Harmonischen van leven

image_pdf

17 januari 1972

Leven is een tamelijk verdeeld geheel. De mens leeft over het algemeen op 3, 4 niveaus. D.w.z. dat hij leeft op bewust niveau, dat hij onderbewust of onbewust een tweede leven voert, dat hij daarnaast een astraal leven voert en daarnaast nog een geestelijk leven. Er zijn echter veel meer verschillende vlakken te noemen, waarop leven bestaat en waarop de persoonlijkheid van een mens ontwikkeld aanwezig kan zijn. Deze niveaus bedoelen wij, wanneer wij zeggen dat de ontwikkeling, de geestelijke ontwikkeling als nevenproduct gaven voortbrengt. Nu zult u begrijpen dat het praktisch onmogelijk is om een gebeuren dat op aarde plaatsvindt, zonder meer te transponeren naar een hoger niveau of omgekeerd van een hoger niveau naar beneden toe. Daar om spreken wij over de invloeden, die verschillende niveaus bestrijken als harmonischen.

Er is sprake van een soort inductieproces. Voorbeeld: U leeft op aarde. U maakt een emotie door. Deze emotie heeft invloed op uw stoffelijk bestaan, op uw denken en daarnaast kan het op astraal vlak invloed uitoefenen, maar het beroert u tot het diepst van uw persoonlijkheid. D.w.z. dat elk deel van de persoonlijkheid, op welk niveau het ook bestaat, daardoor zal worden beroerd, maar elk op zijn eigen wijze. Stel dat de gebeurtenis eenvoudig een schok is, bv. een zenuwschok. Dan zal dat astraal worden vertaald als: proberen schrikbeelden te ontlopen en misschien angst. Gaan we naar een hoger geestelijk niveau, bv. zomerland, dan zal het zeer waarschijnlijk vertaald worden als een nieuwe oriëntatie t.a.v. de omgeving. Dat kan niet in gelijke termen en daarom wordt de schok, die hier plaatsvindt, niet vertaald in een gelijke schok op astraal niveau, ofschoon daar nog een overeenkomst is doordat het zenuwstelsel ook daarop kan reageren, maar in een zomerlandsfeer hebben wij al te maken met een impuls, waardoor onze oriëntatie verstoord wordt en wij ons opnieuw oriënteren. Het aspect van bv. angst dat op aarde aanwezig was, blijft daarbij achterwege. Het harmonische is disoriëntatie en deze disoriëntatie kan geïnduceerd worden tot een niveau, waar je bv. alleen nog maar kleuren ziet. Als je in die kleurenwereld bent en die schok komt in de stof aan, dan krijg je ook hier een disoriëntatie. D.w.z. vaste kleurverhoudingen, die u tot op dit ogenblik als blijvende waarde beschouwde, worden opgeheven en daarvoor in de plaats treden verschillende andere, bijna anarchistisch aandoende kleurschakeringen, die u opnieuw  gaat ordenen, zodat men een nieuw patroon van leven en denken kan vinden .

Deze kwestie van harmonischen moet worden omschreven en dan stellen wij:

  • Een zgn. harmonische invloed van het leven omvat alle sferen, waarop bewustzijn in het ik bestaat.
  • De harmonische factor is steeds voor de mens een emotionele, voor vele geesten daarentegen verandering van contact.
  • De harmonischen treden niet alleen op in een aspect dat ruimtelijk kan worden uitgedrukt van wereld tot wereld of van sfeer tot sfeer, ze kunnen daarnaast in tijd optreden.

Na het stellen van deze regels moeten wij ons proberen te oriënteren t.a.v. het laatste. Wat kan het betekenen dat een impuls in tijd werkzaam is? Wanneer in de geest iets gebeurt, een onmiddellijk gebeuren – bv. het scheppen van iets – dan kan die scheppende factor niet onmiddellijk worden overgedragen en niet naar de mens op aarde, zoals hij op dit moment bestaat. Maar over 5 jaar is die persoon wel in staat om te ontvangen. En aangezien de persoonlijkheid vanuit hogere vlakken van de geest als een geheel wordt gezien, dus over het geheel van het bestaan, wordt automatisch geprojecteerd naar het punt dat 5 jaar verder ligt. Het is dus niet zeker dat een invloed die in de stof plaatsvindt, in de geest precies dezelfde reactie zal vinden. Omgekeerd zal een ontdekking, een beleving in de geest niet altijd onmiddellijk naar de stof worden geprojecteerd. Dat kan in de toekomst gebeuren, maar er is ook een terug-projectie mogelijk.

En dit is wel één van de meest eigenaardige verschijnselen die wij krijgen, wanneer die harmonische kracht van leven aan het werk gaat. Wanneer ik in de geest, in zeg het jaar 2000 een compositie maak, dan is het mogelijk dat een stoffelijke verbeelding daarvan het beste mogelijk is voor iemand die leeft in 1972. Dan wordt die impuls naar 1972 gestuurd. Dan componeer je dus op aarde voordat de impuls geestelijk verwerkt is, indien wij lineariteit van tijdsverloop aannemen.

Wanneer ik dit zo stel, dan ga je zeggen: Dit is onlogisch. Vanuit menselijk standpunt hebt u gelijk. Want voor de mens is de tijd iets wat niet teruggedraaid kan worden. Voor de geest echter – en dat moet u niet vergeten – kan tijd worden uitgedrukt als een dimensie, die in delen afgemeten kan worden en als zodanig kan worden overzien, zodat tijdstip slechts deel is als punt van een lijn in deze dimensie en elk ander punt op diezelfde lijn gelijktijdig kan worden gezien, geconcipieerd of daarop invloed kan worden uitgeoefend. Het is voor een mens meestal moeilijk om vooral dit punt een klein beetje onder de knie te krijgen. Het feit dat tijd feitelijk geen rol speelt in de harmonische factoren van het leven.

Waarom moeten wij dan op aarde, als het toch zo moeilijk te begrijpen is, ons daarmee bezighouden? Er zijn hiervoor verschillende redenen en één van de eerste is wel de esoterische erkenning. Wat ik in mijzelf erken als mens kan het product zijn van een geestelijke ontwikkeling, die in de toekomst ligt. Ik ben als stofmens altijd het brandpunt van vele factoren, die in mijn tijdsbegrip op veel verschillende tijdstippen hebben plaatsgevonden. Het is ook daarom dat wij kunnen zeggen dat het heden altijd de som is van verleden en de toekomst. Anders zou je zeggen dat het heden het product is van het verleden en de toekomst het product van het heden. Maar dat is geestelijk gezien niet waar. In mijzelf kan ik dus op aarde zaken beseffen, waarvoor ik geestelijk nog niet helemaal rijp ben. Anderzijds kan ik stoffelijk een zekere rijpheid bezitten en daardoor impulsen verwerken, die tot mijn geestelijk bestaan uit het verleden behoren. Hier speelt ook incarnatie vaak een rol, want het is heel goed mogelijk dat ik geestelijk ervaringen heb opgedaan in een rustperiode tussen twee incarnaties, die ik in de stof eerst tot uiting kan brengen, wanneer het lichaam aan bepaalde eisen is gaan beantwoorden, wanneer de oriëntatie en de omgeving, het milieu, op een bepaalde wijze is komen vast te staan. Dan krijgen wij ook deze verschuiving. Maar dit eist van die geest geen bewuste invloed meer. Het is aanwezig en op het ogenblik dat er harmonie optreedt, vindt de bewustwording plaats.

