God zegene de greep

image_pdf

19 september 1980

Wij zijn niet alwetend of onfeilbaar, dus moet u zelf maar eens nadenken over al wat besproken wordt. Ons onderwerp voor heden dient van meer actuele aard te zijn. Daarom wilde ik eens met u praten over: God zegene de greep.

Een gezegde dat eigenlijk aanduidt dat wij aan het noodlot en het geluk zijn overgeleverd. Op veel dingen in deze tijd en veel van de benaderingen van huidige problemen lijkt mij deze spreuk dan ook wel bijzonder toepasselijk.

Ik wil niet ingaan op de begrotingsproblemen van Nederland. Wanneer u het mij vraagt, is dat eerder een misvatting. Wanneer je echter ziet naar de wijze waarop de mens in deze dagen over het algemeen reageert en denkt, valt op dat zeer oude denkwijzen vermengd zijn met de te nieuwe en nog nooit in feite beproefde denkwijzen.

Zo wordt bv. Somoza vermoord en moeten degenen die dit gedaan hebben eveneens sterven. En wanneer het even kan, moeten er zelfs nog wat meer slachtoffers vallen; waar men dan ook op het ogenblik druk mee bezig is.

Kennelijk denkt men nu en hierbij niet meer aan oorzaken of aan de mogelijkheid dat tussen mensen van verschillende opvattingen, ondanks een dergelijke ingreep, een samenspel kan en moet ontstaan. Het is eenvoudig oog om oog, tand om tand, mijn wil en inzicht moeten zegevieren. Klaar.

In de politiek ziet men een dergelijke benadering. Denk eens aan de wijze waarop reeds nu een Reagan, Carter aanvalt en omgekeerd, een wijze van optreden waarbij feiten kennelijk minder spelen dan de wens de ander in ieders ogen onaanvaardbaar te maken.

De wijze waarop men te keer gaat, is soms eerder belachelijk. En wanneer u dichter bij huis eens nagaat wat Schmidt en Strausz ervan maken, ziet men eveneens zaken die met werkelijke politiek maar zijdelings in verband kunnen worden gebracht. Wat de heren doen, heeft niets meer te maken met de leer van het haalbare of met werkelijke problemen. Het is eerder een kwestie van zoeken naar gelegenheden om modder te spuiten, om elkanders volgelingen terecht of ten onrechte aan te vallen en vooral de tegenpartij duchtig op de huid te zitten.

Denk niet dat ik tegen een dergelijke strijdvorm veel bezwaar zou hebben wanneer deze strijd zich in uw land zou afspelen, want hier zijn de politici te beleefd en zijn geneigd de persoonlijke misstappen van hun tegenstanders ondanks alles met de mantel der liefde te bedekken. Maar toch…

Kennelijk weet men met de werkelijke problemen geen of te weinig raad en dienen deze felle aanvallen eerder om te verhullen dat men in werkelijkheid de toekomstige ontwikkelingen niet kan beheersen of overzien en dus ondanks de vele gewichtige woorden alles overlaat aan het noodlot.

Er heerst een enorme crisis in de wereldeconomie. Dat weet eenieder wel. Maar wat moet je dan doen om een dergelijke crisis meester te worden? In de eerste plaats zal men uit moeten maken, waar men wat werkelijk nodig heeft. Maar daaraan begint kennelijk niemand. Geen enkele politicus is bereid uit te gaan van een werkelijk bestaand behoeftepatroon. Want dan zou men geheel anders moeten gaan denken en werken. Dus blijft men uitgaan van een omzetpatroon en een toch nog wat verder groeien van de economie. Men stelt nu eenmaal dat er winst gemaakt dient te worden, dat de mensen meer moeten produceren, dat bedrijven ook meer moeten gaan omzetten, want dat is nodig. Kennelijk zonder te beseffen dat je op die wijze eenzelfde effect bereikt als wanneer men een biefstuk te lang klopt: Je kunt die nl. niet meer werkelijk goed bakken, daar het eerder een soort tartaar is geworden.

En daaraan juist doet de politiek van alle partijen in deze dagen mij denken: oude idealen, zo opgeklopt en uitgeklopt, dat het een mengsel dreigt te worden dat ligt tussen biefstuk tartaar en Haagse bluf. Iets wat men, zoals u zult beseffen, ook niet onbeperkt kan blijven volhouden. De feitelijke macht van bestuurders wordt juist hierdoor steeds minder, hun moed en mogelijkheid om op te treden neemt steeds meer af.

In dit verband is het optreden van zakengiganten interessant. Deze beloven alles wat politiek maar aanvaardbaar is, maar wel zo dat men zich er later niets te veel van behoeft aan te trekken. Zij rekenen er eenvoudig op dat de politici in de drift van hun spel geen schandaal zullen dulden en niet feitelijk zullen ingrijpen.

Het machtigere deel van het bedrijfsleven houdt geheel geen rekening met hetgeen de gemeenschap van hen verwacht, verlangt, toestaat. Zij eisen voordelen op, op grond van de wensen die anderen koesteren en gaan vervolgens verder volgens hun eigen opvatting. Zij willen nu eenmaal een maximale winst maken en dus doen zij precies waar zij zin in hebben. Kennelijk denken ook dezen: wat er feitelijk bereikt wordt is ons onverschillig, zolang het maar werk en winst betekend. Voor de rest “zegene god de greep”. Wanneer men ons al te zeer tegenwerkt kunnen wij altijd nog wel mensen kopen of de nodige pressiemiddelen hanteren.

De gehele wereld is kennelijk vervuld van een gedegen geloof in het uiten en de onbeperkte macht van pressiemiddelen. En ja, soms win je er inderdaad wat mee, maar dan moet je wel de vermoorde onschuld kunnen blijven spelen of je blijven baseren op formules die de gemeenschap weinig of niets zeggen en toch mooi klinken.

Een sprekend voorbeeld van deze laatste techniek is uw huidige minister-president: wanneer hij juridisch en scherpzinnig formulerend antwoorden kan blijven geven die aan de essentie van de vraag – zover die voor het volk belangrijk is – voorbijgaan, kan hij eenieder wel overbluffen. Maar op het ogenblik dat iemand zich door deze wijze van optreden niet laat overbluffen, is hij nergens meer. Hij staat dan te hummen en de eeh-en en wordt opeens zeer nederig of zeer boos.

Een dergelijke wijze van handelen en optreden heeft natuurlijk weinig zin. Op de duur bereik je niets, tenzij je zeer duidelijk weet wat je wilt en waar je heen wilt. Vakbonden bv. spreken steeds weer over het behouden van werkgelegenheid. Best, maar dan zullen zij ook moeten beseffen en aan hun leden duidelijk moeten maken dat je, om werkgelegenheid te scheppen en te behouden, allereerst een andere arbeidsmoraal dient te bereiken.

In uw land b.v. zou men snelle en goede resultaten kunnen bereiken wanneer men de arbeidsmoraal van de arbeiders zou kunnen aanpassen aan die, welke rond 5 jaren geleden nog algemeen heerste in Japan. Eerst wanneer een zodanige gebondenheid ontstaat aan de firma waarvoor men werkt, zodanig trouw is aan en zich inzet voor de firma als in Japan de regel placht te zijn, gepaard gaande met de bereidheid genoegen te nemen met een in feite wat lagere betaling, zou het weer mogelijk worden dat uw land zijn productie wat zou kunnen opvoeren en in de internationale handel weer een betere rol zou kunnen gaan spelen.

Het besef dat men van de firma afhankelijk is, dat productie en niet het loon de eerste eis is, zou trouwens in alle landen weer sterker moeten worden. Maar eerder zien wij meer en meer het tegendeel.

Kennelijk heeft men zelfs in de Oostbloklanden als arbeider en ambtenaar geen zuiver begrip meer van eigen betekenis en hoe deze alleen aan samenwerken met anderen ontleend kan worden.

In de DDR hebben Berlijnse arbeiders besloten een spoortje dat voornamelijk in zijn opzet een erfenis van Hitler was niet meer te laten rijden. Zij willen meer geld. Op zich heb ik daartegen geen bezwaar. Maar beseffen die mensen wel wat zij in feite doen? Indirect spelen zij, om hun wensen door te kunnen zetten, in op de frictie die reeds daaromtrent bestond tussen Oost- en West-Duitsland. Indirect dragen zij bij aan grotere spanningen tussen Oost en Westblok, en dit alleen maar als pressiemiddel in de hoop zo hun eigen lonen en positie te verbeteren.

