Geloof als praktische levenswaarde

19 september 1967

Geloof is een in de mens bestaande zekerheid waarin hij een zodanig groot vertrouwen stelt dat hij volgens dit geloof handelt, ook wanneer de feiten schijnbaar daarmee in strijd zijn. Een geloof is nimmer gebaseerd op demonstreerbare feiten, het is eenvoudig een innerlijk weten en is niet materieel bewijsbaar. Op het ogenblik dat een geloof materieel bewijsbaar wordt en manifest wordt in materiële waarden, houdt het op geloof te zijn en wordt het tot een weten dat zich dan onderwerpt aan de waarden van de gemeenschap. Het is dan a.h.w. van een geestelijk vlak gedaald tot in het materiële vlak met alle beperkingen maar ook met alle mogelijkheden van dien. Geloof is een zeer praktische levenswaarde wanneer wij ons realiseren hoeveel in uw eigen zogenaamd reële en materialistisch denkende wereld op geloof is gebaseerd. Dat u een regering kiest en u aan haar regels en wetten onderwerpt is niet alleen een kwestie van macht, het is ook een kwestie van geloof. Beurszaken, internationale handel, berusten niet alleen zoals men dat denkt op concrete waarden maar op geloof. Statische berekeningen die toekomstige projecten moeten bepalen, berusten niet alleen op zekerheden of zelfs maar redelijke veronderstellingen. Er zit daarin een grote geloofsfactor omdat men aanneemt dat hetgeen nu bestaat ook over enkele jaren nog zo zal kunnen bestaan.

In uw eigen maatschappij heeft u dat geloof dus nodig. Uw samenwerking met medemensen is op wederkerig vertrouwen gebaseerd. Inderdaad, maar daarvoor moet u omtrent de ander bepaalde dingen geloven die u nooit zeker kunt weten. U wordt dan ook bij mensen nogal eens in uw geloof beschaamd. Het zal u duidelijk zij dat een geloof, dat al zo belangrijk is voor de menselijke wereld, in zich bijzondere kwaliteiten of eigenschappen moet hebben. Een groot gedeelte daarvan kan ik hier niet bespreken omdat zij emotionele waarden zijn, die u wel kunt omschrijven maar waaraan elke omschrijving op zichzelf alweer een vervalsing zou worden. Maar er zijn andere punten die interessanter zijn.

Wanneer iemand ziek is en ik weet hem duidelijk te maken dat bij beter wordt, is de kans heel groot dat hij beter wordt. Men noemt dit suggestie. In feite is het het wekken van een geloof vaak tegen alle bestaande waarden in. Toch kunnen wij op grond van wat men op aarde daaromtrent geconstateerd heeft, bewijzen dat degene die werkelijk volledig geloven in zeer vele gevallen genezen worden waar dit materieel onmogelijk heet. De wetenschap zal dit niet altijd en gaarne toegeven dat beseft u, maar wondergenezingen, miraculeuze genezingen en dergelijke, zijn toch te zeer bekend, hoe zeldzaam ze in deze tijd misschien ook mogen zijn, om ze eenvoudig weg te praten. Of dit nu een paranormaal genezer is, die geloof wekt in een patiënt of iemand die in Lourdes genezen wordt, in al die gevallen krijgt de mens een nieuwe verhouding tot zijn wereld. Geloof betekent ook een aanvaarding, het houdt zelfs een zekere onderwerping in aan hetgeen als geloofspunt eenvoudig wordt gesteld als dominerend, als heersend, en al het andere wordt daaraan ondergeschikt gemaakt, ja het eigen besef interpreteert de dingen in de wereld in overeenstemming met het geloof. Dus geloof is een wijze van benadering van de kosmos, zonder dat daarbij materiële feiten te pas komen. Dan moet het dus in zijn wezen behoren tot wat wij het geestelijk niveau misschien zelfs het ziele niveau van de mens kunnen noemen.

