God is liefde

18 mei 1971

God is Liefde, maar wat is liefde? De grote moeilijkheid bij de mens is dat liefde geen zuivere erkenning is, zij is een emotie. Wie zegt: God is liefde, denkt daarbij aan de bezitslust, de beschermingslust, zo goed als aan de emotionele gebondenheden die in de materie bestaan. Maar wanneer wij God proberen, zo goed als wij kunnen, te zien, dan weten wij hier te maken te hebben met een wezen dat buiten tijd leeft, buiten ruimte bestaat. Dat mogelijk in alle dingen aanwezig is, wij zijn er althans van overtuigd, maar dat toch zeker niet gedefinieerd kan worden in zijn wezen of in zijn eigenschappen, met menselijke normen en aan de hand van op aarde geldende begrippen. Dit wil ik graag vooropstellen.

God is liefde. Zeker. Alle dingen die zijn, zijn in wezen onvergankelijk. Uiterlijkheden kunnen vergaan, essentie blijft altijd voortleven. Dat betekent dat het belangrijkste van al wat er bestaat, vanaf het kleinste wezen, zoals bv. een bacterie, tot de mens en verder, blijft bestaan. Er gaat niets teloor.

Wanneer je uitgaat van dit principe “eeuwigheid” dan is het ook veel gemakkelijker te begrijpen waarom bv. de natuur zo strijdig lijkt met Goddelijke liefde. Want men zegt: kijk eens naar de leeuwen hoe zij al die lieve beestjes daar doden om te eten. Was dat nu nodig? Had die leeuw nu ook niet gras kunnen eten zoals zijn slachtoffers? Het antwoord is nee, omdat een ecologische keten nu eenmaal moet bestaan uit een reeks verschillende organismen die elkaar in evenwicht houden. Het sterven dat voor de mens zo verschrikkelijk is, de pijn waarvoor de mens vaak zo bang is en waarvoor hij zo bevreesd is en die hij zo onaanvaardbaar vindt, zijn vanuit het tijdloze gezien, niets anders dan kleine ogenblikken van onprettige beleving, van onbekwaamheid op een bepaald punt misschien. Zij gaan voorbij, het leven zelf gaat voort.

God heeft dus helemaal geen behoefte aan de fondantachtige tederheid, deze overzoete stroop van liefde die de mens hem zo graag toekent. Men zegt: God is toornig Ik geloof niet dat een God die zich boos kan maken over zijn schepselen een god is. Voor God is het zo onbelangrijk. Men zegt: God is rechtvaardig, zeker. Maar zal een Goddelijke rechtvaardigheid ooit kunnen worden gemeten aan de hand van menselijke begrippen, van wat de mens ziet als recht en rechtvaardigheid. Wie is de mens die de euvele moed heeft om te zeggen: zo denkt God, dit is uitdrukkelijk en zonder voorbehoud en te allen tijde Gods wil. Er zijn er misschien, maar zij zijn dwazen. Zij kunnen niet begrijpen dat een waarheid omvangrijker is dan hun waarheid. Zij kunnen niet beseffen dat God gelijktijdig grootser, meer omvattend, meer liefdevol is, maar ook objectiever dan zijzelf kunnen zijn.

De gedachte dat God liefde is, wordt heel vaak vergoelijkend gebruikt. Dan zegt men: Ja wij leven wel niet zoals het hoort, iets wat je voor jezelf constateert en waarmee je daardoor jezelf belast, maar God zal het mij niet kwalijk nemen, want God is liefde. Ik geloof niet dat je in dat aspect met God te maken hebt. God is het “zijn” zelf. Het is, zoals iedereen zal weten, de naam die wij geven aan het onbekende. Wij zeggen: God is een wezen. Goed, maar kan het een wezen zijn dat bij onze voorstelling past?

Wanneer wij uitgaan van het standpunt dat de bijbel nu eens een keer letterlijke waarheid is (ik onderschrijf dit dus niet, maar ik ga ervan uit), dan staat er: dat voor hemel en aarde er was, God er was. Als wij nagaan dat de zon al miljarden jaren bestaat, hoeveel miljoenen jaren de aarde al telt, dan zeggen wij: Alleen al het feit dat dit wezen zo oud is en dus zo enorm veel moet kennen en zien, zal een totaal andere instelling tegen het leven moeten teweegbrengen. Ook wanneer het een eindig wezen zou zijn uiteindelijk. Alleen de leeftijd zou al voldoende zijn om de benadering van het leven geheel te veranderen, de waardering voor het bestaan te veranderen. Als wij dat gaan begrijpen dan zien wij op hoe een grote afstand wij staan van God.

