Groene magie

uit de cursus ‘Magie en magiërs’ – november 1970

Groene magie

Een zeer groot gedeelte van de magie uit het verleden hangt direct of indirect samen met natuurkrachten. Deze oude folklore is grotendeels teloorgegaan. Er zijn echter nog bepaalde delen van de wereld waar de mensen primitief zijn en de oude vorm van magisch denken is blijven bestaan.

Onder groene magie verstaat men magie waarbij gebruik wordt gemaakt van alle natuurlijke middelen en van alle bezielende geesten in de natuur. Dat is op zichzelf niets bijzonders en ik denk dat heel wat mensen die magie wel meer gebruikt hebben dan zij zich daarvan ooit bewust zijn geweest. Wij hebben hier te maken met een filosofie op de achtergrond.

Alle dingen zijn bezield. Tussen alle dingen bestaan sympathie en antipathieën. Indien wij gebruik weten te maken van deze eigenschappen, kunnen wij alle werkingen in de natuur in ons voordeel bepalen. Omdat alles bezield is, hebben wij niet alleen rekening te houden met uiterlijke verschijnselen en krachten, maar zullen wij ons daarnaast ook moeten richten op de bezielende factor zelf, die wij dan meestal aanspreken als geest. Het werken met deze geesten geeft heel veel moeilijkheden, omdat ze over het algemeen van een betrekkelijk laag bewustzijnsniveau zijn. Dat geldt voor bijna alle elementalen, met uitzondering misschien van de luchtgeest.

Dit betekent dat een mens, die een bepaalde taak door natuurgeesten wil laten uitvoeren, die taak zeer eenvoudig moet stellen en dat hij, als de taak uit verscheidene delen bestaat, elk deel afzonderlijk aan een natuurgeest zal moeten opdragen. Bij voorkeur neemt men dan ook verschillende natuurgeesten voor elke fase van een magisch plan.

Het resultaat is geweest dat de magiërs, die hiermee werken, allereerst specialisten moeten zijn in de aard van de natuur zelf, op basis van bv. kruiden van de verhoudingen van bomen.

Als wij zeggen dat de mistletoe een zeer bijzondere plant is, dan hebben we wel ergens gelijk. Omdat zij meestal als parasiet op andere bomen leeft. Zij is dus niet precies hetzelfde, maar heeft een zekere heerschappij over andere bomen. Als u de oude verhalen van de Germanen nagaat, dan weet u dat Loki juist de mistletoe uitkiest als het wapen om Balder blind te maken. Dat is begrijpelijk. De verhouding t.a.v. het plantenleven is heerschappij. Heb ik te maken met bomen of met krachten die in bomen wonen, dan kan ik een beroep doen op de mistletoe. Omdat deze de kracht daarvan kan wegnemen, terwijl zij er zelf sterker door wordt. Dit is maar een heel eenvoudig voorbeeld van de wijze van beredenering.

Een ander voorbeeld is: Een kracht in de natuur komt altijd tot stand daar, waar ook tegenkracht aanwezig is. Dat is een stelling, die wij heel eenvoudig zeggen, ofschoon er in de primitieve magie zeer lange verhalen aan verbonden zijn. Is er een ziekte, die uit natuurlijke oorzaken is ontstaan, dan moet er in de buurt een kruid zijn dat de kwaal geneest. Het is niet altijd zo, maar zo redeneert de magiër. Indien de kwaal zich uit door symptomen aan de uiteinden van het lichaam (handen en voeten), dan zal hij zoeken naar een kruid, dat in blad of bloemvorm eveneens die extremiteiten vertoont. Een glad blad zal dus nooit aanvaardbaar zijn. Het moet in dat geval een vertakt blad zijn. Men zoekt een zekere analogie.

Die methode heeft bepaalde voordelen. Je werkt nl. niet alleen met de krachten van de natuur, maar met de krachten van de natuur in relatie tot de mens. En dat betekent, dat je het gedrag van de natuur tegenover de mensen kunt beïnvloeden of de mensen blind kunt maken voor bepaalde aspecten in de natuur. De beïnvloeding geschiedt altijd ik zeg het nogmaals door natuurlijke middelen. Men zal dus nooit gebruik maken van bv. aarde, poeders of chemische middelen. Men maakt bij voorkeur gebruik van de sappen van levende planten, eventueel levende bestanddelen van planten. In afwijkende vormen van de magie, dit zeg ik er nog even bij, gebruikt men ook nog bestanddelen van dieren, maar dat komt niet zo vaak voor.

Dan hebben wij zeker ook te maken met een zgn. zwarte vorm van de groene magie. Stel dat ik een mens wil verdoven. Dan vraag ik mij af: wat is dit voor een mens? Ik weet dan welke sappen hem kunnen verdoven en hoelang. Maar als ik weet dat hij die sappen opneemt, weet ik ook dat hij verbonden is met de boomgeest van de boom, waaruit ik het sap heb getrokken, of misschien met de bezielende kracht van een bepaalde soort bloemen of planten. Ik kan dus op grond van deze tijdelijke ondergeschiktheid aan die geest deze bevelen geven. Ik kan die geest zeggen, dat hij in dat lichaam iets moet verbeteren bv. koorts verdrijven, een demon uitdrijven. Ik kan aan de andere kant zeggen, dat hij die mens moet verlammen of een bepaalde droom sturen. Nogmaals, onthoudt goed dit zijn geen feiten, dit is de achtergrond van de groene magie.

De magiër die met groene magie werkt is uit de aard der zaak een handige jongen. Niet alleen dat hij weet welke relaties er bestaan en een aantal grondregels kent, waardoor hij als kruidkundige over het algemeen veel presteert, maar hij weet ook dat zijn magie lang niet altijd werkt. En dat niet werken kan hij dan zelf aanvullen. Anderzijds weet hij dat sommige van zijn recepten zo eenvoudig zijn, dat het niet voldoende is voor zijn macht en gezag om alleen maar te werken met het hoogstnoodzakelijke. Hij gaat er dus iets bij maken. Ik geef u twee voorbeelden.

Het zenden van een geest.

Men kan inderdaad een natuurgeest sturen om iemand te doden. Die geest is echter betrekkelijk zwak. De kans dat het mislukt is groot, vergissingen komen nogal eens voor en het is minder gevaarlijk dan het sturen van een astrale gestalte om een dergelijke taak te vervullen, want die kan tot jezelf terugkeren als hij zijn taak niet kan volbrengen en dan ben je zelf het haasje. De magiër zendt dus die natuurgeest wel, maar omdat hij weet hoe dikwijls het misgaat, zorgt hij er meteen voor dat er iemand in de buurt van het slachtoffer komt met bepaalde vergiften. Die behoeven niet eens zware of dodelijke te zijn, als ze maar voldoende ziektesymptomen veroorzaken, zal de mens zichzelf wel dood suggereren en dat lukt inderdaad.

Een ander voorbeeld is het gebruik van bepaalde sappen in eigenschappen te vergelijken met de kina, die door negerstammen worden gebruikt om koorts te onderdrukken. Als je alleen maar die sappen ingeeft, zegt iedereen; Nu ja, dat kan ik zelf wel. Waarom moet ik daarvoor die magiër betalen.

