die weten wel hoezeer de Heren van Licht gedomineerd hebben in de afgelopen tijd. Maar deze periode gaat voorbij. Wat komt daarvoor in de plaats?

In de eerste plaats zijn de wegen tot inwijding, die vroeger bestonden, gesloten. Daarvoor in de plaats komt de mens die opnieuw haast primitief krachtens zijn eigen ervaring, zijn eigen innerlijk zoeken, een inwijding moet gaan bereiken. De wegen voor uiterlijke inwijding zijn gesloten en blijven dat nog enige tijd. Die mens heeft verder een grote hulp gehad van de geest die getracht heeft hem in zijn leven en werk te steunen en te richten. Maar op het ogenblik dat kosmische invloeden overnemen, kunnen we dat vergelijken met een voertuig dat onder grote kracht een helling afgaat, de bestuurder kan misschien zorgen dat ongelukken vermeden worden, hij kan echter het voertuig niet tot stilstand brengen.

In een dergelijke situatie gaat de geest op het ogenblik meer en meer verkeren. Zij heeft niet de kans meer om de zaak stil te zetten. Ze moet werkelijk op het ogenblik trachten binnen de beschikbare middelen en krachten iets te realiseren. We kunnen daarom aannemen dat aan de ene kant de bindingen tussen mens en geest aanmerkelijk sterker worden, aan de andere kant echter, de meer persoonlijke leiding die men van de geest misschien verwacht heeft en zelfs ingrijpen van de geest op aarde, aanmerkelijk vermindert. We weten dat dit niet alleen kan gelden voor lichtende geesten, want wanneer we spreken over de geest, geldt dit voor licht en voor duister.

Ik zou daarom willen zeggen: de mens van vandaag, zal in toenemende mate zelf beslissingen moeten nemen, zal in toenemende mate zelf verantwoordelijkheid moeten dragen en hij zal bovenal zelf moeten zoeken naar een oplossing. Het is natuurlijk wel prettig om dat zo te horen, maar de consequenties daarvan zijn voor menigeen toch wel minder aangenaam omdat men nu eenmaal geconfronteerd wordt met zijn geloof en zijn bestrevingen. Wil men in staat zijn werkelijk iets te bereiken dan zal de geest een steeds belangrijker en groter invloed krijgen op de materie. Tot op heden kunnen wij zeggen dat 90% van het menselijk gedrag niet geestelijk wordt bepaald maar materieel.

Het wil dus zeggen dat in uw gedrag ten hoogste 1/10 van de geestelijke intentie verwerkelijkt wordt. Zolang dit het geval is, is de stof dominerend en bent u direct gebonden aan oorzaak en gevolg-werkingen die u niet kunt beheersen. Op het ogenblik dat de geest echter domineert zal die geest het lichaam moeten sturen, en dat houdt weer in dat de materiële verhoudingen en denkbeelden niet zo gemakkelijk te verwerken zijn, dat je daar soms niet eens meer aan kunt denken

Dan begin ik met een paar punten die van groot belang zijn:

  1. De idee, gedachte is het begin van alle schepping voor de stof. Waar de gedachte domineert, wordt de stof door de gedachte gevormd. Waar de stof domineert zal de gedachte niet tot uiting komen en zal een oorzaak en gevolg-werking optreden waarin uw idee ten hoogste een ondergeschikte rol speelt De denkwijze is belangrijk. Maar deze denkwijze kan niet stoffelijk zijn. Het redelijk element treedt terug en daarvoor in de plaats komt het intuïtief element. Datgene wat we intuïtief als juist erkennen moet tot uitdrukking worden gebracht met de daad, opdat de geest de mogelijkheid gewint in de materie steeds meer en volledig zichzelf te openbaren en te uiten. Dan moeten we zeggen wanneer de materie gespannen is, zal de geest die mogelijkheid niet hebben.

Vb. u bent hier samen, u denkt aan bepaalde dingen. Wanneer u denkt aan de leer die wij brengen, denkt u daarnaast aan uw materiële, positie, uw bezit, uw achtergronden, de ideeën van waaruit u leeft en streeft en werkt. Deze echter vormen een spanning. Het is een grens die staat tussen u en uw geestelijke werkelijkheid. Eerste basis van alle bewustwording voor de geest is ontspanning. Wees ontspannen en soepel. Laat u niet door vaste houdingen, door vaste denkbeelden domineren. Wees klaar om te reageren op al wat ontstaat, maar beperk u in uw uiting tot het hoogst noodzakelijke. Wanneer die ontspanning optreedt in een lichaam, dan zien wij een verhoging van reactievermogen. Wanneer u een dier ziet, een hond of een kat, dan ziet u dat het dier, wanneer het rust, werkelijk volledig ontspannen is. Wanneer er echter actie nodig is, dan is er een onmiddellijke reactie, er is geen traagheid, geen overgang. Wanneer we dit beeld nu nemen dan kunnen we dat overbrengen op het geestelijke.

