Geloof en hersenspoeling

SVGZ – 7 augustus 1965

Bij een nader beschouwen van de moderne technieken, die men de naam hersenspoeling pleegt te geven, blijkt men in staat te zijn een mens zo te beïnvloeden, dat hij alles zal geloven, wat hem wordt voorgelegd. Wij zien hierbij vaak een techniek, waarbij kwelling en begeren een hoofdrol spelen, een vaak wrede methode, waarbij men in wezen teruggrijpt op de technieken van Pavlov. Daarnaast maakt men ook gebruik van modernere en minder direct wrede methoden, waarbij de gemeenschapsdrang aan de ene zijde en de angst voor vervreemding van die gemeenschap aan de andere zijde de grootste rol spelen.

Om het kort te stellen: je kunt een mens in betrekkelijk korte tijd van inzicht doen veranderen door stoffelijke technieken, en zo, althans uiterlijk van een overtuigd liberaal een overtuigde communist maken. Daarvoor is alleen nodig dat men enige tijd voldoende macht over die mens kan uitoefenen.   Het is, mits men over voldoende overwicht of macht beschikt, dan ook gemakkelijk mogelijk iedere mens op de duur te bekeren, niet alleen tot een politieke overtuiging, maar even goed tot een bepaalde godsdienst. Godsdienstige overtuigingen kunnen dus worden bijgebracht of in stand gehouden met middelen, die, technisch bezien, wel hersenspoeling mogen heten. Degene, die het onderwerp onder onze aandacht bracht, stelde deze vraag: “Is het mogelijk, dat de godsdienst alleen het gevolg is van voortdurende beïnvloedingen en niet iets, wat uit zichzelf ontstaat of blijft bestaan?” Wij hebben dit onderwerp toen besproken, maar enkelen van ons zijn daarop de historie gaan bezien vanuit dit standpunt en stelden daarbij als vraag primair: wat is de waarde van het geloof? Kan een mens door psychologisch knappe middelen een overtuiging worden opgelegd, die niet zijn eigene is? Is het mogelijk, dat een op dergelijke wijze opgelegde overtuiging zozeer met deze mens en zijn milieu vergroeit, dat hij en zijn nakomelingen zonder deze – dus niet op feiten berustende – overtuiging niet meer kunnen of durven leven?

Wij namen als eerste basis het christendom en begonnen bij het allereerste begin van dit geloof. De eerste christenen bleken in grote meerderheid revolutionairen te zijn, die met de zelfde vreugde bereid waren voor hun doel en ideaal te sterven, als veel later een anarchistische student iets dergelijks zou riskeren in Serajevo. Later, bv. in Byzantium, werden methoden gebruikt, die inderdaad bedenkelijk veel gelijken op de technieken, die wij in bepaalde absolutistische staten aantreffen. Wanneer je christen bent, staan daar alle baantjes voor je open, kun je leveranties doen aan het hof en je recht zoeken. Ben je echter een “heiden”, dan spijt dit de keizer en zijn hofhouding zeer, maar dan moet men zich maar uitsluitend bezighouden met de heidenen en vooral zijn recht niet zoeken tegenover een christen. Nog later blijkt lijfelijk geweld als pressiemiddel opgeld te doen. Er wordt in meerdere gebieden een zodanig gewelddadige pressie uitgeoefend, dat het voor de heiden vaak een kwestie is van zich om laten brengen of christen worden. Het kan u bekend zijn, dat een groot voorstander van het christendom – en zeker niet tegen de wil ven de christelijke overheden in – velen heeft doen ombrengen omdat zij weigerden hun heidense goden te verloochenen. De nu nog bestaande legende van Windekind herinnert hier aan.

In de middeleeuwen blijkt het gezag in West-Europa voornamelijk in handen van de christenen te zijn. Een burger of boer kan nog wel stilletjes zijn eigen goden aanbidden, maar iemand, die ridder of meer wil worden, zal geloften af moeten leggen en de sacramenten moeten ontvangen – en dus christen moeten zijn -. De gezagsdragers, zelfs de roofridders, hebben allen hun slotkapelaan, een priester, die hen bijstaat en vaak ook raad geeft. Aan de hoven der vorsten bevinden zich priesters, opgeleid door, en in die functie gezonden door Rome. De wet is christelijk, Rome heeft gezag over vorsten, die eerst gekroond moeten worden door een kerkvorst, voor deze hun gezag kunnen aanvaarden. Tijdens de reformatie mag er in Nederland zo nu en dan wel sprake zijn geweest van verdraagzaamheid, al was die niet groot, maar in andere landen heeft men in meerdere gevallen iemand, die de nieuwe leer niet, althans uiterlijk, wilde aanvaarden, eenvoudig over de kling gejaagd of als ketter verbrand. Deze liefelijkheden waren overigens wederkerig. In andere gevallen werd iemand, die zich niet tot de confessie van de heersende groepen bekende, uit de gemeenschap gestoten en uitgewezen met achterlating van alle bezit – wat in vele gevallen eveneens op een doodvonnis neerkwam.

Op grond van deze en andere feiten wil ik dan ook stellen: De overwinning van het christendom in het Westen doet inderdaad zeer veel denken aan de geweldtechnieken, die in absolute staten ook nu nog wel gebruikelijk zijn, terwijl ook de wijze van geloofsverkondiging in vele gevallen van de methoden van hersenspoeling niet te onderscheiden is. Waar men spreekt van “hersenspoelingen”, heeft men namelijk niet alleen te maken met geweld, maar ook met een voortdurend en steeds weer in ongeveer gelijke termen herhaald beroep op de begeerten en angsten van de mens. Enerzijds de belofte van veel goeds, aan de andere kant dreigingen, het wekken van een al dan niet gerechtvaardigde angst. Bij het geloof blijkt zowel de belofte van goeds, als de bron van angst, in een hiernamaals gelegen te zijn. De kerk baseert haar prediking honderden jaren achtereen hoofdzakelijk op de belofte van de hemel en de dreiging met de hel. Begeerte en angst worden dus wel degelijk in de prediking betrokken. Het is nog niet zolang geleden, dat ook in Nederland vanaf de kansels voortdurend weer het eeuwige vuur en de verdoemenis in zo levendige kleuren werden geschetst, dat men haast aan zou nemen, dat de predikant zelf daar wel eens geweest was, of tenminste met dit rijk van kwellingen zeer goede relaties onderhield. Ook in dit opzicht gelijkt de techniek van prediking zozeer op de bij hersenspoelingen in deze tijd gebruikelijke technieken, dat het moeilijk is een onderscheid te maken.

Zelfs in deze moderne tijd blijkt dat de hier te lande als algemeen aangenomen geloofsvrijheid op vele plaatsen alleen in naam te bestaan. U moogt op het ogenblik misschien wel geloven, wat u wilt, maar u zult leven naar en u aanpassen aan de normen, die ontleend zijn aan een bepaalde – in het westen christelijke – denkwijze. Wanneer u deze normen niet wenst te aanvaarden of kunt aanvaarden, zult u in vele streken eenvoudig een paria, een uitgeworpene zonder rechten zijn. U staat dan buiten de maatschappij en staat in wezen alleen tegenover het geheel van volk en staat. Praat bv. eens met een protestant in Spanje en u zult begrijpen, wat ik hier bedoel. Ook deze methode van beïnvloeding door omgeving en massa treffen wij als een doelmatig middel aan in vele handboeken over de techniek der hersenspoelingen en het scheppen van geconditioneerde reflexen. Waarmede inderdaad de vraag gesteld mag worden, of het geloof dan wel enige werkelijke waarde bezit en niet alleen een uit machtspolitiek inzicht opgelegde geconditioneerde reflex is. Een geloof immers, dat alleen bestaat door middel van een voortdurende verkrachting van de verstandelijke vermogens en stoffelijke mogelijkheden van de mens – vooral wanneer dit vele generaties heeft geduurd – zal op zich geen enkele waarde bezitten en niet veel meer zijn dan een algemeen gehanteerd doekje voor het bloeden, een middel om de massa op eenvoudige wijze te kunnen regeren. Van een echt geloof is dan geen sprake meer. Eerder zal men dan alles, wat onder de naam geloof pleegt door te gaan moeten zien als een van buiten opgelegde en bewust veroorzaakte ontvluchting van de werkelijkheid.