Zo kan het voorkomen, dat een geest een hoge inwijding bezit in de geest gerekend, terwijl de mens niet in staat is die inwijding werkelijk te realiseren. Het kan voorkomen dat een mens tijdens zijn leven verschillende geestelijke inwijdingen doormaakt, maar dat hij de resultaten ervan stoffelijk nog niet kan verwerken. Het is mogelijk dat iemand geestelijk een bepaalde inwijding nog niet bereikt heeft en dat hij stoffelijk reeds over de gaven en mogelijkheden beschikt, die uit die inwijding zouden moeten voortvloeien.

Een uitermate verwarrend beeld. Maar leven is geen gedeeld iets. Het leven in zich is tijdloos. In deze tijdloosheid kennen wij natuurlijk een reeks van lijnen, maar dat zijn vaste lijnen. Die lijnen zijn onveranderlijk, blijvend gefixeerd. Deze lijnen worden achtereenvolgens – althans dat hopen wij dan – geconcipieerd in de tijd. D.w.z. dat alles wat je bent op dit ogenblik slechts een klein deel is van dat wat je werkelijk bent. Dat wil eerder zeggen dat al wat je bereikt, alleen maar een flauwe weerkaatsing is van het werkelijke bereiken dat in die eeuwigheid is vastgelegd. Dat is er eenmaal.

Magisch is het precies eender. Wanneer ik een magische invloed uitoefen, dan kan deze onmiddellijk optreden, ze kan verschoven optreden, dus in de toekomst liggen. Er zijn gevallen bekend, waarbij een magische ingreep meer dan 15 jaren vroeg voordat ze stoffelijk gerealiseerd werd. En omgekeerd kunnen er reeds nu omstandigheden bestaan, die ik moet bevestigen door een actie te stellen, waardoor ik de zaak aan de gang schijn te brengen. Uitermate verwarrend, aan de andere kant wel logisch,

 Wanneer wij spreken over tijd in de sferen, dan zeggen wij altijd: Kijk, die tijd loopt anders, die is meer persoonlijk. Anders gezegd: We kunnen nooit met klokkentijd rekenen, zelfs niet met zonnetijd. Wij kunnen alleen met een persoonlijke tijd rekenen. Maar die persoonlijke tijd is eigenlijk het pulseren van een deel van ons bestaan. En nu zeggen wij dat de basis van alle harmonischen die in het leven kunnen voorkomen, gelegen is in de goddelijke kracht, die in het totaal van ons wezen pulseert met een vaste en blijvende regelmaat. Je zou kunnen zeggen: Die goddelijke kracht functioneert ongeveer als een hart, maar dan met dien verstande dat het hart nog wel eens onregelmatig kan zijn. Die goddelijke kracht is dat niet. Dat is de draagpuls. Of we nu 10.000 keer incarneren of één keer, of we tot de hoogste inwijding behoren of stommer blijven dan het achtereind van een varken, het is altijd precies hetzelfde ritme

En deze grondpulsatie is dan ook de basis, waarop wij alle harmonisçhen berekenen. We nemen aan dat het een vaste lijn is, maar het is geen vaste lijn. Het goddelijk ritme is nl. voor de doorsneemens een 6 tot 7-jaarsritme. D.w.z. dat in die tijd de goddelijke kracht toeneemt aan de ene kant, afneemt en aan de andere kant weer terugkeert. We vereenvoudigen de zaak altijd en zeggen dan, dat het een sinusbeweging is, een sinuslijn, die rond een gesteld nulpunt wordt getrokken. Alleen het nulpunt hebben we niet, we hebben alleen die lijn. Omdat die lijn gelijkblijvend voortgaat, stellen wij dat het 7-jaarsritme dat door alle werelden en sferen continu optreedt, zelfs tot in uw allerhoogste vorm van bewustzijn, – als u in het tijdloze komt, dan is die vibratie er nog – alleen is ze dan niet meer merkbaar voor u, omdat u geen persoonlijke tijd meer hebt, maar het is altijd diezelfde vibratie. Onze impulsen, waaruit een harmonische kan voortkomen, zijn altijd gebaseerd op die grondklok, op die goddelijke waarde

Indien die goddelijke waarde een hoogtepunt bereikt, d.w.z. dat wij liggen in de golf van energie, zal elke variant, die wij daar opstapelen, bijzonder scherp naar voren komen. Is hij daarentegen dalende, dan krijgen wij in onze creativiteit of wat het ook moge zijn, alleen een kleine vermindering van het negatieve. Dat moet u goed onthouden. Alle krachten, die op de top van het goddelijk ritme in ons tot uiting komen, geven zeer grote en over het algemeen in tijd snel merkbare uitwerking. Alle krachten, die in ons tot ontwikkeling komen, alle ontwikkelingen, die wij doormaken terwijl het goddelijk ritme voor ons negatief is, kennen een vertragende invloed. Hoe die vertraging zich afspeelt?

Ik heb u daarnet al gezegd: Geestelijke waarden kunnen in de toekomst pas tot uiting komen. Stel dat er een geestelijke kracht in u is, een geestelijk gebeuren, een nieuwe vormgeving misschien van de persoonlijkheid en dat deze op aarde tot uiting moet komen, dan zal de geest wel zeggen: Ik verander mijn sturen van de stof, maar in de negatieve fase heeft die geest maar weinig in te brengen, word je geleefd door een gebeuren, doe je niets dan wachten. Maar op het ogenblik, dat je weer positief wordt, gaat die invloed ineens verder meespreken. We krijgen dus een verhoging van het gehele tempo en we krijgen dan zeer snel de ontwikkeling, waar misschien 10 jaar op gewacht is.

Op deze manier kun je dat stoffelijk beredeneren. Magisch betekent het dat ik, wanneer ik een impuls uitzend terwijl ik in een negatieve fase ben, deze impuls pas in de buitenwereld werkzaam wordt op het ogenblik, dat ook ikzelf weer de positieve fase bereikt heb. Nu zou het allemaal heel eenvoudig zijn, wanneer wij aannamen dat dat goddelijk ritme voor iedereen gelijk is, maar dat is nu juist weer niet het geval. Het goddelijk ritme heeft wel een vaste waarde, die in iedereen gelijk is, maar er treedt van persoon tot persoon een soort faseverschuiving op. D.w.z. dat wanneer u op een hoogtepunt bent, een ander misschien net in een dieptepunt zit. Is dat inderdaad het geval, dan zijn hier geen harmonischen mogelijk tussen twee personen. Welke geestelijke of andere harmonie er ook bestaat, er is geen mogelijkheid. Want op het ogenblik, dat hier daadkracht vereist wordt en u de daadkracht hebt, is hier negativiteit. Die daadkracht komt pas naar buiten op het ogenblik dat u negatief bent en bijna niet meer reageren kunt. Wanneer de verschuiving minder is, dan is het mogelijk dat u een punt hebt, waarop u beiden positief bent en dan zal op dat positieve punt de werking en ontwikkeling plaatsvinden.

