Geestelijke veerkracht

image_pdf

8 januari 1982

Voor deze avond zoals voor elke avond moet u zelf nadenken, want wij kunnen ons vergissen en zouden een fout kunnen maken ook al doen wij ons best dit te voorkomen. Ons onderwerp is: Geestelijke kracht

Mogelijk een u wat vreemd onderwerp. Veerkracht kent een mens gemeenlijk nog wel, maar wanneer het over geestelijke veerkracht gaat, zal men zich toch afvragen wat daarmee nu weer wordt bedoeld.

Wanneer je leeft – waar dan ook – zal er altijd weer een ogenblik komen waarop zaken, die je als eigen en normaal beschouwde, voor je wegvallen. Soms gebeurt dit plotseling, soms ook gaat het eerder stukje bij beetje. Dan voel je je opeens hulpeloos en verlaten, denk je dat je niet meer verder kunt gaan. Vaak is dit zelfs waar, tenzij je je innerlijke energie weet te activeren.

Je wereld blijft doorgaan. Je ervaart nog steeds. En wanneer je je maar niet voortdurend bezig zou houden met wat is geweest en wat had kunnen zijn en je alleen bezighoudt met en uitgaat van hetgeen er nu is, kun je die kracht wel degelijk opnemen. Dan is het mogelijk om weer terug te keren tot een voor jou normaal bestaan en beleven en daarin ook weer bewust een verdere bewustwording na te streven.

Wanneer ik hier aan het begin van dit jaar zozeer de nadruk op leg, zo is dit zeker niet omdat het vooral een rampjaar gaat worden. U weet het, rampen worden vaak voorspeld en zij komen zelden werkelijk zo voor als men ze verwacht, Wij hebben te maken met een jaar waarin de meeste mensen geconfronteerd worden met zaken die hen eigenlijk niet liggen. Oude rechten blijken niet meer te handhaven. Oude illusies verbleken. Het blijkt dat mensen anders zijn dan je hebt gedacht. De meevallertjes die je altijd hebt gehad en in feite als een soort recht beschouwde, vallen feitelijk weg en nu moet je zelf voor alles vechten. Al die dingen tezamen maken het noodzakelijk dat een mens zo nu en dan eens wat extra energie opdoet en wat extra veerkracht toont ten aanzien van vooral de voor hem nogal plotselinge en onverwachte gebeurtenissen.

Denk niet, dat het voor u een slecht jaar gaat worden, zoals pessimisten nu natuurlijk meteen denken. Het is echter wel een jaar vol van onverwachte en niet bepaald welkome elementen. Aan een onverwacht element kun je niet veel doen. Je kunt er niet op anticiperen. Je kunt geen rekening houden met dingen waarvan je niet eens weet dat zij kunnen gebeuren. Om dergelijke zaken goed te kunnen doorstaan, moet je teruggrijpen op je eigen innerlijk.

Ik wil proberen dit procedé zo eenvoudig mogelijk aan u voor te stellen. U weet natuurlijk dat de kern van uw wezen in feite energie is, kracht. Waar deze vandaan komt, wat haar oorsprong is, weten wij in feite niet precies. Al wat er omheen zit, kan alleen bestaan door die kracht. Het kan ook alleen door die kracht in stand worden gehouden. Maar naast deze kracht bezitten wij vooral een bewustzijn. Door middel van dit bewustzijn kunnen wij de kracht die in ons is verdelen. Iets wat wij normalerwijze automatisch doen door ons in leven en denken te uiten.

Maar wanneer nu eens even alles voor ons stilstaat, blijft deze energie wel aanwezig. Maar waarheen zouden wij die dan zenden? En wanneer onze wereld even voor ons wegvalt, waarop moeten wij die kracht dan nog richten? Zeker is dat wanneer ons wezen zich probeert te verschuilen in herinneringen, in het verleden, die kracht gericht wordt op het verleden. Zeker, je gebruikt die kracht dan feitelijk om allerhande voor jezelf op te bouwen wat er niet meer is. Maar dat kun je niet voor jezelf waarmaken. Je kunt het zelfs niet aanvaardbaar voor jezelf herbeleven, zodat je steeds meer krachten zult verspillen met de poging. Dit terwijl je zo gelijktijdig de kloof groter maakt tussen de huidige mogelijkheden en al wat achter je ligt.

Wanneer je die energie weet te richten op je bestaan, ook zo zonder meer en zonder bepaalde verwachtingen, zo gebruik je die kracht geheel voor het heden, zover zij daar maar nodig is. En die kracht betekent gelijktijdig een intenser bewustzijn. Zij betekent voor u een betere perceptie, een groter aanvoelingsvermogen en wat u verder maar aan eigenschappen kunt bezitten. Deze worden niet alleen in stand gehouden, maar worden zelfs opgeladen en versterkt wanneer zij tijdelijk nog niet geuit kunnen worden. Wanneer de slag voorbij is, wanneer je daadloosheid ophoudt te zijn, beschik je dus over de mogelijkheid veel juister en beter te reageren, veel beter voor jezelf op te komen en gelijktijdig daardoor ook nog meer te leren dan zonder dit denkbaar zou zijn.

De situatie ligt dus ongeveer als volgt: Er volgt een jaar vol van onverwachte veranderingen. Je kunt je beter niet bezig blijven houden met wat had moeten zijn. Hoe meer je dit doet, hoe minder je bereikt en hoe minder mogelijkheden je zelf zult hebben, zowel in energie en bewustzijn als ook qua reacties vanuit je wereld. Je moet dus wel teruggrijpen naar een ogenblik van absolute stilte waarin je jezelf zegt: ik weet het niet meer, ik wacht het wel af. Dan laten wij ons eenvoudig opladen zonder enig oordeel uit te spreken, tot wij weer in staat zijn geheel uit te gaan van hetgeen er is en dan met alle krachten die wij spaarden, door ons niet in herinnering of verwijten te storten, ons verder in de werkelijkheid te ontwikkelen en al daarin ook beter te beseffen.

Nu heb ik het gehad over veerkracht. Dit betekent dus dat je steeds weer terug kunt keren tot je vorige vorm of positie. Nu kent men op aarde in dit verband een heel aardige uitdrukking: stress. Het schijnt dat deze stress eens het voorrecht is geweest van managers. Toen heette het nog managerziekte. Nu wordt men ziek van de managers en is de stress een algemeen verschijnsel geworden. Stress is een mooi woord voor een spanning. Maar dan wel een die langere tijd in één richting aanhoudt. Of dit nu een spanning is doordat je meer moet produceren dan je in feite kunt of een emotionele spanning is waarbij je steeds weer geconfronteerd wordt met bepaalde zaken die je innerlijk niet kunt verwerken of aanvaarden, doet dan verder minder ter zake. Je zou stress dus kunnen zien als iets waartegen wij ons moeten verzetten, maar waartegen wij ons niet kunnen verzetten zolang wij de oorzaak ervan voort laten bestaan. Nu blijkt steeds weer dat een groot deel van die stress niet uit de feiten of alleen uit de feiten voortkomt, maar vooral stamt uit de houding die wij ten aanzien van de feiten aannemen. Onze veerkracht en ons vermogen tot verwerken, neemt dus toe wanneer wij maar beginnen met te aanvaarden dat alles nu eenmaal is zoals het is.

Het is moeilijk en de meeste mensen zijn nu eenmaal voortdurend bezig een betere wereld te ontwerpen. Maar wat heb je aan een ideaal, een steeds gedetailleerder beeld van een betere wereld wanneer je de werkelijke wereld rond je steeds meer ziet veranderen in een soort moeras waarin verdergaan onmogelijk lijkt te zijn, een soort giftige hel. Daaraan heb je niets. Daarom moet je je dus niet bezighouden met je dromen, maar met de erkenning en aanvaarding van alles wat er nu is en daarmee in de eerste plaats dient te werken. Wat betekent dat je jezelf in bedwang moet kunnen houden.