Zolang u bezig bent met uw eigen denkbeelden, met uw eigen belangrijkheid misschien, uw eigen begaafdheid, uw idee over recht enz. zult u gespannen zijn. Door die spanning zal elke nieuwe invloed vanuit de geest, elke nieuwe situatie vanuit de kosmos, tijd gaan vergen voor u zich aanpast. U reageert traag en meestal te laat. U kunt niet reageren wanneer iets gebeurt, u doet het wanneer het reeds gebeurd is. Resultaat: door deze te late reactie wordt u beheerst door de omstandigheden.

Stel nu dat u deze denkbeelden uit uzelf kunt wegvagen, dat u alle ideeën opzij kunt zetten, dat u door concentratie of contemplatie zo leeg bent geworden dat er alleen nog maar een enkel beheerst denkbeeld overblijft. De geest is niet overspannen, het denkvermogen wordt niet meer geplaagd door veelvuldige dwalende gedachten. De geest, voorziende welke impulsen in de materie zullen optreden, welke mogelijkheden bestaan, wetende welke haar geestelijke noodzakelijkheden zijn, reageert. Het denkbeeld moet niet eerst worden ingepast in een bepaald patroon, het moet niet worden aangepast aan een zekere ideologie, het wordt ontvangen en verwerkelijkt. Resultaat. De menselijke geest kan via het menselijk lichaam onmiddellijk datgene tot stand brengen wat nu noodzakelijk is. Men is het gebeuren a.h.w. een slag voor en daardoor bepaalt men het gebeuren, in plaats van beheerst te worden door alles wat rond dat ik nu eenmaal bestaat.

Wanneer wij van dit standpunt uitgaan, dan kunnen we geen redelijke denkwijzen hebben die van elkander verschillen. Het gaat er niet om dat u meer of minder gelijk hebt dan een ander, het gaat er alleen maar om dat het redelijk denken op zichzelf binnen vaste vormen en patronen gevaarlijk is. Dientengevolge zal men zich moeten aanwennen, om te komen tot een wijze van denken en reageren die niet op een vaste vorm kan worden vastgelegd. Iets wat variabel is, flexibel is, dat zich kan aapassen. Deze denkwijze zult u voor een deel terugvinden in de O.D.V. daarnaast ongetwijfeld in de vele leringen die door de Witte Broederschap in deze tijd gegeven wordt. De principes van dit denken zijn deze:

  1. Zo groot mogelijke harmonie met een zo groot mogelijk deel van het Al is wenselijk.
  2. Er bestaat geen enkele wet of regel die te allen tijde juist is. Er bestaan slechts regels of wetten die tijdelijk, of ten dele juist zijn. Daarom zal ik een wet of regel alleen dan toepassen wanneer deze gezien de omstandigheid redelijk nuttig en noodzakelijk kan zijn.
  3. Ik kan geen enkel geestelijk of stoffelijk dogma aanvaarden, omdat er geen enkele mogelijkheid bestaat dit dogma voor mijzelf te bewijzen en de geest die leeft in de mens, grotere wijsheid heeft, een groter gebied van kennis dan de materie.
  4. Alle denkwijzen gericht op harmonie, aanvaarden de gelijke waarden in alle dingen, en weigeren de verschillen te erkennen.

Hier heeft u de basis van waaruit wij langzaam maar zeker kunnen opklimmen, tot wat je zou kunnen noemen het geloof van een nieuwe tijd. Men heeft getracht u hierop voor te bereiden. Vele jaren heeft men daar zijn werk aan gegeven. Onbevooroordeeld tegenover de wereld staan, beseffend hoe onbelangrijk je in wezen zelf bent, is de eerste schrede, maar deze innerlijke toestand is niet voldoende. Wat hebben we aan een innerlijk denkbeeld, wanneer het niet verwezenlijkt wordt. Wanneer u denkt aan voeding, kunt u zich daarmee niet voeden. Wanneer u de gedachte kunt omzetten in een kracht, dan maakt u uit stenen brood, dan slaat u water uit de rotsen, dan laat u voeding vallen uit de heldere hemel. U kunt datgene wat in u bestaat verwezenlijken. U kunt het een materiële achtergrond geven. Zo zal een denkwijze altijd gevolgd moeten worden door een zekere praktijk. De praktijk voor de komende tijd zal in de eerste plaats gebaseerd moeten zijn op harmonie. Hoe groter de eenheid en de harmonie is die onder mensen bestaat, hoe juister en vollediger de onderlinge samenwerking is, hoe gemakkelijker zij ook de geestelijke principes in de materie tot uitdrukking brengen. We zouden dus kunnen spreken over de bijna sacramentele ontwikkeling, waarbij uitingen van harmonie, van eenheid, waaronder zeker ook de gezamenlijke stilte of meditatie, een grote rol kunnen spelen. Wanneer deze praxis is ontstaan zo volgt hieruit een verandering van leven. Een dergelijke verandering kunnen wij voor de nu levende generatie waarschijnlijk niet volledig verwachten. Toch is ook dit van groot belang voor de ontwikkeling van de toekomst en daarom wil ik het schetsen.

De praktijk van het leven moet gebaseerd zijn op volledige vrijheid van bezit, niet op bezitloosheid, maar vrijheid van bezit.

