Genezing door het geloof in alle tijden

29 augustus 1958

Zoals altijd moet ik u er op wijzen, dat wij niet alwetend of onfeilbaar zijn.  Hedenavond zal ik voor u behandelen het onderwerp: Genezing door het geloof in alle tijden.   Dit i.v. zoals u daar denkt, met het optreden van de evangelist Osborn. Ik vind dat daarover zoveel geschillen zijn gerezen, dat wij beter een en ander recht kunnen zetten, dan later overstelpt te worden door een vloed van vragen erover.

Genezing is altijd een intrinsiek deel geweest van elk geloof en elke religie, tot in betrekkelijk moderne tijden toe. Wanneer er een God bestaat, die een wereld geschapen heeft, of zelfs maar een God, die een bepaald stadsdeel beschermt van een zekere stad, dan mag men van deze toch wel verwachten, dat Hij zich niet alleen het geestelijk wel en wee, maar ook de stoffelijke belangen van zijn volgelingen aantrekt. Hoe zeer de mens ook moge streven naar het esoterische en naar het abstracte, hij zal ook altijd teruggrijpen naar een stoffelijke hulp. Dit is voor hem zijn werkelijke overtuiging en dat is voor hem het belangrijke. Dat daardoor de priesterkasten vreemde praktijken hebben uitgeoefend, is begrijpelijk. Voorbeeld: er bestond ongeveer 10.000 jaar geleden een cultus, waarbij een “God van het Leven” werd aanroepen. Deze was echter tevens een doodsgod. Wanneer nu een patiënt niet te genezen was, – dat kon een priester die erbij gehaald was, wel constateren na enige tijd – gaf men hem een gift, deed hem zacht en vredig inslapen en gaf de priester de gewenste verklaring, dat hij dus in was gegaan in het rijk van de God die hem in zijn dienst had genomen. Dat was beter dan falen toe te geven. Een kwaal die lang duurde, bestond in die religie niet. Misschien prettiger voor u, dat u met een hardnekkige verkoudheid zulke risico’s niet loopt.

Er zijn natuurlijk ook zeer veel ernstige genezers geweest. Denken wij alleen maar aan de academici van Egypte. Priesters, die, zelfs volgens de hedendaagse wetenschap, fantastisch grote prestaties hebben geleverd. Zij wisten zelfs over te gaan tot schedelboring, trepanatie, terwijl zij ook een redelijke kennis hadden van de bloedsomloop. Voorbeeld: de acupunctuur, de priktherapie, die gebruikt werd o.m. in China, werd oorspronkelijk door monniken en tempeldienaren ontwikkeld. Later eerst werd zij gemeengoed van de geneesheren. Altijd weer heeft de mens uitgegrepen naar Goddelijke bemiddeling. Hij heeft beelden opgericht om daardoor genezing te vinden. Zelfs Mozes, die toch een ingewijde was, richtte, toen zijn volk door een plaag werd geteisterd – een soort pest – een koperen slang op in de woestijn, opdat door dat beeld genezing zou worden gegeven. Te spreken alleen over de wetenschap, die de priesters zich vergaard hadden, is dus klaarblijkelijk – van zuiver stoffelijk standpunt uit – niet juist. Geloofsgenezingen zijn voorgekomen in verschillende tempels. Mozes zelf brengt genezingen tot stand, zoals genoemd, door het oprichten van tekenen, soms ook door aanrakingen. Jezus Zelf geneest de zieken eenvoudig door handoplegging, of door voor hen te bidden, of slechts een ogenblik aan hen te denken en het feit van hun genezing uit te spreken. Zelfs de Gautama Boeddha, die als een onberoerde door het leven ging, heeft – en dit is vastgelegd – verschillende mensen genezen. Hij zei dan, dat hun eigen denken hen genas. Maar ook hier kwamen zekere invloeden bij te pas. Mohammed heeft meerdere malen mensen genezen.

Zo kan ik verder gaan. Alle profeten en vele van hun volgelingen blijken, naast verkondigers van hun leer, ook genezers te zijn. Zij blijken niet alleen hun aandacht op het geestelijke te richten, maar ook degelijk de stofmens te helpen om in zijn stoffelijke gezondheid en stoffelijke belangen vooruit te komen. De reden? Heel eenvoudig. Een God, Die alleen de ziel liefheeft, alleen Zich bekommert om de geest en de mens stoffelijk laat verderven, is geen rechtvaardige God. De verklaring, dat God ons het lijden geeft tot straf voor onze zonden, is ongetwijfeld aardig gevonden. Maar het is dan toch wel vreemd, dat de beste mensen heel vaak mensen zijn, die op een of andere wijze lichamelijk lijden ondergaan. Zij lijden voort, ondanks het feit, dat zij goed zijn. Het te gooien op karma lijkt mij al even vreemd. Wanneer wij al in een vorig leven verdiend hebben een zekere kwaal te ondergaan, dan zou het al heel erg onrechtvaardig zijn, deze stoffelijk uit te drukken, nadat het bewustzijn is gekomen dat die kwaal overbodig maakt. Een God, Die Zich alleen om het geestelijke bekommert, Die de gesel van het lijden gebruikt om de mens te dwingen tot Hem te komen, is geen God van liefde, is geen rechtvaardige God, maar een tiran. U zult begrijpen, dat een dergelijke tirannie op de duur onaanvaardbaar wordt.

