God verwerkelijken in jezelf

19 april 1988

God kun je niet verwerkelijken. Dat klinkt misschien een beetje vreemd maar denkt u dat één cel in uw lichaam, uw lichaam kan verwerkelijken? Het kan deel zijn van het lichaam, in het lichaam functioneren, eventueel op verschillende plaatsen zelfs, maar je kunt God niet verwerkelijken.

De mensheid heeft altijd geprobeerd om zich God voor te stellen als een soort supermens, een wezen dat alle machten en krachten bezit die mensen graag zouden hebben, er uitziet als een mens maar niet aan anderen onderworpen is en dan, naargelang het karakter van het volk of de leer, strijdvaardig, toornig, vredelievend, goedertieren, barmhartig of wat anders is. Maar je kunt toch aan de hand van een atoom wel een beeld maken van wat een soort zonnestelsel zou kunnen zijn, maar je kunt de ruimte daarin evenmin kennen als de ruimte buiten je die je eindeloos lijkt.

En op deze manier staan we dus van God ver af aan de ene kant. Aan de andere kant zijn wij deel van Gods uiting. Je zou kunnen zeggen een belichaming van God in de schepping. En daardoor is er een verbondenheid die pas ophoudt te bestaan wanneer we proberen ons een voorstelling te maken van God. En ik denk dat dit in de Oudheid ook al beseft werd want waarom zou anders de Mozaïsche wetgeving voorhouden dat je geen beelden moogt stellen tussen God en de mens? En dan denkt iedereen aan beelden, heiligenbeelden of zo. Maar ik denk dat hier eerder bedoeld is: voorstellingen, ik beelden dus.

Als u God wilt verwerkelijken in uzelf moet u eerst in uzelf de aanvaarding vinden voor het feit dat u niet alleen maar uzelf bent. U bent deel van een groter geheel en uw vrijheid van willen en streven is veel beperkter dan u misschien beseft. U bent gebonden aan bepaalde mogelijkheden, bepaalde regels, bepaalde wetten. Niet omdat die kosmisch gelden, maar omdat die de taak en de mogelijkheid van uw eigen wezen bepalen.

En dan zit u al met het eerste probleem natuurlijk: Hoe moet ik dat doen? Je kunt dat alleen menselijk omschrijven. Neem zo nu en dan de tijd. Luister a.h.w. naar de stilte in jezelf. Wanneer zelfs het ruisen van het bloed langzaam voor je wegvalt, het kloppen van je hart niet meer gehoord wordt, dan is er iets, onbeschrijflijk, onomschrijfbaar. Maar desalniettemin het gevoel voor ons direct verbonden te zijn met God. Verbind daaraan geen voorstelling. Wanneer dan de kracht gaat, dan moogt u zich een voorstelling daarvan maken en wanneer het valt binnen het kader van uw eigen wezen en mogelijkheden, dan zal die kracht voor u werken volgens die voorstelling, want dan is het een beeld van de uiting Gods door u.

Denk niet dat u de wereld kunt veranderen. De mensen denken vaak: 0, als ik God was dan zou ik het wel even in orde maken. Ik denk niet dat de wereld die ze zouden scheppen voor anderen of voor henzelf verteerbaar zou zijn. Een mens die de hemel zoekt te scheppen baart meestal de hel voor anderen. Realiseer je dat het gebeuren zinvol is, ook wanneer je het niet kunt begrijpen.

Wanneer een soldaat in de slag gaat, dan krijgt hij voorlichting over de taak die hij zelf te vervullen heeft, althans wanneer het goed is. Maar er wordt hem niet verteld wat het slagplan is, wat er precies allemaal moet gaan gebeuren en hoe het precies moet lopen. Dat gaat hem niet aan. Hij moet eenvoudig beantwoorden aan datgene wat nu hoort bij zijn rol. Wij spelen een rol. Een rol in een drama misschien of een blijspel misschien, wie weet. En in die rol moeten wij werken met de kracht die ons drijft. We hoeven niet te weten hoe het geheel in elkaar zit om onze taak in dat deel dat we kunnen overzien goed te vervullen.

