Geweld tegen geweld

image_pdf

14 januari 1983

U weet het allen reeds: alwetend zijn wij niet, onfeilbaar ook niet. Zelf nadenken vinden wij voor u en ons dan ook belangrijk. Wanneer men als titel verkeerdelijk opgaf: geduld tegen geweld, zo kan ik alleen maar hopen dat u het eerste met mij heeft en het tweede hier niet zult gebruiken. De oorspronkelijke titel was inderdaad: geweld tegen geweld.

In dit onderwerp worden wij geconfronteerd met een situatie die zich in toenemende mate over geheel de wereld manifesteert. Er is een bestaande macht. Deze macht kan uitgehold worden, maar dit vergt zo’n lange en intense bemoeiingen van zovelen dat het daarvoor nodige geduld gemeenlijk niet aanwezig is. Men probeert dan met geweld zijn eigen inzichten kenbaar te maken en, wanneer dit niet blijkt te helpen, met geweld zijn eigen inzichten door te zetten. Het gevolg is dat de heersende macht zich terecht aangevallen voelt en zich wil verdedigen. Tot zover zult u menen, dat het gezag in ieder geval dan terecht ingrijpt. Maar het vervelende is dat beide partijen er evenzeer van overtuigd zijn dat hetgeen zij doen juist is, dat zij terecht handelen. Elke tegenwerking door anderen beschouwen zij dan ook als een aanval op hun eigen inzichten, hun wijze van leven, denken, streven en eventueel zelfs op hun wijze om te voorzien in bepaalde behoeften. Het gevolg is dan een toenemende hardheid aan beide kanten. Waartoe dit kan voeren, hebt u reeds in vele staten kunnen zien, zoals in Zuid-Amerika. Hier waren de rebellen in het begin heus niet van plan om massamoorden te plegen. Zij vielen de bestaande macht aan en verdedigden zich tegen het leger. De mensen uit het leger echter meenden al snel: wij worden door hen vermoord, dus zullen wij voor elke man van ons die sterft, 10 van de anderen doden. Al snel werden deze zo boos dat zij alleen op verdenking mensen die nergens iets mee te maken hadden, doodden. Men trof graven aan langs de wegen, nog later werden de lichamen van slachtoffers gewoon maar ergens neergesmeten. De opstandelingen op hun beurt zagen dit niet ten onrechte als moord en hanteerden vervolgens steeds meer technieken om hun tegenstanders te doden. Hierbij ging het al snel niet in de eerste plaats meer om het verwerven van een zekere zeggenschap en het uitdragen van eigen beginselen, maar ook om wraak.

Enigszins anders ontwikkelde de situatie in Vietnam zich. De oorlog was hard, alle middelen werden gebruikt. Maar na afloop was er maar zelden verder sprake van wraakneming en het doden van ex-tegenstanders. Het verschil ligt in het feit dat in het tweede geval de gewelddadigheid in feite zuiver doelgericht bleef. Toen eenmaal het doel bereikt was, zag men het geweld in betrekkelijk korte tijd wegebben.

Wanneer je dit vergelijkt met de wijze waarop revolutionaire raden in sommige andere staten nog jaren nadat zij feitelijk reeds aan de macht waren, nog ex-tegenstanders bleven doden, niet om hetgeen zij nu deden, maar alleen om hetgeen zij vroeger geweest waren, kun je toch wel grote verschillen proeven.

Verder blijkt dat menigeen, vooral in de zgn. beschaafde landen geweld is gaan beschouwen als een vorm van vermaak. Geen wonder overigens wanneer je beseft dat de meesten een tv of filmvoorstelling niet meer waarderen wanneer daarin niet minstens enige auto’s in de prak worden gereden en daarnaast enkele bloedige moorden worden gepleegd. Geweld is ergens een soort bliksemafleider geworden. Men ging eerst uit van het denkbeeld dat geweld op het witte doek een afreageren zou betekenen voor de toeschouwers, zodat dezen dan zelf niet gewelddadig zouden worden. Maar dat pakte anders uit, zelfs toen de eerste westerns die wat minder zoetelijk waren in de bioscopen verschenen, waren er al jongens die na afloop op hun fiets sprongen alsof het een paard was en in gedachten weg galopperende, menige agent en burger een halve hartverlamming bezorgen, dit mogelijk onderstrepende door het uiten van indianenkreten.

Langzaamaan is voor velen vechten een spel geworden waarbij bloed behoort. Want zo zie je het toch steeds weer overal. En wanneer je dan iemand neerslaat, denk je daarbij niet aan de mogelijkheid dat je zo iemand doodt. Zelfs wanneer het slachtoffer dood is, hebben de geweldenaren nog het gevoel dat de persoon zo dadelijk weer op zal staan en toe zal geven dat zijn tegenpartij zich kranig heeft geweerd. U lacht nu wat. Het gaat hierbij om een soort onbewuste drang. Ik probeer u alleen duidelijk te maken hoe geweld een steeds meer door de mensen aanvaard middel is geworden en voor sommigen zelfs een soort mentaliteit die zij nodig hebben om zo hun eigen belangrijkheid te bewijzen.

In eigen land hebt u bv. conflicten gezien tussen krakers en anarchisten enerzijds en anderzijds de politie. Het is ook al eens een gevecht geweest tussen leden van een vakbond en de politie. Er was bijna een complete oorlog tussen politie en marechaussee en de havenwerkers van Amsterdam. Het slagveld rond de Dam: de oorzaak was in feite een vergissing. Er werd per ongeluk laag geschoten, één man viel dood. Daarna had men tanks nodig om de menigte uiteen te drijven.

Wat is er dan feitelijk aan de hand? Wanneer je geweld gebruikt, zweep je a.h.w. geweld op. Beheerst geweld kan nog aanvaardbaar zijn. Maar een staat is nu eenmaal een samenleving. Deze heeft haar wetten en regels: goede en soms kwade. Daarover zullen wij niet verder praten. Zolang die staat op deze wijze echter verder existeert, zal zij gehouden zijn, haar regels en wetten ook te handhaven. Kan zij dit niet op een normale wijze en door vermaan, dan grijpt zij daartoe al snel naar machtsmiddelen, dan komt de politie in het geweer en gooien de anderen, boos geworden, misschien met stenen. Het loopt uit op een gevecht waarbij hard wordt toegeslagen en mogelijk nog wel eens geschoten ook.

Denk niet dat dit verschijnsel nieuw is. Amsterdam heeft in de loop der tijd vele van dergelijke oproeren gekend, o.m. in 1976, 1900 tot 1911, 1918 of 1919. Ik zou u vele dergelijke data kunnen noemen. Zelfs de staking en heldhaftige betoging die nu door het standbeeld van de dokwerker vereeuwigd is, was in feite iets wat eveneens een kwestie werd van geweld tegen geweld.

Achteraf kun je gemeenlijk wat beter oordelen over het mogelijke gelijk bij de beide partijen. Op het ogenblik zelfs is er alleen de botsing van invloeden en strijd om macht plus de noodzaak om jezelf te handhaven, de noodzaak vaak ook om jezelf waar te naken.

Althans in principe heb ik nog niet eens zo veel tegen deze soort van gewelddadigheid. Het is niet berekend, behalve door sommigen die dan verder achteraf blijven, wanneer het werkelijk op vechten aankomt. Ik kan altijd weer meevoelen met degenen die zien wat er in de maatschappij gebeurt en het daarmee niet eens zijn. Mensen die vechten omdat zij menen dat zij zonder dit niets kunnen veranderen. Dat een dergelijke verandering iets meer in zou moeten houden dan erkenning en een verandering van belangenbehartiging, daar komt men gemeenlijk eerst veel later op. Want een werkelijke verandering zou in de eerste plaats innerlijke kwaliteiten en niet alleen uiterlijkheden moeten betreffen.

In de praktijk verdedigt de kraker vooral zijn kraakpand, de jongeren vooral hun inkomen en minimumloon. Zoals degenen die steun krijgen ervoor zullen vechten dat zij inderdaad het minimuminkomen blijven ontvangen en niet bv. 70% daarvan. Vele van deze mensen zijn bereid hiervoor de straat op te gaan en zo nodig ervoor te vechten. Dat zij daarbij zaken over het hoofd zien, is wel duidelijk. De kraker ziet bv. over het hoofd dat, zolang je een eigendomsrecht erkent, de eigenaar ook zelf het beschikkingsrecht over dit eigendom dient te hebben. Eerst wanneer men de opvattingen omtrent eigendom en eigendomsrecht verandert, kan er gepraat worden, eerder niet.

