Godsbeleving immanent en transcendent

Dit is een titel waar eigenlijk een voetnoot met verklaring bij hoort.

Wat godsbeleving is, zal iedereen duidelijk zijn. Je hebt van die innerlijke belevingen waarvan je denkt dat het God is. Immanent, is een beetje moeilijker. Wat is immanent eigenlijk? Inwonend zou je het kunnen vertalen. Eigenschap van het “ik” zou je in deze zin kunnen zeggen, dus een directe kwaliteit. Dan transcendent. Daar zou je ook vele vertalingen voor kunnen vinden: bovenzintuiglijk, bovenzinnelijk. In dit geval zou ik bovenzinnelijk althans bovenwereldlijk willen nemen. nu hebben we dan eindelijk begrepen waarover we gaan spreken. Dat is al heel wat. Er wordt op de wereld zoveel gepraat zonder dat de mensen weten waarover ze praten. Daarom zijn de mensen het zo met elkaar eens; ze weten van elkaar n.l. niet waarover ze het hebben. Laten we ons afvragen: wat is er eigenlijk aan de hand? We beginnen dan maar met een korte recapitulatie van iets wat u waarschijnlijk al weet.

Als we zeggen “God”, dan bedoelen we de kracht waaruit alles is voortgekomen, maar ook de enige kracht waaruit alles bestaat. Dan kan er buiten die kracht niets bestaan. Dat impliceert dat al het bestaande binnen deze kracht en als verschijnsel uit deze kracht bestaat. Dat wil zeggen, dat iedereen en alles (ook de mens) een deel van het Goddelijke is, opgenomen in een totaliteit die gelijktijdig God is. Dan wordt het al veel eenvoudiger. Want als ik deel ben van God, als mijn hele bestaan, mijn wezen en alles wat voor mij denkbaar is uit God is en gelijktijdig ook God Zelf is (de essentie van God waaruit een vorm, een denkbeeld is ontstaan), dan is het ook duidelijk dat God Zelf immanent is; d.w.z. dat Hij deel is van mijn bestaan en van mijn wezen. Wat dat betreft behoeven we dus geen enkele aarzeling te hebben en kunnen we rustig zeggen. God is immanent aan al het bestaande. God woont in al wat is.

Maar nu hebben we het niet over God, want dan zouden we gauw naar huis kunnen gaan. We hebben het over godsbeleving en dat is een beetje moeilijker.

Wat is een godsbeleving? Iets wat wij beleven en waarvan we denken dat dat God is. Maar is God iets in jezelf? God zelf wel, maar de beleving van die God wordt niet gezien als iets wat in het “ik” gebeurt. Het wordt buiten het “ik” geprojecteerd. Of dat nu altijd transcendent behoeft te zijn is ook nog een vraag. Want ik kan gewoon kijken naar landschappen en op een gegeven ogenblik God ervaren in mijzelf. Dan is dat geen bovenzintuiglijkheid. Dat is doodgewoon mijn eigen associatieve reactie op een waarneming.

Een godsbeleving wordt over het algemeen een beetje hoger geprojecteerd. De mensen zijn erg bang om God dichtbij te hebben. ik weet niet, of het u wel eens is opgevallen, maar als je tegen de mensen zegt: God is altijd met u, dan zeggen zij: “Hé, ook in de slaapkamer en in de WC?” Zo zijn de mensen. Dan denken ze: daar hoort Hij niet bij. Maar wat u ook doet, of u het zelf mooi of lelijk vindt, leuk of verschrikkelijk, God is er bij, want God is in u, dus is Hij er bij. Hij is in alles wat er rond u bestaat. En als u die God dan wilt ervaren, moet u dus iets zoeken waardoor hij voor u manifest wordt. Anders gezegd: Wat wij eigenlijk als godsbeleving kunnen omschrijven is een zoeken naar iets waardoor God voor ons kenbaar wordt. Dat is de godsbeleving.

