Gewaarworden en introspectie

6 oktober 1992

De eerste opmerking: wij zijn niet alwetend of onfeilbaar, dat zal u bekend zijn. Het wordt op prijs gesteld wanneer u zelf nadenkt. Volg niemand na in zijn dwaasheden, bega uw eigene. In de tweede plaats: Zoals u weet, zijn onze mogelijkheden wat beperkter de laatste tijd. Bij vraagstelling kan het dus zijn dat ik een vraag terzijde moet leggen, dan wel enige tijd moet wachten voordat ik een beantwoordingsmogelijkheid heb gevonden. En dan het derde punt, dat kent u: waar gaan wij deze avond over praten?

*Zou u misschien willen spreken over gewaarworden en introspectie, dat is niet hetzelfde. 

Introspectie is een gewaarwording van de innerlijke mens, waarbij men tijdelijk de uiterlijke wereld vergeet. Waarneming is het constateren van feiten, welke men onmiddellijk verwerkt tot illusies, zodat ze passen in het wereldbeeld dat men heeft.  Een gewaarwording kan berusten op zuiver cerebrale activiteiten, dus de hersenen, de zintuigen, nemen waar. In andere gevallen voelt men aan. Ook dit is een gewaarwording. Voorbeeld: u komt binnen een huis, waar net een daverende ruzie is geweest, maar u wordt natuurlijk ontvangen: god, wat leuk, dat u aankom’. Want u kent die komedie waarschijnlijk wel. Nu voelt u gewoon een drukkende sfeer aan. U bekort uiteraard der zaak uw bezoek en toch kunt u niet zeggen hoe die gewaarwording is ontstaan.

Een mens heeft rond zich een gevoeligheidszone. Bij beschaafde mensen bedraagt die over het algemeen niet meer dan een meter aan beide zijden buiten het lichaam, aan alle zijden. Dat is ongeveer de receptiviteit van de aura. Een minder beschaafd mens heeft vaak een aanvoelingsvermogen dat verder reikt, soms zelfs tot honderden meters. Dit hangt onder meer samen met territoriumbewustzijn, een dierlijke factor, maar daarnaast ook met het opvangen van signalen, die niet tot de zintuiglijke kwaliteiten kunnen doordringen. Het geheel daarvan is ook gewaarworden.  Wanneer u zich nu naar binnen toe keert, dan wordt u niet meer geconfronteerd met een feitenachtergrond die u moet inpassen in uw wereldbeeld. Integendeel, u begint met een ik-beeld – en dat ik-beeld is gemeenlijk onjuist – en in dit ik-beeld zoekt u nu bepaalde factoren te herkennen. Let wel: u moet dus eerst weten waar u naar zoekt en wanneer u dat doet, dan ontmoet u enkele onbekenden, hiaten tussen de bekende factoren als het ware. Wanneer men zich hierop richt, wordt men zich bewust van een aantal invloeden in de mens, die we eenvoudigheidshalve zullen klasseren als onderbewustzijn.

 Verder blijkt dat u uit de omgeving signalen ontvangt en heel waarschijnlijk daarnaast ook uit het totaal van de aarde en de mensheid. Wij klasseren deze dan maar als bovenbewustzijn.  Het bovenbewustzijn blijkt een gemeenschappelijke factor te zijn, welke het geheel van de gedachtebeelden enige tijd in zich draagt en aflezing van die gedachtebeelden mogelijk maakt op het ogenblik dat uw eigen instelling sterk geconcentreerd en op één punt gericht is en dit punt in die gedachtewereld voorkomt. Het is bijvoorbeeld een verklaring voor het vaak bijna gelijktijdig ontstaan van één en dezelfde uitvinding in verschillende landen of delen van de wereld. U ontmoet dit, maar u ziet het als een deel van uzelf. U gaat in die introspectie dus proberen om aan uzelf te verklaren waar het vandaan komt.  En dan begint u aan het precies hetzelfde als de oermens. U komt tot bepaalde taboes, u hebt bepaalde totems voor uzelf opgericht, voorouderlijke krachten of misschien een god, de heilige geest en daar komt dan de hele zooi onder. In ieder geval, op deze wijze krijgt u dan een innerlijk beeld. Dat innerlijk beeld wordt weer uitgedrukt in termen en normen die bekend zijn, dus die passen in het cerebraal denken, want anders kunt u er niet bewust van worden. U moet nu eenmaal op een of andere manier de zaak vertalen.  Misschien lachen de mensen, wanneer ze horen dat vroegere heiligen, anachoreten enzovoorts de hemel zagen als een kristallen stad met een bestrating van goud, waar iedereen lammetjespap at met zilveren lepeltjes. Ik vereenvoudig het beeld natuurlijk enigszins nu. Maar voor hen was dit de grootste glorie. Zij moesten de schoonheid, het overweldigend geheel uitdrukken en deden dit dan in kristallen kathedralen, in kostbare straten en al die dingen meer. En op dezelfde manier vertelt u uw innerlijk bewustzijn ook van andere werelden en sferen in termen die voor u passen. Ik hoop dat ik niet te ver afdwaal. Als het zo is, graag één toeroep en we keren tot het onderwerp zelf terug.  Nu zijn wij bezig bijvoorbeeld met te denken aan ons werkelijk ik, het zogenaamde superego, voor mij zoiets als mighty mouse, een tekenfilmfiguur. Maar goed, men gelooft daarin. Wat is het superego anders dan het werkelijke ik?