Degene die zijn subsidie, eigen inkomen etc. wil behouden, vergeet maar al te vaak dat hij hiermee een niet geheel rechtmatige eis stelt aan anderen. Er zijn nogal wat mensen die menen dat je toch het culturele patroon van dit land niet kunt verstoren door opeens geen subsidies meer te geven aan bepaalde orkesten, opera, toneelgroepen. Ik kan hen wel begrijpen. Maar aan de andere kant zouden zij zich eens af moeten vragen of het werkelijk eerlijk is wanneer iemand die alleen maar naar Herman Brood wil luisteren tegen heug en meug mee moet betalen voor de uitvoeringen van bv. het Concertgebouworkest. Want daar komen die eisen dan toch uiteindelijk wel op neer. Het betekent dat een liefhebber van Andre van Duyn betalen moet voor alle tonen van de opera, ook al besterft hij het als hij een aria van Butterfly krijgt te horen. Je moet eerlijk inzien, hoe werkelijk de verhoudingen liggen. Dit niet willen zien, betekent dat je je teweerstelt en vaak ten onrechte.

Ik geef graag toe dat er door nalatigheid, dulding of te grote royaliteit van de overheid, bepaalde gewoonten zijn ontstaan. En in de ogen van de mensen wordt een gewoonte al snel een recht.

Wanneer een Universitair Symfonisch Orkest moet worden opgedoekt, zo kan ik best begrijpen dat de musici van dit orkest uitroepen: wij zijn goed. Waarom zouden dan juist wij heen moeten gaan en een ander niet? Wij hebben eenvoudig recht op ons redelijk goede inkomen als musicus, werker en mens. En als dat dan niet kan komen uit onze concerteren, moet de staat dit ook verder maar betalen. Begrijpelijk, want zo waren zij dit gewend. Aangetekend zij hierbij, dat dergelijke mensen geen geweld zullen gaan gebruiken. Het enige wat ik mij kan voorstellen is, dat zij misschien in een vlaag van wanhoop elke minister elke nacht een serenade gaan brengen met veel koper en weinig goede tonen.

Maar neem eens andere groepen, zoals de jongeren. Die zijn eraan gewend dat je een eigen inkomen krijgt zodra je van school komt, ook wanneer je geen werk kunt vinden. Zij beschouwen dit als een recht, ofschoon dit op de keper beschouwd anders ligt. Maar het is al lang zo. Anderen hebben dit altijd gehad en waarom zouden zij dan opeens dit alles niet meer… Begrijpt u? Deze jongeren beschikken niet over middelen waarmee zij zich af kunnen reageren en hebben ook nog geen status waarop zij zich eventueel zouden kunnen beroepen. Dan is het voor hen gemakkelijker stenen te gebruiken dan argumenten, vooral omdat ook zij van tevoren kunnen beseffen dat alle argumenten die zij kunnen aanvoeren, ontzenuwd zullen worden of tenminste door tegenargumenten grotendeels waardeloos gemaakt kunnen worden. Als je echter met stenen gooit, doe je iets, wat niet mag. Doe je iets wat niet mag, dan moet de politie in het geweer komen, één agent of misschien twee rijden in dergelijke gevallen vaak liever eerst een straatje om. Maar zodra er een inzet is van zeg 20 of 30 mannen moeten die agenten wel, of zij nu willen of niet, of zij het met je eens zijn of niet. Zij moeten. Doen zij niet wat hen opgedragen wordt, dan gaat hun eigen baantje eraan. En terwijl zij daar staan, vol van goede bedoelingen en zeker niet van plan er hard op in te slaan, netjes in de rij zoals hen gecommandeerd is, vliegen er stenen. Stel dat toevallig je beste vriend met een oogwonde moet worden weggeleid, dat een paard met een gebroken been moet worden afgemaakt. Dan begint ondanks alle erkenning van mogelijk gelijk van de anderen, er iets in je te koken. Dat neem je toch niet? Al zou je met die anderen normaal mee kunnen voelen, nu ligt het anders. Er komt een charge. Je houdt je nog iets in, maar de tegenstanders verdwijnen naar alle kanten en een ogenblik later staat er weer iets in brand en vliegen er weer stenen naar je toe. Je wordt boos, gek, radeloos misschien. Kom je uiteindelijk van die inzet terug, dan praat je niet meer over mooie principes van anderen en een mogelijk gelijk van die anderen. Dan praat je alleen nog maar over wat men jou en degenen die bij jou horen heeft aangedaan. Je neemt je voor: wanneer ik een dergelijke rotzak ooit in mijn handen krijg, sla ik hem ineen. Je krijg zo iemand in je handen, niet alleen, maar met een paar mannen. En je hebt allen dit gevoel. Dan sla je mogelijk zo iemand in de opwinding van het ogenblik het ziekenhuis in. Zeker, dan spreken alle kranten van politiebrutaliteit, maar dat neem je niet. Per slot van rekening hebben zij jouw kameraden dan niet het ziekenhuis ingewerkt? Dat kun je niet nemen. Daar moet iets tegen gedaan worden. Er moet toch een korpsgeest zijn? Je bent uiteindelijk samen in één organisatie. Je staat tezamen voor het recht. Je komt niet eens in het geweer omdat je dit zelf wilt, maar omdat je gezegd wordt te komen, omdat het deel is van je werk.

Vindt u het, gezien dit alles, zo vreemd dat geweld tegenover ander geweld steeds toeneemt? O, het is gemakkelijk uit te roepen dat er zoveel minderheden in de verdrukking komen. Dat is ongetwijfeld waar.

Zou u mij bv. vragen hoe ik sta tegenover de problemen van homo’s en lesbiennes, zo kan ik alleen maar antwoorden: die mensen hebben hun eigen leven. De wijze waarop zij leven en liefhebben, is hun zaak. Zolang zij daarmee niemand lastigvallen, gaat het niemand iets aan. Degenen onder hen, die menen hun anders-zijn te duidelijk te moeten demonstreren, wijs ik erop dat vele mensen niet eens weten wat hun geaardheid in feite inhoudt, hoe zij leven. Mensen die hun optreden dan zien als een directe aantasting van hun wijze van denken, van hun eigen levensstijl. Het is niet juist, die mensen te provoceren. Aan de andere kant, een verstandig mens trekt zich er niet al te veel van aan. Een verstandig mens die een kus krijgt van een homo maakt even een Chroesjtsjov – die accolades, stevig en toch onpersoonlijk – mompelt ook “een gelukkig nieuwjaar” en gaat verder. Maar ja, als je de akker ploegt is de ene schol de andere niet, vooral wanneer er een scholletje naast staat dat ook nog nijdig wordt. Het schandaal is geboren en men spreekt weer over juist optreden of discriminatie.

Laat het even wel wezen: wanneer je voor jezelf vrijheid eist, moet je ook bereid zijn de ander de vrijheid van diens eigen levensstijl te laten. Dan moet je niet zeggen: wij zullen eens demonstratief tonen wie en wat wij wel zijn. Dan moet je gewoon denken: ik ben die ik ben en jij moogt zijn wat jij bent. Houd je aan de regels door de rechten van anderen te erkennen. Dat betekent dat je niet moogt zeggen: wij hebben niets, dus zullen wij eventjes de zoutjes van de partij in een zak steken voor onszelf. Ik begrijp niet waarom men juist deze dingen nam. Je krijgt er zoveel dorst van. Maar ik hoorde wel dat de dames ook de wijn mee hebben genomen. Ook dit is alles sterk overdreven. Ook dit is in feite een vorm van geweld en dat blijft het, al heet het ludiek en zit er wel degelijk een zekere speelsheid in. Maar men moet zich realiseren dat ook dit optreden bij velen een enorme verbittering op kan roepen.

Stel u eens voor dat iemand zich werkelijk heel erg aan die homo-kus geërgerd heeft. Denkt u niet dat die ergernis tot uiting zal komen wanneer er een geschil komt met iemand die men er desnoods alleen maar van verdenkt homo te zijn?