Maar er zijn natuurlijk altijd nog wel enkele regels die je eraan toe kunt voegen. Luister naar God in de stilte. God spreekt in de stilte. Ook dat vindt u in de geschriften omtrent Mozes terug. God is een suizelende stilte. God is als een schicht van vuur. God is een rookwolk. God is het steeds amorfe, steeds veranderende dat ons toch iets te zeggen heeft. Maar daarnaast besef je dat je niet alleen bent van God. Iedereen is deel van God. Ook die terrorist, ook die regeerder, ook die steeds dronkenman, ook die steeds kijvende vrouw. Ze zijn allemaal deel van God. Ze horen erbij. Probeer iets van de God die in jou bestaat en die je steeds in jou probeert te beleven in een ander terug te vinden. Baseer je relatie niet op de uiterlijkheden, maar op het innerlijk erkennen.

En dan komt de vraag: Innerlijk erkennen, allemaal heel mooi, maar zit ik dan niet uiteindelijk weer met mijn eigen beelden, met mijn voorstelling van de wereld? Natuurlijk. U bent door datgene wat u als mens bent geworden meer beperkt tot een reeks waardeoordelen. Die waardeoordelen komen voort uit opvoeding, uit milieu, uit uw omgeving dus, maar ook wel degelijk uit genetische invloeden, datgene wat uw voorouders zijn geweest en wat dus bij de groei van uw lichaam al aan evenwichten en onevenwichtigheden in u is ingebouwd. U kunt daarom nooit zeggen: Ik weet wat goed is voor een ander. Je kunt wel zeggen: Ik weet wat goed is voor mezelf. Daar waar dat goede wat ik in mezelf vind, correspondeert met datgene wat ik in een ander waarneem, zal ik trachten dat goede te delen: naastenliefde. Daar waar dit niet aanvaard wordt, zal ik het de anderen niet verwijten. Ik zal er zelfs niet rouwig om zijn, maar ik zal verder gaan want ik moet mijzelf zijn om getrouw te zijn aan de kracht die in mij leeft.

Ik weet niet of daardoor God verwerkelijkt wordt in menselijke zin, maar dit gaat een specifieke rol spelen, voornamelijk in uw gevoelens. Daarnaast wordt die kracht die we God noemen, voor u iets waaruit u kunt putten. Maar dan moet u het met volledig vertrouwen, of hoe zeggen de mensen, met overgave doen. Nu, ik noem het geen overgave, hoor. Je bent er deel van, dus u hoeft niets over te geven. U moet alleen terugkeren tot hetgeen je werkelijk bent en op deze wijze kun je dan langzaam maar zeker groeien naar een ervaring van God. Of die God reëel is of niet doet eigenlijk niets ter zake, want wij beschikken eenvoudig niet over de mogelijkheden of middelen om een oneindigheid voor ons te overzien, te begrijpen.

Er zijn dingen die kun je in mathematische formules, een taal op zichzelf, uitdrukken. Maar zelfs wanneer je dat doet dan sta je alleen wat de uitkomsten betreft in een wereld van het manipuleerbare, de eigen wereld. Al het andere is eigenlijk abstractie. Het wordt wel redelijk verwerkt en beseft, maar je bent er eigenlijk emotioneel niet bij betrokken. Dat kan pas bij de uitkomsten en de eventuele consequenties die je daaraan menselijk verbindt.

God beleven is mogelijk. God verwerkelijken in jezelf dat is zo persoonlijk dat het bij elke mens anders is. Het is zijn voorstellingswereld die uiteindelijk een uitdrukking moet geven aan datgene wat hij ervaart. Het is zijn gevoelsleven dat uiteindelijk de vorm bepaalt waarin het beleefde naar buiten zal komen. Als je voelt dat God tegen je zegt: Trek je terug in eenzaamheid en bid voor alle mensen, dan kan ik menselijk zeggen: Ik vind het onzin, er zijn er zoveel die hulp op een andere manier nodig hebben. Dat kan ik voor mij zeggen, maar niet voor die ander. Die ander heeft die keuze gemaakt. En als in die keuze deze mens de verbondenheid met zijn God voortdurend ervaart, dan heeft hij God niet verwezenlijkt, maar hij heeft zijn eenheid met God op een bepaald punt bevestigd. Dat houdt niet in dat hetgeen hij doet zinvol is. In de rationele wereld vraagt men zich heel vaak af: Ja, ik wil God wel dienen, maar wat levert het op? Dat is nu precies hetzelfde of u tegen uzelf zegt: Ja, ik heb wel nieren en die zullen wel voor mij werken, maar wat word ik er wijzer van? Ja, dat kan van alles zijn, van ureumvergiftiging tot overmatige wandelingen in de richting van een plaats waar je water kunt spuien. Je kunt dat niet zeggen of overzien op die manier. Je kunt alleen vanuit je eigen innerlijk werken.

