Harmonische projecties

uit de cursus ‘Zelfprojectie’ 1984-1985

Elke mens is in zichzelf verdeeld. Over het algemeen praat je daar overheen, probeer je te doen of je eigenlijk gelijk hebt en alle dingen heel normaal zijn. Die verdeeldheid moet beseft worden. Als je de verdeeldheid beseft kun je zien hoe die schijnbaar negatieve en schijnbaar positieve zijden elkaar aanvullen; dat je inderdaad een geheel bent en dat je jezelf niet alleen aan de hand van uitingen kunt beoordelen: Op deze wijze kom je tot een zelfaanvaarding die het je mogelijk maakt een mate van innerlijke harmonie te gewinnen.

Nu moet u niet denken dat innerlijke harmonie iets is wat u de gehele dag door de straten doet dansen. Ik zou het u trouwens niet aanraden, want onwillekeurig wordt u als hippie of als high opgebracht, misschien zelfs aangesproken en verzorgd.

Die innerlijke harmonie is a.h.w. een soort stootkussen. Alle negatieve indrukken worden erdoor gedempt. Alle eenzijdig positieve indrukken worden erdoor gedempt. Het houdt dus in dat in uw beleving een grotere gelijkmatigheid ontstaat. Bij deze gelijkmatigheid van beleving is de innerlijke rust iets wat u voortdurend weer kunt terugvinden. Het is niet iets waarvan u zich voortdurend bewust bent.

Wanneer we leven in een wereld waarin disharmonieën op velerlei wijzen tot uiting komen, dan moeten we beseffen dat een groot gedeelte van die disharmonieën mede door onszelf wordt veroorzaakt of versterkt. Het is eigenlijk heel eenvoudig. U heeft het op avonden als deze misschien wel eens meegemaakt. Er is iemand die dingen doet of zegt die u onaanvaardbaar vindt. Daardoor wordt de sfeer steeds korzeliger, ongeduriger. Als je als spreker voor een dergelijk auditorium zit, bemerk je dat. Terwijl je normaal 50 tot 60% doordringingsvermogen hebt, heb je nu hoogstens 10% doordringingsvermogen. Een groot gedeelte van hetgeen je zegt gaat aan de mensen voorbij en ook de indrukken die je probeert af te sturen worden niet opgenomen. Zo gaat het met uzelf ook.

Als u onrust projecteert, maakt u anderen onrustig. Als u bang bent, dan zullen anderen die angst bemerken en zonder enige reden misschien schichtig en bevreesd gaan reageren. Het is het bekende voorbeeld van de man, die op straat naar boven staat te kijken, terwijl er niets te zien is. En voor je het weet staan er een paar honderd mensen naar boven te kijken. De een meent dat het een vliegende schotel is, de ander dat er iemand op het punt staat om van het dak te springen. Ieder rationaliseert op zijn eigen manier, maar het belangrijkst is de suggestieve werking die van de eerste omhoogkijker uitgaat.

Onze emoties stralen uit. Ze hebben op degenen die ons omringen een soortgelijke invloed als dit suggestieve omhoog staren. Het is alsof je de geneigdheid en de kwaliteiten van een ander op een zodanige manier richt dat ze beantwoorden aan hetgeen je zelf emotioneel uitstraalt. Daarom is het erg belangrijk dat je leert om harmonie te projecteren.

Harmonisch zijn, natuurlijk. Uzelf leren kennen, natuurlijk. Maar rust vinden in uzelf en alle invloeden die op u af komen a.h.w. afdempen zodat u een zekere rust, een zekere vrede kunt uitstralen. Daardoor voorkomt u dat scherpe reacties wederkerig en meestal elkaar opzweept uit de buitenwereld naar u of van u naar de buitenwereld gaan. Je projecteert je ik op deze manier dan alleen nog maar emotioneel wel te verstaan.

Als die harmonie wat groter wordt, zult u zich bewust worden van allerlei vreemde invloeden. De een zegt: Het zijn geesten. Een ander denkt dat er een engelbewaarder of een lieve heilige in de buurt is. Iedereen heeft daar zo zijn eigen verklaring voor. Je bent niet meer alleen.

Als u harmonie en vrede uitstraalt, dan krijgt u die terug. Dit betekent dat u niet alleen een emotionele band op harmonische wijze aangaat met de wereld om u heen, maar dat u daarnaast en dat is veel belangrijker dus ook met allerlei geestelijke krachten en andere energieën die in de buurt zijn een soortgelijke wisselwerking tot stand brengt. Het gevolg is dat u leert om deze invloeden die niet stoffelijk zijn voor uzelf enigszins te definiëren. U kunt ze niet beschrijven, maar u kunt ze a.h.w. proeven. Daardoor is er een erkenning mogelijk geworden.

