God in de ruimte

uit de cursus ‘God in verschillende gedaanten’ 1985-1986

God in de ruimte

Als er een God is dan doordringt hij alle dingen. Wat is het belangrijkste deel van de schepping? De ruimte. Dus is God in de ruimte. Dat wil nog niet zeggen dat men dat op aarde begrijpt.

Door alle tijden heen hebben de priesters over een God in de ruimte gesproken en daardoor zelf als God in Frankrijk geleefd. Maar als wij het ruimtelijk geheel bekijken, dan worden wij geconfronteerd met een aantal eigenaardige verschijnselen.

Punt 1. Er is een buiging in het licht. Wij kunnen niet alles zien. Dus moeten we aannemen dat er buiten het kenbare heelal nog meer bestaat.

Punt 2. Er zijn de laatste tijd een aantal theorieën ontwikkeld over zgn. parallelle universa of anders dimensionele universa. Ook die zouden deel moeten zijn van de totaliteit van de goddelijke schepping.

Er is een heel oud verhaal. Ik heb geprobeerd het te controleren, maar ik kon niet goed tellen. Als we dan gaan kijken vinden we ongeveer 63 bolvormige heelallen, elk in zich met een aantal sterrennevels in verschillende stadia van ontwikkeling. Sommige alleen met latente energie. Deze schijnen zich te bewegen in een niets. Het is verder niet definieerbaar. Het is grijs.

Er is een middelpunt. Dat middelpunt zou je het best kunnen omschrijven als een witte stip op een zwart stuk papier waarop die 63 cirkels zijn getekend. Als je spreekt over God in de ruimte, dan vraag je je natuurlijk af, wat is het middelpunt? En dan schijnt volgens al hetgeen je kunt waarnemen het zo te zijn, dat juist het middelpunt dat ik als een witte stip heb uitgedrukt (het is natuurlijk niet feitelijk kenbaar) dat dat eigenlijk het begin van alle dingen is.

Het begin van alle dingen moet God zijn. Dat is het punt vanwaaruit alle verschijnselen en evoluties plaatsvinden. Als we verder proberen de zaak beter te bekijken, komen we tenminste tot verschillende dimensies. Het opvallende daarvan is dat ze gewoonlijk voorkomen in combinaties van 3 of 4 dimensies en dat die samenstelling per kogel verschilt. Dan vraag je je af: waarom? Misschien is het wel zo dat veelzijdigheid alleen kan worden uitgedrukt door te delen. Niet alleen in tegenstellingen maar werkelijk door eigenschappen af te zonderen en een afzonderlijk bestaan te laten leiden. Als dat zo is, dan is het denkbaar dat al deze dimensies en alle kwaliteiten die we ontmoeten, plus alle kosmische wetten die het geheel schijnen te regeren allemaal deel zijn van God. Maar God zul je altijd beleven zoals je hem ziet.

Ik denk dat er wezens zijn die zeggen: God, dat is de rede. Daar lopen ze dan een beetje achter, want dat is in de Franse Revolutie ook al gebeurd, alleen maakten ze daar een godin van, want dat toonde beter.

Als God de rede is, dan is God ook het denken. Als God het denken is, dan is God de conceptie van het zijn, dus het beeld dat van het zijn bestaat. Ik vind dat niet zo onaanvaardbaar als sommige aanwezigen die misschien liever een persoonlijke God zien of alleen maar een vaag wolkje.

Ik denk dat deze wezens (overigens technisch wat verder gevorderd dan die op aarde) eigenlijk tot hun godsbeeld zijn gekomen omdat er niets is dat werkelijk absoluut creatief kan zijn buiten het denken. Dan is het dit creatieve element dat de hogere klassen van schepselen onderscheidt van de lagere. Hoe lager een wezen staat op de trap van ontwikkeling, hoe kleiner zijn voorstellingsvermogen is voor zover het abstracte of nieuwe zaken betreft.

Je kunt niet zeggen dat een dier niet droomt. De hond droomt, de kat droomt. Maar wat is hun droom? Het is een herhaling van elementen uit het dagbestaan. Een mens die droomt, kan dromen van totaal vreemde werelden. Hij kan dromen van geheel andere wezens dan hijzelf. Hij kan dromen van werelden van licht of van hellewerelden. En altijd weer schept hij daarmee dingen die weliswaar met zijn aards denken verwant zijn, anders zou hij ze niet kunnen begrijpen; maar die dan toch op zich een totaal nieuwe samenstelling betekenen. Dat is, meen ik, creatief en daardoor belangrijk.

