Godsbeleving

16 januari 1984

Zoals gebruikelijk is er vanavond weer een gastspreker. Hij heeft als hoofdonderwerp Godsbeleving. Het geheel is een tikkeltje mystiek. Als inleider moet ik spreken over iets waar ik niets van af weet. Ik heb natuurlijk weleens iets beleefd wat ik voor mijzelf een godsbeleving heb genoemd.  Daarom kunnen we beter de zaak maar een beetje vereenvoudigen en gewoon een beetje over het begrip “God” praten.

Wanneer ik zo kijk naar alles wat u alzo onder, God verstaat, dan zeg ik: lieve mensen, wat is het eigenlijk? Je kunt zeggen: God is niets. Dan heb je nog gelijk ook. Want Hij is onkenbaar; de manifestaties van God zijn eigenlijk manifestaties die we alleen zien via via. Als er een geest komt kan hij de werken Gods doen. Natuurlijk.

Dat is trouwens toch iets vervelends. Als je als geest probeert om uit het kosmisch recht te werken, uit de goddelijke kracht te werken en je komt op aarde en je hebt toevallig een vromeling die je helpt, dan krijg je later nog een gedachteportret teruggestuurd waarbij je vleugeltjes hebt. We zijn dan misschien geen engelen maar we zijn ook zeker geen duivels.

Wij zijn gewoon wezens, die soms gedragen worden door een hoger begrip, iets wat in ons spreekt. Is dat nu God? Ik weet het niet. Het kan net zo goed de verkeerstoren van een hogere sfeer zijn. Maar wanneer we daarmee bezig zijn, dan is er wel één ding heel eigenaardig. Als je probeert om zo goed mogelijk, zo harmonisch mogelijk met dat grotere samen te werken, dan heb je zo’n lekker warm gevoel vanbinnen. Zoiets van: mooier kan het niet meer zijn. Later blijkt dat het toch altijd nog mooier kan zijn. Dus het valt elke keer weer mee.

Wanneer ik de mensen over God hoor praten heb ik altijd het idee God is een bezig baasje, een soort benevolente dictator, een mannetje dat met een baard en een sterke wil zijn willekeur aan de vromen op­legt en daarvoor hun zielen redt. Maar ik heb eigenlijk dit nog nooit zo ervaren.

In de hele kosmos vind je grote entiteiten. Sommigen zeggen dan: zij zijn met God verwant. Ik weet het niet. Ik heb de vreugde, de eer en het genoegen gehad om b.v. Jezus te ontmoeten. Ik heb daarnaast prins Siddharta ontmoet, ook nog een paar andere boeddha’s en ingewijden en ik moet zeggen, ze maken een ontstellende indruk op mij. Maar of ze nu werkelijk een manifestatie van God zijn? Ik zou het bij God niet kunnen zeggen. Ik weet het eenvoudig niet.

Ik weet alleen maar: het is hoog, het is goed, het is sterk, het is ergens liefdevol. En in die contacten zijn zij kennelijk bereid om af te dalen tot jouw vlak, want je kunt nog begrijpen wat zij je toesturen ook. Maar kun je dan zeggen: Ja, dit is God? Ik weet het niet. Ik denk dat we met een ontzettend raadsel geconfronteerd worden.

Wanneer ik bezig ben met het godsbeleven, wat ik van de gastspreker verwacht, dan moet ik zeggen: ja, beleven doe ik veel. Ik voel me soms erg verbonden met dat onbekende dat waarschijnlijk God is. Maar wat het is, hoe het is en of het zelfs God is, dat weet ik niet. Ik weet alleen dat het goed is.

In de innerlijke wereld (die heb je als geest ook, verbaas je niet, maar als geest heb je ook een innerlijke wereld) zijn rustpunten. Maar het wonderlijke voor je besef is dat witte gebied op de kaart. Je kunt het niet in kaart brengen. Je kunt niet zeggen: het is dit of dat. Het zijn golven van emotie; het zijn eigenlijk allerlei visioenen. Het is soms een droomstad, soms is het alleen maar een stilte, soms is het een soort vuurwerk zonder knallen.

Je ondergaat dat in jezelf en je zegt: misschien is dat wel iets wat voor mij godsbeleving is. Maar wat zit erachter? De reden ervan kun je niet begrijpen. Dat is kennelijk iets wat bepaald wordt door harmonieën. Maar welke harmonieën en hoe die harmonie precies tot stand komt, blijft voor mij nog, altijd de vraag.

Ik probeer iets duidelijk te maken. Ik heb nog nooit een God ontmoet of beleefd, die (hoe moet ik dat zeggen?) tot mij sprak. Dat hoor je heel vaak: “God spreekt tot je.”

Jezus heeft tot mij gesproken. Zeker. Boeddha en nog een paar anderen hebben tot mij gesproken. Laat ik het zo zeggen: ik heb hen duidelijker gehoord dan u mij op het ogenblik kunt horen. Maar ik heb ze perfect begrepen. Zodra je erboven uit komt, zodra je in dat onbekende gebied in jezelf komt blijft er alleen maar een vraag over: wat is het? Hoe gaat het? Waarom nu? Waarom een andere keer niet?

Het is de onbekende wereld, die in jezelf schuil gaat; de wereld misschien die je langzaam moet ontdekken Wie zal het zeggen? Maar het is gelijktijdig een ontstellende krachtbron. Het is een vrede waarvan jullie je zelfs geen voorstelling kunnen maken.

Dat is trouwens toch moeilijk voor mensen. Want als mensen over vrede spreken bedoelen ze dat ze op dat ogenblik niet regelrecht aan het bakkeleien zijn; maar dat ze alleen maar voorbereidselen heffen.