De situatie waarvoor we geplaatst worden, is de volgende: Wij hebben een ritme dat al onze voertuigen, alle niveaus van bewustzijn gelijkelijk regeert: Goddelijk ritme. We hebben daarnaast een persoonlijk ritme. En dat persoonlijke ritme kunnen we dan zien aan de hand van onze afstemming. Wanneer wij een hoogtepunt hebben in onze energie op een zeker moment, dan zijn we met een aantal mensen harmonisch, omdat dat punt van hoogste werking gemiddeld een maand omvat. Alle anderen, die op datzelfde moment actief zijn, zijn met ons bovendien harmonisch verbonden en wanneer daarbij hun 7-jaarsritme gelijk valt, zijn ze bij ons direct harmonisch in één straal. Dat is nu niet zo moeilijk. Er zijn zeven stralen. Dus wanneer iemand in een 7-jaarsritme op hetzelfde moment actief is, dan is het ook zeker dat hij behoort tot dezelfde straal. De straal bepaalt niet, maar door ons eigen ritme stellen wij ons toebehoren tot een straal. En het is in ieder geval zeker dat elke invloed, die binnen die straal plaatsvindt, voor ons de grootst mogelijke harmonische werking zal hebben en vooral op die punten en Ogenblikken, waarop wij zelf positief zijn.

1. De zgn. persoonlijke waarde is gelegen in een levende energie, die stoffelijk over het  algemeen als een verhoogde uitstraling naar buiten treedt en die in de geestelijke voertuigen betekent: groter vermogen, grotere daadkracht en vaak ook groter vermogen tot opgaan in of verbinding vinden met andere krachten. Deze persoonlijke ritmen vallen niet altijd helemaal samen met het goddelijke ritme. Daardoor is het mogelijk dat je zelf misschien maar eens in de 28 of 30 jaar contact met elkaar kunt krijgen. Op dat ogenblik, kun je vanuit jezelf uitgrijpen tot je hoogste voertuig, gelijktijdig kun je uitgrijpen naar allen, die tot je harmonie behoren in een volledig positieve reactie. En je kunt dan ook een positieve actie of reactie verwachten. Is dat niet het geval dan kunnen wij wel een positieve actie plegen, maar dan zit de ander net in een negatieve fase en dan krijgen wij een negatievere actie, of we krijgen op onze reactie geen actie. Dat moet u onthouden.

2. In uw eigen leven zit een oriëntatie ingebouwd. D.w.z. dat het ik zal incarneren of zich manifesteren op die plaatsen of sferen, punten en tijden, waarop voor dit ik een maximum aan levensmogelijkheid bestaat. Bij verschuiving van levensmogelijkheid en harmonie krijgen we een verschuiving in tijd, plaats enz. Willen wij een dergelijke afwijking redresseren, dan is dit alleen mogelijk door een hernieuwde instelling van ons eigen wezen, zodat wij onze eigen harmonische factoren bewust beïnvloeden. Wij kunnen ze niet helemaal veranderen, maar wij kunnen ze wel a.h.w. een beetje afbuigen, hetzij naar links, naar rechts, naar boven of naar beneden.

3. Alle krachten in de kosmos zijn te enigerlei tijd harmonisch met mij. Ik kan echter op elk ogenblik slechts harmonisch zijn met die krachten, die voor mij levend zijn, d.w.z. behoren tot de gelijke golf van goddelijke energie en in zich een waarde bevatten, waarop ik kan antwoorden. Daar altijd alle waarden te enigerlei tijd harmonisch zullen zijn, zal ik voor het geheel van mijn bestaan geëindigd is, met alle waarden die in mijn ware of eeuwige ik aanwezig zijn, een volledige harmonie ervaren hebben.

Het lijkt erg moeilijk, maar het is het niet, wanneer u maar afstand kunt doen van bepaalde menselijke denkwijzen en wanneer je begrijpt dat tijd niet alleen een relatieve waarde is, maar dat tijd in feite een grote hoeveelheid waarden gelijktijdig in zich bevat; dat elke seconde in breukdelen uiteenvalt en dat de reactie-mogelijkheid voor een mens betekent: zoveel tijd ervaar ik. Dat is menselijk. Er zijn mensen die reageren in een zestigste seconde en er zijn mensen, die in een tiende seconde reageren. Voor automobilisten betekent dat vaak het verschil tussen leven en dood. Zo gaat het in die hele tijdseenheid. Omdat wij de basiswaarden hebben, de goddelijke kracht, het goddelijk ritme, zijn wij geneigd dit ritme uit te stippelen in onze tijd en dat heb ik ook gedaan. Dat wil niet zeggen dat die tijdsomschrijving die voor ons juist is, voor de gehele kosmos gelijk juist zal zijn. Wel dat de waarde buiten de ervaring om gelijktijdig is.

Voorbeeld: Wanneer ik op een trommel sla en ik zet mensen op verschillende afstanden, dan zal voor hen het ritme van die trom gelijk zijn, maar door de afstand zullen zij op verschillende ogenblikken dat ritme horen, zodat een verschuiving ontstaat.

Als u zich dit realiseert, dan kunt u ook begrijpen waarom die hele tijdskwestie zo moeilijk lijkt. Het is a.h.w. de afstand tot de bron. Die bron zelf? Wel, stelt u zich een lichtend meer voor. In dat lichtende meer in het middelpunt is een kracht, een hart dat klopt. En die rimpels gaan verder, maar het breidt zich al uit. Het ritme bij het hart heeft korte golven, maar aan het einde van de vijver zijn het lange golven, alsof ze uitlopen. Wanneer wij nu een lichtreflectie krijgen als er bv. een lamp op staat, waardoor er reflectie ontstaat, dan zal bovendien de instelling van die lamp bepalend zijn voor de frequentie, waarmee de lichtflits valt.

Zo is het goddelijke licht, de goddelijke kracht. Wat voor ons bewustzijn optreedt, is alleen de reflectie (vandaar de lamp) die reflectie heeft voor ons een regelmaat. Maar die reflectie is afhankelijk van onze instelling t.a.v. het goddelijke, ze is verder afhankelijk van onze instelling t.a.v. het goddelijke, ze is verder afhankelijk van de afstand, die wij hebben t.a.v. het goddelijke ofwel de wijze waarop wij in bewustzijn onszelf van de kern van het Zijn van de godheid hebben gedistantieerd, want hier is ons  bewustzijn t.a.v. God gelijktijdig ook onze placering t.a.v. (voor ons) de kern van Cod.

Waarom moeten wij met die levensritmen rekening houden? En waarom noemen wij dat de harmonischen van het leven? Ritmen zijn er te over. U hebt uw 7-daags, uw 28-daags, uw 3-jaars, uw 7-jaars, uw 12-jaars ritme enz. Maar die ritmen zijn niet voor iedereen gelijk. En er zijn mensen, die hebben geen 7-jaarsritme, maar die hebben bv. een ritme van 6 jaar en 3 maanden. En er zijn anderen die er één van 8 jaar hebben, Dus je zou zeggen: Dat is geen gelijk ritme. Het is hetzelfde ritme, maar het wordt anders beleefd. Men is t.a.v. dat ritme anders ingesteld. En mijn levenskracht is gebaseerd op mijn ware ik en mijn ware ik heeft zich geplaceerd in de eeuwigheid op een gefixeerd punt van die werkelijkheid van God, dus ook t.a.v. de golfbeweging van die God.

Wanneer wij dit hebben begrepen, dan zien wij ook vanzelf waarom voor ons dat harmonisch zijn gebaseerd moet zijn op die Goddelijke trilling. Dat zijn de enige punten, waarop wij actief zijn. Dat is ons werkelijk ik en daar in elke afzonderlijke sfeer, op elk niveau van bewustzijn, een andere oriëntatie kan plaatsvinden, zal dus ook op elk niveau van bewustzijn de reactie op die goddelijke werkelijkheid anders zijn. Dan kun je natuurlijk zeggen: God is in ons. Zeker, maar God is in ons voor zover wij God kunnen ervaren voor ons. En dat betekent dat het ritme dat wij hebben op een bepaald niveau van leven, ook bepalend is voor het ritme dat die Goddelijke kracht in ons heeft voor ons. En onze ervaringen zijn het enige punt dat wij als basis kunnen gebruiken, wanneer wij naar God toe willen. En dat houdt ook in dat ik in verschillende sferen andere ervaringen heb t.a.v. dat grondritme .