Wanneer ik probeer om ook hier iets over duidelijk te maken dan moet u weten dat u dit desnoods wat de praktijk betreft, terzijde zou kunnen leggen, maar God is, God is de eerste oorzaak. Uit God komt voort de triade, het kracht gevend wezen, en de twee uitingen die we dan aanspreken in het Christelijk geloof als de zoon en de geest, maar die in andere gevallen dan worden aangesproken als de Vader en de moeder, waarvan de zoon dus het product is. Onder deze triade, staat het zevental van heersende krachten. Ik weet wel dat u dit allemaal moogt beschouwen als symbolisch, maar wanneer u geschapen wordt dan is dit niet volgens het wezen van de triade, maar volgens de gedachte die in de triade manifest wordt. Het is de Goddelijke gedachte noem het mijnentwege, het geheugen der wereld, noem het de hallen der herinnering. Want vele namen heeft men daaraan gegeven. Deze gedachte wordt tot uitdrukking gebracht, tot werkelijkheid gemaakt door zeven grote facetten, dit zijn de zogenaamde Goden. Wanneer men leert dat de mens geschapen wordt door een God naar diens beeld, of voortgebracht wordt uit een God dan hebben wij niet te maken met de triade zelf maar met deze zeven hoofdkrachten. Deze zeven hoofdkrachten zijn een beperking misschien want zij delen gezamenlijk de uiting van de totaal Goddelijke gedaante. Maar hun wezen wordt weer in ons, die deel zijn van hun deel van de schepping, tot uiting gebracht en de kracht waardoor wij bestaan is die welke voortkomt uit de bron van de triade.

Wanneer wij dus weten dat wij in stand worden gehouden door de denker, dat wij een gedeeltelijke verwerkeling zijn van de gedachte, dan is ook wel duidelijk dat het zuiver materiële bestaan zonder meer nooit de werkelijkheid van ons wezen kan zijn. We moeten meer zijn. Dit meer kun je dan in veel vakjes en hokjes verdelen. Maar eenvoudiger is het om te zeggen: Wij worden geprojecteerd vanuit de ons beheersende schepper, een van de zeven dus, en wel zo dat wij harmonisch kunnen zijn met al het andere. Die harmonie die zal natuurlijk geestelijk en nog meer in de kracht van de ziel zelf, altijd bestaan. Maar onze eigen ervaring, ons leven, ons denken heeft een scheiding tot stand gebracht tussen hetgeen wij als werkelijkheid beseffen en de harmonische mogelijkheid die we in ons dragen. Wat het geloof nu doet, is in feite deze kloof overbruggen. Geloof is dus een uiting van het innerlijk harmonisch vermogen. Daarom is de formulering van het geloof dan ook niet zo belangrijk als wel het feit, het bestaan van het geloof. Sta mij tot hier enkele praktische punten aan toe te voegen.

Velen zeggen dat zij geloven en hopen dat waar is wat zij zeggen te geloven. Dit is geen waar geloof, het is hoogstens het aannemen van een werkhypothese om tot een geloof te komen. De geloofsformule, de geloofsuitdrukking hoezeer deze in de materie of elders ook geldt, op zichzelf telt niet, zij is alleen de menselijke uitdrukking. De kracht van het geloof is dus de harmonie. Om het eenvoudig te zeggen. U heeft ook wel eens zo’n ogenblik dat u stom staat van verwondering of bewondering, dan zegt u, 0. Dit 0 dat kan een hele wereld uitdrukken maar een ander zal u daardoor niet begrijpen. Maar wanneer u dan moet uitleggen waarom u 0 zegt, dan blijkt dat u eigenlijk een deel van dat gevoel verliest, dat u de bewondering eigenlijk ziet ondergaan in de omschrijving, dat u de verwondering overwint in de constatering van die verwondering. Zo gaat het met geloof ook, wanneer wij ons richten op de geloofsformule dan zal juist die formule voor ons betekenen dat wij daardoor ons eigenlijke werkelijke geloof verliezen. Er ontstaat dan een oppervlakkige benadering, er ontstaan wat men noemt twijfels, in feite geschilpunten in redelijkheid, terwijl de harmonie buiten beschouwing blijft.