Hier, in Polen, maar ook in vele Westelijke landen, wordt duidelijk dat de mensen meer en meer bereid zijn middelen te hanteren die in belangrijkheid niet meer aan te passen zijn aan hetgeen men in feite probeert te bereiken. Om een vlieg te verdrijven, dreigt men bij wijze van spreken met atoombommen. Daarnaast zien wij groepen die geen rekening meer wensen te houden met iets anders dan hun eigen verlangens en stellingen en dus de feiten en werkelijke noodzaken blijven negeren.

Zelfs in kerken heb ik dit vele malen moeten constateren. Ook hier gaat het er om, eigen wil vooral door te zetten, zonder rekening te houden met de mensen, met hun wijze van leven en denken etc.

Laat mij vooropstellen dat ik geen enkel bezwaar heb tegen de theoretische stellingen van welk kerkgenootschap dan ook, maar op het ogenblik dat je in deze dagen opeens begint te prediken dat “vader het toch beter weet en dat de mensen dus alleen maar zoet en gehoorzaam moeten zijn aan hun oversten” is het wel zeker dat een meerderheid eerder het tegenovergestelde zal gaan denken en doen. Want zo heeft men de mensen de laatste 30 jaren opgevoed. Wanneer je in deze dagen tegen iemand zegt dat hij nu eindelijk eens zijn mond moet houden, kun je er wel zeker van zijn, dat hij nog harder zal gaan schreeuwen.

Je zou dus eerder een schijnbare vrijzinnigheid moeten voorwenden om een nieuwe vorm van orthodoxie tot stand te kunnen brengen en men zou zeker niet zonder meer het oude aan eenieder moeten opleggen, zonder kans tot daadwerkelijke inspraak en verandering. Maar degenen die nu eenmaal orthodox ingesteld zijn, menen kennelijk dat door een dergelijke meer op de feiten en mogelijkheden gebaseerde benadering van leer en levenshouding hun invloed te zeer zou doen tanen. Daarom gaan zij nog steeds uit van een benadering, die niet meer in een toch steeds meer progressief denkende gemeenschap te verwezenlijken is. Waarbij men zich wel dient te realiseren dat progressiviteit in feite een vorm van orthodoxie is die zich richt tegen alle tot dan als zekerheid erkende stellingen en waarden, zonder daarbij een meer praktische benaderingsmogelijkheid te vinden dan degenen die men bestrijdt.

Het gevolg van een dergelijk optreden is steeds weer, dat men de nieuwe mensen in steeds mindere mate kan beheersen. Er is dan ook sprake in de gehele wereld van een voortschrijdende ontkerkelijking. Maar men kan daarom nog niet spreken van een ontkerstening. De enige ontkerstening die ik in uw dagen meen te constateren, is het middenstandsgewoel rond kerstmis.

Waarom zovele leidende figuren in de wereld nog steeds op deze wijze te werk gaan? Omdat zij eenvoudig geen behoefte voelen werkelijk na te gaan wat de feiten zijn en zich daarbij aan te passen. Nog steeds meent men met vele mooie worden, een beroep op God, de solidariteit – of wat men anders in zijn vaandel heeft geschreven – de mensen ertoe te bewegen een situatie en ontwikkeling te scheppen zoals men die zelf wenselijk acht. De feiten wil men kennelijk nog steeds niet zien en erkennen. Men handelt dus theoretisch juist, maar in de werkelijke wereld in den blinde. Een houding die ik meen te mogen vertalen met een “God zegene de greep”.

De vraag is alleen maar hoe je dit geestelijk voor jezelf en voor anderen kunt verantwoorden. Wanneer ik geestelijk probeer die problemen te benaderen, constateer ik feiten die men kennelijk steeds weer probeert te ontgaan. Als voorbeeld gelde het aantal mensen dat, werkend of niet, in feite geheel of grotendeels leeft op de kosten van anderen. Iemand die een salaris trekt dat 4 x modaal is, heeft in feite om dit inkomen te kunnen handhaven het productievermogen nodig van tenminste 3 anderen. Waarbij ik dan vriendelijk aanneem dat zijn eigen werk voor de gemeenschap althans volgens een gemiddelde norm productief is. Vergeet niet dat modaal niet alleen maar slaat op een bepaald inkomen van het gemiddelde. Het is tevens het gemiddeld mogelijke verbruik gezien de per persoon mogelijke productie.

Dit betekent dat eenieder, die zoveel wil verdienen – en dit voor zich kennelijk volkomen gerechtvaardigd acht – zijn inkomen in feite verkrijgt over de ruggen van en op kosten van anderen. En iemand die niet werkt en toch een inkomen wenst, doet in feite precies hetzelfde: hij leeft op kosten van anderen en indien hij eisen stelt die de mogelijkheid tot leven te boven gaan, ontneemt hij degenen die werkelijk produceren daarmee een deel van hun gerechtvaardigde verbruiksmogelijkheden in de gemeenschap.

Degene die regelend optreedt binnen de gemeenschap en daarbij meer regelt en meer voor zich opeist dan het hoognodige, doet ook dit op kosten van degenen die werkelijk iets produceren. Men parasiteert dus in feite op grotere of kleinere schaal op anderen. Maar hoe kun je dit geestelijk gezien voor jezelf verantwoorden? Geestelijk gezien dien je bereid te zijn voor al wat je krijgt iets terug te geven en dan niet in het dragen van verantwoordelijkheid, maar in het feitelijk tot stand brengen van zaken, die voor degenen die je salaris en kosten betalen van werkelijk belang zijn. Geestelijk gezien moet je trouwens als mens bereid te zijn je medemensen te dienen en dan niet om te verdienen, maar om het bestaan van je medemensen menswaardiger, wat gelukkiger te maken. Dat hiervan maar zeer beperkt sprake is in de wereld is zonder meer duidelijk dacht ik; dit ondanks de leuzen.

Ik zie je dat er heel wat bonden zijn. Volgens mij zou een bond alleen mogen bestaan uit mensen die t.a.v. elkander broederlijke gevoelens koesteren. Ik zie echter heel wat bonden waarin de gevoelens, indien men die al broederlijk wil noemen, toch vooral herinneren aan Kaïn en Abel. En deze bonden stellen dan steeds weer eisen aan de buitenwereld. Eisen waarvan zij bovendien zelf wel beseffen, dat zij niet erg reëel zijn. Zij stellen die eisen omdat zij kennelijk menen als bond alleen waardig te zijn, wanneer zij voortdurend meer vragen dan de bond als zodanig waard is of waar kan maken. M.a.w. een combinatie van pressie, chantage en zelfoverschatting bepaalt het karakter van vele van uw maatschappelijke instellingen. Maar waar geen zelfkennis aanwezig is, kan ook geen bewustzijn zich ontwikkelen.

Hoe meer de mensen gaan geloven in de betekenis van woorden en hoe minder die mensen daardoor zien naar de werkelijke feiten, hoe meer zij misleid zullen worden t.a.v. hun eigen ik, hun eigen mogelijkheden en hun eigen belangrijkheid. Wat zeggen wil dat deze “God zegene de greep”- mentaliteit wel heel erg gevaarlijk kan zijn, zowel in geestelijk als materieel opzichte, ongeacht van welke kant u de werkelijkheid wenst te benaderen, blijft dit feit bestaan.

Je kunt je er natuurlijk vanaf maken. Wiegel deint langzaam voort met de hogere ambtenaren – al dan niet dinerende. En van Agt dineert mee en onderschrijft van alles, wanneer het diner maar goed is – om het later terug te nemen, wanneer dit beter uitkomt. En vele mensen in Den Haag doen kennelijk ongeveer hetzelfde. Zeker wanneer het gaat om een diner met vertegenwoordigers van een concern. Men laat zich inpakken en wie kritiek heeft moet wegwezen. Toch zou men moeten beseffen dat je niet zonder meer belangen tegen elkander kunt afwegen, hoe vreemd dat velen ook in de oren zal klinken. Ik besef zeer wel dat de gehele politiek en een deel van het zakenleven juist op deze praktijk berust. Maar je kunt niet werkelijk belangen afwegen. Want dit betekent, in bijna alle gevallen, dat je om de één recht te doen, de ander onrecht aan zult moeten doen. Het betekent dat je om velen recht te doen aan een minderheid onrecht zult doen.