De priester die genezen wil, grijpt in de eerste plaats naar natuurlijke middelen. Bij de Druzen vinden wij bv. een reeks kruiddeskundigen die over verschillende geheimen beschikten, die de moderne farmaceutica nog niet bekend heeft gemaakt. Wij zien, dat de priesters van de oude Germanen knappe kruidkundigen zijn, werkend met kruiden, maar ook met orakels en op deze wijze genezingen tot stand brengen. Bij de Kelten evenzo. Overal grijpt de priester naar het middel, dat hem ter beschikking staat. Hij hanteert met evenveel bekwaamheid vaak een scalpel, als de giftbeker. Hij weet te werken met de theologie en vaak past hij therapieën toe, die in de moderne psychosomatiek opnieuw opgang vinden. Het natuurlijke middel is een middel, dat God heeft gegeven. Zo u wilt: dat, wat deel uitmaakt van de kosmos, van de scheppende kracht.

Door alle tijden was het het recht van de priester – en niet alleen van de priester – om gebruik te maken van alle genezende kwaliteiten en mogelijkheden, die in de gekende en niet gekende gebieden van het bestaan verborgen liggen. Vaak heeft men zich daartegen verzet. Ik weet, dat bepaalde religieuze groepen zich ook nu verzetten tegen het werk van de heer Osborn die ik reeds genoemd heb. Ongetwijfeld zal ook op zijn werk, als op het werk van vele vroegere priesterkasten, iets op aan te merken zijn. Maar gaat het hier over de formaliteit, of over wat hier bereikt wordt? Genas Jezus alleen, omdat dit ritueel verantwoord was, of omdat Hij de lijdenden wilde helpen? Genazen de priesters vroeger alleen maar, omdat het behoorde tot hun godsdienst, of omdat het deel uitmaakte van een priesterlijke taak?

Daar zitten wij dan met het brandende probleem, dat door alle tijden heen, de mensheid in twee vijandige partijen heeft gescheiden. Er zijn er die zeggen, dat de genezing alleen ritueel aanvaardbaar is. “Want” zo zegt men, “indien je een geloof hebt en je dient God volgens dat geloof in een bepaalde zin, dan is het zondig op een andere wijze te handelen.” Zij vergeten erbij, dat die stelling dwaas wordt. Toch zijn er mensen geweest, die getracht hebben dat door te voeren. Ik denk hier aan een zekere medicijnman van de Huronen, die, toen de jacht faalde, zijn mensen uitdrukkelijk verbood meer dan normaal landbouwproducten te eten, met het gevolg, dat de helft van de stam verzwakt was en uiteindelijk overging tot het eten van gras, met als gevolg, dat een groot gedeelte overleed. Hij meende, dat de geesten van de jacht verontwaardigd zouden zijn, omdat de mensen slechts vruchten aten. Volgens gebruiken en riten had hij ongetwijfeld gelijk. Menselijk gezien was hij hierdoor de oorzaak van de ondergang van een belangrijke deelstam van de Huronen. Dat ziet men dan vaak over het hoofd.  Wanneer u voor de keuze staat ritueel te verdrinken, of niet-ritueel op het land, het droge, weer terecht te komen, wat is dan uw keuze? Mij dunkt, dat u het rituele verzaken zult. Toch klampen velen zich aan het ritueel vast, zover het anderen aangaat. Een vreemd verschijnsel. Maar niet zo vreemd meer, wanneer wij ons realiseren, dat praktisch door alle tijden heen de rituele vorming van het geloof macht gaf. Macht, gezag, aanzien. In Egypte werd Aph-partah uitgeworpen uit de priesterkaste van Amon, omdat hij het had gewaagd om te genezen zonder een medepriester voor bezwering te roepen. Zijn verweer, dat zijn patiënt anders ongetwijfeld gestorven zou zijn, werd niet aanvaard, want het gezag en het inkomen van de tempel waren afhankelijk van juist deze rituele plechtigheden. Deze man is gestorven en werd als straf zelfs niet gemummificeerd, zodat zijn geest niet zou kunnen binnengaan in het land der gelukzaligen. Vreemd, nietwaar? Is het wel zo vreemd? Is het niet de na-ijver van het alleen gelijk hebben, van het voor zich een bepaald monopolie opeisen, die hier op de voorgrond komt? Wat deden de apostelen, toen zij ontdekten, dat er nog andere genezers in de buurt waren? Zij liepen naar hun Meester toe: “Heer, hoor toch, zij genezen in Uw Naam”, en zij wilden zeggen: “en zij hebben niet, zoals wij, eerst bij U gediend.”