Meent u niet dat hierdoor menig mens gewelddadiger zal gaan reageren dan in feite zonder dit het geval zou zijn? Maar ja, de laatste tijd is het een soort systeem in uw maatschappij: polarisatie, waarbij men de uitersten van de maatschappij steeds scheper tegenover elkaar zet. Men maakt alle zaken zuiver zwart-wit. En dat is heus niet het geval.

Wanneer homo’s in elkaar worden geslagen, is het niet goed; Zomin als het goed is wanneer oude dametjes worden neergeslagen, van tassen beroofd e.d. Al die dingen deugen niet en wanneer een lesbienne wordt uitgescholden om leefwijze en levenshouding, dan acht ik dit niet alleen onfatsoenlijk, maar zelfs onmenselijk. Wie er van uit gaat: wat ik ben, is goed en dat moet men dan maar erkennen en aanvaarden, bouwt hierdoor onnodige spanningen op die kunnen resulteren in geweld. Er zal op een gegeven ogenblik meer vallen dan een oorvijg. Dan roept eenieder: dit geweld moeten wij onderdrukken. Dan komt de gewapende macht en moet erop inslaan. Onder hen nogal wat mensen die toch meer voelen voor degenen die “normaal” zijn, dan voor degenen die voor niet geheel normaal doorgaan. Resultaat: iedereen krijgt klappen, maar de buitenbeentjes toch iets meer. Verbittering alom. Men neemt het niet en maakt een bom. Er explodeert een bom. Slachtoffers. “Die zullen wij krijgen”. Iemand wordt bijna doodgeslagen. Wraak, 10 bommen. Wat wilt u nog meer. Zo verder en je komt tot massamoord.

Geweld tegen geweld is gemeenlijk mede het gevolg van onbegrip bij de strijdende partijen voor elkaar. Geweld tegen geweld vloeit vaak voort uit het niet meer willen erkennen van bestaande maatschappelijke normen en het niet meer willen of kunnen aanvaarden van een bepaalde maatschappelijke structuur. Kun je die norm veranderen? Best. Kun je die structuur wijzigen? Goed. Maar wanneer je tegen deze dingen ingaat met alleen geweld zal het antwoord uit steeds meer geweld bestaan, zoals duidelijk wordt uit vele nieuwe en oude verhalen.

Ridder Hubert rijdt uit met zijn valk. Door niet opletten, slaat zijn valk een reiger boven het gebied van ridder Siegfried. Deze laatste werd boos en protesteerde. Ruzie. De eerste schending van het luchtruim was een feit geworden. Uiteindelijk riep ridder Hubert zijn mannen bijeen en viel binnen in het gebied van ridder Siegfried. Uiteindelijk stierven beide mannen en met hen vele volgelingen voor het geloof, niet een kerk, maar het geloof van deze mensen in de onaantastbaarheid van eigen gebied en de onschendbaarheid van eigen machtswaan.

Vervang de mensen in dit verhaal eens door bv. Reagan en Andropov. Beiden kloppen zich op de borst, beiden maken soms gebaren van goede wil, maar beiden zijn er ook van overtuigd dat zij handiger en sterker moeten zijn dan de ander. Tot één van beiden iets doet en de ander het niet meer kan aanvaarden. Dreigementen over en weer. Voor je het weet staan er zoveel atoombommen tegenover elkaar opgesteld dat beiden stil de bibber ervan krijgen. Maar ja, je kunt dan toch niet, uitgaande van je eigen recht, je terugtrekken? Je kunt de ander de kans geven, keer op keer, om een stapje terug te doen. Maar zelf kun je toch geen stap terugdoen? Je zou je als staatsman onmogelijk maken, je gehele bestaan, je streven zou onaanvaardbaar of ongeloofwaardig worden. Dan drukt er per ongeluk iemand op een knop, mogelijk een jongetje dat dacht dat je met die mooie rode knop een vuurwerk kon ontsteken. Dan komt er inderdaad vuurwerk, er is geen Reagan meer, geen Andropov, geen mens meer. De enige die overblijven zijn de langzaam muterende vissen die met elkaar overleggen of het toch niet redelijk zou zijn om te enigerlei tijd aan land te gaan. En laat ons maar hopen dat zij dat niet doen, want anders begint de gehele geschiedenis opnieuw.

U lacht wat. Want wanneer ik dit alles zo vertel, lijkt het of het alles nogal speels is. Vergis u niet. Achter dit alles schuilt dodelijke ernst. Realiseer u dat alleen de wapens die nu aanwezig zijn in Oostbloklanden en landen als Frankrijk en Engeland – ook in Nederland en Duitsland liggen dergelijke wapens wel – voldoende zijn om geheel Europa voor t.e.m. 700 à 800 jaren onbewoonbaar te maken en alle leven dat daar nu is, te vernietigen. Realiseert u zich dit wel voldoende? Realiseert u zich dat de lange afstandsraketten die op dit ogenblik reeds zijn opgesteld en gericht staan, een groot deel van de Amerikaanse oostkust en zelfs tot Chicago toe zowel als bijna het geheel van Europees Rusland in een radioactieve woestenij kunnen veranderen. Let wel: het gaat hier niet om zaken die men op wil stellen, maar om die dingen die er nu al staan. Wat moet je met een dergelijke waanzin doen?

Menigeen schudt nu het hoofd. Men denkt wat men daar nu tegenover zou kunnen stellen. U kunt het proberen. Maar het is heel erg om ambtelijke apparaten, commerciële processen en dan bovendien nog politici die denken staatsman te zijn, in beweging te krijgen. Zeker als het om dergelijke zaken gaat.

U vindt dit verschrikkelijk. Is het niet net zo erg? Is het niet het gevolg van precies dezelfde mentaliteit die een groep jongeren, ertoe kan brengen te zeggen: wij nemen het niet meer om dan niet daarheen te gaan waar men zou moeten klagen, maar ruiten in te gooien, auto’s in brand te steken en slaags te raken met de politie? Ziet u niet in dat dit op een kleinere schaal, het gevolg is van precies dezelfde mentaliteit?

Het geduld – in uw titel vermeldt zonder dat het tot de onze behoorde – zou noodzakelijk zijn aan alle kanten om uiteindelijk te gaan beseffen wat men wel en wat men niet zou kunnen doen.

Is er sprake van economische moeilijkheden, zo dien je die ook vanuit een economisch en niet vanuit een ideëel standpunt te benaderen. Laat ons als voorbeeld al die kortingen op het inkomen van jongeren nemen. Je kunt weer thuis gaan wonen en bij pa of ma bedelen om een zakcentje, maar dat is niet bepaald aantrekkelijk, wanneer men het al lang anders gewend is. Aan de andere kant kun je niet blijven stellen dat jet toch wilt hebben wat je nodig meent te hebben, want dat krijg je zeker niet.

Confronteer hen die een beslissing nemen dan met de feiten. Ga naar de minister, de hoofdambtenaren, de Kamerleden en meld je daar met een: hier ben ik. Ik heb geen onderdak, geen eten en geen kleding, wilt u voorlopig dan voor mij zorgen tot ik oud genoeg ben geworden om in aanmerking te komen voor een sociale uitkering? Wanneer grote aantallen zo zouden handelen, zo veronderstel ik dat er toch enige bezinning op zou kunnen treden in een bezuinigingsdriftig parlement dat helaas vooral daar bezuinigt waar het zijn eigen belangen hierdoor niet geschaad ziet.

Gaat het om een geschil met eigenaars, zoals bij krakers, zul je moeten toegeven dat hetgeen je doet feitelijk onjuist is. Laat ons bij het bezien hiervan niet vergeten dat het ook voor is gekomen dat krakers trokken in huizen van mensen die met vakantie waren e.d. wat niet bepaald redelijk of fatsoenlijk is. Maar goed, stel dat het om een leeg gebouw gaat. Richt het in. Laat eenieder zien hoe goed je de zaak voor elkaar hebt en leg de nadruk op alles wat je als herstel van gebouw en fouten daarin hebt gedaan. Zorg ervoor dat eenieder weet wat je deed. Komt nu de eigenaar opeens ontruiming vragen, zeg dan: indien u bereid bent alle verbeteringen in het pand tegen de geldende prijzen te vergoeden, zullen wij zien, of wij met deze gelden ergens anders onderdak kunnen vinden. Dan heb je een argument in handen, maar wanneer je alles verwaarloost en toch meent: ik ben hier en blijf hier, heb je geen werkelijk argument in handen. Ben je bereid huur te betalen, maar indien die huur niet in overeenstemming is met hetgeen iemand meent te kunnen verdienen aan dit pand, heb je ook niet veel in te brengen en komt er een ontruimingsbevel. Daarmee komt dan de politie en samen met die politie komen al diegenen die een rel ontzettend leuk vinden. Voor je het weet is er weer iets gebeurd dat voor niemand werkelijk goed en voor allen in feite slecht is.