De magiër gaat allerlei dansen daarbij uitvoeren. Soms heeft hij de aardigheid een muis, kikker e.d. in een zakje te verbergen en al dansende gaat hij naar de patiënt toe en zegt: Hier, dat heb ik eruit gehaald.

Ik heb de demon van de koorts en zal hem vernietigen.

Zo beschouwd is de groene magiër eigenlijk een wat twijfelachtige figuur. Voor ons is hij interessant, omdat hij veel meer realist is dan de rituele magiërs van de oudheid en vaak ook realistischer reageert dan de praktische alchemisten in het verleden deden, want hij gaat uit van zijn resultaten en niet per se van een stelsel. Hij heeft alleen een onderliggende filosofie.

Als u in de natuur bent, zijn er gepaalde dingen waarmee u rekening kunt houden. Wie overdag onder de bomen loopt, krijgt meer dan normaal zuurstof. De verbrandingsprocessen gaan iets vlotter en iets beter. Iemand, die vaak last heeft met de stofwisseling kan daarvan reeds voordeel hebben. Iemand, die moeite met slapen heeft, zal daarvan ook nut kunnen hebben. En zo kunt u doorgaan. Iemand, die daarentegen nogal last heeft van bv. droge slijmvliezen, moet zich liever niet in de omgeving van bomen begeven, tenzij in de ochtend en avonduren. Dan is het vochtgehalte in het bos hoog genoeg en is de zuurstofafgifte niet zodanig, dat daardoor toch weer een soort verbranding tot stand kan komen.

Dat zijn heel eenvoudige dingen.

Laten wij een stap verder gaan. Wanneer u zich met een wandeling blaren loopt, dan is het maar de vraag, of er in de buurt van de weg of van een oppervlak waar dat mogelijk is nu niet een kruid zal zijn dat daarvoor helpt. Dan blijkt o.m. de weegbree heel geschikt te zijn als u blaren heeft en u heeft niets anders bij de hand, en wel bij voorkeur dauwvochtig toegepast. Als het niet anders kan, dan droog maar eerst, licht kneuzen en tegen de blaar leggen. Met die blaar loopt u rustig door. Ze verdroogt onmiddellijk en de huid en – dat is erg belangrijk! – krijgt niet de hardheid die ze anders wel heeft als ze verdroogd is, zodat er geen pijn en schaving ontstaat. Dit zijn enkele eenvoudige recepten,

Indien ik een stimulans nodig heb, waarom zou ik o.a, chemische middelen gebruiken? Er zijn zoveel planten, die precies hetzelfde kunnen doen. U kunt natuurlijk een of andere dure laxans gebruiken, indien uw zittingen niet altijd met resultaat worden beloond. Maar u kunt veel eenvoudiger de sennapeul nemen. De tissane (het extract van planten) lijkt in 9 van de 10 gevallen voor het gehele lichaam gunstiger te zijn. Dat is voor de geneesmiddelenindustrie misschien niet aangenaam te horen, maar alweer, het is een feit en die feiten blijven overal bestaan.

De meesten van u wassen de haren met speciaal daarvoor ontworpen zeepsoorten, meestal op zeer kunstmatige basis. Maar als u gewone zachte zeep neemt (glycerinezeep, die uit beendervet wordt gewonnen en een beetje wordt gegeleerd met een loogbijvoeging), dan heeft u een zeep, die voor de huid en het haar veel gezonder is. Het geeft misschien niet zoveel glans, maar daar staat tegenover dat u veel minder behoeft te wassen en dat de natuurlijke vetten van de huid, niet worden aangetast.

De magiër weet dat. Hij heeft een fijn gevoel voor wat wel en wat niet bruikbaar is. En wie zich in uw eigen land bezighoudt met groene magie, zal in de eerste plaats de mens zijn die zegt: Welke gewone plantaardige middelen hebben wij om een vervanging te vormen voor de vele middelen, die algemeen worden gebruikt. Zo iemand zegt: Je moet geen aspirine nemen, Neem een slok kinawijn. Ga even in de frisse lucht en haal diep adem, wat voor de meeste hoofdpijnen ook net zo goed is. Anderen zullen u zeggen Als u erg veel last heeft van verkoudheid en benauwdheid, drink dan aalbessenwijn.

Dit zijn Nederlandse recepten, die hier gemaakt kunnen worden. Het resultaat is even goed of beter dan allerlei wrijf en smeermiddelen, die over het algemeen hun nut voor het merendeel ontleden aan de bijmenging van menthol en misschien nog wat eucalyptussap. Op deze manier kun je de natuur inschakelen.

Wilt u als magiër daarmee werken, dan moet u wel begrijpen dat dat allemaal veel te eenvoudig is. Als u tegen iemand zegt, dat de beste afwasmidden niet beter zijn dan soda, dan zegt hij; Je hoort zoveel anders en soda is zo doodgewoon. Ik neem toch liever dat handzuivere, superblekende, extra geconcentreerde wasmiddel. En dan kun je praten als Brugman, je komt niet verder.

U kunt dus een lesje trekken uit deze groene magie, Wij moeten het eenvoudige aankleden. Wij moeten begrijpen, dat het eenvoudige vaak beter is dan het ingewikkelde, maar dat het eenvoudige alleen aanvaardbaar wordt, indien het wordt omgeven met voldoende rituelen. Gelooft u mij! Als u soda in balletjes zou kunnen vervaardigen, die betrekkelijk snel oplossen en u zegt 5 van deze sodaballen zijn beter voor uw afwas dan afwasmiddel X, dan zou iedereen zeggen; Wij kopen die soda, vooral als het dan een bijzondere naam krijgt bv. supersodar clean. Wilt u iemand met een eenvoudig middeltje helpen, bv. bloedzuiveringsbrandnetelthee. Vertel dat er nog wat meer bij zit. Maak er wat fratsen bij, magnetiseer het of vertel, dat ze op zeer speciale tijden gezocht en geplukt moeten worden (wat in feite niet helemaal waar is) en u zult zien dat het dan ineens gewichtiger wordt.

Anders gezegd: De groene magiër is de man die veel weet van daadwerkelijk actieve middeltjes, maar die de activiteit en de aanvaarding daarvan door allerlei suggestieve methoden aanmerkelijk vergroot.

Hiermede zijn wij dan meteen op een punt dat in uw dagen heel erg belangrijk is.

Indien ik iemand een werkzaamheid suggereer, neemt hij aan dat die werkzaamheid bestaat. Naarmate mijn suggestie sterker is, is hij meer van het resultaat overtuigd. Naarmate hij meer van het resultaat overtuigd is, is de kans groter dat het resultaat werkelijk optreedt. Dat is ook de verklaring voor de vele tevredenheidsbetuigingen aan allerlei dokters al dan niet echt bestaand van de gebruikers van hun speciale kruidenmiddelen.