Het is natuurlijk prettig om tegen God te praten. Wij doen dat ook wel. Wij zeggen in onszelf: God nu moet u mij maar eens dit geven, dat doen of: God ik vind dat dit niet rechtvaardig is. Maar wat weten wij daarvan? De goddelijke liefde is niet vergelijkbaar met iets dat de mens als zodanig omschrijft, omdat de mens de onvolledigheid van zijn eigen liefde niet beseft, of niet beseffen wil. Alles leeft. De enige levende kracht, waar dit leven volgens ons denken uit voort kan komen, noemen wij God. Er is oorlog, er is misdaad, er is moord. Er zijn vele wijzen waarop men medemensen en andere schepselen onnodig leed berokkent en God doet niets! Als God wel wat zou doen dan zou hij waarschijnlijk veel dichter bij de mens staan, maar hij doet niets. Hij houdt alleen verder in stand. Is dat niet eigenlijk een fantastisch bewijs van liefde?

God heeft wreedheid geschapen in de natuur. Als je in de jungle komt, dan zijn er lianen die bomen verstikken, de bomen die sterven, de lianen breken, sterven misschien ook, er komen nieuwe bomen. Nu kun je zeggen: dit is wreed, dat leven dat daar in honderden jaren gegroeid is dat wordt daar door een parasiet gewurgd en die schoonheid is voorbij. Het is menselijk. Maar kijk nu naar het andere kantje van dezelfde medaille. Hier zien wij dat er nieuw leven komt waar het oude heengaat. Er is een voortdurende wisselwerking tussen leven en dood. Er ontstaat leven, er vergaat leven. En als leven niet zou vergaan, dan zou het niet mogelijk zijn dat dat leven zo volledig en vaak ook opnieuw zou ontstaan.

Wanneer het proces “leven” en daarmee ook de ervaringscyclus ook van elk ego, voor God belangrijk is, dan is toch het vallen van een boom door een parasiet onbelangrijk. Er zijn andere dingen, neem bv. mensen. Mensen leven, zij hebben familieleden, ouders, kinderen. Eén van hen gaat heen en men vindt dat eigenlijk wreed, men zegt: Ja maar God als u ons liefheeft is het dan nodig ons deze last op te leggen? Maar is het wel een last die u wordt opgelegd? Legt u niet uzelf een last op omdat u zich teveel hebt vastgeklampt aan dingen die toch eigenlijk niet helemaal tot uw werkelijkheid behoren, die als contact altijd blijven bestaan maar die in vorm onbetekenend zijn. Vormen zijn uiteindelijk vergankelijke dingen. Wanneer het leven blijft, doet God niemand onrecht, dan kan hoogstens de mens zichzelf onrecht doen.

Als God zo machtig is, waarom laat God dan toe dat er oorlogen zijn, dat de godsdienst wordt vervolgd, dat er mensenrassen worden uitgeroeid door andere? Och als je uitgaat van het menselijk standpunt is het een begrijpelijke vraag. Maar als u begrijpt dat er geen leven teloorgaat en dat eenieder die sterft, in dit sterven zelf leert en nieuwe wegen kan leren gaan, dan is dat zo wreed nog niet. Ik geloof dat het wreder is om iemand die zichzelf niet meer kan handhaven in het leven, ondanks alles in leven te houden dan om hem te laten gaan in een wereld waar zijn gebreken wegvallen, waar zijn problemen wegvallen, waar hijzelf plotseling vrijstaat tegenover de wereld en zo zichzelf beter kan leren kennen, het leven een betere vorm kan geven.

Men zegt: maar God wreekt zich op de mensen. Welke reden hebben wij om aan te nemen dat dit waar is? Omdat men zegt: de toorn Gods zal u treffen en er gebeurt werkelijk iets? Een beetje dwaas! Vroeger heeft men het gedaan. Wanneer de bliksem insloeg en een boerderij in brand ging, dan zei men: Ziet ge dat zijn zondaars! Dat zijn geen zondaars. Zeker, er zijn bepaalde harmonieën in de natuur en alles wat daar niet mee strookt dat heeft de neiging krachten tegen zich te richten, maar dat hebt u zelf ook. Als u zich niet goed gedraagt door niet goed op uw bewegingen te letten, door te haastig te zijn, dan komt u in een zittende houding terecht, compleet met klachten. Wanneer u bezig bent met het één of ander op te bergen dat breekbaar is en u bent niet voorzichtig, dan vallen er scherven. Dat is toch logisch, dat is toch uw zaak, dat heeft niets met een wrekende God te maken. Waarom dan wel inslag van de bliksem en overstroming, de uitbarsting van een vulkaan? Eenvoudig omdat het voor de mens een bewijs is van macht van zijn God.

