Goena goena en voodoo.

Goena goena en voodoo.

Als we bezig zijn met geesten, dan komen we onwillekeurig terecht in al die bewegingen waarin geesten en bepaalde vormen van spiritisme een heel grote rol spelen. Als je te maken hebt met goena goena, dan krijg je ook te maken met het oproepen van geesten. Als je aan voodoo deelneemt, dan zijn daar eveneens bepaalde plechtigheden bij waarin geesten, demonen of goden spre­ken door mensen die in een soort trancetoestand verkeren. Wat zijn nu eigenlijk voor ons de belangrijke punten daarin? In de eerste plaats het feit dat je met bepaalde rituelen, maar ook met het opzwepen van mensen, dat hoort er ook vaak bij, situaties kunt scheppen waardoor het onwaarschijnlijke plotseling waarschijnlijk wordt. Laat mij u een eenvoudig voorbeeld geven.

De goena goena.

Iemand spreekt een vervloeking uit. Hij doet dat met bepaalde ri­tuelen en handelingen. Misschien met prikken in waspoppetjes of dat je een vervloeking uitspreekt over een builtje met kruiden erin of waarin wat haren en nagelresten zitten van de persoon die je wilt zegenen of vervloeken. Met die formule heb je eigenlijk een heel sterke oriëntering bereikt. Dat is ook heel begrijpelijk.

U weet allen wel hoe een psychometrist werkt. Hij neemt een voorwerp en leest de trillingen die in het voorwerp zitten af. Op dezelfde manier gebruik je in deze primitievere vormen van magie (vanuit uw standpunt) heel vaak resten van een menselijk lichaam (dat kan gaan tot excrementen toe om je precies te kunnen afstemmen op dat lichaam, op die mens. Het is niets anders dan een soort adresboek voor de krachten die je verzamelt. De krachten zelf? Die komen niet uit het ritueel te voorschijn. Neen, die worden uit jezelf gepuurd.

De manier waarop deze mensen werken is vaak verwarrend. Want als je te maken hebt met een meester in de goena goena of in de voodoo, dan zul je ontdekken dat hij ook wel eens gebruik maakt van poedertjes, ver­giften en andere dingen die heel natuurlijk bepaalde gevolgen zullen heb­ben. Het is alsof hij eigenlijk zijn toverij spaart voor die gevallen waar­in hij het met zijn poedertjes, zijn vergiften en die andere dingen niet kan klaarspelen. En dan denk je al gauw, dan zal de rest ook wel bedrog zijn. Laten we eens een paar eenvoudige dingen noemen.

Er zijn bepaalde voodoo‑bijeenkomsten waarbij zeer giftige slangen worden gehanteerd. Het kan voorkomen dat een priester (heel vaak is het de hungan zelf die met de slangen te maken heeft of een van de pries­teressen) wordt gebeten door de slang. Normaal is de beet van de slang dodelijk binnen vijf minuten tot een kwartier. Deze mensen reageren er een­voudig niet op. Het is alsof ze niet kwetsbaar zijn voor het gif. Hoe kan dat?

Voor hen kan die slang, als deel van het goddelijke waarin ze zelf opgaan, niet giftig zijn. Dientengevolge kan het gif op hen niet inwerken omdat het op hen geen invloed heeft. Bovendien is het bijten van de slang alleen ritueel toegestaan. In de meeste gevallen zie je dat die beesten heel rustig zijn en dat ze zich rond de mensen kronkelen maar ze niet bijten. Waarom? Omdat degene die met ze werkt op dat ogenblik als het ware een van hen is.

Eenzelfde soort mystiek en magie kennen we ook bij slangenbezweerders. Slangenbezweerders hebben een zeer speciale relatie tot de cobra. De cobra is giftig, maar zij weten precies hoe ze hem moeten aanspreken. Zij kennen het ritueel daarvoor. Zij kennen de geheime grepen, maar boven­al hebben ze daarvoor de juiste geestelijke uitstraling. En dan zijn ze inder­daad in staat om de cobra te vangen en te temmen, tot op zekere hoogte. Dat wil niet zeggen dat ze de risico’s helemaal nemen.

