De gewone orde tussen de mensen

21 oktober 1975

Mensen vinden het tegenwoordig heel erg vreemd wanneer je praat over orde! Je zou het zo kunnen zeggen: de nieuwe orde is de wanorde waarin men een orde zoekt die door onordelijkheid wordt geschapen en dat is natuurlijk onmogelijk!

Maar wanneer wij de mens zien, dan heeft die mens vaste relaties. Die relaties zijn gedefinieerd. Zolang de definitie van die relatie bestaat en algemeen erkend is, moet ze ook als geldig beschouwd worden. Wanneer ik een verplichting op mij neem ten aanzien van iemand in mijn eigen wereld, of u in uw wereld ten aanzien van iemand uit uw wereld, dan is deze verplichting niet iets waar je aan vastzit door een dwang, maar doodgewoon door de wederkerigheid, de orde.

U moet een wetmatigheid erkennen in je leven omdat je zonder die wetmatigheid eenvoudig geen oplossing kunt vinden.

Je kunt een wet veranderen. Maar hoe verander je een wet? Door openlijk de wijziging bekend te maken, er is geen andere manier. Je kunt wel sluiks proberen, maar dan is het niet eerlijk. Dan blijven er allerhande vreemde factoren een rol spelen.

De orde bij de mens hoeft niet gebonden te zijn aan voorstellingen uit het verleden, maar ze moet wel degelijk gebaseerd zijn op een betrouwbaarheid van de mensen onderling. En betrouwbaarheid onderling betekent bij mensen ook een mate van zelfdiscipline.

Nu zou ik het zo kunnen stellen: naarmate een mens bewuster handelt en daarbij bewuster zichzelf beheerst, zal met minder openlijke ordening, een grotere menselijke orde geschapen kunnen worden. En nu kunnen we daar dan andere dingen voor nemen. We kunnen zeggen: het geloof leert ons dat … of: in de wet staat dat … Maar hierbij verschuiven wij eigenlijk te veel van die orde naar buiten toe. We proberen onze eigen aansprakelijkheid af te wentelen door te zeggen: dat is iets van buitenaf, daar heb ik niets mee te maken, ik onderwerp me daar alleen maar aan. Zonder orde en ordening van het bestaan is geen maatschappij, geen mensheid mogelijk. De mens is een soort kuddedier. Wanneer ik dus zonder een persoonlijke discipline, een persoonlijk vinden van het voor mij juiste en me daar dan ook op baseer en me eraan houd, wil leven, dan blijkt dat ik in voortdurend conflict kom, niet alleen met de wereld maar ook met mezelf.

Dan gaan we nog een stap verder. Naarmate meer wetten van buitenaf worden opgelegd, zou de neiging van de eenling om zich te bezinnen op zijn persoonlijk besef ten aanzien van juistheid en onjuistheid, minder worden. Naarmate de vrijheid groter is, zal ook een groter begrip van verantwoording kunnen ontstaan. Deze verklaring is in de moderne wereld waarschijnlijk niet erg “in”, want ik zeg nu in feite: naarmate de wetgever het aantal van zijn wetten vereenvoudigt en vermindert en daarbij een groter aansprakelijkheid voor de burger laat bestaan, zal die burger zich meer van zijn verantwoordelijkheid bewust worden en daardoor juister maar menselijker gaan functioneren, zonder de traagheden die anders door de ambtelijkheid van wet en orde voortdurend tot stand worden gebracht.

Dan ga ik nog een stap verder: wanneer ik in mijzelf een regel erken, mijzelf een discipline opleg, omdat ik overtuigd ben dat het goed is, dan doe ik dat niet alleen maar vanuit de rede, hier zitten ook allerhande emotionele achtergronden bij, het onderbewustzijn speelt een rol, de geest speelt een rol.

Op het ogenblik dat ik door een bewust en vanuit mijzelf kiezen van een bepaalde richting, kom tot een zelfdiscipline, is deze zelfdiscipline voor mij de beste uitdrukking van mijn persoonlijkheid zoals ze nu bestaat, in de wereld waarin ik leef; voor u dus de wereld op aarde. Dat houdt in dat ik harmonischer ben.

Een mens die een discipline in zich wel erkent maar eigenlijk niet volgt omdat er andere regels zijn, zal met zichzelf in conflict zijn dat is duidelijk. Een mens die alleen discipline van anderen aanvaardt, zal zich onder druk gevoelen. Hij zal in een voortdurend verzet zijn en dit verzet zal een toenemende ontevredenheid, lusteloosheid, ja een begrip van zinloosheid van het bestaan ten gevolge hebben. Maar de mens die zijn eigen persoonlijkheid leeft, in een vaste regel, een vaste bestreving, een vaste wet, ongeacht wat de wereld daarvan denkt, die beantwoordt aan zichzelf. Hij zal in ieder geval een innerlijke vrede vinden zolang hij niet zijn eigen discipline beschouwt als een wet die hij de wereld moet opleggen; dat laatste hoort erbij. En dan zou je dus eigenlijk, wanneer je spreekt over de mens en de menselijke orde moeten pleiten voor een anarchie omdat alleen daar waar geen wetten bestaan, een absolute onderlinge besefsmogelijkheid en een zuiver persoonlijk verantwoordingsbesef denkbaar zijn!

