Goddelijke rechtvaardigheid

18 januari 1977

Wanneer een mens zegt dat God rechtvaardig is, dan meent hij dat die God zijn idee van moraal, van recht en wet zal handhaven, met zijn onmiddellijk ingrijpen. Maar zo gek is God niet. Neen, God zegt juist, dat korte ogenblik dat die arme zielen op aarde vertoeven, in hun waan van gewichtigheid, moeten ze nu zelf maar eens meemaken wat er alzo mogelijk is. En geloof me, dat is goddelijke liefde. Het kost namelijk veel meer moeite om een ander vrij te laten, dan het ooit zou kosten om hem precies te zeggen, wat hij wel moet doen en wat hij niet moet doen. Maar ja, er zijn veel mensen die het prettig zouden vinden als God een dictator was.

Wat wij op aarde nu zien is het volgende: alles is gebaseerd op een keten, waarin leven en dood een rol spelen, en dat is niet zoals velen denken, de plechtige dood, voorzien van alle gewijde impedimenta, inclusief crucifix, zalving, eiken doodkist met beslag, dragers en een gregoriaanse uitvaart. De dood is eenvoudig een verschijnsel, een onderbreking van het stoffelijk bestaan, waarna de ziel zich afvraagt, wanneer ze even is bijgekomen, waarom heb ik zoveel drukte gemaakt over dat leven. Maar ja, u bent nog niet zover, ik kan u alleen in den gemoede verzekeren dat het voor u allen eens zover zal komen. En als u uzelf een heel klein beetje meevalt, diep vanbinnen, niet van buiten, want dan liegt u toch, dan geloof ik ook wel dat u blij zult zijn dat Gods rechtvaardigheid niet bestaat uit even leven, en dan hupsakee, op naar de helse kookpot, dan wel de hemelse pap.

De rechtvaardigheid van God zit in de totale kringloop van het leven. En die kringloop is er een van de ziel, zij gaat vanuit het goddelijke, zij ontmoet vele sferen en werelden, zij incarneert, zij leert de chaos kennen, vanuit de chaos keert zij terug en wederom door alle sferen gaat ze, tot haar besef haar in de steek laat, en dan rust ze een ogenblik, en dan begint ze weer opnieuw. De boeddhisten noemen dat de wenteling van het rad, maar in deze tijd waarin raderen de wereld verpesten, klinkt mij dat niet zo sympathiek. Daarom voel ik meer voor de kringloop van de ziel. Nu zien wij op aarde, dat mensen elkaar leed toevoegen. Over de dieren praat ik niet eens. U weet in deze tijd zijn dierenbeschermers mensen die het onnodig leed voor de dieren willen beperken, onder het genot van een sappige biefstuk. Dus dit zijn zaken waar we dan nog maar niet eens aandacht zullen wijden. Nu denkt elke mens altijd dat hij het goed weet en dat hij het goed doet, want hij staat zichzelf niet toe, om zijn fouten te erkennen. Deze situatie is er dus een, waarbij een mens de mens eigenlijk bestrijdt, de mens gaat uit van zijn eigen blindheid, en in het land der blinden is éénoog koning, die wordt dan filosoof. En de filosoof denkt dat hij met zijn filosofie de blindheid van andere ongedaan kan maken. Dat is ook al iets wat niet werkt. Integendeel hoe meer filosofen er zijn, hoe meer blinden denken dat ze de enig juiste weg hebben gevonden. En dat wordt vaak een wat trieste situatie.

U zegt dus: God is niet rechtvaardig. Nu zeg ik: God bestraft u niet, God laat het aan uzelf over om uw straf te kiezen en daarom laat hij het ook aan u over om zelf te doen en te laten wat u wilt. Dat klinkt een beetje curieus. Maar wees nou eens eerlijk: heeft u al eens meegemaakt dat met een donderslag of een zwaarddragende engel één of andere daad werd gewraakt? Of zelfs voorkomen? Dat zijn eigenlijk de sprookjes, die je alleen kunt beleven, wanneer je zelf nog onvoldoende inhoud hebt, om een grotere geestelijke werkelijkheid te zien als deel van je eigen wereld. Dus daarom gaat de mens rustig verder. En God heeft die mens lief, dus hij laat hem verder gaan, onder het motto: wanneer je een paar keer je vingers verbrandt, blijf je voortaan wel van de kachel af. Is bij velen ook het geval, maar sommigen kunnen er niet tegen, die worden dan kachel, als u de uitdrukking kent. Je zou ook kunnen zeggen dat zij hun tranen trachten op te lossen in alcohol. Ja meestal zijn hun nieren eerder opgelost dan hun tranen. Nu zegt u verder, ja alomtegenwoordigheid van God, daar heb ik het nog niet over gehad. Mag ik een vraag stellen: is de lucht iets wat u opmerkt? Ik dacht van niet, alleen enkele verschijnselen daarin. Toch is die lucht, van uw standpunt uit praktisch alomtegenwoordig, tot in uw lichaam toe werken de bestanddelen daarvan. U merkt er alleen niets van.