De mens wil zich zo graag op God beroepen weet u? God is de hogere autoriteit waaraan men voor zich macht wil ontlenen, waar men een zelfrechtvaardiging in wil vinden. Het is juist dat waar ik het niet mee eens ben. God heeft helemaal geen behoefte om mensen te rechtvaardigen. Hij heeft ten hoogste de behoefte om de mensen de weg tot rechtvaardigheid te leren. En rechtvaardigheid kun je alleen maar leren door schade en schande.

Iemand noemt zichzelf misschien een heilige omdat hij nooit gezondigd heeft. Maar neemt u mij niet kwalijk, is iemand die stil blijft zitten, omdat hij niet kan lopen, een rustige persoonlijkheid? Neen, wij moeten reëel blijven. Wanneer u de vroegere heidenen ziet die bekeerd worden; de mensen die het in het christendom brengen tot belangrijke martelaren, tot heiligen. Wij gaan eens na hoeveel van de vrouwelijke daaronder in feite publieke vrouwen zijn geweest, dan schrik je even, dan zeg je: maar zijn het juist die verworpelingen die het halen. Wanneer wij kijken naar Jezus en wij zien wie het meest met hem meetrekt, wie is dat? Maria Magdalena die dan beleefd als danseres wordt omschreven, ofschoon dit in het verleden gelijktijdig prostitutie inhield. De mens begrijpt niet dat goed niet is gelegen in een toestand. Goed is een besef. God zal dat besef, omdat het harmonie met zijn wezen betekent, ongetwijfeld mogelijk willen maken, maar hij heeft geen reden om dat af te dwingen. Hij heeft helemaal geen reden om u te zeggen dat u op een bepaalde manier moet leven of denken, dat moet u zelf uitvinden. Hij wil u wel vertellen op welke manier u de beste mogelijkheden hebt. Maar de rest is uw zaak. Dan zegt de mens: maar is dat dan geen onverschilligheid van God? Neen dan zeg ik: dat is juist liefde. Het is geen liefde, om een vergelijk te gebruiken, wanneer een moeder zo zéér van haar zoon houdt dat zij probeert elke keer als hij zou willen trouwen, de hele zaak kapot te maken, alleen maar om die zoon toch bij te houden. Dat is geen liefde meer dat is gewoon: bezitswaanzin. Als je dat gaat begrijpen, dan kom je ook tot de conclusie: Ja maar die liefde van God bestaat juist in de vrijheid die hij geeft. Uit alles wat ik hier gezegd heb blijkt inderdaad iets wat “Goddelijke Liefde” genoemd mag worden.

Er zijn enorm veel evenwichten in het heelal. Wij weten dat wij op het ogenblik weer veel hebben te maken met actieve roodfactoren, dat zijn onrust brengende invloeden, beïnvloedingen. Als zo’n invloed komt dan zal die alle mensen beroeren. De een zoekt meer ruzie, de ander gaat ineens hele situaties nieuw zien, weer een ander zegt: ik heb genoeg van mijn beroep en een ander die rijdt weer heel onvoorzichtig op een autoweg. Ieder reageert op zijn manier. Dan kunnen wij zeggen: Kan God daar niets aan doen? Waarom zou Hij? Wanneer wij aannemen dat eeuwigheid, bewustwording, dus de mogelijkheid om God te aanvaarden in zijn werkelijkheid, het doel is, dan is alles wat er gebeurt iets dat daartoe voert.

Het is zo vreemd dat de mens altijd weer God probeert te vereenzelvigen met taboes. Er zijn er heel wat: Gij zult niet vloeken, zegt soms een mens en omdat die ander dan woorden gebruikt die hij als kwetsend ervaart, weigert hij verder contact ermee. Is dat liefdevol? Omdat de ander een ander taalgebruik heeft dan jezelf hebt, moet je die ander daarom uitwerpen? Dat kun je misschien begrijpen. Maar als iemand nu een andere gedragsnorm aanhoudt dan u, die mens leeft vanuit uw standpunt veel te los, te lustig en te vrolijk, kan hij daarom niet dichter bij God staan? Hij kan het net zo goed als een ander.

Het moeilijke voor een mens is dus om te begrijpen dat Gods liefde niet is, een bepaalde eenzijdige kwaliteit op aarde, of een bezit of een rechtvaardiging of zoiets. Gods liefde is juist de totaliteit, dus alomvattend.

Wanneer alles in deze wereld en wat daarna komt zinloos zou zijn, zou je kunnen zeggen: God is geen liefde. Maar zo is God werkelijk liefde.