Deze erkenning betekent dat u zich naar zo’n geestelijk wezen kunt projecteren. Dat is dan niet alleen maar een uittreding, het is eerder een soort symbiotisch verband. U geeft enerzijds uw harmonie, uw vrede aan de entiteit, anderzijds ontvangt u iets van de inhoud van die entiteit daarvoor terug. Het is een wisselwerking die kan leiden tot bewustwording van bepaalde sferen, maar die tevens zeer zeker een verrijking zal betekenen ook van uw gedachteleven, dus van uw bewust denken.

De feitelijke harmonie zal altijd grotendeels een onbewuste factor blijven. U kunt er soms even mee worden geconfronteerd, maar dan verzinkt het weer in het alledaagse. De harmonie, die op deze wijze is ontstaan, vindt haar weerslag zowel in uw persoonlijk beleven, in uw weten, in uw denken alsook in de relatie die de wereld met u aangaat. Laat mij een heel eenvoudig voorbeeld geven.

U staat in de dierentuin voor de wilde dieren. Op het ogenblik dat u bang bent voor die dieren zijn ze agressief. Niet omdat ze u willen aanvallen, maar omdat uw angst bij hen een gevoel van angst wekt en ze willen zich dus verdedigen. Als u zonder vrees tegenover die dieren staat, dan is dat iets anders. Het dier zal u zien en eventueel zelfs respecteren. Hoe meer u het dier aanvaardt als een normale persoonlijkheid en er niet bang voor bent, hoe meer het dier geneigd is om u zelfs als soortgenoot te accepteren. Ik mag u hier een heel typisch voorbeeld van geven.

Een man, een wetenschapper overigens die in de wildernis leefde had een eigen terrein. Hij ontdekte dat daar een coyote regelmatig kwam jagen en daar ook merken uitzette. Deze man was niet bang voor de coyote en ook niet wanneer die met gezellen kwam. Hij besloot om zijn eigen terrein te beveiligen, en deed dat als volgt: Hij deed net als de dieren en urineerde op bepaalde stenen en plaatsen zodat hij een territorium afbakende. Omdat hij de dieren respecteerde als persoonlijkheden was het voor hen zeer natuurlijk om zijn afbakening van zijn terrein eveneens te respecteren. Het heeft de man niet alleen wat geleerd over coyotes, maar het heeft daarnaast heel veel schade in zijn kamp voorkomen.

Dat schijnt met harmonie en projectie van harmonie weinig te maken te hebben op het eerste gezicht. Maar realiseer u even wat de basis is, een aanvaarding. Je moet het dier aanvaarden niet als een wezen dat zich naar jouw normen moet schikken, maar als een wezen met eigen normen waarop je kunt reageren, indien je de normen van het dier hanteert.

Als u te maken heeft met een entiteit, of die nu uit een lichte of een duistere wereld komt, dan speelt precies hetzelfde. U moet een geest niet zien als een mens die toevallig zijn lichaam kwijt is. Een geest is qua energie, qua wereldbewustzijn, qua denkvermogen, qua waarnemingsvermogen, anders dan u. Hij heeft zijn eigen wereld. Als die geest u aanvoelt en ziet dat hij wordt erkend zonder dat iemand probeert hem te omschrijven of hem ertoe te bewegen zich volgens stoffelijk normen te gedragen, dan zal die geest veel eerder geneigd zijn u met uw kwali­teiten en mogelijkheden eveneens te respecteren. Dat is dan geen dier­lijk gedrag, maar harmonisch gedrag. Want de wederkerigheid die ontstaat betekent een wederkerige erkenning van inhoud en waarde, Daardoor wordt het voor u mogelijk om zonder groot risico u toch te bewegen in de we­reld van de geest.

Het betekent verder dat u invloeden van over de gehele wereld kunt leren opvangen. Want een harmonie bestaat niet alleen met een persoon, ze bestaat in feite met het leven. En het leven zoals het op aarde kenbaar is, wordt gevormd door de totaliteit van al het levende. Dan is het toch duidelijk dat al het levende zijn indrukken naar u zal zenden op het ogenblik dat u het levende zonder enig vooroordeel en met een innerlijke vrede aanvaardt. Er is dan eveneens die wederkerig­heid.

U zult merken dat u dingen weet zonder te weten waarom, of die lo­gisch niet verklaarbaar zijn, maar die in uw wereld toch juist zijn en u zelfs een grotere beslissingsvrijheid geven in omstandigheden die voor anderen noodlot schijnen te worden. Een harmonische projectie is dus erg belangrijk.

Uzelf projecteren is weer iets anders. Uzelf projecteren betekent: uzelf kennen en het beeld van wat u bent met inhoud a.h.w. ergens an­ders plaatsen, in een sfeer, in een wereld of ergens op uw eigen wereld. Wij hebben in de vorige les verschillende mogelijkheden daarvan onder ogen gezien.