En op die manier heb je dus aan geloof weinig. Daarom moet u één ding onthouden. Geloof, op welk terrein ook, verdraagt geen formulering en onderzoek, wil het volledig voor u actief zijn. Het is een waarde die in uzelf bestaat, op het ogenblik dat u ze formuleert, is zij reeds deels verloren. Er bestaat die legende van de Godsnaam die u misschien kent, een mens kan in zichzelf leren de naam van God te kennen, naam of titel is wezensomschrijving. Wanneer je die naam kent en je spreekt haar uit, is ze waardeloos en machteloos. In jezelf is ze een machtswoord dat alles mogelijk maakt. Deze voorstelling is direct gebaseerd op hetgeen ik u gezegd heb omtrent geloof. Het maakt niet veel uit hoe u zich God voorstelt. Het enige wat het uitmaakt, is dat u zich met die God verbonden voelt, dat u zich met die God harmonisch voelt. Het maakt niet veel uit hoe u denkt over de mensen in een ander land u kunt handel met ze drijven zolang u ervan overtuigd bent dat zij een tegenprestatie zullen leveren of u daar redenen voor hebt of niet. Op alle niveaus geldt dus hetzelfde.

Geloof is geestelijke kracht. Het is het één zijn met alle dingen, maar waar die eenheid bestaat, deze samenwerking, kan er niets bestaan wat kwaad is wat slecht is. Daar waar harmonie regeert kan geen disharmonie optreden. Dit is op geestelijk niveau volledig waar. Wanneer ik iemand heb die ziek is dan kan ik hem natuurlijk geestelijk benaderen en ik kan dit materieel doen, maar in beide gevallen is één ding belangrijk: de patiënt moet harmonisch zijn met het geneesmiddel of beter het geneesmiddel moet harmonisch zijn met de patiënt. U weet allemaal dat er bepaalde mensen zijn die kunnen bv. geen penicilline verdragen, ze zijn niet harmonisch met het medicament en dan kunnen we spreken over allergieën en uiteenzetten hoe prikkelstoffen ontstaan en daardoor foutieve reacties in het bloed welke weer andere gevolg hebben. Maar in de praktijk komt het hierop neer: De mens was niet in staat om in zijn stoffelijk wezen het medicament op te nemen, ditzelfde kan dus met geestelijke kracht het geval zijn.

Wanneer ik een mens wil genezen, dan zal ik dit moeten doen doordat hij niet slechts gelooft in de genezing, maar ook gelooft dat ik werkelijk die genezing tot stand wil brengen. Zelfs bij het zogenaamde gezondbidden is deze aanvaarding van de bidder naast de Goddelijke Kracht, noodzakelijk. Harmonie. En wanneer ik met mijn wereld en met alles harmonisch ben dan kom ik vanzelf dus tot een levenshouding waarbij ik eigenlijk alles kan aanvaarden. Ik kan niet alle dingen zelf zijn en doen, maar ik kan in alle dingen die bestaan een punt van contact vinden. Dit contact, deze harmonie geeft mij in zekere zin dominantie, dus een mate van beheersing niet meer. Het is logisch dat een dergelijke dominantie, een dergelijke heerschappij, niet voort kan vloeien uit instinctieve waarden. Een mens die met zijn instincten leeft kan geestelijk heel anders zijn dan zijn instincten. Er is dan in hemzelf een disharmonie en juist hierdoor verliest hij zijn greep op alles wat in de wereld bestaat. Hij wordt geleefd, zoals hij zegt door de gebeurtenissen. In feite wordt hij gestuurd door de strijdigheid tussen wat je zijn instinct kunt noemen en zijn geestelijk harmonische mogelijkheid. Het is niet zo dat u alleen maar harmonisch behoeft te zijn om bv. alle geesten te regeren, zoals Salomo deed. Het is belangrijk dat u dus eerst uzelf meester bent in zoverre dat u in uzelf harmonie kunt bewaren. Maar die harmonie kunt u weer putten uit geloof. Dientengevolge is het volledig waar wanneer wordt gezegd: voor hem die gelooft zijn alle dingen mogelijk.