Het blijkt dat in de moderne, zowel als in de oude tijden, hetzelfde gebeurt. Het is ongetwijfeld de vraag, of die genezingen, vroeger zowel als heden, werkelijk wonderdadige genezingen zijn. Wij kennen allen de kracht van de suggestie. Men kan een mens suggereren, dat hij ziek is, maar men kan ook heel vaak een zieke zich aangenaam laten voelen door hem te suggereren, dat het hem beter gaat, of zelfs, dat hij gezond is. Het is ongetwijfeld waar, maar hebben wij het recht dergelijk middel ongebruikt te laten? Ik meen, mij hierbij scharende aan de zijde van alle ingewijden, die ook deze middelen gebruikt hebben, tot Jezus toe, dat wij het recht niet hebben een enkel middel ongebruikt te laten, dat onze medemensen kan brengen tot groter geluk, grotere gezondheid en grotere vrede.

Dan is er de kwestie van persoonlijk magnetisme. Een magnetiseur kan een mens genezen, maar het is kwakzalverij, nietwaar vrienden? Waarom is het kwakzalverij? Omdat er geen diploma voor bestaat? Of omdat er misbruik van wordt gemaakt? Mij dunkt, dat dit in andere methoden van genezing evenzeer gebeurt. Denkt u aan de tandartsenschandalen. Laten wij dan nog blij zijn, dat degenen, die op de kerkhoven liggen, niet kunnen spreken. Die zouden en in verleden en in heden ook vreemde dingen kunnen vertellen. Maar omdat er enkele slecht zijn, hoeft het middel niet slecht te zijn. Wij weten dat er mensen zijn, die ondergaan aan penicilline. Toch wordt dit middel regelmatig gebruikt. Waarom? Omdat het voor de menigte goed en bruikbaar is. Omdat het genezing kan brengen. Men gebruikt vergiften. Wanneer u te veel arsenicum inneemt, dan gaat u dood. Maar een kleine dosis kan u helpen een crisis te overwinnen. Zou men u, omdat men aan arsenicum kan sterven, het als geneesmiddel moeten weigeren? Dat is dwaasheid. Het is de taak en plicht van een ieder, die met God tracht te werken, om te genezen.

Ik weet, dat vooral in de Oudheid veel bedrog is gepleegd. Om nu eens te noemen para-suggestieve handelingen. Men had soms de gewoonte een kleine slang, of een zwarte aal, door goochelarij, schijnbaar uit de mond of neus van de patiënt te laten komen. Men wierp deze in het vuur en zei, dat daarmee de boze geest verbrand was. Het vreemde was, dat deze goochelarij soms zó overtuigend was, dat de patiënt, die had moeten sterven volgens elke regel, bleef leven. Men heeft mensen genezen door ze gemalen kleitabletten in te geven, waarop – van te voren – een heilige naam was gegrift. Zelfs heden ten dage vinden wij in het Oosten nog wondergenezers, die u bv. een spreuk uit de Koran mooi neerpenselen op een stukje perkament, het u meerdere malen doen wassen en dan dat water doen drinken. U geneest ervan.

Of dat nu suggestie is of niet, het werkt. Dat is belangrijk. Wij weten, dat er soms heiligen zijn, zelfs in het Westen zijn zij verschillende keren gezien – ook in het Oosten komen zij wel voor – mensen, die door hun eigen wijze van leven een vitaliteit en kracht bezitten, die het hen mogelijk maakt met een enkele aanraking, door een oplegging van hun wil alleen, genezingen tot stand te brengen. Voorbeeld: een kind wordt kort na een goochelvoorstelling gebeten door een slang, in Brits-Indië. Het gif van de slang heeft een werking van vier minuten, zodat normalerwijze het kind zou moeten sterven. De goochelaar, die reeds op het punt stond te vertrekken, keerde terug, keek het kind scherp in de ogen en verzonk in een trance. Het kind stierf niet, maar bleef in een sluimertoestand van ongeveer drie kwartier en toen kwamen enkele water heldere druppels door de punctuur in de huid, waar de slang dus had gebeten, naar buiten. Het kind was nog een dag duizelig en daarna volkomen genezen. Het geval is vast gelegd in de annalen van de Society for Psychical Research. Voorbeeld: de heilige Franciscus van Assisi, een heilige van de katholieke kerk, beweegt zich op de weg naar Modena, wanneer een oud moedertje, geplaagd door reumatiek, hem tegemoet komt. Zij vraagt de monnik haar te helpen, maar Franciscus is wat verzwakt. Zijn ziekte, die zo dadelijk zijn dood zal betekenen, begint zich aan te kondigen. Ook vertoont hij reeds de stigmata. Het gevolg is, dat hij haar zegt: “Het is beter, dat gijzelf draagt, en gij kunt dragen”. Hij beroert haar, en de vrouw, door de heilige een ogenblik aangeraakt, loopt dansende met een last hout weg. Het is een verhaal, wat door de kerk als een legende wordt aangemerkt, ofschoon het geval bij de heiligverklaring ook beschouwd is. Het geval op zichzelf is vastgelegd.