Rust is ook niet het goede woord; vrede is misschien het beste woord. Het is van alles en gelijktijdig is het zo ontstellend rustig, dat je met dat alles één bent en eigenlijk niet eens meer in staat bent om te zeggen: wat ben ik en wat is wat anders? Het is er gewoon.

Dan kan je zeggen: waar ligt de basis? Voor mij – en let wel, ik praat nu zuiver uit persoonlijke beleving, uit persoonlijke ervaringen, het heeft weinig zin om te zeggen: het is voor u zo, dat weet ik gewoon niet, dat zult u zelf moeten vinden – maar voor mij is het dus zo, dat ergens in mijzelf als een soort vage droom iets is, dat mij zegt: het is zinvol, er is rust, er is vrede, er is eenheid.

Als ik naar het andere kijk ben ik niet in staat om met de hele kosmos één te zijn! Was het maar waar. Maar soms is er een enkel ding waarmee je één kunt zijn. Soms kun je een geest a.h.w. geheel omarmen, maar zo intens dat je elk gevoel kent, elke beleving kent, dat je geen enkel raadsel meer overhoudt. Dat is vooral zo wanneer het entiteiten zijn die een beetje in moeilijkheden zitten, in een lagere wereld b.v. Door ze a.h.w. op te nemen in jezelf kun je ze vaak ook bij brengen waar de fout ligt, hoe ze los kunnen komen van hun eigen beperking

Voor u zou het misschien zo kunnen worden uitgedrukt: Je kunt nooit één worden met een weiland, maar wel met een grasspriet. Ik denk dat je het zo het beste uitdrukt. In jezelf ontstaat dan iets. (Ik zoek naar woorden en passende analogen. Maar de passende woorden zijn niet voldoende in de hersenen aanwezig). Ik kan dus in mezelf een mate van eenheid bereiken, dat heb ik u gezegd.

Nu weet ik niet wat de sleutel is tot die eenheid. Waarom kan ik het in het ene geval, wel en in het andere niet? Er zijn wel entiteiten die je wel wilt helpen, maar als je naar ze toekomt is het net alsof er een glazen wand omheen staat. Je kunt die wand niet doordringen. Je kunt van dichtbij kijken, je kunt tekens maken, je kunt gedachten uitzenden, zelfs antwoord krijgen. Maar dat werkelijke contact krijg je niet. Dat versmeltingsproces zal zich echter ook op een ander niveau afspelen.

Ik heb dat meegemaakt. Het bleek later op aarde in het laatste leven van een Grieks filosoof te zijn geweest, ongeveer 300 jaar v. Chr., dus dat was ook al een oudbakken denker; op aarde tenminste. Ik werd met deze persoon één en nogmaals, ik weet niet precies hoe het kon. Hij heeft het waarschijnlijk wel geweten, maar hij kon het mij niet vertellen. Op dat ogenblik zag ik a.h.w. alles wat in hem was. Ik was niet één met de persoon of met die sfeer of zijn wereld, of zijn beelden van de wereld, neen, ik was ergens één met het innerlijk.

Ik denk, dat het grote geheim van het goddelijke en ook van die eenheid diep in onszelf ligt. We hebben altijd de neiging om overal een beetje afstand van te nemen. We verwerpen gauw en zijn heel snel bezig met een voorbehoud of met een conditie.

Maar een enkele keer, een heel enkele keer vallen alle beperkingen eigenlijk weg. Ik geloof dat op het ogenblik, dat je in jezelf niet discussieert maar accepteert, die eenheid ontstaat. Dan kun je zeggen: is dat vrede? Nu, het is vervulling, dat wel. Het is een soort volheid van denken. Het is dwalen door ongetelde gedachtenbeelden zoals u misschien door een tuin kunt lopen met allemaal verschillende planten waar u plant voor plant bewondert en zegt: 0, wat is het geheel mooi!

Als u verder kijkt blijft er eigenlijk niets over behalve een soort koestering Als u in de zon loopt, vooral in het voorjaarszonnetje, wanneer u zo heerlijk net aan het winterse weer gewend bent en het zonnetje komt ineens door. Dan kan het zo op uw huid schijnen, tenminste dat herinner ik me nog wel, en dan is het net of dat een soort vreugde en een zegening tegelijk is. Kunt u het zich voorstellen’? Toch kun je niet in de zon kijken. Dan weet je toevallig dat het de zon is.

Degenen die dit beleven zeggen heel vaak: dat is God. Maar je kunt het niet zien. Je kunt het niet benaderen. Je weet niet precies wat het is. Het is alleen maar een soort straling.

Wanneer je zo’n contact hebt met een hogere geest – ik heb het enkel malen beleefd zoals u begrijpen zult – dan kan er zo’n soort koestering ontstaan. Zoiets van zonnewarmte, zoiets van perfect welbehagen Dat blijft dan een tijdje en dat verdwijnt wel weer. Maar het is net of je dan een stukje van die zon in jezelf hebt overgehouden.

Ik vind dat de mensen die bezig zijn met godsbeleving volgens mij de fout maken door te willen definiëren wat het is. Je kunt niet zeggen wat het is. Je kunt alleen beschrijven hoe je het ervaart. Wanneer je heel diep in jezelf doordringt – iedereen heeft zijn meditatieve periode, ook de geest – dan begin je eigenlijk je bezig te houden met de vraag: wat ben ik? Er ontstaat een beeld van jezelf. Je ziet a.h.w. jezelf. Het beeld is altijd anders dan je denkt.

