Geheimleren uit het verleden

Inwijdingsscholen en leringen.

Als wij het over het verleden hebben, dan neem ik niet aan dat u 1800 of daaromtrent bedoelt. Wij moeten ver terug en dan komen wij onwillekeurig terecht bij de ontwikkeling van de beschavingen die voor u deels legendarisch zijn zoals die van Mu, Atlantis en al datgene wat daaruit is voortgevloeid. De primitieve mens wordt geconfronteerd met zijn wereld. Al het onbegrijpelijke wordt op de een of andere manier gemaakt tot een ingrijpen van geesten, demonen, goden etc.. Maar die hele wereld zelf moet ook zijn opgebouwd uit iets. En vooral als we te maken krijgen met de eerste geheimscholen, dan worden we ook geconfronteerd met een denken waarmee men probeert de krachten van die goden tegen elkaar af te meten en zo een denkbeeld op te bouwen van de krachten waarmee men is omgeven en dus ook met hetgeen men er eventueel mee kan doen.

De esoterie komt betrekkelijk laat. In de laatste periode van Mu hebben we een enkel genootschap dat esoterisch denkt. Uit dat genootschap komen dan de eerste Atlantische geheimscholen voort. Laten we proberen het denken van die legendarische dagen nader te omschrijven. De zon is een godheid. Dat is geen wonder, want de zon is er nog niet zo lang. Lange tijd is de aarde omgeven geweest door enorme dampmassa’s. Nu komt de zon. De zon heeft een enorme invloed op het leven. Daarnaast hebben we de maan die aan de hemel staat en die ook allerlei eigenaardige verschijnselen veroorzaakt. Wij hebben dus hemelgoden.

Dan zijn er de bewegingen van de atmosfeer. Onverklaarbaar, tenzij we aannemen dat er iemand ademhaalt. De wind. De wind is ook een godheid en ook een van de elementen waaruit hun wereld is opgebouwd. Daarbij komen ze zelfs in die dagen al tot het besef dat in het geheel van de schepping ook het mannelijke en het vrouwelijke een rol moet hebben. Zo ontstaan eigenlijk de eerste vier elementen.

Het zal u duidelijk zijn dat dergelijke geheimscholen heel veel te maken hebben met mystiek en betrekkelijk weinig met weten. Maar als je eenmaal een mystieke opvatting hebt, wil je die graag aantonen: je wilt die bewijzen. Dat kun je op twee manieren doen: je kunt werken met die elementen. En als je zo verschijnselen kunt veroorzaken, bewijs je voor je eigen idee dat ze bestaan en dat ze personificaties zijn van het een of ander. Aan de andere kant kun je proberen om die werkingen te voorspellen: te zien hoe je daarmee bepaalde dingen kunt verklaren ‑ en dan zit je wel meer aan de theoretische kant – maar je komt tot een ontleding van de wereld zoals je die kent. Dat is eigenlijk de beschrijving van alles wat er in Mu is gebeurd. Wij zouden het daarbij kunnen laten, als wij in die periode ook niet te maken hadden gehad met wat we met een beetje goede wil, een soort rassengeesten of groepsgeesten kunnen noemen.

Er zijn in die tijd zeer veel mensen die geestelijk begaafd zijn, helderziend. Dat is ook geen wonder, want je hebt die kwaliteit nodig in een wereld van vulkanen, van allerlei monsters, van eindeloze moerassen. Die mensen zien dan bepaalde geesten. Niet meer zo scherp als hun heel verre voorvaderen die in de kustmoerassen leefden en die we nog het best zouden kunnen beschrijven als een soort robachtigen. Ze waren nog helemaal aangewezen op de geesten die ze ontvingen. Ze hadden een redelijk bewustzijn. Nu is het bewustzijn wat hoger. De goden zijn a.h.w. een beetje verder weg, maar we zien nog steeds die geesten verschijnen. Die geesten zijn dan eigenlijk de sublimatie van de werking van de elementen.

Nu we dit hebben vastgesteld, kunnen we proberen iets te begrijpen van de Atlantische geheimscholen.

Oorspronkelijk is er één. Men noemt die wel de Witte Broederschap of de Witte Priesters. Anderen noemen ze weer de Hemelzoekers omdat ze dicht bij de hemel willen wonen. Ze willen altijd boven op iets wonen, boven op een tempel of boven op een berg. Deze mensen hebben ontdekt dat als je je terugtrekt uit het gewoel van de mensheid, je gevoeligheden aanmerkelijk toenemen. Voor hen is er sprake van een soort dialoog met geesten en entiteiten. Hun beeld van de wereld verandert daardoor. Ze krijgen meer begrip van de occulte mogelijkheden van de mens.