Dit klinkt natuurlijk allemaal onlogisch en dwaas dat weet ik, maar hoe kun je over een waarde die in zichzelf niet logisch is, die vanuit een menselijk redelijk standpunt bezien, altijd dwaas moet zijn, anders dan menselijk onlogisch bespreken. Wanneer ik geloof en ik geloof in de band die bestaat tussen mij en de gesneden bloem, dan zal mijn erkenning van die bloem, die bloem langer laten bestaan omdat haar huidige vorm en schoonheid de uitdrukking is voor mij van die harmonie. Ik deel a.h.w. mijn levenskracht met de bloem, de bloem deelt op haar beurt. En dat is niet zo gering als u zou denken misschien, haar eigen bestaanswaarde, haar uitdrukking van zijn met u. Wanneer u komt te staan tegenover een dier en u kunt uzelf met dit dier werkelijk harmonisch gevoelen, dan zult u dat dier niet alleen begrijpen, maar u zult ook weten hoe u dit dier moet leiden. Want waar de harmonie bestaat daar kan dus uw meerdere besef, uw begrip voor de reactie en automatisme van het dier, u ertoe brengen om dat dier precies zo te leiden dat het dier doet wat u wilt. Wanneer het gaat om een relatie met mensen en u bent met deze mensen harmonisch, u aanvaardt ze zoals ze zijn en u zoekt naar dat harmonische contactpunt, dan zult u vanuit deze harmonie, die niet redelijk is en op geloof blijft gebaseerd, niet slechts inzicht en begrip voor die ander gevoelen, maar u zult ook haast zonder te denken, precies die middelen grijpen waardoor de beste samenwerking met die ander mogelijk is. Voor een eenzijdige relatie kan het geloof geen uitkomst brengen, maar voor alle relaties die een wederkerigheid hebben tenminste of die een deel van de schepping omvatten, geeft het geloof de mogelijkheid om a.h.w. mee te spreken om gezag uit te oefenen ten aanzien van het minder bewuste maar ook om bewust mee te werken in het kader van het meer bewust bestaan.

Ik wil deze beschouwing over het geloof algemeen nu even terzijde stellen voor een beschouwing van het Christelijk geloof zoals dat dus in het westen over het algemeen domineert en zelfs de gedragsregels redigeert van hen die zichzelf niet als Christenen beschouwen, of zelfs onkerkelijk, of misschien als vrijdenker. Want het Christendom heeft uw maatschappij gevormd. Dit Christendom is niet, en dat moet ik er uitdrukkelijk bij zeggen, meer een geloof, het is een harmoniserende factor die zo sterk werd uitgedrukt in sociale verhoudingen, morele verhoudingen en relaties dat het geloof zelf op de achtergrond kon geraken. Het heeft uit de bewuste geloofservaring, langzaam maar zeker, de instinctieve reactie voortgebracht die menigeen geweten noemt.

