God

14 juli 1986

We hebben een gastspreker gevonden die een beetje past bij het kader. Alleen, ik hoop dat jullie het niet erg vinden, hij houdt zich nogal bezig met God. Niet dat dat een nadeel is, maar het kan wel eens vervelend worden.

Wat mij betreft, ik hou me liever bezig met het geloof dan met God om eerlijk te zijn. Kijk, het geloof dat vind ik schitterend want het is in feite het aannemen van het onredelijke om voor jezelf redelijk te verklaren waarom je doet wat je doet. Dan denk ik wel eens, een mens gelooft eigenlijk alleen in die dingen die hij nodig heeft. Ja, ik weet niet hoe het met jullie gaat. Jullie geloven misschien een hele hoop dingen.  Als ik hoor wat er allemaal gepredikt wordt in de naam van dit en in de naam van dat, denk ik wel eens : mensen, waar zijn jullie mee bezig ? Want – als ik helemaal eerlijk mag zijn – zolang de woorden God in de mond worden gelegd door mensen die bewust of onbewust een machtsdrang hebben, is er geen sprake meer van een ware erkenning van God. Dan is er eerder sprake van een voortdurende vervreemding van de goddelijke werkelijkheid.

Bij ons komen ook genoeg mensen aan die het hemelrijk of de een of andere tijdelijke of permanente ‘braadinstallatie’ (dus de ‘hel’) verwachten en daar moet je ze dan even van afbrengen. Maar het zijn verder heel goede mensen. Als ze zich dan afvragen, later, waarom ze zo hebben gelooft, dan blijkt heel vaak dat ze eigenlijk bang waren voor hun eigen leven. Dat is heel gek.

Ik ken heel veel mensen die bang zijn voor de dood. Dat is normaal hè; een mens die leeft op aarde is een beetje bang voor de dood. Niet dat het erg belangrijk is hoor, doodgaan is ook een vorm van leven, maar die angst schijnt ingeboren te zijn.

Maar dat je ook een hoop mensen hebt die bang zijn voor het leven en die daardoor voor zich een hiernamaals opbouwen dat zo aanvaardbaar is dat het een zegen is als je daarheen kunt ontvluchten, kijk, dat komt me vreemd voor. Ik ben misschien een simpel mens geweest en ben nu waarschijnlijk een nog veel simpeler geest, maar voor mij geldt nog steeds : ‘het Koninkrijk is in jullie’. Met andere woorden, alles wat God is, alles wat de waarde van God is, schuilt in mij. Nou, waarom heb ik dan iemand nodig om me te vertellen hoe ik dat moet bekijken ? Als ik het in mezelf zoek, kan ik het in mezelf beleven. Dan heb je ook niemand nodig om je te vertellen hoe de dingen benaderd moeten worden, gezien moeten worden, want als je diep in jezelf kijkt, weet je het. En als je niet diep in jezelf kijkt, ben je verstandiger – denk ik – als je je hersens gebruikt dan wanneer je het geloof van anderen je leven laat leiden. Want zij leiden met korte ei en jij lijdt daaronder met een lange ij, hoor. Dat is bijna onvermijdelijk.

Onze gast bekijkt het natuurlijk weer een beetje anders. Die gaat uit van de totaal‑kosmische kracht, de ‘doorademing’ van alle …. ach, laat ik erover ophouden. Als ik erover praat, wordt het zo verward dat de eenvoud die hij daarin bezit verloren zou gaan en dat zou jammer zijn. Want eigenlijk zijn de dingen betrekkelijk eenvoudig, alleen, we willen de eenvoud niet zien. Want als iets eenvoudig is, heeft dat consequenties. Dan kun je niet zeggen “ik begrip het niet” of “je kunt het anders duiden”, dan ís het zo. Het is een innerlijke waarheid, punt. En als we het nu aan kunnen kleden, zien we steeds meer sluipweggetjes om er toch wat anders van te kunnen maken.

De God van de meeste mensen is in feite een duivel voor alle anderen, die hen echter goed gezind is. En als je het zo bekijkt, nee, dan heb ik liever geen God.

Ook de persoonlijke godheden hangen me vaak de keel uit (neem me niet kwalijk hè). In de oude legende is er een oergod die hoort dat zijn kinderen misschien naar de troon zullen streven en ze dan opeet. Jullie kennen de man misschien ? Er is een meter naar hem genoemd, nl. Chronos. Deze Chronos verslindt zijn eigen kinderen totdat moeder er zo nijdig over wordt dat zij er een achteroverdrukt. En vanaf dat ogenblik zijn er persoonlijke goden. Maar als we die legende nu eens omzetten.

Er is één God. Alles doordringend, overal aanwezig. Dat ben ik dus wel eens met onze gast.

En dan komen er mensen die zeggen :”Tja, maar alles wat tot die God behoort, keert tot die God terug en dat is toch niet helemaal …. We moeten het een beetje anders hebben. We moeten een God hebben die een beetje meer op ons lijkt”. Ze drukken dus een deel van de goddelijke kracht achterover, geven er een gedaante aan, plakken er een baard aan vast of geven hem een paar vleugeltjes en ziedaar, er is een god geboren. En dan gaan we die god vereren, want een andere god is er niet.

Is dat reëel ? Kijk, als je bezig bent met de innerlijke weg heb je ook nog een heleboel mensen die geneigd zijn het allemaal in te delen. Weten jullie al hoeveel sferen er zijn ? Zijn het er 7 of zijn het er 9 of zijn het er 33 ? Iemand die het weet ? Nou, ik ook niet, zijn we wat dat betreft in ieder geval elkaars gelijken.