Kijk God is overal, want toen God dus dacht: nou laten we ook eens een keer wat doen, het verveelt me het nietsdoen, dan sprak hij tot zichzelf: laten we gaan scheppen en hij zonderde een deel van zichzelf af om schepper te worden. Mensen proberen dat soms na te doen, dan worden het opscheppers. Maar God zelf deed dus het enig belangrijke, hij zei via dit deel dat hij had afgezonderd: het worde licht, en daarmee was eigenlijk alles gebeurd. Want niets kan bestaan buiten God. Anders gezegd: God is de bewuste energie, waaruit de hele kosmos is opgebouwd. Als je sommige mensen ziet lopen, zou je niet zeggen dat er energie in zit, maar het moet wel zijn, anders zouden ze er niet zijn. Het is deze kracht, waaruit alles in de materie is opgebouwd. Het is deze kracht waaruit het lichaam wordt gevormd. Maar het is ook deze kracht die het mogelijk maakt dat u als persoonlijkheid, als ziel bestaat. We kunnen nu wel zeggen, dat de verschijnselen zoals wij die zien, een weerkaatsing zijn van Gods scheppende werkelijkheid. Maar of het nou een schaduw is of niet, voorlopig hebben we hiermee te maken, zonder God zou het niet kunnen bestaan. En zelfs als het een schaduw is, moet die geworpen worden door iets wat uit God is. En het licht zelf is de kracht van de schepper, het leven van de schepper, waardoor de schaduw uiteindelijk geworpen kan worden. Dus God is alomtegenwoordig. Ik dacht dat daar niet te veel hoefde te worden over gepraat.

Natuurlijk het is altijd leuk om te zeggen dat God ergens boven op een troon zit. Nou ik zou medelijden met hem hebben als het waar was. Stel je dat voor: een hele eeuwigheid op je troon zitten. Dan krijg je toch ook een blik in je-weet-wel. Maar God is gewoon in alle dingen, hij is met alle dingen, hij is overal. En omdat alle dingen deel zijn van zijn wezen, kan hij ze moeilijk haten, want als je jezelf haat dan ben je zeker geen God meer, dan zit je eerder in het demonisch chapiter. Dus, wij nemen aan dat God overal aanwezig is, althans datgene wat we bij gebrek aan betere mogelijkheden, dankzij de onvolkomenheden van onze taal en bewustwording, God plegen te noemen. En deze kracht die alles aanvaardt, die moet ook zijn regels stellen. Want wij denken altijd: als iemand de baas is, dan moet hij beginnen met anderen te verbieden. Nou ik geloof niet dat God zo direct de behoefte heeft om ons te verbieden. We kunnen toch niets doen wat hij niet mogelijk maakt. Dus als hij vindt dat iets werkelijk niet mag, is het gewoon niet mogelijk.

Iets wat vele theologen niet voor mogelijk houden, maar wat volgens mij toch wel juist is. En dan kom je dus terecht bij die rechtvaardigheid van God. Alles wat wij doen draagt bij tot het juist plaatsen van ons bewustzijn en wezen te midden van het geheel van het goddelijke waaruit het totaal is opgebouwd. En daarmee heeft het toch zijn nut. Zelfs het kwade, zoals wij het zien heeft zeker zijn nut. En ik dacht dat we dat het beste steeds weer bewezen zien door de verhalen over martelaren en zo. Toen ik een kleine jongen was, dacht ik: wat moet dat heerlijk zijn, eerst met pijlen doorschoten, en dan gebarbecued door een paar heidense soldaten, de Heer aanroepen en voortaan patroonheilige worden. Maar dat is illusie, het is een illusiewereld waarin wij leven, en onze maatstaven van goed en kwaad zijn geen absolute maatstaven. Dat zijn maatstaven die voortkomen, zeker wanneer je op aarde leeft, uit de gemeenschap waarin je bestaat, je hebt een gevoel voor goed en kwaad, zeker, maar terwijl u nog in de wieg ligt, beginnen ze er al mee. De hele gemeenschap blijft meedoen: dit mag niet, en dat mag wel. En soms is dat erg nuttig. Want ik vind dat erg nuttig dat de mensen rechts houden op de wegen, als ze allemaal links zouden rijden, zou ik er ook niets op tegen hebben, want links of rechts zegt mij niets, op de weg is dat zeker niet politiek. Dus je zou kunnen zeggen: dat is een onderlinge afspraak en die voorkomt een hoop ellende. En veel van hetgeen wij goed noemen, is in feite ook zoiets. Het is een afspraak die wij onderling maken omdat wij op deze wijze, de gemeenschap die wij vormen, de mensheid waarvan we deel zijn, eigenlijk goed laten functioneren, volgens ons begrip goed. Want als u nu kijkt naar die welvaart van deze dagen, die langzaam maar zeker alleen voor exclusievere personen begint geschikt te worden, dan moet je toch wel zeggen: wat hebben ze er een potje van gemaakt. Ze hebben gezegd: het is goed te industrialiseren. En nou zeggen ze, ughe, ughe, ughe, laten we oppassen voor het laatste stukje natuur. Dat is ergens een bewijs dat de mens het niet overziet. Hij ziet het geheel niet, daarom is zijn besef van goed en kwaad ook zeer beperkt. Kan hij dan verwachten dat een God die wel alles weet en alles overziet, dat hij precies op dezelfde manier zou redeneren. En kunt u zich voorstellen dat er ergens een God is, onder ons gezegd en gezwegen, die zegt: ja maar die moet op zijn donder hebben later, want die is zondag niet naar de kerk geweest. Tegenwoordig mag je, geloof ik, wegblijven; maar in mijn tijd was het altijd zo, je moest op zondag naar de kerk. Maar dacht u dat God zich daar iets van aantrok? U bent trots; kan doodzonde zijn zeggen ze. Nee het is gewoon een stommiteit. De gevolgen daarvan die heb je zelf te dragen. Gods rechtvaardigheid is, dat je alles wordt wat je van jezelf maakt. En zijn liefde is het die u toestaat zolang door te gaan totdat u iets goeds van uzelf gemaakt hebt. En omdat je elke keer een nieuw lichaam krijgt, kun je het materiaal niet volledig verknoeien. Dat is ook een voordeel. Er zijn ongetwijfeld mensen, die zeggen: ja maar hoe wilt u dat rijmen met de invloeden vanuit de kosmos. Ja, de ruimte is natuurlijk wat begroeid, er zit overal kosmos, en de mens, nog niet in staat te begrijpen dat alle krachten die er zijn en elk samenspel van krachten door het bewustzijn tot een juist evenwicht kan gebracht worden, wordt onevenwichtig omdat hij de ene kracht wel krijgt en de andere toevallig niet bewaard heeft. Maar zo leer je toch ook. Het is misschien een beetje wreed om te zeggen: ach mensen wanneer je op aarde bent, dan zit je in de kleuterklas.