Het is in het begin caleidoscopisch. Het is net of allerlei voorstellingen die je had er wel zijn, maar langzaam door andere worden verdrongen. Het uiteindelijke beeld wat je overhoudt is een soort sleutel, denk ik. Wanneer je dit namelijk kunt aanvaarden, dit beeld dat je bent, dan heb je een keuze uit een aantal wegen of moet ik zeggen instellingen. Zo’n instelling is altijd een poging om te weten. Dat is heel vreemd. Je komt nooit tot het denkbeeld: dit ga ik beleven of dat ga ik doen. Het is eerder een soort weten. Ik wil weten. Door dat weten word je dan verder meegevoerd en je ervaart vaak een mate van eenheid met het Al. Je ziet soms ineens de dingen in een andere samenhang.

Je ziet het soms ook alleen maar duidelijker naar inhoud. Dat verschilt weleens. Maar elke keer als je dat doet verandert er iets aan dat innerlijke beeld van je. Dat is heel vreemd.

Ik heb eens een keer de proef op de som genomen. Ik wilde dat heel graag weten. Ik had zo’n beleving gehad en toen dacht ik: nu weet ik nog hoe ik mijzelf a.h.w. gezien heb in mezelf. Laat ik het nu nog een keer proberen. Weet u dat ik veranderd was? Niet opvallend, maar net of je zou zeggen, hier is een klein beetje licht verschoven en daar ligt een enkel facetje een beetje anders. Maar er was een kenbare verandering.

Misschien is het een bewustwordingsproces en het is mogelijk dat het met God samenhangt. Maar waarom zouden we eigenlijk voortdurend bezig zijn met God?

Zo’n gastspreker heeft het gemakkelijk. Hij leeft in zijn eigen wereld en hij is voortdurend bezig met de hoogste krachten en de hoogste waarden. Wanneer hij dan een keer doorkomt – het zal ook waarschijnlijk via via gaan – dan is dat eigenlijk alleen maar omdat hij, wat hij is of wat hij erkend heeft, a.h.w. nog een keer wil uitdrukken om het meer te zijn.

Ik weet niet of u mij begrijpt. Maar als je leert dansen bij voorbeeld, dan is het allemaal heel aardig, maar je moet toch eerst een keer zelf gedanst hebben zonder dat er leiding bij was om te weten of je kunt dansen of niet. Dan weet je pas wat je betekent.

Ik denk dat het voor hem ook zoiets is. Een zichzelf a.h.w. op de proef stellen, kijken of wat hij innerlijk beleeft ook buiten hemzelf houdbaar is, of dat zinvol is.

Dan zeg ik: het lijkt mij heel gemakkelijk om voortdurend met het hogere bezig te zijn als je dat kunt. Maar ik weet zeker dat, wanneer ik dat zou proberen, ik toch altijd weer bij mezelf terechtkom. Nu vind ik mezelf erg belangrijk hoor. Er is niets belangrijker voor het ik dan het feit, dat het ik bestaat. Geloof dat nu maar.

Maar dan zeg ik: dan moet ik toch eerst wat anders doen. Ik moet eigenlijk eerst wat ik in mijzelf erken aan mogelijkheden naar buiten brengen. Ik moet proberen om al datgene, wat er in mij leeft, niet alleen innerlijk te beleven, te doorleven a.h.w., te weten, maar ik moet het ook in de wereld buiten mij duidelijk maken. Want pas dan weet ik of ik het goed heb.

Misschien is mystiek het wegdromen in de oneindigheid. Maar of ze betekenis heeft zie je pas wanneer je terugkomt. Want pas wanneer je terug komt blijkt of je iets gedaan hebt of kunt doen of je een verandering hebt doorgemaakt die in je leven en in het leven van anderen van betekenis kan zijn.

Ik ben een beetje huiverig geworden van allerlei mooie theorieën. De laatste tijd heb ik er heel veel beleefd. Er zijn mensen op aarde die zeggen: ach, trek je nergens iets van aan, alleen maar innerlijke rust. Maar dan kun je net zo goed zeggen: mens, het leven is moeilijk, neem maar een slaappil. Dat is precies hetzelfde.

Ik heb anderen horen zeggen: Maar wij moeten eerst de wereld verbeteren, dan kunnen wij aan onszelf beginnen. Maar hoe weet je of je de wereld verbetert als je niet eens weet wie je zelf bent of wat goed is? Het is een mixed proces. Alleen maar met vreugde of alleen maar met je uitleven of alleen maar met je onderwerpen aan een bijna goddelijke meester; daar kom je geen stap mee verder. Geloof me.

Je kunt er tijdelijke rust of vrede mee vinden. Natuurlijk. Je kunt een beetje de werkelijkheid opzijschuiven. Heel prettig. Maar als je in de geest komt en je gaat dat doen, dan zit je in heel korte tijd in een enorm isolement vrees ik. Dat geïsoleerd zijn ligt mij niet, misschien een ander wel.

Ik zeg voor mezelf altijd maar, pas wanneer ik weet dat ik mijzelf ben in mijn wereld en toch harmonisch kan zijn met die wereld, kan ik iets begrijpen van hetgeen ik ben. Want het is gemakkelijk genoeg om jouw eigenschappen, jouw kwaliteiten, de krachten die je stuwen allemaal op te sommen, dat is helemaal niet zo moeilijk. Maar om te weten wat ze ook voor jou betekenen is veel moeilijker. Voor mij is een uitingsproces nodig om dat te toetsen.

Wanneer ik de gastspreker naga is dat volgens mij voor hem al grotendeels verbleekt. Ik denk niet, dat hij zo de behoefte heeft om dat allemaal buiten te brengen. Het is een proces in zich. Op een gegeven ogenblik wil hij wel met een ander praten, maar dat is dan eigenlijk alleen om het beeld dat hij wel beleeft, maar dat hij nog niet weet, zoveel vorm te geven dat hij eindelijk begrijpt wat er in hem gebeurt.