Een vreemde genezer in Duitsland loopt rond tussen een massa van mensen, waaronder velen, die door de oorlog geleden hebben. Hij ziet een mens die aan de linkerzijde geheel verlamd is. Hij zegt tot hem: “Ik kan u helpen”, raakt hem een ogenblik aan, waarop deze, zijn leunstoel verlatend, wegloopt. Op dat ogenblik bleek de man in staat zijn ledematen normaal te gebruiken. Zijn dat wonderen? Neen. Is dit religieus? Zeker niet altijd. De laatstgenoemde genezer was zeker niet een religieus mens in de algemeen erkende zin van het woord. Toch gebeuren die wonderen, omdat er krachten bestaan en bestaan hebben door alle tijden heen, die ons helpen.

De geheimzinnige vitaliteit, die de geconcentreerde mens kan onttrekken aan het heelal, de kracht van de wil van de mens, die zijn gehele eigen vitaliteit kan gebruiken om in het lichaam van anderen bepaalde veranderingen tot stand te brengen. Let wel: deze dingen komen niet altijd voor. Zij zijn aan een persoonlijke conditie gebonden en kunnen dus niet worden genoemd als wetenschappelijk vaststelbare feiten. Hoogstens zijn de gevolgen vaststelbaar, maar nooit de werkingen zelf.

Ik stel nu aan het einde van mijn betoog dit: Door alle tijden heen heeft de mens genezing en hulp gezocht bij zijn God op het ogenblik, dat de mensheid hem faalde. Dit is het recht van de mens die gelooft. Te alle tijden zijn er mensen geweest, die binnen de kerken – en soms ook daarbuiten – de mensheid deze wonderdadige genezingen gegeven hebben. Zij hebben hierbij gebruik gemaakt van suggestie, van hypnose, van massahysterie. Zij hebben gebruik gemaakt van persoonlijk magnetisme en van natuurkrachten en kruiden. Dit was hun volste recht, zolang het hun bedoeling was een medemens te helpen. Een priester die niet alles doet, wat hij kan, volgens de bovennatuurlijke waarden van zijn geloof om zijn medemensen te genezen, heeft niet het recht zich een waar priester, of voorganger, te noemen. Zij, die met geheel hun wezen en al hun kracht, in vol vertrouwen, helpen te genezen, een ieder trachten te geven, wat zij kunnen, tot hij gezonder, beter, gelukkiger en bewuster zal zijn, horen niet thuis in het schimmenspel van de rituele godsdienst, dat met een werkelijke God niets te maken heeft.

Ofschoon wij weten, wat er in deze tijd heel vaak ook – mag ik zeggen – aan humbug en show insluipt, zowel in de gebedsgenezingen en zogenaamde genezingsgodsdiensten, bv. Christian Science, het werken van magnetiseurs en andere genezers buiten het normaal erkende, zo menen wij te mogen stellen, dat het de plicht is van een waar gelovig mens om van elk middel en elke kracht gebruik te maken om in naam van zijn God de mensheid gezondheid en geluk te geven. Een ieder die zich daartegen verzet op religieuze gronden, of op grond van beroepseer, of monopolisme, deugt niet. Hij schiet te kort in zijn taak. Schiet te kort in een besef van de werkelijke dienst die men de mensheid heeft te bewijzen als priester, als leraar, ja, zelfs als geneesheer. Die taak is niet het geloof heilig te houden boven alles. Die taak is niet een vaste formule te stellen, of een beroepsmonopolie te handhaven, maar om de lijdende mensheid bij te staan en te helpen.