Ik heb het al gezegd: hoe geringer het aantal regels, hoe beter De moeilijkheid is echter dat de doorsnee mens te zeer gewend is aan een niet-persoonlijke ordening. Wanneer ik terugga naar de oertijd, dan kun je ze daar allemaal zien zitten: de ijstijdjagers, de mensen van het beginnende stenen tijdperk die misschien al eens een keitje gooien en voor de rest alleen maar met hun knuppels slaan. Maar degene onder hen die het sterkste en het slimst is, is de baas, hij bepaalt, hij hanteert de wet, de wet die zijn eigen wil is, dwaas of niet dwaas. Ga verder en kijk naar de trekkende volkeren, die langzaam herdersvolkeren worden, van jagers tot herders worden. Wat zien we? Een bepaalde macht, nu vaak erfelijk; er is één wet die voor allen bepaalt, er is een orde die door de gemeenschap ontstaat.

Maar dit betekent dat maar al te vaak de mens zichzelf gaat identificeren met die gemeenschap, zonder gelijktijdig vanuit zich een volledige verantwoordelijkheid voor de gemeenschap te willen dragen. Nationaliteitsbesef is bijvoorbeeld nog één van die dingen die daaruit voortvloeien: ik behoor bij de groep, de groep is aansprakelijk voor mij. Ik kan mij dus beroepen op het feit dat ik tot deze natie behoor. Gelijktijdig ontheft het feit dat ik tot de natie behoor mij van de verplichting om mezelf voortdurend als mens te tonen, want ik heb de vlag en die kan dat vervangen.

We zien de eigenaardigheid ook van het kostuum bijvoorbeeld. Ik draag hier het monnikskleed, dus ben ik onaantastbaar. Ik draag hier het uniform van het gezag, dus moet ik anderen naar mijn wil dwingen, ten rechte of ten onrechte. Hebt u in de gaten wat er aan de hand is?

Dit is geen orde, dit is in feite een willekeur ten koste van de eenling, opgelegd door de dulding van de groep. En dan ben ik ook zo vrij daar geestelijke consequenties uit te trekken. Hoe meer ik insta voor mezelf en mijn eigen daden, hoe meer ik bewust mezelf richt op al datgene wat ik innerlijk als juist ervaar, hoe dichter ik innerlijk bij de waarheid sta, hoe groter de krachten die ik in mezelf kan ervaren, hoe groter de mogelijkheden die ik vanuit mezelf bezit in mijn wereld, zowel als in het beseffen van mijn eigen situatie, mijn eigen handelingen en eigenschappen: dus, belangrijk!

Maar er is meer. Daar waar ik uit een bewuste zelfdiscipline beantwoord aan datgene wat mijn wezen is, doorbreek ik grenzen.

Neem alleen het bewustzijn. Hoeveel wordt niet naar het onderbewustzijn verwezen, verdrongen, weggedrukt, alleen omdat het niet past in het ik-beeld dat ik heb. Maar beantwoord je aan datgene dat je weet en voelt te zijn, dan is er geen behoefte meer om je voor jezelf te verhullen. Dan is er ook geen behoefte om te zeggen: dat is nooit geweest. Ik aanvaard wat is geweest maar ik leef uit wat ik nu weet en ken.

En stel dat dit nu nog een beetje verder gaat, ook naar geestelijke voertuigen, naar dat deel van het ik dat niet met de tijd vervalt, dan zul je tot de conclusie komen dat ook dit intenser en vollediger een rol gaat spelen. Maar dan zullen alle krachten en mogelijkheden die tot die geestelijke wereld behoren als vanzelf ook meer spontaan tot uiting komen in die stoffelijke wereld. Maar dan mag je geen eisen meer stellen aan de hand van de omgeving.

En u moogt geen eisen stellen aan die omgeving, u kunt alleen maar eisen stellen aan uzelf en uzelf waarmaken, zo goed mogelijk in overeenstemming met die omgeving. Dus niet het conflict zoekende, maar strevende naar een voortdurend harmoniepatroon waar dat denkbaar is en slechts op disharmonie en conflict antwoordende zover dit onvermijdelijk is. Je komt dan tot een totaal andere geestelijke beleving! Je ziet de wereld anders.