Daarnaast krijgen ze ongetwijfeld ook heel veel aanwijzingen waardoor ze de materie gemakkelijker kunnen hanteren. Als kluizenaar ben je in het tweede aspect nu niet bepaald geïnteresseerd. Daarom zeggen wij dat deze Witte Priesters een z.g. esoterische geheimschool hebben gesticht. Er waren echter ook priesters die het toch wel leuk vonden om nog wat van het leven te genieten. En al waren wijntje en trijntje in die dagen misschien iets anders dan in de uwe, ze waren heel populair bij de heren van het priesterschap die in de steden vertoefden. Daarom gingen ze kijken hoe ze de poen konden krijgen om de paleizen en de tempels te bouwen die ze nodig hadden om zo ook te komen aan de nodige tempelmaagden, de wijnen en verder alles wat je dan leuk vond. Deze heren hebben zich dus gericht op het werken met de materie. Maar ook voor hen was de materie nog steeds iets waar je wordt geconfronteerd met geesten en met goden. Hoe sterk hun invloed was, kunnen we zien als we kijken naar de sme­den die we later aantreffen. Er was een tijd dat metalen werden bewerkt.

We denken dan aan zilver, aan brons, misschien ook koper, Wie waren de bewerkers daarvan? Het waren altijd priesters. Het was een gesloten kaste met eigen geheimen. Waaruit bestond elke bewerking? Het bewerken van metaal vanaf het smelten tot het smeden toe, werd altijd vergezeld van bepaalde gezangen. Die gezangen zijn als we ze ontleden niets anders eigenlijk dan magische formules. Er is dus een soort magie ontstaan die gericht is op de materie.

Daarnaast bevordert ze natuurlijk de wetenschap omdat goden misschien niet altijd bereid zijn om je bij te staan. Als je nu een andere methode hebt gevonden, kun je toch krijgen wat je hebben wilt. De z.g. Zwarte Priesters (wat overigens niet juist was, want hun gewaden waren niet zwart, ze waren wel geverfd), deze geverfde heren noemde men de Zwarte School. Ook zij vormden een geheimschool. Uit de Witte Priesters kwam een orde voort van zieners die – heel ver verlengd ‑ weer deel blijkt uit te maken van de Orde van Melchizedek. Aan de andere kant heb je de Zwarte Priesters die zich ontwikkelen tot wat je kunt noemen de wetenschappers, de machtbezeten priesters en de tovenaars. Nu heeft het weinig zin om al hun geheimen hier uit te stallen. U zoudt er weinig aan hebben.

De ontwikkeling van deze scholen is natuurlijk in de eerste plaats wel Atlantisch, want je brengt je godsdienst en daarmee ook je magische en andere praktijken mee wanneer je koloniseert. De Atlanten zijn, zeker in de laatste periode van het eerste rijk, enorme kolonisators geweest. Overal bouwden ze kleine steden vaak vergelijkbaar met de moederstad. Vanuit die steden propageerden ze hun magie, hun esoterie. Later, wanneer de eerste ramp heeft plaatsgevonden, kroeg een tijdlang de zwarte magie en de wetenschap de overhand. Dat heeft zeer grote invloed gehad op het leven in het zuiden van Spanje, op bepaalde eilanden in de Middellandse Zee die toen nog een beetje anders was. Ze heeft ook invloed gehad op het denken van allerlei stammen, jagende stammen voornamelijk rond de huidige Sahara, die een binnenzee is geweest en deels een oerwoud. Dan komt met de tweede ramp en door degenen die daarvoor wegvluchten, waaronder ook opstandige slaven zijn, deze godsdienst eigenlijk rond de Middellandse Zee te liggen. En dan moet er een keuze worden gemaakt. De innerlijk werkende priesters, de Witte Magiërs, bemerkten wel dat ze niet erg in tel waren. Een deel van hen trok veel verder. Zij waren o.m. de aanleiding tot het eerste ontstaan van de natuurmagie zoals we die kennen in Tibet en de berglanden van Achter‑Indie. De anderen daarentegen, de Zwart Magiërs, grepen naar de macht. Dat hebben ze altijd gedaan. Zij waren het dus die in de eerste plaats in het Nubisch Egyptische rijk (Boven‑Egyptische rijk) hun eigen scholen stichtten.

Nu moet u wel begrijpen dat een verschil tussen wit en zwart eigenlijk niet te maken is. Je kunt het maken tussen esoterisch‑primair en magisch‑primair, maar wit en zwart is erg moeilijk uit elkaar te houden. Zo komen we als vanzelf bij de Egyptische geheimscholen terecht.

Een deel ervan probeert nog steeds gebruikmakend van de oude elementenindeling, alleen komen er nu zaken bij als water, vuur, aarde en lucht, een beeld te maken van de kosmos waarmee je kunt werken. Deze manier van magie bedrijven maakt de zon, die eens deel is geweest van het magische concept, een beetje los. Ze krijgt een goddelijke functie. En natuurlijk ook de maan. Maar dan moet je ook Moeder Aarde wel op gelijke voet brengen. Dus krijgt ook de natuur op de aarde een eigen persoonlijkheid. Zo ontstaat er een veelgodendom waardoor bijna elke stad haar eigen goden hoeft. Als we een eind verder zijn, dan zijn er soortgelijke goden maar met andere namen. Die geheimschool daar is, interessant genoeg voor ons, omdat ze gebruikmaakt van kennis die je nu daar niet zoudt vermoeden en gelijktijdig ook weer bijgelovig is op een manier die op het ogenblik niet voorstelbaar is. Ik geef u eerst uit de Nubische geheimschool enkele van de leringen.