Het werkelijke ik echter is tijdloos en kan dus in tijd niet gedefinieerd worden, het kan alleen beleefd worden. Men kan zich gewaarworden dat het werkt, maar men kan niet zeggen wat het is en hoe het werkt. En dan zegt men: ja, maar er moet een geestelijke wereld zijn. En nu komen we dichter bij de aarde, dus dichter bij degenen die nog niet zo lang zijn overgegaan en we zitten in zomerland.  Zomerland? Het lijkt wel een reisbrochure. Maar goed. Wat is zomerland? Ja, zegt de één, het is een schitterend land met dorpjes en daar zitten de mensen te zingen rond lichtende zuilen. Ja, voor die mensen is dat zo. Het is een voorstelling die bestaat, ook bij mensen die al gestorven zijn, want de meeste mensen denken dood is af, nou, het valt tegen hoor.  U krijgt nog een hele reeks andere mogelijkheden en belevingen voor dat u eindelijk de rust hebt gevonden en dat is dan zoiets als nirwana, deel zijn van een totaliteit die wel leeft, maar niet meer zelfbeslissende factor zijn, alleen het geheel ondergaande.  Goed, dan bouwt een ander zomerland op, die zegt: o nee, ik zie lotusvijvers en zo nu en dan ontspruit daar een bloem en in die bloem zien wij dan de ziel van een mens die zojuist gestorven is. Mooi beeld, lotus, wortelend in de modder, bloeiend aan het oppervlak en daarin de ziel opstijgend naar de hemel. Ik vind het een mooi beeld. En ergens heeft het nog wel zin ook. Maar dacht u nou werkelijk dat het hiernamaals een soort hortus botanicus was? Dat is toch onzin. ‘Ik heb er bloemen gezien, zó mooi, zoveel kleuren,u  kunt ze niet beschrijven’. Klopt. U hebt iets gezien wat u vertaald hebt als een tuin. En het aantal varianten daarin was zo groot, dat u ze niet benoemen kon. U hebt ze dus kleur gedoopt.

Met introspectie zijn we dus bezig om datgene wat we innerlijk gewaarworden, te vertalen in termen waarvan we ons bewust kunnen zijn. En ik geloof dat u dat altijd in de gaten moet houden. Het is o zo gemakkelijk om te zeggen: o ja, u hebt dat en dat lot, dat komt van een vroegere incarnatie. Het lijkt wel of het bestaan een vervolgroman is: elke twee generaties een aflevering. Dat is niet reëel. We moeten reëel blijven. Reïncarnatie bestaat. Zij is geen noodzaak, zij is geen verplichting, zij is een gebeuren, waartoe het ik komt, wanneer het zich geestelijk niet verder kan bewegen of ontwikkelen. U zou kunnen zeggen: het is een soort kosmische wet dat alles wat in een bepaald niveau wil integreren, eerst zelf dit niveau in zich moet dragen.  En dan kunnen we zeggen: ja, maar, wat houden we ons daar mee bezig? We houden ons bezig met licht en duister. We houden ons, wanneer we mens zijn en bewustzijn en bewustwording nastreven, bezig met tegenstellingen. Wij kunnen niet iets op zichzelf definiëren zonder dit te doen aan de hand van uitersten die bijvoorbeeld in ons waarnemingsvermogen of in ons denkvermogen bestaan. Daarbinnen komen wij tot definitie.  En realiseer u nu goed dat bewustwording dus een proces is, waarbij u steeds meer van de feiten, werkelijkheid, gelegen achter de illusoire wereld, die de mens daaraan heeft verbonden, kunt correleren. U kunt ze samenvoegen en u kunt ze gaan begrijpen als één permanente reeks van invloeden, met één aan te duiden werking in uw eigen bestaan. Dit is natuurlijk voor degenen die bewustwording nastreven een wat pijnlijke constatering.  U kunt namelijk niet bewust worden door alleen maar in steeds hogere werelden te zweven, want mensen die zweven, ach, die maken vandaag of morgen ook een noodlanding (en dan hopen we alleen maar dat er geen flats in de weg staan). Dus realiseer u dat goed. U moet niet zweven,u moet gewoon als mens in uw eigen wereld en de limieten van waarneming en dergelijke die u door u waarnemingsvermogen, door u mens-zijn worden opgelegd, die moet u accepteren. Maar u moet samenhangen leren kennen die verder grijpen dan alleen het menselijk redelijke.

De menselijke logica is een werktuig, een werktuig dat u kunt gebruiken, omdat het is toegespitst op de beperkingen van het menselijk denken en waarnemingsvermogen. Daarboven bestaan andere werelden. We kunnen niet komen met een superlogica, want die is niet te volgen. Maar we kunnen misschien een of andere taal vinden, waardoor we iets wat boven de logica van anderen uitgaat, toch op een voor hen kenbare wijze kan worden uitgedrukt. Zoals Einstein met zijn E=mc2.  Als je dat na wilt gaan rekenen, dan bent  u wel een tijdje bezig. Maar deze stelling bleek hanteerbaar, ook wanneer de afleiding daarvan voor velen nog een raadsel was. En daardoor ontstond een verandering in bepaalde wiskundige procedures. Er ontstonden zelfs totaal nieuwe vormen van wiskunde. Bewustwording is iets dergelijks. In jezelf voltrekt zich een proces, waardoor je eindelijk meer van de werkelijkheid aanvaardt dan redelijk logisch en zintuiglijk voor anderen aanvaardbaar is. Maar dan bent  u pas aan het begin. Want dan moet u dat omzetten in iets wat op uw eigen wereld van toepassing kan zijn. En pas wanneer het daar bruikbaar is, toepasbaar is, hanteerbaar is – let wel, ik zeg niet wetenschappelijk constateerbaar, omdat de wetenschap een voortdurende herhaling bij gelijke oorzaken van hetzelfde effect veronderstelt en dat is iets wat niet altijd bestaat – maar het moet op uw eigen wereld toepasselijk zijn. Dan past u dit ontdekte principe toe op uw eigen materiële leven en u  ziet dat daardoor bepaalde veranderingen ontstaan.  Die veranderingen houden ook in dat u de wereld anders gaat zien, dat u uzelf anders gaat beleven en mogelijk ook beter gaat beheersen en op deze wijze komt tot wat men dan bewustwording noemt. D.w.z. een uitbreiding van bewustzijn die echter altijd uitgaat van het punt dat op dit ogenblik door het ego als werkelijkheid wordt aanvaard. Tot zover. Hebt u vragen?

