Harmonische samenhangen

18 juni 1984

De gastspreker van vanavond zou men kunnen omschrijven als een van de sleutelbewaarders van het blauwe licht. Dat wil zeggen dat het een tamelijk hoge rang is die hij heeft, voor zover er bij ons rangen zijn. Zijn denken is kunstzinnig wetenschappelijk zou ik haast zeggen. Zijn bijzondere interesses: de harmonische samenhangen die de kosmos beheersen en de wijze waarop die ook voor geesten en mensen werkzaam zijn. Als inleider mag ik daarover de tijd vol babbelen.

De belangrijkste uitspraak van de gastspreker zal ik u maar meteen geven hij stelde namelijk: harmonie is niet slechts samenklank, het is de wederkerige aanvulling waardoor een volledigheid ontstaat, die de delen te boven gaat en waarbij gelijktijdig een product ontstaat, dat aanmerkelijk omvattender is dan al dat wat delen der harmonie afzonderlijk zouden kunnen omschrijven. Dat klinkt ontzettend ingewikkeld.

Nu neem ik aan, dat u, zoals ik vroeger, het liever op z’n boerenfluitjes hoort. Dat valt uiteindelijk ook een beetje in de muzikale sfeer, dus daar is niets op tegen. Dan zou je het misschien het beste zo kunnen zeggen:

Een harmonie is niet alleen de overeenstemming of het samengaan van twee of meer factoren, het is eigenlijk een product dat zij samen voortbrengen. U kent allemaal het verhaal: mannetje ontmoet vrouwtje en mannetje en vrouwtje dan komt kindje; alleen is het kindje klein.

Hier is het: harmonische mogelijkheid A ontmoet harmonische mogelijkheid B en beiden versmelten zich en brengen voort harmonische kracht C. Dus de moeilijkheid ligt eigenlijk daarin, dat wij geneigd zijn de harmonie vanuit de delen te bepalen. Maar iemand, die een beetje verder in de bepaalde straal gevorderd is, gaat langzaam maar zeker vanuit het geheel de schijnbaar afzonderlijke functie van de delen analyseren.

Ik hoop niet dat dat uitvoerig wetenschappelijk wordt gedaan, dat lijkt mij een beetje ver gaan. Ik weet zelfs niet of mijn boerenfluitjes u zodanig in de oren hebben geklonken, dat u althans de melodie begrepen hebt.

Wanneer ik zelf denk aan harmonie dan denk ik aan mensen die samengaan, aan entiteiten die desnoods met elkaar versmelten. Ik denk aan krachten die ofschoon zij sterk verschillen tezamen één werking voortbrengen. Dat komt omdat ik nu eenmaal leef in een wereld waarin de delen nog belangrijker schijnen te zijn, dan het geheel dat ze voortbrengen. Het geheel is natuurlijk wel belangrijker, maar kan dit alleen zijn omdat de delen zichzelf zijn. (Dat is trouwens een heel mooie opmerking. Die zou direct passen in een handboek voor de democratie …)

De situatie waarin je verkeert op het ogenblik dat je zoekt naar hoger weten is er een, waarbij je kiest voor één bepaalde richting. Dat is op zich helemaal geen bezwaar. Maar kun je in die richting onbeperkt verder gaan? Dan blijkt dat het een tamelijk spitse piramide is, om niet te zeggen en bijna obelisk‑achtige figuur, die zich naar boven toe meer en meer verengt en uitloopt op een punt waarin je niet verder kunt.

Voeg je daar nu echter de tweede factor bij, de emotie, dan ontstaat uit het weten en de emotie wat men noemt de mystiek. Het verweven van denken, van patronen van voelen tot een beleving, die niet meer omschrijfbaar is in de termen van denken en die toch meer omvat dan alleen gevoelsmatig zou kunnen worden weergegeven.

Ik denk, dat bij esoterie alle factoren natuurlijk een rol spelen. Je hebt te maken met het geloof, je hebt daarnaast begrippen als verbondenheid, naastenliefde b.v., je hebt begrippen als schoonheid, je hebt begrippen als afstandelijkheid, beschouwing en al die dingen vloeien eigenlijk samen tot een geheel.

Dat geheel overzien kun je eigenlijk niet. Ik denk dat je, ongeacht het feit, dat je in de esoterie in de eerste plaats met jezelf wordt geconfronteerd, ook niet in staat bent alle samenhangen en consequenties van een esoterisch beleven of een esoterisch werken te zien. Er zijn te veel zaken bij betrokken

Maar de kracht die ontstaat, de werking die ontstaat is een eenheid. Die neemt je a.h.w. helemaal mee in de beleving. Ze brengt je een gevoel plus een besef die afzonderlijk niet veel waard zijn, maar die tezamen een toestand van ontruktheid of verrukking kunnen veroorzaken,

De gastspreker met wie wij vanavond te doen hebben, is iemand die zich daarin heeft gespecialiseerd. Hij weet precies welke krachten samenvloeien en hij weet hoe combinaties ontstaan. Hij heeft a.h.w. alle onderdelen onderzocht en elk op zichzelf beproefd, bezien, gewaardeerd en gezien welke harmonieën ermee bereikbaar zijn.

Als ik zijn conclusies mag volgen ‑ ik kan ze namelijk niet helemaal narekenen of overzien ‑ dan komt het hierop neer, dat niet elke factor volledig harmonisch is met elke andere factor, maar dat verschillende factoren onderling harmonisch zijn. Wanneer die onderlinge harmonie eenmaal bereikt is, dan is een verdere harmonie mogelijk met andere groepen waarmee het beginpunt dus niet harmonisch was.

