Harmonische factoren

uit de cursus ‘Kosmische krachten aan het werk‘ (hoofdstuk 4 ) – januari 1978

Harmonische factoren

Elke mens heeft een aantal kwaliteiten en eigenschappen die ten dele stoffelijk zijn en zelfs astrologisch kunnen worden bepaald aan de hand van de geboortehoroscoop. Daarnaast heeft hij geestelijke factoren. Deze worden voornamelijk bepaald door de weg die hij volgt. Dan heeft hij nog de ervaringsfactoren die eveneens in de geest zetelen en samenhangen met voorgaande levens. Kortom, een hele reeks ervaringen waaruit het ‘ik’ zijn besef heeft opgebouwd.

Als je de mens beschouwt, dan blijkt dat een aantal van deze factoren harmonisch is met andere waarden in de wereld. Er zijn daarentegen ook verschillende zaken in de wereld, geestelijke zowel als stoffelijke, waarmee je die eenheid niet of ternauwernood zult kunnen bereiken. Wij moeten voor dit onderwerp even afzien van de zuiver menselijke regels want deze spelen, althans in dit verband, praktisch geen rol. Een harmonie wordt namelijk bepaald door het feit dat men voor zich – ongeacht of dit geestelijk is, uit ervaring of uit stoffelijke waarden voortkomt – een aanvulling ervaart bij het andere of de ander. Dit is de meest belangrijke factor.

Wanneer wij spreken over die harmonische factoren, dan denken de meeste mensen dat het gaat over vaagheden. Dat is helemaal niet waar. U kunt een mens ontmoeten en al kent u hem helemaal niet, automatisch toch harmonisch op die mens reageren. U zult in die persoon misschien zeer weinig vinden dat stoffelijk attractief is en u zult ook op zuiver geestelijk niveau misschien nog wel bepaalde verschillen bemerken maar u reageert op de achtergronden die in het bewustzijn van die mens verborgen zijn. Dan kunt u bijna zeker zeggen dat er in dit geval sprake is van een z.g. ervaringsharmonische.

Als we zouden nagaan hoe de mensen vroeger hun ontwikkelingsgangen hebben doorgemaakt, dan zouden we zeer waarschijnlijk komen tot een aantal gelijktijdige of bijna gelijktijdige incarnaties op aarde. Het is duidelijk dat deze factor dan de harmonie is. Maar dan blijkt ook dat zij door elkaar gevoelens en ervaringen toe te spelen, elkanders leven kunnen verruimen en gelijktijdig de inhoud, die het leven voor elk van hen heeft, kunnen uitbreiden. In dit geval is de harmonische dus een versterking van het eigen bewustzijn en tevens een grotere mogelijkheid tot aanvoelen of emotioneel benaderen van de omwereld.

Hierbij zijn ook zuiver materiële factoren vaak betrokken Er zijn mensen die zich zuiver stoffelijk tot elkaar voelen aangetrokken. Ook in dit geval is het helemaal niet noodzakelijk dat ze elkaar lang of kort kennen. Het is gewoon een kwestie die bestaat. Die aantrekking kan in een menselijke maatschappij natuurlijk onder druk komen te staan en in een bepaalde vorm worden omgebogen. Op zichzelf zegt dat alweer niets. Hier hebben we gewoon te maken met mensen, die stoffelijk elkaar aanvullen. Dat heeft te maken met onder andere hormonen en delen van de stoffelijke aura: de aura waarin de stoffelijke factoren spreken, de eerste laag rond het lichaam. Deze aanvulling kan alleen in stand worden gehouden zolang het functioneren van beiden op een gelijk niveau blijft. Begint één van hen anders uit te stralen of anders te functioneren, dan blijkt dat deze harmonie niet meer kan bestaan. Daarom stellen wij dat dergelijke harmonieën tijdelijke harmonieën zijn, heel vaak zelfs zeer sterk in tijd bepaald zijn en dat zij als functie hebben het tijdelijk aanvullen van eigen stoffelijk levensbesef en eventueel van levensenergieën zonder dat daaraan enig verder bewustzijns‑ of geestelijke consequentie te verbinden is.

Dan blijft over de weg die men volgt: de eigenlijke tendens waardoor de geest langs een bepaalde ervaringsweg tot bewustzijn gaat komen. Indien deze bij beide personen overeenstemt – en dan behoeven ze elkaar nooit ontmoet te hebben – dan zullen zij door de gelijkheid van de weg elkaar automatisch krachten toesturen. In dergelijke gevallen is er sprake van wat men wel, overigens verkeerd, zielsverwantschap noemt. Want men vult elkaar aan op elk niveau, niet doordat men in feite aanvullende waarden bezit, maar omdat beiden de ander stimuleert tot een juister ervaren van de eigen weg. En zo is zelfkennis het resultaat van een dergelijk contact. Dit voor zover het mensen betreft.

Hetzelfde kan gelden voor mens en omgeving. Als je met de omgeving te maken hebt, kun je zeggen: lichamelijk voel ik mij prettig in een omgeving die aan mijn lichamelijke behoeften zo goed mogelijk tegemoet komt. Dat is echter van weinig betekenis want dat kun je overal wel vinden. Maar nu kan het zijn dat er een bepaalde sfeer hangt in die omgeving waardoor je je aangetrokken of afgestoten voelt. Er zullen heel veel mensen zijn die dan onmiddellijk beginnen te zeggen dat daar geesten moeten zijn. Maar dat is helemaal niet nodig. In feite is er in die omgeving een bepaalde uitstraling. Die uitstraling herken je. Ze is heel vaak een herinnering aan een vroeger bestaan of aan geestelijke activiteiten, die met de omgeving in kwestie (b.v. een land) verbonden zijn. Het kan zo sterk zijn dat er mensen zijn die op één plek in Frankrijk zich absoluut gelukkig voelen terwijl ze zich op een andere plek, die geheel daarmee te vergelijken is en misschien 30 kilometer verder weg ligt, niet gelukkig kunnen voelen. Dit is natuurlijk een sterk voorbeeld. Dit zult u alleen aan de hand van eigen ervaringen kunnen toetsen.