Het is gemakkelijk om iemand als enige schuldige aan te wijzen natuurlijk. Ik weet niet in hoeverre wij in de geest volgens u reëel zijn. Maar volgens ons ligt de fout en oorzaak van een groot deel van uw economische problemen in de structuur van het bankwezen. De banken die van hun geldhandel moeten leven, hebben steeds weer kans gezien volgens hen rendabele beleggingen te financieren. Wat betekent dat zij, om geld te geven, ook eisen dat er iets zal worden gebouwd of gedaan dat volgens hen winst kan opleveren. Daarbij gaat het niet alleen om hun investering en de interest, maar ook om het feit dat hetgeen er tot stand komt hen daarvoor alle zekerheid zal gaan bieden. Vanuit het standpunt van de bankier is dit begrijpelijk. Het is de bank die het verloop van dingen uiteindelijk bepaalt en vaak meer dan nodige kosten doet maken. Ik spreek nu maar niet over de topzware ambtelijke structuren die vele banken voor zich in de loop der tijd hebben opgebouwd. De behoefte aan rendement en zekerheid is oorzakelijk voor het al te vaak bouwen van kantoren, waar ook woningen gebouwd hadden kunnen worden. Kantoorgebouwen zijn rendabeler en vormen bovendien vaak een grotere zekerheidsfactor, omdat zij aan minder bepalingen en beperkingen onderhevig zijn. Het gevolg is, dat je veel gemakkelijker een financiering kunt krijgen voor kantoorbouw dan voor het neerzetten van woningen. Ook bij het nader bezien van alles, wat hiermee samenhangt, moet je wel tot de conclusie komen dat er iets goed fout zit, dat er ook hier sprake is van een mentaliteit die bijna niet meer aanvaardbaar is.

Maar moeten wij dan die fouten alleen maar zoeken bij banken, ondernemers, politici? Of blijkt diezelfde fout ook bij de vakbonden, de werknemers, degenen die de staat beschouwen als een soort melkkoe? De fout ligt m.i. aan beide kanten. Zeker, de staat heeft zich de welwillendheid van grote groepen mensen willen kopen en deed dit door sociale systemen op te bouwen die heten te berusten op een solidariteit die onder de mensen nooit feitelijk geheel heeft bestaan.

Daarbij komt dat het in een tijd van welvaart niet zo erg is wanneer je daarvoor iets meer moet missen. Je bemerkt het in vele gevallen niet eens omdat je het niet zelf eerst in handen krijgt en af dient te dragen. Eerst wanneer de omstandigheden steeds moeilijker gaan worden beginnen de mensen dit te beseffen en er ook op te letten. Dan roepen zij al snel: alles wel, maar van het beetje dat ik nog over heb, blijf je af. Dan kan de staat hierdoor haar solidariteitsprincipe ook niet onbeperkt door blijven zetten. Maar de staat zal toch wel iets moeten gaan doen. Het is duidelijk dat zij niet de steunpilaren van het huidige systeem kan gaan aanpakken. In dagen als deze heb je de ondernemers nu eenmaal nodig, want zonder ondernemers ook geen werk en geen inkomen. De enige andere oplossing zou liggen in het door de staat zelf geheel aanvaarden van alle gezag en aansprakelijkheid op dit gebied en zij beseft te goed dat zij daartoe niet werkelijk in staat is. Dus moeten ondernemers gespaard en zo nodig vertroeteld worden. Zoveel is wel duidelijk.

Maar ook de vakbonden hebben voor hun leden altijd meer geëist dan deze voor hun prestaties redelijk toekwam. Neem mij niet kwalijk, vakbondsleden, maar in dit opzicht ben ik kennelijk rechts van inzicht. Nu hebben zij het zover gedreven dat, gezien de extra lasten voor de werkgevers voor deze het in dienst houden van werknemers vaak niet meer rendabel is, behalve in zeer bijzondere gevallen. Want de productie per werknemer is gemiddeld te laag voor de kosten, tenzij men overgaat tot een automatisering waarbij een enkele werknemer een productie gaat beheersen die anders door 10, 20 of zelfs 100 werknemers volbracht zou worden. Kort en goed, je kunt moeilijk van een werkgever eisen dat deze geheel failliet gaat alleen omdat hij werknemers in dienst moet houden en hen te hoge lonen moet blijven betalen. Er is immers niemand die zijn verantwoordelijkheden van hem overneemt.

Zeker de staat is wel eens bereid zo nu en dan een paar miljoentjes bij te dragen, wanneer het even moeilijk gaat. Dat komt per slot van rekening toch uit de belastingspot, nietwaar? Maar dan ook een werkelijke controle uitoefenen, ervoor zorgen dat het bedrijf dan ook inderdaad zuinig wordt gerund en rendabel wordt, dat durft men toch niet aan. In dat geval zou men immers voor gemaakte fouten ook ambtelijk aansprakelijk gesteld kunnen worden. En daar voelt men maar niets voor. Men wil strijd voorkomen en stuurt toch aan op geweld tegen geweld. Neem eens als voorbeeld de laatste ontwikkelingen op het gebied van de wettelijk verplichte ziekenkostenverzekering. De verplichting geldt alleen voor de minder vermogenden. Degenen die wat meer dan modaal verdienen; vallen er mogelijk nog net in, de anderen niet.

De kosten zijn gestegen door luxe, door beloningen die specialisten en artsen eisen. Die zijn in feite de laatste tijd wat de pan uitgerezen. O, niet geheel onredelijk. Die mensen hebben het ook erg druk en mogen dus wel twee- of driemaal per jaar een goede vakantie genieten, nietwaar. Hun praktijk brengt ook kosten met zich en bovendien moeten zij toch nog enigszins voor de oude dag kunnen zorgen ook, ze hebben een goede auto nodig enz.

Of alles wat zo door de verzekeringen wordt betaald en vergoed nu ook wel geheel redelijk is en aangemeten aan de noodzakelijke prestatie, daarover spreekt men niet zo veel. Het is nu eenmaal zo gegroeid, ook al heeft menig specialist nog steeds een inkomen waar zelfs een minister de lippen naar af zou likken.

Zeker, je kunt zoals men deed, tot die mensen zeggen dat zij minder moeten gaan verdienen. Maar zo iemand is ook niet gek. Wanneer je altijd geleefd hebt op basis van een inkomen van zeg 250.000 gulden per jaar, waarvan je uiteindelijk besteedbaar na belastingen nog maar 70.000 of 80.000 gulden overhoudt, ben je heus niet geneigd om zonder meer je ereloon wat lager te stellen.

Je kunt het niet voor niets gaan doen volgens voorschrift, want dan zou je tekortkomen. Je bent uiteindelijk gewend aan een bepaalde stijl van leven en meent dat die je voor je prestaties meer dan toekomt. Toch is het dit aspect, plus een behoefte aan prestige in ziekenhuizen, waardoor de ziektekosten de pot uit zijn gaan rijzen, en niet zozeer door receptjes die men pleegt te halen, wanneer men verkouden is en die weinig uithalen. Deze vormen zeker geen grotere last voor de fondsen dan de overbodige prestaties van de specialisten enz.

De conclusie is gewettigd dat, zo men zich alleen gehouden had bij al wat nodig is om te genezen en niet zozeer alles had geperfectioneerd tot het bijna onredelijke toe, een heffing op recepten overbodig zou zijn, die immers de minder draagkrachtigen zwaar treft. Maar ja, men heeft te maken met instellingen. Wanneer je een ziekenhuis sluit, komen er werklozen. Wanneer je een dokter – excuus medische stand – de trap onder het achterwerk geeft die hij gezien zijn medische prestaties verdient, dan komt er veel trammelant. Het is nu eenmaal eenvoudiger de mensen wat minder rechten te geven en wat meer te laten betalen. Het schijnt de gemakkelijkste uitweg. En stel nu eens dat de mensen tegen dergelijke maatregelen eindelijk in opstand komen. Wie wordt dan uiteindelijk het slachtoffer? Er worden ruiten ingegooid bij middenstanders die ook liever iets anders zouden wensen, maar daardoor wel hun wankele bestaan in gevaar ziet komen.