Nu begint het interessant te worden. Transcendent is bovenzintuiglijk. Stoffelijk gezien is er heel veel buitenzintuiglijk. Driekwart van uw wezen is bovenzintuiglijk, want dat kunt u niet zien. Zelfs mensen die denken dat zij een geweten hebben. Er zijn zo van die mensen (erg lastige mensen, vooral als ze in de politiek gaan) die zeggen: Ik heb een geweten. Maar dat kunnen ze nooit zintuiglijk zien. Een geweten is in feite dus buitenzintuiglijk. God is ook buitenzintuiglijk voor die mensen, want ze willen God ergens zien. God moet gemanifesteerd zijn; Hij moet kenbaar worden. En dat kenbare in een zuiver stoffelijke vorm, dat kunnen ze nu toevallig net niet hebben.

U kent allen de verhalen van Onze Lieve Heer die op aarde rondwandelde. Hij nam meestal St. Pieter mee waarschijnlijk omdat Hij dacht: ik heb een portier bij me, dan kan ik er altijd weer in als ik terugga. Maar zolang Hij rondwandelde ‑ er zijn goede mensen en er zijn slechte mensen – hadden ze nooit in de gaten dat Hij het was. Een enkele keer vertelt Hij het hun, maar dan verdwijnt Hij dan ook meestal direct naar de hemel. Ik geloof, dat dat voor het zintuiglijke wel waar is. God is er wel. Je kunt God beleven met je gevoel. Je kunt God zien. Je kunt God horen, als je weet dat het God is, maar dat weet je niet en daar zit nu de grote moeilijkheid. Dus zoeken wij het in dat ¾ gedeelte van onze persoonlijkheid dat niet te maken heeft met de stoffelijke wereld die we als normaal hebben geregistreerd zolang we daarin leven. U weet het, wat normaal is kan geen God zijn. Er zijn zelfs mensen die denken: wat normaal is kan niet wijs zijn. Mensen zijn ook inderdaad niet wijs!

Maar wat is een geestelijke wereld? Wat is een buitenzintuiglijke wereld? Er zijn werelden die zich onttrekken aan alle voorstellingen die men zich kan maken. Elke poging om de buitenzintuiglijke wereld over te brengen in de wereld van het zintuiglijk omschrijfbare is alleen maar vertaling en meestal nog verminking erbij ook. Dus als ik God beleef, ben ik bang om die God te zien in mijn eigen wereld. Ik tracht het te registreren in een gedeelte van mijn wezen waarin voor mijn gevoel althans God ver van mij afstaat. Op dat punt komt dan de vraag: Wat is er?

Er is een emotie, zeker. Er is een kracht, een rilling, een energie. Maar hoe weet je dat dat God is? Ik kan wel denken: nu sta ik te rillen dat is Gods adem, totdat ik ontdek dat er boven een raampje openstaat en het tocht. Dat is voorgekomen. Denkt u niet dat ik er gekheid over maak. Ik probeer de zaak terug te, brengen tot de realiteit.

Er zijn mensen die zeggen; Ik lag heel ontspannen en ineens zag ik de Here Jezus binnenkomen. En als je nu kijkt wie dat zijn, dan vraag je je af of Jezus nu juist die soort mensen moet hebben. Ook moeilijk. Maar die mensen hebben iets beleefd, dat is ongetwijfeld waar. Er is in hun gevoelswereld, in hun waarneming iets gebeurd en zij hebben het nu toevallig vertaald als de Here Jezus. Is het dan ook niet mogelijk dat veel van onze godsbeleving in feite maar heel weinig te maken heeft met die God die in ons woont? Dat het eigenlijk alleen maar een verbeelding van iets is waaraan we ons willen vastklampen? Of zou het iets zijn wat in ons iets wekt? In dat geval zou het begrip “transcendentaal” misschien toch zinvol kunnen zijn.

