Gemeenschappelijk bovenbewustzijn

uit de cursus ‘Achtergronden van de werkelijkheid’ (hoofdstuk 3) – december 1975

Gemeenschappelijk bovenbewustzijn

Als mensen denken, stralen ze hun gedachten uit. Als veel mensen hetzelfde denken, stralen ze die gedachten bijzonder sterk uit. Als mensen zijn ingesteld op een vergelijkbare denkwijze, zullen ze elkaar beïnvloeden. Wanneer een gedachte langdurig en bijzonder sterk wordt uitgestraald, blijft ze een lange tijd in omloop; dat kan zelfs honderden jaren zijn. Dat wil zeggen dat bepaalde denkbeelden eigenlijk rond de aarde hangen als een soort nevel en dat een ieder, die op enigerlei wijze met die denkbeelden harmonisch is, deze in zich voelt herontstaan. Zo bestaat er dus een bewustzijn waaraan de gehele mensheid deel heeft, maar wat de mens niet volledig beseft. Want de inwerkingen van het gemeenschappelijk bovenbewustzijn fungeren in de mens als factoren van het eigen onderbewustzijn en beïnvloeden zowel redeneringen als redelijke reacties en handelingen, maar worden niet als zodanig beseft.

Dat is dan het begin.

Als u te maken heeft met dat gemeenschappelijk bovenbewustzijn, dan moet u er rekening mee houden dat bv. een oorlog een invloed kan scheppen die honderd jaren later nog steeds actief is. Wanneer er ergens een enorme ramp is, dan kan daaruit een invloed voortkomen die een zeer lange tijd actief kan zijn, vooral indien de gehele wereld zich daarmee heeft beziggehouden. Op grond van dit alles zou men kunnen zeggen: het gemeenschappelijk bovenbewustzijn continueert invloeden die in het menselijk dagbewustzijn eigenlijk reeds zijn weggevaagd. Dingen die je vergeten bent beïnvloeden je toch nog, omdat ze in het gemeenschappelijk denken van de mensheid nog een actieve factor vormen.

Het is belangrijk dat we van deze punten uitgaan, want er zijn natuurlijk invloeden uit de kosmos, die het gedrag van de mens en zelfs van dieren en planten kunnen beïnvloeden. Er zijn inwerkingen die van de zon uitgaan. Zelfs de planeten hebben hun invloed op de mens en op al wat rond hen is. Dit gemeenschappelijk bovenbewustzijn echter beïnvloedt specifiek alleen de mens. Bij alle andere factoren, die we hebben besproken en nog zullen bespreken, komen we in contact met iets wat de gehele wereld betreft, waarop zelfs een mineraal zou kunnen reageren. Maar het gemeenschappelijk bovenbewustzijn van de mens beïnvloedt alleen de mensheid en veroorzaakt bij de mens een verschuiving in oriëntatie en reactie ten aanzien van zijn omgeving. Ik geloof dat we hierdoor een groot aantal ontwikkelingen van de laatste tijd gemakkelijker kunnen verklaren.

Neem nu de enorme angst voor werkeloosheid. Deze angst hangt samen met een periode rond 1908 toen er een grote werkloosheid is geweest en de crisisperiode 1928 en 1939, waarin ook grote werkloosheid heerste.

Natuurlijk zal de mens daardoor geneigd zijn eenzijdig te kijken naar een probleem als de werkloosheid. Als wij ons realiseren hoe een beurskrach als die van Wallstreet een geweldige invloed heeft gehad op het denken van heel veel mensen en hoe een vergelijkbare invloed al heeft bestaan in de enorme inflatie indertijd in Duitsland, toen je voor een postzegel een half miljoen mark moest betalen, dan ga je je ook beter bewust wor­den van het feit dat er mensen zijn, die een zeer groot verzet hebben tegen een revaluatie van bv. waardepapieren en die ontzettend bang zijn voor een vrij handelsmechanisme. Niet dat ze dit bewust zeggen, maar ergens in hen is voortdurend die weifeling: als alles zo mooi en zo goed gaat, dan kan het in elkaar storten en daarom moeten wij nu reeds maat­regelen treffen dat dat niet kan gebeuren. Het gehele gedrag van de mens­heid in de laatste eeuw is daardoor beïnvloed en eenzijdig beïnvloed.