In de eerste plaats: alles op aarde is samengesteld uit elementen. Alles wat bestaat, wordt bezield door de zon en in stand gehouden door de maan.

In de tweede plaats: het is de verhouding van de elementen die bepalend is voor de vorm en voor het gebeuren. Deze nu kunnen wij wijzigen, als we weten hoe. De zon blijft de bezielende kracht. De maan kan ons echter helpen in de verandering. Dat is typerend.

De maan wordt een godin die de natuur beheerst, die je kunt aanroepen aan de ene kant, maar aan de andere kant ook een functie heeft in het werken. Heel veel van de magische verrichtingen en scholingen van die tijd vinden dan ook plaats bij maanlicht en bij voorkeur wanneer de maan redelijk vol aan de hemel staat.

Wanneer ik naar mijzelf kijk, dan weet ik daar de kracht van de zonnegod te vinden. De kracht van de zonnegod kan spreken met alle bezieling. Zo kan ik spreken tot de dieren en aangezien ze minder verstandig zijn dan ik ze aan mij onderworpen maken. Ik kan spreken tot anderen die deze gaven gebruiken en ontwikkelen. Ik kan daarnaast in de materie ingrijpen en vooral in de plantengroei. Een groot gedeelte van de Nubische magie berust mede op het beïnvloeden van de plantengroei. Het wonderlijke is dat ze inderdaad versnelde groei en bloei tot stand weet te brengen, terwijl ze daarnaast in bomen die normaal een lage concentratie hebben van het een of ander gif die concentratie aanmerkelijk weet te verhogen. Het werken van deze groep is enerzijds gericht op het verkrijgen en behouden van de macht. Anderzijds op het begrijpen der dingen. Het wonderlijke is, dat deze school al psychologie en een mate van heelkunde ontwikkelt in een tijd dat ze dichter bij de kust nog niet geheel ontplooid zijn.

Landbouw daarentegen vinden we daar waar de slaven het meest terecht zijn gekomen. Dat is ook helemaal geen wonder, want de Atlantische slaven waren de mensen die werden gebruikt voor landbouw en veeteelt. Zij hadden de trucjes van hun meesters door en konden ze dus verder onderwijzen. Vandaar dat we een magische revolte krijgen dicht bij de Nijl-vallei en van­ daar uitdesemend in de richting van de Middellandse Zee, terwijl we vlak bij de zee in het Deltagebied allereerst veranderingen krijgen in de manier van landbouw bedrijven en tevens ten dele ook in de sociale structuur waar­ in vorsten, koningen en krijgslieden opeens een rol gaan spelen. Er is in geen van beide gevallen nog sprake van een alomvattende kroon. Wanneer die godsdienst eenmaal terechtkomt bij de boeren, dan is het voor deze iets wat moet samenhangen met hun werk. De geheimschool verbindt de werkingen van de natuur aan die van de elementen en van de goden. De zon is de brenger van leven en dood geworden. De maan bepaalt de fasen van vruchtbaarheid. Daarnaast zijn er omstandigheden zoals de regen en de Nijl, die voor zich een afzonderlijke kwaliteit bezitten. Tenslotte komt men tot een natuurgodin die eigenlijk de functie van de maan en van een groot gedeelte van natuur in zich bevat, Isis. Het is de Isis‑groep die vreemd genoeg weer zeer vele esoterische aspecten vertoont.

Terwijl de magische scholen veelal in de woestijn of aan de rand van de woestijn gelegen zich bezighouden met magie, vinden we veel dichter bij de Nijl de verschillende tempels en complexen waar de dienst en geheimleer van Isis van groot belang is. Er is trouwens nog een ander aspect. Vinden we bij de magiërs voornamelijk mannen. Bij de in die tijd toch meer esoterische en gevoelsmatig strevende Isis‑inwijding vinden we voornamelijk vrouwen. De gedachte van de Isis‑inwijding is deze: Ik ben deel van de Grote Moeder. De Grote Moeder beschermt mij en haar krachten omgeven mij. Uit de krachten van de Grote Moeder spreek ik met de aarde en spreek ik met de wind. Wanneer ik mijn gedachten uitzend, zo zal zij mij antwoord geven.

De elementen zijn minder belangrijk geworden, maar het innerlijk van de mens en de occulte begaafdheid van de mens is van groot belang. Geen wonder dat juist deze Isis‑inwijding bijzonder sterk is in allerlei zaken zoals b.v. psychologie. Zeker, later wordt ze hoofdzakelijk beoefend door priesters, maar eigenlijk zijn zij de eersten die verschillende aspecten van de mens en ook de mogelijkheden om een mens te manipuleren via uitwendige prikkels beginnen te begrijpen. Zij hebben daarbij grote overeenkomst met de Babylonische priesters die in veel sterkere mengvorm van wit en zwart zijn en waar we eveneens psychologie zien bedrijven, al heet het misschien anders. Men noemt het zielemagie. Deze zielemagie (het is wel interessant om daar even aandacht aan te wijden), wordt normaal op de voorpleinen van de tempel bedreven. Daar zit een priester. Je kunt er heen gaan. Het kost je wel wat. Hij praat met je, hij beïnvloedt je, hij hypnotiseert je soms, maar je bent meestal wel van een groot deel van je problemen af.