Laat ik het zo zeggen: Er zijn mensen, die kunnen elkaar niet uitstaan en er zijn mensen die elkaar op het eerste gezicht al aardig vinden. Het is duidelijk, dat samenwerken met mensen die je niet kunt uitstaan nooit zo bijzonder goed en prettig verloopt. Er zijn dan altijd haperingen. Maar er zijn mensen, die jij heel erg prettig vindt en met wie je samenwerkt. Wanneer jij met die samenwerking bezig bent, ben jij niet meer alleen, jouw eigen oordeel staat niet meer alleen. Je bent a.h.w. verbonden met het groepje waarmee je werkt. Dat groepje als zodanig kan nu wel diegene, die jij niet sympathiek vond, accepteren en omdat hij dan niet de overheersende factor is, kun je met hem samenwerken. Op deze manier is het misschien wat gemakkelijker te begrijpen.

In de geestelijke richtingen, in de geestelijke sfeer ligt dat allemaal natuurlijk nog een beetje complexer, dat begrijpt u wel. Maar het is heel erg duidelijk, dat er op geestelijk gebied b.v. richtingen bestaan waarmee wij van de Orde niet zonder meer harmonisch kunnen zijn. Er bestaat een mystieke beleving van de Islam b.v. waarmee wij als O.D.V. absoluut niet kunnen harmoniëren.

Maar nu blijkt er een eigenaardigheid te zijn, er bestaat namelijk ook een groepering van half Hindoeïstische, half Boeddhistische aard; er zit zelfs wat natuurverering in. Deze groep brengt een denken dat voor ons helemaal aanvaardbaar is. Er zit de afstandelijkheid maar ook de verdraagzaamheid in van het Boeddhisme. Daarnaast zit er de erkenning in van de veelvuldigheid der krachten, die in het Hindoeïsme zo sterk is.

Wanneer wij nu met die groep samenwerken, dan blijkt dat we ineens die Islam‑groep wel kunnen verdragen. Waarom? Omdat wij tezamen niet alleen maar verdraagzaam zijn, maar we hebben gelijktijdig een soort veelheid van begrippen opgebouwd, waarbij de O.D.V. o.m. Christendom e.d. binnen brengt, Hindoeïsme, Boeddhisme, een heel klein tikje Taoïsme en wat natuurverering. Al deze factoren samen zijn net voldoende om de conflictstof weg te nemen van het toch nogal wat strijdvaardige Islamitische denken.

De Witte Broederschap b.v. ‑ ik weet niet of het u interesseert – is opgebouwd uit een zeer groot aantal groepen. Sommige groepen zeggen: wij zijn deel van de Witte Broederschap. Dat zijn degenen, die een volledige harmonie hebben met alle bestanddelen van de Witte Broederschap. Er zijn er ook die zeggen: wij hebben ons ondergeschikt gesteld aan of wij hebben ons verbonden met de Witte Broederschap.

Denkt u dat het verschil uitmaakt? Ja, dat maakt verschil uit. Kijk, wanneer ik mij verbonden heb met de Witte Broederschap, dan betekent dat: samenwerking. Maar die Witte Broederschap zal bepaalde dingen doen waarmee een andere groep het niet eens is. De O.D.V. is er b.v. erg op tegen, dat er oorlogshandelingen worden aangemoedigd, wat vanuit de Witte Broederschap soms wel gebeurt. Wij nemen daar dus geen deel aan.

Andere groepen in de Witte Broederschap zijn weer veel, ik zou haast zeggen vrijzinniger dan wij. Die hebben heel andere methodieken die zij aan hun leden onderwijzen; zij hebben heel andere opvattingen over wat er op de wereld moet zijn en niet moet zijn. Zo’n groep kan binnen de Witte Broederschap heus wel goed en actief werken, net zo goed als de onze.

Maar afzonderlijk zou ze een aantal dingen op de voorgrond schuiven, die wij als O.D.V. in feite zouden moeten beteugelen; ik wil niet zeggen bestrijden, maar beteugelen.

Al die groepen in de Broederschap worden verbonden door één gemeenschappelijke belangstelling. De mensheid heeft vele mogelijkheden. Die mogelijkheden moeten ontplooid worden opdat steeds grotere incarnatiemogelijkheid voor steeds meer bewuste geesten ontstaat. Hierdoor kan langzaam maar zeker een eenheid worden bereikt, waarbij geestelijke wereld en stoffelijke wereld niet meer onderscheiden zijn, maar in elkaar overgaande een veelomvattender bewustzijn en begrip van de totaliteit mogelijk maken.

De Broederschap heeft ook zoals u misschien weet een Grote Raad. De meeste mensen denken eraan als een soort E.E.G.-parlement. Nu, ze zijn niet zo machteloos en zelfs iets nuttiger… Een Grote Raad is bij ons eigenlijk iets wat afhankelijk van het probleem is samengesteld.

Wanneer het gaat om vrede te stichten dan kunt u er zeker van zijn, dat er van de Orde een paar hoge omes bij zijn. Die zitten in die Raad. Gaat het over natuurrampen dan zegt de Orde: Nou, zoek dat zelf maar uit; wij zullen de hulpverlening verzorgen, maar verder niet.