Wie zich realiseert hoe internationale en sociale spanningen ook weer op dergelijke factoren zijn terug te voeren, die zal ook beseffen dat de ontwikkelingen in de toekomst eigenlijk uit het verleden zijn af te lezen. Dat is een punt waarmee wij altijd weer te maken krijgen.

Wij zeggen heel vaak: in de spiraal van de historie zal bij elke om­loop op het gelijke moment een gelijke invloed heersen. Dat zijn kosmische invloeden, in ieder geval invloeden van buitenaf. Maar als die invloeden kort op elkaar volgen, dan worden ze versterkt door het gemeenschappelijk bovenbewustzijn en ontstaat er een absolute werking van de invloed. Om u een voorbeeld te geven:

Stel een grote weerstand: een sociale onrust, mede voortkomend uit de door mij reeds genoemde factoren, plus nog een paar andere en een wit-invloed die zich op het ogenblik langzaam aan het opbouwen is. Wanneer wij met die wit-invloed te maken hebben, dan zijn de mensen onrustig, maar ze hebben ook dat wanhopige verzet. Er is absoluut geen redelijkheid meer. Het is eenvoudig een verwerping van de bestaande toestand, een absolute behoefte om een vroegere toestand te continueren of weer te doen ontstaan. De redelijkheid valt weg bij mensen die op dit verleden zijn afgestemd.

Er zijn mensen die met droombeelden leven. Indien die droombeelden sterk zijn uitgestraald, zullen ze het gedrag van die mensen beïnvloeden. Als we zien in hoeveel landen op dit moment de z.g. linkse ontwikkeling sterk doorzet, dan vraag je je wel eens af, of die mensen ooit wel rede­lijk hebben nagedacht. Want de linkse, de absoluut sociale ontwikkeling is volledig strijdig met de totale opbouw van de menselijke samenleving. Solidariteit kan er voor een mens slechts beperkt bestaan. Zodra ze on­beperkt moet worden uitgeoefend, wordt ze een vorm van zelfzucht; en als een golf van zelfzucht is ze gelijktijdig weer destructief.

Nu gaan we de revoluties die er zijn geweest begrijpen. En dan den­ken we ook aan de Franse Revolutie, de Putsch in Duitsland, de revolu­tie die zich heeft afgespeeld in Rusland, de strijd en de revoluties die ook in andere landen hebben plaatsgevonden. De anarchistisch socialis­tische denkbeelden die daar bestonden zijn uitgestraald en hangen hier nog in de wereld. En daar er steeds meer mensen zijn die geen uitweg meer zien en die proberen om veiligheid of zekerheid te vinden in een gemeenschap, betekent dat dat zij die revolutionaire tendensen ontvangen. Ze zijn daarop afgestemd en daarom wordt hun gehele gedrag bepaald door een aantal waarden, die op dit ogenblik eigenlijk niet bestaan.

Als we de ontwikkelingen op de wereld nagaan, dan ontmoeten we overal vergelijkbare zaken. Wij zien bv. dat mensen proberen het verle­den terug te vinden in Afrika. Er is een revolutie. De staat krijgt de naam van een oud koninkrijk (Simbabwe). Dat zegt iets. Hier zoekt men naar een vergane grootheid. Men schakelt terug naar oerprincipes die in Afrika nog sterk zijn, die in het gemeenschappelijk bewustzijn van de Afri­kanen en ook van de bewoners in de rest van de wereld nog voortdurend actief zijn en men vergeet dat men daarmee feitelijk niets tot stand brengt. Daar komen dus problemen uit voort. Maar zij hebben de zaak omgedoopt, dus moet het goed gaan. En als het niet goed gaat, moet iemand schuld daaraan zijn. We krijgen dan automatisch de grootste sociale ver­wikkelingen. We krijgen dictatuur. We krijgen het vervolgen van mensen en alles wat daarbij hoort. U moet zich realiseren hoe dat allemaal in el­kaar zit. Indien u dat begrijpt kunt u ook beter begrijpen hoe het met uzelf vaak gaat.

Een mens put uit het gemeenschappelijk bovenbewustzijn. Het beste voorbeeld hiervan is de man die bezig is met een uitvinding. Een ander is daar ook mee bezig. Zonder dat ze het beseffen lezen ze iets af van elkanders benadering. Het resultaat is dat een vergelijkbare uitvinding in praktisch dezelfde tijd op verschillende plaatsen in de wereld wordt gedaan. Tegenwoordig kan dat met patenten worden weggegoocheld, dan merk je dat niet zo.