Als je een beetje realistisch nadenkt, moet je toch zeggen : als ik het niet weet, waarom zou ik mij ermee bezig houden ? Het enige deel in de kosmos dat ik redelijk kan benaderen en dat ik volledig kan aanvoelen, is dat wat er in mij leeft. Waarom zou ik me dan bezighouden met de speculaties van anderen over iets wat buiten mij ligt en wat ik toch niet kan beleven ?

Als jij zegt : “Ik heb de kracht” en voor mijn part ben jij superman, ja, dan kun je zeggen “I have the power” of “I am the power”. Nou, ik zou zeggen, dat is eigenlijk een slagzin en die ligt dichter bij de werkelijkheid dan al het andere.

Wachten tot er van buiten een kracht komt om je te helpen : Schitterend. Maar de werkelijke kracht ligt in jezelf. En als die niet in jezelf is, dan kan er niets van al wat om je heen is antwoorden op wat er in je leeft.

Jij moet het doen. Ik zeg niet dat je God bent, natuurlijk niet zeg. Nee, als ik dat allemaal zo zie zitten, zou ik zeggen : dat is wel een eigenaardig Walhalla waarin ik terecht ben gekomen. Maar, wij zijn deel van God. In ons leeft dat. Laten we met die kracht leven, met die kracht werken. Dan zullen we heus wel eens ongelijk hebben want we duiden het op onze manier. Maar het gaat er niet om of we gelijk hebben of ongelijk, maar of we het beleven.

Geloof is : in onszelf een gevoel, een omschrijving aanmeten, waarvan we niet weten of die juist is. Want we geloven allemaal ergens in. We kunnen eenvoudig niet zonder het aannemen van bepaalde dingen. Waarom dan niet die aanname in de eerste plaats gericht op datgene wat in onszelf leeft en woont en dat we eigenlijk niet kennen ? Laten we daar dan maar in geloven. En als we daarin kunnen en durven geloven, dan zullen we misschien in de wereld buiten ons wel dingen zien veranderen.

Maar zijn die veranderingen nu werkelijke zaken of is het iets dat zich aan ons anders voordoet ? We weten het niet. Ons bestaan is een voortdurende onzekerheid. Al ons weten is een zo beperkte omschrijving in een zo omvattend geheel, dat het in feite vaak een vorm van zelfbedrog wordt. Maar wat we innerlijk voelen, dat is voor onszelf een onontkenbare waarheid. En als we die waarheid leven en beleven, dan hoeven we niet te zeggen “we gaan de wereld veranderen”. Die wereld verandert, misschien verandert ze niet. Maar wij moeten beantwoorden aan wat in ons leeft. En als je het dan hebt over godsdiensten, is dat volgens mij de enige werkelijke dienst die je aan God kunt wijden.

Ja, natuurlijk, er zijn dan weer mensen die zeggen : maar Jezus heeft toch gezegd “weid mijn schapen”. Ja goed, het zal wel. Ik weet het niet. Maar als je schapen weidt, heb je te maken met wollige, betrekkelijk stomme beesten die alleen een onderlinge sociale orde hebben waarin ze tamelijk vindingrijk zijn. Als jullie die omschrijving toepasselijk vinden voor de meerderheid van de mensheid, dan vraag ik mij alleen af waar jullie het recht vandaan halen jezelf als herder te beschouwen. Trouwens, …. herders, herders. Ik weet niet of het tegenwoordig nog mode is, maar vroeger liep een abt en vaak ook een kardinaal, met een soort herdersstaf rond. Meestal uitgevoerd in edelmetaal natuurlijk, want je moet de waardigheid er vanaf kunnen zien. Daar zou hij dan kluiten mee moeten gooien naar de afdolenden van zijn kudde. Maar in feite wist hij helemaal niet wat zijn kudde was en probeerde er bij te pikken wat er maar te krijgen was . In de tweede plaats gooide hij geen kluiten om ze op het goede pad te brengen, maar hij stuurde ze met een kluitje in het riet. Ik weet niet of er in deze tijd veel is veranderd in dat opzicht.

De tijd waarin jullie leven, is een tijd waarin alle dingen samenvloeien. Het is een tijd waarin de mens meer behoefte heeft aan God en gelijktijdig een periode waarin je minder kunt vertrouwen op het godsbeeld dat anderen voorspiegelen.

Onze gast zou iets zeggen over de onmiskenbare kracht die in ons leeft en de noodzaak te beseffen hoezeer de waarheid die we daaraan ontlenen een zuiver persoonlijke is. Maar ik voor mij zeg alleen maar : als je tevreden en gelukkig kunt zijn met iets dat in je woont, waarom zou je dan iets anders willen hebben ?

Het is misschien een beetje dwaas om te zeggen, maar ik heb het gevoel dat mensen – ook wat geloof betreft – het idee hebben dat ze te maken hebben met een groeiende economie. Het geloof moet steeds groter worden, er moeten steeds meer dingen in een juiste orde binnen dat geloof gegroepeerd worden en dan gaat het goed. Maar hebben jullie wel eens opgelet hoeveel directeuren – en wat dat betreft staatslieden en zo – voor hun tijd verouderen ? Hoe ze een deel van hun tijd doorbrengen met het slikken van de pillen die ze nodig hebben om de ergernissen te onderdrukken die hun eigen gevoelens van onvermogen voortdurend in hen oproepen ? Vinden jullie dat geluk ?