Op het ogenblik dat u harmonie projecteert, is dit voor de wereld waarin u leeft en voor elke wereld waarmee u bent verbonden, eenvoudig een projectie, een kenbaar worden. Dat die kenbaarheid door omstandigheden, door intellect, door gevoelsmogelijkheden wordt bepaald, daar kunnen wij niets aan doen. Maar de plant voelt aan. Het dier voelt u aan. De mens voelt u aan, zelfs wanneer u niet ter plaatse bent. Hierdoor heeft u dus geleerd deel te worden van een geheel.

Wij hebben een aantal regels en methoden besproken die bruikbaar zijn voor dergelijke dingen. Regels zijn eigenlijk hulpmiddelen die terzijde moeten worden gezet zodra wij weten wat wij doen. Dat laatste is belang­rijk: wij moeten weten wat wij doen.

Weten kan alleen in onszelf ontstaan. Wij kunnen van buiten lering krijgen, maar eerst wanneer ze in ons is geïntegreerd, krijgt ze voor ons een werkelijke en praktische betekenis. Daarom moet u als mens eerst deze projectie van harmonie leren voordat de werkelijke harmonische projectie op elk vlak voor u bereikbaar wordt.

Ik hoop dat u mij tot zover heeft gevolgd en dat het niet te inge­wikkeld is. De dingen die ik zeg, lijken misschien te eenvoudig of te onbegrijpelijk; maar ergens zijn ze logisch, daarnaast zijn ze hanteerbaar.

In het begin heb ik u al duidelijk gemaakt hoe je die harmonie tot stand brengt. Jezelf als een geheel aanvaarden, ja. Maar ook weten dat wat je in negatieve en in positieve zin bent tezamen niet alleen je wezen vormt, maar tevens je functioneren mogelijk maakt. Die zelfaanvaarding kan eerst ontstaan, als wij begrijpen dat niet een deel van ons we­zen maar het geheel van ons wezen belangrijk is. De rust, die daardoor ontstaat, behoeven wij niet na te streven. Ze is een automatisch gevolg van deze manier van zelferkenning en zelfbeleving, al het andere vloeit daaruit voort.

Gaat u proberen om het ik te projecteren, begin dan in ‘s hemels­naam niet met onmiddellijk hoge werelden op te zoeken. Want een hoge wereld kan voor u geen betekenis hebben, als u geen lage wereld kent. Alles heeft zijn tegendeel. De erkenning van beide factoren, die de tegenstelling vormen, maakt het eerst mogelijk het gebied tussen die bei­de te begrijpen en te beschrijven. Begin de zelfprojectie gewoon in een plant, in een bloem in een voorwerp. Leer uw krachten met een deel van uzelf te verankeren in iets anders. Ook weer niet iets dat bijzonder is: Bijna elke mens laadt, bewust of onbewust, voorwerpen op met zijn uitstraling, met een deel van zijn we­zen, met zijn eigen energie. Doet u dat bewust, dan betekent het alleen dat de energie sneller en sterker wordt uitgezonden en dat het patroon door het voorwerp dus gemakkelijker wordt opgenomen. Er zal altijd een re­sonans blijven bestaan tussen dat voorwerp en uzelf zolang de daar inge­legde trilling en de kwaliteit van uw persoonlijkheid gelijk zijn.

Wanneer u zich instelt op het voorwerp, ontstaan er beelden van bv de omgeving waarin het zich bevindt. Dat zijn enigszins fantasieën, maar daar zitten zoveel werkelijke elementen in verscholen dat u er ook werkelijk iets mee kunt doen en niet alleen maar een beetje experimen­teren zonder meer.

Projecteert u in planten, dan kunt u het leven en de groei van een plant beïnvloeden. U kunt natuurlijk niet een geheel levensproces onge­daan maken, maar u kunt bv. wel bereiken dat een plant die te sterk naar de lichtkant (de zonnekant) zich keert, ‘s nachts deze helling herstelt en dus niet helemaal scheef groeit, maar alleen een draaibeweging maakt in plaats van de richtbeweging naar het licht.

Bij dieren is het precies hetzelfde. Als u het dier aanvaardt voor wat het is en u projecteert daar een deel van uw gevoelens in (het dier kan uw rationele argumenten grotendeels niet verwerken), dan zult u zien dat het dier reageert in zijn eigen termen van mogelijkheid en bewustzijn, maar harmonisch.

Door op deze manier te leren een deel van jezelf te verankeren in de wereld om je heen, maak je je eigen leven en beleven aanmerkelijk gro­ter. Niet allen begrijp je meer en word je beleven intenser, maar gelijk­tijdig wordt ook je invloed en daarmee je verantwoordelijkheid groter. Dat is een heel belangrijk ding.

Begin niet met deze dingen voordat u eerst uzelf bewust in uw te­genstelling heeft erkend en daarmee vrede heeft gevonden. Doet u het van­uit een eenzijdigheid, dan zult u over het algemeen meer ongelukken ver­oorzaken dan wat anders.