Misschien wordt u duidelijk, waarom dit onderwerp voor ons zo belangrijk was, dat wij on- middellijk alle gegevens zijn nagegaan.  Volgens ons denken is geloof namelijk een voor de mens noodzakelijk iets. Want wij zien steeds weer, dat een mens zonder geloof minder bereikt in zijn persoonlijk bestaan dan een mens die innig gelooft in iets. En toch wijzen alle feiten erop, dat alle religie, alle formulering van het geloof, wordt gehandhaafd en als macht tot stand komt door de vooromschreven verwerpelijke middelen. Want wij hebben natuurlijk ook de feiten elders nagegaan, bv. bij de islam en vonden daar ongeveer gelijke technieken van “bekering van heidenen”. Denk maar eens aan de wijze, waarop slaven werden behandeld in de piratenstaten van Tunis en Algiers. De slaaf, die zich bekeerde tot de islam werd vaak vrijgelaten en ontving vaak vele geschenken. Tenminste kreeg hij een goed leven. Degene echter die weigerde zich te bekeren en geen zeer groot losgeld in korte tijd kon opbrengen, werd naar het bagno verwezen, als slaaf verkocht en als christenzwijn door zijn meester en medeslaven vaak mishandeld of gedood. De techniek van het bekeren tijdens de kalifaten was niet anders. Zelfs Mohammed begon, toen hij Mekka tijdens de eerste heiige oorlog veroverd had, onmiddellijk zijn leer te prediken en uit de heiige stad allen, die hem niet als profeet van Allah wensten te aanvaarden, weg te jagen. Dit was het begin van een soort taboe, waardoor zelfs in deze dagen een niet-moslim in Mekka niet of slechts zeer node geduld wordt.

En ook bij het bezien van andere godsdiensten treffen wij soortgelijke beelden aan. Zelfs Akbar de Grote, die zeer ruimdenkend was en filosofen en predikers van vele godsdiensten wel wilde aanhoren, koos voor zijn entourage alleen mensen, die zijn geloof met hem deelden en zijn grootheid voortdurend erkenden. Wat dat betreft deed hij in vele opzichten denken aan generaal de Gaulle. Het optreden van heersers doet steeds weer denken aan het – nu door velen gewraakte – optreden van de huidige koning van Griekenland, waarmede eens te meer de vraag rijst, of alle geloof op aarde een basis heeft in een hogere werkelijkheid dan wel alleen een menselijke schepping is. Nu wil ik niet graag ervan beschuldigd worden, dat ik u hier eveneens een soort vreedzame hersenspoeling tracht te geven. Daarom verzoek ik u uw vooroordelen te laten varen en voor een kort ogenblik alles wat ik te berde breng, zelfstandig te overwegen. Al wat ik tot nu toe gesteld heb, is juist en kan op aarde bewezen worden, voor de juistheid van de gegeven voorbeelden sta ik in.

Wanneer ik in mij zelf zoek, tref ik ergens hiaten aan. Overal in mijn besef omtrent eigen wezen en wereld zijn gapingen, die ik met mijn gevoelens wel kan overbruggen, waarvoor ik echter geen op feiten gebaseerde vorm of omschrijving kan vinden. Wanneer ik mij wil verdiepen in mijzelf, zal blijken, dat ik, maar alleen voor mijzelf en niet voor de buitenwereld bewijsbaar, deze hiaten soms kan overbruggen. Als gevolg hiervan ontstaan emoties, die vertaald worden in reeksen van beelden, die stoffelijk misschien logisch lijken en zeker uit het stoffelijk weten en denken zullen stammen, maar toch slechts zeer ten dele weer zullen geven, wat ik werkelijk in mijzelf ervaar.

De in het Ik ontstane gevoelens en emotionele erkenningen zijn dan ook altijd weer heel iets anders als de formuleringen en beelden, waarin men deze redelijk tracht vast te leggen. Het geloof verschaft de mens een gestandaardiseerde formulering, waardoor hij de vele hiaten in zich en de ervaringen, die een overbruggen daarvan met zich brengt, tot uitdrukking kan brengen op voor anderen aanvaardbare wijze. Maar het gaat nog steeds om de innerlijke waarden zelf en de voorstellingen, die men voor het weergeven daarvan gebruikt, zijn in wezen van weinig of geen belang. Zij zijn alleen middelen van communicatie, maar geen weergave van enige werkelijkheid.

Op het ogenblik echter, dat de mens leert zijn innerlijke hiaten gevoelsmatig te overbruggen – en dit is van belang – blijkt zijn gehele persoonlijkheid en habitus daardoor een vaak zeer ingrijpende verandering te ondergaan. De stoffelijke persoonlijkheid gewint hierdoor over het algemeen een vastheid, zekerheid en weerstandsvermogen, dat zijn normale status verre overtreft en zal in vele gevallen hem ook brengen tot het openbaren van gaven, die hij zonder dit niet bezit of niet kan tonen.

Op grond hiervan alleen reeds durf ik te stellen: ofschoon de vormen van geloof bij de mens, ook de vormen die gelden en optreden in deze tijd, misschien het resultaat zijn van iets, dat bedenkelijk veel weg heeft van afpersing en hersenspoeling, moet toch aangenomen worden dat het werkelijke en innerlijke geloof een eigen en op zich staande waarde bezit, die belangrijk is voor de vorming van de persoonlijkheid van de mens en daarnaast een zeer grote rol zal spelen bij zijn gebruiken van zijn krachtreserves en mogelijkheden.

Het geloof is de staf, die men gebruikt om tot bewustzijn te komen, stelt men wel. Wij kunnen ons bestaan en de zin daarvan moeilijk alleen menselijk redelijk verklaren, zonder daarmede gelijktijdig ons geloof in de zin van ons leven en streven te niet te doen. Wij kunnen natuurlijk het bestaan van een God en een hiernamaals zonder meer op redelijk logische gronden – die overigens eveneens gebaseerd zijn op onbewijsbare gronden – verwerpen. Maar dan zullen wij ook moeten toegeven, dat het er niet toe doet, hoe wij leven en wat wij zijn. Dan moeten wij toegeven, dat alle pretentie om als mens meer te zijn dan andere dieren en een edeler innerlijk te bezitten alleen maar pretentie is, een onbegrijpelijke verwaandheid, een zelfbedrog, waardoor wij het bestaan in een wereld, waarin wij onszelf niet kunnen of durven uitleven, aanvaardbaar moet maken. Alle gestamel over het ondanks dit alles handhaven van menselijke waarden en zelf de zorg voor het lot van toekomstige geslachten is dan dwaas. Sterven is beter dan streven tegen eigen wil en lust in, alle werken die niet onszelf tot doel hebben zijn dwaas wanneer er niet meer bestaat dan alleen dit stoffelijke leven, waaruit men zich op elk ogenblik immers terug kan trekken in het niet, wanneer dit verkieselijk schijnt.

Nu zie ik, dat zelfs mensen, die het bestaan van God en een voortleven na de dood als onbestaanbaar afwijzen, geen afstand kunnen doen van hun “menselijke waardigheid” en de pretenties, op grond waarvan ook zij de mens stellen boven alle andere leven. Hun stelling luidt ongeveer: de mens is wel een dier, maar hij staat toch boven de rest van het bestaande. Ik stel daarom: al datgene, wat een mens ook in zijn geloof tracht te formuleren, is in feite een waarde, die met zijn wezen en denken is vergroeid. Aangezien deze waarde en denkwijze voor een ieder die ook maar enige stoffelijke welvaart kende, reeds vele duizenden jaren heeft bestaan, terwijl men t.a.v. voorouders en helden reeds 30 a 40.000 jaren geleden aan een voortbestaan geloofde (dit zijn bewijsbare data; ik kan wel anderen geven, maar daarvoor is een bewijsvoering in de stof niet mogelijk) moet volgens mij worden aangenomen, dat een begrip van tijdloosheid en diepere betekenis van het bestaan niet alleen een noodzaak is voor elke mens, maar in elke mens ongeacht geloof of omstandigheden zal bestaan, zodra hij zijn persoonlijkheid vollediger kan ontwikkelen en zo niet enkel tot een directe strijd om het naakte stofbestaan is gedoemd.