De rationalisering ervan is, dat er een god van wijsheid bestaat waarop die priesters dan ook altijd een beroep doen. In Babylon en later ook in Niniveh was dat een figuur die je tegenwoordig soms nog terugvindt als Nabu. In India in de olifantgod Ganeshs. De eigenschappen zijn ongeveer gelijk. Deze god van wijsheid nu doorziet de zielen. Hij kent de samenhang van de krachten der natuur en het is raadgever in de Raad van de Goden. Een geheimleer waarin de psychologie een rol speelt zoals in Egypte maar ook in het Babylonische rijk moet wel geconfronteerd worden met de menselijke ziel en de verschillende aspecten van de menselijke persoonlijkheid. Is het dan een wonder dat men deze gaat toeschreven aan de elementen? Dat men deze gaat verbinden met je krachten die daar omheen zweven? Als je dat eenmaal mee bezig bent, dan ga je ook begrepen dat de geest van de mens het meest belangrijke is,

Kort nadat de twee rijken beide zijn samengevloeid, vinden we dan ook inwijdingsscholen die in feite gebruikmaken van projecties. In deze tijd zou men zeggen: uittredingen waarin iemand die inwijding zoekt door allerlei beproevingen moet gaan, terwijl zijn lichaam in een graf rust. Een andere symboliek vinden we in een soortgelijke geheimschool welke we in die tijd in geheel Perzië aantroffen. Hier wordt degene die ingewijd moet worden in een staat van roes gebracht. Trance kun je niet zeggen, want er worden middelen gebruikt. Hij wordt dan in de groeve gelegd en wordt besprenkeld met het bloed van een vers offer. Dan wordt het a.h.w. gedwongen te spreken over andere werelden. Daarin meent men boodschappen te vernemen, maar gelijktijdig moet die mens in zijn geest weer beproevingen overwinnen en wordt zo tot ingewijde.

Dan kunnen we nog een stap verder gaan en dan hebben we de geschiedenis van het verleden wel zo ongeveer bekeken. Dat is als we de Grieks Oriëntaalse inwijdingsscholen zien. In deze scholen probeert men alles samen te voegen. Men heeft geleerd om getallen te manipuleren. Deze scholen zijn eigenlijk aan het teruggrijpen naar het oude verleden. Er zijn rollen met beschrijvingen (wel tweedehands werk) van de Atlantische beschaving verbrand in Alexandrië. Er zijn bepaalde rekenkundige tabellen ontstaan die eerst door de Chaldeeën (niet alleen sterrenkijkers maar ook grote bouwmeesters) zijn gebruikt om verhoudingen vast te stellen. Wat dat betreft is het misschien aardig even op te merken dat, als u kijkt naar de Taj Mahal, daar worden de verhoudingen en de indruk van het gebouw voor een groot gedeelte bepaald door de spiegelvijver die daar voor ligt. Dezelfde techniek wordt ook gebruikt bij de bouw van de eerste tempel in Jeruzalem. De afstand tussen de toegangspoort en de volgende hof b.v. werd bepaald vanuit een zelfde perspectivische werking, ofschoon ze in hun schrijven en tekenen daar nog geen begrip van hadden, maar architectonisch wel. Het kwam omdat deze mensen ontzettend veel getallen kenden. In bijna alle afmetingen speelt het getal 79 een grote rol. Nu was 79 van alle groepen een lievelingsgetal. Het is namelijk een priemgetal, maar het is tevens een verhoudingsgetal dat gehanteerd kan worden in de bouwkunde, maar ook in alle berekeningen die gebaseerd zijn op de vier elementen. Je krijgt dan namelijk nimmer een evenwichtig maar altijd een gericht antwoord. Zo speelt het ook in de wichelarij een rol

Deze Griekse invloeden werden naar buiten toe heel sterk bepaald vooral door de barden, de dichters, de schrijvers. Zij zijn het die de oude riten die eens in de geest beleefd moesten worden hebben omgezet in labyrinthen als onder de tempel van de zeegod Nereus in Griekenland. De symbolen die eens een grote rol speelden in de dromen, omdat ze nu eenmaal verknoopt zijn met het onderbewustzijn van de mens, hadden ook daar een belangrijk aandeel in. Men ging de inwijding bovendien niet alleen meer zien als een innerlijke verheffing waardoor men afstand nam van anderen. Integendeel, het was een verrijking waardoor je jezelf kon blijven en gelijktijdig je wereld anders kon zien en daardoor een beetje meer meester kon zijn van die wereld.