Door alle tijden heeft men zich hiertegen verzet. Door alle tijden heen zijn het echter degenen, die wonderen doen, de genezers die het niet zo nauw nemen, die werkelijk de wereld hervormen. Jezus heeft ook genezen op de Sabbat tegen elk protest van het priesterdom in. Jezus heeft genezen, waar Hij volgens de patriotten niet genezen mocht. Zoals het dochtertje van de Romeinse hoofdman. Zoals Jezus zijn er anderen geweest, velen. Te veel om op te noemen. Zij dragen de fakkel van het geestelijk Licht van de mensheid, niet de formalisten. Laat ons dankbaar zijn, dat door alle tijden heen, de wonderlijke krachten van genezing nadruk hebben gegeven aan het geloof van de mens, zijn vertrouwen in een God hebben versterkt en in zijn wezen hem de mogelijkheid hebben gegeven zich meer over te geven aan de eeuwige krachten, die hij stoffelijk nog niet kan zien en erkennen, maar die zo dadelijk voor hem een geestelijke levensbehoefte zullen zijn.

  • Genezing kan op suggestie berusten. Bij Osborn zag ik een genezing van blindheid, waarbij, volgens dokters, de oogzenuwen weg waren. Niettemin kon de patiënt zien.

Ik kan niet inzien, waarom dit niet mogelijk zou zijn. Laten wij in de eerste plaats eens spreken over levenskracht en suggestie. Levenskracht is een belangrijke factor in de grote vergaderingen van een bedevaartsoord, waar de genezing geschiedt. Het is mogelijk in een menselijk lichaam de afscheidingen zodanig te veranderen, dat groeiprocessen, die stop hebben gestaan, hersteld worden. Het is mogelijk in de mens bepaalde ledematen in zeer snelle tijd te doen vervallen, of te doen groeien. Het is mogelijk datgene, wat niet weg was – een oogzenuw kan niet weg zijn, maar wel dood zijn, dus niet meer prikkel dragend – te herstellen door een eenvoudige opbouw, een hernieuwing van de cellen te bewerkstelligen. Wanneer dit met enkele kanalen gebeurt bij de eerste impuls, zodat de innerlijke verzekerdheid van het zien er is, is het mogelijk, dat er gezien wordt na tien minuten, terwijl de totale opbouw er in drie maanden zal kunnen zijn. Andere gevallen ervan zijn evenzeer te noemen. Een been met verkorting, of dat plotseling langer wordt. Niet alleen een verkorting van spieren, maar ook door geboortefout een tekort zijn van het gebeente zelf. Het skelet is niet regelmatig gegroeid. Toch is dit mogelijk. De groeicapaciteiten van de menselijke cel, de delingscapaciteiten, zijn onvoorstelbaar voor de mens. De cel is een primitief organisme, ondanks zijn specialisatie. Juist geprikkeld kan hij komen tot onvoorstelbare staaltjes van uithoudingsvermogen, staaltjes ook van herstel. Door tijdelijk aan de mens deze oerkracht terug te geven en de kracht beschikbaar te stellen uit het lichaam, voor het voltooien van een dergelijke taak nodig zijnde, kan het menselijke lichaam in zeer korte tijd zich volledig regenereren. Dit kan en via de weg van de suggestie, indien voldoende vitaliteit wordt toegevoerd, en langs verschillende andere wegen, die meestal in de magie liggen.

  • Osborn zegt: “Jezus heeft uw zonden voor u gedragen”. Ik meen dat uw Vereniging daar tegen is.

Inderdaad, maar er zijn wel meer dingen, waar wij op tegen zijn. Bv. de stelling, dat het de gemeenschap is, die de lasten van het individu moet dragen, in plaats dat het individu verantwoordelijk moet zijn voor de gemeenschap. Dat neemt niet weg, dat deze stelling als behorend tot een geloof, aanvaardbaar is voor de gelovigen. Zij moet dat zijn. Wanneer via dit geloof de mens een gelukkig leven kan krijgen en misschien zelfs genezing, dan zie ik niet in, waarom wij hen, die daarin geloven, dit moeten verwijten. Wij weten uit onze eigen ervaring, dat Jezus onze zonden niet voor ons dragen kan. Maar wij weten evenzeer, dat Hij een grote en verlichte figuur is en een Kracht die ons helpen kan door Zijn Kracht tijdelijk aan ons te geven, mits wij in staat zijn daarvan zodanig gebruik te maken, dat wij die krachten dan zelf voort brengen. Anders gezegd: genezingen, die tot stand zijn gekomen aan de hand van dergelijke uitspraken, kunnen tijdelijk zijn, maar kunnen, door het geloof en eigen leefwijze van de genezende, uiteindelijk als blijvend bevestigd worden. Nu is het heel mooi te zeggen: ”Het past niet bij onze stellingen dus is het kwaad”. Daarmede zouden wij dus precies dezelfde fout maken als zovelen op deze wereld, die beweren: “Het past niet bij mij mijn stellingen, dus alles, wat daarvan ooit komt, moet kwaad zijn”. Laat ons het goede erkennen en aannemen, dat op de duur een dergelijke genezing een zodanige verinniging van het geestelijke leven tot stand zal brengen, dat men niet zal verwachten, dat Jezus die zonden draagt, maar eerder zal trachten zelf eigen lasten en misschien die van anderen te dragen in deze wereld. Wanneer dat bereikt wordt, is dit voldoende.