Als u het wilt proberen met geestelijke krachten, geestelijke werelden, elementalen en wat dies meer zij, te communiceren dan is dat mogelijk, in­dien u innerlijk die harmonie bezit. Maar een projectie kan nooit geschie­den op uw voorwaarde. De voorwaarde wordt altijd bepaald door degene met wie u te maken heeft. Diens begripsvermogen, diens wereldvoorstelling dient u tijdelijk als deel van uw leven te aanvaarden. Dan pas is de wissel­werking mogelijk en kunt u zelfs uw waarnemingsvermogen verplaatsen buiten de stoffelijke wereld zonder dat behalve in de grenzen van het verstande­lijke u wordt beperkt in uw waarneming.

Het verklaren daarvan zal moeilijker zijn, dat geef ik graag toe.

Woorden schieten nu eenmaal vaak tekort voor dingen die men niet kent. Maar men leert die werelden werkelijk hanteren.

Zelfprojectie is niet alleen maar datgene wat je bent a.h.w. aan een ander opleggen. Het is wel degelijk gewoon jezelf zijn in elke ontmoe­ting met elke ander. Dan moet je ook niet boos zijn, als de ander anders is dan je zelf bent of de dingen anders verwerkt dan je hebt verwacht. Juist als je de ander accepteert in zijn volledigheid, zijn er contacten mogelijk waardoor je de ander voor zover je dit kunt, zult begrijpen en tevens met de ander een mate van eenheid vindt waardoor de juiste samen­werking, emotioneel geestelijk, verstandelijk of anderszins een feit wordt.

Het zijn dingen waar de regels maar hulpmiddelen voor zijn. Besef wel dat als u begint met zelfprojectie u daarmee ook de verantwoordelijk­heid op u neemt voor uw eigen effect op de wereld. Maar uw ego bevat zo­veel, dat u bijna elke wereld die menselijk nog uitdrukbaar is, hoe vaag dan ook, kunt bereiken, dat uw ik zich daar kan manifesteren en dat u, mits harmonisch daarmee, daaraan krachten kunt ontlenen die gelijktijdig uw behoeften kunnen uitdrukken.

Het geheel van ons bestaan is een wisselwerking. Als u steeds ver­der doordringt in al die werelden, dan wordt u zich ongetwijfeld ook be­wuster van dingen in uzelf die op dit moment nog onderdrukt zijn. En dan denk ik niet alleen aan incarnatieherinneringen, want die kunnen soms stoffelijk emotioneel belangrijk zijn, maar ze zijn eigenlijk niet zo belang­rijk, als datgene wat u in de geestelijke werelden bent geworden. (U denkt geweest, maar u bent het nog steeds, alleen weet u het niet.)

De beschikking krijgen over alle bronnen die in jezelf liggen is mogelijk door de aanvaarding van al die andere werelden in hun eigen termen, onvoorwaardelijk.

Harmonische projectie kan het best worden gekenmerkt door te stel­len: het is de onvoorwaardelijke erkenning van het andere, waaraan men zich niet prijsgeeft, maar waaraan men zich ook niet oplegt. Dan moeten we daar ook onmiddellijk aan toevoegen: daardoor zal het andere mij beïnvloeden en ik het andere, en deze beïnvloeding moeten wij eveneens le­ren erkennen. Want het is deze wederkerige beïnvloeding die de factor is welke geestelijk zowel als stoffelijk medebepalend is voor al datgene wat bereikbaar is.

Probeer u alstublieft niet te verplaatsen naar een andere wereld of een andere persoonlijkheid op te roepen. Het is altijd een poging die maar beperkt succes heeft en die in heel veel gevallen bovendien voert tot zelfbedrog en fantasie.

U kunt op den duur harmonische persoonlijkheden herkennen met wie er een relatie heeft bestaan of zal bestaan en dan kunt u inderdaad tot contacten en uitwisselingen komen. Deze zijn dan het gevolg van de tota­le erkenning waarin u leeft. Ze zijn niet iets dat u kunt afdwingen van uit een beperkt bewustzijn.

Wat u bent, draagt u uit, of u het wilt of niet. Niet datgene wat u denkt te zijn of voorgeeft te zijn, maar datgene wat u wezenlijk bent. Besef dit:

U kunt juist door uw uitstraling, die erg belangrijk is in al deze gevallen, uzelf nooit volledig vermommen voor een ander die openstaat voor uw uitstraling. Daarom is het beter zo weinig mogelijk komedie te spe­len. Enige komedie schijnt menselijke onvermijdelijk te zijn, vandaar dat men ook spreekt van comedie humaine. Beperk dat zoveel mogelijk. Probeer het niet langs slinkse wegen te doen, maar heel diplomatiek zoals dat heet. Probeer maar gewoon recht toe recht aan uzelf te zijn, maar de ander te aan­vaarden als volwaardig, de ander te zien waarmee je verbonden bent. Daaruit vloeit al het andere voort.