In deze tijd zijn er ook nog in Azië verschillende geheimscholen geweest. Misschien kom ik er dadelijk nog op terug. Want je kunt moeilijk over geheimleren spreken uit de oudheid, als je alleen maar hier en daar een vage aanduiding geeft en verder niets van de werkelijke inhoud van die leringen. Daarom wil ik nu een algemeen beeld geven. De evolutie daarvan, dat is in dit overzicht wel duidelijk geworden, is niet altijd gelijk. Gesteld in de normen en de woorden van uw tijd voor zover het mogelijk is, luiden ze alle ongeveer zo:

Er zijn vier krachten die de wereld bepalen. Er moeten dus vier hoeken aan de wereld zijn. Er zijn vier plaatsen waaruit de invloeden deze wereld bereiken. Wanneer wij deze invloeden in ons opnemen, zo worden ze deels vermengd, maar zij kunnen weer gezuiverd worden. De ingewijde moet de geest zien als dat element dat hij kan gebruiken voor alle werkingen. In de alchemie is het vaak kwik: soms is dat een van de soorten sulfer. Het ligt namelijk aan het systeem dat wordt gevolgd. Door in mijzelf die delen welke behoren tot de eenheid van mijn wezen weer zelfstandig te maken kan ik ze met de rest van mijn wezen projecteren. Daar waar ik ze toevoeg, zal de materie veranderen. Daar waar ik in mijzelf een evenwicht weet te krijgen tussen de elementen die in mij leven, zal ik ontvankelijk zijn voor wat wij noemen een hoger niveau van besef of bestaan. Ik tap wijsheden af die ik normaal niet bezit. Ik kan inzichten verkrijgen die buiten mijn normaal bereik zijn en ik beschik over begaafdheden die zonder dit niet houdbaar zijn. In al deze gevallen bestaat de inwijding uit een aantal oefeningen gevolgd door een verklaring, niet omgekeerd.

Dan, de gehele natuur bestaat uit verwantschappen. Alles wat is, is gebonden aan het andere. Door te weten welke banden ertussen voorwerpen, planten, levende mensen rond mij bestaan, kan ik op grond van deze banden een beheerser worden van het andere. Als ik diep in mijzelf keer ‑ nu zitten we heel dicht bij de esoterische school ‑ ontdek ik in mij verschillende werelden. Elk van deze werelden beeldt een deel uit van hetgeen ik ben, maar geeft tevens weer waaruit ik ben opgebouwd. Door deze werelden achtereenvolgens te beleven kan ik komen tot een punt waardoor al deze werelden onbelangrijk worden. Op dit ogenblik zal ik mijzelf kennen. Maar als ik mijzelf kan, heb ik mij losgemaakt van de wereld der mensen. Ik ben een halfgod of een soort godheid geworden. De kracht die mij daardoor ter beschikking staat is dermate groot dat er geen taak is die ik niet kan volbrengen. Denkt u in dit verband eens aan die eigenaardige interpretatie van kracht zoals die wordt gegeven in het Herculesverhaal: “Alles in de wereld is magie. Wij zien het ding niet zoals het is. Wij zien het ding zoals het zich aan ons toont.”

In dezelfde school maar dan veel later ‑ we zijn dan al in de tijd dat het christendom het openlijk bestaan ervan onmogelijk heeft gemaakt – zegt men het zelfs nog anders: “Het ding zoals het is, zien wij niet. Wij zien wat wij geschapen hebben om het voor onszelf te kunnen aanvaarden.” Nou, als dat niet dicht bij Jung ligt en al die anderen, dan weet ik het niet. Vergeet echter niet, deze stelling is ongeveer uit 500 na Chr. Een stelling die ook al heel vroeg werkt, is de indeling van de 7 werelden. Deze 7 werelden hebben niets te maken met de 7 sferen. Daarvoor moeten we bij de Grieken zijn die de eersten zijn geweest die daar werkelijk mee hebben gewerkt. De Egyptenaren ook wel enigszins maar niet volledig. De gewone 7 werelden zijn de 7 goden. Alweer 7. Een priemgetal, een heilig getal, te associëren misschien met de planeten die toen bekend waren, maar toch nog wel iets meer. Zeven werelden omdat er zeven trappen zijn waarop het bewustzijn zich kan ontwikkelen. Daaruit haalt de inwijdingsschool in Egypte rond 1200 tot 800 v. Chr. en vooral de Isis-school dan ook de volgende waarheid:

“Wie werkelijk wil groeien en de zeven werelden betreden en de geheimen kennen van hemelwereld en onderwereld, hij zal jong de eerste schrede moeten zetten. Want zij die niet in zich leren klimmen maar proberen te klimmen in de wereld buiten zich, zullen nooit iets bereiken.”