Dientengevolge is het geloof slechts de uiting en weergave van een essentieel deel van het menselijke wezen. Als zodanig zal het geloof voor de mens een noodzaak zijn, ook wanneer er geen sprake kan zijn van de methoden van Pavlov, de hersenspoeling en wat dies meer zij. Slechts de formulering en vorm, die het geloof uiterlijk verkrijgt, kan met deze waarden in samenhang worden gebracht, het wezen en bestaan van het geloof als deel van de mens echter niet. Volgens de tegenstanders en zelfs bepaalde gelovigen zal ik met deze argumenten niets anders doen, dan het geloof en het verlangen van de mens naar de eeuwigheid en een voortgaan van het bestaan, rationaliseren. Misschien hebben zij gelijk. Misschien rationaliseer ik een beetje. Maar wanneer deze mensen menen, dat deze dingen niet bestaan, kunnen zij toch ook niet van belang zijn en is de vraag aan deze mensen gerechtvaardigd, waarom zij zich over mijn stellingen dan zo druk maken. Want als er geen hiernamaals en niets “anders bestaat”, zo vraag ik: mag de mens dan zelfs niet meer van iets dromen, wat zijn leven aanvaardbaar maakt? Let wel: ik kan begrijpen, dat men zich verzet tegen de georganiseerde godsdiensten, die, zoals ik meen te hebben aangetoond, in vele gevallen vooral een machtsapparaat zijn.

Maar wanneer men zich verzet tegen het recht van de mens, om iets te geloven, omdat het stoffelijk niet bewezen kan worden, is dit verzet op zich onredelijk en toont het daarmede aan, dat de vijand van het geloof daaraan innerlijk wel degelijk waarde hecht. Zij strijden immers met een felheid, die alleen gerechtvaardigd kan worden door de overtuiging, dat deze vraag belangrijk is. Volgens mij is een dergelijke ferociteit slechts te verklaren uit het feit, dat in het geloof met zijn vele mogelijkheden, waarden en formuleringen, een soort fatale attractie schuilt ook voor de vijanden ervan, die voorgeven zuiver verstandelijk te denken, maar kennelijk zelfs de “dromen en dwaasheden” van anderen vrezen. Juist daarom zeg ik tot deze soort mensen: misschien is dit alles wel een rationalisatie. Maar ook uw stellingen en formuleringen zijn in wezen niet veel meer dan rationalisaties van uw innerlijke gevoelens van onmacht. Want noch tegen, noch voor de waarden van het geloof is buiten het Ik een reëel bewijs te geven. Juist omdat een werkelijk bewijs in de wereld van de mensen niet te geven is, zal het innerlijk van de mens moeten beslissen. En als dit innerlijk van de mens rijker, zekerder en sterker wordt door dit geloof – droom of niet – is hiermede alleen reeds de waarde van het geloof bewezen.

De realiteit van wat men gelooft kan dus daarbij buiten beschouwing blijven. Zoals u ziet ga ik uit van een zoveel mogelijk op de kennis en mogelijkheden tot erkenning in de stof gebaseerd standpunt. Vanuit mijn eigen wereld kan ik immers stellen: ik ben een geest, ik weet dat het leven na de dood bestaat en dus is eenieder die stelt, dat het leven van de mens eindigt met de dood, een dwaas. Ik wil dit niet doen, omdat het objectieve bestaan van geesten op aarde nu eenmaal zeer moeilijk, zoal, te bewijzen is. Toch is geloof een zeer eigenaardig verschijnsel in de mens en de wereld der mensen en dit kan objectief worden vastgesteld in uw wereld. Het begin van alle geloof is vaak onlogisch en zeker kinderlijk. Nu blijkt vooral dit niet argumenterende, dit kinderlijke geloof in de mens vaak bepaalde krachten vrij te maken. Zodra het geloof echter wordt tot een soort studie en theoretiseren, theologiseren en filosoferen, blijkt het in dit opzicht veel van zijn waarde te verliezen. Het wordt tot een levensformule en is geen werkelijke levensinhoud meer.

Daarom moeten wij trachten te begrijpen, dat geen enkele formulering van een geloof in dit kader werkelijke waarde heeft. Het is de kinderlijke aanvaarding van het Hogere zelf, die innerlijke krachten en verborgen gaven in de mens losmaakt.

U kunt natuurlijk het bestaan van deze krachten en gaven als bovennatuurlijke verschijnselen gemakkelijk wegpraten door te zeggen, dat dit uiteindelijk natuurlijke krachten zijn en eigenschappen, die inherent zijn aan het menselijk bestaan.  Ik stel daartegenover: wanneer alleen het geloof – ongeacht dus de vorm, waarin het optreedt – deze gaven en krachten beheersbaar en bruikbaar kan maken voor de mens, zijn zij evenzeer inherent aan het menselijk bestaan als het geloof zelf. Ook indien wij een geheel natuurlijke werking en oorzaak aannemen voor dit alles, kunnen wij nog zeggen: een mens zonder geloof is onvolledig. Juist uit de perfectie van het geloof zijn in het verleden mirakelen mogelijk geweest en blijkt ook in deze dagen veel voor een mens mogelijk te worden, dat men paranormaal pleegt te noemen, omdat zelfs de verst gevorderde wetenschap daarvoor geen werkelijke en op feiten gebaseerde verklaring weet te geven. Het argument, dat geloof het gevolg van een hersenspoeling is, is dus niet zo treffend, als men voorgeeft. Het geloof is nu eenmaal noodzakelijk.

Indien ik het goed begrijp, stellen de tegenstanders van alle geloof dat het geloof zelf alleen sociaal en als machtsmiddel waarde heeft. Ik meen, dat hier iets hapert. Wij kunnen de inwerking van de godsdienst op de eenling, maar ook het geloof vergelijken met een rationeel en god-ontkennend systeem, zoals dit bestaat in bv. Sovjet Rusland. Hier blijkt, dat het werkelijke communisme – niet de praktijk, maar het “geloof in Marx” – eveneens grotendeels uitgaat van onbewezen feiten en stellingen, terwijl zelfs bepaalde theorieën worden gehuldigd, die door de feiten toch reeds meermalen gewraakt zijn. De mens echter, die zich volledig wijdt aan dit communisme, maakt zich, evenals een gelovige, geheel ondergeschikt aan de idee en put hieruit, eveneens als de ware gelovige, de kracht om als mens meer te zijn en meer te bereiken, dan op enige andere wijze voor hem mogelijk zou zijn geweest.

U kunt nu stellen, dat de absolute staat verwerpelijk is, gezien het feit, dat zij de mens de voor hem noodzakelijke vrijheid ontneemt. Ik meen echter, dat daarover te strijden valt, omdat ik meen, dat de absolute staat niet onder alle condities verwerpelijk hoeft te zijn, maar wel de machtsuitoefening door de eenling verwerpelijk is, omdat zij onvermijdelijk tot misbruik voert, Wat iets anders is. Ook wanneer men stelt, dat de hersenspoelingen iets slechts zijn, voortkomende uit het systeem, zoals dit in Rusland bestaat, vraag ik mij af, of men wel werkelijk en objectief heeft nagedacht; Third-degree-verhoren zijn ook een hersenspoeling, de propaganda in de z.g. democratische landen is ook een vorm van hersenspoeling.