De ware geestelijke veerkracht zal je immers nooit kunnen ervaren wanneer je steeds maar met alle winden meewaait. Dan lijkt het wel of je jezelf als een soort duikelaartje steeds weer overeind weet te werken, maar in feite weet je zelf niet waar je aan toe bent. Je leert niet, je beïnvloedt in feite ook niets en keert alleen maar steeds weer naar een bepaalde positie terug. Wat natuurlijk weinig zin heeft.

Dus moet je werkelijk leren erkennen vanuit welke richting voor jou de spanning ontstaat, waar zij vandaan komt, wat zij voor je betekent. Eerst wanneer je dit alles werkelijk erkend hebt, kun je zeggen: ik weet het nu en ik aanvaard daarom de huidige toestand voorlopig. Hierdoor maak je het jezelf mogelijk je gedachten en daarmee ook je wilspogingen – want die gaan daarmee altijd weer gepaard – te richten op andere zaken dan alleen op de spanning die je ervaart. Dan eerst veer je terug naar een normale positie van overzicht en daadkracht. Het zal u duidelijk zijn dat dergelijke stresssituaties op het ogenblik overal, ja, voor de gehele wereld bijna, bestaan. Ik wil hen niet allen opsommen of zelfs maar de plaatsen opnoemen waar zij worden veroorzaakt, want anders wordt het een verbale wereldweergave, een gesproken landkaart. Die spanningen bestaan nu eenmaal en wij kunnen daar weinig of geheel niets aan doen. Wij kunnen wel beweren dat wij er iets aan moeten doen, maar daarom weten wij nog niet wat. Omdat wij uitgaan van ons eigen standpunt, ons eigen denken. En daarbij steeds weer de gehele wereld in ons eigen jasje willen persen; omdat wij dit zo passend vinden, maken wij vaak fouten. Ik weet niet of u het ooit geprobeerd hebt. Op het ogenblik dat een heer zijn dikte wil verminderen door zijn maat 58 1/4 te persen in het korset van zijn echtgenote die een maatje 44 heeft, zijn explosieve effecten te verwachten. Dat snapt eenieder.

Maar waarom beseft men dan veel minder gemakkelijk dat ditzelfde effect kan ontstaan wanneer je probeert een ander in het nauwe kader van je eigen vooropgezette denkbeelden te zetten? En dat dit ook omgekeerd het geval zal zijn, zodat men zelf niet zich geheel in de leef- en denkwereld van anderen in kan passen zonder dat ook dit problemen geeft?

Mogelijk bent u beter en wijzer dan die anderen. Goed. Maar stel dat het vrouwtje van zo-even vanwege de kou probeert een pak van haar man aan te trekken; luchtisolatie is er voldoende, de kwaliteit kan goed zijn, maar zij zal struikelen over de te lange pijpen van de broek en zal geen hand meer veilig uit kunnen steken door de te lange mouwen van het jasje. Zelfs uiterlijk wordt zij zo tot een soort beginnende clown die nog niet voldoende geleerd heeft, hoe een echte clown zich moet kleden en gedragen.

Realiseer u steeds weer dat u in de wereld niet te maken hebt met beelden die alles kunnen worden wat jij toevallig goed zult vinden. Je hebt te maken met de werkelijkheid van de wereld en je kunt die niet opeens veranderen. Dat kun je alleen in en voor die wereld doen, wat je vanuit je eigen standpunt juist acht, wanneer je niet probeert anderen te dwingen alleen te doen wat jij juist acht. Probeer je dit, dan zal je bovendien zien dat het resultaat vaak erg tegenvalt. Vaak denk je dat je heel wat bereikt hebt en uiteindelijk blijkt het niets, nul, nada te zijn. Inderdaad ook nada betekent niets. Je kunt dan wel boos worden en uitroepen dat het zo niet gaat, maar daardoor wordt de wereld niet aders. Daarom lijkt het mij verstandiger maar te aanvaarden dat je met al je streven vaak weinig of geheel niets zult bereiken. Dan, beseffende dat dit het geval is en niet reagerende op wat in het verleden mogelijk werd opgebouwd, maar alleen reagerende op wat nu bestaat en wat nu mogelijk is, kun je uiteindelijk nog meer doen dan je denkt.

En zullen dergelijke regels niet eveneens gelden na de overgang? U denkt nu natuurlijk, daar komen zij weer met de propaganda van de vereniging voor geestelijk vreemdelingenverkeer. Maar denk na: Je gaat dood. Vervelend. Je had erop gerekend dat je nog een bonus zou krijgen, wilde nog een probleem oplossen en je had nog een paar brieven willen schrijven die ook volgens jou erg belangrijk waren. Kijk je naar de aarde, dan blijkt bovendien dat die stommelingen van erfgenamen niet weten, waar je de polis hebt gelaten van de levensverzekering en meer van die dingen. Je zou dan wel terug willen. Maar wanneer je al terug zou willen, zo zou je niet meer beschikken over de middelen waardoor je werkelijk zou kunnen volbrengen wat je nog wilt. Je kunt niet meer schrijven, zeken niet direct. Je kunt ook die polis niet pakken. En je kunt die zoon of dochter, die opeens nu zo vreemd begint te doen tegen vader of moeder, ook niet meer even door elkaar rammelen. Je kunt in dit laatste geval staan schudden zo hard je wilt, alles wat ervan gevoeld wordt, beperkt zich hoogstens tot een paar prikkelingen in de nek. Dus geldt ook hier, dat je eerst moet aanvaarden dat je dood bent. Doe je dit en aanvaard je, dan kijk je rond je en constateert dat alles om je heen er nogal eigenaardig uitziet.

Laat ons eerlijk zijn: de meeste mensen verwachten onmiddellijk zoiets als hemelse bollenvelden te zien, in bloei en compleet met molen en lichtende engelen. Zij verwachten zelfs een uitnodiging om mee te dansen of op zijn minst poffertjes of snert te komen eten. Niets is meer snert dan dit. Het eerste wat je ziet, is altijd een beetje somber. Begrijpelijk, want je hebt nog niet de juiste visie, bent nog niet ingesteld op de trillingen die in je nieuwe wereld alles bepalen.

Stel nu dat je begint je te verzetten tegen die duistere” wereld waarin je ten onrechte terecht meent te zijn gekomen. Je gaat daarbij dan uit van voorstellingen die je je gemaakt had. Je probeert dan niet het licht te zien, maar vecht eerder tegen het duister”. Al je energie wordt dan verspild in dit gevecht tegen het zogenaamde duister. En ook alles wat je meteen nog even op aarde wilt gaan doen, betekent een aftappen van je krachten. Maar dan kun je in je nieuwe wereld niet meer normaal reageren. Dan kun je niet ontwaken in die wereld die nu je werkelijkheid is geworden, die wereld waarin heus licht is en kleur is, die wereld waarin niet alles vaal is, zoals je mogelijk op het eerste ogenblik meent en waarin ook heus niet alleen maar dissonanten voorkomen. Want hoe slecht een mens ook geweest is, er zijn altijd nog wel een paar goede kanten aan hem en enige harmonie zit er dus altijd nog wel voor hem in.

Je moet gewoon ook dan in staat zijn stil te staan en af te wachten wat zich in je vormt. Je moet ook dan leren de toestand te aanvaarden en je zo goed mogelijk af te stemmen op alles wat voor jou belangrijk is in die wereld. Wanneer je doel dus het Licht is, stem je je af op dit Licht. Je probeert licht te ontvangen, niet Licht te zijn of te zoeken. Eerst wanneer je aanvoelt dat er ergens Licht is, kun je proberen daarop met Licht te antwoorden. Eerst dan begint je ego op dit Licht en dus ook op de werkelijkheid van de lichtende werelden te reageren.