U bent echter ook met dingen bezig. U heeft uw eigen belangstel­ling. Die belangstelling oriënteert u op het gemeenschappelijk denken van de mensen. Bent u nu heel sterk geconcentreerd op een zeker punt, dan is het al voldoende dat er ergens op de wereld iemand anders net zo geconcentreerd daarmee bezig is.

Laten we zeggen dat uw belangstelling wat ruimer is. U bent bezig met geestelijk werk of met politieke of sociale zaken. Wat gebeurt er nu? U stelt zich daardoor open voor die invloeden. Nu gaat u niet meer logisch denken en reageren, neen, u gaat bewust bepaalde factoren in het leven opzij zetten en an­dere factoren naar voren halen.

Denkt u niet dat dat alleen bij een gewoon mens gebeurt. Van de wetenschap zegt men ten slotte ook: het zijn een groot aantal onver­klaarbare feiten, die in een systeem zo worden samengebracht dat ze het systeem bevestigen of dit althans schijnen te doen. Datzelfde doen wij. Wij proberen uit het geheel van de ontwikkelingen datgene naar voren te halen wat voor ons belangrijk is. Maar dat is onze afsterving.

U denkt op een gegeven ogenblik aan geestelijke kracht. Nu hebben wij het helemaal niet over geesten die daarmee bezig zijn. Alleen u bent ermee bezig. En er zijn zeer veel mensen die denken aan geestelijke kracht. Het is een vergelijkbare vorm. U wilt mogelijk een paranormale genezing volbrengen. Ergens anders bidden ze God op dat moment ook om genezing. Ze zijn er ook mee bezig. Er ontstaat een kracht. En wat is nu het wonderlijke? U ontleent aan al die andere vor­men van denken een stimulans waardoor uw eigen afstemming op een kosmi­sche kracht of een geestelijke kracht sterker wordt. U kunt meer omdat op dat ogenblik gelijktijdig overal mensen ermee bezig zijn. Dat betekent dat de mens eigenlijk al zijn stemmingen en vooral zijn denkwijzen en benaderingen van het leven eerst een beetje bewust moet overdenken voor­dat hij zich er helemaal aan overgeeft.

Stel dat u zegt: “Ach, wat is het toch verschrikkelijk in de wereld.” Er zijn mensen die dat denken. U heeft eigenlijk een goed leven. Maar er zijn mensen die in gevangenissen worden gemarteld. Er zijn mensen in concentratiekampen. Er zijn mensen die doodhongeren. Er zijn mensen die wanhopig zijn. Desperado’s die zeggen: “Ik kan alleen nog maar de wereld aanvallen, want ik heb niets meer en niemand doet mij recht.” U krijgt nu die impulsen binnen. Uw onderbewustzijn verwerpt nu elke positieve factor. U ziet niet meer de mogelijkheden die er voor u zijn. U ziet niet meer het goede dat u heeft. U ziet alleen de gebreken, de angsten en dus reageert u op de wereld misschien met een angst die absoluut ongerechtvaardigd is, met een weifelmoedigheid die helemaal niet vastligt in uw wezen of in de feiten rond u, met een absolute verveling die eigenlijk niet te recht­vaardigen is, maar die u ervaart omdat u ervoor openstaat en daardoor al die hopeloosheid van zoveel mensen op u voelt afkomen.

Ik hoop dat ik met deze voorbeelden heb duidelijk gemaakt dat het leven van een mens via het onbewuste wordt beïnvloedt vanuit het denken van de gehele wereld en dat de mens door zijn bewuste manier van denken heel vaak zich openstelt voor factoren in dat gemeenschappelijk bovenbe­wustzijn. Ik zou willen stellen:

De mens, die door concentratie en bewust denken in zijn leven be­paalde positieve waarden naar voren weet te brengen, zal uit de omgeving en uit de totale mensheid vergelijkbare impulsen ontvangen. Dit betekent dat zijn energie en bewustzijn groter worden en dat hij daardoor ook gelijk­tijdig in zijn omgeving meer mogelijkheden ziet om zichzelf te uiten.