Stel, dat er één ogenblik is, waarop alle ervaren op elk niveau van bewustzijn gelijktijdig plaatsvindt. Dan is er een rechte lijn geschapen, dan zeggen wij: hier is de openbaring van het totaal goddelijke en dat kan zelfs de mens beroeren. De mens heeft dan voor zolang die periode duurt een kosmisch bewustzijn, waarbij alle werelden en sferen a.h.w. haar onderdaan zijn. Dan komen we in de richting van de magie van Salomo, de koning, van wie werd gezegd dat hij alle geesten van lucht, aarde en andere elementen kon bevelen. Wij zijn dan in zo’n perfecte harmonie, dat elk niveau van ons bewustzijn gelijktijdig en volledig kan reageren in elk voertuig, waarin het ik zich op het ogenblik ervaart.

Dat is magisch erg belangrijk. Magiërs hebben dan ook wel de gewoonte om dit ritme t.a.v. bepaalde voertuigen althans een beetje te regelen. Het klinkt natuurlijk gek wanneer ik zeg dat ze bij sommige magische bezigheden eerst 50 dagen vasten, dan zich helemaal zat gaan eten en drinken en dan beginnen aan hun magische werk. Maar dat is doodgewoon gedaan om een reeks ervaringen en lichamelijke impulsen te scheppen, waardoor een harmonie bereikt wordt en dat is dan meestal ongeveer een hoog-zomerlandniveau, dan kun je daar de krachten uit krijgen, je bewustzijn eruit krijgen en je kunt ermee werken.

En de esotericus doet het misschien wat anders. Die zal misschien ook aan een 50-daags vasten beginnen, maar voor hem is het niet belangrijk dat er iets uit voortkomt, maar dat hij iets wordt. Op het ogenblik dat hij een harmonie krijgt met hogere voertuigen, verandert hij. Misschien een beetje gek om dat te vergelijken met Saulus, die Paulus wordt. Maar stel u zich voor: Hij wordt verblind door licht. Hij ziet een engel Gods. Dat is een mooie verbeelding van de werkelijkheid. Ik ben op een gegeven ogenblik met een hoger voertuig harmonisch. Dit voertuig openbaart zich aan mij. Ik word mij daarvan bewust. Maar de kracht, die daarmee in mij terecht komt, verandert mij. Er wordt gezegd dat Saulus blind was en dat hij zich toen naar Jericho begaf. Dat kan zijn, maar in ieder geval zijn we altijd blind na zo’n gebeurtenis, D.w.z. we kunnen niet meer bewust reageren. We moeten eerst weer de kracht, die wij gekregen hebben, integreren in wat we zijn. Maar dan zijn we stoffelijk gezien ook totaal anders geworden. Wanneer wij een mens vinden, die een gelijkwaardig ritme heeft, waarbij positieve factoren in die mens en in mij gelijktijdig of zelfs ongeveer gelijktijdig aanwezig zijn, dan kan ik een kracht overdragen.

En dat is ook een verklaring voor de gewoonte van de apostelen zo hier en daar wonderen te doen. Maar ze deden niet voor een ieder een wonder. En ze konden ook niet voor een ieder een wonder doen. Waarom niet? Omdat ze alleen de kracht in hen, die impulsen, konden overdragen aan iemand, die op dat moment in dezelfde levensfase was. Dit was een harmonie van levenskracht als basis van het wonder.

En altijd weer wanneer je leeft, denkt en zoekt, word je met deze ritmen geconfronteerd. Er zijn bv. dagen dat de sterren spreken. Dan kun je uit de hemelruimten de toekomst en verborgen dingen aflezen.

Dat gaat dan als vanzelf. Dan ineens klapt het dicht en dan kun je er niets meer mee doen. Eigenlijk vind je het dan vervelend. Je klampt je er misschien toch een beetje aan vast, omdat je er aanzien aan ontleent, maar het gaat eigenlijk niet. Op het ogenblik dat ik harmonisch ben met die hemelruimte, openbaart ze mij de tijd niet, het verloop van de tijd; maar beleef ik een andere tijdswaarde, waardoor ik een deeltje van de menselijke tijd kan overzien, mits ik met gebeurtenissen in die tijd harmonisch ben.

Voorbeeld: Neemt u het punt van de vrouw, die in 1937 droomde dat ze op een gegeven ogenblik een Duits vliegtuig ziet neerstorten. Waarom droomde ze dat ze het zag neerstorten? Het was een emotie voor haar. Dat ogenblik was een enorme spanning. Daarom was dit punt in de toekomst voor haar het eerste wat zij in beelden kon vertalen. Ze had op het moment van haar droom een harmonie, waardoor ze een heel stuk tijd kon overzien. Maar in relatie met zichzelf, anders niet. Stel, dat er nu een andere persoon was geweest met wie zij op deze manier harmonisch was geweest, dus in een gelijkwaardige vibratie van levenskracht, dan had ze die andere persoon kunnen zien in bepaalde toestonden en omstandigheden. U ziet, het is nog niet zo vreemd.

Neem nu bv. bekende helderzienden. Soms zien ze werkelijk in ruimte en dan weten ze precies waar het verdwaalde kind zich moet bevinden, wie de dader is geweest en waar de gestolen waar verborgen ligt. En dan zeg je: Hoe komt het nu dat deze mensen op het ene ogenblik en t.a.v. bepaalde projecten zo volkomen zuiver zijn, zo volledig goed en dat ze kort daarna door een beetje andere vraag ineens afknappen en dat het allemaal onzin is? Wanneer u nu begrijpt dat hier een harmonische van levenskracht nodig is, dat de levenskracht van die helderziende op dat moment van toekomst dat gezien moet worden of dat moment van ruimte dat beschouwd moet worden, harmonisch moet zijn met wat zich daar bevindt, dan wordt ook duidelijk waarom zulke gaven soms onbetrouwbaar zijn.

Het is gemakkelijk genoeg om te zeggen: Er is een goddelijke kracht. Die kracht is in ons. God werkt in ons. Afgelopen. Dat is niet waar. Ja er is een goddelijke kracht en die goddelijke kracht vibreert in ons voortdurend. Hoe wij ook zijn, waar wij ook zijn, wat wij ook zijn. Maar alleen op de ogenblikken dat wij die kracht in zijn interne werking in onszelf beleven, bewust of onbewust, zijn wij in staat met alle gelijksoortige waarden harmonisch te zijn. En als wij een top hebben van die Goddelijke energie, dan kunnen wij ook ingrijpen, dan kunnen wij beseffen. Zijn wij in een negatieve fase, dan is de harmonie van levenskracht denkbaar, maar ze zal nooit tot een actie voeren. Ze is hoogstens een erkenning. Dan krijgen wij degene, die na 10 jaar komt vertellen; Ja, wat er nu gebeurd is, dat heb ik toen en toen geloof ik, gedroomd. Maar je hebt er verder niets aan gedaan. Je hebt het misschien nog vastgelegd, maar je hebt verder niets gedaan. Waarom niet? Het was een negatieve fase en je was harmonisch met een negatief punt in de toekomst.