Hoe kun je werken met de kracht die in je is, dan? Dat lijkt me ook een belangrijke vraag. In de eerste plaats: Er zijn veel dingen die ik zou willen doen. Er zijn weinig dingen waarvan ik voel dat ik ze zou moeten doen. Doe alleen datgene wat je voelt te moeten doen. In de tweede plaats: Blijf trouw aan jezelf en aan je innerlijke wereld. Niet op grond van formuleringen want die kunnen van betekenis veranderen van dag tot dag zelfs, maar op grond van een gevoel van verbondenheid met de wereld. Wanneer je die verbondenheid met de wereld hoe dan ook verliest, wanneer je het gevoel hebt dat die wereld tegen je is en hoe vaak komt dat niet voor, dan ben je op het punt het contact met die kracht te verliezen.

Het is heel vreemd, maar in de magie, maar ook in bepaalde andere disciplines geldt ook de volledige overgave aan hetgeen je doet en aan de kracht die je daarin meent te herkennen. Het gaat er niet om of die God werkelijk bestaat zoals je Hem hebt uitgebeeld of niet, het gaat er om dat je je op dat ogenblik één voelt met die God en dat je uit die God a.h.w. de kracht neemt, vormt en naar buiten smijt. En dan gebeuren er dingen die niet verklaarbaar zijn.

Ik weet het wel, magie is voor sommigen niet meer dan goochelarij, uitgeoefend in een tijd dat de mensen de gave van onderscheid nog niet hadden. Maar werkelijke magie is iets anders. Wanneer je iemand de handen oplegt om te genezen, dan moet u niet denken: Ik wil genezen…Ik wil genezen …U moet voelen: In mij is de kracht en als het goed is zal die kracht genezen, hoe ontspannender hoe beter. Wanneer u het gevoel hebt: Ik moet iemand troosten. Ik vind dat zo zielig, dat verdriet. Ga dan niet kijken naar argumenten. Probeer in jezelf je één te voelen met die ander, iets van die ellende a.h.w. te absorberen, naar jezelf toe te trekken en laat dan de dingen verder maar gaan, dan zul je zien dat je inderdaad troost kunt geven. Genezen is veel vaker nog het genezen van een innerlijk dan van een lichaam en ik ben bang dat in de moderne geneeskunde dat denkbeeld een klein beetje op de achtergrond is geraakt. Nog voor honderd jaar was de dokter een soort magiër, een soort hogepriesterlijke figuur wiens woord wet was en wiens uitspraken zekerheden waren, ook wanneer ze zich weleens vergisten. Nu is de medicus een technicus geworden, een soort monteur voor lichamelijke ongemakken die door het vervangen van onderdelen, het verwijderen van ongerechtigheden en eventueel het toevoegen van de juiste bestanddelen aan het mengsel brandstof, ervoor moet zorgen dat het lichaam goed loopt.

Als je er zo tegenaan kijkt dan geloof ik wel dat je zaken als geloofsgenezing bijvoorbeeld, onzin vindt. En dat je het gebruik van bepaalde krachten in de omgeving onzin vindt. En toch kun je zien dat je door geloofsgenezing, door magnetiseren maar ook door bijvoorbeeld acupunctuur, acupressuur en er zijn nog verschillende andere methodes, resultaten kunt behalen die volgens de orthodoxe wetenschap niet volledig zijn te verklaren. Men zegt dan wel: Ja, het zal wel een kwestie zijn van suggestie, of het is een zodanige beïnvloeding van de mens dat hij zijn eigen genezingsproces versterkt. Dat kan allemaal zijn. Maar waar is de tijd dat de dokter broodpillen voorschreef als hij niet precies wist wat er gaande was en zo wonderbaarlijke genezingen tot stand bracht? Ja natuurlijk, de chemische industrie zal het daarmee niet eens zijn. Het is veel te goedkoop en als het dan nog werkt is het helemaal erg. Maar realiseer je gewoon: die dingen bestaan. Ik zeg niet dat elke magnetiseur mensen wonderbaarlijk geneest, dat elke gebedsgenezer iemand is die goddelijke krachten uitstraalt. Maar er zijn er die genezingen tot stand brengen. Er zijn er die in hun gebed een kracht ontwikkelen waarmee ze zieken genezen, waarmee ze mensen troost geven, innerlijk zelfs veranderen. Zegt dat niet genoeg? Het bestaat. Realiseer je dat in jezelf die God is een geef je a.h.w. daaraan over. Probeer niet de bestuurder te zijn, diegene die God zegt wat Hij moet doen. Probeer degene te zijn die de goddelijke Kracht een uitvoeringsmogelijkheid verschaft. Pieker er niet over wat God eigenlijk is. Er zijn zoveel vraagstukken die u wel kunt bestuderen en beantwoorden dat je een dergelijk onbeantwoordbaar mysterie beter voorlopig kunt laten rusten. Maar wees je van de werkelijkheid ervan overtuigd. Een Gods beleving ontstaat pas op het ogenblik dat wij niet proberen God te dwingen of onszelf tot God te dwingen, maar waarbij we bijna stil, sluimerend, rustig, gevoelsmatig bewust worden van iets wat in ons leeft.