God leeft in mij. Ik ben mij er niet van bewust. Ten slotte kun je niet de hele dag lopen denken. God is hier in mij, God is met mij. Maar er kan buiten ons iets zijn ‑ en dat is dan voor ons veelal iets wat buiten het direct, redelijke ligt, vaak, een ervaring ‑ waardoor we attent worden gemaakt op de kracht die in ons woont. Het is alsof de wereld je even een spiegel voorhoudt en zegt: Kijk nu eens wat er in jezelf bestaat. Maar dat weten we niet. We zeggen: Het beeld in de spiegel is echt, niet ik. Als we in de stof zijn, dan zijn we meestal verliefd op de werkelijkheid die we in de spiegel zien, en dat is niet echt. Wat we zien is in ons.

Onze godsbeleving is in feite de beleving van een kracht die in ons bestaat. Het is het waarmaken van een vermogen, een mogelijkheid die in ons voortdurend aanwezig is. Maar omdat wij het in onszelf niet zonder meer kunnen erkennen, durven aanvaarden, moeten we buiten ons een beeld hebben waardoor die God kenbaar wordt en dat kan alleen buitenzintuiglijk. Dat kan alleen op het gebied dat men paranormaal, occult of mystiek noemt. Want men moet ontvlucht zijn aan die werkelijkheid om in staat te zijn te zeggen: Hier is God. En pas zodra u dat kunt zeggen, ontstaat de godsbeleving.

De godsbeleving is niets anders, dan in harmonie keren met de kracht die alles doordesemt. En als u verder daarvan wilt uitgaan, kunt u zeggen: Juist omdat wij de immanentie van het Goddelijke in ons niet kunnen aanvaarden, zoeken wij het transcendentale waarin de aanvaarding zover van onze werkelijkheid weg schijnt te liggen dat we haar kunnen vereren, ons erop kunnen beroepen en haar daardoor ook vollediger kunnen ondergaan.

Commentaar?

*  Ik voel  een richting die direct te maken heeft met het godsgedrag zoals die in de christelijke bijbel naar voren komt, terwijl onze vooropleiding eigenlijk eerder een rem is voor de godsbeleving dan een concreet hulpmiddel.

Ik geloof, dat u niet goed heeft geluisterd. Wat ik heb gezegd is namelijk een voorbeeld. Daarin had ik het over Jezus. “Jezus kwam bij mij binnen” enz. En ik heb daar onmiddellijk aan toegevoegd, en als je dan ziet wat voor mensen dat zijn, dan vraag je je af, waarom? Ik wil a-priori stellen dat ik niet pro‑ of antichristelijk ben in mijn benadering van dit onderwerp. Ik probeer namelijk de waarheid te benaderen en tracht dat bovendien zo te doen dat het niet een al te slaapverwekkende predikatie wordt. Want als je met de mensen over het hogere spreekt en alleen over het ho­gere, dan krijgt het lagere `ik” zozeer de overhand dat het hogere in het gesnurk verdrinkt. Ik omschreef het zo om duidelijk te maken waar het om gaat.

Nu zegt u: de vooropleiding die we hebben gehad is een hinderpaal voor de godsbeleving. Dat kan ik niet met u eens zijn om de doodeenvoudige reden dat er wel een godsvoorstelling wordt gegeven die eventueel beperkt is waardoor elke projectie, die een godsbeleving mogelijk maakt of die uit een godsbeleving voortvloeit, mede in de termen van een bepaalde religie zal zijn gegoten. Maar dat wil nog niet zeggen dat de beleving zelf daar door minder reëel zal zijn. Het wil ook niet zeggen dat ze daardoor minder transcendent zal zijn in haar werkelijke betekenis. Het wil ook niet zeggen dat God daardoor minder een immanente factor is in de mens zelf.

Als je de godsdienst aanvalt ‑ dat is erg gemakkelijk te doen ‑ dan val je in feite eenzijdigheid aan. Het is echter dwaas om aan te nemen dat iemand, die alleen maar één kant uitgaat, ook niet rond de wereld kan gaan. Het is dwaas om aan te nemen dat een mens, die, alleen maar één weg kiest, daardoor minder van de werkelijkheid zal beleven dan een ander. Alleen, hij doet het in een andere volgorde en hij interpreteert het misschien anders.