Vrijheid van akte, geen binding, men werkt waar men wil, men is actief op eigen wijze. Geen erkende bindingen ten opzichte van godsdienstige of maatschappelijke statuten, dan die welke voortkomen uit het mens zijn zelf. Een voortdurende zorg voor het lichaam, opdat dit lichaam in staat zou zijn de geest een zo juist mogelijk voertuig of werktuig te verschaffen.

Een zo sterk mogelijk streven naar diversiteit. Want in de eenheid van een harmonische bestreving, heeft ieder zijn eigen rol te spelen. Het begrip van de massa waarin allen gelijkgeschakeld zijn, is dodelijk. In de plaats daarvan moet komen: de eenheid van velen, waarin elk zijn eigen wezen en eigen aandeel heeft, elk vanuit zijn eigen inzicht en geneigdheid arbeidt, en toch gezamenlijk met anderen volbrengt.

U ziet dat hieruit dus conclusies te trekken zijn en een hiervan is ongetwijfeld, dat de huidige samenleving, de huidige consequenties van het leven, niet meer zullen blijven bestaan. Je zult je kunnen afvragen, waar gaat het naartoe?

Materieel gezien kan ik u daar wel een beeld van geven.

Men heeft tegenwoordig de neiging om materieel gezien, een handeling te beoordelen naar zijn intentie, niet naar zijn gevolgen. Of dit luist is, zouden we echter moeten overwegen. Want het zijn niet de intenties, maar de gevolgen die de materiële verhouding bepalen. Het materieel geheel, de wereld waarin u leeft, wordt niet bepaald door de goede intenties, dan zou er altijd vrede op aarde zijn en welvaart voor eenieder. Ze wordt door de feiten en niet anders bepaald. Daarom geloof ik dat materieel gezien, men de intentie terzijde zal schuiven en af zal gaan op de directe gevolgen. Wanneer iemand langs de weg een ander zou aanrijden, dan wordt er niet gevraagd, is het uw schuld of niet, hebt ge dit opzettelijk gedaan of was dit een ongeval. Men zal zeggen: u hebt schade toegebracht, u bent daarvoor volledig aansprakelijk, zowel tegenover degene die geschaad werd als tegenover de gemeenschap. Men zal niet meer zeggen, is dit juridisch of wettelijk juist, men zal zeggen in hoeverre zijn de gevolgen van dit handelen aanvaardbaar. Is dit niet het geval dan is men voor die onaanvaardbaarheid verantwoordelijk tegenover de gemeenschap en degenen die men geschaad heeft. Dat wordt een heel andere instelling.

Geestelijk gezien wordt die intentie echter heel erg belangrijk, want de splitsing tussen stof en geest, die men zich op het ogenblik nog niet zo sterk realiseert, zal ongetwijfeld steeds meer naar voren treden, ze zal steeds meer invloed krijgen. U bent stof en u bent geest. Weinigen realiseren zich wat dit betekent. Uw geest leeft in de wereld der ideeën. Een geest in een sfeer. Wanneer de geest denkt aan een boom, dan staat hij bij een boom. Wanneer hij denkt, ik verplaats mij, dan verplaats hij zich, ook zonder verdere actie. In de geest is het denkbeeld bepalend voor de omgeving. In de materie is het precies omgekeerd. In de materie is de omgeving verantwoordelijk voor de mogelijke denkbeelden. En daarom zullen we een scheiding gaan maken tussen het geestelijk leven en het materieel leven. Een zeker compromis is echter onvermijdelijk. Ik meen echter dat die komende tijd, zeker met zich brengt, een begrip voor het geestelijk belangrijke, wat is mijn intentie; en het stoffelijk belangrijke, wat is het gevolg, wat is mijn product. Op het ogenblik dat gevolgen materieel beoordeeld kunnen worden, zal de intentie vanzelf gecorrigeerd worden in de richting van een kosmische harmonie.

Hoe meer het gevolg wordt gezien als een bewijs voor de juistheid van de oorzaak, hoe sterker wij komen naar een kosmische werkelijkheid waarin geest en stof wel uit een bron zijn.

En hier vrienden, geloof ik dat we het kenteken hebben van deze dagen. U hebt heel veel dingen waaraan u denkt en die u nooit waar zult maken. U hebt heel veel dingen die u doet, waaraan u nooit hebt gedacht. U hebt het altijd precies anders willen doen, maar het is toevallig zo gekomen.

Stel nu dat u voor uzelf gaat trachten om de kracht van de geest actief te maken, dan zult u kracht via de stof actief moeten maken, anders kan het niet. Wat dat betekent, kunt u zich voorstellen. De acties van de mens gaan uit van het geestelijk beeld, maar worden voltooid door een materiële bereiking. Wanneer u een geestelijke kracht wilt uiten, een geestelijke ontwikkeling ontvangen, dan zult u beginnen met een actie in de materie.

Die actie in de materie is de basis van uw overdracht van krachten of andere waarden uit de geest. En daarbij zijn een paar punten die we wat rustiger moeten bezien.