* Is het door u genoemde onderbewustzijn en bovenbewustzijn, slaat dat uitsluitend op de hersenen, het hersendenken of bedoelt u er ook astraal- of ijler geestelijke gebieden mee?

Ik bedoel daarmee over het algemeen astrale en levenskrachtgebieden mee, waarop deze zaken dus inwerken. Om u een voorbeeld te geven: Onderbewust. Een aantal belevingen, hebt u zich wel herinnert, maar ze zijn verdrongen. Dat houdt in dat u ze om een of andere reden u niet wilt herinneren, de skeletten in de kleedkast binnenin, of dat u – en dat kan ook voorkomen – eenvoudig die dingen vergeet, omdat u overspoeld wordt door nieuwe indrukken. Maar u hebt een bewustzijn, dat ook, wanneer het niet direct toegankelijk herinneringsvermogen betreft, in het geheel uw reacties mee bepaalt. Dan is die verdrongen herinnering – en die kan dan desnoods zelfs van een vorige incarnatie zijn – die kan onder omstandigheden geënt zijn in het wordende kind in de prenatale periode, ongeveer de zevende en de achtste maand. Dus dan reageert u op een wijze die eigenlijk niet normaal is op omstandigheden die voor uw redelijk bewustzijn normaal zijn en die kunt u zelf niet verklaren waarom u daar vanaf wijkt van die norm. Dat noemen we dan onderbewustzijn. Onderbewustzijn zetelt dus in de mens zelf en omvat delen van diens geestelijk bestaan. Het kunnen zelfs invloeden zijn die uit wat we zo even dan maar superego hebben genoemd – ik vind het een krankzinnige naam, maar goed -, want er is niks supers aan, het is heel normaal. Maar wat daaruit komt, kan dus ook via dat onderbewustzijn conditionerend werken op uw reacties. Dat is onderbewustzijn. Wanneer we spreken van bovenbewustzijn, dan spreken we in feite van iets wat u waarschijnlijk astraal zult noemen, ofschoon het deels ook vitaal is, m.a.w. levenskrachten betreft. En levenskrachten werken in op uw klierstelsel onder meer, dus uw emotionele gesteldheid. En daardoor is het te verklaren dat jongens die apart hele prettige mensen zijn en meiden ook natuurlijk, die zijn tegenwoordig net zo goed of zo slecht als de mannen, vroeger was het een aparte soort. (Ik weet niet, het beviel mij beter hoor, ja, maar ik ben dus ook van enige tijd terug). Maar zolang ze apart zijn, schatten van mensen. Zet ze bij elkaar, een stel rowdy’s, om niet te zeggen een stel chaoten. Zij beïnvloeden elkaar, versterken daarbij de onlustgevoelens die in allen op een of andere wijze aanwezig zijn zodanig dat een nieuwe gedragsnorm ontstaat, die blijft ontstaan zolang de groep als zodanig blijft bestaan. Dus dit is een vitaliteits overdracht en deze zal ervoor aansprakelijk zijn dat bij voetbalwedstrijden de felste strijd meestal op de tribunes wordt uitgevochten.  Maar we hebben ook andere dingen, ik heb er daarnet al één genoemd. Bijvoorbeeld de lucifer, het zwavelhoutje. Dat werd kort achter elkaar op tenminste zeven plaatsen uitgevonden. Ik heb het niet over de boekdrukkunst, want ook Gutenberg en Laurens Janszoon, die hebben er eigenlijk heel weinig mee te maken gehad. Ze zijn wel op het idee gekomen misschien, maar de chinezen waren ze wel enkele eeuwen voor. Dus daar praten we dan niet over.  Maar er zijn zoveel andere dingen. Bijvoorbeeld wist u dat de benzinemotor op tenminste drie plaatsen bijna gelijktijdig, dus binnen drie maanden werd ontdekt, omdat degene die het het beste had gedaan, het gehaald heeft. Het was een Duitser.  De dieselmotor is ontdekt op tenminste negen verschillende plaatsen, (het is gek dat oneven getallen hier zo vaak voorkomen). Er was één man, meneer Diesel, die erin slaagde zijn motor te demonstreren vóór de anderen het deden en daarmee was hij de man die het had uitgevonden. En zo zouden we verder kunnen gaan.