  • Werkt Osborn met bundeling van magnetische krachten van de menigte, of is het de mens zelf, die het doet?

Het is misschien niet erg prettig, dat u deze vraag zo precies nu stelt, terwijl deze man hier in Nederland werkt. Ik heb zelf het onderwerp aangeroerd, ik zal die vraag beantwoorden. In zo een grote menigte is er een verlangen naar genezing en een hoop op genezing. Vanaf het eerste ogenblik wordt voortdurend gewerkt op het geloof aan die genezing. Voortdurend wordt de belofte van genezing gegeven. D.w.z., dat door een suggestief proces, dat vaak een langere tijd neemt, de mensheid voortdurend wordt opgezweept. In deze opgezweeptheid tracht men uiteindelijk het gehele bewustzijn van alle aanwezigen te verenigen. Dit gebeurt in een soort dwingende gebedsvorm. Niet alleen, dat de suggestie haar hoogtepunt bereikt, maar ook de kracht van die mensen zelf bereikt een hoogtepunt. Gelijktijdig wordt er door velen oprecht en innig gebeden. En een oprecht en innig gebed komt altijd tot het Licht. Ik geloof niet, dat er een Lichtkracht is, die een dergelijk gebed kan verwerpen. M.a.w. , wanneer ik hier niet zou spreken, dan zou ik op zo een gebed evenzeer antwoorden door al mijn krachten te geven, ofschoon ik het niet met alle stellingen eens ben, die er geponeerd zijn. Op die wijze is er een potentieel aanwezig, dat door de mens, indien hij intens gelooft, kan worden geabsorbeerd, waardoor in het lichaam bepaalde werkingen plaats kunnen vinden, terwijl bovendien bepaalde zenuwstoringen, die schijnbare lichamelijke gebreken veroorzaakten, wegvallen. Indien de mens goed leeft, kan de mens deze kracht behouden. Dat is het, wat er gebeurt.

U kunt mij niet verwijten, dat ik niet actueel ben geweest. Ik hoop, dat u zich de moeite wilt getroosten te begrijpen, dat die actualiteit even actueel was 10.000 jaar geleden. Het gaat hier niet alleen om een verschijnsel, om één evangelist, het gaat niet om één geschil in één stad. Het gaat hier om de mensheid, zijn behoefte aan geestelijke werkingen en krachten. De mens, die zozeer van zijn eigen gerechtigheid en rechtvaardigheid overtuigd is, dat hij tracht steeds dit te verwerven. Ik geloof dat de verdere lezingen u duidelijk zullen maken, hoe vele mensen, elk langs hun eigen weg, gezocht hebben naar die aanvaarding van het Goddelijke, die kracht uit het Goddelijke. Wij hopen u dit jaar ook nog duidelijk te maken, dat deze kracht een feitelijke waarde is, die langs zoveel wegen benaderd kan worden, dat zij niet eens allemaal aan te duiden of weer te geven zijn. Wanneer wij daarin kunnen slagen, dan heb ik u misschien iets dichter gebracht tot een begrip van uw eigen nabijheid tot God. Het gaat niet om uw geloof, of uw daden; het gaat om uw eigen innerlijk aanvaarden van God, uw moed een beroep op Hem te doen en de moed ook om, gelovend in een bepaalde voorstelling en wet, deze geheel te volgen. Dat is de kern, niet alleen van het geloof, maar van het geluk van stofmens en geest.

 ——————————-

Angst

Wat is angst? Angst is in de eerste plaats wel een zichzelf verloren voelen gaan. Deze angst om niet meer voort te bestaan. Deze angst om te verliezen. Kortom, een verkleinen van eigen wezen te ondergaan. Die angst heeft heel veel eigenaardige aspecten. Een bang mens reageert veel sneller dan anders. Hij heeft ook een groter uithoudingsvermogen, een grotere kracht. De angst is klaarblijkelijk, wanneer zij in de mens optreedt, een factor, die hem alle energieën van zijn lichaam doet gebruiken. Angst echter verwart het denken. Iemand, die werkelijk angst heeft, kan niet normaal denken en reageert instinctief, of volkomen onredelijk en onlogisch. Conclusie: angst schijnt een factor te zijn, die het hele zenuwstelsel aantast en juist daar, waar de werking van zenuwstrengen en zenuwstromen het sterkst en het meest intens is, de grootste verwarring veroorzaakt.

