Golven van Licht

kosmische invloeden

Als wij spreken over golven van licht, dan bedoelen wij hiermee natuurlijk niet alleen het licht dat uit de ruimte de aarde bereikt. Licht is ook een term, die wij gebruiken voor krachten (geestelijke of anderszins), die onthullend werken en die ook bepaalde aspecten op aarde bijzonder benadrukken. Als wij het totaal van de golven van licht, die in een cyclus van 2100 jaar de aarde bereiken willen noemen, dan komen wij tot ongeveer 970 invloeden waarvan ongeveer 320 zich steeds herhalen en waaronder ca. 90 belangrijke zijn. Hierbij is niet meegerekend de invloed van de zon zelf.

Het zal u duidelijk zijn, dat wij deze grote aantallen altijd moeten proberen te vereenvoudigen. Wij hebben daarvoor een z.g. 7‑fasensysteem gebruikt, dat wij aanduiden met kleuren. De kleuren zijn dan achtereenvolgens blauw, rood, geel en wit, waarbij behalve wit elk der kleuren in positieve en in negatieve zin pleegt op te treden. Dit is een vereenvoudiging waardoor wij gemakkelijker kunnen zeggen: Wij hebben op dit moment een rood‑invloed die over niet al te lange tijd door een wit‑invloed zal worden gevolgd en die aan degenen die dat weten op een eenvoudige wijze kunnen mededelen wat Zij ongeveer kunnen verwachten. Het blauwe licht ontstaat zowel geestelijk (7 verschillende waarden) als kosmisch (3 verschillende waarden). Daarnaast bevat het een 10 á 12 waarden die regelmatig optreden voornamelijk vanuit het Melkwegstelsel. De belangrijkste ervan zijn 2 invloeden. Eén komt uit Aldebaran, de andere komt uit de Grote Beer. Die invloeden brengen kennis. Nu is dit natuurlijk niet helemaal juist.

Een dergelijke golf komt aanstormen uit de ruimte. Ze heeft natuurlijk ook een tijdseffect en zal, daar ze van stoffelijke origine is, ook een looptijd, een zekere traagheid hebben. Een invloed van wijsheid, die u bereikt vanuit Aldebaran, heeft ongeveer 50 jaar nodig om hier te komen. Wanneer ze de aarde bereikt, heeft ze een gemiddelde duur van circa 3 á 4 dagen. In die tijd moet rekening worden gehouden met de wenteling van de aarde. Datgene wat direct in verband staat met deze kracht ervaart de invloed het sterkst aan de andere kant is ze diffuus. Dit betekent dus, dat achtereenvolgens enkele malen bepaalde punten op aarde bijzonder scherp door deze invloeden worden beroerd. Op die momenten kunnen we ­ontdekkingen verwachten, nieuwe benaderingen, nieuwe inzichten. Dit is nu een stoffelijke invloed. Als we spreken van een geestelijke invloed, dan is ze niet tijdgebonden. Dat wil zeggen: zij is vanuit het standpunt van de mens op aarde ogenblikkelijk en omvat gelijktijdig de gehele aarde. De duur van dergelijke flitsen loopt uiteen van ca 31/2 uur minimaal tot maximaal 10 dagen. Zo’n invloed bevat doorgaans een denkbeeld. Het is dus niet stimulerend en het gaat niet alleen uit van de bestaande denkbeelden. Het is eerder een aantal associaties waardoor een totaal nieuwe samenhang kan worden geprojecteerd vanuit een geestelijke wereld en wel in termen, die de mens in vergelijkingen of in analogieën voor zichzelf kan uitwerken en waarop hij kan ingaan.

Hebben we te maken met een kosmische invloed van dezelfde orde van grootte, dan is dat altijd een korte flits van licht. Deze bereikt dus tijdloos (zonder dat enig tijdsverloop of enige tussenfase te constateren is) deze aarde, beter gezegd het zonnestelsel. Zij brengt wat wij noemen openbaring. Wanneer een kosmische invloed optreedt, dan brengt zij eigenlijk eerder een beginsel over. De ontplooiing ervan vergt gemiddeld 33 tot 40 jaren. Dit betekent dus, dat er wel grote verschillen zijn. Ik heb u dit wat uitvoeriger weergegeven om duidelijk te maken dat die golven van licht niet allemaal van gelijke aard zijn en dat elk daarvan weer op een bijzondere wijze iets tot stand brengt.

Als we zeggen: Er zijn 3 verschillende kosmische invloeden van blauw licht, dan wordt ook duidelijk dat er een zekere differentiatie kan worden gemaakt in de werking. Want het is de werking, aan de hand waarvan wij kunnen bepalen wat optreedt.