Zelfs een veroordeling van het Sovjetsysteem als niet bruikbaar voor een werkelijke ontwikkeling van land en volk lijkt mij onjuist: een volk, dat in 50 jaren een snel levende wereld en zich snel ontwikkelende sociale ontwikkeling kan inhalen, terwijl 50 jaar geleden het peil van de gemiddelde burger gelijkt op die van 1400 tot 1600 in westelijk Europa, terwijl nu het gemiddelde peil van de burgers in Rusland gelijkt op het gemiddelde peil van rond 1950 in de rest van de beschaafde wereld, heeft men er een fantastische prestatie geleverd, welke niet zo snel door andere systemen kan worden geëvenaard. Voor dit land was kennelijk dit systeem of “geloof” niet alleen bruikbaar, maar zelfs noodzakelijk.

Maar alleen door het element van geloof, dat ook hier schuilt achter het schijnbaar logische systeem, was dit alles mogelijk. Alleen daardoor kon men komen tot de noodzakelijke harde maatregelen en kon de noodzakelijke opoffering en overprestatie bereikt worden. Zo men hier al wil spreken van een voortdurende hersenspoeling voor de Sovjetburger, zal men toe moeten geven, dat deze alleen zin had voor de burgers, die op geen andere wijze tot een aanvaarden van het “geloof” gebracht konden worden, iets wat, zoals wij zagen, ook hij de vorming van de “christelijke” cultuur in Europa een rol heeft gespeeld.

De techniek, waarmede men mensen tegen beter weten in zelfs kan overtuigen en tot aanvaarding dwingen, heeft wel zin, wanneer het gaat om het beheersen van de massa, om het winnen van gelovigen. De prestatie en bereiking wordt daardoor echter niet vergroot. De werkelijk grote prestaties zijn ook hier steeds weer te danken aan een onredelijke aanvaarding en zelfovergave – opoffering zelfs – welke de enige waarde schijnt te zijn, waardoor de mens werkelijk al zijn reserves van kracht, denken, inzicht en begrip kan hanteren binnen een voor hem zelfs beheersbaar en begrijpelijk patroon. Juist dankzij dit argument tegen de absolute staat zien wij duidelijk, dat het “geloof” in twee waarden uiteen valt. Men erkent, dat een deel van de mensen klaarblijkelijk geleid en beheerst moet worden, wil men een denkbeeld kunnen verwezenlijken in de wereld. Men mag betreuren, dat deze mensen daardoor minder zelfstandige mogelijkheden tot denken en leven zullen vinden, maar een maatschappelijke samenhang is nu eenmaal alleen mogelijk wanneer een aanvaarden van algemene waarden ook algemeen bestaat.

Het is daarom niet slechts logisch, maar zelfs onvermijdelijk dat men in elke vorm van samenleving alle beschikbare middelen aanwendt, om ook degenen, die niet zelf nadenken of willen aanvaarden, er toe te brenger deze vorm als de enig juiste te aanvaarden. Of dit dan op waarheid berust, is niet belangrijks: zolang de massa tot een aanvaarden van de begeerde maatstaven en stellingen kan worden gebracht, zal de maatschappij als een organisme kunnen functioneren. Op het ogenblik, dat een meerderheid de stellingen, waarvan men uitgaat, niet meer kan aanvaarden, zal de maatschappij ten onder gaan. Ditzelfde geldt ook voor een religie.

Dit is overigens het grote gevaar, dat de westelijke staten bedreigt; langzaam maar zeker wordt het geloof in een volkomen op vrijheid van streven en werken gebaseerde maatschappij steeds meer aangetast. Het is deze verwerping en kritiek, die gevoerd heeft tot de bouw van de z.g. sociale staat, die in zijn perfecte vorm alleen kan bestaan dankzij een absolutistisch bewind, waarbij de staat zelf, evenals in de Sovjet-Unie gelijktijdig werkgever en wetgever, vaderfiguur en onfeilbaar wezen is. Want de volledig sociale staat is alleen mogelijk, wanneer deze staat de enige werkelijke bezitter is, zelfs van de mensen, die er in leven. Dergelijke systemen zullen zichzelf steeds weer vernietigen. Er zal immers altijd weer een deel van volk en massa zijn, dat niet gelooft in de staat als enige waarde, of het geloof als enig beslissende waarde in het leven, en daardoor rebelleert tegen alle bestaande waarden.

Op het ogenblik, dat wij het individu en zijn welzijn gaan stellen boven het behoud van de staat en de heersende cultuur – wat ook in de vrije staten een ketterij is in de ogen der regerende en met alle nog voor het volk aanvaardbare middelen bestreden wordt – komen wij tot een formulering, die gelijktijdig het wezen van de esoterie en het werkelijke geloof in de mens zelf weergeeft: Ken jezelf, wees jezelf, leef jezelf. Maak jezelf waar in elk opzicht. Want deze leuzen zijn de kern van alle individualisme. Daarbij zal het belang en het recht van anderen steeds weer op de tweede plaats komen. Men zal deze waarden ook voor anderen erkennen, maar zal zich door deze erkenning nimmer laten brengen tot een wijziging in het Ik en voor het Ik als juist geziene gedrag.

Hier is het tijd om op te merken, dat er in de wereld altijd weer vele mensen zijn, die deze individuele weg volgen. Toch hoeven wij hen niet alleen buiten staat en kerk te zoeken. Wij zien ook binnen de kerken mensen, die zich als denkers zover ontwikkelen, dat zij lijnrecht ingaan tegen de officiële opvattingen en, als bv. een Teilhard de Chardin, gezien worden als een gevaar voor de kerk. Waaruit volgt, dat ook binnen de staat en de kerk de individuele vrijheid mogelijk is, al zal zij vaak bestreden en belemmerd worden. Wij zien daarnaast, dat steeds meer mensen aan de gebondenheid door kerk en staat ontgroeien,  omdat zij binnen deze lichamen geen verdere mogelijkheid tot innerlijke groei meer vinden en dan, op grond van hetgeen kerk, religie en staat hen hebben geleerd en gegeven, tot een persoonlijke overtuiging kunnen komen, die niet meer zovele wetten erkent en zich niet laat vastleggen door de spitsvondigheden van de theoretici, maar het wezen van de oorspronkelijke leer voor een groot deel behoudt, terwijl juist hierdoor ook de kerk, de staat voor deze individuen leefbaar blijft.

Alle geloof valt daarom uiteen in twee waarden; de sleur, welke gebaseerd is op angsten en begeerten, die niet geheel beseft worden – het resultaat van een voortdurende hersenspoeling – en daarnaast zien wij een geloof, dat deze dingen oorspronkelijk misschien aanvaardt en ervaren heeft, maar daardoor toch in zijn wezen niet wordt beperkt. Dit geloof wordt een innerlijke waarde, waaruit het eigen Ik concreter, vollediger en zinrijker erkend wordt. De hersenspoeling brengt vreemd genoeg vaak dezelfde resultaten. Men heeft lange tijd gedacht, dat hierbij alleen maar sprake was van een fysieke of psychische kwelling, die op de duur de mens als zelfstandig denkend en handelend wezen zou vernietigen. Er zijn gevallen bekend, waarbij dit juist lijkt – bv. enkele Amerikaanse mariniers, die iets dergelijks tijdens gevangenschap in Korea hadden ondergaan. Hier tegenover staat echter, dat er personen zijn geweest, die een “hersenspoeling” hadden ondergaan, en door hun kwelgeesten als volledig betrouwbaar werden geaccepteerd, om onmiddellijk nadat hen voldoende vertrouwen gegeven werd, daarvan gebruik te maken om hun lastgevers te verraden of te vertrekken naar een land, waar zij zich meer thuis voelden.

Vandaar dat ik meen te mogen stellen dat de hersenspoeling geen onfeilbaar middel is, waardoor men de gehele mens kan veranderen. Wel kan men het gedragspatroon van de mens wijzigen, maar zijn innerlijke waarden zal men daarmede lang niet altijd kunnen aantasten en bereiken. Zodra er een werkelijke innerlijk of geestelijk waardevol iets bestaat, wordt het door de technieken van de psychologische overtuigingsmiddelen en de kwellingen van een meer brute hersenspoeling niet beroerd.