Dat klinkt natuurlijk niet erg onzelfzuchtig vanuit uw standpunt. Maar het is gewoon het proces van het leven. Weet u, u bent allemaal voortdurend bezig voor uzelf en voor anderen. Maar het enige belangrijke wat je ervan leren kunt is eigenlijk wat je zelf bent.

Je kunt natuurlijk beginnen met de oude formule. Ik moet beginnen met precies mijn juiste vorm te vinden, zeggen ze dan. Dat tekenen ze nog vaak als een vierkantje ook. (Dat doet mij dan denken aan een uitdrukking die daarvoor bestaat in zullen we zeggen een wat jeugdiger wereldje, Dan noemen ze zo iemand een square). Een square is niet bepaald gunstig, want als je alleen maar die vorm hebt, heb je nog niet het proces, dan heb je alleen maar jezelf en weet je nog niet eens wat er in je zit.

Ik denk, dat je een stap verder moet gaan en dat je dan op een gegeven ogenblik voor jezelf een vorm vindt. Voor mijn part een driehoek (ofschoon een triangle heeft ook weer een andere betekenis in sommige landen). Dat je eigenlijk een soort driehoek bent. Je moet jezelf a.h.w. in een andere dimensie ontwikkelen. Wanneer u precies weet wat u doet in uw leven zoals u op aarde leeft b.v. dan kent u het grondvlak. U weet dan wat de basis voor u op dit ogenblik is. Maar weet u wat er boven zit? Je moet a.h.w. loskomen van jouw twee dimensies. Je moet er een derde aan toevoegen en dan krijg je wat ik dus noem de beleving, de driehoek. De wigvorm die aan de ene kant indringt in de oneindigheid en die aan de andere kant met besef van zijn eigen inhoud op het grondvlak nog actief kan zijn. Dat lijkt mij zo tenminste.

Ik zeg nogmaals: het is allemaal voor mijn eigen rekening dat ik vandaag zit te babbelen. Dus u kunt er duizend‑en‑één verschillende denkbeelden over hebben en ik zal zeker niet zeggen dat u ongelijk hebt. Ik kan alleen zeggen dat het voor mij zo schijnt te zijn.

Wanneer ik nu probeer om mijzelf a.h.w. te zien in die extra dimensie, in dat extra van verbondenheid met alles, dan heb ik vaak het gevoel, alleen maar het gevoel, dat God een soort complement is van de hoek die ik maak in die andere dimensie. Dat Hij a.h.w. de aanvulling vormt van mijn wezen, maar wie Hij is weet ik nog steeds niet. Het waarom weet ik ook niet. Ik weet alleen: er existeert iets wat mij aanvult. Dan kom ik weer naar die innerlijke belevingen toe, naar die stilte toe, enfin noem maar op, ik heb net het hele verhaal verteld.

Maar uit al die stilte, uit al die beleving kan niets voortkomen wanneer ik de relatie niet weet te vinden met datgene, wat mij aanvult. Begrijpt u wat ik bedoel? Je kunt niet volstaan met van jezelf bewust te zijn. Stel dat u de meest perfecte mens bent die er ooit zal kunnen bestaan. Stel verder dat u zichzelf volledig kent. (Alle twee onvoorstelbare dingen hoor, maar stel het even). Ik denk dat u dan nog geen betekenis hebt als u niet zou weten welke belevingsmogelijkheid u hebt. Hoe u alles wat er in uzelf bestaat in dat andere a.h.w. kunt overdragen en daaruit ook een antwoord kunt krijgen.

Als ik het heel, heel voorzichtig zeg: misschien is God voor mij het antwoord dat ik krijg uit een wereld, die voor mij nog niet God is, maar waardoor ik mijzelf a.h.w. wel in het geheel definieer.

Ik zei u als ik wanhopig zoek naar de juiste analogieën, naar de juiste woorden, desnoods de juiste parallellen om daarmee te zeggen wat godsbeleving is voor mij, dan denk ik, dat het voor mij de zin is van het bestaan aan de ene kant en aan de andere kant misschien de rechtvaardiging van dat bestaan.

Ik ben het er absoluut mee eens als iemand uitroept: “Zonder God ben ik niets’°. Maar God is ook niets. Dan ben je alleen beiden ongeuit. Je zult er waarschijnlijk toch wel zijn, maar ik kan wel zeggen: ik verlies voor mijzelf aan betekenis als ik niet begrijp, wat er om mij heen is. Ook wanneer ik het niet kan omschrijven, ook wanneer ik niet kan zeggen of het een persoonlijkheid is of iets anders.

God is het onbekende. Zeker. Maar het is dan wel het onbekende dat zo dicht bij je ligt; dat je het gevoel hebt dat je het kunt beroeren, dat je het kunt benaderen, dat je het kunt beleven. Alleen kun je het niet omschrijven. Daarom heb ik ook gezegd: diep in jezelf is het ook een soort wit vlekje op de kaart. Het is een punt waar je in door kunt dringen, maar waarvan je de grenzen niet kunt aangeven, waarvan je het wezen niet kunt aangeven. Je kunt er alleen één mee zijn. Je kunt het zijn, maar je kent het niet manifesteren, het is niets.

Dan blijft voor mij dus over: de verschijnselen. Ik heb het u al gezegd: die vreemde koestering, die warme gloed die, er in je is en die er in je blijft. Je zou ook kunnen zeggen: soms is het een soort schicht van weten.