Ik denk dat Adam en Eva in een paradijs leefden omdat alles doodeenvoudig was. Natuurlijk, het is een overlevering hoor. Het is niet echt zo geweest. Wat dat betreft, Eva is waarschijnlijk ook nooit echt geweest. Een symbolische naam, net als Adam. Maar hun leven was eenvoudig. Wat deden ze ? Ze leefden gewoon. Ze aten, ze sliepen, ze gingen door de wereld heen en de dingen die ze tegenkwamen, benoemden ze. Echt menselijk. Je kunt gelukkig zijn door de dingen om je heen te zien, er een naam aan te geven voor jezelf en voor de rest gewoon van de dag te genieten. Dan moet je niet Meester zijn of belangrijk zijn, dan moet je niet rijk of arm zijn, je moet gewoon maar tevreden zijn.

Kijk, als je God in jezelf hebt, kun je daar die vrede in vinden. Maakt het dan nog uit wat anderen denken of doen ? Als je gelukkig bent en je hebt het gevoel dat je bij het geheel hoort, wie moet er dan verder nog aanmerkingen maken ?

Natuurlijk, we kennen allemaal het verhaal van de krekel en de mier. Het verhaal was om duidelijk te maken dat mieren werken en dat mieren zorgen. Zeker, maar wie was het gelukkigst geweest ? De mier, die een heel leven lang bezig was geweest om alles aan te slepen wat ze eigenlijk niet eens helemaal zelf kon verteren voordat voor haar de tijd kwam om ook over te gaan, of de krekel, die zijn hele leven had gedanst en gespeeld en gezongen en vrolijk was geweest en die nu misschien een beetje kou moest hebben en een beetje moest bedelen ? Ja, het is een kwestie van vooroordeel natuurlijk, maar als u spreekt over geloof als een innerlijke erkenning, dan voel ik veel meer voor de krekel dan voor de mier, want ik hou toch al niet van mieren. Want wat deed die krekel ? Eenvoudig wat hij moest doen op een dag en wanneer hij er tijd bij over had, was hij gelukkig. Zodra hij begon te denken aan later en aan voorzorgen te treffen, was hij krekel af.

Een mens is een uit God voortgekomen geest, tijdelijk belichaamd. Zolang die mens leeft vanuit die God en daaruit die vreugde en vrijheid kent, doet wat hij voelt te moeten doen en voor de rest gelukkig is, blijft hij deel van God.

Op het ogenblik dat hij gaat nadenken over wat je menselijk gezien zou moeten doen, heeft hij voor God geen tijd meer. Dan zoekt hij iemand uit die als een vakman vertelt dat God hem zijn zonde zal vergeven en dat alles toch nog wel goed zal komen – en dat er natuurlijk een hel is voor iedereen aan wie hij de pest heeft – en dan kan hij zelf de rest van de tijd besteden aan het zich bezighouden met de zorgen voor morgen, zodat zijn nalatenschap door misschien toch wat meer krekelachtige figuren vrolijk kan worden misbruikt.

Ik heb niets tegen mensen die zeggen : “Ik ben godsdienstig”. Daar vergissen de mensen zich wel eens in. Ze denken: als je zo tekeergaat, dan heb je wat tegen mensen die godsdienstig zijn. Jullie mogen van mij best naar de kerk gaan, waarom niet ? Als jullie volgens bepaalde rituelen willen handelen en leven is dat jullie zaak. De vraag is alleen : waarom doen jullie het ? Doen jullie het omdat het een gewoonte is ? Best. Doen jullie het omdat jullie geconditioneerd zijn in die richting ? Helemaal geen bezwaar. Doen jullie het omdat jullie innerlijk voelen dat dat het enig juiste is ? Uitstekend zelfs. Maar doen jullie het alleen maar omdat jullie er anders toch geen raad mee weten ? Fout. Godsdienst is een uiterlijkheid die alleen zijn betekenis kan ontlenen aan een innerlijke waarde. Die innerlijke waarde kan door jezelf beleefd en erkend worden en door niemand anders.

Tja, ik zit daar zo’n beetje allerlei dingen uit te kramen, maar dat is dus ook de taak van een inleider. Een inleider is een marktkramer in geestelijke kleinigheden, die als bijzondere aanbieding een gastspreker aanvaardbaar moet maken.

Ik heb te maken met een gastspreker waarin kracht, geloof, God, hoe je het noemen wilt, zo’n ontstellende uitstraling zijn geworden, dat je in feite niet eens meer kunt zeggen wat hij bedoelt. Je kunt alleen voelen dat hij wat jou betreft wel een beetje gelijk heeft, want hij geeft iets aan dat in jou ook leeft.

Zo’n gastspreker is natuurlijk prettig, is prima. Maar wat kan hij eigenlijk zeggen ? Woorden schieten altijd tekort waar het gaat om de krachten die in de werkelijkheid alles bepalen. Zeker wanneer het gaat om de kracht die ook in jezelf woont.

Dus wat doe je dan ? Ik denk : nou, ik ga over wat anders praten. Een beetje inleider moet ik blijven, hè ? Kijk, als wij in de inleiding jullie doen lijden onder onze betoogtrant, dan zijn jullie zo verrukt dat er nu een ander komt, dat die gastspreker als vanzelf een warm welkom krijgt. En ik wil het nooit zover laten komen omdat ik het gewoon niet prettig vind dat jullie zeggen : “god zij dank, die kletsmajoor is eindelijk weg”. Ik ben niet eens een majoor, hoor. Als ik het in een militaire orde moet uitdrukken zou ik mijzelf hoogstens inschatten op een geestelijke korporaal 1e klas. En dan overdrijf ik zelfs nog een beetje.