O, ik kan u niet garanderen dat u daardoor Zomerland even kunt overslaan. Misschien moet u nog lange tijd winkelen in winkelstraten die er feitelijk niet zijn en meent u nog lang te lopen door parken die nooit zo werkelijk bestaan hebben. Behalve dan in de gedachten van mensen die van de vormen nog geen afstand kunnen nemen. Maar u bent dan in ieder geval in  een lichtende wereld, u kunt weer nieuwe ervaringen opdoen. Uw bestaan is niet langer een voortdurend wegkrimpen voor de werkelijkheid, maar een je langzaam ontplooien tot en aanvaarden van de nieuwe werkelijkheid waarin je nu verkeert. Ook dit is een vorm van geestelijke veerkracht.

Ook dit alles betekent een even de schok van het opeens terecht komen in een geheel ander bestaan, overwinnen. Niet door terug te gaan naar het verleden, niet door je beelden te maken van alles wat zou moeten zijn, maar door te zeggen: ik zoek in deze wereld dat ene wat voor mij aanvaardbaar is. Zodra ik het vind, zal ik erop reageren, gelukt het mij niet dan stel ik mijn verlangens eenvoudig een graadje lager in en probeer het weer. Je moet altijd, ook dan, zoeken naar datgene wat onder deze omstandigheden en met je huidige middelen en mogelijkheden haalbaar is. Meestal gelukt dat heus wel. Wij hebben genoeg ervaringen opgedaan met degenen die overgaan om dit met een redelijke zekerheid te kunnen zeggen. En zo dit, wat wij weten in de geest geldt, zo vraag ik mij af waarom dit alles in de stof dan niet zou gelden. O, ik weet het wel: wij moeten zorgen voor morgen. Maar wanneer morgen nogal ver weg ligt, is de kans groot dat men vandaag dingen bestelt waar men, wanneer dit morgen eenmaal aanbreekt, geen raad meer mee weet. Denk maar eens aan de elektriciteitscentrales die nu in de olie zijn omdat zij gas moeten stoken. Dergelijke onverwachte veranderingen zie je elke dag weer.

Zeker, je moet bepaalde eenvoudige en te overzienbare voorzorgen wel treffen. Maar je kunt nu eenmaal geen plannen maken voor de wereld die 50 jaren verder ligt. Er zijn mensen die vooruit meenden te zien en besloten pater of non, leraar of lerares te worden en dan jarenlang bezig zijn met dit ene doel, om dan te ontdekken dat zij daarvoor geheel niet geschikt zijn. Dan zien wij dat de leraar die geen orde kon houden in zijn klas, wel heel goed liedjes kan maken en zingen, dat de aanstaande pater religieus geheel ongeschikt is voor die taak, maar wel een uitstekende quizmaster kan zijn. Zouden zij gezegd hebben: dat wil ik niet, want dit is niet mijn gekozen doel, dan zou alles verder voor hen en mogelijk zelfs voor anderen daardoor mislopen. Hadden deze mensen eerder beseft waarvoor zij wel zeer geschikt waren, zo hadden zij mogelijk eerder succes gehad en misschien ook meer kunnen bereiken. Hun   tegenslagen blijken voornamelijk voort te komen uit het feit dat zij te zeer en vooral te ver vooruit probeerden te kijken en plannen te maken.

En hoe vaak zie je niet dat rijk of gemeenten bezig zijn wegen te ontwerpen, die volgens hen in 1999 noodzakelijk zullen zijn, zonder zich ooit af te vragen of er in die tijd nog wel auto’s zullen kunnen rijden. En wanneer de instanties bezig zijn energiebehoeften e.d. voor het jaar 2000 te berekenen, zo vergeten zij daarbij wel dat de vraag afhankelijk is het van de vraag of de mensen in die tijd nog zoveel energie zullen consumeren en op dezelfde wijze en uit dezelfde bronnen waaruit dit nu gebeurt. Zoals men vergeet in zijn berekeningen de vraag te stellen of de bevolking zich nog steeds blijft uitbreiden en of industrieën nog steeds voornamelijk zeer energie-intensieve productiemethoden zullen aanhouden. Die dingen weet je eenvoudig niet. Dan blijkt later dat je met allerhande dingen zit opgescheept die wel kostbaar waren, maar geheel overbodig zijn. Kijk eens in het Nederlandse landschap. Hoeveel oude stukken van oude viaducten staan er nog overal, hoeveel banen zijn aangelegd voor wegen die nooit zijn afgebouwd? Hoeveel lege fabrieksgebouwen staan er die gebouwd werden om die ene industrie aan te trekken die al na korte tijd niet levensvatbaar bleek te zijn? Kijk in uw eigen land naar al die verschijnselen en vraag u dan eens af of men door te veel in de toekomst te willen zien en voor de toekomst te willen zorgen, het heden niet al te veel verwaarloosd heeft. En trek daaruit dan voor eigen leven uw lessen.

Want wanneer dit al geldt voor instellingen en instanties zal hetzelfde vaak gelden voor u. U kunt zich wel voornemen dat u het volgende jaar bv. naar Siam zult gaan reizen. U bereidt alles voor om einde 1983 daarheen te gaan. Maar wanneer het zover is, blijkt er een revolutie uitgebroken te zijn. U kunt het land niet eens inkomen, al zou u willen. Dus gaat u met veel extra kosten elders heen om te constateren dat het u daar tegenvalt – want dan vind je vaak niets meer goed. Vraag: zou het niet beter zijn te wachten tot u redelijk zeker bent dat u binnen afzienbare tijd die trip inderdaad zult kunnen maken en ook zult kunnen betalen, om dan in overeenstemming met de situatie zoals die dan bekend is, uw vakantie in te delen. Want ook dergelijke dingen hebben volgens mij te maken met het behouden van je geestelijke veerkracht, ook al denkt u misschien in de eerste plaats nu aan het gebruiken van je gezonde verstand.

Zeker, om je geestelijke veerkracht te kunnen behouden op aarde moet je je gezonde verstand wel degelijk gebruiken. Het kost mogelijk wat meer moeite, maar het is werkelijk nodig. Want wij kunnen onze energie alleen op de feiten richten indien wij haar niet willen verspillen aan onze illusies. En vertrouw daarbij vooral niet te veel op instanties en personen die zeggen te weten wat goed voor u is Wij kunnen ons natuurlijk steeds weer bezighouden met alles wat anders had moeten zijn. Onze energie wordt weggeworpen aan niets, aan zaken die anders hadden moeten zijn. Maar dat betekent dat wij te weinig kracht overhouden en het onszelf zo onmogelijk maken nog te bereiken wat voor ons wel mogelijk is.

En aangezien dit een jaartje wordt waarin voor alles dergelijke aspecten steeds weer op de voorgrond treden, vond ik het niet zo gek uw aandacht eens op deze punten te richten. Al besef ik heel goed dat er heel wat mensen zijn die nu zullen roepen dat zonder geloof en idealen niemand wel kan varen. Niemand zegt dat u moet varen. Blijf maar met twee voeten op de vaste grond. Besef dat uw geloof u mogelijk kan helpen op het ogenblik dat uw rede staakt, maar dat een overtuiging, een innerlijke zekerheid u in een wereld van overzienbare feiten geen weg toont die u toch beter zou kunnen kiezen.

Een ideaal is aardig om aan de muur te hangen als een soort werkschema dat je aan de muur hangt om te weten wat je zult gaan doen wanneer je tijd overhoudt van zorgen voor het heden. Maar wanneer je alleen maar bezig blijft met je ideaal, vernietig je het heden in feite, althans een deel van de daarin voor u en mogelijk voor anderen bestaande mogelijkheden, zonder daar iets tastbaars voor in de plaats te kunnen geven. En door de veranderingen en spanningen die je zo oproept, put je jezelf uit en maak je gelijktijdig enige vervulling van je ideaal zelf onmogelijk.