Zo wisselt zo’n samenstelling voortdurend. Dat lijkt misschien een beetje vreemd ‑ je zou zeggen: waar blijft de continuïteit zoals dat heet ‑ maar het berust gewoon weer op dat harmonische principe. We kunnen in een groot aantal gevallen volledig harmonisch met volledig begrip en volledige inzet samenwerken met datgene, wat de Witte Broederschap wil.

Maar de Broederschap kan op een gegeven moment dingen gaan uitvoeren waarvan de Orde zegt: is het wel nodig, wij voelen ons daarmee niet verwant. Zou de Orde daarbij blijven, dan zou in de eerste plaats de beslissing veel moeilijker zijn. In de tweede plaats – en dat is nog belangrijker ‑ zouden wij of zouden anderen hun eigen gevoel van juistheid moeten verloochenen. Dat kunnen wij natuurlijk nooit doen.

Doordat de Raad steeds wisselt in zijn bezetting bereikt zij eigenlijk steeds een optimale harmonie bij degenen, die t.a.v. een bepaald punt de beslissing moeten nemen. Datgene, wat ik absoluut niet wil, daartegen kan ik mij verzetten. Dat doe ik niet door anderen aan te vallen, maar door elke medewerking daaraan te weigeren.

Datgene, wat ik heel graag wil maar wat de anderen niet willen, nou ja, dat moet ik dan voorlopig maar ergens neerschrijven zodat ik het niet vergeet, bij wijze van spreken. Dan moet ik maar afwachten of ik iemand kan vinden, die daarmee wel harmonisch is en dan kan ik misschien weer verdergaan.

Ik geef dit allemaal maar als een voorbeeld van hoe die harmonieën werken. Mensen denken: ik behoor bij de rode straal, de blauwe straal of de gouden straal en dus ben ik dit of dat. Tot op zekere hoogte is dit juist. Die straal geeft uw weg aan. D.w.z. uw grootste kans tot bewustwording plus het grootste gedeelte van uw feitelijke kwaliteiten en eigenschappen. Dat is in die straal verdisconteerd.

Maar bewustwording is ook een kwestie van contrasten. Wanneer je dat niet begrijpt en je zegt: ja, maar, ik ben rood of ik ben blauw of ik ben goud of zelfs wit en ik kan dus alleen maar met die kracht harmonisch zijn, dan valt het verschil, de tegenstelling weg, maar daarmee tevens een groot gedeelte van de bewustwording.

Wanneer je dus tot een bepaalde straal behoort, is het erg belangrijk dat je beseft dat die straal de aard, de kwaliteit en de krachten bepaalt die ik bezit. Maar het is mijn samenwerking met degenen die tot een geheel ander bereik behoren, waardoor voor mij pas het beeld ontstaat van wat ik werkelijk ben en van wat ik werkelijk moet doen. Ik kan niet gewoon blijven zitten en zeggen: “mensen, dit ben ik”, zoals men weleens zei: “J’y suis j’y reste”. En de rest was stilte en dat is niet de bedoeling. Wij willen verdergaan.

Altijd weer is bewustwording een proces van vernieuwing. Iemand, die een bestaande harmonie onbeperkt en zonder meer wil blijven behouden, zal daarvoor vaak zeer vele andere harmonische mogelijkheden opzij moeten zetten. In een stoffelijke relatie kan het erg belangrijk zijn dat je dat doet. Maar geestelijk gezien of t.a.v. een wetenschappelijke ontwikkeling, van een kunstzinnige ontplooiing kun je je dat niet permitteren. Je moet veelzijdig zijn.

Laat ik het zo zeggen. Een musicus is pas een musicus als hij Chopin, Hindemith maar ook de Skinheads kan waarderen. Begrijpt u? Je moet dus de veelheid overzien. Daarin heb je dan je beste mogelijk­heden. Ik kan me best voorstellen, dat er muziekrecensenten zijn geweest die vroeger hebben gezegd: “Beatles? Bah!” Maar Beatles bah! Was niet voldoende. De Beatles hadden muzikaal zeer grote kwaliteiten, alleen zij werden uitgedrukt in een muzikaal‑idioom dat voor de meeste klassiek denkenden niet aanvaardbaar was.

Wanneer je terug kunt gaan tot b.v. melodische opbouw, die bij hun heel sterk is, dan zijn er overeenkomsten te vinden met heel veel andere componisten. Dan zeg je: hé, zit ik hier eigenlijk niet in de buurt van Vivaldi? en: hé, daar hoor ik een achtergrondopbouw bij dat liedje; dat lijkt Bach wel. Met andere woorden nogmaals in dit muzikale beeld zat zeer veel.

In de kosmos zijn heel veel dingen die anders zijn en anders reageren en denken dan wij. Het gaat er niet om hoe de vormgeving is, wat de gestalte is, het gaat erom wat de innerlijke opbouw is. Bij de innerlijke opbouw moet je kunnen komen tot een appreciatie. Je hoeft niet te komen tot een voorkeur voor, maar een appreciatie.

Op het ogenblik, dat die appreciatie ontstaat is er een mogelijkheid van harmonisch samengaan op het ogenblik dat het werkelijk noodzakelijk is. Dan kun je bij wijze van spreken een concert schrijven voor een filharmonisch orkest met beatband. Dat kan heel erg goed zijn. Of je kunt een schlager schrijven voor punkrockers met draaiorgel. Ook dat is denkbaar.

De harmonie wordt bepaald door de mogelijkheid tot aanvulling; de harmonische ontwikkeling wordt bepaald door het vermogen meerdere harmonieën afzonderlijk te kennen, te beleven en in jezelf a.h.w. waar te maken.