Als ik kijk naar al de capriolen die wij schepselen, mensengeest, uithalen dan denk ik weleens: ach God moet eigenlijk met een wat vertederende grimlach kijken naar al die kleuters van zijn schepping die spelen.

Het is kortgeleden “Wessac” geweest. Wij hebben fantastische dingen gezien. Wij hebben allerhande invloeden voorvoeld. Wij weten zo’n klein beetje wat de mogelijkheden zijn voor de wereld in de komende twee à drie jaar. Dan kun je zeggen: Is dat dan Gods liefde? Ja dat dit mogelijk is, is Gods liefde, maar als God zou zeggen: Er moet een Wessac-feest zijn met een uitstorting en op die manier moet de mens bewust worden, alleen op die manier, dan zou dat geen liefde zijn.

Ik vind het zo’n waanzin. De mens spreekt bv. over arme heidenen. Een arme heiden die oprecht is in zijn geloof, die is waarschijnlijk veel beter, veel gelukkiger en veel bewuster dan een Christen die vroom spreekt en verder niets doet. Dat moeten wij vooral begrijpen. Het is gemakkelijk om te zeggen: Wij hebben mensen nodig zonder fouten en God leert ons om zonder fouten te leven, hier staan de wetten opgeschreven en nu hebben wij dat maar te doen. Maar dan nemen wij ook aan dat wat God de mens gegeven heeft dus gegeven is en om het niet te gebruiken. Dat is natuurlijk onzin. Als God Liefde is en het paradijsverhaal is waar, dan is Gods liefde een leugen. Je zegt niet tegen iemand: Hier dit alles mag je hebben en hier moet je afblijven. Dat is precies hetzelfde als iemand tegen u zegt: Hoor eens je mag aan alles denken je mag alles doen, als je maar niet denkt aan een roze olifant met witte pootjes en violette oogjes. Dan moet u eens nagaan, dan denkt u aan niets anders meer. Als God bij Adam en Eva de verboden vrucht neerzet, zoals dat geschreven is dus in letterlijke zin, dan zegt God in feite tegen Adam en Eva: Ik heb je al verdoemd. Alleen reeds door te zeggen: Dit is verboden. Daar denken de mensen gewoon niet over na. Zij zeggen: Nou ja staat het zo geschreven dan zal het zo wel zijn. De wereld leeft meestal dualistisch. De mens leeft tussen zijn vrome aanhankelijkheid aan God, die hij verklaart, en zijn vaak demonische bezigheid die hij in de praktijk tot uiting brengt.

Maar kijk eens, de mens leeft tussen goed en kwaad; de mens leeft tussen de voor hem bestaande maatstaven en oordelen. Hij schept zijn God niet. Je kunt niet zeggen: Gods liefde dwingt ons tot ontzegging. Wij kunnen zeggen: onze ervaring van Gods liefde brengt ons ertoe ons iets te ontzeggen. Het is geen dwingende boodschap, integendeel het is in feite zeer persoonlijk. Voor ons, omdat wij beperkt zijn, is het vaak niet mogelijk om die totale Goddelijke liefde te accepteren en dan moeten wij zoeken naar een bepaald aspect dat voor ons aanvaardbaar is.

En dat kunnen wij leren in een bepaalde praktijk van leven en ieder doet dat op zijn manier. Er zijn stammen die orgiastische rituele bijeenkomsten hebben, waar de mensen hier van griezelen en gruwen, omdat zij zeggen: dat is toch verwerpelijk, dat heet dan vroomheid en daar zit alles in, seksualiteit en lieve beestjes doodmaken. Maar die mensen geloven erin. Voor die mensen is dat God, en zij vinden daarin evenzeer God als een kloosterbroeder in de verstilling van zijn kloosterkerk, terwijl hij in uitputting misschien een kruisgebed bidt. Dat moet je begrijpen; Gods liefde is geen eenzijdigheid. Gods liefde is in alle dingen en overal. Wat voor u belangrijk is, is wat u van die liefde kunt begrijpen en dat kan alleen de maatstaf zijn voor uw eigen leven.

God heeft een geheel gebouwd. Wij noemen dat de ecologie waarin dus alle soorten eigenlijk elkaar in stand houden en uitroeien tegelijk. Laten wij een bekend voorbeeld nemen: Er is ergens een grote grasvlakte en daarop vinden wij: gazellen, zebra’s giraffen enz. Wanneer wij die nu rustig laten leven, en geen leeuwen rond laten sluipen om het zwakke wild eruit te halen. Wat krijgen wij dan? In de eerste plaats wordt het ras steeds minder sterk. Dus de overlevingskansen worden kleiner, maar zij worden ook talrijker. Het betekent voor elk dier dat nu geslagen wordt door de leeuw, anders duizend dieren misschien de hongerdood moeten sterven. Als gij u dat gaat realiseren, dan zeg je: ja het is een systeem dat ik als mens misschien niet helemaal kan aanvaarden, maar er zit iets in.