Daarom moet je leven met de feiten en steeds weer terugkeren naar die innerlijke kracht, die in jezelf zit, een bron van kracht waarvan wij de oorsprong niet kennen. Diep in jezelf leeft een bijna oneindig vermogen dat kan worden omgezet in wijsheid, energie en zelfs in datgene wat u op aarde paranormale vermogens pleegt te noemen. Wanneer die kracht niet verspild wordt, toont de mens dat hij inderdaad geschapen is naar Gods beeld en gelijkenis. Want dan kan hij vaak het onvoorstelbare waarmaken en vanuit zichzelf vaak het niet-zijnde voortbrengen. Maar om dit te kunnen, mag hij zijn krachten niet verspillen aan zaken die niet kunnen bestaan in de wereld waarin hij nu en op dit ogenblik leeft. Zaken die niet zijn afgestemd op de mogelijkheden en feiten die hij op dit ogenblik als zekerheid beseft.

 Voorkom de strijd in jezelf. Dan zal de kracht in je werken. En wanneer de omstandigheden je dan eens tegenwerken, ben je in staat om schokken op te vangen. Je hebt er de kracht voor en bent vaak zelfs in staat een schijnbare tegenslag te doen verkeren in een meevaller, alleen door de wijze waarop je daarop reageert. Maar dan moet je wel slagvaardig zijn. En dit kun je niet zijn zonder inhoud, zonder kracht. Dan moet je ervoor blijven zorgen dat de kracht die in je woont ook gebruikt wordt. Want er is wel een oneindig reservoir van kracht, maar daaruit kunnen wij alleen putten wanneer wij daarvoor open staan. En openstaan voor de oneindige krachten om ons heen kunnen wij alleen wanneer wij in onszelf een mate van rust en evenwicht weten te vinden. En dat houdt in dat je moet leven zoals je bent, met wat je bent en werken moet aan de dingen die nu mogelijk zijn. Je allereerst bezig moet houden met de taken die nu gedaan kunnen worden en je niet te veel dient bezig te houden met hetgeen morgen zou moeten zijn of wat er gisteren toch zo mooi was.

Wanneer ik u dit alles duidelijk onder ogen heb kunnen brengen, zo heb ik hiermee het voornaamste deel van mijn betoog wel afgesloten. Maar mogelijk hebt u nu commentaar. Dit is mij nu welkom.

  • Ik vraag mij alleen af: moet er niet dikwijls vooruitgezien worden?

Wanneer je een kathedraal bouwt, moet je natuurlijk weten waaraan je begint en inderdaad een beeld maken van de vorm, de draagkracht van de muren en welke steunen eventueel nodig zijn om daarop een aantal overkappingen aan te kunnen brengen. Een plan is dus wel vaak nodig. Stel dat blijkt dat er op het moment geen stenen te krijgen zijn. Je kunt dan wel even extra uitrusten om stenen te gaan zoeken of houwen, maar als er toevallig geen mensen genoeg overblijven in de stad, maak je het daarmee onmogelijk dat de stad die de kathedraal wil bouwen nog verder normaal en goed functioneert. Dus is er wel een plan, een beeld van iets wat men probeert waar te maken. Maar zoals ik al heb gezegd, een ideaal is iets wat je aan de muur moet hangen. Daar hou je je mee bezig wanneer er tijd over is. De oude kerkbouwers in Europa hebben dit kennelijk geweten: zij bouwden hun tempels en kathedralen met een vaak onvergelijkelijke schoonheid. Denk maar aan Chartres, maar zorgden er eerst voor dat de stad kon leven. De stad moest leven. Alles wat voor de mensen noodzakelijk was, moest eerst gebeuren. En wanneer die kathedraal daardoor 50 of 1OO jaren later af zou kunnen zijn, interesseerde hen niet. Het gewone leven kwam eerst.  Dit voorbeeld maakt duidelijk hoe je volgens mij de zaken moet bezien. Een enkele steen, nu ja, daar kun je zelf mogelijk voor zorgen, maar een hele kathedraal, dat is onmogelijk. Daarom juist moet het grote bouwwerk langzaam en overlegd worden opgebouwd, want daar moeten heel veel mensen eerlijk en enthousiast aan meewerken. En wanneer die er niet zijn of andere behoeften daardoor niet voldaan kunnen worden, dan kan het eenvoudig niet. Ik verzet mij niet tegen vooruitzien, mits men eerst denkt aan hetgeen nu nodig is en mogelijk is. Zoals bij de kathedraal. Zij werd wel ontworpen door mensen die er verstand van hadden, maar de werkelijke lasten moesten gedragen worden door de gewone mensen, de burgers en de boeren. Deze mensen en niet de mensen die meenden dat zij zoveel in de melk te brokkelen hadden, hebben de grote kathedralen uiteindelijk tot stand gebracht. Zij moesten de lasten dragen, met hun belangen diende men dus rekening te houden.

Wanneer u vooruit wilt zien en zorgen, best. Maar begin dan eerst met de ondergrond. Dat zijn de feiten en de mogelijkheden van vandaag. Dus niet de ontwikkelingen die wij over zoveel jaren graag zouden willen zien en waarvan wij dan maar aannemen, dat zij er zullen komen ook. Zelfs de grootste taak kan alleen volbracht worden door steeds weer uit te gaan van hetgeen vandaag mogelijk is, wat vandaag noodzakelijk is. En dat betekent ook: allereerst en vooral datgene doen, wat ook vandaag reeds zinvol is. Door dit uitgaan van de zinvolheid plus de mogelijkheid en wil van velen kwamen de grote bouwwerken tot stand in West-Europa, de kathedralen, de kerken.

Men heeft het wel eens anders geprobeerd. De farao’s en hun priesters lieten tempels en piramiden bouwen van stenen die heel ver weg moesten worden gekapt. Het kostte enorm veel aan mensen en materiaal om de mensen en de stenen middels speciale barken te transporteren en ze uiteindelijk middels rollen op hun uiteindelijke plaats te brengen. Realiseert u zich dat deze projecten voor een deel – vooral de bouw – werkverschaffing waren. Maar dat zij wat betreft het houwen van die stenen ver weg, gebaseerd werden op de dood van 87 per honderd van de slaven en steenhouwers die voor deze taak werden uitgezocht. Met andere woorden: slavenkampen met werkcondities die men in deze tijd onaanvaardbaar zou vinden. Je kunt natuurlijk je toekomstplannen wel vaak verwezenlijken wanneer bereid bent daaraan voldoende mensen op te offeren. Maar dan wordt dit een schuld, een last die geestelijk op je drukt en het je zo onmogelijk zal maken voldoende geestelijke veerkracht te ontwikkelen om voort te kunnen gaan wanneer onverwachte gebeurtenissen plaatsvinden. Het lot van vele dictators uit deze eeuw maakt duidelijk hoe dit dan pleegt te verlopen.

Ik heb dus niet gesteld dat men niet vooruit mag zien. Wel heb ik gesteld dat vooruitzien alleen zin heeft, wanneer men eerst vandaag doet wat vandaag mogelijk en nodig is. Vandaar dat ik nogmaals het vinden en behouden van geestelijke veerkracht baseer op het leven in het heden, het niet terug hunkeren naar het verleden en niet op een alleen maar vooruitstreven naar iets wat nog niet waar is, zonder met de feiten van heden rekening te houden. Ik stelde nadrukkelijk dat het alleen mogelijk is die kracht in jezelf te beseffen, te ontwikkelen en gebruiken wanneer je alleen of tenminste voornamelijk bezig bent met vandaag, met je huidige toestand dus zowel als met je huidige mogelijkheden. Ik heb verder gesteld dat dit zowel geldt op aarde als later in een ander leven.

  • Wijst u dan het nemen van risico’s af?

Een risico is een gok die je kunt nemen op grond van feiten die je nu kent en mogelijkheden die nu redelijk zijn. Maar er zit een gevaar aan verbonden. Je moogt dus een risico alleen nemen wanneer je bereid bent het ook te dragen. Met andere woorden je moogt geen risico nemen voor anderen, zonder dat deze beseffen wat de gevaren en mogelijkheden zijn.