Ik heb al gezegd: een sleutelbewaarder. Het klinkt natuurlijk een beetje gek. Want dan denkt u meteen aan Petrus. Toch is deze gastspreker heus niet een oude vent met een baard. Hij is zelfs van de andere sekse geweest in zijn laatste incarnatie. Maar laten we daar maar niet over praten, want dan gaat het er meer om wat is beter: een man of een vrouw? Dan zeg ik: dat ligt er maar aan hoe je jezelf voelt.

Dus realiseer je gewoon: zo’n spreker behoort wel tot een bepaalde straal en hij beschikt over de krachten van die straal. Daarom is hij sleutelbewaarder. Hij heeft het vermogen om bepaalde harmonieën op te voeren of te onderdrukken, maar hij kan alleen binnen die straal slechts versterken wat bestaat bij mensen die al harmonisch zijn met die straal, dat is duidelijk.

Op het ogenblik, dat hij zich bezighoudt met harmonieën, met harmonische mogelijkheden dus, kan hij echter die blauwe straal invoegen in willekeurig welke andere straal op het ogenblik dat het geen grotere tegenstelling is. Dan kan er een harmonie worden geschapen die toch de tegenstelling in zich draagt. Op dat ogenblik wordt die kracht veel werkzamer, niet alleen dat het effect groter wordt, maar bovendien de rijkdom van mogelijkheden neemt toe.

Iemand, die zich bezighoudt met dat soort dingen, dat zult u ook begrijpen, die maakt daar een studie van. Zoals de meeste hoge omes zijn ze ‑ evenals deze ‑ wel in staat om het allemaal simpel uit te drukken, denk ik. De inleider worstelt altijd met allerlei begrippen die hij heeft gekregen en dan komt de gastspreker en die smeert dat zo zijig en gezapig uit, dat het zonnebrandolie lijkt op een wat warme huid.

Nu, mijn hele worsteling in deze is eigenlijk: hoe maak ik duidelijk wat ik zelf toch wel harmonisch voel ten aanzien van a) de gastspreker en b) t.a.v. de mogelijkheden die hij vertegenwoordigt. Mijn hele betoog is eigenlijk een pogen u duidelijk te maken, dat a) een voortdurend wisselende veelzijdigheid in zichzelf een volledige harmonische mogelijkheid draagt, en b) dat je zelf altijd moet uitgaan van je eigen harmonie en dat je dan later eventueel daardoor omvangrijker harmonieën kunt bereiken.

De situatie waarin onze gastspreker op het ogenblik verkeert is laten we zeggen nogal hooggeplaatst, belangrijk, in ieder geval zit ook hij vaak in de Hoge Raad van de Witte Broederschap. Hij houdt zich bezig met een aantal natuurkrachten, zelfs met krachten die niet alleen met de aarde te maken hebben. Hij kent een groot aantal van de zogenaamde zonneharmonieën. Dat wil zeggen, de mogelijkheden om de krachten van de zon harmonisch te verwerken, maar ook om de gedachten van de zon ten dele op te vangen. Iets wat een gewoon wezen praktisch niet kan doen.

Alles bij elkaar genomen zou ik zeggen: het is in ieder geval een uitzonderlijke figuur met zeer veel uitstraling ‑ dat zult u trouwens zelf wel constateren, met een enorm invoelingsvermogen (veel beter dan het mijne) en toch ook iemand, die in een schijnbare neutraliteit een enorme kracht verbergt en voortdurend harmonieën schept en herschept.

Zijn wezen is nu eenmaal ingesteld op die harmonieën. Zijn hele bestaan wordt bepaald door de harmonische mogelijkheden waarvan hij deel uit kan maken en de wijze waarop hij daaruit weer bewustwording kan voortbrengen. Een simpele ziel als ik staat dan wat knipogend, soms bijna klappertandend te schouwen naar de voor mij ongelooflijke toeren die dergelijke hoge omes uithalen.

Ik vraag mij weleens af: hoe kom je zo ver? Hun antwoord is altijd weer: door jezelf te zijn en een reële harmonie op te bouwen. Ik ben nog niet zo ver. Maar misschien mag ik als slot van mijn inleiding hier mijn eigen beperkte visie op geven:

Alle bestaan berust op het erkennen van het andere. Wanneer het bestaan wordt opgebouwd op tegenstellingen; dan zal het veelal een destructieve aard hebben. Dat wil zeggen: disharmonie overheerst. Wanneer het bestaan is opgebouwd op dominantie, dan ben je geneigd om je alleen maar te richten tot datgene wat of veel milder is, dan wel veel lager staat dan jijzelf.

Voor ons het echter erg belangrijk dat we geconfronteerd worden met zaken die voor ons gelijkwaardig of zelfs hoger zijn. Daarom wordt het geheel van ons leven eigenlijk bepaald door ons vermogen hogere krachten, hogere waarheden, verdergaande mogelijkheden te accepteren. Zolang wij in ontwikkeling zijn worden we steeds sterker en beter.

Op het ogenblik dat we iets in ons wezen permanent fixeren, zijn we op dat gebied althans uitgeschakeld. Probeer altijd zo veel mogelijk te aanvaarden dat de verandering in zichzelf ‑ zolang ze maar harmonisch blijft ‑ een verrijking betekent van je eigen beeld. Zoek in jezelf niet alleen maar naar datgene wat je doet verschillen van al die dingen die je buiten je constateert of van de krachten die je bereiken, maar probeer ook eens na te gaan wat voor overeenkomsten je hebt.