Langzaam maar zeker komt u toch bij het begrip, waar het om gaat. Wanneer je innerlijk voortdurend gestreefd hebt naar een nieuw bewustzijn en een nieuw ervaren, dan sla je op een gegeven moment dicht. Dan komt er niets meer bij. Wat je dan doet is eigenlijk het voortdurend opdreunen van oude erkenningen, zonder dat ze je veel zeggen. En dan ineens draait die persoonlijkheid helemaal om en komt er een nieuwe erkenning, een nieuwe mogelijkheid, een nieuwe kracht en daaruit put je dan ineens weer hele nieuwe inzichten. Je leeft weer innerlijk. Je verandert en je wordt beter. Die fase van stilstand in de mensen beleven de mensen als een fout in zichzelf. “Ik was nog niet rijp genoeg”. Zo kun je het ook zeggen, maar het is misschien juister om te stellen: Ik bevond mij op dat ogenblik t.a.v. de goddelijke kracht in een negatieve fase, zodat ik alleen kon opnemen, maar niet in staat was om te verwerken. Het ogenblik van verwerking kon pas komen, toen ik weer positief werd.

Ik wil u er op wijzen, dat dit onderwerp duidelijk maakt, dat je eigen pogen, streven en eigen beheersing van feiten en innerlijke ontwikkelingen niet compleet is. Je bent wel degelijk gebonden. Je bent gebonden aan het goddelijke ritme, zoals het jou bereikt. Je bent gebonden aan de harmonische mogelijkheden, die binnen je eigen persoonlijkheid bestaan. Je bent gebonden aan de harmonie van levenskracht t.a.v. andere entiteiten, andere waarden, waarin leven bestaat om daarin begrip te vinden en daaruit eigen begrip te verrijken.

Ik hoop met dit onderwerp te hebben bijgedragen tot het verstaan van uw eigen moeilijkheden. Verstaan van de moeilijkheden, waarin je altijd weer verkeert, wanneer je uitgaat van je eigen levensritme en niet van dat van anderen. De moeilijkheden waarin je verkeert wanneer je meent dat je de tijd kunt dwingen en gelijktijdig blijkt de slaaf ervan te zijn. Want juist wanneer je innerlijk streeft of wanneer je desnoods magische krachten of geestelijke gaven wilt ontwikkelen, dan moet je ook begrijpen, dat het niet jouw schuld is, wanneer het niet gaat en niet jouw verdienste wanneer het wel gaat. Er zijn andere factoren, die dat bepalen. Het is alleen je eigen inzicht, je eigen aanvaarding en je eigen erkenning, waarvoor je aansprakelijk bent.

Gastspreker

Ik fungeer als gastspreker vandaag. Men heeft mij gevraagd ook eens wat te vertellen over esoterie en dat soort dingen.

Nu ben ik persoonlijk niet direct een esotericus geweest, ik wil dit graag van tevoren vaststellen, opdat u begrijpt dat het merendeel van hetgeen ik u ga zeggen door mij pas geleerd is, nadat ik de stoffelijke ellende achter mij had gelaten.

Wanneer wij in onszelf aan het werk gaan, dan worden wij altijd geconfronteerd met allerlei beelden en denkbeelden, die wij omtrent onszelf hebben en ik geloof niet dat we ooit iets zo goed vervalsen als de waarheid die wijzelf zijn.

Het is voor ons erg moeilijk om een juist beeld van onszelf op te bouwen en juist daarom geloof ik dat de esoterie moet beginnen met de oefening, niet de theorie, maar doodgewoon het aanvaarden van hetgeen uit jezelf naar voren komt.

De hele situatie, zoals ik die achteraf beredeneerd heb t.a.v. de mens, is ongeveer als volgt: Een mens stelt zich iets voor. Hij wil iets zijn. Dus pretendeert hij dat te zijn voor zover hem dit, gezien de omstandigheden, mogelijk is. Daar, waar hij t.a.v. zichzelf tekortschiet, zoekt hij een aantal vervangende beelden, die hij dan voor zichzelf nog wel als waar kan aanvaarden en zo komt hij met een beeld aandragen, dat met de innerlijke werkelijkheid maar heel weinig gemeen heeft. Nu is dat beeld op zichzelf nog niet eens een grote hinderpaal, wanneer je tenminste niet  probeert geestelijk op dat beeld af te gaan. Op het ogenblik, dat je als mens in jezelf niet meer bepaalt wat er moet gebeuren en niet meer probeert om alles precies te vertalen, bv. de termen die je zeggen, dat je toch zo goed bent, dan kom je al een heel eind verder. De mens is heel vaak bezeten door bepaalde denkbeelden. Er zijn mensen, die  denken dat ze hun ziel aan de duivel hebben verkocht – net alsof dat ding iets waard zou zijn; als je hem wilt verkopen is hij al niets meer  waard — er zijn ook mensen die denken dat ze door God uitverkoren zijn. En ook dat is erg onwaarschijnlijk. Want als God je uitverkiest, dan word je aan het werk gezet en degenen die zich uitverkoren achten, werken meestal niet. Dus we moeten eenvoudig uitgaan van de impulsen, die in onszelf ontstaan.

En nu blijkt het voor die esoterie helemaal niet zo belangrijk te zijn dat je elke impuls waarmaakt. Wel is belangrijk dat je elke impuls als zodanig erkent als deel van eigen wezen. Als je denkt: Ik zou die vent wel kunnen doodslaan, dan moet je inderdaad voor jezelf zeggen:  dan ben ik ook ergens een moordenaar. Door zo in jezelf te aanvaarden wat je allemaal voor impulsen voor jezelf hebt, kun je ook de wereld buiten je gemakkelijker aanvaarden. Je gaat dus zien dat alles niet in de schijntermen van de wereld benoemd kan worden, maar dat het allemaal eigenlijk parallellen zijn t.a.v. je eigen wezen. Je bent een moordenaar ergens in je hart, in je gedachten. Je maakt het niet waar, een ander maakt het wel waar. Je bent misschien geen dief, maar je hebt wel voortdurend gedacht: als ik dat nu eens even kon nemen en dat gaat dan ook van buurvrouw af bij wijze van spreken, tot de inhoud van een groot magazijn toe. Dan moet je niet zeggen: Ik ben geen dief. Je moet zeggen: Ik ben een dief, maar ik heb het niet geuit. De ander heeft het wel geuit.

Als je op die manier de zaak benadert, dan krijg je een beeld van de wereld dat een beetje méér aanvaardbaar wordt, omdat je in anderen de mens gaat zien. Je gaat in anderen jezelf zien. En als je in anderen jezelf ziet, dan word je je ook bewust van de krachten, die in dat leven op al die mensen en op jou inwerken. En die krachten ga je dan vanzelf benoemen. De één noemt het God, de ander noodlot. Maar de naam die je daarvoor hebt, gebruik je dan en die gebruik je hoofdzakelijk meditatief, voor zover ik dat heb kunnen nagaan. Dus niet over hetgeen wij allemaal wel weten of hetgeen ver van ons afstaat mediteren, maar doodgewoon over de dingen, waarvan we weten, dat we daaraan niet kunnen ontkomen. En dan niet: Hoe kunnen we er toch aan ontkomen? Maar gewoon: Wat is het? Als je zegt: Er is een economische crisis, dan moet je niet zeggen: Hoe kom ik eruit of wat kan ik er aan doen? Maar dan moet je je gewoon gaan afvragen: Economische crisis, wat zegt mij dat? Wat voor beelden wekt dat in mij?