Heeft u last van een hartziekte, er is een kruidenthee, voor niersteen, er is een kruidenthee. Die dingen doen werkelijk wat, ze zijn actief. Maar de tevredenheidsbetuigingen komen in 9 van de 10 gevallen van mensen die eigenlijk meer een ingebeelde kwaal hadden, ofwel wat ook voorkomt, die zo van de werking overtuigd waren, dat ze de symptomen zijn gaan verwaarlozen. Dat kun je in het dagelijks leven niet gebruiken. Maar deze overtuigingskracht kun je wel degelijk gebruiken zelfs voor jezelf.

Coué met zijn suggestiemethoden is eigenlijk ook een soort magiër op dit terrein. Als u elke dag prevelt. “het gaat mij elke dag weer beter”, dan gaat het u op den duur beter. U heeft u zo ervan overtuigd, dat het u elke dag beter zal gaan, dat als er een ongeluk gebeurt u er niet op let. Dat zijn dan die typen van mensen die in een nieuwe wagen de weg op gaan. De auto wordt helemaal in puin gereden, zelf hebben ze aardige verwondingen, maar hun nieuwe polshorloge is heel gebleven. Je ziet: het gaat toch elke dag weer beter! Deze methodiek is een studie waard.

Wanneer u iemand wilt overtuigen van de belangrijkheid van hetgeen u zegt, dan moet u het zeggen met gezag. U kunt dat gezag aan een ander ontlenen. Dat is iets wat wij bij de groene magie heel vaak zien.

De magiër begint net zo lang te dansen, totdat hij a.h.w. vanuit zichzelf verandert. Hij wordt de representant van de een of andere grote demon of machtige geest. In die functie maakt hij het uitwijzend gebaar, de kwaal zal verdwijnen. En dan helpt het. Zonder dat was het ook gegaan, maar de mensen zouden er niet aan hebben geloofd.

Er zijn heel wat verkondigers van nieuwe leren, die hun haren en baard laten groeien, buitenissige gewaden dragen en eenieder met buitenissige termen aanspreken. Zo eenieder overtuigend, dat ze anders zijn dan een ander en daardoor een gezag verwerven dat ze zonder dat niet zouden hebben.

Die magiërs zijn er wel degelijk. Soms noemen ze zich provo of kabouter. Soms noemen ze zich gezondene van de een of andere grote meester in het Oosten. Soms hebben ze weer andere namen voor zichzelf. Het niet tot de normale leefsfeer behoren van de persoon tijdelijk of blijvend is vaak bepalend voor het slagen van de behandeling, als het om genezing gaat of om een andere suggestie. Daaruit kunnen wij een paar conclusies trekken:

Wie zich wil bezighouden met groene magie, zal zich aller­eerst moeten realiseren dat feitelijke kennis hiervoor onontbeer­lijk is. Een goede kennis van plantkunde, zeker t.a.v. de planten, die in eigen milieu voorkomen, kan eenvoudig niet worden gemist. Men moet de eigenschappen en bestanddelen daarvan kennen.

U moet een goed suggestor zijn, indien u dat niet bent, kunt u door gebruikmaking van velerlei uitwendige middelen een schijn van bijzonder-zijn wekken, waardoor uw suggestie toch houdbaar wordt.

U kunt door het gebruik van suggestie en natuurlijke en plant­aardige middelen een groot gedeelte van de zeer ingewikkelde kunst­middelen, die uw maatschappij beheersen, vervangen, althans minder noodzakelijk maken.

Alles, wat uit de natuur voortkomt en dus een natuurproduct is, is voor het menselijk lichaam gemakkelijker te aanvaarden en te verwerken dan middelen die kunstmatig zijn gemaakt. U kunt hierbij zo ver gaan dat u zegt. Een cyanide, die kunstmatig is gemaakt, zal minder snel in het lichaam worden opgenomen en resultaat hebben ook al is het in dit geval een kwestie van seconden dan een plant­aardige cyanide met eenzelfde werkzaam gehalte.

In de magie bestaan veel oude overleveringen, die niet hele­maal onzin, legende of suggestie zijn. Vele legenden, die in de oude magie werden overgeleverd zijn wetenschappelijk gezien onzin, maar wie de samenhangen begrijpt tussen natuur, natuurproduct, de mens en suggestieve werkingen, zal zien dat ze heel vaak bruikbare recepten kunnen bevatten.

In het Westen hangt natuurverering in de laatste duizend jaren grotendeels samen met heksen en tovenaars. U kent allen heksen en heksensabbatten en u heeft ongetwijfeld gehoord wat er niet allemaal door de duivel is gedaan. Maar wanneer u hier het kaf van het koren weet te scheiden, dan ontdekt u dat er twee soorten hekserij zijn. De eerste is zullen wij zeggen hysterie ofwel de bekentenis onder marteling afgedwongen, dan wel de vrijwillige bekentenis tot de duivel of het voorwendsel van bezetenheid om hiermede het milieu te kunnen afwijzen.

Deze soort kunnen wij verwaarlozen. Ze is voor ons doel absoluut zonder be­tekenis en naar ik meen eerder een uiting van de angsten en frustraties, die in een christelijke hiërarchie kunnen ontstaan, dan van het bestaan van enig werkelijke mogelijkheid tot hekserij.

Maar er is een tweede soort. Heksen en tovenaars, die in feite nog natuuraanbidders zijn. Door het feit dat men vertelt dat heksen samenkomen vaak in een kuil rond een eik op bepaalde stukken land of in sommige bos­sen, op zeer bijzondere plaatsen, omdat daaraan overleveringen zijn verbon­den, hetzij van het bestaan van de duivel, hetzij van vroegere bijeenkomsten, gaat u zich misschien realiseren dat die mensen naar hun “kerken” komen. Zij hebben een geloof in de natuur en pogen een eenheid te bereiken met de bezielende natuurkrachten. Deze bezieling is eigenlijk niet hun werkelijk arsenaal. Als ze werken, doen ze dat met poeders en kruiden, met zalfjes en middeltjes, die door alle eeuwen heen gebruikt zijn vanaf de eerste priesters, die zich met de geneeskunde bezighielden tot heden toe. Hun kennis gaat vaak tegen de wetenschap in. Maar hun middelen zijn juist, omdat ze weten waar ze de bestanddelen vandaan moeten halen, vaak doel­treffend.

Deze mensen worden dan beschuldigd dat ze dieren ziek maken, omdat ze weten hoe ze die kunnen genezen. Niemand weet hoe het dier te genezen, daar rust dus een vloek op. Als dan de heks komt en zuiver uit medelijden zegt: Dat beest heeft dit of dat kruid waarschijnlijk gegeten. Geef het maar een beetje hiervan of daarvan, dan wordt het beter. Dan zegt mens Ze heeft de vloek opgeheven, bewijs van hekserij.

Op dezelfde manier is het genezen of de poging tot genezen van zieken, uitgelegd als hekserij. Een van de bekende voorbeelden is dat in een veren kussen onder het hoofd van de patiënt zich een zgn. verenkrans heeft gevormd. Maar denkt u nu even na. De kussens zijn over het algemeen niet al te goed gevuld. De heks zal meestal de zieke een zweetdrank geven om de koorts te verdrijven. Het niet opschudden van het kussen maakt dat er een vaste indruk in de veren ontstaat en het gevolg is, dat er inderdaad een soort verenkrans zou kunnen worden geconstateerd bij het openmaken van het kussen. De veren kleven aan elkaar door het vocht dat erin is gedrongen. Hieruit blijkt wel, dat dergelijke heksen niet moeten worden gezien als hysterische figuren, maar als mensen die iets weten en daarvan gebruik maken, ook al worden zij in de christelijke wereld misverstaan.