De ervaringen die je zo opdoet zijn ook geestelijk van groot belang. Ze kunnen je helpen om vele geestelijke werelden na de dood gelijktijdig te herkennen. Deze ontwikkeling voorkomt dat je eenzaam denkt te zijn, omdat je te zeer gebonden bent aan de voorstelling van jezelf of van je wereld.

Het voorkomt zelfs dat u meent dat de Orde wel klaarstaat om u op te vangen en dat u dan onmiddellijk hallelujah, ordelid zult worden. Want ook dit is niet reëel. U kunt innerlijk verwant zijn met de Orde. Dan is dat een harmonie met een aantal entiteiten die dermate sterk is dat er een uitwisselingsmogelijkheid is. U kunt dan gaan reageren vanuit het totale bewustzijn. Dat wil niet zeggen dat andere persoonlijk­heden u zonder meer opvangen. Dat is gewoon een vergissing. U moet het zich niet te eenvoudig maken, niet te zeer alles vermenselijken.

Zelfprojectie op de juiste wijze gebruikt, zeker uitgaande van een harmonische projectie, is het begin van een ontdekking van de totale wereld. Ik hoop dat onze lessen iets daartoe hebben bijgedragen en dat u deze voor uzelf, beperkt of minder beperkt, zult bereiken.

Ik heb geprobeerd zo eenvoudig mogelijk een zeer veelomvattend onderwerp uit te drukken. Ik hoop daarin geslaagd te zijn. Als er enige harmonie tussen ons heeft bestaan, dan zult u ook nog indrukken hebben opgedaan die niets te maken hebben met het gesprokene, maar die wel degelijk te maken hebben met uw persoonlijkheid en de verschillende geestelijke persoonlijkheden hier aanwezig.

Het innerlijk van de mens

Als je bezig bent met dergelijke dingen, dan loopt het op een ge­geven moment toch wel een beetje fout. De mensen denken dan; ach, het is niet zo belangrijk. Wat heb ik eraan? Het klinkt mooi, maar wat moet je ermee doen?

Als ik dus wil proberen iets te zeggen over esoterie, dan moet ik beginnen met te constateren dat de innerlijke weg, zoals dat heet, een weg is die iedereen moet gaan. Het is niet iets waarvan je kunt zeggen; Nu ja, dat doe ik nu eens wel en nu eens niet. Want als je het deze keer niet doet, dan doe je het in een volgend leven wel.

Er zijn mensen, die leren het misschien moeizaam; zij hebben wel hon­derd incarnaties nodig. En dan zijn ze alleen eigenwijs. Zij kloppen zich op de borst en zeggen: Ik ben een oude ziel. Dat is hetzelfde als iemand zegt: Op school ben ik al voor de tiende keer blijven zitten. Het zou erg mooi zijn als geestelijk de zaak op dezelfde manier werd aangepakt en dat ze zeggen: Laat ze maar promoveren.

De werkelijkheid is echter anders. Als je faalt, dan moet je opnieuw beginnen. Als je de innerlijke weg volgt, dan kun je daardoor voorkomen dat je teveel blijft zitten. Dan zit er een zekere progressie in alles wat je doormaakt. En als je dan verscheidene incarnaties hebt gehad, dan is elke incarnatie weer een verdieping, een verbetering van hetgeen er vroeger is geweest. Het is dus niet alleen maar ijdel gezwam. Dat wil ik maar even vooropzetten; Je moet je altijd verdedigen voordat ze be­ginnen aan te vallen, dan vallen ze namelijk niet aan. U moet nu niet denken aan een evenwicht door afschrikking, want dat is mijn bedoeling niet

Als je naar binnen toe gaat, dan word je over het algemeen gecon­fronteerd met allerlei dromen en wensdromen. Ook de God die je in je­zelf ontmoet, het innerlijke licht, is eigenlijk in het begin een wens­droom. Er zit wel een werkelijkheid achter, maar zolang je daar zelf vorm en gestalte aan geeft, blijft het toch in de eerste plaats een soort innerlijke luchtspiegeling. Daarom moet je, wanneer je in jezelf keert, proberen om op een gegeven ogenblik die beelden achterwege te laten.