Het is daar waar we een mate van overeenkomst of zelfs een mate van harmonie kunnen constateren, waar onze grootste mogelijkheid ligt. Niet omdat de harmonie in zich de bewustwording sneller doet voortgaan, maar omdat de harmonie voor ons de mogelijkheid betekent ons besef uit te breiden en ons innerlijk erkennen uit te breiden tot gebieden, die we zonder die harmonie nooit zouden kunnen benaderen.

Leven is een voortdurende verandering, een voortdurende wisseling, maar daarnaast ook een voortdurende verrijking. Die verrijking is alleen zinvol als je niet op een gegeven ogenblik tot stilstand komt. Of je nu 18 bent of 81, je moet in staat zijn om mee te veranderen. Niet jezelf te veranderen, maar je harmonische mogelijkheid steeds weer aan te passen aan datgene wat er nu is.

Elk terugzoeken naar het verleden betekent in feite gelijktijdig een belemmeren van je eigen mogelijkheden. Maar steeds weer openbloeien voor datgene wat nu bestaat, de mogelijkheden die er nu zijn, de ontwikkelingen die op dit ogenblik op de voorgrond komen, dat betekent voor jou inderdaad verdere bewustwording, maar ook een grotere harmonie; dus meer vermogen, meer kracht, meer inhoud en daardoor in het geheel meer betekenis.

Als ik dat nu zo zeg klinkt het misschien allemaal heel eenvoudig. Maar als u uzelf even bekijkt, dan weet u dat u vol zit met allerlei vastgeroeste ideeën en gewoonten. Sommige zijn zo verroest dat u ze niet meer kunt losmaken zonder de hele zaak stuk te maken. Dus kijk maar uit dat je niet het kind met het badwater weggooit. U moet niet breken met uw gewoonten, u moet ze onbelangrijk maken. U kunt uw vooroordelen mentaal misschien wel verwerpen, maar u zult zelden in staat zijn dat volledig te doen. Laat uw vooroordeel dan rustig bestaan, maar zoek een harmonie waarin dat vooroordeel geen rol speelt.

Als u dat voor elkaar krijgt zult u heel veel hebben aan al datgene, wat onze gastspreker en andere van zijn soort de wereld kunnen brengen. Dan zult u ongetwijfeld niet alleen uzelf beter beseffen, maar vooral de verbinding die er bestaat tussen u en die vreemde kosmos buiten u, waar we maar zo’n heel klein deeltje van kennen.

Ik geloof dat ik het hierbij mag laten. Ik dank u voor uw aandacht. Ik neem aan, dat de gastspreker aanwezig zal zijn, hij heeft althans alle mogelijkheid om ook direct tot uiting te komen.

De Gastspreker

Het is niet mijn gewoonte om op bijeenkomsten als deze te spreken. Mijn taken liggen gemeenlijk elders. Maar als begrippen ter sprake komen als verdraagzaamheid, dan begin je onwillekeurig ook te denken aan harmonie, aan het samengaan van de vele waarden in de kosmos en dan voel je je toch ondanks alles enigszins aangetrokken tot dit onderwerp en tot de mogelijkheid daarover te spreken.

De kosmos zelf, zover ik ze althans kan overzien, is inderdaad volledig harmonisch. Alle delen, alle gebeuren, alle beweging, ja zelfs alle schijnbare leegte vormt tezamen een volkomen evenwichtig geheel. Dat is verwonderlijk omdat we zoveel verschillende delen van die kosmos zien, die elk op zich schijnbaar disharmonisch zijn.

Uw stoffelijk heelal b.v. maakt in feite een ademende beweging, d.w.z. het kent perioden van vlieden en perioden van centrale terugval. Ik heb me sterk geïnteresseerd daarvoor en kwam tot de vreemde conclusie, dat op het ogenblik dat de terugval naar het centrum begint, gelijktijdig een steeds groter gedeelte van zowel materie als energie wordt overgebracht naar o.m. de astrale wereld.

Alles schijnt in zijn samenhang bepaald te zijn door harmonie, door het samengaan der dingen, de eenheid die uit alle veelheid voortkomt. Wanneer je bezig bent met de weg die ik heb gevolgd, een weg van begrijpen maar ook van weten, dan zal je onwillekeurig gaan denken: er moeten toch verschillen bestaan die werkelijk zijn? Maar het blijkt dat geen enkel verschil dat je uiteindelijk vindt, wezenlijk is. Het zijn uiterlijkheden die je niet eens kunt terugbrengen tot één vaste innerlijke waarde of grond. Er zijn een aantal wetten, natuurwetten. Natuurlijk. Een wet van zwaartekracht is als vanzelfsprekend tot je gaat begrijpen, dat ze niet alleen maar een kwestie is van massa, maar van massa en beweging en onderlinge relatie.

Zo is het ook als je met mensen te maken hebt. Mensen en geesten schijnen ergens volgens natuurlijke wetten te leven. Er is leven, er is de overgang, er is een bestaan na de dood en eventueel de terugkeer tot het stoffelijke leven. Een cirkelgang die, door sommigen misschien bijna eindeloos lijkt.

Maar als je dan nader schouwt, dan zie je: hé, ik heb ook te maken met een geheel. En voor elke mens, de slechtste en de beste, is het nodig om dat geheel zijn werkelijke betekenis en zijn mogelijkheid te geven.