In deze tijd is de hekserij weer wat opgeleefd. En ook hier moeten wij weer direct een onderscheid maken.

Er zijn sensatiezoekers. De mensen, die het leuk vinden om met hun rug naar het altaar in hun blootje rond te huppelen, vooral als er dan nog een orgie bijkomt. Dat is helemaal in. Tegenwoordig kun je die orgieën vaak zonder hekserij hebben en dat heeft de attractie aanmerkelijk verminderd. Dit zijn mensen die dit eenvoudig doen om anders te zijn dan een ander. Ze goochelen wat met bezweringen, ze roepen vreemde namen aan en laten het daarbij. Maar daarnaast zijn er, die wij zeker in deze tijd overal kunnen aantreffen en die teruggrijpen naar de oude wetenschappen. Zij zijn heksen, omdat ze gebruikmaken van kruiden, kruiderijen, kruidendranken, omdat ze weten hoe ze bepaalde elementalen kunnen aanspreken en eventueel kunnen beïnvloeden. Maar zij werken in de eerste plaats met wetenschappelijke middelen. Hun optreden wordt door geheimzinnigheid omgeven. Dat hebben ze ook nodig, want indien hun hulp wordt ingeroepen of hun raad wordt gevraagd, dan willen ze overwicht hebben, omdat hun suggestie toch ook zeer belangrijk is bij elk proces dat zich voltrekt.

De heksen en de magiërs van deze tijd zijn mensen, die met natuurlijke middelen werken. Maar als ze toegeven dat hetgeen zij doen berust op hekserij, magie, tovenarij, dan moeten ze de zaak wel versieren, zodat het een soort godsdienst wordt of ze moeten op een andere manier gezag vinden. Het is niet voor niets dat sommige magiërs een academische graad halen, alleen maar om in staat te zijn zonder opzien te baren hun werkelijke begaafdheden te gebruiken.

Er zijn hier in Nederland naar mijn weten tenminste 50 dokters, die als magiër zouden kunnen gelden en wel, omdat zij geen gebruik maken van de producten van de farmaceutische industrie, maar bij voorkeur, en dan vaak nog in kleine hoeveelheden, hun eigen kruidenextracten plegen voor te schrijven. Ze worden niet erg gewaardeerd en in de medische stand hebben ze weinig te zeggen, maar ze zijn gediplomeerd, dus mogen ze het doen. Dat ze veel klanten krijgen, is begrijpelijk. En dat andere mensen menen dat je daar een mooi zaakje van kunt maken, is evenzeer begrijpelijk. Dat heeft de kruidkunde in Nederland inderdaad verscheidene malen een grote slag gegeven.

Ik geloof dat je de filosofie van de groene magiërs van deze tijd als volgt kunt omschrijven;

Als God alle dingen maakt (ook de kwalen), dan zal Hij ook de geneesmiddelen ervoor maken. Indien ik de kwaal ken, zal ik het geneesmiddel kunnen vinden, als ik de voorstelling van de kwaal maar bij mij blijf dragen. Als ik een geneesmiddel ken dat eenmaal tegen de kwaal werkzaam is gebleken, zal het een tweede maal ook bruikbaar zijn, zolang ik rekening houd met de afwijkende symptomen van de patiënt. Waaruit blijkt dat men het hier hoofdzakelijk in de geneeskunde moet zoeken.

De bezwering van elementalen komt in het Westen heel wat minder voor. Het gebeurt wel. Ik kan mij in Nederland maar drie kringen voorstellen, waarin een dergelijke procedure wordt gevolgd. In Engeland zijn er aanmerkelijk meer. Wat gebeurt hier?

Men kent de harmonie, die er bestaat tussen bepaalde elementalen en bv. water, bepaalde geurstoffen, bepaalde planten of bestanddelen van planten. De bezwering is gebaseerd op het muizenval principe. Je brengt een lokaas aan voor deze entiteit en tevens schep je een harmonie. Je straalt je gedachten uit, zodat zij dichterbij kan komen. Je bent heel rustig, nadat je de entiteit hebt aangeroepen. Deze verschijnt dan. Resultaat er is een entiteit en ik heb haar nu in mijn ban. Dan kan ik die geest een opdracht geven. Die opdracht moet eenvoudig zijn. Ik kan een entiteit wel leren schrijven bv., mits ik letter voor letter voorzeg. Maar als ik haar nu ook nog moet leren om blaadjes om te slaan of brieven in enveloppen te steken, dan duurt dat jaren. Ik kan daarvoor beter een andere nemen, die ik een dergelijk eenvoudige functie leer.

In een van de verhalen over madame Blavatsky wordt verteld dat zij werd geholpen door dergelijke geestjes, die o.m. haar trapnaaimachine in beweging hielden, zonder dat ze daarvoor zelf iets behoefde te doen. Dat is heel goed mogelijk, want die beweging is eenvoudig. En de kracht, die moet worden gebruikt, is voor een natuurgeest toch nog wel redelijk. Ik denk, als je dat in beweging wilt uitrekenen, dat een gemiddelde natuurgeest (een aard of boomgeest) in staat is om een energie af te geven vergelijkbaar met die van een motortje van 110 Plu.

Aan de andere kant moet je ze voortdurend onder appel houden. Dat is zeker geen krachtenbesparing, want wat je aan lichaamsenergie spaart, ben je aan geestelijke energie ruimschoots kwijt. Maar er zijn dingen, die je zelf niet kunt doen en dan kan het van belang zijn een elementaal op te roepen en te zeggen het een of ander te volbrengen.

Het principe van de muizenval kun je natuurlijk helemaal ritueel opbouwen. Dat gebeurt ook vaak, maar je kunt dat evengoed met je gedachten doen. Indien je je een zuivere voorstelling kunt maken van de entiteit of van datgene, waarmee zij zich één voelt (bv. een entiteit, die bij knotwilgen leeft), dan is de voorstelling van een knotwilg genoeg om een zekere harmonie met die entiteit te krijgen. Je behoeft die geest dan zelf niet te kennen. Vervolgens probeer je je voor te stellen dat die knotwilg je hoort. Je spreekt en die knotwilg luistert. Antwoord behoeft hij voorlopig niet te geven. Hierdoor bereik je een communicatie. Omdat je gedachten over het algemeen veel scherper geformuleerd zijn dan die van een natuurgeest of elementaal, zal hij door de hem toestromende gedachten worden overweldigd. Zijn denken wordt daarbij voor een deel op de achtergrond gedrongen. Hij kan daarbij natuurlijk terugvallen op overgenomen menselijke gedragspatronen (dat komt nl. voor, vooral als zo’n plant of knotwilg in de nabijheid van mensen staat bv. bij een slootje waar veel toeristen langs komen), maar hij zal er toch nooit iets tegen in kunnen brengen. Hij kan hoogstens een afleiding tot stand brengen. Dan zeg je: Ik ben ook een knotwilg, kom bij me. Daar kunnen ze geen weerstand aan bieden. Ze zijn nieuwsgierig. Je krijgt het gevoel van te worden beroerd. Op dat moment moet je zo eenvoudig en zo scherp mogelijk een opdracht geven en gelijktijdig je voorstellen dat die entiteit aan jou gebonden is. Dat is suggestie.