De geest heeft zeer grote kracht in zichzelf wanneer hij harmonisch is met een bepaalde heer van licht (de meeste mensen zijn dat), met een bepaalde rassengeest (alle mensen zijn dat), met een aarde of sterrengeest, (bijna alle mensen zijn dat), dan kan uit al datgene waarmee een harmonie bestaat kracht worden geput. De kracht van de mens is dus veel groter dan zijn eigen geestelijke capaciteiten alleen. Toch zal die mens eerst de harmonie moeten uiten, waaruit die kracht kan geput worden. De harmonie moet er zijn voor de kracht ontvangen kan worden. Vergelijk: u kunt zeggen “God ik aanvaard uw werk door mij”; juist. U kunt ook zeggen “God werk door mij en ik aanvaard U”, door de voorwaarden heeft men zich van het Goddelijke a.h.w. verwijderd. In het tweede geval zal het veel moeilijker zijn om iets te bereiken. Vanuit dit vb. kunnen wij zeggen, de mens begint met de geestelijke erkenning. Die erkenning moet omvatten een zekere harmonie. Maar wanneer die harmonie geestelijk erkend is en uit die idee wordt overgezet naar een materiële werkelijkheid, dan heeft die een hele hoop dingen gedaan, die je zo oppervlakkig voorbij zou lopen.

U heeft in de eerste plaats door de actie een harmonie geschapen tussen geest en stof, want zijn geest heeft die harmonie reeds erkend, anders zou ze niet mogelijk zijn. Hij heeft zijn eigen denken en zijn eigen gedachten ingeschakeld. Hij heeft een astraal voertuig of vorm geschapen die, op zijn minst genomen, als opslagplaats als reservoir kan dienen voor geestelijke krachten die misschien niet onmiddellijk gebruikt kunnen worden. Hij heeft daarnaast door het scheppen van die harmonie zich een weg gebaand naar de eigenlijke bronnen van Kracht, de Heren van Licht, de rassengeesten, de planeetgeest enz. Vanaf dat ogenblik dat die harmonie bestaat, maar niet voordien, begint de actie, de werkelijke actie vanuit de geest. Maar is die actie eenmaal begonnen, dan zal zij de materie domineren. Ze houdt daarbij geen rekening met materiële maatstaven. U kunt dus niet zeggen die geestelijke kracht zal me weleens helpen om goed zaken te doen. Het kan onder omstandigheden erbij komen, maar dat is lang niet zeker, het is meer een toeval. Maar u kunt zeker zeggen, die geestelijke kracht maakt het mij mogelijk voort te gaan, waar een ander niet voort kan gaan. Die geestelijke kracht maakt het mij mogelijk om iets te bereiken wat een ander niet bereiken kan. Ik kan voor mijzelf en ook voor anderen dus voor de wereld waarin ik leef meer betekenen.

U zult begrijpen hoe belangrijk zoiets is. Stel daarnaast nu nog eens het volgende: De geest zelf leeft in een wereld waarin stoffelijke opvattingen, maatstaven e.d. onbelangrijk zijn. Deze geest moet zich uiten in harmonie met de stof. Zij kan dit nimmer doen door eenvoudig alle stoffelijk maatstaven terzijde te stellen. Want op dat ogenblik ontstaat een gedrag dat disharmonisch is ten opzichte van de wereld. Wij moeten dus aannemen dat de geest haar eigen harmonie zoekt uit te drukken in de stof op een wijze die materieel aanvaardbaar is, waaruit slechts stoffelijke harmonie en geen disharmonie kan ontstaan en daarbij zal zij niet letten op de gevolgen daaruit voortvloeiende. Maar slechts op de waarden van het ogenblik zelf. Vb. de geest vindt dat de stof een spijker moet slaan of dat de stof moet opstaan of zitten, dan is het niet belangrijk wat er verder gebeurt, of die spijker gebruikt wordt of niet, of die mens met zijn zitten dadelijk weer op moet staan of niet, doet voor de geest niet ter zake. Het gaat die geest nl. niet om wat er later uit de materie voortvloeit. Het gaat erom iets tot stand te brengen wat op dit ogenblik, dus op het heden en alleen het heden, de harmonie van geest en stof uitdrukt en deze eenmaal uitgedrukte harmonie verder nog hanteerbaar maakt.

Zo mogen we daaruit afleiden dat de acties die door de geest in de stof plaats vinden, in vele gevallen éénmalig zijn en dus niet een vaste vorm aannemen of een gewoonte worden. Zij treden praktisch spontaan op en herhalen zich zelden of nooit.

In de tweede plaats; ze zullen niet in overeenstemming zijn of samenhang vertonen met alle stoffelijke omstandigheden en situaties die voorafgaande aan deze daad, op het ogenblik bestonden. Het is volledig spontaan a.h.w. nieuw.