Stel u voor dat er gewoon één bliksemslag is. U ziet één straal naar beneden komen en in dat, wat u in die ene straal kunt zien – dus alleen bij het licht van die ene straal – wordt ineens uw eigen wereld veel duidelijker. Maar als dat gebeurd is dan is het vreemde, dat die kennis hoe beperkt ook bruikbaar is. Zoals die vrede, die warmte in mijzelf, onder omstandigheden kan worden omgezet in een soort kracht. Wanneer ik naar een lage wereld toe ga, heb ik heus kracht nodig. Maar als ik uit zo’n stilte kom is die kracht zo sterk, dat ik niet alleen zelf in het licht kan blijven staan, maar dat ik desnoods 500 zielen in datzelfde licht kan baden, ze er zelfs in kan reinigen en als ze maar willen, weer terug kan nemen naar een andere, een vrijere wereld, waarin ze langzaam weer tot zichzelf kunnen komen. Toch weet ik niet waar het vandaan komt.

Het gekke is, wanneer er een God is, dat het zich buiten mij eigenlijk zo weinig kenbaar manifesteert, maar dat het in mij op een onvoorstelbare manier aanwezig is. En wanneer ik die aanwezigheid beleef, dat daaruit voor mij, en door mij een vermogen kenbaar wordt in de omgeving, waar ik mij bevind of waarin ik mij dus richt.

Misschien zou je het zo kunnen zeggen: Ik geloof niet dat God licht is. God is eerder de kracht die het licht in jou aansteekt. Beleven van God is niet ontraadselen wat God is, maar dat is gewoon in jezelf opvlammen en ineens licht zijn.

Misschien kunt u begrijpen waarom aan de ene kant zo’n onderwerp mij geheel en al fascineert en ik aan de andere kant zeg: wat moet je er in hemelsnaam mee beginnen? Het is zo weinig praktisch. Het is zo heel erg persoonlijk. Het is zo onbestemd behalve misschien in zijn uitwerking.

Dan hebben we natuurlijk een goede hoop, dat zult u wel met mij delen, dat zo’n gastspreker in staat zal zijn sublimale waarden over te dragen, zoals dat heet. Wat alleen maar betekent, dat hij op uw persoonlijk niveau probeert bepaalde processen bij u aan de gang te brengen of bepaalde vakjes tijdelijk doet verdwijnen, een beetje meer eenheid probeert te brengen.

Ik denk dat dat het grootste nut is van een dergelijke oefening. Want ik geloof niet, dat er een praktische aanwijzing is: Hoe beleef ik God? Ik geloof ook niet, dat er een boek kan worden geschreven: De werking van Godsbeleving en de weg tot Godsbeleving. Nu ja, je kunt het natuurlijk wel schrijven, maar het is net zoiets als het bliksemdieet. U weet wel: Val 28 pond af in 28 dagen. Je kunt het wel doen en het helpt misschien zelfs, maar de 29e dag begin je weer aan te komen. Dus daar is geen recept voor.

Ik vraag me af of zo’n gastspreker, die natuurlijk probeert ergens zichzelf a.h.w. te manifesteren en zoals ik denk dus zichzelf a.h.w. te formuleren voor zichzelf, misschien in staat is om krachten te ontplooien of iets uit te sturen of wat dan ook. Dat is heel goed denkbaar. Maar hij kan u alleen iets geven als het precies bij u past en niet bij een ander.

Ik vrees, dat de grootste fout die mens en geest ooit hebben gemaakt, is geweest dat ze van God iets wilden maken dat voor allen hetzelfde zou zijn. Ik denk dat God eerder is als een schittering van zonnelicht in een regenboog b.v. Van welke kant je ook kijkt het is altijd anders. Het is er, het is er niet. Het is er wel, maar het is er dan toch weer niet. Het verdwijnt, het wordt sterker. Het ene ogenblik lijkt het zuiver rood, het andere ogenblik lijkt het of het bijna paars is.

Ik geloof dat God op die manier bestaat. Waar u staat in uw besef, in uw leven, in uw persoonlijkheid, dat maakt uit hoe u God kunt ontvangen en beleven. Dan is er geen algemene regel mogelijk. Op het ogenblik dat je denkt, dat je voor iedereen dezelfde weg kunt voorschrijven heb je een doolhof geschapen waar je zelf misschien nog wel uit komt, maar waar een ander onverbiddelijk moet vastlopen.

Alles wat we zeggen over de kosmos, over dimensies, moet net zo zijn dat een ander er nog wat mee kan doen. Want het zijn uiterlijke waarden. Het zijn algemeen erkende formuleringen en dan kun je dus een mate van kennis of van begrip overdragen. Maar hier gaat het volgens mij om iets wat zo zuiver persoonlijk is, dat er geen kennis is over te dragen; dat er misschien begrip gewekt kan worden, maar het kan niet gegeven worden. Het kan niet in een formule a.h.w. voor u worden neergelegd.

Er is bij ons een vrijmetselaar (als je het mij vraagt was hij als vrijmetselaar een rare timmerman…) Hij zei het eens zo: “De werkelijkheid vinden is de directe relatie kennen tussen jezelf en al het andere. Je kunt beginnen om één weg te gaan, maar je bent pas werkelijk jezelf als je alle wegen kent. Dus wanneer je van de basis tot de kroon kunt komen zowel in liefde, in schoonheid als in wijsheid. Hij, die voor zichzelf één is geworden met de boom des levens, heeft het uiteindelijke contact gevonden tussen zijn eigen wezen en het onbekende.” Ik citeer maar.