Een dergelijke methode is bv. de kip en de krijtlijn. Door alles te concentreren op een punt wordt de entiteit inderdaad weerloos. Zij is bereid aan te nemen, dat die weerloosheid blijft bestaan, indien ze ongehoorzaam is, want ze gaat uit van haar ervaring van het ogenblik. Het resultaat is, dat mits de opdracht eenvoudig genoeg is, deze dan ook wordt volbracht. Heeft een entiteit, die u zo heeft bereikt, eenmaal die opdracht uitgevoerd, dan kunt u door u te concentreren op hetzelfde beeld (dus weer de knotwilg), maar ook door een bevel te herhalen meestal het contact met die entiteit onmiddellijk krijgen. Na enige tijd reageert zo’n elementaal dan als een goed gedresseerd dier, dat weet dat twee keer met de vingers knippen betekent driemaal linksom mijn as draaien. Hij doet dus automatisch wat er wordt gevraagd.

U zult begrijpen, dat er daardoor een gebrek aan selectiviteit ontstaat. Zou u hem naar een bepaalde persoon willen sturen, dan zult u precies de plaats, de persoon en de uitstraling van die persoon moeten kunnen aanduiden. Kunt u dat niet, dan kunt u volstaan met wat van het haar en de nagels van die mens (in de magie bekend) en daarvan a.h.w. de elementaal de lucht van geven. Dan weet hij wel hoe hij moet zoeken. Maar zelfs dan moet u de zaak heel goed van tevoren bepalen en richten.

Het gebruik van elementalen zal in vele gevallen geen nut hebben. Maar je kunt iemand op die manier dromen bezorgen. En als je die dromen goed genoeg bezorgt, kun je daarmee zijn acties op de dag beïnvloeden. Verder gaan dan dit is binnen het kader van een tocht in het licht blijvende magie niet mogelijk.

Ik vraag mij weleens af waarom de mensen zo vaak dromen over dingen, die ze zelf niet kunnen doen, terwijl een kleine verlenging van hun wil en functies voldoende zou zijn om hen toch die dingen te doen bereiken. Hier nl. zou men inderdaad met een elementaal iets kunnen doen. Voor uw land en uw omgeving betekent dat over het algemeen eerder een watergeest dan een boom- of aardgeest. Het milieu is er niet zo geschikt voor en de dichte bewoning van mensen heeft hen ofwel bijna doofstom gemaakt voor elke invloed, die van de mensen uitgaat (en dat zijn er een paar), dan wel hen verdreven (dat zijn er meer). De watergeesten zijn in uw omgeving doorgaans nog wel te bereiken en te hanteren. Indien u zich maar een voorstelling kunt vormen die passend genoeg is, zou u het kunnen proberen en daarmee zou u zelf magiër zijn.

Het is de magiër, die in zijn brein de werkingen projecteert, die de magie vormen. Niets wat van buitenaf komt is in staat krachten op te wekken, indien uw geest er niet bij is, uw voorstelling er geen rol bij speelt. Aan de andere kant is het wel zo, dat als ik de voorstelling heb en deze sterk genoeg heb opgebouwd, ik van alle verdere hulpmiddelen desnoods kan afzien.

De groene magiër heeft zijn kennis nodig. Die heeft u ook nodig, want u kunt zich geen knotwilg voorstellen, die half populier is daar komt nooit iemand op af. Hoogstens zeggen ze; Daar zit een geestesgestoorde. U moet weten hoe een plant eruitziet. Indien u bepaalde eigenschappen van planten wilt projecteren, dat kan ook voorkomen, dan moet u precies weten hoe die eigenschappen zijn. En als het even kan zelfs ook op welke tijd die eigenschappen het sterkst zijn.

U heeft kennis nodig. En als u die kennis eenmaal heeft opgedaan, dan is het in gedachten projecteren meer dan genoeg om ook elementalen in te schakelen. U kunt dan werken met: én de elementalen die bepaalde astrale en zelfs vitale invloeden kunnen reguleren én met de natuurlijke middelen, waardoor het mogelijk is het lichaam zo snel mogelijk in een gunstige conditie te brengen, zonder dat daardoor residuen of onaangename nevenverschijnselen in het lichaam achterblijven of ontstaan.

Groene magie zou zeker ook voor u in uw dagen bruikbaar zijn. Als ik hier een ogenblik iets mag afwijken.

U leeft in een wereld van milieuverontreiniging. Vraag u eens af welke vervangingsmogelijkheid er is voor vele industriële producten. U zult tot de conclusie komen dat u zeker niet alle chemicaliën en chemische residuen zonder meer zult kunnen vermijden. Maar u kunt wel terugkeren tot een natuurlijker levenswijze. Op dezelfde manier als u kruiden zoekt, moet u zich ook afvragen welke invloed ze ondergaan. Als u vlak aan een autosnelweg weegbree plukt, dan is de kans op een ontsteking er toch, omdat daar nl. nogal eens loodneerslag op zit die gemengd met het sap bijtend kan werken Dan krijgen we wel niet de verharding van de huid bij een blaar, maar wel een ontsteking en lichte pusvorming. Kan ik diezelfde weegbree verder het land in zoeken, dan ben ik beter af, daar is de chemische neerslag waarschijnlijk veel minder sterk.

Als u kruiden gaat zoeken, doe dat dan niet waar veel fabrieken zijn, want, de hemel weet wat daar allemaal voor stoffen op neergeslagen zijn. Ga desnoods met de auto erop uit en pluk wat verderop uw kruiden. Dat is veel voordeliger. Je moet rekening houden met alle omstandigheden. Een mens, die zijn milieu kent en het plantaardig leven daarin, die een beetje begrip heeft voor de bezielende krachten in de natuur, kan zelfs in uw land heel veel doen. Hij kan daarbij ook bijdragen tot versnelde afbraakprocessen. Je kunt bv. zorgen dat in wateren, die toch wat giftig zijn, het dopkroos gedeeltelijk weer wordt vervangen door eendekroos. Dopkroos is nogal verstikkend door de stoffen die het afscheidt, terwijl eendekroos daarentegen de omzettingsmogelijkheid in het water vergroot. Dergelijke eenvoudige processen zijn wel degelijk bruikbaar om tot een milieuverbetering te komen.

U moet het in deze tijd niet allemaal technisch zoeken, De magiër moet bereid zijn de techniek te erkennen. Hij moet zelfs bereid zijn iets van die technieken te leren, maar hij moet ervan afzien, de kunstmatigheid, de onnatuurlijkheid, die in vele procédés naar voren komt te gebruiken of te aanvaarden, indien er maar een andere mogelijkheid is.