U ziet het, er is toch weer een tendens om de ingewijde ergens los te maken. Kinderen worden in die tijd voor inwijding opgenomen, zelfs al in de leeftijd van 5 ‑ 6 jaar, voor een zeer zware training die de ontwikkeling van occulte gaven behelst, maar daarnaast ook toestanden die u waarschijnlijk trance zoudt noemen en belevingen (suggestief en hypnotisch beïnvloed neem ik aan) waardoor zij werden geconfronteerd met alle werelden die maar denkbaar zijn. Het resultaat is dat iemand, die deze scholing heeft doorlopen, geen vrees kent voor het vreemde. Alles is aanvaardbaar, omdat je je in alles kunt aanpassen, als je maar goed denkt. Dat het denken in de mens op zich, vooral in de magische praktijken, niet voldoende werd geacht is ook duidelijk. Toch zien we, zelfs in de gewone priesterkring, een heel groot verschil tussen de vertoningen die worden gegeven (d.w.z. datgene wat men doet om de mensen onder de indruk te brengen) en het werkelijk werkzaam zijn. Wanneer het geheime huis van een god werd geopend b.v., dan moest dat geschieden door priesters of in een enkel geval door magische werking die eigenlijk alleen bestond uit stoomdruk en een piston die de deur opendrukte als het altaarvuur goed word opgestookt.

De god tonen op zichzelf is echter iets anders. Als je het verborgene zichtbaar maakt, dan moet het zichtbare worden beheerst door het verborgene. Vandaar dat er een enorme suggestieve kracht uitgaat van dit opengaan van het heilige der heiligen. Vandaar ook dat degene die daar mag binnentreden altijd de hoogste ingewijde of de hogepriester mag zijn. Het gaat er niet alleen om dat het zo heilig is. Het gaat er doodgewoon om dat juist het opengaan of het komen uit dit heilige een zeer bijzondere betekenis moet hebben, het moet een geestelijke onderwerping bij anderen teweeg brengen.

In jezelf ga je natuurlijk ook zoeken. Vooral in de Isis‑ritus en later ook bij verschillende andere scholen (het gaat zelfs tot de Trans-silvanische school toe al zou je dat niet geloven) vinden we het uittreden dat gelijktijdig een bevestigen is van wat je in jezelf erkent in een wereldbeleving die daar schijnbaar buiten ligt. Hier speelt niet alleen de magie maar ook de zelferkenning een grote rol.

“Slechts hij, die zichzelf kent en zichzelf volledig meester is, zal de wereld die hij uit zichzelf voortbrengt kunnen herkennen voor zijn schepping en er meester van zijn. Wie echter meester is van de werelden die hij voortbrengt, is meester van de wereld die daaraan onderwor­pen is.”

Anders gezegd: de gewone wereld is altijd onderworpen aan het denkbeeld van de magiër. U ziet het, het is een systeem dat vanuit uw standpunt misschien ongelooflijk primitief is. Maar het is wel hetzelfde systeem dat eigenlijk de eerste alchemie heeft voortgebracht. Zeker, in het begin was de chemie of alchemie (de naam stamt van de Arabieren) het voorrecht van bepaalde kasten van priesters die volgens onze opvatting zoiets waren als oplichters. Ze wisten namelijk schijngoud te maken. Ze wisten geintjes uit te halen met glas waardoor het kleur kreeg en dergelijke dingen. In het begin is het in feite chemie, maar deze chemie wordt wel vergezeld van bezweringen. Ik neem aan, dat er verschillende processen zijn volbracht welke zonder die magie niet mogelijk zouden zijn geweest. Ik wil u hier wijzen op iets anders. U heeft misschien wel eens gehoord van aurechalcum. Het is hard goud, harder dan staal. Deze tijd kan het niet maken met al zijn kennis. Zou het misschien denkbaar zijn dat het proces, dat toch betrekkelijk eenvoudig moet zijn geweest, dit resultaat opleverde omdat er geestelijke krachten bij werden gebruikt? Dat er magische projecties plaatsvonden waardoor allerlei dingen mogelijk zijn die chemisch anders ondenkbaar zijn? Stel je maar voor, dat je goud in een bepaalde instabiele vorm voortbrengt. Wat krijg je? Je kunt daarmee zelfs een kernfusie veroorzaken. Je kunt er knalgoud van maken en al die andere dingen. Die dingen heten in die tijd wonderen te zijn. Ze zijn tegenwoordig op de manier waarop men het vroeger deed niet te herhalen. Geestelijke kracht ‑ wij zouden misschien zeggen telekinese ‑ kan een grote rol hebben gespeeld in die processen.

Laten we niet vergeten dat de scholing van occulte gaven bij elke geheimschool van groot belang was. De meeste geheimscholen onderwezen daarnaast o.m. kruidenkennis, op enigerlei wijze lezen en schrijven en het ontvankelijk worden voor de god, wat eigenlijk niets anders was dan de ontwikkeling van een zeer bepaalde telepathische gave waarbij je niet de beelden telepathisch overbrengt in woorden, maar om een vergelijking te maken, want precies is het niet uit te drukken, in een soort klankpatroon. Die klankpatronen geven ritme weer. Deze klankpatronen gereproduceerd onder de juiste omstandigheden kunnen bovendien weer stoffelijke veranderingen veroorzaken. Wij hebben dus zeker niet te maken met bijgeloof en primitiviteit zonder meer.