Overigens is leven op zich een risico. Er zijn zoveel onvoorzienbare omstandigheden in het leven waardoor de omstandigheden, mogelijk zelfs voor jou noodlottig of zeer gelukkig kunnen veranderen, dat je die alleen reeds door het feit dat je bestaat moet nemen. Ik kan het dus niet afkeuren. Wel stel ik, dat je geen risico’s moogt nemen die verder reiken dan je eigen vermogen de gevolgen daarvan te dragen. Wat een pijnlijke vaststelling is voor deze moderne maatschappij, waarin de mensen die risico’s nemen, die meestal nemen omdat zij de gevolgen daarvan toch op anderen kunnen afwentelen. Daartegen heb ik dus wel degelijk bezwaar.

Ik meen echter dat een mens die geestelijke veerkracht nastreeft door zijn handelen in het heden altijd wel enig risico bewust zal nemen. Maar dan moet hij dit wel degelijk beseffen en bereid zijn geheel zelf alle gevolgen te dragen.

  • Is ervaring dan ook geen factor?

Ervaring is in zoverre een factor dat het geheel van uw ervaringen in het verleden uw visie in het heden mede zullen bepalen. Het verwerken van ervaringen in de benadering van het heden is dus niet alleen noodzakelijk, maar zelfs onontkoombaar. Je kunt je ervaringen niet achter je laten omdat zij je beïnvloeden en veranderen. Door ervaringen ben je gevormd tot hetgeen je nu bent. Maar op het ogenblik dat je gaat putten uit de ervaringen van anderen, ervaringen die je dus op geen enkele wijze voor jezelf kunt bevestigen, ontstaat een groot gevaar: de mogelijkheid dat je handelt op grond van stellingen die je niet kunt bewijzen en waaromtrent je geen enkele zekerheid bezit. Dan worden vaak risico’s genomen die je niet kunt overzien en zal je heel vaak mislukken wijten aan machten die buiten je bereik liggen. Dit ofschoon je het risico zelf genomen hebt. Maar hierdoor verwijder je je van de werkelijkheid en hierdoor neemt je veerkracht af, zeker ten aanzien van de gevolgen die je veroorzaakt.

  • Vele religies, vooral uit het Oosten, stellen dat seksueel verkeer een enorm verlies aan kracht zou zijn.

Het gaat hier om een theorie die natuurlijk in landen waar geboortebeperking wenselijk is, voor mij best verbreid mag worden. Maar wat gebeurt er in feite? Er is o.m. een hormonale uitwisseling die voor beide seksen goed is en niet slecht. Er gaat door de handeling energie verloren, dat is waar. Maar het is geen geestelijke energie, maar alleen een beetje levensenergie. Daar deze levensenergie snel wordt herwonnen en de geestelijke energie niet behoeft te worden aangetast, geen bezwaar, Zeker niet omdat als gevolg van dergelijke contacten een innerlijke vrede en rust kan ontstaan waardoor men zijn geestelijke vermogen juister en beter zal kunnen gebruiken.

Ik vind het gestelde dus grotendeels onzin. Maar laat ons eerlijk blijven: een religie ontwikkelt zich over het algemeen uit haar vermogen anderen onbewezen feiten te laten aanvaarden. En men maakt deze onbewezen stellingen de mensen dierbaarder en eigen gezag groter door vele normale dingen tot abnormaal, zondig of verwerpelijk te verklaren. Dit door middel van vele geboden die men in dient te houden.

Zo zal zich door de offers die zij moeten brengen een gevoel van innerlijke verhevenheid ontwikkelen in de gelovigen, waardoor zij geneigd zullen zijn hun gehele leven op de religie te baseren in de hoop zo dit gevoel van verhevenheid, uitverkoren zijn, te kunnen behouden. Met andere woorden men realiseert zich te weinig dat vele geboden die worden gegeven in kerken en godsdiensten niet alleen maar grondregels zijn, maar eerder interpretaties van de oorspronkelijke wetten of leringen en wel zo, dat zij ten doel hebben de mensen in hun leven en denken te binden aan een geloof en de praktijken daarvan, ofschoon dit geloof zelf berust op een aantal niet bewezen stellingen.

Toch ben ik niet tegen een religie. Ik ben alleen tegen elke lering en vorm van godsdienst die je verbiedt zelf na te denken. Ik ben niet tegen een religieus gebonden zijn, mits dit gebonden zijn je maar niet vervreemdt van de werkelijkheid en je in staat stelt om je innerlijke krachten beter te activeren om zo in die werkelijkheid juister te kunnen ageren.

Dit aspect komt voor zeer vele mensen in bepaalde religies en leringen inderdaad voor. Toch vormen deze mensen helaas een minderheid ten aanzien van degenen die de werkelijkheid, de wereld en hun verantwoordelijkheid in de wereld waarmee zij te maken hebben, geestelijk of stoffelijk, hierin ontvluchten Vaak proberen deze laatsten anderen in hun droombeelden op te doen gaan en ontlenen hieraan een gevoel van zelfvoldaanheid dat niet te rechtvaardigen is, wanneer wij de gevolgen daarvan in de wereld nagaan. Trouwens: niemand vervloekt God zo intens en oprecht als degene die in vroom geloven leefde en nu meent een bepaald verlies ten onrechte te moeten ondergaan. Wat mogelijk wreed klinkt, maar waar is.

  • Hoe kun je kinderen helpen in dit nu te werken en te studeren?

Nogal eenvoudig. Geef hun in de eerste plaats niet de illusie dat de gehele wereld van hen is. Maak hen steeds duidelijk dat zij die wereld zelf met eigen middelen en mogelijkheden zullen moeten veroveren, zo goed zij maar kunnen. Door hen duidelijk te maken waarvoor je bepaalde dingen nodig hebt, breng je jongeren er eerder toe, zich de nodige kennis te verwerven. Kinderen iets leren zonder dat het hen interesseert of zij weten waar het goed voor kan zijn, is een sisyfusarbeid. En hen feiten inpompen, is, tenzij men weer overgaat tot stupide drilmethoden, een vullen van het vat der Danaïden. Wanneer je je dit realiseert wordt u duidelijk dat er ook voor het kind een directe relatie moet bestaan tussen datgene wat het doet of leert en hetgeen het daardoor kan zijn of doen. Geef het kind een zuiver en eerlijk inzicht in deze mogelijkheden en u brengt het ertoe beter zijn best te doen om te leren. Zorg er wel voor dat het kind voornamelijk feiten en vaardigheden leert en geen meningen. Want meningen, vooral die van ouderen zijn voor kinderen alleen maar de dromen die voor hen, wanneer zij ouder worden, tot nachtmerries worden.

  • En op creatief gebied?

Creatief is een kreet, een modewoord. Leven op zich is creatief in deze zin. Bij alles wat je zelf doet in het leven, schep je ergens iets, want je brengt uit jezelf voort. Door creativiteit te stellen als iets wat anders is dan de rest, ontneem je het leven vaak veel van zijn werkelijke inhoud. Natuurlijk, je kunt een kind laten tekenen, schilderen e.d. Maar zelfs wanneer je daaraan begint, moet je het kind eerst duidelijk maken dat er bepaalde grondregels bestaan. Deze spontane uiting van kinderen in hun creatieve bezigheden – vergeef mij de opmerking – verschillen niet zoveel van de producten van zwakzinnigen en krankzinnigen, gemaakt als bezigheidstherapie in de inrichtingen waar men hen heeft opgesloten, om de maatschappij voor hen en hun gedrag te vrijwaren.

Wil het kind iets leren, dan zal het moeten beseffen dat zelfs deze vormen van creativiteit alleen mogelijk zijn middels discipline. Wenst het kind primitief te tekenen of te schilderen, beste. Maar dan zal het toch eerst de normale beeldbehandeling, lijnvoering, kleurbehandeling en hantering van materialen moeten leren zoals deze nu eenmaal nu bestaat. Door de kinderen te bewonderen aangaande alles wat zij spontaan tot stand brengen zonder meer geef je hun een volledig verkeerd beeld van hun eigen mogelijkheden. Dit voert dan tot frustraties en beperkt de mogelijkheid zich later nog steeds creatief uit te leven. Ook al besef ik dat de moderne pedagogiek daarover tegenwoordig al te vaak anders denkt.