De meesten van u weten wel dat men zich aangetrokken kan voelen tot bepaalde vormen van cultuur en beschavingen. Sommige mensen worden gebiologeerd door b.v. de Azteekse of Tolteekse beschavingen. Weer anderen voelen zich aangetrokken tot het oude Egypte. Er zijn mensen die a. h. w. opleven zodra ze iets proeven van de sfeer van het oude India. In al deze gevallen is het bijna zeker dat in deze landen een vorige incarnatie heeft plaatsgehad of dat men geestelijk bij ontwikkelingen in die landen betrokken is geweest. De sfeer is dus ten dele een herinnering. Maar kom je ter plaatse en is die herinnering sterk genoeg, dan blijkt ze opeens naar boven te komen. Uit het onderbewustzijn van die mens schijnen plotseling nieuwe denkbeelden en nieuwe reacties op te rijzen.

De wijze van leven verandert, de wijze van denken verandert. De uitstraling van de aura, vooral van de twee buitenste lagen, begint eveneens verandering van kleur te vertonen. De mens wordt a.h.w. aangepast en brengt zijn vroeger bestaan als directe gevoelswaarden en vaak zelfs als redelijke waarden in zijn hedendaags stoffelijk zijn. Ook als dergelijke contacten zeer tijdelijk zijn, laten ze een blijvende indruk na. Maar als u die contacten helemaal niet heeft, dan kan het zelfs gebeuren dat u kijkt naar een afbeelding van zo’n land of landschap of naar een kunstvoorwerp en dat u ineens ergens vaag iets voelt van deze verwantschap. Ook hier is een harmonische waarde. Deze harmonische waarde helpt u wederom uw bewustzijn, zelfs tijdens het stoffelijk bestaan, beter te integreren en als zodanig is ze belangrijk.

Die erkenning kan ook bestaan tussen mensen en dieren, zelfs mensen en planten. Alle leven heeft vergelijkbare banden en mogelijkheden. Het kan zijn dat een mens uit duizend verwilderde dieren zich plotseling aangetrokken voelt tot één enkel dier. En het wonderlijke is dat het juist dit dier is dat ook op die mens positief en anders dan zijn geaardheid zou moeten zijn, gaat reageren. Ook hier is sprake van een harmonie, van een verwantschap.

In deze gevallen zullen we zien dat emotionele ontladingen in de richting van het dier plaatsvinden en als een soort stabiliserende energie vanuit het dier terugkeren. Dit geldt in dezelfde mate voor de plant, althans bezien vanuit menselijk standpunt. Ik hoop dat ik hiermee verschillende harmonische mogelijkheden voor de mens voldoende heb uiteengezet.

De vraag hoe men gebruik kan maken van dergelijke harmonischen, is een geheel ander chapiter.

Wanneer u als mens op aarde leeft, maakt u deel uit van een gemeen­schap. Deze gemeenschap heeft haar eigen zeden, haar eigen voorstelling van leven en belangrijkheid van zaken in dat leven. Ze zullen altijd een zeer grote rol blijven spelen, ook in uw eigen besef. Als u nu een harmo­nische zou gaan exploiteren, terwijl u het gevoel heeft dat dit verkeerd is, dan zult u de positieve waarde daarvan zelf a.h.w. teniet doen.

Dus is het erg belangrijk dat u bij elk gebruikmaken van harmonische moge­lijkheden mee uitgaat van uw eigen persoonlijkheid. Hoe voel ik het? Hoe be­leef ik het? Hoe denk ik dat? Dit is zelfs belangrijker dan de vraag wat de wereld ervan denkt of wat een ander daarvan zou zeggen. Want alleen daar waar uw innerlijke rust en harmonie niet werden beïnvloed of verstoord, kunt u die harmonische op de juiste manier beleven en heeft ze volledig waarde voor u.

Laat mij u een voorbeeld geven: u woont in Spanje. U brengt vechtstieren via training tot het peil waarop ze naar een arena kunnen gaan. Geen mooi beroep misschien maar het bestaat. Dit is voor u heel normaal. De stier is bestemd voor deze trotse dood, anders ziet u het niet. Maar er is één stier waarmee u een binding heeft. Nu is uw eerbegrip (dat speelt in die kringen een grote rol) zodanig dat u juist deze stier die zo bijzonder mooi, trots, sterk en vindingrijk blijkt te zijn, toch naar de arena zendt. Als u nu die binding met die stier heeft en u heeft de harmonische bewust beleefd en versterkt, dan zal de dood van die stier voor u een verlies betekenen en een zodanige schok dat alle positieve waarden die u misschien uit het contact heeft kunnen winnen, daardoor niet alleen teniet worden gedaan maar dat u zelfs belast bent met allerlei gevoelens en denkbeelden, die het u moeilijker maken om uzelf te zijn en u verder normaal te ontwikkelen. Ik kies juist een voorbeeld dat in uw eigen land geen rol speelt in de hoop u hierdoor een objectievere vergelijkingsmogelijkheid te bieden. Dit is het eerste punt waarmede wij rekening moeten houden.

Een harmonische binding bestaat of ze bestaat niet. Je kunt haar niet kunstmatig tot stand brengen. Ook dit is iets wat men wel eens vergeet. Men denkt dat men bepaalde dingen kan forceren. Dit is niet waar, zeker als het geestelijke harmonischen betreft.

Een geestelijke harmonische stoelt in uw voorgeschiedenis, niet in het heden alleen. Het is daarom niet mogelijk haar in het heden bewust op te bouwen aangezien dan de diepere achtergronden (de resonanties op geestelijk terrein die erg belangrijk kunnen zijn) daarin ontbreken. Indien u echter aan alle voorwaarden – voor zover ze nu gesteld zijn – redelijk kunt voldoen, dan geldt verder het volgende: elke erkende harmonische tussen mensen of tussen mens en landschap, mens en dier, mens en plant, gaat gepaard met een vergrote gevoeligheid voor de andere component in de harmonie. Een harmonie behoeft overigens niet twee personen of één mens en één dier te omvatten. Het kan een zeer complex geheel zijn dat zelfs vele honderden of duizenden verschillende vormen en entiteiten omvat. Daar waar een band bestaat en wordt erkend, drukt zij zichzelf uit in wat wij het best een telepathisch rapport kunnen noemen vanuit uw standpunt. Er is namelijk altijd een kanaal open tussen de persoonlijkheden. 1n het beste geval is het op aarde zelfs mogelijk dat hierdoor een voortdurende telepathische gedachtewisseling plaatsvindt. Zijn de geestelijke factoren erg sterk, dan zal het stoffelijk contact vaak wat verwarrend zijn omdat het vaag of onvolledig lijkt. Maar desalniettemin blijft het aanwezig.