Wanneer u bv. kijkt naar insecten, dan zegt de mens; de insecten moeten worden uitgeroeid en dan komt hij aandragen met allerlei spuitmiddelen, met allerhande vergiften en wat blijkt? Er zijn insecten die daar inderdaad bij vallen, maar wat overblijft is weerstandkrachtiger. Het is niet alleen bestand geworden, het is in feite een beetje gemuteerd, het heeft zijn eigenschappen, zijn mogelijkheden veranderd, vaak ook zijn levensduur en zijn gedragspatroon. Op deze manier komt in de insectenwereld een nieuwe mogelijkheid. Nu kunt ge zeggen: Het is wreed van God dat hij al die kleine beestjes laat uitroeien, of je kunt menselijk redeneren en zeggen: Wat is God stom geweest om vlooien, vliegen en muggen te maken. Maar in het geheel van de bewustwordingsketen heeft het wel degelijk zijn plaats. Je kunt natuurlijk het evenwicht te ver verstoren. Dat gebeurt weleens. De mens staat ook wel eens op het punt om dat te doen. Maar wat is er dan aan de hand? Het is weer veel simpeler dan wij denken. Wanneer wij het evenwicht te ver verstoren zullen alle, in de huidige ecologie elkaar in stand houdende wezens verdwijnen en daarvoor in de plaats zullen andere, meestal tot op dat moment weinig ontwikkelde levensvormen of kleinere machteloze levensvormen een ontwikkeling beginnen. Het paard was in de tijd van al die grote sauriërs, die enorme monsters, die tonnen konden wegen, zo klein als een schoothondje.

Maar er kwam een tijd dat de ecologie veranderde. De sauriërs waren er niet meer, de mammoets verdwenen, de sabeltijger verhongerde of bracht geen nageslacht voort en het paard groeide. Er was ook een ander wezen, een heel klein dom wezen in die tijd, een voorvader van de apen en van de mensen en dat wezen bleef ook doorgaan. Dat wezen had al stammen gevormd, maar die waren klein en die waren aan bepaalde terreinsoorten gebonden en nu ineens vielen al die grote dieren weg. Zij werden machtig, er ontstonden stammen, er ontstond een nieuwe civilisatie, er ontstonden trekkende herdersvolkeren er ontstond landbouw en voor je het wist was je aan de industrie toe. Het is een wordingsproces. Al die dingen hebben een samenhang en die samenhang heeft een bedoeling, het is niet doelloos en door het feit dat het doel heeft en doeltreffend is, is het een manifestatie van Gods liefde. Daarom durf ik gerust zeggen: God is Liefde. Niet als een geloofspunt maar als een voor mij overtuigend en bewezen punt van waarneming.

Het is misschien filosofie, theologie of hoe je ’t ook noemen wilt. Maar elke mens heeft zijn persoonlijk beleven en daarin ontdek je telkens weer: Wanneer ik niet afstand weet te nemen van mijzelf en daardoor alles ga meten vanuit mijn belangrijkheden, dan zal ik nooit veel verder komen. Ik kan rustig offers vragen aan anderen, dat is niet belangrijk wanneer ik ook offers breng aan anderen. Ik kan echter niet zeggen: Ik offer aan de een en ik eis van de ander, dat is al te dwaas. Wanneer ik bereid ben om te ontvangen, moet ik bereid zijn om te geven. En wanneer ik bereid ben om te geven dan begrijp ik wat hetgeen ik ontvang betekent. Ik leer dus. Door mijn geven krijg ik relaties met medemensen, met de natuur en daaruit leer ik weer dingen. Ik krijg emoties, ik krijg ervaringen en daarmee word ik meer dan ik geweest ben.