Esoterie is een manier van voelen meer dan een manier van denken of van willen. Om de toestand te bereiken waarin je tot dit voelen kunt komen, zul je een zekere wilskracht, een zekere beheersing nodig heb­ben. Dat is vanzelfsprekend: Maar probeer het alsjeblieft niet om het zo mooi te doen: God in mij waar bent U? Dat is zoiets als blindenmanne­tje spelen of krijgertje. Je moet niet vragen; Waar is die God? Die God is er heus wel. Je moet ook niet zeggen: Ik ga God beleven. Je moet gewoon zeggen: Ik ga beleven. Je moet niet zeggen: Ik ga nu eens omschrijven welke werelden er in mij zijn. Want dan komen we terecht bij al die heerlijke oude beelden. U weet wel, als je in jezelf doordringt, dan kom je eerst in een jungle te­recht compleet met verscheurende dieren. Als je daar door bent, kom je in tuinen waarin je meent rustig te kunnen wandelen, totdat blijkt dat de paden nergens heen voeren. Tenslotte zie je in de verte een stad. Die ga je binnen en dan ga je de tempel in. Daar brandt een lampje. Dat lampje is dan het licht Gods.

Erg mooi, maar het is een rationele voorstelling. Het is een ge­lijkenis. Het is niet de werkelijkheid. Als u die gelijkenis aan uzelf vertelt, dan is het daarom nog niet waar. Daarom zeg ik: Esoterie is een kwestie van voelen. Het beste zou zijn, als je niet kon denken. Er zijn heel veel mensen die het niet doen en dan denken dat ze belang­rijke denkers zijn. Ook dat is gewoon de gedachten een beetje laten spelen zonder er aandacht aan te schenken; dat zou misschien gaan. Het gebeurt ook wel eens dat de te­levisie aanstaat en dat u niet kijkt. Zo moet u dat innerlijk zien. De beelden zijn er wel, maar ze zijn niet belangrijk. Het gaat om wat je voelt, wat je in jezelf beleeft. Dan zijn die gevoelens ook niet te om­schrijven. Je kunt niet terugkomen en zeggen: Nu heb ik dit en dat in mij aangetroffen. Je kunt alleen zeggen: Ik heb in mij gerust en ik ben eruit gekomen met een gevoel van vrede, van kracht, misschien met een soort wijsheid, een vergroting van begrip. Dat is alles.

Als je dat niet doet, dan blijf je aan de buitenkant zitten. Dan ben je als iemand die een auto kan besturen, maar niet weet hoe de motor werkt. Maar als er een defect is aan de motor, dan moet je weten hoe ze werkt om haar te kunnen herstellen.

Onze innerlijke waarden, onze harmonieën en hoe ze verder worden genoemd, zijn lang niet altijd honderd procent, dat weet u ook wel. Als u het niet weet, dan zou ik als ik u was wat eerlijker zijn, dan gaat uw onwetendheid vanzelf over.

Weten dat die innerlijke beleving op dit moment niet mogelijk is, zegt gelijktijdig: Er is iets in mijn innerlijke processen niet juist. En als u dan die vrede kent en haar kunt vergelijken met de toestand die u nu heeft, dan kunt u de fout meestal vinden.

Wij zijn voortdurend bezig om in ons bepaalde spanningen op te hef­fen. Zelfs het droomleven werkt daaraan mee. In de innerlijke belevingen de esoterische belevingen in projecties wij zijn altijd bezig om een soort evenwicht te scheppen voor onszelf. Als wij nu weten op welke wijze het evenwicht tijdelijk verstoord is, dan kunnen wij het herstellen. Ik wil niet zeggen, dat daarmee de storing wordt opgeheven, maar het wordt beheers­baar, In jezelf beleven is dus wel erg belangrijk.

Dan vragen de mensen zich af: Hoe moet ik dat doen? De een doet dat het best als hij zit te mediteren misschien. Een tweede krijgt waarschijnlijk de beste resultaten, als hij gewoon druk aan het werk is en alleen aan zijn werk denkt en dan plotseling in zich een gevoel krijgt. Er zijn er misschien ook die hun kop hard tegen de muur moeten stoten om dat gevoel te krijgen. Voor hen is harmonie afhan­kelijk van een buil. Maar het gaat niet om de manier waarop, het gaat om de beleving.

In jezelf beleven wil zeggen a.h.w. de toon zien waarin het gehele werk zich voor je afspeelt. Want jouw wereld is niet gelijk aan die van een ander. Dat denk je alleen. Jullie hebt allemaal afspraken zoals dat is het rode licht en dat is het groene licht. Maar of ze nu dezelf­de tinten rood en groen zien, dat weet niemand. En omdat we een plaats­oriëntatie kennen die vergelijkbaar is, weten we: het bovenste is rood het onderste is groen. En dan heb je er nog het gele licht tussen en typisch Haags in de stille perioden ook nog het flikkerlicht.

Die afspraken zeggen nog niet dat wij de wereld zien zoals een ander die ziet. Wij leven een beetje in onze eigen wereld. Het wonderlijke is nu dat het gevoel in ons de mogelijkheid geeft om die verschillen onbe­langrijk te maken. Normalerwijs komen de botsingen tussen de mensen voort uit de voorstellingen die zij van zichzelf hebben opgebouwd.