Ik denk dat hij daar misschien gelijk in heeft. We zullen blijven worstelen in de chaos waaruit we uiteindelijk zijn ontstaan. We zullen alles moeten behouden, alle tussenvormen, alles wat we aan wijsheid, aan liefde en schoonheid beleefd hebben en wat we eruit geleerd hebben. We zullen zelfs de relatie daartussen moeten leggen en dan komt er misschien een ogenblik – wanneer we de kroon bereiken, wanneer we de top bereiken – dat we kunnen zeggen: “Hier ben ik in mijn geheel en zo ervaar ik de kracht in zijn geheel.” Of je meer kunt zeggen betwijfel ik nog steeds.

Als het anders is zullen we het uiteindelijk wel merken, want we zijn allemaal op weg. We denken misschien dat we allemaal dezelfde weg lopen; maar ik denk, dat eenieder het toch op zijn eigen manier doet

Als ik u een raad mag geven: maak het niet moeilijk door problemen op te werpen. Problemen die u verstandelijk kunt oplossen zijn over het algemeen niet meer dan een aanloopje voor een geestelijke beleving. Maar het is de beleving die telt en niet het aanloopje. Er zijn mensen die blijven voortdurend bezig met de aanloopjes zonder ooit tot de beleving te komen. Dat lijkt mij de grootste fout die je kunt maken.

Daarmee heb ik deze keer wel op zeer persoonlijke manier gesproken. Ik heb ook nog wel een enkel idee kunnen overdragen, dacht ik, al is het maar mijn eigen onverstand, mijn onbegrip ondanks mijn beleving. Misschien hebt u hier en daar iets herkend, waarvan u zegt: Ja, dat is voor mijn beleving ook wel ongeveer zo. Als dat het geval is, ga dan uw eigen weg. Hou het zo simpel mogelijk. Probeer gewoon te beleven wat u bent en wat u innerlijk beleeft naar buiten te brengen. Dat is de beste raad die ik u kan geven.

De gastspreker zegt het waarschijnlijk zo ingewikkeld, dat u denkt dat het eenvoudig is. (Even nadenken…) De grootste wijsheid klinkt zo eenvoudig omdat je niet beseft, wat zij allemaal inhoudt voor zij op die eenvoudige wijze gemanifesteerd kan worden. Daarom zeg ik, hij zal het heus wel ingewikkelder maken dan ik. Want hij kent meer, hij weet meer en hij is meer. Daarvan ben ik ook overtuigd. Maar of hij meer kan waarmaken op menselijk vlak dan ik, dat moet ik afwachten.

De Gastspreker

Als gast zou ik u het een en ander willen vertellen over de waarheid die ligt boven ons persoonlijk bestaan.

Er is iets wat velen God noemen. Wanneer je vanuit onze wereld en vanuit de uwe doordringt tot deze kracht dan is hij in de eerste plaats een beleving. Je kunt niet definiëren wat er gebeurt. Maar in wat je ondergaat ontstaat een exceptionele helderheid, waardoor je je verbondenheid met het Al en ook je plaats daarin beter leert kennen.

Beleven van God is mystiek. Je kunt het niet los zien van een zelfvergetelheid, die pas betekenis krijgt op het ogenblik dat zij ophoudt te bestaan. Wanneer je spreekt over die onbekende kracht kun je zeggen: Zij is in alle krachten, alle vormen van kracht van het hoogste licht tot de meest onbekende creatieve kracht toe, die je ooit hebt meegemaakt.

Wat er in je gebeurt is een werveling. Het is een voortdurende verandering totdat je beseft, dat alle veranderingen tezamen toch weer één vast beeld, één vast patroon geven.

Voor mij is de beleving van God de beleving van een persoonlijke verstilling, die het mogelijk maakt om buiten gebeuren, buiten ontwikkeling en tijd te treden. Zij zijn er wel, maar zij worden niet meer als zodanig beleefd of ondergaan. Ze nemen tezamen één gestalte en één vorm aan. Deze vorm en deze gestalte beschouw ik als het beeld van God.

Elke mens, elke geest heeft zijn eigen plaats in het geheel. Die plaats kan door geen ander worden ingenomen. Elke mens, elke geest is verbonden met het geheel op een zeer eigen en specifieke wijze. Door deze verbondenheid kan hij zich niet onttrekken aan het waarmaken van wat hij binnen het geheel moet zijn.

Maar dit is het wezen dat wij zijn. Het bewustzijn dat daarin bestaat kan buiten dit alles treden. Het treden buiten alle gebeuren, het ondergaan van het geheel en ten dele het beseffen daarvan is de waarheid van een godsbeleving. Alle andere dingen gaan voorbij. Maar dit wat je beleefd hebt, zal bestaan tot alle bestaan in uiting ophoudt. Zelfs dan zal het een herinnering blijven, waardoor je desnoods een nieuw Al kunt scheppen, de wetenschap van de samenhang, de werking van de ontwikkeling.

Ik heb gehoord dat de inleider zoals hij zei per titre personnel geprobeerd heeft u iets van zijn belevingen duidelijk te maken. Dat kan nuttig zijn omdat je weet, dat anderen op een andere wijze dit beleven doormaken. Maar de werkelijkheid is verbondenheid. En verbondenheid kun je niet anders uitdrukken dan door de relatie die je beseft tussen jezelf en al het zijnde.

Hoe je deze ervaart is niet belangrijk. Belangrijk is dat zij bestaat. Wanneer een mens ledig is van kracht, wanneer een mens zich afvraagt waar de grenzen liggen van zijn kunnen, dan moet hij dit beseffen. Want uw wezen en uw ontwikkeling liggen vast; niet alleen in hetgeen u zelf bent, maar in de relatie die bestaat tussen u en het Al. Deze relatie in zich is tijdloos.

U kunt nooit meer of minder zijn dan door die verbinding wordt aangeduid. Het enige verschil dat er voor ons bestaat – voor ons allen – is dat we ons soms bewust zijn van die verbinding en daardoor van onze functie, van onze taak, dat wij soms er aan voorbij gaan.