Een godsdienst wordt door ons vaak genoemd: de kruk voor de hulpbehoevende die geestelijk nog niet heeft geleerd op eigen benen te staan. Maar er zijn een hoop mensen die krukken nodig hebben. Het is natuurlijk dwaas je te gaan verzetten tegen het bestaan van krukken, rolstoelen of orthopedische instrumenten alleen maar omdat je ze zelf niet nodig hebt. Als het gaat om een godsbeleving, dan gaat het gewoon om: kan ik een God beleven? Het gaat er niet om, in welke zin druk ik het uit? Het gaat er om: beleef ik het? En dan komen we weer terug op een punt dat ik zo-even stelde: de godsbeleving is voor de mens transcendent. Zij ligt buiten de wereld van het normaal waarneembare. Zij is een emotie, een kracht die hij ondergaat. En de manier waarop hij deze rationaliseert, doet aan de kracht en aan de beleving op zichzelf niets af of toe.

Het is natuurlijk een beetje vreemd voor een mens, die al die dingen niet kent, als hij ziet dat een gelovige met een kwast met wijwater (of soms ook zonder dat) even wordt aangeraakt en daardoor mogelijk een godsbeleving heeft. Dan zeg je: Die mensen kunnen ook naar de spookbaan gaan, want dat is ook zoiets. Maar daar gaat het niet om.

Wanneer een Lamaïstisch priester van hogere orde een mens aanraakt of als een als mens herboren Boeddha (een Avataar) een ander mens iets geeft, een gebaar maakt, met een zakdoek wuift, hem een stukje koek of iets anders te eten geeft en ze komen daardoor tot een godsbeleving, dan moeten we ons niet afvragen: Is het wel redelijk dat op die manier wordt gestart? We moeten ons afvragen: Wat is het resultaat? Op het ogenblik namelijk dat wij proberen uit te gaan van een logica of van een bepaalde mystiek, zullen wij geneigd zijn te stellen dat wij de enig juiste weg kennen. En dan zitten we op hetzelfde punt als alle godsdiensten.

Als we zeggen: Je moet God helemaal niet erkennen, je moet Hem alleen beleven, dan zijn we ook even eenzijdig. God kan Zich aan ons op duizend manieren manifesteren, omdat Hij in ons is. Op het ogenblik, dat wij buiten ons een associatie vinden met de kracht die in ons bestaat, wordt God voor ons beleefbaar. Wij kunnen die beleving dan niet zintuiglijk uitdrukken, we kunnen haar niet redelijk omschrijven, maar ze is er. Wat meer is: ze manifesteert zich als een mogelijkheid tot verandering van kracht, van potentiaal en wat u verder maar wilt. Dat is eigenlijk de essentie van het hele onderwerp.

Het lijkt een ontzettend gewichtig onderwerp, maar zoals het is gesteld is het eigenlijk heel eenvoudig te beantwoorden. Dat heb ik trouwens gedaan. Ik heb gezegd: God is immanent, want Hij is deel van de mens of de mens is deel van Hem, net zoals u dat wilt formuleren. De godsbeleving is transcendent omdat ze buiten het gebied van de normale beleving wordt gezocht en als zodanig ligt buiten al datgene wat normaal zintuiglijk aanvaardbaar en beleefbaar is. Het is misschien wel daarom dat ik zo graag op de kritiek op de opvoeding, de godsdienstige opvoeding vooral, wil ingaan.