Heel veel wat voor de mensen werkelijkheid is, bestaat alleen in hun gedachten, dus geen feiten. Eenvoudig voorbeeld: naarmate ik meer getalsmatig verdien, ben ik er beter aan toe. Niet waar! Naarmate de ruilmiddelen waarover ik beschik mij meer ruilmiddelen verschaffen kunnen, ben ik er beter aan toe. Maar dat zegt u niet. Vandaar dat geld als een zelfstandigheid wordt behandeld, terwijl het alleen maar symbolisch is.

Ga een stap verder. En zeg nu eens tegen jezelf: de wereld waarin ik leef wordt bepaald door mijn vooroordelen. Ik vind bepaalde dingen goed of kwaad omdat ik altijd gehoord heb dat ze goed of kwaad zijn zonder me af te vragen of er misschien een andere beschouwingsmogelijkheid bestaat. En ga dan nog verder en zeg: ik kan niet een ander beoordelen vanuit mezelf omdat ik niet het totaal van de innerlijke waarden, toestanden, spanningen, zowel als uiterlijke omstandigheden van die ander ken. Dan kan ik zeggen: vanuit mijn standpunt is het verboden. Maar ik kan nooit zeggen: dit is voor iedereen verboden, hoe gevaarlijk dat het moge lijken. We moeten eenvoudig bereid zijn – en dat is de basis van een werkelijke orde – eenieder eerst het recht te geven zichzelf te zoeken en zichzelf te vinden. Wij behoeven een ander niet te beschermen tegen de gevolgen van zijn handelingen en daden.  Wij kunnen wel onszelf verplicht gevoelen – om welke reden dan ook – een ander te helpen die gevolgen te dragen. Maar dat is onze eigen zaak.

Besef: wanneer ik de onwerkelijkheid van een groot gedeelte van mijn eigen wereldbeeld en het wereldbeeld van anderen eenmaal aanvaard, kan ik daar doorheen andere lijnen en gebeurtenissen die voor mij feitelijk zijn, gaan zien.  Ik kan achter de uiterlijk algemeen beleefde werkelijkheid komen tot een nieuwe werkelijkheid.

Eenvoudig voorbeeld. Beoordeel een film die u gaat zien nooit aan de hand van een filmkritiek. Indien u dit wel doet, zult nooit werkelijk zien. Dan zoekt u alleen maar een bevestiging van iets wat u zelf al hebt opgenomen. Onderga eerst het werk als een geheel en geef daarop later eventueel uw commentaar of kritiek.

Heel vreemd voorbeeld?  Helemaal niet, het is helemaal niet belangrijk. Laten we een opera nemen. Opera is een mooie schijnvertoning, voor ons bijzonder attractief omdat we daar de mensen zo langdurig zien sterven, onmiddellijk laten opstaan, waarop het applaus volgt.   Ja,  eigenlijk als christelijke symboliek is het goed bekeken. Maar goed, wanneer daar nu eens een keer wat minder goed wordt gezongen, is er gelijktijdig de actie en het geheel is dus suggestiever. Moet u dan oordelen over de toon of over het geheel? Wanneer het geheel goed is, is het prima in orde. Het is als het ware dat wanneer de meest hemelse stem in een te omvangrijke en boezemrijke verpakking op de Bühne liederen van een meisje moet zingen, kun je soms door de stem, de gestalte vergeten. Maar meestal maakt de gestalte het onmogelijk het drama te beleven en hoor je alleen het lied als een afzonderlijke prestatie terwijl de illusie teloorgaat. Nou zo gaat het nu eigenlijk overal.

Wij leven eigenlijk niet naar het commentaar van een ander, niet de verklaringen van een ander, maar dat wat we zelf zijn, is geldig. Dat geldt zelfs voor de wetenschap. In de wetenschap moeten we uitgaan – dat is duidelijk op aarde – van datgene wat de anderen voor ons gevonden en ontdekt hebben. Maar dat wil niet zeggen dat dat nu allemaal zeker is en vaststaat. Ze kunnen zich vergist hebben. Wanneer we alles als een voorwaardelijk uitgangspunt, als een werkhypothese beschouwen zonder meer, dan zullen we juist door onze bereidheid de basis waarvan we uitgaan, te checken, vaak klaring vinden voor verschijnselen waaraan we anders voorbij zouden gaan en waardoor we eigenlijk zouden falen in onze opzet.

Besef dat er achter uw werkelijkheid zoals u die denkt en beleeft, een andere ligt, een werkelijkheid die niets meer heeft te maken met de leuzen, met de riten, met de ceremonieën van de gemeenschap of haar wetten en religieuze opvattingen. Daarachter ligt er een werkelijkheid die je een goddelijk werkelijkheid kunt noemen omdat ze gebaseerd is op de wetmatigheden van de kosmos zelf, wetmatigheden uitgedrukt in de natuur zo goed als in de mens.

En wanneer je die werkelijkheid kent en leeft, dan kun je daardoor bewuster worden van de eeuwigheid, terwijl je gelijktijdig juister en bewuster kunt reageren in elke vorm van tijdelijk bestaan die toevallig de jouwe is.