Wie begint te zoeken ontdekt al snel dat hij leeft in een wereld van dromen. Want veel van hetgeen je denkt dat waar is, is niet waar. En veel van hetgeen je onwaarschijnlijk of onmogelijk acht blijkt waarheid te zijn.

Uit die dromen ontwaken tot jezelf is het proces dat men bewustwording noemt. Je bent verbonden met het Al maar dit betekent ook dat het omgekeerde waar is. Het Al is verbonden met u. De krachten van het Al – of de kosmos zo u wilt – maken het mogelijk dat u lichamelijk bestaat, scheppen het milieu waarin u beleeft, scheppen voor u de wegen van leven en dood die u moet gaan.

Het Al zelf, de kosmos, heeft vastgelegd wat voor u mogelijk is en niet mogelijk. U weet dit niet. Want het weten komt eerst wanneer je niet slechts afstand hebt kunnen nemen van het Al, maar ook van jezelf en dat is het meest moeilijke. Toch leven alle krachten van de gehele kosmos in elke mens, in elke geest en zijn deel van al het bestaan, zoals al het bestaan deel is van deze kracht.

Wie naar zijn wezen de kracht in zich beseft zal niet alleen zijn eigen krachten uiten, maar hij zal de verbondenheid met de kracht tot uiting brengen. Daarin ligt dan zijn bereiking en beleving misschien in een korte fase van tijd. Maar wanneer ik tracht te beleven, wanneer ik doordring eerst in mijzelf, dan in het wezen van de kosmos, van het Al, en daarna van beide afstand neem dan weet ik: al datgene wat in mij leeft en al datgene wat in u leeft is één en hetzelfde, maar geuit op één voor u passende wijze, één bij mij passende wijze misschien.

Men zegt: beleven van God is een vreugde, maar een vreugde die zo groot is dat je haar niet beseft. Men zegt: beleven van God is vrede. Maar ik vraag u: kun je vrede noemen, de werkelijke aanvaarding van jezelf en al waarmee je verbonden bent? Is dat niet veel meer?

Er zijn geen namen te geven aan, er zijn geen titels te bedenken, die de eenheid en de werkelijkheid kunnen uitdrukken, die je ondergaat wanneer je God, wanneer je het onbekende beleeft. Maar het onbekende blijft niet onkenbaar. Wie afstand weet te nemen van het gebeuren, wie een ogenblik buiten de tijd kan staan en het geheel van alle tijden en alle ontwikkelingen kan zien samenvloeien tot één vorm en gestalte, die kent God. Niet als een vorm, niet als een gestalte, maar op de wijze waarop je een componist kunt kennen aan de melodie die hij schept, aan de toets en de techniek de schilder kunt kennen en karakteriseren, ook wanneer je hem nooit gezien hebt.

God is kenbaar in de betekenis die hij voor ons heeft op het ogenblik, dat wij buiten de tijd staan. God is beleefbaar in de tijd. God is beleefbaar in elke wereld, in elke sfeer waar je wezen een ogenblik zijn begrenzingen vergeet en zich laat versmelten met een totaliteit die niet omschreven behoeft te worden, maar die alleen als een kracht, als een licht in dat ik, voor een ogenblik zodanig beleefd wordt, dat men zichzelf niet beseft voor het verschijnsel alweer begint te vergaan. Maar de werkelijkheid is meer dan dit.

U bent tijdgebonden. Mensen, er komt een tijd dat u geest zult zijn, dan bent u aan denkbeelden gebonden. Maar de kracht die nu voor u open ligt zal altijd voor u openliggen. Er is geen ogenblik dat ge zonder die kracht zult zijn. Maar benoem die kracht niet. Beleef haar als deel van uzelf.

Wie de kracht als deel van zich beleeft, beleeft de God die in hem werkt, beleeft zijn verbondenheid met de totaliteit, beleeft kosmos en Al tezamen geperst in de simpele gedachte, de simpele uitdrukking, het simpele gebaar van een enkele mens.

Aarzel niet wanneer uw weten faalt. Weten is beperkt, maar erkennen is mogelijk zonder beperking Slechts datgene wat je bent als deel van het Al; beperkt wat je van het Al uit kunt ontvangen aan besef.

Kennis is de benadering, de omschrijving van datgene, wat je nog kunt hanteren in een beperkte tijdseenheid, in een beperkte vorm. Besef is datgene, wat deel is van een werkelijke persoonlijkheid, die in haar erkenning zelfs buiten de tijd kan treden en het totaal kan leren overzien.

Aarzel daarom niet als mens, als geest, de kracht te gebruiken die in je leeft. Ze is geen bijzondere gave, zij is de eeuwige adem, die in u voortdurend werkzaam is. Zij is de kracht van uw leven. Maar ze is de kracht van alle leven. Laat de krachten door u vloeien volgens het beseffen en het vermogen dat ge gevonden hebt. Zo zult ge waarmaken wat ge binnen het geheel dient te zijn.

Zoek niet in uw beleving de vervreemding te vinden van al wat bestaat. Laat al het bestaande zich oplossen in het besef; dat alle dingen uiteindelijk goed zijn. Dat er geen grenzen bestaan die slechts moeizaam overtreden worden. Dat grenzen slechts in ons leven; grenzen in de verschijnselen, maar niet in de werkelijkheid.

Eén‑zijn met Al betekent ook al zijn in één zover je kunt. Dit is de weg, die je gaat om jouw God te beleven. Het is geen eenvoudige weg. Er bestaat geen vaste richtlijn. Misschien een enkele keer wordt iets op aarde gegeven, een leer, een kracht, die deze beleving waarlijk mogelijk maakt. Maar kan de mens die weg gaan?