De waarheid bestaat in je en als er iets van die waarheid buiten je kenbaar wordt en het spreekt je aan, dan word je je niet bewust van de waarheid van een ander maar van jezelf. Wanneer je wordt aangesproken door de uitstraling van een bepaalde gastspreker, heeft dat niets te maken met de hoogheid en de kracht van de gastspreker, ook al is dat misschien wel aanwezig. Het heeft te maken met wat er in jou leeft, wat jouw werkelijkheid is. Als je in bepaalde woorden en uitdrukkingen iets herkent in de zin van “dat heb ik altijd al gedacht maar ik wist niet hoe ik het zeggen moest”, dan heb je niet erkend wat de spreker zegt, maar dan heb je eindelijk een omschrijving gevormd van iets dat in jezelf leeft.

Alles wat in ons bestaat, is onze enige werkelijkheid. De omschrijvingen ervan worden wel door de wereld buiten ons geïnduceerd, maar verder dan die inductie kom je niet. Wanneer we dan toch die innerlijke kracht willen wekken, of zelfs maar een deel ervan willen wekken en gebruiken, dan gaan we onszelf gewoon een klein beetje beduvelen. Dan gaan we aan magie doen : “aba, abakabra abakadabra,……..wop, hier is de kracht !”

Waarom ? Gewoon omdat we niet in die kracht geloven. We doen net alsof we iets hebben wat een sleutel is om die kracht als het ware te ontketenen. En om ons heel precies verbonden te voelen met die sleutel maken we er de juiste gebaren bij; we kiezen de juiste intonatie en op die manier maken we het voor onszelf mogelijk iets te aanvaarden wat te allen tijde een heel normaal deel is van ons eigen wezen. Dat is namelijk een van de kernwaarden van magie. Het is ook een extract van de werkelijkheid, zodanig verpakt dat het lijkt of het veel meer ís dan het is en zodanig uitvoerig behandeld, dat we nog trots zijn op hetgeen we tevoorschijn brengen ook.

Maar de werkelijkheid is en blijft – dacht ik – datgene waarvan we niet weten, waarin we hoogstens geloven, en dat is iets wat niemand ons kan omschrijven. Geen kerk, geen heilig boek, niets. Het kan ons misschien een kader geven waardoor het een beetje hanteerbaar wordt voor ons, dat is waar, maar verder geraak je niet.

Ik denk dat degenen die de godsdienst zien als de weg tot God, de lijst verwisselen met het schilderij. Het beeld van de werkelijkheid staat in je gestempeld. Datgene wat je bent, zult blijven, zult moeten zijn, is in jou neergeschreven. Het is deel van iets dat in jou leeft en bestaat. Alle mogelijkheden die de wereld je biedt, moeten eerst in jezelf aanwezig zijn, anders kunnen ze niet eens erkend of waargemaakt worden. Dan zeg ik : ja goed, ik vind het allemaal best hoor, dat mensen godsdienstig zijn, ik heb het al gezegd, alleen, waarom heb je het nodig ?

Als je iets wilt begrijpen van God, moet je naar binnen kijken en niet een geleerde verhandeling van een theoloog naslaan en doorlezen en bestuderen, want die man is alleen maar wijsgerig over dingen waarvan hij zelf gelooft dat ze misschien waar zijn zonder het ooit te kunnen bewijzen. Alleen stelt hij het wel als een zekerheid.

Wees gewoon jezelf. Ik ben wat dat betreft voor de vereenvoudiging van de dingen. En zoals jij jezelf bent, is iedereen zichzelf. Jullie kunnen niet uitmaken wat goed of kwaad is voor een ander, wat de waarde of onwaarde is van de ander. Jullie kunnen alleen maar zeggen : zó beleef ik het en daarom is voor mij de juiste weg zo, of zo, of zo. Verder komen jullie niet.

Nu is er pas weer zo’n soort ‘superpredikant’ geweest. Dat is dus een handelaar in zielen. En die houdt een – wat is het ook weer? – o ja, een ‘symposium’ over het evangelisme. Met andere woorden, hij leert anderen hoe je de mensen zover kunt vervreemden van hun eigen werkelijkheid, dat ze tijdelijk jouw werkelijkheid aanvaarden en dan misschien later bang zijn daar vanaf te wijken, omdat er ergens in hen toch de vraag leeft : heeft die ander gelijk ? Is dat reëel ? Ik neem graag aan dat de man zelf denkt dat hij het juiste doet. Maar moet ik – omdat hij het gelooft – dan maar aannemen dat het voor mij ook juist is ?

En wanneer ik een ander zie die dingen doet die ik helemaal niet goed vind, moet ik dan aannemen dat het voor die ander ook niet goed is omdat ik het niet goed vind ?

Het probleem dat we op te lossen hebben …. ja, wees niet bang hoor, het is zo afgelopen, maar ik wilde toch nog even dit zeggen : wanneer je weet dat de enige werkelijkheid in jezelf schuilt, ben je dan niet op grond van die innerlijke erkenning aansprakelijk voor het beleven van die werkelijkheid in de wereld buiten je ? Dan moet je niet een ander vertellen wat hij moet gaan doen, je moet het zelf doen. Je moet niet een ander vertellen wat de waarheid is, maar je moet haar zozeer beleven dat ze in jou een kracht wordt die van je uitstraalt.

En dan moet je vooral niet al die zielige dingen doen op de manier van ‘ja, maar dat mag niet’ en ‘God vindt dat niet goed’ en ‘dat is tegen de moraliteit’ en zo verder. Blijf eraf. Dit is niet goed voor je, dat is niet goed voor je, lieve mensen uw hele wereld wordt verpest door mensen die anderen vertellen wat niet goed voor ze is en ze dan verbieden het te doen. Daarbij komt dat naarmate iets meer verboden is het ook meer aantrekkelijk wordt.

