Genetische manipulatie

image_pdf

10 juni 1988

 Allereerst willen wij u erop wijzen dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn. Denkt u alstublieft zelf na, dat zullen we dan zeer op prijs stellen. Het onderwerp is door uzelf gesteld indertijd en handelt over ‘genetische manipulatie’. Er zitten verschillende aspecten aan, maar voor ons zijn uiteraard de persoonlijke aspecten – u zou misschien zeggen: de morele aspecten ook – het belangrijkste.

Laat mij beginnen u te vertellen dat bij incarnatie een soort genetische manipulatie door de geest kan worden toegepast. We hebben te maken met twee helixen die de erfelijke kwaliteiten bevatten. En sommige daarvan komen dus in beiden voor, andere maar in één. Wanneer er een eenzijdige eigenschap is, kan die onderdrukt worden of hij kan gestimuleerd worden. Je zit dus alleen aan die kwaliteiten vast die bij de ouders praktisch gelijk zijn, terwijl je daarnaast rekening hebt te houden met bepaalde recessieve eigenschappen, die dus uit het voorgeslacht zo sterk zijn vastgelegd in zo’n helix, dat het bijna onmogelijk is om die geheel weg te denken.

Wanneer we dat bezien, dan kunt u zich dus voorstellen dat een geest die werkelijk volledig bekwaam is – ik geef toe, er zijn er niet veel meer die dan incarneren, maar het kan – in staat zal zijn om voor zichzelf a.h.w. een custom-built chassis te bestellen. En stel je nou voor dat u hebt gedacht: Ja, ik wil een met betere vering uitgerust lelijk eendje hebben. En wat krijgt u? Een Mercedes zes tonner. Dan zit u toch wel even raar te kijken. U zit met allerhande problemen van besturing, van mogelijkheden, snelheid eventueel, wendbaarheid en u zult daar niet erg gelukkig mee zijn.

En omgekeerd, als u een vrachtwagen wilt hebben, dan zou de mooiste Mercedes waarschijnlijk voor u in de meest luxe uitvoering toch iets zijn dat niet aan uw bedoelingen beantwoordt. Voor ons is het dus erg belangrijk dat deze persoonlijke ingreep kan geschieden. Het kan. Wanneer het niet gebeurt, dan zal de nalatigheid inwerken op het lot, dat ben ik ermee eens, maar gelijktijdig zal daardoor bewustwording optreden. Men zal zich gaan realiseren dat bepaalde dingen niet wenselijk en andere wel wenselijk zijn. Men gaat een beter begrip krijgen voor z’n eigen behoeften en de wijze waarop die in de stof kunnen worden uitgedrukt.

Nu bestaat er op het ogenblik een genetische manipulatie die nog niet direct verreikend is. De geslaagde experimenten op dit terrein hebben het mogelijk gemaakt om bijvoorbeeld bepaalde stukjes vatbaarheid, noem ik het dan maar, weg te halen. De kans dat een bepaalde ziekte optreedt, mede op grond van erfelijke zwakte, is dan aanmerkelijk minder geworden. Je zou zelfs bepaalde lichaamseigenschappen kunnen aanpassen. De resultaten tot op heden toe gaan niet zóver, dat men in staat is om daar nog extra toevoegingen te doen. Je kunt een stukje van de helix weghalen en eventueel vervangen, maar je kunt niet zeggen: ik maak hem langer of ik maak hem korter.

De mogelijkheid óm dit te doen bestaat theoretisch wel. En het zou denkbaar zijn dat men bijvoorbeeld in een tijd waarin iedereen angst heeft voor aids, dat men een extra molecule invoegt dat een zeker zaagtandprofiel vertoont, waardoor het in staat is om bloedlichaampjes te produceren die elke aidscel automatisch van zijn contact met buiten toe en dus met zijn vermenigvuldigingsmogelijkheden afsluiten. Het is denkbaar.

En heel veel mensen zouden zeggen: “Als dat eenmaal is uitgevonden, wat is dat heerlijk.” Maar ís dat wel zo heerlijk? Want vergeet niet, een mens komt op aarde om als persoon te leven. Met zijn eigen kwaliteiten, met zijn eigen moeilijkheden, met zijn eigen ontwikkelingsmogelijkheden én zijn eigen remmen. En wanneer die mens op aarde komt en er zitten mensen die zeggen: we hebben vandaag, hebben we allemaal atletische soldateske figuren nodig, en u hebt net gekozen voor iemand die ontzettend veel van kunst houdt en die komt dan als soldaat op de wereld, dan zit u met een conflict dat u niet op kunt lossen en dat geestelijk gezien voor u eveneens moeilijkheden veroorzaakt.

En geloof me, wanneer je de theorie van genenmanipulatie werkelijk helemaal doorzet, dan kom je op een punt waarbij het mogelijk wordt om via selectie, vervanging van delen van de helix, stimulatie enz., enz., zelfs buiten de moeder om dus een bevruchting tot stand te brengen en een vrucht te creëren die helemaal is afgestemd op de behoefte die je denkt te hebben.