Op die manier word je geconfronteerd met inhouden in jezelf, die heel verbluffend kunnen zijn. Ik heb dat in de geest doorgemaakt. In het  begin vond ik wel dat ik er slecht afkwam. Ik had al een deel van de waarheid moeten accepteren – dat heb je nodig om in het licht te leven in de geest – maar er kwamen waarheden voor de dag    waarvan ik wel eens dacht: nou, nou, had ik dat niet beter kunnen vergeten, want  alles slaat mij tegen. Maar toen ik eenmaal gekomen was tot het toch accepteren van het geheel, toen bleek ook dat er veel van mijn illusies waren weggevallen. Ik kon gemakkelijker vanuit mijn eigen wereldje in het wereldje van een ander treden. Ik kon gemakkelijker een lering aanvaarden, maar ik kon ook net zo goed gemakkelijker een lering naar buiten toe geven.

En toen ik zover was in de geest met die esoterie; waar kom je dan onmiddellijk op terecht? Op de magie. En toen ben ik mij gaan afvragen wat die magie nu eigenlijk is. En ik kwam tot de conclusie, dat er geen magie bestaat. Dat was een klap op het zere hoofd. Maar wat is er dan? Wat zegt men dan dat magie is? En toen kwam ik tot de conclusie dat het heel eenvoudig is. De hele magie is niets anders dan een begrip dat in mij zo sterk leeft, dat ik het elders waar zie worden.

Als iets sterk genoeg is in mijzelf, dan zal het ook elders waar worden. Als ik in mijzelf een mislukking vrees, dan wordt die waar. Is het niet aan mij, dan is het aan iemand die ik ken. Dan mislukt de zaak. Als ik denk: dit wordt zeker waar en ik ga het aan voorwaarden binden, ik ga erover nadenken, dan lukt het meestal ook niet. Als ik alleen maar denk: Dit is een toestand die waar is en ik laat het erbij rusten, dan wordt het waar. Wordt het niet waar aan mijzelf, dan wordt het waar aan een ander, maar het wordt verwezenlijkt. En magie is niets anders dan iets verwezenlijken zonder dat iemand weet hoe het voor elkaar komt.

Dat is simpel genoeg. Een toestand voldoende duidelijk zien en als zijnde, als bestaand aanvaarden. Toen heb ik mij afgevraagd, als ik in mijzelf een toestand aanvaard, waarom wordt die dan niet waar?

En toen kwam ik tot de conclusie, dat dat komt omdat je voor jezelf wel weet, dat je jezelf zit te bedriegen. Van een ander weet je dat meestal niet. Dus dan ga je proberen om verder te gaan. Wat is dan die hogere kracht waar wij altijd over spreken? Ik heb geen hogere kracht ontmoet. Ik heb een intensere kracht ontmoet. Maar geen kracht die ver boven mij stond of die buiten mij stond. Ik werd mij alleen bewust dat er ergens in mij een oneindige bron is. Ik heb de kraan gewoon een beetje verder opengedraaid en dat is alles. En die heel hoge bewustwording is helemaal niet een kwestie van het vechten en worstelen wat wij er meestal van maken. Het is doodgewoon de kraan in jezelf een beetje verder opendraaien. Zorgen dat dat kleine beetje inspiratie en licht dat je in jezelf krijgt, steeds meer wordt. Het is geen proces waar je persoonlijk zo ontzettend veel aan doet. Het is iets wat je gegeven wordt op het ogenblik, dat je bereid bent te aanvaarden wat er is. En iedereen heeft zo zijn problemen. Ik de mijne natuurlijk ook. Ik heb ze in mijn leven ook gehad en heel vaak een ander ermee opgescheept, maar soms moet je het zelf doen. En ik ben mij gaan afvragen, waar onze problemen nu allemaal vandaan kwamen.

Problemen, ontdekte ik, zijn de dingen die wij zelf aan onszelf opleggen door ons dingen voor te stellen die voor onszelf niet geheel aanvaardbaar zijn, om welke reden dan ook. Wij zijn anders dan wij denken te zijn. En op het ogenblik dat dat beeld, dat wij van onszelf maken, op de voorgrond stellen en het andere op de achtergrond, dan beginnen wij te manoeuvreren op een manier, die wij zelf niet helemaal kunnen accepteren. En daardoor veroorzaken wij de mislukkingen, waaraan wij graag zouden ontkomen;

Toen ik zo’n beetje wist waar de problemen vandaan kwamen, wilde ik ook wel eens weten waar alle goede  dingen vandaan zijn gekomen. Ik weet niet hoe het u gaat, maar ik heb in mijn leven soms van die onverwachte meevallers gehad. Denk je: Het gaat vast en zeker mis en het gaat toch goed. Dat is zoiets als een loterij. Je neemt een lot en je hebt meteen de 100.000.

Hoe kan dat? Heel eenvoudig. Omdat ik op dat ogenblik niet het doel voor ogen heb, maar de kans. Indien je een lot koopt om de honderdduizend te winnen, krijg je ze niet. Dat is bijna zeker. Iemand die een lot zo maar koopt en het al vergeten is voor hij het koopt, die het koopt om mee te doen in de loterij, is harmonisch met die hele loterij. In zijn bewustzijn speelt dat een rol. Maar hij is er verder niet mee bezig, maakt zich geen voorstelling. Hij geeft het geld niet uit voor hij het heeft en het resultaat is, dat wanneer er een kans is op die 100.000, hij daar dichter bij zit dan ieder ander, die voortdurend bezig is die 100.000 naar zich toe te denken. Vreemd verschijnsel. Geluk komt dus hoofdzakelijk wanneer je er niet naar zit te jagen. Hoe harder je op het geluk jaagt, hoe groter de kans, dat je ongelukken maakt.

Hoe zit dat met ons innerlijk in verband? Ik ben mijn licht eens gaan opsteken en ik heb schitterende dingen gehoord. “De innerlijke mens is een jungle en door die jungle moeten wij gaan naar de tempel van bewustwording”. Ik dacht: Als ik een jungle ben van binnen, laat ik dan geen drukte maken. Dan komt er wel een negerstam die de zaak opruimt.  Ik ben naar de volgende gegaan en die zei tegen mij: “In jezelf ben je een weg die je gaat”. Toen dacht ik, als ik nu zelf die weg ben en ik moet hem nog gaan ook, dan ben ik liever weg. Als ik de weg al ben, behoef ik hem niet meer te gaan. Ik weer naar een ander En die zei iets, wat mij een beetje frappeerde. Hij zei: “Kijk eens, dat hele innerlijk van jou, die bewustwording van dat innerlijk is doodgewoon alleen maar de uiterlijkheden een beetje opzij zetten” lk dacht: Ja, die heeft wel wat. Maar hoe zet je uiterlijkheden opzij? Ik heb het hem gevraagd en hij zei: Dat weet ik ook niet, maar dat moet je “doen”. Nou zei ik “Bedankt” Ik ben naar een volgende toe gegaan en het was er één met een hele reputatie. Ik vroeg aan hem hoe je uiterlijkheden opzij moet zetten. “Wel” zei hij: “doodeenvoudig. Denk niet  aan jezelf, Denk doodgewoon aan alles wat je doet, aan alles waar je mee bezig bent. Wanneer je bezig bent met een theorie, dan moet je  niet denken: wat betekent die theorie voor mij? Dan moet je gewoon die theorie in je opnemen. Van binnen ben je een groot reservoir, dat moet  vol met bewustzijn. Het is meestal leeg. Maar als je nu de kans geeft aan alle feiten, die je op de één of andere manier tegemoet treden in dat binnenste te komen. Laat ze daar maar rustig gaarkoken. Gewoon alleen naar binnen halen. Dan ontstaat in dat ik steeds meer kennis. Maar door die kennis ontstaat begrip. En dat begrip en die kennis samen dat is net als met bier, de juiste temperatuur en de juiste, bestanddelen, daardoor ontstaat het gistingsproces en als je dat nu maar laat verlopen, dan krijg je goed glas bier”. Nu, daar voelde ik wel wat voor. Ik vroeg hem: “Heb je in de brouwerij gezeten?” “Neen” , zei hij, “In mijn leven niet. Toen dronken we nog water en wijn”.