Is er een harmonische mogelijkheid ontstaan, dan is ook duidelijk dat in die harmonie de kracht, die voor elk van de delen van die harmonie bestaat, niet bestaat uit de eigen kracht alleen maar wordt gevormd door het geheel der harmonische factoren. U kunt dus over krachten beschikken die aanmerkelijk groter zijn dan die van uzelf en wel specifiek op dat terrein waarop deze harmonische tot uiting komt. Hier hebben we de mogelijkheid voor de mens om zijn eigen krachten – geestelijke en andere – aanmerkelijk uit te breiden. Maar er is meer aan verbonden.

Als u een dergelijke harmonie eenmaal heeft aanvaard, dan betekent dat tevens dat u gebonden bent aan de activiteiten, de werkzaamheden, de belevingen van de ander. Of dat nu één mens is of dat het er velen zijn. De harmonie wordt onderbroken op het ogenblik dat één van de factoren zich terugtrekt, al is het maar uit een zeer klein gedeelte van de totale band. Dan bestaat er namelijk geen volledige overeenstemming en openheid meer en op dat moment valt a.h.w. het geheel weg. Een dergelijk isolement kan dan verder tot gevolg hebben dat men zich verlaten voelt. Het is ook mogelijk dat men zich niet verzet tegen de harmonie als zodanig maar tegen de vorm waarin ze optreedt. In dat geval zal men een andere vorm moeten vinden voor die harmonie. Wanneer de juiste vorm is gevonden, blijkt het isolement niet op te treden en de harmonische factor behoudt verder zijn waarde en betekenis.

Het zal u uit het voorgaande duidelijk zijn dat de z.g. harmonische factor of werking voor een mens een zeer grote betekenis kan hebben. En het zal u eveneens duidelijk zijn geworden dat zij niet bewust kan worden gezocht. Een harmonische bestaat of bestaat niet. Zelfs als er geen erkenning op stoffelijk niveau is, bestaat de harmonische werking toch.

Een geestelijke harmonie op basis van b.v gelijke gerichtheid van ontwikkeling blijft bestaan maar wordt pas kenbaar op het ogenblik dat wederkerig die gelijkheid wordt beseft en beleefd. Maar ze bestaat altijd. Dit houdt in dat u als mens in het leven (en dit lijkt mij voor u toch wel het belangrijkst) voortdurend geconfronteerd zult worden met personen waarmee een bepaalde harmonie mogelijk is, terwijl anderen – al bedoelt u het nog zo goed en bedoelen ook zij het nog zo goed – een zekere reserve bij u opwekken, om niet te zeggen een zekere afstoting tot gevolg heeft. Dit zijn dus niet‑harmonische factoren.

Nu zult u geneigd zijn te zeggen: ik zoek naar die harmonie. Maar de erkenning van de harmonie op zichzelf als een voor u bestaande kracht en mogelijkheid is veel belangrijker dan het definiëren van alle factoren welke in die harmonie mede behouden zijn. En dat betekent dat een mens die zijn eigen harmonie met de totaliteit probeert te beseffen, daarmee tevens alle harmonische factoren, die voor het ‘ik’ bestaan, wekt en tot uiting brengt. Hierdoor blijft natuurlijk heel wat bewust zoeken en zwoegen achterwege, als je tenminste verstandig bent. Maar aan de andere kant is het een groot voordeel te weten dat een eenmaal bestaande harmonie, zolang je bereid bent om daar volledig deel van uit te maken, op geen enkele manier kan worden verbroken.

Nu krijgen we als vanzelf de vraag in hoeverre ook hier harmonische factoren uit de kosmos een rol gaan spelen. Want ook dit zal uiteraard belangrijk zijn.

Zoals ik u reeds heb gezegd, zijn daar de zuiver stoffelijke factoren die een bepaalde harmonie doen ontstaan of eventueel teniet doen gaan. Het is inderdaad een vluchtige harmonie. Maar als u een stoffelijke basiswaarde heeft en de kosmische invloeden rond u (dat zijn zowel de astrologische als de geestelijke invloeden die de aarde bereiken) zijn daarmee in overeenstemming, dan blijkt opeens dat die harmonie een vollediger uiting vindt, dat u a.h.w. wordt gedreven tot het uiting geven aan wat voor u de harmonische factor is. Hierbij is het zeer van belang – voor het stoffelijke althans – de vergelijkbaarheid van de astrologische standen in de geboortehoroscoop en verder het harmonisch of aanvullend werken van belevingstendensen.

Gaat het om de geestelijke belevingstendens, dan zullen we voornamelijk zijn aangewezen op de z.g. lichtfactoren. Dat zijn krachten die ofwel direct uit de kern van het stoffelijke sterrenstelsel komen, dan wel een uitbreiding van vermogen is. Iemand zal dan plotseling mogelijkheden vinden die tot op dat ogenblik niet of niet meer aanwezig waren. Hij heeft meer energie, hij reageert juister. Maar als er een geestelijke invloed werkzaam is, dan is het niet een toenemen van krachten, een opheffen van belemmeringen misschien, dan gaat het juist weer om het vinden van een veel grotere innerlijke eenheid en spelen de geestelijke waarden de hoofdrol.

Is er sprake van gelijkheid of vergelijkbaarheid in de belevingen, dan kunnen we zeggen dat dergelijke mensen worden getrokken naar dezelfde plaatsen. Die mensen hebben deel aan dromen die praktisch gelijk zijn.

Gaat het om de werkelijke basisharmonie (het streven van de oerkracht in het ‘ik’) dan blijkt hieruit een aantal mystieke belevingen voort te komen die weer een weerslag kunnen vinden in dromen of stoffelijke belevingen maar waarbij toch de innerlijke gevoelens de belangrijkste zijn.