Het omgekeerde is eveneens waar. Een mens, die negatief is inge­steld, onverschillig op welk punt, zal zodra dit wat meer geconcen­treerd gebeurd daardoor alle negatieve invloeden in het totaal mense­lijke denken op zich voelen inwerken, waardoor hij niet meer in staat is de eventueel positieve waarden, die in en rond hem bestaan, nog verder te beseffen.

Het gemeenschappelijk bovenbewustzijn heeft natuurlijk ook andere in­vloeden en waarden, want er is heel veel weten in de mensheid dat toch ook intens wordt beleefd. In de laboratoria zijn mensen zeer geconcen­treerd bezig met proeven. Onderwijzers zijn geconcentreerd bezig met het overbrengen van een bepaalde kennis; en dat loopt van de kleuterklas tot universitair onderricht en misschien nog verder. Overal is kennis aanwezig. Deze kennis zal natuurlijk niet in details uit het bovenbewustzijn afleesbaar zijn. Dat kan alleen indien men een specifieke afstemming heeft op een bepaalde persoon. Maar als men een probleem heeft dat meer algemeen maar zeer geconcentreerd is gesteld, dan vult het gemeenschap­pelijk bovenbewustzijn via het onderbewuste aan. Er ontstaat dan een nieuw begrip. U weet niet waar het vandaan komt, maar het geeft u het antwoord op het probleem.

Nu moet u niet denken dat de beantwoording bestaat uit waarden die u niet kende. Het is niet zo dat u zegt: Ik weet niets af van wiskunde, maar ik heb nu een wiskundig probleem. Ik ben erop geconcentreerd, dus weet ik wiskundig het juiste antwoord. U heeft eenvoudig in u niet de nodige kennis, de herinneringen, het onbewuste weten, al is het maar van details. Daarom kunnen we zeggen dat invloeden, die uit het gemeenschap­pelijk bovenbewustzijn de mens beïnvloeden, voeren tot een synthese van niet in die mens bestaande samenhangende kennis en eventueel een hernieuwde groepering van in die mens bestaande herinneringen en feiten, waardoor hij vanuit zijn onbewust leven en denken komt tot een nieuwe be­wuste formulering en erkenning, die als zodanig niet aanwezig was, maar die wel is opgebouwd uit al datgene wat reeds in hem bestond. Als dit geldt voor mensen, moet het ook voor volkeren gelden.

Hebben wij met volkeren te maken, dan weten wij allemaal dat er een vorm van massapsychologie bestaat. Ook hebben we dan de volksaard. Als ik denk dat ik Nederlander ben, zal ik altijd Nederlander blijven. Als ik denk dat ik mens ben, zal ik mij voegen naar elke nationaliteit met haar eigenschappen waarin ik toevallig leef. Anders gezegd: op het ogenblik dat ik mij een bepaald idee vorm van mijn omgeving en van de spe­cifieke eigenschappen, rechten, kwaliteiten, verplichtingen ervan, kies ik daarmee gelijktijdig een isolement ten aanzien van de anderen en een versterking van deze factor in mijzelf, indien voldoende mensen op een gelijke manier denken. Zo kunt u dus door de voorstelling die u heeft van een bepaalde nationaliteit, die op zich eerder een formaliteit is, wel degelijk komen tot een vervreemding van de rest van de wereld.

Er zijn natuurlijk altijd heel veel dingen waarover je kunt nadenken. Een Duitser is ijverig. Denkt u dat? Het is niet waar. Niet elke Duitser is ijverig. Maar een Duitser die denkt dat hij Duitser is, denkt dat een Duitser ijverig is en dus is hij ijverig, omdat die ijver het bevestigd dat hij Duitser is. Een Nederlander denkt reformatorisch. Niet omdat zijn aard reformatorisch is, integendeel. De aard van de Nederlander is, zodra hij los komt uit de factoren van zijn milieu, in vele gevallen eerder libertijns. Maar op het ogenblik dat hij in zijn libertinisme bezig is als Nederlander, blijkt plotseling dat hij orthodox wordt, zelfs in zijn losbolligheid. Dat komt omdat Nederlanderschap eigenlijk verbonden is met de Reformatie. Net zoals Oranje. Oranje betekent kruispunt ontruimen. Maar voor de Nederlander heeft het een heel andere betekenis, ook als hij regelmatig in het verkeer zit. Oranje is namelijk een reformatorische invloed. Het betekent rechtzinnigheid, bedachtzaamheid, spaarzaamheid. Zodra een Nederlander zich begint te bezinnen op zijn Nederlander zijn, komen deze eigenschappen naar voren en openbaart hij ze, onverschillig in welke omstandigheden hij actief is.