En toch lijkt het er heel vaak op. Hebt u kleuters wel eens gezellig zien spelen? Ze zijn heel lief samen, dan op een gegeven ogenblik begint de één de ander te pesten, want de één wil hebben wat de ander heeft. Nou dat is toch het beeld van uw maatschappij. Daarmee hebt u uzelf, wanneer u dit als juist erkent, geklasseerd in de scala van bewustwording. Een enkeling mag daar bovenuit komen, maar de meeste blijven er wel in steken. Dan zou ik u willen voorstellen, om de zaak heel simpel te formuleren. Niet met al die dingen. Wat is God? Kijk eens, als we dat nou zouden kunnen weten, zouden we misschien verder komen, maar dan zouden we weer anders zijn dan we nu zijn en ons niet interesseren voor hetgeen ons nu interesseert. Dat neem ik tenminste aan. Laten we gewoon zeggen. God is. De rechtvaardigheid van God is uitgedrukt in de mogelijkheden en wetten, die ons leven maar ook alle andere werelden, stoffelijke en geestelijke, eenvoudig beheersen en vormen, begrenzen.

Wij kunnen alleen datgene doen, wat binnen het goddelijke is toegelaten. Of wij dat kunnen verwerken is wat anders. Wanneer je te veel hooi op je vork neemt in het leven, dan betaal je daarvoor. Toch kunnen we niet zeggen dat dat Gods rechtvaardigheid is. Je kunt zeggen: het is een wet der natuur. Maar dan speelt onze eigen natuur daarin, dacht ik, een even grote rol als de krachten der natuur. Wanneer u te veel vraagt of te weinig vraagt, wanneer u te weinig weet wat u wil, of te veel weet wat u wil, en daardoor verder gaat dan u kunt, betaalt u ervoor. Maar u doet ook ervaring op. En die ervaring, die kunt u nu later weer gebruiken. Het is geen asfaltpolitiek, het lichaam wordt omgevormd tot vruchtbare aarde of as, en de ziel die gaat verder met de restanten, en die probeert daaruit een begrip te krijgen voor haar eigen bestaan. Heeft ze dat begrip gevonden dan kan ze ook weer beginnen met actief te zijn, en in haar activiteit zal ze misschien naar de aarde terugkeren of op een andere wijze zich een taak aanmeten, en ze zal opnieuw ervaringen opdoen tot het ogenblik komt dat ook dit wegvalt. Soms is dat een soort sterven, maar wanneer je wat bewuster bent, dan is dat eigenlijk eerder een soort uittrekken van een overbodige mantel. Je laat het weer achter je, en zo ga je verder. Ik kan mij geen rechtvaardiger bestel denken dan dit. Want stel u voor dat alle mensen nu eens precies datgene kregen wat volgens hen ook de andere verdienen die hetzelfde doen als zij doen. Ja het zou wel het bevolkingsprobleem oplossen, vermoed ik. Maar zou er daar iets mee veranderen? Ik dacht van niet. Dit is rechtvaardigheid. Maar onthoud nu een ding: elke keer wanneer een ziel sterft en voortbestaat, is dat Gods liefde die die vlam van bewustzijn niet dooft; die niet, zoals in het laatste deel van de Peer Gynt, (Ibsen heeft het zo mooi gedaan), de knokensmelter liet komen, die maakte er knopen van, en ik geloof toch dat het heel wat prettiger is om geestelijk voort te leven als een ziel, zelfs wanneer je soms moet worstelen, dan als knoop te prijken aan één of andere duster van een nijvere huisvrouw of zo om nog niet te zeggen de andere bestemmingen die er zijn, ofschoon ze vaak door ritssluitingen vervangen worden. De liefde Gods blijkt uit het feit dat wij bestaan en voortbestaan. De liefde van God wordt zelfs voor een gewoon mens elke keer weer manifest, wanneer hij ziet hoe niet al zijn fouten aan hem gewroken worden. Integendeel hij krijgt de kans om er nog een paar bij te doen, en als hij het te gek maakt, dan heeft hij altijd weer de gevolgen te dragen. En die gevolgen op zichzelf, die vormen de mens zijn bewustzijn, zijn denken, zijn leven verder; en dat geldt voor de geest ook.