Wat ons tot de hoofdschotel van mijn betoog brengt. Er bestaat dus in de mens iets, wat uitgaat boven zijn zuiver stoffelijke reacties en in staat is alle conditionering en dressuur, zelfs indien deze door pilletjes, gassen en injecties geschiedt, zal kunnen overwinnen en zelf in potentie sterker is dan de beste vormen van hypnose. Er is iets in de mens, dat uitgaat boven alle stoffelijke waarden en mentale waarden, zover deze door stoffelijke middelen aangetast kunnen worden. Dit alleen zou reeds mogen gelden als bewijs, dat er in de mens meer bestaat dan materie alleen, dat de mens dan ook meer is dan een dier, dat op zijn achterpoten loopt en pretendeert meer te zijn dan andere dieren. Wanneer dit vreemde in het Ik bestaat en niet materieel gedefinieerd en vastgelegd kan worden – en dit blijkt zozeer onmogelijk, dat zelfs de beste deskundigen niet in staat zijn het te begrenzen of aan te tasten – vraag ik mij af, hoe men dan wel kan zeggen, wat het is, wanneer het sterft, wat het leven van deze vreemde kracht uitmaakt en wanneer het sterft. Wat men hierover stelt of meent te weten, is steeds weer geloof, ook wanneer men materialist is, kerkelijk denkt of spiritist is.

Nu voel ik wel, dat deze argumenten aan velen onder u verspild zijn. Zij zeggen eenvoudig: dat weet ik wel, of, wat gaat het mij aan, maar wij hebben kunnen constateren, dat er op het ogenblik acties aan de gang zijn, die reeds nu, hetzij door boekwerken en brochures en nog niet door meer directe beïnvloedingen, trachten de mens de waarden van het geloof te ontnemen, het te brengen tot een zuiver materialistische waarde, die alleen maar een suggestie tot onderwerping aan een absolutistisch gezag vertegenwoordigd. Op het ogenblik, dat de mens het persoonlijk deel van zijn leven, zijn persoonlijk geloof en zijn innerlijke waarden ontnomen zouden worden, vernietigt men het menselijke, niet alleen maar in het algemene gedrag of uiterlijk, of zelfs maar in de wereld, maar het individueel bestaan, het contact vanuit het Ik, dat verder gaat dan de materie en het verstandelijke alleen.

Nu blijkt steeds weer, dat de menselijke geest in staat is over grote afstanden met anderen in contact te treden. Er zijn vele met wetenschappelijke bewijzen gestaafde voorbeelden van telepathie. Ook kan men op het ogenblik een wetenschappelijk aanvaardbaar bewijs leveren voor het bestaan van een zien in ruimte en/of tijd. Deze dingen zijn kennelijk niet onder te brengen in de logische en stoffelijke wereld van de hedendaagse mens. Er is meer dan het zuiver stoffelijke. Dit meer dan stoffelijke is het enige, dat de mens kan helpen om bij voortduring in zijn wereld te leven op basis van andere dan zuiver dierlijke waarden. Degenen, die dit niet wensen te erkennen en zelfs vanuit de kerken aan alle kanten manoeuvreren om een absoluut gezag en daarmede een ondergang van alle persoonlijk en individualistisch denken tot stand te brengen, zijn de vijanden van de mens, de menselijke geest en van God. Daarom wijs ik u reeds nu, voor dit alles een meer complexe vorm heeft ingenomen, op deze feiten. Daarom geef ik u reeds nu de argumenten, die u zo dadelijk misschien nodig zult hebben, om uw denken en geloof te verdedigen tegen degenen, die uw persoonlijke vrijheid ook op dit gebied aanvallen.

Daarnaast wil ik u op het volgende wijzen. Wanneer u in uzelf keert, is het mogelijk, dat u bv. Jezus of een geest meent te zien. Maar u moet beseffen, dat dit alles zelfbedrog kan zijn, een zelfsuggestie, een illusie, waarin u een ontvangen indruk voor uzelf vertaalt. Achter dit alles schuilt echter een werkelijke erkenning, een werkelijke beïnvloeding van uw wezen, die werkelijke betekenis heeft.

Er is een werkelijke Kracht, die u kan bezielen en helpen kan prestaties te leveren, die u zonder dit innerlijke contact niet zou kunnen verwezenlijken. Er is in het Ik een vreemde Kracht kenbaar, die vele mensen steeds weer uitkomst biedt, wanneer er uiterlijk niets meer mogelijk is. De uiterlijke vormen hebben daarmee weinig te maken, ook al is het een normale reactie, dat een mens, die werkelijk bang is, om zijn moeder roept of tot God bidt. Zolang dit een weergave is van een beroep op krachten buiten het Ik, blijkt, dat zowel de moeder als de God geen antwoord kunnen en zullen geven. Maar is dit dan het bewijs, dat zo iemand nooit een moeder heeft gehad? Kan dit als bewijs gelden voor het feit, dat er geen God bestaat? Maar velen zullen in dergelijke omstandigheden wel een antwoord ontvangen en zelfs menen daadwerkelijke hulp te verkrijgen. Want zij doen een beroep op waarden, die niet buiten hen, maar in eigen innerlijk bestaan. De wijze, waarop men reageert is niet bepalend, wel de innerlijke waarde, die er mede verknoopt is.

Hier blijkt de hersenspoeling van de godsdienst vaak wel schadelijk te zijn: men leert de mens dat God iets is, dat tot hem moet komen. Men leert steeds weer, dat de mens alleen het recht heeft God iets te vragen, om iets te bidden, maar dat de rest dan alleen aan God is, dat men zich verder maar aan de “goddelijke wil” of aan “het recht van de staat” heeft te onderwerpen. Men heeft de mens het bewustzijn ontnomen, dat hijzelf het is, die God en wereld wekt in zichzelf, dat het de mens zelf is, die de waarden van de kosmos in zich draagt, dat er binnen het menselijk Ik iets vreemds bestaat, waardoor hij a.h.w. contact kan maken met het heelal, een bron van Kracht en weten, waarbij de uiterlijke staat van het stoffelijk Ik maar een zeer geringe rol speelt.

Wanneer ik zo spreek, zal men wel weer zeggen, dat dit een hersenspoeling is. Maar dan kan je zeggen, dat meetkunde bv. ook een vorm van hersenspoeling vormt, omdat men weet, dat de onderwezen stellingen niet altijd juist zijn en toch begint de mens te leren, dat deze axioma’s een onomstotelijke waarheid vormen. Wat ik u tot nu toe gaf, was echter gebaseerd op feiten en ik daag u uit, deze feiten voor uzelf na te gaan. Daarna komt dan de erkenning, dat het juist is, wanneer ik stel, dat in uzelf een bron van Kracht schuilt, dat uw gehele wezen eigenschappen vertoont, die verder gaan dan de dierlijk stoffelijke vorm.

Ik wijs u erop, dat de mens deze dingen zal kennen en beleven, dat hij “met God kan spreken en antwoord krijgen” mits hij in de eerste plaats vanuit zich handelt. Men heeft de mens zo langzaam aan wel de geneigdheid ontnomen, om vanuit zich tot God te gaan. Er is een tijd geweest, dat de mens veel primitiever was en daardoor rechtlijniger in zijn benadering van het z.g. bovennatuurlijke. Deze arme heidenen slaan bv. spijkers in de beelden van hun goden, om hen zo te dwingen op hen te letten. Zij bezitten daarmede echter iets, wat de christenen en de moslims, zoals vele andere volgers van grotere godsdiensten, ontberen: de heiden neemt geen vrede met een God, die niet actief is en handelt daarom vanuit zichzelf. Het is natuurlijk naïef en primitief om spijkers te slaan in een beeld en te denken, dat je zo je God pijn kunt doen. Maar aan de andere kant, wanneer God niet luistert, moet je daarmede dan maar genoegen nemen en alles aanvaarden met de stelling: dit is ongetwijfeld Gods wil. Of zou men alle krachten moeten gebruiken en alle middelen, om contact met die God te krijgen?