De verklaringen die worden gegeven zijn bijgeloof. Maar hoeveel van de moderne wetenschap is, als je het na enige tijd bekijkt, niet eveneens een soort bijgeloof geweest? De darwinisten zullen moeten toegeven dat de gestage evolutie die Darwin meende te constateren, bijgeloof is. Want het is aan te tonen dat er veel schokeffecten zijn geweest en dat die schokeffecten niet door de bestaande vormen zonder meer konden worden opgevangen, maar alleen als die soorten in zeer korte tijd een zeer belangrijke vormverandering (mutatie) ondergingen. Dat is aantoonbaar ook in de tegenwoordige tijd. Dat betekent weer dat deze mutaties nu niet alleen maar veroorzaakt kunnen zijn door verandering van omstandigheden, want dan zou de looptijd om de genen aan te passen te lang zijn. Ik noem u maar een paar feiten.

Per slot van rekening, het hele ruimtelijke aspect waarmee de mensen misschien honderd jaar of meer hebben gewerkt, hun voorstelling van het heelal (de kosmos), zelfs van de tijd, werd omver geworpen toen Einstein met zijn stellingen kwam. Dus waarom zouden we ‘bijgeloof’ roepen? Dat men het uitdrukt in namen van goden, in formules die magisch zijn in z.g. zekerheden, laten we dat maar accepteren. Er wordt tegenwoordig ook in naam van de wetenschap, in naam van de democratie, in naam van het land, van de staat, van de godsdienst meer gelogen dan men voor mogelijk zou houden. Degenen die het als waarheid, aanvaarden zijn bijgelovig door hun aanvaarding van de zegging van anderen. Dat is vroeger ook zo geweest.

De inwijdingsscholen, de geheimscholen, de esoterische scholen uit het verleden, ze hebben allemaal het wonderlijke element van het occulte gehad. Zelfs in deze dagen zijn residuen uit die tijd nog terug te vinden in bv. de stellingen van de Rozenkruisers, in een bepaald deel van de benadering van de theosofie, in vele andere alchemistische broederschappen etc.. Meer van die oude scholen dan u denkt heeft het overleefd. De vormen zijn een beetje veranderd, de formules klinken anders. Wat eens de magische opstelling was waarmee de kosmische krachten werden vrijgemaakt, is nu misschien een symbolisch handelen geworden waarmee men uitdrukking wil geven aan iets wat men innerlijk gaarne waar wil hebben zonder aan te nemen dat het werkelijk waar wordt. De oude scholen leven voort. Wat is de meest belangrijke leer van dit alles?

  1. De ziel van de mens gaat verder. Wanneer zij een huis vindt, leeft zij voort in een wereld. Anders keert zij terug naar de kracht waaruit ze voortkwam of wordt ze hernieuwd mens.
  2. De mens en al het zijnde, opgebouwd uit een aantal natuurlijke elementen (niet te verwarren met de chemische) zijn beïnvloedbaar door de elementen zelf, maar ook door de krachten die de elementen beheersen.

De magiër, die de elementen en de krachten die de elementen beheersen kan, wordt hierdoor zelf heerser over de elementen. Niet voor niets bestaat er een magische papyrus die begint met te zeggen: “Wend uw ogen af. Hij, die de eerste rol heeft gelezen, kent de geheimen van de natuur. Hij echter, die de tweede rol heeft gelezen, kent de geheimen van ondergang en dood, maar ook van leven en schepping. Hij zal meester zijn over de tijd. Hij zal meester zijn over de ruimte. Hij zal bepalen wat is wat vergaat.” Wat was nu deze papyrus? Ik weet het, later heeft men gezegd: Het behoort tot Hermes Trismegistus. Maar ze was er al voor die tijd. Deze papyrus bracht precies de leer van de elementen (let wel de vier elementen) en voegde daaraan toe wat we later bij de Grieken duidelijker en opener zien: een vijfde element die toen ‘de adem der goden’ werd genoemd en later de ether.

De verhouding van deze elementen kun je op een bepaalde manier niet uitleggen. Wie de sleutel kent van de samenstelling is meester. Want hij kan de samenstelling beïnvloeden en wijzigen. Hij kan kracht toevoegen of wegnemen. Maar op het laatste blad stond een hele verhandeling over wat we gemakshalve maar de ether zullen noemen als zijnde een algemeen bestaande kracht (de voorstelling van het Al is nog beperkt in die dagen), die alles kan voortbrengen omdat zij de verhouding van de elementen ten alle tijde bepaalt.

Wie nu de ether beheerst, beheerst alle vormen. Wie slechts aan de ether denkt, lost alle vormen op. Wat er overblijft is dus chaos. Wie in de ether een vorm schept door zijn denken, dwingt de elementen om samen te komen op een wijze waardoor ze aan die vorm gestalte geven en deze kenbaar zal worden op aarde. Vandaar het tweede verhaal.