Het is altijd aardig om te zeggen: ja maar al die oorlogen op aarde, die zijn toch eigenlijk een bewijs dat God toch niet zo rechtvaardig is en zo lief is, het zijn altijd de besten die sneuvelen. Nou ja hebben die een beetje voordeel, die hoeven niet zo lang te wachten tot de zaak weer in orde komt, nietwaar. Maar die oorlogen worden toch niet door God gemaakt. Die worden door de mensen gemaakt. Soms in naam van God, nou ja goed, weten zij veel. U kunt zeggen: ja maar al die ziekten die er zijn. Och kijk eens: een groot gedeelte van de ziekten ontstaan door de wijze waarop men leeft. Kijk naar uw eigen cultuur, beschaving. Er zijn ziekten die komen haast niet meer voor. Iedereen kan nog wel eens de pokken krijgen van een ander, maar dat de pokken werkelijk weer uitbreken, of de builenpest, dat is zeer onwaarschijnlijk. Tyfus komt een enkele keer voor, maar wordt niet epidemisch meer. Cholera, nou ja goed, in bepaalde streken komt ze voor, maar dat is een gevolg van de leefwijze. Maar daar staat tegenover dat dus het westen weer praktisch endemisch wordende ziekten heeft, als overspannenheid, vervetting, hartcollaps, kanker, dat soort dingen, dat komt er gewoon uit voort, zoals je bent, zo zijn er dus een reeks omstandigheden waarmee je moet worstelen.

Er bestaat eenvoudig geen wereld zonder problemen. Want als er een wereld is zonder problemen, dan heeft het eenvoudig geen zin meer om te leven. Leven is besef opdoen, is leren. Stel nou voor dat u naar school gaat, dat de meester daar staat en zegt: ga nou allemaal maar lekker stil in je bank zitten en je doet verder niets. Waarvoor ben je dan naar school gegaan? Dan had je beter buiten kunnen spelen.

Op deze manier moet je dus kijken naar Gods liefde. Gods liefde zegt eenvoudig dat we recht hebben op de gevolgen van onze eigen dwaasheden. En diezelfde goddelijke liefde zegt dat de ellende niet mag worden uitgeroeid, omdat die ellende noodzakelijk is. Maar het is diezelfde liefde die ook zegt dat wij vanuit ons eigen besef mogen werken en streven en dat al wat wij doen voor anderen ook weer weerkaatst wordt in ons eigen bestaan en beseffen. Ik dacht als je dat zo bekijkt dat niemand kan bestrijden dat dit de grootst liefde is die bestaat. De liefde van God waar veel mensen mee schermen, zou volgens hen zoiets als apenliefde moeten zijn. Jij bent mijn kind, van jou wil ik niet scheiden. Maar ja, wie daarmee te maken heeft gekregen, bij het naderen van het einde der puberjaren, die zal weten hoezeer juist dit een belemmering is voor verdere ontwikkeling. Want er komt een ogenblik dat je op eigen benen wilt staan en moet staan. God heeft de liefde om je die kans te geven. En hij zou misschien kunnen zeggen, ach ik kan ze al die zorg wel besparen; een wondertje en er is weer een hoop gebeurd. Maar aan de andere kant zegt hij dan tegen zichzelf: mag ik dat nou zo doen. Dan zou ik ze eigenlijk overbodig maken. En ik heb ze het recht gegeven om te leven, om te zijn, om te ontwikkelen, om bewust te worden, dus laat ik nog maar even wachten er komt altijd wel weer een tijd, waarin eindelijk moet worden afgerekend. En dan zal ik tegen hen, die nog steeds zichzelf niet konden vinden, zeggen: zo ga nu maar in het duister slapen, wanneer ik weer op adem ben gekomen, en weer eens aan een nieuwe schepping begin, zal ik jullie uitzenden met mijn taken, met mijn bevelen, en dan zullen we zien of je in staat bent, jezelf en je gebreken te overwinnen. Dat is natuurlijk niet erg orthodox, maar ja orthodox is over het algemeen ouderwets. Ouderwets wordt in deze tijd al snel antiek, antiek wordt vaak overgewaardeerd, maar het is zelden bruikbaar. Dat geldt voor vele religieuze benaderingen en stellingen in deze tijd. Je kunt niet zeggen: het is jammer dat ze er zijn. Ze hebben hun goede kanten gehad.