Wat kun je ermee doen? Dat is menselijk gezien een heel moeilijke vraag. Laat mij het zo stellen: in het oude christendom kende men de agape, de liefdesmaaltijd. Hierbij was het erg belangrijk dat men tezamen at, dat men tezamen was en dat men deel had aan iets waarin allen gelijkelijk zichzelf konden zijn. Dit betekende dat de Christusgeest, die als basis voor eenieder erg belangrijk was, zich sterker kon uiten dan normaal. Het ging niet om de maaltijd. Neen, het ging om de gelijkheid van beleving waaruit dan een sterke geestelijke kracht werd opgewekt. Dat zal voor de mensen nog steeds gelden.

Wanneer mensen tezamen zijn en zich verdiepen in hetzelfde, gelijksoortige emoties ondergaan, zelfs gelijksoortige doeleinden nastreven, dan kan juist hierdoor een harmonische band ontstaan en een kracht worden aangetrokken die zelfs van goddelijke aard kan zijn.

Wat doe je ermee? Niets. Je bent meer jezelf ermee. Je vindt nieuwe krachten in jezelf en je leert misschien ook je geestelijk bestaan en geestelijk doel beter te richten. Wel is opvallend dat mensen, die de harmonische factoren in zich steeds weer zien als deel van een geheel en daaraan zo mogelijk ook uiting geven, uitgezonderd de zuiver stoffelijke harmonieën die zeer tijdelijk zijn, hierdoor een blijvende verrijking van hun besef bereiken maar ook van hun denkvermogen. Ze komen tot een wijze van denken waardoor schijnbaar intuïtief waarden van anderen worden overgenomen. Dat kan ook gaan om waarden die niet in de stof maar in geestelijke persoonlijkheden berusten, zeker als het gaat om deze kernwaarde: de straal of de wijze van streven naar bewustwording.

Gaat het om de vroegere belevingen, dan blijkt dat vaak factoren van belang zijn zoals voorwerpen, bepaalde emoties of gevoelens. Deze zijn dan weer de belangrijkste factoren om die eenheid tot stand te brengen. Het resultaat is wederom een zekere overdracht van bewustzijn, een vergroting van contacten en in dit geval ook een daarmee gepaard gaande ontwikkeling van bepaalde paranormale vermogens. Naarmate u die meer realistisch kunt benaderen en aanvaarden, zult u daardoor niet alleen een uitbreiding van mogelijkheden krijgen maar ook een uitbreiding van wereldbesef.

Dan wil ik ten laatste nog opmerken dat een mens, die in een bepaalde kosmische golf gevangen is, hierdoor opeens komt tot een realisatie van harmonieën.

Nu is er kort geleden wit licht geweest. In dat witte licht hebben een groot aantal mensen – zij het gedurende een korte periode – plotseling een verbondenheid gevoeld, een verworvenheid in zichzelf erkend misschien ook, die nu alweer bijna vergeten is. Maar deze verandering betekent een vastleggen van een harmonie en daardoor het voortdurend activeren van een aantal innerlijke kwaliteiten waarvan een deel zelfs van zuiver geestelijke aard is.

Nu kan er een andere factor komen, b.v. een rood‑factor. Dan kunnen mensen, die in hun harmonischen mee dergelijke factoren hebben, die even intens beleven als die van het witte licht, ook als de kans dat de uiting naar meer stoffelijke waarden wordt verschoven, groter is. Dus ook hier weer, de kosmische invloed heeft op de uiting wel degelijk betrekking en kan deze voor een deel beheersen maar ze moet eerst in de mens aanwezig zijn. Daarmede heb ik een aantal harmonische factoren voldoende omschreven en hopelijk duidelijk gemaakt.

We komen nu aan het derde deel van dit onderwerp.

We stellen dan dit: werkelijke harmonieën vallen buiten alle menselijke, redelijke en andere regels. De harmonie op zichzelf namelijk is een waarde, die – uitgezonderd de stoffelijke – een zo groot deel van het bestaan omvat en zovele waarden, dat zij daardoor alleen reeds voor het ego belangrijker is dan alle bijkomstigheden. Daar waar eeuwige waarden in de mens een rol spelen, zullen de tijdelijke waarden terzijde moeten treden.

U moet zich wel realiseren dat al wat u doet ook een verandering is van uw besef en beleven. Zelfs als het alleen maar gaat om telepathisch contact, zal hierdoor uw instelling tegenover de wereld, of delen van de wereld, worden gewijzigd. Deze veranderingen moeten voor uzelf aanvaardbaar zijn. Indien harmonische factoren in u veranderingen tot stand brengen die u zelf onaanvaardbaar of onjuist vindt, zo dient u ten koste van alles die harmonie tijdelijk te onderbreken en wel tot op het ogenblik dat ofwel een hernieuwd contact ontstaat dat wel aanvaardbaar is, dan wel u een manier heeft gevonden om dit contact op een aanvaardbare wijze te realiseren vanuit uzelf. U kunt nooit tegen de basis van uw wezen ingaan, ook niet als dat in feite een geïndoctrineerd stoffelijk bewustzijn bevat.

Een mens die gelukkig wil zijn, dient verder te beseffen dat innerlijke krachten meer tellen dan feiten. Zolang je alleen naar buiten kijkt voor geluk, zal de disharmonie van alle kanten op je afstormen. Je zult zo druk bezig zijn met het beoordelen, veroordelen en eventueel verwerpen van al wat buiten je bestaat, dat de paar factoren waarmee die harmonie wel mogelijk is, teloor gaan; je ziet ze niet meer. Daarom is het heel erg belangrijk dat in u het leven in de eerste plaats let op harmonieën, op al datgene waarmee u zich, om welke reden dan ook en hoe dan ook, harmonisch kunt gevoelen. Door uw hele leven daarop te baseren, zult u steeds in uzelf naar de beantwoording zoeken van al hetgeen er buiten u bestaat. Het betekent dat u onafhankelijker wordt van uiterlijkheden en dat u innerlijk naar grotere kracht en grotere eenheid groeit. Gelijktijdig wordt uw vermogen vergroot doordat u een beroep kunt doen op de eenmaal ontstane harmonie.