En ik heb nu daarnet gezegd: soldaten, maar laten we zeggen dat er een hele hoop mensen denken: We hebben betere ambtenaren nodig. Dus gaat men kiezen voor alle kwaliteiten die voor een ambtenaar goed zijn: aan de ene kant rustig, aan de andere kant toch ijverig, hè, dat ontbreekt soms wel eens. En gelijktijdig beslissingsbekwaam en toch geneigd om zich in te ordenen in een regelgeheel. Heb je al die mensen gekweekt en dan komt er oorlog. Nou, als je met ambtenaren oorlog moet gaan voeren, dan denk ik dat de vijand niet vriendelijk genoeg is om te wachten tot de commissies van onderzoek hebben gefunctioneerd.

Dus zuiver praktisch zouden er al heel wat fouten kunnen worden gemaakt. En misschien kun je nog een stap verder gaan. Dan kun je denken aan een mierenstaat, waar door de wijze van voeding eigenlijk in het eindstadium allerhande wijzigingen tot stand worden gebracht en dus wordt uitgemaakt wat de koninginnen zijn, wat de prinsen zijn en wat eenvoudige werksters worden en wat soldaten worden. Dan krijg je mensen die zó gelijk gericht worden, dat de variatie die de mensheid juist zo levenswaardig maakt, wegvalt. Niet erg aanvaardbaar.  Aan de andere kant, er zijn mogelijkheden om dingen in orde te brengen die fout liggen. Laten we zeggen dat in een bepaalde familie, erfelijk dus, regelmatig afwijkingen voorkomen. Laten we in dit geval aannemen lichamelijke deformaties; het kunnen ook dus verstandelijke zijn. En dat je zegt: Ja, door een hele kleine variatie, een hele kleine ingreep – onder de elektronenmicroscoop moet dat dan gebeuren – kan ik inderdaad ervoor zorgen dat dat nageslacht dus daarvan bevrijd blijft.

En wanneer ik dat twee of drie geslachten heb gedaan, dan is de kans dat die eigenschap nog verder wordt overgedragen, dus een terugsprong naar het verleden, is heel erg klein geworden. Dan vraag je je natuurlijk af of je dat de ouders moet aandoen om te zeggen: ja, er zit nu eenmaal idiotie of mongolisme of wat nogal wat erfelijk in die familie, het komt erg veel voor; doe daar maar niets aan, dan moeten ze er maar mee leven.

Dat is goed voor de mensen die zeggen: Dat is de wil van God. Maar het opvallende is dat het voor die mensen de wil van God is, zolang ze er zelf niet mee opgescheept worden. Er zijn dan wel mensen, die er later weer troost in vinden om dan het onvermijdelijke… Maar ja, het is toch ook ‘als God wil’ wat de moslim zegt: Als God wil, het is de wil van Allah, ik kan er ook niets aan doen… Een soort fatalisme.

En ik geloof niet dat  een fatalisme dat je belemmert in een vrije ontwikkeling, aanvaardbaar is. De vraag is dus: Hoe ver kun je daarmee gaan? Er zullen mensen zijn die zeggen: “Nu, laten we daar dan in ieder geval, we doen het dan met graan en planten, door bestraling etc.; laten we zorgen dat we die rassen krijgen, die we nodig hebben. Dan krijgen we dus vleeskippen die eigenlijk alleen nog maar vlees zijn en eierenkippen die magere producenten worden. En dan kunnen we zeggen: Nu we toch bezig zijn, een koe voor de melk, en een andere koe voor het vlees, varkens die heel snel vet worden, dan hoef je die ook niet meer in te spuiten met hormonen, dat zit dan ingebouwd… Allemaal erg prettig, ja, maar dat betekent dat je soorten tot stand brengt die heel weinig aanpassingsvermogen hebben en waarbij dat aanpassingsvermogen in de erfelijke lijn voor een groot gedeelte is aangetast.

Je richt dus in feite bepaalde soorten gewoon ten gronde door ze teveel aan te passen aan de ogenblikkelijke behoeften. Ook dit lijkt mij niet volledig aanvaardbaar. Economisch is het natuurlijk op het ogenblik erg nuttig. We kunnen de honger van de wereld stillen, wanneer we dit en dat en zus en zo veranderen. En dan kunnen we die rassen kweken, nietwaar; nu ja, dat gaat vanaf algen die je manipuleert tot ze in plaats van een vissige smaak, een kipsmaak krijgen, tot olifanten, bij wijze van spreken, die niet alleen goed zijn om te sjouwen, maar die bovendien nog uitstekend vlees geven, iets wat op een kalkoen lijkt.