Engelsen zijn gebonden aan het insulaire begrip, een meerwaardigheid ten aanzien van hen die op het vasteland leven en dus kwetsbaarder zijn. Het geloof in eigen onkwetsbaarheid is iets wat een Engelsman normaal zeker niet zal aanmoedigen. Maar op het ogenblik dat hij denkt als Engelsman, denkt hij insulair, daaraan kan hij niet ontkomen. Dit betekent dat hij een superioriteit voelt die hij niet kan waarmaken, want hij voelt dat het niet juist is, daar waaraan hij niet kan ontkomen, omdat het een bevestiging is van zijn besef op dit ogenblik: ik ben Engelsman. En zo zouden wij kunnen doorgaan.

Hier hebben wij het gemeenschappelijk bovenbewustzijn waarin zeer oude factoren een rol spelen. Want vergeet niet: de tijd dat het eiland veilig was ligt toch wel in de tijd van Victoria! En de tijd dat alle Duitsers ijverig waren, zullen wij waarschijnlijk moeten plaatsen in 400.000 v. Chr.. Maar de illusie bestaat nog.

Nu is het wonderlijke dat er in de groep eigenschappen bestaan waardoor men meent – terecht of ten onrechte – zich te kunnen onderscheiden van anderen. Dit idee wordt uitgestraald en vooral de jongeren worden door dit gevoel doortrokken juist omdat ze horen: je bent deel van onze groep. Naarmate de groep groter wordt, versterkt die impuls. Zo wordt dat oude denkbeeld voortdurend hernieuwd uitgedragen, zelfs als er in de feiten geen enkele rechtvaardiging meer te vinden is hiervoor. Zo zullen groepen vaak eigenschappen blijven bewaren die duizenden jaren oud zijn, mits er maar een zekere continuïteit in de cultuur zit.

Er zijn heel veel mensen die zich afvragen hoe het komt dat de Israëli’s en indirect ook de joden op zo’n eigenaardige manier zich als iets bijzonders voelen, zelfs als ze christen zijn geworden en normaal in een gemeenschap zijn op gegaan. Hier is het antwoord. Hun jood zijn is altijd een uitverkiezing geweest. Deze uitverkiezingsgedachte is terecht of ten onrechte van geslacht op geslacht overgedragen. Er zijn wel 4 à 5 generaties van het joods bestaan nodig plus een andere religie, een andere nationaliteit, voordat deze invloed helemaal weg ebt en de mens normaal kan gaan functioneren. Maar waar de joden altijd enigszins in een isolement hebben geleefd, daar kan die eenheid moeilijker tot stand komen. En daardoor schept het wereldjodendom in de wereld voortdurend dit gevoel van gerechtvaardigheid en uitverkorenheid door hun eigen God, ongeacht de feiten waarmee men heeft te maken. En dit verklaart de mentaliteit van zeer veel joden, die overigens heel goede mensen zijn, maar aan de groep gebonden blijven.

Soortgelijke dingen kunnen we zien bij de Ieren. In Amerika zeggen ze wel eens elke tweede copper (politie agent) is een Ier. Waarom een Ier? Wel, de Ieren zijn weggetrokken uit hun land met een zeer sterke binding met Ierland en het gevoel dat ze iets bijzonders waren. Ze hebben geprobeerd dit te handhaven wat in die emigratie periode zeer belangrijk voor hen was, omdat ze zich moesten handhaven in een zeer moeilijke periode in de Ver. Staten. Hierdoor is het Ierse bloed in Amerika belangrijker geworden dan bv. het Nederlandse. Want de Ne­derlanders leefden daar wel en hun Nederlanderschap gaf hun wel een zekere mate van distinctie, maar het was eigenlijk meer iets wat je ge­bruikte als een soort stamboom. Het was niet een specifieke karakteristiek. De Nederlanders zijn in de Ver. Staten opgegaan, ook al beroepen ze zich graag op het feit dat ze uit Nederland komen. De Ieren niet. Zij hebben een deel van hun karakteristiek bewaard, juist omdat ze daar zo trots op zijn en omdat in elk gezin de kinderen die eigenschappen worden bijgebracht waardoor die zich weer afstemmen op het gemeenschappelijk bewustzijn. Zij blijven in de eerste plaats – of ze het weten of niet – Ieren, zelfs na vele geslachten, ofschoon ze eigenlijk Amerikanen zouden moeten zijn.