1e fase: blauw licht is dan mystiek en verdiepend.

2e fase: blauw licht is coördinerend, het toont samenvoegende mogelijkheden en analogieën.

3e fase waarin vooral een zelferkenningen ook de erkenning van anderen een rol speelt. Hier is het eigenlijk een opnieuw beschouwen van het bestaan. Zo kan men al die invloeden afzonderlijk benoemen. Als wij nu zeggen: Er is een blauw‑invloed, dan kan de uitwerking daarvan (afhankelijk van de samenstelling) anders zijn. Een gemiddelde blauwinvloed heeft achter altijd bepaalde aspecten en daarom geven wij een z.g. golf van blauw licht altijd de volgende waarden mee: 1. verscherping van denken. 2. een meestal voorkomende verscherping van inzicht. 3. op grond daarvan voor sommigen vergroting van mogelijkheden. Dit is algemeen gangbaar welke invloeden er ook optreden. Wanneer we spreken van rood licht, dan zitten we ook weer met 2 kosmische invloeden, met circa een kleine 20 geestelijke invloeden en daarnaast (vanuit het zonnestelsel, dus niet‑meerekenend de daar optredende spanningen) toch altijd nog met 7 factoren die uit de ruimte komen. Ook hier hebben we 2 factoren. De eerste is moed, de tweede is liefde, als u ze kosmisch wilt bezien. Dat is nogal verschillend en beide kunnen soms in elkaar overgaan. Kijken we naar de geestelijke invloeden, dan betekent dat heel vaak dat bepaalde aspecten van het leven een emotionele nadruk krijgen. Die aspecten kunnen ook weer verschillen, dat kan gaan van medemenselijkheid tot strijdzucht. Kijken we naar de geestelijke invloeden die wat minder zijn, dan brengen ze altijd met zich mee: tegenstellingen, een mate van strijdlust en daarnaast vaak een mate van bekrompenheid.

Spreken wij over het gele licht, dan zeggen we: Het gele licht geeft kracht. Dat is wel waar, maar kosmisch heeft het maar één bron. Er is één kosmische bron van geel licht en deze noemen wij ook wel: de scheppende invloed. Zij vernieuwt a.h.w. de krachten die daardoor worden beroerd. Wij hebben er ook geestelijk een aantal van. Het zijn er ongeveer 10 á 15. Als we alle schaars voorkomende invloeden meetellen, dan zullen het er 15 zijn. Deze werken voornamelijk in op vitaliteit, maar in verschillende aspecten. Vitaliteit kan zijn: een mate van levenslust, een mate van levensbesef, een mogelijkheid om levenskracht op te slaan. Odd‑kracht zegt men dan of prana. Deze zijn dan versterkt aanwezig en kunnen als zodanig voor zuiver lichamelijke processen worden opgenomen. De stoffelijke invloeden hebben wonderlijk genoeg voor de mens betrekkelijk weinig te zeggen. Het enige, dat men zou kunnen zeggen is, dat ze invloed hebben op het weer. Dit klinkt een beetje gek, maar de geel‑invloeden beïnvloeden zowel het aardmagnetisme, de aarde/zonrelatie, als ook het weersverloop, namelijk de verwarming en daarmede de verdampingspercentages van de verschillende oceanen en alles wat daarbij hoort.

Dan hebben we het witte licht. Dit witte licht is wonderlijk genoeg te delen in 3 kosmische invloeden. Het kent geestelijk bijna geen invloeden. Er zijn enkele exceptionele, maar gerekend over een periode van 2100 jaar, zijn er ongeveer 10 van betekenis, maar die staan wel heel ver uiteen. Er is meestal één, soms zijn het er twee die beslissend kunnen worden genoemd. De stoffelijke invloeden van wit licht zijn aanmerkelijk hoger, maar hangen alweer samen met het zonnegebeuren meer dan met de aarde. De invloed die daardoor wordt uitgeoefend hoeft o.m. te maken met het luchtelektrisch po­tentiaal t.a.v. de aarde. Dat kan, als men het op één meter hoogte meet, met ongeveer 17% oplopen bij een wit‑invloed. Daarbij weten wij dat de mensen hierdoor zeer sterk worden gestimuleerd om éven onpartijdig te zijn. Het is alsof eventjes een paar kunstmatige verblindingen wegvallen en daardoor situaties weer opnieuw worden gewaardeerd. Maar die waardering heeft in tegenstelling met wat er bij een blauw‑invloed gebeurt geen directe gevolgen. Het is geen activiteit, het is een toestand. De reactie zal afhankelijk zijn van alle andere invloeden die optreden.