Waarom alleen maar vergaren? Dat kon ik hem moeilijk gaan vragen. Ik had hem al zoveel gevraagd. Ik ben erover gaan nadenken en ik kwam tot de volgende conclusie: Wanneer ik de feiten en theorieën opneem zoals ze op mij afkomen, zonder te proberen ze zelf te verwerken, dan heb ik een enorm reservoir van mogelijkheden en kennis op het ogenblik dat ik bewust moet reageren of denken, kan ik uit dat hele reservoir putten. Het is niet belangrijk dat ik het allemaal direct weet, het is belangrijk dat ik de kennis in mijzelf draag. In mijn bewustwording is niets anders dan het beschikken over een zodanige hoeveelheid van feiten, erkenningen en mogelijkheden, associaties, dat ik voortdurend mijzelf kan gedragen in overeenstemming met dat wat rond mij is. Met die uitkomst ben ik weer naar een meester toegegaan. Toen zei hij: “Nu ben je zo ver, nu moet je zelf maar eens les gaan geven” .

“Dank u” zei ik. “Waarom zou ik les gaan geven? Kan ik iets leren?” Welneen. Ik kan u hoogstens helpen een ogenblik bezig te zijn en misschien ook om even te beseffen, dat u meer weet dan u denkt te weten.

Dat u niet alles behoeft te weten onmiddellijk, maar dat zelf moet dragen, omdat het een soort computer is. Er komt wel uit wat nodig is. En je gedragingen naar buiten toe zijn niet tegenover mensen, dieren en geest en tegenover God. Dat is gewoon het reageren in de Goddelijke werkelijkheid”

Toen ik zover was gekomen, ben ik natuurlijk weer gaan vragen of ik iemand kon vinden, die de goddelijke werkelijkheid kende. Weer een hoop antwoorden. “God is liefde. Voor mij kan Hij wat. Wanneer je zo naar die slachtpartijen kijkt, die het hele menselijke bestaan en daarvoor de aarde geregeerd hebben, dan kan ik dat niet zo lief vinden. God is rechtvaardigheid”. Nou, daar ben ik het ook niet mee eens. Want als ik rechtvaardigheid had gekregen voor hetgeen ik vroeger had uitgespookt, zou ik nu niet hier zitten. Toen zei iemand tegen mij: “God is alles. En wat jij in dit alles bewust bent, is wat God is in jou”. Dat was een punt. Daar ben ik weer over gaan piekeren. U ziet dat mediteren er wel aan te pas komt. Toen heb ik gezegd: God is dus in mij. Ik maak een stuk van God waar. Maar dat stuk van God moet ik zo waarmaken, dat ik weet dat ik het waarmaak. Ik moet dus niet gedreven worden door een kracht, die ik niet begrijp, maar ik moet de kracht, die mij drijft begrijpen en daarom die kracht beantwoorden.

Ik heb de esoterie en de magie voor mijn begrip van dit ogenblik teruggebracht tot een betrekkelijk compact geheel. Voor mij is het dus zo: Mijn leven is een werkelijkheid voor mij, maar is alleen maar een arcering in het beeld van de werkelijkheid dat voor God bestaat. Wat ik dus ben en doe, geeft nadruk aan iets dat bestaat, maar het verandert er niets aan. Wanneer ik begrijp dat ik alleen nadruk geef aan hetgeen er bestaat, dan word ik mij ook bewust van het feit dat er “iets” bestaat. En wetend dat ik daar een onderstreping, een nadruk aan geef, begrijp ik ook al zelf dat ik er deel van ben.

Nu zijn er anderen die dat niet weten en wanneer ik hen duidelijk kan maken, wat de hoofdlijn is volgens welke zij in hun eigen leven een  bepaalde arcering, een zekere nadruk geven, dan bedrijf ik magie. Want dan zien ze dingen, die er al waren, maar waarvan ze niet wisten dat ze bestonden. En nu is er één ding vreemd. Zodra wij iets beseffen, maken wij het tot werkelijkheid.

Toen ik leefde had ik een oudtante. Een heel lief mens. En die had een boekje, zoals je die vroeger wel had, van de één of andere kruidendokter. Daarin stond een hele omschrijving van de kwaal en achteraan stond de genezing: regelmatig de voeten met afwisselend warm en koud water wassen en dokter x kruiden voor dit of dat gebruiken. Als dat goeie mens weer een hoofdstuk had gelezen, had ze weer een ziekte. Als ze zich realiseerde, dat de ziekte bestond, maakte ze het voor zichzelf waar. En het gekke is, dat het goeie mens zoveel ziekten had uitgezocht, dat er eindelijk één was die pakte en die bleef. Daaraan is ze ook overleden. U lacht erom, maar het is werkelijk waar.

Ik denk, dat wij eigenlijk precies hetzelfde doen. In die werkelijkheid zien wij mogelijkheden. Dan komt er een mogelijkheid, die zo past bij alles wat wij geloven, denken of vrezen, dat we die helemaal waarmaken en dat is dan magie. En als we anderen zo’n beeld kunnen voorgoochelen, dan maakt die dat zelf waar en dat noemen we dan ook magie. De gehele esoterie is niets anders dan begrijpen dat wij in ons leven, in ons bestaan niet belangrijk zijn als de opbouw van een heelal, maar dat we alleen in het heelal met ons besef, met ons bewustzijn de onderstreping vormen, onze realisatie eigenlijk van hetgeen reeds is. En misschien hebt u ook de neiging altijd naar iemand toe te lopen; naar de kroeg en andere gelegenheden, professoren, naar iedereen. In mijn tijd waren er niet zoveel psychiaters, anders was ik daar ook nog naartoe gelopen, maar ik ben weer naar iemand toegegaan. Een heel hoge Piet. Ik zei tegen hem: “Volgens mij is het zo dat wat wij hebben aan bewustzijn alleen maar de erkenning van een werkelijkheid is die bestaat”, “Ja” zei hij, “dat is zo”. Wel, dacht ik, dan ben ik een aardig eind verder gekomen. Toen zei hij: “Wat wil je daar nu mee doen” Ik zei: “Waarnemen”. Toen zei hij: “Waarnemen is het begin van bewustwording, maar op het ogenblik dat de we waarneming een erkenning wordt van de richting die je inslaat, is het meelopen, dus zelf meedoen, eigenlijk de volgende fase. Esoterie is in jezelf eerst voldoende kennis hebben en dan vanuit jezelf, dank zij die kennis, waarmaken wat je ziet als deel van de werkelijkheid voor jou” Dank u” Verder: Wat moet ik ermee doen?

