Geestelijke inwijding en de stoffelijke weerslag

Geestelijke inwijding is in feite het bereiken van een toestand van verlichting. Ze kan op velerlei wijzen ontstaan. Soms is ze het gevolg van een aantal meditatieve processen. In andere gevallen is het een voortdurende verandering van wereldbeeld waardoor men onbewust alles in nieuwe samenhangen gaat zien. Dat men het woord ‘geestelijk’ hier voorop stelt, wijst erop dat wij te maken hebben met een proces dat niet door stoffelijke invloeden of directe stoffelijke leringen wordt bepaald. Daarom lijkt het mij goed om dit proces eerst een ogenblik onder de loep te nemen.

Men denkt vaak dat je naar inwijding moet verlangen. Dat is niet altijd waar. In je leven doe je een aantal ervaringen op. Een deel van deze ervaringen resoneert met herinneringen in de geest. Hierdoor ontstaan banden tussen het geestelijke deel van het “ik” het onderbewuste en het bewustzijn. Vanaf het ogenblik dat een dergelijke resonans is ontstaan, beginnen steeds meer invloeden zich aan je op te dringen. In het begin krijg je het gevoel dat je heel wat bent; dat is een illusie. Daarna krijg je het gevoel dat je over gaven beschikt. Je wordt helderziend, helderhorend, je gaat genezen. Noem dergelijke paranormale kunstjes maar op. Gedurende deze periode doe je wel ervaringen op, maar je bent nog niet in staat om zelf te zien wat er gebeurt. Door de praktijk krijg je langzamerhand enig begrip voor die samenhang. Maar zodra het begrip ontstaat, valt de z.g. gave voor een deel weg. Zij is dan onbelangrijk geworden en past niet in het verdere ontwikkelingsproces.

Hierbij wil ik als noot aantekenen, dat mensen die een gave hebben daaraan over het algemeen een overmatig belang hechten en hierdoor eigenlijk juist de bewustwordingsprocessen die noodzakelijk zijn voor een voortgaan onderbreken. Het is duidelijk, wanneer je tot stilstand komt, dan voel je je gefrustreerd. Er is een periode van onrust, van leegheid. Een vriend van ons heeft dit eens beschreven als een gevoel onder een glazen stolp te zitten. De wereld kan je niet volledig meer beroeren. Je hebt voor jezelf vaak het idee dat je wat gevoelsarm aan het worden bent. Gelijktijdig heb je ook minder mogelijkheid en ook minder aanleiding om op de wereld te reageren. Zonder het meestal helemaal te weten word je een buitenstaander; je observeert.

Dit observatieproces, deels mentaal deels geestelijk, doet je langzamerhand een paar ontwikkelingslijnen en parallellen zien. Je gaat begrijpen dat je wereld niet is opgebouwd uit een vast schema zonder meer of uit een aantal toevalligheden. Je gaat zien hoe de samenhangen liggen. Dit is de eerste fase. Er ontstaan dan harmonieën die weer wat paranormale belevingen of mystieke belevingen met zich meebrengen. De persoon in kwestie heeft meestal de neiging over te gaan tot meditatieve of contemplatieve processen. In deze periode voelt men zich verder geneigd om de wereld te gaan verbeteren. Een Sisyphuswerk uit de aard der zaak die nooit voltooid kan worden.

Zolang je je nog richt op de wereld, ben je weer niet in staat om je eigen processen juist in te schatten. Iemand, die de wereld wil verbeteren, is iemand die zichzelf overschat, de wereld onderschat in de zin van het wereldgebeuren niet beseft. Vergeef mijl als hier wereldverbeteraar aanwezig zijn, maar de analyse is juist. Vanaf het ogenblik echter dat je zelf goed wilt functioneren, meestal weer na een aantal frustrerende ervaringen, ontstaat er innerlijk een aantal processen. Je kunt ze als droombelevingen beschouwen die in vele gevallen zijn opgebouwd uit eerst een aantal symbooldromen, uit bepaalde paranormale of uittredingsdromen en dan krijg je plotseling belevingen. Er gebeurt iets in ons. Wij weten niet waarom, maar we zijn intriest, uiterst vredig of blijmoedig zonder meer, we voelen ons met kracht geladen. Al deze dingen zijn van voorbijgaande aard. Hier is de resonantie tussen stoffelijk bewustzijn en geestelijk “ik” zo groot geworden dat een aantal van de geestelijke ervaringen zonder meer kan worden afgedrukt. De stof zoekt nog steeds naar een verklaring. Ze wil verwoorden, ze wil uitbeelden, kortom, grijpbaar maken voor een mentaal verstand met zijn achtergronden van herinneringen, zijn emotionele menselijke relaties. Deze beelden echter ontwikkelen zich verder.