Een andere groep zegt juist: God is levensadem. Vraag je wat dat betekent, dan blijkt dat zij uitgaan van een onzichtbare kracht die als een soort geestelijke zon straling uitzendt. Alle leven kan er alleen zijn indien het voortdurend door die straling wordt aangevuld. Zij zeggen Leven betekent het verbruiken van levensenergie, maar de kracht vult ons aan. Ik mag daar bijvoegen, dat in aardse tijd gerekend de gemiddelde levensduur daar op het ogenblik ligt rond 1700 jaar. Dat is langer dan een mens redelijk zou kunnen bereiken. Misschien dat een lange levensduur hun totaal andere wijze van benaderen van het bestaan hierin een grote rol speelt. Ik kan het alleen vergelijkend uitdrukken.

Kunt u zich mensen voorstellen die leven in een volgens uw standpunt wilde natuur, die daarin huizen bouwen die technisch heus wel vergevorderd en volmaakt zijn, maar die helemaal zijn aangepast aan de omgeving? Kunt u zich voorstellen dat zij hun hele leven doorbrengen met werken voor elkaar, maar tevens ook met wat zij noemen het beluisteren van het leven? Zij gaan bij een boom zitten (zij hebben daar geen bomen zoals u op aarde, ze hebben iets wat daarop lijkt) en gaan proberen het hele proces van leven aan te roeren. Als zij zich één voelen met de kracht die in de boom zit, dan zeggen zij: Ik heb de kracht van de boom geërfd. Het zijn vreemde wezens, maar zij hebben in ieder geval een zeer persoonlijke benadering.

De eerste groep, die ik noemde, heeft wetenschappers die zich bezighouden met de rede, redelijkheid en al wat daartoe behoort. Het gaat iets verder dan wat men op aarde logica noemt. De wetenschappers zou je met enige reserve priesters kunnen noemen. Maar je kunt ook ergens komen waar God gewoon een beeld is, een berg of waar God zijn wil openbaart in de wolken of in de loop van de sterren. Overal is er een ander beeld. Het wonderlijke is echter dat dat beeld altijd een aanvulling is en een vervolmaking betekent van het eigen wereldbeeld. Ik meen dat dat duidelijk maakt waarom wij over God in de ruimte kunnen spreken.

Er is iets. Wij concipiëren dit iets volgens ons eigen wezen. Wij proberen daar een kader voor te vinden (een kader van referenties, van voorstellingen) dat dan voortkomt uit onze eigen bezintuiging, uit onze processen van denken en gevoelen. Dat doen al die anderen ook. Maar ik kom dan toch wel tot de conclusie dat God iets anders is dan hier op aarde of elders wordt gedacht.

God in de ruimte. De ruimte omvat alles. Ik kan mij geen God voorstellen die niet alles omvat. Hier spreekt misschien mijn eigen conditionering ook mee, maar ik heb nog niets gevonden dat dat tegenspreekt. Integendeel, ik heb heel wat aanduidingen gevonden dat het door zeer veel anderen in dit gehele stukje heelal zo wordt ervaren.

Dan denk ik het is misschien ook geloof. Maar het is een geloof dat mij vrij laat en dat is belangrijk. Als ik innerlijk iets meen te weten, dan moet ik vrij zijn om dat op mijn eigen manier te beleven en op mijn eigen manier waar te maken. Erg belangrijk vind ik daarbij dat God niet wordt gedefinieerd.

Als wij kijken naar dat samenstel van heelallen (ik zeg nogmaals, ik heb het niet precies kunnen tellen) en we kijken naar het grijs dat om die punten zweeft, dan zeggen we: Wat is het? Is het het ongevormde? Is het niets? Is het misschien de begrenzing van de gedachte waaruit alles is voortgekomen? Ik weet het gewoon niet. Er zijn denkbeelden te over daaromtrent.

Iemand heeft eens gezegd: Als je de hele kosmos nagaat en je zou voldoende afstand kunnen nemen, dan zul je zien dat wat wij God noemen, een amoebe is. Dat lijkt niet waarschijnlijk maar het zou kunnen. Juist het onbestemde benadert de realiteit. Daar waar mensen beginnen met keer op keer precies te zeggen wat God is, wat God wilt, hoe God alle dingen regelt, als men zo ver gaat dat men zegt: God heeft een klok aan de hemel gezet die bepaalt hoe degenen zullen zijn die onder een bepaald teken worden geboren, dan zeg ik: Mensen, dat is kolder. Al is het alleen maar omdat uw sterrenbeelden slechts voor u tellen. Zodra u een eind weg gaat, zelfs als u op Mars zit, dan verandert het al. Laat staan als u buiten het zonnestelsel komt. Het zijn geen con­crete dingen.