Dat waren dan enkele vragen, waarbij enkele wel erg ver schenen af te wijken van het onderwerp. Maar ik geef toe dat men in het onderwijs zijn geestelijke veerkracht hard nodig heeft om oprecht en goed te kunnen blijven, vooral wanneer je lijden moet onder de illusies die de wereld de kinderen voortdurend aanpraat. Dus te ver zijn wij nu ook weer niet van huis gegaan.

Vrienden, ik ga afsluiten. Dit onderwerp heeft vele praktische kanten. Het is misschien niet zo hoog geestelijk in de ogen van velen, omdat het zoveel mogelijk met twee voeten op de grond bleef staan.

Daarom zou ik u willen herinneren aan een heel oud gezegde over de levensboom: Ik kan de ware levensboom zijn, wanneer ik leer te wortelen in de aarde en mijn kruin te verheffen tot de hemel.

Inderdaad. Ontleend aan de kabbala. En nu deze opmerking er tussendoor kabbelt, wil ik hier toch nog aan toevoegen: Wij kunnen nooit hoog geestelijk bewust worden, wanneer wij niet allereerst blijven beseffen waar wij zijn en wat wij zijn.

Onze wereld kan mogelijk meer omvattend worden, maar wij kunnen nooit de ene wereld voor de andere wereld ruilen behalve door de dood. Wanneer u dit alles u voor ogen stelt, zult u ongetwijfeld in staat zijn uw geestelijke veerkracht op te voeren om zo ook de vele schijnbaar schokkende ontwikkelingen van de komende tijd op te vangen. Bovenal zult u in staat zijn de feiten te aanvaarden zoals zij zijn, zonder u eerst uit te putten in een in wezen zinloos verzet op die punten waarop u over geen enkele mogelijkheid meer beschikt.

Moge het mij toegestaan zijn u voor dit jaar dan nog toe te wensen dat u uw geestelijke veerkracht tot een zo hoge graad zult ontwikkelen dat u in staat bent, uit dit bewuste en innerlijk rustige leven en handelen voortdurend meer anderen te overtuigen van de noodzaak te leven met de feiten en te werken met de hoogste kracht die in hen leeft.

Tweede deel: esoterie

U weet het: het tweede gedeelte van de avond dient te bestaan uit esoterie, ook al mag die gemengd worden met andere ingrediënten.

Wanneer je bezig bent met geestelijke dingen draai je altijd weer naar binnen toe. Nu ja, het eigen innerlijk van de mens is voor hem nu eenmaal het meest belangrijk. En in je gedachten leeft altijd een heel ander wereldje dan kenbaar wordt uit hetgeen je naar buiten brengt. Mogelijk is ook dit de reden dat zoveel mensen zich toch nog fatsoenlijk gedragen. Aha, het dringt toch nog door. Mooi, ik vind het altijd weer mooi wanneer mensen met hum innerlijke wereld bezig zijn en dan nog een beetje verder zoeken. Het vinden van een paar dingen in jezelf is in feite normaal. Daarom praat men daar ook niet zo zeer over.

Maar wanneer je verder gaat doordringen in je innerlijke werkelijkheid kom je al snel terecht in een soort sprookjesbos, een soort geestelijke Efteling als u het mij vraagt. Want hier zweven een paar hoogdravende gedachten op het tapijt van misverstane filosofie, daar herhaalt zich voor je steeds weer hetzelfde sprookje op een bijna mechanische wijze en voor je het weet, sta je toch opeens weer voor een stukje natuurlijke schoonheid.

Want alles wat wij bewust esoterisch proberen te doen, zit vol met allerhande constructies. Vaak zie je mensen bezig die proberen boven de rede uit te komen en daarom van onredelijkheden zich een soort stellage bijeen timmeren waarachter zij dan een soort goddelijke waarheid willen gaan opbouwen.

Maar in onredelijkheden vind je nog geen goddelijke waarheid. De goddelijke waarheid is boven-redelijk dat is waar, maar daarom is zij nog niet onredelijk. De mens is te vaak een wezen dat zichzelf esoterisch vindt wanneer het onredelijk denkt. Juist dit is iets waar je voor moet uitkijken.

Maar esoterie is in feite ook een erkennen van innerlijke processen. Ik wil voor u wel eens proberen iets daarvan te bedrijven op de wijze waarop men jaarhoroscopen publiceert in goedkope bladen.

Laat ons het zo doen: u geeft mij de naan van een bekend persoon en ik zal proberen iets van de innerlijke processen daarin weer te geven.

  • Beatrix.

Wanneer je bent opgevoed in een begrip van eigen hoogheid valt het je moeilijk te erkennen dat redelijkheid of zelfs nederigheid niet bestaat uit een erkennen dat die hoogheid maar betrekkelijk is. Want het is moeilijk te erkennen dat de hoogheid in feite alleen een pretentie is, iets wat je niet werkelijk geheel en onbeperkt bezit. Dit is een van de moeilijkheden die je in dit geval zult moeten oplossen. Ik doe dit door op mijn eigen manier de zaak maar wat eenvoudiger te maken. Daarbij denk je natuurlijk in bijna religieuze termen want religie is nu eenmaal de toevlucht van de rijken. Mogelijk vindt u dit een gemene opmerking, maar het is wel waar. Naarmate je meer hebt, is het moeilijker dit rationeel te rechtvaardigen. Dus moet je de Here er wel bijhalen om het te rechtvaardigen. Hij heeft het je ingegeven om zo anderen leiding te geven. Maar heel diep in jezelf komt steeds weer het gevoel: doe ik het toch niet verkeerd? Een soort verlegenheid, een gêne bijna. Dan zeg je tegen jezelf: kan ik wel, mag ik wel? En dan zeg je tot jezelf: ach, natuurlijk kan ik. Het is mijn taak en mijn recht. Maar altijd weer is er iets waarmee je toch niet goed raad weet. Je moet rechtvaardig zijn. Maar hoe kun je rechtvaardig zijn, wanneer je niet eens meer zeker weet wat nu wel recht is?

Dan spreek je mooie woorden en probeert het de mensen heel goed te zeggen, maar het geheel kun je niet uiten. Daarom probeer je het dan maar met details. Je kiest voor het jaar van het kind, de gehandicapten en desnoods het jaar van sinterklaas. Want dat zijn kapstokken die je de kans geven iets van je gevoelens te laten zien en toch je mond niet voorbij te praten. Juist daarin ook kun je iets uiten van je goede bedoelingen, die in het geheel anders zo vaag blijven. Want eigenlijk zou je een wereld willen opbouwen waarin eenieder gelukkig is en waarin eenieder jou ook erkent als de bron van het geluk. Je zou zo graag waar willen maken, dat jij het werkelijk bent die in staat is de mensen naar een betere toekomst te voeren. Maar het wil maar niet. Dus loop je weg voor de vaagheid die je in jezelf erkent en probeer je die te vervangen door een vroomheid en een pretentie van uiterlijk geluk die je innerlijk lang niet altijd zo voelt.