Leer je ontspannen. Leer de krachten te vinden in jezelf en te beseffen dat er meer moet zijn. Laat de kracht in jezelf naar buiten gaan. Probeer er wat mee te doen, te bereiken. Volsta niet met het denkbeeld: Ik heb het en dus is het genoeg. Ik heb de waarheid en dus ben ik uitverkoren. Denk gewoon: Dit is mijn innerlijke waarheid en die leef ik. Onderwerp je aan de discipline die daarin gelegen is. Wanneer je een taak aanvaardt, moet je proberen die te volvoeren. Wanneer je een opdracht accepteert dan ben je verplicht, niet tegenover de anderen in de eerste plaats, maar tegenover jezelf om die ook zo goed mogelijk uit te voeren of de onmogelijkheid ook openlijk toe te geven.

God beleven is leren leven met je eigen mogelijkheden, ook met je onvolmaaktheden en onmogelijkheden. Weet te leren leven met wat je innerlijk voelt te moeten zijn in tegenstelling tot datgene wat je uiterlijk bent. En daar heb je geen wetenschap voor nodig, geen exegese, geen theologen, want het leeft in je. U bent deel van God en zo is God in u. Zijn totaliteit kan u bevatten en door u werken. U kunt slechts dat deel van God bevatten dat in u is en zelfs dat kunt u niet omschrijven. Maar er is een eenheid. Beleef die eenheid. Besef de kracht ervan en laat ze doordringen tot uw wezen zodat u, natuurlijk en ongedwongen die kracht kunt uitstralen, kunt laten leven, kunt laten werken en daarmee manifesteren dat u deel bent van de grote Kracht en dan hebt u God in uzelf verwezenlijkt, voor zover dat voor een mens mogelijk is. Hebt u commentaar?

  • Er zijn veel mensen die bewust leven zoals u zegt, maar er is toch een zekere remming zodat er een zekere dorheid ontstaat. Wat te doen om dat te overwinnen?

Overwinnen. Een menselijke uitdrukking. Je moet het niet overwinnen, je moet het aanvaarden. Daar begint het al mee. Zeg niet tegen jezelf: Ik ben beter of slechter. Vraag je niet af: Kun je het wel of kun je het niet? Voel alleen maar aan of er een Kracht is en als een mens die zo reageert als iemand die uw woorden zou spreken en ook zou beleven, dan zult u in het begin een leegte vinden. Wees er niet bang voor. Die leegte is gevuld met kracht, met licht als u het wilt. U hebt alleen nog niet geleerd om het te beseffen. Verander niet wat u bent, maar maak het tot een uitvoerend instrument van de kracht in uzelf. Eis van de wereld niet of van God dat er iets gebeurt. Laat het gebeuren uit u geboren worden. Dat kan iedereen. Dat kan de kreupele, de verlamde, net zo goed als een krachtpatser. Dat kan de mens die met zichzelf in strijd ligt over de morele of ethische waarden even goed als degene die in zijn uitverkiezing gelooft. Want de uiterlijkheden doen niet ter zake. Iemand die dergelijke vragen stelt zou ik willen zeggen: Leer jezelf aanvaarden en geloof in de zin, de zinrijkheid van je bestaan en probeer dan te voelen dat er in jou een kracht is die het zo heeft gecoördineerd, die heeft gezegd: Zo gaat het verder.