Allemaal aardig, maar er is een natuur. In die natuur heeft álles zijn functie, ook wanneer de mens bepaalde van die functies misschien niet op prijs stelt. Het evenwicht, noodzaak voor een functioneren van welke ecologie dan ook, dus welk samenstel van verschillende levensvormen, kun je niet straffeloos onderbreken. Zomin als je bij planten de groeiprocessen en de daarbij gangbare zaken ongestraft kunt onderbreken. Laat me u herinneren aan de tijd dat men met machines recht ploegde in de Verenigde Staten en dat men zei: Ja, op die manier kunnen we met de kortst mogelijke tijd en zo weinig mogelijk mensen zoveel mogelijk land met tarwe bezaaien. Het resultaat was de ‘dustbowl’ of het woestijnpotje, zo zou je het ook kunnen noemen.

En dan hééft men daar later wel het een en ander op gevonden, contourploegen, afwisselend gebruik van verschillende gewassen, stikstofrijke gewassen gebruiken voor extra bemesting en ze onderploegen, en al dat soort dingen. Maar dat heeft én voor de mensen een hoop ellende betekend en gelijktijdig, dat mogen we niet vergeten, heeft het de ecologie van het betrokken gebied aanmerkelijk veranderd, met het gevolg dat van de daar nu bestaande natuurlijke condities, ook wat betreft de insecten, schade ontstaat in de onderliggende gebieden. Dat kun je niet zomaar doen.

Dus wat dat betreft zeg ik: Genetische manipulatie is iets waar je heel erg voorzichtig mee moet zijn. Wanneer je dat commercieel gaat gebruiken, dan kom je in een situatie waarbij de wenselijkheid van het ogenblik het overlijden van alle mogelijkheden in de toekomst zou kunnen inhouden. Ik kan begrijpen dat men ziekten wil bestrijden, dat men bepaalde deformaties, die anders onvermijdelijk zijn aan de vrucht, wil besparen. Maar laten we het dan doen door niet voort te planten. En niet door een dergelijke kunstmatige ingreep waarbij, laten we dat niet vergeten, enkele generaties lang het gevaar op terugval blijft bestaan en zelfs over een periode van honderden jaren toch nog een terugslag naar de oude kwaal mogelijk is voor een enkeling, en dan misschien in een tijd dat men er geen raad meer mee weet.

Nee, genetische manipulatie van de mens wijs ik absoluut af. Niet ‘omdat ze tegen God is’, want als de mogelijkheden er zijn voor de mens en we geloven in een God, moeten we zeggen dat ze god gegeven zijn. En als zodanig mogen we ze gebruiken; mógen, niet moeten. De beslissing óf we het doen, is er een die van onszelf moet uitgaan. Maar let wel: Wanneer je eenvoudig probeert de wereld teveel aan je aan te passen, dan pas je de wereld aan aan een eenzijdigheid die de mens nu eenmaal in zijn bestrevingen eigen is. En zeker zolang hij sterk materieel denkt, zal hij proberen om de hele materie in dat eenzelvige patroon in te persen en al het andere onmogelijk te maken. En al wat te eenzijdig is, heeft grote kans dat het ten onder gaat. Dus argumenten van economische en sociale aard moeten we maar even opzij zetten. Argumenten van religieuze aard voor of tegen, idem dito. Wanneer je gelooft dat God alle dingen beschikt, dan heeft hij ook middelen gegeven. Als iemand zegt: God wil niet dat je je laat inenten tegen kinderverlamming bijvoorbeeld, wat gebeurd is, dan zeg je: Die man is gek, want God heeft de mogelijkheid gegeven óm te bestrijden, dan moet je het ook doen.

Er zijn mensen die zeggen: Ja, je moet het alleen maar doen met medicijnen die door een fabriek deskundig zijn gemaakt en al die andere kwakzalversmiddelen moet je laten liggen. Wacht even. Als het was een kwakzalversmiddel, zoals men dat dan pleegt te noemen, tisane of zo, dat gemaakt is van natuurlijke producten, zal de schadelijke bijwerking aanmerkelijk minder zijn dan wanneer we te maken hebben met een toch vaak zeer ingewikkelde chemische structuur, die veel moeilijker wordt afgebroken en die allerhande nevenresultaten veroorzaken, wannéér ze afgebroken worden.

Nee, laten we alsjeblieft die dingen opzij zetten. Maar blijft de vraag: Zal men verder gaan met zijn pogingen tot deze manipulatie? Het antwoord is ongetwijfeld: ja. De ervaring heeft geleerd dat wetenschappers altijd blind zijn voor de mogelijke gevolgen van hun ontdekkingen totdat het te laat is. Zij denken eenzijdig, omdat hun belangstelling ligt in de ontdekking, niet zozeer in de gevolgen.