Onze wereld, de wereld waarin ik mag vertoeven, is er een van krachten. Het is er misschien een van bezinning en ten dele van wijsheid. Maar het is zeker ook een wereld waarin je wordt opgenomen juist in een samenwerking zonder jezelf te verliezen.

Als ik tot mensen moet spreken valt het me wat moeilijk om de juiste frasering en formulering te vinden. De wereld waarin ik leef omvat eigenlijk de wereld waarin u bestaat. De kracht die in mijn wereld de sterke is, de overheersende; is een kracht die in uw wereld eveneens rond u aanwezig is. Het verschil is dat zij in mijn wereld de grootste is en in uw wereld een vaagheid, een spoortje van een of ander edelgas in de geestelijke atmosfeer van de mensheid.

Leven met die kracht betekent tot op zekere hoogte verzadiging. Het is niet alleen een weten en een begrijpen dat naar je toe vloeit; het is niet alleen het vermogen om dingen te beheersen, maar het is geloof ik bovenal het vermogen om jezelf in het andere te verplaatsen. De uitnodigende groepering (u kent ze natuurlijk want u bent er lid van) de Orde der Verdraagzamen zegt: Je moet het anders-zijn toelaten, je moet het aanvaarden.

Maar vanuit mijn standpunt en mijn wereld is dat lang niet genoeg. Je moet niet alleen toelaten, aanvaarden, dat het anders-zijn bestaat: je moet proberen het antwoord te vinden op al wat anders is. Wanneer je alleen maar leeft vanuit je eigen wereld, dan is dat schreeuwen in een vlakte zonder enige echo. Wanneer je op de juiste wijze kunt projecteren is het als iemand, die roept in een echo‑dal en die zijn eigen woorden en klanken naar zich teruggespuugd krijgt uit de weerkaatsende vlakken, maar gelijktijdig daardoor zich meer bewust gaat worden van wat die andere vlakken zijn.

In uw leven zult u ongetwijfeld vaak geconfronteerd worden met technieken, gegevens of voorstellingen waarmee u eigenlijk geen raad weet. Ik denk dat dat komt, omdat u met de meeste van die dingen niet voldoende affiniteit hebt. Hoeveel mensen zeggen niet: al die sport, bah! of: politiek, hé jakkes. Het is zo, dat je b.v. sport moet leren kennen om ze te waarderen. Politiek op zich is iets waartoe ik mij op aarde waarschijnlijk evenmin aangetrokken zou voelen. Maar als je begrijpt wat het is, wat het spel is dat daar gespeeld wordt, dan kan het je toch fascineren. Dan verandert de betekenis.

Kracht die aanwezig is, daar hebben we eigenlijk weinig aan, we weten misschien dat ze er is, maar we doen er niets mee. Maar kracht die wij op een gegeven ogenblik kunnen samenvatten en ontladen, is iets anders. Met andere woorden: wanneer ik weet wat de kracht is en besef wat ik ermee kan doen, dan krijgt zij voor mij betekenis en dat is in alle factoren van het leven precies hetzelfde.

U kunt misschien denken: er is zo veel in het leven wat ik liever niet zou zien of waar ik eigenlijk meer dan genoeg van heb. Maar vraag u af: waarom? Het blijkt, dat u die dingen dan verkeerd benadert. Of u wilt uzelf leren kennen en u bent voortdurend bezig met een zelfanalyse.

Maar op een gegeven ogenblik loopt u vast. We hebben eenvoudig het andere nodig. We hebben het begrip, we hebben de kennis nodig, niet alleen omtrent onszelf, maar omtrent alles wat om ons heen is en wat voor ons belangrijk kan zijn. Ten aanzien van de kracht is het eenvoudig, Wanneer ik de kracht ken kost het me helemaal geen moeite om ze te nemen en zoals een soort flits ergens uitwerpen. Wan­neer ik het niet weet, zou het misschien 1 op 20 miljoen zijn dat ik met een poging enig resultaat boek.

Wanneer ik weet wat menselijk is, wat in de mensen leeft, wanneer ik de achtergronden ga begrijpen dan kan ik van die kennis gebruik maken. Dan kan ik net zoals ik kracht richt ook menselijke waarden, menselijke invloeden, bepaalde invloeden van licht, van bewustzijn en zelfs emoties verspreiden.

Weten maar gelijktijdig begrijpen. Nu ben je geneigd om dergelijke dingen een beetje tegen jezelf of tegen anderen te gebruiken. Vergeeft u mij dat ik dat opmerk. Maar de eerste stok die gevonden werd, werd niet gebruikt om op te steunen maar om mee te slaan. En de mens is wat dat betreft nog niet veel veranderd.

U dankt uw teflonpannen aan de enorme behoefte van een in feite z.g. defensieve organisatie om een ultra gladde huid te ontwikkelen, die wrijvingsweerstanden kon weerstaan en gelijktijdig zo weinig mogelijk weerstand zou bieden. Als je dat begrijpt zeg je: ik kook in het resultaat van een oorlogsdrijverspoging. Dat is volledig waar.

Wanneer we denken aan de microtechniek, dan denkt u misschien dat die gemaakt is voor uw zakcomputer. Maar ze is oorspronkelijk ontworpen voor vuurleiding. Dat zegt iets eigenaardigs. De mens is dus wel geneigd negatief toe te passen, maar er is altijd een positieve toepassing mogelijk. Hoe beter je begrijpt wat b.v. een micro‑unit is, hoe juister je gaat begrijpen waar het bij past en hoe je het kunt gebruiken.