Nu spreekt men er nog schande van dat een hotelier die door rellen en rommel zijn levensonderhoud in gevaar zag komen, zijn broodwinning aangetast zag, een geweer greep en schoot op degenen die hem dit aan wilden doen. Zeker, hij had dit niet mogen doen. Is het in feite niet begrijpelijk?

Geweld kweekt geweld. Er zijn andere methoden denkbaar. Je kunt vele dingen wat speelser doen, wat onopvallender ook. Je kunt er gewoon een soort grap van maken. Maar dan moet je wel meer geduld hebben, want zoiets werkt niet zo snel. Je ziet geen onmiddellijke resultaten en bovenal, je komt zelf niet zo gemakkelijk tot gelding, je komt niet naar voren als de heldhaftige verdediger van principes, als iemand die zich ondanks alles in de maatschappij weet te handhaven, zelfs tegen alle wetten en regels van die maatschappij. Toch kom je met het belachelijk maken van mistoestanden en pretenties veel verder. Is het niet mooier te zeggen: ik hoop dat ook de heer Lubbers verplicht in het ziekenfonds komt en dan buiten al het andere ook zijn knaak per recept moet geven. Hij zal dan bovendien zenuwstillende middelen van node hebben.

Ik zou het ook leuk vinden, wanneer een Mobiele Eenheid komt die niet geconfronteerd wordt met stenengooiers, maar met een menigte die om hen heen danst — hen uitnodigende mee te dansen en te zingen. Ik ben er zelfs van overtuigd dat velen van hen dit dan, zij het gezien de discipline, mogelijk in stilte, zullen doen. Mogelijk krijgt u het dan nog zover dat u danst terwijl zij voor u de maat slaan met hun stokken op hun schilden. Maar dat is ludiek. Voor een keertje is zoiets wel aardig, maar zo laat je niemand zien hoe sterk je wel bent, hoeveel macht je wel hebt. Dat de ander ook sterk is vergeet men dan gemeenlijk.

Een staat is een structuur. Ik spreek nu wel voornamelijk over Nederland, maar ik zou evengoed over Frankrijk of een andere staat kunnen spreken. De staat heeft een leger. Wanneer zij ook maar over 1/10 de van dit leger kan vertrouwen, beschikt zij daarmee over voldoende wapens en macht om een geheel land in bedwang te houden.

De staat beschikt over een politieapparaat, inclusief opsporingsapparaat. Indien slechts een derde hiervan betrouwbaar is, beschikt men hiermee over voldoende middelen om eenieder die werkelijk gevaarlijk zou worden voor de machtsstructuur eenvoudigweg een kopje kleiner te laten maken.

O, zo extreem zal het niet toegaan in Nederland, wees maar niet bang. Maar dit is de mogelijkheid tot geweld van de staat en de staat zal deze mogelijkheden eerder gebruiken naarmate zij onzekerder wordt t.a.v. haar eigen positie. Toch is het speelse geweld gevaarlijker dan het ernstige, ook voor de staat. Waarmee ik wil zeggen, vrienden, dat ik hier een aantal punten heb aangedragen. Het is geen volledig betoog dat alle sociale factoren en economische factoren, de opvoeding en de achtergronden mede in beschouwing nam.

Ik heb bv. niets gezegd over de leersystemen van de moderne tijd die, misschien op grond van de ontdekkingen die dokter Spock eens deed en sindsdien ernstig betreurt, geheel op het kind toegespitst worden in plaats van een het kind toespitsen op de maatschappij. En toch moet een kind leven in de maatschappij en niet in een afzonderlijk wereldje dat geheel is aangepast aan alles wat het in zijn opvoedingsperiode als normaal heeft leren beleven en aanvaarden.

Ik heb veel dergelijke punten niet aangeroerd. Ik heb niet gesproken over de dwaasheden die in vele sociale verzorgingssystemen zijn ingebouwd. Zoals de wijze waarop deskundige en zielkundig verantwoorde praat langzaam maar zeker de vervanging is geworden voor een reële benadering en oplossing van problemen. Ik laat het aan u over om dergelijke punten aan de orde te stellen wanneer u dit nodig vindt.

Maar wel zou ik u één ding voor willen houden: Wanneer de mensen werkelijk iets hebben waarin zij kunnen geloven en dit geloof verenigt hen, zo kunnen onderlinge geschillen hen nooit werkelijk ten gronde richten. Dan is er geen ondergang denkbaar en zal de strijd altijd nog weer door deze hogere waarden uiteindelijk bijgelegd kunnen worden. Maar daar waar mensen geen geloof meer hebben, alleen nog maar de drang kennen naar macht en bezit, waar zij in de plaats van een erkennen van hogere beschikking alleen nog maar eigen eisen en wensen willen zien, ontstaat een al vernieuwende en uiteindelijk vernielende strijd van steeds grotere ferociteit.

Dit jaar – en mogelijk nog een groot deel van het daaropvolgende – zal, ook voor Nederland en andere landen, de toetssteen zijn. Want geloof mij, het geweld van degenen die wat zij eenmaal hebben ook willen behouden en vooral de armeren onder hen, zal een confrontatie betekenen met de macht van degenen die nog steeds menen dat zij alles beter weten. Wanneer dan op de straten geweld losbarst, steeds meer geweld tegen geweld, zal misschien het einde liggen in heil roepende menigten of iets dergelijks.

Maar, welke poot je ook omhoogsteekt, zoals de hond zei, de boom wordt nat. Je kunt niet naar extremisme gaan zonder extremisme uit te lokken. Hoe groter het extremisme wordt, hoe groter ook de kans dat één of andere partij ten koste van alles, zelfs de levens van eigen volgelingen zowel als die van anderen, zichzelf zal doorzetten en “waarmaken”, zoals men dit noemt. En dit is dan een treurige waarheid.

Indien er maar meer geestelijk inzicht zou bestaan, wanneer de mensen maar meer inzicht zouden hebben, begrip voor elkaar, respect voor elkaar en voor alles wat nu eenmaal behoort bij een bepaalde stijl van leven, zou er iets anders tot stand kunnen komen. Een langzame, heel langzame, ontwikkeling waarin steeds meer samenwerkingen ontstaan, waarbij de verschillen steeds meer wegvallen. Dan kun je in de plaats van strijd uiteindelijk eenheid verkrijgen. Maar dit kan nooit zolang iedereen ten koste van alles en desnoods met geweld zijn eigen belangen wil blijven verdedigen.

Daarom wil ik deze inleiding beëindigen met een pleidooi voor innerlijk begrip voor anderen, een verdedigen van je eigen bestaan en zeker ook rechten, maar nimmer ten koste van de eigen rechten en bestaanswaarden van anderen. Ik zou willen pleiten voor een beter gebruik van geestelijke krachten: de kracht van je gedachten, de kracht van het verstand en dit in de plaats van wapens en geweld. Een strijd met geestelijke middelen brengt altijd weer een synthese tot stand, maar de strijd met stoffelijke wapens eindigt altijd weer in puinhopen. Ik pleit voor begrip voor de ander, voor begrip ook voor de kraker, al vind je hetgeen deze doet mogelijk een verfoeilijk iets. Ik pleit voor begrip voor allen die anders denken, leven: homo, lesbienne maar ook de Surinamer, de Turk, de Marokkaan. Want zij zijn misschien anders dan u, maar zijn ook mensen en hebben daardoor ook recht op een eigen bestaan. Ik pleit voor begrip, ook ten aanzien van hen die u regeren. Zelfs voor de ambtenaren die geen begrip meer hebben voor hetgeen zij in feite doen, daar zij alleen op en met papier werken en zo misschien economische Eichmannetjes worden die deportaties en bevelen daartoe tekenen, zonder te begrijpen of zelfs maar te willen begrijpen wat zij daarmee feitelijk tot stand brengen. Ambtenaren die zich alleen nog maar afvragen of zij gezien hun taak wel doelmatig werken.