Als we terugkeren tot de eenvoud dan kunnen we alleen de kracht leven die in onszelf is. We kunnen alleen de waarheid vanuit onszelf in de wereld uiten zonder ooit anderen te dwingen of ze ermee te willen confronteren zelfs. Het moet gewoon een deel zijn van onszelf. Want als onze innerlijke waarheid deel is geworden van onszelf in alles wat we zijn, alles wat we doen, dan confronteren we de wereld ermee. Maar niet meer als met iets wat ik heb of wat ik bereikt hebt of wat mij is opgedragen, maar eenvoudig omdat ik mezelf ben, mezelf leef en de kracht die in me is, waarmaak. En de wereld kan het aanvaarden juist omdat ik ben en niet dwing, omdat ik beleef zonder een ander te zegen hoe te beleven. Er bestaat geen gemeenschappelijke weg die voor een ieder begaanbaar is en die gelijktijdig bepaald wordt door allerlei vormen van doe‑wel en doe‑niet. Er is alleen een weg waarbij je alles vanuit jezelf beleeft, vanuit jezelf waarmaakt en daardoor in jouw wereld gestalte geeft.

Dat is de enige godsdienst – als we het zo willen noemen – waarin ik kan geloven. Het is de enige werkelijke kracht die steeds weer in de wereld de gang van zaken voor de mensen verandert en de enige oplossing voor de problemen die de mensen voortdurend voor zich en anderen creëren.

Daarom denk ik, als onze gastspreker toch weer vanuit die sfeer van het goddelijke en alles wil gaan praten, dat jullie ook heel goed moeten beseffen : hij spreekt zijn waarheid. Hij geeft uitdrukking aan zijn wezen, aan zijn innerlijke werkelijkheid. Als jullie er iets van herkennen en zeggen : “Hé, dat heb ik ook wel zo gedacht of gevoeld”, kijk dan verder naar binnen toe, want in jezelf ligt de waarheid. Het koninkrijk Gods is in jullie zelf en nergens anders.

Zo, dat was het. Bedankt voor het geduld, de aandacht. We hopen jullie weer te ontmoeten op bijeenkomsten en als dat toevallig niet zo zou zijn, hopen we jullie toch te ontmoeten als een zo bewuste geest, dat jullie de kracht die in jullie is onmiddellijk kunt laten werken om anderen bewust te maken van het licht dat in hen woont.

De gastspreker.

Ik kom op uitnodiging, zoals jullie weten. Ik mag praten, hebben ze gezegd, over wat mij interesseert.

Nou, daar heb ik dan even over nagedacht, een beeld in mij laten ontstaan en dat beeld is er een van een vaag licht waarin alles verdwijnt. Ik noem het dan maar God.

Maar wat God precies is, wie weet het ? Ik niet. Wanneer ik denk aan dat vage licht en ik zoek in mijzelf, dan vind ik het in mezelf terug en daar is het volgens mijn denken een beetje helderder. Alsof ik het in mijzelf beter kan zien dan buiten mij. Dan voel ik die kracht, dat licht, die waarheid – hoe je het noemen wilt – zeer intens. Je kunt terugkeren, je kunt ook terugkeren naar uw wereld, je kunt naar een wereld met vormen gaan, je kunt in een kleurenwereld proberen de facetten die in je leven uitdrukking te geven, maar dat licht in mezelf, dat blijft altijd gelijk.

Als je in je eigen leven zo nadenkt over je problemen, of je bent bezig met al je plannen, dan vraag ik mij wel eens af : Heb je dan in jezelf dat licht niet gevonden ? Want wanneer je dat licht eenmaal in jezelf hebt, blijven er zo weinig twijfels over en eigenlijk zo weinig problemen. Ze zijn er wel, maar het heeft geen betekenis.

Ik denk dat als je eenmaal met God te maken hebt, de werkelijke melodie van het leven in je begint te spelen en dat alles wat er overblijft alleen maar een heel vaag geluid is in de verte.

Je leeft, maar in je leeft iets dat meer levend is dan jezelf. Je hebt ongetwijfeld je gaven en je krachten; je hebt je verstand, je vermogen tot uitdrukking, je taal. Maar in jou is iets dat alles veel beter omschrijft, veel beter uitdrukt, veel vollediger kan maken dan je het in je eigen denken, in je eigen wezen en verbeelding kunt doen. En dat is nu juist datgene wat mij voortdurend fascineert.

Wanneer je pas overgaat, heb je zo het gevoel : nu heb ik het recht om uit te rusten. Daarna krijg je het gevoel : ik moet toch eens wat gaan doen en dan ga je een taak zoeken. Je houdt je bezig met anderen natuurlijk, schitterend, het hoort erbij, maar dan, langzaam maar zeker, vervaagt het allemaal meer en meer. Het is niet alleen zo dat je een ander gaat helpen, maar dat je één probeert te worden met die ander en dat is dan alle hulp die je die ander geeft of geven kunt.

Je bent niet meer bezig anderen wijsheid bij te brengen, je probeert gewoon deel van hen te zijn. Hoe zij het beleven, moeten zij weten, maar je geeft het meest volledige wat je geven kunt : alles wat in je leeft en wat zij kunnen aanvaarden, begrijpen en verwerken.

En zoals het is na die overgang bij ons, zo krijg je dat als vanzelfsprekend ook ten aanzien van de grote werkelijkheid, die God.

Die God blijft voor mij een vaag licht. Waarom ? Waarschijnlijk omdat ik niet begrijp wat het is. Ik weet dat het er is, maar ik begrijp het niet. Vandaar dat vage. Maar in mijzelf is het een voortdurende krachtbron; het is een voortdurende werking die in mij bestaat. Iets wat ik voel, wat ik beleef. En dat is voor mij dus helderder, want het ligt dichter bij me, bij dat wat ik ben.