Als je geboren wordt is dat een pijnlijk proces. Nu kunt u zeggen: Ja, vanuit het standpunt van de baby is het geen bewijs van liefde en wanneer de moeder hem vanuit die warm geborgen binnenzee, van heerlijk rustig bestaan ineens in een koude vijandige wereld werpt waarin hij eigenlijk zo afhankelijk is, dat hij met zijn beperkte waarnemingsvermogens voortdurend aarzelt tussen protest en tevredenheid. Maar als je goed nadenkt, dan is dat geboren worden met zijn pijnen, met zijn schok eigenlijk een noodzaak, anders zou het kind nooit een mens zijn. En als een mens sterft kunnen wij zeggen: maar dat is onnodig, dat had anders moeten zijn, waarom zus, waarom zo? Maar het is ook weer een proces van verdergaan. Er zit pijn aan, er zitten angsten aan verbonden, dat ben ik met u eens, maar het is ook weer een geboren worden. Nu kunnen wij misschien zeggen dat de kracht die je tot die geboorte in een geestelijke wereld brengt, wreed is. Maar je kunt verder, je wordt vrijer. Steeds weer reken je af met wat is geweest en juist daardoor krijg je de mogelijkheid om steeds weer nieuwe herkenningen op te doen, belevingen op te doen; je staat niet stil in je ontwikkeling. Ik geloof dat dat een bewijs van de Goddelijke liefde is. Anders zou God toch zeggen: Ach wat, een hiernamaals voor de mensen? Laat ze clown spelen, laat ze mij aanbidden. En om eerlijk te zijn: Ik vraag me soms weleens af, want dat is mijn eenzijdigheid, of God er niet beter aan had gedaan om dat voor een aantal mensen te doorvoeren, dat zij gewoon maar op aarde een korte tijd de clown zouden kunnen spelen en dat het afgelopen zou zijn. Hij doet het niet. Hij ziet er kennelijk meer in dan ik.

Als je de liefde op zichzelf beziet, dan kom je op heel wat moeilijkheden terecht. Menselijke liefde bv. wordt lichamelijk uitgedrukt. Die uitdrukking van liefde wordt dan verheerlijkt omdat zij nakomelingschap met zich brengt. Is dat wel helemaal juist en waar? Ik geloof niet dat twee mensen die zo samenkomen elkaar noodzakelijkerwijze liefhebben. Zij kunnen zestig jaar getrouwd zijn, zonder dat er van werkelijke liefde sprake is. Er is een contract, er is een samenleven zeker, maar werkelijke liefde is eerst een innerlijke zaak. Het is een begrip, het is een aanvaarding. En pas wanneer die een rol speelt, krijgt het andere betekenis. En zolang dat andere er niet is, is het materiële betekenisloos, speelt het eigenlijk geen rol. Dan kun je zeggen: Ja maar in onze christelijke samenleving is het zus en zo. Lieve mensen, wanneer je naar de Eskimo’s gaat dan is de Eskimoheer heel royaal, dan zegt die man: Het is koud, hier heb je een slaapzak, hier heb je mijn vrouw om hem warm te maken voor je. Dat is heel normaal. Dergelijke gastvrijheid is niet beter of slechter dan een andere. Wanneer u zou zeggen: het is koud; ik heb maar één warm bed, ga jij er maar in slapen, dan doe ik het wel met een deken, dat zou dan precies hetzelfde zijn. Het is de intentie die belangrijk is. Voor die mens is het helemaal niet belangrijk hoe zijn vrouw lichamelijke contacten heeft, maar het is vaak heel erg belangrijk voor hem als zij zich van hem afkeert naar anderen, emotioneel. Ook wanneer daar geen lichamelijke contacten een rol bij spelen is hij geneigd om haar dan te doden. Waarom? Omdat hij een waardering heeft voor liefde die niet materieel is. In een materialistische maatschappij natuurlijk daar heb je dat wel. Het is een beetje dwaas, maar het wordt natuurlijk nog veel dwazer wanneer zij nu gaan zeggen: dat deze in feite materialistische opvatting van liefde de uitdrukking moet zijn van Gods liefde voor de mensheid. Dat vind ik kolder.

Laten wij proberen deze zaak, ook in dat opzicht, nuchter te zien. Wanneer God u een tong geeft en je belet te spreken, doet hij je dan eigenlijk geen onrecht? Hij geeft je een mogelijkheid en Hij zegt en nu zorg ik dat je er niets kunt mee doen, of ik verbied je er iets mee te doen. God heeft de mens heel veel mogelijkheden gegeven, geestelijk en lichamelijk en nu zeggen de mensen dat God zegt: Blijf er af, denk er om, want dat mag niet. Dat is kolder, dan had God het niet gegeven. De God die sommige godsdiensten je voorspiegelen is een soort verrader die je breng tot een overtreding, om je er dan voor te straffen. Wanneer je een mens instinct inschept en als hij die instincten dan volgt en dan zegt: knip ik heb je en nou ga je naar de hel! Heeft dat iets te maken met goddelijke liefde? En dat zijn dan vaak dezelfde mensen die zeggen: Ja, maar god is liefde. Dan zeg ik: Mensen spreken over iets dat je niet begrijpt. Gods liefde is de algehele aanvaarding van zijn gehele schepping. Er zijn mensen die zeggen: daarbuiten is duisternis. Inderdaad, er zijn duistere sferen, maar zolang er een schepping bestaat, zal er een duistere sfeer zijn ook. Men denkt dat men zelf uitverkoren is. Want heeft niet de Heer ons gezegd dat zij zullen uitgeworpen worden naar de buitenste duisternis, waar geween is en knarsing der tanden? Dat klinkt erg mooi, maar een God die een deel van zijn schepping tot eeuwig lijden doemt, terwijl die God er had kunnen voor zorgen dat het niet nodig was, is dat nog een God die je liefheeft? Is dat nog iets dat je als mens of als geest als liefde kunt aanvaarden? Een soort afvalreeks om bij de laatste 144.000 te behoren? Ik zou zeggen dat is een grap.