We kunnen ten laatste zeggen; de actie op zichzelf zal vaak zover van het normale stoffelijk bestaan a.h.w. verwijderd zijn dat het voor de mens heel moeilijk zal zijn om redelijk te begrijpen waarom hij iets wel of niet gedaan heeft. Er is geen rationalisatie, er is geen redelijke verklaring mogelijk. Maar en dat is het punt waar de materie, de mens in de stof, houvast aan heeft, uit deze daad, uit deze toestand, ontstaat een grotere kracht ten goede. Of als u ten kwade gericht bent, ook ten kwade, want het is niet tot een ding beperkt.

Volgend punt. Zoals we reeds meerdere malen hebben opgemerkt, speelt de magie in deze tijd weer een steeds belangrijke rol. En daarbij mogen we rekening houden met het feit, dat de oude magie een ervaringswetenschap was, die zich baseerde op 2 wetten. De eerste is de wet van gelijkvormigheid en de tweede is de wet van overdrachtelijkheid.

Gelijkvormigheid betekent: wanneer 2 acties, 2 gedachten, 2 voorwerpen, aan elkaar gelijk zijn of een voldoende gelijkheid met elkaar bereiken, kunnen zij in elkaars plaats treden. Voor geestelijke werkingen geldt hierbij, wanneer het geestelijk idee volledig overeenstemmend is, zal de overdracht via het stoffelijk symbool steeds kunnen geschieden. Dat houdt in dat iets wat je hier doet in de geest zijn uitwerking kan hebben en omgekeerd. Dat een geestelijke actie elders stoffelijke resultaten kan hebben; dat een stoffelijke actie die op zichzelf zinloos is, door zijn harmonie met een ander verband zinvol kan worden en grote betekenis gewinnen.

Overdrachtelijkheid zou men ook de wet van besmetting kunnen noemen. Het eenvoudigste vb. is misschien wel het gebruik van een primitieve magie om met haren, nagels, delen van het lichaam van een ander, die ervan gescheiden zijn, te werken en aan te nemen dat deze band nog bestaat. U zou kunnen zeggen, al wat eens één is geweest, blijft verbonden, ongeacht de schijnbare scheidingen die ontstaan zijn.

Die twee wetten zijn natuurlijk oud. Maar ze bevatten waarden die in de komende tijd van groot belang worden. Want we kunnen het toepassen in het heden en dan luidt die toepassing als volgt:

Al wat eens een band gekend heeft, zal deze band ook nu kennen. Daar waar banden bestaan of bestaan hebben, is harmonie een eerste vereiste, omdat daar meer een terugkeer naar de oorspronkelijke staat van bewustzijn en kracht plaats vindt, met behoud van alle verder verworven eigenschappen, kennis e.d. van de delen.

Dan volgt verder. Al datgene wat ik ben, kan ik overdragen aan anderen. Al datgene wat anderen zijn, kan overgedragen worden aan mij. Ook een belangrijk punt. De mens behoeft dus niet te stellen, dat hij alleen staat. Wat hijzelf niet volbrengen kan, kan hij a.h.w. overdragen aan een ander en die volbrengt het dan wel. Wanneer hij op een gegeven ogenblik voor zichzelf te weinig mogelijkheden heeft, dan kan elders iemand bestaan die die mogelijkheid wel bezit. Het is niet meer belangrijk, dat men persoonlijk iets volbrengt, belangrijk is dat het binnen een harmonisch geheel volbracht wordt. De overdracht die hier in zit, betekent dat die samenwerking waarover ik in het begin sprak, dus nadruk krijgt. Mensen worden a.h.w. in zekere zin specialisten. Ieder van hen beheerst een bepaald methode, een bepaald middel, een bepaalde geestelijke of stoffelijke gave. Het is via deze gave dat alle andere tot uitdrukking moeten worden gebracht.

Dan kunt uzelf uw conclusie trekken. Dan weten we dus:

  1. Dat een eigenschap die we zelf bezitten, dat we die aan een ander kunnen overdragen.
  2. Dat wij van anderen kunnen ontvangen dat wat in hen leeft.
  3. Dat waar de geest uiteindelijk primair is (de idee) en de materie pas op de tweede plaats komt, de idee in staat zal zijn in de stof veranderingen en omvormingen te doen, zolang genoemde harmonieën blijven bestaan.

Een ander punt dat hier indirect mee samenhangt; u hebt allen een eigen idee van mooi en lelijk. Juist en onjuist. Dit zijn echter uw persoonlijke ideeën. Deze ideeën scheiden u van uw medemensen. Zolang u deze ideeën hanteert, zult u niets bereiken. Vb. een kunstenaar speelt een muziekwerk. Hij speelt dit voor zichzelf met een volkomen eigen interpretatie.

De mogelijkheid bestaat dat anderen hem niet begrijpen. Nu grijpt die kunstenaar naar een hulpmiddel, hij populariseert de zaak, hij maakt het eenvoudiger, begrijpelijker, maar nu gaan veel meer mensen delen in dat idee, dan heeft hij in het tweede geval een grotere kracht en harmonie gewekt en zal zijn eigen scheppend vermogen daaruit worden opgevoerd.