Ook dan is het mogelijk, dat wij moeten erkennen, dat het gebeuren inderdaad Gods wil is, zodat al ons pogen in wezen zonder direct nut blijft. Maar dan is er in ieder geval een bewuste oplossing van het geval mogelijk geworden, hoe dan ook. Dan komt in de plaats van de berustende aanvaarding een erkennen van de zin van het gebeuren. Lijdzaamheid en berusting worden u steeds weer gepredikt. Maar de mens, die berust zonder redenen, die lijdzaam is, omdat hij meent geen recht te hebben of geen mogelijkheid te kunnen vinden om voor zichzelf op te komen, verloochent vaak zichzelf, en zo ook alle innerlijke waarden, die in hem bestaan.

In de moderne mentaliteit komt een dergelijk berusten steeds meer naar voren. Hoe vaak bent ook u niet verontwaardigd geweest en hebt u gesteld, dat de politie of sociale zorg of een andere instantie of mens aan dit of dat toch werkelijk eens zou moeten werken, er iets aan zou moeten doen? En hoe vaak zou u zelfs daaraan niet door eigen optreden en streven iets kunnen doen, terwijl u berust en zich alleen maar op de overheid beroept? U stelt vaak de overheid niet alleen in gebreke, maar stelt haar in de plaats van eigen verplichtingen of zelfs in de plaats van een alles beheersende Godheid. U acht de overheid steeds weer verplicht tot reageren en handelen aan de hand van uw behoeften en erkennen, zoals men van God vraagt, dat Hij onmiddellijk en vanuit zich alleen zal ingrijpen, aan de hand van het menselijke erkennen en behoeven. Hier wordt een illusie geschapen van middelaars en gezagsverhoudingen, die de mens op de duur zijn persoonlijke rechten, maar ook de persoonlijke plichten meer en meer gaan ontnemen. En dit is niet juist.

Er bestaat echter een relatie met het leven, die zo direct en volledig is, dat daarvoor geen juiste woorden te vinden zijn. Wanneer ik leef voor God, leeft God in mij. Dit is mijn relatie met alle leven, die is de Kracht, die in mij schuil gaat achter het beeld, dat ik mij vorm. Een dergelijke relatie is altijd harmonisch. Wanneer ik leef volgens Gods wil, zoals die mij wordt geleerd, leef ik niet met de God, die in mij bestaat. Want de Wil Gods is niet iets, wat mij van buitenaf kan worden opgelegd, iets wat van buitenuit erkend en geleerd moet worden, maar iets, wat alleen innerlijk kan worden ervaren. Zoals Gods wijsheid, de Goddelijke wijsheid, niet iets is, wat anderen u kunnen leren of prediken, maar iets, wat elke mens voor zich door innerlijk onderzoek kan en zal vinden. Ook mijn aandeel in de macht van God is niet iets, wat door middel van uiterlijkheden als bv. sacramenten door anderen verleend kan worden. De macht en de kracht is een innerlijke waarde, waartoe men zich moet verheffen, moeilijk klimmende als een jongen, die de met vet ingesmeerde klimpaal probeert te beklimmen, om de ham, die bovenin hangt, te kunnen plukken en tot zijn eigendom te kunnen maken. Lastig is dat natuurlijk wel. Je loopt altijd weer de kans dat je uitglijdt voor het doel bereikt is. Maar als je van volhouden weet, is er voor eenieder, die klimmen wil, ook de kans om de prijs te winnen.

Wanneer u, atheïst, over godsdienst spreekt als een vorm van hersenspoeling, heeft u gelijk wanneer u bedoelt, dat men de mens heeft getracht terug te brengen van het voor hem toch noodzakelijke worstelen om eigen eeuwigheid, en hem steeds weer probeert te brengen tot een gedachteloos aanvaarden van allerhande op zich onbetekende stellingen omtrent mens en eeuwigheid. Maar, zoals de atheïst alleen maar leven en werken kan, wanneer hij gelooft in iets meer dan de uiterlijkheden van het mens-zijn alleen, ook al noemt hij dit dan geen God maar bv. menselijke waarden en goed leven, zo zal eenieder iets dergelijks nodig hebben. U, atheïst, put uw krachten uit een overtuiging, die u ook niet bewijzen, maar ten hoogste aanvaardbaar maken kunt. Zo is het voor elke mens: hij zal als mens alleen werkelijke betekenis kunnen gewinnen, wanneer hij de krachten voor zijn streven en bereiken weet te putten uit zijn overtuiging. U hebt gelijk, wanneer u vele vormen van geloof vergelijkt met de techniek van de hersenspoeling. Maar de werkelijke waarde van het geloof, dat achter elke religie schuilgaat, is geheel iets anders. Alles wat je rond je ziet, atheïst, ook de belangrijkheid van bv. de Nederlandse regering of de noodzaak tot het nemen van steeds meer sociale maatregelen of de noodzaak van een staat om haar gezag te doen gelden, een atoombom te bouwen, of een bepaald verdrag aan anderen af te dwingen, is een waan, die alleen in stand wordt gehouden door voortdurende propaganda. Want in de praktijk worden alle mensen voortdurend aan bepaalde vormen van propaganda onderworpen, die hersenspoeling genoemd zouden kunnen worden. Geef toe, dat ook dit alles niet berust op feiten, maar op stellingen, door langs vele wegen beroep te doen op menselijke instincten en handige psychologisch uitgekiende propaganda, en ik zal erkennen, dat je ook wat betreft de godsdienst, gelijk hebt. Maar vergeet dan niet, dat de mens deze maatschappij nodig heeft om te kunnen zijn, wat hij nu is. Dit kun je als mens niet ontkennen. Je kunt als mens niet leven, zonder de gemeenschap, de maatschappelijke banden. Zoals mensen niet kunnen leven zonder een doel dat verder strekt dan de materie alleen: een ideaal of een God.

Dit zijn de argumenten, die ik u in handen geef, de argumenten, waarover u zelf eens na moet denken en die u zeker niet alleen, omdat ik het toevallig vertel, als waar aan moet nemen. U zult echter bij een eerlijk nadenken toe moeten geven, wat uw geloof of ideaal ook moge zijn, dat er in u hiaten bestaan en dat een dergelijke hiaat juist door de idee of het geloof, in u wordt overbrugd, zodat er een gevoel van belangrijkheid, van communicatie ontstaat, een siddering en een besef, waarvoor je geen omschrijving kunt vinden, zodat je er in godsnaam maar een heiligenbeeld voorzet of een filosofie. Een kracht, die niet omschreven kan worden, maar die levend en trillend in je werkt, iets wat je voelt tot in elke zenuwstreng, in alle denken. Iets, dat je nooit geheel verlaat, maar dat steeds als een wazige niet te definiëren droombeeld je bij blijft op de achtergrond van je gedachten.

Daarom juist herhaal ik: mens, je kunt je God vinden, wanneer je in jezelf opgaat tot die God. Wij zullen er niet over strijden, wat deze God in wezen dan is. Dat hij echter meer is dan het menselijke bestaan of leven alleen, is wel zeker, zoals je als zekerheid in jezelf zult gevoelen, dat Hij meer is dan de tijdsbeperktheid van een menselijk bestaan. Daarom zeg ik, vanuit mijn standpunt: vindt ergens in jezelf het Goddelijke woord, de Goddelijke macht. Breng in jezelf deze synthese tot stand van stoffelijk bestaan en streven, en de onbegrepen hiaten, die in het bewustzijn van jezelf en de wereld schuilen. Maak van jezelf iemand, die innerlijk bewust is. Dan zullen alle methoden van beïnvloeding en hersenspoeling in de wereld je nooit werkelijk kunnen deren. Want, en daarmede wil ik sluiten: hersenspoelingen zijn alleen maar doelmatig, wanneer het gaat om in wezen onbelangrijke zaken. Zoals de beste hypnotiseur wel grotendeels het gedrag en de reacties van zijn sujet kan bepalen, maar het wezen van het sujet niet werkelijk en blijvend kan veranderen, zal ook alle techniek aan het wezen van de mens niets kunnen veranderen.