Maar laten wij het nu eens anders stellen: Zolang er een schepping is zal er het hoogste licht en het diepste duister zijn. Wie in het duister komt kan naar het licht. Wie in het licht is, kan zelfs nog naar het duister: want je bent niet gebonden zelfs aan de eeuwigheid niet, die bestaat in het duister en in het licht.

Je bent beweeglijk, je bent vrij. Je kunt tot in het diepste duister gaan. En zoals in de geloofsbelijdenis staat, dan daalde Jezus af ter helle. Jezus, het summum van Goddelijke en menselijke liefde wat je je eigenlijk in deze tijd kunt voorstellen, daalde af ter helle; ook hij ging door het duister. En vanuit het duister keerde hij terug naar de wereld en vandaar ging Hij in tot zijn vader.

Althans zo zegt men. Als wij dat goed bekijken, zit daar dan niet in wat voor ons allemaal bestaat? De werkelijkheid van Gods liefde is niet dat er geen duister is, maar dat wij door het duister tot het licht kunnen gaan. De liefde Gods ligt niet in kwellingen die hij ons aandoet om ons te louteren in een of ander vagevuur, een soort wassalon voor bevlekte zielen. Een god die dat doet is geen God. Maar een god die de mens is staat stelt zichzelf te kennen en zo zichzelf te zuiveren, zo die mens het recht gevende vanuit zich, zonder dwang en in vrijheid de werkelijkheid Gods te aanvaarden, dat is een God van liefde.

Wat ik probeer te betogen komt eigenlijk hier op neer: Gods liefde blijkt uit de totaliteit van het bestaan. Wanneer wij beseffen dat dit bestaan niet gemeten kan worden in menselijke maatstaven van tijd, duur of betekenis. Het feit dat alle dingen mogelijk zijn is een méér bewijs van Gods liefde, dan het feit dat sommige mensen menen dat zij de hemel kunnen betreden.

Het tweede punt is dit: Wanneer u zo eenzijdig bent in uw leven, uw waarderingen en wanneer u uitgaat van een bepaalde zedenleer, moraliteiten, dan is dat uw volste recht, maar het kan nooit uit God komen, het komt uit u. Want als God alle dingen heeft gegeven, heeft hij ze gegeven met een doel en dat doel is zeker niet dat zij zouden voorkomen.

Een mens heeft een geest, en als ik zeg geest, dan zeg ik een heel complex geheel. Een mens behoort eigenlijk tot elke wereld afzonderlijk. En uit al die werelden samen komt op ’t ogenblik uw bewustzijn samen in het brandpunt “mens”. U bent altijd veel meer dan die mens. De Goddelijke Liefde is het nu juist die u die mogelijkheid geeft om uzelf te testen in deze materie. Het is ook diezelfde liefde die u niet de terugkeer tot uw ware ik ontzegt, wanneer en hoe dan ook.

Wanneer u in staat bent uw hoger ik, of super–ego, te aanvaarden dan bent u daarmee en dat is het belangrijkste van allemaal, dan bent u door die aanvaarding, of u leeft als mens op aarde of ergens anders, ineens in contact met God, dan is ineens het evenwicht hersteld. Hoe bewuster je dat evenwicht beleeft, hoe dichter je voor je eigen gevoel bij God staat. Hoe dit beleven zelf tot stand komt, is niet belangrijk, wel dat het beleven er is. En daaruit volgt dan weer: God is liefde. Maar een mens moet begrijpen dat Gods liefde nooit een excuus kan zijn voor zijn eigen liefdeloosheid.