Hoe komt het dat al die mensen gelijktijdig op hetzelfde idee komen? We kunnen zeggen: ja, dat ligt in de tijd. Dat is een mooi doekje voor het bloeden. We kunnen zeggen: ja, er was behoefte aan die uitvinding op dat ogenblik. Als u van in de file staan houdt, was inderdaad het juiste ogenblik om de auto uit te vinden toen dat gebeurde. Maar realiseer u even. Een mens is bezig met een probleem, een ander met een soortgelijk probleem. Beiden zijn sterk erop geconcentreerd. Gedachten worden uitgedragen en blijven ongeveer als waterdamp in de atmosfeer blijft hangen, blijft dus hangen. Alleen daar gedraagt de zaak zich eerder als een onweer. Op het ogenblik namelijk dat de gedachten in deze sfeer plus de concentratie van de persoon praktisch gelijk zijn en bij de één een tekort aan kennis is en bij een ander teveel aan ideeën, dan slaat het door en dan krijgt men plotseling een nieuwe visie. En als men met die visie dan weet te werken, dan gebeurt dat meer en meer.  U ziet, het is eigenlijk betrekkelijk eenvoudig. Dat noemen we bovenbewustzijn. In het bovenbewustzijn van de mens bestaan allerhande dingen, die in de vorm waarin de mens ze zich voorstelt, eigenlijk niet bestaan.

 Bijvoorbeeld God. God is een kracht, is geen mensachtige figuur. God is een bewust wezen, ja, maar niet een wezen dat als een mens denkt en oordeelt en bestaat. Maar wat heeft de mens gedaan? Hij voelt die kracht aan, hij heeft er een beeld van gebouwd. Dat beeld domineert. En of we nu te maken krijgen met iemand die het heeft over God of over Allah of over de Heer of over wat anders, het beeld van de God die invloed heeft, is en blijft dezelfde. En die invloed wordt dan met het onbeheersbare en het onverklaarbare verbonden. Dat is dus zuiver menselijk. Illusie, maar een mens moet het zo doen, want anders dan kan hij geen verklaring geven. En hij wil alles verklaren.  Een mens is altijd iemand die probeert de koe door een gehaktmolen te draaien om te kijken wat hij eigenlijk is. En dan is hij heel verbaasd dat hij de koe niet meer terug kan vinden. U excuseert mij, het is geen kritiek op de aanwezigen of zelfs maar op de mensheid. Ik heb wel veel kritiek op de mensheid hoor, maar ach, we hadden in onze tijd onze eigen stommiteiten en waarom zouden we u de uwe niet gunnen, nietwaar.  Dus realiseer u even goed. Het bovenbewustzijn omvat dus een hele hoop denkbeelden. Die denkbeelden zijn niet gedurende lange tijd actief. Hun aanwezigheid in voldoende krachtige mate bedraagt meestal niet meer dan vijftig of zestig jaar. Daarboven hebben we nog iets anders.  Daarboven treffen we een soort wereldje aan of sfeertje of hoe wil t u het noemen, waarin dus alle herinneringen een plaats hebben gevonden. Wanneer er een denken is geweest, onverschillig of dit geestelijk was of stoffelijk, is het in die sfeer terug te vinden. Wat later enigszins verkeerdelijk Akasha-Kroniek is genoemd, omdat men daarin meent dat men alles terug kan vinden, het leven, en zelfs het lot voor de toekomst. Dit laatste is maar beperkt mogelijk. De toekomst is namelijk een niet gerealiseerd deel van een permanente en constante werkelijkheid.

Wanneer we nu nog even verder gaan, dan komen we tot de conclusie dat dit bovenbewustzijn dus zeer vele factoren omvat, waarvan sommige eerder van geestelijke aard zijn, andere van meer astrale aard.  Levensenergie treffen we op dit niveau praktisch niet aan, wel wordt de vloed van levensenergie op lagere niveaus van bewustzijn hierdoor mede bepaald. En dan hebben we daar dus de uitleg van wat ik met die termen bedoel en wat hun feitelijke werking en status is, zover als u dus de dingen uit elkaar kunt rafelen. Dan nogmaals, als we veel te ver gaan, dan zijn we net als die man die de koe door de gehaktmolen draait om te weten wat een koe was. Begrijpt u wat ik bedoel? Voldoende? Geen commentaar? Iemand nog andere vragen?

*Wat is dat eigenlijk, je hoorde in de Tweede Wereldoorlog dat mensen bijvoorbeeld in Londen tegen die enorme bombardementen op gingen mediteren of zich concentreerden op vrede en dat dat toch ook een effect had, zoals de gedachtekracht of concentratie ook een effect had.

 Ja, onder andere het ingrijpen van de White Witches in de Battle of Britain. Ja, dat is inderdaad waar. Nu moet u zich het volgende eens voorstellen: wanneer ik intens iets denk, ook wanneer het voor anderen geen feit is, en dit zie als een geheel van een totaalkracht, onverschillig hoe ik die benoem, dan schep ik een afwijkende illusie, dat zult u met mij eens zijn. Maar die illusie die kan zich verbreiden. Al datgene wat niet past in die illusie, wordt onzeker. Door deze onzekerheid wordt het vatbaar voor degenen die wel positief in de illusie leven. Kunt u het volgen? Het is dus eigenlijk doodeenvoudig.  Gedachten zijn krachten: wanneer u denkt dat u ziek bent en uw lichaam weet het nog niet, dan denkt u zolang dat uw lichaam er uiteindelijk aan gaat geloven. De malade imaginaire is niet alleen maar iets van Molière. Het is één van de dingen die in de maatschappij voortdurend voorkomen, omdat mensen in een pseudo-ziektebeeld vluchten voor een werkelijkheid die ze op één of andere manier proberen te ontwijken. En dan kunt  u een dergelijke ziekte niet werkelijk genezen. Omdat, wanneer deze ziekte met zijn symptomen genezen wordt, er prompt een andere opduikt, die plaatsvervangend een rationalisatie vormt voor de verwerping van bepaalde feiten in de wereld.  Dus wanneer we ons dat goed voor ogen stellen, dan zien we dat een mens met gedachtekracht heel veel kan doen. Als hij positief denkt, dan kan bijvoorbeeld een operatie veel voorspoediger verlopen, de genezingstijd kan gehalveerd worden en als hij pessimistisch denkt, dan kan zowel de operatie zelf meer nadelige gevolgen tonen, als de recuperatietijd daarna dus wordt uitgestrekt vaak tot het vier-, vijfvoudige. En dat is alleen gedachtekracht in de mens over de mens zelf.