Wij hebben ervaring met krachten die op de mensen inwerken. Waar komen die krachten vandaan? Misschien is dat het antwoord (donder en bliksem buiten). Wij weten het niet. Wij kunnen alleen maar zeggen: Als je astrologie beoefent, dan kun je voor de bepaling van invloeden gebruikmaken van punten die voor de aarde praktisch vastliggen, ofschoon ze op zichzelf niets te zeggen hebben.

Kijken we dan verder naar die beïnvloeding, dan blijkt dat een aantal van die invloeden ongetwijfeld uit de kern van het Melkwegstelsel komen: zeer grote zonnen nogal wat nova’s. In ieder geval nogal wat straling. Maar aan de andere kant zijn er ook dingen die werken, terwijl ze eigenlijk driekwart lege ruimte vertegenwoordigen en toch hebben ze invloed. Dan moet daar wel iets anders zijn. Is dat God? Ik weet het niet. Ik denk dat wij dat het best kunnen omschrijven als een manifestatie van een werkelijkheid. Die werkelijkheid is misschien God.

Dan zijn er mensen die zeggen; Ik weet wat God wil. Heeft God wel een wil? De God in de ruimte is alles. Waarom zou hij willen? Waarom zou hij ingrijpen zoals dat in vele geloven voortdurend wordt beweerd? Ik geloof niet dat de scheppende kracht zelf kan ingrijpen. Daarmee zou hij tegen zijn eigen wezen ingaan. Ik denk wel dat lagere bewustzijnsvormen, vanuit een menselijk standpunt nog erg hoog en machtig, in staat zijn om tijdelijk maar nooit blijvend bepaalde invloeden wat te veranderen. Dan komen we tot de conclusie: God in de ruimte is eigenlijk het beeld van de werkelijke God, van het onbestemde. Alle Goden die de mensen hebben vereerd in alle tijden en alle Goden die worden aanbeden op zovele bewoonde planeten in de hele kosmos zijn allemaal projecties die zijn aanvaard door de een of andere entiteit die sterker of krachtiger is dan de schepselen waarmee hij te maken heeft.

Wanneer kan zo’n entiteit optreden als God? Er moet een bepaalde voorwaarde gesteld kunnen worden. Wij zeggen: Een God moet kunnen scheppen. Je kunt ook zeggen Een chemicus schept ook. Hij maakt uit verschillende stoffen dingen die er nog niet zijn geweest. Misschien is het iemand die bekwamer is dan wij ons kunnen voorstellen, die in staat is te werken met alle krachten die binnen een zonnestelsel of misschien binnen een Melkwegstelsel een rol spelen, die daardoor bewegingen enigszins kan reguleren, maar die zoals wij zal zijn gebonden aan de totale wetmatigheid die uit de kosmische, alomvattende God voortvloeit.

Nu hoop ik niet dat u denkt: nu zwemt daar een in de ruimte. Over de ruimte wil ik nog accepteren, maar niet in. Wat ik zeg, is overdacht.

Als je eerlijk op zoek gaat, dan stoot je op gedachtenbeeld na gedachtenbeeld. Eenieder zal dan voorstellingen ontmoeten die hijzelf God heeft genoemd. Ik geloof heel graag dat een indiaan overgaat naar de Eeuwige Jachtvelden en daar al jagende voortgaat met de buffels die daar nog lopen en ineens Manitoe ziet. Zijn Manitoe, zijn geleidegeest, zijn God.

Ik kan mij voorstellen, dat een boeddhist ergens wakker wordt in een tempel met een tuin eromheen en daar de Boeddha ziet lopen. Ik kan mij zelfs voorstellen, dat iemand van het christelijke geloof naar de hemel gaat en terecht komt in de één of andere kerk waar in plaats van een altaar of een preekgestoelte een troon staat waarop een godsbeeld troont alsof het een nieuwe Sinterklaas ware. Al die dingen bestaan wel maar ze zijn denkbeelden.

Waarom zijn die denkbeelden voor ons zo echt? Wij bezielen ze zelf. Ik ben soms geneigd dat te onderschrijven. Aan de andere kant kunnen wij niet tegen een bezielende kracht zijn, want er zijn bepaalde kwaliteiten die niet door mensen worden bepaald. Er zijn ook kwaliteiten die alles overtreffen wat men aan menselijk geloof, emotie en voorstelling bij elkaar kan halen. Maar waarom zou er dan niet een entiteit zijn, misschien een mens die volledig bewust is geworden, die een dergelijk beeld, door mensen geschapen a.h.w. hanteert, probeert het hen mogelijk te maken daardoor verder te komen

Indien er een principe bestaat dat de hele kosmos schijnt te doordesemen, elk heelal, misschien zelfs dat punt in de ruimte dat onomschrijfbaar is, dan is het wel de wet van de voortdurende verandering. Alles ondergaat steeds transformaties. Uw leven wordt dood, uw dood wordt leven. Waarom? Misschien wel omdat het niet mogelijk is om in een besef en in één vorm de totaliteit van alleen je eigen wereld te omvatten. Iemand die dat wel kan doen, moet vanuit uw standpunt dan wel God zijn. Is hij dat ook? Ik denk dat dat ligt aan de definitie die je geeft van God.