Zeker als u met groene magie werkt, wees dan voorzichtig! Niet zozeer vanwege de resultaten die vallen meestal wel mee, maar vooral vanwege de houding van uw medemensen. Het is vreemd, dat u in uw land volkomen gerechtigd bent necromantie te bedrijven (het oproepen van doden) dat u duivels kunt bezweren, dat u moogt werken met zwart magische middelen zonder dat u wettelijk strafbaar bent, maar dat u zodra u met groene magie werkt, dus met suggestie en plantaardige middelen onmiddellijk onder het strafrecht valt. Dat is in heel veel landen zo.

Het is een techniek. Het is niet alleen maar iets wat je geloof kunt noemen. Daarom staat u bloot aan sociale maatregelen. Dat betekent dat iemand, die een dergelijke magie gebruikt, deze voorzichtig moet ge­bruiken en zeker niet iedereen moet zeggen dat hij een groene magiër is, want dan wordt hij het slachtoffer.

Wie hiermede wil werken, doet dit in stilte. Vertel zelfs niet aan uw beste vrienden dat u met die magie bezig bent. Geef alleen de hulp, die u kunt geven door uw erkenning van plantaardige mogelijkheden.

Denk met suggestie, maar doe het zeker in uw wereld ofwel met een direct beroep op geloof, dan wel onopvallend. U kun hier dus niet even een dansje gaan uitvoeren om de koorts te verdrijven, maar u kunt wel met een ernstig gezicht zeggen “Gelooft u in de Here Jezus? Gelooft u in zijn genezende kracht? Aanvaardt u die genezende kracht? Hier is die kracht. Drink nu deze thee op, dan komt het voor elkaar. Dan werkt het. Het zijn maar een paar aanwijzingen.

Degenen, die dit in vorm gecorrigeerd nalezen, moeten zich goed realiseren: praktische mogelijkheden bestaan vandaag de dag ook voor u. Maar ze vragen zoals alle soorten magie eerst kennis. Wie zonder kennis beginnen te werken, zelfs al is het maar met gebruikmaking van een elementaal, zal ongelukken kunnen veroorzaken, waarvan de omvang niet meer te overzien of te beheersen is. Zij, die eerst kennis daaromtrent opdoen en weten waaraan zij beginnen, hebben daardoor de mogelijkheid alles te beheersen en af te werken.

U bent omgeven door een levende wereld. Die levende wereld kan op uw gedachten reageren en doet dit meestal. Wanneer u echter uw gedachten bewust leert gebruiken en daarbij een erkenning vindt van bezielde elementen rond u, zullen uw gedachten veel werkzamer kunnen zijn en zult u bewust de medewerking kunnen afdwingen van alle krachten, die in de natuur leven en die daardoor wat wils-vermogen en voorstellingsvermogen betreft, onder u plegen te staan.

Het oproepen van voorouders

In vele landen heeft men de gewoonte voorouders te raadplegen bij belangrijke beslissingen. Er zijn hiervoor verschillende gebruiken te noemen.

Wij weten dat op bepaalde eilanden (onder meer de Fiji’s) voorouders worden aangeroepen in de rook van kruiden. De tovenaar interpreteert het woord dat wordt gegeven.

In het oude China nam men aan dat in de vooroudertabletten een deel van de ziel van de ouder aanwezig was. Door wierook te branden en zich in meditatie eerbiedig neer te zetten voor deze tafels kreeg men dromen beelden of inzichten die aan de voorouders te danken zou­den zijn

De voorouders zijn belangrijk voor de mens, omdat hij zonder het zelf te weten het product is van die voorouders. Hij is het voorlopige eindproduct van een genetische keten en als zodanig draagt hij een groot deel van zijn voorouders in zich.

De magie die met voorouders probeert te werken, kan vaak een beroep doen op eigenschappen, die in de nu levende persoon zetelen. Hieruit vloeit voort, een grote geestelijke harmonie, tijdelijk ontstaan t.a.v bepaalde voorouders. Daarnaast een geloof waardoor alle geeste­lijke krachten die harmonisch zijn zich tot de persoon in kwestie kunnen vinden.

Opvallend is dat bij deze voorouderverering het gebruik van licht ­bedwelmende dampen een grote rol speelt. Vanaf de josa sticks in Gina, die enorm benauwend kunnen werken, tot de kruidenverbranding zoals wij die elders kunnen vinden, altijd weer is er de damp. En degene, die weer­geeft of ontvangt, moet wel enigszins doen denken aan een soort Pythia, die immers ook bedwelmd door dampen, de orakels van de goden kon weer­geven.

Wat doet de magiër in verband met die voorouders? In de eerste plaats is hij er altijd op uit om contact met hen te krijgen door middel van stoffelijke waarden. Men kiest een gebruiksvoorwerp van een voorouder en probeert dat zelfs lange tijd te bewaren. Deze dingen worden heilig. Als ik een dergelijk heilig voorwerp hanteer, hanteer ik daarmee (theoretisch) de ouder en kan ik hem dus inschakelen bij elk lo­pend project.

Het is een beetje bijgeloof, maar het krijgt toch wel een zeer eigen­aardige achtergrond, indien wij ons realiseren dat zelfs heilige krissen e.d. heel vaak hun heilig zijn en hun kracht ontlenen aan personen die in het voorgeslacht of althans in het volk hebben geleefd. En dat aan relikwieën, die in vele kerken worden bewaard, ook vandaag de dag nog bijzon­dere eigenschappen worden toegeschreven, omdat zij deel of bezit waren van, of een lichaamsdeel bevatten van een persoon van bijzondere belang­rijkheid.

In een wereld, waarin de voorouderverering als een directe verering is weggevallen, zien wij langzaam maar zeker een vervanging van de voor­ouder ontstaan. Denk aan de wereld van de heiligen of aan bepaalde enge­len, bepaalde godsfiguren zelfs, die in de plaats treden van de vaderlijke figuren uit het voorgeslacht. Wat dat betreft ook de moederlijke figuren worden regelmatig vervangen.

Altijd weer is hier sprake van een direct beroep. Er wordt geloofd in een directe uitwerking. Dit kun je binnen een grote plechtigheid veel gemakkelijker tot stand brengen dan zo maar eens even. De Chinees die in eenzaamheid voor zijn vooroudertablet gekrield ligt, zal misschien visioe­nen krijgen. Maar de suggestieve werking is zeer zeker veel minder dan bv. bij een processie, waar men het een of ander deel van een heilige aanraakt, of men trekt naar een heilige plaats.

De massaliteit, dat heeft men vroeger reeds beseft, is erg belangrijk voor het verkrijgen van deze resultaten. Daarom werd het aanroepen van voorouders bij primitieve stammen nimmer gedaan door een persoon met eventueel een tovenaar. Men trachtte steeds zoveel mogelijk de gehele gemeenschap erbij te betrekken. Het resultaat was dat er grote suggestieve waarden in de bijeenkomst waren en dat zelfs een gerichte gedachtenprojectie de aanwezigen kon worden afgedwongen. Als iedereen ongeveer gelijk denkt, ontstaat er een astraal beeld van zodanige kracht, dat geesten zich daarin gemakkelijk kunnen openbaren en dat zelfs zonder dit bepaalde krachten zich van daaruit kunnen ontladen.