Dit brengt met zich mee, dat gedurende een periode van angst, zij het intens of minder intens, de mens er toe komt om af te gaan op de diepst gelegen impulswaarden. Voordat de mens een mens was, was de mens een beest. Hij lijkt er soms nog wel wat op, maar heet dan tegenwoordig mens. Die dierlijke impulsen en instincten van vechten, veroveren, van zichzelf handhaven ten koste van anderen, zijn er nog steeds in gelegen. Verder heeft hij o.m. de onredelijke reacties, bv. als vlucht voor vuur, angst voor felle geluiden, dus vluchten voor geluiden. De vluchtimpuls is bij de angst heel sterk, ook de redeloze moed. Wanneer geen uitweg wordt gevonden, rekent men niet meer, maar reageert zonder meer. Degenen, die dat doen in de oorlog, zijn de helden en worden gedecoreerd. Degenen, die het niet lukt, zijn ook helden, maar worden begraven.

U zult begrijpen, dat angst in het leven een zeer eigenaardig verschijnsel is. Zolang die angst alleen maar fel is, geeft zij een zeker voordeel. Je bent in staat tijdelijk veel meer te presteren dan anders. Wanneer die angst een langdurige kwestie wordt, reageert het lichaam niet meer op die buitengewone kracht, die het krijgt. Integendeel: het verslapt, het put zich uit. Het gaat op de duur zo ver, dat een langdurige angst in de mens een aanvaarding veroorzaakt. Zoals men een dier, dat in een kooi opgesloten is, zover kunt krijgen dat het op de duur alles over zich heen laat gaan. Een daadloosheid. Daadloosheid kan soms wel eens even prettig zijn, dolce far niente, maar aan de andere kant betekent het ook, dat je zelfs het noodzakelijke niet meer doet. Daar schuilt het gevaar van langdurig in de angst te leven. Wij gaan ons denken dan proberen zo te gebruiken, dat het onze houding van nietsdoen en “nu ja, het helpt toch niet” en “oh, wat ben ik er slecht aan toe” verklaart. Een mens die door angst bewogen, bepaalde handelingen niet wil stellen, niet naar een bepaalde plaats wil gaan, ontwikkelt de verklaring zo om er niet heen te gaan, van ziek te zijn en hij wordt dan ziek, zolang als de dreiging, dat hij zal moeten gaan, bestaat.

Angst in de stofmens is iets heel vervelends. Zoals de stofmens de werkelijkheid niet aanvaardt, zo doet de geest, die angst heeft, het ook niet. De geest die angst heeft, reageert niet meer op de werkelijke toestand, maar alleen op haar eigen denkbeelden, kan daardoor nooit een juiste reactie vertonen en zal te allen tijde lijden, zonder, zoals de mens de vluchtmogelijkheid te vinden in een ziekteverschijnsel. Het enige ziekteverschijnsel dat de geest kan vinden voor haar angst, is duisternis, afgeslotenheid. Het diepst van de hel is geboren uit de angst van de mens voor de waarheid van zijn eigen leven en wezen. Wanneer wij ergens angst voor hebben, dan halen wij het naar ons toe, zeggen de mensen. Dat is waar. Wanneer wij iets vrezen, denken wij er zo intens aan, dat elk kleinste symbool, dat ons er aan herinnert, de dreiging voor ons tot werkelijkheid maakt. Wij zullen dit dan in onszelf realiseren, ook wanneer het niet noodzakelijk is. Wanneer u bang bent om verkouden te worden, loopt u hele dag met hoestpastilles en dikke jassen, dan zal het eerste zuchtje tocht u verkouden maken. Een ander, die zich veel minder er om bekommert, zal over het algemeen gunstiger eraf komen. Waarom? U hebt door uw ziekelijke angst hiervoor, uw eigen vatbaarheid mentaal vergroot, met alle lichamelijke gevolgen van dien. Als u bang bent voor kanker, dan hoeft er maar een klein stukje in uw lichaam te zijn, dat niet helemaal gezond is en uzelf zult het tot een verwilderende woekering van kanker dwingen, alleen door uw angst.

Bent u bang voor spoken? Er zijn mensen die door duistere gestalten en geesten worden gekweld, soms bepaalde delen van hun eigen verbeelding, soms werkelijkheden. Maar de mens, die voor deze bang is, trekt alles, wat duister en somber is, naar zich toe, geeft aan alles een verklaring, die duister, somber en sinister is en krijgt een leven dat een voortdurend achtervolgd-zijn is, tot hij uiteindelijk in de waanzin vlucht, waarin de schrikgestalten een andere en vrijere vorm aannemen en het hem onmogelijk is nog als mens tussen de mensen te leven.