Als ik op deze manier probeer die golven van licht te benoemen, dan zult u begrijpen dat het erg moeilijk is om daarvoor enigszins wetenschappelijk verantwoorde benamingen te vinden. Laten wij het zo zeggen:

Als wij spreken over een kosmische invloed, dan is er sprake van een gedeeltelijke verandering in het kosmisch veld dat de gehele ruimte omvat. Dat komt dan door omstandigheden tot uiting op die punten waar de eigen magnetische verhoudingen daarvoor gunstig zijn. Het heeft dus te maken met de sterkte van het magnetisch veld plus de geaardheid of de vibratie van de oorspronkelijke storing. Het is wat moeilijk te meten. Wanneer het optreedt, is dat overal gelijktijdig. Geestelijk is het eveneens nogal moeilijk te constateren, omdat wij geneigd zijn aan die invloed altijd dromen te verbinden. We kunnen zeggen: Dat is een kosmische invloed. Het kan ons eigenlijk maar weinig zeggen.

Wat anders wordt het als we te maken krijgen met geestelijke invloeden. Want deze hebben in ieder geval een directe relatie met alles wat op aarde tegenwoordig paranormaal of parapsychologisch wordt bezien. Hier blijkt dan dat plotseling een afwijking in prestatienorm optreedt bij vele mediums, helderzienden etc., maar gelijktijdig dat ook intuïtieve en artistieke processen plotseling versneld of geremd zijn. Dat kan dan net zo goed zijn bij een componist, een schilder, als bij iemand die uit hout beeldjes snijdt, of iemand die een reclame ontwerpt, want die is op zijn manier ook een kunstenaar. Ik zou haast zeggen: een meesterillusionist. Dat kun je zien, als overal alle schrijvers ineens niet meer verder kunnen, dat de spirit eruit is en alle helderzienden misslagen gaan maken, alle magnetiseurs opeens minder resultaat hebben en telepaten plotseling niet meer in staat zijn om de juiste kaarten af te lezen en dergelijke dingen meer. Zo’n invloed zal dan wel algemeen zijn. Maar zoals u ziet, is het ook weer niet een omschrijving van de invloed zelf. Het is alleen een aanduiding van verschijnselen die wijzen op een gemeenschappelijke factor.

Dan zijn er nog de zuiver materiële invloeden. Hier kun je heel misschien een beetje constateren. Het is namelijk zo, dat als je, naar de kern van het Melkwegstelsel blijft kijken, dan zie je dat er veranderingen van lichtsterkte zijn in een tamelijk groot aantal sterren in betrekkelijk korte tijd. Dat zal op 10.000 geconstateerde sterren een aantal intensiteits‑ en kleurveranderingen zijn van tenminste een 40 á 50 van die sterren. Als dat gebeurt, kun je zeggen. Er is wel iets aan de hand. Verder kom je alweer niet. De materiële invloeden vinden ook een weerkaatsing in de zon. De zon heeft haar eigen ritme. Dat zijn ritmen van bijzonder hevige protu­beransuitbarstingen, van zonnevlekken en zo zijn er nog een paar. Die rit­men worden eveneens verstoord. Dat is iets wat de mensen wel zien. Zij zul­len dus geneigd zijn om invloeden, die misschien wel uit het centrum van het Melkwegstelsel komen en het zonnestelsel beïnvloeden aan te spreken als veranderingen in het gedrag van de zon.

Een laatste punt dat hierbij interessant kan zijn. Er zijn een aantal negatieve invloeden of negatieve sterren die we ook terugvinden in de astrologie. Na weet ik wel, astrologie heet een soort bijgeloof te zijn. Dat is niet helemaal waar. Het is een ervaringswetenschap die is gebaseerd op aangenomen gegevens waarvan de juistheid onbewijsbaar is. Er is een tijd geleden iemand geweest die een systeem heeft ontworpen waarmee hij niet de werkelijke loop van de planeten volgde, maar eenvoudig uitging van een aantal willekeurige punten in de ruimte waaraan hij een waarde had toegeschreven en die ook verschuivingen doormaakten vergelijkbaar met die van de planeten. Het aardige hierbij is, dat op grond van deze gegevens astrologische voorspellingen mogelijk zijn met tamelijk grote nauwkeurigheid. Dat heeft men nagegaan. Anders gezegd: Als wij bezig zijn met astrologie en wij proberen het alleen aan de sterren en planeten te wijten, dan zitten we fout.