Een van de grootste meesters die deze aarde betreden heeft, heeft gezegd: “Heb God lief boven alle dingen, uw naaste gelijk uzelve.” Hij heeft gezegd: “Ik ben u de weg, de waarheid en het leven.” Maar zie, de mensen hebben daardoor hem willen losmaken uit het geheel van het bestaande. Zij hebben zijn leer vertekend en verdraaid en zij hebben vergeten wat het betekent waarlijk lief te hebben zowel het geheel, waarin God zich manifesteert, als de naaste, de mens waarmee je in contact komt.

Ze hebben vergeten wat het betekent om een weg te gaan. Gaan is in beweging zijn. Wie God wil beleven begint met de beweging; is deel van de voortdurende verandering die zich in de tijd afspeelt. Eerst wanneer je zo ver bent gegaan door de beweging, dat je je eindelijk kunt losmaken daarvan, kom je tot een erkenning waarbij het geheel nu tijdloos tot je spreekt. Als het geheel tijdloos tot je spreekt, beleef je waarlijk God.

Er zijn werelden waarin alle onderscheid zoals u het zou maken, is vervaagd. Men noemt het, bij gebrek aan een betere omschrijving “de wereld van het witte licht.” Waarom is het witte licht, wit? Omdat het Al tezamen is en gelijktijdig daardoor schijnbaar kleurloos, zinloos en vormloos. In een wereld van wit licht vloeit de verscheidenheid samen tot eenheid. In een wereld van wit licht wordt de kracht plotseling de eenheid, die zich op elk punt door elk deel kan uiten.

In het witte licht is God een woord, maar geen vorm. Hij is niets en Al tegelijk. Hij is de trilling die je doorstroomt, die je beseft te leven en Hij is de rust die ontstaat, wanneer je het leven aanvaardt zonder je af te vragen waarheen het je voert.

Beleven van God is het verliezen van je zelf en het terugkeren tot een ik, waarin voor een ogenblik de illusies sluimeren en alleen de waarheid in volle kracht nog voortdurend aanwezig is. Maar die God is voor iedereen, ook voor een mens, bereikbaar.

De grote meester heeft u een weg gewezen. Het is geen weg die alleen slaat op geestelijke waarden of stoffelijke waarden, die enige uitzondering kent of toelaat. Het is een geheel.

Liefde is de dienstbare aanvaarding. Dienstbare aanvaarding van God betekent in jezelf vreugdevol dienstbaar zijn aan het geheel. Liefde voor de naaste betekent de naaste beantwoorden, niet in wat jij bent, maar in wat de naaste is.

Het gaan van de weg is het samenvoegen van deze dingen tot je eindelijk – wetende wat je bent, wetende wat je kunt – leert zeggen: “Niet ik, maar al”. Het is geen eliminatie van het ik. Het is eerder het wegvallen van de begrenzing, die het ik rond zichzelf heeft opgetrokken, opdat alle kracht zich ook door dit punt, dat zich ik noemt, volledig kan manifesteren.

Het is het opgaan in eeuwigheid en gelijktijdig het beleven van alle krachten van de eeuwigheid zodat je ze zelfs in tijd kunt uitdrukken. Het is wording en ondergang versmeltend tot bestaan. Deze weg is voor alle schepselen open. Ieder zal ze gaan op haar wijze, zijn wijze.

Maar hoe u ze ook gaat, vergeet een ding niet: u bent verbonden met het Al; met de kosmos. Je bent een functie in het Al, in de kosmos. In het bestaan ben je door alle tijden heen een functie van de God, die het bestaan mogelijk maakt. Beseffende dat je dit bent zal je volgens het deel, dat je bent uit het geheel; de krachten van die God, van die kosmos, van het Al voortdurend uit jezelf voortbrengen op de juiste wijze zonder zelfverheerlijking, zonder vernedering, maar door de simpele aanvaarding: de wil van het Al, de wil van de kracht van het Al werken door mij; ­zijn wil, zijn kracht, zijn wezen, opdat ik, niet zijnde zonder dit, in de eenheid de aanvaarding en beleving worde de kracht, die mij heeft voortgebracht.

Grenzen bestaan niet, behalve in ons. Maar de grenzen in ons zijn grenzen, die langzaam moeten verdwijnen. Ze overschrijden heeft weinig zin. Maar indien in ons de kracht werkt verdwijnen ze als morgennevel wanneer de zon sterker en warmer aan de hemel staat.

Doordringen tot de werkelijkheid betekent niet: opeens en ruw verbreken wat je werkelijkheid was. Het betekent: ­laten versmelten met al het andere wat je werkelijkheid was tot uiteindelijk een nieuwe werkelijkheid wordt geboren. Want de ware Godsbeleving is de beleving van een nieuwe werkelijkheid.

De ware beleving van de goddelijke kracht is de beleving van een totaliteit die geen grenzen kent, tenzij je ze zelf stelt. De waarheid van het leven is de terugkeer tot deze eenheid. Het werken vanuit deze eenheid is het zo voltooien van het geheel door jezelf tot een bewuster deel daarvan te maken.

Wat ik heb beleefd wilde ik u toestralen. Wat ik kon zeggen heb ik gezegd. Verbondenheid tussen alle dingen, ook tussen ons, tussen God en ons, tussen alle tijd en ons kan niet teloorgaan, tenzij wij zelf deze uitsluiten.

Moge het ons gegeven zijn tezamen, eens staande buiten de tijd en toch deel zijnde van de totaliteit en de tijd, te beseffen: dit is het beeld van de Scheppende Kracht, die door ons beleefd kan worden wanneer wij ophouden Hem te omschrijven.