Het zal dus zeker voortgaan, dit onderzoek. Wat kan ermee gebeuren? Wel, we weten wat er gebeurd is met een aantal microben, bacteriën dus en zelfs met bepaalde virussen, die men op een bepaalde manier gemanipuleerd heeft, die men gemuteerd heeft kunstmatig. Ze zijn levensgevaarlijk en er zijn op het ogenblik gifapotheken in verschillende grote staten, die in staat zijn om drie kwart van de aarde binnen drie weken te ontvolken. Wíllen we dat? Nee.

Laten we dan regels stellen op grond van de menselijkheid. In de eerste plaats: De mens heeft récht op zijn onvolkomenheden. Hij heeft récht op een persoonlijk bestaan met eigen problemen en eigen mogelijkheden om daar een oplossing voor te vinden. Want het mens-zijn is maar een deel van de totale levensfunctie, die immers na de dood wordt voortgezet op een andere wijze. Datgene wat wij nu bereiken, ook wanneer dat op aarde misschien minder aardig lijkt, kan van groot belang zijn voor onze toekomstige ontwikkeling en mogelijkheden.

Wij moeten niet slaaf worden van een bepaald denksysteem. Systemen zijn eenzijdig en dragen daardoor altijd weer het zaad van hun eigen ondergang in zich. Aanpassing aan een systeem zou ondergang betekenen. We hebben er belang bij dat de wereld niet alleen voor u en uw kinderen en kleinkinderen, maar voor vele generaties bewoonbaar blijft. En dat daarin de mens de juiste evenwichtige functie kan spelen van een wezen met grotere verstandelijke mogelijkheden, en aanmerkelijk betere geheugenfunctie voor meer gegevens – het gaat hier vooral om meer – en daardoor de mogelijkheid tot een voortdurende verandering.

Een systeem probeert altijd verandering te voorkomen. Maar verandering is de essentie van het leven. Daarom verwerp ik elke poging om kunstmatig het leven, de mens of wat dan ook te stabiliseren, zodat geen verdere ontwikkelingen mogelijk zijn. Ik voeg daaraan toe dat ik respect heb voor degenen die bij het onderzoek van genen en alle mogelijkheden die eraan verbonden zijn zover zijn gekomen, dat ze in kunnen grijpen in deze eigenaardige wenteltrap van complexe en ingrijpende moleculen. Ik heb er respect voor, maar datgene wat zij doen mag dan als kennis belangrijk zijn, als sociaal verschijnsel is het onaanvaardbaar en een gevaar.

Wat betreft ziektebestrijding, ach, je kunt natuurlijk de vatbaarheid voor ziekten aanmerkelijk verminderen, maar laten we daar eens wat anders tegenover stellen. U hebt allerhande middelen, penicilline is de eerste daarvan geweest. Er zijn op het ogenblik, ik meen, zo’n tachtig algemeen toegepaste varianten van. Dan ontdekken we dat immunisatie snel optreedt, punt één. Dus niet meer reageren op het middel.

In de tweede plaats dat een aantal van deze middelen weliswaar doeltreffend zijn, maar nevenverschijnselen veroorzaken. Dat kan lopen van een aantasting van bijvoorbeeld de darmflora tot een werkelijke aanmerkelijke aantasting van de bloedsomloop, vooral van de verhouding witte- en rode bloedlichaampjes.

Nu had de oude tijd een gewoonte – dat was al voor het carbid was uitgevonden – om er toch wat aan te doen. Infecties werden bestreden met grote doses knoflook, en ja, dat is natuurlijk niet zo prettig, dat is te boers eigenlijk, hè:

Als je zo over mekaar zit, vooral als je een klein beetje ‘haute chic’ bent en je geeft dan zo’n walm, die doet denken dat iemand net de verwerkte inhoud van een carbidlantaarn heeft uitgestort, dan kan ik mij voorstellen dat je zegt: Ja, dat vind ik een beetje gênant, maar knoflook blijft een afdoend middel tegen infectiegevoeligheid. Het helpt infectie bestrijden, het kan zelfs betrekkelijk zware pokkeninfecties helpen overmeesteren, en laat géén nevenverschijnselen in het lichaam.

Vraag: Moeten we dan kunstmatig verder gaan manipuleren om gevaren uit de weg te ruimen of moeten we gebruik maken van datgene wat overal toch wel ter beschikking is om de gevaren te verminderen? Wanneer u zegt: gezondheidskwesties, dan ben ik geneigd om te zeggen: met een gezond dieet bereik je over het algemeen veel meer dan met genenmanipulatie of anderszins. Want je tast niet de werkelijke mogelijkheden en de samenhangen van het wezen aan, maar je stimuleert wel die kwaliteiten die belangrijk zijn, hetzij voor ziektebeheersing, hetzij zelfs voor ontwikkeling van spieren en dergelijke.

Moeten we nu werkelijk zo ver komen dat je de genen manipuleert om ‘de perfecte atleet’ te krijgen? Nou ja, voor de atleet zal het misschien minder bezwaarlijk zijn dan de overdosis anabole steroïden die men op het ogenblik sommigen geeft, hè; zelfs racepaarden krijgen ze.