Wat is nu de kern van het Christendom? Jezus van Nazareth. Jezus van Nazareth is als leraar opgetreden rond zijn dertigste jaar. Van hetgeen hij voor die tijd deed is heel weinig bekend. Wij vinden bijna nergens zij het in een enkel apocrief geschrift bv. de mededeling dat hij door de Brahminmao werd bezocht, met wie hij gezamenlijk lange tijd had vertoefd onder meer in een klooster. Evenmin wordt verteld dat deze Jezus als jonge knaap meereisde met een koopman een Pakistani, een Pers, en zo kennis maakte met de wijsbegeerte van Perzië, met het Boeddhisme, Hindoeïsme en de wijsheden daarvan, ja zelfs kennis maakte met een deel althans van het toen bestaand mystiek Tibetaanse Lamaïsme. Deze Jezus was dus iemand die geschoold was. Zijn vader Jozef was een Esseen, in de eerste jaren van het leven, de vlucht heeft als ik me niet vergis een jaar of vier geduurd, heeft hij reeds in zijn jeugd geabsorbeerd wat er rond hem aan wijsheid en uitstraling aanwezig was. Deze Jezus is nog steeds mens. Ik zeg dit nadrukkelijk omdat Jezus in deze tijd niet de Christus is. Men heeft van Jezus Christus een soort naam gemaakt. Christus is iets anders. Christus is de uitdrukking van de Goddelijke liefde als u het zo wilt zeggen. Dus een directe weergave van de creatieve waarden waarin de Goddelijke gedachte domineert. Wanneer wij dus Jezus Christus noemen, zo geven wij hem een titel, zoals wij zouden kunnen zeggen een mens is bakker, advocaat, beenhouwer of iets anders. We geven a.h.w. zijn stiel, zijn werking, zijn vak, voor die gemeenschap weer. Ik weet dat dat voor veel mensen moeilijk is om dat meteen te aanvaarden. Maar met het werkelijk geloof heeft het niet zoveel van doen. Wel wat deze Jezus zelf geloofde. Hij geloofde reeds in het begin in God als een waarde in jezelf. Niet als een alleenstaand wezen, maar als een uitdrukking van de Goddelijke gedachte. Hij heeft in vele leringen, scholingen en filosofieën de versies van anderen gehoord. En zo kwam hij tot een steeds concreter besef van de band tussen elke mens en God. En daar bedoel ik mee de eerste oorzaak in dit geval, de denker, het bestaan. Wanneer hij dan ook beseft hoezeer de denker bepalend is, geeft hij zich aan de denker over, de Vader. Hij wordt in zijn leven en leringen, ofschoon het de mens is die formuleert, de weergave van de harmonie, de harmonische gedachte van dit hogere. Dat is alleen mogelijk indien je onnoemelijk veel geloof vindt in jezelf. Het is bekend dat Jezus ook nog een korte tijd tezamen met een Esseens handelsman is overgestoken en enkele Griekse denkers heeft leren kennen. Hij heeft ook later meerdere malen vertoefd in een Griekse kolonie die niet al te ver van Jaffa was gelegen. Deze Jezus kon wijsgeer zijn voor zichzelf. Hij kon zichzelf blijven, maar hij wist dat hij daar dan zou falen in aanvaarding van de God die hij gevonden had. Hij zou zijn eigen harmonie met de Vader a.h.w. verbreken. Voordat hij zijn lering begint, ja kort voor dat hij uit de synagogen wordt gewezen in Nazareth, zegt hij tegen een van zijn Griekse gezellen:” ik sta voor een kruising in de weg, ik voel welke weg ik moet gaan ofschoon deze leidt naar vermoeidheid, zorgen, en een pijnlijke dood, maar ik weet dat dit voor mij de enige en enig ware leven is”. Met deze Griek heeft hij nadien nooit meer gesproken trouwens.

Hieruit blijkt dus wel dat de basis van Jezus werken, Jezus leven geloof is. Zijn optreden in het openbaar kenmerkt zich ook wanneer u even nadenkt, door een verborgen zekerheid die niet menselijk redelijk verklaarbaar is. Je kunt je daarvan af maken met, nu ja hij was de zoon Gods bekleedt met vlees. Maar dan maak je het je toch wel erg gemakkelijk. Want indien dat het geval was zou Jezus dan spreken over het Koninkrijk Gods in u? Zou hij ten aanzien van de 72, zijn leerlingen, kort voor zijn eerste tocht naar Jeruzalem spreken over:” de kathedraal waarin je in eenzaamheid jezelf herkent bij het kaarslicht van de levende kracht en zo je daarin jezelf verliest de gedachte kennen”. Jezus was mysticus, edel voertuig, groot mens tot hij God aanvaardde met uitsluiting van al het andere. Dan blijft het voertuig over als iets wat spreekt, wat formuleert, maar de taak, de werking, de gedachte gaat uit van de Christus de Goddelijke Liefde, de directe Goddelijke gedachte die zich via Jezus openbaart.