Wanneer je zo moet leven en zo moet denken, ben je ook niet meer in staat om innerlijk juiste normen te hanteren, naar ik vrees. Je zoekt naar licht, maar licht is iets waarop je recht meent te hebben. Het komt je toe, naar je meent. Maar het is niet werkelijk je recht. Het licht kan en moet innerlijk ontdekt worden. Maar het is een haast vanzelfsprekende gebeurtenis, een soort zacht ontwaken. Niet een soort verlichting waarbij een duif je komt vertellen welke van de besluiten van je ministers je uiteindelijk een beetje moet temperen en hoe je dat moet aanpakken. Dan zeg je: ik ga mijn leven wijden aan … bv. oprecht aan mijn volk. En dat doe je dan ook eerlijk en oprecht. En je werkt daarvoor heel wat harder dan de meeste mensen zich kunnen voorstellen. Uiteindelijk vind je er vaak zelf ook niet zo veel aan en neem je het de mensen ook niet bepaald kwalijk dat zij dit niet beseffen. Maar je zou zo graag eens even jezelf willen zijn. Maar wanneer je dan eens even jezelf bent zoals je bent, met alle drift, met alle reacties, word je weer bang voor jezelf en vlucht terug in je normale, maar niet altijd even oprechte wijze van doen. Dan wil je er even geheel uitbreken. Maar terwijl je er uitbreekt, blijft alles doordreinen. Problemen zeuren als een soort hoofdpijn aan je ziel. Dan, soms vind je even een ogenblik van rust. Dan vergeet je even wie en wat je bent en vergeet je zelfs soms even kinderen en man en alles daaromheen. Dan schrik je weer wakker, voelt je heel erg tevreden en wilt even glimlachen. Maar dan is er mogelijk net iemand in de buurt die een foto van je probeert te maken en dan word je weer nijdig.

Zo. Mogelijk hebt u nog iemand anders waarvan u denkt van dat type wil ik ook wel eens iets weten…

  • Jaruzelski

 Tja, Jaruzelski. Je kunt de waarheid niet verwerpen. Uiteindelijk staat alles neergeschreven, je moet redelijk blijven. Misschien is er een hiernamaals. Mogelijk heeft de kerk gelijk ik weet het niet. Maar uiteindelijk moet ik eerst eens denken aan de staat. Wij moeten proberen de orde te handhaven. Dat is noodzakelijk. Ik ben zelf ook niet geheel vrij in mijn handelen en anders komen de anderen geheel aan de macht. En  dat wordt nog veel gevaarlijker. Bovendien, ik krijg steun van die anderen en heb mijn raadslieden. Ik weet het, ik zal mensen moeten laten veroordelen, gevangen laten zetten. Dat gaat nu eenmaal niet anders, Maar kan ik hen misschien op een redelijke wijze benaderen? Nu ja, je moet voorkomen dat er een paar te ijverig worden. Ondertussen oppassen voor allen die al op het vinkentouw zitten en vooral ook zorgen dat alles bij het oude blijft, in systeem dan. Want wat moet je aan met het nieuwe? Ik durf het in ieder geval niet aan. Je kunt toch niet geheel zonder macht, zonder heersend gezag? Mijn God, wat moet ik nu gaan doen? Bestaat er wel een God? Even daal je diep in jezelf af en zit daar tussen wanhoop en zelfrechtvaardiging en vraagt je af wat is waar? Wat is goed?

Je geeft jezelf toe: die vakbond op zich was zonder die heethoofden zeker zo gek nog niet. Maar het kan nu eenmaal niet, het mag niet van de anderen. Langzaamaan, dat is misschien de methode. Dan is er nog wel het een en ander mogelijk. Maar toch niet zo eensklaps, zo direct? Dat is verkeerd, dat zou onze vernietiging betekenen. Wat denk ik nu? Wat ben ik eigenlijk, een generaal, een politicus? In feite ben ik geen van beide. Ik ben zelfs geen goed econoom. Zeker, ik heb mijn raadslieden, mijn vriendelijke bewakers. Maar wat moet ik met hen aan?

Mijn God, ik kan geen rust vinden. Laat ik het dan maar allemaal vergeten. Alles volgens de discipline. Laat ik mij toch beheersen. Ik moet mijzelf zijn, koel, geslepen. Ik mag niet tegen mijzelf verdeeld zijn, want wanneer ik verdeeld ben, verlies ik zeker alle mogelijkheden iets voor mijn land te doen. En ik heb het gevoel dat ik toch al niet bepaald vast in het zadel zit. Een ogenblik nog in mijzelf zoeken. “Zou de hel waar zijn? Soms lijkt het mij dat ik in het diepste duister moet duiken, steeds weer wanneer ik probeer even rustig en ontspannen te zijn. O, een hemel is er niet. Een hemel is er niet. Maar soms voel ik een vonkje licht… Ik kan geen vrede hebben met mijzelf, ik kan geen vrede hebben met de wereld zoals die is, maar ik heb mijn plaats en mijn verantwoordelijkheid. Discipline, jongen, dat is het enige wat je kan redden.

Het is moeilijk op deze wijze figuren te ontleden en toch geen zaken te zeggen die beter verzwegen kunnen worden. Maar u hebt de figuren gekozen en ik heb mijn best gedaan. Ik wilde alleen maar even laten zien dat esoterie ook nog andere mogelijkheden en punten omvat dan u gemeenlijk denkt. Esoterie is nu eenmaal een heel proces, weet u.

Maar het beroerde van het proces is, dat je uiteindelijk je eigen advocaat bent, maar ook je eigen aanklager. Zonder dat je het geheel beseft misschien speel je ook nog voor rechter en spreekt oordeel over jezelf. Wanneer je van die drie waarden geen drie-eenheid weet te maken, zal je steeds weer het gevoel hebben dat je verloren loopt. Soms, een ogenblik kun je die drie wel samenvoegen. Maar dan gaat de waarheid in je weer teloor. Want aanklager en verdediger moeten samensmelten, wil de waarheid tot stand komen en de rechter is het innerlijke besef dat deze waarheid uitspreekt en vormgeeft. Maar een mens komt meestal niet verder dan een tijdelijke eenheid tussen aanklager en verdediger, waarop het gehele proces voor een ogenblik stil komt te liggen en je een grote innerlijke rust ervaart. Nu ja, wanneer je dit tot stand kunt brengen, voel je je toch al gezegend. Dan ken je dat ogenblik van diepe rust waardoor je weer verder kunt gaan; beleef je voor een ogenblik iets van God of van de hoogste sferen of hoe u het maar zeggen wilt.

Kijk je hoe het in bepaalde mensen ongeveer gaat – ik heb er twee gedaan en zal desnoods zo dadelijk nog iemand oppervlakkig ontleden – dan zeg je aan de ene kant menen zij fouten te maken, vrezen zij, zijn zij onzeker; aan de andere kant vinden zij zichzelf toch ook erg goed.

Nu ja, kijk naar uzelf. Bestaan er nog betere mensen dan diegenen die hier nu zijn? Bevoorrechte mensen, grote geestelijke waarheid en bovendien menen wij het allen prima met elkaar en iedereen en onszelf. Wij doen niets werkelijk verkeerd. Nu ja, wij doen natuurlijk wel eens iets heel verkeerd, maar dat moet je dan maar niet tellen, nietwaar? Aan de andere kant twijfelt u steeds weer; heb ik dit nu wel goed gedaan? Had ik dat vroeger niet heel anders moeten aanpakken? Ik denk nu wel zo, maar is het ook waar?

Weet u wat men van een spiritist pleegt te zeggen? Het is een mens die zegt te geloven dat hij voortleeft zoals hij was voor zijn dood, hoopt dat het waar is en gelijktijdig bang is dat het toch anders zal zijn. En dat is al te vaak nog waar ook.

Let eens op uzelf. Wanneer u bezig bent met uzelf, bent u in feite ook voortdurend bezig uzelf aan te klagen en te verontschuldigen tegelijk, omdat u zich zo krampachtig verdedigt, meent u uiteindelijk wel dat de aanklacht nu natuurlijk wegvalt, maar uiteindelijk voelt u wel dat naarmate u zich feller verdedigt, u zich ook feller aanklaagt. Want uiteindelijk zijn in wezen binnen de esoterie aanklacht en verdediging delen van een en hetzelfde.