Ik neem dit als een opvallend voorbeeld, omdat hier geen sprake is van bijzondere rassenkenmerken waardoor de Ier zich in het bijzonder zou onderscheiden van alle andere Amerikanen. Je zou dat nog kunnen denken van de Italianen of van de Polen, die indertijd zijn geëmigreerd. Maar ik neem juist de Ieren, omdat ze waren als iedereen, maar toch een eigen groep met nog steeds specifieke kwaliteiten, met eigen verenigingen en alles wat erbij hoort. Kenmerkend is dit gemeenschappelijk bovenbewustzijn waarop de groep is ingesteld en waardoor eenzijdige vertekening van eigen leven en betekenis voortdurend plaatsvindt.

Ik kom tot de conclusie: het rassen- of volksbewustzijn wordt voor een groot gedeelte zodanig sterk vastgelegd in het gemeenschappelijk bovenbewustzijn dat de leden van de groep en zelfs degenen die alleen maar den­ken dat ze leden van de groep zijn hierdoor in hun gedrag, hun gewoonten en denkwijzen zeer sterk worden beïnvloed. Zij zullen bewust of onbewust voortdurend in zich een beroep doen op de kwaliteiten en eigenschappen die, in het gemeenschappelijk bovenbewustzijn, als karakteriserend voor de eigen groep worden erkend. Maar dat is een eenzijdigheid die ons krank­zinnig voorkomt.

Wij hebben het over de Fransen met hun eer, en zeggen: waar halen jul­lie die in godsnaam vandaan? Of we hebben het over de trots van de Span­jaarden. We vragen ons af waar zij nu eigenlijk de redenen vinden om trots op te zijn. Maar nu wordt het duidelijker, dit zijn gewoon kwaliteiten die via het onderbewustzijn een enorme invloed hebben en die daardoor op be­paalde momenten zeer intens worden beleefd en in dat gemeenschappelijk be­wustzijn weer die factoren versterken. Naarmate de mens meer bezig is om zijn eigen karakteristiek, nationaliteit e.d. binnen de groep te beleven en zich intenser daarmee verbonden voelt, zal hij een invloed scheppen waar­door hij meer van anderen wordt verwijderd. De verdeeldheid van de mens wordt nu ook gemakkelijker te begrijpen.

Waarom zouden we nu niet nog een stap verdergaan? Ik heb zo even ge­zegd: je kunt positief of negatief zijn en je kunt positieve of negatieve invloeden ontvangen.

Een mens heeft normaal positief geleefd. Hij is een behoorlijk burger geweest. Nu ziet hij echter geen uitweg meer en begint zijn wereld vanuit zijn besef negatief te benaderen. Er komt een ogenblik van een soort wan­hoop. En op dat moment is hij afgestemd op negatieve impulsen. Is het dan niet begrijpelijk dat dan alle waarden in het leven de moraal etc. plotse­ling worden omgekeerd? Dat wat eens het gezag was dat hooggehouden moest worden, wordt nu opeens iets waartegen je je met alle middelen moet ver­zetten. Die afstemming betekent een verandering van impulsen die je uit het geheel onttrekt. Er zijn in deze tijd nogal wat mensen die een beetje wanhopig zijn om de een of andere reden. Soms jongeren, die het gevoel hebben dat alles al gedaan is, dat er eigenlijk niets meer overblijft waardoor je jezelf kunt waarmaken. Ze stellen zich negatief op en ze worden dus negatief beïnvloed. Het resultaat is dat zij de negatieve betekenis van hun groep zelf gaan beleven en gaan uiten.

Maar dat negativisme gaat verder, want overal zijn er dergelijke groepen. In elk deel van de mensheid vinden wij negatief ingestelden. Het is duidelijk dat juist in negatief ingestelde groepen het interna­tionalisme veel sneller zal opduiken dan in de positief ingestelde. Ook weer iets waarvan men in deze tijd toch heus wel de tekenen kan zien.