Ik denk wel eens : ach, je weet eigenlijk nog zo weinig, je kunt zo weinig. Maar als ik het vergelijk met vroeger, dan ben ik rijk, dan ben ik volledig, dan ben ik al‑omvattend geworden bijna, zeker vergeleken met een mens. En toch is elke mens hetzelfde. Elk wezen is hetzelfde. Waar je ook gaat kijken en hoe je de wezens ook betitelt, natuurgeesten of demonen of wat anders, ze zijn hetzelfde. Hetzelfde als de engelen, de heiligen, de cherubijnen, serafijnen of wat mensen er ook voor titels aan hebben gegeven. Want in hen ligt precies hetzelfde wat in mij leeft en wat in jullie bestaat. Of jullie het weten of niet.

Daarom moeten we niet zo bang zijn. Er is geen reden ons druk te maken over allerlei dingen die buiten ons gebeuren en al datgene wat we in dit leven wel en niet goed hebben gedaan misschien. We moeten alleen zoeken naar de waarheid in onszelf.

In ons leeft het licht. Als we het voor de eerste keer zien, is het waarschijnlijk maar een vage schemering want we kunnen nog niet begrijpen hoe volledig het is. Maar hoe dieper we proberen door te dringen in datgene wat in ons leeft, wat ons bezielt, hoe sterker, hoe vollediger dat licht in ons wordt, hoe groter de kracht die eruit stroomt naar ons toe.

Dan komt er een ogenblik dat je zegt : ja, de waarheid, een deel van mijn wezen. En alles wat ik probeer te doen om die waarheid te omschrijven en naar buiten te brengen, is al een halve onwaarheid geworden.

Ik moet het met woorden doen, althans, ten dele hier vanavond, maar het zijn maar halve waarheden. De volledige waarheid kun je niet uitdrukken. Er zijn geen woorden voor.

Het enige wat je kunt zeggen is : hier in mij is de kracht en in die kracht ligt een weten. Het is een licht, het is een erkenning, een volledigheid.

Ik probeer het jullie te geven omdat ik wat ik ben met jullie wil delen.

Spreek ik dan van God : ik weet het niet. Ik spreek van het hoogste wat in en voor mij en rond mij bestaat. Juist degene die de waarheid benadert, beseft hoe weinig daarvan nog werkelijk deel is van zijn wezen, hoeveel ervan nog in vaagheid, in verwarring wegvalt, maar dat hindert niet. Het gaat er niet om dat wij opeens één zijn met de Al‑macht en het alwetende zelf dragen. Het gaat er niet om dat wij plotseling deel zijn van een groot bewustzijn. Het gaat erom dat we beantwoorden aan het beetje licht dat wij in onszelf kunnen vinden.

Want als we dat beetje licht in onszelf voortdurend weer erkennen, er voortdurend weer een beroep op doen, dan wordt het sterker, wordt het lichter. Als je dat begrijpt, heb je de eerste stap gedaan naar een werkelijke bewustwording.

Er zijn altijd wezens die proberen een mens te helpen. Misschien ben ik er op het ogenblik ook zo een, want ik probeer jullie ook iets te geven en jullie iets duidelijk te maken. Zo zijn er velen die proberen iemand te leiden, iemand te helpen.

Maar weet je daarom alles ? Welnee. Wat je doet, is alleen maar erkennen wat er in jezelf al voor een deel bestaat en meer niet. Een mens moet zelf de weg vinden naar dat innerlijke licht. Niemand kan je die wijzen. Je moet zelf de waarheid vinden die in je leeft want niemands waarheid kan daarvoor in de plaats worden gesteld. Je kunt geen enkele kracht buiten je aantrekken die zo sterk is als de kracht die in je woont wanneer je haar eenmaal bereikt hebt.

Weet je, God is altijd een probleem, een raadsel voor de mensen. Ik kan me zo voorstellen dat de mensen zeggen : Ja, maar God, God moet toch iets menselijks hebben ?

Mijn enige antwoord is : Achten jullie de mens zo hoog ? Denken jullie werkelijk dat dat de hoogste vorm is ? Datgene wat in de mens woont, ja, dat is er, daar is misschien zelfs een gelijkheid. Maar dat is helemaal niet meer wat je denkt en wat je zegt en wat je meent te weten. Het is alleen maar de sterkte, de kracht, de wezenlijkheid die je in jezelf beleeft.

Wanneer je probeert uit te stralen, dan ga je daar – omdat je in een menselijk lichaam zit – bepaalde gebaren bij gebruiken. Waarom eigenlijk ?

Omdat een mens de dingen alleen maar waar kan maken wanneer je er een uitdrukking aan geeft in zijn wereld, in zijn vorm, in zijn kracht. En toch is de kracht zelf niet afhankelijk van gebaren. De kracht is er en als je haar innerlijk beleeft en kent zal ze er altijd zijn. Als je haar niet innerlijk kunt beleven en kennen zal ze er nooit zijn, al roept ook iedereen die kracht rond je op.

God is een probleem voor de mens; God is een probleem voor de geest. Het is een poging om volgens ons bewustzijn iets waar te maken, iets gestalte te geven, iets zin te geven, wat zich ver aan ons vermogen tot beseffen, erkennen, onttrekt en dat alleen overblijft als een beleving, als een soort innerlijke ontdekking die niet meer uitdrukbaar is.