Het is misschien goed voor velen dat ze er nog zijn, want die kunnen zonder dat nog niet verder. Maar ergens moet een mens toch uiteindelijk zelf uitmaken wat hij zijn wil, wat hij zijn moet. Ik geloof dat ik daarmee deze inleiding wel kan afsluiten. God heeft U lief, al is het alleen maar omdat u een deel van zijn wezen bent. God is rechtvaardigt want hij geeft u de kans om in oorzaak en gevolg, in actie en reactie te beseffen wat u bent, wat u doet en daardoor ook wat u niet moet doen, omdat u daardoor uw eigen wezen en besef schaadt. En omdat hij een oogje op de zaak houdt en overal dan toch al vertegenwoordigd is, kijkt hij ook nog voortdurend wat u allemaal uithaalt. en om eerlijk te zijn, ik voel een zekere nijd voor één van onze vrienden, die eens sprak: ach God moet gevoel voor humor hebben, want anders zou hij de mens nooit geschapen hebben.

  • Wat gebeurt er met de zielen of met de kinderen, die geaborteerd zijn en met de mensen die het veroorzaakt hebben?

Mag ik u daarop antwoorden met een bekend geworden tegenvraag: als u hebt afgesproken een appartement in aanbouw te betrekken en de aannemer gaat failliet, wat doet u dan? U ergeren en elders een woning zoeken. Zover voor de ziel, die zou incarneren, die heeft daar niet bepaald veel schade van, hoogstens een teleurstelling, en misschien naarmate de belegging aan kracht en energie in dat wordende lichaam, het idee dat hij wel veel werk voor niets heeft moeten doen. Dat is nooit leuk. Maar op zichzelf blijft het daarbij. Wat gebeurt er met de vader en de moeder. Nou is dat een vraag die je alleen kunt beantwoorden als je de vader en de moeder kent. Het is erg mooi om te roepen dat alle leven heilig is. Ik hoor dat dus de laatste tijd meer. Ik heb het geluk gehad, laat ik het zo maar noemen, enkele spreekbeurten te mogen vervullen en het onderwerp abortus kwam elke keer weer naar voor. En kijk dat vind ik nou een beetje vreemd. Men maakt zich drukker over het recht dat men iemand toekent, om te beslissen over een leven dat nog niet in de buitenwereld bestaat, dan over het groot aantal mensen dat regelmatig omkomt in het verkeer, wegens een onachtzaamheid van zichzelf of anderen; het aantal mensen dat sterft in oorlogen de mensen die sterven als gevolg van politionele acties, die ten gronde gaan in concentratiekampen, die kunnen creperen omdat ze de kosten voor medicijnen niet op kunnen brengen, dat komt ook voor al is het niet in uw deel van de wereld. Daar praat je niet over. Maar die abortus, daar praten ze over, de abortus provocatus. Nou geef ik toe, het zit in het woord, het is een provocatief onderwerp. Realiseer u nu eens even, wat de mensen die zo denken doen. Zij weten van dit leven zoals het ontstaat, ook niet hoe het gaat, ze nemen maar wat aan. En nu zeggen zij, ik geloof dat dit leven is, en wordend leven is heilig, afdrijving is dus eigenlijk moord voor je geboren bent, en daarom moeten wij dit verbieden. Maar ze weten het niet zeker, ze kunnen hun standpunt aannemelijk maken, maar dat kunnen anderen, die er wel voor zijn, even goed. En nu zeggen ze niet, omdat wij weten dat dit waar is, zullen wij de wereld hiervan overtuigen, oh nee: zij zeggen, omdat wij vinden, dat het zo is, moet iedereen hoe hij ook denkt, zich daaraan onderwerpen. Kijk daartegen maak ik nou bezwaar. Dit is in feite een dictatuur, een geborneerde dictatuur vaak, voortkomende uit persoonlijke morele en religieuze opvattingen, waarbij men zich niet afvraagt, in hoeverre dit werkelijk voor eenieder de juiste opvattingen, morele en andere, zijn, de juiste normen zijn en zich bovendien helemaal niet afvraagt of men het recht heeft, om anderen tot slaven van zijn eigen geloofsopvattingen te maken.

