Geestelijke oproep van de Witte Broederschap

Ik vraag een ogenblik uw geduld voor enkele zaken die ik graag ook op uw wereld tot uiting wil brengen.

Het zal u bekend zijn dat in deze tijd op de wereld bepaalde angsten en onrusten in steeds sterkere mate een rol spelen.

Een groot gedeelte daarvan berust niet in de eerste plaats op feitelijke omstandigheden maar berust op een verkeerde menselijke mentaliteit en een foutieve soms panische reactie van gevoelens.

Het is voor ons belangrijk, voor “ons”, zowel u, mensen, als wij in de geestelijke werelden, dat deze onrust en deze verkeerde mentaliteit, althans zoveel mogelijk beperkt worden.

Of u nu gelooft in een geestelijke kracht of niet, elke mens en elke geest bezit bepaalde krachten die hij uit kan stralen.

Deze krachten kunnen wij richten in een gevoel van zekerheid en van wederkerige erkenning en bezorgdheid voor elkaar.

Er is geen reden om bang te zijn tenzij wij ons los willen maken van de wereld waartoe wij behoren, de groep der mensen met wie wij tezamen alleen werkelijk kunnen leven en werken.

Wij moeten trachten in onszelf de kracht op te wekken die noodzakelijk is om rust te doen weerkeren bij hen die onrustig zijn; om hulp te vinden voor hen die hulp nodig hebben; om het egoïsme te vervangen door zuiver menselijke emotie van “tezamen behoren” en “tezamen zijn”.

Er is geen reden om werkelijk bang te zijn!  Zorgen maakt elke mens zich, maar die zorgen zijn beperkt zodra hij begrijpt dat hij in de eerste plaats moet denken aan medemensen, niet slechts aan zijn eigen verwachtingen die misschien beschaamd worden.

Laat ons, waar wij ook zijn, hoe wij zijn, denken en geloven, proberen eerst dit vertrouwen in de mensheid uit te stralen en door te geven, opdat de mens zou begrijpen dat mens-zijn niet in getallen wordt uitgedrukt en niet beperkt wordt door leuzen of dwaze vooroordelen.

Wanneer ik u zeg dat dit belangrijk is, dan zult u waarschijnlijk aarzelen; u denkt aan stoffelijke zaken, crisis, werkloosheid, omzetverlies, onrust, maar ik zeg u: die dingen maakt gij voor een groot gedeelte zelf.  En indien gij zelf ophoudt, deze dingen te scheppen in uw wereld, wanneer ge leert vertrouwen, niet alleen op de hoogste kracht, hoe belangrijk deze ook moge zijn, maar ook op uw medemens en op uzelf, dan zult u de eenheid en daarmee het slagen van de mensheid kunnen bevorderen en mogelijk maken.

Mijn bede aan u is deze: vlucht niet weg in droombeelden van wat zou moeten zijn, maar zie naar de noodzaken van vandaag.  Zeg niet dat ge de wereld wilt verbeteren, maar help uw naaste die in nood is.  Zoek niet grootse krachten te openbaren, maar tracht met de kracht die ge in u voelt, daar te helpen waar het nodig is.  U zult ontdekken dat u meer krachten hebt dan u vermoedde, u zult ontdekken dat u meer bereiken kunt dan u ooit hebt gedacht.  Maar let dan niet op de woorden.

Deze wereld sterft in de woorden en het zelfbeklag van de mensen.

Let op het innerlijk, de gevoelens, geef de mensheid een deel van uw tijd, een deel van uw pogen, een deel van uw kunnen.

Dan is er geen crisis die gevaarlijk is, dan zijn er geen gevaarlijke kwalen meer die de mensheid en de wereld bedreigen, dan hervindt uw wereld zijn rust en schoonheid en gijzelf de menselijkheid die men juist in zelfzuchtige angst dreigt te verliezen.

Uw keuze – niet slechts de uwe, maar die van de mensheid – is deze: nu, als mens tegenover de mensheid samen werken en streven, of morgen, in wanhoop, paniek en wantrouwen elkaar vernietigen.

Er is geen werkelijke noodzaak, geen onvermijdelijkheid voor een wereldoorlog, of een atoombrand.

Deze dingen kunnen voorkomen worden wanneer meer mensen proberen positief te leven en te denken, want dit geven zij – bewust of onbewust – door aan de mensheid.  Tien mensen die positief leven en denken, beïnvloeden duizenden, ook al ziet men dat niet direct.

Vraag niet naar snelle resultaten, maar vraag naar de erkenning in uzelf, dat dit positief en juist is, dit menselijk is, want de mens die met de mens leeft, zal naast zich de krachten vinden uit de werelden van de geest, allen die licht dragen, de hoogste tot de laagste.

Wij moeten ingaan tegen het negativisme, tegen de ontkenning van menselijkheid en menselijke waarden, tegen de ontkenning van menselijk recht, maar bovenal tegen de vereenzaming en wanhoop bij steeds meer mensen.  Wij moeten licht terugbrengen in de harten en ogen der mensen en indien u de moed hebt om uw kracht uit te zenden, niet vragende: is ze er, maar zeggende: alle kracht die ik heb geef ik, alle licht wat er in mij is, alle verwachting geef ik aan die mensheid, dan zult u verbaasd staan want het licht op deze wereld is nog niet gedoofd!