In uw eigen menselijke leven hebt u toch als basisgrondstof, dacht ik met uzelf te maken. Denkt u nu eens even na: wat bent u zelf? Kijk maar gewoon naar uw gevoelens, daar uw dromen, naar uw geaardheid, de manier waarop u uw medemensen benadert, de reacties die u bij anderen wakker roept. Dan zegt u tegen uzelf: kijk, dit is het materie. Hoe kan ik dit positief gebruiken? Dan zoekt u naar harmonie. Want harmonie is niets anders dan het positief samenvoegen van wat je bent met al het andere.

Nu ontstaat er nog iets vreemds. Toen men namelijk begon om die eerste micro‑circuits voor vuurleiding en later ook voor besturing en dergelijken te ontwerpen, toen heeft men zich niet gerealiseerd dat men door microcomputers en dergelijken een totale omwenteling in althans een groot deel van de menselijke samenleving aan het tot stand brengen was. De schijnbaar onbelangrijke dingen die wij zijn en die we doen, kunnen door het harmonisch effect wat zij hebben een enorme betekenis verkrijgen. Een betekenis die je zelf niet eens overziet.

Maar ken je nu enigszins jezelf en probeer je dat ik op een zo passend mogelijke wijze a.h.w. toe te voegen aan de wereld om je heen, op al die punten waar je het gevoel hebt: daar kan ik positief werken, dan krijg je soortgelijke effecten.

Natuurlijk, het is gemakkelijk om te vertellen: Newton zag een appel vallen en hij had dus de zwaartekracht ontdekt. Waarbij hij althans gekleed was. Wat bij Archimedes schijnbaar niet het geval is geweest, want als je in een bad zit en “Eureka!” roept omdat je merkt dat je lichter wordt, neem ik aan dat het niet gekleed is, anders wordt je kleding namelijk zwaarder.

Begrijpt u wat ik bedoel? Het lijkt allemaal of het simpele dingen zijn. Het leven is niet simpel. Het leven heeft een zekere eenvoud, dat is waar. En die eenvoud ontstaat wanneer wij uitgaan van harmonische mogelijkheden en datgene wat nu als disharmonisch wordt ervaren tijdelijk terzijde wordt gelegd.

Er zit in ons leven een keuze‑element. Natuurlijk. Als u later zelf in de hogere geestelijke werelden komt zult u nog steeds dat keuze-element hebben. Maar elke keuze die is voor harmonie, voor samenklank, voor samengaan, die brengt verrijking, verdieping.

Elke keuze die gericht is op behoud van jezelf of demonstratie van je kwaliteiten alleen, is negatief. Er breekt iets. U moet één ding onthouden: oprechtheid is de basis van elk harmonisch principe. U moet iets werkelijk eerlijk en oprecht willen om in een samenwerking met anderen zoveel mogelijk te bereiken.

Maar dat is ook geestelijk waar. Wanneer u zegt: ik wil een geestelijke kracht uitstralen (er zijn mensen die dat erg graag doen), dan is dat natuurlijk wel waar; maar waarom wilt u die kracht uit stralen? Juist op het ogenblik, dat u het doet om te laten zien wie u bent, werkt het niet. Op het ogenblik, dat u het eigenlijk haast onbewust doet omdat u een ander iets wil geven, iets wilt helpen, dan is er wel kracht. Die is sterk en die draagt uit wat u aan afstemming, aan persoonlijkheid bezit. Niet alleen uw persoonlijke waarden, maar de harmonie waarin u bestaat en waaruit u die kracht verder draagt.

Zo is het met leven en met dood. Alles heeft zijn positieve zijde. Op het ogenblik, dat u die positieve waarden kunt herkennen in de wereld buiten u ‑ of het nu een geestelijke wereld is, een ideële wereld, een innerlijke wereld ‑ heeft u een mogelijkheid tot eenheid en wordt de zinrijkheid groter, maar ook het begrip en de ervaring.

Er zijn bij ons, misschien moet ik zeggen helaas, maar dat zou ook niet eerlijk zijn, nogal wat entiteiten die zeggen: “Ach, met het geloof kun je alles doen.”, of: “Als je maar innerlijk aanvaardt is het voldoende.” Mijn weg is een andere. Ik zeg: “Je moet tot weten komen.” Maar weten wordt geboren uit ervaring. Een weten is pas echt wanneer het door ervaring in jezelf is gegrift. Hoe meer je weet, hoe juister je kunt kiezen. Het weten in zichzelf is geen doel. Het is het begin van begrip en begrip is de basis van de harmonische samenwerking.

Ik weet niet of ik het u allemaal duidelijk kan maken. Ik zoek naar de simpele, naar de eenvoudige woorden en het lijkt soms gelijktijdig moeilijk en al te eenvoudig.

Alles wat u bent, alles wat u wilt zijn, alles wat vanuit u denkbaar en mogelijk is, is deel van de kosmos. Vindt het counterpart daarvan, vindt datgene wat het aanvult en de mens wordt tot feit. De behoefte tot weten wordt beseffen. De behoefte om deel te zijn resulteert in eenheid. Dit is het werkelijke geheim van het leven zoals ik dit heb moeten leren kennen.

Ik heb enige moeite om mij te stabiliseren in de menselijke vorm, zoals u misschien hebt gemerkt. Maar zelfs nu begrijp ik weer en beter dan ooit, wat het is om mens te zijn. Daardoor wordt mij duidelijker wat geest‑zijn betekent.