Ik zou het erg prettig vinden als de abortus provocatus in mogelijkheid zou bestaan en gelijktijdig in aantal zo beperkt zou worden dat die mogelijkheid maar zelden in aanspraak zou genomen worden. Maar op het ogenblik dat je iemand gaat vertellen wat hij moet doen, en met alle middelen opvattingen aan die ander oplegt, waarvan je de juistheid en gegrondheid niet zonder meer kunt bewijzen, dan vind ik dat je een heel gevaarlijke kant opgaat. Er zijn veel mensen die hebben een enorme afschuw voor termen als communisme, fascisme. Ze zeggen dictaturen, daar moeten we niets van hebben. Totdat er een onderwerp komt, dat niet strookt met hun eigen opvattingen. En dan opeens blijken zij met dezelfde ferveur en zo het enigszins mogelijk zou zijn ook met dezelfde machtsmiddelen op te willen treden, die zij wraken bij dictators, bij mensen die andere economische systemen aanhangen of die andere sociale en staatkundige vormen voorstaan. Ik weet dat dit niet bij uw vraag hoort, althans niet in de zuivere beantwoording, maar het is het meest saillante punt in dit alles. Ik kan u mijn antwoord geven. Wat met die ouders kan gebeuren dat gebeurt met eenieder die iets weggeeft  en er later spijt over krijgt, maar het nooit meer terug kan krijgen. Daar kan wroeging uit voorkomen, ongetwijfeld. Wanneer de omstandigheden bij een abortus een beetje verkeerd zijn, al gebeurt het nog zo vakkundig, dan kan er een emotionele storing ontstaan bij die moeder, die weerspiegeld wordt in een wanverhouding in de lichaamsvochten, en dan kan dat een hele lange tijd allerhande gekwakkel naar zich trekken. Kijk wanneer je dat nu zou verkondigen en tegen de mensen zou zeggen, je moet er heel goed over nadenken, want het kan je wel eens jaren lang ellende kosten, zou ik zeggen: ja dat is een goed argument, maar niet zonder meer verbieden. Weet U een idealist wordt al heel gauw een zeurende betuttelaar, Een zeurende betuttelaar is iemand die voortdurend hetzelfde herhaalt zonder argumenten aan te voeren, anderen hun vrijheid, zichzelf te zijn, wil ontnemen. U laat het toe dat mensen hun verantwoordelijkheden op menig terrein ontlopen. Ik geloof namelijk dat het sociaal niet verantwoord is wanneer je bij een groeiend kinderaantal op gemeenschapskosten, let wel, dus als het ware een beloning gaat geven voor de productie. Ik meen dat iemand die kinderen wil hebben, het recht heeft om die te krijgen, maar dan ook de plicht heeft om er zelf voor te zorgen. Maar nee, dat is niet sociaal verantwoord, zegt men dan. Hier is een wanverhouding, hier is een soort verering, een verering van een denkbeeld eerder dan van een feit. En ik ben bang dat ik dergelijke dingen niet goed kan tolereren. Een vader zal zich later misschien realiseren, dat hij het kind dat hij zo graag nu zou hebben, eens veroordeeld heeft tot een voorgeboortelijke ondergang. Een moeder zal misschien haar leven lang denken, als ik het toen niet gedaan had, hoe zou het dan zijn. Maar dat zijn hun problemen, Wanneer je ze de kans wilt geven om te beseffen, wat aan het probleem vast zit, best. Maar veroordeel ze niet, wanneer ze anders beslissen dan u juist acht.

Heeft iemand nog verdere commentaren? Ik ben bang dat ik daar weer tegen een paar zere schenen heb geschopt. Daar ben ik me zeer bewust van. Ik vind zere schenen altijd een heerlijk gezicht. Toen de mens eigenlijk zijn eerst cultuur begon, was één van de eerste cultuurpatronen de dans. En als je iemand tegen een zere scheen schopt, dan begint hij aan een dans, en de gedachten worden dan tot wervelende derwisjen en het is een leuk gezicht om te zien hoe zij dan zoeken naar een mogelijkheid om hun oude waardigheid te herwinnen.

Maar die waardigheid kan alleen liggen in de erkenning van de dans en de aanvaarding ervan. Iemand die boos wordt omdat een ander het niet met hem eens is, en dat gebeurt wel eens, die is eigenlijk alleen maar iemand, die boos wordt omdat hij zijn eigen mening niet voldoende juist kan verdedigen. Het is heerlijk mensen te zien, weet u er zijn dingen voor een mens die, ik zou haast zeggen in de vorm van leedvermaak bijna, een exquise belevenis zijn.

  • Hoe verklaart u die abortus met de karmawet?