Dan ben je niet bang meer voor wat is geweest. Dan ben je niet meer bevreesd voor wat gaat komen. Dan ben je niet overweldigd door de mensheid om je heen maar je bent ook niet eenzaam. Dan besef je: In mij is een zinvolheid en daarom kan ik aanvaarden wat ik ben. Kan ik geloven in de betekenis van al wat ik heb gedaan en doen zal. Maar ik geloof dat er in mij een kracht is die dat voor mij en voor de wereld duidelijk en beter kan manifesteren dan al het andere. Maar als je dan naar die kracht zoekt, dan wordt het eerst een vonkje licht, dan misschien een vlammetje in de verte, maar op de duur wordt het een gloed die u omhult, zodat u rust heeft zonder dat u beseft waarom en dat u een gevoel van opgewekte kracht heeft zonder dat u uiterlijk daardoor veel verandert. Iets wat u ineens doet aanvoelen wat beter is, wat juister is voor anderen en u ertoe beweegt om uw kracht daartoe te richten. Verwacht van die ander niets. Verwacht zelfs geen teken dat hetgeen u doet werkelijk uitwerkt. Het enige wat u verwacht is dat u innerlijk kunt aanvoelen: Dit was juist voor wat ik ben. Dit is deel van mijn taak, van mijn weg.

Ik geloof dat wanneer u dit overweegt u misschien kunt komen tot een zelfaanvaarding en dat u van daaruit de weg gemakkelijker zult vinden. De ellende van de mensheid is vaak dat ze alles wil zijn behalve datgene wat ze is. Natuurlijk, het is wreed om het te zeggen, maar de mens is het gevaarlijkste roofdier op aarde. De mens is een wezen dat in feite door zijn onvermogen zich heeft moeten ontwikkelen tot een denkend wezen, een werktuig makend wezen. Denk niet dat u de enige bent, de apen doen het ook. Niet dat het een familierelatie is en dat u dus niet naar de Zoo gaat en zegt: 0 God, daar zit een verre neef van mij. Maar daardoor is die mens geworden wat hij is met al zijn instincten. Die instincten zijn een natuurlijk deel van je bestaan. Ze zijn niet iets om te verheerlijken of u op te beroepen. Ze zijn niet iets om te verwerpen of u daardoor ongelukkiger te voelen. Het enige wat wij hebben dat, wanneer wij op aarde als mens leven, van een dier doet verschillen is het vermogen een innerlijke kracht aan te boren waardoor de betekenis die we hebben er niet een is van prooi zoeken, overheersing zoeken, macht, geweld, maar een wordt van aanvoelen wat goed en nodig is voor anderen.

Laten we ook niet te veel praten over liefde. Liefde is heel vaak eigenliefde, misschien omkleed met een waas van zelfbevrediging. De werkelijkheid van liefde is dat ze niet eist, niet vraagt, zelfs zich niet bewust tot geven bereid verklaart. Ze is de aanvaarding van een ander, iets anders, als deel van jezelf. Naastenliefde is niet de mensen o zo liefhebben. Natuurlijk is het mooi als je naar een bedelaar toe gaat en hem een dikke kus geeft. Maar die man denkt waarschijnlijk heel iets anders dan u bedoelt. Maar je moet, wanneer je iemand kunt helpen, het gevoel hebben: Waar voel ik mijn tekorten aan en waar kan ik die aanvullen? Op dat ogenblik ontstaat naastenliefde. Het is geen leer. Het is een praktijk die voortkomt uit de behoefte om een gevoel van verbondenheid, van eenheid met anderen tot stand te brengen. Ik dacht dat ik daarmee uw vraag had beantwoord, maar als het niet zo is, vertelt u het maar.

Geen ander commentaar meer? Ach ja, het oude gezegde zegt al: Wanneer je God in zijn hemel laat, kun je proberen als mens op aarde te leven. Maar als je God uit de hemel sleurt, verban je jezelf en anderen naar de hel. En dan is het natuurlijk weer moeilijk. Bestaat er een hel? Nou ja, als je bepaalde delen van de wereld bekijkt, geloof ik dat ze vlakbij ligt. Ik denk dat de hel het onbegrip is, het egocentrisme, misschien uit nood en armoede en lijden geboren. Het onvermogen om blij te zijn met anderen. Ik denk dat die dingen de hel scheppen. Zoals het vermogen om blij te zijn om anderen, met anderen, in feite de hemel is. En daarmee hebben we de werelden die boven de sterren of diep onder ons in de vurige aarde liggen ook eens ontdaan van hun mythologie. Natuurlijk is het veel leuker een duivel met horentjes en nu maar vragen: Wie heeft hem die nu weer opgezet? En een sik en een cocktailvork om de geroosterde zielen zo nu en dan om te keren. Een groot chipsfabriek in de eeuwigheid.