Als u denksystemen volgt (dat kan net zo goed zijn dat u communistisch of christelijk denkt, dat kan betrekking hebben op een bepaalde school die u volgt), dan dient u zich wel te realiseren dat alle formuleringen van school, geloof of ideaal in feite uiterlijkheden blijven. Het is de vormgeving die u probeert te vinden voor een in u bestaande waarde of harmonie. Probeer daarom nooit u te gedragen naar deze uiterlijke regels als uw innerlijk u zegt dat de werkelijke harmonische factor anders is. Ik weet dat dit voor velen gevaarlijk zal klinken want ik heb hier eigenlijk gezegd: trek u niets aan van alle geboden en van al datgene wat men u in naam van de staat, de mensheid of God aanbeveelt. Houd alleen rekening met de kracht en de harmonie die in u bestaan. Ik wijs u op de God in u die de enige maatstaf kan zijn voor al wat u bent, beleeft, doet en ervaart.

Dit is natuurlijk maatschappelijk onaanvaardbaar. Het oogmerk van de maatschappij is gelijke gerichtheid en die moet vooral uiterlijk worden afgedwongen. Maar harmonische waarden kunnen niet bestaan aan de hand van regels. Ze zijn eigenschappen, kwaliteiten. Als zodanig betekenen ze voor de mens het belangrijkste middel om gelukkig te zijn, om krachten in zich te vergaren. Dat kan evengoed stoffelijke levenskracht zijn als geestelijke kracht van de hoogste orde. Ze zijn voor de mens de beste mogelijkheid om zijn bewustzijn uit te breiden en toegang te krijgen tot steeds meer bewustzijnsvormen.

Onthoud echter één ding: als u harmonische contacten heeft, dan ontstaat vaak de neiging om die contacten vooral uit te drukken in bepaalde, meestal zeer materiële, termen zoals geld, seks, samenwerking e.d. Vergeet dat alstublieft. Dit zijn vormen die stoffelijk bestaan maar die niet de essentie weergeven. Probeer te begrijpen waarom u deze termen gebruikt en u zult daarachter de eigenschappen zien liggen waaruit de werkelijke harmonische factor bestaat. Dan kunt u die factor uitdrukken op de meest juiste en meest aanvaardbare wijze en daardoor zowel in uzelf als in anderen de meest juiste en meest harmonische responsen veroorzaken.

Ik heb geprobeerd u in betrekkelijk kort bestek voldoende te zeggen over alle harmonische factoren die er zijn. De grootste harmonische factor in uzelf is en blijft – we zeggen dat altijd met enige aarzeling – het Onbekende, God. Het is die wonderlijke kern die je niet kunt omschrijven en die toch je leven dicteert. Maar datgene wat voor ons kenbaar en beleefbaar is, ook als het alleen maar als uiting van het Goddelijke mag worden beschouwd, is voor ons het hanteerbare. Daarom heb ik geprobeerd alle harmonische mogelijkheden en waarden uit te drukken in termen, die u kent en die voor u, zij het misschien soms vaag, nog beleefbaar zijn.

Bouw steeds vanuit uw besef, uw leven en beleefbaarheid uw contact op met al datgene waarmee u harmonie voelt. Doe dat t.a.v. de schoonheid van een landschap, een tijdelijk verschijnsel, een levensvorm, een cultuurvorm, al wat u maar wilt. Het vormen van dergelijke harmonische bewuste contacten versterken in u de mogelijkheid om innerlijke harmonieën te beleven en uit die harmonieën voor uzelf de krachten te putten die u nodig heeft om juister, beter en gelukkiger te leven.

Hoofdlijnen van ontwikkeling

Ontwikkeling kan worden verdeeld in verschillende soorten. Er is de hoofdlijn van de rassenontwikkeling, van bewustzijnsontwikkeling en van geestelijke ontwikkeling. Het wonderlijke is dat die zelden gelijk opgaan. De belangrijkste voor ons zijn natuurlijk de hoofdlijnen van de geestelijke ontwikkeling. Ik zou daarover graag eerst het een en ander zeggen.

Een geestelijke ontwikkeling begint altijd met een besef van het verschil tussen het `ik’ en al het andere. Dan zijn er divergerende lijnen. Er zijn lijnen waarvan je kunt zeggen dat het ‘ik’ probeert al het andere aan zich gelijk te maken. Dat is geen erg positieve ontwikkeling maar ze bestaat. De andere lijnen gaan uit van het standpunt: de erkenning van gelijkheid buiten het ‘ik’. Dit is wel het best om de doodeenvoudige reden dat al deze lijnen voeren tot het ontwikkelen van harmonieën. Elke harmonie kan dan weer leiden tot uitbreiding van belevingsmogelijkheid.

Een geest die voldoende harmonische waarden heeft ontwikkeld, leeft eigenlijk verschillende ontwikkelingslijnen tegelijkertijd omdat hij wel zijn eigen ervarings‑ en ontwikkelingslijnen moet volgen maar tevens van anderen daarbij zoveel belevingen en commentaren krijgt dat hij inzicht krijgt in het functioneren van het heelal, en dat is toch wel één van de grootste punten.

Als wij kijken naar de ontwikkelingslijnen in het bewustzijn, dan zijn die zuiver stoffelijk. Ze zijn kort en hangen samen met de stoffelijke vermogens. Daarnaast hebben wij de lijnen die uit de geest voortkomen en die zijn opgebouwd uit het geheel van de ervaringen welke die geest in alle werelden, sferen en incarnaties ooit heeft doorgemaakt. Deze lijnen zijn erg lang. Ze gaan door tot het einde. Ook hier kunnen wij zeggen dat de verveelvoudiging van eigen ervaringsmogelijkheid ontstaat door de harmonie die men met andere lijnen krijgt.

Wat de kleine lijnen betreft, die zijn eerder de uitdrukking van de instrumentale mogelijkheden waarover u beschikt dan uitdrukking van de persoonlijkheidswaarde. Iemand die een stel goede hersens heeft, kan veel meer doen dan iemand die, volgens menselijke normen, alleen hersens heeft. Maar de ervaring die men opdoet, wordt daardoor niet bepaald maar alleen door datgene wat men feitelijk tot stand kan brengen en dat is minder belangrijk dan men schijnt te veronderstellen.