De fase waarin deze droombeelden belangrijk worden is er meestal één waarin wij voortdurend een wisseling ervaren tussen duister en licht. Op dat ogenblik gaan wij vergelijken. Dit innerlijk vergelijken is gelijktijdig een zoeken naar een innerlijk evenwicht. De oude methoden die we hebben gebruikt voor contempleren enz. stellen wij terzijde. Het is alsof wij langzaam maar zeker in onszelf leren stil te zijn. Deze innerlijke stilte kan niet worden uitgedrukt. Ze kan niet worden vertaald, maar zij brengt een gevoel van zekerheid, van vrede, van evenwichtig zijn dan gekomen aan een fase waarin de geestelijke inwijding zich feitelijk gaat afspelen. Je visie op de wereld wordt een andere. Je gaat samenhangen zien waar anderen die niet zien. Je ziet noodzaken maar ook overbodigheden op een manier die voor een normaal mens niet geheel aanvaardbaar is. Dankzij dit inzicht heb je vele mogelijkheden in de stof. Je reageert juister dan een ander. Je kunt vaak tevoren al bepaalde dingen zien. Je bent a.h.w. een beetje helderziend in tijd. Je voelt mensen, aan; je hebt empathische ervaringen. Al deze dingen bij elkaar zijn uiterlijkheden. Klamp je er niet aan vast, want ze zijn niet belangrijk. Ze zijn alleen een deel van een proces waardoor je beeld van de wereld verandert.

In deze periode krijgt u ook veel contact met entiteiten die niet meer tot de menselijke wereld behoren. Soms zijn dit overgeganen. In andere gevallen kunnen het ook persoonlijkheden zijn die geen menselijk bestaan op aarde hebben gekend. De contacten blijven vaag. Maar elke keer als we een dergelijk contact hebben gehad, is het of we onze wereld een beetje anders zien. Elke keer weer hebben wij het gevoel dat we anders moeten reageren. Er ontstaat een vorm van gejaagdheid die enige tijd kan aanhouden en die bij niet stabiele karakters zelfs zou kunnen leiden tot eenzijdige waanzin: godsdienstwaanzin e.d. komen in deze fase nogal eens voor.

Kun je dit voorkomen of uit een dergelijke illusie terugkeren tot de werkelijkheid, dan ga je ontdekken dat er één kracht is die in alle dingen spreekt. Er is een voortdurende wisselwerking tussen ons en al datgene wat om ons heen is. Entiteiten zijn een normaal deel geworden van de wereld. Hun invloeden, hun inwerkingen worden door ons verwerkt alsof ze bij wijze van spreken verkeersborden langs de weg waren. In deze fase ontwikkelt zich een aanvoelen dat niet meer verstandelijk uitdrukbaar is, maar het brengt met zich mee een enorme krachtreserve daarnaast een bijzondere voorkeur. Op grond van deze voorkeur zijn we geneigd om dergelijke inwijdingen dan a.h.w. in stralen uiteen te rafelen, ik behoor tot de eerste, jij tot de derde en hij tot de zevende straal. Dat is natuurlijk onmogelijk. Als je je daarmee gaat bezighouden, dan blijft er niets over dan lazerstralen voor iedereen.

U heeft een harmonie. Bij een geestelijke inwijding ontstaan harmonische gebieden. Alles wat er in dat gebied is, werkt op u in. Op uw beurt bent u in staat om in dat gebied in te grijpen. Langzaam maar zeker wordt uw wereld groter en bevat dan ook wat u noemt hogere trillingen of hogere harmonieën. U gaat dan volgens de termen van de ene straal naar de volgende. In werkelijkheid wordt uw wereldbeeld groter, de geestelijke betrokkenheid omvat meer, gelijktijdig worden stoffelijke gebeurtenissen minder belangrijk. Wanneer de inwijding zich dan zover voltrekt dat inderdaad de geestelijke wereld voor u gelijkwaardig is geworden aan uw eigen stoffelijke wereld, dan zult u zien dat de meeste menselijke opvattingen voor u geen zin meer hebben; dat u geheel vanuit uw innerlijk bewustzijn werkt en dat u voortdurend zoekt naar een schema of een plan waardoor uw manier van zijn en leven meer inhoud zal krijgen.

Heeft u deze periode doorleeft, dan ontstaat een innerlijk contact (noem het de stem van God of iets anders) waarin het ik wordt meegesleept door een hogere macht en toch als zichzelf en zelfstandig blijft waarnemen, beleven en reageren. Vanaf dit ogenblik kan worden gesproken van een voltooide geestelijke inwijding. Wij zullen nu verder gaan met de stoffelijke gevolgen wat nader onder ogen te zien.