Ja, wie heeft de wereld geschapen ? De wereld is geworden volgens de wetten die de hele natuur en alle sterren en planeten, de hele kosmos, vanaf het eerste begin tot het laatste einde beheersen. Er zijn planeten uit voortgekomen. Zo is de wereld tot stand gekomen.

Is dat scheppen ? Wanneer er een kracht is die de wet bepaalt ?

In zekere zin wel. God is als een soort architect die een wonderwerk heeft geschapen met vele planeten, vele vormen van leven, vele zonnen, vele werkingen van ondergang en ontstaan. Maar weten we waarom hij het heeft gedaan ? Weten we hoe hij het heeft gedaan ?

Het enige wat we kunnen zeggen is : we erkennen een paar van de hoofdlijnen van zijn schepping, van dat wat hij heeft voortgebracht. Laat ons dan niet overmoedig zijn en zeggen : “Wij weten wie de architect is”. Laten we niet uitroepen : “Ja, maar wij voelen God aan en daardoor weten wij wat God is” want we weten het niet.

Maar wat we weten, dat is de kracht die uit God in ons leeft. Wat we weten, dat is het licht dat ons vergezelt. Wat we innerlijk weten en ontdekken, dat is de tijdloosheid die ons wezen in waarheid omgeeft. Dat zijn de zekerheden.

Wat kunnen we zeggen van God ? Wat kunnen we zeggen van alle pretenties en verhalen ?

Het is allemaal zo mooi als je het hoort. Jezus, eniggeboren zoon van God op aarde. Mohammed, Gods profeet. Te paard opgestegen en gereden tot in de zevende hemel.

Mooie verhalen. Maar wat heeft het te maken met een werkelijkheid die in je leeft ?

Zeker, er is een weg. Daar ben ik van overtuigd. De weg die naar binnen voert, die je diep in jezelf een licht doet ervaren en een kracht, die je als het ware doorspoelt en die plotseling in gevoel en denken van jou iets maakt wat je nog niet wist te zijn. Dàt is er.

Maar is het een wet ? Is het God ? Is het misschien de bouwstof van het Al ? Je kunt er niets van zeggen. Juist omdat je er niets van kunt zeggen, is het zo gevaarlijk om er dan toch een vorm aan te geven van ‘dit is waar’, ‘dat is gezag’.

Licht. Dat is wat anders. Licht is het middel tot beleven, tot erkennen. Kracht is het middel om je leven intenser en werkelijker te beseffen.

Maar is dit de waarheid ? Zelfs de waarheid die ik hier probeer te zeggen, wordt bijna een onwaarheid door onvolledigheid. Waar vinden jullie een volledige waarheid ? Waar vinden jullie iets dat jullie maakt tot meer of tot minder dan een ander ?

Een deel van het licht, het ligt in jezelf, je hebt kracht in jezelf. En de manier waarop je daarvan deelt met je wereld, bepaalt wie je bent, niet hoe anderen over je oordelen.

Dat is een waarheid. Een beperkte, maar het is waar binnen zijn beperkingen.

Wanneer ik probeer mijn kracht met jullie te delen, dan lieg ik. Want ik heb geen kracht om met jullie te delen. Ik kan alleen zeggen : ik probeer jullie tijdelijk als het ware op te nemen in mijn wezen, opdat jullie aanvoelen wat in jezelf leeft aan de hand van wat er in mij bestaat. Dat kan ik.

Maar is het een waarheid die je voelt ? Waarheid is het nooit volledig, want je voelt het aan, maar je beleeft het nog niet als deel van jezelf.

Is het God die je voelt ? Wie zal het zeggen ? Wie waarlijk weet wat God is, dat hij spreke, dan zal ik zwijgen. Want wij die op weg zijn, ontdekken dat hoe dichter wij komen bij de bron, hoe onoverzichtelijker ze voor ons wordt. Hoe vollediger ze ons vervult, hoe minder we in staat zijn haar gestalte te geven binnen de termen van een persoonlijk besef.

Ik ben geen filosoof. Ik ben zelfs geen denker, want het denken is meestal de verwarring waarin we een rechtvaardiging zoeken voor datgene wat in ons bestaat en dat we niet begrijpen.

Het enige dat je kunt delen met een ander is wat jezelf bent. De enige kracht die je kunt delen met een ander is de kracht die in die ander al bestaat. Die hem doet beseffen door hem te doen aanvoelen wat er in jezelf leeft.

Wanneer je zoekt naar de innerlijke weg, het innerlijk pad, dan kan je dat niet doen op redelijke wijze. Er bestaat geen leerboek, geen filosofie, die je op dat pad kan begeleiden. Er kan je hoogstens een beginpunt worden aangetoond en de rest ligt allemaal in je eigen hand, is deel van je eigen wezen en is onomschrijfbaar voor ieder ander.

Als je hier bent (men heeft mij gezegd, het is een esoterische bijeenkomst), dan neem ik aan dat je dat innerlijke pad wilt volgen. Ik kan je alleen beginpunten geven.

Er is geen schuld buiten de schuld die je zelf als zodanig erkent en aanvaardt.

Er is geen verdienste. Datgene wat je jezelf als verdienste toerekent, is een onevenwichtige erkenning van een deel van je persoonlijkheid. Ga daarom niet uit van wat je wel of niet meent te zijn, maar vraag je af : “Wat is er wanneer ik werkelijk rustig ben ? Wat leeft er diep in mijzelf ?” Laat de gedachten je maar overspoelen, maar let er niet te veel op. Je zal ontdekken dat er langzaam maar zeker een rustpunt is – in het begin misschien alleen maar een gevoel van een rustpunt te midden van een orkaan – en dat rustpunt wordt dan meestal iets wat je als licht kunt omschrijven. Pas wanneer je dat licht hebt gevonden, begint het werkelijke proces.