Als nu tien mensen hetzelfde denken, dan scheppen ze een kracht die gericht kan worden op iets of iemand anders. Zolang de persoon past in het beeld dat men uitzendt, zal deze de invloed daarvan ondergaan. Wanneer veertig of vijftig mensen dat doen, dan neemt de kracht aanmerkelijk toe. Wanneer duizend mensen het doen, dan is die kracht voor zeer velen al onweerstaanbaar geworden.  Maar het is altijd nodig dat er een doel is. U kunt dus niet zeggen: wij gaan mediteren voor de vrede. Wat is vrede? Wie weet wat vrede is? Sommige mensen denken dat ze nu in vrede leven, omdat er een economische oorlog is losgebroken, die een oorlog met de wapenen tijdelijk verbiedt, behalve in beperkte gebieden. Wat is vrede? Vrede is een toestand van evenwicht en rust. Hoe kunt  u enige vooruitgang hebben, enige evolutie of zelfs maar revolutie, wanneer alles zo rustig is? Dus vrede bestaat eigenlijk niet. Als wij dus mediteren over de vrede, dan hebben we het over een toestand die we in onszelf zouden willen bereiken en misschien bereiken we dat, tijdelijk, maar we kunnen het nooit voor de wereld doen. Maar wanneer wij denken: ja, die en die mensen, die handelen verkeerd, want er is vrede mogelijk, wanneer ze de wapens neerleggen, dan kunt  u wel bereiken dat ze daarover gaan denken. Het wil niet zeggen dat ze het onmiddellijk doen, maar het denkbeeld wordt in hen vastgelegd en beïnvloedt hun verdere handelingen. Begrijpt u?

Dus gedachten zijn krachten.  Wanneer u een bloem hebt, een plant met een bloem, en u staat er bij, en u denkt: o, wat mooi, u omarmt a.h.w. die schoonheid in gedachten, dan voelt de plant plotseling meer levenskracht, de sapdrift neemt iets toe, de omzetting in de bladeren neemt iets toe en de bloem blijft wat langer mooi. Gedachtekracht.  Het bestaat dus inderdaad. Maar we moeten ons niet voorhouden, dat mediteren, alleen maar over een abstract iets, wat uithaalt. Abstracte dingen namelijk zijn de vloek van de mensheid. Abstracties, nou ja, laten we er een heel moderne geven: Regelgeving berust op een abstractie, namelijk het denkbeeld dat nimmer waar is, dat men door het uitspreken van een regeling of het vastleggen daarvan een verandering in de werkelijkheid tot stand brengt. Regelgeving heeft pas dan zin, wanneer regelhandhaving daarmee gepaard gaat. En dat laatste is bijna onmogelijk, want u weet, wanneer u dan een beetje dwang oplegt, is het politiek of economisch of personeelsmatig niet haalbaar.  Dus daar zou u zeggen: dat haalt eigenlijk niets uit. U kunt niet regeltjes geven, maar u kunt zeggen: dat is beter.

U kunt een ideaalbeeld uitzenden, mits u weet naar wie of naar welk deel van de wereld u het uitzendt en het in grote intensiteit en bij voortdurende herhaling doet. Dan heeft het zin.  Misschien mag ik even afwijken hier. Ik heb uw vraag trouwens zo goed mogelijk beantwoord, ik zou willen wijzen op iets wat in de astrale wereld bestaat. Ja, voor degenen die er niet in geloven, is het misschien een waan. Maar wij weten dat wanneer iemand sterk denkt aan iets, dat dit astraal vorm krijgt. De gedachte is a.h.w. een matrix, waarin deze zeer fijn materiële energie, die wij astrale wereld noemen, tijdelijk gebonden wordt. Blijft men aan dit beeld denken, dan ontstaat dit beeld als een schijnwerkelijkheid, die echter alleen bezield wordt door de denkbeelden die erin zijn gelegd. Het is een soort machine, die alleen reageert volgens de programmering, die de denkers of gelovigen daarin ingelegd hebben.  Wanneer u denkt aan vrede in het algemeen, dan is dat vaag, daar kunt u geen vorm aan geven. Wanneer u denkt aan vrede als een bepaald gebeuren, zit u er al dichter bij. Wanneer u denkt aan vrede als een zeer bepaald punt, van waaruit werkingen op de aarde ingaan, dan zit u optimaal goed, omdat u dan een punt hebt, waaruit de ingelegde energie kan stralen. En alle energie van de materie, zeer fijne materie, eigenlijk energie volgens u, maar het is fijne materie, het zijn kleine deeltjes, wanneer die dus vandaar uitgaan, dan ontbindt weliswaar dat centrum zich, maar uw eigen vorm van werking wordt aanmerkelijk versterkt, doordat die energie zich ontlaadt volgens de werking die in de schil is vastgelegd.