Als u een slangenbezweerder ziet met zo’n grote mand of grote pot waaruit de slang komt dansen, dan vraagt u zich af waarom de slang daar zo zoet in blijft. Het is in negen van de tien gevallen, omdat hij met een steen aan zijn staart of met een touw aan de onderste tenen van de mand zit vast gemaakt. Ik wil maar zeggen, er zijn natuurlijk ook trucs bij dergelijke din­gen. Wat blijft, is dat de slangenbezweerder weet waar er een slang is, ook als hij hem niet heeft gezien. Hij voelt gewoon de aanwezigheid van een slang in een huis aan. Hij weet ook hoe hij de slang kan roepen. Hij weet pre­cies hoe hij op de juiste plaats een bakje met melk moet neerzetten en hoe hij dan de slang moet roepen. Hij weet ook nog hoe hij hem moet vangen zonder dat het gevaarlijk kan worden. Je kunt zeggen het is een raar vak.

Wat doen de mensen bij voodoo? Die werken heus niet met tamme slangen. Er zijn gevallen waar voor grote feesten slangen worden gebruikt die enkele uren voordien zijn gevangen in het oerwoud. Meestal gebeuren die feesten in de natuur bij voodoo. Alleen de kleine zittingen vinden plaats in een soort tempel, maar die zijn meer om de goden of de geesten te laten spreken en om geluk of ongeluk af te smeken voor iemand of iets. De werkelijke grote zaken gebeuren altijd in de vrije natuur. Want zowel de goena goena als de voodoo zijn in wezen natuurmagie. Ze behoren bij de groene magie.

Waarom die geesten? Dat is heel eenvoudig. Er is altijd een ver­binding nodig tussen de menselijke wereld (dat is ook de wereld van men­selijk begrijpen, denken, zien, horen en voelen) en de wereld van de geest. In de plechtigheden waarin dergelijke mensen al dansend door een geest worden bevangen, gaat het er gewoon om dat die band wordt bevestigd, dat ze beleefbaar wordt.

Bij goena goena zien we ook bepaalde plechtigheden, bezweringen soms verrichten waarbij anderen aanwezig zijn, vooral de betrokkenen. Dan denk je waar is dat eigenlijk voor nodig? Ze zijn daar nodig, omdat een zekere eenheid moet worden gevormd. Die eenheid heb je nodig omdat je alleen op die manier een uiting kunt krijgen. Je kunt dan iets van het bovennatuurlijke overbrengen naar je eigen wereld. Je kunt het zin­tuiglijke beleefbaar maken. Je kunt er een vorm, een achtergrond aan ge­ven. Pas dan wordt het voor de mensen zo werkelijk dat ze er inderdaad mee kunnen leven en werken. Iemand die zich dus afvraagt of al die din­gen onzin zijn, kan ik meteen zeggen, neen, het is zeker geen onzin.

Het is natuurlijk weer heel iets anders dan een medium zoals je dat hebt in bepaalde delen van het noorden van Zuid‑Amerika, maar ook in Indonesië, in delen van Achter‑Indië, dat een medium de voorvaderen laat spreken. Dat je bijvoorbeeld iemand, die al 7 jaar dood is, kunt vragen of hij misschien nog aanwijzingen kan geven voor het huwelijk van een nicht. Die krijg je dan. Dat is een vorm die ligt dicht bij spiritisme en boven­dien een vorm waarin, laten we het eerlijk toegeven, enig bedrog niet altijd is uitgesloten.

De werkelijke tovenaars echter, de werkelijke magiërs werken met go­den. Bij die goden heb je een bepaalde voorstelling. Neem bijvoorbeeld de Baron Samedi (de god van de dood en de begraafplaatsen). Daarvoor bestaat er een symbool, in casu een kruis met, meestal over de armen gedrapeerd, een pandjesjas en in ieder geval een hoge hoed bovenop. Dat symbool geeft een denkbeeld weer dat bij heel veel mensen leeft. Het is de concretise­ring van menselijke angsten, maar ook van menselijke behoeften in zekere zin.