Voor hen allen vraag ik begrip. Want op grond van dit begrip kan de strijd van aard veranderen. Dan ontstaat geen geweld tegen geweld met een voortdurende opslingering van gewelddadigheden, maar eerder een bewust corrigeren van punten, een uitschakelen op bepaalde punten misschien ook van invloed of macht. Iets waardoor langzaam maar zeker de partijen elkander steeds beter kunnen gaan begrijpen en tezamen tot stand kunnen brengen wat nog steeds mogelijk is op deze aarde. Een El Dorado, een land waarin nog steeds eenieder alles heeft wat werkelijk voor hem of haar nodig is en waarin eenieder alles zal kunnen worden wat hij wil en kan zijn, terwijl niemand zich meer zal opstellen als arbiter t.a.v. de mogelijkheden en inhouden van anderen.

Tweede deel.

Nadat u in het eerste gedeelte mij hebben kunnen beluisteren – wat bij sommigen de indruk van een zzz… heeft opgeleverd, u weet wel, een zijige zij…  kunnen wij nu zien wat u te brengen hebt t.a.v. dit onderwerp.

  • Ik vind dat eenieder verantwoordelijk moet zijn voor zijn eigen daden. Vernielers zouden desnoods gedwongen arbeid moeten verrichten om zo de schade die zij aanrichtten te betalen. Bovendien zou een dergelijk stringent doorgevoerd standpunt veel geweld voorkomen.

Ik bemerk dat u sterk geïnteresseerd bent bij werkverschaffing. Principieel geef ik u gelijk, praktisch echter niet. Het is nl. in de praktijk bijna niet mogelijk zoiets door te voeren. Dan zou ik eerder nog pleiten voor een eenvoudiger procedure. Wanneer iemand iets vernielt, grijp hem vast, ga naar zijn huis en sla daar in verhouding ongeveer dezelfde waarden kapot en laat hem dan weer rustig los. En wanneer iemand een ander een oog uitslaat is het al even eenvoudig: sla bij zo iemand ook een oog uit. Voor de ziektekosten van beiden dient hij dan zelf op te komen.

Deze oplossing is nog praktischer en vooral ook minder kostbaar dan de uwe. Ik vrees alleen dat beide systemen niet uit te voeren zijn. Ik geloof dat juist daar de grote moeilijkheid ligt in de moderne maatschappij. Je moet niet zoeken naar een perfect of goed werkend en o zo rechtvaardig systeem zoals men doet. Je moet zoeken naar een systeem dat werken kan onder alle omstandigheden en past gezien de situatie die op het ogenblik bestaat.

Ik vrees dat, gezien de omstandigheden en mogelijkheden, het door u voorgestane systeem meer schade en kosten dan verbeteringen tot stand zou brengen.

  • Zolang er geen mentaliteitsverandering plaatsvindt op enige grote schaal, moeten naar mijn mening de autoriteiten in bepaalde gevallen wel hard optreden zodat de getroffenen niet voor eigen rechter gaan spelen. Waardoor dan een volledige chaos zou kunnen ontstaan.

Akkoord. Inderdaad moet gezegd worden dat de autoriteiten in hun behoefte door eenieder bemind te worden al te vaak optreden of zij halfzacht zijn. Het is inderdaad noodzakelijk dat wanneer je regels stelt, onverschillig dewelke, je ook in staat bent die regels te handhaven. Anders heeft het geen zin enige regel of wet te stellen. Dit zou volgens mij betekenen dat je alle wetten en regels die je niet kunt handhaven ook dient af te schaffen, maar alle regels die wel noodzakelijk zijn en volgens jouw oordeel werkelijk gehandhaafd kunnen worden, je die ook inderdaad en stringent dient te blijven handhaven tegenover eenieder en onder alle omstandigheden. Alleen zo zul je je geldende systeem kunnen handhaven.

  • Er zijn twee tegenover elkaar staande standpunten wat betreft de gevolgen van geweld. Er zijn heel wat oorlogen en revoluties geweest. Zij hebben de mensheid niet werkelijk veranderd, maar hoogstens zeer oppervlakkig. Het andere standpunt is: Veranderingen zijn zelden zonder strijd tot stand gekomen.

Beide zijn grotendeels waar. Het is nl. zo: geweld tegenover geweld betekent altijd destructie. Maar destructie betekent ook dat je zult moeten gaan improviseren. Wanneer u zich realiseert dat het huidige denken en het huidige sociale systeem in Nederland al improviserend is opgebouwd en zeker niet alleen op grond van gedegen overleg en idealisme en ziet wat daaruit tenslotte is geworden, zo weet u dat de mentaliteit van een volk, maar ook de levensgewoonten van dit volk, hierdoor aanmerkelijk veranderen. Dit geldt nu voor Nederland, maar ook in andere landen zijn voorbeelden te over te vinden hiervoor.

Ik meen dus dat beide standpunten in zich niet onjuist zijn, maar vrees dat geweld juist in deze tijd een steeds feller tegengeweld zal uitlokken, waardoor het destructieve element dermate groot wordt dat er maar weinigen over zullen blijven. Weinigen zouden overleven die dan toch mede op basis van hetgeen nu al bestaat tezamen zouden moeten gaan zoeken naar nieuwe maatschappelijke vormen en een andere, meer passende samenleving.

  • Waar ligt de grens tussen het aanvaarden van onderdrukking zoals bv. totalitaire staten en het gewelddadige verzet?

Die grens is moeilijk te trekken. Maar in de praktijk zou ik willen stellen: Zolang de staat je de mogelijkheden geeft om op een voor jou bevredigende wijze te leven – voldoende vrije tijd, arbeid, onderdak, voedsel en je daarnaast ook nog in staat bent enige, geen algehele vrijheid van denken naar buiten te brengen – zo meen ik dat het weinig zin heeft tegen die staat met geweld te keer te gaan.

Het systeem telt niet. De vraag is eenvoudig: wat geeft die staat je aan mogelijkheden? Geeft zij niet voldoende, probeert zij alleen maar je uit te buiten, zo dien je met alle middelen ernaar te streven je eigen bestaansmogelijkheid te verdedigen en te vergroten. In dat geval zul je te enigerlei tijd met die staat in conflict komen. Maar geweld betekent voor jou en anderen wel vernietigd worden.

In een absolute staat dient men dus eveneens geweld zoveel mogelijk te vermijden. Het is beter te zoeken naar de mazen in wetten etc. en deze te gebruiken om het gehele systeem ietwat te ontregelen. Ik ben altijd meer een voorstander geweest van de saboteur dan van de mannen op de barricaden. Maar dat is ongetwijfeld mijn fout.

  • Wordt bij de recapitulatie van het laatste leven iedere klap eens een ander gegeven, herbeleefd of slechts een deel van het gepleegde geweld? En wordt de klap of pijnervaring op aarde herbeleefd en ondervonden of ook hier weer slechts een gedeelte daarvan?

Het is een gedeelte. Je zult je heus niet elke klap herinneren die je een ander ooit gegeven hebt. Er zijn echter altijd bepaalde toestanden die grote indruk op je hebben gemaakt. De klappen die je ontvangen en gegeven hebt in dergelijke perioden zul je herbeleven. Hierbij zul je niet meer de pijn beleven die je eens zelf hebt ondergaan, maar wel de pijn die je anderen hebt laten ondergaan.

  • Kunt u zeggen wat de maat is bij de selectie van de…

Dat heb ik reeds gezegd. Dat is de emotionele indruk. M.a.w. je herinnert je later nooit je gehele leven. Je herinnert je echter altijd weer die fragmenten daarvan die voor jou, je vorming of beleving, van groot belang zijn geweest. En dit geldt dan natuurlijk ook t.a.v. de klappen die je anderen hebt gegeven.

  • Als de klap-uitdeler iemand met een sadistische inslag is met bewuste wreedheid een ander pijnigende, maar de ander is een masochist die dit aangenaam, prettig vindt, behoeft men dan niets te herbeleven?

Aangezien het al dan niet masochist zijn van het slachtoffer gemeenlijk niets te maken heeft met eigen instelling en daden van de sadist, zal de sadist bij herbeleving de pijnen ondergaan die hij anderen heeft aangedaan en de masochist zal mogelijk na zijn dood de genoegens van het lijden ontberen, terwijl hij wel alle conflicten zal moeten ondergaan die hij door zijn neiging bij anderen teweeg heeft gebracht.

  • Vindt u het begrijpelijk en ook acceptabel dat iemand in een oorlogssituatie na gemarteld te zijn, doorslaat en gegevens en namen van personen doorgeeft aan de vijand? Hoe voelt zo iemand zich na de overgang?