De ontwikkelingslijnen van de geest en van het bewustzijn worden gevolgd door de stoffelijke ontwikkelingslijn, die van de andere heel sterk afwijkt. De grondregel die we daarvoor kunnen stellen, is de volgende: wanneer een ontwikkelingslijn in een soort ras ontstaat, dan is ze tevens genetisch gecodeerd. Hierdoor zullen de factoren die in alle fasen van de ontwikkeling aanwezig zijn, langs genetische weg in meer of minder sterke mate worden overgedragen aan elk volgend individu in de keten. Het komt er eigenlijk op neer dat, als uw verre voorvaderen in de takken van een boom hingen te zwaaien, met sterke beharing en aapachtig uiterlijk, iets van die kwaliteiten ook in u als mens van heden blijft voortbestaan. Maar als u voorvaderen heeft gehad die geruime tijd priester, profeet of iets dergelijks zijn geweest, dan zit dat er nu ook in. En heeft u heel veel komedianten in de familie gehad (er zijn ontzettend veel mensen die komedianten hebben gehad in de ontwikkelingsketen), dan is dat ook nu nog te merken. Komt dat bijzonder sterk naar buiten, dan kunt u altijd nog kiezen voor toneel of de politiek.

De ontwikkelingslijnen bevatten ook een beperkt geheugen. Er ontstaat in een ras op den duur een genetisch geheugen. Als nu een ras een bepaalde vorm van verfijning heeft bereikt, dan zal het mogelijk zijn om onder bepaalde omstandigheden terug te grijpen naar het weten en zelfs naar de feiten van het leven van voorgaande leden van hetzelfde geslacht. ‘Geslacht’ hier gebruikt als soort, niet als onderscheid.

Als wij ons bezighouden met de grote ontwikkelingslijnen, dan moeten wij ons afvragen: waar gaat dit naartoe?

We hebben de lichamelijke ontwikkelingslijn. Die ligt betrekkelijk eenvoudig. Naarmate het lichaam meer van zijn feitelijke functies kan delegeren aan instrumenten, zal het zijn eigen kwaliteiten verminderen maar gelijktijdig zijn reactiemogelijkheid opvoeren zodat het sneller kan reageren op signalen maar, gelijktijdig bij die ontwikkeling, minder energie voor zichzelf produceert. Wat je niet nodig hebt in een genetische keten, dat verlies je. Als de mensen altijd een hoed dragen, dan hebben ze op den duur allemaal kletskoppen want ze hebben geen haren meer nodig. Ais je altijd kleren draagt, dan raak je een groot gedeelte van je lichaamsbeharing kwijt en zo kun je doorgaan.

Kijken we naar het bewustzijn, dan blijkt dat, zuiver stoffelijk gezien, het bewustzijn zich vooral bezighoudt met manipulatie. Het bewustzijn is, stoffelijk gezien, het erkennen van de omstandigheden waarin je leeft en daardoor ook het manipuleren van die omstandigheden. Daar de ervaringen van voorgaande geslachten voortdurend hieraan worden toegevoegd, ontstaat er op den duur een enorme vereenvoudiging en wordt dus vanuit dit bewustzijn bijna automatisch gereageerd op omstandigheden, die voor een voorgeslacht nog ondenkbaar waren. Geestelijk gezien heeft dit bewustzijn er ook wel het een en ander mee te maken. Dan geldt: het bewustzijn begint altijd aan zijn ontplooiing wanneer het één van de hoofdlijnen volgt die voert tot aanvaarding van de buitenwereld en om zichzelf scherper te definiëren. Een bewustzijn dat zich scherp definieert, zal de neiging hebben zekerheid te zoeken door andere door het ‘ik’ als gelijksoortig gedefinieerde personen en/of krachten rond zich te groeperen. Anders gezegd: de kuddementaliteit ontstaat in de fase van bewustwording zonder meer. Eerst als het ‘ik’ zo voor zichzelf de zekerheid heeft gekregen, zal het zich langzamerhand van die kuddementaliteit gaan losmaken. De feitelijke ontwikkeling van het bewustzijn in geestelijk belangrijke en hogere zin ontstaat eerst dan wanneer het ‘ik’ zich buiten die kuddementaliteit leert handhaven op grond van eigen persoonlijke waarden, eigen erkenning van gelijkwaardigheid en harmonie in de wereld buiten het ‘ik’.

We kunnen dan nog doorgaan over al die andere dingen maar ik vraag mij af of dat veel zin heeft.

Als je gewoon de wereld en de geschiedenis van de wereld beschouwt, dan zie je stoffelijk die ontwikkelingslijnen wel heel duidelijk. Als je ziet hoe de verschillende soorten zich aanpassen aan de omstandigheden en de mogelijkheden, hoe de koudbloedigen op een gegeven ogenblik klein worden (dat heeft te maken met temperatuur e.d.) en warmbloedige dieren daarentegen aanmerkelijk groter worden, dan zie je als vanzelf dat er toch wel een stoffelijke aanpassing is. Maar ook het bewustzijn van de verschillende individuen (dan heb ik het niet alleen over mensen maar net zo goed over dieren) blijkt zich aan te passen.

Als we een hond van deze tijd bekijken, dan blijkt hij zich in een stadssamenleving heel goed te leren gedragen. Hij weet dus veel meer dan zijn voorvaderen. Aan de andere kant heeft hij bepaalde kwaliteiten, zoals zichzelf voedsel verschaffen, voor een groot gedeelte verloren. Kijk eens naar de paarden. Er is een tijd geweest dat het paard het hoofdvervoermiddel was. In die periode was het dier zeer sterk ingesteld op behoeften van zijn berijder en had daarmee een zeer sterke telepathische gebondenheid. Kijken we nu naar het paard, zo blijkt dat het in steeds meer delen van de wereld meer en meer een luxe artikel is geworden. Het paard krijgt prima donna allures en probeert het maximum aan vrijheid te winnen t.a.v. zijn berijder. Dat is toch wel een verschil, vind ik. Dit zien we eigenlijk overal.