Als we nu een ster nemen in de Grote Beer, dan moet u wel begrijpen dat wij niet alleen spreken over de ster. De golf van licht wordt niet alleen door de ster veroorzaakt, maar hangt samen met a. de uitstraling van die ster, b. de materiewolken of de magnetische storing waar zij zich doorheen beweegt. Daardoor ontstaat vibratie. Het ritme van de straling dat wordt omgezet, wanneer het de zon en de aarde bereikt, in een bepaald ritme van trilling, dat ‑ op zichzelf onbelangrijk zijnde ‑ enorm grote massa’s kan verstoren en het ritme daarvan tijdelijk in diskrediet kan brengen, in enkele gevallen zelfs in staat zou zijn om bv. een zonneactiviteit aanmerkelijk te versnellen of te vertragen. Niet omdat die trilling zelf zo sterk is, maar omdat ze door haar geaardheid een kettingreactie teweeg kan brengen (als het de zon betreft) door de verstoring van het eigen veld (dat is hoofdzakelijk een temperatuurveld van de zonneatmosfeer) waardoor gelijktijdig een nieuwe relatie tussen die atmosfeer en de actieve kernmassa optreedt. Dat kunnen we dus nog een beetje wetenschappelijk behandelen. Alleen is mijn vraag hierbij, of het erg belangrijk is dat we de dingen wetenschappelijk kunnen bewijzen?

Kijk, u kunt de hik krijgen zonder dat iemand wetenschappelijk kan bewijzen waardoor. Maar u heeft ze. Zo kunt u andere storingen in uw organisme of in uw gedrag vertonen zonder dat daarvoor enige redelijke verklaring is. Dan zegt men op aarde: Wij hebben toch een verklaring nodig, dus moet dat wel een kwestie zijn van een psychische schok of het is een of ander geestelijk trauma. Dat kan wel het geval zijn, maar heel vaak is ook dat niet te achterhalen. Met andere woorden: zo’n verklaring is een slag in de lucht. Wat we nodig hebben is niet de constatering van oorzaak‑en‑gevolg, precies weten waar het vandaan komt en hoe het in de eerste plaats werkt, maar we moeten beginnen met te erkennen wat het verschijnsel is. In elke benadering van de golven van licht moet men uitgaan van de verschijnselen.

Die verschijnselen kun je in de wereld heel moeilijk constateren, al is het maar omdat ze overal bijna gelijktijdig optreden. In jezelf merk je die verandering echter wel. De mens zal voor zichzelf moeten gelden als een soort barometer waarop hij de binnenkomende invloeden uit de ruimte constateert. De golven van licht die hem bereiken, zal hij persoonlijk moeten leren omzetten in een kracht die voor henzelf bruikbaar, positief is. Nu zal het u opgevallen zijn dat ik hier alle kwesties van geestelijke werkingen, de invloeden van onze zijde en van hogere krachten wat buiten beschouwing laat. Die dingen zijn ook theorie. Er is een God. Maar wie wil bewijzen dat Hij bestaat? U kunt het geloven of u kunt het niet geloven. Er zijn geesten. Wanneer u doodgaat, dan leeft u heel rustig verder. Zelfs zonder de noodzaak harp of bazuin te bespelen, dan wel in buitengewone hitte te zitten klagen. Dus u bestaat gewoon verder. Maar het is geloof. Er zijn wel tekenen welke in die richting wijzen, maar bewijzen kunt u het niet. En als we toch met geloof bezig zijn, dan is het duidelijk dat geloof eigenlijk uitgaat van stellingen, die houdbaar zijn zolang de stoffelijke feiten daarmee in overeenstemming zijn.

Wat ik heb gezegd over de stralingen, deze golven van licht die uit de ruimte komen, is in feite voor u een geloofspunt, niet meer en niet minder. Het kan aanvaardbaar worden gemaakt, maar er zijn zoveel dingen die je aanvaardbaar kunt maken. Je kunt zelfs aanvaardbaar maken dat je schoonmoeder een heilige is, alleen moet je niet rekenen dat de kerk dat goedkeurt. Dus, zo realistisch mogelijk denkend stellen wij dat deze golven van licht voor ons alleen kenbaar zijn in verschijnselen, dat de verklaring door mij gegeven een mogelijke, maar geen bewezene is en dat het juist daarom belangrijk is om bij een eerste benadering van dit onderwerp de vragen: “is er een goddelijke Kracht welke die golven uitzendt, zijn het geestelijke krachten die het doen, zijn het levende wezens in de sterren welke die krachten veroorzaken,” om die eveneens terzijde te leggen. Zeker, u kunt er veel over vertellen, maar wat heeft u eraan? De zekerheid die u heeft, is echter wel: Ik zit in een aantal invloeden en die zijn hoe algemeen ook te benoemen.