Maar wanneer je dus reëel bent, dan zeg je: Iemand die zich oefent, kan van zijn lichaam een behoorlijke prestatie verkrijgen. Het gaat niet om de topprestatie, het gaat om de continue mogelijkheid tot presteren. En als we daar kunstmiddelen voor gebruiken, dan maken we het gehele organisme kwetsbaar, en wanneer men die middelen dan niet meer gebruikt, treedt over het algemeen een verschrikkelijk verval op. Er is niets zo zielig als een bodybuilder die met steroïden werkt en die dan alles netjes mooi gebuild hebbende, dus op een gegeven ogenblik een ziekte krijgt waarvan men zegt: Ja, dan mag je dat voorlopig niet meer hebben. Zo iemand, ja, dat is van een blozende bellefleur overgegaan tot een licht vervallen foliant vol plooien. Dat kun je eenvoudig dus niet werkelijk goed doen.

Ook wanneer je dat met manipulatie probeert te bereiken. Dan kom je dus in moeilijkheden. Maar mijn grootste bezwaar is en blijft: een geest kan kiezen voor een bepaald soort leven met een groot aantal voorzienbare problemen.

Elk leven heeft een probleem. Het oplossen van problemen is vaak de belangrijkste functie voor de geest van het hele menselijke bestaan. Moet je dit onderdanig maken aan een perfect wetenschappelijk technisch ingrijpen, dat mede door sociale dwangverschijnselen bepaald zal worden in zijn licht? Ik geloof dat een nadrukkelijk ‘neen’ hier op zijn plaats is.

Nogmaals, alle respect voor de onderzoekers, voor de wetenschappers van het verleden en van de toekomst. Maar gelijktijdig ook twijfels aan hun vermogen om de consequenties van hetgeen zij doen, te beseffen voordat anderen die ethisch en moreel misschien veel minder hoog staan, zich er meester van maken en hun producten misbruiken voor terreur, voor winst of wat u maar wil. De mensheid is niet volmaakt. Een volmaakte mensheid zou misschien evenwichtig met een dergelijke ontwikkeling, zelfs in zijn hoogste nog niet bereikte vorm, kunnen omgaan.

De huidige mens wordt gedreven door angsten, machtszucht, bezitsbegeerte en kan er níet mee omgaan. Zolang de mens niet innerlijk rijp genoeg is, zou de wetenschap voorzichtig moeten zijn. Voldoende?

U kunt daarover zo dadelijk discussiëren. U zult gemerkt hebben, ik heb het wat algemeen gehouden. Komen er meer specifieke vragen, dan zal ik daarop antwoorden zover ik dat verantwoord kan doen. Hebt u bezwaren tegen hetgeen ik heb gezegd, na de pauze bent u welkom. Ik zal proberen u duidelijk te maken waarom ik deze opzet heb gekozen.

VRAGEN.

Zo, goedenavond vrienden.  Mag ik de eerste vraag van u.

  • Hoe belangrijk revolutionair is de ontdekking van het DNA-molecule: welke eventueel praktische, belangrijke toepassingsmogelijkheden liggen in de toekomst?

Ja, hoe belangrijk het is? Het is een ontdekking die ons in feite terugvoert naar de oerzeeën en het eerste ontstaan van de half-eiwitten. Daar zien we namelijk voor het eerst een dergelijke structuur ontstaan. Het resultaat: de eerste eencelligen. Wat je er verder mee kunt doen? Je kunt met het DNA natuurlijk wel een groot aantal manipulaties uithalen. Je kunt daardoor tot veranderingen komen, inderdaad, van datgene wat resulteert. Maar je kunt niet, dacht ik, volkomen reëel en berekend eigenschappen bepalend werken, tenzij je te maken hebt met een aantal van deze moleculen die onderling verbonden en op de juiste wijze gestimuleerd, dan een uitvoerende eigenschapsbepaling mogelijk maken. En die zou in een verre toekomst mijn inziens dus wel bewust te maken zijn.

  • Is het aidsvirus een natuurlijk ontstaan virus of het product van genetische manipulatie? En in het laatste geval, indien het zo gebeurd is, wat was het doel hiervan, in welk jaar speelde dit?

De eerste proeven, waarvan uiteindelijk het aidsvirus het resultaat is geweest, hebben plaatsgevonden in 1963. Het aantal proeven dat ermee genomen is, is voltooid ongeveer 1972-1973. Dat resultaat is opgeborgen als een mogelijk strijdmiddel, maar er was geen tegenstof bekend en daarom is het dus bewaard gebleven. Het is voor een deel – het was maar een kleine hoeveelheid – in de vrije lucht gekomen en schijnbaar zijn daardoor onmiddellijk een aantal mensen besmet. En dat kan alleen in een zeer korte tijd zijn gebeurd, omdat het virus, wanneer het eenmaal zich dus weer ontwikkeld heeft, uit zijn stasis-toestand ontwaakt is, niet in staat is zichzelf in stand te houden buiten een lichamelijke omgeving.