Wanneer je begint, dan voel je je bij de wereld zeer nadrukkelijk betrokken. Je hebt de behoefte om je gaven en je mogelijkheden enerzijds te etaleren en gelijktijdig voor jezelf a.h.w. verdiensten te vergaren door ze voor anderen te gebruiken. In deze periode kun je zeggen dat je meestal, niet altijd, nogal eigenwijs bent, doordrijverig en volgens je medemensen op een of ander gebied meestal geschift. Dat is niet iets om je over te ergeren; dat is een normaal verschijnsel, dat gaat voorbij.

Naarmate je meer resonans krijgt met de geestelijke wereld, zullen je reacties meer to the point zijn. Ze zijn duidelijker ze zijn scherper omlijnd en doelmatiger. In deze periode zul je een mens alleen nog helpen, als hij niet slechts hulp nodig heeft maar deze ook wenst. Je zult mensen misschien met een enkel woord een andere stemming bijbrengen omdat je hun stemming aanvoelt, maar je hebt niet meer de behoefte te zeggen; dat doe ik wel. Materiële zaken worden eigenlijk wat minder belangrijk. Het is geen kwestie van: het is nu eenmaal mijn recht of zo hoort het. Materiële bemoeienissen zijn in deze periode meestal niet veel meer dan formaliteiten. Je moet proberen om iets dan toch op de een of andere manier goed in orde te maken. Heel veel mensen, die deze fase hebben bereikt of hebben doorlopen, tonen een heel eigenaardige relatie met de buitenwereld. Aan de ene kant zijn ze zeer onverschillig. Het is net of het meeste aan hen voorbijgaat. Aan de andere kant doen ze zeer veel moeite om zich te handhaven tegenover anderen, om zich zelfs te profileren op een voor iedereen aanvaardbare en kenbare wijze. Zo krijg je dan te maken met mensen die zich geen zorgen maken over het verlies van een miljoen, maar er wel over mopperen dat er tegenwoordig geen centen meer zijn, omdat ze op deze manier zo nu en dan iets te weinig krijgen. Nu is dit maar een voorbeeld.

Gaan we nog verder, dan blijkt dat mensenliefde iets anders is dan hetgeen men in het zoeken naar geborgenheid en eenheid tot nu toe daaronder heeft verstaan. Het is alsof de gevoelswereld meer uitwaaiert en gelijktijdig materiële uitdrukkingen van minder belang zijn. Ze zijn er. Ze kunnen aangenaam zijn, ze kunnen doelmatig zijn, maar als het erop aan komt, tellen ze eigenlijk niet. Er gaan achtergronden tellen. Vanaf dit moment krijgen we ‑ u heeft het al gehoord ‑ bepaalde gaven na een rustperiode.

Wij krijgen ook de neiging om anderen a.h.w. onopvallend te helpen en te leiden. Degenen, die zich dan leraar noemen, komen niet verder. Degenen, die op de achtergrond blijven en proberen iedereen een beetje bij te sturen als het zo uitkomt, zijn degenen die het meest vooruitkomen. In deze periode kun je over het algemeen stoffelijk bereiken wat je wilt. Wil je minister‑president worden, dan zou dat kunnen. Alleen, iemand die zover is gekomen zegt: ik zal wel gek zijn. Je kunt miljoenen vergaren, maar wie zover is gekomen heeft het gevoel, ach, het komt er eigenlijk niet zo op aan. Wat ik nodig heb, zal ik toch wel krijgen, hoe dan ook. Het is alsof je relatie komt los te staan van ‘de voor wat hoort wat theorieën’ die nu eenmaal de wereld beheersen.

Een stap verder en je maakt gewoon de omstandigheden die je prettig vindt. Als je eten wilt hebben en er is niets, dan wens je het en dan komt iemand het wel brengen of je vindt het toevallig toch nog in een koelkast waarvan je dacht dat ze leeg was. De voorbeelden zijn misschien wat laag bij de grond, maar ik meen dat ze sprekend en duidelijk zijn Als je zover bent gekomen dat je de resonantie met alle dingen begint te ervaren, de kracht in alle dingen gaat beseffen, dan ben je in staat alles om te buigen zoals het nodig is. Theoretisch zou je goud kunnen maken. Alleen, je vraagt je af waarom je de moeite zoudt doen; het kan zo ook wel. Gedurende deze periode heb je vaak het gevoel dat je niet meer helemaal in je eigen wereld loopt. Je loopt langs de weg, je weet dat je voeten het pad betreden en toch zie je gelijktijdig een schimmige wereld om je heen die ander is, soms een duistere, soms een lichtende. Je spreekt met de entiteiten alsof ze medemensen zouden zijn. Alleen, je behoeft niet meer woorden te formuleren, het spreekt in jezelf. Het is duidelijk dat hierdoor je gedrag sterk wordt beïnvloed.