Maar wanneer je onrecht eenmaal gaat rechtvaardigen op deze wijze, wat kan er dan nog overblijven van je begrip voor eenheid en harmonie? Je gehele wereld wordt er een van een relativerende onevenwichtigheid, waarbij je zelf op de duur niet meer weet waar je bij behoort en dan maar kiest voor de kant die de meeste persoonlijke voordelen op schijnt te zullen leveren. “God zegene de greep”. Ik dacht dat een dergelijke mentaliteit die in feite het recht van de eenling verwerpt, voor alle geestelijke en vele stoffelijke mogelijkheden zeer gevaarlijk zou zijn.

De wereld is ook vol mensen die een bepaalde moraal prediken en zich er in de meeste gevallen zelf niet geheel aan houden. U kent ze wel, die predikers van algehele volgzaamheid en gehoorzaamheid aan onze kerk, kritiekloze trouw aan het vorstenhuis, partij, beginselen enz. Maar dat is kennelijk voor u geen nieuws.

Anderen prediken met eenzelfde vurigheid, dat je de gehele maatschappij dient te vernietigen, dat men de mensen moet dwingen anders te worden en alle autoriteiten desnoods met geweld moet duidelijk maken waar zij aan toe zijn. En dit terwijl men leeft van hetgeen men bestrijdt en zich beroept op dezelfde autoriteiten en wetten die men wil vernietigen. Al die partijen vergeten steeds weer dat de mens, een mens is en dat een gemeenschap alleen kan bestaan dankzij de eenlingen, die daarin samenwerken. Een mens is geen leuze. Een mens is geen partijprogramma. Een mens is een mens. Een mens is een bewust en redelijk denkend wezen dat bovendien bepaalde intuïtieve en andere geestelijke mogelijkheden bezit.

Juist uit die intuïtieve mogelijkheden plus zijn redelijk element moet die mens in staat worden gesteld eigen beslissingen te nemen. Hij moet in staat zijn, eigen verantwoordelijkheden te dragen volgens eigen besef. Hij moet in staat worden gesteld, altijd weer te beseffen wat hij betekent in de wereld waarin hij bestaat, te beseffen wat hij werkelijk binnen de gemeenschap, zowel als voor zich waard is. Pas dan kan een mens met de feiten leren leven, bewust ervaringen opdoen op aarde en bewuster in de geest verder gaan, wanneer zijn leven op aarde ten einde komt. Er zijn vele zaken die het mij moeilijk maken nog een weg te vinden van bewustwording in datgene wat zich tegenwoordig de bewuste mensheid noemt. Ik vraag mij dan ook wel eens af: mens, wanneer je werkelijk zou beseffen wie je bent en wat je doet, zou je dan nog steeds zo handelen zoals je nu zo gerechtvaardigd acht?

Je kunt veel kreten slaken natuurlijk. Je kunt de magie van het woord gebruiken, desnoods om iemand aan te praten dat hij heus niet zo lelijk is, maar dat de mensen hem schuwen omdat hij bv. … heeft. En daaraan dan vastknopen dat je door het gebruik van 4 x 8 of iets dergelijks opeens zult veranderen in een mens, die omringd wordt door alle emotionele en andere weelde die hij maar kan begeren. Zeker, op grond van ervaringen weten de mensen heus wel dat zoiets een leugen is, maar toch kopen zij het product. Alsof zij een droom willen kopen en daarbij op een cent meer of minder niet kijken.

Maar zo gaat het toch ook met kerken en politieke partijen? De kerk roept uit: kom tot ons. Wij zullen u tot de Here voeren. En dan kun je 60 jaren meelopen, maar je komt in dat opzicht er nog geen stap verder mee.

De politieke partijen roepen uit dat zij u welvaart en vrede zullen brengen, desnoods in een nieuwe maatschappij. Maar kijk je wat er verandert, wanneer zij aan de macht zijn, dan blijkt dit voornamelijk het aantal mensen te zijn dat topsalarissen krijgt. Voor de rest blijft alles bij hetzelfde.

Beseft men dan niet dat je in een dergelijke wereld niet kunt leven, dat je geen bewustzijn op kunt doen in een wereld van slogans en reclame. Besef je dit en doe je er niets aan om althans voor jezelf de zaken te veranderen en door verbale rookgordijnen iets van de werkelijkheid te ontwaren, dan geef je je in feite klakkeloos over aan het noodlot. Laat je anderen je gevoelens en mogelijkheden bepalen en stel je het bewust worden door eigen wil en gedrag uit.

Dan ben je net als sommige regeringsprogramma’s, die uitgaan van een reeks veronderstellingen die nergens op berusten, op grond daarvan resultaten beloven die aangenaam klinken, terwijl voor elk redelijk denkend mens is te zien, dat alle voorwaarden die men in het programma heeft ingebouwd, op zich reeds betekenen dat dit niet waar kan worden en dat het resultaat wat men belooft eerder in zijn tegendeel om zal slaan. Toch kopen de mensen die programma’s, steunen zij erop. In feite kopen zij en stemmen zij voor illusies, omdat zij de werkelijkheid niet onder ogen durven te zien.

Wanneer de mensen bij ons komen, proberen wij hen steeds weer te confronteren met het leven in de geest, maar ook wel degelijk met de werkelijkheid op aarde. Wij gaan niet zeggen: “lieve mensen, wij houden ons alleen maar bezig met de sferen”. Dit ofschoon heel wat mensen veel liever zouden komen om te luisteren naar een zich elke week een volgende aflevering voortzettende soapopera over de sferen en het leven daar. Wanneer je het maar mooi genoeg maakt, komen er steeds meer mensen, want voor dergelijke dingen heeft men een intense interesse. Zeker, het is wel interessant in de sferen en de mensen moeten er soms wel het één en ander over te horen krijgen. Maar de werkelijkheid, ook in de sferen, berust op hetgeen je zelf bent, de wijze waarop je leeft. Het is je eigen zijn en denken dat voor jou je beeld van de wereld na de dood zal bepalen. Ook wanneer voor velen dit begrip niet zo aangenaam aandoet, al is het maar omdat de genade dan ook geen rol meer speelt.

Het is natuurlijk voor de mens veel leuker om onevenwichtig te leven, de genade Gods erbij te halen en zichze1f te troosten met verhalen als die van Sint Dismas, de goede moordenaar. Want die had toch ook maar in slechtheid en zonde geleefd. Eh alles wat hij behoefde te doen om toch in de hemel te komen, was Jezus te vragen, om een goed woordje voor hem te doen. Heel wat vrome christenen denken: wanneer een moordenaar dat kan, dan kan een dief het zeker. En gaan het zakenleven in… Vergeef mij, dit is een implicatie die door mij niet direct zo bedoeld werd. Zo iemand gaat dus het zakenleven in, bedriegt jan en alleman met in het achterhoofd: ik biecht tijdelijk. Dan is mijn ziel meteen weer witgewassen en kan de hemel mij niet ontgaan, maar ondertussen leef ik op aarde heel wat gemakkelijker en prettiger dan bij een volgen van alle regels van mijn geloof ooit voor mij denkbaar zou zijn.

Zoals vele sprookjes waar de mensen mee leven, maakt ook een aantasten van deze illusie de mensen bitter. Zij verzetten zich tegen de feiten. Ook wanneer wij de mensen proberen voor te lichten omtrent het spel dat op aarde gespeeld wordt en hen bv. wijzen op de mogelijkheid dat dankzij de wijze van leven en denken van de mensen in deze tijden oorlogsdreigingen kunnen ontstaan en grote conflicten en veel ellende kan worden veroorzaakt. Onmiddellijk reageren zij met een: ach neen, waarom komt men ons daar nu mee aanzetten. Wat heeft dit nu voor een geestelijke betekenis?” En bij zich denken zij: laat Gods water maar over Gods akker lopen. Hij moet alles maar in orde maken. “God zegene de greep”.

Je kunt niet, zoals sommigen zo graag zouden willen doen, in feite duidelijk maken dat je leven alleen uit het hogere bestaat. Wanneer je je alleen tot het hogere bepaalt, overlijdt u aan verstopping. Je kunt niet stellen dat je alleen leeft voor je idealen, want je moet in de stof eten en drinken ook. En je medemensen zijn allesbehalve in overeenstemming met je mooie idealen, maar zij hebben wel vaak je hulp van node. En jij op jouw beurt hebt ook heel vaak de hulp van die medemensen van node en zult zonder hen niets kunnen bereiken, ondanks alle idealen en mooie leuzen. Je moet leven met de feiten.