Als u vijftig jaar geleden een auto zag aankomen, wist u niet hoe hard hij reed. Nu ziet u mensen oversteken die eigenlijk onbewust de snelheid en dus ook de afstand, die in een bepaalde tijd door het voertuig kan worden af­gelegd, zodanig berekenen dat ze op hun dooie gemak door een druk verkeer lopen waar de voorvaders van vijftig jaar geleden allang een hartverlamming van hadden gekregen, indien ze niet voor die tijd waren overreden.

Zelfs op aarde zien we die ontwikkeling. We zien daar twee verschillende lijnen in die weer duidelijk aangeven in welke richting het kan gaan, ook aan de hand van stoffelijke beelden.

We zien aan de ene kant de neiging tot onzelfstandigheid (kuddegeest). Dat is iets wat in een vroeg stadium van een geestelijke ontwikkeling al pleegt voor te komen. Men zoekt de bescherming, de eenheid, het gezag; iemand die zegt hoe het moet zijn. Kijken we naar de andere kant, dan zien we dat juist in deze tijd heel veel mensen zich beginnen los te maken van de gezagsverhoudingen. Ze gaan voor zich na wat er nu eigenlijk zelfstandig kan worden gedaan. Dat ze daarbij niet altijd bereid zijn de consequenties van hun zelfstandigheid te aanvaarden, kunt u hen misschien kwalijk nemen maar dat is begrijpelijk want een zelfstandigheid vanuit een beschermings- ­en kuddementaliteit is in de eerste plaats denken buiten de kudde om en pas dan handelen. Daarmee maak je je steeds meer los van de bescherming die de kudde biedt. Dat zijn dingen, die je in deze dagen kunt overzien. Dan kunt u wel begrijpen dat dit niet alleen een zuiver stoffelijke ontwikkeling is maar dat die geestelijke parallellen vertoont.

Nu is de ontwikkelingslijn op aarde uiteraard nooit een rechte lijn. Ze wordt heel vaak omschreven als een sinusorde, waarmee ze alleen maar een slingerlijntje bedoelen dat zowel onder als boven het nulpunt ongeveer gelijke bochten vertoont. Dat komt door de verschillende incarnatiegolven. We zouden misschien moeten zeggen dat de ontwikkeling in de richting van zelfstandigheid geestelijk kan worden uitgedrukt als rechtlijnig t.a.v. het individu dat die keuze heeft gemaakt, terwijl op aarde de mogelijkheid daartoe zich voortdurend vergroot en dan weer afneemt. Er is dus variabiliteit in de stoffelijke mogelijkheid maar gelijktijdig een permanente ontwikkeling in de geestelijke geaardheid en het geestelijk doel.

Als ik dit allemaal tracht samen te vatten – zeer vereenvoudigd uiteraard – dan kom ik tot het volgende: elke ontwikkeling kan een kringloop zijn. Elke kringloop op zich is verkeerd. Waar wij komen tot een voortdurende herhaling van feiten, mentaliteiten en ontwikkelingen, zullen wij weliswaar hoogtepunten kennen maar ze betekenen tevens dat we naar een dieptepunt toegaan. Elke ontwikkeling daarentegen die – ook als ze niet volledig rechtlijnig is – een voortdurende groei, verandering en nieuwe ontwikkeling vertoont, is gunstig.

Geestelijk gezien betekent dit dat je heus wel mag falen maar dat je de perfectie nooit mag zoeken in het herhalen van het reeds bereikte. Zoek steeds naar vernieuwing. Zoek steeds naar een nieuwe mogelijkheid. Zoek steeds naar een nieuwe innerlijke beleving, een nieuwe innerlijke aanvaarding. Probeer, als je een geloof hebt, dat geloof niet te behouden zoals het is maar laat het in je groeien. Maar al groeiende moet je wel één ding beseffen: je kunt nooit meer terugkeren naar het uitgangspunt zonder gelijktijdig je geestelijke waarden en ontwikkeling tot nul te reduceren. Dus, voortdurend verdergaan en verder denken. Niet proberen het oude ten koste van alles te behouden maar steeds trachten in het oude het nieuwe te introduceren en zo door de vernieuwing tot een voortdurende uitbreiding van mogelijkheden, erkenningen enz. te komen.

Wanneer ik de lijnen beschouw die nu kosmisch gezien voor de aarde ven belang zijn, dan kom ik tot de conclusie dat de aarde, op dit moment althans, in een nogal wisselvallige periode verkeert en dat er nogal wat onzekerheden zijn. Laat mij het zo zeggen: er zijn heel veel mensen die zo’n periode van onzekerheid als negatief beschouwen. In feite is het een keuzemogelijkheid. Zou je willen teruggaan naar wat geweest is, dan heb je eigenlijk een stempel gedrukt op je eigen ondergang. Probeer je echter in deze periode te komen tot een keuze voor iets wat er nog niet was of nog niet zo was en verder te gaan, dan kun je wel fouten maken maar je zult steeds nieuwe ervaringen opdoen en daardoor een steeds betere mogelijkheid krijgen om de ontwikkeling van de gehele aarde vast te leggen.

De Aquariusperiode, die nu een rol speelt, heeft al zodanig aan momentum gewonnen dat vernieuwingen in velerlei opzichten onvermijdelijk zijn, volgens mij. Dat zijn niet alleen de stoffelijke vernieuwingen maar ook de innerlijke vernieuwingen, het anders denken, het anders leven, het anders voelen. Ik geloof dat deze tendens – in botsing komend met degenen die willen terugkeren tot wat reeds was – grote geschillen tussen mensen zullen veroorzaken; misschien ook wel geweld en wat ellende. Maar het betekent wel dat degenen die terugkeren, op een dood punt komen. Ze kunnen niet verder. Ze kunnen alleen maar terug. Degenen echter die vernieuwen, kunnen doorgaan. Zij kunnen de anderen langzaam maar zeker overvleugelen.

Ik geloof dat, kosmisch gezien, op aarde vele vernieuwingen mogelijk zijn die ook vele geestelijke vernieuwingen inhouden, als ik kijk naar al die golven van licht: rood, wit, blauw. Er komen nogal wat verschillende kleuren of tendensen op de aarde af. Al die tendensen brengen onevenwichtigheid en moeilijkheden met zich mee.