Als wij een zeer algemene horoscoop zouden maken voor een of ander type hier in de zaal (b.v. een Leeuw, een Schutter, een Maagd), dan zeggen we: De Schutter zit op het ogenblik in een dubieuze situatie. Er is een tweestrijd gaande van belang voor die persoon. Op zichzelf is de komende periode waarschijnlijk erg gunstig en zullen er dus heel wat dingen worden bereikt, mits zo iemand zich maar niet gaat vastleggen. Tegen de Leeuw zeggen we: De laatste tijd heb je het nogal moeilijk gehad; het gaat niet precies zoals je wilt. Onthoud nu één ding, Leeuw. Als je een ander nu eens zijn gang laat gaan, zelfs als hij op het ogenblik fouten maakt, kun je daardoor later helpen en dan je gelijk bewijzen. Maar een Leeuw, die nu zijn gelijk probeert te bewijzen, verliest zijn rechten. Wat de Maagd betreft. U bent over het algemeen nogal wat redderig aangelegd. U wilt alles mooi en netjes in orde hebben. Onthoud nu dat dat in deze tijd niet gaat. En dat is heus niet alleen omdat er ijzel ligt en u een schuivertje maakt. In uw hele bestaan treden die invloeden op. En dat gaat voor die drie typen toch voor een en dezelfde periode.

Wat kan er dan aan de hand zijn? Ik heb zo-even gezegd; Wij leven op het ogenblik in een rood‑invloed. Die rood‑invloed is samengesteld uit ongeveer 66 á 67 waarden. Het fluctueert enigszins omdat niet alle waarden voortdurend en gelijktijdig actief zijn. Als we kijken naar de astrologische typen, dan hebben we ook nog te maken met een hoog trillingsgetal van de mensen. Dat zal voor een ieder een beetje anders zijn. Maar als we ons nu aan dat ene trillingsgetal houden, dan kunnen we zeggen: Op deze invloeden zult u reageren in harmonie; en harmonisch met een aantal van die invloeden, ontstaat er voor u dit of dat. En dan zeggen wij: Schutter, je hebt het erg druk gekregen, maar het zit eigenlijk net tegen het zere been aan. Het gaat niet helemaal en toch gaat het eigenlijk wel erg goed. Je kunt het zelf niet helemaal redden. Wij zeggen dat, omdat er tenminste 4 invloeden zijn die voor de Schutter direct actief zijn en eigenlijk onrustwekkend zijn. Dan zijn er 2 invloeden die voor een Schutter stimulerend kunnen zijn voor het begeerteleven en daardoor tot twist of strijd kunnen leiden.

Kijken we naar de Maagd, dan blijkt dat nog maar één van die invloeden voor de Maagd actief is. De Maagd zit nu met de invloed van tegenstelling. Het “ik” is geneigd tot ordening, maar eigen begrip van ordening kan ‑ gezien deze optredende trilling ‑ niet juist reageren. Kijken we verder, dan zien we dat er nog een aantal andere werkingen zijn die niet werken voor de Maagd, maar die in deze rood‑invloed werken. Daardoor zal het voor de Maagd heel erg moeilijk zijn zichzelf te handhaven, tenminste als men blijft vasthouden. De Maagd moet in deze tijd haar eigen tempo, haar eigen wijze van reageren, denken en ordenen terzijde schuiven, Ook materiele zaken die voor een Maagd vaak erg belangrijk zijn een heel klein beetje terugdringen en daarvoor eens letten op de inspiraties die komen. Het lijkt chaotisch, maar daar kun je wat beters uit halen.

Voor de Leeuw is het ook duidelijk. Een Leeuw wil brullen. Zeer goedertieren, maar brullen. Koning Leo I in volle glorie. De Leeuw heeft op dit moment liefst te maken met ruim 20 invloeden die voor het gemiddelde type Leeuw (uitzondering ascendant Weegschaal dan ligt het iets anders en zijn het er minder) optreden. Die 20 invloeden bij elkaar zijn enorm belemmerend. De Leeuw had het zo goed bekeken, hij zou het allemaal zo goed doen en nu gaat het net niet. De Leeuw moet nu eindelijk eens een ander de zaak laten regelen, omdat hij zelf het overzicht verliest, omdat zijn eigen ideeën niet meer op de feiten van toepassing zijn, omdat zijn prestaties ‑ groot als ze misschien zijn ‑ op dit moment niet die juiste erkenning kunnen vinden, tenzij het een ander is die de erkenning mogelijk maakt. Ik ga nu alleen uit van de roodinvloed die op het ogenblik gemiddeld werkzaam is. Dan is het duidelijk, dat als voor verschillende mensen die invloed zo verschillend inwerkt, het erg belangrijk is dat men zijn eigen type een beetje kent. Er zijn mensen, die kun je blij maken met een kwartje en er zijn mensen, die nog ontevreden zijn, als ze een miljoen krijgen. Als je jezelf kent, dan weet je ongeveer hoe je reageert. Het is juist op je eigen reactie, dat je deze dingen kunt toepassen. De algemene regel van rood: spanning, uitbundigheid, hartstocht e.d. is al een voldoende waarschuwing, want je kent jezelf. Onbewust begrijp je daarom welke invloeden bij jou een rol kunnen spelen. En als je dat weet, dan weet je ook wel degelijk welke golven van licht jou kunnen beroeren en welke niet. Zelfkennis is hier noodzakelijk.