En dan ziet u dus, als u met gedachten een beeld opbouwt, en dat beeld is werkelijk goed, dat het er niet om gaat wie het beeld opbouwt, maar dat het opgebouwd wordt. Het ontleent zijn werking niet aan goede of slechte bedoelingen, het ontleent zijn werking aan de existentie van een verwachting plus een wil en een persoonlijke concentratie, die daarop is gericht.  En dat betekent dat daardoor wonderen en echte, niet alleen maar pseudo-wonderen kunnen gebeuren. De mensen die ze beleven, weten vaak niet dat ze zelf mede de leveranciers zijn van de energie, waardoor het mogelijk werd. En wanneer u het dus hebt over mediteren, en gedachtekracht, want daar komt het uiteindelijk op neer, dan is mediteren voor de vrede zinloos, wanneer het algemeen is en niet omschreven. Maar het kan een zeer werkzame kracht, als het, hetzij plaatselijk bepaald wordt, of op bepaalde personen wordt gericht. Voldoende?

* Mag ik wat vragen?

Natuurlijk.

* Wat u nu nou verteld hebt, doet mij denken aan de gedachtekracht van het gebed, van groepen van mensen die bidden voor andere groepen zieke mensen.  Ja.   Wat u verteld hebt, is mij dus duidelijk. Maar daarnaast denk ik: die zieke mensen hebben een karma te vervullen, die hebben die ziekte misschien niet ontvangen, omdat ze ziek werden, omdat hun lichaam niet in orde was, maar omdat ze een karma te vervullen hadden, wat ze af moesten maken. Wordt dit karma nou niet onderbroken door de gedachtekracht van die mensen? 

Nee. Karma wordt maar al te vaak gezien als een vastliggend programma voor een volgend leven. Maar wat is karma in feite? Karma is geboren worden met een reeks geconditioneerde reflexen die door het vorige leven zijn ontstaan. Het is dus geen vast programma, het is dus wel een neiging in een bepaalde richting. Wanneer je dus zelf verandert, verandert u karma. Karma is geen vaste waarde, karma is maar een programma. Zeg maar een prenatale conditionering van de stof – ik heb daar zo-even als iets over opgemerkt – en daarnaast is karma dus ook voor heel veel mensen helaas een verklaring voor hun eigen onvermogen of onwil om in te gaan tegen bepaalde omstandigheden of lasten. Maar karma is geen dwingende factor. Karma is een conditionering die overwonnen moet worden. U dus neerleggen bij  ja, het is dus het karma van de mensen dat hij ziek wordt, is dus eigenlijk verkeerd. Die mens is ziek geworden, omdat hij moet proberen het ziek-zijn, niet noodzakelijkerwijze dus alleen de lichamelijke ziekte, te overwinnen. En vrede, rust of evenwicht te vinden, waardoor zijn innerlijk, zijn psyche, met alle factoren in staat is het lichaam betere mogelijkheden tot evenwichtigheid te geven. En dan is bidden net zo goed als mediteren, want wat is bidden eigenlijk anders dan een je concentreren op het hoogste wat u zich voor kunt voorstellen om daarin u wens uit te drukken. En als u dat voldoende intens doet, dan geldt nog steeds:  Vraag en u zal gegeven worden. Dat is niet alleen maar een mooi woord uit een evangelie, dat is een letterlijke waarheid. Klopt en u zal worden opengedaan. Anders gezegd: uw actie vindt een respons in het onbekende dat wij God noemen en deze respons voert ons tot grotere evenwichtigheid en deze evenwichtigheid is sterker dan de karmische conditionering. Ik hoop dat u het mij niet kwalijk neemt dat ik het zo stel, maar ik probeer duidelijk te zijn. Is het voldoende?

* Geldt dit ook voor elke genezer, die bezig is?

Een genezer die bezig is en gelooft dat hij kan genezen en gelooft dat er een kracht is die hem helpt om te genezen – ik zal u duidelijk maken waarom dat laatste – die is vaak in staat om te genezen doordat zijn wil tot genezen het gevoel van ziekte of gestoord zijn bij de patiënt onderdrukt en daarmede een normalere werkingsmogelijkheid voor bijvoorbeeld afweerlichaampjes enz. in het lichaam mogelijk maakt. Ik heb gezegd: denkt dat hij geholpen wordt. Wij geloven in onszelf, wanneer we op aarde zijn, nou niet bepaald intens. Ja, natuurlijk geloven we dat we gelijk hebben, dat doen we allemaal, maar waarom? Omdat we bang zijn om ongelijk te hebben. En dat is in feite een negatieve en geen positieve reactie. Wanneer ik zeg: God de Heer is hier met mij; hij werkt en hij spreekt door mij, zoals hij door alles kan spreken en werken; en uit zijn kracht en naam doe ik dit of dat, dan is de kans groot dat ik nu plotseling geloof in dat, ja, kom ik weer met die rotnaam, superego, vooruit, superego. Iemand heeft die term ooit gecreëerd en ze is bekend. Dan maakt u dus in feite gebruik van u werkelijk en voortdurend deel zijn van het kosmisch geheel – op een tijdloos vlak – en verwerft daaruit de energieën, die nodig zijn om datgene te volbrengen, met het kleine deeltje dat u nu ‘ik’ noemt, als noodzakelijk erkend. Is dat voldoende?

*Het superego waar u het net over had, is dat hetzelfde als ons hoger zelf waar we contact mee krijgen? 