Helaas gebruiken mensen hun God nog al te vaak zoals bepaalde primitieve fetisjisten dat nog doen. Zij maken een beeld van hun God, ze vereren dat, schenken het alles wat ze maar geven kunnen, maar als het niet gaat zoals ze wensen, dan slaan ze er een draadnageltje in.

De mens probeert met God een handeltje te drijven. Soms lukt dat ook nog. Want als je zelf sterk genoeg denkt, dan beïnvloed je alles om je heen in een bepaalde richting. Dan gaan we nog maar een stapje verder.

Als dit juist is, dan scheppen wij zelf voor een groot gedeelte de wereld waarin wij wonen. Dan is dus de schepping geen vaste vorm. Indien wij zelf de zaken kunnen beïnvloeden, kunnen veranderen, dan is er geen vaste scheppingswaarde. Wat manipuleerbaar is, is kennelijk energie. De vorm die daaruit voortvloeit is voor ons de realisatie van de energie die we er ingestoken hebben. Of dat nu met denken gebeurt, met handenarbeid of de hemel weet hoe. Dan kom ik tot de conclusie;

Als mijn kosmische God, mijn God in de ruimte, realiteit is en ik geloof dat, dan is het totaal zijnde kracht en niets anders. Ik heb dat al eens eerder gezegd. Maar als het kracht is en die kracht krijgt vorm en gestalte, dan kan dat geschieden volgens de wetten die daarin liggen. Elke wereld beantwoordt aan de wetten van deze God in de ruimte. Maar ze wordt in haar samenstelling en belevingswaarde bepaald door degenen die haar concipiëren. Het wereldconcept is bepalender dan wat de mens werkelijkheid noemt.

Dan vraag ik mij af: Als er dan zo’n alomvattende God is, is er dan een antithese denkbaar? Een duivel bv. Het antwoord is: neen. Onvoorstelbaar. Er is één kracht.

Wat is dan een duivel of een demon? Iets dat in strijd is met ons godsbeeld misschien? Zijn er in ons voorstellingen die elkaar a.h.w. opheffen? Dan kun je je zelfs het beeld van Ingmar Bergman voorstellen, God en de duivel die schaak spelen.

In God spelen negatieve en positieve krachten altijd een rol. Wij zijn voortdurend bezig om daar op de één of andere manier een evenwicht in te vinden. Beide kanten van ons wezen schijnen de meest gecompliceerde zetten uit te denken om aan het bewind te komen. Maar zijn daarom die krachten werkelijk of zijn ze fragmenten van onze persoonlijkheid? Dat is alleen begrijpelijk indien we uitgaan van het standpunt, goed en kwaad zijn persoonlijke zaken. Ze worden bepaald door je aard, je wezen, je visie, je ervaring. Dan kan in een onvolledig besef inderdaad die tegenstelling bestaan. Maar gelijktijdig wordt de vorm, waarin die tegenstelling wordt gegoten bepaald door het denken. Het is wat wij denken. Waar moeten wij dan in geloven?

In vele landen heeft men zijn eigen oplossing gevonden. In het begin van de cursus heeft u daarvan voorbeelden gekregen. Elke oplossing past bij de aard van het volk, bij de ontwikkeling, zelfs bij de situatie waarin de mensen verkeren. Een Duitse God is een soort keizer Wilhelm, die zich afzet tegen al datgene wat zijn keizerlijk gezag aantast, zeker als het een armband met een hakenkruis draagt.

Een Nederlandse God is een zedepreker die klaar staat om duchtig de roede te hanteren en intussen toch een zekere liefdadigheid t.a.v. de zondaar kent. Volkskarakter, meer niet. Maar al die beelden moeten zinvol zijn.

Als ik moet geloven in een God, dan kan ik geloven in dat wat voor mij God is, maar ik kan het nooit absoluut zeggen. Ik kan niet zeggen: Dit is God. Ik kan niet zeggen Dit is Gods wil. Ik kan wel zeggen: Zo beleef ik God en vanuit die God, zijn dit de regels die mijn leven beheersen. Dat zul je natuurlijk niet aan alle mensen kunnen opleggen. Denk alleen eens aan de werkgelegenheid. Al die missionarissen die opeens in het arbeidsproces moeten worden ingeschakeld. Al die predikers, die ineens nuttig werk moeten gaan doen. Dat zou verschrikkelijk zijn. Maar de werkelijkheid is zo.