Dit is en blijft allemaal natuurlijk erg subjectief. Er zijn wel algemeen waarneembare gevolgen en we zien bepaalde eigenschappen, maar van type tot type verschillen de uitwerkingen toch zeer sterk. Ik meen, dat het daarom goed zou zijn over deze golven van licht nog het volgende te zeggen: Elke golf van licht, die wij met een algemene term aanduiden, is samengesteld van aard. De hoofdeigenschap door ons daaraan verbonden geldt voor een ieder, maar ieders reactie zal daarin anders zijn. De belangrijkheid kan in overeenstemming met eigen aard (dat kun je aan het sterrenbeeld zien) plus eigen geestelijke bewustwording (dat kun je niet aan het sterrenbeeld zien) anders liggen. Leer zelf die invloed een beetje ontleden. Wij spreken in het geloof over de wereld Gods en de hiërarchie der Engelen, Tronen, Heerschappijen, Aartsengelen. Dat alles bij elkaar is een hemels kastensysteem. Wat is nu een engel?

Een engel is een kracht die leeft in het licht. Welk licht is daarbij niet gestipuleerd. Het betekent dus, dat niet alle engelen in precies dezelfde wereld vertoeven. Er kunnen engelen zijn die b.v. zonnegeesten zijn. Andere engelen zijn misschien stammen uit de kosmos, het onbekende, het onbenaderbare gebied achter het verblindende licht. Er zijn ook engelen die niets anders zijn dan ver genoeg ontwikkelde geesten. Als we nu over die engelen spreken, dan hebben wij het over persoonlijkheden. In elke golf van kosmisch licht zijn zoveel kwaliteiten te erkennen dat elke golf als zodanig kan worden beschouwd als een persoonlijkheid. Misschien dat ons dat helpt. Maar dan moet u niet denken aan de christelijke leer, eerder aan de Indische benadering waarin de laagste goden en godinnen in functie vergelijkbaar zijn met o.m. de engelen en dus voor de mensen een zeer specifieke functie vervullen.

Nu is het duidelijk, dat deze functie wordt vervuld met een bepaald doel. Het gehele schema van lichtgolven uit de kosmos, uit de ruimte uit de geestelijke wereld hangt wel degelijk samen. Er zit ergens een plan, een idee. Voor zover wij dit kunnen nagaan, want helemaal kun je die dingen nooit ontleden, is de basis van dit alles wat wij noemen bewustwording. Een groot woord, net zoiets als ruimtelijke ordening. Maar een woord dat duidelijk maakt waar het om gaat. Het is bewust zijn. Bewust zijn is waarnemen, erkennen, weten, ervaren. Het gaat erom een mens zover te brengen dat hij al die invloeden bewust kan ervaren. Daar komt het eigenlijk op neer.

Op het ogenblik, dat je dit kunt namelijk, heb je het gehele schema van de kosmos voor je liggen. Dan leef je misschien in de tijd, maar zul je in die tijd zien welke onafwendbare invloed en daarmee welke tendens op je eigen wereld en waarschijnlijk ook in bepaalde geestelijke werelden zullen optreden. Dan kun je hierop reagerend althans in zekere mate meester zijn. Je kunt leren profiteren van de stroming, als je weet hoe ze loopt, terwijl een ander misschien daartegenin zwemt en verdrinkt. Dat is niet zo prettig voor een mens. Omdat het persoonlijkheden zijn die toch met deze krachten samenwerken, zal elke persoonlijkheid die harmonisch is met een bepaalde kosmische, geestelijke of zelfs materiële invloed door het bestaan ervan zich gedwongen voelen om zich daarin mede te uiten. Als u op aarde deel bent, dan zal die uiting dus ook op u gericht zijn. U zult innerlijk voortdurend bepaalde ervaringen doormaken, u zult flitsen van licht ervaren, inspiraties invallen, perioden van verandering doormaken die ‑ mits u ze, zo bewust mogelijk beleeft ‑ u helpen erkennen welke invloeden er rond u zijn. Dus niet alleen welke persoonlijkheden voor u zorgen (de lieve beschermgeesten e.d.) maar ook het milieu waarin ze het doen, de invloeden waaruit ze het kunnen doen.