Toen kwam ik tot de conclusie, dat het zo doodeenvoudig is, dat de meeste mensen er niet eens aan willen. God is. Ik ben deel van God. Maar als deel van God kan ik alleen maar bestaan zoals God wil t.a.v. andere delen van God, zoals God ze gerangschikt heeft. Dat klinkt vroom, maar ik gebruik God erbij, want andere namen veranderen niets aan de feiten. Door te beseffen wat ik ben – zonder anders te worden -, heb ik deel aan God voor zover Hij in mij bestaat en aan God zoals hij zich rond mij in de andere delen openbaart. Wanneer ik in mijzelf zover kan komen, dat ik het bestaan van het geheel boven het bestaan van mijzelf stel en in mijn streven dus niet meer probeer mijzelf waar te maken, maar het geheel dat ik erken waar te maken, zo zal ik het geheel leren beseffen en beleven. Ik blijf een deel van God en toch kan ik God kennen in zijn volledigheid. Wanneer ik God ken in zijn volledigheid, ken ik pas mijzelf in werkelijkheid. Dat is de hele esoterie.

Het lijkt een hopeloos karwei om ermee te beginnen. Och, ik ben er een tijd mee bezig en het gaat best. Je kunt er verder mee gaan en iets  bereiken en bovenal is het belangrijkste misschien wel: Je kunt er gelukkiger en vollediger mee leven, Ik heb vroeger altijd gedacht dat er voor het leven bepaalde dingen nodig waren en ik ging van het standpunt uit dat asperges zonder gekookte eieren geen asperges waren. Dat is een stommiteit die wij meestal uithalen. We denken dat iets alleen juist is of bestaat of waar is, wanneer het andere dat er volgens ons bij hoort, er ook is. En daar moeten wij vanaf. Een asperge is een asperge, met of zonder gekookte eieren. Een ei is een ei, of het gekookt is, of niet. De toestand van de dingen, de samenhang van de dingen is niet belangrijk. Het feit dat ze bestaan wel. De samenhangen worden tenslotte door God bepaald, de mogelijke samenhangen. Voor ons zijn ze onbelangrijk. Maar de erkenning van de dingen die bestaan, is de  erkenning van God.

De werkelijkheid van de mens wordt gereflecteerd in hemzelf. Als je droomt, een visioen hebt of wat anders, dan is dat een deel van een werkelijkheid. Het is niet noodzakelijk de werkelijkheid van vandaag, het kan iets van 2000 jaar geleden zijn en ook iets, wat je nog op je rekening krijgt. Maar al die dingen die je in jezelf droomt, hebben betrekking op jezelf zoals je nu bent en zoals je nu bent betekent: zoals je nu staat tegenover de toch onveranderlijke werkelijkheid waarin je leeft. Je kunt dus nooit de dingen veranderen.

De meeste mensen proberen de wereld te veranderen. Dat kun je niet doen. Je kunt hoogstens jezelf veranderen. De meeste mensen proberen om alles aan te passen aan hun behoeften, verlangens en neigingen. Dat speel je nooit klaar. Je kunt wel proberen jezelf aan te passen aan de zaken zoals ze bestaan. Dat is de meest praktische esoterie die er is. Ik kan niets aan mijzelf aanpassen, maar ik kan datgene wat ik in mijzelf ervaar van het andere, terugbrengen tot de waarheid en als ik de waarheid heb gevonden, kan ik mij daaraan aanpassen.

Ik heb wel eens gedacht: Ik ben nu al een hele tijd een geest, maar in die tijd ben ik eigenlijk niet veranderd. Ik ben mij alleen meer bewust geworden van wat ik ben. Ik ben gaan reageren op mijn inhoud i.p.v. te reageren op een dwangvoorstelling. Wat vroeger op de wereld voor mij waar was, was niet het feit, doch wat ik graag wilde. U hebt het misschien ook wel eens gehad. Dan dacht ik: Ik zie er zo mooi uit, zij moet verliefd op mij worden. Dat had je gedacht. Ze vond mij niet mooi, ze werd niet verliefd en ik had voorlopig weer liefdesverdriet. Maar als ik was uitgegaan van wat die ander was, dan had ik niet gereageerd vanuit het standpunt: Zo ben ik en zo moeten ze me maar nemen. Maar dan was ik uitgegaan uit het standpunt: Wat is er in mij wat er voor een ander attractief is? Dan had ik misschien ook geen contact gekregen, maar ik had ook geen liefdesverdriet gehad en dat was al een heel voordeel geweest. Ik heb geleerd hoe je dat anders moet doen. En dat anders doen is de kern volgens mij van de esoterie.

Je hebt bepaalde verplichtingen in de wereld, waaraan je tegemoet moet komen. Maar meer doen dan je moet kan alleen, wanneer dat meer doen uit jezelf voortkomt. Wanneer dat meer doen volgens je besef van de wereld en de contacten, harmonieën en bindingen in die wereld zin heeft. Anders laat u het maar gewoon. Om esoterisch bewust te worden, moet u leren gemakkelijk te leven. Wat in deze calvinistische maatschappij een grote zonde is om te zeggen.

Het denkbeeld, dat een mens moet werken voor zijn brood, vind ik onzin. De mens moet werken, omdat een taakvervulling hem vreugde geeft. Dat een mens bepaalde dingen moet doen en moet laten, omdat God het heeft voorgeschreven, vind ik over het algemeen kolder. Je moet de dingen doen of laten, omdat je voelt dat het vanuit jouw begrip juist en goed is. Als je iets verkeerd wilt doen en het ligt buiten de grenzen, het hoort niet bij datgene wat we moet worden, dan slaag je er toch niet in. Gemakkelijk leven. In jezelf begrijpen, absorberen. En voor u het weet, bent u esoricus zonder cursus.

Dat neemt de Orde der Verdraagzamen mij misschien kwalijk, want dan zou het gehoor misschien verminderen aan de andere kant neem ik aan dat het nog een tijd duurt voor u zover bent. Ik zeg niet: Wees uzelf genoeg. Dat kunt u niet. Maar erken genoeg van uzelf. Ik zeg niet: Laat de hele wereld maar naar de maan lopen, maar ik zeg wel: Aanvaard de wereld en reageer in de wereld alleen op die dingen, die waarlijk belangrijk voor u zijn. En ten laatste zeg ik: Bouw niet te veel luchtkastelen, tenzij ze zo belangrijk voor je zijn, dat je al je kracht erin kunt leggen, want dan worden ze waar. En dan hebt u meteen nog een magische opleiding gehad ook.

Ik neem afscheid van u. Ik hoop dat u uit alles wat ik heb gezegd de conclusie hebt getrokken: Ik maak het eenvoudig. Ik probeer de wereld in mijzelf op te nemen zonder me aan mijn interpretatie van de wereld voortdurend te onderwerpen.

Nawoord

U vindt het waarschijnlijk vreemd, dat ik nog even terugkom. U hebt u geamuseerd met deze gastspreker, neem ik aan. En daarom zou ik met nadruk willen zeggen dat dit een zeer hoge spreker is. Dat deze in één van zijn vorige incarnaties een zeer belangrijk alchemist-magiër is geweest en op dit ogenblik beschouwen wij hem van een grootorde als zeer bekende filosofen of misschien zelfs apostelen e.d. Wij hebben u dit niet tevoren willen zeggen, opdat u niet met een gevoel van wijding de mogelijkheid tot een spontaan contact zou onderdrukken.

Ik hoop dat het experiment daarmee geslaagd is, want de overdracht van sfeer is voor zover wij hebben kunnen controleren zeer goed geweest, terwijl de reactie op het gesproken woord eveneens redelijk goed was.

image_pdf