Mijn God is een persoonlijke ervaring van het onbekende. De wil van mijn God is voor een deel mijn eigen besef, ongetwijfeld. Daarnaast misschien mijn eigen droom van volmaaktheid. Daaruit vloeit voor mij voort wat ik moet zijn en hoe ik moet zijn. En gaan we nog een stap verder, dan is voor mij alles zinvol zolang het voor mij een weerspiegeling wordt van deze onbekende God; dit zijn in de ruimte dat alles omhult en alles in stand schijnt te houden. Elke realisatie in mijzelf van die kracht, ongeacht de voorstelling die ik ermee verbind, zal voor mij betekenen dat ik de kracht besef en ook kan gebruiken.

Het zal u opgevallen zijn dat mensen het meest bereiken, als ze in zichzelf geloven. Als je werkelijk goed wilt genezen, dan moet je zoveel zelfvertrouwen hebben dat je er niet eens over nadenkt of je wel geneest, je doet het gewoon. Als je bezig bent met voorspellen, moet je je niet afvragen: Wat ga ik zeggen? Je moet het gezegd hebben. Later zeg je: Ik wist niet eens dat dat eruit zou komen. Deze dingen worden bepaald door een soort zelfvertrouwen, een zelfaanvaarding.

Dan kom ik weer op mijn manier (u moogt er anders over denken) tot de conclusie dat je moet geloven in wat je bent. Dat je de eigenschappen van jezelf waarvan je denkt: ik zou ze kunnen hebben moet aanvaarden als een zekerheid en er dan gewoon mee moet werken. Ik denk dat hemel en aarde dan herschapen kunnen worden op het ogenblik dat één mens beseft dat niets hem kan beheersen zolang hij innerlijk een zekerheid heeft die zich door geen uiterlijke schijn of gebeuren laat aantasten. Dan is het vreemd dat die God in de ruimte ons eigenlijk terugvoert naar de innerlijke ruimte.

Wat is er in u? O, een hele hoop denkbeelden. Een hele jungle vol allerlei spottende dieren-gestalten die allemaal ook een deel van uw persoonlijkheid weergeven. Maar als je verder gaat, wat vind je dan? Er zijn mensen die zeggen: Een tempel. Misschien is het waar. Maar wat is er in die tempel? Niets. Als je diep doordringt in jezelf, kom je op datzelfde punt terecht. Het schijnt er te zijn, maar het is niets. God is niets en gelijktijdig een beleving, een niets. Als ik in mijzelf geloof en op mijzelf vertrouw en niet meer tracht om die God als afzonderlijk in mij te erkennen, dan schijn ik te versmelten met datgene wat je anders misschien als omschrijving van de innerlijke God zou kunnen aanduiden.

Er zijn veel filosofieën. Een ervan is: “Niets is waar buiten het feit dat je bestaat. Want dit bestaan is een persoonlijke waarheid die voortdurend kan worden ervaren. Al het andere is schijn. Al het andere is illusie, maya begoocheling. Al dat andere wordt alleen tot stand gebracht door onze aanvaarding van bepaalde waarden, normen of beperkingen.”

Ik durf niet zeggen dat deze filosofie volledig uitvoerbaar en juist is. Maar ik kan wel zeggen, dat ze op bepaalde punten zeer schijnt te stroken met al hetgeen ik onderzoekende heb gevonden.

Een God in de ruimte, zeker. Het onbekende, het onbepaalde, de schijnbare leegte die tevens het bestaan mogelijk maakt. En dan daarin ontelbare goden en godjes gecreëerd door het denken van mensen. Ontelbare werelden met allemaal eigen normen, eigen moeilijkheden en eigen materiaal, in hun wezen en betekenis bepaald door degenen die denken dat ze daar leven. Ja, ik geloof wel dat het waar is.

Dan kun je een aantal dingen een beetje spottend herhalen. Zoals degenen die over God spreken (dat zou mij eveneens kunnen inhouden) zwammen in de ruimte. En als ze dan de stem Gods uit de ruimte zelf gaan vertolken, dan leven ze als God in Frankrijk. Het is waar.

Je kunt zeggen: Een priester is iemand die zich stelt tussen een mens en zijn God. Ongetwijfeld waar in vele opzichten. Er kan geen andere relatie bestaan met God dan door het zijn, door datgene wat wij zijn. Dan is het niet belangrijk of die God nu de rede is of dat die God de onzichtbare zon is of wat anders. Het is alleen belangrijk dat wij het ons omringende kunnen aanvaarden als een levende kracht, niet in vorm maar in essentie.