De voorstelling van hun wereld of van juistheid daar vechten ze om en ze begrijpen niet dat wat voor de een juist is voor de ander dom kan zijn en omgekeerd. En toch, de een kan garnalen eten en ervan genieten en de ander krijgt uitslag. Dus met het gevoel gaan ze a.h.w. objective­ren. Je gaat begrijpen: alles is een beetje subjectief, maar er zijn be­paalde waarden die wij gelijk hebben.

Zo komt je innerlijke wereld naar buiten. Hoe meer die wereld wordt gedeeld met anderen, met de rest van de wereld, hoe vollediger je je eigenlijk ook kunt één voelen met de wereld.

Het is in mijn ogen heel vreemd. Als ik naar de mensen kijk, dan is minstens 80 % van de mensen die de wereld op de een of andere manier een beetje zien als een vijand of als iets dat er alleen maar is om te gebruiken. Dat zij er zelf deel van zijn, ontgaat hen allemaal. Toch is dat deel-zijn het enige belangrijke van je bestaan op aarde. Daarom moet die innerlijke je, wel worden gevolgd. Het is de enige manier om te komen tot de realiteit met de wereld buiten je. En wat meer is, de vragen die je anders stelt, behoef je niet meer te stellen. Vragen als: Wat is de zin der dingen? Wat is de zin van mijn leven? Een mooie vraag. Als je dat wilt verklaren in je eigen termen, dan overschat je jezelf of er deugt niets van. Een van de twee.

Volgens je eigen normen ben je eigenlijk altijd al een beetje een mis­lukking. Maar daar gaat het niet om. Het gaat erom wat ben jij in het ge­heel? Dan wordt de beoordeling heel anders. Dan kun je ook gemakkelijker vrede hebben met hetgeen je bent. Dan behoef je niet krampachtig te pro­beren om anders te doen, om anders te zijn. Dan weet je: zoals ik ben, ben ik goed, want op die manier behoor ik bij het geheel.

Ik denk, dat de godsdiensten langzaam maar zeker die innerlijke bele­ving en die innerlijke eenheid hebben verruild voor een hele hoop voor­schriften en dogma’s. Het is niet een kwestie van: zo is de leer; maar zo werkt ze in mij. Het is niet een kwestie van: het staat geschreven en dus is het zo; maar het leeft in mij en daardoor is het voor mij waar. Het is niet een kwestie van: wij weten beter dan gij wat de waarheid is en dus zult gij ons geloven. De waarheid is: in al mijn twijfels vind ik in mij iets wat mij zegt: dit moet wel waar zijn. En dat is dan inderdaad waar, dat is beleefbaar.

In de oude tijd was er heel veel magie en toverij. Maar wat was het eigenlijk anders dan gebruik maken van innerlijke krachten, van projectie. U bent bezig met zelfprojectie. Ik hoop dat de projector het goed doet. Vroeger projecteerde men zich, zijn innerlijk beleven en zijn geloof veel meer dan tegenwoordig. De wereld denkt zo rationeel. Maar de mens is niet rationeel. Daarom moet je de ratio zien als een werktuig dat je hanteert en gelijktijdig in jezelf de juiste gevoelswereld vinden.

Dan blijken er verbondenheden te bestaan die redelijk gezien eigen­lijk onaanvaardbaar zouden zijn, waar je heel veel tegen in kunt brengen. Dan blijken er allerlei relaties met velerlei dingen in de wereld te be­staan, tot plaatsen toe die redelijk niet te verklaren zijn, maar die erop wijzen dat je zelf daarmee verbonden bent. Daarom is esoterie zo belang­rijk, want die verbondenheden zeggen heel wat meer over je mogelijkheden, over wat je bent en zou moeten doen dan alle schitterende regels.

Ik heb het gevoel, dat degenen die geestelijke leiding willen geven ofwel zichzelf verliezen in vaagheid (iets wat men ons niet altijd terecht, hoop ik, ook wel eens verwijt) danwel zich uitputten in het schep­pen van allerlei regels die zo waterdicht mogelijk moeten zijn, maar waardoor er geen ruimte meer overblijft voor het jezelf zijn. En iedereen wil tot op zekere hoogte zichzelf zijn. Dus wat gebeurt er?

De Paus is tegen elke methode van anticonceptie en de gelovige vrou­wen nemen de pil. Dat klinkt misschien erg cru, maar, het is toch waar.

De dominee kan spreken over de wil Gods, maar ja, als je met zaken doen een extra winstje kunt maken, dan zullen zijn belangrijkste financiers en ouderlingen heel waarschijnlijk ook nog wel eens u weet wel hoe.

Vroeger zeiden ze in Nederland: De vroomheid doet het in Brussel buiten de pot. En dat was heel gewoon. De mensen willen een beeld van zichzelf handhaven, de wetten van de maatschappij. Daardoor was er te­vens een soort gewrongenheid.