Het resultaat van deze eerste voorouder commentaren was overigens nogal eigenaardig. Men ging nl. over tot het opbouwen van hele reeksen voorouders. Deze reeksen bestonden soms uit beelden die werden opgesteld. In andere gevallen uit zuilen met symbolen, zelfs de totempaal is eigenlijk iets dat thuishoort bij de voorouderverering. In weer andere gevallen legde men plaatsen aan, waarin de zielen van de voorouders zouden kunnen vertoeven. Er zijn tuinen voor voorouders gebouwd bij Babylon en Ninive.

Als ik vele mensen bijeen doe komen en daar een contactmogelijkheid stel, zullen de mensen die contactmogelijkheid waarmaken. Hoe meer ik de belangstelling van de mens kan richten, des te groter het resultaat, des te plechtiger het totale optreden en des te groter ook de macht die ik kan ontlenen aan het contact met de voorouder dat ik tot stand breng of voorgeef tot stand te brengen.

De gehele situatie heeft zich langzamerhand ontwikkeld op een wijze die men zeker in het verleden niet zal hebben voorzien. Een groot gedeelte van het spiritisme op meer persoonlijke basis is in feite een uitvloeisel van de oude gebruiken die eens bij de voorouder en heldenverering zijn ontstaan. Het gaat om het spreken met de geesten van overgeganen, aan hem raad te vragen, van hen mededelingen te ontvangen. Dat was in het verleden evenzeer het geval.

Als wij nagaan op welke manier in de kerken en tempels gebruik wordt gemaakt van deze technieken, dan valt ons wederom op het aanroepen bij naam van bepaalde persoonlijkheden, het gebruik van reukwerken, het gebruik van rituele gebaren en gewaden, het scheppen van een uitzonderingstoestand en het samenbrengen van mensen op zg. heilige plaatsen. Die elementen zijn bewaard gebleven.

Voor mijzelf heb ik het gevoel, dat de mensen van vandaag eigenlijk nog steeds voorouders vereren, ook al hebben ze voor een groot gedeelte het directe vooroudercontact op de een of andere manier gesublimeerd. Voor hen gaat het nog steeds om een beroep op het verleden. En als dat beroep op het verleden wordt gedaan, omdat men zich beroept op vorige incarnaties, dan doet men eigenlijk hetzelfde als degene, die teruggaat via stoffelijke voorouders. Men probeert krachten, verklaringen uit het verleden geldend te maken voor deze tijd.

Zolang een mens hieraan gebonden blijft, zal hij een gebrek aan zelfstandigheid tonen. Hij zal minder snel komen tot een eigen besluitvorming en het beleven van datgene, wat in hem als mogelijkheid bestaat. Daarom is de voorouderverering, hoe goed zij lange tijd ook is geweest om een eenmaal bestaande kennis te behouden of om bestaande mogelijkheden steeds opnieuw te openbaren, op dit ogenblik bijna gevaarlijk aan het worden. Want vooral bij sterk geformaliseerde uitvoeringen draagt zij er heel veel toe bij dat de mens zijn eigen besluitvaardigheid voortdurend verminderd en zich steeds meer gaat beroepen op de krachten die in de plaats zijn getreden van de eens direct vereerde voorouders.

De mens die tot vrijheid wil komen, zal moeten beseffen dat al is er een contact mogelijk met voorouders, met de geest, ja met God en alle hemelen, de mens nog steeds staat voor zijn eigen leven. En dat hij uit dit leven moet verdergaan. Wie dit niet begrijpt, wordt voortdurend weer het slachtoffer van de illusies, die hijzelf heeft gekweekt.

Ik heb helaas niet de tijd om hierop verder in te gaan en wil daarom als besluit van dit onderwerp een enkel voorbeeld geven van een techniek van voorouderbezwering zoals deze op dit moment nog bij primitieve volkeren in gebruik is.

Men komt tezamen. De samenkomst geschiedt in het donker. Men ontsteekt enkele vuren en zit enige tijd daarnaar te staren. Dan zijn er geluiden. Geluiden, die ritmisch zijn en meestal een stem die langzaam en voorzichtig de voorouders begint aan te roepen. Deze aan­roeping geschiedt in de vorm van een lied. Dit lied wordt overgenomen en mee geneuried. Langzaam maar zeker wordt het ritme sterker en ster­ker. De vuren vlammen feller op door er nieuwe brandstof aan toe te voegen en dansers of sprekers verschijnen.

Over het algemeen hebben wij te maken met dansers, die een ogen­blik hun dans onderbreken om met een aantal kreten (een soort slagzin­nen) duidelijk te maken wat de bedoeling is. Hierdoor wordt de hele mas­sa meegesleurd. Er ontstaat een gemeenschappelijke roes, een werkelijk­heidsvervreemding, waarbij ook personen uit de kring zelf kunnen meedoen aan een dergelijke dans. Als het hoogtepunt van de roes is bereikt, dan breekt alles af. De dan ontstane tegenstelling tussen de bijna, absolute stilte (de vuren doven reeds enigszins) en de felheid, die een ogenblik tevoren bestond, heeft een enorme invloed op de mens. Hij staat plotse­ling open voor alle invloeden, want hij verwacht nog krachten en geluiden. Velen ondergaan hierbij geheimzinnige innerlijke trillingen die voor hen kunnen worden omgezet in signalen van voorouders, de aanwezigheid van geesten,

Dan zal degene, die heeft meegedanst of de leider, beide is moge­lijk, midden in de kring in de roes langzaam weer een dans beginnen, die echter veel statiger is. Deze gaat over in kramp. In die kramp wordt ge­sproken. Wat spreekt is de stem van de voorouder of van een godheid die de plaats daarvan inneemt. De taal waarin wordt gesproken moet meestal worden vertaald d.w.z. de klanken zijn niet normaal en begrijpelijk. De vertaling wordt, zoals u wel zult begrijpen, heel vaak aangepast aan hetgeen de leiders van het gezelschap wenselijk vinden. Toch komen in der­gelijke gevallen wel degelijk openbaringen voor van voorouders, die feite­lijk hebben bestaan.

Het is mij bekend, dat bij een bijeenkomst bij de Massai, die er op het ogenblik niet al te prettig voor zitten, iemand de overwinningen van de Massai uit een ver verleden begon te reciteren, daarbij gegevens aanha­lend die in de stam zelf niet meer bekend waren. Daarna werd er een dui­delijke raad gegeven voor het gedrag, zoals dat nu geldt. Dit had o.m. te maken met de gebruiken van vlees eten, van het drinken van bloed, de voeding en vooral de wijze van overlevering en training.