Waarschijnlijk denkt hij dan: was ik toen zo stom? Wanneer iemand gemarteld wordt, is geestelijk gezien dit alles niet iets wat ten laste van het leven komt na de overgang. Dit alles heeft dan    geen betrekking meer op de gemartelde, maar op degene die martelde.

Wanneer je onder die druk gegevens moet geven, is het enige wat geestelijk nog van belang kan zijn, of je werkelijk hebt geprobeerd het vol te houden en te zwijgen. Dat dit zwijgen uiteindelijk gebroken werd, is dus niet van belang, alleen de poging die je waagde.

Ik denk dat u van een dergelijk doorslaan tijdens uw leven op aarde, meer wroeging zult kennen dan na uw dood.

  • Is geweld in sommige gevallen niet het enige antwoord? Bv. de invasie van Duitsland e.d.

Er zijn situaties denkbaar waarbij geweld van anderen zozeer je zijn bedreigd, dat je geen mogelijkheid meer hebt jezelf te blijven zonder geweld te gebruiken om jezelf te verdedigen.

Het is eenvoudiger te stellen: Wanneer iemand u aanvalt, zult u zich verdedigen. Dit is geweld tegen geweld. Indien u zich echter beperkt tot de verdediging zo goed u maar kunt, desnoods tot de ander er aan succombeert, beperkt u alle geweld tot het onvermijdelijke dat u door anderen wordt opgedwongen.

Indien u bij bv. een invasie u blijft verzetten tegen de leden van die invasiemacht zonder deze leden daarom persoonlijk te haten of op enigerlei wijze te verdoemen, is uw geweld door de omstandigheden gerechtvaardigd. Op het ogenblik dat u door haat wordt gedreven of beweegredenen als het aanzien verkrijgen binnen een zekere groep, een jezelf op de voorgrond stellen etc., dan is dit geweld daardoor verwerpelijk en zul je ook na de dood de gevolgen daarvan nog ervaren.

  • Ramana Maharshi noemt volledige niet-weerstand de beste houding tegen geweld. De ander zal door het niet reageren zijn fouten inzien en ook Jezus stelde: door terug te slaan, rechtvaardigt men de klap. Anderzijds verzette hij zich wel actief tegen de tempelwacht.

Hij verzette zich niet actief tegen de tempelwacht. Hij straalde wel de waarheid van zijn wezen uit en volgens het verhaal vielen daarop allen met het aangezicht ter aarde.

Jezus jaagde echter ook met de zweep de wisselaars de tempel uit. Dit was een vorm van geweld, maar niet gericht tegen de personen, de wisselaars, maar tegen de situatie. Jezus kende daarbij dus mogelijk toorn, maar zeker geen haat.

Wat betreft het vaak geciteerde: indien men u op de linkerwang slaat, keer de rechter toe. Ik ben het daarmee volledig eens, maar als zij dan weer aan de linker willen beginnen, is mijn raad: zorg dat u zuiver en hard in het midden treft.

Absolute geweldloosheid kan alleen dan enig succes hebben wanneer je in staat bent alle angst, pijngevoelens en haat uit te sluiten. M.a.w. alleen degene die een zeer grote beheersing van zichzelf en een hoog geestelijk peil bereikt hebben, zullen dit ooit met het gestelde resultaat kunnen doen. Daar echter waar angst bestaat of haat, wordt hierdoor het geweld van de ander veelal eerder versterkt dan dat deze zijn actie als een fout gaat zien. Wanneer je iemand met haat tegemoet treedt, voelt deze zich hierdoor in eigen handeling en zelfs haat, gerechtvaardigd enz.

Laat ons dus niet vergeten, dat weerloosheid politiek misschien wel een werkzaam middel is, daar het gezien vanuit een politiek standpunt, geweld dat geen geweld ten gevolge heeft, het moeilijkste als optreden gerechtvaardigd kan worden. Je kunt immers niet met groot geweld optreden tegen mensen die zich geheel niet verzetten zonder gelijktijdig in de ogen van vele andere mensen jezelf verwerpelijk te maken. Maar dat is alleen politiek. Wanneer wij spreken over het geheel, ook de persoonlijkheid, dan moet ik wel stellen: er komt een ogenblik waarop geweld alleen door geweld kan worden afgeweerd.

  • Kunt u nog even doorgaan op de geestelijke kant van geweldloosheid?

Ik wil er wel op doorgaan, maar dan moet u één ding goed begrijpen: De geweldloosheid zoals Gandhi die predikte, was vooral bedoeld als politiek pressiemiddel. Dit pressiemiddel was, onder de omstandigheden waaronder hij moest opereren, ook het enige doelmatige. Er waren al verschillende gewapende opstanden geweest, zelfs met medewerking van de Gurkha’s, die allen zijn geheel mislukt in het Indië van de Britten.

Toen Gandhi begon met zijn verzet tegen de heersende machten, deed hij dit geweldloos. Hij beantwoordde daarmee aan een aantal godsdienstige waarden van zijn volk, maar gelijktijdig ontnam hij daarmee de mogelijkheid om met geweld te reageren. Want tegen de geweldloosheid kun je dan misschien een zweep of bamboestaf inzetten, maar je kunt geen geweren en kanonnen daarvoor gebruiken. Bovendien iemand die slaat wordt dit moe, maar geweren en kanonnen worden nooit te moe om te schieten. Voor zover hebt u gelijk. Geweldloosheid is echter alleen denkbaar zonder jezelf grote schade toe te voegen, wanneer je een enorme beheersing bezit. Je dient nl. geheel meester te zijn over jezelf en in hoge mate ook over je eigen lichaam.

Want geweldloosheid betekent ook dat je je door geweld niet moogt laten verdrijven. D.w.z. dat je in feite zegt: sla mij desnoods hier ter plaatse dood wanneer je niet anders kunt, ik wens dit niet te voelen, wens je niet te haten, maar ben en blijf hier vanwege mijn recht. Zelfs wanneer je dan feitelijk wordt doodgeslagen, mag je geen haat koesteren. Je wordt dan zelf tot slachtoffer, maar zult door je mogelijke dood anderen waarschijnlijk zekere voordelen verschaffen. Geweldloosheid vereist dan ook een enorme opofferingsgezindheid. Je zult datgene wat je probeert waar te maken, zeer waarschijnlijk niet of slechts in zeer beperkte mate zelf kunnen bereiken en genieten.

Dit is één van de dingen die, zeker in de westelijke wereld, van groot belang is. Want de meeste mensen willen wel vechten voor iets, maar willen dan tenminste nog de hoop hebben dat zijzelf en de hunnen daar resultaten van zullen zien.

Werkelijke geweldloosheid vergt zelfs geen mogelijke resultaten. Zij gaat alleen uit van rechtvaardigheid en daarnaast ook van een liefde voor de tegenstander.

Mij lijkt het voor u moeilijk om tegen de politieagent die je met een knuppel hardhandig verwijdert van het pad waarop je je had neergevlijd oprecht te roepen: mens, ik heb je lief. Bovendien zou de man dit waarschijnlijk ook nog verkeerd begrijpen en wie weet wat er dan nog weer van komt.

  • Het is dus een hele hoge eis eigenlijk?

Geweldloosheid kan alleen bereikt worden wanneer je innerlijk zowel als lichamelijk aan zeer hoge eisen kunt beantwoorden.

In mijn beantwoording van vragen ten aanzien van dit punt heb ik altijd het gemiddelde genomen en kwam zo tot de conclusie dat geweldloosheid wel tot op zekere hoogte voor eenieder hanteerbaar en soms zelfs bruikbaar is, maar dat bij een verdergaande provocatie – daar men zelf wil voortbestaan en zijn rechten wil behouden en verdedigen – men uit zal moeten gaan van het gebruiken van de middelen die tegen je gebruikt worden.

  • Hoe kun je dan toch die spiraal van geweld doorbreken of voorkomen dat zij opbouwt?

Je kunt een spiraalwerking altijd voorkomen en doorbreken door niet in te gaan op de verleiding de ander nog eens een extra lesje te leren; je doelmatig verdedigen zonder daarbij verder zelf agressief worden. Wanneer jij geen agressie toont, is die bekende schroefbeweging in de ontwikkeling niet aanwezig. Vooral omdat de ander op de duur al gaat beseffen: men verdedigt zich doelmatig, maar wil mij kennelijk niet meer deren dan ikzelf noodzake1ijk maak. Wat u naar ik hoop begrijpen kunt.