Dan komt het ogenblik dat wij met de rechter geconfronteerd worden. Dan moeten wij de waarheid onder ogen zien. Kunnen wij dit, dan valt alles nog mee. Maar dan moet je meteen ook afstand doen van je vele illusies en alles wat er omheen zit. Dat is dan nogal eens erg moeilijk. Voor mij is die gehele esoterische bewustwording waar men het vaak over heeft eigenlijk niets anders dan een aanloop naar de waarheid omtrent jezelf. De absolute waarheid omtrent jezelf? Daar kom je zo snel niet achter. Maar goed ook. Stel je voor dat alle mensen dat hadden, dan zouden de problemen van de overbevolking meteen opgelost zijn en een te grote drukte aan onze kant ontstaan. Want de meesten zouden zich doodschrikken. Maar het is wel degelijk mogelijk, ook al is het vaak maar voor een heel kort ogenblik, iets van de waarheid omtrent jezelf althans te proeven. En herhaalt zich dit ogenblik dan wordt het elke keer ook een beetje meer. Ik wil niet zeggen dat de waarheid een vergif is voor een mens. Maar je moet er toch zo voorzichtig mee zijn als met arsenicum. Wanneer je met kleine regelmatige doses begint en die steeds verhoogt kun je op de duur een hele hoop verdragen zonder dat je verder enige schade toevoegt. En zo is het met de waarheid ook.

In de esoterie moet je maar beginnen met eens kleine waarheid omtrent jezelf. Een even aanvaarden van een enkel klein punt van de werkelijkheid. Wanneer je dit regelmatig doet, vind je al enige vrede. Zet je het door dan komt er punt na punt kenbaar bij en voor je het weet, heb je al een paar stevige waarheden omtrent jezelf te pakken. Pas dan begin je te beseffen wat je bent. Want de meeste mensen denken dat je aan esoterie moet doen om iets te worden. Maar in feite betekent esoterie eerder een erkennen van iets wat je reeds bent. Als je eenmaal erkent wat je werkelijk bent, dan kun je eindelijk ook gaan begrijpen hoe je past in al dat andere. Het beeld doet mij denken aan een verhaal dat ik hoorde omtrent een stad of de resten daarvan die men pas ergens in de wildernis ontdekt had. Alles was daar gebouwd uit stenen van geheel verschillende vormen. Al die stenen hadden een verschil in dikte enz., maar waren allen wel zo bijgewerkt dat zij op hun plaats precies pasten. Het schijnt dat die muren daar vele duizenden jaren zo gestaan hebben en overeind bleven, zonder dat er ook maar iets als bv. specie aan te pas kwam om de stenen op hun plaats te houden. Denk aan jezelf als een dergelijk stukje steen. Heel wat mensen denken dat zij zichzelf moeten veranderen tot zij die ene vaste en perfecte vorm bereikt hebben. Maar neen, je moet weten wat je bent. Dan eerst kun je beseffen hoe de vorm die jij bent in de eeuwigheid past bij al die andere verschillende vormen om je heen.

De eeuwigheid is niet opgebouwd uit normklinkers, laat staan uit gegoten beton. De eeuwigheid is opgebouwd uit ontelbare verschillende vormen met ontelbaar verschillende mogelijkheden en waarden, maar dan wel allen zo precies aan elkaar aangepast dat zij zozeer tezamen passen dat zij gelijktijdig een eenheid vormen die door niets meer te verstoren is.

Daarom is het voor mij: een jezelf leren kennen, dat ik esoterie noem. Maar niet, zoals vele mensen, een iets aan jezelf ook veranderen. Ik meen dat je aan jezelf niet zo heel veel werkelijk kunt veranderen. Je kunt mogelijk hier en daar een paar oneffenheden wegwerken of een tekort – althans uiterlijk -opvullen. En zelfs daarmee moet je heel voorzichtig zijn, wil je er zelf nog in kunnen geloven, verder kom je niet. Aanvaard dit dan maar. Dan komt er mogelijk een ogenblik waarop je eerlijk voor jezelf kunt zeggen: ik ben het beste wat ik nu maar zou kunnen zijn. Wanneer de rechter die dan antwoord geeft en zegt:  inderdaad, je bent nu het beste wat je gezien alles in en aan je kunt zijn, dan moet je eens kijken: dat is een opluchting, een vrede, een licht waar een gehele stad in feestverlichting niets bij is.

Zo zie en beleef ik dus het esoterische proces in mij. Maar eenieder beleeft het natuurlijk op zijn eigen wijze en werkt op zijn eigen wijze naar het doel toe. Daarom is het zo interessant althans een deel van de processen, die zich in verschillende personen afspelen na te gaan.

 Dus wanneer u nu nog een naam wilt noemen, zo wil ik nogmaals een benadering geven van die persoon. U weet nu, wat de achtergronden zijn van de nogmaals duidelijk als niet te diepgaand of volledig aangeduide, interpretaties van het innerlijk die ik u gaf en wil geven.

  • Bhagwan

De Bhagwan zoekt in zichzelf naar een waarheid waardoor hij zijn vrede kan weergeven op een wijze waardoor anderen die ook werkelijk kunnen beleven. Hij is hierdoor terechtgekomen in een gehele ontwikkeling waardoor zijn rede in feite steeds meer bedreigd wordt. Hij verdedigt zich tegen deze storingen door aan zijn omgeving eisen te stellen die eigenlijk in steeds grotere mate geheel onredelijk zijn.

Hij probeert wel degelijk in zich licht te vinden en dit weer te geven, maar dan zo dat anderen het beleven kunnen. Maar de meeste mensen zijn niet ontspannen genoeg. Dus tracht hij allerlei methoden om hen te ontspannen. Maar hierdoor spant hij zichzelf vaak weer te veel in. Zo wankelt hij voortdurend tussen ogenblikken van innerlijke zaligheid en rust en een onrust die mede veroorzaakt wordt door alles wat hij tot stand heeft gebracht, zelfs zonder dit in het begin zelf zo te willen.

Wanneer ik zijn innerlijke toestand moet beschrijven, zo moet ik ongeveer zeggen: Zal ik de hemel aanvaarden en het andere vergeten? Of zal ik het andere aanvaarden en de hemel vergeten? Want dit is feitelijk in hem de grootste moeilijkheid. Doorgaan betekent: verliezen wat hij bereikt meent te hebben, niet doorgaan betekent afstand doen van veel, zelfs de verantwoordelijkheid die hij voor anderen in feite heeft aanvaard.

Wat alleen maar kleine onbetekenende analysetjes zijn. Maar elke mens, of hij nu Bhagwan wordt genoemd of anders, worstelt met de verdeeldheid die in een mens kan ontstaan wanneer zijn dromen en de werkelijkheid met elkaar botsen. Een conflict dat je moet oplossen voor je de waarheid in jezelf kunt gaan beseffen, Want je droom is gemeenlijk iets wat je beheerst, je werkelijkheid iets wat jou dreigt te overheersen wanneer je niet heel juist je weg kunt kiezen.

Je moogt echter niet overheerst worden of overheersen. Je moet jezelf tot rust doen komen op het punt waar droom en werkelijkheid samenvloeien, het punt waar goddelijk Licht en oordeel niet meer onmogelijk zijn. Kun je in dit punt van rust eerlijk en oprecht voor een ogenblik opgaan, dan vind je in jezelf alle rust en kracht die je nodig hebt om meer en bewuster te worden wat je moet zijn.

Mogelijk beschouwt u mij nu als een soort Jamin over de geestelijke patissiers, Want je probeert het voor allen te zeggen, duidelijk te zijn. Duidelijkheid is nodig wanneer wij waarlijk aan esoterie willen doen. Anders behangen wij alleen de waarheid met mooie woorden en achter die woorden zie je dan de waarheid niet meer. Laat ons dus maar eenvoudig blijven, zoekende naar een rustpunt waarin droom en werkelijkheid samenvloeien, onze krachten ons opeens bewust worden en wij beseffen hoe wij verder dienen te gaan. Want dit is van het grootste belang voor elke mens.

En daarmee ga ik afscheid van u nemen. Want zo vinden wij de kracht die komen zal voor de mens wanneer hij onbevreesd niet meer zichzelf wenst te zijn volgens het beeld dat in de ogen van anderen schuilt.

image_pdf