Als wij die kracht kunnen aanvaarden dan zullen wij hoe wij ons ook onze God voorstellen of niet voorstellen, ons verbonden weten met dit alomvattende. Dit alomvattende zal dan in ons voelen en denken nog altijd de schijnbare innerlijke leegte zijn, maar ze zal voor ons zo vol vibratie en kracht zijn dat wij niet meer weten of wij het zelf zijn of dat het het onbekende is. Ik geloof dat dat het punt is dat wij moeten bereiken. Het punt waarop wij ons niet meer bezighouden met de vraag waar God is en wat God wil, maar wij beseffen dat wij zozeer verbonden zijn met die God dat wij niet anders kunnen dan putten uit die God, leven uit die God. Dat alles wat we zijn en wat we doen, wat anderen daar ook van denken uit die God voortkomt en met die God in verband staat.

Dan kan ik verder alleen nog zeggen: Voor mij is dit mijn best mogelijke benadering van de onomvatbare waarheid. Dat is mijn beleving. Ik geef het u om het te overdenken niet als een bepaling, als een geloofsartikel.

Vraag uzelf af: wat is de kracht die in u woont? Aanvaard met volledig vertrouwen die kracht. Dan zult u misschien een eigen godsgestalte opbouwen, maar u zult in ieder geval de werkelijk omvattende God beleven. Dat is hetgeen waar het om gaat.

Ik hoop dat deze bijdrage uw godsbeeld iets meer heeft verduidelijk.

De schone schijn

Als wij de menselijke wereld en het menselijk denken beschouwen, dan worden wij geconfronteerd met allerlei idealen, theorieën en stellingen die alle op zich perfect zijn. Het enig moeilijke is, dat ze nooit passen in de werkelijkheid.

Als we kijken naar Jezus leer en datgene wat daarvan terecht is gekomen, dan zou ik haast willen zeggen: Het christendom van vandaag is de antithese van datgene wat Jezus heeft geleerd.

Als wij ons bezighouden met bv. de droom van het Socialisme of het Marxisme, dan zeggen wij: Ja, dat zou ideaal zijn als de mensen allemaal elkaar als gelijkwaardig beschouwden en volledig solidair zouden zijn. Maar iedereen is alleen solidair totdat hij meer heeft dan een ander en dan houdt het op.

Wij kunnen spreken over de zware lasten van de macht. Maar per slot van rekening, als het zo’n zware last is, waarom doen veel mensen dan zoveel moeite om die last te mogen dragen? Waarschijnlijk omdat ze het veel belangrijker vinden boven anderen te staan dan mens te zijn.

Als ik dus praat over de schone schijn, dan heb ik het niet over de één of andere vertoning in de verre ruimte of over één of ander verhaal. Ik heb het gewoon over de werkelijkheid.

Als we zien hoe allerlei angsten altijd worden geëxploiteerd. Eens was het de duivel die je zou komen halen. Nu is het de atoomrampen waardoor de wereld ten onder zal gaan. Vroeger was het misschien de demon die naast je sluipt om je te misleiden. Tegenwoordig is het de terrorist die bommen laat ontploffen juist wanneer jij je hondje gaat uitlaten. Zeker de dingen veranderen een beetje. Het spel blijft eigenlijk hetzelfde.

Ik heb wel eens gedacht dat het verhaal van de ezel die zo hard liep omdat aan de zweep voor zijn neus een wortel bengelde een aardige vergelijking is voor de mens die sociaal strevend is. Als hij sociaal streeft, loopt hij ook achter het onbereikbare aan. Want datgene wat je denkt te bereiken, is nooit wat je verwacht dat het zal zijn en dus moet je altijd verder lopen.

Heeft streven eigenlijk een doel? In de schone schijn natuurlijk wel, want waar zouden wij zijn als niet iedereen zou streven om beter, knapper, machtiger sterker dan een ander te zijn of te worden? Aan de andere kant, als wij allemaal zouden zeggen. Voor mij hoeft het niet meer, dan zouden we toch ook de dingen die nodig zijn wel moeten doen. Maar zou het dan niet veel gemakkelijker zijn, als we niet meer de behoefte hebben om een ander te vertellen hoe het moet zijn als we het zelf willen doen? Als we niet meer de behoefte hebben om datgene te hebben wat een ander heeft.

Ik weet het wel, het zou verschrikkelijk zijn voor vele standen. Plastische chirurgen bv. Zij hebben een kapitaal geslagen uit Brigitte Bardot. Het aantal opgetrokken lipjes dat zij hebben mogen fabriceren is ontelbaar geworden. Niet alleen de opgetrokken lip van een konijn in de zomerzon, want dat was de mode. Ik kan dat wel begrijpen. Kun je niet tevreden zijn met wat je bent? Moet je altijd achter de schone schijn aanjagen, achter net iets anders zijn, net iets anders doen dan een ander? Ik meen dat het voldoende zou zijn om jezelf te zijn.