Zo zijn al die goden elk voor zich te karakteriseren. Ze doen een beroep op de erfelijke waarden in de mens. Ze doen een beroep op zijn ge­loof en ze geven hem bovendien nog een beeld dat hij kan hanteren.

Als je bijvoorbeeld een djinn aanroept, dan krijg je weer te maken met een ander symbool. Elke kracht, of het de kracht is van de wind, de kracht van de natuur, de kracht van het leven, het baren en het sterven, heeft haar symbool. Door het symbool worden ze als het ware in de wereld waargemaakt.

Ook bij goena goena, bij bezwering van bepaalde demonen en geesten, het op­roepen ook van bepaalde goddelijke kwaliteiten of goddelijke eigenschappen, dat gaat allemaal via symbolen. Daar worden tekens voor gebruikt. Daar­voor zijn allerlei magische structuren nodig. Niet omdat je zonder die structuren die dingen niet kunt oproepen, maar omdat ze, om werkzaam te worden, een beeld moeten hebben in de wereld. Dat is het kentekenende van alle natuurmagie.

Er zijn andere magische methoden waarbij je weer uitgaat van heel bij­zondere constructies en waarin ontzettend veel symbolen verwerkt zijn. Je maakt gebruik van dode talen en geheime tekens. Die dingen zijn er natuurlijk wel. Maar in de natuurmagie ga je terug naar wat ook een ander kan herkennen.

Het is zo, dat als je iemand ziet, bijvoorbeeld een smid, die de ziel roept in een zwaard, dat je inderdaad in die hele rite iets voelt van dat be­zielen. Het zwaard wordt de uitdrukking van een bezielde kracht. Die kracht heb je een ogenblik beleefd en je voorgesteld en daardoor is het zwaard bezield. Dan heb je te maken met een kris‑poesaka. In al die gevallen is het zichtbaar maken van iets heel erg belangrijk.

Nu weet ik wel dat er mensen zijn die zeggen, ja maar, in de voodoo zijn ze toch wel erg losbandig. Inderdaad. Ook bij bepaalde heksenkringen hebben we een soort losbandigheid vanuit uw standpunt, omdat daar, laten we het maar zeggen zoals het is, een wel zeer vrije sexuele uit­leving, bijna orgastisch, plaatsvindt, vooral aan het einde van een plechtigheid. Maar realiseer u ook even dat dit voor de mens lichamelijk de meest emotionele beleving is. Bovendien is het voor hem een positie­ve, een begerenswaardige beleving. Met andere woorden, je kunt er krach­ten mee losmaken, als je het maar weet te koppelen aan een kracht die elders is. Op die manier maak je de meest positieve scheppende krach­ten los. En als dat past binnen het geloof, als daar de juiste symbolen bij gebruikt zijn of je hebt daarbij de juiste voorstellingen, dan is dat niet meer iets wat verwerpelijk is of iets waar je “tut tut tut” tegen moet zeggen, maar dat je echt gewoon een beleving van oerkracht ziet waarmee oerkracht kan worden losgemaakt.

Dan kun je redelijk zijn en zeggen, gebeurt dat dan niet altijd. Ja, het gebeurt bijna altijd. Zodra de mens volledig daarbij betrokken is, wordt de kracht losgemaakt. Maar je doet er niets mee. In zo een bij­eenkomst wordt er echter een doel gesteld. Daar is ook iemand aanwezig die vrij staat van dat gebeuren, die juist die krachten bij elkaar houdt en zorgt dat ze naar een bepaald deel worden toegezonden. Daarom heb­ben die dingen ineens een heel grote betekenis gekregen.

Al die eenvoudige natuurgodsdiensten en alle riten die daarbij ho­ren lijken zo simpel en zo bijgelovig. Maar doen ze eigenlijk niet iets wat de moderne mens veel te veel is vergeten? Ze maken hem deel van een gebeuren waarin het bovennatuurlijke als het ware op aarde kenbaar wordt. Nu niet meer als een mooi symbool, niet de uitgespreide handen van do­minee die ‘s Heren zegen op u laat neerdalen (wat dan, als je buiten komt, gebeurt omdat het regent), maar iets wat werkelijk wordt beleefd op dat ogenblik als iets buitengewoons, iets wat direct verband heeft met de wereld van de goden, de wereld van het bovennatuurlijke.