Het beeld dat zich voor mijn ogen vertoont, als ik over deze zaken probeer te spreken, is er één van een uiterst complex lichtorgel waarin wij niet kunnen zien door welke kosmische muziek bepaalde tonen steeds weer oplichten, terwijl andere maar een enkele keer reageren. Wij zien wel dat in het brandpunt daarvan zich de mensheid bevindt. Tot die mensheid behoren ook wij. Want een ieder, die een bepaald geestelijk bewustzijn bezit, is mens of hij nu leeft in de geest, in een hoge of in een lage sfeer of op aarde. Wij mensen worden door deze krachten beïnvloed. Uit die krachten wordt ons iets duidelijk over de harmonie van de werkelijkheid of de harmonie der sferen, als u dat liever hoort. De harmonie van alle dingen waardoor ze een eenheid vormen, die in een zichzelf steeds veranderend en toch gelijk blijvend evenwicht met steeds nieuwe gedaanten voortdurend een herhaling vormt van een en dezelfde kracht en haar manifestatie. Dat is de werkelijkheid van de golven van licht uit de ruimte zoals ik ze probeer te zien.

Ik heb getracht u een klein idee daarvan te geven, meer leek mij overbodig. Er is reeds veel over gezegd. Er zijn halve cursussen aan gewijd. Ik neem dus aan dat de aanwezigen, gemiddeld wel enige kennis daaromtrent bezitten.

Slotwoord:

 Als wij spreken over golven van licht, dan hebben wij het in feite over de kosmische krachten. Wij moeten ons realiseren dat die krachten altijd aanwezig zijn, altijd werkzaam zijn, ook als dat niet in gelijke waarde of in gelijke mate geschiedt. Het is belangrijk voor u te weten dat u leeft in een wereld waarin, buitenzinnelijke invloeden mede uw gedrag, uw stemming, uw associaties, uw denken, Ja zelfs uw geloofsbeleving en uw geestelijke mogelijkheden voor een deel bepalen. Als u dat gaat begrijpen, dan zult u m.i. ook meer geneigd zijn om u af te vragen op welke invloeden en waarden u zelf bijzonder goed reageert, waar u faalt. Want het falen ligt niet alleen bij de ander, het ligt ook altijd een klein beetje bij uzelf. Dat falen ligt dan in een “niet vatbaar zijn” voor of een tekortschieten t.a.v. een bepaald denkbeeld of kracht.

Die kracht hangt echter samen met kosmische waarden, met geestelijke waarden, met straling uit het Al. Voor die dingen bent u misschien doof of blind of misschien kleurenblind t.a.v. een bepaald facet. Dit aanvaarden is noodzakelijk. Zonder uw beperkingen te aanvaarden zult u ze nooit kunnen overwinnen. Probeer daarom te beseffen waar u eigenlijk tekortschiet, wat met al uw enthousiasme en uw gehele inzet elke keer weer misgaat en realiseer u: dat moet ook liggen aan datgene wat ik ben, niet alleen aan de ander. Maak een lijstje op van die dingen waarin u zelf voortdurend weer faalt volgens eigen begrip. Probeer dan ook na te gaan op welke punten u plotseling tot allerlei dingen komt, bijna onoverlegd, die voor uw begrip goed, aanvaardbaar zijn. Denk aan de ogenblikken waarin u misschien dromen of visioenen heeft en probeer eens na te gaan hoe deze optreden en wanneer, in welke samenhang. Als u dit doet, dan zult u merken dat er bepaalde ritmen zijn waarin u juist reageert op die dromen, op die bovenzinnelijke ervaringen met de extra kracht en al wat u verder maar wilt. Maak gebruik van deze ritmen. Probeer ook in dit opzicht uw eigen levensritme te leren kennen.

Dan kunt u altijd weer horen: Nu komt er die of die straling. U kunt zich dan afvragen: Hoe werkt ze op mij in? Als u dat doet, zult u daardoor gemakkelijker leren werken met de krachten die u worden gegeven. Soms wordt u een kracht gegeven van groot kosmisch belang. U zoudt dan wonderen kunnen doen en u speelt er alleen maar een beetje mee zoals een idioot kind met een laden pistool. Levensgevaarlijk! Want u weet niet wat u doet. Probeer te begrijpen, dat alles wat wij aan krachten ontvangen volgens ons besef, ons innerlijk weten met bewustzijn moet worden gebruikt, omdat geen enkele waarde vanuit de golven van licht tot ons komend ooit precies gelijk kan gelden voor de mensen rond ons. Als dat gebeurt, dan is dat zo’n groot toeval dat we daarmee geen rekening behoeven te houden.