Kijk ik naar de wereld, dan ontdek ik dat daar de meest krankzinnige dingen gebeuren. Mensen krijgen een hartaanval omdat op het laatste ogenblik een voetbalclub het net niet haalt, terwijl ze nog nooit een voetbal met hun voeten hebben aangeraakt. Waarom zijn ze emotioneel daarmee verknoopt? Misschien wel omdat ze willen ontsnappen aan hetgeen ze zelf zijn.

Er zijn mensen die worden gedomineerd door allerlei obsessies. Ze moeten eenvoudig dit of dat. Als je je dan afvraagt waarom doen ze dat? Dan is het enige antwoord: ik zou het niet weten. Misschien dat ze daardoor proberen te ontkomen aan wat ze zelf denken te zijn.

Ik ben helemaal geen pessimist. Als je geest bent en je hebt een beetje licht, dan ben je geen pessimist meer. Maar aan de andere kant ga je je toch wel een beetje gedragen als een meteoroloog die zegt: Bij ons blijft de zon wel schijnen, maar hoe zal het ergens anders gaan? Dan kom je tot de conclusie dat juist mensen, die zich bezighouden met drogbeelden, die voortdurend achter het worteltje aanlopen van meer inkomen, meer macht, iets anders dat ze goed vinden, dat zij het zijn die eigenlijk het bestaan op een menswaardige manier op aarde onmogelijk maken. Dan zeg ik bij mijzelf: het stormt op aarde aardig. Er zal hier en daar wel neerslag komen al dan niet radioactief. Is daar iets tegen te doen?

Als de mensen zouden erkennen wat schijn is, wat niet echt is en dat niet zouden vervangen door een soort wantrouwen tegen anderen en een innerlijk gekoesterde wensdroom waarin ze niet geloven, dan zou het waarschijnlijk veel beter gaan.

Moet u ook gaan stemmen binnenkort? Gaat u uw stem uitbrengen? Ja, ja. Heel Nederland zingt dan meerstemmig het lied van: Het gaat toch niet op. Waarom stemt u? Ja, omdat het hoort bij het systeem misschien.

Bent u rationeel? Heel veel mensen stemmen, omdat ze nu eenmaal behoren bij deze of gene partij of misschien wel omdat ze verwachten dat die partij iets extra’s voor hen zal doen. Dat is natuurlijk schone schijn. Laten we eerlijk zijn

Als Ome Joop aan het bewind komt, dan moeten wij er zeker van zijn dat hij niet binnen 4 jaar in staat zal zijn om datgene wat Lubbers tot stand heeft gebracht volledig terug te draaien. Dat gaat eenvoudig niet. Dan zit hij bovendien met gedaalde olieprijzen. U weet wat een olieprijs betekent? Het betekent voor de Nederlandse staat een financiële ontlasting, je raakt een hoop kwijt. Dus als je reëel bent, dan zeg je: Wat die mensen zeggen dat ze willen, dat is allemaal wel mooi, maar het kan niet. Dan hoor je de ander uitroepen: Wij zullen Nederland gezond maken

Het doet mij denken aan iemand die zei: Wil je slank worden? Ik zal je helpen. Je krijgt niets te eten. En die heel gek keek, toen na 30 dagen de persoon in kwestie in coma lag. Zo kun je namelijk ook met de economie te werk gaan.

Al die mensen met al hun mooie woorden kunnen in feite heel weinig doen. Want het enige dat ze niet willen en ook denken niet te kunnen, dat is gewoon zeggen: Dat doen we niet meer. Dat is nog het enige dat zou kunnen helpen. Dus, mooie woorden. U gaat kiezen op welke droom of nachtmerrie gaat u stemmen? Allemaal schone schijn.

Ik vind het heel mooi wanneer een vliegtuig komt aanvliegen. De geelwitte banieren wapperen en een witgeklede man zich ter aarde stort om haar te kussen. Ik vind dat roerend. Wat doet de man eigenlijk? Meent hij echt wat hij doet? Wel neen. Hij heeft het een keer gedaan in een opwelling. Vanaf dat ogenblik was het deel van zijn image. Schone schijn. Dan spreekt hij over de liefde en de zorg die wij voor elkaar moeten hebben. Maar als je nu goed kijkt wat er allemaal gebeurt binnenshuis, dan blijkt dat men daar heel anders te werk gaat. Schone schijn

Er zijn mensen die esoterische groeperingen openen en daarbij vertellen dat zij u zullen invoeren in de diepste geheimen van de menselijke ziel en het kosmische bestaan. Als je dan kijkt wat je hebt gekregen dan is het eigenlijk niet veel. Wat je hebt dekregen is een kermis façade die je voor de werkelijkheid kunt zetten. Pas op het ogenblik dat men niet meer bang is voor de werkelijkheid en er geen façade voor opbouwt, kan men esoterisch iets bereiken. Maar als je daarmee begint, dan zijn er heel veel mensen die zeggen: Daar voel ik niets voor of daar ben ik bang voor of, dat moet wel uit de duivel zijn.