De opvoeding van de mens perse is eenzijdig. Elke opvoeding bestaat namelijk uit een poging de mens aan te passen aan het milieu waarin hij leeft, inclusief het aanvaarden van de daarin heersende traditie, het verwerven van de daar noodzakelijke vaardigheden en het aanvaarden van een zekere verantwoordelijkheid volgens de normen van die gemeenschap; en dat is eenzijdigheid. Of in die overlevering een god een rol speelt, de zwarte slang, de maan of wat anders, doet eigenlijk niet ter zake. Veel meer, dan men beseft is godsdienst legende. Zelfs indien ze op feiten is gebaseerd, wordt ze nog tot een legende. Ze is een verhaaltje dat wordt gebruikt als weerspiegeling en bevestiging tegelijk van de culturele normen van de gemeenschap; ze zijn dus deel van de gemeenschap. Een bepaalde godsdienstige beleving is inherent aan de aard van de gemeenschap en aan de problemen welke die gemeenschap oproept. Hoe groter de problematiek die men heeft in het eigen normale bestaan, hoe eerder de mens geneigd is om zich op autoriteiten te beroepen. Die autoriteiten kunnen overleden denkers zijn, ze kunnen Van geestelijke, goddelijke of magische aard zijn. Een aardig voorbeeld daarvan vindt u in Rusland.

Er zijn een aantal mensen die zich in de daar bestaande maatschappij niet kunnen aanpassen, omdat ze algehele gelijkschakeling niet willen aanvaarden. Het is duidelijk, dat zij daarvoor een zekere krachtbron nodig hebben. Dat zij die in zichzelf dragen, kunnen ze gewoonlijk niet beseffen (enkele dissidenten uitgezonderd) en daardoor zullen zij een godsdienstig gevoel krijgen. Daar er alleen nog maar restanten van de oude godsdienst over zijn, is het duidelijk dat zij zich bij die gemeenschappen zullen aansluiten. Dat is logisch, dat vloeit uit die gemeenschappen voort.

Nederland is een Godsdienstige gemeenschap waarin men het Woord des Heren hanteert als het zwaard waarmee men zijn naaste klein krijgt. In dit land is het duidelijk dat de godsdienst op zichzelf een dwang is; een wapen dat eigenlijk tegen je wordt gehanteerd, iets waardoor angsten worden gestimuleerd, waardoor je de mogelijkheid te leven zoals je zelf wilt verliest. De mensen in Nederland zijn dus veel meer geneigd te zeggen: Ik ben gedoopt de rest lap ik aan mijn laars totdat ik dood ga en dan vraag ik, voor alle zekerheid een zegen, een oliesel of wat voor andere plechtigheden er zijn waardoor de eeuwige zaligheid eventueel wat gemakkelijker kan worden betreden. Dus, leven zoals je bent en kort voor de dood als het even kan de zaak smeren, opdat je toch op een lenige en vloeiende manier kunt over­ gaan in een beter hiernamaals. Zelfs spiritisme en spiritualisme, zijn in feite niets anders dan een verschijnsel van deze behoefte. Laten we dus alsjeblieft niet denken dat God is zoals hij wordt ge­predikt. Ook al die andere dingen zoals ze worden gepredikt: de waarheden van Marx en Lenin, de onveranderlijke waarheid van ons aller voorzitter Mao, de onsterfelijke woorden van Abraham Lincoln of van Kennedy. Dat alles is alleen maar uiterlijk. Je kunt niet zien wat er in een brief staat door alleen naar de postzegel te kijken. De godsdienst is de postzegel. Het geloof, het ideaal is de postzegel op de brief. Maar wat staat erin? Wat is de innerlijke mens? Die innerlijke mens is ‑ of hij het weet of niet, of hij het wil of niet ‑ een deel van de totale en goddelijke kracht. Daar ontkomt hij niet aan. En als je, er niet aan kunt ontkomen, dan moet je het dus op de een of andere manier projecteren. Dan kun je zeggen: “ik heb de eenheid met het volk beleefd” of “Ik heb de toekomst gevoeld in het trillen van de tractor”. Een letterlijk citaat uit een slechte propagandafilm die een van de eerste sprekende films in de Sovjet Staat is geweest.