Ja, het hogere zelf kan meer betekenissen hebben en daarom heb ik toch maar de voorkeur gegeven aan de voor mij overigens verwerpelijke term van ‘superego’. Want als je superman en super-mouse hebt en weet ik wat nog meer, superkikker, en wat hebben ze tegenwoordig allemaal niet wat super is, superbenzine ook, die stinkt harder, dan moet u zeggen: nee, kijk, de term op zichzelf spreekt mij niet meer aan. Maar wanneer u zegt: hoger zelf, dan hebt u het over een volgend niveau van bewustzijn in uzelf. Het hogere zelf is dus niet de totaliteit, maar een voor u nog net benaderbare factor vanuit uw huidig standpunt en mogelijkheid. Wanneer ik echter zeg: superego, dan bedoel ik: het ik als deel van de totaliteit, altijd bestaande in die totaliteit en vanuit die totaliteit als een soort pode uitstulpend naar verschillende geestelijke en uiteindelijk ook soms stoffelijke voertuigen. Er is dus tussen beide termen een verschil. Maar onverschillig of u nu streeft naar dat bijzondere ego, het kosmische ego – nou heb ik een term die ik eindelijk aanvaarden kan – dat kosmische ego, of dat u streeft naar uw hoger zelf, in feite bevindt u zich op dezelfde weg. Alleen wanneer u uw hoger zelf bereikt hebt, is er een nog hoger zelf. Wanneer u uw kosmisch ik bereikt, houdt u op te existeren in elke andere en beperktere vorm. En dat is het verschil tussen de twee. Voldoende?

*Ziet u nog wel een verschil dan tussen het kosmische zelf en de totaliteit?

Het kosmische zelf is in zoverre te onderscheiden van de totaliteit als een bloedlichaampje te onderscheiden is van het lichaam dat het helpt in leven te houden. M.a.w.: het kosmisch zelf is een functie van een totaliteit die door haar tijdloosheid niet functioneert op een voor ons in stoffelijke woorden uitdrukbare vorm. En daar zitten we dan met de grote moeilijkheid: we kunnen de vergelijking gebruiken en ze hinkt natuurlijk een beetje. Ik zou ook kunnen zeggen: een cel van een weefsel. Een cel van een weefsel zal zich als cel bewust zijn van alle contracties en uitzettingen die in het geheel van een spier plaatsvinden. Zij zal zich misschien bewust kunnen worden uiteindelijk, wanneer er neuronen genoeg in de buurt zijn, van wat nu eigenlijk dat ik aan het doen is. Het zal zich nooit een voorstelling kunnen maken van de wereld waarin het ik zich beweegt. En een kosmisch ik is dus een functie, maar een ook in zichzelf begrensd functionerend deel van een totaliteit die voor die delen onoverzienbaar is. Voldoende?

*U had het zo-even over een voorstelling van God die wij ons maken, dat God geen mens is die kan denken of spreken. Maar ik heb wel eens gelezen i.v.m. de vraag: wat ging er aan de schepping vooraf? De gedachte van God, de wil van God. Hoe moet ik dat dan zien?

 Ik zal proberen om het eenvoudig te maken, want mijn tijd loopt langzaam ten einde. Er is een evenwicht. Verstoor het evenwicht en er ontstaat beweging. Nu kunt u zeggen: die beweging is onwillekeurig, maar wanneer de verplaatsing van het draaipunt tussen twee evenwichtige gewichten door de weegschaal zelf bepaald wordt, dan zouden we kunnen spreken van volitie, van wil. De beweging is dan het gevolg van de verandering. Wanneer wij zeggen: aan de schepping gaat de gedachte van God vooraf, dan nemen wij aan dat er in de totaliteit een beeld is ontstaan van een mogelijke existentie als deel van dit ego, maar nu met een tijdelijke onafhankelijkheid ten aanzien van dit ego in bepaalde functies. Wanneer God zo denkt, dan ontstaat iets, en misschien is dat de eerste Big Bang geweest. Er zijn er meer geweest.

Wanneer we ons dan verder afvragen: is het de wil van God? Ja. Maar denken houdt in: begeren. Begeren houdt in: willen, dus het was ook de wil van God. En dan kunnen we ons voorstellen dat het in fasen verloopt en dat misschien, we weten het niet zeker, die fasen geprogrammeerd zijn in het beeld dat de schepper zich heeft gemaakt toen hij de Big Bang veroorzaakte. Maar we kunnen niet zeggen: God heeft deze planeet geschapen precies zoals hij is, was, neemt u mij niet kwalijk – de mensen hebben hem nou verpest, maar goed – en hij heeft dat op een bepaalde tijd gedaan, in zeven dagen. U kunt wel zeggen: Voor ons mensen zijn zeven belangrijke tijdperken te vinden in het ontstaan van de aarde tot zij leven dragend werd, dat wel. Maar we kunnen dus niet zeggen: het is zo lang geweest of zo lang. En wanneer we dan zeggen dat God het allemaal zo gewild heeft, dan zeg ik: ja, God heeft de condities gewild, dus de mogelijkheid. Het gebeuren dat in het begin waarschijnlijk een automatisme is geweest, heeft alle mogelijkheden verder geschapen en zo is bijvoorbeeld de eerste ééncellige ontstaan. Elektrische lading in een zware solutie van zouten, want er was toen nog waterdamp in de lucht en heel weinig water op aarde, er was meer vuur, dan kunt  u zeggen: ja, heeft God dat zo gewild? In zekere zin: ja. Want het gebeurt binnen de wetmatigheid van mogelijkheden die hij in het eerste ogenblik, let wel, heeft gesteld. En aangezien het binnen zijn wezen is, beheerst hij deze mogelijkheden, maar constateert hij  ze ook? Wanneer we kijken naar dit heelal en we kijken hoeveel bewoonde planeten er zijn alleen in het melkwegstelsel, dan komen we tot een heel aardig aantal, enkele duizenden. Dat is niet veel op het aantal sterren, maar bij andere sterren is misschien de straling te hard of te zacht, is de samenstelling anders en toch zijn die planeten in hun eigen grootorde ook een soort levende wezens, met een grote afhankelijkheid van de ster waardoor zij ontstaan zijn. Let wel, ik zeg niet waaruit, want dat is niet altijd zeker.