O, natuurlijk sprookjes horen erbij. Dan kun je, zoals uw land, Prinsjesdag gaan vieren. Al vraag je je af waarom het Prinsjesdag heet, wanneer alles wat je ziet, neerkomt op een geconcentreerde koningin met een ietwat ontstelde of ontstemde echtgenoot aan haar zijde. Een overigens mooie traditie, die aanleiding geeft tot heel wat dubbelzinnige verklaringen. De koningin spreekt de troonrede en doet het uitstekend. Alleen zijn het niet haar eigen woorden. Die zijn letterlijk door anderen voor haar opgesteld. Maar nu spreekt iemand over de troonrede die hijzelf heeft opgesteld en redeneert: ja, maar daarmee moeten wij rekening houden, want dat heeft de koningin immers gezegd. Wat oneerlijk is, want eerlijk zou zijn wanneer hij eraan toevoegde: wij samen hebben de koningin gezegd dat zij dit moest zeggen. Maar dan kun je H.M. niet meer als argument gebruiken.

Je hoort vaak dergelijke vreemde dingen. Het is of niemand zelf en alleen voor iets aansprakelijk wil zijn, of men alles afschuift. Maar geestelijk leven betekent juist weer, dat je je wel van je aansprakelijkheden bewust moet zijn en dat je deze dan ook zonder meer moet leren aanvaarden.

En de gewone mensen? Die redeneren, dat zij het zich toch wel een beetje gemakkelijker kunnen maken. Anderen doen dat ook. Zeker, zo leef je gemakkelijker. Maar dan gaat ook u met die anderen gemakkelijk mee naar een wereld waarin je door alle problemen geen uitweg meet weet.

Zo eenvoudig als men denkt is het leven zeker niet. Het lijkt er soms wel op, dat de aarde ziek is en dat vele deskundigen, economen, sociologen en andere zeergeleerde heren rond het ziekbed staan en, om te voorkomen dat iemand erachter komt dat zij ook geen raad weten, een aftelspelletje spelen met een aantal pillenpotjes. Iemand komt op nr. 27 en roept: dit is de remedie. Gooi dat maar in ruime mate naar binnen, maar een ander is mogelijk uitgekomen op potje 13 of kiest opeens voor potje 11 omdat hij de anderen niet kan uitstaan en hij hun systeem ook kent. Het resultaat is dan, dat de heren elkander het leven steeds zuurder maken, terwijl de patiënt langzaamaan dreigt om te komen. De remedie is natuurlijk wel wetenschappelijk verantwoord, zij slaat alleen niet op de aard van de kwaal. “God zegene de greep”.

Of om het duidelijker te stellen: eenieder wil ingrijpen in de ongunstige ontwikkelingen, maar niemand komt met een oplossing, waarvan hij zeker weet dat die ook zin heeft. En hoe hoog men deze “deskundigen” moet aanslaan, blijkt uit de feiten. Ik wil niet hatelijk zijn, maar wijs u er wel op dat heel wat mensen die over, voor en namens u, in uw land zeer belangrijke beslissingen genomen hebben, later in het bedrijfsleven terecht kwamen op een heel duur betaalde plaats en dan al een gouden handdruk van een klein miljoen aangeboden krijgen, om heen te gaan. Het bedrijf heeft dat er graag voor over, want anders gaat het meteen helemaal failliet. Wijs je politici daarop, dan roepen zij onmiddellijk uit, dat er dan ook wel een heel groot verschil is tussen het zakenleven en de politiek. Maar is er nu werkelijk zoveel verschil tussen het runnen van een zaak en het runnen van de gemeenschap of een deel daarvan? Zeker, in een bedrijf moet je ervoor zorgen dat je ook winst maakt, dat er iets te verdelen is. Je kunt niet anderen eenvoudig voor je fouten laten betalen zonder zelf de gevolgen te voelen. Dat is een verschil. Maar moet je de gemeenschap dan niet runnen op een wijze, waardoor er iets overblijft, waardoor de mensen die er deel van uitmaken voor hun werken en betalen bepaalde zaken verkrijgen, zonder dat men steeds grotere schulden maakt en in feite eigen besluiteloosheid financiert door een hypotheek te nemen op het inkomen van de nu nog niet geborenen? Of, eenvoudiger: moet de maatschappij geregeerd worden door mensen die om stemmen te winnen of te behouden, klakkeloos gelden uitdelen waarvoor latere geslachten op zullen moeten komen? Een “win nu, en laat een ander later betalen”? Dit is economisch en zakelijk gezien eenvoudig waanzin. En als mens moet je dit beseffen en niet alleen je eigen voordeel zoeken ten koste van alle anderen en zelfs de kindskinderen van die anderen.

Bedenk dat er niet alleen maar sprake is van een geestelijke noodzaak om evenwicht en harmonie in jezelf te vinden. Het is wel degelijk nodig deze innerlijke bereikingen om te zetten in    een waardering voor en een ageren in de werkelijkheid.

Dat is belangrijker dan anderen “beschermen” tegen zaken, die er nu eenmaal zijn. Volgens enkelen die nog niet zo lang bij ons zijn, bestond er een soort filmkeuring in uw land. Hun beslissingen gaven zeker geen blijk van enig inzicht in de werkelijkheid. Men mocht de meest sadistische martelingen op het doek brengen en kon er desondanks zeker van zijn dat dit geschikt werd bevonden voor 14-jarigen. Maar op het ogenblik dat een zoen iets te lang duurde, werd het al een film voor boven de 18. En indien er – de Heer verhoede het – iets te veel bloot prikkelend te zien was en de beschouwer en beoordelaar zich geprikkeld voelde, was het vertonen daarvan geheel verboden. Maar toegegeven moet worden dat de beoordelaars niet over één nacht ijs gingen en zich de gewraakte scène eerst meerdere malen lieten vertonen. Dit systeem bestaat mogelijk niet meer, maar deze mentaliteit bestaat nog steeds. Zeker, er is in weinige jaren veel veranderd. Zelfs de vrije liefde raakt ingeburgerd en ook met afwijkende vormen van samengaan van mensen houdt men wel wat rekening. Men is “ruimdenkend” geworden. Maar gelijktijdig wil men wel uitmaken wat de mens wel en niet mag kopen, moet laten of doen voor zijn gezondheid enz. enz.

Ik vraag mij af waarom? Wat heeft hetgeen je doet, te maken met die anderen? Het is alleen een deel van hetgeen je bent, de wijze waarop jij leeft. Zolang je anderen daarmee niets tekortdoet of lastigvalt, is er geen reden u ook maar iets op te dringen of ook maar iets te verbieden.

Trouwens, wanneer het om het innerlijk gaat, zijn vele uiterlijkheden onbelangrijk en van voorbijgaande aard. En tenzij je er werkelijk van houdt, lijkt het mij zonderling, wanneer men een eentonig dieet blijft volgen in een wereld vol variatie.

Indien het om geestelijke waarden gaat – zoals men vaak pretendeert— zo gaat het in ieder geval om de persoonlijke geestelijke waarden. Het zijn dan de innerlijke harmonieën en disharmonieën die bepalend zijn voor hetgeen je wel of niet moogt doen. Daarvoor kan geen algemene regel worden gesteld. Maar dat betekent ook dat je dergelijke zaken nooit moogt stimuleren of afremmen, tenzij hierdoor werkelijke overlast voor anderen ontstaat. Ontstaat en niet, kan ontstaan.

Wat betekent dat je ook binnen de gemeenschap de mens zoveel mogelijk zijn vrijheid moet laten en daarmede ook zijn verantwoordelijkheid ten volle moet laten aanvaarden. Maar ja, het is zo lastig. Eenieder heeft wel zijn verlangens die op rekening van anderen gaan. De ene wil meer verhuizen, de andere meer winst en nummer drie betere secundaire arbeidsvoorwaarden. Dus, wat doe je? Je beknot hun vrijheid en zelfstandigheid en belooft hen alles wat zij verlangen in ruil daarvoor. Zonder in feite in staat te zijn zelfs maar een deel van je beloften waar te maken desnoods. Want dat betekent macht en alleen de macht die je voor jezelf begeert, is nu belangrijk. De rest zien wij wel later. Wat symptomatisch is voor die “God zegene de greep”-mentaliteit die ik probeer u te doen beseffen.