Iemand, die op deze manier met zijn hoofd in een geestelijke wereld loopt te wandelen, zal iets doen wat een normaal lichaam niet kan. Dat is namelijk het energiepatroon voortdurend aanvullen. De levenskrachtcirculatie blijft harmonisch en gelijk en gelijktijdig een verhoogde afvoer van vermoeidheidsstoffen tot stand brengen. Met andere woorden: er is minder kans op lichamelijke veroudering. Er is een grotere lichamelijke veerkracht en deze gaat gepaard met een grotere onverschilligheid voor het stoffelijke. Als je je afvraagt of een persoon, die een geestelijke inwijding geheel of bijna geheel heeft doorlopen ook nog allerlei gaven demonstreert (eerlijk gezegd zelden)? Nou, je hebt dan de gaven wel, maar je gebruikt ze alleen, als het nodig is en bovendien wil je niet de last op je laden van het opvallend gebruiken van een gave. Want daardoor zou je afhankelijkheden scheppen en die zijn ‑ dat weet je nu ‑ niet zo goed. Alles moet in een natuurlijk patroon, in een soort geestelijke ecologie plaatsvinden.

Het resultaat is dat iemand, die een geestelijke inwijding heeft doorlopen over het algemeen stoffelijk alles heeft wat hij nodig heeft, maar nimmer overdaad. En dat hij enerzijds wel degelijk precies weet wat zijn rechten en plichten op menselijk gebied zijn, maar anderzijds deze steeds verwaarloost omdat hij een andere visie heeft op het leven. Bij de volledige inwijding, indien die geestelijk is verlopen als genoemd, krijgen wij dus te maken met mensen die afstandelijk zijn, die leraarschap doorgaans proberen te vermijden, die overmacht beschikken maar weigeren die te gebruiken, die anderen wel degelijk helpen en dienen, maar altijd zo onopvallend mogelijk. En die daarnaast in alle dingen zoveel betekenis zien dat ze samenhangen kennen die voor anderen absoluut niet op te merken zijn.

Hoe moet je dit als een stoffelijk resultaat samenvatten? Misschien kun je dat het best zo zeggen: iemand, die een geestelijke inwijding heeft doorgemaakt, is niet wereldvreemd, maar hij is onverschillig. Een dergelijke persoon beschikt over vele vermogens en krachten. Hij is in staat om aanvallen ‑ zowel geestelijke als meer stoffelijke ‑ met weinig moeite af te weren. Maar in vele gevallen zal hij aan zichzelf denken en zich realiseren dat het belangrijker is om een bepaalde rol te spelen in het geheel, een bepaalde functie te vervullen dan het eigen ik onbeperkt te beschermen met gevolgen die niet geheel stoffelijk zijn, maar die toch met het stoffelijke lichaam samenhangen.

Een geestelijke inwijding begint gewoonlijk, wanneer tenminste de 16‑bladige lotus via het chakra is opengebloeid. Wanneer de inwijding is voltooid, zal het voorhoofd-chakra voor tenminste ¾ geheel open zijn. Dat wil zeggen, dat geestelijke zintuigen dus een veel grotere invloed hebben dan voorheen, Men kan beter krachten ontvangen en uitstralen dan bij een normaal mens gewoonlijk gebruikelijk is. Wordt de inwijding met concrete mystieke belevingen bekroond, dan betekent dit vaak dat ook het kruin‑ of top-chakra zich begint te openen en dat dit ook weer 3/4 tot geheel geopend is wanneer men enige tijd op deze wijze heeft geleefd. Dan is er geen mogelijkheid meer voor u om u te onttrekken aan astrale werkelijkheden.

U kunt dan gebruik maken van astraal‑dubbel, van levenslichaam, wat u maar wilt. U bent kortom in staat om elk deel van uw wezen, inclusief de geestelijke delen, afzonderlijk te gebruiken en uw gehele aandacht daarin tijdelijk te centreren. Voor de waarnemer zou dat kunnen betekenen dat u zo nu en dan in een periode van daadloosheid vervalt waarin u maar voor u heen zit te staren om dan opeens op te staan met allerlei briljante ideeën of met een energie die men u nooit zou hebben toegedacht. In die schijn­bare rustperiode bent u op een ander niveau actief. Doordat u geeste­lijke voertuigen evengoed kunt gebruiken als het stoffelijke voertuig is het mogelijk om het stoffelijke lichaam te laten rusten. U kunt dus met zeer veel bewuste geestelijke activiteiten (uittredingen e.d.) rustig verder gaan, terwijl het lichaam zich ontspant en herstelt. Belangrijk is, dat u in al deze gevallen zelf harmonisch blijft.