Waar het mij om ging is dit. Jezus neemt hier het geloof als hoofdwaarde van zijn leven. Hij maakt daaraan alles ondergeschikt. Hierdoor is hij, krachtens zijn geloof, harmonisch met alle dingen. Er wordt van hem verteld dat hij vuur bedwong reeds voor dat hij de Christus werd, wij weten dat bij de wind en de wateren bevelen kan, anders gezegd Jezus heerst over de natuurkrachten. Wanneer wij even nadenken dan zien wij dat dit het geloof, de harmonie die Jezus heeft met al het zijnde, waardoor hij in staat is zijn wil a.h.w. op te leggen zonder daardoor de waarde van wind of wateren zelf te veranderen. Wij zien Jezus genezen en telkenmale weer horen wij, “Vrouwe uw geloof heeft u behouden”. In uw geloof zijn uw zonden uitgewist”. “Ik vergeef u uwe zonde.” Wat is dat dan allemaal? Is dit niet zuiver geloof? Zonden, begrip van de mens, disharmonie in de mens voortkomende uit de strijd tussen de mens en zijn begeerte en zijn harmonische mogelijkheid en nu komt Jezus en hij wist als het ware die zonden uit, als schuld niet als oorzaak- en gevolgwerking, daar heeft hij niets mee te maken, maar als disharmonische factor, hij herstelt de harmonie in de mens met God. Als die mens gelooft, zelfs al is Jezus voor hem op dit moment de uitdrukking van God, dan is die mens genezen. Dan is datgene wat hij wenst, vervult en dat telkenmale weer.

Het Christendom gaat helaas steeds weer menselijk te werk Het zegt wat u moet geloven en niet hoe u moet geloven. Het geeft u riten. Het geeft u woorden en in vele gevallen, wordt juist hierdoor de praktische mogelijkheid van het geloven eerder beperkt dan vergroot. Want het is niet de rite die vooropstaat, het is datgene wat de ritus uitdrukt wat haar belangrijk maakt. En die uitdrukking moet zijn iets wat in u leeft anders heeft het geen zin. De woorden in zichzelf kunnen u de waarheid evenzeer verhullen, zelfs mijn woorden. Als zij in u iets kunnen stimuleren waardoor u iets van een eigen waarheid beseft. Vorm in het Christendom heeft de overhand gekregen. En dit is ook een van de redenen dat in het Christendom allerwegen een drang naar vernieuwing gaande is, men zoekt deze voorlopig weer in woorden, men zoekt ze eigenlijk in een benadering, vermindering van geschillen, maar dat is niet voldoende. Men moet terugkeren tot dat ene feit “geloof” want het Christendom is een geloof in de schepping waardoor men harmonisch is met de Schepper en deze harmonie uitdrukt in de liefde voor God en de naaste. En die liefde is niet beperkt of omschreven op een bepaalde manier, het is eenvoudig liefde. Punt. Zij omvat het hoogste geestelijk en het laagste stoffelijk niveau. Daar wordt geen differentiatie aangebracht. Uit dit Christelijk geloof zien wij ook mensen voortkomen die een wat eigenaardige indruk maken. We hebben wonderdoende heiligen, we hebben mensen die spreken met vissen, mensen die worstelen met engelen, duivelen en profeteren. Deze eigenaardige figuren nu, zijn juist degenen die de harmonie vinden geheel of ten dele. Wanneer een abbé worstelt met zijn duivel die hem in zijn bed komt aantasten, dan is dat geen reële duivel, dan is dat zijn worsteling met zijn eigen disharmonisch zijn, en deze wordt vanuit hem als een scheppende gedachte uitgedrukt. Nu als laatste deel: de praktische waarde en betekenis van het geloof nu.