Zo ziet u dat zaken als goena goena en voodoo met hun riten en ge­bruiken, met hun poedertjes, hun vreemde mengsels, hun bloedoffers on­getwijfeld ook, dat ze eigenlijk niet zo zinloos zijn als u wel zou denken.

Het is net als met het spiritisme. Het is moeilijk om het wetenschap­pelijk te verklaren. Je hebt er te weinig houvast aan. Je kunt erin gelo­ven of je kunt er niet in geloven, als je het goed bekijkt. Maar dat wil niet zeggen dat in het spiritisme niet een groot aantal dingen zijn ge­beurd die toch op zijn minst genomen onverklaarbaar zijn en desalniettemin door geloofwaardige getuigen zijn vastgelegd. Dat is zelfs gebeurd in de labo­ratoria van degenen die zich met de parapsychologie bezighouden. Het is erg, maar je kunt het gewoon niet benaderen. Zo is het hier ook.

Alle bijgeloof op zichzelf heeft vele vormen die een beetje vreemd aandoen. Er zitten vele dingen in die je misschien als westerling niet helemaal kunt accepteren. Je gelooft misschien niet in de wraakgedachten die heel vaak worden gebruikt in die primitieve godsdiensten of in het geluk brengen waardoor iemand, die misschien gestudeerd heeft of weinig gestudeerd heeft, toch de kans krijgt om voor een diploma te slagen. Dat klinkt allemaal gek, maar op zichzelf is het gewoon deel van de men­selijke samenleving. Het is deel van de mensheid. Waarom zou je die din­gen dan zonder meer verwerpen? Ieder moet zijn eigen manier maar vinden om het bovennatuurlijke voor zichzelf zichtbaar te maken.

Als je dat nu doet via bezweringen, via meditatie en al die oefe­ningen die erbij horen, dat moet je zelf weten. En als je daarvoor in de plaats een beeldje neerzet waarmee je dat contact probeert te leggen en het beeldje wordt voor jou het symbool van dat contact en je ziet er krachten van uitgaan, dan is dat ook goed. Als je het doet in de kerk door te bidden, waarom niet. Het maakt toch geen verschil uit op welke manier de krachten ontstaan, als ze er maar zijn.

Ik kan nog een stapje verder gaan. Je kunt zeggen, als wij alle krachten die wij ontvangen redelijk positief weten te verwerken, dan zijn we heus wel in staat om met die krachten de wereld beter te maken, ons­zelf een beetje beter te leren begrijpen (dat hoort er ook bij) en daar­naast, en dat is toch ook niet onbelangrijk, de gehele mensheid lang­zaam maar zeker te veranderen.

Ik lach wel eens zo’n beetje als ik de mensen zo bezig hoor. Ze willen de bewapening weg hebben en ze willen dit en dat hebben. Van bovenaf moet alles worden geregeld. Maar geloof mij, oorlogen voor­kom je niet door de wapens weg te nemen. Al moeten ze elkaar wurgen met de handen, maar ze doen dat. Verander de mensen, dan zijn de wapens overbodig. De mensen kun je alleen veranderen, indien je werkt met die geestelijke krachten.

Zoals de man met de goena goena je geluk kan geven zolang je leeft. Zoals de tovenaar van de voodoo je geluk kan geven of je kan vervloeken, zo kun je toch zelf ook in de wereld bepaalde dingen sterk maken. Kun je bepaalde dingen een beetje meer nadruk geven, dan worden de ver­schijnselen toch zichtbaar.

Laten we dan niet lachen over degenen die zich bezighouden met voodoo, met goena goena en met al die primitieve vormen van magie. Natuurlijk, wij zijn wijzer. Maar als zij er meer mee bereiken, dan zijn wij misschien wel stommer.