Besef, dat elke invloed u beroert Op een bepaalde manier. Gebruik het niet om te rekenen op gedrag van, anderen of ontwikkelingen in anderen, maar om vanuit uzelf de anderen volgens hun wezen, hun werkelijkheid te helpen en te steunen. Als u een bouwwerk opricht, dan is elke steen belangrijk. Sommige stenen kunnen gemist worden, sommige niet. Er zijn zelfs stenen die, wanneer u ze wegneemt het gehele gewelf doen instorten. U bent op die manier een steen. Maar kunt u een sluitsteen in een gewelf zeggen, dat alle stenen aan zijn vorm moeten beantwoorden? Dit zou dwaasheid zijn. Moet hij zeggen, dat andere stenen het beter hebben dan hij? Ook dit is dwaasheid, want het is de functie van de sluitsteen om een bepaalde spanning te dragen, maar gelijktijdig om een bestaan mogelijk te maken. Zo heeft elk van ons een functie. Misschien zijn wij kleine, onbelangrijke stenen en kunnen we gemist worden, dat weten we niet zeker. Maar één ding weten wij wel zeker, dat wij door te werken volgens onze geaardheid, te werken met de krachten en de harmonieën die voor ons mogelijk zijn, wij in ieder geval het bouwwerk van de mensheid helpen in standhouden.

Het bouwwerk van de mensheid dat sommigen zien als de Tempel Gods. Als we dat leren doen, alleen maar door op onze eigen plaats en met onze eigen waarde te werken in het geheel, dan zullen wij daardoor ons steeds bewuster worden van het geheel. Wij zullen leren begrijpen wat mensheid betekent. Wij zullen leren begrijpen wat mensheid in kosmische zin betekent, wat zij geestelijk is en wat zij in vele stoffelijke vormen kan zijn. En dan zullen we leren onze krachten juist te gebruiken. De invloeden van buiten zullen voortgaan, maar ze zullen voor ons alleen iets zijn wat wij delen met het geheel, zonder daarom van anderen te vragen dat zij beantwoorden aan hetgeen wij zijn. In de veelheid en verscheidenheid is de volmaaktheid uitgedrukt. Alle krachten die komen, die wij ontvangen, alle golven van licht die de aarde en de mensen overspoelen of die in de sferen voortrazen, zij zijn niets anders dan een uiting van dit geheel. Door daaraan op onze manier zo juist mogelijk te beantwoorden worden wij deel van het geheel. En door steeds bewuster deel te worden van het geheel maken wij onszelf meer waar in de totaliteit waarvan we deel uitmaken.

Ik meen, dat dat het belangrijkste is wat als conclusie te trekken is uit dit onderwerp, uit uw vragen en ongetwijfeld ook uit de, bouwstenen, die ik heb geprobeerd aan te dragen voor een begrip hiervan. Vergeeft u mij dat ik niet verderga met lijsten van wit, rood en blauw licht. Laten wij een beetje reëel blijven.

In onszelf ervaren wij die invloeden ook als we niet weten hoe ze heten of met welke kleur ze zijn aan te duiden. Als je een schop krijgt, weet je niet of ze van een ezel, een paard of een olifant komt misschien, maar je voelt ze verduveld goed en je weet waar ze is aangekomen. Beschouw zo deze golven van licht. Het is niet belangrijk dat ze eerst worden omschreven, maar dat je ze leert erkennen in jezelf. Dat je zelf elke voor jou harmonische waarde ook leert gebruiken. Dat je je wereld benadert vanuit de mogelijkheid, die je bezit zonder een eis te stellen die gebaseerd is op wat je denkt te zijn.

Als u dat tot stand brengt, vrienden, dan heeft u een daverende stap voorwaarts gezet. Niet alleen in de bewustwording van de persoonlijkheid, maar in de ontwikkeling van de mensheid als geheel. Laten wij hopen, dat die ontwikkeling verder kan gaan zonder conflict, dat er niet een strijd zal ontbranden over de juiste vorm van de bouwstenen of over de juiste plaats ervan, maar dat wij allen aanvaardend dat wat wij zijn en hoe wij zijn het geheel proberen te beleven en waar te maken.

De golven van licht met hun verschillende origine maken het ons mogelijk dit te bereiken. Dat wat in ons gebeurt, dat wat vanuit ons straalt maakt het ons mogelijk niet slechts te beseffen maar te bereiken. En in bereiken en beseffen samen vinden wij de volmaaktheid die nodig is om ons bewust te worden van die grote kracht, die ‑ zoals ik het zo-even al heb gezegd ‑ verscholen ligt achter het verblindende licht zolang wij leven in de verdeeldheid, maar die ons in de eenheid bewust maakt van de totaliteit waartoe wij behoren.