De duivel is ook een deel van de schone schijn. De duivel is het stofje dat alle goedgelovigen al hetgeen hen niet bevalt, proberen onder het karpet der aardse zonden te schuiven. Dat neem ik hen niet kwalijk, maar als zij dan denken dat ze daarmee de wereld beter maken, dan is ook dat schone schijn.

Je kunt niets werkelijk veranderen, tenzij je eerst jezelf verandert. Maar de meeste mensen zijn zo druk bezig de wereld te veranderen dat ze aan zichzelf niet toekomen. Daarom gebeurt er niets dan alleen die leuzen en schone schijn. Als wij van onszelf dromen als goede mensen, dan is dat ook schone schijn. Wij zijn niet goed en wij zijn ook niet kwaad. Wij zijn gewoon wat we zijn. En wat we doen, nu ja, misschien dat de goegemeente zegt dat het goed is of dat het slecht is. Maar per slot van rekening, als je iemands leven redt om een goed figuur te slaan tegenover de dochter van de buurman, dan vind ik dat niet goed. Men vindt natuurlijk dat het stinkt. Maar ja, de hele omgeving stinkt erin en zegt: Dat is een held. In feite is het een stommeling. Als dat meisje daar niet had gestaan, had hij het leven van die ander niet gered. Kijk, dat deugt niet.

Zo zijn wij ook bezig. Wij beklagen ons over de wereld die ons slecht behandelt. Maar hoe behandelen wij de wereld? Zo kun je doorgaan. Weet u, schone schijn is een vermomming van de werkelijkheid.

Wie ooit in de oerwouden en moerassen de voodoodrums met hun opzwepend ritme heeft gehoord. Misschien heeft u gezien hoe de ingewijden zich kronkelen in allerlei extatische dansen en zich bezighouden met het oproepen en vereren van het water, van de lucht, van het vuur, van de aarde. Dan denk je soms: dit is werkelijk magisch, het is magische kracht. Het is echter toneelspel. Op het ogenblik dat men het doet, gaat men daarin op. Verandert men daardoor? Wel neen. Dat is nu de schone schijn.

Het is zoiets als een toneelspel. Een actrice dartelt levendig en vrolijk over het toneel. Met diepgevoelde timing weet ze precies nu de dramatische punten aan te brengen waar het moet en dan is het afgelopen.

Ze gaat naar de kleedkamer. Als dan de rimpels onder de pleisterlaag tevoorschijn komen en de dame in kwestie blijkt last te hebben van jicht of reuma en ook haar dramatiek voor zelfverheerlijking begint plaats te maken voor zelfbeklag, dan denk je: wat ik heb gezien was dat nu echt? Ja, het was echt voor u als beleving, maar het was niet echt. Het was een spel, de schone schijn.

Laat mij dan mijn kort onderwerp heel eenvoudig zo beëindigen. Bijna alles in het leven is ergens schone schijn. Een mengsel van zelfbedrog en opgaan in een rol waarvan je weet dat ze eigenlijk niet bij je past of niet meer bij je past. Als je daarmee tevreden kunt zijn, best. Maar vergeet dan niet dat het niet werkelijk is. Begrijp dat het een vertoning is. Kijk in de wereld om je heen en zie wat werkelijkheid is en wat vertoning is. Besluit dan voor jezelf: schone schijn of niet, ik zal zo zijn, ik zal zo leven, ik zal zo handelen dat ik zelf daarmee vrede kan hebben en dat ik geen enkel ogenblik het gevoel heb dat ik anderen daardoor iets tekort doe.

Als je zo kunt leven, heb je volgens mij inderdaad de schone schijn terzijde geschoven. Dan weet je wat de kermis van het leven werkelijk is. Dan sta je niet alleen maar je te vergapen aan de façade. Dan zie je wat daarachter is, dan zie je de mogelijkheden die erin steken en zul je tot jezelf zeggen: Nu durf ik werkelijk bewust mijn keuze hier doen. Nu durf ik mijn weg gaan en nu zal ik mij niet meer laten overtuigen dat anderen het beter weten, omdat ik besef dat de helft van hun weten eveneens schone schijn is. Daarom zal ik zoeken in hun weten iets te vinden dat voor mij weten en de mogelijkheid tot beleven betekent.