Een harmonie, die geestelijk bestaat en wordt beleefd, straalt uit naar het stoffelijke lichaam. Het geeft u een grotere recuperatievermogen, minder ziekten e.d. en tevens een weten dat niet meer in alle gevallen is onder te brengen in menselijk weten. Wil men over kennis beschikken, dan kan men een groot gedeelte daarvan aflezen uit het gemeenschappelijke bovenbewustzijn of zelfs de gemeenschappelijke bovenbewuste herinnering die men ook wel de Akasha Kroniek noemt. U heeft dus vele mogelijkheden.

Een eindconclusie is niet te trekken. Elke vorm van geestelijke inwijding betekent het openbloeien van een persoonlijkheid met zeer specifieke kwaliteiten en eigenschappen. De manier waarop ze wordt beleefd heeft mede te maken met de achtergronden die men heeft gehad. Iemand, die in zijn jeugd veel met occultisme te maken heeft gehad, zal over het algemeen de verschijnselen die hij ontmoet vertalen in termen van het oude occulte. Iemand, die kerkelijk is geweest, zal het eerder vertalen in de termen van engeltjes en duiveltjes. Zo kunnen we door gaan. Het gebruik van krachten is eveneens gebonden aan de voorgeschiedenis, want u heeft een bepaalde karakteristiek. U bent menselijk het product van erfelijke karaktereigenschappen, geestelijk ingelegde versterking van eigenschappen, daarnaast herinneringsvermogen en eventueel op de achtergrond nog incarnatieherinneringen. Als u die allemaal bij elkaar voegt, dan ontstaat er iets wat evenmin te dupliceren valt als een vingerafdruk. Volkomen gelijk kan het niet zijn. De manier waarop u vertaalt, de wijze waarop u dit uiterlijk beleeft, is dus zeer afhankelijk van uw voorgeschiedenis en uw achtergronden op aarde en eventueel in vorige stoffelijke levens.

De geestelijke belevingen worden voor een groot gedeelte mede bepaald door de hoogst bewuste trap die je geestelijk hebt bereikt. Het is het hoogst geestelijke bewustzijn dat bepalend is voor alle coördinatie ten aanzien van geestelijke processen en ontwikkelingen die je doormaakt. Ook hier is de uiting individueel en is er geen algemene norm te trekken.

Als ik dit enigszins heb gedaan, dan is dit alleen omdat de door mij genoemde symptomen en de door mij aangeduide trappen van ontwikkeling zo vaak voorkomen dat ze voor de meeste mensen doeltreffend zullen zijn. Het betekent niet, dat ze voor allen gelijk en altijd doeltreffend zijn. Tenslotte nog dit, als u zoekt naar geestelijke inwijding, zult u haar vaak niet vinden. Maar als u zoekt naar iets wat u goed noemt, naar vrede of harmonie en dus niet op uzelf gecentreerd bent, zal een geestelijke inwijdingsprocedure zich veel eenvoudiger en sneller kunnen afspelen. Als u zich laat verblinden door bepaalde kwaliteiten die u ontwikkelt door gebeurtenissen (al is het maar dat u geesten ontmoet of zelfs uw droomleven) dan zult u daardoor veelal uw eigen ontwikkeling tijdelijk afremmen. Aanvaard deze dingen eenvoudig alsof ze erbij horen en ga verder. De geestelijke inwijding kan niet alleen worden afgemeten aan de stoffelijk waarde en de waarderingen. Ze is een geheel eigen proces met kosmische betekenis.

Ten laatste: een mystieke beleving kan niet gereproduceerd worden. Een mystieke beleving is een innerlijk proces waarbij geestelijke voertuigen mede een rol spelen. Daar u dit niet verstandelijk kunt omschrijven, is het ook niet mogelijk een redelijke verklaring te geven of uitdrukking te geven aan het gehele proces van het mystieke beleven. Als u daarmede rekening houdt, dan zal het voorgaande u misschien kunnen helpen om bepaalde fasen van de geestelijke ontwikkeling bij uzelf te onderkennen. Zo dit het geval is, zouden misschien ook de laatste drie regels u van dienst kunnen zijn om dit proces zonder stokken te laten voortgaan.