Wanneer wij aannamen dat er een wet van karma is, ik zou karma overigens niet willen interpreteren, zoals men dat gemeenlijk doet. Karma dat is de mallemolen waardoor je doet wat je nu doet, omdat je eens gedaan hebt, wat je nu te lijden krijgt, en daardoor zul je een volgende keer dat doen wat je nu niet gedaan hebt, zodat je dan weer het lijden veroorzaakt voor een volgende draai. Een beetje kolderachtig, vindt u ook niet? De wet van karma is eigenlijk heel eenvoudig uit te drukken. Het besef van eigen wezen, waarbij geen zelfbedrog mogelijk is, is bepalend voor de verdere vorming en incarnatiekeuze eventueel van de ziel die wederom mens kan worden. Het is een bewustzijnskwestie, niet een noodlotskwestie, waaraan je niet ontkomen kunt. Maar hoe we het ook zien, of het nu een kwestie is van bewustzijn, of zelfs van noodzaak, dan moeten we nog zeggen: het ligt in je eigen bewustzijn dat je de keuze hebt gemaakt van een leven dat voor je het kon betrekken alweer verdreven was, of afgedreven beter gezegd. Dus hier is absoluut geen strijdigheid. De mensen denken altijd: wanneer wij een wet stipuleren, moet hij op aarde vervuld worden. Ja wat dacht u dat wij in de sferen dan doen? Ik bedoel, als het alleen maar op aarde de moeite waard is om te leven, de Heer verhoede dat ik dat ooit zou verklaren, na wat ik allemaal heb gezien de laatste tijd, maar dan zou je het dus alleen maar of moeten sterven, of meteen op aarde terugkomen. En dan zou je inderdaad er niets aan kunnen doen. Maar je incarneert niet onmiddellijk na de dood. Er is een periode, van rust, van zoeken soms zelfs. Er is een periode waarin je tot besef komt en je verdere reactie, zelfs ten aanzien van incarnatie, wordt door dit besef bepaald, niet door een dwingende macht. Je zou het misschien het best zo kunnen zeggen: er is een grote reeks van mogelijkheden, maar jij ziet door de wijze waarop je besef gegroeid is, daarvan een beperkt deel. Uit dat beperkte deel kies je dan volgens een voorkeur en die voorkeur kan dan wel eens helemaal verkeerd zijn, maar je weet op dat ogenblik niet beter.

Wat ik u wilde proberen duidelijk te maken nu is dit: wanneer wij de onderwerpen van deze avond bezien, dan blijkt dat we ons met alles bezighouden behalve met de werkelijkheid van ons eigen wezen.

Gods rechtvaardigheid, alomtegenwoordigheid! Gods liefde, het zijn geloofspunten, het zijn dingen die je niet wetenschappelijk kunt bewijzen. Dus we houden ons bezig met abstracties, maar waarom doen we dat, waarschijnlijk omdat we geen vrede hebben met wat er is, en dat we geen voldoende gebruik maken van de mogelijkheden die we wel hebben.

En dan komen we onmiddellijk, en zeggen, ja hoe zit het nou met abortus. Alweer een emotioneel onderwerp, waarbij men alles wil verwaarlozen om weer een emotionele ideale stelling, die niet eens bewijsbaar is, aan anderen op te leggen. En dan komen de wetten van karma. Ik ontken de werkelijkheid van God evenmin als de werkelijke consequenties die verbonden kunnen zijn aan abortus, of het bestaan van karmische wetten. Maar alweer gaat men uit van een zuiver menselijke en zeer simplistische duiding. Wij hebben dat in een vorig leven gedaan, daar weten we wel niets vanaf, maar dat we nou de kans krijgen, betekent dat het ons karma is, dus mogen we. Waar blijven jullie eigenlijk met de redelijkheid van de mens, als basis voor je geloof, voor je denken. Jullie zijn mensen. Moet een mens dan niet in de eerste plaats mens zijn? Wanneer je God erbij haalt om je eigen liefhebberijen boven die van anderen te stellen, dan is dat niet meer reëel, dat is niet menselijk. Je moet de dingen leven, zoals je ze in jezelf als waar erkent. Je moet die waarheid proberen om te zetten in een kracht die je met steeds meer anderen kunt delen. Maar je moet niet tegen de anderen zeggen: zo geloof ik het, dus is het zo, dus doe je het zo. Dat is heel wat anders. En je moet ook niet zeggen: lieve mensen, er is een karma, er is een wet, die heeft dat bepaald, of dit is het gevolg van een goddelijk ingrijpen, want je kunt het niet bewijzen. Voor jezelf mag je dat zo ervaren, maar je moet toch ook je medemens de mogelijkheid geven om zichzelf te zijn. Weet u, Paulus is iemand die mijn sympathie slechts zelden heeft kunnen winnen, en toch is er één ding van hem wat ik boven al bewonder: hij kwam bij de altaren in een stad en daar stond op één van die altaren, sokkels waren het eigenlijk, geschreven aan de onbekende God. En toen zei hij: ik verkondig u de onbekende God, dat heeft hij ook gedaan. Helaas heeft hij gedacht dat hij hem wel kende. Dat was zijn fout. Maar daar heeft hij even de waarheid gezegd. Wij allen staan tegenover het altaar van de onbekende God. En alles wat we er zelf bij hebben geschreven, is versiering. Veel van hetgeen wij onze waarheid noemen, is een afgodsbeeld. Maar daartussen staat de steen van de onbekende God, die onbekende God waarmee we steeds geconfronteerd kunnen en zullen worden. Maar een God die geen gestalte heeft, die geen kenbaar attribuut draagt. Een God die dus ook niet de vorm kan bepalen, waarin u of een ander moet leven. Maar die in zijn essentie doordringende tot uw bewustzijn, u doet ervaren hoe u zelf moet zijn en leven, die uitmaakt wat uw harmonieën zijn en u helpt om die harmonieën te realiseren, maar die u nooit verbieden zal, om een andere weg te kiezen. Waarom zijn we eigenlijk altijd zo ontzettend hard bezig om anderen te vertellen wat goed is. Ik vind dat net of dat wij in de plaats treden van sommige recensenten, die schrijven: wij hebben Joost van den Vondels werk gezien, en in de schoonheid van deze taal werden wij ons bewust hoe onzinnig het werk van Louis Feydeau is. Als u althans beide schrijvers kent. Kijk Vondel die schrijft met woorden, Feydeau met situaties, dat is het verschil. Toch heeft ieder zijn eigen functie. Je kunt ze niet vergelijken. Je kunt je eigen voorkeur ook niet gebruiken, want waar Vondel niet begrepen wordt, is Feydeau misschien iets wat wel de ontspanning brengt, of de spanning die nodig is. Eigenlijk zit ik nou te preken voor de verdraagzaamheid, en dat is heel wonderlijk, want in mijn leven heb ik er weinig van gekend. Dat zal u waarschijnlijk ook zo gaan, wanneer u éénmaal dood en toch gelukkig bent, dan zult u waarschijnlijk verdraagzamer zijn dan u nu ooit op kunt brengen.