Toch zijn er steeds weer mensen die anderen misbruiken voor wat zij zien als een hoger doel. Dat is natuurlijk niet geoorloofd. Je kunt leven zoals je wilt, maar wanneer je anderen misbruikt, dan schep je voor jezelf ook onevenwichtigheid. Wanneer je anderen bedriegt, bedrieg je ook jezelf. Wanneer je anderen martelt, dan veroordeel je jezelf tot marteling, zo kun je doorgaan. Dat wat je naar buiten bent, dat is ook datgene wat je innerlijk wordt. De tekorten en de deugden voegen zich samen. Dat is het beeld waarmee de geest zich opnieuw zal oriënteren na de overgang, of misscheien reeds voordien in een plotselinge mystieke ervaring. Het is die oriëntatie waardoor je martelingen kunt ondergaan of een vreugde smaken die onvoorstelbaar is, omdat zij zoveel omvattend en gelijktijdig is dat er menselijk geen woord voor is. Maar let wel! U bent het die het doet. Gods liefde laat u toe uzelf te vormen, laat u toe uw eigen wegen te gaan, laat u toe Hem overal en te allen tijde te vinden want hij is overal aanwezig. Maar Hij verbiedt u a.h.w. om Hem te projecteren in anderen.

Wanneer Jezus staat in de Hof van Olijven, staat Petrus erachter met het zwaard in de hand als de zwaardknechten van de tempel komen om Jezus te arresteren. Wat is in het Christelijke denken van deze dagen beter dan Petrus die het zwaard trekt? En Jezus zegt: Goed zo Petrus jij hebt het recht verdedigd? Integendeel, Hij kijkt hem aan en zegt: Steek op dat zwaard, want wie het zwaard hanteert zal er door vergaan. Hij neemt het afgeslagen oor van Malchus en zet het eraan en zegt: dit is ongedaan. Ik geloof dat dit het meest kentekenend is, zelfs in de Christelijke leer, wat Goddelijke Liefde is. Zij is niet, anderen ergens bij betrekken. Goddelijke liefde is het recht hebben en ook de plicht hebben om zelf te zijn, vanuit jezelf te kiezen, vanuit jezelf ook te aanvaarden.

 Wij kunnen natuurlijk zeggen: Ja maar toen Jezus daar lag, ook in de Hof van Olijven, toen hij bad: Ach Heer laat die kelk aan mij voorbijgaan (je vraagt je altijd af hoe zij eraan zijn gekomen want er was officieel niemand bij, maar goed het staat er) en laten wij aannemen dat het waar is, dan is dat nog een kwestie die bepaald wordt door Jezus verhouding, want het is niet God die hem die kruisiging oplegt: Hij kan er zich aan onttrekken, maar wat Hij ziet als Gods wil is voor Hem belangrijk, daardoor aanvaardt Hij iets wat hij als mens misschien graag zou ontkomen. Dat is ook Goddelijke Liefde. De grootheid van Jezus komt voort uit de vrijwilligheid waarmee hij alles aanvaardt. Als Hij door het noodlot gedwongen en gebonden was dan zou het niets te betekenen hebben, dan gebeurde het iedereen. Maar dat je zo vrij in jezelf beseft; Dat is voor mij God, Gods wil en dat je het waarmaakt, dat is iets fantastisch. Maar let wel weer op! Jezus laat niemand daarvoor betalen. Het is niet zo dat Jezus iets afwentelt op de apostelen, of dat Hij een wraak afwendt op het Joodse volk, ofschoon men dat weleens heeft gezegd. Jezus sterft, Jezus herrijst, Jezus stijgt ten hemel. Dat is het hele verhaal, omdat Jezus zichzelf is, omdat Hij niemand de rekening laat betalen voor wat Hij is, omdat Hij niemand wil martelen of dwingen, omdat Hij zelfs van niemand in feite diensten eist. Hij stelt dingen voor. Wanneer hij aan het kruis zegt: Vrouw zie uw zoon; Zoon zie uw moeder, dan is dat geen bevel, het is een aanwijzing, meer niet.

Goddelijke Liefde kan ons aanwijzingen geven, natuurlijk, maar Goddelijke Liefde is juist Goddelijke Liefde omdat zij ons dezelfde vrijheid laat die Jezus gehad heeft. Wij zijn geen slaven van een noodlot. Wij zijn niet gebonden aan een of ander beperkt menselijk verbond met wetten en wetmatigheden. Wij zijn gebonden aan God en aan onszelf. Wij moeten leven in vrede met onszelf. En dat je daartoe de mogelijkheid krijgt als mens of wat dan ook, dat lijkt mij wel het meest uiteindelijke bewijs wat er gegeven kan worden voor een grote liefde. Liefde die echter geen onverschilligheid is, omdat wanneer wij ons volledig beroepen op het hogere, het zich toch ook weer steeds aan ons manifesteert. Dat wij niet alleen staan tenzij wij die eenzaamheid voor onszelf wensen.