Is angst noodzakelijk? Ik geloof het niet. Juist de mens, met zijn redelijke vermogens, kan zich realiseren dat elke angst overbodig is. Angst hebben is iets anders dan redelijk een gevaar vaststellen. Wanneer ik weet dat ik niet uit een rijdende auto moet springen, wanneer hij 100 km per uur rijdt, dan is dat gezond verstand en geen angst. Maar wanneer ik om deze reden zo bang word, dat ik niet uit durf stappen, terwijl hij stilstaat, dan is dat ziekelijk. Er is altijd een redelijk criterium te vinden, dat zich bezig houdt met ons eigen leven en onze eigen mogelijkheden, volgens de redelijke gegevens waarover wij beschikken. Doen wij dat, dan kennen wij lichamelijk geen angst. Wij weten, dat er een atoombom kan vallen. Wij zullen alles doen om te voorkomen dat hij vallen zal. Maar wij zijn niet bang, dat er een atoombom valt, want valt hij, dan kunnen wij er niets meer aan doen. Het heeft geen zin er bang voor te zijn.

De mens, die de angst uit zijn leven bant, stoffelijk en geestelijk, dat is geestelijk en stoffelijk, een mens in bonis. Want door het uitschakelen van de angst, zal hij nooit teruggehouden worden van iets, dat hij innerlijk als goed ervaart. Door het uitschakelen van de angst, zal hij geen ziekte oplopen, die hij niet werkelijk noodzakelijkerwijze door de omstandigheden moet ondergaan. Zelfs dan zal het gebrek aan angst het hem mogelijk maken de genezende processen in zijn lichaam te versnellen Een mens die niet bang is om te sterven, gaat over in een lichte, dromerige wolk van geluk, van weerzien, van herkennen. De mens die bang is om te sterven, lijdt in die ogenblikken de smarten van de verdoemden. Een geest, die de moed heeft het leven te aanvaarden, wat zij vinden zal in het hiernamaals, gaat vrijelijk uit, ziet de lichtende gestalten. Zij zal misschien nog veel moeten leren en veel aan zichzelf moeten werken. Zelfs de beste mens die op aarde als een heilige geleefd heeft, doch bang is voor het hiernamaals, vlucht weg voor zichzelf. Die vlucht weg, steeds dieper de duisternis in, tot hij misschien, eindelijk dodelijk vermoeid, vergeet bang te zijn en dan eerst beseft, dat hij altijd in het Licht heeft geleefd, zonder demonen en zonder schrikgestalten. De angst is een vervelend verschijnsel. Het is moeilijk te overwinnen, maar je kunt ze overwinnen, wanneer je beseft, dat er nooit een einde aan het leven is en als je beseft, dat je aan datgene, wat plaats heeft, nooit meer iets kunt doen, wanneer je beseft, dat angst geen zin heeft, alleen redelijk reageren, volgens je beste weten. Degene die dit doet, is gelukkig. Degene die het niet doet, zal een verwrongen leven krijgen met veel moeilijkheden, veel pijn, met veel fatale voorstellingen van bezitten en verliezen, fatale voorstellingen van dreiging in de nacht, gevaar in de dag.

Eén ding wat wij moeten leren is niet bang te zijn. Voorbeeld: wanneer ik u zeg, dat er morgen een vliegtuig verongelukt en u gaat vliegen die dag; u weet, dat u vliegen moet en u kunt het niet uitstellen, dan heeft het geen zin om bang te zijn. Er zijn zoveel vliegtuigen op de wereld. De kans is zo klein. Zelfs dan, dan hebt u in ieder geval gedaan, wat u doen moest. U kunt toch niet anders. Waarom dan bang zijn? Angst belet de mens datgene te doen, wat noodzakelijk is om zichzelf te redden. Kijk naar een zwemmer, die kramp krijgt. Wanneer hij in paniek geraakt en zijn redder komt, klampt hij zich aan hem vast. Gevolg is, dat beiden dreigen onder te gaan en te verdrinken. Een rustig zich laten drijven daarentegen zal een betrekkelijke snelle en gemakkelijke redding betekenen, die met grote zekerheid kan worden uitgevoerd. Door de vrees klampt u zich ergens aan vast, met het gevolg, dat zowel uw ideaal als uzelf ondergaat.

Laten wij dit betoogje maar afsluiten met een gezamenlijk voornemen om nooit bang te zijn. Bang zijn heeft geen zin. Nooit angst te hebben, noch om onszelf, noch om een ander, doch steeds te trachten zo redelijk en bewust mogelijk al hetgeen te doen wat noodzakelijk is het leven en voor onszelf en voor een ander zo goed mogelijk vorm te geven en zo gelukkig mogelijk te maken en zo plezierig mogelijk.