Al die termen doen niet ter zake. Dit beleven van het hogere, dit ver­vreemden van de beperking van het ik‑besef, dit beleven van een verbonden­heid met kracht ‑ hoe je die ook noemt ‑ is godsbeleving. Op dat ogenblik ben je buiten de grenzen getreden van het menselijk omschrijfbare. Op dat ogenblik. ben je binnen getreden in die wereld waarin een groot gedeelte van het “ik’, bestaat, maar dat voortdurend wordt onderdrukt door het menselijk bewustzijn omdat het allerlei inzichten en consequenties met zich brengt die je stoffelijk niet zo gemakkelijk in praktijk brengt, waarmee je geen rekening kunt houden.

De godservaring is transcendent. En of die godservaring nu gevonden wordt in de een of andere kerk, tijdens het slaapverwekkende betoog van een “Here” roepende dominee of een predikende monnik die het verval van de maatschappij en de verloedering van christelijke waarden eindelijk eens ten toon stelt (de man weet ervan, dus kan hij erover spreken), dat doet allemaal niet ter zake. Op het ogenblik, dat je God beleeft, word je door een kracht die buiten je bestaat ‑ of je die geheel als zodanig beseft of niet ‑ dusdanig beroerd dat je de isolatie, die tussen je bewustzijn en de kern van je wezen (heb Goddelijke) bestaat voor een ogenblik zwakker ziet worden, je beleeft God. En je beleeft God niet zoals Hij in de kosmos bestaat, maar zoals Hij in jou leeft.

Een godsbeleving is iets wat je nooit kunt denken. Het is iets wat je ondergaat, waarvan je weet dat je heb hebt doorgemaakt, maar waar je verder eigenlijk nooit als mens en ook als geest in vele sferen het fijne ervan zult weten.

Ik heb geprobeerd aan de hand van het mij gestelde onderwerp duidelijk te maken dat God in jezelf voortdurend aanwezig is, dat je dus altijd het contact hebt met God.

Ik heb ook duidelijk gemaakt dat de beleving van deze kracht aan de hand van uiterlijke factoren tot stand pleegt te komen, vooral op bovenzintuiglijk gebied. Ik zou eraan toe willen voegen dat u zich, wanneer u leeft, goed moet realiseren alles wat is geschapen en alle mogelijkheden die zijn geschapen, zijn door God geschapen. Anders gezegd: God is daarin. Dan kunt u ook nooit iets vinden waar God tegen is. Alleen u kunt ergens tegen zijn, omdat u daardoor vreest het contact met die kracht in u te verliezen. En juist daarom is de godsbeleving vaak eenzijdig gebonden aan bepaalde gedragingen. Maar het is niet zo dat er regels bestaan.

De regel in het Al is: beantwoordt aan de kracht die in je leeft zo goed je kunt, opdat je steeds weer in harmonie met je wereld en met jezelf zult kunnen bestaan tot het ogenblik, dat je de betekenis van alles beter beseft. Dat is het belangrijke. Als je harmonie hebt, dan betekent dat ook: deel elke kracht die in je is met anderen, opdat in het delen van de kracht de eenheid van de kracht sterker manifest wordt. Leef alle werkelijkheid tezamen met anderen, ook als ze beperkt is, opdat je tezamen vanuit het beperkte het minder beperkte kunt benaderen en ten slotte het onbeperkte leert aanvaarden.

Dat zijn de belangrijke punten uit dit geheel. De afwijkingen daarbij waren misschien wel aardig, maar zijn ze belangrijk? Als u mijn oordeel zou vragen, zou ik zeggen: Ach, waarom praten wij over deze dingen die we alleen kunnen beleven? Waarom beleef je God niet in plaats van over Hem te praten? Waarom zoek je naar woorden op om alles te benoemen en probeer je niet het wezen ervan te erkennen? Want dat is het belangrijke.

Geloof mij, een godsbeleving bestaat immanent. En je kunt zeker zijn, dat vele aanduidingen buiten je zowel als de harmonie in jezelf je voortdurend een toegang zullen geven tot die bron van kracht, van vrede en van beseffen. Maar denk niet, dat je daardoor meer wordt dan je bent. Je wordt je alleen meer bewust van datgene wat je dank zij de kracht, die in je leeft, altijd bent geweest.