Maar troost u, ik ben net zo begonnen, en ik heb het nog niet erg ver gebracht, maar ik zit nou toch alweer tegen u te preken. Mijn stelling, en dit is dan ook meteen het sluiten van dit deel. Mijn stelling is deze: wanneer u naar binnen kijkt, in uzelf, dan ziet u daarin wetten liggen die voor u gelden, u ziet daarin krachten die voor u werken, u ziet daarin mogelijkheden en noodzaken, die voor u bestaan, dat is uw werkelijkheid. Maar denk niet dat ze zo in een ander bestaan. Maak uit u zelf waar, laat een ander zichzelf waar maken op zijn wijze. Hoe groter de vrijheid die je een ander geeft, hoe groter zijn begrip van eigen aansprakelijkheid en verantwoording ook wordt, hoe minder regels er nodig zijn, en dus hoe groter de werkelijke harmonie, de werkelijke samenwerking, de werkelijke saamhorigheid tussen mensen kan worden. Neemt u me niet kwalijk dat ik dat gezegd heb. Ik heb u geen verwijt willen maken dat moet u goed begrijpen. Ik ben mens geweest en ik vond het heerlijks althans zo nu en dan. Ik ben geest geworden en ik vind het heerlijk en dat praktisch altijd. Ik heb geen reden om een mensheid te veroordelen die mijn mogelijkheden van het heden bepaalt. Maar ik heb ook geen reden om aan te nemen dat dit het hoogste is of het beste, en van wat ik nu weet en zie, probeer ik u iets te laten voelen. En dan nog niet eens in de termen van: wie niet horen wil, moet voelen, want ik laat het u horen. Wat u erbij voelt, moogt u nog zelf uitmaken. Ik wil u niet dwingen.

  • Kan ik u helpen, door voor u te bidden?

U kunt mij zeker helpen door voor mij te bidden. Niet dat ik uw gebed nodig heb, als troost, maar wanneer een mens bidt uit het diepst van zijn eigen hart voor iemand die in nood is, volgens zijn besef, dan kan hij misschien bidden voor iemand die gelukkiger is dan die mens kan beseffen, maar zijn gebed is een kracht die niet teloorgaat, die overal komt waar iemand werkelijk in nood is, door het besef dat men toch ook voor de geest voelt, en ze wil helpen, misschien bevrijd kan worden van een hele hoop angsten en duisternissen, en zo een nieuwe werkelijkheid gemakkelijker tegemoet kan treden. Dus bidt u maar voor mij, ik zal er u dankbaar voor zijn.

  • Ik zal het doen.

Nou wil ik niet stout zijn en zeggen: ik hou je aan je belofte. Maar er zijn er bij degenen die in deze tijd overgaan, altijd een hoop die een beetje aandacht nodig hebben en als u voor ze wilt bidden: graag! Want als je eenmaal overgaat en je begint die eerste periode van duisternis, van zoeken eigenlijk naar jezelf, beschouwen van je eigen leven, dan is het heel erg goed te weten dat ze op aarde je niet vergeten zijn, dat je niet verdwenen, maar alleen veranderd bent. Nou vriend, ik kan niet anders dan met dank hier voor deze belofte afscheid nemen en wat de anderen betreft, als u nou niet van bidden houdt, hoeft u het ook niet te doen, maar als u nou toevallig eens een medemens een klein beetje kunt helpen en bij uzelf zegt, dit doe ik nou niet om beter te zijn, maar om een klein beetje begrip van liefde ook uit te sturen naar degenen die zijn overgegaan, die dood zijn, dan ben ik ervan overtuigd dat u ook een goed werk doet. Onder ons gezegd en gezwegen, wanneer wij dus met de feiten te maken krijgen, dan proberen we vaak te helpen, het lukt ons niet altijd, en we weten niet altijd precies wanneer iets moet gebeuren of zal gebeuren, maar dan doen we heus ons best. En dat is het beste wat je kunt doen, als mens of als geest, dacht ik.