Het is allemaal leuk. Maar kan er een grotere pijn zijn dan die je jezelf veroorzaakt? Is je minachting, je haat, je verwerping misschien van jezelf, van een deel van jezelf of van je leven niet een hel? En de hemel? Ach mensen, je hebt allemaal wel een ogenblik gekend dat de tijd stil scheen te staan en gelijktijdig razendsnel voortging? Een ogenblik dat je alleen maar was en eigenlijk verder niet nadacht en blij was, diep in jezelf blij, dat is de hemel. Waarom moeten we de dingen zo ver weg zoeken? Wat dat betreft, laat ons niet gaan praten over al datgene wat in vele jaren en op grond van heidense en middeleeuwse voorstellingen allemaal is vastgelegd.

Laten we ons beperken tot onszelf, tot de God die in ons leeft. Daar waar we Zijn wezen erkennen, dat wezen in anderen beleven, is de hemel. Daar waar we Zijn werken, Zijn wet a.h.w. in ons verwerpen, waar we in anderen tegenstanders zien die onze verwachtingen beschamen of niet geven wat ons toekomt, daar creëren we onze eigen hel. En geloof mij, dat is in de geest precies hetzelfde. Een duistere wereld is niets anders dan een vluchten voor de werkelijkheid omtrent jezelf die je niet wilt ervaren. En het wijten van al hetgeen daaruit voortvloeit niet aan jezelf maar aan anderen. En de lichtende werelden, wat zijn ze anders dan gedeelde gedachten die beelden oproepen van misschien gouden steden of rustieke dorpjes, van grote wouden, van bergen met tempels, van meren waarin lotusbloemen drijven.

Onze goede sfeer is niets anders dan een gedachte die we delen met anderen. Maar het is gelijktijdig een verbondenheid die ons gelukkig maakt en ons daardoor in staat stelt meer te aanvaarden, meer te begrijpen en zo in onszelf een diepere vrede te kennen. De mensen denken: Geluk is een bereiking, een verwerving. Geluk in geestelijke en hemelse zin is eerder een vrede, een bijna Nirwana beleven waarin alles in je doortrilt zonder dat er een verplichting bestaat tot reageren of antwoorden. Vrienden, ik zou haast zeggen: De godsdienstles is afgelopen, maar u hebt misschien nog commentaar of vragen, dan kunt u uw gang gaan.

  • Waarom leeft de mens zo in disharmonie met de wereld en de kosmos terwijl de kosmos en de natuur zo in harmonie is. Wat is de drijfveer dan bij de mens om in disharmonie te leven?

Het is de ontkenning van vele zaken. Bijvoorbeeld, de ontkenning van hetgeen nu bestaat en het vervangen van dit werkelijkheidsbeeld door een verwachtingsbeeld om dan vervolgens de werkelijkheid aan te vallen omdat de verwachting beschaamd werd. De mens zou moeten leren zichzelf te handhaven, dat hoort bij zijn leven. Maar het betekent ook dat hij dan geen rechten heeft of plichten behalve ten aanzien van zichzelf en dat wat hij vrijwillig heeft aanvaard.

De mens is een individu en je kunt hem sociologisch maken tot een factor, een nummertje in een groot getal. Maar hij blijft zichzelf. Wanneer de mens zichzelf gaat zien als iets dat alleen moet reageren volgens het geheel en voor het geheel, dan kan hij niet zichzelf zijn en daardoor ontstaat de disharmonie. Sommigen proberen dat in een macho-imago te verwezenlijken, een superman zijn. Anderen, misschien in een supervrouw zijn of superman de baas zijn. Wat meer voorkomt dan u zou denken als u op aarde de zogenaamde supermannen beziet.