Dan begin ik met te stellen: In God is slechts harmonie. Elke disharmonie die bestaat, komt dus uit onszelf voort. Ons geloof, aan een waarde die harmonisch is, stelt ons in staat de disharmonie te overwinnen. Naarmate de mens meer harmonisch is, d.w.z. meer één en verbonden is met zijn naasten, zal hij geestelijk meer aan krachten en mogelijkheden gewinnen. Wie waarlijk gelooft kan wonderen doen zolang hij niet twijfelt aan het vervullen van zijn wens of bevel. Niet twijfelen. Wanneer u in deze tijd alleen maar gelooft aan wat de mensen brengen, en wat u op de wereld ziet, dan moet u wel een hopeloos mens zijn, dan moet u overal duisternis zien en ellende, overal zelfzucht egoïsme en ondergang. Dan heeft u in het leven heus niet zoveel, dan kunt u de dag plukken, maar zelfs wanneer u haar plukt en proeft is de nasmaak wrang. Het pluk de dag verliest zijn waarde, wanneer je het ziet tegen een achtergrond van negativiteit, van ondergang.

Maar stel nu dat u gelooft, dat u zegt, alles wat hier is, is disharmonie, maar de Goddelijke harmonie is de eeuwige, de disharmonie zal verdwijnen. Ik wil niet disharmonisch zijn met de wereld, ik wil harmonisch zijn met mijn God. Hoe u die God uitdrukt of hoe u dat geloof verder formuleert. Dit is mijn enige zekerheid! Dan kunt u op grond van dit geloof, niet slechts natuurlijk denkend aan uzelf, maar strevend naar harmonie met het geheel, taken volvoeren die schijnbaar onmogelijk zijn. Dan kunt u komen tot datgene wat Jezus in feite bedoelde, de tijd waarin elke mens door zijn geloof in zich zijn God de Vader zozeer beseft, dat hij priester is op aarde en deel van het rijk Gods in de geest en van daaruit ook werkzaam in de stof.

Dat was wat Jezus wilde, dat is ook wat vele andere wijzen op hun manier gepredikt hebben. Dat is het culminatiepunt van een lange evolutie op geestelijk terrein en wanneer je dat om wilt zetten in eenvoudige regels, eenvoudige aanwijzingen dan kun je dat niet doen wanneer het voorgaande tenminste niet beseft wordt. Maar dan kun je ook zeggen:

In uw geloof, uw innerlijk erkennen van uw God, kunt gij alle dingen volbrengen waarin ge voelt dat harmonie voor u mogelijk is. Gij kunt alle taken erkennen die gij vanuit dit geloof en deze harmonie als noodzakelijk ziet voor uzelf. U kunt voortdurend geluk, vrede en kracht kennen zelfs wanneer alles in het leven u tegen schijnt te lopen en daardoor beantwoorden aan uw werkelijke bestemming. Indien ge gelooft in uw God en put uit de harmonie met die God, zo kunt gij zieken genezen, duivelen uitdrijven. Desnoods doden doen opstaan onder omstandigheden, u kunt scheppen daar waar niets is. U kunt uitblussen waar disharmonie is. U kunt de elementen regeren. Niets is dus wezenlijk onmogelijk, indien, gij in u zeker zijt van uw harmonie met God en zo met de noodzaak het gestelde te volbrengen.

Put uit uw geloof waar alle andere dingen tekortschieten. Put uit uw geloof waar de buitenwereld disharmonisch schijnt. Val terug op uw geloof waar uw denken verward is. Behandel uw wereld volgens alle menselijke normen en waarden, maar dan zodanig dat u met een zo groot mogelijk deel van die wereld zo nauw mogelijk verbonden kunt voelen. Vraag niet van waar impulsen komen zodra ge ze ontleedt, verliezen ze hun betekenis. Maar erken in uw geloof dat zolang gij harmonisch zijt met uw God, elke impuls slechts een uitdrukking kan zijn van de door u nog niet geheel besefte goddelijke gedachte, maak haar waar.