Dat dit allemaal honderd procent waar is, daar zouden we over kunnen strijden. Maar dat een groot deel daarvan waar is, kan ik u wel garanderen. Want het is met formules als deze dat men niet alleen de inwijdingen heeft volbracht (heil u, herrezen Osiris), maar waarmee men ook wel degelijk netwerken van spionage en verbindingen heeft gevlochten waardoor tempels, zelfs ver buiten Egypte, in staat waren berichten te ontvangen en deze meestal al binnen enkele uren in hun orakels te verwerken: waarbij zij opgemerkt dat veel van die orakels oplichting waren. Het was gewoon een spreekbuis die in een godenbeeld uitkwam. Maar de priester moest wel weten wat hij zei. Men heeft gewerkt met genezing op een manier die nu niet meer voorstelbaar is. Officieel wist men niets af van b.v. de betekenis van de bloedsomloop, wist men niets van de organen, van de interne secreties, van een lymfestelsel en eigenlijk zelfs niet voldoende van de hersenen. Hoe komt men dan toch in Egypte tot trepanaties? Misschien omdat men aannam dat er in de schedel nog iets anders zat dan alleen hersenen: dat daar het etherische gedeelte, het goddelijke gedeelte van de mens zat. Dat maakt ook begrijpelijk waarom vooral trepanaties werden uitgevoerd bij mensen van hogere stand. Als je de goddelijke krachten kwijt was, dan was je van de last af. Men heeft echter ook kans gezien om allerlei ziekten te genezen. Infectieziekten dat was wat moeilijker. Het kon wel, maar het vroeg nogal wat ingrijpen. Maar gewoon iemand genezen van een spieraandoening of iets dergelijks dat kwam zeer veel voor. Genezing van blindheid gebeurde regelmatig.

Hoe deden ze dat? Door gebruik te maken van een innerlijke kracht. Deze kracht die misschien wel dezelfde is die Jezus in zijn betogen ‘de Vader’ noemt. Want ook Jezus was naast een gezondene een groot profeet en leermeester, een magiër. Ook hij deelde zijn riten in de woestijn met een zeer beperkt deel van zijn leerlingen. Ook zijn geheimschool maakte het degenen, die daaraan deel hadden gehad of aan wie de lerende kracht was overgeleverd, mogelijk om zieken te genezen, om te profeteren en goed te profeteren, kortom, helderziendheid, genezende gaven en in sommige gevallen zelfs telekinetische verschijnselen te veroorzaken.

Het is duidelijk, de geheimscholen uit de oudheid zijn de basis geworden van de occulte ontwikkelingen van deze tijd. Zij hebben zeker bijgedragen tot, en vormen mogelijk dé verklaring van alle wonderen die wij van meesters en ingewijden vernemen. Het is een voorstelling misschien, maar weet u of een ding werkelijk zo is als het eruit ziet? Weet u wat de werkelijkheid is? Of weet u alleen maar wat u werkelijkheid noemt? Als u dit laatste bevestigend beantwoordt, dan is elke methode om die werkelijkheid te benaderen zonder u door vormen of zogenaamde vaste waarden te laten bepalen voor uw mogelijkheid om het wezen der dingen in werkelijkheid te doorgronden.

Ik denk, dat dat de basis is geweest van praktisch alle oude geheimscholen, van alle inwijdingen, van alle leringen die van werkelijke betekenis waren.

Ik heb geprobeerd u een beeld te geven van de oude geheimscholen. Deze scholen zijn in karakter, in benoeming alle zeer verschillend geweest. Het is vroeger voorgekomen dat je op een stuk land zo groot als Nederland vier geheimscholen kende waarbij de vier misschien iets, wisten van elkanders bestaan, maar meestal niet eens konden doordringen tot de essentie van de leer en van de praxis zoals die binnen de scholen werd onderwezen. Het was voor mij dus niet doenlijk om algemene normen zonder meer te brengen.

Ik meende, dat het voor u belangrijk was om in de eerste plaats de wordingsgeschiedenis enigszins te begrijpen en in de tweede plaats om dan althans iets van de grondregels te weten die voor de meeste: maar nog niet eens voor alle, van de geheimscholen hebben gegolden. Ik verontschuldig mij voor de onvolledigheid. Maar volledig zijn dat zou een kwestie zijn van jaren lang elke dag een paar uren praten. Wacht u dus maar totdat u bent overgegaan, dan hebben we alle tijd die we nodig hebben. Voor degenen die zeggen: Wij willen ook in deze tijd iets doen, wil ik hier nog een sleuteltje geven.

“Ik ben die ik ben. Ik kan niet anders zijn dan wat ik ben en kan bepalen hoe ik ben. Zodra ik erken wat ik ben, beheers ik hoe ik ben. En beheersend hoe ik ben, bepaal ik wat het andere zal zijn voor dat wat ik ben.”

Denk daar maar eens goed over na. Een heel leuk spreukje, maar er zit een sleuteltje in dat iedereen kan gebruiken, als hij op de juiste manier kan denken en zich misschien een beetje kan losmaken van de werkelijkheid.