In het eerste geval echter stoot hij anderen af, hij maakt zijn eigen harmonische kring kleiner, en zal dus steeds minder scheppend vermogen hebben. Passen wij dit nu op elk terrein toe, of u dit wil doen op zakelijk, religieus of een ander gebied,  u zult zien dat het voor de mens dus belangrijk is zichzelf te wijden aan anderen, het is uit de harmonie, de gemeenschap, die hij geestelijk of anderszins met anderen heeft, dat zijn eigen mogelijkheid tot voortgang geboren wordt, dat zijn eigen kracht rijst en stijgt.

Ik hoop dat u daar ook rekening mee wilt houden. Het is dus niet onze taak om van onszelf het selecte te maken. Het is onze taak om de innerlijke grootheid die bestaat, zodanig om te vormen dat zij een zo algemeen mogelijke harmonie opwekt en in deze harmonie gelijktijdig anderen het mogelijk maakt tot mijn peil op te stijgen en het mijzelf mogelijk maakt op mijn weg voort te gaan.

Dan vrienden, komen we aan de pressies van deze tijd. Het is natuurlijk heel aardig om te zeggen, wij blijven u helpen en zo meer. Maar wie het voorgaande goed beluisterd heeft, weet wel dat die beloften ergens leeg gaan worden. Niet omdat de geest niet wil, niet omdat de stof dat niet aangenaam vindt, maar doodgewoon omdat er een verschuiving in de verhouding plaats vindt. De geest komt naast de mens te staan en staat er niet meer boven. De meester kan wel door een mens werken, maar hij kan niet boven de mens staan en die mens beheersen. De situatie wordt grotendeels bepaald door kosmische inwerking. Hoe ze ook ontstaat, ze is er en wanneer wij nu zeggen dat het de hoogste tijd wordt om zelf te gaan werken zoals u steeds weer zult horen, dan is dat dus niet omdat de geest denkt, we hebben al zo lang aan die mensen gewerkt, we gaat nu eens lekker luieren. Neen we gaan niet op onze lauweren rusten, helemaal niet. We zijn niet van plan u in de steek te laten, maar we kunnen slechts met u samen blijven werken wanneer uw eigen activiteit steeds groter wordt en daarbij komt dan verder de eis tot harmonie, want hoe meer wij naast elkaar staan, hoe groter de behoefte is aan de harmonie aan de harmonische band. We herhalen steeds weer: het is de hoogste tijd. Zeker, het is de hoogste tijd. Het is de hoogste tijd voor de mens a.h.w. om het werk dat de geest heeft gedaan voort te zetten, het zo de geest mogelijk te maken haar eigen actie op aarde verder te ontplooien.

Er is er één die zal weerkeren, één van de grootste krachten en geesten die er bestaan. Dat duurt nog wel een paar 100 jaar, maar dat moet voorbereid worden, want wanneer deze weerkeert, dan kan alleen wat harmonisch is erkend worden, het disharmonische zal zich moeten oplossen, het zou het einde van deze wereld kunnen betekenen. En toch kunnen wij die harmonie winnen, maar alleen maar wanneer men vanuit zichzelf gaat en werkt. En zo stellen wij elke keer, het is noodzakelijk dat u persoonlijk uw eigen weg zoekt van harmonie en begrip. Niet in een dogmatisch vasthouden aan een stelling, of deze nu christelijk is of theosofisch of anders, maar in een zoeken naar een feitelijke harmonie, een feitelijke activiteit met en voor uw medemensen. Dat is het beginpunt het punt van uitgang.

Wat de geest uiteindelijk nog kan en zal trachten te doen in deze tijd is, overal waar men meent dat een voldoende harmonie bestaat, de geestelijke kracht over te brengen. En daar komt die oude magie op de voorgrond, het is de overdracht, de besmetting niet in de nadelige zin, maar zoals eens de aardvaders aan hun oudste zonen door de zegen hun eigen kracht en capaciteit gaven, zoals men nu nog symbolisch de priester wijdt door handoplegging bv. De geest zal wel degelijk proberen, om haar eigen krachten en wegen zover dit mogelijk is aan de mensheid te vererven. Maar meer dan dat kan ze niet meer doen. Ze kan verder alleen samenwerken met u, ze kan u niet leiden. En daarom vrienden wil ik u ernstig vragen om vanuit uw eigen bewustzijn en mogelijkheden, eigen inzichten vooral, toch te zoeken naar deze harmonie met anderen, naar dit ontspannen beleven van eigen geestelijke impulsen en het omzetten daarvan in een hanteerbare realiteit binnen het heden.

De belangrijke jaren, de beslissende jaren misschien wel voor de mensheid die aangebroken zijn, maken het onmogelijk met minder te volstaan. Begrijp dat goed. U kunt hier niet meer ontwijken, die tijd is voorbij. U kunt uzelf afzonderen en hoger en beter dan anderen achten, u kunt uw eigen stellingen en standpunten verdedigen, ongeacht de anderen, maar u zult daardoor geïsoleerd raken en teloor kunnen gaan. En daarom zou ik voor u willen voorstellen, om te zoeken naar een zekere grondwaarde of harmonie die voor allen aanvaardbaar is. Zoek niet naar een mooie leer of definitie waarvan u vol bewondering zegt, oh wat is dat wonderbaarlijk schoon, dat is Goddelijk schoon. Zoek naar iets wat direct praktisch bruikbaar is, niet alleen voor u, maar voor alle anderen. Zoek naar een persoonlijk harmonie, maar vooral naar een mogelijkheid om die harmonie in de wereld uit te breiden. Zoek natuurlijk naar een eigen kracht maar alleen om deze in de wereld tot uiting te brengen.