We kunnen dus zeggen dat in feite een ongeval plus menselijk ingrijpen het aidsvirus hebben veroorzaakt. Het aidsvirus is daarom zo gevaarlijk: het bezit een aantal, zeg maar, uitsteekseltjes, poden, en deze poden helpen het om te simuleren dat het behoort bij het organisme. Hierdoor wordt het niet aangevallen en kan dus zelf voortdurend aanvallen. Er bestaan echter methoden, en op het ogenblik is men betrekkelijk ver ermee gevorderd, om aan dit virus bepaalde delen toe te voegen. Het is dus niet het doden van het virus, dat gaat niet, maar je kunt het als het ware tot inkapseling dwingen. De kans dat het daarbij verder blijft voortbestaan, is redelijk groot, ongeveer 40%, maar de mogelijkheid dat het zich verder ontwikkelt in het lichaam is nul. Deling treedt niet meer op, agressiviteit tegenover de politiemacht, zeg maar, van het lichaam, de witte bloedlichaampjes en dergelijke, is niet meer mogelijk, evenmin als celpenetratie. Voldoende?

  • Zijn er misschien nog andere geneesmethoden, chemische, homeopathie?

Er zijn geen geneesmethoden, omdat we hier te maken hebben met een virus dat, zoals ik u zeg, in zijn ontwikkelde vorm in feite een deel van het lichaam simuleert te zijn. En dat kan gelijktijdig voeren tot een afwijzing van alle schadelijke stoffen – het lichaam doet dat zelf ook – en anderzijds een verzwakken van cellen, waardoor dus andere cellen door die stoffen meer lijden dan anders redelijk verwacht zou kunnen worden. Is dit voldoende?

  • Zal het mogelijk worden, wat veel biologen hopen, de levensduur van de mens te verlengen?

Als men de mens tot een andere leefwijze kan brengen, is daar geen enkel vraagteken bij te zetten. De mogelijke levensduur van de moderne mens ligt op het ogenblik op een gemiddelde van ongeveer 70 jaar. Maar wanneer we kijken naar mensen die een eenvoudiger leven hebben met een natuurlijke voeding en een natuurlijk arbeidspatroon, dat zonder overspanning te veroorzaken wel gecontinueerd kan worden tot op zeer rijpe leeftijd – er zijn enkele van die gemeenschappen bekend onder andere in Rusland – dan krijgen we te maken met mensen voor wie een gemiddelde leeftijd van 124 jaar bestaat. En als dat een gemiddelde leeftijd is, dan betekent dat dat toppen van 160 jaar haalbaar zijn. Dat is dus op dít ogenblik.

Wanneer we daarnaast nog leren om de mens díe stoffen toe te voegen, waardoor het reinigingsproces van het organisme en van de cellen vergroot wordt en in stand wordt gehouden – iets wat bij de meeste mensen toch de grootste oorzaak van veroudering is – dan zijn we inderdaad gekomen op een punt, waarbij een gemiddelde leeftijd van 200 jaar zonder meer bereikbaar lijkt. Is men dan ook nog in staat innerlijke rust te vinden en zijn innerlijke krachten te richten op de juiste instandhouding van het lichaam, dan ligt de grens waarschijnlijk eerder bij duizend. Voldoende?

  • Zal het mogelijk worden een mens met grotere weerbaarheid ten opzichte van ziektes zover te krijgen, wat wellicht nuttig is in verband met de milieuproblematiek?

Ik geloof niet dat je zonder meer, wat u noemt die weerbaarheid, kunt veroorzaken. Je kunt natuurlijk bepaalde aanwezige storingen wel enigszins verhelpen en daar kan dan dus ook die ingreep, in de genetische kwaliteiten soms bij helpen. Maar het menselijk organisme heeft één eigenaardigheid, daardoor heeft hij het ook zo lang volgehouden: de mens namelijk past zich zeer sterk aan bij de invloeden van zijn milieu.

Maar als u verder voortgaat met het vervuilen van lucht, water en aarde, dan zou het wel eens kunnen zijn dat als één van uw verre voorvaderen door een, hypothetische natuurlijk, tijdreis in uw periode terecht zou komen, hij zou stikken, omdat de voor hem noodzakelijke verontreinigingen – koolmonoxide etc., zuren, niet meer aanwezig zijn. De mens past zich dus aan.

En wanneer we kijken naar de aarde, de tijd dat de eerste mens leefde, dan zien we dat we te maken hadden a) met veel meer uitstoting van wat men edelgassen noemt, zodat ze in de adembare atmosfeer aanwezig waren i.p.v. zoals op het ogenblik hoofdzakelijk in de stratosfeer. We hebben daarnaast te maken met een veel grotere hoeveelheid koolstof, koolmonoxide en dergelijke die dus in de atmosfeer waren. En we hadden te maken met een veel groter ozongehalte, dat wil dus zeggen, verrijkte zuurstof in plaats van de zuurstof die normaal is op het ogenblik.