Datgene wat wij omschrijven als het licht in ons, is niet de bereiking. Het is alleen maar de poort die we door gaan. En dan moet ons wezen aan gaan voelen wat het licht is, tot het ook buiten ons steeds meer kenbaar is. Tot het niet meer een eenzaam innerlijk beleven is zonder meer, maar iets wat je wereld schijnt te vervullen.

Een innerlijk beleven dat ook niet aan tijd gebonden schijnt te zijn, maar wat overal is en wat antwoord geeft op al wat er in je gebeurt, zodat je als het ware het innerlijk gebeuren vaag weerkaatst ziet in het licht dat buiten je leeft.

Dat is pas de werkelijke weg.

Jullie zullen het misschien anders beleven, anders willen omschrijven. Maar onthoud één ding. Wie het licht eenmaal in zich ontdekt en probeert die poort door te gaan, zal geen woorden en geen begrippen meer kennen en zal het niet kunnen omschrijven, maar hij kan het beleven. Zoals je de kracht die in je leeft niet kunt uiten en uitdrukken en omschrijven, zeker niet de geestelijke kracht. Maar je kunt haar beleven, je kunt haar van jezelf uit laten gaan.

Voor mij is wat ik jullie omschreven heb, de weg naar God. Wat het voor jullie is ? Misschien een wild avontuur naar een onbekende innerlijke wereld. Maar blijf fixeren, al wat je bent, op het licht, hoe vaag het ook moge lijken.

Laat de gedachten, laat alle angst en schrikbeelden, alle herinneringen aan jullie voorbijgaan. Ga verder tot dat licht steeds meer voor jullie begint te spreken, te leven, tot de vibratie daarvan in jullie wezen kenbaar wordt.

Dan hebben jullie het lichtende pad, het enige pad, betreden. Het pad dat in elk wezen bestaat.

Dan kan ik jullie zeggen : ja, ik probeer jullie deel te maken van dat pad zoals het in mij is. Maar ook ik ben in al wat ik probeer te zijn, a1 wat ik innerlijk waarmaak en beleef, niets anders dan een deel van een groot geheel. Anderen voor mij hebben dat pad gebaand en ik probeer het slechts te gaan. Maar het vervult me met vrede, het vervult me met kracht. Het is meer dan vreugde, het is meer dan hemel. Het is Al, waarin je verzinkt en weer opduikt, steeds weer. Steeds meer voelende wat waar is en steeds minder willende weten wat waar is.

Ik heb getracht jullie mijn pad te beschrijven. Wat is dat van jullie ? Dat ligt aan jullie zelf.

Wanneer je kracht nodig hebt, doe een beroep op de kracht in jezelf. Alleen wanneer je dan totaal niet het gevoel hebt dat er iets is, roep dan desnoods een ander. Maar weet dat je dan die ander nodig hebt niet voor de kracht, maar alleen om de grens rond de kracht die je zelf hebt getrokken, tijdelijk te doen vervagen.

Wees de kracht. Leef de kracht. Wees het licht. Leef het licht. En verwerp niets, maar maak waar uit jezelf wat voor jou licht is, wat voor jou vreugde is, wat voor jou vrede betekent.

Wanneer er een God is met een persoonlijkheid – ik weet het niet – dan zal het een God zijn wiens wezen evenwicht is en vrede, waarin vreugde tenslotte overstelpt wordt door de volledigheid van het evenwicht.

Wanneer er een God is met een persoonlijkheid – maar zeker weet ik het niet – dan is zijn kracht in alle dingen.

Maar zeker is dat de kracht die in mij is, spreekt tot alle kracht die is en dat alle kracht samenvloeit in mij als deel van wat ik ben, zodat er niets is waarvan ik geen deel ben, niets is wat niet kan antwoorden op mijn wezen, mijn nood, mijn behoefte.

Zeker, ook ik ben nog voor mijzelf grotendeels het centrum van het heelal, maar dat alleen omdat ik moet beseffen, moet omschrijven. En naarmate ik dichter naar jullie wereld toe kom, moet ik wel dichter komen bij dat egocentrisme, waaruit het hele leven schijnt opgebouwd.

Maar geloof me, zo dadelijk wordt het weer vager en vager, zo dadelijk los ik weer op, zo goed als ik kan, in het licht dat ook in mij, dat ook in jullie woont. Los ik weer op in de kracht waarvan wij allen deel zijn en die in ons allen woont en bestaat en overal is. En wanneer ik dan toch nog denk ‘ik’, dan komt het alleen omdat het licht in mij nog helderder is dan het licht dat ik rond mij besef.

Wij allen zijn op weg. We weten niet waarheen. Totdat we beseffen : de weg zijn we zelf, omdat we moeten doordringen tot de waarheid die we reeds zijn. En die waarheid ontmoetende, ontmoeten we datgene wat je God kunt noemen. Dat is alles.

Wat moet ik meer zeggen ? Jullie zegen wensen ? Geloof in de zegen en zij leeft in jullie. Moet ik jullie zeggen dat het jullie goed zal gaan ? Dat maken jullie toch zelf uit en niemand anders ?

Beste vrienden, ik heb getracht jullie deel te maken van wat voor mij waarheid is, wat voor mij belangrijk is. Kortom, jullie deel te maken van wat ik ben. Ga jullie eigen wegen. Word jezelf. Dan zullen we eens ontdekken dat wij slechts delen zijn van een en dezelfde waarheid.

Moge het licht in jullie je pad verlichten tot de tijd dat wij deel zijn van het werkelijke Licht.