De mensen verliezen volkomen hun begrip van eigen wereld en eigen wetmatigheid. Kun je daartegen iets doen? Dat is wat wonderlijk. Je kunt natuurlijk de mensen die negatief zijn ingesteld zeer positief benaderen en behandelen. Maar wat is daarvan het gevolg? Heel vaak dat zij je daardoor gaan zien als deel van hun eigen negatieve opstelling. En dan blijft hun instelling gelijk en de invloeden die ze ondergaan dus dezelfde. Je kunt ze ook benaderen met absolute tegenstand. Maar dan ga je eigenlijk de weerstand en de wanhoop versterken. Dat wil zeggen dat uit het boven­bewustzijn de beïnvloeding sterker wordt, meer absoluut en eenzijdiger. Je kunt die mensen ook behandelen met begrip voor de positieve waarden in hen en gelijktijdig de ontkenning, verwerping of desnoods bestraffing van de negatieve waarden. Indien de positieve erkenning een grote rol speelt, dan zullen ze geneigd zijn om zich waar te maken door het positieve zoveel mogelijk aan te hangen. Hierdoor woedt de beïnvloeding uit het bovenbewustzijn en zal ook in het eigen onderbewustzijn een zekere omschakeling plaatsvinden. Hiermee zullen veel mensen het niet eens zijn. Mijn redenering is deze, u moet niet zeggen: Een kind moet je altijd liefderijk behandelen. Het kind weet niet beter. Het doet dingen verkeerd en doet dingen goed. Het mag merken als het de dingen verkeerd doet, maar daardoor bent u ook verplicht om het toe te geven indien u faalt tegenover het kind.

Iemand die verkeerd handeld in de maatschappij, mag daarvoor ge­rust stevig gestraft worden, mits men ook bereid is elk onrecht dat de maatschappij die mens heeft aangedaan te erkennen. Zonder er verder rekening mee te houden desnoods, maar te erkennen en duidelijk te maken welke positieve mogelijkheden er voor die mens op dat moment openstaan. Dat zou de beste methode zijn om bv. mensen in gevangenissen te helpen.

Onderbewustzijn

Ik heb nu gesproken over het gemeenschappelijk bovenbewustzijn en ik heb steeds weer de term gebruikt onderbewustzijn. Laten we dan ook even het onderbewustzijn eens nader bezien, dan kunnen we misschien begrijpen waarom dat bovenbewustzijn juist via het onderbewustzijn werkt en wat de wisselwerking is tussen deze beide.

Het onderbewustzijn van de mens ontstaat uit alle ervaringen die hij in zijn leven heeft opgedaan. Voor de eerste 30 jaar is dat praktisch 90% van de ontvangen indrukken, daarna aflopend tot circa 50%. Dat wil dus zeggen dat je gehele leven in je onderbewustzijn is geregistreerd compleet met alle emoties, begeerten, angsten, vreugden en verdriet.

Het onderbewustzijn is geneigd om alles wat kan worden geassocieerd met angst of verdriet, af te wijzen of te vermijden. Het is dus geneigd de normale bewuste gedachteprocessen te beïnvloeden. Je zou kunnen zeggen: eigenlijk is het onderbewustzijn niets anders dan een heel stel wissels waardoor het mogelijk wordt om binnenkomende prikkels van de zintuigen en de redelijke bewustwording die daaruit volgt te doen afbuigen van een li­neair spoor waardoor de normale logische conclusie bereikt zou worden. Dit onderbewustzijn zetelt in de hersenen. In die hersenen en in dat onderbewustzijn speelt ook de geest met zijn eigen kwaliteiten een rol.

De geest nu versterkt bepaalde factoren in het onderbewustzijn en remt de ontwikkeling en de kracht van bepaalde factoren in het onderbewustzijn. Hier is sprake van een eigen karakter dat achter de redelijkheid bestaat. Een eigen inhoud die richtingen helpt bepalen, maar niet onmid­dellijke reactie kan betekenen op invloeden van buitenaf. Alleen daar waar de rede en de bewuste waarneming uitvalt, kan het onderbewustzijn de reac­tie tijdelijk overnemen, maar dan alleen volgens patronen die in het ver­leden reeds zijn gevormd.