Kijk liever naar de feiten. Herinnert u zich, hoe iemand die pas minister was geworden te pas en te onpas uitriep: wat wij nu doen is puinruimen? Kennelijk maken die mensen bij gebrek aan voldoende puin om te ruimen dit nu zelf. Dit is niet reëel. Het gaat er niet om of hetgeen men de mensen belooft nu wel dan wel niet zo aantrekkelijk is, wanneer je eerlijk wilt blijven. Het gaat er dan eerder om, of er iets van waarheid mee verbonden is.

De vraag is niet: wat wil men? De vraag is allereerst: wat zijn de feiten? En voor alle arbeiderspartijen is de feitelijke waarheid op het ogenblik dat de arbeider weer moet leren zodanig te werken dat zijn prestatie en het loon dat hij daarvoor ontvangt in overeenstemming zijn.

Wanneer men spreekt over arbeidsgelegenheidspolitiek dan komt deze onder de huidige omstandigheden erop neer dat eenieder die voldoende verdient om te leven en iets over te houden een deel van zijn werk en loon dient af te staan aan een ander, zodat ook deze door middel van eigen werk en daarvoor ontvangen loon kan leven. Dus niet: door blijven werken als voorheen, zoveel mogelijk overuren maken, je blauw betalen aan belastingen en de staat daarvoor haten en overal de schuld van geven, terwijl je je ergert dat zoveel anderen van de sociale dienst moeten leven.

Maar ja, dat zijn geen leuke dingen voor de mensen. Natuurlijk niet. Maar zijn zij daarom minder waar? Zelfs de christenen zou ik erop moeten wijzen, hoe onaangenaam hen dit ook moge zijn, dat ware naastenliefde allereerst bestaat uit een de medemens de mogelijkheid te geven te leven zoals hijzelf dit wenst en pas daarna hem door gedrag en verkondiging ervan te overtuigen dat de christelijke moraal beter is en gelukkiger maakt dan de wijze, waarop die ander leeft. Een voorbeeld zijn, anderen helpen, dat is een christelijke naastenliefde. Maar zij betekent nooit een betuttelend optreden waarbij je de vrijheid en ontwikkeling van een ander ondergeschikt maakt aan de uiterlijkheden van je eigen belijdenis.

Overal zie je trouwens van die typen, die daarvoor gewoonweg geen besef blijken te hebben. Hoe zou u bv. mrs. Thatcher noemen? De premier van Engeland. Volgens mij is zij een sprekend voorbeeld van de Britse betutteltut. Trouwens, van die heren zie je ook overal zitten. Mannen met gezichten als een vijg, voorzien van pruimenmondje en een stijve waardigheid uitstralende.

Nu moet je natuurlijk niet alleen op het uiterlijk afgaan, maar ook kijken wat de mensen doen. Dan kom je tot de conclusie dat niet alles wat Thatcher doet zo gek is en zelfs erken je dan dat de heer van Agt, althans een aantal van zijn beslissingen nog niet zo dwaas is als degenen die hem daarop aanvallen. Dat mag dan ook gezegd worden. Maar duidelijk is wel dat dergelijke mensen zich zover buiten het geheel en de beleefde werkelijkheid daarvan hebben geplaatst, dat zij niet meer in staat zijn aan de werkelijke behoeften van het geheel tegemoet te komen of zelfs maar rekening te houden met de werkelijke mogelijkheden van dat geheel. Vandaar ook dat zelfs hun beste maatregelen een soort “God zegene de greep” betekenen, een keuze die nogal willekeurig wordt gedaan, terwijl er vele andere mogelijkheden openblijven. Het blijkt dan steeds weer dat men die bepaalde keuze niet bewust op grond van feiten heeft gedaan, maar in werkelijkheid daartoe besloot, omdat men zichzelf daarin terug meende te vinden. En wel zonder zich af te vragen wat de betekenis van die bepaalde keuze voor anderen, die er de lasten van moeten dragen, werkelijk zou kunnen zijn.

U bent natuurlijk geen politicus of staatsman en heeft mogelijk ook heel weinig te maken met de kerk. Ten hoogste bezoekt u deze laatste van tijd tot tijd om even met wat wijwater wat vliegen weg te jagen of enkele fraaie koralen zodanig slepend te vertolken, dat in vergelijk met deze slaapverwekkende verveling, de muziek van de Beatles een mooie kerkmuziek zou zijn.

U hebt geen leiding over anderen, behalve mogelijk in uw eigen omgeving. Maar hoe reageert u daar dan? Vindt u het misschien ook zo prettig anderen vanuit uw eigen, natuurlijk hogere, standpunt te les te lezen of te vertroosten of zij dit nu wensen of niet? Maakt u misschien ook steeds weer een keuze voor anderen, waarbij u tenminste mede geleid wordt door eigen smaak, gemak, wensen? Dan bent u niet zoveel anders dan die staatslieden etc. Dan wordt uw leven ook al te vaak geregeerd door een soort “God zegene de greep” denken en niet door het bewuste: Dit past bij mij. Ik zal dit doen, presteren, waarmaken, zonder dit ook aan anderen dwingend voor te leggen of beslissingen nemen zonder anderen, die alleen met hun medewerking ooit waargemaakt kunnen worden.

Dan komt u tenminste geestelijk een heel eind verder, Want het leven is niet alleen maar een soort schaduwboksen tegen leuzen. Het is een voortdurende confrontatie van je gehele innerlijk, inclusief ziel en geest, met een voor u tijdelijk onveranderlijke en niet onmiddellijk te beïnvloeden werkelijkheid. Een werkelijkheid waardoor uw denken steeds weer getoetst kan worden aan de feiten. Wanneer u die feiten niet meer wenst te aanvaarden of zelfs maar op te merken en voortdurend voorbijgaat aan alles wat niet strookt met uw droombeelden, dan misleidt u uzelf. U maakt zo de zin van uw leven tot bijna nihil en de geestelijke bewustwordingsmogelijkheid die u blijft, is eveneens gering en waarschijnlijk bovendien dermate onevenwichtig dat het je moeite zal kosten later in de geest ook maar enig blijvend contact met anderen in stand te houden.

Je kunt niet zomaar zeggen: “God zegene de greep”, ik zal wel zien. Ook al lijkt dit veel gemakkelijker te zijn. Want je moet vandaag leven met de werkelijkheid van nu. Leef dan vandaag, leef zo prettig en zo vreugdig mogelijk. Wees eerlijk en oprecht. Maar leef dan ook zo dat je alles wat je doet voor jezelf geheel kunt aanvaarden, eerlijk en zonder voorbehoud. Zorg er ook voor dat je een ander niet dwingt iets te zijn of te doen wat deze voor zich in feite minder aanvaardbaar vindt.

Het leven is – ook in het nu – vol van mogelijkheden. Maar een mogelijkheid bestaat alleen echt, wanneer zij ook in het heden als feit tenminste deels vertegenwoordigd is. Een mogelijkheid ontstaat niet door iets wat in een boek staat. Wanneer je kijkt wat sommige mensen in deze dagen uitspoken met de werken van Karel Marx, dan lijkt het wel of zij hem houden voor de echtgenoot van moeder de Gans. Wanneer je ziet, hoe sommige mensen op het ogenblik de Bijbel en de Here God hanteren, dan lijkt het wel of zij bezig zijn met een verwerken van Hans en Grietje, onder het motto: de toverheks is nog niet gevonden en wanneer wij maar doen of zij er niet is, zal zij ook nooit komen.

Zo moet je niet denken, handelen en geloven. Je moet niet wegvluchten voor de werkelijkheid. Je hebt een innerlijke werkelijkheid, een geestelijke werkelijkheid en daarnaast een feitelijke werkelijkheid. Breng die met elkaar in overeenstemming. Ga bij elke keuze uit van je innerlijk, maar ook van de mogelijkheden, keuzen en feiten, waarover je nu in je stoffelijke wereld kunt beschikken. Wanneer je dit kunt doen, zo vrij en blijmoedig mogelijk, zo aangenaam mogelijk zelfs, dan wordt u meer bewust en maakt u door uw leven de wereld beter. De wereld is nog nooit beter geworden door reclameleuzen en lege beloften. De feiten zijn nu eenmaal anders dan de woorden die men u voorhoudt. Meisjes die het bekende middel tegen jeugdpuistjes gebruiken, worden niet alleen daardoor een stralend middelpunt voor allen wier belangstelling zij maar op prijs zouden stellen. Wie een auto koopt, glijdt niet opeens zorgeloos over de wegen, maar ergert zich aan de vele lasten die hij op moet brengen en vloekt bij elke verkeersopstopping tot hijzelf en zijn wagen te moe zijn geworden om nog eens flink en lustig voort te glijden. En wanneer u zo ijverig bezig bent de gehele wereld te verbeteren, moet u niet veronderstellen dat u de wereld werkelijk beter maakt. Het enige wat u in feite bereikt is dat u, door inzet of betalen, anderen zo ver krijgt dat zij uw illusie schijnbaar tijdelijk bevestigen tot een ander meer inzet toont of meer biedt.