In uzelf bent u een onaantastbaar fort. Men moet zich daarvan echter bewust zijn. Dan eerst bereikt men de waarlijk menselijke waarden van persoonlijk bestaan, van een onafhankelijkheid, waardoor men meer en bewuster mens kan zijn. Niets kan blijvend bereikt worden door een hersenspoeling. Vooruitgang zal altijd weer het resultaat zijn van een groei van de geest binnen het menselijke voertuig. Dat alleen kan voortdurend werkzaam zijn, zelfs wanneer het menselijke voertuig zelf terugvalt tot onbetekendheid. Indien u vragen hebt, kunt u dit nu doen.

* Is wat u het slaan van de brug noemt niet in wezen de opstanding?

Neen. Opstanding is het bereiken van het Licht, het erkennen van de dag. Het slaan van de brug is eerder het afdalen in de duisternis, want elke keer, wanneer je in jezelf een brug laat tussen twee waarden van je wezen en zo de onbegrepen gevoelswereld bewust deel maakt van je werkelijkheid, zullen er nieuwe problemen ontstaan, het lijkt, of het leven steeds duisterder en verwarder wordt. Er komt echter een ogenblik, dat men niet meer de behoefte kent om te redeneren, maar beseft: dit is mijn innerlijke werkelijkheid. Dit nu is de opstanding en brengt het Licht en de macht, die daarmede gepaard gaan.

* Het woord geloof dekt te veel verschillende ladingen. Zou het niet beter zijn, alle uiterlijk geloof alleen als religie aan te duiden en dat, waarover u spreekt, een onbekende functie in de mens te noemen?

Men zal eerst lang moeten strijden, om een juiste definitie te bereiken en nog langer tijd en energie moeten gebruiken, om ze aanvaard te krijgen. Laat ons daarom rustig het woord geloof ook verder in verschillende betekenissen blijven gebruiken en alle kracht gebruiken, om de innerlijke waarde van geloof te beseffen en eventueel een ander te doen inzien, dat, wat hij geloof noemt, vaak een samenraapsel is van ideeën zonder enige eigen interpretatie, en het belangrijker is een mens dit te doen inzien en hem gelijktijdig te doen beseffen, dat er in al deze dingen toch een innerlijk en groot geheel van waarden verborgen is. Dat lijkt mij belangrijker dan over woorden en formuleringen te vechten…. Wij zien steeds weer, dat de mensen vastlopen in hun pogingen om perfect te formuleren, daar zij zozeer zich aan de formule wijden, dat zij eenvoudig vergeten om verder iets te doen.

Ik zal nu mijn betoog gaan besluiten. Bedenkt dus, dat alle geloof wordt gemaakt tot een leer, maar in wezen een wijze van leven is, waarbij de Meester, de leraar, in wezen zegt: volg mij. Er zijn altijd enkele mensen, die dit werkelijk doen en daardoor de innerlijke waarden van de Meester leren beseffen en zelfs bereiken. De meesten falen echter, omdat zij het zoeken in uiterlijkheden, niet in een zelf beleven. Jezus had 72 leerlingen, die hij verdergaand onderricht gaf op velerlei terrein. Daarvan waren er slechts 16, die Hem werkelijk begrepen en gevolgd hebben. Van die 16 waren slechts twee van de apostelen. Alle anderen zochten de buitenkant, de massa en hebben de leer aan de massa willen brengen, zonder te beseffen, dat je deze massa niets anders kunt geven dan de mogelijkheid, een weg in zichzelf te vinden en zo in en door zichzelf waarlijk iets te zijn.

Het koninkrijk Gods is een persoonlijke zaak, niet een kwestie van bepaalde gebruiken en een paspoort, door hogere geestelijke instanties aan de mens uitgereikt. Daarom besluit ik met de woorden: Wat u ook bent, wat u ook doet, wat u ook gelooft, zoek eerst in uzelf, ongeacht de vormen, die buiten u bestaan. Tracht iets te vinden, dat voor u de werkelijke betekenis van het leven weergeeft. Als u vanuit dit erkennen leeft en handelt, zult u zien, dat er in u een werkelijk geloof ontstaat, dat met uiterlijke invloeden weinig of niets te maken heeft en voor u geen aannemen van stellingen of onbewezen feiten is, maar slechts het innerlijk beleven van en naar buiten toe kenbaar maken van niet bewijsbare, maar voor u reële waarden. U zult verder ontdekken, dat dit alles voor u krachten meebrengt, waardoor u niet alleen bewust als eenling doelmatig en bewust kunt leven en streven, maar tevens een contact met de werkelijkheid verkrijgt, dat met geen woorden ooit geheel omschreven kan worden.

ESOTERIE

Overwegende, wat ik u op deze avond moet voorzetten, ben ik tot de conclusie gekomen, dat het niet onjuist is u eens wat esoterie op mijn eigen manier voor te zetten. Om te beginnen wil ik dan een definitie geven van een esotericus.

“Een esotericus is een mens, die in zich zoveel van zijn eigen werkelijkheid heeft gevonden, dat hij meester wordt over de waan, die buiten hem bestaat.”

Dat is, naar ik meen, een aardige omschrijving. Want men is eerst waarlijk een esotericus, wanneer men ook in zich een eigen waarheid vindt en wil aanvaarden. En wat het overwinnen van de waan betreft… ik zal de waan ook even definiëren:

“De waan, die de mens omringt, is in wezen de verkeerde interpretatie, die deze mens geeft van de werkelijkheid, waarin hij leeft.”

Daarom is het belangrijk altijd zoveel mogelijk objectief te zijn. Ook wanneer je aan esoterie doet, moet je boven de meningen van anderen en boven vooroordelen kunnen staan, om de werkelijkheid te kunnen zien. Deze werkelijkheid is het breukdeel van het Goddelijk Plan, dat wij op dit moment kunnen beseffen en overzien. Wanneer wij eenmaal beseffen, dat er een samenhang bestaat tussen alles wat ooit geweest is, alles wat is en alles, wat ooit zijn zal, gaan wij vanzelf het beeld van eigen Ik binnen dit geheel beschouwen; het gaat er dan niet meer om, hoe wij vandaag leven, het gaat er dan om, hoe het Ik van vandaag vroeger heeft geleefd, zich heeft ontwikkeld en morgen een nog verder gaande ontwikkeling door zal maken.

Ook in de esoterie geloven wij aan een soort evolutie, maar de werkelijke innerlijke evolutie is het proces van zelferkenning binnen de eeuwigheid: wij vinden onszelf bewust terug, zoals wij in het tijdloze werkelijk zijn. Dit betekent, dat het geheel van ons leven niet veel anders is dan een intens werken met een heel klein deel van dat, wat wij in wezen betekenen en zijn. Waardoor voor mij het gehele probleem van de esoterie wordt herleid tot de vraag: Hoeveel van mijn werkelijke wezen kan ik binnen mijzelf beseffen en vanuit mijn ogenblikkelijk bestaan ook tot uiting brengen? Hoe kan ik mijn werkelijke en bewuste deel in een eeuwige schepping binnen de tijd uitdrukken?

Nu is uitdrukken van iets eeuwigs in de tijd natuurlijk een moeilijke zaak. Ik heb wel eens iemand horen zeggen: degene, die naar een juiste uitdrukking moet zoeken, is als iemand, die cascara neemt vóór hij een zekere gelegenheid durft bezoeken. Dit beeld was niet onjuist; zodra wij naar een uitdrukking moeten zoeken, is er sprake van een niet meer natuurlijke uiting, het betekent, dat wij last hebben met datgene, wat wij willen uiten. Nu moogt u dit vreemd vinden en hier even denken aan een geestelijke stoelgang, maar dat wat in ons waarlijk bestaat, zal nooit moeilijk te omschrijven of te uiten zijn. Het komt er net zo vlot uit, als ik mijn kleine definities en eigenwijsheden uit, omdat zij nu eenmaal deel zijn van mijzelf. Juist wanneer je moet zoeken naar een omschrijving, een uiting of uitdrukking, wil dit zeggen, dat je eigenlijk nog niet precies weet, waarover je het hebt. Je moet je eerst gaan realiseren, wat er eigenlijk gaande is. Daarom vind ik het voor een esotericus vaak een bedenkelijk teken, wanneer hij eerst naar een uitdrukking voor zijn innerlijke waarden moet gaan zoeken.