U zit hier samen. U wilt esoterisch streven, heeft men mij verteld. Esoterisch streven kan alleen een werkelijke bereiking brengen, wanneer je wat in je bestaat kunt ontwikkelen tot een harmonie met wat buiten je bestaat.

Er zijn er onder u die zoeken naar kracht om iets tot stand te brengen, misschien om anderen te genezen of te helpen of desnoods om een bepaalde sfeer te bereiken. Kracht hebt u natuurlijk. Maar een kracht die je niet kent kun je niet gebruiken. Wanneer je ze zelf niet kent en een ander kan ze gebruiken, dan kan een contact met die ander misschien iets doen. Dat kan een geestelijk contact zijn, het kan een eenvoudige harmonie zijn, die woordloos is en zonder wederkerig kennen zelfs ontstaat.

Dan is kracht iets wat u niet gegeven wordt, maar wat in u gewekt wordt. Door wat ik ben, kan ik alleen bepaalde vormen van kracht, die in u leven gemakkelijk aanspreken. Maar wanneer ik dat doe, geef ik u in wezen zeer weinig. Ik wek.

Als je begint, denk je dat je geeft. Je moet veel gegeven hebben op die wijze voordat je beseft dat je alleen maar wekt, dat je datgene wakker maakt wat er al is.

U hebt kracht in uzelf. Er is ook voor u begrip mogelijk. U kunt ook buiten de emotie, buiten zelfs het expliciet logisch denken tot begrip konen, tot werking, tot eenheid met kracht. Die kracht schuilt in u. Wanneer ze ook maar enigszins harmonisch is met de kracht die ik nu als deel van mijn wezen manifesteer, dan wordt u zich ervan bewust. Om die kracht verder te bezitten behoeft u zich alleen te herinneren wat u nu aan kracht hebt gevoeld.

Als u die kracht niet voelt, denk dan aan het tegendeel van hetgeen u op dit ogenblik meende te moeten denken of te voelen. U zult zien, dat u krachten in uzelf kunt wakker roepen. Krachten van begrip en werking, krachten van rust en vrede vooral, maar toch ook wel van harmonie. Harmonie kan alles zijn, tot genezen toe.

In u ligt de sleutel waarmee u de eigen kracht kunt ontsluiten. In uw zoeken naar weten en begrip ligt de sleutel, waardoor harmonie in steeds toenemende mate voor u mogelijk wordt. In al datgene, wat u in de wereld buiten u positief tot stand probeert te brengen, hoe simpel of ingewikkeld ook, ligt de sleutel tot werkelijke harmonieën die u innerlijk kunt ervaren.

Besef, dat u niet werkelijk gescheiden bent van het geheel en ook niet van al die anderen die u kent en erkent. Het lijkt misschien dat u gescheiden bent door onmetelijke afstanden, door tijd, door conventies of anderszins. Maar die scheiding is schijn. Laat in uzelf het weten ontstaan, het begrip voor verbondenheid en ik zeg u: Uw gedachten kunnen over de wereld gaan en ze zullen ontvangen worden door degenen aan wie u ze zendt.

Uw krachten, uw genegenheden, wat u ook maar wilt uitzenden, ze zullen ‑ zolang ze‑ maar op harmonie zijn gebaseerd – eenieder met wie u harmonisch bent en kunt zijn, bereiken.

Grijp niet te veel terug naar het verleden. Zeg niet wat was, wat ben ik geweest. Zeg: wat ben ik? Hoe begrijp ik dat wat ik ben en hoe besef ik je wereld waarin ik meen te zijn. Dat is uw mogelijkheid tot werkelijke kracht, tot toenemend inzicht en begrip, tot toenemende rijkdom in geestelijke zin.

Wanneer u tracht waarlijk esoterisch wilt streven, zoek dan de kracht van begrip en van harmonie; zoek niet slechts uzelf, maar zoek datgene waarvan u deel bent.

Door bewust deel te zijn van het andere zult u de eenheid leren kennen en van daaruit de mogelijkheden op het pad der harmonie kunnen voeren tot de uiteindelijke eenheid met alle dingen.

Ben ik geslaagd? Ik weet het niet. Maar ik heb u gegeven wat naar mijn gevoel positief is voor u allemaal en wat voor mij positief is in mijn weten, in mijn ervaren en in mijn kennen. Meer kan ik niet doen.

Wat u ontvangen hebt is niet van mij, het is van u. Want of u het beseft of niet, wij zijn verbonden op een wijze die alleen later, wanneer alle vorm is vergaan, beseft kan worden.

Als u het pad van weten en begrijpen wilt volgen, vrees niet de kracht in uzelf, vrees niet het weten dat u benadert en probeer uit het begrip steeds weer de harmonie te vinden die u verder helpt.

Wanneer ik ook maar iets daartoe heb bijgedragen, dan is deze voor mij wat uitzonderlijke maar toch genoeglijke ervaring harmonisch vruchtbaar geweest. Zij is harmonisch vruchtbaar geweest! Met deze constatering, met een lichte vreugde in mijzelf keer ik nu terug naar de wereld waar ik werkelijk leef.

Uit de beperktheid van uw wereld ga ik naar die oneindigheid aan de grens van het werkelijk oneindige, waarin u allemaal thuishoort, al beseft u dit nog niet, tot we elkaar in harmonie ontmoeten.