Realiseer je gewoon: Die beelden hebben niets met de werkelijkheid te maken. Als je macht hebt ben je niet vrij. 0 ja, ik weet het, je denkt er anders over, maar bezit maakt je niet vrij, want wanneer je veel hebt dan heb je daardoor ook veel zorgen. Alles wat je hebt is niet alleen maar een vervulling of een vrede, het is gelijktijdig een verantwoordelijkheid, een belasting, een zorg. De mens kan dat niet begrijpen en laat het me zo zeggen: Adam en Eva in het paradijs waren naakt. Maar toen ze eenmaal begonnen met de eerste bladeren, ze zeggen vijgenblad, ’t zou ook een kastanjeblad kunnen zijn, dan krijg je de neiging tot ontkennen, verhullen van delen van jezelf, van schaamte. Voor God moet je schaamteloos zijn om te kunnen beleven en dan bedoel ik niet onbeschaamd, maar schaamteloos. En ik denk dat de mens juist dat laatste niet kan. Hij is voortdurend bezig met delen van zichzelf te verbergen voor de wereld en heel waarschijnlijk ook voor zichzelf. Als ik weet hoeveel verdrongen herinneringen vanuit het onderbewust zijn, de mensen a.h.w. dirigeren naar allerhande belevingen die ze dan onaangenaam vinden, dan zou u verbaasd zijn. Juist het ontkennen van jezelf maakt de mens tot de onmens die hij maar al te vaak is.

Beantwoorden aan wat je bent, betekent ook aanvaarden dat je deel bent van een gemeenschap. De mens is nu eenmaal een kuddedier, ook wanneer de roedels tegenwoordig zo groot zijn dat je ze niet meer kunt overzien. Hij is gemeenschappelijk afhankelijk, maar is gelijktijdig ook verplicht om in die gemeenschap de gemeenschap te verdedigen.

En dat houdt ook in dat er in die gemeenschap een bepaalde rangorde moet zijn. Die rangorde wordt niet van bovenuit bepaald. Ze ontstaat uit de relatie van de delen van de gemeenschap en degenen die de macht bezitten, die a.h.w. de meerderen zijn geworden. En wanneer je zelf sterker bent dan degene die je je meerdere noemt, dan ga je in zijn plaats zitten. En als je dat niet bent dan onderwerp je je daaraan in zoverre dat uiterst noodzakelijk is. Zo simpel is het eigenlijk. Maar de mensen willen zich niet onderwerpen. Ze roepen uit: Wij willen uitmaken wat de wereld is.

Mag ik afwijken voor een kort ogenblik? Wanneer u kijkt naar wat er vandaag gebeurt, vandaag de dag over de gehele wereld, dan zult u zien hoezeer de poging te ontkennen wat je zelf in feite bent een rol is gaan spelen in het wereldgebeuren. De Irani en ook de Iraki strijden niet maar met elkaar omdat ze toevallig ruzie hebben over een eilandje. In feite gaat het om een gevoel van superioriteit, het gevoel meer te zijn. Men wil een heel volk laten sterven wanneer degenen die overblijven maar winnaars zijn, meerderen zijn, Übermenschen. Datzelfde zien we in Israël. Niemand zal de joden het recht ontzeggen een eigen land te hebben. Maar hebben ze het recht om anderen daarvoor zo te onderwerpen dat ze zichzelf niet kunnen zijn? Hebben ze het recht anderen de vrijheid te ontnemen die ze voor zichzelf opeisen? Zijn ze meer? Zijn ze Übermenschen?

En kijk wat er op de straten gebeurt. De mensen die proberen met geweld anderen bezit te ontnemen of alleen maar te mishandelen. Waarom doen ze het? Omdat ze meer willen zijn. Omdat ze weten dat ze het niet zijn. En er komen steeds meer mensen die zeggen: Ach, ik kots van de hele zooi. Ik moet het niet meer. Ik heb er genoeg van. Drop-outs misschien. Misschien ook mensen die zeggen: Laten ze met al hun subsidieregelingen voor mijn part ergens op het Atomium in Brussel gaan zitten en als het even kan, uitglijden. Ik wil gewoon zelf iets opbouwen. Ik zal proberen of ik zelf wat kan doen. Iets wat bij mij past en waar de anderen dan toch weer belang bij hebben, zodat ik kan leven. Er komen steeds meer mensen die zeggen: Je hoeft me niet te vertellen wat de waarheid is? Jij met je leringen waar je je niet aan houdt. Je bent alleen maar verachtelijk, achterlijk wanneer je denkt dat ik uw woorden zal geloven wanneer ik je daden onderga. Verachtelijk omdat je je beroemt op datgene wat je tot stand brengt zonder je af te vragen wie je ertoe brengt om het te betalen. En de mensen die dat zien die zeggen: Dan maar anders.