En ook jezelf kun je niet werkelijk en blijvend veranderen. Je kunt hoogstens jezelf ontwikkelen in de richting die in je ligt. Want je bent jezelf en moet jezelf blijven en de wereld zit met precies hetzelfde probleem: hoe blijf ik mijzelf en erken ik mijzelf en mijn mogelijkheden in het heden beter en sneller. Het werkelijk antwoord is geen “God zegene de greep”, maar een eerlijk: wie ben ik, wat kan ik, wat zijn mijn mogelijkheden en wat is daarin mijn keuze. Wanneer je op die wijze leeft, word je geestelijk bewuster. Dat bereik je zeker niet door alleen maar af te wachten welke mogelijkheden er voor je ontstaan en dan een keuze te doen, zonder je af te vragen wat voor jezelf en eigen innerlijk het meest juiste is.

Wat ik u heb voorgelegd vrienden, is een spiegel, waarin u uw gehele wereld kunt zien: de politiek, de kerk, de gemeente-economie en al die andere dingen, waarmee u zich mogelijk wel eens bezighoudt. U hebt mogelijk nu ook begrepen dat wel aan alle mogelijkheden kan worden gedacht, maar dat de keuze voor een mogelijkheid, die alleen door anderen kan worden waargemaakt, geen ware keuze is en dat dit voor uw streven bovendien geen echte mogelijkheid betekent.

O, het leven is op zich niet zo droef, wanneer je maar niet te veel eist van het leven en vooral ook niet te veel vergt of verwacht van anderen in dit leven. Probeer allereerst steeds weer vrede te hebben met al hetgeen je bent en doet, want dan is het leven heus zonnig genoeg, al ontbreken soms de hittegolven waarnaar u hunkert.

En wanneer ik sprak over oorlogsdreiging dan is het niet mijn bedoeling dat u zich daarover te veel zorgen maakt. Een dreiging is nog geen oorlog. Deze zaak kunt u voorlopig niet beïnvloeden. Ten hoogste kunt u zichzelf zo plaatsen binnen die mensheid, dat er door uw zijn binnen die mensheid geen problemen ontstaan waardoor strijd en geweld onvermijdelijk dreigen te worden. Trouwens, nu wij over oorlog spreken: wat is oorlog anders dan een uitdrukking van de onmacht van de machtigen? Wat is een economisch debacle als het huidige eigenlijk anders dan het fiasco van allerhande theorieën? Realiseer je dit, maar gooi niet het kind met het badwater weg. Er blijven altijd nog wel zaken genoeg in het leven die de moeite waard zijn. Maar besef bij alle leuzen en verhandelingen steeds weer waarom het feitelijk en voor u gaat.

Een oorlog kan nooit werkelijk gestreden worden voor het behoud van vrijheid en democratie. Zij wordt gestreden om het behoud of de ondergang van bepaalde machten en machthebbers. Vrijheid en democratie bestaan niet meer werkelijk op het ogenblik dat er een oorlog uitbreekt. Besef ook dit. Je vaderland, je vrijheid verdedigen is best, zolang je dit doet tegen zaken die je kent en die onaanvaardbaar zijn. Maar uw vaderland alleen maar gaan verdedigen omdat een ander beweert dat zijn moederland beter is, blijft een dwaasheid.

Een mens veroordelen voor hetgeen hij doet, kan terecht zijn, zover het directe betrekking heeft op uzelf en uw eigen leven. Maar het veroordelen van anderen om hetgeen zij doen, ofschoon zij, zover u kunt zien, niemand schaden, is alleen dwaasheid. Ik geloof dat dit de criteria geeft waarom het in het leven steeds weer gaat. Wanneer je je van verkeerd oordelen, eisen, reageren, leert onthouden wordt je leven vanzelf ook zonniger en beter en geldt voor u steeds meer een: ik leef nu, op dit ogenblik. Zoals je dan in het nu leeft, vat je het verleden samen en beïnvloed je de toekomst, dat staat wel vast. Maar die dingen zijn bijkomstig, want je existeert immers nu. Leven in het heden is de grote kunst. Niet nu leven, maar bezig zijn met het jaar 2000 of het hiernamaals, niet terug vlieden in het verleden om je illusies in het heden in stand te houden.

Wanneer Nederlanders, om grootheid te bewijzen, de zilvervloot en Piet Hein uit de mottenballen halen, moet u maar beseffen dat de Rijkspostspaarbank van de zilvervloot allang een lachertje heeft gemaakt. En wanneer er problemen zijn, los dan vandaag eerst eens de problemen van vandaag op en houd je voorlopig niet bezig met jaren in de toekomst, waarin er wel eens veel meer mensen zouden kunnen zijn en andere eisen aan het leven gesteld zouden kunnen worden. Leef vandaag, los de problemen op van vandaag zo goed je kunt en laat je door gisteren niet achtervolgen. Want alleen wat je vandaag kunt doen, is geheel werkelijk. Laat mij het eenvoudiger maken. Denk niet te veel in abstracte termen. Wanneer u bv. spreekt over energievoorzieningen zoals velen in deze dagen, dan moet u allereerst beseffen hoe de zaken liggen. Rond 50% van het energieverbruik in landen als het uwe, Engeland, Duitsland, Frankrijk e.d. wordt opgeëist door de industrie. Ongeveer 30% van het energieverbruik in deze landen wordt opgeëist door het verkeer. Rond 10% wordt voor, in feite nutteloze zaken gebruikt. Slechts 10% is bestemd voor het werkelijk noodzakelijke energieverbruik van de burgers in eigen omgeving. Dit ondanks het feit dat de sjeiks in de olie zijn, terwijl zij niet mogen drinken en het westen op een droogje zit, terwijl men zo graag alles nog lang zou oplossen met nathouden en pappen.

Zeker, energie is een staatsmonopolie in de meeste landen en levert dus winst op wanneer je er maar steeds meer van af kunt zetten. Maar dat betekent dat je vooruit moet plannen en reeds nu rekenen moet met de behoefte die naar je hoopt in de toekomst zal bestaan. Hierdoor echter wordt die energie steeds duurder en is de kans groot dat steeds meer industrieën een eigen energievoorziening zullen gaan gebruiken, terwijl de kosten bovendien het gebruik en verbruik van energie in vormen als gas en elektra terug zullen dringen. Wat erop neerkomt dat je niet grote ketens van atoomcentrales nodig hebt, maar een andere benadering van het werkelijke energieprobleem en afstand moet leren doen van je monopoliepositie en de daaruit voortkomende, in wezen vaak onrechtmatige winsten. Zeker is, dat eenieder die zich aan een monopolie vastklampt dat in wezen reeds nu al niet meer geheel bestaat, op grote moeilijkheden zal moeten rekenen. Wie dit niet wil inzien, slaat een verkeerde weg in. De consequenties daarvan zijn wel niet zo ernstig wanneer zij alleen degenen zouden treffen die deze verkeerde weg hebben gekozen. Maar wanneer velen daarbij betrokken zijn, betalen dezen de kosten, ook degenen die een andere weg hadden willen kiezen, maar daartoe de mogelijkheid niet kregen. Dit is alleen een voorbeeld, maar illustreert het bezwaar dat volgens mij kleeft aan dit “God zegene de greep” systeem. Steeds meer belast men anderen met de gevolgen van zijn fouten en leert zo niet zijn misvattingen in hun werkelijke betekenis te zien.

Dus niet: systeem behouden wat wij hebben, opbouwen wat wij ideaal achten, maar gewoonweg waarmaken wat wij kunnen en nimmer anderen daarbij zozeer betrekken dat zij, zonder ooit mee verantwoordelijk te zijn voor de beslissingen, de gevolgen ten volle moeten dragen. De mooiste plannen zijn waardeloos, tenzij je die om kunt zetten in feiten. En dit is alleen denkbaar, wanneer je je steeds weer baseert op de nu voor je bestaande mogelijkheden, op de nu levende mensen en hun nu bestaande noden.