Datgene wat naastenliefde werd genoemd en dat op het ogenblik zo verkeerd wordt begrepen vaak, zal in de komende tijd een beslissende rol spelen. Want naastenliefde is een harmonie, een harmonische erkenning en samenwerking. Want wat men kinderlijkheid noemde, misschien wat minachtend, is in feite  dus de spontane weergave van het innerlijke en dat zal in deze tijd belangrijker zijn, veel belangrijker dan alle uiterlijkheden in een verpolitiekte wereld. Waar leerstellingen en godsdiensten dreigen vast te lopen, zal het ook nodig zijn zich te onthechten. Niet door alles te verwerpen, dat is dwaas, maar door vrij te komen van een gebondenheid van bezit of wat dan ook op aarde, zelfs aan een stelregel, stelling of eigen aanzien.

Keer terug tot de eenvoud. En in die eenvoud tracht de samenwerking te bereiken door althans voorlopig uit te gaan van een gezag dat niet bepalend is voor uw geestelijk leven of door uw acties, maar dat kan dienen als een centraal punt, als de contemplatieve inhoud misschien, van datgene wat voor u allen nu het meest belangrijke is. Gehoorzaamheid die vrijwillig wordt gegeven is geen gebondenheid. Gehoorzaamheid die afgedwongen wordt echter is een band. Gehoorzaamheid die afgedwongen wordt, zal onaanvaardbaar zijn voor eenieder die geestelijk verder wil. Een vrijwillig zich tijdelijk ondergeschikt maken aan anderen, aan een idee, mits deze niet dogmatisch is, is de meest juiste oplossing. Gezag is er misschien niet zoveel meer, maar daar staat tegenover dat er resultaten zijn. Volg datgene dat vanuit zichzelf en door resultaten kenbaar maakt dat het waardevol is. Volg datgene, dien datgene, wees harmonisch met dat ene, wat duidelijk, maakt dat kracht vanuit de geest in de stof bruikbaar is. Wees vol zelfvertrouwen, nimmer denkend dat ge alleen door anderen kunt bereiken, maar beseffende dat ge zelf bereiken kunt, ook al zullen de eerste schreden wel in schijn door anderen geleid worden.

  • Hoe kunnen wij weten dat een bepaalde impuls resulteert uit een intuïtief weten, dan wel uit onbewuste of verdrongen wensen, angsten?

Dat is over het algemeen tamelijk lastig. Maar u kunt dit zeggen, wanneer een impuls in het ik ontstaat, dan is het in ieder geval een deel van de persoonlijkheid, hetzij van de geest hetzij van iets anders. Door de impuls te erkennen en ze niet opzij te dringen, komen we dus in ieder geval dichter bij de integratie van de eigen persoonlijkheid. Elke impuls op zich moet wel degelijk bezien worden in hoeverre ze belangrijk is. En dan kun je daarnaast nog iets zeggen: wanneer je een impuls hebt en deze impuls gaat gepaard met een zeker gevoel van welbehagen, dan kan je wel zeker zijn dat het een harmonische impuls is die voor een groot gedeelte uit de geest komt. Maar dan mogen we niet vergeten, de geest geeft die impulsen niet volgens de zuiver stoffelijke normen. We hebben vaak 5-6 verschillende mogelijkheden om aan die impuls gevolg te geven. Degene die men stoffelijk kiest is ook mede met de stoffelijke mogelijkheden, karakter enz. verweven. Maar daar waar het gevoel van verlichting, van zeker geluk, van een soort bevrijding gepaard gaat met de eerste handeling ter verwerkelijking van de impuls, kun je zeggen, dat is zeker goed.

  • Met het begrip en het denkvermogen dat wij hebben, zijn wij bereid te doen wat van ons verlangd wordt. Gezien wij onze geestelijke mogelijkheden niet volledig kennen, rijst de vraag of er vanuit de geest geen moeite gedaan wordt om hen, die bereid zijn, te helpen?