En u hebt zich aangepast aan het leven in een wereld, waarin de samenstelling van de atmosfeer aanmerkelijk veranderd is, waarin dus de verrijkte zuurstof in verhouding weinig voorkomt. En u bent zelfs op het ogenblik zover dat wanneer u alleen ozon zou inademen, u uw gezondheid aanmerkelijk zou schaden. Een aanpassing dus.  En dat is alleen op het punt van ademhaling en indirect van stofwisseling.

We kunnen dat ook nagaan ten aanzien van voedingsgewoonten, precies hetzelfde. Voedingspatronen zijn zeer sterk veranderd. Leef-, bewegingspatronen zijn sterk veranderd. Maar de mensheid heeft zich aangepast. En u wordt dan misschien niet zo oud als Methusalem, maar zegent u dat feit, want als dát bij iedereen gebeurt, dan zou niemand voor zijn achthonderdste jaar voor ouderdomsrente in aanmerking komen.

  • U had het over die aanpassing. Op het ogenblik zijn er steeds berichten dat de ozonlaag vermindert, dat er dus gaten komen in die atmosfeer, en dat wij dus meer blootgesteld zullen zijn aan ultraviolet licht. Waardoor komt dat en is dat eigenlijk zo’n gevaar?

Waardoor dat komt, heeft niets te maken met ons onderwerp. Of het werkelijk zo gevaarlijk is, het is een aanmerkelijk grotere penetratie, dus verbrandingsmogelijkheden worden inderdaad groter. Anderzijds zal het lichaam daartegen via pigmentatie, vochtafscheiding en zoutafscheiding ongetwijfeld de nodige maatregelen nemen. En aanpassing binnen twee à drie generaties zelfs is dan denkbaar. Het verschijnsel zelf is overigens meer voorgekomen en is niet zo uniek als men op het ogenblik schijnt te denken. Voldoende?

  • Zal de vorm van het menselijk lichaam in de toekomst nog ingrijpende veranderingen gaan vertonen?

Ja, dat doet het de laatste tijd toch al. Is het u niet opgevallen dat de zitvlakken aanmerkelijk molliger zijn geworden? De leefgewoonte vergt meer zitten en minder spierspanning en uw derrière past zich daarbij uitstekend aan. En dergelijke varianten gaan natuurlijk steeds verder. We zien ook dat in vele beschaafde gebieden de beharing wat afneemt. Het aantal kale koppen neemt zo toe, dat men het nu zelfs als een kenmerk van potentie probeert te verkopen om het minderwaardigheidsgevoel van een gepolijst bovendeel van het hoofd iets te verminderen. Toch zijn er nog veel mensen die, om meer vrouwelijk of mannelijk te zijn, grijpen naar de toupet of de pruik. Het is dus doodgewoon zo, wanneer u verder gaat, wordt die beharing steeds minder, omdat de beschutting die tot de haargroei aanleiding is geweest, eveneens steeds minder wordt. Natuurlijk, er zijn regressieve typen die nog over het hele lichaam sterk behaard zijn, maar tegenwoordig zie je meer roomblanke huiden dan restanten van lichamelijk oerwoud. En als je je dat realiseert, dan zeg je dus: nu, die beharing zal wel afnemen. En wanneer de mens inderdaad leert om zijn hersencapaciteit volledig te gebruiken – op het ogenblik gebruikt hij maximaal 40% tot 60% – dan zou dus een uitbreiding van de hersenmassa nodig worden. En dan zien we waarschijnlijk later ook punthoofden verschijnen. Dat is gewoon een aanpassing aan de behoefte. Voldoende?

  • Ik wou u nog vragen: die aanpassing, hoe dat bij generaties gebeurt? Als we kijken naar de generatie van nu en die van 20 jaar geleden, zijn er dan grote verschillen opgetreden: in de derde wereld ?

Ik ben zelf van een aantal generaties geleden en ik ben niet meer in staat om het zo esthetisch te beleven als voor een juist antwoord nodig is, maar ik heb toch het gevoel dat de uitvoerigheid in deze generatie aanmerkelijk groter is.

  • Kun je het niet beheersen?

U kunt het niet beheersen, nee, u kunt het weg trainen natuurlijk. Als u uw levenspatroon verandert, wordt de spierwerking veranderd, maar de uitvoerigheid blijft toch wel bestaan. Alleen krijgen we dus een vastere structuur, voornamelijk van de beenspieren. En blijven dus de kussentjes die er zijn wel aanwezig. Maar zouden uw kinderen nu ook gaan trainen, dan zullen die kussentjes daar wat kleiner worden.