Waarmee u nog enig extra gegevens hebt gekregen die mijn visie verduidelijken. Mogelijk vindt u het alles maar zozo. Dat gebeurt vaak met de actuele onderwerpen. Dan mompelt men voor zich heen: al die politiek, wat moet ik er mee aan? Maar wanneer een groot deel van je leven en beleven mede door die politiek wordt bepaald, zou je tenminste de moeite moeten nemen, deze in haar gedragingen en werking zo nu en dan eens te bezien. U behoeft dit niet te doen zoals ik, zoals anderen van ons dat doen. U doet het maar op uw eigen wijze, maar het is die politiek die steeds weer uitmaakt, hoeveel anderen in moeten leveren. Als u dat maar niet vergeet. En in deze dagen gaat het zo gek, dat je soms nu al in moet leveren van hetgeen je zelf morgen pas krijgt. Het is die politiek die uitmaakt wat officieel wel mag en wat niet mag en waarmee men u dus dwars kan zitten wanneer het zo uitkomt. Maar geestelijk bezien, bent u het zelf die uit dient te maken wat voor u goed en wat voor u slecht is. Dus wanneer de politiek zich in uw leven mengt, moet u op zijn minst de moeite nemen, die indringer eens even op zijn merites te beoordelen en uw houding daartegenover te bepalen.

Het is in de kerk misschien voor u normaal dat dominees aan het einde van de dienst u de zegen geven. Maar kijk ook eens wat zij doen tegenover degenen die hun gezag niet zo klakkeloos aanvaarden en u zult ontdekken dat zij die al bij voorbaat de zegen nageven. Zeg nu zelf: wat betekent een zegen voor mij, wanneer zij voor mij geen werkelijk verschil uitmaakt? Ik vraag niet naar mooie leuzen en woorden. Ik vraag iets, wat ik zelf kan beleven en aanvoelen. Wat het voor een ander is, gaat mij niet aan, maar ik zal het alleen op prijs stellen wanneer het voor mij werkt. Dat is mij de reden voor mijn keuze en niets anders.

Besef, dat alles in relatie tot u staat en dat daar de werkelijke waarde en belangrijkheid van de dingen uit blijkt. Wat waardevol is voor je, kun je ook beleven, dat verandert iets voor je.   En wanneer u nu vindt dat ik meer dan genoeg gezegd heb, ben ik het, zij het aarzelend, wel met u eens. Als laatste wijze raad nog het volgende: Alles moet worden getoetst op zijn voor u feitelijke waarde en betekenis. Kies niet voor personen, tenzij het gaat om hetgeen die personen reeds duidelijk en manifest hebben waargemaakt. Kies niet voor een bepaalde moraal voor anderen, maar voor een eigen moraal, waardoor je betekenis kunt hebben voor jezelf, en zo mogelijk ook tegenover anderen. En bovenal: veroordeel niemand, want u bent niet in staat in de plaats van een ander te leven en te beseffen. Veroordeel nooit personen, ga uit van uw innerlijk weten, bezie de werking, de gevolgen, de waarde van uiterlijkheden enz. Dan zal uw oordeel u helpen om u juister te oriënteren in het leven en de geestelijke waarden daarvan intens te beleven.

Tweede deel: Esoterie

In het eerste gedeelte hebt u kunnen luisteren naar mijn vriend, de politieke orgeldraaier van het geweten en nu kom ik dan aan de beurt met de obligate esoterische beschouwingen van het tweede deel van de avond.

Wij hebben over esoterie al oneindig veel gezegd, gezwamd, gedaan. De kern van dit alles is en blijft toch eigenlijk de kracht die de mens, diep in zich verborgen, bezit.

In het leven van elke mens is er een verschil tussen de uiterlijkheden en innerlijke waarden. Hij zal zich veelal door de uiterlijke omstandigheden laten beheersen. Maar de kracht die hij diep in zich draagt, fungeert toch als een soort kompas dat hem steeds weer dringt een bepaalde richting in te slaan.

Wie dit over het hoofd ziet, zal nooit aan ware esoterie toekomen: leven volgens dit kompas is in wezen reeds esoterie. In jezelf de richting vinden en dan die richting naar buiten toe zo goed mogelijk waarmaken, is eveneens esoterie.

De moeilijkheid is alleen, dat wij altijd weer menen dat wij daartoe de kracht niet bezitten. De mens beschouwt zichzelf heel vaak als een zwakkeling of omgekeerd, als iemand die oppermachtig is of dit behoort te zijn. In beide vergissingen vergeet hij zijn werkelijkheid. Je bent in jezelf een deel van kracht of Licht, indien u dit liever hoort: u bent deel van God. Wanneer je daar een beroep op doet, is dit geen willekeurige kwestie. Want je bent innerlijk nu eenmaal georiënteerd op een bepaald deel van die kracht en op een bepaalde werking daarvan. Of je daarbij die werking beschouwt als iets wat toevallig ontstaat, dan wel benadert als bewuste waarde maakt hierbij niets uit.

In alle esoterie geldt dat een mens niet aan zichzelf, aan zijn ware ik ontkomen kan. Het is het ware ‘ik’ dat een Prometheus brengt tot zijn daden en lot. Het is datzelfde ware ik, wat een Apollo dwingt tot een tocht in het rijk van de duisternis of een Balder elk jaar verblind als hij was door Loki’s pijl, elke lente weer de aarde doet betreden. Het wezen bepaalt het beleven, niet omgekeerd.

Het is de waarheid van ons eigen leven die ondanks alles wat wij menen te zijn, menen te kunnen en te mogen, voortdurend weer ingrijpt en corrigerend ons confronteert met die zaken die voor ons werkelijke ik belangrijk zijn. Op het ogenblik dat wij dit beseffen, grijpen wij naar de kracht in onszelf, de onstuimige vloed die ons voortstuwt door het gebeuren.

Dan ontmoeten wij mensen, worden geconfronteerd met denkbeelden, gebeurtenissen en mogelijk zelfs rampen. Maar wanneer wij weten dat de kracht in ons, ons in een bepaalde richting stuwt, kunnen wij gebruik maken van de kracht.

Om een eenvoudig voorbeeld te geven: een boot die opstoomt naar uw grens vanuit Rotterdam heeft tot Lobith een behoorlijk aantal uren meer nodig dan de boot die van Lobith naar Rotterdam vaart. Met de stroom mee heb je meer vermogen, kun je meer bereiken met dezelfde kracht en inspanning.

Daarom is het erg belangrijk dat je, je innerlijke kracht leert beseffen en je innerlijke gerichtheid kennen. Maar ook is het belangrijk die kracht en je streven zo te richten, dat alles samenwerkt. De stuwing die in jezelf bestaat, dient gelijk gericht te zijn met de kracht die zich in je openbaart en de richting die je in je leven kiest. En tot zover zult u het waarschijnlijk met mij eens zijn. Zo niet, dan kunt u dit nu zeggen.

Ik wil u niet lastig gaan vallen met allerhande breedvoerige beschouwingen over dit alles. Dat is reeds zo vaak en zo veel door anderen gedaan dat het weinig zin heeft dit alles nog verder voor u uit te werken. Te vaak herhalen heeft maar al te vaak, de haver van het leven vervormd tot een taaie havermout die zonder suiker onverteerbaar lijkt en slijmerig als zij is, de mens vaak met enige weerzin vervult.

Laat ons gewoon die kracht als basis nemen. In u is de kracht. U weet niet waarheen zij u richt. Maar nu is dit niet belangrijk. Op dit ogenblik moet u zich bewust zijn van die kracht zelf. U moet zich niet afvragen waar u daarmee heen moet. Daar kunnen wij later nog iets aan doen. Probeer nu de spanning van die kracht in uzelf te voelen.

Alles wordt rustig. Ontspan u. Alleen die kracht is nu belangrijk. De wereld komt er even niet op aan. Zo nodig kunnen wij zo dadelijk daar nog rekening mee houden. Indien die kracht in u is, een goddelijke kracht, dan werkt zij zeker in de richting van harmonie. Niet in de richting van dwaasheid en verdeeldheid. Alles werkt nu in de richting van evenwicht, in de richting van het Goddelijke. Dit is de kern van de kracht en de gerichtheid van die kracht, haar betekenis voor u; ook al zult u die niet altijd in uiterlijkheden kunnen vertalen.

Neem de kracht die in u is. Richt de kracht die in u is op harmonie. Vraag u niet af, wat daden betekenen. Vergeet even wat de wereld is. Er is een kracht en deze kracht vormt een beeld in u. Het beeld is een symbool, niet meer. Een symbool van de richting die in uw leven belangrijk is, een symbool van de feiten waarheen u gevoerd wordt. Een symbool ook van de mogelijkheden, die u door het juist gebruiken van die kracht kunt intensifiëren.