Tracht niet te interpreteren, door interpretatie doet ge veel waarden teloorgaan. Ga eenvoudig vanuit uw geloof uit en neem stelling in de wereld. Schaad niemand, tracht niemand te schaden, maar besef wel dat zij die zichzelf willen schaden door een disharmonie en niet uw hulp willen aanvaarden, buiten uw verantwoordelijkheid vallen. Voor uw dagelijks leven geldt dus:

Wilt u gelukkig zijn, zoek eerst een innerlijke zekerheid. Wilt u in het leven geluk en vrede waarmaken vanuit uzelf, zoek de harmonie met het totaal dat in uw geloof wordt aanvaard. Indien ge een disharmonie ziet en ge wilt trachten daaraan iets te doen, vraag u niet af wat mogelijk is, of niet mogelijk, maar handel zoals gij voelt dat juist is uit deze harmonie, spreek de woorden die gij meent die juist zijn vanuit deze harmonie en stoor u niet aan menselijke beperktheid. Indien u moet genezen, herstellen, of richten, ga te rade bij uw geloof, vraag of dit voor uw gevoel niet redelijk harmonisch is, niet of het wenselijk is of niet, of het harmonisch is. Zo het antwoord ja is, zeg: uit de kracht van het geloof maakt ik dit waar.

Ik wil u daar wel een waarschuwing bij geven, de kracht van het geloof, de kracht van deze Goddelijke harmonie zal u in uw streven steeds sterken, ze zal u steeds bereiking mogelijk maken, maar eerst wanneer uw eigen krachten tot het uiterste zijn ingespannen. U werkt en waar u niet verder kunt, is uw geloof de kracht waaruit de rest vloeit. Het is dus geen verandering van uw leven voor u, maar een aanvulling. Deze aanvulling maakt het u echter mogelijk om een harmonisch bestaan te voeren en te bereiken. Altijd weer te bereiken. Wie voor zichzelf zoekt, zal door zich te zien als belangrijker, meer, of anders dan de rest disharmonisch zijn. De gevolgen van deze disharmonie kan hij alleen opheffen door de harmonie te zoeken en vanuit zijn nu bestaande situatie harmonisch te reageren. Wanneer we spreken over het verborgen Christendom, dit is de sleutel tot de vergeving der zonden. Zij is niet het belijden van de schuld, zoals men u verkeerdelijk vaak voorspiegelt, of het berouw dat ogenblikkelijk kan zijn, het is de erkenning van de fout noodzakelijk, eventueel de belijdenis daarvan. Wanneer men ten aanzien van de wereld zondigt mag men dit ook aan de wereld bekend maken, ja moet men dit vaak doen volgens eigen gevoel, en daarna zoekt men een harmonie te vinden in plaats van het andere. Uw zonden kunnen u vergeven worden zoals dat heet, ze kunnen uitgewist worden, m.a.w. uw disharmonie kan worden opgeheven, maar alleen wanneer u zich ook houdt aan het vervolg. Gaat heen en zondig niet meer. Laat deze disharmonische werkingen voor wat ze zijn en zoek een nieuwe weg. Samengevat:

Hetgeen ik u heb voorgelegd, kunt u zo zien: Innerlijke aanvaarding van wat wij God noemen, omschrijving onbelangrijk; impliceert een bepaalde vorm van harmonisch zijn met al wat uit die God voortkomt. Harmonie, het streven naar harmonie en het verwezenlijken van harmonie, maakt vanuit het geloof alle dingen mogelijk, daar al het lagere aan een harmonisch bewustzijn onderworpen is en al het hogere door de harmonie zich binnen het bewustzijn kan uiten zodat een samenwerking mogelijk is. Dat is de sleutel tot de mirakelen en de wonderen tot de schatkamers van de oude inwijding en zelfs tot een gelukkig leven in het heden. Ik hoop dat ik u althans aan het denken heb gebracht met dit onderwerp.