  • U stelde het voor bij vermenging van rassen – negatieve en de positieve hebt u behandeld: wat waren dan de negatieve aspecten?

Nou, bij een negatieve eigenschap valt de nadruk, dat is meestal wel sociaal mede bepaald, op de vormen van vindingrijkheid bijvoorbeeld of kennisabsorptie, wat dan bij andere rassen is studievermogen of aanleringsvermogen. Dat ze dus gebruikt worden, zeg maar, vanuit een sterk egoïstisch standpunt als een verdedigingswapen tégen de maatschappij. En dan is dat voor de maatschappij een negatief iets. Aan de andere kant kan men door de talenten die men heeft, vaak meer presteren dan anderen. Men kan sneller opnemen, sneller verwerken en reageren. En men kan dus aan de top komen. En dat is dan vanuit menselijk standpunt gezien positief weer. Voldoende?

  • Is de in het algemeen grotere emotionaliteit van de vrouw terug te voeren op genetische factoren? En in het algemeen, is de in het algemeen grotere intuïtie van de vrouw, geldt daar hetzelfde voor of zijn beiden meer historisch gegroeide noodzaken?

Het zijn, dacht ik, grotendeels historisch gegroeide noodzaken, waarbij echter moet worden aangetekend dat de werking van het interne klierstelsel dus bij de vrouw iets afwijkt van dat van de man. Ze verschilt niet veel, behalve in kleinigheden, maar dit dan zou inderdaad haar emotionaliteit en vooral haar perceptievermogen kunnen verklaren. Daarbij heeft de vrouw niet de noodzaak gehad, zoals de man, om met mannelijke logica en wetenschappelijkheid de wereld te benaderen, nou ja, wetenschappelijk, maar niet schappelijk. En is daardoor gekomen tot wat ik hink-stap-sprong denken noem, hetwelk de mensen dan intuïtie noemen, omdat de vrouw de tussenliggende onbewust zich voltrekkende processen niet onmiddellijk kan betrekken in een verklaring van haar eindconclusie.

Mag ik aannemen dat we alle vragen enigszins redelijk beantwoord hebben? Goed dan zal ik gaan afsluiten.

Wat je bent, ben je. Wat je bent, moet je zijn. Want als je niet bent, zoals je bent, kun je niet worden wat je innerlijk reeds bereikt hebt. De kwaliteiten van een innerlijk leven worden sterk beïnvloed door de omgeving, door de genetische opmaak en wat dies meer zij. Dat staat wel vast. Maar het blijkt dat deze innerlijke ontwikkeling en zelfs delen van een mentale ontwikkeling onttrokken kunnen worden aan die beïnvloeding en een zelfstandige verandering tot stand brengen, die zich soms zelfs materieel in het lichaam (onverstaanbaar). De vraag is: wat verkiezen wij? Een rijpe geest of een perfect lichaam? U moet zich realiseren dat vele grote namen uit het verleden verbonden zijn aan mensen die met bepaalde bezwaren te maken hadden. Alexander de Grote bijvoorbeeld was klein: hij was slechts ongeveer 1,56 meter. Napoleon was iemand die niet alleen last had van een maagkwaal, maar die bovendien een te kleine gestalte had. En als we anderen nagaan, Socrates bijvoorbeeld, had een spraakbelemmering. Waar we ook kijken, we zien dat heel vaak belemmeringen de oorzaak worden tot een voor norm genomen excessieve ontplooiing van mogelijkheden of kwaliteiten. Ik meen dat het ontwikkelen van kwaliteiten die potentieel in elke mens aanwezig zijn, veel belangrijker is dan het scheppen van een perfect lichaam of een perfect leefmilieu. En daarom wil ik nadrukkelijk aan het einde van deze lezing nogmaals herhalen: Laat de mens zijn onvolkomenheden. Laat het leven zijn natuurlijk evenwicht, zijn ontwikkeling, zijn steeds weer hernieuwd zoeken van evenwicht.

Want het is in de voortdurende verandering en de voortdurende strijd om daarin jezelf te zijn, dat de ware ontplooiing van het mens-zijn plaatsvindt. En slechts daar waar het mens-zijn zich wezenlijk kan ontplooien, is een geestelijke bewustwording mogelijk, die kan resulteren in wat u inwijding of Verlichting noemt.

Slechts degene die de eenheid heeft gevonden met de levende krachten, waarvan hij uiting en deel tegelijk is, kan zichzelf zijn in de volledige zin van het woord en daarmee zichzelf onttrekken aan de noodzaak in vele bevoertuigingen ervaringen op te doen en steeds weer iets meer een beeld van zichzelf te benaderen.

Vanuit zuiver utilitaire, maar geestelijke grond, hoop ik een beperking te zien van deze ontwikkeling van genetische technieken. Hoop ik een beperking te zien van menselijke behoefte al te manipuleren.

image_pdf