Wordt wel degelijk gedaan, maar u moet het toch weer even in het juist daglicht stellen. Wij die bereid zijn, wij willen dit allemaal wel doen, maar dat is in 9 van de 10 gevallen niet. Wij weten niet wat wij moeten doen, maar dat is doodgewoon, wij willen het alleen maar doen als een ander de verantwoordelijkheid neemt. En juist die verantwoordelijkheid is een deel van je eigen bewustwording. Door die weg te nemen, kom je op een gegeven ogenblik in gevaar. Dit is iets wat men heel vaak over het hoofd ziet. Je kunt dus iemand brengen tot aan de voerbak, je kunt hem niet dwingen om te eten. Zou je dat gaan doen, dan zou je zijn leven beleven en dat kan geen enkele geest, zelfs de hoogste, tolereren. Een harmonie, een samenwerking met de geest kan niet vanuit een gezagspositie bepaald worden door de geest. Er is een tijd geweest dat dit kon. Ik kan alleen zeggen: indien u bereid bent om te doen wat noodzakelijk is, dan weet u in uzelf heus wel wat dat is, zoek dan naar een weg om het te uiten en wanneer u geluk hebt, – en dat ligt eraan hoe uw geestelijke contacten liggen -, dan kunt u daarbij wel eens een visioen krijgen. Het kan zijn dat u denkbeelden ontvangt, het kan zelfs zijn dat men u op een meer tastbare manier a.h.w. zijn krachten overdraagt, dat is dan een meevaller, maar dat is niet iets waar zonder meer op gerekend kan worden. De geest doet wat mogelijk is, maar zolang het een lichtende geest is, zal hij nimmer dwingend voorschrijven. Hij geeft u het inzicht en verwacht dat u de conclusie zelf trekt. En als die geest zegt, zoek de juiste harmonie, dan bedoelt hij daar letterlijk mee, zoek de juiste harmonie op uw manier, op uw eigen verantwoordelijkheid, experimenteer, maak desnoods fouten, maar zoek harmonie. Logisch, want wat hebben we eraan als we de mensen alleen maar laten marcheren. Eenieder kan dus op zijn eigen terrein, met een kennen van zijn eigen taak zelf voortgaan en ingrijpen. Wat men op het ogenblik vanuit de geest wil doen, dat is niet, een soort leger scheppen met een grote hiërarchie. Nee de geest staat klaar om u te helpen waar het kan, maar u moet beslissen, u moet zelf uw conclusies trekken. Wanneer u er niet zeker van bent, kunt u heus wel aan die geest vragen, klopt dat, en dan zal die geest daarop een antwoord geven, en dat antwoord zal in 9 van de 10 gevallen niet zijn, ja zo moet je ‘t doen, het is aanvaardbaar of niet aanvaardbaar.

  • Men zegt dat de mens bij elke stap geleid en verzorgd wordt door ongeziene helpers en vrienden, wie zijn die ongeziene helpers?

Als dat waar zou zijn, hoezeer zouden vele mensen dan misleid zijn, door deze ongeziene helpers en vrienden. Neen, een mens wordt niet bij elke stap geleid, hij wordt over het algemeen wel begeleid. Wanneer u leeft op aarde, dan verlaat u de geestelijke wereld. Maar in die geestelijke wereld hebt u vrienden. In uw stoffelijke wereld heeft u misschien vrienden gemaakt, zijn er banden ontstaan die niet zuiver materieel maar waar geestelijke belangen of interesses bij verbonden waren. Het is duidelijk dat deze u niet zonder meer in de steek laten. Ze zijn a.h.w. met u. Dat betekent nog niet dat zij u precies vertellen wat u moet doen en laten. Het betekent alleen dat ze met u gaan op de weg en wanneer u dreigt te vallen en ze kunnen u helpen, zullen ze het waarschijnlijk niet laten. Maar u bent het zelf die leeft, het zijn nooit geestelijke vrienden en geleiders zonder meer die dat doen. Dat is een geliefde illusie waarbij we eigenlijk afglijden naar het primitief denken. Een mens moet het verschil kunnen snappen tussen iemand die een weg met je gaat en iemand, die je voorgaat op een weg. De doorsneemens, bang misschien om de verantwoordelijkheid van zijn eigen leven te dragen of gemakzuchtig, of hopend dat die geest het beter weet, of dat er een voordeeltje aan vastzit. De mens gaat zelf zijn levensweg en waar hij krachten heeft die hem gunstig gezind zijn, dan zullen die krachten hem helpen wanneer hijzelf een keuze doet. Maar als hijzelf niets doet, kan die geest ook niets doen, hij kan alleen maar meegaan. Hij kan niet vooropgaan. De geestelijke vrienden en geleiders die men tijdens zijn leven heeft, zijn over het algemeen, entiteiten met wie men, hetzij in het verleden in een geestelijke sfeer, of misschien in de stof zozeer verbonden is geweest, dat een geestelijke verplichting, een geestelijke harmonie of band ontstonden. Ze zijn met u zover het eigen leven het toelaat. D.w.z. dat u niet altijd dezelfde geleiders zult hebben. Degenen die pas zijn overgegaan, kunnen nimmer, daarbij gerekend worden, omdat er maar zeer weinigen onder hen een voldoende bewustzijn bezitten om inderdaad onmiddellijk als geleider op te treden en u te helpen om eigen wegen zo goed mogelijk te gaan. Velen van hen zijn nog gebonden aan eigen stoffelijke begrippen, zijn te sterk gebonden met eigen opvattingen en meningen en zouden willen trachten u een leven op te leggen dat niet het uwe maar het hunne is. Dat dit vanuit het standpunt van bewustwording onaanvaardbaar is, zult u waarschijnlijk begrijpen.