Bovenbewustzijn

Het bovenbewustzijn wordt evenmin beseft. Het bovenbewustzijn versterkt en verzwakt. Het doet dus eigenlijk hetzelfde als de geest. Het onderbewust­zijn van de mens resulteert vaak in sterke emotie. Die emotie geven een bij­zondere nadruk aan zijn denkwijze, zijn concentratie op een bepaald punt. Dat betekent dus dat mede door de emotie de kracht wordt bepaald die een mens bijdraagt in het gemeenschappelijk bovenbewustzijn. Omgekeerd is het duidelijk dat het bovenbewustzijn overal waar een afstemming is de neiging zal hebben om de kracht die aanwezig is te ontladen. Het is een wisselwerking. Elke mens draagt voortdurend, op elk ogenblik van zijn be­staan, in meer of mindere mate bij aan het gemeenschappelijk bewustzijn. Zodra hij daarbij stuit op een patroon dat reeds bestaat, egaliseert de zaak zich; d.w.z. de inhoud van het bovenbewustzijn vloeit over in de mens en het bewustzijn van de mens vloeit over in het bovenbewustzijn. Hierdoor ontstaat er een onderbewuste conditionering, die dermate sterk is dat alle andere factoren van het onderbewustzijn tijdelijk worden onderdrukt en dat alle nor­maal denken wordt afgebogen volgens deze eenzijdigheid.

Conclusie

Geen mens kan zich aan de werkingen van het gemeenschappelijk bovenbewustzijn onttrekken. Geen mens kan leven zonder gelijktijdig met zijn wezen en wezensinhoud bij te dragen aan het gemeenschappelijk bovenbewustzijn. Aangezien u zich hiervan niet kunt losmaken, is het zeer belangrijk u bewust te zijn van deze beïnvloe­dingen, vooral ook omdat u door uw emoties en gedachten wel degelijk uw in­vloed op het totaal en de invloed van het totaal op u mede kunt bepalen.

Een mens heeft niet de mogelijkheid de inwerking van het gemeenschap­pelijk bovenbewustzijn terzijde te schuiven. Wel kan hij op grond van een be­wust gekozen denk- en belevingswijze uitmaken welke factoren uit het gemeen­schappelijk bovenbewustzijn voor hem het sterkst zullen gelden. Hiermee komen wij aan het laatste punt van deze les.

De gehele wereld wordt beïnvloed door de gehele wereld. Ja, zelfs meer dan dat, want ook het verleden speelt een grote rol. Het is duidelijk dat wij ons niet kunnen losmaken uit de mensheid waar wij bij behoren zolang wij leven in de uitstraling, de sfeer van dit gemeenschappelijk bewustzijn. Maar wij kun­nen selecteren. Wij kunnen in ons bepaalde krachten bewust sterker en andere minder sterk maken. Wij zijn geen slaven van het gemeenschappelijk bovenbewust­zijn, tenzij wij onbewust blijven handelen en reageren.

Indien wij ons bewust en scherp zouden instellen op één bepaalde kracht of factor in het gemeenschappelijk bovenbewustzijn, dan zullen wij daaruit kracht, maar ook basisideeën, bepaalde gegevens en kwaliteiten kunnen ont­trekken. Het is een last die je moet dragen in het leven; dat is waar. Maar het is gelijktijdig een last, die menig voordeel kan opleveren voor hen die het bewust hanteren. Ziet u in de wereld veel onverklaarbaars, vraag u dan eens af hoe de mensen denken. Want als honderd mensen negatief denken, kan één die bijzonder emotioneel negatief reageert, dit gehele onbehagen in zijn eigen daden tot uiting brengen.

Realiseer u dat veel van hetgeen wordt gedacht door degenen die u zegt niet te kunnen controleren (hogere regeerders, priesters en al die men­sen die zo ver van u afstaan, tot zelfs kunstenaars en schrijvers toe) zullen worden beïnvloed door wat u bijdraagt aan het gemeenschappelijk bovenbewustzijn.

Er is niets op die wereld waaraan u niet ergens deel heeft. Er is niets in de wereld dat zich kan onttrekken aan uw positieve beïnvloedingen.

Er is niets in de wereld te vinden dat negatief is, tenzij wij het nega­tief maken. Wanneer in deze tijd het toenemende negativisme op allerhan­de gebieden kenbaar wordt, zo moet dit wel voortvloeien uit de gedachten die de mens in het nabije verleden en in de huidige tijd voortdurend uitstraalt. Realiseer u dat zelfs uw geheimste gedachten werken in de wereld rond u, omdat zij functioneren met en in wisselwerking met het gemeenschappelijk bovenbewustzijn.