Als wij innerlijk die gevoelens hebben leren kennen, dat innerlijk rustig zijn misschien, is dat nog het best, dan beseffen we plotseling: die dingen komen er niet zo opeens; het is niet belangrijk meer. En dan zijn wij vrij. Niet vrij om te doen wat wij willen, maar vrij van belemme­ringen die ons maken tot iets wat we niet zijn.

Ach, als ik zo nadenk over al die leringen over esoterie die wij hebben gegeven in de loop der tijd, dan komt in mij de vraag weleens op of wij de gevoelens hebben kunnen weergeven die meer waar zijn dan alle woorden die je kunt spreken.

Ik voel mij op dit moment met u verbonden. Dan moet u niet denken: wat zijn wij lieve jongens, want hij voelt zich met ons verboden. Er zit­ten echter een paar donderstenen tussen, al zijn het maar een paar. Ik ken u wel zo’n beetje. Het gaat er gewoon om dat er iets is wat ons elkaar doet begrijpen. Dan kun je het het gemakkelijkst zo zeggen:

Wij delen op dit ogenblik een zekere kracht. Dan gaat het niet meer over: wat is God, wat is godsdienst en wat is de eeuwigheid? Al die din­gen zijn voorbij. Het gaat er om: begrijpen wij elkaar. Begrijpt u waarom u denkt dat u mij begrijpt? Wij delen gevoelens, geen begrip. Dat klinkt mis­schien wreed. U doet alle moeite om het precies te volgen en te begrij­pen. En dan zeg ik u: Ik bedoel toch weer iets anders dan u denkt te be­grijpen. Dat is de werkelijkheid.

Het is onze innerlijke wereld die eigenlijk alleen in een gevoel, in een beleving is uit te drukken, maar niet in een omschrijving die bepalend is voor hetgeen wij gemeen hebben. De uiterlijkheden doen niet veel ter zake. U denkt misschien: ja, maar de liefde, de hartstocht, de gemeenschappelijkheid, de solidariteit. Ik weet nog steeds niet wat dat is solidariteit. Het schijnt dat solidariteit voor veel mensen dat­gene is wat je van een ander eist wanneer je het nodig hebt zonder het zelf altijd te willen geven, wanneer een ander de behoefte daaraan ken­baar maakt.

Wij zijn gebonden juist omdat wij geen vragen stellen. Wij zijn verbon­den met alle dingen. Die verbondenheid is veel belangrijker dan het an­dere. Dat we een deel daarvan soms in vocabelen kunnen omzetten dat is wat de Duitser zegt Nebensache. Het staat naast de feitelijkheid.

Ik heb kracht, wij zijn verbonden, dan heeft u die kracht toch ook. Niet omdat u zonder mij geen kracht heeft, maar omdat in mij het besef van die kracht leeft, niet als een begrip maar als een aanvoelen. En als ik dan zeg. Die kracht deel ik met u, dan deel ik die kracht in­derdaad met u, omdat u zich bewust wordt van de kracht die in u leeft.

Dat is nu esoterie. Het is geen tovenarij. Het is gewoon delen, omdat je in jezelf de eenheid aanvoelt waarvan alle andere dingen al­leen maar een verschijningsvorm zijn. Wat u denkt te zijn is niet belang­rijk. Wat u zichzelf voorhoudt, is ook niet zo belangrijk: Maar wat u diep in uzelf kunt voelen en vooral de rust die u in u soms kunt vin­den en misschien dat gevoel van licht en even los zijn van alle dingen dat is belangrijk.

Uw innerlijke weg is een weg naar een werkelijkheid die geen woor­den meer kent. Uw innerlijk streven is niet het zoeken naar iets fei­telijks. Het is een poging om al datgene te verliezen wat je belet je­zelf te zijn.

De esoterie is een beleving, geen procedure. En als u in deze cursussen met een hoop feiten en regeltjes wordt geconfronteerd zo nu en dan, dan moet u begrijpen dat is gewoon maar een handleiding. Maar als u het in uzelf niet voelt, dan kunt u er toch niets mee doen.

Ik kan u bij wijze van spreken de schatten van de Graaf van Monte-Cristo geven, maar u moet zelf de gang graven waardoor u uit de cel komt of zelf het trucje uitdenken waardoor u in zee wordt gegooid. (Met dank aan Dumas’ parel)

U moet het zelf doen. U kunt het alleen doen door hetgeen er in u leeft. En als u nog eens bezig bent met de cursus van Zelfprojectie probeer dan niet uw beeld uit te sturen, maar tracht uw zijn te beseffen. Dat besef is dan de basis van alle projectie. Het is de basis van alle bewustwording. Het is zeker voor u de enige weg die u brengt tot een steeds intensere verbondenheid met de waarheid die overblijft wanneer alle illusie wordt tenietgedaan.