Op het ogenblik wordt dat allemaal zeer mooi gedirigeerd. Maak u zorgen over de mensen in Zuid-Amerika, in Afrika, de ellende in Indië. Er zijn zoveel mensen die uw geld nodig hebben. Wees vooral bezig met die problemen dan kijk je niet naar datgene wat om je heen gebeurt. Maar wat gebeurt er hier? Welke dwaasheden ontwikkelen zich? Wie maakt zich vrij ervan? Welke mens die in Vlaanderen of Wallonië een staat wil zien? Onzin. Staten zijn de waanbeelden van degenen die zich staatslieden noemen terwijl ze in feite alleen machtsminnaars zijn. Wees een volk. Help je volk. Schep voor dat volk, wat bij dat volk past. En misschien ben je veel meer voor de mensen wanneer je voor iedereen tegen een redelijke prijs een goede waterzooi kunt verzorgen dan wanneer je sociale wetten afkondigt die uiteindelijk altijd weer misbruikt worden en in het tegendeel verkeren.

Dat is op het ogenblik aan de gang. En steeds meer mensen gaan beseffen en steeds meer mensen proberen op de een of andere manier los te breken. Maar ze zijn er zo aan gewend zich op de gemeenschap te beroepen. Ze zijn nog steeds slaven van het denkbeeld dat zij met hun maatschappelijke situatie, rechten hebben en eigenlijk daardoor hun plichten wel even naast zich neer kunnen leggen, dat organisatie de oplossing is voor alle problemen in plaats van: Kijk wat je zelf kunt zijn, hoe je beter kunt zijn. Maar er zijn steeds meer mensen die zich losmaken ervan. Er zijn steeds meer mensen die op hun eigen manier beginnen.

Misschien met een klein bedrijfje. Misschien met een dienstverlening of wat anders. Die zoeken naar paranormale genezing aan de ene kant misschien, en aan de andere kant de mogelijkheid om met zo min mogelijk afhankelijkheid ten aanzien van de gemeenschap toch te leven en onder elkaar een beetje vrede te hebben.

Vanuit het ogenblikkelijk standpunt is dat natuurlijk negativisme. Maar wanneer die mensen en hun nageslacht zo hebben geleerd te leven, dan hebben ze ook geleerd voor zichzelf op te komen en ze hebben daarnaast geleerd dat ze elkaar nodig hebben, dat ze alleen niets zijn en dan komt de werkelijke samenleving op gang.

Het is een verandering die zich nu afspeelt. Heus, wanneer over een jaar of vijf, u terugkijkt op wat ik vandaag heb gezegd, zult u zeggen: Hé ja, nu zie ik het ook al hier en daar. Maar het is meer dan alleen maar hier en daar. Het is een verandering die niet van bovenaf, maar van onderaf plaats begint te vinden en waarbij langzaam maar zeker weer beseft wordt dat wat je zelf bent en kunt belangrijker is dan al datgene wat de wereld je voorstelt. En wanneer je dan verder wilt leven, dan moet je wel een beroep doen op de kracht in jezelf, dan kun je niet anders. Dan moet je ergens die vreemde, lichtende leegte die het beeld Gods in ons misschien is, steeds meer aanvoelen en gebruiken, want anders dan word je weer misleid. Dan word je weer door een zogenaamd ideaal meegesleept. Dan word je weer door andere politici misbruikt, dan ben je weer een gebruiksding van het zakenleven.

Dan moet je naar binnen grijpen. Maar als je naar binnen grijpt, wees sterk. En uit die kracht wordt dan als vanzelf datgene geboren wat je nodig hebt. De verandering van de menselijke natuur zoals men dat noemt. In feite de sociologisch opgelegde gedragsnormen plus de ressentimenten die daaruit voortdurend voortvloeien. En dan ga je begrijpen dat mens zijn niets te maken heeft met bezit of met uiterlijkheden, maar met je innerlijk en dat alleen de innerlijke mens de overstap kan maken naar een volgende samenleving, een volgende maatschappij. En dat degenen die dat niet kunnen, met alle macht zichzelf en anderen ten gronde zullen blijven richten, omdat ze zich niet voor kunnen stellen wat werkelijk mens zijn betekent.