Denk nu eens niet aan al die dingen die de wereld edel noemt. O ja, wij zullen natuurlijk graag genezen, genezing brengen, mensen gelukkig naken, troosten waar nodig. Maar dit is bijkomstig. De werkelijkheid is de kracht die in ons is en de richting die die kracht in ons aanneemt. Belangrijk is de intuïtie, het beeld, de tendens die zich nu voor een ogenblik in u openbaart. Probeer ze aan te voelen, in uzelf dit te beseffen. Dit is het deel van uw leven dat geestelijk het belangrijkste is. Maar dit is gelijktijdig de sleutel tot de kracht die in u verborgen ligt. Dat gekke denkbeeld, die voorstelling, dat woord, zij vormen voor u een sleutel.

Ik probeer u op dit moment zo te beïnvloeden en te oriënteren dat het woord, denkbeeld, kortom uw sleutel, zich bij u een aantal uren blijft herhalen. Nogmaals: die sleutel heeft geen feitelijke betekenis zonder meer. Wie deze voorstelling, dit woord, dit gevoel in zich kan doen herleven, is daardoor gericht op de kern van zijn innerlijke kracht en zal daardoor in staat zijn om in overeenstemming met die kracht te reageren. Hij zal in staat zijn, zijn willen en denken zodanig te richten dat deze kracht haar versterken kan en a.h.w. van u zal uitstralen.

Ook dit is esoterie. Dit is geen suggestie, geen beïnvloeding van de geest zonder meer. Dit is een confrontatie met uzelf. Kunt u die aanvaarden? Wanneer u die kracht in uzelf aanvaardt, wanneer u de werking van die kracht in uzelf leert kennen, is het uw taak om die kracht op aarde te manifesteren en wel als een directe uiting van deze kracht. Beroep u op deze kracht en zij vervult uw denken en ordent het opnieuw. Beroep u op die kracht en u zult meer uitstralen dan u ook maar ooit besefte te bezitten. Beroep u op die kracht en de beslissingen liggen klaar en helder voor u en twijfel is uitgesloten.

De mens is een deel van de werkelijkheid. Hij kan aan de goddelijke kracht alleen deelhebben volgens het patroon van die werkelijkheid. Hoe meer hij als persoonlijkheid beantwoordt aan zijn plaats, zijn gerichtheid in het patroon, hoe meer kracht, hoe meer mogelijkheid hij zal verkrijgen.

U zult niet meer kunnen zijn dan uzelf. U kunt geen God worden of iets dergelijks, maar wel kunt u waarlijk en geheel uzelf worden. Dit betekent: een ontkomen aan velerlei beperkingen. Misschien kan ik u dit duidelijk maken. Laat ons aannemen dat u redelijk met een klavier uit de weg kunt. U zit wat voor uzelf aan klanken te maken zonder enige bedoeling. Voor u het weet, glijdt u opeens weg in een melodisch geheel dat u zich niet eens herinnert. Zeker, het kan iets van een oude componist zijn, gebaseerd zijn op een flard van iets wat u eens gehoord hebt. Het kan ook geheel nieuw zijn. Maar op dat ogenblik leef je daarin. En zo en op dat ogenblik druk je jezelf beter en vollediger uit dan je redelijk en met woorden of van het blad gespeelde muziek ooit zou kunnen doen. Uw klavier is de wereld. Wij worden voortdurend geconfronteerd met gehele reeksen van mogelijkheden en door de juisten daaronder tot akkoorden samen te voegen, scheppen wij het lied van ons leven. Mogelijk weten wij het nog niet goed, slaan wij terloops enige akkoorden aan, wagen eens een loopje. Maar wanneer wij werkelijk op de kracht die in ons leeft, vertrouwen, ontstaat ook door onze wil en gerichtheid daarop, het geïnspireerd zijn, het onbewust kiezen van al datgene wat precies samenvalt.

Kortom datgene wat je zelf waarmaakt en uitdrukt en toch gelijktijdig binnen de mogelijkheden waarover je beschikt een geheel vormt. Dit is voor ieder van u moge1ijk, is voor elke mens mogelijk. Maar dan moet je weten wat de kern is van je wezen, moet je uit durven gaan van het licht dat er in je woont.

Dan moet je ook niet bang zijn voor al die vreemde symbolen en voorstellingen die je produceert, wanneer je je daarop richt. Symbolen die je misschien wel lelijker kiest dan aangenaam is omdat het licht in je zo sterk, zo fel is, dat je vreest dat je het niet geheel aankunt.

Harmonie is de basis van de bewustwording en van de bereiking. Een harmonie die in uzelf dient te bestaan, die gebaseerd dient te zijn op wat u bent, innerlijk en naar buiten toe. Een harmonie waartoe u moet komen door zelf, met al uw innerlijke en uiterlijk mogelijkheden tot de juiste reacties en de juiste banden te komen t.a.v. de wereld waarin u leeft.

Dat is de kunst van deze esoterie. De esoterie is een alchemie waarin wij de krachten van het onbekend Goddelijke mengen met de krachten van de geest en deze samensmelten in de ketel van het lichaam, tot het goud uiteindelijk het resultaat wordt dat zich aftekent tegen het lood van de feiten.

In dit tweede gedeelte wilde ik u vooral hiermee confronteren, al besef ik wel dat dergelijke zaken altijd betrekkelijk zijn. Ik kan u niet veranderen. Ik zou het niet eens willen. Ik kan u niet maken tot meer dan u bent. Ik kan u hoogstens helpen om beter te zijn wat u reeds bent.

Nu denkt u: och, dat verhaal is mooi. Al die krachten zijn mooi. Maar wij kunnen die krachten wel degelijk manifesteren. En wanneer ik die krachten middels een suggestief proces opbouw, misschien daar iets van mijzelf en van enkele vrienden uit de geest aan toevoeg, zo erkent men dit wel als een spanning, een beleving.

Maar je schrijft het dan alleen aan die anderen toe, aan een suggestie of een geestelijke beïnvloeding. Je vergeet dat je er zelf deel van bent. U dit duidelijk maken, is hetgeen ik vanavond wilde doen. Ik weet niet in hoeverre u daarvoor gevoelig bent, maar ik heb getracht u te helpen uzelf althans enigszins te vinden.

Waar u nog een flard hebt van een beeld, een woord, een gevoel zoals wij zo-even opwekten, wilt u zich daarop dan nu daarop even, heel intens, instellen?

De kern van de kracht die in ons leeft is één en dezelfde. De waarde van de kracht die ons allen drijft, is de Ene Kracht. Onze wil geeft gestalte aan de kracht, zoals zij door ons leeft. Zeg dan nu tot uzelf hoe u die kracht wil manifesteren – niet voor uzelf, maar voor iemand buiten u.

Stel u dit nu voor. Neem die kracht. Denk aan dat beeld. Zo moet die kracht zich uiten. En neem iets, wat u kunt controleren, kunt navragen. Kom, neem die kracht, neem dat beeld. Denk er intens aan nu. Denk terug aan het woord, het begrip dat zo-even bij u opkwam, aan het symbool. Dit is de kern van het Licht, de kern van het leven. Grijp die kracht in uzelf. Neem het als een bliksemschicht en werp het op het doel dat u zich hebt voorgesteld. Intenser. Nogmaals. Genoeg.

Dit was een proefneming. Geen kracht uit de geest heeft u hierbij geholpen of gesteund. U hebt gewerkt met uw eigen kracht. Wanneer u mijn voorstellen hebt opgevolgd zo goed als u kon, moeten er ook resultaten zijn. Bevestig zo dat er in u een kracht leeft die meer kan dan u zich voor kunt stellen. Controleer het.

Wanneer het lukt en het lukte – weet u voortaan wat u kunt, wanneer u maar voor een ogenblik harmonie in uzelf weet te vinden. U beseft dan dat de kern van uw wezen met alles verbonden is, ook in uw wereld.

Dan hebt u een geheim van de esoterie ontsluierd voor uzelf: de richting van het Licht in uzelf en de wijze, waarop u dit naar uw wereld over kunt brengen. Alles rond u zal u dan meer bewust maken van het Licht in uzelf, zodat u steeds meer kunt doen en steeds bewuster en harmonischer kunt zijn. Werk dan met de kracht zoals ik u dit heb geleerd.

image_pdf