Het gehele proces van bewustwording is in wezen niets anders dan een bewust toegang verkrijgen tot alles, wat je werkelijk bent en werkelijk bezit. Dus zou ik zeggen, dat het beter is niet maar een uitdrukking voor dit alles te zoeken, maar eenvoudig een voor jou juiste uitdrukking of uiting binnen jezelf te doen ontstaan. Zoek dus niet naar God, maar laat in jezelf een juiste weergave van de betekenis, die God nu voor jou heeft, ontstaan. Ik ben mij ervan bewust, dat dit alles heel wijsgerig klinkt. Toch kan ik u verzekeren, dat deze wijze van denken en mij uiten voor mij slechts een natuurlijk proces is.

Ik heb altijd ook weer een hekel aan iemand, die de dingen te mooi wil maken. Zij doen mij denken aan een man, die in de bioscoop zit en staart naar bv. een – Bardot – in het Nederlands vertaalt: bar bloot – en daarbij geheel vergeet, dat deze charmante dame op zijn tijd ook kan transpireren en vloeken – om van de rest maar niet te spreken. In wijsbegeerte, esoterie, godsdienst, is men geneigd alleen maar naar de voor ons mooie dingen te zien en de slechte dingen liever te vergeten of weg te verklaren. Geen wonder, dat het zo moeilijk wordt deze waarden dan de formuleren. Want je hebt altijd te maken met het geheel en niet alleen maar met de delen, die jezelf mooi vindt daarin. Het is dwaas te stellen, dat alle werkelijk goede dingen, alle waarden van het leven, zo zindelijk en romantisch zijn als de mensen ze proberen te maken. Iemand, die dergelijke eenzijdige stellingen en uitingen aanneemt, is even dwaas als een mens, die een filmverhaal voor werkelijkheid aanvaardt, of gelooft, dat een politicus altijd ook werkelijk en eerlijk meent, wat hij zegt.

Dit betekent, dat je in jezelf niet alleen maar moogt zoeken naar het hogere, en mooiere, maar altijd weer moet begrijpen, wat de werkelijke waarden en samenhangen zijn. Wanneer je in je- zelf bezig bent je te realiseren, wat je werkelijk weet of bent, zal je als vanzelf de juiste omschrijving en uiting vinden, wanneer je maar niet probeert een kant van de zaak te vergeten. Daarbij komt, dat het even dwaas is, om met menselijke hersenen de werkelijkheid van de sferen te willen omschrijven, als het is om met een ijsje van 5 koelte te willen scheppen in de hel. Je moet dus ook proberen, om eenvoudig jezelf te beleven. Daarom wil ik het begrip esoterie ook nog eens definiëren:

 “De ware esoterie berust op het erkennen en gebruiken van het totaal van eigen wezen, zodat door deze erkenningen een steeds groter deel van het ware ego en de ware kennis en mogelijkheden, daarin besloten, zich zullen kunnen uiten binnen de beperkingen van de nu besefte wereld.”

 Wat mij voert tot het weergeven van mijn denkbeelden volgens de regels van het door mij wel zeer geliefde spel van aforismen en definities:

Ik ben datgene, wat ik in mijzelf als juist erken, zo ik goed en kwaad daarbij niet van elkander tracht te scheiden door een van deze beide waarden te ontkennen.

Ik word dat wat ik bewust nastreef, zodra mijn streven op feiten en niet alleen op een illusie of idee berust.

De feiten van het leven zijn niet de dingen, die wij beleven, maar de dingen, die in en met ons gebeuren. Wat heel iets anders is, dan onze interpretatie daarvan.

De bewustwording is niet een verandering van het eigen wezen, maar slechts een uitbreiding daarvan, die je zelden zelf als zodanig erkent, maar die je wel voortdurend grotere mogelijkheden geeft.

Degene, die in zichzelf een wijsheid ontdekt, die objectief is en dus onafhankelijk blijkt te zijn van de waan en illusies van anderen, zal voor anderen een dwaas zijn. Wanneer velen u een dwaas noemen, terwijl gij toch steeds probeert om het beste te doen, kunt gij dus aannemen, dat gij wijsheid begint te gewinnen.

Wanneer je leeft naar geboden zal je, zo je leeft naar geboden die alleen buiten je bestaan, altijd weer disharmonisch, ongelukkig en ontevreden zijn. Wanneer je leeft, naar de geboden, die je innerlijk als juist erkent, maar daarop dan ook geen enkele uitzondering voor jezelf gedoogt, win je de eenheid en harmonie, waardoor het totaal van erkenning en leven juister, sneller en concreter beschikbaar en bruikbaar is.

Vertrouw nimmer op Krachten en Meesters, die iets voor je zullen doen, terwijl jezelf alleen maar geduldig hoeft af te wachten. Er bestaat geen “klaar-terwijl-u-wacht ” bewustwording, er bestaat slechts een door strijd verworven besef van eigen wezen.

Beoordeel nooit de wereld, want daarin vergis je je toch. Veroordeel nooit jezelf, want daarmede maakt je jezelf alleen maar ongelukkig. Maar beoordeel jezelf zo juist als je kunt en zo objectief als het je maar mogelijk is. Dan krijg je steeds meer de kans om ook waarlijk jezelf te zijn.

Hoe meer je van God spreekt, hoe minder je God beleeft. Hoe meer je God beleeft, hoe meer je doet voor de wereld.

Heb uw naasten lief en ken geen uitzonderingen of beperkingen daarbij. Maar weet, dat naastenliefde in de esoterie in de eerste plaats de erkenning is van de verbondenheid, die tussen al het geschapene bestaat, onverschillig op welke wijze deze nu tot uiting komt.

Het wonder van de innerlijke verlichting en bewustwording is geen wonder, het is slechts een wonder, dat wij dit Licht in onszelf zolang kunnen tegenhouden, door onze eigen verwaandheid en denkbeelden omtrent eigen hoogheid tegenover eigen werkelijkheid te stellen. Wanneer je zoekt naar de werkelijkheid van je evenmens, vindt je God. Wanneer je zoekt naar de werkelijkheid van God vindt je meestal de duivel, die in je woont.

Wanneer je zoekt naar recht voor allen, schep je een zelfrechtvaardiging, die geen werkelijk recht kan creëren. Zoek je naar rechtvaardigheid in eigen wezen, doe je recht ontstaan voor allen.

Wanneer je wijsheid zoekt om wijs te zijn, zal je steeds dwazer worden, maar als je wijsheid absorbeert, tot zij voor jou normaal wordt, zal je uiteindelijk een ware wijze worden.

Iemand, die alle leringen en filosofieën aanhoort, kan wijs zijn; iemand, die ze allemaal aanvaardt, is zeker een idioot.

Zoals je ziet, kun je met weinige woorden toch wel heel veel zeggen. Het meest veelzeggende, wat ik binnen dit onderwerp naar voren te brengen heb, is in feite kort en krachtig:

Wie bidt en vraagt, spreekt tot zijn eigen tekorten. Wie biddend erkent en werkt, is verbonden met God.

Wanneer wij dit alles nu eens bij elkaar nemen en proberen voor onszelf daar een soort levensfilosofie uit te distilleren, die wij niet alleen hoeven te verkondigen, of waarover wij alleen maar denken, maar die wij innerlijk en uiterlijk beleven en tot uiting brengen, dan meen ik, dat er over esoterie verder niet al te veel meer gezegd hoeft te worden. Want esoterie is voor mij de praktijk van het werkelijke leven, die helaas zo zeldzaam is, dat degenen, die trachten haar te beoefenen, zich als een exclusieve gemeenschap te midden van de mensheid zijn gaan beschouwen.

Waarmee ik in korte tijd mijn hart gelucht heb en toch nog heel wat heb gezegd. Al valt het mij altijd weer moeilijk op te houden met praten, redeneren, citeren en definiëren. Iemand heeft mij eens gezegd: het kenteken van het juiste is altijd weer kortheid en duidelijkheid