De aanwijzing om de krijgerstraining niet meer op de oude manier te doen plaatsvinden. Maar de jongeren, als ze herder beginnen te worden en moeten gaan trainen, dit met moderne wapens te laten doen. Dit bewijst dat deze voorouders een praktische opvatting van de zaak hebben. Ik meen dan ook dat hier sprake is geweest van een werkelijk contact, omdat enerzijds het onaantastbaar zijn van de stamgemeenschap en de superioriteit van de stam als geheel intact werden gelaten, terwijl anderzijds een aanpassing werd gegeven aan de bestaande wereld en daarbij zelfs op een zeer handige wijze werd weergegeven hoe men zich in de bestaande verhoudingen o.m. van wapens kon voorzien, hoe men zich van de steun van anderen kon verzekeren. etc. Ik meen dat een dergelijke uiting als reëel kan worden beschouwd, zodat ik wil besluiten met de opmerking;

Voorouders, onverschillig hoe je ze noemt, spreken ook in deze tijd nog vaak tot de mensen. Degenen, die het menselijk leven hebben achterge­laten proberen nog steeds invloed uit te oefenen. En indien de mens hen daartoe de mogelijkheid geeft, kan hij vaak krachten, commentaar en raadge­vingen ontvangen. Maar hoe sterker de gebondenheid aan persoon of groep vanuit de geest zal zijn, hoe beperkter de raadgeving en daarmede ook hoe eenzijdiger de raad die kan worden gegeven. Dit voert tot vele mis­vattingen.

Ik meen te mogen stellen dat vooroudervereringen in welke vorm dan ook in deze periode wel eens gevaarlijk zou kunnen zijn voor de mens, omdat de raad die hij ontvangt niet het werkelijke nut heeft voor een bestaan in de gehele wereld zoals ze is, maar meest­al zal zijn gericht op het in stand houden van of het terugvinden van vroegere waarden.

Bestaanswaarden

De waarde van het bestaan is gelegen in de waardering die wij voor het bestaan zelf hebben. Naarmate we ons eigen bestaan meer le­ren waarderen en minder afhankelijk stellen van de vergelijking met het bestaan van anderen, komen we tot een persoonlijke waardering van het leven en daarmee tot een grotere bestaanswaarde.

De mensen die bestaanswaarden plegen uit te drukken in regels, vergeten daarbij dat alle regels op zich een aantasting zijn van de waarde van het bestaan. Slechts de mens die vanuit zijn eigen bestaan een bepaalde regelmaat voor zichzelf als noodzakelijk ervaart, kan de bestaanswaarden in regels uitdrukken. Zodra hij de regels aan anderen oplegt, raakt hij anderen een redelijk bestaan onmogelijk, terwijl hij zich­zelf steeds onredelijker ontpopt tot een verkondigen van een bestaans­waarde die hij dan zelf niet meer als zodanig kan aanvaarden.

In de moderne tijd zouden we bestaanswaarden als volgt kunnen omschrijven:

Een grote waardering voor het leven en voor alle mogelijkheden die je persoonlijk daarin kunt vinden.

Een aanvaarden van de beperkingen die je voor jezelf als noodzakelijk gevoelt in dit leven en het vreugdig volbrengen met deze beperkingen van alle taken en mogelijkheden die je in het leven vindt.

Ik geloof dat bestaanswaarden in het heden slechts kunnen worden uitgedrukt door de ontkenning van onze afhankelijkheid van het bestaan en de waarde van het bestaan van anderen. Op het ogen­blik, dat we onze bestaanswaarden koppelen aan datgene wat ande­ren voor ons kunnen doen, zullen we altijd menen tekort te krijgen, zodat we denken geen leven te hebben, terwijl we leven op kosten van de anderen en dit ten koste van ons begrip van bestaan en de waarde van bestaan.

In de moderne tijd geldt verder dat je verplicht bent je naaste te helpen. Ik ben het daar volledig mee eens en meen dat voor het vinden van de werkelijke waarde van het bestaan een combinatie van samenwerking met anderen wel noodzakelijk is. Maar ik vind het wel vreemd dat men de­ze naasten over het algemeen daar zoekt waar men zelf er geen last van heeft, nl. in ver afgelegen landen. Indien u mij vraagt wat absoluut van onwaarde is in het bestaan, dan zou ik opsommen, alle gedachten van anderen die mij het eigen denken onmogelijk ma­ken.

Elke gebondenheid aan voorstellingen, gewoonten en gebruiken waardoor ik niet in staat ben datgene te volvoeren wat ik erken als goed, wenselijk of noodzakelijk.

Elke beperking van buitenaf die mij vertelt dat ik een brave jongen moet zijn, terwijl ik het gevoel heb dat ik juist daardoor niets meer aan mijn leven heb. Kortom, ik wil hier zelfs pleiten voor het recht van de mens om ondeugend te zijn, omdat hij zonder dat volgens mij bijna geen bestaan heeft. En als hij geen bestaan heeft, hoe moet hij dan over bestaanswaarden spreken?

Indien ik ten laatste nog daaraan mag toevoegen, dat geleerd­heid voor een beleven van het zijn niet noodzakelijk is, zo bega ik waarschijnlijk een grote zonde in de ogen van velen die menen dat ge­leerdheid en een voortdurend verdere scholing van de mens noodzakelijk is om hem enig begrip van de waarde van het bestaan te geven.

Ik geloof dat de meeste mensen die zo geleerd zijn, zoveel waar­den hebben die zij afzonderlijk moeten waarderen dat ze niet meer tot een waardering van de waarde van het bestaan komen. Ik meen nl. dat de mens die voortdurend meer moet en wil weten en daardoor een steeds grotere verantwoordelijkheid zal moeten dragen, zich daardoor zodanig projecteert in een buitenwereld dat hij zichzelf niet meer beseft. En als je jezelf niet meer beseft, dan kun je net zo goed meteen dood­gaan, want dan is er toch geen verschil meer.

Vrienden, u heeft mij gevraagd iets te zeggen over bestaanswaar­den. Wel, al is dit geen meditatie zoals u gewend bent, ik zou toch willen zeggen:

De werkelijke waarde van mijn bestaan is het besef dat ik niet voor niets besta. Het is het gevoel dat er in mijn leven en bestaan voortdurend dingen zijn, die wel goed en wel mooi zijn. Het gevoel dat ik niet gebonden ben aan vaste gebruiken, gewoonten of werkingen door­dat ik op elk moment kan veranderen, omdat mijn wezen dit op elk ogen­blik noodzakelijk kan maken. Ik kan de waarde van het bestaan vinden, indien ik mijzelf niet beschouw als een al bepalende waarde, maar wel be­sef dat elke waarde van het bestaan, die voor mij werkelijk is, alleen door mij ervaren en beleefd kan worden,

En daarmee heb ik geloof ik voldoende hierover gezegd. Want in­dien ik zou voortgaan over de waarde van het bestaan, zou ik waarschijn­lijk uw bestaan een zekere mate van onmogelijkheid toemeten en meer van u vergen dan zelfs bij een dergelijk onderwerp gewenst is. Dus hoop ik voor u dat u in staat zult zijn te begrijpen dat u bestaat, te begrijpen dat uw bestaan zinrijk en betekenisvol moet zijn, ook al is het op dit ogen­blik misschien in uw ogen anders. En dat u in vertrouwen op deze beteke­nis van uw bestaan, alle mogelijke vreugden, krachten en waarden, die in het bestaan voorkomen, zal durven aanvaarden, ermee zal durven leven en werken en zo uzelf zult maken tot een wezen dat niet slechts werkelijk en bewust bestaat, maar dat door de wijze waarop het dat doet het bestaan ook ten volle waard is.