  • Is dit dan toch niet in strijd met een: heb uw vijanden lief, zegen hen die u vervloeken, doe wel aan degenen die u haten en bid voor degenen die u geweld aandoen?

Alles aanbevelenswaardig. Toch zou ik, wanneer men u geweld aandoet, u willen raden om het bidden even uit te stellen tot u eerst al het mogelijke hebt gedaan om dit geweld zoveel mogelijk te beperken.

  • Maar als je dan in dat geweld overgaat, is de situatie daarna toch niet zo ernstig?

De overgang en wat daarna komt, is dan inderdaad niet zo ernstig. Maar vergeet één ding niet. De meeste mensen vinden de overgang op zich wel ernstig en onder vele omstandigheden zelfs onaanvaardbaar.

De angst voor de dood is bij vele mensen nog groot en de onbekendheid met het hiernamaals is op zijn minst genomen overstelpend, zeker wanneer wij beseffen hoe veel leerstelligheden de mensen het hiernamaals met precieze, maar bijna karikaturale omschrijvingen voorstellen. Compleet met engelenscharen – voor degenen die geknipt moeten worden – en harpen, al is het moeilijk daarop rock te spelen. Compleet ook met trompetten, ofschoon degenen die overgaan meestal van toeten nog blazen weten.

Dit alles maakt de overgang voor velen erg moeizaam. Ik ben bang dat u, uitgaande van uzelf, nu zegt dat overgaan toch niets is en dat het dan na de dood geheel niet erg is, zonder u te realiseren dat het stervensproces op zichzelf een dermate emotionele beleving wordt, zeker onder die omstandigheden, dat bij velen daardoor juist de haat gegenereerd zou worden die men juist wil proberen te voorkomen.

  • Neem mij niet kwalijk. Wanneer je terugslaat en je bent toch niet de sterkste, je gaat er toch onderdoor, is het dan niet nog veel moeilijker?

Meestal niet, omdat men dan de voldoening heeft – menselijk maar vreemd – om strijdende ten onder te gaan. Men kan die strijd met haar consequenties nog wel aanvaarden, omdat men er zelf deel van was. Voor velen is het gevolg daarvan dan ook niet zo ernstig als van een zonder verzet of mogelijkheid daartoe gedood worden door anderen.

Geloof mij nu maar. Degenen die te maken hebben gehad met degenen die in concentratiekampen zijn omgekomen, zouden u dit onmiddellijk kunnen bevestigen. Bij hen was de verbittering en zelfs de ontkenning van hun dood veel sterker dan bij degenen die bv. in het verzet gevallen zijn – zelfs voor een vuurpeloton – of de strijd tegen de Duitsers.

U moogt de menselijke aspecten niet terzijde stellen, omdat u wenst uit te gaan van ideële mogelijkheden, reacties en verhoudingen. De feiten blijven feiten en idealen blijven dromen die maar zelden met de feiten enige overeenkomst vertonen.

  • M.a.w. als die grote liefde niet in je leeft, doe dan maar gewoon?

U hebt het perfect uitgedrukt, ook al meen ik dat het voor heel veel mensen al erg moeilijk is geworden om gewoon te doen.

  • De angst voor pijn is naast de angst voor de dood een grote moeilijkheid voor vele mensen. Kunt U enkele praktische tips geven om de pijn bij geweldpleging te beheersen?

In de eerste plaats: zolang u pijn voelt, kunt u die ook nog verdragen. Op het ogenblik dat u die niet meer verdragen kunt, zal uw zenuwstelsel kortsluiting maken. Dan voelt u de pijn niet meer.

Dit wil zeggen dat u nooit bang behoeft te zijn voor de pijn als een oneindig proces, maar dat het altijd weer, een in verhouding vaak kort beleven is van pijn, waarna pijnloosheid optreedt. Het weten dat een ander je niet meer pijn kan doen dan in een voor jou nog draagbare mate – bepaald door je eigen lichamelijke constitutie – kan al vaak een troost zijn.

Daarnaast wanneer je jezelf dwingt pijn niet te voelen door je sterk op iets anders te concentreren, zullen de hersenen in veel mindere mate de pijngevoelens registreren en zal   er eveneens sneller een kortsluiting in delen van het zenuwstelsel kunnen ontstaan. Je hebt dus een ongevoelig worden voor pijn voor een groot deel mee zelf in handen. Ben je lichamelijk voldoende getraind – dit is een uitzondering – zo ben je zelfs in staat de pijngevoeligheid voor het gehele lichaam of een deel daarvan door bewuste concentratie uit te schakelen. In dit geval ben je voor die pijn ook geestelijk en emotioneel onkwetsbaar geworden, zelfs wanneer lichamelijk enige kwetsbaarheid zal blijven bestaan.

  • Maar er kan nog wel angst meespelen.

De angst voor de pijn is over het algemeen dat deel van de pijn dat verder gaat dan alles wat je lichamelijk kunt verdragen. Hoe meer je de pijn vreest, hoe groter de pijngevoeligheid ook wordt. Geestelijk ligt de zaak zelfs zo dat ik – wanneer ik angst heb voor pijn – die pijn al voel. Psychisch heeft men iets dergelijks.

Wanneer ik echter geestelijk niet bang ben voor pijn, kan ik ook geestelijk geen pijn hebben. Hier blijkt de emotie steeds weer het verweermiddel dat je geestelijk bezit, te kunnen uitschakelen. Lichamelijk geldt grotendeels iets dergelijks.

  • Wat is de beste houding in een gevaarlijke agressieve situatie?

Zorg ervoor dat je alleen die dingen doet, waarvan je zeker bent dat je ze ook met enige kans op slagen kunt doen. Ten tweede: wees niet bang. Het heeft nu geen zin om bang te zijn. Ten derde: probeer nooit meer geweld te gebruiken dan een ander, maar wanneer u al geweld gaat gebruiken, doe dit doelmatig. Ten laatste: realiseer u, dat degene die tegen u geweld gebruikt heel vaak uw tegengeweld nodig heeft om te kunnen beseffen wat hij doet.

Geweld dat geweld oproept is alleen maar een flirten met de ondergang en heeft weinig zin. Geduld hebben met geweld omdat je geen geweld wilt uitoefenen betekent vaak de geweldenaar rechten verschaffen die hij nimmer te recht zou kunnen bezitten. Dus, alleen verdedigen tegen geweld, zonder je te willen wreken, zonder anderen te willen kwetsen of doden is de beste methode om jezelf te handhaven in een wereld waarin geweld normaal is geworden.

Leven zonder haat en als het kan ook zonder angst, is de weg tot een werkelijke bewustwording, waarbij je op de duur alleen met geestelijke krachten geweld kunt afweren, zelfs wanneer dit lichamelijk op je afkomt. Dat zouden wij moeten bereiken. Maar voor het zo ver is, zult u nog heel vaak geconfronteerd worden met geweld in deze wereld.

Dan vraag ik u alleen maar: oordeel en veroordeel niet, maar verdedig hen die zichzelf niet verdedigen kunnen, bescherm hen, die zichzelf niet beschermen kunnen en probeer te zijn wat u als mens moet zijn: een wezen dat ondanks alles het leven liefheeft, dat de wereld niet haat en dat de mogelijkheden van zijn bestaan aanvaardt omdat daarin de vervulling ligt van het eigen zijn.

Uitspraken van Henri

Een soldaat is een werknemer van een staatsbedrijf dat uiteindelijk de productie van weduwen en wezen ten doel heeft.

Een generaal is iemand die vecht door de levens van anderen op te offeren en dit dan als eigen overwinning te boeken.

Defensie is de naam die men geeft aan het ministerie dat zich voorbereid op mogelijke aanvallen.

Demonstreren is vaak schreeuwen van wanhoop, maar wel met de pretentie dat je zo nog iets bereikt ook.

Regeren is vooruitzien. Daarom zijn er tegenwoordig zo weinig werkelijke regeringen.

Een staatsman is een kundig en verstandig mens die per ongeluk in de politiek verzeilde.

Ontwapeningsconferenties zijn gemeenlijk pogingen om het zover eens te worden, dat men de gewone mensen tevreden kan stellen, zonder de belangen van de wapenindustrie blijvend te schaden.

image_pdf