Die kosmische tendens betekent voor bepaalde mensentypen (voornamelijk voor de luchttekens) dat zij nu langzaam maar zeker een keuze zullen moeten doen. Zij zullen hun manier van leven en denken moeten veranderen, willen ze verder komen, niet alleen in hun leven, maar vooral in hun innerlijke ontwikkeling. Dat is heel duidelijk. Wanneer dat op aarde gebeurt, dan zijn er heel veel mensen opeens bezig met grote veranderingen. Men zal zich daarover nijdig maken en zeggen: dat hoort niet, of: dat was anders beter geweest. In feite is het noodzakelijk en onvermijdelijk. Ik geloof dat je dat eigenlijk overal kunt vinden.

Overal op aarde zal men tot een keuze moeten komen. En als nu bepaalde tekens dat directer en persoonlijk ervaren en andere dat meer in een massaliteit ondergaan, maakt weinig verschil.

De aarde moet op zeer korte termijn heel erg veranderen. Dit betekent ook dat, wanneer die verandering is geslaagd, er een aantal incarnaties mogelijk wordt waardoor het geestelijk niveau van de mensheid als geheel aanmerkelijk wordt verbeterd. Want wat in deze tijd kan incarneren, kan misschien wel veel tot stand brengen maar er zijn veel hogere krachten die in de mensheid eveneens een rol zouden willen spelen.

Als die lijn van ontwikkeling in de mensheid niet tot een kringloop voert maar werkelijk betekent een aarzelend en misschien tastend verdergaan naar een vernieuwing, dan kunnen wij er ook zeker van zijn dat over circa 20 á 50 jaren zich in de mensheid zoveel hoog‑geestelijke entiteiten zullen kunnen manifesteren, dat de hele menselijke geschiedenis een geestelijk belangrijker en juistere richting krijgt. Dat zijn punten die men er zo uit kan afleiden.

Denkend over alles wat ik heb gezegd, heb ik weinig gezegd over de hoofdlijnen van ontwikkeling die u voor uzelf belangrijk vindt. Dit zijn de lijnen die in de totaliteit een grote rol spelen. Wat uzelf betreft, laten we het heel eenvoudig zeggen: in uw eigen ontwikkeling is het heel erg belangrijk dat u gewoon leert uzelf te vernieuwen. En dan geeft het niet of u 8 jaar bent of 80, u moet proberen mee te veranderen. En als uw innerlijk denken en beleven veranderen, komt de rest vanzelf wel.

De meeste mensen denken: wij moeten het allemaal zelf bepalen en programmeren. Maar lieve mensen, wat denkt u daar wel van? Als u uw leven bekijkt, dan ziet u toch dat het altijd uiteenvalt in fasen waarin u wel een zekere vrijheid heeft maar toch t.a.v. grote ontwikkelingen machteloos bent. Aanvaard dat dan.

Aanvaard dat u zich – stoffelijk gezien – steeds weer bevindt in fasen van ontwikkeling waarbij uw eigen beslissingsvrijheid betrekkelijk klein is. Maak daaruit geen gewetensnood. Het is nu eenmaal zo; dat moet u voorlopig dan maar zo doen. Maar probeer wel daarbij innerlijk een ontwikkeling door te maken waardoor u, wanneer de kans er is om vrijelijk te beslissen, u die beslissing ook inderdaad kunt nemen en niet terugvalt op oude gewoonten om daarin dan in godsnaam maar voor uzelf te verbergen dat u in feite geen beslissing kunt nemen.

Barmhartigheid

Helaas wordt door velen barmhartigheid gezien als zachtheid. Barmhartigheid kan zijn: iemand doden omdat het leven te veel pijn brengt. Barmhartigheid kan zijn: aan de ellende van een ander voorbijgaan omdat je hulp nog kwetsender zou zijn dan de toestand zoals ze is. Om waarlijk barmhartig te zijn, moet men begrip hebben voor de ander en voor de noden van de ander. Niemand die disharmonisch is met zijn omgeving of met degene die hij ontmoet, kan werkelijk barmhartig zijn. Misschien kunnen wij barmhartigheid het best omschrijven in de ter­men van een Schepper, die hemel en aarde in stand houdt, die de mensen voortdurend bezielt. Hij zou u een ideale wereld kunnen geven en u ook tot slaven kunnen maken. Hij zou uw lijden kunnen opheffen en de gevolgen van uw dwaasheden ongedaan kunnen maken maar hij is te barmhartig om dit te doen. Want u weet dat de geest die in de materie worstelt, de kracht die zichzelf voortdurend zoekt waar te maken en te vinden in wereld en sferen, op den duur de persoonlijke, de eigen vreugde van de ontdekking van het heelal en de eenwording daarmee zal ervaren.

Door het weinige aan zorgen en pijn weg te nemen, door dingen als de dood terzijde te stellen – wat de Schepper mogelijk zou kunnen doen – zou God gelijktijdig de vervulling van het leven wegnemen.

Wie barmhartig is, moet begrijpen dat eenieder het recht heeft op zijn eigen problemen, zijn eigen zorgen, zijn eigen worsteling en zijn eigen noden. Dat je die mens moet helpen, daar waar hij zichzelf niet meer kan helpen, maar dat je hem bovenal het recht moet toekennen om zelf te worstelen en te strijden.

Dit is de ware barmhartigheid.

U bent het er misschien niet mee eens. Ik heb de barmhartigheid in uw ogen waarschijnlijk tamelijk onbarmhartig behandeld maar als u erover nadenkt, zult u het met mij eens zijn. Niemand kan uw problemen, uw zorgen en uw pijnen wegnemen zonder u alle vrijheid en persoonlijkheid te ontnemen. Als u daarover nadenkt, heb ik misschien toch wel gelijk.

Ik hoop dat hetgeen u deze avond heeft gehoord voor u een wereldbeeld mogelijk maakt dat u ook in uw eigen leven een klein beetje meer zelfvertrouwen geeft, een beetje meer begrip voor het onvermijdelijke en daardoor ook het vermogen om juist dáár in te grijpen waar u zelf iets kunt doen en kunt zijn.