Wanneer twee sterren binnen een bepaalde sector elkaar ontmoeten, kan daardoor bij beiden, of bij één van hen een afscheiding van massa ontstaan, welke echter niet voldoende versnelling heeft om op te gaan in de andere zon. Deze ontwikkelt dan in het voorbijgaan van beide zonnen een eigen rotatie en wordt een planeet of in sommige gevallen zelfs een hele reeks van planeten. Dus die dingen zijn er.  Heeft God dat zo gewild? Ja, we kunnen dat zeggen. Maar is het niet eerder de kosmische wetten die God heeft gesteld? Is het niet curieus dat er een soort wet van evenwicht bestaat. Wanneer er aan de ene kant wat gebeurt, zal er aan de andere kant iets gebeuren wat het compenseert. Waarom? We weten het niet. Gelijkblijvende velden. Wanneer er een veld bestaat en het verliest de energie, zal het onmiddellijk beginnen die energie aan te vullen, tenzij geen bron voor energie aanwezig is, dan valt het ineen. En zo zou u een heel aantal van die dingen kunnen noemen. Wetten die u hier op aarde zou kunnen controleren, die dus in menselijke termen kunnen worden uitgedrukt. En dan geloof ik, geloof, want ik weet ook niet alles, dan geloof ik persoonlijk dat God een denkend wezen is.

*Hoe dan? Hij denkt toch niet zoals mensen?

Nee, natuurlijk niet.

*Hoe moeten we ons daar een voorstelling van maken dan?

Denken in die omvang is voor een mens onvoorstelbaar. Dat in de eerste plaats. In de tweede plaats: hoe denkt hij? Hij is zich bewust. En bewust zijn is in onze termen een soort denken. En in dit bewustzijn kan hij zijn bewustzijn wijzigen, er is dus een volitie, er is wil en deze wijziging weerspiegelt zich dan in datgene wat hij heeft voortgebracht, en deel is van zijn wezen, vergeet dat niet. Het is niet alleen maar: God is alom vertegenwoordig, nee: God is in alle dingen, ja, God is alle dingen. En alleen het beperkte bewustzijn is niet in staat deze verbintenis met de totaliteit voor alle dingen tot het kleinste deeltje toe te beseffen.

*Mag ik nog wat vragen? Er is het spel van het licht en duister. Is dat ook een aspect van het goddelijke?

Het spel licht en duister is iets wat veronderstelt waarneming van verschillen. Licht en duister, dus straling en niet-straling, want daar komt het op neer, licht is straling omgezet in trilling, en die trilling heeft dan weer een eigen gamma, maar dat is dus iets wat vanuit een bepaald standpunt licht en duister bepaalt. Dit licht en duister wordt overgedragen op bepaalde morele factoren. Zijn ze licht of zijn ze duister? Nee, ze existeren, want ze zijn waarneembaar. Voor de mens existeren ze, ongeacht of ze buiten de mensheid om, een illusie zijn of niet. Dan gaat de mens de beoordeling licht-duister hanteren, – ja, ik moet opschieten, ik krijg een tik. Maar de mens gaat dan dus dat licht en duister in feite door een indeling van datgene wat in wezen dezelfde kracht is, voor zichzelf veroorzaken en ziet dan beiden als strijdige factoren, omdat het voor hem de enige wijze is om deze beiden af te meten aan elkaar. Maar duister en licht zijn één en hetzelfde, zolang er potentie is, zolang er kracht is. Want het is niet het werkzaam of niet werkzaam zijn van een kracht, dat bepaalt dat ze bestaan. En de kracht bestaat, dus zijn licht en duister uitingen van de kracht, waarbij de absentie onder bepaalde condities van waarneming van kenbare werking het duister veroorzaakt en het aanwezig zijn van kenbare werkingen de waarneming veroorzaakt. Voldoende?

 Ja, u moet mij niet kwalijk nemen dat ik hier ga kappen, maar ik hoop in ieder geval dat ik zo simpel en duidelijk mogelijk heb gesproken. Ik heb geprobeerd u een eerlijke visie te geven zover dit volgens mijn bewustzijn en de mogelijkheden van het medium aanwezig was. Het is dus geen absolute waarheid, maar het is in ieder geval een waarheid die veel verder gaat dan dat wat de meeste mensen voor zich als werkelijkheid erkennen. En door erover na te denken, kunt u misschien die delen waarmee u zich verwant voelt, voor uzelf tot werkelijkheid maken. En al zal dat geen uiteindelijke bereiking zijn – het was het voor mij ook niet -, wordt het in ieder geval een bewustwording. En als bewustwording kan het dan bij enige introspectie toch voeren tot een dichter komen bij de werkelijkheid, waarvan we altijd deel zullen zijn en altijd deel zijn geweest.